MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Gyzzz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Gang of Four - Entertainment! (1979)

poster
3,0
Ik beluisterde dit album voor het RYM top-250 review topic – anno augustus 2022 was dit RYM #220

De eerste 30 platen die ik luisterde voor de RYM-lijst had ik allemaal ofwel al eens gehoord, of ik was op zijn minst bekend met de uitvoerende of meerdere nummers daarvan. Gang of Four is de eerste groep die me slechts vaag van naam bekend voorkomt, en waarvan ik bijvoorbeeld het genre met geen mogelijkheid had kunnen noemen. Nu ik Entertainment! verschillende keren heb gehoord snap ik wel een beetje waarom: het onderscheidend vermogen van deze groep is namelijk over tijd wel afgenomen. Ik moest bij het luisteren van deze plaat vooral veel denken aan andere muziek, iets wat je ook in de vele namedropping bij de albumpagina op MuMe wel terugziet. Daar worden in nog geen drie pagina’s minstens 20 referenties naar andere bands genoemd. Toegegeven, bijna al die bands kwamen na Gang of Four bovendrijven, maar niettemin is dit geluid inmiddels redelijk 'played out' in mijn beleving. Dat maakt het lastiger om 'Entertainment!' op waarde te schatten.

Het is ontegenzeggelijk een lekker puntig werkje en je hoort duidelijk dat allerlei revivals, met name in de '00s, hier wel erg veel vandaan gehaald hebben. De plaat heeft een goede energie en verfrissende jeugdigheid. Maar hij lijkt ook een beetje ingehaald door de tijd - zowel conceptueel, in geluid, als tekstueel. De muziek is heel concreet en rechtlijnig en teksten zijn doordacht maar zowel de sound als de thematiek voelt ruim 40 jaar later nogal braaf en verantwoord, in tegenstelling tot die van veel tijdgenoten. In de huidige tijd van grote beschikbaarheid van informatie en verschillende perspectieven komt de thematiek van Gang of Four, die relatief weinig ruimte geeft voor eigen invulling, minder goed uit de verf. Zo merk ik dat het me minder doet dan het eerder in de RYM-lijst gereviewde Pink Flag van Wire, dat twee jaar eerder uitkwam. Eerlijk gezegd vind ik die plaat enerzijds ontzettend vergelijkbaar, maar anderzijds op alle vlakken net even wat leuker: puntigere liedjes, gevarieerder en kleurrijker geluid, en iets tijdlozere teksten en voordracht. Ook bijvoorbeld The Fall en Talking Heads vind ik muzikaal en tekstueel interessanter, door iets abstracter en minder rechtlijnig te werk te gaan. Gang of Four is dan in verhouding wel érg rechtdoorzee en degelijk.

'Entertainment!' is bedoeld als ironische titel, maar is anno 2022 eigenlijk dubbel-ironisch (en daardoor nog steeds heel passend) geworden. Want deze onschuldige plaat, die in retrospect aandoenlijk overkomt met zijn blik op de wereld (en wat daar mis mee is), haalt zijn kwaliteit toch vooral puur uit entertainment. Daarmee is het gewoon een leuke en strakke plaat, een die een hoge score wel gegund zou zijn. Evengoed is er voor mij een duidelijk verschil tussen "leuke plaat, zal ik wel niet vaak meer draaien" (de 3* categorie) en "leuke plaat, ga ik vaker opzetten" (3.5*) en dan vrees ik toch dat 'Entertainment!' in die eerste categorie zal gaan vallen. Deze muziek is langzaamaan opgeslokt door zijn (deels zelfgecreëerde) omgeving van stijlgenoten en navolgers: ik zou waarschijnlijk veel plezier aan deze plaat kunnen beleven, ware het niet dat er veel muziek stilistisch heel dichtbij ligt die me meer beroert.

3.25*

Gang Starr - Moment of Truth (1998)

poster
3,5
Ik beluisterde dit album in het kader van het RateYourMusic top-250 review topic - dit is de RYM #249

Moment of Truth wordt vrijwel unaniem besproken als het ‘finest hour’ van Guru en Premier (met allmusic.com als opvallende uitzondering). Die status heb ik nooit helemaal begrepen – voor mij is dit juist het moment geweest waarop Gang Starr hypegevoeliger werd en van zijn unieke aanpak afstapte. Zoals meer classic HipHop eind jaren ’90 niet helemaal leek te weten welke kant het op moest, met nogal opmerkelijke artistieke keuzes van Nas, Wu-Tang, Mobb Deep en meer ‘90s iconen, zo vind ik dat ook Moment of Truth hier ook niet vrij van blijft: de plaat moest in lijn met de standaard opeens 78+ minuten duren, met logischerwijs fillers tot gevolg. Samples moesten explicieter zijn met herkenbare melodietjes of vocale soulsamples (Work, Above the Clouds, JFK 2 LAX, …). En bedenkelijke gastartiesten als K-Ci & Jo-Jo en M.O.P. mochten hun opwachting maken.

