Hier kun je zien welke berichten Gyzzz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Marcelo D2 - À Procura da Batida Perfeita (2003)
Alternatieve titel: Looking for the Perfect Beat

3,5
0
geplaatst: 4 september 2006, 15:15 uur
Ik maak er een 4,5* van. Echt geniale producties en een ongekende afwisseling van zang en rap. De zangstukjes zijn perfect verweven in de beats in plaats van dat ze -zoals in rap vaak gebeurt- niets met de rap te maken hebben en zo een nummer uit elkaar trekken. Daarbij helpt het natuurlijk sterk dat Marcelo D2 een hele goede rapper is.
Ik heb wel eens geroepen dat zang en rap niet samengaan, maar daar kom ik door dit album op terug. Het probleem is gewoon dat de twee vrijwel nooit goed gemengd met elkaar worden. Marcelo D2 doet dit echter perfect en maakt hiermee een album met geen enkel slecht nummer. Alle nummers vormen een vloeiend geheel, waardoor ik deze cd zo 3 keer achter elkaar kan draaien.
Behalve enkele, vaak wrang uitgesproken, Engelse termen heb ik nog geen idee waar de teksten over gaan, maar ik heb ook helemaal geen behoefte om daar achter te komen. Het doet in ieder geval allemaal een heel stuk vrolijker aan dan de meeste hiphop. Verder blijft dit productioneel gewoon tot de top van hiphop in het algemeen behoren. Een enórme variatie aan de meest uiteenlopende beats. Van de levendige pianoloopjes in het eind van RE:Batucada tot de meer conventionele beat van Loadeando, ik heb werkelijk niets aan te merken op dit album.
Ik heb wel eens geroepen dat zang en rap niet samengaan, maar daar kom ik door dit album op terug. Het probleem is gewoon dat de twee vrijwel nooit goed gemengd met elkaar worden. Marcelo D2 doet dit echter perfect en maakt hiermee een album met geen enkel slecht nummer. Alle nummers vormen een vloeiend geheel, waardoor ik deze cd zo 3 keer achter elkaar kan draaien.
Behalve enkele, vaak wrang uitgesproken, Engelse termen heb ik nog geen idee waar de teksten over gaan, maar ik heb ook helemaal geen behoefte om daar achter te komen. Het doet in ieder geval allemaal een heel stuk vrolijker aan dan de meeste hiphop. Verder blijft dit productioneel gewoon tot de top van hiphop in het algemeen behoren. Een enórme variatie aan de meest uiteenlopende beats. Van de levendige pianoloopjes in het eind van RE:Batucada tot de meer conventionele beat van Loadeando, ik heb werkelijk niets aan te merken op dit album.
Mark Kozelek & Jimmy Lavalle - Perils from the Sea (2013)

5,0
0
geplaatst: 4 juni 2013, 13:07 uur
Prachtig album! Perils kan zich volgens mij goed meten met de allerbeste werken van Red House Painters en Sun Kil Moon. De elektronica voelt - behalve misschien in het eerste nummer - ook helemaal niet als een koerswijziging, maar meer als een logische variatie op het verder ontzettend herkenbare geluid van Kozelek. Zijn sfeerschetsen en plaatsbeschrijvingen blijven ongeëvenaard - hoewel songteksten me zelden veel interesseren, zijn ze hier ontzettend goed en brengen ze het album naar een hoger plan.
Het is geweldig hoe Kozelek uitgebreid de tijd neemt voor ieder nummer, en langs talloze plaatsnamen meandert, de toch al duidelijke teneur met de minuut versterkend. Volgens mij is dit tevens zijn eerste lange album dat nergens inzakt - voor mij de reden dat voorheen alleen Down Colorful Hill tot mijn grote favorieten behoorde.
Het is geweldig hoe Kozelek uitgebreid de tijd neemt voor ieder nummer, en langs talloze plaatsnamen meandert, de toch al duidelijke teneur met de minuut versterkend. Volgens mij is dit tevens zijn eerste lange album dat nergens inzakt - voor mij de reden dat voorheen alleen Down Colorful Hill tot mijn grote favorieten behoorde.
Massive Attack - Blue Lines (1991)

4,5
2
geplaatst: 24 oktober 2021, 18:50 uur
Massive Attack leerde ik op de middelbare school kennen omdat een klasgenoot me de destijds kersverse single 'Special Cases' liet horen, en vooral zien. Hij had hem met videoclip en al net in een goede 48 uur gedownload met de toen beschikbare ISDN- of telefoonverbinding en het werd me gelijk duidelijk dat we hier met 'serieuze' muziek te maken hadden. Ik kon het allemaal wel waarderen, deels door het intrigerende en bevreemdende van de interactie van video en geluid. Niet lang na het uitkomen van de Special Cases-video kwam album 100th Window uit, maar omdat ik de aanschaf van nieuwe (full-price) albums zonde van mijn geld vond, besloot ik bij FAME om Protection en Mezzanine uit de '2 voor 17,50' bakken te hengelen.
Die cd's hadden beide een zelfde soort effect: andere muziek dan ik gebruikelijk luisterde; minder behapbaar en instant-genietbaar dan de (overigens nog altijd classic) HipHop van Dr.Dre's 2001 en Eminem's Marshall Mathers LP en ook RHCP's Californication, maar gevoelsmatig wel het betreden van een nieuwe wereld. Massive Attack voelde in die tijd ook als heel 'verantwoorde' muziek, en tracks als 'Three', 'Heat Miser' en 'Risingson' werden snel favorieten. Inmiddels lijkt 'Mezzanine' gezien te worden als voornaamste Massive Attack landmark, maar op mijn toenmalige bijbels als allmusic.com las ik dat de grootste classic toch wel 'Blue Lines' zou zijn.
Vol verwachting haalde ik dus binnen afzienbare tijd ook 'Blue Lines' uit de FAME-bakken, maar ik kon er weinig mee. Sterker: de allerergste kwalificatie die muziek kan krijgen kwam regelmatig bij me op - ik vond hem saai.
