Hier kun je zien welke berichten Gyzzz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Radiohead - A Moon Shaped Pool (2016)

3,5
0
geplaatst: 14 januari 2023, 15:01 uur
Ik beluisterde dit album voor het RYM top-250 review topic – anno augustus 2022 was dit RYM #196
Ah – daar is de volgende Radiohead al. Zoals ik in mijn review voor The Bends al aangaf, heb ik met Radiohead nooit echt de behoefte gevoeld om de hele discografie door te spitten. Hoewel de groep ontegenzeggenlijk een ontwikkeling heeft doorgemaakt, hoor ik die ontwikkeling enerzijds toch vooral terug in de periode ’93-’00, en is het anderzijds vooral een ontwikkeling binnen dezelfde teneur (vervreemdend, licht deprimerend) en blijft Thom Yorke onmiskenbaar als altijd tussen subtiel en drammerig in. Daarbij begint de discografie ook een omvang aan te nemen die me an sich al een beetje tegenstaat – zo heb ik zelfs van persoonlijke favorieten als David Bowie, Tom Waits en Aphex Twin niet elke afzonderlijke album of EP beluisterd, simpelweg omdat een consistent pakketje favorieten soms voldoende is. A Moon Shaped Pool had ik om een vergelijkbare reden nooit beluisterd, de – zeker voor een plaat uit 2016 – uitzonderlijke combinatie van stemmenaantal en gemiddelde op MuMe ten spijt.
Opener ‘Burn the Witch’ klinkt na 5 beluisteringen al alsof ik het honderden keren gehoord heb. Ondanks zijn ijle, zweverige geluid, heeft de track iets enorm herkenbaars en vertrouwds – alsof hij altijd al bestaan heeft. Dat druilerige is onmiskenbaar Radiohead en begeeft zich voor mij op een dunne lijn tussen zuivere, onvertaalde emotie enerzijds en vermoeiende lethargie anderzijds. Er wordt een vrij salonfahige sound neergezet die mij haast het gevoel geeft alsof ik modern klassiek aan het luisteren ben. De muziek is haast vloeibaar, vriendelijk en behaaglijk – consistent en ontdaan van rafelrandjes. Alsof Radiohead steeds dichter bij zijn eigen essentie komt, en daarbij ook elke vorm van verrassing heeft afgeschud. Prima voor mij – het maakt dit tot een album dat me niet erg prikkelt, maar ook verre van stoort en legio behaaglijke motiefjes bevat. Het is enorm consistent, maar tegelijkertijd leef ik nergens echt op. Ik word zelfs een beetje in slaap gesust. En dat is ook wel prima, want het gebeurt op een gebalanceerde en smaakvolle manier.
Zonder de RYM-lijst had ik dit album zomaar eeuwig links kunnen laten liggen, en dat was voor mij geen enorm gemis geweest. A Moon Shaped Pool klinkt precies zoals je van een Radiohead-plaat anno 2016 zou verwachten. Erg spannend is het allemaal niet, maar je jaagt mij met een album als dit zeker de kamer niet uit, en ik kan me voorstellen dat ik deze op de juiste gelegenheden, zoals een lange autorit, zeker nog wel eens tevoorschijn zal toveren. Behaaglijke plaat.
3.5*
Ah – daar is de volgende Radiohead al. Zoals ik in mijn review voor The Bends al aangaf, heb ik met Radiohead nooit echt de behoefte gevoeld om de hele discografie door te spitten. Hoewel de groep ontegenzeggenlijk een ontwikkeling heeft doorgemaakt, hoor ik die ontwikkeling enerzijds toch vooral terug in de periode ’93-’00, en is het anderzijds vooral een ontwikkeling binnen dezelfde teneur (vervreemdend, licht deprimerend) en blijft Thom Yorke onmiskenbaar als altijd tussen subtiel en drammerig in. Daarbij begint de discografie ook een omvang aan te nemen die me an sich al een beetje tegenstaat – zo heb ik zelfs van persoonlijke favorieten als David Bowie, Tom Waits en Aphex Twin niet elke afzonderlijke album of EP beluisterd, simpelweg omdat een consistent pakketje favorieten soms voldoende is. A Moon Shaped Pool had ik om een vergelijkbare reden nooit beluisterd, de – zeker voor een plaat uit 2016 – uitzonderlijke combinatie van stemmenaantal en gemiddelde op MuMe ten spijt.
