MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten dafit als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

SAULT - UNTITLED (Rise) (2020)

poster
4,5
Uit mijn tweewekelijkse nieuwsbrief over de beste nieuwe popmuziek (aanmelden kan hier):

Wie in deze tijd als artiest succesvol wil zijn, moet zichzelf als ‘brand’ in de markt zetten en een ‘fanbase’ opbouwen. Het is verfrissend dat het Britse SAULT daar mooi niet aan meedoet. In achttien maanden tijd bracht dit mysterieuze muziekgezelschap maar liefst vier albums uit, zonder optredens, interviews, videoclips en Instagram-posts. Sterker: het is nog steeds niet helemaal bekend wie er naast producer Inflo (Little Simz en Michael Kiwanuka) betrokken zijn bij dit collectief. Alles draait om de muziek.

Na het bejubelde Untitled (Black Is) van juni is daar nu al opvolger Untitled (Rise) en die is nog veel beter. Ook deze plaat biedt een mix van soul, funk, gospel en spoken word, maar daar zijn nu dance en disco aan toegevoegd. Vooral op de verslavende eerste helft zijn de invloeden van artiesten als Michael Jackson, Stevie Wonder, Marvin Gaye, The Roots en Massive Attack hoorbaar.

De spannende ritmes, drums en percussie zorgen voor een geweldige boost, waarbij je moeilijk stilt kunt zitten. Neem alleen al de Batacada-achtige percussiegroep die halverwege het groovende Strong wordt opgetrommeld en ook I Just Want to Dance opsiert. De opzwepende mix, waarin zang en samples elkaar afwisselen, doet denken aan The Avalanches’ Since I Left You (2001), waarop ook in sneltreinvaart een groot deel van de muziekgeschiedenis langskomt.

Doordat er muzikaal zoveel gebeurt, mis je aanvankelijk haast dat SAULT hier ook racisme en politiegeweld aan de kaak stelt. Dat gebeurt in de laatste vijf nummers op een meer ingetogen wijze. “Why do you keep shooting us?”, klinkt het op het sobere Uncomfortable met piano en spaarzame percussie. Het is knap dat op deze meesterlijke rijke plaat niet alleen woede hierover doorklinkt, maar ook de Bijbelse boodschap van hoop. Zoals op de prachtig gezongen afsluiter Little Boy: “Heaven’s angels / Is shining down on us / They won’t go away / God has chosen us”

Sevdaliza - Shabrang (2020)

poster
3,5
Uit mijn tweewekelijkse nieuwsbrief over de beste nieuwe popmuziek (aanmelden kan hier):

De Iraans-Nederlandse zangeres Sevdaliza is met een opmerkelijke zegetocht bezig. Ze maakte op haar debuutalbum Ison (2017) al internationaal indruk met een markante mix van R&B, elektronica, triphop en haar intrigerende zang. Daarna vergrootte ze haar status met indrukwekkende optredens en kunstzinnige videoclips. Met haar nieuwe album Shabrang maakt ze opnieuw een grote stap.

De ingrediënten van haar debuut zijn ook hier aanwezig, maar de nummers zijn net iets sterker en ‘ademen’ meer, vooral wegens de toevoeging van pianospel. Dat is bijvoorbeeld prachtig op Habibi - een verstilde ballad met een grote onderhuidse spanning - gelardeerd met violen en subtiele elektronica. Daarnaast biedt dit album meer afwisseling: van een dancetrack voor in de late uurtjes (Darkest Hour) tot een fraaie in Farsi gezongen cover met alleen echte instrumenten (Gole Bi Goldoon).

Verder maakt Sevdaliza nog beter gebruik van de mogelijkheden van haar stem, waar ze veel kanten mee op kan. Die klinkt soms hoog en fragiel (Dormant), dan weer laag en/of vervormd (Oh My God) of met een flinke portie autotune (Human Nature); vrijwel altijd intiem.

Bij voorkeur luister je Shabrang met een goede hoofdtelefoon. Zelfs bij de net wat mindere nummers van dit net iets te lange album vallen dan de rijke muzikale details op. De veelzijdige Sevdaliza blijft intrigeren.