Premier produceert hier nadrukkelijk toegankelijker en herkenbaarder dan in de early nineties, met de expliciete breaks die in deze periode de uit duizenden herkenbare “Premier-beat” zouden vormen, waarmee hij ook als gastproducer eind jaren ’90 weer een enorm stempel zou drukken. Op albums van Rakim, Nas, Mos Def, Common, Capone-N-Noreaga en vele anderen uit die tijd produceert hij 1 of 2 tracks, die direct duidelijk maken hoeveel niveaus hoger Premier stond dan zijn collega-producers uit die tijd. ‘The Rep Grows Bigga’ is hier een goed voorbeeld van: zeer sterke beat, maar ook Premier-by-the-numbers. Vooral het scratchwerk tussen de coupletten is bijna karikaturaal Premier. Zo wordt hier duidelijk: deze man heeft in zijn pink meer talent dan 90% van de producers uit die tijd in hun hele lichaam. En dat maakt de hele plaat altijd minimaal genietbaar. Maar soms ook wat voorspelbaar. Ook Guru bereikt op de beste momenten grote hoogten, met de titeltrack als moderne introspectieve klassieker en hoogtepunt van deze plaat, maar heeft te weinig te vertellen om meer dan een uur te boeien.

Moment of Truth is een solide en coherente plaat waarop weinig uit de toon valt. Maar hij duurt veel te lang, en dan gaan de matige momenten (‘Royalty’, ‘BI vs. Friendship’, ‘The Mall’, …) tegenstaan. Vrijwel elke beat is klasse, maar doordat sommigen zo volgestopt zitten, treedt achter elkaar beluisterd eerder verzadiging op. Als ik aandachtig luister hoor ik hoe sterk een track als ‘Make ‘Em Pay’ is, maar tegen die tijd is mijn aandacht doorgaans al wat verslapt. Ik gebruik deze plaat daarom meestal om te cherry-picken, of gewoon de titeltrack op repeat te zetten, terwijl ik hem zelden in zijn geheel opzet. Waar een album als Daily Operation bij mij na talloze beluisteringen nog elke keer blijft groeien, verrast, en details prijsgeeft, is Moment of Truth in your face, expliciet, maar ook een behoorlijk lange zit. Een kwalitatieve zit, dat wel.

Ruime 3.5*

Gas - Narkopop (2017)

poster
4,5
Gisteren Gas kunnen zien in de Mousonturm in Frankfurt en dat was - net als in 2009 - fenomenaal. Het optreden was voor mij bovendien een bevestiging van de hoge kwaliteit van Narkopop.

In ongeveer 70 minuten speelde Wolfgang Voigt enkel nieuw materiaal, zonder ook maar een keer terug te grijpen op de serie klassiekers uit '96-'00. Niet alleen in geluid klinkt Narkopop analoger dan voorgangers, ook de begeleidende beelden bevatten meer fotografie- en filmmateriaal dan voorheen. Een duidelijke keuze, waarbij het verdwalen nog altijd even sterk aanwezig is, maar met meer realisme in zowel klank als geluid.

Zoals de andere Gas-albums dat ook doen, is Narkopop niet alleen kwalitatief op zichzelf, maar versterkt het ook de beleving van voorgangers. Door ze in nieuw perspectief te plaatsen en dimensies toe te voegen aan het toch al uitgebreide palet van GAS.

Toch staat Narkopop ook duidelijk op zichzelf: het geluid is majestueuzer, grootser en minder compact geworden. Uitgesprokener, dramatischer en explicieter onheilspellend. Dat staat voor mij los van de waardering: zoals Zauberberg en Pop ondanks hun gelijkenissen al mijlenver uit elkaar lagen in teneur, ligt deze nieuwe plaat daar weer loodrecht op.

Wat me opvalt is dat, in tegenstelling tot de meeste andere muziek, je Gas heel hard kunt draaien zonder je concentratie te verliezen. Daarbij kan het enerzijds de gedachten stimuleren als je tegelijkertijd iets anders doet. Maar ook kun je er volledig in opgaan en juist alle gedachten uitschakelen, zeker ook met de beelden erbij.