Opener ‘Burn the Witch’ klinkt na 5 beluisteringen al alsof ik het honderden keren gehoord heb. Ondanks zijn ijle, zweverige geluid, heeft de track iets enorm herkenbaars en vertrouwds – alsof hij altijd al bestaan heeft. Dat druilerige is onmiskenbaar Radiohead en begeeft zich voor mij op een dunne lijn tussen zuivere, onvertaalde emotie enerzijds en vermoeiende lethargie anderzijds. Er wordt een vrij salonfahige sound neergezet die mij haast het gevoel geeft alsof ik modern klassiek aan het luisteren ben. De muziek is haast vloeibaar, vriendelijk en behaaglijk – consistent en ontdaan van rafelrandjes. Alsof Radiohead steeds dichter bij zijn eigen essentie komt, en daarbij ook elke vorm van verrassing heeft afgeschud. Prima voor mij – het maakt dit tot een album dat me niet erg prikkelt, maar ook verre van stoort en legio behaaglijke motiefjes bevat. Het is enorm consistent, maar tegelijkertijd leef ik nergens echt op. Ik word zelfs een beetje in slaap gesust. En dat is ook wel prima, want het gebeurt op een gebalanceerde en smaakvolle manier.
Zonder de RYM-lijst had ik dit album zomaar eeuwig links kunnen laten liggen, en dat was voor mij geen enorm gemis geweest. A Moon Shaped Pool klinkt precies zoals je van een Radiohead-plaat anno 2016 zou verwachten. Erg spannend is het allemaal niet, maar je jaagt mij met een album als dit zeker de kamer niet uit, en ik kan me voorstellen dat ik deze op de juiste gelegenheden, zoals een lange autorit, zeker nog wel eens tevoorschijn zal toveren. Behaaglijke plaat.
3.5*
Radiohead - The Bends (1995)

3,0
0
geplaatst: 2 november 2022, 09:20 uur
Ik beluisterde dit album voor het RYM top-250 review topic – anno augustus 2022 was dit RYM #208
Ah, daar is dan de eerste plaat uit de lijst van de ultieme gemeenschappelijke MuMe- en RYM-darling, Radiohead. Ik ga er vanuit dat er nog minstens 7 zullen volgen, want enerzijds lijkt Radiohead me de meest overschatte band ooit (en dat terwijl ik ze goed vind!), en anderzijds is The Bends in mijn herinnering niet bepaald hun hoogtepunt. Zelf heb ik dit album in 2006 op 3* getrakteerd, maar behalve ‘Street Spirit’, dat voor mij niet stuk te krijgen is, en ‘Fake Plastic Trees’, dat in diverse spelletjes op deze site vaak voorbij komt en me weinig doet, heb ik dit album zeker 10 jaar niet integraal gedraaid.
Ik heb in de Radiohead-discografie eigenlijk altijd wel voldoende aan het trio OK PC – Kid A – In Rainbows – mooie albums die me aan de persoonlijke Thom Yorke-limiet brengen. En dat is prima, want ik vind Radiohead in de eerste plaats interessant om hun songwriting, waar Yorke weliswaar goed inpast, maar voor de rest neem ik zijn oerconsistente klaagzangen op de koop toe. Omdat specifiek ‘The Bends’ in mijn herinnering ook instrumenteel nogal tijdsgebonden en saai was, pakte ik hem er nooit bij. Toch wordt de plaat vaak hoog gewaardeerd en is het in MuMe-stemgemiddelde zelfs Radioheads #2.
Wat me aan The Bends tegenstaat is dat er, in tegenstelling tot op enkele van de opvolgers, zo’n plain-bleekneusjes-rockalbum-approach wordt aangenomen. Kleurloos uitgesmeerd gitaargeluid waarbij noch mooie texturen, noch interessante of verrassende structuren een plaats hebben. Het maakt dat ik moeilijk kan genieten van de mooie liedjes die er hier en daar onder liggen, waarschijnlijk mede omdat ik deze plaat leerde kennen na ander Radiohead-werk, waarbij ik geloof dat dit in ’95, zonder de hele Radiohead-context, best meer indruk op me gemaakt zou kunnen hebben.
