MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten HugovdBos als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Haken - Affinity (2016)

poster
4,0
De uit Londen afkomstige progressive metal/rock band Haken zorgde vanaf hun eerste album Aquarius voor opschudding binnen de wereld van de progressieve muziek. De band bleek over de kracht te bezitten om hun fraaie concepten om te buigen in gestructureerde en fijnzinnige nummers, die over de gehele lengte de aandacht wisten op te eisen. De grote doorbraak kwam in 2013 met hun album The Mountain, waarmee hun eigen grenzen verlegd werden en de muziek nog meer als een eenheid klonk. Voor hun vierde album, genaamd Affinity, zijn ze dieper gedoken in de muziek van de jaren 80, waar de muziekstukken van Yes, King Crimson en Toto centraal werden gesteld. Daarnaast spelen de invloeden van hun optredens met Leprous en The Neal Morse Band een belangrijke rol in hun muzikale ontwikkeling. Alhoewel er deze keer geen overkoepelend concept is voor het album komen onderwerpen als de connectie tussen alle levende wezens en persoonlijke relaties veelvuldig terug in de teksten. Met een wijziging in de succesvolle formule van de band en de minimalistische hoes stralen ze uit wat de voor hun belangrijke muzikale invloeden voor verwantschap hebben met het album.

Wanneer de bliepjes van een oude computer affinity.exe starten bevinden we ons in de jaren tachtig. De muzikale trein wordt in werking gesteld wanneer de klanken van keyboards het gehoor in draven. Het programma start op en de drums van Raymond Hearne dringen naar binnen. De klanken gaan over in de stevige gitaarriff van Griffiths. Initiate geeft de eenheid van de band weer, een zware onderlaag aan drums en bass klinken door in de meeslepende keyboardklanken. Het compacte nummer is het begin van de oorlogsvoering die de mensheid in de greep houdt. Hoe het nummer zich openstelt voor het onbekende en dieper ingaat op de droomwereld die we om ons heen creëren. De invloeden van de jaren 80 stromen door in 1985. Neem Yes’ 90125 en voeg dit samen met Rush’ Subdivisions en Toto’s IV. Het zijn de invloeden van dit decennium die een krachtige combinatie vormen met de muziek uit de moderne tijd. De speelstijl op het keyboard gaat gepaard met krachtige drum en gitaar riffs. Ross Jennings weet met zijn hoge zang de melodieën van een fraai randje te voorzien. Het samenspel drijft het tempo van de rust naar de snelheid van de prog metal. Diego Tejeida legt met zijn keyboardspel de basis van de muzikale lijn, om vervolgens de indringende kracht over te laten aan het strakke drumspel van Hearne en Griffiths klankrijke gitaarspel. De muzikale verandering die vanaf 5 minuten in werking wordt gesteld sleurt je door de tijd, in de klanken van Toto met de start van het game tijdperk en de progressieve jaren 90 van Dream Theater’s metal. De verbondenheid tussen de mensen dringt dieper door in Jennings’ stem en doet de controle over het bestaan verliezen. Het ontwerp van de wereld die als een uit elkaar vallende puzzel de stukjes in de rondte laat vliegen.

