Hier kun je zien welke berichten hoi123 als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
P.O.S - Never Better (2009)

4,5
0
geplaatst: 12 september 2010, 22:14 uur
Never Better was één van de eerste hiphopalbums die ik heb ontdekt, door de top-10 van (Wie anders?) R&P. Ondertussen heb ik nog een stuk of 10 andere albums ontdekt, maar deze blijft toch één van de beste voor me.
Never Better is een meesterwerkje waarbij verschillende genres worden gemixt met geweldige beats en goede teksten waar over is nagedacht.
Sowieso is de flow van P.O.S erg fijn en zijn de gastartiesten erg goed uitgekozen (Low Light, Low Life!
)
Maar ook de nummers zitten erg goed in elkaar en de beats zijn fantastisch. Bij Drumroll ga ik iedere keer weer uit mijn dak en The Basics (Allright) heeft echt één van de beste beats die ik ooit heb gehoord. Maar het absolute hoogtepunt komt in de afsluiter, die in twee delen gedeeld zijn. Allebei de delen zijn geweldig, het agressieve The Brave In The Snake is al heel goed, maar de nog betere Hand Made Hand Gun bewijst dat ook hiphop gewoon onheilspellend kan zijn. Echt een geweldige track. De rockelementen die er soms inzitten (Let It Rattle, Drumroll, Terrorish) zijn ook erg goed uitgewerkt.
Jammer genoeg is niet alles geweldig, maar wat wil je ook met zoveel nummers.
Get Smokes en Out Of Category kunnen echt niet boeien en laten mijn gedachten afdwalen. Jammer, als deze nummers geskipt zouden worden - dat zou de de speelduur ook goed doen -, zou dit album zeker 5 sterren krijgen. Nu ''slechts'' 4,5 sterren.
Never Better is een meesterwerkje waarbij verschillende genres worden gemixt met geweldige beats en goede teksten waar over is nagedacht.
Sowieso is de flow van P.O.S erg fijn en zijn de gastartiesten erg goed uitgekozen (Low Light, Low Life!
)Maar ook de nummers zitten erg goed in elkaar en de beats zijn fantastisch. Bij Drumroll ga ik iedere keer weer uit mijn dak en The Basics (Allright) heeft echt één van de beste beats die ik ooit heb gehoord. Maar het absolute hoogtepunt komt in de afsluiter, die in twee delen gedeeld zijn. Allebei de delen zijn geweldig, het agressieve The Brave In The Snake is al heel goed, maar de nog betere Hand Made Hand Gun bewijst dat ook hiphop gewoon onheilspellend kan zijn. Echt een geweldige track. De rockelementen die er soms inzitten (Let It Rattle, Drumroll, Terrorish) zijn ook erg goed uitgewerkt.
Jammer genoeg is niet alles geweldig, maar wat wil je ook met zoveel nummers.
Get Smokes en Out Of Category kunnen echt niet boeien en laten mijn gedachten afdwalen. Jammer, als deze nummers geskipt zouden worden - dat zou de de speelduur ook goed doen -, zou dit album zeker 5 sterren krijgen. Nu ''slechts'' 4,5 sterren.
Paavoharju - Yhä Hämärää (2005)

3,5
0
geplaatst: 20 januari 2011, 17:16 uur
Laat ik meteen maar beginnen met waar onze welwillende luisteraar op kan rekenen:
Deze plaat is één groot, mysterieus, duister, verwarrend sprookjesbos. Omschrijving?
Stel je voor dat Sneeuwwitje met de 7 Dwergen een duister, satanistisch ritueel houdt, terwijl Doornroosje een ode zingt aan een bloeddorstige banaan en de prins op het witte paard boven in een boom zit te kaarten met een cactus. Daartussen vlagen van Mario die ook nog eens langs komt kijken (De primitief aandoende synths bijvoorbeeld in het tweede en zesde nummer).
Kan ik dan een iets duidelijkere genrebeschrijving geven? Nee.
Avantgarde, New Wave, Pop, Folk, Rock, Wereld en daarbovenop nog een toefje elektronica.
Alles is te herkennen in dit onuitspreekbare album van deze band. Ze hebben, net als je denkt dat ieder plekje in de muziekwereld al vergeven is, een totaal eigen terrein gesticht.
Tussen de angstaanjagende ambient (de opener), lo-fi popnummers (de afsluiter), kaartende cactussen en angstaanjagende begrafenisorgels, is er ook nog die prachtige, hemelse engelenzang.