Dat duurde een behoorlijke tijd. Of zoals ik in oktober 2005, kort na mijn aanmelding op deze site schreef:
Nadien heb ik dit album toch zeker 15 jaar lang minstens twee keer per jaar uit de kast gehaald. Of het nu door de slordig ge-copy-paste en toch prachtige hoes komt of door 'Unfinished Sympathy' die het goed deed in de MumeLadder en waarvan ik tot mijn verbazing realiseerde dat het een #1 Top-40 hit geweest was, er was altijd een soort fascinatie met het zachte, meanderende geluid van 'Blue Lines'. En zoals dat vaker gaat met albums die ondanks gebrek aan liefde op het eerste gezicht toch blijven intrigeren: toen viel ineens het kwartje. Er is namelijk niets anders dat de sfeer en teneur van Blue Lines benadert.
Het broeierige sfeertje, het gebrek aan uitnodigende liedjes of harde beats, de soulvolle zang die niettemin niet echt als soul betiteld kan worden: allemaal dragen ze bij aan het eilandje dat dit album voor zichzelf gecreëerd heeft. Het doorlopend aantrekken en afstoten, de gladde, bijna UB40-achtige zanglijntjes van Horace Andy, de druilerigheid van het titelnummer, slechts 9 nummers waaronder ook nog heel wat gecover en gesample: ik ben het allemaal langzaam gaan omarmen. Daarmee vormt deze collage van imperfectie een behaaglijk dekentje dat ik tot op de dag van vandaag meerdere keren per jaar omsla, maar dit keer voorzien van een duidelijke 4,5*.
Die cd's hadden beide een zelfde soort effect: andere muziek dan ik gebruikelijk luisterde; minder behapbaar en instant-genietbaar dan de (overigens nog altijd classic) HipHop van Dr.Dre's 2001 en Eminem's Marshall Mathers LP en ook RHCP's Californication, maar gevoelsmatig wel het betreden van een nieuwe wereld. Massive Attack voelde in die tijd ook als heel 'verantwoorde' muziek, en tracks als 'Three', 'Heat Miser' en 'Risingson' werden snel favorieten. Inmiddels lijkt 'Mezzanine' gezien te worden als voornaamste Massive Attack landmark, maar op mijn toenmalige bijbels als allmusic.com las ik dat de grootste classic toch wel 'Blue Lines' zou zijn.
Vol verwachting haalde ik dus binnen afzienbare tijd ook 'Blue Lines' uit de FAME-bakken, maar ik kon er weinig mee. Sterker: de allerergste kwalificatie die muziek kan krijgen kwam regelmatig bij me op - ik vond hem saai.
Dat duurde een behoorlijke tijd. Of zoals ik in oktober 2005, kort na mijn aanmelding op deze site schreef:
Gyzzz schreef:
Ik vind dit een prima album, 3,5 sterren waard, maar ik snap nooit helemaal waar dit album zijn klassieker-status vandaan haalt.
...en eigenlijk heeft dit sindsdien nog 10 jaar geduurd. De understated tracks waren het allemaal net niet: naar hiphop-maatstaven flowden ze maar matig, voor een popplaat ontbrak de melodie, en binnen de electronica werd ik ondertussen bedolven door minder rechtlijnige en ogenschijnlijk avontuurlijker geluiden uit de early nineties Warp-stal.Ik vind dit een prima album, 3,5 sterren waard, maar ik snap nooit helemaal waar dit album zijn klassieker-status vandaan haalt.
Nadien heb ik dit album toch zeker 15 jaar lang minstens twee keer per jaar uit de kast gehaald. Of het nu door de slordig ge-copy-paste en toch prachtige hoes komt of door 'Unfinished Sympathy' die het goed deed in de MumeLadder en waarvan ik tot mijn verbazing realiseerde dat het een #1 Top-40 hit geweest was, er was altijd een soort fascinatie met het zachte, meanderende geluid van 'Blue Lines'. En zoals dat vaker gaat met albums die ondanks gebrek aan liefde op het eerste gezicht toch blijven intrigeren: toen viel ineens het kwartje. Er is namelijk niets anders dat de sfeer en teneur van Blue Lines benadert.
Het broeierige sfeertje, het gebrek aan uitnodigende liedjes of harde beats, de soulvolle zang die niettemin niet echt als soul betiteld kan worden: allemaal dragen ze bij aan het eilandje dat dit album voor zichzelf gecreëerd heeft. Het doorlopend aantrekken en afstoten, de gladde, bijna UB40-achtige zanglijntjes van Horace Andy, de druilerigheid van het titelnummer, slechts 9 nummers waaronder ook nog heel wat gecover en gesample: ik ben het allemaal langzaam gaan omarmen. Daarmee vormt deze collage van imperfectie een behaaglijk dekentje dat ik tot op de dag van vandaag meerdere keren per jaar omsla, maar dit keer voorzien van een duidelijke 4,5*.
Maurizio - Maurizio (1997)

5,0
4
geplaatst: 13 februari 2022, 18:52 uur
Ook hier nog altijd een relatief laag stemmenaantal gezien de iconische status van het geboden materiaal.
Voor elke liefhebber van (de wat minimalere) house en techno is dit essentieel. Stuk voor stuk elementaire classics, die een op verschillende volumes gedraaid kunnen worden en dan voor een hele verschillende beleving zorgen. Bezinning en ambientesque subtiliteit zoals Brian Eno het ooit bedoeld had wanneer je hem zacht zet over de koptelefoon. Subliem uitgaansmateriaal voor tochtige bunkers op hoog volume. En zelfs een geschikt huiskameralbum daartussenin, zolang je er een beetje aandacht voor reserveert en het niet snel probeert te consumeren.
