Hier kun je zien welke berichten Gyzzz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
D'Angelo - Voodoo (2000)

4,0
3
geplaatst: 28 augustus 2022, 14:48 uur
Ik beluisterde dit album in het kader van het RateYourMusic top-250 review topic - dit is de RYM #245
Dit is bij uitstek het type album dat ik vroeger vreselijk gevonden had: een beetje onder de oppervlakte, hiphop-achtige beats die zo min mogelijk aandacht trekken, en een D’Angelo die een beetje zwoel in de rondte zwijmelt. Vroeger dus, want inmiddels lukt het me stukken beter om in de juiste ‘luisterruimte’ hiervoor de komen. Voodoo is binnen zijn genre van soul ondersteund door ‘understated’ doch funky beats een zeldzaam lekker soepje van sfeer.
Ik vind het wel stoer hoe hij voor muziek zonder hele duidelijke opbouw gerust 6 tot 7 minuten de tijd neemt om zijn nummers lekker te laten inwerken en doorontwikkelen. Het zijn niet het grote gebaar en de compositie die de uitgesponnenheid rechtvaardigen, maar juist het laten landen en inwerken van de groove staat centraal. Zowel binnen tracks als door het album een wordt alles in dienst van die groove gezet. Ik herken dat van de betere house/technoplaten en je hoeft maar een van de vele albums waar het niet lukt te horen om je te realiseren hoe lastig het is om de juiste grooves te vinden die zichzelf interessant houden zonder met specifieke elementen de aandacht te trekken. Alleen albums die zo’n groove neerzetten als deze kunnen in mijn beleving 79 minuten interessant blijven, zoals deze plaat van Maurizio en deze van DJ Sprinkles. Platen in de electronische hoek, waar ik Voodoo gevoelsmatig ook plaats.
Deze kan daarmee in het selecte rijtje platen die ik in eigenlijk elk gezelschap wel op zou durven zetten, en dat zonder dat het muzikaal behang is. Op een date, met de schoonfamilie op bezoek, als je vrienden te eten hebt, tijdens een potje schaak, of op een huisfeestje. Het kan eigenlijk allemaal. Normaalgesproken gaat dat alleen met hele identiteitsloze muzak, maar hier niet. Dat intrigeert me wel. Ik kan dan ook helemaal geen favoriete tracks aanwijzen, en vermoed dat ik ook na tientallen beluisteringen nog niet zal weten hoe tracks heten, wanneer ze beginnen en eindigen. En laat dat nu net precies het fijne aan deze plaat zijn. Hij is een beetje saai, maar op de beste manier denkbaar. Des te grappiger dat dit ook een gigantisch commercieel (#1 in de Billboard albumlijst) was dat tegelijkertijd in de pers lyrisch is beschreven met 5* van allmusic.com een 10 van Pitchfork. Volgens mij is dit een album waar je lekker lang mee kan doen en op een laag tempo steeds meer uit kan halen.
Jaren geleden was dit te gladjes en smooth voor me geweest, nu vind ik het een dikke 4* waard.
Dit is bij uitstek het type album dat ik vroeger vreselijk gevonden had: een beetje onder de oppervlakte, hiphop-achtige beats die zo min mogelijk aandacht trekken, en een D’Angelo die een beetje zwoel in de rondte zwijmelt. Vroeger dus, want inmiddels lukt het me stukken beter om in de juiste ‘luisterruimte’ hiervoor de komen. Voodoo is binnen zijn genre van soul ondersteund door ‘understated’ doch funky beats een zeldzaam lekker soepje van sfeer.
Ik vind het wel stoer hoe hij voor muziek zonder hele duidelijke opbouw gerust 6 tot 7 minuten de tijd neemt om zijn nummers lekker te laten inwerken en doorontwikkelen. Het zijn niet het grote gebaar en de compositie die de uitgesponnenheid rechtvaardigen, maar juist het laten landen en inwerken van de groove staat centraal. Zowel binnen tracks als door het album een wordt alles in dienst van die groove gezet. Ik herken dat van de betere house/technoplaten en je hoeft maar een van de vele albums waar het niet lukt te horen om je te realiseren hoe lastig het is om de juiste grooves te vinden die zichzelf interessant houden zonder met specifieke elementen de aandacht te trekken. Alleen albums die zo’n groove neerzetten als deze kunnen in mijn beleving 79 minuten interessant blijven, zoals deze plaat van Maurizio en deze van DJ Sprinkles. Platen in de electronische hoek, waar ik Voodoo gevoelsmatig ook plaats.
Deze kan daarmee in het selecte rijtje platen die ik in eigenlijk elk gezelschap wel op zou durven zetten, en dat zonder dat het muzikaal behang is. Op een date, met de schoonfamilie op bezoek, als je vrienden te eten hebt, tijdens een potje schaak, of op een huisfeestje. Het kan eigenlijk allemaal. Normaalgesproken gaat dat alleen met hele identiteitsloze muzak, maar hier niet. Dat intrigeert me wel. Ik kan dan ook helemaal geen favoriete tracks aanwijzen, en vermoed dat ik ook na tientallen beluisteringen nog niet zal weten hoe tracks heten, wanneer ze beginnen en eindigen. En laat dat nu net precies het fijne aan deze plaat zijn. Hij is een beetje saai, maar op de beste manier denkbaar. Des te grappiger dat dit ook een gigantisch commercieel (#1 in de Billboard albumlijst) was dat tegelijkertijd in de pers lyrisch is beschreven met 5* van allmusic.com een 10 van Pitchfork. Volgens mij is dit een album waar je lekker lang mee kan doen en op een laag tempo steeds meer uit kan halen.
