MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten dafit als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Taylor Swift - folklore (2020)

poster
3,0
Uit mijn tweewekelijkse nieuwsbrief over de beste nieuwe popmuziek (aanmelden kan hier):

Het contrast kan bijna niet groter tussen de knalroze hoes van Taylor Swifts vorige plaat Lover (2019) en de grijze, grauwe cover van verrassingsalbum Folklore, waarop je door de bomen bijna de superster niet meer ziet. Toepasselijk, want haar radiovriendelijke kauwgompop heeft plaatsgemaakt voor opvallend ingetogen nummers, waar ze in alle stilte met producer Aaron Dessner (The National) in de afgelopen coronamaanden aan gewerkt heeft.

Het levert Swifts meest intieme en misschien wel beste album tot dusver op. De instrumentaties zijn subtiel, waarbij slechts af en toe ruimte is voor licht tikkende beats en vooral pianoklanken een warme deken vormen voor Swifts stem. Dat pakt goed uit op het langzaam aanzwellende Cardigan, dat net als in de fraaie videoclip de luisteraar een droomwereld binnen leidt. Ook Exile, het best verrassende duet met Bon Iver, is geslaagd; met hun compleet verschillende stemmen werken ze toe naar een krachtige bridge.

Prima nummers als Seven en Illicit Affairs zijn stuk voor stuk muzikaal zeer verzorgd en toch wringt er gaandeweg wat. Doordat er weinig variatie zit in toonsoort en tempo ligt eenvormigheid op de loer. Het is verfrissend dat de wereldster niet krampachtig zoekt naar hitsingles, maar mede door het vrijwel ontbreken van drums en percussie is de muziek nu wel erg rustgevend. Als een kabbelend beekje in een bos.

Het is dan ook een verademing dat op Betty opeens een mondharmonica klinkt en het tempo eindelijk weer eens omhoog schiet. Helaas gaat daarna het album alsnog als een nachtkaars uit. Doe mij weer eens een vrolijke roze kauwgombal Taylor, was ik geneigd te roepen. Wie had dat kunnen denken.

The 1975 - Notes on a Conditional Form (2020)

poster
3,5
Uit mijn tweewekelijkse nieuwsbrief over beste nieuwe popmuziek (aanmelden kan hier):

Op A Brief Inquiry Into Online Relationships (2018) liet The 1975 tal van muziekgenres - van (electro)pop, (stadion)rock, jazz tot gospel - op een geslaagde manier samensmelten. Ook op opvolger Notes On A Conditional Form wisselt de band uit Manchester als een kameleon van kleur, maar het resultaat is helaas minder geslaagd.

Zo begint deze dubbelplaat van tachtig minuten met een toespraak van Greta Thunberg op een deken van ambientgeluiden. Hartstikke mooi dat de band begaan is met het klimaat, maar wie gaat deze vijf minuten durende opener vaker dan één keer beluisteren? In het daaropvolgende People overschreeuwt zanger Matthew Healy zich volledig, gevolgd door een compleet overbodige, raar getimede klassieke interlude The End (Music For Cars). Wat bezielt The 1975 om een dubbelalbum zo te openen?

Na deze valse start, komt het enigszins goed. De aardige single Frail State of Mind heeft een lekkere breakbeat en het laid back The Birthday Party is met z'n banjo, en saxofoonsolo aan het slot nog veel beter. Die saxofoon floreert al helemaal op het zomerse If You’re Too Shy (Let Me Know) - een van de beste nummers van het jaar. Ook het wat dromerige Guys, waarvan afgelopen week een videoclip verscheen, kan straks moeiteloos op een Best of The 1975.

Daar staan wisselvallige nummers tegenover, waarmee The 1975 wil onderstrepen dat de band zich op geen enkel genre wil vastpinnen. Zo horen we Burial-achtige beats (Yeah I Know), softrock (Then Because She Goes), gospel (Nothing Revealed / Everything Denied), en vrij inwisselbare dance (Shiny Collarbone en What Should I Say). Meer geslaagd is het wonderlijk getitelde Jesus Christ 2005 God Bless America. Een mooi, gevoelig liedje met akoestische gitaar waarop Phoebe Bridgers mag opdraven.

Zo wisselen pieken en dalen zich in razend tempo af. Jammer, want een strengere ‘eindredacteur’ had met wat snoei- en hakwerk met gemak met dit materiaal een compact en consistent album kunnen maken. Vooralsnog doet Healy wat hij zelf wil. Zoals hij in People schreeuwt: “Fuck it, I’m just gonna get girls, food, gear.”

