MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten dafit als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Daniël Lohues - Vlier (2018)

poster
Uit mijn tweewekelijkse muziekmail over beste nieuwe albums en tracks:

Het moet op Koninginnedag van 1998 zijn geweest. Ik was nog net geen 16 en ging samen met mijn jongere neef naar het podium van 3FM op het Rembrandtplein in Amsterdam. Daar zou ik voor het eerst van mijn leven een paar grote artiesten in het echt gaan zien. We keken vooral uit naar het slotoptreden van Anouk, die een jaar eerder een grote hit scoorde met Nobody’s Wife. Gelukkig mocht het voorprogramma, met optredens van Volumia!, Close II You, Nilsson en Skik, er ook wezen. Na afloop praten we vooral na over Anouk en soms ook over haar muziek. Maar die Drentse band Skik, waar we eigenlijk alleen Op Fietse van kenden, maakte toch ook wel indruk. Betonpaolties, betonpaolties bennen kut!, schreeuwde zanger Daniël Lohues op het podium. En even later zongen we mee uit volle borst: Dreuge worst, dreuge worst / ‘k zol nie weten wat ik zunder mos en ’t is klotenweer klotenweer, kloot kloot klotenweer!

Nu, twintig jaar later, is er niet eens zo gek veel veranderd. Zanger Daniël Lohues brengt met de regelmaat van de klok ieder jaar een nieuw album uit en nog altijd zingt hij ongewoon mooi over de gewone dingen in het leven. Zo staan op zijn elfde soloalbum Vlier nummers over de volle maan en de A28.

Vorige week vertelde hij bij DWDD hoe hij na een bezoek aan Chicago door een paar simpele vlierbladeren tot het besef kwam dat hij niet in een grote stad, maar in Drenthe thuishoort. Mar ik heur hier, zong hij prachtig op een vleugel voor 1,5 miljoen kijkers (video). In De Volkskrant werd Lohues al toepasselijk de Saksische Randy Newman genoemd.

Een van de meest aanstekelijke nummers van zijn nieuwe album, waarop hij weer moeiteloos schakelt tussen pop, rock, country en blues, vind ik Ondergrondse hutte met pakkend refrein. Hopelijk trekt Lohues zich daar nooit helemaal in terug en blijft hij ons ook de komende twintig jaar verblijden met zijn prachtnummers.

De Staat - Bubble Gum (2019)

poster
3,5
Uit Popcorn #26, mijn tweewekelijkse nieuwsbrief over de beste nieuwe popmuziek (aanmelden kan hier):

De Staat verkent al jaren de grenzen van de rockmuziek en gaat daar op Bubble Gum vrolijk mee door. De Nijmeegse band maakt op deze vijfde plaat nog meer gebruik van knarsende elektronica en groots klinkende synthesizers en het resultaat is opwindend.

Naast de uitstekende singles - het spannende KITTY KITTY, het stuiterende Mona Lisa en het dreigende én fraai gezongen Phoenix - zoekt de band ook op andere nummers het avontuur. In Me Time lijkt het zelfs alsof De Staat binnen komt marcheren op een Thunderdome-feest. Gaat dit te ver? Zeker, maar af en toe moet je uit de bocht vliegen als je grenzen wilt verleggen. En reken maar dat deze beuker het goed gaat doen bij optredens.

Helaas zijn er ook enkele missers: het wat irritante Pikachu en de wat zuigende lange afsluiter Luther. Daar staan dan weer Tie Me Down - een fraai duet met Luwten - en het hard rockende I'm Out Of Your Mind tegenover. Genoeg sterk materiaal om de komende maanden heel wat zalen en festivals plat te spelen. Gaat de Popprijs 2019 naar De Staat? Helemaal geen gekke voorspelling.

Durand Jones & The Indications - American Love Call (2019)

poster
4,0
Uit mijn tweewekelijkse nieuwsbrief over de beste nieuwe popmuziek (aanmelden kan hier):

Sinds het Daptone-succes van Sharon Jones en Charles Bradley zoekt een flinke golf aan artiesten naar het soulgeluid uit de jaren zestig. Een van de vaandeldragers van deze retro-soul is Durand Jones & The Indications. De in New Orleans opgegroeide Jones nam enkele jaren geleden met eenvoudige middelen een rauwe, vaak swingende en funky soulplaat op.

Opvolger American Love Call klinkt door de inbreng van violen en achtergrondkoortjes een stuk zoeter en wat gepolijst. Daarnaast horen we steeds vaker de falset van drummer Aaron Frazer, zoals op het zwoele Court of Love - verleidelijk als Raphael Saadiq op The Way I See It (2008). Stuk voor stuk zijn de nummers uitstekend verzorgd, maar de band voegt weinig elementen toe aan de decennia oude soulmuziek. Desondanks geniet ik van deze zorgeloze retro-soul met de onverwoestbare stem van Jones.