Jaren geleden was dit te gladjes en smooth voor me geweest, nu vind ik het een dikke 4* waard.
Daft Punk - Alive 2007 (2007)

3,5
1
geplaatst: 27 februari 2021, 08:52 uur
Deels met mijn bovenbuurman eens. Daft Punk ten tijde van deze Alive 2007 is natuurlijk de stadionrock onder de house, en dat blijkt uit alles: show-elementen als de megelomane piramide, enorme cultivering van de "anonieme" outfits en het ongefilterde publiekgeluid. Maar ook vreselijk cheesy tempoversnellingen als in Too Long / Steam Machine die me voornamelijk het gevoel geven dat ik bij een Amerikaans EDM festival anno 2018 ben. Dat de bovenste youtube-link voor 'Alive 2007' je naar een show in Las Vegas dirigeert is wat dat betreft wel treffend.
Daar staat wel tegenover dat het voor mijn gevoel wel serieus strak en goed doordacht in elkaar zit. Echt plat wordt het daardoor niet, en hoewel er inderdaad niet echt spanning in zit, is het voor mij wel heel energiek en toch makkelijk luisterbaar. De trackvolgorde vind ik sterk, met minder voor de hand liggende tracks uit verschillende tijdperken die mooi in elkaar ingebed liggen: toptracks Rollin' & Scratchin' en Alive worden bijvoorbeeld mooi aan elkaar geknoopt door niemendalletjes Brainwasher en Prime Time of Your Life. Laatstgenoemde twee vind ik losstaand heel matig maar werken in deze context behoorlijk goed.
Voor mij tussen 3* en 3,5* in - naar boven afgerond door de sterke encore met opnieuw mooi ingebedde favorieten 'Together' en 'Music Sounds Better With You'.
Daar staat wel tegenover dat het voor mijn gevoel wel serieus strak en goed doordacht in elkaar zit. Echt plat wordt het daardoor niet, en hoewel er inderdaad niet echt spanning in zit, is het voor mij wel heel energiek en toch makkelijk luisterbaar. De trackvolgorde vind ik sterk, met minder voor de hand liggende tracks uit verschillende tijdperken die mooi in elkaar ingebed liggen: toptracks Rollin' & Scratchin' en Alive worden bijvoorbeeld mooi aan elkaar geknoopt door niemendalletjes Brainwasher en Prime Time of Your Life. Laatstgenoemde twee vind ik losstaand heel matig maar werken in deze context behoorlijk goed.
Voor mij tussen 3* en 3,5* in - naar boven afgerond door de sterke encore met opnieuw mooi ingebedde favorieten 'Together' en 'Music Sounds Better With You'.
Daft Punk - Homework (1997)

4,0
0
geplaatst: 31 juli 2009, 19:15 uur
Homework is een album dat ik altijd voor aardig heb afgedaan, maar vooral ook altijd uiterst geschikt achtte voor de achtergrond, waar het dan ook bij elke beluistering vertoefde. Een aandachtigere beluistering vandaag - zoals dat zo goed kan op een plannenloze vakantiedag - leerde mij dat dit toch een kleine misrekening geweest is: deze plaat is er juist een om aan te hangen en overheen te klimmen. Meer een halve beweegplaat dan een dansplaat, die in een behaaglijke, frisse omgeving denk ik het beste tot zijn recht komt.
Een beetje jiggy en glad is hij wel. Speels en lichtvoetig jiggy, dat wel, maar de losbandige deuntjes doen hip aan. Hip met een stoffig accent, want zodra de gladde tonen aan het oppervlak dreigen te komen, worden deze telkens van een dof laagje voorzien. De voortdurende aanwezigheid van dit gevoelsmatige laagje zorgt ervoor dat gemakkelijk te behappen deuntjes als Da Funk geruisloos hand in hand gaan met meer Daft Punk eigen, verknipte deuntjes als Phoenix en High Fidelity. Op laatst genoemde geeft, zoals vaker hier, het feit dat de sample een vocaal is een 'gratis' extra stukje warmte aan het nummer. Geen favoriet van mij, wel een track die Daft Punks manier van doen mooi blootlegt. Vooral het moment vanaf waarop de bas erlangs komt stuiteren, is meer dan passend.
Korte ogenblikken zijn het waar Daft Punk veel kracht uit put. Zo ook in Revolution 909, waar de onderdrukte, rollende beat plotseling tevoorschijn springt uit een wirwar van opgewonden stemmen, politiesirenes en dito bevelen. Dergelijke momenten, waarop een kleine verandering een groot effect teweeg brengt, zijn voldoende om vervolgens een nummer lang probleemloos kwalitatief op voort te teren.
En ondanks een stroom van hippe navolgers, is deze voor de stijl zo aanwezige essentie in alle latere platen die ik ken uit deze stijl tragisch genoeg achterwege gebleven.