Lapse vervolgd de weg met een wonderschone vocale show van Jennings. Muzikaal gezien spelen vooral de synths en drums een grote rol, al blijft de impact vergeleken met de rest van het album vrij beperkt. De groovy gitaarsolo beweegt zich opnieuw naar de muziek uit de jaren 80 toe. Hoe de tijd en ruimte zich voortbeweegt door ons planetenstelsel en de levende wezens en hun gedachten met elkaar verbindt. Het epische centrum ligt in de ruim 15 minuten durende track The Architect. De duisternis daalt neer wanneer de beginklanken van het nummer tot ons komen. Het gitaarspel van Henshall en Griffiths komt in alle hevigheid voorbij in zwaar beladen riffs, ondersteunt door het machtige drumwerk van Hearne. De tempowisselingen die in beweging worden gezet door de keyboards en drums zorgen voor de verspreiding van het vergif van de verbroken verwantschap tussen de mensen. De metalriff van het begin wordt overgenomen door de atmosferische klanken van de keyboards en zang. Jennings vraagt het uiterste van zijn stem door zijn hoge zang in te ruilen door een zwaardere aanpak. Het experimentele karakter draagt de elektronica uit de jaren 80, gecombineerd met de kracht van prog rock en metal. Het is een aanpak die van begin tot eind werkt en het nummer in het samenspel van King Crimson meesleept naar groovy gitaarpartijen en een zinderende basssolo van Conner Green. Aanwezig blijft hun eigen signatuur, al zijn de invloeden van Opeth en Leprous naar het einde toe niet weg te denken. Dit komt mede door de grommende bijdrage van gastzanger Einar Solberg (Leprous). De krachtige samenhang van bulderende drums en zwaar beladen gitaarpartijen, afgewisseld met meeslepende melodielijnen van het keyboard blijft ook naar het einde toe fascinerend. Wanneer de chorus terugkeert is de sympathie voor de mensen om ons heen compleet verdwenen, maar blijkt de affiniteit toch te sterk om af te sterven. Earthrise doet nog het meest poppy aan van alle nummers op het album en kenmerkt zich door het melodieuze gitaarspel. Invloeden van Toto en The Alan Parsons Project sijpelen door in de rustige gedeeltes, terwijl het refrein meer leunt op de kracht van de drums. Het gitaarduo Henshall/Griffiths sluit goed aan bij de muzikale onderlaag van Tejeida. Ook in een meer compacte track als Earthrise slaagt de band erin hun technische vaardigheden tentoon te spreiden. Het revolutionaire karakter is terug te vinden in de wederopstanding van de mensheid en de verbintenis tussen eenieder. Het pianospel van Tejeida staat voor het onroerende element in het verhaal.

Red Giant roert zich in de opkomst van de elektronische muziek uit de jaren 80. Oneven maten en drumpartijen die duidelijk invloeden kennen uit de new wave verbinden de fraaie ambient synths aan de zang van Jennings. Het buitenaardse dat in het nummer doorstraalt doet ons bewust worden van de grootsheid van de cosmos en de angst voor het onbekende. Griffiths brengt de boel tot rust in de ontroering van zijn gitaarspel. Het technisch meest complexe muziekstuk volgt daarna in de vorm van The Endless Knot. De eindeloze knoop die doorgehakt moet worden vertaalt zich naar machinale gitaarpartijen en inkomend drumwerk. De dromen die worden overgenomen door nare gedachten en de verhalen van een held die wij als mensen nodig hebben. Het zijn de teksten die Jennings op bijzonder fraaie wijze brengt en hem doet wisselen in toonhoogte. Een andere wisselwerking is die in het instrumentale stuk dat volgt. De keyboardklanken draaien hierbij rondjes om de melodieuze gitaarpartijen. Hier voeren de invloeden van de elektronische muziek zich naar de hedendaagse muziekwereld, pulserend en meeslepend tot in het diepste van de muziek. De kleine 10 minuten van slottrack Bound by Gravity worden vooral gevuld met de rustige kant van hun muziek. De zwaartekracht die onze planeet doet verbinden aan plekken waar we nooit zullen komen. De ballad roept opnieuw herinneringen op aan Toto, maar beweegt zich ook rond de muzikale stijl die we van Anathema kennen. De emotionele zang van Jennings en de harmonieën gedurende het nummer worden door de rust benadrukt. Tejeida blinkt uit als toetsenist en volgt de muzikale golven van de synths. De bellen die klinken brengt de mensheid terug naar de werkelijkheid en uit de droomwereld die we om ons heen creëren. Wanneer de computergeluiden terugkeren wordt het programma afgesloten en blijven we achter in de impact die Haken opnieuw naar de troon doet stijgen.

Affinity is een verbluffend krachtig meesterwerk, waar de technische vaardigheden van de bandleden continue op de proef worden gesteld. De vernieuwende klanken in de vorm van de wave en synths van de jaren 80 worden op ongekende wijze geïmplementeerd binnen de complexe structuren van Haken’s muziek. De zangpartijen sluiten hierbij perfect aan op de muzikale lagen, van de rustige en atmosferische stukken tot de felle en krachtige gedeeltes. Daarnaast roept de muziek de emoties op van de diepgaande teksten. Met elke release weten ze weer een stukje vernieuwing te verbinden aan hun eigen composities en op Affinity zit de productie daarbij opnieuw strak in elkaar. Het machtige meesterwerk behoord daarmee tot het beste wat het jaar 2016 ons tot nu toe heeft gebracht.

