Hier kun je zien welke berichten dafit als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Balthazar - Fever (2019)

4,0
0
geplaatst: 13 februari 2019, 10:24 uur
Uit mijn tweewekelijkse Popcorn-nieuwsbrief over de beste nieuwe album, singles en clips (aanmelden kan hier):
De Belgische band Balthazar bracht de afgelopen maanden een aantal geweldige singles uit: Entertainment met vrolijk fluitdeuntje, het muzikaal spannende Fever, I’m Never Gonna Let You Down met een gitaar die aan je oren kietelt en het ook al zo sterke Wrong Vibration. Mijn verwachtingen voor het nieuwe album waren hierdoor zo hooggespannen dat Fever mij in eerste instantie wat tegenviel.
Gelukkig was ik iets te snel in mijn oordeel. Andere tracks zijn misschien net iets minder pakkend, maar als je wat meer de tijd neemt valt er genoeg moois te ontdekken. Zo dansen bliepjes vrolijk rond in Changes, heeft Wrong Face een fantastische baslijn en het wat dromerige Phone Number weet je in alle rust te verleiden. Fever is een knappe, broeierige plaat, waarmee Balthazar weer heel wat concertzalen en festivals gaat veroveren.
De Belgische band Balthazar bracht de afgelopen maanden een aantal geweldige singles uit: Entertainment met vrolijk fluitdeuntje, het muzikaal spannende Fever, I’m Never Gonna Let You Down met een gitaar die aan je oren kietelt en het ook al zo sterke Wrong Vibration. Mijn verwachtingen voor het nieuwe album waren hierdoor zo hooggespannen dat Fever mij in eerste instantie wat tegenviel.
Gelukkig was ik iets te snel in mijn oordeel. Andere tracks zijn misschien net iets minder pakkend, maar als je wat meer de tijd neemt valt er genoeg moois te ontdekken. Zo dansen bliepjes vrolijk rond in Changes, heeft Wrong Face een fantastische baslijn en het wat dromerige Phone Number weet je in alle rust te verleiden. Fever is een knappe, broeierige plaat, waarmee Balthazar weer heel wat concertzalen en festivals gaat veroveren.
Beach House - 7 (2018)

3,5
0
geplaatst: 30 mei 2018, 21:57 uur
Uit mijn tweewekelijkse Popcorn-nieuwsbrief over beste nieuwe albums en tracks:
Het Amerikaanse duo Beach House brengt inmiddels al ruim tien jaar dromerige popplaten, met Teen Dream uit 2010 als voorlopig hoogtepunt. Op hun vorige albums klonk hun muziek nog altijd fraai, maar inmiddels ook wel overbekend. De hoogste tijd voor een wat ander geluid. Op 7 brengt Beach House nog altijd dreampop, maar de nummers hebben toch net even een andere klankkleur. Zo doet opener Dark Spring mij met z'n gierende gitaren denken aan het voortdenderende No Cars Go van Arcade Fire. Veel andere nummers klinken net iets duisterder dan eerder werk; ze neigen soms naar shoegaze en in de productie is de stem van Victoria Legrand meer in de achtergrond gemixt. Meeslepende nummers als Myth, Take Care en Gila ontbreken, maar 7 is een intrigerende luisterervaring.
Het Amerikaanse duo Beach House brengt inmiddels al ruim tien jaar dromerige popplaten, met Teen Dream uit 2010 als voorlopig hoogtepunt. Op hun vorige albums klonk hun muziek nog altijd fraai, maar inmiddels ook wel overbekend. De hoogste tijd voor een wat ander geluid. Op 7 brengt Beach House nog altijd dreampop, maar de nummers hebben toch net even een andere klankkleur. Zo doet opener Dark Spring mij met z'n gierende gitaren denken aan het voortdenderende No Cars Go van Arcade Fire. Veel andere nummers klinken net iets duisterder dan eerder werk; ze neigen soms naar shoegaze en in de productie is de stem van Victoria Legrand meer in de achtergrond gemixt. Meeslepende nummers als Myth, Take Care en Gila ontbreken, maar 7 is een intrigerende luisterervaring.
Bear's Den - So That You Might Hear Me (2019)

4,0
0
geplaatst: 8 mei 2019, 10:29 uur
Uit mijn tweewekelijkse nieuwsbrief over de beste nieuwe popmuziek (aanmelden kan hier)
De Britse folkrockband Bear’s Den maakt een interessante ontwikkeling door. Op debuutalbum Islands (2014) klonken regelmatig de banjo’s waar Mumford & Sons zo groot mee zijn geworden. Die maakten op opvolger Red Earth & Pouring Rain (2016) plaats voor synthesizers en dat leverde een tegen The War On Drugs aanleunende grootse sound op.