NB: ik ben zelf aan het snoeien geslagen en heb deze dubbelplaat vooralsnog teruggebracht tot een klein uur. Heb jij suggesties voor een andere selectie of trackvolgorde? Laat het weten!

The Avonden - Nachtschade (2016)

poster
Uit mijn tweewekelijkse Popcorn-nieuwsbrief over de beste nieuwe popmuziek (aanmelden kan hier):

Er verscheen dit jaar al genoeg goede muziek van eigen bodem (VanWyck, Rosemary & Garlic, Johan, Lewsberg en Scram C Baby) en op de valreep is daar nu ook een ijzersterk Nederlandstalig popalbum, dat ik de afgelopen dagen helemaal heb grijsgedraaid: Wat een cirkel is van The Avonden.

The Avonden begon als soloproject van zanger Marc van der Holst (ook tekenaar van Spekkie Big en schrijver van proza voor o.a. De Volkskrant), waarbij hij gedichten van Gerard Reve bewerkte. Het eerste bandalbum Nachtschade (2016) kreeg weliswaar vier ballen van Menno Pot in De Volkskrant (“muziek die klinkt alsof The Velvet Underground zachtjes aan doet, voor de buren”), maar bleef verder toch wat onopgemerkt - wat optredens in het clubcircuit daargelaten.

Hun nieuwe plaat, die pas opgenomen kon worden na een crowdfundingactie op Voordekunst, verdient een veel groter publiek. Liefhebbers van Spinvis, Meindert Talma en Boudewijn de Groot (daar doet de dictie van Van der Holst mij aan denken) opgelet, want Wat een cirkel is staat vol pakkende, soms melancholische gitaarpop met spitsvondige, vaak droogkomische teksten.

Neem de pakkende opener Laat de kerken branden, waarin Van der Holst, die in meerdere andere bands speelde, uitgelaten zingt:

Dit godvergeten kutdorp / Er gebeurt hier nooit iets / Ik word hier gek / Ik haat het hier / Ik haat iedereen hier / Ik haat mezelf ook / Ik wou dat ik dood was / Ik draai platen achterstevoren / moet je horen/ hee, moet je horen


Waar gaat deze tekst over? Gelukkig lezen we het antwoord in een uitgebreid interview op 3voor12: Katwijk, waar een grote “zwartekousengemeenschap” is, maar ook een levendige metalscene en waar Slayer in 1985 een optreden gaf. De tekst verwijst naar een geheime boodschap op een achterstevoren afgespeelde plaat van de Noorse black metalband Darkthrone: ‘In the name of God, let the churches burn’. In de eerste secondes van het nummer van The Avonden valt die boodschap te horen.

Van der Holst toont zich op veel meer nummers een originele tekstschrijver, die verhaalt over zijn middelbare schooltijd in de jaren negentig (6 lange jaren, het vrolijke Je bent maar 1x17 ) en een korte periode dat hij op de crisisopvang zat. Zo geeft hij op De Tweede deur gaat pas open (als de eerste deur gesloten is) de routebeschrijving naar de GGZ in Voorhout vanuit Noordwijk.

Als je dit jaar maar een Nederlandstalige plaat koopt (of luistert), laat het dan Wat een cirkel zijn.

The Avonden - Wat een Cirkel Is (2018)

poster
4,5
Uit mijn tweewekelijkse Popcorn-nieuwsbrief over de beste nieuwe popmuziek (aanmelden kan hier):

Een band die mogelijk nog op mijn jaarlijstjes beland is The Avonden. Er verscheen dit jaar al genoeg goede muziek van eigen bodem (VanWyck, Rosemary & Garlic, Johan, Lewsberg en Scram C Baby) en op de valreep is daar nu ook een ijzersterk Nederlandstalig popalbum, dat ik de afgelopen dagen helemaal heb grijsgedraaid: Wat een cirkel is.

The Avonden begon als soloproject van zanger Marc van der Holst (ook tekenaar van Spekkie Big en schrijver van proza voor o.a. De Volkskrant), waarbij hij gedichten van Gerard Reve bewerkte. Het eerste bandalbum Nachtschade (2016) kreeg weliswaar vier ballen van Menno Pot in De Volkskrant ("muziek die klinkt alsof The Velvet Underground zachtjes aan doet, voor de buren"), maar bleef verder toch wat onopgemerkt - wat optredens in het clubcircuit daargelaten.