4,5*

Afkomstig van mijn site Platendraaier.

Howlin' Wolf - Moanin' in the Moonlight (1959)

poster
4,5
Chester Arthur Burnett, beter bekend onder zijn naam artiestennaam Howlin’ Wolf, is het figuur van de rauwe Chicago blues. Net als veel andere belangrijke muzikanten binnen de totstandkoming van de blues groeide hij op in de Mississippi delta. Zijn ouders scheiden al toen hij nog maar 1 jaar oud was en als kind werd hij door zijn moeder uit huis gezet, omdat hij weigerde mee te helpen in de landbouw. Ook bij zijn oom was het geen plezierig leven, het dwong hem ertoe om op zijn 13e naar de familie van zijn vader te stappen. Zijn niet geringe gestalte, zowel in lengte (1,98m) als in gewicht (+100kg), leverde hem de bijnaam Bull Cow op. Zijn artiestennaam ontleende hij echter aan het verhaal van zijn opa, waar de howling wolves je bij misdraging zouden verslinden. Toen hij 20 oud jaar was kwam hij in 1930 in aanraking met de muziek van Charlie Patton, één van de bluesgrootheden uit die tijd. Burnett leerde van hem zowel het spelen op de gitaar als de showman skills die nodig zijn om het publiek te vermaken. Andere invloeden uit die tijd kwamen van onder andere Blind Lemon Jefferson en Ma Rainey. Zijn grommende uithalen leerde hij door de muziek van countryster Jimmie Rodgers, waar het jodelen als snel een grauw geluid werd. Gedurende de jaren 30 en 40 speelde hij met bluesmeester samen en vormde hij na een korte periode in militaire dienst zijn eerste band. Begin jaren 50 verschenen zijn eerste singles, met zijn kenmerkende hese en grommende zang, de blues kwam uit het diepste van keelgat. Hij tekende bij Chess Records en werkte met heel wat verschillende line-ups samen, constante factor was echter altijd gitarist Hubert Sumlin.

Zijn debuutalbum Moanin’ in the Moonlight is een compilatie van eerder verschenen singles, opgenomen van 1951 t/m 1959. Vanaf zijn eerste single Moanin’ at Midnight, waar het grauwe geluid van zijn mondharmonicaspel de kermende klanken van zijn stang verstevigen. Blues in zijn rauwste vorm, de muziek gaat door merg en been, zijn scherpe uithalen brengen een onderhuidse spanning teweeg. Smokestack Lightning brengt rookwolken in de lucht van traag voorbijkomende stoomtreinen, meeslepend in de herhalingen en voortstuwend in zang. Het zijn enkele van de vele hoogtepunten waar het album rijk aan is, zoals ook het door woede en kwaad gedreven Evil. Volgens zijn moeder was het duivelse muziek, maar deze muziek komt echt uit het diepste van de strot van de wolf.

Afkomstig van mijn site Platendraaier.

Huis - Neither in Heaven (2016)

poster
4,0
De Canadese band Huis werd in 2009 door Pascal Lapierre en Michel Joncas opgericht, nadat de twee mannen in Nederland inspiratie hadden opgedaan voor een nieuw muziekproject. Het duurde echter nog tot 2014 voordat het veelgeprezen debuut Despite Guardian Angels in de winkels verscheen. Gitarist Michel St-Père bracht vorig nog het prachtige Delusion Rain uit met zijn band Mystery, maar is inmiddels ook een vaste waarde geworden binnen de band Huis. Toetsenist Pascal Lapierre moest wegens familieomstandigheden in 2014 de band verlaten en is inmiddels vervangen door Johnny Maz. Waar de naam al een duidelijke verbinding oproept met hun populariteit in Nederland, daarnaast betekend Huis ook nog eens huisdeur in het Frans, is onder de gastmuzikanten Gerben Klazinga van het Nederlandse Knight Area te vinden. De aanwezigheid van de vele toetsinstrumenten speelt nog steeds een hoofdrol op het tweede album Neither In Heaven, maar de algemene structuur is wat steviger geworden, mede door het gitaarspel van Michel St-Père.