Om het allemaal nog eens een tikkeltje verwarrender te maken.
Al geen zin meer om de plaat te beluisteren?
Laat ik de welwillende luisteraar dan maar eens geruststellen.
Dit is geen easy listening. Het is hypnotiserende, beklemmende folk die je niet loslaat.
Bij vlagen heerlijk catchy, bij vlagen zo angstaanjagend dat je onder de dekens wilt kruipen.
Het is een verborgen, onoplosbaar mysterie dat, ondanks dat het soms wat verdwaalt in de experimenteerdrang, meer dan de moeite waard is om te luisteren.
4*
Deze plaat is één groot, mysterieus, duister, verwarrend sprookjesbos. Omschrijving?
Stel je voor dat Sneeuwwitje met de 7 Dwergen een duister, satanistisch ritueel houdt, terwijl Doornroosje een ode zingt aan een bloeddorstige banaan en de prins op het witte paard boven in een boom zit te kaarten met een cactus. Daartussen vlagen van Mario die ook nog eens langs komt kijken (De primitief aandoende synths bijvoorbeeld in het tweede en zesde nummer).
Kan ik dan een iets duidelijkere genrebeschrijving geven? Nee.
Avantgarde, New Wave, Pop, Folk, Rock, Wereld en daarbovenop nog een toefje elektronica.
Alles is te herkennen in dit onuitspreekbare album van deze band. Ze hebben, net als je denkt dat ieder plekje in de muziekwereld al vergeven is, een totaal eigen terrein gesticht.
Tussen de angstaanjagende ambient (de opener), lo-fi popnummers (de afsluiter), kaartende cactussen en angstaanjagende begrafenisorgels, is er ook nog die prachtige, hemelse engelenzang.
Om het allemaal nog eens een tikkeltje verwarrender te maken.
Al geen zin meer om de plaat te beluisteren?
Laat ik de welwillende luisteraar dan maar eens geruststellen.
Dit is geen easy listening. Het is hypnotiserende, beklemmende folk die je niet loslaat.
Bij vlagen heerlijk catchy, bij vlagen zo angstaanjagend dat je onder de dekens wilt kruipen.
Het is een verborgen, onoplosbaar mysterie dat, ondanks dat het soms wat verdwaalt in de experimenteerdrang, meer dan de moeite waard is om te luisteren.
4*
Perfume Genius - Glory (2025)

3,0
3
geplaatst: 31 maart 2025, 17:25 uur
Hm, als tevens eerste-uur-fan van Perfume Genius ben ik dan juist weer een beetje teleurgesteld in deze plaat. Ik denk dat het werk van Hadreas in grofweg drie categorieën in te delen valt, te weten desolaat en minimalistisch (eerste twee albums), avontuurlijk met ruige randjes (Ugly Season; delen van Too Bright en No Shape), en tot slot verfijnde sophisti-pop (Set My Heart on Fire; andere delen van Too Bright en No Shape). Hoewel de emotionele connectie met zijn eenzame slaapkamerpoptijdperk altijd het sterkst zal zijn bij mij, werd ik ook heel blij van de momenten waarin Hadreas zijn tanden liet zien. Ugly Season blijft dan ook verreweg zijn sterkste worp sinds zijn tweede album voor mij.
Deze plaat valt helaas dan weer terug naar de laatste categorie: het is gepolijst en verfijnd maar ook nogal vergeetbaar. Ik denk dat dat komt doordat deze stijl wat mij betreft het minst goed past bij zijn vrij minimalistische songwriting. Perfume Genius is geen artiest die schittert in het vinden van onverwachte akkoorden of melodieën. Dat hoeft ook niet, maar voor de memorabelheid helpt het wel als je ofwel op emotioneel vlak overtuigt door je liedjes simpel aan te kleden, ofwel als je een wat stekeliger geluid omarmt. Simpele songwriting met een gepolijst, niet-uitdagend instrumentenpalet daarentegen vertaalt zich gewoon in saaie muziek (zie ook: Angel Olsen).
In andere woorden, ik draai It's A Mirror, No Front Teeth en Left for Tomorrow nog een paar keer en verder wacht ik zijn volgende project af. Wel een mooie cover trouwens.