Solange - When I Get Home (2019)

poster
4,0
Uit mijn tweewekelijkse nieuwsbrief over de beste nieuwe popmuziek (aanmelden kan hier):

Wie op Twitter zoekt op 'Solange boring' vindt opvallend veel tweets. En ja, ook ik vond het gehypte nieuwe album van de eigenzinnige zus van Beyoncé aanvankelijk best saai. Na haar lovend ontvangen A Seat at the Table (2016) maakt ze het ons op When I Get Home moeilijk: liedjes hebben geen kop en staart, lopen in elkaar over, zijn vrij schetsmatig en hebben vaak repeterende teksten. Uitschieters als Cranes in the Sky van de vorige plaat ontbreken. Maar wie geduld heeft wordt beloond.

Na drie luisterbeurten groeide mijn bewondering. Voor de productie met subtiele beats, elektrische piano en synthesizers die aan werk van Stevie Wonder doen denken en de dromerige zang van Solange. Bovenal werkte de kalme flow opeens verslavend; dit is een album voor mensen die willen onthaasten. In een tijd waarin artiesten vaak snel willen scoren met ‘tracks’ komt Solange met een coherente plaat die je in z'n geheel moet luisteren, zonder hitsingles. Gewaagd en moedig.

Spinvis - 7.6.9.6. (2020)

poster
4,5
Uit mijn tweewekelijkse Popcorn-nieuwsbrief over de beste nieuwe popmuziek (aanmelden kan hier):

Het is alweer bijna twintig jaar geleden dat Spinvis verraste met zijn op zijn zolderkamer in elkaar geknutselde debuutalbum met volstrekt originele, afwijkende teksten. Voor 7.6.9.6. moest hij wegens corona noodgedwongen op een vergelijkbare manier te werk gaan. De muzikanten namen hun partijen op in verschillende studio’s en Erik de Jong naaide die in zijn huis in Nieuwegein aan elkaar.

Het is knap dat je daar niks van terug hoort op dit album dat muzikaal uitstekend in elkaar steekt. Neem alleen al de mooie opbouw van Ze Slapen, dat sober begint met slechts een akoestische gitaar en met violen steeds verder aanzwelt. In Paon, een ode aan het overleden bandlid Julius de Pauw, klinken die strijkers ook, maar is het vooral het haast Radiohead-achtige drumwerk dat de aandacht trekt.

Ook dit keer is het genieten geblazen van de teksten, waarin weer tal van tragische personages opduiken. Zoals de niet zo geliefde stuntman die steeds maar weer iemand anders moet vervangen (Stuntman) en een acteur die op Travolta lijkt, maar het nooit heeft gemaakt in de filmwereld (Hollywood). Het minst cryptisch is de tekst van het met prachtig koor opgesierde Parel. “Duizend jaren hiervandaan / Ziet een kind hetzelfde licht / Op jouw parelmoer gezicht/ Ik heb je eventjes gekend/ In een eeuwig ogenblik”, zingt de bijna 60-jarige De Jong over Vermeers Meisje met de Parel.

Een stuk vrolijker zijn single Scherven aan Jou en vooral het feestelijke Verzonnen Man, met handgeklap en blaasinstrumenten, dat ongetwijfeld ooit gaat uitgroeien tot een live-favoriet. Daar staan een paar melancholische liedjes tegenover, waar Spinvis ook altijd in uitblinkt. Een mooier instrumentaal outro dan op de titeltrack ga je dit jaar niet horen. Andere favoriet is het ontroerende Je Begrijpt Het Bijna, met koortjes en zowaar een gitaarsolo.

Dat net niet begrijpen is misschien wel de essentie. Door het met dit album vergezelde dikke boek vol met herinneringen - flarden van aantekeningen, vage foto’s, sms'jes en tekeningen zonder context - en de songteksten begrijp je bijna ‘wat in de liedjes zit’, maar de puzzel is nooit helemaal af. Zo raak je niet snel uitgekeken op dit misschien wel meest consistente Spinvis-album tot dusver, dat wat minder grote uitschieters telt dan Tot ziens, Justine Keller (2010) maar net even sterker is dan voorganger Trein Vuur Dageraad (2017). 7.6.9.6 is een plaat om je aan op te warmen tijdens deze herfst.