Op hun derde plaat klinkt Bear’s Den meer ingetogen; alsof de band niet meer zo nodig in grote stadions wil eindigen. Openers Hiding Bottles en Fossils rocken nog enigszins, maar daarna ligt het tempo meestal lager. De prettige, warme stem van Andrew Davie is de grootste troef, waarmee hij vooral op het ontroerende Crow, Blankets Of Sorrow en Conversations With Ghosts met fraai pianospel weet te raken.
Ander hoogtepunten van dit afwisselende album zonder zwakke broeders zijn de sterke single Laurel Wreath en Evangeline, dat met trompet naar een climax toewerkt. De originaliteitsprijs gaat Bear’s Den nog altijd niet winnen, maar dit kleinere, sympathieke broertje van Snow Patrol heb ik wel in mijn hart gesloten.
De Britse folkrockband Bear’s Den maakt een interessante ontwikkeling door. Op debuutalbum Islands (2014) klonken regelmatig de banjo’s waar Mumford & Sons zo groot mee zijn geworden. Die maakten op opvolger Red Earth & Pouring Rain (2016) plaats voor synthesizers en dat leverde een tegen The War On Drugs aanleunende grootse sound op.
Op hun derde plaat klinkt Bear’s Den meer ingetogen; alsof de band niet meer zo nodig in grote stadions wil eindigen. Openers Hiding Bottles en Fossils rocken nog enigszins, maar daarna ligt het tempo meestal lager. De prettige, warme stem van Andrew Davie is de grootste troef, waarmee hij vooral op het ontroerende Crow, Blankets Of Sorrow en Conversations With Ghosts met fraai pianospel weet te raken.
Ander hoogtepunten van dit afwisselende album zonder zwakke broeders zijn de sterke single Laurel Wreath en Evangeline, dat met trompet naar een climax toewerkt. De originaliteitsprijs gaat Bear’s Den nog altijd niet winnen, maar dit kleinere, sympathieke broertje van Snow Patrol heb ik wel in mijn hart gesloten.
Benedict - You Can Tell Me Nothing That I Should (2020)

1
geplaatst: 13 maart 2020, 12:20 uur
Uit mijn tweewekelijkse Popcorn-nieuwsbrief over de beste nieuwe popmuziek (aanmelden kan hier):
Bij de eerste luisterbeurt van het debuutalbum van de Nederlandse band Benedict gingen mijn oren toch even klapperen. Al vanaf de eerste noten van opener You’ve Lost Me Before denk je: dit is The National. Zanger Martijn Smits zingt precies als Matt Berninger, maar dan met een iets minder diepe bariton. En dan die strakke drums in Finish The Wine. Zijn die geleend van The National-drummer Bryan Devendorf?
Hebben we hier te maken met een slechte rip-off van die populaire rockband? Nee, want daar doe je Benedict echt tekort mee. Daar steken de nummers domweg te goed voor in elkaar met een rijke instrumentatie. Zo horen we naast gitaar, piano en drum ook viool, trompet, trombone en cello. Daarnaast laat de band ook een ander geluid horen, onder meer op rustpunten See You Soon en afsluiter [36]. Tot slot heeft Martijn Smits ook een verhaal te vertellen: hij gaf een traumatische gebeurtenis - hij werd op 17-jarige leeftijd neergestoken - een plek op deze plaat. Benedict is een band die je nu moeiteloos in het voorprogramma van The National kunt programmeren, maar snel genoeg op eigen benen kan staan.
Bij de eerste luisterbeurt van het debuutalbum van de Nederlandse band Benedict gingen mijn oren toch even klapperen. Al vanaf de eerste noten van opener You’ve Lost Me Before denk je: dit is The National. Zanger Martijn Smits zingt precies als Matt Berninger, maar dan met een iets minder diepe bariton. En dan die strakke drums in Finish The Wine. Zijn die geleend van The National-drummer Bryan Devendorf?
Hebben we hier te maken met een slechte rip-off van die populaire rockband? Nee, want daar doe je Benedict echt tekort mee. Daar steken de nummers domweg te goed voor in elkaar met een rijke instrumentatie. Zo horen we naast gitaar, piano en drum ook viool, trompet, trombone en cello. Daarnaast laat de band ook een ander geluid horen, onder meer op rustpunten See You Soon en afsluiter [36]. Tot slot heeft Martijn Smits ook een verhaal te vertellen: hij gaf een traumatische gebeurtenis - hij werd op 17-jarige leeftijd neergestoken - een plek op deze plaat. Benedict is een band die je nu moeiteloos in het voorprogramma van The National kunt programmeren, maar snel genoeg op eigen benen kan staan.