Om er dan nog iets specifieks, bijzonders uit te lichten: Alive is ook zo'n ontzettend mooie, stuwende track, die repetitiviteit, zoals Daft Punk op dit album vaker doet, in een nieuw daglicht stelt. Want waarom is een verandering in de toonhoogtewisselingen, in de melodiën, niet repetitief, maar een evoluerend, drukkend pulseernummer, dat langzaam uit zijn schulp kruipt wel? Is niet ieder stuk muziek met vaste drumpatronen repetitief? Alive komt gevoelsmatig in ieder geval helemaal niet als zodanig op mij over, terwijl dit vroeger wel anders was - eenzelfde ervaring heb ik met Revolution 909, Fresh en Indo Silver Club. De urgente logica van het samenvloeisel van beats en bassen wint het hier met speels gemak van de drang naar variatie. Waar is variatie voor nodig in nummers die volledig in het teken van hun eigen ontwikkeling staan en vanuit dat uitgangspunt langzaam uit hun eigen schulp kruipen?
Omdat ik niet zo'n hele grote liefhebber ben van het hippe, lichtvoetig stedelijke sfeertje dat continu op prettige wijze aanwezig is maar met name rond het midden licht overheerst - hoewel Rollin' & Scratchin' het kortstondig aan flarden scheurt - zet ik voorlopig niet heel hoog in. Maar dat deze plaat wel degelijk alom op de juiste waarde geschat wordt, kan ik enkel beamen, waarbij Homework vooral op het gebied van venijn, beweeglijkheid en warmte torenhoog uitsteekt boven minder subtiel en onevenwichtiger later werk van de heren.
Een beetje jiggy en glad is hij wel. Speels en lichtvoetig jiggy, dat wel, maar de losbandige deuntjes doen hip aan. Hip met een stoffig accent, want zodra de gladde tonen aan het oppervlak dreigen te komen, worden deze telkens van een dof laagje voorzien. De voortdurende aanwezigheid van dit gevoelsmatige laagje zorgt ervoor dat gemakkelijk te behappen deuntjes als Da Funk geruisloos hand in hand gaan met meer Daft Punk eigen, verknipte deuntjes als Phoenix en High Fidelity. Op laatst genoemde geeft, zoals vaker hier, het feit dat de sample een vocaal is een 'gratis' extra stukje warmte aan het nummer. Geen favoriet van mij, wel een track die Daft Punks manier van doen mooi blootlegt. Vooral het moment vanaf waarop de bas erlangs komt stuiteren, is meer dan passend.
Korte ogenblikken zijn het waar Daft Punk veel kracht uit put. Zo ook in Revolution 909, waar de onderdrukte, rollende beat plotseling tevoorschijn springt uit een wirwar van opgewonden stemmen, politiesirenes en dito bevelen. Dergelijke momenten, waarop een kleine verandering een groot effect teweeg brengt, zijn voldoende om vervolgens een nummer lang probleemloos kwalitatief op voort te teren.
En ondanks een stroom van hippe navolgers, is deze voor de stijl zo aanwezige essentie in alle latere platen die ik ken uit deze stijl tragisch genoeg achterwege gebleven.
Om er dan nog iets specifieks, bijzonders uit te lichten: Alive is ook zo'n ontzettend mooie, stuwende track, die repetitiviteit, zoals Daft Punk op dit album vaker doet, in een nieuw daglicht stelt. Want waarom is een verandering in de toonhoogtewisselingen, in de melodiën, niet repetitief, maar een evoluerend, drukkend pulseernummer, dat langzaam uit zijn schulp kruipt wel? Is niet ieder stuk muziek met vaste drumpatronen repetitief? Alive komt gevoelsmatig in ieder geval helemaal niet als zodanig op mij over, terwijl dit vroeger wel anders was - eenzelfde ervaring heb ik met Revolution 909, Fresh en Indo Silver Club. De urgente logica van het samenvloeisel van beats en bassen wint het hier met speels gemak van de drang naar variatie. Waar is variatie voor nodig in nummers die volledig in het teken van hun eigen ontwikkeling staan en vanuit dat uitgangspunt langzaam uit hun eigen schulp kruipen?
Omdat ik niet zo'n hele grote liefhebber ben van het hippe, lichtvoetig stedelijke sfeertje dat continu op prettige wijze aanwezig is maar met name rond het midden licht overheerst - hoewel Rollin' & Scratchin' het kortstondig aan flarden scheurt - zet ik voorlopig niet heel hoog in. Maar dat deze plaat wel degelijk alom op de juiste waarde geschat wordt, kan ik enkel beamen, waarbij Homework vooral op het gebied van venijn, beweeglijkheid en warmte torenhoog uitsteekt boven minder subtiel en onevenwichtiger later werk van de heren.
Dälek - Gutter Tactics (2009)

3,5
0
geplaatst: 28 januari 2009, 17:30 uur
Mijn recensie, oorspronkelijk geschreven voor Hiphop Leeft:
Als er een groep is die hiphoppatronen in een volledig nieuw kader geplaatst heeft, is het wel Dälek. Deze vooruitstrevende hiphopformatie heeft zijn eigen genre afgebakend en is daarbinnen de onbetwiste koning. Dälek blijft zich ontwikkelen binnen het zelfgevormde genre, maar lijkt sinds enkele jaren een kleurrijke, weidse, maar doodlopende weg ingeslagen te zijn.
Het ruimtelijke maar toch dichte geluid waaruit The Oktopus zijn soundscapes vormt, is groots. Het schuiven met gelaagde patronen van voren naar achteren en weer terug brengt een diepe, kleurrijke geluidsomgeving met zich mee. Toch zijn we dit inmiddels meer dan gewend van deze producer, en vooral MC Dälek krijgt het op Gutter Tactics nog maar mondjesmaat voor elkaar zichzelf te vernieuwen.