Hun nieuwe plaat, die pas opgenomen kon worden na een crowdfundingactie op Voordekunst, verdient een veel groter publiek. Liefhebbers van Spinvis, Meindert Talma en Boudewijn de Groot (daar doet de dictie van Van der Holst mij aan denken) opgelet, want Wat een cirkel is staat vol pakkende, soms melancholische gitaarpop met spitsvondige, vaak droogkomische teksten.

Neem de pakkende opener Laat de kerken branden, waarin Van der Holst, die in meerdere andere bands speelde, uitgelaten zingt:

Dit godvergeten kutdorp / Er gebeurt hier nooit iets / Ik word hier gek / Ik haat het hier / Ik haat iedereen hier / Ik haat mezelf ook / Ik wou dat ik dood was / Ik draai platen achterstevoren / moet je horen/ hee, moet je horen

Waar gaat deze tekst over? Gelukkig lezen we het antwoord in een uitgebreid interview op 3voor12: Katwijk, waar een grote "zwartekousengemeenschap" is, maar ook een levendige metalscene en waar Slayer in 1985 een optreden gaf. De tekst verwijst naar een geheime boodschap op een achterstevoren afgespeelde plaat van de Noorse black metalband Darkthrone: 'In the name of God, let the churches burn'. In de eerste secondes van het nummer van The Avonden valt die boodschap te horen.

Van der Holst toont zich op veel meer nummers een originele tekstschrijver, die verhaalt over zijn middelbare schooltijd in de jaren negentig (6 lange jaren, het vrolijke Je bent maar 1x17 ) en een korte periode dat hij op de crisisopvang zat. Zo geeft hij op De Tweede deur gaat pas open (als de eerste deur gesloten is) de routebeschrijving naar de GGZ in Voorhout vanuit Noordwijk. Als je dit jaar maar een Nederlandstalige plaat koopt (of luistert), laat het dan Wat een cirkel zijn.

The Gloaming - 3 (2019)

poster
4,5
Uit mijn tweewekelijkse nieuwsbrief over de beste nieuwe popmuziek (aanmelden kan hier):

Het blijft fijn dat ik hier af en toe hard kan roepen: luister dit! Een Solange heeft dat misschien niet nodig, maar de Iers/Amerikaanse supergroep The Gloaming wel. Ook hun derde album krijgt amper aandacht van Nederlandse media en bij hun prachtige concert in de grote zaal van TivoliVredenburg hoorden mijn zoon en ik vooral veel Engels om ons heen.

Wat maakt deze band die wereldberoemd is in Ierland zo bijzonder? Net als op hun vorige twee albums slaan Martin Hayes (viool), Caoimhín Ó Raghallaigh (viool) Dennis Cahill (gitaar), Iarla Ó Lionáird (zang) en pianist en producer Thomas Bartlett een brug tussen klassieke muziek en pop. Geraffineerd wekken deze virtuoze muzikanten vaak eeuwenoude muziek en gedichten tot leven. Ze geven elkaar volop de ruimte, waarbij thema’s steeds met tal van variaties worden uitgewerkt. Opzwepend, dan weer ontroerend.

Kijk vooral even naar de videoclip van openingstrack The Weight of Things, gebaseerd op een gedicht van de vorig jaar overleden Ierse dichter Liam O’ Muirthuile of luister naar het meditatieve Áthas (vreugde).

Ook op dit derde album worden dit soort in Gaelic gezongen nummers afgewisseld met instrumentale stukken, waarin Martin Hayes op viool de hoofdrol opeist. De prachtige melodieën van The Pink House en The Lobster nestelen zich blijvend in je hoofd.

The Homesick - The Big Exercise (2020)

poster
3,5
Bij Dokkum denk je al snel aan Bonifatius, de Elfstedentocht of Maarten van der Weijden. Voeg daar gerust The Homesick aan toe. Het trio uit dit Friese dorp tekende onlangs een contract bij het befaamde platenlabel Sub Pop (debuutplaten Nirvana, Fleet Foxes, The Shins) en een internationale doorbraak lijkt aanstaande met hun daar uitgebrachte tweede album, The Big Exercise.