Als popmuziek (in de brede zin van het woord) eenzelfde 'established' vorm van kunstkritiek zou krijgen als visuele kunst, had dit duo allang de status van een Mondriaan of Rothko gehad. Omdat techno echter doorgaans gepositioneerd wordt als functionele muziek, bedoeld voor clubs (en in die vorm is het natuurlijk ook heel effectief), krijgt het nooit een grondigere canonisering. Onterecht mijns inziens, maar daardoor blijft het meer een niche die sterker afhankelijk is van slimme promotie. En die daardoor ook onnodig tijdsgebonden wordt, ongeacht of het geboden materiaal tijdloos is. Het zou niet of-of hoeven zijn, maar zo'n canonisering is misschien iets dat meer tijd nodig heeft.
Voor de muziek maakt het uiteindelijk ook niets uit: 'M4' is voor mij hoe dan ook een goede contender voor het beste stuk muziek dat ooit gemaakt is.
Voor elke liefhebber van (de wat minimalere) house en techno is dit essentieel. Stuk voor stuk elementaire classics, die een op verschillende volumes gedraaid kunnen worden en dan voor een hele verschillende beleving zorgen. Bezinning en ambientesque subtiliteit zoals Brian Eno het ooit bedoeld had wanneer je hem zacht zet over de koptelefoon. Subliem uitgaansmateriaal voor tochtige bunkers op hoog volume. En zelfs een geschikt huiskameralbum daartussenin, zolang je er een beetje aandacht voor reserveert en het niet snel probeert te consumeren.
Als popmuziek (in de brede zin van het woord) eenzelfde 'established' vorm van kunstkritiek zou krijgen als visuele kunst, had dit duo allang de status van een Mondriaan of Rothko gehad. Omdat techno echter doorgaans gepositioneerd wordt als functionele muziek, bedoeld voor clubs (en in die vorm is het natuurlijk ook heel effectief), krijgt het nooit een grondigere canonisering. Onterecht mijns inziens, maar daardoor blijft het meer een niche die sterker afhankelijk is van slimme promotie. En die daardoor ook onnodig tijdsgebonden wordt, ongeacht of het geboden materiaal tijdloos is. Het zou niet of-of hoeven zijn, maar zo'n canonisering is misschien iets dat meer tijd nodig heeft.
Voor de muziek maakt het uiteindelijk ook niets uit: 'M4' is voor mij hoe dan ook een goede contender voor het beste stuk muziek dat ooit gemaakt is.
Michael Jackson - Thriller (1982)

2
geplaatst: 5 oktober 2022, 09:07 uur
Ik beluisterde dit album voor het RYM top-250 review topic – anno augustus 2022 was dit RYM #215
In mijn omgeving werd er vroeger minder naar Michael Jackson geluisterd dan elders, en hij werd in mijn herinnering dan ook in de eerste plaats als een dubieus figuur gezien, maar zelfs dan heb ik de hits door de jaren heen natuurlijk ontelbare keren gehoord. Van de drie megahits van het middenstuk van dit album vind ik alleen 'Billie Jean' eigenlijk echt heel goed (te vaak gehoord weliswaar, maar die alomtegenwoordigheid overleeft hij wonderwel). 'Thriller' en 'Beat It' kon ik ook altijd prima aanhoren, maar hebben nooit een onuitwisbare indruk op me achtergelaten. Omdat Michael Jackson een singlesartiest bij uitstek is, inclusief alle toeters en bellen eromheen, realiseerde ik me dat ik deze plaat volgens mij nog nooit integraal beluisterd had – hoewel vrijwel elke track me bekend was. Dat is hoe je het ook wendt of keert natuurlijk een serieus hiaat in mijn muziekontwikkeling, dus daar gaan we dan eindelijk!
De productie van Thriller springt direct in het oor. Er is zo'n universeel toegankelijk en benaderbaar geluid gesmeed, vaak een soort Nile Rodgers-light maar grotendeels smaakvol uitgevoerd en zo hypertoegankelijk. Het is wat dat betreft geen wonder dat ongeveer elke track op deze plaat het als single tot de hitlijsten geschopt heeft. Grappig genoeg is de eerste single die op de markt kwam het zwakste nummer van de plaat: The Girl Is Mine. Ook dat is een oké productie zij het wat kitscherig en erg zoetgevooisd. Michael Jackson past er met zijn stijltje ook wel overheen, al is het op het randje. Maar wat Paul McCartney daar doet? Hij klinkt enerzijds als een foute vader die het vriendinnetje van zijn zoon leuk vindt en anderzijds als een 12-jarige pre-puber. Daarmee zit het ergens tussen hilarisch en tenenkrommend in. Als de spoken word intreedt wordt het nog debieler dan het al was - wat een absurde track, tot aan de uitgekauwde fade-out aan toe. De rest van het album is daarentegen op weinig gebreken te betrappen: Baby Be Mine, als een van de weinige tracks geen single destijds, springt er uit. Het is leuk om dit nummer, dat ik vaag ook wel kende, te horen in een periode waarin The Weeknd met een geluid dat er wel erg dichtbij zit enorm succesvol is. Superslick, maar ook overtuigend.
Het megasucces-middenstuk met ‘Thriller’, ‘Beat It’ en ‘Billie Jean’ is moeilijk los te koppelen van de miljoenen uren aan airplay, maar eigenlijk hoor ik alledrie liever dan 95% van wat er op de radio gedraaid wordt. Opnieuw drie sterke producties, perfect afgestemd op Michael’s universele stemgeluid. De paar keer per jaar dat ik plaatjes draai op een gelegenheid, twijfel ik regelmatig of ik Billie Jean zal draaien – zolang het publiek geen moeite heeft met hitjes zit hij er regelmatig tussen, want wat een flawless nummer en duidelijk het hoogtepunt van de plaat. In het laatste deel wordt het tempo teruggeschroefd, met het weer erg zoetgevooisde ‘Human Nature’. Toch is er een handjevol artiesten die zo’n gesuikerd geluid geloofwaardig kunnen neerzetten. George Michael bijvoorbeeld, maar – tot mijn verassing – Michael Jackson dus ook. Ik moet me dan eerst even over de glijmiddelsound heen zetten, maar dan is ook ‘Human Nature’ een leuk klein liedje. De afsluitende twee tracks heb ik daarentegen minder mee, ze zijn relatief inwisselbaar, waarbij vooral ‘The Lady of My Life’ nogal voortsleept.