Dälek straalt het eigen muzikale vermogen met verve uit, maar juist daarom is het zo jammer dat de formatie al jarenlang zo strak vast blijft houden aan de eigen formule. Omdat noise-exercities als Black Smoke Rises, dat Dälek in 2002 uitbracht, de laatste tijd achterwege blijven, wordt het enerzijds zo veeldimensionale geluid nu te homogeen verpakt om tot volle bloei te komen. De opbouw van de nummers begint langzamerhand op een trucje te lijken. Hiermee doet de groep zijn eigen vaardigheid om overdonderende, drukkende blokken van nummers te maken tekort. Het is de continue aanwezigheid van de wat eentonige MC die de vrijheid van de muziek inperkt en naar de achtergrond drukt. Zijn eenvormige maar effectieve manier van rappen intrigeert en is voor een aantal albums goed te behapstukken. Maar naarmate Däleks discografie blijft groeien, wordt steeds meer duidelijk dat zijn aanwezigheid de muziek niet de vrije loop laat gaan. Een impuls die de groep daarom goed zou kunnen gebruiken is een nieuwe samenwerking met een volledig ander project, zoals de collaboratie met Faust in 2004. Op Derbe Respect, Alder smolt de vervreemdende sound van deze krautrockers van weleer samen met Däleks gruizige geluidsvormen tot een even intrigerend als vervreemdend album.
Gutter Tactics onderstreept het grote talent van Dälek en brengt wederom massieve blokken van intrigerend geluid. MC Dälek wringt het potentieel van de groep echter regelmatig in voorspelbare patronen en beperkt daarmee de mogelijkheden die schuilen in de drukkende sound van het duo. Zo blijft uiteindelijk een sterk dubbel gevoel over, omdat we hier te maken hebben met uitzonderlijk vaardige muzikanten, wier eigen opgebouwde genre henzelf in de weg zit.
Als er een groep is die hiphoppatronen in een volledig nieuw kader geplaatst heeft, is het wel Dälek. Deze vooruitstrevende hiphopformatie heeft zijn eigen genre afgebakend en is daarbinnen de onbetwiste koning. Dälek blijft zich ontwikkelen binnen het zelfgevormde genre, maar lijkt sinds enkele jaren een kleurrijke, weidse, maar doodlopende weg ingeslagen te zijn.
Het ruimtelijke maar toch dichte geluid waaruit The Oktopus zijn soundscapes vormt, is groots. Het schuiven met gelaagde patronen van voren naar achteren en weer terug brengt een diepe, kleurrijke geluidsomgeving met zich mee. Toch zijn we dit inmiddels meer dan gewend van deze producer, en vooral MC Dälek krijgt het op Gutter Tactics nog maar mondjesmaat voor elkaar zichzelf te vernieuwen.
Dälek straalt het eigen muzikale vermogen met verve uit, maar juist daarom is het zo jammer dat de formatie al jarenlang zo strak vast blijft houden aan de eigen formule. Omdat noise-exercities als Black Smoke Rises, dat Dälek in 2002 uitbracht, de laatste tijd achterwege blijven, wordt het enerzijds zo veeldimensionale geluid nu te homogeen verpakt om tot volle bloei te komen. De opbouw van de nummers begint langzamerhand op een trucje te lijken. Hiermee doet de groep zijn eigen vaardigheid om overdonderende, drukkende blokken van nummers te maken tekort. Het is de continue aanwezigheid van de wat eentonige MC die de vrijheid van de muziek inperkt en naar de achtergrond drukt. Zijn eenvormige maar effectieve manier van rappen intrigeert en is voor een aantal albums goed te behapstukken. Maar naarmate Däleks discografie blijft groeien, wordt steeds meer duidelijk dat zijn aanwezigheid de muziek niet de vrije loop laat gaan. Een impuls die de groep daarom goed zou kunnen gebruiken is een nieuwe samenwerking met een volledig ander project, zoals de collaboratie met Faust in 2004. Op Derbe Respect, Alder smolt de vervreemdende sound van deze krautrockers van weleer samen met Däleks gruizige geluidsvormen tot een even intrigerend als vervreemdend album.
Gutter Tactics onderstreept het grote talent van Dälek en brengt wederom massieve blokken van intrigerend geluid. MC Dälek wringt het potentieel van de groep echter regelmatig in voorspelbare patronen en beperkt daarmee de mogelijkheden die schuilen in de drukkende sound van het duo. Zo blijft uiteindelijk een sterk dubbel gevoel over, omdat we hier te maken hebben met uitzonderlijk vaardige muzikanten, wier eigen opgebouwde genre henzelf in de weg zit.
Dead Kennedys - Fresh Fruit for Rotting Vegetables (1980)

4,0
1
geplaatst: 16 december 2022, 10:22 uur
Ik beluisterde dit album voor het RYM top-250 review topic – anno augustus 2022 was dit RYM #199
Punk begon ik te verkennen op basis van musicmeter, nadat ik er in veel andere en meer voor mijn hand liggende genres al relatief warmpjes bijzat – zo rond 2008. Zoals het gaat in de internet-era volgde ik daarvoor niet de traditionele route van commerciele-punkrock-op-the-box via punk-klassiekers naar uithoeken van het genre. Ik startte daarentegen met Gatefold het onvolprezen Orchid, dat een schot in de roos bleek, en Minor Threat, waar ik wat minder mee had - hoewel ook zeker niet verkeerd. Toch leerde ik te genieten van de kort-korter-kortst esthetiek en het verpakken van niet alleen maximale energie, maar ook maximale contrasten per vierkante seconde. Omdat het voor mij geen dagelijks luistervoer is, had ik er – buiten nog enkele stijlverwanten – wel voldoende aan, en dus had ik oerpunkclassic Fresh Fruit for Rotten Vegetables nooit opgezet. En dat terwijl de hoes met z’n contrasterende gele typografie op rauwe zwartwit ellende midden op mijn smaakpalet ligt.