Big Thief - Two Hands (2019)

3,5
0
geplaatst: 16 oktober 2019, 23:31 uur
Uit mijn tweewekelijkse nieuwsbrief over de beste nieuwe popmuziek (aanmelden kan hier):
In korte tijd groeide Big Thief uit tot een van de meest bejubelde bands van dit jaar. Dat komt allereerst door album U.F.O.F. met rustgevend, sprankelend gitaarspel en de wat breekbare, maar altijd intrigerende dromerige zang van Adrianne Lenker. Door het knappe, intense samenspel van de band bij optredens werd de status vergroot.
Amper vijf maanden na U.F.OF. is daar opeens al Two Hands, waarop Big Thief niet wezenlijk anders klinkt, maar het geluid wel verbreedt. Nummers als Forgotten Eyes, Shoulders en bovenal Not vlammen meer; de gitaren hebben meer pit. Op deze laatst genoemde single van zes minuten bewijst Big Thief ook een grungy geluid in huis te hebben. Hier klinkt de muziek opeens rauw en ongepolijst; alsof het nummer in één take is opgenomen tijdens een huiskamerconcert.
Gelukkig komen liefhebbers van de wat dromerige, rustigere kant van Big Thief ook genoeg aan hun trekken, zoals bij opener Rock and Sing, Replaced en Cut My Hair. Minpunt is de zang van Lenker in sommige nummers. Vaak genoeg intrigeert die wat onvaste stem van haar, maar in Wolf roept haar ‘Oooh’ vooral irritatie op. Of zoals mijn vrouw het lekker recht voor z'n raap, dodelijk verwoordde: “Wat is dit? Ik geloof dat ik die hoge stem niet echt prettig vind.”
In korte tijd groeide Big Thief uit tot een van de meest bejubelde bands van dit jaar. Dat komt allereerst door album U.F.O.F. met rustgevend, sprankelend gitaarspel en de wat breekbare, maar altijd intrigerende dromerige zang van Adrianne Lenker. Door het knappe, intense samenspel van de band bij optredens werd de status vergroot.
Amper vijf maanden na U.F.OF. is daar opeens al Two Hands, waarop Big Thief niet wezenlijk anders klinkt, maar het geluid wel verbreedt. Nummers als Forgotten Eyes, Shoulders en bovenal Not vlammen meer; de gitaren hebben meer pit. Op deze laatst genoemde single van zes minuten bewijst Big Thief ook een grungy geluid in huis te hebben. Hier klinkt de muziek opeens rauw en ongepolijst; alsof het nummer in één take is opgenomen tijdens een huiskamerconcert.
Gelukkig komen liefhebbers van de wat dromerige, rustigere kant van Big Thief ook genoeg aan hun trekken, zoals bij opener Rock and Sing, Replaced en Cut My Hair. Minpunt is de zang van Lenker in sommige nummers. Vaak genoeg intrigeert die wat onvaste stem van haar, maar in Wolf roept haar ‘Oooh’ vooral irritatie op. Of zoals mijn vrouw het lekker recht voor z'n raap, dodelijk verwoordde: “Wat is dit? Ik geloof dat ik die hoge stem niet echt prettig vind.”
Big Thief - U.F.O.F. (2019)

4,0
1
geplaatst: 30 mei 2019, 08:54 uur
Uit mijn tweewekelijkse nieuwsbrief over de beste nieuwe popmuziek (inschrijven kan hier):
Vorig jaar wist Adrianne Lenker mij te raken met een intiem en donker album met hypnotiserend, akoestisch gitaarspel voor liefhebbers van Nick Drake en Elliot Smith. In haar band Big Thief krijgt ze ondersteuning van Buck Meek (gitaar), Max Oleartchik (bass) en James Krivchenia (drum). Dat levert aanvankelijk niet eens een heel ander geluid op in openingstrack Contact. Ook hier staat de wat ijle fluisterzang van Lenker centraal. Maar dan, een minuut voor het einde, klinkt als een donderslag bij heldere hemel een harde schreeuw. Opeens klinken gitaren een stuk dreigender. Wat een binnenkomer.
Wie als luisteraar verwacht tijdens de overige elf nummers met ultrakorte titels als Strange, Orange en Jenni nog eens zo opgeschrikt te worden, komt bedrogen uit. Draai de rest van deze plaat met een gerust hart voor het slapengaan en laat je langzaam bedwelmen door het rustgevende, sprankelende gitaarspel en de wat breekbare, maar altijd intrigerende dromerige zang van Lenker. Vooral single UFOF, Cattails, Open Desert, Terminal Paradise en Betsy (met lage zangstem) zijn betoverend mooi.