Thriller is me in alle opzichten meegevallen: de productie is top, klinkt erg eighties maar komt evengoed stukken tijdlozer en krachtiger op me over dan vrijwel alle andere hitparadepop uit die tijd. En bovendien minutieus afgestemd op Michael Jacksons stijl. Dat het zwakste moment van de plaat niet van Michael Jackson of zijn productieteam maar van Paul McCartney komt, zegt daarbij genoeg. Hele leuke en benaderbare plaat, met een paar vergeeflijke missers.
3.75*
In mijn omgeving werd er vroeger minder naar Michael Jackson geluisterd dan elders, en hij werd in mijn herinnering dan ook in de eerste plaats als een dubieus figuur gezien, maar zelfs dan heb ik de hits door de jaren heen natuurlijk ontelbare keren gehoord. Van de drie megahits van het middenstuk van dit album vind ik alleen 'Billie Jean' eigenlijk echt heel goed (te vaak gehoord weliswaar, maar die alomtegenwoordigheid overleeft hij wonderwel). 'Thriller' en 'Beat It' kon ik ook altijd prima aanhoren, maar hebben nooit een onuitwisbare indruk op me achtergelaten. Omdat Michael Jackson een singlesartiest bij uitstek is, inclusief alle toeters en bellen eromheen, realiseerde ik me dat ik deze plaat volgens mij nog nooit integraal beluisterd had – hoewel vrijwel elke track me bekend was. Dat is hoe je het ook wendt of keert natuurlijk een serieus hiaat in mijn muziekontwikkeling, dus daar gaan we dan eindelijk!
De productie van Thriller springt direct in het oor. Er is zo'n universeel toegankelijk en benaderbaar geluid gesmeed, vaak een soort Nile Rodgers-light maar grotendeels smaakvol uitgevoerd en zo hypertoegankelijk. Het is wat dat betreft geen wonder dat ongeveer elke track op deze plaat het als single tot de hitlijsten geschopt heeft. Grappig genoeg is de eerste single die op de markt kwam het zwakste nummer van de plaat: The Girl Is Mine. Ook dat is een oké productie zij het wat kitscherig en erg zoetgevooisd. Michael Jackson past er met zijn stijltje ook wel overheen, al is het op het randje. Maar wat Paul McCartney daar doet? Hij klinkt enerzijds als een foute vader die het vriendinnetje van zijn zoon leuk vindt en anderzijds als een 12-jarige pre-puber. Daarmee zit het ergens tussen hilarisch en tenenkrommend in. Als de spoken word intreedt wordt het nog debieler dan het al was - wat een absurde track, tot aan de uitgekauwde fade-out aan toe. De rest van het album is daarentegen op weinig gebreken te betrappen: Baby Be Mine, als een van de weinige tracks geen single destijds, springt er uit. Het is leuk om dit nummer, dat ik vaag ook wel kende, te horen in een periode waarin The Weeknd met een geluid dat er wel erg dichtbij zit enorm succesvol is. Superslick, maar ook overtuigend.
Het megasucces-middenstuk met ‘Thriller’, ‘Beat It’ en ‘Billie Jean’ is moeilijk los te koppelen van de miljoenen uren aan airplay, maar eigenlijk hoor ik alledrie liever dan 95% van wat er op de radio gedraaid wordt. Opnieuw drie sterke producties, perfect afgestemd op Michael’s universele stemgeluid. De paar keer per jaar dat ik plaatjes draai op een gelegenheid, twijfel ik regelmatig of ik Billie Jean zal draaien – zolang het publiek geen moeite heeft met hitjes zit hij er regelmatig tussen, want wat een flawless nummer en duidelijk het hoogtepunt van de plaat. In het laatste deel wordt het tempo teruggeschroefd, met het weer erg zoetgevooisde ‘Human Nature’. Toch is er een handjevol artiesten die zo’n gesuikerd geluid geloofwaardig kunnen neerzetten. George Michael bijvoorbeeld, maar – tot mijn verassing – Michael Jackson dus ook. Ik moet me dan eerst even over de glijmiddelsound heen zetten, maar dan is ook ‘Human Nature’ een leuk klein liedje. De afsluitende twee tracks heb ik daarentegen minder mee, ze zijn relatief inwisselbaar, waarbij vooral ‘The Lady of My Life’ nogal voortsleept.
Thriller is me in alle opzichten meegevallen: de productie is top, klinkt erg eighties maar komt evengoed stukken tijdlozer en krachtiger op me over dan vrijwel alle andere hitparadepop uit die tijd. En bovendien minutieus afgestemd op Michael Jacksons stijl. Dat het zwakste moment van de plaat niet van Michael Jackson of zijn productieteam maar van Paul McCartney komt, zegt daarbij genoeg. Hele leuke en benaderbare plaat, met een paar vergeeflijke missers.
3.75*
Mitchell Akiyama - Mort Aux Vaches (2004)

5,0
0
geplaatst: 15 februari 2009, 22:32 uur
Er ligt op de bodem van dit album een soort basisgevoel dat de hele speelduur blijft aanhouden, maar welbeschouwd evolueert de plaat continu en is er helemaal geen sprake van een vaste achterliggende drone of zoiets. Geluiden durven er af en toe tussen te kruipen en verworden zelf dan tot de primaire grondlaag die eigenlijk dus helemaal niet identificeerbaar of überhaupt aanwezig is.
Deze Mort Aux Vaches is voor mijn gevoel een audioweergave van de natuur in zijn algemeenheid, uitgedrukt in een vaste klankatmosfeer. Verscheidene geluiden schuiven in en uit maar dragen, hoe verschillend ze ook zijn, allemaal eenzelfde kleur. Als verschillende filmbeelden met eenzelfde kleurfilter. En ondertussen blijft er telkens een gevecht gaande tussen harmonie en disharmonie, waarbij de laatste de eerste telkens probeert te doorbreken en daar op schijnbaar willekeurige momenten af en toe kort in slaagt. Veel puurder dan dit wordt muziek volgens mij niet.