Toch valt me op dat de songstructuren me regelmatig beter liggen dan ik me herinnerde. Voorbeeld is ‘Bones’ - het is jammer dat de kleurloze gitaarsound zo overheerst in de drukkere stukken, maar het is een knap nummer waarvan zeker de tussenstukken me doen opveren. Ook ‘Bullet Proof’ is een mooi klein liedje dat een voorschot lijkt te nemen op later Radiohead-werk. Daartegenover staan tracks als ‘Just’ en ‘Black Star’ waar ik heel weinig uithaal – vooral het gitaargeluid is hier zo ongeïnspireerd en lelijk. Eerstgenoemde is weliswaar het zwakste nummer op het album, maar datzelfde euvel komt in veel vlagen terug door het album heen.
Zo glijdt het album een beetje aan me voorbij. Veel in de basis interessante songs, passages die een handreiking doen en getuigen van opborrelende inspiratie, maar vroeg of laat telkens weer bedekt worden onder diezelfde kleurloze en eenvormige laag van stereotype mid-nineties rockproductie – het bezwerende ‘Street Spirit’ uitgezonderd. Het afschudden daarvan in de opvolgende albums heeft Radiohead voor mij tot zijn kern gebracht en een paar hele mooie albums opgeleverd. Maar ook na herbeluistering van The Bends blijf ik erbij dat dat wel voldoende is.
Kleine 3* blijft staan.
Ah, daar is dan de eerste plaat uit de lijst van de ultieme gemeenschappelijke MuMe- en RYM-darling, Radiohead. Ik ga er vanuit dat er nog minstens 7 zullen volgen, want enerzijds lijkt Radiohead me de meest overschatte band ooit (en dat terwijl ik ze goed vind!), en anderzijds is The Bends in mijn herinnering niet bepaald hun hoogtepunt. Zelf heb ik dit album in 2006 op 3* getrakteerd, maar behalve ‘Street Spirit’, dat voor mij niet stuk te krijgen is, en ‘Fake Plastic Trees’, dat in diverse spelletjes op deze site vaak voorbij komt en me weinig doet, heb ik dit album zeker 10 jaar niet integraal gedraaid.
Ik heb in de Radiohead-discografie eigenlijk altijd wel voldoende aan het trio OK PC – Kid A – In Rainbows – mooie albums die me aan de persoonlijke Thom Yorke-limiet brengen. En dat is prima, want ik vind Radiohead in de eerste plaats interessant om hun songwriting, waar Yorke weliswaar goed inpast, maar voor de rest neem ik zijn oerconsistente klaagzangen op de koop toe. Omdat specifiek ‘The Bends’ in mijn herinnering ook instrumenteel nogal tijdsgebonden en saai was, pakte ik hem er nooit bij. Toch wordt de plaat vaak hoog gewaardeerd en is het in MuMe-stemgemiddelde zelfs Radioheads #2.
Wat me aan The Bends tegenstaat is dat er, in tegenstelling tot op enkele van de opvolgers, zo’n plain-bleekneusjes-rockalbum-approach wordt aangenomen. Kleurloos uitgesmeerd gitaargeluid waarbij noch mooie texturen, noch interessante of verrassende structuren een plaats hebben. Het maakt dat ik moeilijk kan genieten van de mooie liedjes die er hier en daar onder liggen, waarschijnlijk mede omdat ik deze plaat leerde kennen na ander Radiohead-werk, waarbij ik geloof dat dit in ’95, zonder de hele Radiohead-context, best meer indruk op me gemaakt zou kunnen hebben.
Toch valt me op dat de songstructuren me regelmatig beter liggen dan ik me herinnerde. Voorbeeld is ‘Bones’ - het is jammer dat de kleurloze gitaarsound zo overheerst in de drukkere stukken, maar het is een knap nummer waarvan zeker de tussenstukken me doen opveren. Ook ‘Bullet Proof’ is een mooi klein liedje dat een voorschot lijkt te nemen op later Radiohead-werk. Daartegenover staan tracks als ‘Just’ en ‘Black Star’ waar ik heel weinig uithaal – vooral het gitaargeluid is hier zo ongeïnspireerd en lelijk. Eerstgenoemde is weliswaar het zwakste nummer op het album, maar datzelfde euvel komt in veel vlagen terug door het album heen.
Zo glijdt het album een beetje aan me voorbij. Veel in de basis interessante songs, passages die een handreiking doen en getuigen van opborrelende inspiratie, maar vroeg of laat telkens weer bedekt worden onder diezelfde kleurloze en eenvormige laag van stereotype mid-nineties rockproductie – het bezwerende ‘Street Spirit’ uitgezonderd. Het afschudden daarvan in de opvolgende albums heeft Radiohead voor mij tot zijn kern gebracht en een paar hele mooie albums opgeleverd. Maar ook na herbeluistering van The Bends blijf ik erbij dat dat wel voldoende is.