Vanaf de opkomende klanken van de synths in titeltrack Neither in Heaven wordt de muzikale toon van het album neergezet. Het duistere karakter dat over het gehele album zweeft brengt de zware gitaarstorm van Michel in het nummer. De pianoklanken van gastmuzikant Nathan Vanheuverzwijn voeren het tempo naar beneden, voordat de toetspartijen van de bandleden de muzikale reis laten beginnen. Op Synesthesia worden de menselijke zintuigen vermengt in de stevige gitaarklanken, op een ondergrond van fraai opgebouwde toetspartijen. De mellotron straalt de kracht van het nummer uit, maar een hoofdrol is weggelegd voor de moog synthesizer van Johnny Maz. Sylvain Descôteaux brengt met zijn zang de zintuigen in beweging, om vervolgens de geluiden met het oog waar te nemen en het leven met het oor te betasten. De gitaarkracht wordt als een web over de ontroerende keyboardpartijen gespannen. De droomwereld die zich opent onderscheid zich nauwelijks van de werkelijkheid, het roept verwarring op en lijkt het leven uit te blazen. Het gelach van kinderen doet de harmonieuze zang naar een hoger plan stijgen. Het is de herhaling van elementen die door de korte passages met de klanken van de moog extra benadrukt worden. Het laatste deel van het nummer speelt verder in op de gezamenlijke kracht, te horen in de complexe lagen van de moog, mellotron en gitaren. Insane vervolgd de richting die Michel Joncas met zijn geschreven teksten en muziek is ingeslagen. De gitaarriff en baspartijen brengen het doldwaze nummer in beweging, waar de drumpartijen wat meer structuur aan het geheel geven. De band weet de veranderingen in snelheid en instrumentale secties nog wat beter op elkaar af te stellen vergeleken met voorgaand album. Vooral in dit nummer is de productionele kwaliteit duidelijk merkbaar, hoorbaar in de geruisloze overgangen tussen synth- en gitaarsolo’s. Gerben Klazinga toont aan dat hij de complexiteit van de moog weet te vertalen naar de melodieuze delen van het nummer.

Op Even Angels Sometimes Fall komt de muzikale toon in rustiger vaarwater terecht. De keyboardklanken ondersteunen de ritmesectie en voeren het nummer de positieve zin van het leven in. De gitaarsolo brengt de opbouwende klanken van de drum wat meer diepgang toe. De wereld ligt aan je voeten en het avontuur van elke dag ontpopt zich in het muzikale samenspel. Met het openen van een deur worden we welkom geheten in Entering the Gallery. Het pianospel brengt de pracht van de kunstenaars in beeld, voordat we onze fantasieën in de meeslepende klanken van de mellotron de vrije loop laten gaan. Het nummer van Sylvain Descôteaux leunt op het Pink Floyd-achtige gitaarspel van St-Père. Het korte nummer ontwikkeld zich tot een aangenaam schouwspel tussen gitaargeweld en zware synth en mellotron partijen. Wanneer de storm en donder boven de keyboardklanken uitstijgt dringen we de duisternis in van The Man on the Hill. Felle uithalen op de gitaar zorgen voor de opzwepende klanken van de drums. De man die opdoemt staat er levenloos bij en begeeft zich aan de donkere kant van het leven. Het terroriseren van het land om hem heen doet de mensen verschrikken en laat de kracht van het kwade toenemen. De ritmische klanken stomen op in de keyboards en de zware gitaarpartijen. Zal het licht wederkeren of zal de duisternis voor altijd de wereld in zijn schaduw laten? Opnieuw vermengen realiteit en fantasie met elkaar en worden levensvragen teniet gedaan door het naderende onheil. De flamenco klanken van The Red Gypsy onderbreken de muzikale richting van het album, al doen de teksten van Descôteaux anders vermoeden. De zigeunerin eist de hoofdrol op in de passie van haar dans, waarmee de omringende menigte in haar macht wordt gehouden. Van de funky overgang komen de synth en keyboardklanken à la Keith Emerson al snel voorbij razen, gevolgd door een krachtig onthaal. De terugkerende zwoele klanken brengen de zigeunerin onder de aandacht en laten haar schoonheid voor eeuwig vastleggen in het menselijk geheugen.