Deze Mort Aux Vaches is voor mijn gevoel een audioweergave van de natuur in zijn algemeenheid, uitgedrukt in een vaste klankatmosfeer. Verscheidene geluiden schuiven in en uit maar dragen, hoe verschillend ze ook zijn, allemaal eenzelfde kleur. Als verschillende filmbeelden met eenzelfde kleurfilter. En ondertussen blijft er telkens een gevecht gaande tussen harmonie en disharmonie, waarbij de laatste de eerste telkens probeert te doorbreken en daar op schijnbaar willekeurige momenten af en toe kort in slaagt. Veel puurder dan dit wordt muziek volgens mij niet.
Modest Mouse - The Moon & Antarctica (2000)

3,5
0
geplaatst: 28 september 2022, 14:20 uur
Ik beluisterde dit album voor het RYM top-250 review topic – anno augustus 2022 was dit RYM #219
Modest Mouse is een van die groepen die me altijd wel sterk overkomt bij beluistering van losse nummers, maar waarvan de uitgebreide discografie vol albums van een uur of langer me altijd afschrikt. Alle albums scoren vrij goed bij hetzelfde niet-zo-heel-selecte gezelschap en ik heb kortgezegd geen idee waar ik zou moeten beginnen. Dus begin ik helemaal niet. Maar nu, met de RYM-lijst, moet ik gelukkig wel. En grappig genoeg blijft precies datzelfde gevoel een beetje hangen na veelvuldig beluisteren van The Moon & Antarctica.
Dit is lekkere muziek als je moe bent. Een kwalificatie die ik overigens nooit eerder aan welke plaat dan ooit heb gegeven, en die mezelf ook wat verbaast. Na een drukke werkdag word ik makkelijk in dit consistente en uniforme papje van strak en goed uitgevoerde songs gezogen. Een plaat met fris gitaargeluid, flarden tekst en motiefjes die blijven nadreunen in mijn wazige hoofd. Voor veel artiesten is het lastig om een coherente plaat te maken die niettemin een uur lang blijft boeien, maar Modest Mouse beheerst dat heel goed – de plaat wordt zelfs beter na het einde toe, alsof je de eerste helft van de plaat nodig hebt om het geluid lekker op je te laten inwerken, waarna het in de tweede helft geland is. Ik weet niet waarom, maar als ik weinig energie heb klinkt de sound een stuk specialer en aparter dan als ik alert luister. Alsof mijn eigen sluimertoestand aansluit op die van het album, dat zich ook best meanderend voltrekt.
Als ik alerter en bewuster luister gaan me de details en structuren meer opvallen, en realiseer ik me dat ik ‘The Moon & Antarctica’ niet erg spannend vind. Ik lees rond dit album over experimenten maar hoor er eigenlijk geen - dit zit voor mij juist aan de minimumgrens van een 'plain' rockplaat waar geen hele speciale dingen gebeuren. Binnen die ruimte vind ik het een sterke plaat, maar hij is wel erg afgebakend en rechtdoorzee naar mijn smaak. De ruimtethematiek is consistent en gedetailleerd uitgewerkt, maar de literaire kwaliteiten die Modest Mouse hier en daar worden toegedicht onderschrijf ik niet. De heelalreferenties zijn naar mijn gevoel niet beter uitgewerkt op dan pakweg een ‘Sterrenstof’ en spreken me ook niet aan op een dieper emotioneel niveau. De zanger komt zelfs een beetje als een wijsneus over, wat me vooral opvalt als ik goed ga luisteren.
Deze Modest Mouse plaat moet op gang komen waarbij de tweede helft als een trein loopt en heel prettig voorbij glijdt. Niettemin voelt hij muzikaal te doordeweeks en afstandelijk voor een echt hogere score, waar bijvoorbeeld The Microphones in dit geluidshoekje naar mijn idee interessanter uit de hoek komt en vooral emotioneel meer raakt. Ook een Yo La Tengo komt in hetzelfde straatje dichterbij mijn gevoel. Daarmee is het een lekkere plaat die je makkelijk veel kunt draaien, maar waarvan de vermeende genialiteit me vooralsnog ontgaat.
3.5*
Modest Mouse is een van die groepen die me altijd wel sterk overkomt bij beluistering van losse nummers, maar waarvan de uitgebreide discografie vol albums van een uur of langer me altijd afschrikt. Alle albums scoren vrij goed bij hetzelfde niet-zo-heel-selecte gezelschap en ik heb kortgezegd geen idee waar ik zou moeten beginnen. Dus begin ik helemaal niet. Maar nu, met de RYM-lijst, moet ik gelukkig wel. En grappig genoeg blijft precies datzelfde gevoel een beetje hangen na veelvuldig beluisteren van The Moon & Antarctica.
Dit is lekkere muziek als je moe bent. Een kwalificatie die ik overigens nooit eerder aan welke plaat dan ooit heb gegeven, en die mezelf ook wat verbaast. Na een drukke werkdag word ik makkelijk in dit consistente en uniforme papje van strak en goed uitgevoerde songs gezogen. Een plaat met fris gitaargeluid, flarden tekst en motiefjes die blijven nadreunen in mijn wazige hoofd. Voor veel artiesten is het lastig om een coherente plaat te maken die niettemin een uur lang blijft boeien, maar Modest Mouse beheerst dat heel goed – de plaat wordt zelfs beter na het einde toe, alsof je de eerste helft van de plaat nodig hebt om het geluid lekker op je te laten inwerken, waarna het in de tweede helft geland is. Ik weet niet waarom, maar als ik weinig energie heb klinkt de sound een stuk specialer en aparter dan als ik alert luister. Alsof mijn eigen sluimertoestand aansluit op die van het album, dat zich ook best meanderend voltrekt.