Deze plaat valt helaas dan weer terug naar de laatste categorie: het is gepolijst en verfijnd maar ook nogal vergeetbaar. Ik denk dat dat komt doordat deze stijl wat mij betreft het minst goed past bij zijn vrij minimalistische songwriting. Perfume Genius is geen artiest die schittert in het vinden van onverwachte akkoorden of melodieën. Dat hoeft ook niet, maar voor de memorabelheid helpt het wel als je ofwel op emotioneel vlak overtuigt door je liedjes simpel aan te kleden, ofwel als je een wat stekeliger geluid omarmt. Simpele songwriting met een gepolijst, niet-uitdagend instrumentenpalet daarentegen vertaalt zich gewoon in saaie muziek (zie ook: Angel Olsen).
In andere woorden, ik draai It's A Mirror, No Front Teeth en Left for Tomorrow nog een paar keer en verder wacht ik zijn volgende project af. Wel een mooie cover trouwens.
Perfume Genius - Too Bright (2014)

4,0
0
geplaatst: 30 september 2014, 21:03 uur
Het is grappig om te merken dat je als je een artiest zo vaak hebt beluisterd en zijn oeuvre zo door en door kent, je eigenlijk niet meer hoeft te wennen aan de nieuw ingeslagen wegen. Dit klinkt alsof het concept Perfume Genius voorspelbaar is geworden, maar niets is minder waar: het geluid en de sfeer die er op dit album heersen zijn in het eerste opzicht wel degelijk een verrassing. Mike Hadreas trekt op zijn nieuwste worp namelijk extraverte synths, composities die de grenzen van de lelijkheid opzoeken en potverdomme zelfs een drumstel uit de kast. Die laatste was op het vorige album heel soms ook al hoorbaar, maar niet op dezelfde manier als op Too Bright: voor het eerst mag er bewogen worden. Waar de percussie op Put Your Back N 2 It hoogstens de melancholie in goede banen leidde, wordt ze hier gewoon gebruikt om eindelijk eens even wat herrie te maken, zoals in nu al persoonlijk anthem Queen, dat het met zijn onvergetelijke refrein iedere keer weer voor elkaar krijgt om iets in je ingewanden te doen opspringen van blijdschap.
Wat ik dan wel bedoel met het niet hoeven te wennen aan het nieuwe geluid? Nou ja, Hadreas heeft op zijn vorige albums bewezen een onvervalste meester te zijn in het omzetten van zijn emoties naar muziek. Op Too Bright gebeurt dat - zoals we gewend zijn - weer fenomenaal, alleen is het scala van emoties vele malen breder. Dit betekent dus niet dat de troostende en tegelijkertijd grenzeloos treurige Mike van de vorige albums verdwenen is (merk bijvoorbeeld maar eens hoe je je adem inhoudt bij de uithalen in de indringende opener), maar gewoon dat zijn muziekpersoonlijkheid zich op een logische manier ontwikkeld heeft - hij durft zich van al zijn lelijke kanten te laten zien. Het nummer waarin dit het beste tot uiting komt is in het echt weergaloze My Body, een nummer waar Hadreas zijn stem op een bijna schizofrene manier manoeuvreert tussen een plechtige kwetsbaarheid in het couplet en een ronduit angstaanjagende dreiging in het (eenmalige) refrein - met een compleet dissonante falsetto over een bas die je trommelvliezen doet trillen laat hij eindelijk echt rechtstreeks horen hoe het getergde deel van zijn hoofd klinkt.
Perfume Genius op zijn eerste en tweede album betekent diep ontroerende en (voor mij) extreem herkenbare muziek die je als een hele goede vriend net zo lang vergezelt tot alle zorgen uit je hoofd zijn (want troostend is het toch, ondanks al die ellende). Perfume Genius op Too Bright is die hele goede vriend, die na al die jaren de onaangename kronkels in zijn hoofd bezingen eindelijk die kronkels recht op jou richt, zonder enige censuur. Mooi is het zeker niet altijd, maar godsgruwelijk indringend ondertussen wel.
Klein aanhangseltje: als je bij Fool hoort hoe hij alle verlegenheid die hij op de vorige albums had opzij zet en zo'n geluid uit zijn strot tovert, dan raak je toch gewoon bijna plaatsvervangend trots op zo'n karakterontwikkeling, hoe raar dat ook klinkt.