Kleine 3* blijft staan.
Rico & Sticks - IZM (2017)

2,5
0
geplaatst: 22 juli 2017, 15:33 uur
Eens met bovenstaande. Kubus' beats zijn vaak storend, aandachttrekkerij op de verkeerde manier. De beats dienen Sticks en Rico amper.
Ook Sticks en Rico heb ik vaak geïnspireerder gezien - komen een beetje uitgerangeerd over. Lichtpuntje vind ik de vele referenties naar hiphopclassics in de coupletten. Maar meer valt er verder op het eerste gehoor niet uit te halen.
'Met een been in de techno' heb ik sinds sinds die line van jaren geleden overigens weinig van gemerkt bij Kubus. Beats op deze plaat hebben weinig tot niets met techno te maken en ik heb als groot technoliefhebber nog nooit een goede track van Kubus solo gehoord.
Ook Sticks en Rico heb ik vaak geïnspireerder gezien - komen een beetje uitgerangeerd over. Lichtpuntje vind ik de vele referenties naar hiphopclassics in de coupletten. Maar meer valt er verder op het eerste gehoor niet uit te halen.
'Met een been in de techno' heb ik sinds sinds die line van jaren geleden overigens weinig van gemerkt bij Kubus. Beats op deze plaat hebben weinig tot niets met techno te maken en ik heb als groot technoliefhebber nog nooit een goede track van Kubus solo gehoord.
Rolling Stones - Let It Bleed (1969)

3,0
0
geplaatst: 27 december 2022, 10:14 uur
Ik beluisterde dit album voor het RYM top-250 review topic – anno augustus 2022 was dit RYM #197
Van The Rolling Stones heb ik jaren geleden een pakketje platen gekregen toen mijn pa zijn collectie de deur uit deed – waaronder ook deze. Ik heb er echter nooit echt naar geluisterd: Aftermath draaide regelmatig rondjes naar aanleiding van het speelse ‘Paint It Black’. Goats Head Soup heb ik hier en daar gedraaid omdat de hoes me intrigeerde. Allebei leuke platen, maar ze deden me niet op zoek gaan naar meer - dus had ik mijn portie Rolling Stones alweer gehad. Ik zie dat ik daarmee precies heb overgeslagen wat in MuMe-scores toch een soort ‘grote vier’ lijken te zijn – waarvan er nota bene drie hier in de kast staan. En dat terwijl ik in ‘Gimme Shelter’ toch een mooi haakje had. Deze track heeft de voorbije jaren vaak in de MuMeLadder gestaan, en ondanks concurrentie van een berg toppers aldaar altijd wel linkerrijtje gescoord in mijn lijst. Ik vind het een lekker geluidssoepje – die rammelige sound met z’n zwierige en broeierige productie, die de wat zware thematiek een luchtige verpakking geven en daardoor mooi laten landen. Prachtig nummer dat me direct doet begrijpen waarom deze plaat, in tegenstelling tot de eerder genoemde albums, een ware Stones-klassieker moet zijn.
Toch zit ik na enkele beluisteringen van de hele plaat met een gemengd gevoel. En dat is vooral omdat zoveel nummers erna zo ongelofelijk Amerikaans proberen te klinken. Op ‘Love in Vain’ krijg ik dat gevoel al met zijn “suitcase in my heeeaaand”. Als Mick Jagger zoiets zingt klinkt het me nogal ongeloofwaardig en bedacht in de oren. Bij zulk soort tracks waan ik me graag in de Amerikaanse middle of nowhere waar een keer per dag een 140-wagon lange goederentrein langstuft. Maar uit de monden en gitaren van dit reeds lang en breed gearriveerde gezelschap klinkt het gekunsteld. En dan hebben we ‘Country Honk’ nog niet eens gehad – want wat hiervoor ongeloofwaardig was, is hier ronduit karikaturaal. ”I'm sittin' in a bar tippling a jar in Jackson” … serieus? Als een verlopen oude man uit Alabama dit zou zingen, was het al een beetje too much geweest, maar uit de mond van Mick Jagger is het helemaal absurd. Nu snap ik dat het album met een legertje Amerikanen gemaakt is, maar de hele thematiek wordt er daarmee voor mij niet geloofwaardiger op.