Vorig jaar wist Adrianne Lenker mij te raken met een intiem en donker album met hypnotiserend, akoestisch gitaarspel voor liefhebbers van Nick Drake en Elliot Smith. In haar band Big Thief krijgt ze ondersteuning van Buck Meek (gitaar), Max Oleartchik (bass) en James Krivchenia (drum). Dat levert aanvankelijk niet eens een heel ander geluid op in openingstrack Contact. Ook hier staat de wat ijle fluisterzang van Lenker centraal. Maar dan, een minuut voor het einde, klinkt als een donderslag bij heldere hemel een harde schreeuw. Opeens klinken gitaren een stuk dreigender. Wat een binnenkomer.
Wie als luisteraar verwacht tijdens de overige elf nummers met ultrakorte titels als Strange, Orange en Jenni nog eens zo opgeschrikt te worden, komt bedrogen uit. Draai de rest van deze plaat met een gerust hart voor het slapengaan en laat je langzaam bedwelmen door het rustgevende, sprankelende gitaarspel en de wat breekbare, maar altijd intrigerende dromerige zang van Lenker. Vooral single UFOF, Cattails, Open Desert, Terminal Paradise en Betsy (met lage zangstem) zijn betoverend mooi.
Bill Fay - Countless Branches (2020)

2,5
0
geplaatst: 20 januari 2020, 21:02 uur
Vooralsnog vind ik dit een forse tegenvaller. Life is People is nog altijd een van mijn favoriete platen van de jaren 10, maar dit album kan voorlopig niet eens in de schaduw daarvan staan. De rijke arrangementen zijn verdwenen, de composities zijn niet heel sterk en de stem van Fay heeft een flink jasje uitgedaan. Een andere producer had deze plaat wellicht naar een hoger plan kunnen tillen. Nu word ik bij de eerste paar luisterbeurten maar niet geraakt. Jammer hoor. Nog maar eens luisteren, maar ik zie het somber in...
Billie Eilish - WHEN WE ALL FALL ASLEEP, WHERE DO WE GO? (2019)

4,0
1
geplaatst: 3 april 2019, 13:41 uur
Uit mijn tweewekelijkse nieuwsbrief over de beste nieuwe popmuziek (aanmelden kan hier):
16 miljoen volgers op Instagram, 10 miljoen abonnees op YouTube en een paar miljard streams op Spotify. Het is ongekend hoe de 17-jarige Billie Eilish in korte tijd is uitgegroeid tot wereldster. En dat met duistere videoclips (met spinnen op haar lichaam, ‘zwarte tranen’ over haar gezicht en naalden in haar rug), donkere muziek en een opvallend uiterlijk (blauw haar, vaak zwarte kleding en een wat moet je van me-blik). Na vele singles is daar het langverwachte debuutalbum van dit eigenzinnige idool en dat is verrassend sterk.
Allereerst valt de productie door Eilish’ 21-jarige broer Finneas O'Connell (ook bekend van Glee) op. De bassen zijn vaak zo diep dat de afzuigkap waar onze JBL-speaker op staat begint te trillen, zoals bij prijssingle Bad Guy. Het dynamische xanny doet met Eilish’ vervormde stem en lage dreunen zelfs even denken aan Low’s Double Negative. Toegankelijker zijn het vrolijke All The Good Girls Go To Hell en het slepende Wish You Were Gay.
Eilish onderscheidt zich ook met haar ingehouden, haast fluisterende zang. Haar persoonlijke, vrij donkere teksten hebben geen groot volume nodig om te imponeren. Dat bleek ook tijdens haar optreden bij The Ellen Show, zingend op een stoel in het water.
De tienerster overtuigt het meest op de eerste helft van haar album, waar muzikaal genoeg gebeurt. De nummers aan het slot met minimale begeleiding zijn mooi, maar beklijven minder. Het is slechts een smet op een zeer volwassen droomdebuut. Billie Eilish is een hype en dat is volkomen terecht.
16 miljoen volgers op Instagram, 10 miljoen abonnees op YouTube en een paar miljard streams op Spotify. Het is ongekend hoe de 17-jarige Billie Eilish in korte tijd is uitgegroeid tot wereldster. En dat met duistere videoclips (met spinnen op haar lichaam, ‘zwarte tranen’ over haar gezicht en naalden in haar rug), donkere muziek en een opvallend uiterlijk (blauw haar, vaak zwarte kleding en een wat moet je van me-blik). Na vele singles is daar het langverwachte debuutalbum van dit eigenzinnige idool en dat is verrassend sterk.