Vooral de eerste singles van die plaat maken indruk, met het dynamische Male Bonding als hoogtepunt. Het drumwerk is strak, de gitaarhooks zijn fris en dan hebben we nog zanger Elias Elgersma die het halverwege uitschreeuwt als in de hoogtijdagen van de grunge. Opwindend, complex én toegankelijk.

Helaas kunnen vrijwel alle nummers niet tippen aan die single en het eerder verschenen I Celebrate My Fantasy, hoewel er razend veel gebeurt - van verrassende riffs, opvallende tempowisselingen en instrumentaties (klarinet!) tot inventief drumpartijen. Naast de singles vind ik de opbeurende openingstrack What’s In Store de andere uitschieter, met fraaie samenzang en sprankelend gitaarspel.

Misschien maakt The Big Exercise net niet helemaal de hoge verwachtingen waar, maar het is wel een plaat waarmee het Friese duo nog meer podia in binnen- en buitenland gaat veroveren.

Een kortere versie van deze recensie verscheen in mijn tweewekelijkse nieuwsbrief over de beste nieuwe popmuziek - van (Indië)pop, folk, rock tot (af en toe) hiphop, dance en R&B. (aanmelden kan hier)

The Kik - Jin (2020)

poster
Na meerdere platen met sixtiespop schakelt The Kik op Jin moeiteloos over op de sound van de jaren tachtig, met een grote rol voor synthesizers. Daarbij spelen ze liefdevol, niet al te subtiel leentjebuur bij Nederlandse bands die in dit decennium furore maakten. Luister maar eens naar het intro van Maarten. Jawel, dat klinkt als twee druppels water als Vriendschap van Het Goede Doel. En ben ik de enige die bij Alle Tijd Van de Wereld, het melancholieke hoogtepunt van het album, gelijk moest denken aan Over de Muur van Klein Orkest? Ze komen er glansrijk mee weg.

The National - I Am Easy to Find (2019)

poster
4,0
Uit mijn tweewekelijkse nieuwsbrief over de beste nieuwe popmuziek (inschrijven kan hier):

Terwijl Danielle Haim het nieuwe album van Vampire Weekend kleur geeft, pakt The National het radicaler aan: voor hun achtste album liet de band niet één, maar een leger vrouwen aanrukken. Dat is best even wennen. Matt Berninger weet mij sinds het indrukwekkende Boxer (2007) al te raken met zijn diepe bariton. Zijn de samenwerkingen met al die zangeressen - van Gail Ann Dorsey, Lisa Hannigan tot Sharon Van Etten - wel nodig? Voegt die vrouwenstem halverwege opener You Had Your Soul With You bijvoorbeeld wat toe?

Nu, na bijna twee weken, luidt het antwoord nog niet volmondig ja. De gastbijdragen voelen minder natuurlijk dan de prachtige duetten die Nick Cave met vrouwen op zijn naam heeft staan. Dat neemt niet weg dat dit album een handvol nummers bevat die zich moeiteloos kunnen meten met het beste werk van The National: Quiet Light, Rylan, Light Years en vooral het lange, bloedmooie Not in Kanses, dat citeert uit een 25 jaar oud nummer en genoeg memorabele tekstregels bevat. Neem:

First Testament was really great / The sequel was incredible / Like the Godfathers or the first two Strokes

De rest van de plaat heeft net wat meer luisterbeurten nodig. Pas dan valt op hoe knap The Pull Of You in elkaar steekt, Bryan Devendorf met zijn drumwerk de muziek altijd spannend houdt en val je alsnog voor de vrouwenstemmen. Wie de tijd neemt voor het niet altijd makkelijke I Am Easy To Find wordt rijkelijk beloond.

Tim Knol - Cut the Wire (2018)

poster
3,5
Recensie uit mijn tweewekelijkse Popcorn-nieuwsbrief, waarin ik schrijf over de beste nieuwe albums en tracks:

Het vierde album van Tim Knol werd de afgelopen weken flink bejubeld. Prachtplaat (Jan Vollaard, NRC), wonderschone nieuwe plaat (Gijsbert Kamer, de Volkskrant), een nieuw, prachtig licht popgeluid (Menno Pot, de Volkskrant). Daar sluit ik me graag bij aan.