Het eerste dat me opvalt is hoe veel dichter Dead Kennedys bij veel rock uit die tijd ligt dan bij de punk die ik gewend was. Ik heb af en toe het gevoel naar een activistische en energieke variant op Joy Division te luisteren, en zeker in thematiek is ook Gang of Four’s Entertainment, dat in deze lijst eerder de revue passeerde, niet ver weg. Overigens allemaal muziek uit ’79 en ’80 – en daarmee voelt ook dit weer een bijzonder tijdsgebonden document. Muzikaal is dat hier echter helemaal geen punt: puntige brokjes energie die worden gedreven door strak drumwerk dat zorgt voor een hele doordachte invulling van de ook hier vaak nog geen twee minuten per track – echt lekker to the point allemaal. Die gitaarlijntjes op ‘Chemical Warfare’ zijn heerlijk: donker activisme met de eenvoud en toegankelijkheid van de vroege Beach Boys. Voor protestmuziek is het bijna komisch licht verteerbaar, en dat is ook precies waar de kracht zit. Iets meer moest ik wennen aan zanger Jello, die me – vergeef me de absurditeit – op de minste momenten haast aan een soort cynische Andre van Duin doet denken, zo dik als alles er bovenop ligt. De maniertjes in zijn zang, de over-the-top lyrics direct vanaf ‘Kill the Poor’, de overamerikaanse uitspraak van ‘California Uber Alles’ – ik krijg regelmatig het idee dat ik naar slapstick van een komiek zit te luisteren. Toch is dit een dunne lijn, want ondertussen zit het veel te knap en spitsvondig in elkaar om daar echt aanstoot aan te nemen.
Hoewel de thematiek wel erg eenzijdig en gimmicky is en de sound af en toe wat over-Amerikaans, wordt die eenzijdigheid mooi gematcht met een plaat vol frisse rockmotiefjes waar de rem er amper opgaat en die toch lekker licht verteerbaar is. Een plaat die de benodigde eenvoud van het label ‘punk’ helemaal waarmaakt, en ondertussen hitparadetoegankelijk is, dat is knap en maakt dat ik vaker naar deze plaat teruggrijp dan ik na eerste beluistering verwacht had.
Voorzichtige 4*
Punk begon ik te verkennen op basis van musicmeter, nadat ik er in veel andere en meer voor mijn hand liggende genres al relatief warmpjes bijzat – zo rond 2008. Zoals het gaat in de internet-era volgde ik daarvoor niet de traditionele route van commerciele-punkrock-op-the-box via punk-klassiekers naar uithoeken van het genre. Ik startte daarentegen met Gatefold het onvolprezen Orchid, dat een schot in de roos bleek, en Minor Threat, waar ik wat minder mee had - hoewel ook zeker niet verkeerd. Toch leerde ik te genieten van de kort-korter-kortst esthetiek en het verpakken van niet alleen maximale energie, maar ook maximale contrasten per vierkante seconde. Omdat het voor mij geen dagelijks luistervoer is, had ik er – buiten nog enkele stijlverwanten – wel voldoende aan, en dus had ik oerpunkclassic Fresh Fruit for Rotten Vegetables nooit opgezet. En dat terwijl de hoes met z’n contrasterende gele typografie op rauwe zwartwit ellende midden op mijn smaakpalet ligt.
Het eerste dat me opvalt is hoe veel dichter Dead Kennedys bij veel rock uit die tijd ligt dan bij de punk die ik gewend was. Ik heb af en toe het gevoel naar een activistische en energieke variant op Joy Division te luisteren, en zeker in thematiek is ook Gang of Four’s Entertainment, dat in deze lijst eerder de revue passeerde, niet ver weg. Overigens allemaal muziek uit ’79 en ’80 – en daarmee voelt ook dit weer een bijzonder tijdsgebonden document. Muzikaal is dat hier echter helemaal geen punt: puntige brokjes energie die worden gedreven door strak drumwerk dat zorgt voor een hele doordachte invulling van de ook hier vaak nog geen twee minuten per track – echt lekker to the point allemaal. Die gitaarlijntjes op ‘Chemical Warfare’ zijn heerlijk: donker activisme met de eenvoud en toegankelijkheid van de vroege Beach Boys. Voor protestmuziek is het bijna komisch licht verteerbaar, en dat is ook precies waar de kracht zit. Iets meer moest ik wennen aan zanger Jello, die me – vergeef me de absurditeit – op de minste momenten haast aan een soort cynische Andre van Duin doet denken, zo dik als alles er bovenop ligt. De maniertjes in zijn zang, de over-the-top lyrics direct vanaf ‘Kill the Poor’, de overamerikaanse uitspraak van ‘California Uber Alles’ – ik krijg regelmatig het idee dat ik naar slapstick van een komiek zit te luisteren. Toch is dit een dunne lijn, want ondertussen zit het veel te knap en spitsvondig in elkaar om daar echt aanstoot aan te nemen.