Allereerst valt de productie door Eilish’ 21-jarige broer Finneas O'Connell (ook bekend van Glee) op. De bassen zijn vaak zo diep dat de afzuigkap waar onze JBL-speaker op staat begint te trillen, zoals bij prijssingle Bad Guy. Het dynamische xanny doet met Eilish’ vervormde stem en lage dreunen zelfs even denken aan Low’s Double Negative. Toegankelijker zijn het vrolijke All The Good Girls Go To Hell en het slepende Wish You Were Gay.
Eilish onderscheidt zich ook met haar ingehouden, haast fluisterende zang. Haar persoonlijke, vrij donkere teksten hebben geen groot volume nodig om te imponeren. Dat bleek ook tijdens haar optreden bij The Ellen Show, zingend op een stoel in het water.
De tienerster overtuigt het meest op de eerste helft van haar album, waar muzikaal genoeg gebeurt. De nummers aan het slot met minimale begeleiding zijn mooi, maar beklijven minder. Het is slechts een smet op een zeer volwassen droomdebuut. Billie Eilish is een hype en dat is volkomen terecht.
Blake Mills - Mutable Set (2020)

4,0
0
geplaatst: 15 mei 2020, 23:41 uur
Uit mijn tweewekelijkse nieuwsbrief over de beste nieuwe popmuziek (aanmelden kan hier):
Op feestjes zijn er altijd mensen die het hoogste woord hebben en types die liever stilletjes in een hoekje wegkruipen. Blake Mills lijkt op zijn vierde album Mutable Set een muzikant van de tweede soort. Hij zingt fluisterzacht met een wat onvaste, breekbare stem die regelmatig aan Elliott Smith doet denken. Schuchter en verlegen.
Ook muzikaal schuwt deze artiest, die eerder als gitarist en producer samenwerkte met onder meer Alabama Shakes, Perfume Genius, Laura Marling en Lana Del Rey, grote gebaren. Liever wekt hij met een sobere instrumentatie een bijzonder sfeer op. Zo werkt het hypnotiserende Money Is The One True Good met slechts enkele repeterende noten toe naar een subtiele climax, waarin pianoklanken in elektronica gedrenkt worden. Ander hoogtepunt is het aangrijpende Summer All Over over klimaatverandering, een nummer dat hij schreef na de bosbranden in zijn staat Californië.
Het is knap hoe Mills met minimale middelen, zoals enkele akkoorden op piano of gitaar, muziek van grote schoonheid maakt. Dit is geen gangmaker voor een feestje, maar wel een intieme, verstilde plaat die langzaam onder je huid kruipt en je niet snel loslaat.
Op feestjes zijn er altijd mensen die het hoogste woord hebben en types die liever stilletjes in een hoekje wegkruipen. Blake Mills lijkt op zijn vierde album Mutable Set een muzikant van de tweede soort. Hij zingt fluisterzacht met een wat onvaste, breekbare stem die regelmatig aan Elliott Smith doet denken. Schuchter en verlegen.
Ook muzikaal schuwt deze artiest, die eerder als gitarist en producer samenwerkte met onder meer Alabama Shakes, Perfume Genius, Laura Marling en Lana Del Rey, grote gebaren. Liever wekt hij met een sobere instrumentatie een bijzonder sfeer op. Zo werkt het hypnotiserende Money Is The One True Good met slechts enkele repeterende noten toe naar een subtiele climax, waarin pianoklanken in elektronica gedrenkt worden. Ander hoogtepunt is het aangrijpende Summer All Over over klimaatverandering, een nummer dat hij schreef na de bosbranden in zijn staat Californië.
Het is knap hoe Mills met minimale middelen, zoals enkele akkoorden op piano of gitaar, muziek van grote schoonheid maakt. Dit is geen gangmaker voor een feestje, maar wel een intieme, verstilde plaat die langzaam onder je huid kruipt en je niet snel loslaat.
Boy Harsher - Careful (2019)

4,0
0
geplaatst: 13 februari 2019, 10:21 uur
Uit mijn tweewekelijkse Popcorn-nieuwsbrief over de beste nieuwe popmuziek (aanmelden kan hier):
Deze mix van dark/cold wave en synthpop roept beelden op van donkere steegjes waar heroïnespuiten op de grond liggen en rode neonverlichting achter de ramen brandt. Een naargeestige plek waar je beter niet kunt zijn, maar ook een aantrekkelijke spanning oproept. In de vrij obscure bijbehorende videoclip belanden we in de wonderlijke wereld van twee webcamgirls, van wie één een soort getatoeëerde baard heeft.