Spiritualized - And Nothing Hurt (2018)

poster
4,0
Uit mijn mijn tweewekelijkse nieuwsbrief over de beste nieuwe popmuziek:

Ruim twintig jaar oud is Ladies and Gentleman We Are Floating In Space, het meesterwerk van Spiritualized. Hoewel ik destijds ontzettend veel muziek luisterde, heb ik die plaat destijds helemaal gemist. En de daaropvolgende platen gek genoeg ook.

Zonde, want de afgelopen week raakte ik erg onder de indruk van het achtste album van de band van voorman Jason Pierce (52). And Nothing Hurt is een tijdloze plaat, die mij vooral doet denken aan de orkestrale nummers van het monumentale All Is Dream van Mercury Rev (2001) en de prachtliedjes van Wilco’s Sky Blue Sky (2007) die rustig toewerken naar een climax.

Spiritualized haalt voor dat laatste net even andere middelen uit de kast. De grootse opener A Perfect Miracle begint klein met de breekbare stem van Pierce - slechts begeleid door ukelele - en ontvouwt zich tot een ware symfonie met strijkers en blaasinstrumenten.

Dit subtiel opbouwen naar een climax gebeurt op veel meer nummers. Op Let’s Dance, een ander hoogtepunt, duurt het nog langer voordat die komt. Fluisterzacht - dit keer ondersteund door piano - zingt de Spiritualized-zanger C'mon darling let’s dance. Kom maar op, denk je dan. Maar het tempo wordt plagerig traag opgeschroefd. Pas na ruim drie minuten zet een orkest de apotheose in, met trompetten die net binnen het gareel blijven.

Dat is later op het album bepaald niet het geval. On the Sunshine en The Morning After monden uit in een ware kakofonie; trompetten en gitaren gaan compleet in de overdrive en schieten alle kanten op. Net iets meer gecharmeerd ben ik van de nummers die minder uit de bocht vliegen, zoals het schitterende Damaged en single I’m Your Man.

Op 15 maart geeft Spiritualized een optreden in de grote zaal van Paradiso. Ik ben heel erg benieuwd hoe deze band het grootse en meeslepende geluid van And Nothing Hurts weet te vertalen naar het podium.

Stats - Other People's Lives (2019)

poster
4,0
De weken luisterde ik veel naar het debuutalbum van het zeskoppige Stats uit Londen, dat nog vrij weinig aandacht krijgt. Opmerkelijk, gezien vergelijkingen in de Britse pers met Talking Heads en LCD Soundsystem. Onterecht ook, want Other People’s Lives is de beste electropopplaat in lange tijd die amper zwakke momenten kent.

Luister maar eens naar het funky Rhythm of the Heart, het groovende I Am An Animal, het euforische Lose It en het zeer vrolijke The Family Business. Dit is de perfecte muziek voor de eerste zonnige lentedagen. Mijn favoriete track is het dansbare en onmiddellijk vertrouwd klinkende Raft, waarop de prettige stem van voorman Ed Seed (eerder bandlid van La Roux en Dua Lupa) opeens de hoogte in schiet. Verslavende plaat.

Strand of Oaks - Eraserland (2019)

poster
4,0
Ben ik de enige die in Keys Wilco’s Via Chicago terughoort?

Sufjan Stevens - The Ascension (2020)

poster
3,5
Uit mijn tweewekelijkse nieuwsbrief over de beste nieuwe popmuziek (aanmelden kan hier):

Het nieuwe album van Sufjan Stevens duurt tachtig minuten, maar na vijf minuten moet je al even naar adem happen. Opener Make Me An Offer I Cannot Refuse heeft duizelingwekkende tempowisselingen en werkt als een op hol geslagen wasmachine toe naar een climax met zinderende industriële beats.

Het contrast met voorganger Carrie & Lowell (2015), waarop hij wist te ontroeren met verstilde liedjes met diep persoonlijke teksten over familietragedies, kan haast niet groter. Stevens verruilt op The Ascension de gitaar en piano van die hartverscheurende plaat voor synthesizers, elektronica en drumcomputers.

Deze nieuwe muzikale richting is behoorlijk wennen geblazen en vond ik aanvankelijk niet zo geslaagd. Alsof Stevens een fel gekleurd jasje aan heeft getrokken dat hem niet echt staat. Pas na flink wat luisterbeurten raakte ik meer gewend en groeide mijn waardering. Deze plaat klinkt meer ‘bossy’ en 'bitchy’ - zoals hij het zelf bij The Atlantic noemde - en dat is niet voor niks.