Hoewel de thematiek wel erg eenzijdig en gimmicky is en de sound af en toe wat over-Amerikaans, wordt die eenzijdigheid mooi gematcht met een plaat vol frisse rockmotiefjes waar de rem er amper opgaat en die toch lekker licht verteerbaar is. Een plaat die de benodigde eenvoud van het label ‘punk’ helemaal waarmaakt, en ondertussen hitparadetoegankelijk is, dat is knap en maakt dat ik vaker naar deze plaat teruggrijp dan ik na eerste beluistering verwacht had.
Voorzichtige 4*
Death - Human (1991)

3,5
3
geplaatst: 17 september 2022, 07:54 uur
Ik beluisterde dit album voor het RYM top-250 review topic – anno augustus 2022 was dit RYM #227
Van Death had ik nooit eerder iets gehoord – ik kende de groep alleen van naam. Wat me aan hun discografie op MuMe opvalt is de extreme consistentie: elk album scoort tussen de 100 en 200 stemmen en vrijwel alles scoort boven de 4 gemiddeld. Geen enkele outlier welke kant dan ook op. Volgens mij zijn er weinig groepen met zulke hoge scores voor een niche publiek waarbij niettemin de hele discografie onder de mainstreamradar blijft. En bij het luisteren van Human valt dat patroon ook wel op zijn plaats: deze muziek voelt als een heel consistent en kwalitatief pakketje brutalistische audiokunst - hard, hoekig en puntig.
Zowel thematisch als in geluid hoor ik niet vaak zulke coherente en strakke albums. Hoewel ik de thematiek in combinatie met de voordracht voor een hele plaat lang wat te grotesk vind, kan ik de haast mathematische consistentie ervan erg waarderen. Ook valt me op dat de schreeuwer van dienst erg goed articuleert: ik kan me niet herinneren ooit een schreeuw-danwel-gruntplaat te hebben gehoord waarop alles goed te verstaan is. Dat zorgt gelijk dat de voordracht minder gimmicky aanvoelt.
Ook deze metalplaat doet me weer aan een computerspelletje denken met zijn snelheid en strakke transities. Tegelijkertijd is het een soort auditieve spijkerbom, die door de melodieën en heldere articulatie heel toegankelijk op me overkomt. Als conceptplaat inclusief artiestennaam en titel staat de plaat als een huis en zit hij verbluffend strak in elkaar. De – in dit geval donkere – machinale kant van de menselijke psyche verpakt in een conceptalbum vol machinale precisie en thematiek maakt dat Human voelt als metal-tegenhanger op Kraftwerks Die Mensch Machine. Soms waaiert het niettemin wat te ver uit voor mijn smaak, zoals halverwege ‘See Through Dreams’, en wordt een beetje een kunstjesvertoning. Die wordt weliswaar doorlopend voorzien van een dikke rafelrand op eigenlijk elk instrument, maar ook halverwege ‘Vacant Planets’ gaan ze erover wat het een beetje kolderiek maakt en afbreuk doet aan het concept.
Human is een granieten conceptalbum dat door zijn hoge tempo en puntige beukwerk heel makkelijk landt. Het is vaak gewoon rammen geblazen maar in combinatie met het sonische precisiewerk straalt een enorme controle van het album af. Er wordt ten volle gespeeld met transities en contrasten en nooit voor een behaagzieke route gekozen. Evengoed raakt het me niet heel erg, en mijn grootste bezwaar is dan ook dat er (buiten de RYM-lijst) weinig gelegenheden zijn waarop ik deze plaat zou opzetten: niet bij de afwas, niet tijdens het werk, niet om op te dansen, en ook niet om tot rust te komen of de gedachten te stimuleren. Dat neemt niet weg dat dit een mooie ontdekking is met wellicht ook nog wel enig groeipotentieel.
Ruime 3.5*
Van Death had ik nooit eerder iets gehoord – ik kende de groep alleen van naam. Wat me aan hun discografie op MuMe opvalt is de extreme consistentie: elk album scoort tussen de 100 en 200 stemmen en vrijwel alles scoort boven de 4 gemiddeld. Geen enkele outlier welke kant dan ook op. Volgens mij zijn er weinig groepen met zulke hoge scores voor een niche publiek waarbij niettemin de hele discografie onder de mainstreamradar blijft. En bij het luisteren van Human valt dat patroon ook wel op zijn plaats: deze muziek voelt als een heel consistent en kwalitatief pakketje brutalistische audiokunst - hard, hoekig en puntig.
Zowel thematisch als in geluid hoor ik niet vaak zulke coherente en strakke albums. Hoewel ik de thematiek in combinatie met de voordracht voor een hele plaat lang wat te grotesk vind, kan ik de haast mathematische consistentie ervan erg waarderen. Ook valt me op dat de schreeuwer van dienst erg goed articuleert: ik kan me niet herinneren ooit een schreeuw-danwel-gruntplaat te hebben gehoord waarop alles goed te verstaan is. Dat zorgt gelijk dat de voordracht minder gimmicky aanvoelt.