Wat ik dan wel bedoel met het niet hoeven te wennen aan het nieuwe geluid? Nou ja, Hadreas heeft op zijn vorige albums bewezen een onvervalste meester te zijn in het omzetten van zijn emoties naar muziek. Op Too Bright gebeurt dat - zoals we gewend zijn - weer fenomenaal, alleen is het scala van emoties vele malen breder. Dit betekent dus niet dat de troostende en tegelijkertijd grenzeloos treurige Mike van de vorige albums verdwenen is (merk bijvoorbeeld maar eens hoe je je adem inhoudt bij de uithalen in de indringende opener), maar gewoon dat zijn muziekpersoonlijkheid zich op een logische manier ontwikkeld heeft - hij durft zich van al zijn lelijke kanten te laten zien. Het nummer waarin dit het beste tot uiting komt is in het echt weergaloze My Body, een nummer waar Hadreas zijn stem op een bijna schizofrene manier manoeuvreert tussen een plechtige kwetsbaarheid in het couplet en een ronduit angstaanjagende dreiging in het (eenmalige) refrein - met een compleet dissonante falsetto over een bas die je trommelvliezen doet trillen laat hij eindelijk echt rechtstreeks horen hoe het getergde deel van zijn hoofd klinkt.
Perfume Genius op zijn eerste en tweede album betekent diep ontroerende en (voor mij) extreem herkenbare muziek die je als een hele goede vriend net zo lang vergezelt tot alle zorgen uit je hoofd zijn (want troostend is het toch, ondanks al die ellende). Perfume Genius op Too Bright is die hele goede vriend, die na al die jaren de onaangename kronkels in zijn hoofd bezingen eindelijk die kronkels recht op jou richt, zonder enige censuur. Mooi is het zeker niet altijd, maar godsgruwelijk indringend ondertussen wel.
Klein aanhangseltje: als je bij Fool hoort hoe hij alle verlegenheid die hij op de vorige albums had opzij zet en zo'n geluid uit zijn strot tovert, dan raak je toch gewoon bijna plaatsvervangend trots op zo'n karakterontwikkeling, hoe raar dat ook klinkt.
Portishead - Third (2008)

4,0
0
geplaatst: 16 februari 2012, 19:07 uur
Verstikkende electronica maken: het was een tijdje in en Third voldoet aan alle voorwaarden.
Bij opener Silence, een sombere klaagzang met ietwat snijdende gitaren en violen dringt het ene na het andere sfeerbeeld van lekker deprimerende, grauwe levens in met uitlaatgassen bewolkte voorsteden zich op. Hier al wordt het duidelijk dat voor vertederende liefdesliedjes (hoewel de teksten, geschreven door bij vlagen engelachtige zangeres Gibbons, soms verrassend teder zijn) nauwelijks ruimte is.
Qua vrolijkheid niet erg veel beter op; opvolger Hunter heeft in de coupletten misschien een wat loungy sfeertje, maar de brommende gitaren maken het totaalplaatje meer als een soort denderende hoofdpijn op een zomerse middag met vrolijk fluitende vogeltjes terwijl je lichamelijk en stiekem geestelijk ook kapot op bed ligt. Alleen in het anderhalve minuut durende en slechts met ukelele ondersteunde Deep Water is er ruimte voor wat warmte en juist doordat het als zo'n welkome afwisseling komt, is het één van de hoogtepunten op deze plaat.
Eén van de. Want zijn voorganger en opvolger zijn minstens even goed, zo niet beter, hoewel ze hun sfeer delen. We Carry On en Machine Gun zijn allebei de deprimerende grauwheid zelve, met in eerstgenoemde een mechanisch motiefje en zachtjes bonkende drums die samen dissonante, soms zelfs lelijke melodielijnen slordig aan elkaar plakken. In de tweede heerst een epileptische drumbeat die de stem van de plechtig klinkende Gibbons een ronduit verontrustend effect geeft; beide nummers geven je bijna een angst voor de ingezakte nieuwbouwwijken en rook uitspuwende monsterfabrieken die Third u als geen ander kan laten zien.
Ook op melodisch vlak blinkt Portishead hier uit; de eigenwijze en originele melodieën vinden een perfect evenwicht tussen angstaanjagend en meefluitbaar en helpen alleen maar mee met de opbouw van dit album. Daarnaast is het scala van instrumenten in de vorm van roffelende percussie op de achtergrond van soms heldere en soms snijdende gitaren en synths perfect uitgekozen.
Toch kan Third niet voor zijn hele speelduur overtuigen. Niet omdat de sfeer verflauwt, ook niet omdat de ruimte afwisseling te krap wordt - om dit tegen te gaan wordt er tegen het einde, naast het anderhalve minuut durende intermezzootje, met Magic Doors een ongrijpbaar, psychedelisch stukje eigenzinnigheid neergezet. Het probleem is eerder gewoon dat het allemaal na een tijdje echt te intens wordt; de klagende stem van Gibbons gaat plotseling toch echt te veel op een huilende oudtante lijken en de instrumentatie doet plotseling toch echt wanhopig verlangen naar even rondrollen in een bloemenveldje, al helemaal tijdens het duo The Rip en Plastic die door hun gebrek aan subtiliteit en spannende melodieën - hier wel - eigenlijk gewoon missers zijn.