Als ik alerter en bewuster luister gaan me de details en structuren meer opvallen, en realiseer ik me dat ik ‘The Moon & Antarctica’ niet erg spannend vind. Ik lees rond dit album over experimenten maar hoor er eigenlijk geen - dit zit voor mij juist aan de minimumgrens van een 'plain' rockplaat waar geen hele speciale dingen gebeuren. Binnen die ruimte vind ik het een sterke plaat, maar hij is wel erg afgebakend en rechtdoorzee naar mijn smaak. De ruimtethematiek is consistent en gedetailleerd uitgewerkt, maar de literaire kwaliteiten die Modest Mouse hier en daar worden toegedicht onderschrijf ik niet. De heelalreferenties zijn naar mijn gevoel niet beter uitgewerkt op dan pakweg een ‘Sterrenstof’ en spreken me ook niet aan op een dieper emotioneel niveau. De zanger komt zelfs een beetje als een wijsneus over, wat me vooral opvalt als ik goed ga luisteren.
Deze Modest Mouse plaat moet op gang komen waarbij de tweede helft als een trein loopt en heel prettig voorbij glijdt. Niettemin voelt hij muzikaal te doordeweeks en afstandelijk voor een echt hogere score, waar bijvoorbeeld The Microphones in dit geluidshoekje naar mijn idee interessanter uit de hoek komt en vooral emotioneel meer raakt. Ook een Yo La Tengo komt in hetzelfde straatje dichterbij mijn gevoel. Daarmee is het een lekkere plaat die je makkelijk veel kunt draaien, maar waarvan de vermeende genialiteit me vooralsnog ontgaat.
3.5*
Mos Def - Black on Both Sides (1999)

4,5
4
geplaatst: 22 oktober 2022, 11:39 uur
Ik beluisterde dit album voor het RYM top-250 review topic – anno augustus 2022 was dit RYM #210
Kijk eens aan – een thuiswedstrijd in de RYM-lijst! Deze moderne klassieker van Mos Def heb ik grijsgedraaid in de tweede helft van mijn middelbare schooltijd. Een periode waarin mijn interesses langzaam verschoven van HipHop-only naar een breder spectrum. En waar ik veel rapclassics in die periode een tijdje links heb laten liggen, is Mos Def met zijn veelzijdige en intelligente sound nooit echt van mijn radar verdwenen. Black on Both Sides welteverstaan, want terwijl ik de release van The New Danger en True Magic actief meemaakte, waren dat zulke teleurstellingen dat ik des te meer en vaker teruggreep naar deze welgevormde debuutplaat. Een plaat die niet alleen mijzelf prikkelde, maar ook mijn schoolvrienden op een bepaalde manier verbond – want al groeiden we op sommige vlakken wat uit elkaar: Black on Both Sides voelde voor ons allemaal als een ‘instant classic’. Het doet me dan ook deugd dat deze (terecht) in de RYM-250 staat.
Black on Both Sides is het schoolvoorbeeld van kwaliteitshiphop: minutieus en smaakvol geplaatste samples, beats die je hoofd automatisch op en neer doen bewegen (‘Ms. Fat Booty’!), en Mos Def die zijn flow zo goed onder controle heeft dat hij er mee kan gaan spelen, binnen tracks op kan varieren en er helemaal vandaan kan waaieren zonder de atmosfeer van een track los te laten. Honderden keren moet ik het vol bravoure getitelde ‘Hip Hop’ gedraaid hebben: er wordt hier een definitie gegeven. De tekstuele en flowtechnische inspiratie, die Mos Def op ‘Black Star’ al tentoon spreidde, wordt hier vol gas doorgezet. Je hoort aan alles wat hij doet hoe hij niet kon wachten om zijn debuutplaat uit te brengen: zoveel variatie verpakt in een coherent totaal. Tekstueel prikkelend, technisch van een hoge standaard, en precies voldoende ondernemend om 71 minuten interessant te blijven.
Sommige stukken luisteren als een Greatest Hits terwijl het een reguliere studioplaat is. #2-5 zijn vier regelrechte classics achter elkaar. Mos Def mengt zelfbewustzijn van zijn positie binnen stijl en genre met vrije verkenning. Als je me zou vragen een prototype Hiphopalbum te selecteren voor iemand die het genre nog vreemd is, zou dit complete werk kanshebber zijn. Mos doet zijn kwaliteiten als vanzelfsprekend voorkomen, tot Busta Rhymes in ‘Do It Now’ als eerste gast mag opdraven en gelijk vrij overbodig overkomt. Ondanks de leuke wisselwerking tussen de twee een wat mindere track. Maar direct daarna vormt ‘Got’ de opmaat naar letterlijk en figuurlijk het centrum van de plaat. In ‘Umi Says’ horen we voor het eerst de vrijere vorm tussen rappen, praten en zingen die Mos Def kenmerkt – en die hier telkens geweldig uitpakt, ingepakt tussen de meer straightforward maar immer kleurrijke raptracks.
‘New World Water’ als eenvoudige ode aan het water, ‘Rock & Roll’ als prikkelende kritiek op de herschreven historie van dat genre en bespiegeling op de slavernijgeschiedenis in één. ‘Elvis Presley ain't got no soul, Little Richard is Rock and Roll […] You may dig on the Rolling Stones, but everything they did they stole […]’. Waar Mos Def ook mee aankomt, hij straalt een enorme zelfverzerkerdheid en controle uit, hoewel hij in laatstgenoemde track tegen het einde de plank misslaat. Het is een van de weinige momenten waar de plaat spaak loopt, maar het zij hem vergeven, want zelfs die momenten prikkelen. Ook in het slot kakt de plaat niet in, houdt Mos de touwtjes strak in handen en nodigt hij complementaire gasten uit met Talib Kweli, Q-Tip en HipHops vaste refreinverzorgster: Vinia Mojica, die met haar zalvende stem al sinds ‘A Rollerskating Jam Named “Saturdays”’ kleur geeft aan elke track waarop ze featuret.