Ook deze metalplaat doet me weer aan een computerspelletje denken met zijn snelheid en strakke transities. Tegelijkertijd is het een soort auditieve spijkerbom, die door de melodieën en heldere articulatie heel toegankelijk op me overkomt. Als conceptplaat inclusief artiestennaam en titel staat de plaat als een huis en zit hij verbluffend strak in elkaar. De – in dit geval donkere – machinale kant van de menselijke psyche verpakt in een conceptalbum vol machinale precisie en thematiek maakt dat Human voelt als metal-tegenhanger op Kraftwerks Die Mensch Machine. Soms waaiert het niettemin wat te ver uit voor mijn smaak, zoals halverwege ‘See Through Dreams’, en wordt een beetje een kunstjesvertoning. Die wordt weliswaar doorlopend voorzien van een dikke rafelrand op eigenlijk elk instrument, maar ook halverwege ‘Vacant Planets’ gaan ze erover wat het een beetje kolderiek maakt en afbreuk doet aan het concept.
Human is een granieten conceptalbum dat door zijn hoge tempo en puntige beukwerk heel makkelijk landt. Het is vaak gewoon rammen geblazen maar in combinatie met het sonische precisiewerk straalt een enorme controle van het album af. Er wordt ten volle gespeeld met transities en contrasten en nooit voor een behaagzieke route gekozen. Evengoed raakt het me niet heel erg, en mijn grootste bezwaar is dan ook dat er (buiten de RYM-lijst) weinig gelegenheden zijn waarop ik deze plaat zou opzetten: niet bij de afwas, niet tijdens het werk, niet om op te dansen, en ook niet om tot rust te komen of de gedachten te stimuleren. Dat neemt niet weg dat dit een mooie ontdekking is met wellicht ook nog wel enig groeipotentieel.
Ruime 3.5*
Delta Funktionen - Electromagnetic Radiation Part II (2009)

4,0
0
geplaatst: 10 oktober 2010, 00:38 uur
Hele vette technoplaat die aanvoelt als een basis die overal nog naartoe getransformeerd kan worden. Het gevoel dat de opbouw meer overkomt als een logische keuze dan als noodzaak of experiment, maakt de plaat des te elementairder. Tracks duren zolang als uitkomt, maar hebben geen duidelijke tijdslimiet. Alsof hij de standaard zet voor hedendaagse kwaliteitstechno zonder foefjes. Rustige opbouw, industriële sfeer, ideaal voor in dj-sets en toch ook thuis heel goed luisterbaar. Iedere track hier is fundamenteel materiaal dat toch onmiskenbaar Delta Funktionen is, en dat vind ik erg knap. Normaal houd ik erg van verkennend spul, maar Delta Funktionen doet eigenlijk een stap terug en zet daarmee in alle rust een (voor mij ideale) standaard.
Mooi passend artwork van Delta Inc bovendien weer.
En dan staat er een heel verhaal dat wellicht de indruk wekt dat deze plaat exotisch is, terwijl ik dat eigenlijk helemaal niet bedoel. Hij is in mijn optiek juist bijzonder is in zijn eenvoud en urgentie, dus verwacht vooral geen gekkigheid, maar niettemin kan ik hem alle straightforward-techno liefhebbers meer dan aanraden.
Mooi passend artwork van Delta Inc bovendien weer.
En dan staat er een heel verhaal dat wellicht de indruk wekt dat deze plaat exotisch is, terwijl ik dat eigenlijk helemaal niet bedoel. Hij is in mijn optiek juist bijzonder is in zijn eenvoud en urgentie, dus verwacht vooral geen gekkigheid, maar niettemin kan ik hem alle straightforward-techno liefhebbers meer dan aanraden.
Donato Dozzy - K (2010)

4,0
0
geplaatst: 15 juli 2017, 14:33 uur
Prachtige, elementaire en (niet zo) eenvoudige technoplaat. Donato Dozzy begint hier echt vanaf de basis en stopt zijn volle aandacht in het geluidsontwerp, zonder tierelantijntjes of iets. Het lijkt wel alsof hij hiermee een masterclass geeft hoe je basale geluiden en beats het allerbeste kunt positioneren. Vooral de opener is magisch goed!
Duster - Stratosphere (1998)

3,0
1
geplaatst: 22 oktober 2022, 09:00 uur
Ik beluisterde dit album voor het RYM top-250 review topic – anno augustus 2022 was dit RYM #211
Waar Gang of Four de eerste plaat in de RYM-lijst was waar ik artiest en hoes enkel van naam en kleur kende, heeft Duster hierbij de primeur van de eerste plaat waar ik op geen enkele manier ooit van gehoord had: artiest onbekend, album onbekend, hoes doet geen belletje rinkelen. Althans, geen belletje van herkenning, want kijkend naar de hoes zou ik een ambient- of art-rockplaat in de trant van Tarentel of Tortoise verwachten. Niet compleet fout, zo blijkt, maar toch pakt Duster mij stukken minder dan ik op basis van de verpakking gehoopt had.
Stratosphere is een duidelijke zondagochtendplaat en heeft vanaf de start alle ingredienten die je nodig hebt om je in een dekentje te wikkelen en je huis niet uit te komen terwijl het buiten miezert. Maar daarbinnen ligt de sound me eigenlijk amper. Saai, onprikkelend en net-niet-lelijk-genoeg gitaargeluid overheerst en staat in ‘plain’ vorm veel te centraal voor een plaat die zo sterk leunt op klank(kleur). Dat haalt me helemaal uit de sfeer die juist zo voorzichtig en doordacht gesmeden wordt. De gitaartextuur is erg nadrukkelijk aanwezig voor hoe weinig bijzonder deze hier is. Het dreutelt voort, heeft wel het tempo van een bespiegelende plaat maar niet de subtiliteit en klankkleur ervan. Op de rustpunten een soort Labradford zonder de spanning of schoonheid, een emotioneel vlakke variant op The Microphones / Mt Eerie in de actievere stukken. Laatstgenoemde is volgens mij ook een RYM-darling, maar als ik zie dat Labradford aldaar niet verder komt dan 10% van het stemmenaantal van dit gezelschap lijkt me dat serieus de omgekeerde wereld.