Wie Gas nog live zal kunnen zien dit jaar moet dat absoluut doen; die album vormt daarbij een perfecte opwarmer.

Gas - Pop (2000)

poster
5,0
Wat een waanzinnig album ook... De eerste suites wekken de indruk van licht aan het eind van de Gas-tunnel, het langzaam maar zeker bevrijd raken uit de sferen van de eerste albums die voortdurend in cirkels ontwikkelen maar nooit een duidelijke riching hebben. Die altijd weer vroeg of laat op hun eerdere punt terugkomen, zonder daarvoor enig ander herkenbaar punt gepasseerd te hebben. Opeens zijn daar identificeerbare melodielijnen. Omhuld in vervreemdende klanken, lijkt de toegankelijkheid en openheid zijn weg gevonden te hebben.

Tot dan opeens tegen het eind je meedogenloos teruggesleurd wordt in de 4/4 beats en ondefinieerbare klanken die pas doordringen seconden nadat je ze hoort. Terug in klanken die geen enkele indicatie geven of het nummer nu 4 of 12 minuten bezig is zolang je niet op de teller kijkt. Uiteindelijk blijkt er helemaal niets veranderd. En juist dat onregelbare, eindeloze spectrum aan gelijkgestemde klanken maakt het verdwalen in het bos van Gas compleet. Dit staat los van gevoelens uitdrukken met muziek, deze muziek drukt zijn eigen klank uit. Alleen William Basinski deed dat eerder bij mij, maar verder blijft het volkomen uniek en bijzonder naar mijn weten.

De albums van Gas zijn niet zonder elkaar in beschouwing te nemen. In het licht van de voorgangers, denk ik dat Pop Voigts meesterwerk is. Als plaat op zich, prefereer ik het debuut. Wat wel als een paal boven water staat is dat Gas zich gemakkelijk kan scharen tot een van mijn favoriete artiesten.

Genesis - Foxtrot (1972)

poster
3,0
Ik beluisterde dit album voor het RYM top-250 review topic – anno augustus 2022 was dit RYM #240

Aan Genesis had ik me buiten een los nummer hier en daar op de achtergrond nooit eerder gewaagd omdat het in mijn nergens-op-gebaseerde beeld gedateerde muziek zou zijn. Een aantal beluisteringen van Foxtrot later kan ik daar onmogelijk nog achter staan – de muziek is voor mijn gevoel juist verrassend tijdloos. Dat zit hem vooral in het originele en behoorlijk op zichzelf staande gebruik van instrumenten waaronder het speelse orgel dat een heel ruimtelijk geluid opspant en tegelijk de vaart erin houdt. Ook de piano creeert hier een heel weids geluid, waar de sterke en weidse productie zeker ook aan bijdraagt.

De dynamiek en het mooie geluid trekken me hier herhaaldelijk naartoe. Er wordt mooi gespeeld met contrasten en aan de klankkleur lijkt veel aandacht besteed. De muziek zit heel vol met instrumenten en geluid maar klinkt niet dichtgesmeerd – alles heeft zijn heldere plaats in de tijd en in de mix. Dat komt niet in de laatste plaats door de instrumenten, waaronder de fluit. De zang van Peter Gabriel staat me echter tegen: buiten zijn zeikerige, lelijke stem, brengt hij bijna alles met zoveel pathos en dramatiek dat ik niet word meegenomen maar juist vervreemd raak van zijn voordracht. Als een opa die zijn kinderen op schoot een o-zo-spannend verhaal vertelt klinkt hij hier op 22-jarige leeftijd (???) als een 70-jarige die is begonnen te praten en van geen ophouden meer weet. Eigenlijk vind ik de beste stukken van dit album vrijwel zonder uitzondering de passages waar hij zijn mond houdt. De grootse dramatiek die hij aan de dag legt trek ik alleen met een flinke dosis zelfspot of in ieder geval een zekere knipoog, zoals bijvoorbeeld een David Bowie of Tom Waits dat zo goed doet.

Ik zal er ongetwijfeld geen barst van begrepen hebben als ik miniatuurtje ‘Horizons’ de mooiste track van het stel vind. Giga-epos ‘Supper’s Ready’ daarentegen geeft me het gevoel dat vooraf is uitgedacht om een ‘episch monument’ van 20+ minuten te maken terwijl het nummer daar helemaal niet sterker van wordt. Ook het potsierlijke spel en sound van de gitaar rond 8 minuten vind ik ronduit absurde edelkitsch. Binnen deze suite kan ik genieten van losse passages, zoals tussen 2:00 en 4:00, die me aanvoelen als een vroege voorloper van neo-folk als Current 93. Maar die ook aan elkaar gelijmd worden door Gabriel die met zijn grote gebaren op zo’n voetstuk worden verheven. Het maakt dat ik bij momenten enorm opleef en de sound erg kan waarderen, maar met het grotere geheel niet zoveel kan.