Op het onlangs verschenen album Careful brengt Boy Harsher tien van dit soort donkere, doorgaans dansbare tracks die jaren tachtig-bands als New Order, Depeche Mode en Eurythmics in herinnering roepen. Toch klinkt de muziek van het duo uit Massachusetts fris en vernieuwend: synthesizers wisselen steeds van kleur - soms bewust vals en unheimisch - en drumcomputers zorgen voor een stevige, industriële sound. Maar het meest onderscheidend is de sensuele, smachtende en soms kreunende zang van Jae Matthews, die een nachtclub diep in de nacht in vuur en vlam kan zetten.
De afgelopen jaren bouwde Boy Harsher al een behoorlijke naam op in het clubcircuit, met het ronkende Pain als belangrijkste wapenfeit. Deze nieuwe plaat bevat met Face The Fire, Fate (doet wat denken aan Sweet Dreams), LA en Come Closer genoeg nieuwe krakers, die worden afgewisseld met filmische rustpunten. Dompel je tijdens deze donkere dagen onder in deze duistere en zeer dansbare plaat en je gaat vanzelf weer het licht zien.
Deze mix van dark/cold wave en synthpop roept beelden op van donkere steegjes waar heroïnespuiten op de grond liggen en rode neonverlichting achter de ramen brandt. Een naargeestige plek waar je beter niet kunt zijn, maar ook een aantrekkelijke spanning oproept. In de vrij obscure bijbehorende videoclip belanden we in de wonderlijke wereld van twee webcamgirls, van wie één een soort getatoeëerde baard heeft.
Op het onlangs verschenen album Careful brengt Boy Harsher tien van dit soort donkere, doorgaans dansbare tracks die jaren tachtig-bands als New Order, Depeche Mode en Eurythmics in herinnering roepen. Toch klinkt de muziek van het duo uit Massachusetts fris en vernieuwend: synthesizers wisselen steeds van kleur - soms bewust vals en unheimisch - en drumcomputers zorgen voor een stevige, industriële sound. Maar het meest onderscheidend is de sensuele, smachtende en soms kreunende zang van Jae Matthews, die een nachtclub diep in de nacht in vuur en vlam kan zetten.
De afgelopen jaren bouwde Boy Harsher al een behoorlijke naam op in het clubcircuit, met het ronkende Pain als belangrijkste wapenfeit. Deze nieuwe plaat bevat met Face The Fire, Fate (doet wat denken aan Sweet Dreams), LA en Come Closer genoeg nieuwe krakers, die worden afgewisseld met filmische rustpunten. Dompel je tijdens deze donkere dagen onder in deze duistere en zeer dansbare plaat en je gaat vanzelf weer het licht zien.
Bright Eyes - Down in the Weeds, Where the World Once Was (2020)

4,0
3
geplaatst: 27 augustus 2020, 00:01 uur
Uit mijn tweewekelijkse Popcorn-nieuwsbrief over de beste nieuwe popmuziek (aanmelden kan hier):
In de jaren nul groeide Conor Oberst met zijn band Bright Eyes uit tot misschien wel de belangrijkste folkzanger en singer-songwriter van zijn generatie. I’m Wide Awake, It’s Morning werd in 2005 zelfs “het urgentste popalbum sinds Nevermind” in NRC genoemd. Na het veel mindere The People’s Key (2011) ging Oberst solo verder en helaas haalde het ‘wonderkind’ - zoals hij vaak wordt genoemd - nooit meer het niveau van zijn Bright Eyes-tijd.
Nu, bijna tien jaar later, is er Down in the Weeds, Where The World Once Was. Het goede nieuws: het is een echte Bright Eyes-plaat met vertrouwde elementen als emotionele zang, gekke geluidsfragmenten en spitsvondige teksten. Neem alleen al deze vintage Oberst-regel uit het eerste couplet van Mariane Trench: “Where selfishness is currency / People spend more than they make”.
Wat opvalt is dat Bright Eyes meer grof geschut inzet dan voorheen. Veel nummers zijn voorzien van grootse orkestrale arrangementen met veel violen en trompetten en op Persona Non Grata duiken zelfs doedelzakken op. En dan is er nog dat wat vreemde koortje dat de climax van Dance and Sing opsiert. De productie is soms zo overvol dat nummers dreigen te bezwijken onder wel erg veel bombast, maar dat gebeurt net niet. Wel snak je soms naar een rustmoment.