Helaas kom ik er vanaf dat moment niet echt goed meer in: ik vind Jagger een overtuigende zanger die kan varieren met een ontzettend identiteitsvol stemgeluid en houding – ik begrijp dus niet waarom hij hier en daar zo’n weinig eigen sound neerzet en links en rechts alles bij elkaar leent. Soms wordt dat gecompenseerd door een sterke opbouw, zoals op ‘Midnight Rambler’, maar evenzovaak werkt het op mijn zenuwen. De plaat is allerminst vervelend om aan te horen, maar tegelijkertijd ongemakkelijk door zijn gebrek aan eigenheid, vooral in verhouding tot de overdaad aan identiteit die de Rolling Stones van zichzelf al hebben, en hoe weinig daar dus aan is toegevoegd. ‘Gimme Shelter’ blijft op de shortlist, en ‘Midnight Rambler’ zal ook nog wel hier en daar voorbij komen, maar voor de rest had ik hier toch vooral op een eigener geluid gehoopt.
Ruime 3*
Van The Rolling Stones heb ik jaren geleden een pakketje platen gekregen toen mijn pa zijn collectie de deur uit deed – waaronder ook deze. Ik heb er echter nooit echt naar geluisterd: Aftermath draaide regelmatig rondjes naar aanleiding van het speelse ‘Paint It Black’. Goats Head Soup heb ik hier en daar gedraaid omdat de hoes me intrigeerde. Allebei leuke platen, maar ze deden me niet op zoek gaan naar meer - dus had ik mijn portie Rolling Stones alweer gehad. Ik zie dat ik daarmee precies heb overgeslagen wat in MuMe-scores toch een soort ‘grote vier’ lijken te zijn – waarvan er nota bene drie hier in de kast staan. En dat terwijl ik in ‘Gimme Shelter’ toch een mooi haakje had. Deze track heeft de voorbije jaren vaak in de MuMeLadder gestaan, en ondanks concurrentie van een berg toppers aldaar altijd wel linkerrijtje gescoord in mijn lijst. Ik vind het een lekker geluidssoepje – die rammelige sound met z’n zwierige en broeierige productie, die de wat zware thematiek een luchtige verpakking geven en daardoor mooi laten landen. Prachtig nummer dat me direct doet begrijpen waarom deze plaat, in tegenstelling tot de eerder genoemde albums, een ware Stones-klassieker moet zijn.
Toch zit ik na enkele beluisteringen van de hele plaat met een gemengd gevoel. En dat is vooral omdat zoveel nummers erna zo ongelofelijk Amerikaans proberen te klinken. Op ‘Love in Vain’ krijg ik dat gevoel al met zijn “suitcase in my heeeaaand”. Als Mick Jagger zoiets zingt klinkt het me nogal ongeloofwaardig en bedacht in de oren. Bij zulk soort tracks waan ik me graag in de Amerikaanse middle of nowhere waar een keer per dag een 140-wagon lange goederentrein langstuft. Maar uit de monden en gitaren van dit reeds lang en breed gearriveerde gezelschap klinkt het gekunsteld. En dan hebben we ‘Country Honk’ nog niet eens gehad – want wat hiervoor ongeloofwaardig was, is hier ronduit karikaturaal. ”I'm sittin' in a bar tippling a jar in Jackson” … serieus? Als een verlopen oude man uit Alabama dit zou zingen, was het al een beetje too much geweest, maar uit de mond van Mick Jagger is het helemaal absurd. Nu snap ik dat het album met een legertje Amerikanen gemaakt is, maar de hele thematiek wordt er daarmee voor mij niet geloofwaardiger op.
Helaas kom ik er vanaf dat moment niet echt goed meer in: ik vind Jagger een overtuigende zanger die kan varieren met een ontzettend identiteitsvol stemgeluid en houding – ik begrijp dus niet waarom hij hier en daar zo’n weinig eigen sound neerzet en links en rechts alles bij elkaar leent. Soms wordt dat gecompenseerd door een sterke opbouw, zoals op ‘Midnight Rambler’, maar evenzovaak werkt het op mijn zenuwen. De plaat is allerminst vervelend om aan te horen, maar tegelijkertijd ongemakkelijk door zijn gebrek aan eigenheid, vooral in verhouding tot de overdaad aan identiteit die de Rolling Stones van zichzelf al hebben, en hoe weinig daar dus aan is toegevoegd. ‘Gimme Shelter’ blijft op de shortlist, en ‘Midnight Rambler’ zal ook nog wel hier en daar voorbij komen, maar voor de rest had ik hier toch vooral op een eigener geluid gehoopt.
Ruime 3*