Zijn sterke debuutalbum heb ik destijds heel wat gedraaid, maar de daaropvolgende twee platen gingen behoorlijk langs mij heen, op het heerlijk vrolijke Motion of Life van Soldier On na. Cut the Wire heb ik de afgelopen weken met plezier heel wat keren beluisterd. Vooral Whispering Heart, Sweet Melodies, A Kid’s Heart en Weight of Clouds zijn prachtige, pakkende popliedjes die zich gelijk in je hoofd nestelen en Song for Grandma is een ontroerende afsluiter. Ben ik de enige die bij dat laatste nummer door de melodie en blaasinstrumenten steeds moet denken aan De Steen van Bram Vermeulen?

Bij veel andere nummers van het album duurde het een paar luisterbeurten voordat hun schoonheid zich openbaarde. Lees vooral ook even dit NRC-interview met Tim Knol, waarin hij uitgebreid vertelt over zijn sabbatical, de totstandkoming van dit album, zijn samenwerking met Anne Soldaat en de uit de hand gelopen huiskamerconcerten.

Tindersticks - No Treasure but Hope (2019)

poster
4,0
Uit mijn tweewekelijkse nieuwsbrief over de beste nieuwe popmuziek (aanmelden kan hier):

Ruim achttien jaar geleden is het alweer, dat ik tijdens Pinkpop 2001 in de 3FM-tent aan de lippen hing van Tindersticks-zanger Stuart A. Staples. Met veel bezieling bracht hij met zijn markante bariton de romantische, melancholische nummers van onder meer Curtains (1997) en Can Our Love… (2001).

De voorbije jaren raakte ik Tindersticks wat uit het oog, maar met No Treasure But Hope heb ik de band weer herontdekt. Op hun twaalfde plaat is de tijdloze schoonheid van hun oudste werk weer volop aanwezig, met vooral op de eerste helft warmbloedige arrangementen met een sleutelrol voor violen. For The Beauty, Trees Fall en Pinky in the Daylight zijn wonderschoon en kunnen zich met gemak meten met het beste werk van de band.

Op de tweede helft is de instrumentatie sober, maar verfijnd. Zo wordt Staples op Carousel en de titeltrack vrijwel alleen door piano begeleid en zijn Take Care in Your Dreams en The Old Mans Gait dromerige, traag voortslepende tracks waar de band patent op heeft.

Vreemde eend in de bijt is See My Girls dat de foto’s opsomt die een houder van een krantenkiosk van over de hele wereld van zijn ‘girls’ krijgt opgestuurd. Het begint onschuldig met Park Guell, de Eiffeltoren en de Nijl, maar dan komen plotseling Birkenau, Damascus en “de baby’s van Zuid-Jemen” langs. Zo wordt de schoonheid van Tindersticks muzikale wereld kortstondig bruut verstoord en dat hakt erin.

Typhoon - Lichthuis (2020)

poster
3,5
Uit mijn tweewekelijkse nieuwsbrief over de beste nieuwe popmuziek (aanmelden kan hier):

Het is een vast ritueel bij ons thuis: iedere ochtend zet ik muziek op als ik de ontbijttafel dek en steevast zet mijn vrouw die weer uit als ze even later beneden komt. Veel te druk met vier kinderen die in korte tijd boterhammen naar binnen moeten werken. Gelijk heeft ze, al zal ik dat niet snel tegen haar zeggen. Deze week werd onze JBL-speaker zowaar een keertje niet uitgeschakeld, toen ik Lichthuis van Typhoon op had gezet.

Het zegt veel over dit nieuwe album van de succesvolle Nederlandse zanger en rapper. Nummers als Oud Licht, Alles is Gezegend en Walnootboom liggen makkelijk in het gehoor en zijn radio/gezinsvriendelijk. Dat leidt hier en daar tot kritiek: flirt Typhoon niet te erg met de mainstream, onder meer door samenwerkingen met Paskal Jakobsen (BLØF) en Michelle David?

Ik kan me voorstellen dat liefhebbers van het meesterlijke Lobi Da Basi (2014) en Tussen Licht En Lucht gehoopt hadden op net wat meer rauwe randjes. Maar voor velen komt Lichthuis denk ik precies op het juiste moment: juist in deze donkere coronatijden brengt Typhoon op deze vrolijke plaat met een positieve vibe verlichting.

De diversiteit van het album is groot, de muziek is tot in de puntjes verzorgd en ook dit keer zorgt Typhoon met persoonlijke teksten over liefde, racisme, geloof en de burn-out waar hij mee kampte (Niemand Kan Blijven) voor genoeg diepgang.