Ruime 3*

Gidge - New Light (2020)

poster
2,5
Veel aandacht voor deze plaat die precies in mijn straatje zou moeten passen. De eerste nummers die ik tegenkwam deden me weinig maar de combinatie van muziekstijl en positieve geluiden maakte me toch benieuwd. Ik sluit me echter aan bij de minder enthousiaste berichten - zoals hieronder m.i. goed verwoord.

ohmusica schreef:
Paar keer beluisterd, ik mis subtiliteit in de mix, de ritmes, stemmen en effecten zitten wel erg nadrukkelijk in het geluid, ik mis hier gevoel en sfeer bij.

Dit voelt voor mij als de MacDonalds onder de elektronica: wel lekker zolang je niet echt probeert te proeven, maar zodra je dat ook maar een klein beetje doet valt op hoe plat/onsubtiel en smaakloos het is. Voor een plaat die zo op sfeer leunt vallen ook de lelijke geluiden - in The Cascades b.v. - extra op. Niet mijn ding.

Gridlock - Trace (2001)

poster
4,5
Industrial IDM is de term die ik vaak vastgeplakt zie aan Gridlock, en deze term geeft dan ook geweldig weer wat de muziek van Gridlock inhoudt. Op Trace (en ook op Formless) krijgen de mannen het op een unieke wijze voor elkaar de schoonheid van de industrie in muzikale vorm weer te geven -de mooie kant van industrie laten zien is iets wat al een kunst op zich is natuurlijk.
Gridlock's muziek is namelijk niet puur 'vet', zoals de meeste vergelijkbare muziek (voor zover er muziek wordt gemaakt die op die van Gridlock lijkt) maar het lukt Gridlock om de vele ratel- en knalsamples ook werkelijk 'mooi' te laten klinken, in combinatie met de vele waves. De muziek straalt niet enkel energie uit, maar ook een bijzonder soort harmonie, waarin alle nummers met elkaar in evenwicht liggen. Het lijkt me dan ook geweldig om bijvoorbeeld een Koyaanisqatsi-type film te zien met Trace als achtergrondmuziek, omdat Trace schoonheid op een ongekende manier koppelt aan ruwheid.

Net als Xanopticon staat ook Gridlock tamelijk alleen in zijn soort muziek. Er is weinig vergelijkbaar materiaal, omdat het veel subtieler is dan de gebruikelijke industrial, en toch veel grover dan de standaard IDM. Hiermee bestrijkt Gridlock een soort tussenvlak dat met de juiste benadering de ultieme muziek oplevert, maar dit tussenvlak lijkt voor veel artiesten onbekend.

Trace haalt zijn grootste kracht uit de enorme evenwichtigheid van de nummers. Het album is een heel erg sterk geheel en alle nummers liggen op één lijn. Door subtiele verschillen kennen ze hele verschillende soorten opbouw, maar de sound is overal identiek. UH4.17 is voor mij de meest opzienbarende track, omdat die precies tegengesteld aan de gebruikelijke muziekpatronen zijn opbouw kent. De meer gangbare Electronic heeft regelmatig een sterke neiging om rustig te beginnen, en dan steeds verder en drukker te worden, om tot slot helemaal door te trekken en te climaxen. UH4.17 pakt dit volledig omgekeerd aan. Het nummer begint met drukke razernij en geknal, en gaat vervolgens over in rustige waves en zo sluit het ook af. Naast UH4.17 zijn het Done en 397-ALD die de toppers zijn, terwijl andere nummers als Voiceless en 346:277 mooie rustigere overgangen zijn tussen de drukkere nummers.
Een laatste sterk punt is nog dat de sound van Trace heel erg vol is. Terwijl de muziek slechts uit mijn twee fragiele computerspeakertjes komt, krijg ik de indruk dat de muziek van alle kanten komt, en ik midden tussen de muziekmachines zit.

Trace is tot in de puntjes uitgewerkt. Gridlock weet ruw te blijven, terwijl het ondertussen alles vloeiend maakt en de scherpe randjes wegschuurt. In sommige genres is deze gepolijstheid een minpunt voor de muziek, maar op dit album draagt dit enkel bij aan de kwaliteit.
Gridlock is een zeer geoliede machine, die met Trace een prachtig product heeft afgeleverd.

4,5*