Tracks als ‘Docking of the Pod’, en ‘The Queen of Hearts’ zijn zo druilerig en middle-of-the-road binnen het type muziek – het is allemaal niet echt slecht of vervelend, maar het beroert me niet. Ook ‘Constellations’ sleept maar voort: ik houd enorm van dit soort minimalisme en teruggetrokkenheid, maar niet in de uitvoering van Duster blijkbaar. Traagheid kan zorgen voor spanning of introspectie, maar precies dat mis ik hier. De hele tijd die doodgewone en onmiskenbare gitaarsound. De titeltrack is het enige nummer waarvan ik opleef: interessant geluid, dat niet zo overduidelijk concreet en herleidbaar is naar zijn origine. Mooie textuur van hoge dichtheid die zijn titel eer aan doet, in prikkelend contrast staat met de drums, en daarmee de enige uitzondering op de druilerige en slepende sound die Stratosphere domineert.
Als een plaat van dit type muziek, dat doorgaans helemaal mijn ding is, het schopt tot de RYM-250, zou dat een garantie voor succes bij mij moeten zijn, maar ik vind de plaat ook na verkenning in een stuk of zeven beluisteringen bij vlagen gewoon saai. Ik hoor hem liever dan veel andere muziek omdat hij precies op mijn smaakpalet aansluit maar ben verder niet erg omvergeblazen. Stratosphere is een album dat precies in mijn straatje past, maar dat straatje wel heeft ontdaan van alle bomen, struiken en winkeltjes.
Hele krappe 3*
Waar Gang of Four de eerste plaat in de RYM-lijst was waar ik artiest en hoes enkel van naam en kleur kende, heeft Duster hierbij de primeur van de eerste plaat waar ik op geen enkele manier ooit van gehoord had: artiest onbekend, album onbekend, hoes doet geen belletje rinkelen. Althans, geen belletje van herkenning, want kijkend naar de hoes zou ik een ambient- of art-rockplaat in de trant van Tarentel of Tortoise verwachten. Niet compleet fout, zo blijkt, maar toch pakt Duster mij stukken minder dan ik op basis van de verpakking gehoopt had.
Stratosphere is een duidelijke zondagochtendplaat en heeft vanaf de start alle ingredienten die je nodig hebt om je in een dekentje te wikkelen en je huis niet uit te komen terwijl het buiten miezert. Maar daarbinnen ligt de sound me eigenlijk amper. Saai, onprikkelend en net-niet-lelijk-genoeg gitaargeluid overheerst en staat in ‘plain’ vorm veel te centraal voor een plaat die zo sterk leunt op klank(kleur). Dat haalt me helemaal uit de sfeer die juist zo voorzichtig en doordacht gesmeden wordt. De gitaartextuur is erg nadrukkelijk aanwezig voor hoe weinig bijzonder deze hier is. Het dreutelt voort, heeft wel het tempo van een bespiegelende plaat maar niet de subtiliteit en klankkleur ervan. Op de rustpunten een soort Labradford zonder de spanning of schoonheid, een emotioneel vlakke variant op The Microphones / Mt Eerie in de actievere stukken. Laatstgenoemde is volgens mij ook een RYM-darling, maar als ik zie dat Labradford aldaar niet verder komt dan 10% van het stemmenaantal van dit gezelschap lijkt me dat serieus de omgekeerde wereld.
Tracks als ‘Docking of the Pod’, en ‘The Queen of Hearts’ zijn zo druilerig en middle-of-the-road binnen het type muziek – het is allemaal niet echt slecht of vervelend, maar het beroert me niet. Ook ‘Constellations’ sleept maar voort: ik houd enorm van dit soort minimalisme en teruggetrokkenheid, maar niet in de uitvoering van Duster blijkbaar. Traagheid kan zorgen voor spanning of introspectie, maar precies dat mis ik hier. De hele tijd die doodgewone en onmiskenbare gitaarsound. De titeltrack is het enige nummer waarvan ik opleef: interessant geluid, dat niet zo overduidelijk concreet en herleidbaar is naar zijn origine. Mooie textuur van hoge dichtheid die zijn titel eer aan doet, in prikkelend contrast staat met de drums, en daarmee de enige uitzondering op de druilerige en slepende sound die Stratosphere domineert.
Als een plaat van dit type muziek, dat doorgaans helemaal mijn ding is, het schopt tot de RYM-250, zou dat een garantie voor succes bij mij moeten zijn, maar ik vind de plaat ook na verkenning in een stuk of zeven beluisteringen bij vlagen gewoon saai. Ik hoor hem liever dan veel andere muziek omdat hij precies op mijn smaakpalet aansluit maar ben verder niet erg omvergeblazen. Stratosphere is een album dat precies in mijn straatje past, maar dat straatje wel heeft ontdaan van alle bomen, struiken en winkeltjes.
Hele krappe 3*