Black on Both Sides is een waslijn waarlangs de hoogtepunten aaneengeregen worden: waar bijna elke hiphopplaat van deze speelduur vroeg of laat even inkakt (The Infamous en …Cuban Linx als zeldzame uitzonderingen), gebeurt dat hier niet. Zoals technoplaten vaak iets stoers krijgen als ze niet bang zijn om melodieus en kleurrijk te zijn, zo is deze plaat stoer omdat hij vol durf varieert, zangstukjes inpast, niet bang is om de plank mis te slaan maar vol zelfvertrouwen en levensvreugde tot de luisteraar spreekt. Tot aan de bespiegelende instrumentale uitgeleide aan toe.
Op 24 oktober 2005 zette ik hier op Musicmeter een dikke 4.5* neer, en die blijft 17 jaar later mooi staan.
Kijk eens aan – een thuiswedstrijd in de RYM-lijst! Deze moderne klassieker van Mos Def heb ik grijsgedraaid in de tweede helft van mijn middelbare schooltijd. Een periode waarin mijn interesses langzaam verschoven van HipHop-only naar een breder spectrum. En waar ik veel rapclassics in die periode een tijdje links heb laten liggen, is Mos Def met zijn veelzijdige en intelligente sound nooit echt van mijn radar verdwenen. Black on Both Sides welteverstaan, want terwijl ik de release van The New Danger en True Magic actief meemaakte, waren dat zulke teleurstellingen dat ik des te meer en vaker teruggreep naar deze welgevormde debuutplaat. Een plaat die niet alleen mijzelf prikkelde, maar ook mijn schoolvrienden op een bepaalde manier verbond – want al groeiden we op sommige vlakken wat uit elkaar: Black on Both Sides voelde voor ons allemaal als een ‘instant classic’. Het doet me dan ook deugd dat deze (terecht) in de RYM-250 staat.
Black on Both Sides is het schoolvoorbeeld van kwaliteitshiphop: minutieus en smaakvol geplaatste samples, beats die je hoofd automatisch op en neer doen bewegen (‘Ms. Fat Booty’!), en Mos Def die zijn flow zo goed onder controle heeft dat hij er mee kan gaan spelen, binnen tracks op kan varieren en er helemaal vandaan kan waaieren zonder de atmosfeer van een track los te laten. Honderden keren moet ik het vol bravoure getitelde ‘Hip Hop’ gedraaid hebben: er wordt hier een definitie gegeven. De tekstuele en flowtechnische inspiratie, die Mos Def op ‘Black Star’ al tentoon spreidde, wordt hier vol gas doorgezet. Je hoort aan alles wat hij doet hoe hij niet kon wachten om zijn debuutplaat uit te brengen: zoveel variatie verpakt in een coherent totaal. Tekstueel prikkelend, technisch van een hoge standaard, en precies voldoende ondernemend om 71 minuten interessant te blijven.
Sommige stukken luisteren als een Greatest Hits terwijl het een reguliere studioplaat is. #2-5 zijn vier regelrechte classics achter elkaar. Mos Def mengt zelfbewustzijn van zijn positie binnen stijl en genre met vrije verkenning. Als je me zou vragen een prototype Hiphopalbum te selecteren voor iemand die het genre nog vreemd is, zou dit complete werk kanshebber zijn. Mos doet zijn kwaliteiten als vanzelfsprekend voorkomen, tot Busta Rhymes in ‘Do It Now’ als eerste gast mag opdraven en gelijk vrij overbodig overkomt. Ondanks de leuke wisselwerking tussen de twee een wat mindere track. Maar direct daarna vormt ‘Got’ de opmaat naar letterlijk en figuurlijk het centrum van de plaat. In ‘Umi Says’ horen we voor het eerst de vrijere vorm tussen rappen, praten en zingen die Mos Def kenmerkt – en die hier telkens geweldig uitpakt, ingepakt tussen de meer straightforward maar immer kleurrijke raptracks.
‘New World Water’ als eenvoudige ode aan het water, ‘Rock & Roll’ als prikkelende kritiek op de herschreven historie van dat genre en bespiegeling op de slavernijgeschiedenis in één. ‘Elvis Presley ain't got no soul, Little Richard is Rock and Roll […] You may dig on the Rolling Stones, but everything they did they stole […]’. Waar Mos Def ook mee aankomt, hij straalt een enorme zelfverzerkerdheid en controle uit, hoewel hij in laatstgenoemde track tegen het einde de plank misslaat. Het is een van de weinige momenten waar de plaat spaak loopt, maar het zij hem vergeven, want zelfs die momenten prikkelen. Ook in het slot kakt de plaat niet in, houdt Mos de touwtjes strak in handen en nodigt hij complementaire gasten uit met Talib Kweli, Q-Tip en HipHops vaste refreinverzorgster: Vinia Mojica, die met haar zalvende stem al sinds ‘A Rollerskating Jam Named “Saturdays”’ kleur geeft aan elke track waarop ze featuret.
Black on Both Sides is een waslijn waarlangs de hoogtepunten aaneengeregen worden: waar bijna elke hiphopplaat van deze speelduur vroeg of laat even inkakt (The Infamous en …Cuban Linx als zeldzame uitzonderingen), gebeurt dat hier niet. Zoals technoplaten vaak iets stoers krijgen als ze niet bang zijn om melodieus en kleurrijk te zijn, zo is deze plaat stoer omdat hij vol durf varieert, zangstukjes inpast, niet bang is om de plank mis te slaan maar vol zelfvertrouwen en levensvreugde tot de luisteraar spreekt. Tot aan de bespiegelende instrumentale uitgeleide aan toe.
Op 24 oktober 2005 zette ik hier op Musicmeter een dikke 4.5* neer, en die blijft 17 jaar later mooi staan.