Een wonderschoon klein liedje als First Day Of My Life, waarop Oberst eerder betoverde met weinig meer dan zijn stem en gitaar, ontbreekt helaas. Wel neemt hij wat gas terug op het sober getoonzette Pan and Broom en Hot Car in the Sun. Uiteindelijk zijn het toch vooral de groots opgezette en meeslepende nummers die zich het meest kunnen meten met het beste Bright Eyes-werk, zoals de orkestrale wals van Comet Song - een feestelijk slotakkoord. Dit is een bruisende comebackplaat die luisteraars wakker schudt. I’m Wide Awake, It’s Morning!
In de jaren nul groeide Conor Oberst met zijn band Bright Eyes uit tot misschien wel de belangrijkste folkzanger en singer-songwriter van zijn generatie. I’m Wide Awake, It’s Morning werd in 2005 zelfs “het urgentste popalbum sinds Nevermind” in NRC genoemd. Na het veel mindere The People’s Key (2011) ging Oberst solo verder en helaas haalde het ‘wonderkind’ - zoals hij vaak wordt genoemd - nooit meer het niveau van zijn Bright Eyes-tijd.
Nu, bijna tien jaar later, is er Down in the Weeds, Where The World Once Was. Het goede nieuws: het is een echte Bright Eyes-plaat met vertrouwde elementen als emotionele zang, gekke geluidsfragmenten en spitsvondige teksten. Neem alleen al deze vintage Oberst-regel uit het eerste couplet van Mariane Trench: “Where selfishness is currency / People spend more than they make”.
Wat opvalt is dat Bright Eyes meer grof geschut inzet dan voorheen. Veel nummers zijn voorzien van grootse orkestrale arrangementen met veel violen en trompetten en op Persona Non Grata duiken zelfs doedelzakken op. En dan is er nog dat wat vreemde koortje dat de climax van Dance and Sing opsiert. De productie is soms zo overvol dat nummers dreigen te bezwijken onder wel erg veel bombast, maar dat gebeurt net niet. Wel snak je soms naar een rustmoment.
Een wonderschoon klein liedje als First Day Of My Life, waarop Oberst eerder betoverde met weinig meer dan zijn stem en gitaar, ontbreekt helaas. Wel neemt hij wat gas terug op het sober getoonzette Pan and Broom en Hot Car in the Sun. Uiteindelijk zijn het toch vooral de groots opgezette en meeslepende nummers die zich het meest kunnen meten met het beste Bright Eyes-werk, zoals de orkestrale wals van Comet Song - een feestelijk slotakkoord. Dit is een bruisende comebackplaat die luisteraars wakker schudt. I’m Wide Awake, It’s Morning!
Brittany Howard - Jaime (2019)

3,5
0
geplaatst: 11 oktober 2019, 12:35 uur
Alabama Shakes-zangeres Brittany Howard verschiet op haar eerste solo-album Jaime als een kameleon van kleur. Zo klinkt ze op Short and Sweet als Nina Simone, op Baby als D'Angelo en op 13th Century Metal schreeuwt ze als een dominee van de kansel dat we allemaal brothers and sisters zijn. Ook muzikaal vliegt het alle kanten op: van opzwepende funk (History Repeats), jazz, soul tot power ballads (Run to Me had zo van Prince kunnen zijn). Deze plaat is een afwisselende, enerverende, weinig subtiele roller coaster.
Hoogtepunt is single Stay High, waarop Howards stem prachtig de hoogte in schiet en begeleid wordt door gitaar, hobbelende drum en een bescheiden achtergrondkoortje. Hier is haar sound perfect in balans.
Hoogtepunt is single Stay High, waarop Howards stem prachtig de hoogte in schiet en begeleid wordt door gitaar, hobbelende drum en een bescheiden achtergrondkoortje. Hier is haar sound perfect in balans.
Bruce Springsteen - Letter to You (2020)

4,5
3
geplaatst: 28 oktober 2020, 20:33 uur
Uit mijn tweewekelijkse nieuwsbrief over de beste nieuwe popmuziek (aanmelden kan hier):
Kunnen we ooit weer met 60.000 man dik op elkaar gepakt een concert van Bruce Springsteen en zijn legendarische E Street Band bijwonen? Door corona lijkt dat nog onbestaanbaar en wat is dat pijnlijk. Want er is geen andere artiest die met zijn band het publiek in een paar uur tijd zo op kan tillen en energie meegeven, waar je jaren mee voort kunt. Gelukkig heeft Springsteen die energie samengebald op zijn nieuwe album, waarop het lijkt alsof zijn zevenkoppige band in je huiskamer staat.