The Ascension is namelijk een opvallend politiek geëngageerde plaat, waarop pessimisme en verbittering doorklinkt over zijn land waar een tv-beroemdheid uit kon groeien tot president. “I’m ashamed to admit I no longer believe”, zingt hij op de 12 minuten durende afsluiter America - niet verwijzend naar zijn eigen geloof - waarna hij vervolgt: “Don’t do to me what you did to America”. Op de aanstekelijke elektropop van Video Game zet hij zich op indirecte manier af tegen de jacht op zoveel mogelijk likes en volgers.

Lang niet alle nummers zijn zo toegankelijk als die single. Zo vergt Die Happy, waarop slechts zo'n twintig keer ‘I wanna die happy’ klinkt, best wat van de luisteraar en is Death Star met z'n mathematische ritme een wat krampachtige poging om Radioheads Idiotheque naar de kroon te steken. Meer geslaagd zijn het fraaie dromerige Run Away With Me en Tell Me You Love Me. Tegen het einde bewijst Stevens op de indrukwekkende titeltrack dat hij het diepst weet te raken als hij het muzikale geweld achterwege laat.

Het valt te prijzen dat Stevens op iedere plaat weer op zoek gaat naar een nieuw geluid, maar hij maakt het luisteraars wel moeilijk op het erg lange The Ascension. Wie de tijd neemt wordt beloond, maar ik vermoed dat het gros van zijn fans hoopt dat dit slechts een tijdelijk muzikaal uitstapje is.

Superorganism - Superorganism (2018)

poster
3,0
Uit mijn tweewekelijkse muziekmail over de beste nieuwe albums en tracks:

Superorganism is een van de meeste gehypte bands van dit moment, waar al veel over gezegd en geschreven is. De bandleden uit tal van verschillende landen zijn een paar muzieknerds die elkaar via internet leerden kenden. Ze stuurden stukken muziek naar elkaar op en maakten vervolgens met laptops, synthesizers en gitaar een aanstekelijke mix met gekke samples en geluiden.

De band werd pas echt een hype door hun bijzondere live-act met felgekleurde regenjassen, gekke dansjes, vreemde projecties en in het middelpunt de wat stoïcijnse, kleine en vrij monotoon zingende 18-jarige Japanse zangeres Orono. De band, die inmiddels in Londen gevestigd is, gaf een spraakmakend optreden op Eurosonic en onlangs in de Sugarfactory in Amsterdam.

Hun debuutalbum kwam begin deze maand uit en dat valt me helaas wat tegen. Dat komt vooral doordat de beste tracks - Everybody Wants To Be Famous, Nobody Cares, Something For Your M.I.N.D. - al eerder uitgebracht waren en veel andere nummers toch net even minder zijn. Uiteindelijk is dit vooralsnog een band die je vooral moet zien.

Gelukkig is daar de erg lekkere afsluiter Night Time. Die begint wat conventioneel totdat er weer heerlijke samples in de mix worden gegooid - van het inschenken van een glas, een stukje uit een speech tot het alarm van een wekkerradio aan het einde, gevolgd door een lange gaap en vogelgeluiden. Zijn dit de leukste laatste 15 seconden van een album ooit?

Swamp Dogg - Sorry You Couldn't Make It (2020)

poster
3,5
Uit mijn tweewekelijkse nieuwsbrief over de beste nieuwe popmuziek (aanmelden kan hier):

De Amerikaanse soulartiest Swamp Dogg heeft er op 77-jarige leeftijd een fan bij. Al zijn vorige werk ging compleet lang mij heen, maar zijn nieuwe gloedvolle countrysoulplaat heb ik omarmd. Hij schakelde onder meer de hulp van Justin Vernon (Bon Iver) en Jenny Lewis in, die als je goed luistert op de openingstrack van Sorry You Couldn’t Make It te horen zijn. Later komt leeftijdsgenoot John Prine twee keer opdraven op deze plaat, die met z'n orgeltjes en blaasinstrumenten soms doet denken aan Don’t Give Up On Me van Solomon Burke. Hoogtepunt is het prachtige Billy, over een man die het graf van zijn overleden vrouw bezoekt. “I wish you could’ve seen Billy this morning / He took his first step today.” Hartverscheurend mooi.