Move D & Benjamin Brunn - Songs from the Beehive (2008)

4,5
0
geplaatst: 12 augustus 2009, 01:22 uur
Mothercorn - die titel deed me erg aan Aphex Twin denken op de een of andere manier. Toen was daar mijn verbazing bij het horen van het nummer, want de melodielijn had eveneens zo van meneer James kunnen komen. Het geweldige is dat deze heren een dergelijk melodietje vervolgens in zo'n andere context plaatsen waarmee het - één zijnde met de rest van de plaat - omgeven is door zacht doorlopende tikken die een mooie, onmerkbare maar toch ontzettend voelbare minimalistische ontwikkeling hebben.
En zo is het met dit hele album. Zelden heeft ontwikkeling en oplopende tijdsduur van losstaande nummers zo geloond als hier. Stuk voor stuk beginnen de nummers aardig, onwennig soms, en dan kruipen ze zonder al te wezenlijke veranderingen opeens onder je huid. Nooit eerder hoorde ik iets zo'n lichtvoetig aanblijvend geduld uitstralen. Tel daarbij op dat ieder geluid kraakhelder en minutieus afgewogen is, en je hebt werkelijk waar een vederlicht kunstwerkje
En zo is het met dit hele album. Zelden heeft ontwikkeling en oplopende tijdsduur van losstaande nummers zo geloond als hier. Stuk voor stuk beginnen de nummers aardig, onwennig soms, en dan kruipen ze zonder al te wezenlijke veranderingen opeens onder je huid. Nooit eerder hoorde ik iets zo'n lichtvoetig aanblijvend geduld uitstralen. Tel daarbij op dat ieder geluid kraakhelder en minutieus afgewogen is, en je hebt werkelijk waar een vederlicht kunstwerkje

My Bloody Valentine - Loveless (1991)

5,0
11
geplaatst: 9 oktober 2022, 17:03 uur
Zo nu en dan word ik, linksom of rechtsom, aangespoord dit album na lange Loveless-stilte weer eens op te zetten. En dan, als hij je korte-termijngeheugen weer eens verruild heeft voor de lange-termijnvariant, komt hij het allerhardst binnen.
Dit is zo’n waanzinnig album, ik voel me er als een van de weinige platen fysiek mee verbonden. Loveless sluit rechtstreeks aan op mijn diepst gelegen bewustzijn. De plaat heeft in die zin ook geen gelijken maar trekt dimensies op die andere albums helemaal niet bevatten.
Als ik hem een periode veel luister verwonder ik me minder en begint de gelaagde, diepe sound iets te devalueren. Maar nu, nu ik hem zeker een half jaar niet gehoord had, sla ik gewoon weer steil achterover. Wat een absurde subtiliteit en wat een perfecte invulling van de betekenis van schoonheid.
De gitaar is op zijn interessantst zodra je er niet langer van bewust bent dat het een gitaar is, zodra de klankkleuren zichzelf uitdrukken, een eigen identiteit krijgen die instrumenten overstijgt. My Bloody Valentine heeft daar in 1991, zonder serieuze digitale middelen, een geweldige gooi naar gedaan, waarvan de hoes een treffende representatie is.
Zoals drank en drugs, film en videospel instant bevrediging verzorgen, zo verzorgt Loveless precies het omgekeerde: bevrediging in bespiegeling en in gestaag aarden, het langzaam eenworden met de structuur. De waardering schuilt in het aanvoelen wat er gaat gebeuren, waarbij de teneur van de plaat is aangesloten op al je zintuigen.
Op deze site omschreef iemand eens heel treffend hoe Wolfgang Voigts Gas ‘Pop 7’ rechtstreeks aansluit op de bloedsomloop. Net zo sluit heel Loveless rechtstreeks aan op het onderbewustzijn. En daar doet het dingen die amper te bevatten zijn.
Een van de weinige albums die me totaal anders naar het concept ‘muziek’ doet kijken. De songs zijn op zich al briljant, maar de productie slaat echt alles. Dit is zoiets waar het begrip ‘buitencategorie’ voor gedefinieerd is. Ik promoveer hem terug naar mijn #1 positie.
Dit is zo’n waanzinnig album, ik voel me er als een van de weinige platen fysiek mee verbonden. Loveless sluit rechtstreeks aan op mijn diepst gelegen bewustzijn. De plaat heeft in die zin ook geen gelijken maar trekt dimensies op die andere albums helemaal niet bevatten.
Als ik hem een periode veel luister verwonder ik me minder en begint de gelaagde, diepe sound iets te devalueren. Maar nu, nu ik hem zeker een half jaar niet gehoord had, sla ik gewoon weer steil achterover. Wat een absurde subtiliteit en wat een perfecte invulling van de betekenis van schoonheid.
De gitaar is op zijn interessantst zodra je er niet langer van bewust bent dat het een gitaar is, zodra de klankkleuren zichzelf uitdrukken, een eigen identiteit krijgen die instrumenten overstijgt. My Bloody Valentine heeft daar in 1991, zonder serieuze digitale middelen, een geweldige gooi naar gedaan, waarvan de hoes een treffende representatie is.
Zoals drank en drugs, film en videospel instant bevrediging verzorgen, zo verzorgt Loveless precies het omgekeerde: bevrediging in bespiegeling en in gestaag aarden, het langzaam eenworden met de structuur. De waardering schuilt in het aanvoelen wat er gaat gebeuren, waarbij de teneur van de plaat is aangesloten op al je zintuigen.
Op deze site omschreef iemand eens heel treffend hoe Wolfgang Voigts Gas ‘Pop 7’ rechtstreeks aansluit op de bloedsomloop. Net zo sluit heel Loveless rechtstreeks aan op het onderbewustzijn. En daar doet het dingen die amper te bevatten zijn.
Een van de weinige albums die me totaal anders naar het concept ‘muziek’ doet kijken. De songs zijn op zich al briljant, maar de productie slaat echt alles. Dit is zoiets waar het begrip ‘buitencategorie’ voor gedefinieerd is. Ik promoveer hem terug naar mijn #1 positie.