Op Memories worden de herinneringen gedragen van een pijnlijk verleden. De liefde die zich ontvouwd in de korte beelden die door je hoofd schieten. De pianoklanken en harmonieuze zang doen de ontroering stijgen, al wordt het nergens echt te zoetsappig. De herinneringen ontwikkelen zich tot twijfel of de geliefde persoon wel werkelijk geleefd heeft. De synthesizers drijven de gedachtes verder het geheugen in, om vervolgens de melodielijnen verder te laten ontwikkelen in de marcherende drums en onderliggende mellotron. De kracht van St-Père’s gedreven gitaarspel zorgt opnieuw voor boeiende muzikale passages en goed onderbouwde lagen. Zowel de synths als de keyboards weten de solo van de gewenste aansturing te voorzien. De overgebleven vader en zoon doen het verdriet vergroten, wanneer het moederfiguur niet meer in hun leven is. I Held volgt als een kort instrumentaal onderonsje, bewegend door de buitenaardse klanken van bellen, synths en mellotron. De drukkende gitaarpartijen zorgen opnieuw voor afwisselingen in zowel de snelheid als de intensiteit van het nummer. Met slotnummer Nor on Earth worden we het verleden ingeworpen, rennend als kinderen door de bossen tijdens de donkere nachten. De herinneringen roepen opnieuw pijn op over degene die we verloren zijn. William Régnier zorgt met zijn akoestische gitaarspel en achtergrondvocalen voor het nostalgische karakter. De terugblikken op het verleden doen zo nu en dan denken aan de muzikale stijl die Steven Wilson tot in de puntjes heeft weten te perfectioneren. Ook hier zijn het de ontroerende overgangen die de instrumentale delen in het volle zonlicht zetten. Van de meeslepende en prachtig ontvouwde gitaarsolo tot aan de doeltreffende manier waarop de synths en toetspartijen zich ontwikkelen. Vanheuverzwijn speelt met zijn terugkerende pianospel in op de emoties van de luisteraar. Het verdriet dat met het nummer wordt weggespoeld laat de hoofdpersoon achter in een plek tussen hemel en aarde.

Op Neither In Heaven toont het Canadese Huis aan niet stil te hebben gezeten na hun fraaie debuut Despite Guardian Angels, sterker nog de muzikale perfectie brengt de muziekpatronen en zang nog dichter bij elkaar. De stevige passages worden zonder problemen afgewisseld met de ontroerende kracht van de rust. Descôteaux zangpartijen zijn overtuigend en slepen de luisteraar mee naar andere werelden, waarbinnen de emoties steed maar weer worden aangewakkerd. Ondanks het onevenwichtige muziekstuk The Red Gypsy slaagt Huis erin de voortgaande lijn te vervolgen en is de productie van het geheel strak uitgewerkt. De band heeft zich hiermee definitief gevestigd in het neoprog circuit en mag een plekje uitzoeken in het muzikale hiernamaals.

4*

Afkomstig van mijn site Platendraaier.

Hurray for the Riff Raff - The Navigator (2017)

poster
4,0
Alynda Segarra is de drijvende kracht achter de gestage muzikale ontwikkeling van de Amerikaanse band Hurray for the Riff Raff. Haar Puerto Ricaanse afkomst speelt een belangrijke rol in het gebruik van exotische instrumenten en in de verhalen die zij bezingt. Ze groeide op in de Bronx te New York, maar verkende als snel de Verenigde Staten te voet en bij trein, om zich uiteindelijk in het muzikale New Orleans te vestigen. Toch bleef haar verleden al die tijd rondspoken in haar herinneringen en manier van leven, tijd dus om terug te keren naar haar roots. Met The Navigator verruilt ze het diepe zuiden voor de veelzijdigheid van de Bronx, vertaalt in een conceptalbum rond haar alter ego genaamd Navita. Samen met producer Paul Butler (Michael Kiwanuka, The Bees) legde ze haar roots vast in de hedendaagse problemen in Amerika en de manier waarop er tegen latino’s en hispanics wordt aangekeken. Naast de verhalende kracht van het album wordt de muziek vooral verpakt in de weidsheid aan instrumentale klanken.