Wat is het een goede zet dat hij voor Letter To You weer eens met zijn E Street Band de studio in is gedoken. Geen eindeloos opnameproces, maar gewoon een paar dagen met elkaar rocken. En met plezier, dat hoor je duidelijk aan dit album af. Eindelijk klinkt weer het vertrouwde grootse live-bandgeluid. Zo is het heerlijk om aan het slot van Last Man Standing als vanouds de saxofoon te horen schetteren. Ook de gitaarsolo van Nils Lofgren op Burnin’ Train is vintage E Street Band; wat zou dit een fijne opwarmer bij een Springsteen-concert zijn.
Opvallend dat de band ook gebruikmaakt van drie Springsteen-nummers die al bijna vijftig jaar in de kast lagen: het epische Janey Needs a Shooter en If I Was the Priest - allebei bijna 7 minuten lang - en Song for Orphans met heerlijke mondharmonica. Het zijn alle drie pareltjes en je vraagt je af wat er er nog meer voor moois in zijn archief ligt.
Springsteen grijpt niet alleen terug naar de muziek en het geluid van zijn begindagen, maar kijkt ook in zijn teksten terug naar wat achter hem ligt. Op de ingetogen openingstrack One Minute You’re Here - wat ontsierd door een lelijke fade out - blikt hij terug op het verlies van dierbare bandleden, onder wie Danny Federici (2008), Clarence Clemons (2011) en George Theiss (2018; uit zijn eerste band The Castiles). “I thought I knew just who I was /And what I’d do but I was wrong / One minutе you’re here / Nеxt minute you’re gone”, zingt hij.
Dit verlies van dierbaren en ouderdom zijn belangrijke thema’s op het album, maar die weet hij elders te verwerken in nummers waar de levenslust van afstraalt. De 71-jarige zanger klinkt op het daverende Letter To You nog dusdanig vitaal dat we mogen blijven dromen dat we ooit nog eens live kunnen zien hoe hij zijn ‘House Of A Thousand Guitars’ in vuur en vlam zet.
Kunnen we ooit weer met 60.000 man dik op elkaar gepakt een concert van Bruce Springsteen en zijn legendarische E Street Band bijwonen? Door corona lijkt dat nog onbestaanbaar en wat is dat pijnlijk. Want er is geen andere artiest die met zijn band het publiek in een paar uur tijd zo op kan tillen en energie meegeven, waar je jaren mee voort kunt. Gelukkig heeft Springsteen die energie samengebald op zijn nieuwe album, waarop het lijkt alsof zijn zevenkoppige band in je huiskamer staat.
Wat is het een goede zet dat hij voor Letter To You weer eens met zijn E Street Band de studio in is gedoken. Geen eindeloos opnameproces, maar gewoon een paar dagen met elkaar rocken. En met plezier, dat hoor je duidelijk aan dit album af. Eindelijk klinkt weer het vertrouwde grootse live-bandgeluid. Zo is het heerlijk om aan het slot van Last Man Standing als vanouds de saxofoon te horen schetteren. Ook de gitaarsolo van Nils Lofgren op Burnin’ Train is vintage E Street Band; wat zou dit een fijne opwarmer bij een Springsteen-concert zijn.
Opvallend dat de band ook gebruikmaakt van drie Springsteen-nummers die al bijna vijftig jaar in de kast lagen: het epische Janey Needs a Shooter en If I Was the Priest - allebei bijna 7 minuten lang - en Song for Orphans met heerlijke mondharmonica. Het zijn alle drie pareltjes en je vraagt je af wat er er nog meer voor moois in zijn archief ligt.
Springsteen grijpt niet alleen terug naar de muziek en het geluid van zijn begindagen, maar kijkt ook in zijn teksten terug naar wat achter hem ligt. Op de ingetogen openingstrack One Minute You’re Here - wat ontsierd door een lelijke fade out - blikt hij terug op het verlies van dierbare bandleden, onder wie Danny Federici (2008), Clarence Clemons (2011) en George Theiss (2018; uit zijn eerste band The Castiles). “I thought I knew just who I was /And what I’d do but I was wrong / One minutе you’re here / Nеxt minute you’re gone”, zingt hij.
Dit verlies van dierbaren en ouderdom zijn belangrijke thema’s op het album, maar die weet hij elders te verwerken in nummers waar de levenslust van afstraalt. De 71-jarige zanger klinkt op het daverende Letter To You nog dusdanig vitaal dat we mogen blijven dromen dat we ooit nog eens live kunnen zien hoe hij zijn ‘House Of A Thousand Guitars’ in vuur en vlam zet.