Nog een kenmerk van de soms te ver doorgedraafde drang naar experiment is het abrupte einde van nummers zoals bijvoorbeeld in de opener, waar ik keer op keer toch wat beduusd uit mijn zorgvuldig opgebouwde onheilroes kom doordat de melodie plots vrolijk wordt afgebroken. Een fatsoenlijk einde hiervoor had er met de creativiteit van deze heren en dame wel afgekund, dacht ik zo.
Al bij al een meer dan prima retourtje troosteloosheid, met momenten die zo overdonderend goed zijn dat het des te jammerder is dat de imperfecties soms zo duidelijk naar voren komen.
Bij opener Silence, een sombere klaagzang met ietwat snijdende gitaren en violen dringt het ene na het andere sfeerbeeld van lekker deprimerende, grauwe levens in met uitlaatgassen bewolkte voorsteden zich op. Hier al wordt het duidelijk dat voor vertederende liefdesliedjes (hoewel de teksten, geschreven door bij vlagen engelachtige zangeres Gibbons, soms verrassend teder zijn) nauwelijks ruimte is.
Qua vrolijkheid niet erg veel beter op; opvolger Hunter heeft in de coupletten misschien een wat loungy sfeertje, maar de brommende gitaren maken het totaalplaatje meer als een soort denderende hoofdpijn op een zomerse middag met vrolijk fluitende vogeltjes terwijl je lichamelijk en stiekem geestelijk ook kapot op bed ligt. Alleen in het anderhalve minuut durende en slechts met ukelele ondersteunde Deep Water is er ruimte voor wat warmte en juist doordat het als zo'n welkome afwisseling komt, is het één van de hoogtepunten op deze plaat.
Eén van de. Want zijn voorganger en opvolger zijn minstens even goed, zo niet beter, hoewel ze hun sfeer delen. We Carry On en Machine Gun zijn allebei de deprimerende grauwheid zelve, met in eerstgenoemde een mechanisch motiefje en zachtjes bonkende drums die samen dissonante, soms zelfs lelijke melodielijnen slordig aan elkaar plakken. In de tweede heerst een epileptische drumbeat die de stem van de plechtig klinkende Gibbons een ronduit verontrustend effect geeft; beide nummers geven je bijna een angst voor de ingezakte nieuwbouwwijken en rook uitspuwende monsterfabrieken die Third u als geen ander kan laten zien.
Ook op melodisch vlak blinkt Portishead hier uit; de eigenwijze en originele melodieën vinden een perfect evenwicht tussen angstaanjagend en meefluitbaar en helpen alleen maar mee met de opbouw van dit album. Daarnaast is het scala van instrumenten in de vorm van roffelende percussie op de achtergrond van soms heldere en soms snijdende gitaren en synths perfect uitgekozen.
Toch kan Third niet voor zijn hele speelduur overtuigen. Niet omdat de sfeer verflauwt, ook niet omdat de ruimte afwisseling te krap wordt - om dit tegen te gaan wordt er tegen het einde, naast het anderhalve minuut durende intermezzootje, met Magic Doors een ongrijpbaar, psychedelisch stukje eigenzinnigheid neergezet. Het probleem is eerder gewoon dat het allemaal na een tijdje echt te intens wordt; de klagende stem van Gibbons gaat plotseling toch echt te veel op een huilende oudtante lijken en de instrumentatie doet plotseling toch echt wanhopig verlangen naar even rondrollen in een bloemenveldje, al helemaal tijdens het duo The Rip en Plastic die door hun gebrek aan subtiliteit en spannende melodieën - hier wel - eigenlijk gewoon missers zijn.
Nog een kenmerk van de soms te ver doorgedraafde drang naar experiment is het abrupte einde van nummers zoals bijvoorbeeld in de opener, waar ik keer op keer toch wat beduusd uit mijn zorgvuldig opgebouwde onheilroes kom doordat de melodie plots vrolijk wordt afgebroken. Een fatsoenlijk einde hiervoor had er met de creativiteit van deze heren en dame wel afgekund, dacht ik zo.
Al bij al een meer dan prima retourtje troosteloosheid, met momenten die zo overdonderend goed zijn dat het des te jammerder is dat de imperfecties soms zo duidelijk naar voren komen.