Entrance vormt met haar stadse geluiden de perfect introductie tot de plaat. De klanken van voorbij razende metro’s gaan over in de harmonieuze doo-wop zang, waarin de gospel komt opzetten. Living in the City zet het verhaal rond Navita in werking, van het drukke stadse leven en de eenzaamheid die haar soms treft. De ondergrond van haar roots stromen door in het gitaarspel en het percussiegebruik. Wanneer haar vrienden worden geconfronteerd met drugs sluipt het vertrouwen van Navita weg en lijkt de toekomstdroom verdwenen. Wat betreft doen de zware baspartijen van Hungry Ghost het doemscenario vergroten, maar weet ze zich klaar te stomen voor de grote wereld. Segarra’s zang kent een ruw randje, waarop de synths en gitaren een wat zwaardere toonzetting krijgen. De Amerikaanse droom is er één die door haar afkomst wordt bemoeilijkt. In Life to Save wordt het verlies van dierbaren verdrongen door hevig drankgebruik, totdat de hoofdpersoon tot inzicht komt dat haar eigen leven nog van betekenis kan zijn. Het meeslepende van de gitaarklanken van Jordan Hyde en Paul Butler worden ondersteund door Segarra’s melodieuze pianospel. De opfleurende toon wordt voortgezet in Nothing’s Gonna Change That Girl, waar de schoonheid zit verpakt in het akoestische gitaarspel en het gebruik van viool en cello. De muzikale veelzijdigheid van het album is voelbaar wanneer de conga’s en bongo’s van Juan-Carlos Chaurand hun intrede doen. De titeltrack doet met bomba drummers haar Puerto Ricaanse roots naar voren brengen. Het instrument geniet een grote populariteit in dat land en sluit hier perfect aan bij de strijkersarrangementen en de voelbare levensveranderingen die de hoofdpersoon doormaakt.

Op Halfway There klinkt Segarra breekbaar en doet ze naast het harde leven toch de vooruitgang als persoon weerklinken. Halverwege het veranderingsproces lijkt alles op zijn plek te vallen, maar schijn bedriegt zo blijkt uit Rican Beach. De bongo’s geven de Latijns-Amerikaanse bewoners een gezicht, wanneer politieke onzekerheid een zware druk op ze legt. Van het bouwen van een muur tot aan het ontkennen van hun menselijke identiteit. De muzikale vooruitgang geeft steeds meer van haar afkomst weer, aansluitend bij de ontwikkeling van het verhaal. De gedeeltelijke autobiografische teksten doen in de pianoklanken van Fourteen Floors herrijzen. Navita gaat jaren later terug naar de plek waar ze opgroeide. Aarzelingen over haar bestaan en de manier waarop ze moet omgaan met de onzekerheid die haar herkomst met zich meebrengt zijn voelbaar in de tastbare emoties van Segarra’s zang. De aantrekkingskracht van de strijkers en percussie brengen de emoties van Settle tot diep in haar gedachten, waar ze zoekt naar een plek om zich te vestigen. Een blik op de toekomst biedt Pa’lante, waar de Puerto Ricaanse samenstelling van para adelante naar verwijst. Het aangrijpende pianospel doet Navita inzien dat ze haar waarde wil toevoegen aan de wereld, ook al wordt ze als persoon niet begrepen. De woede over de vernederingen die ze door haar afkomst over haar heen heeft gekregen kan ze maar moeilijk van haar afzetten. De muzikale omslag brengt een ritmische verandering teweeg waarin er meermaals van toekomstperspectief naar vernedering wordt toegewerkt. De boodschap mag duidelijk zijn wanneer Navita de vooruitgang aanroept. In Finale keren de tropische klanken terug, om in de Spaanse zang de levensloop af te ronden.

The Navigator dient als een oproep aan alle inwoners van de Verenigde Staten met een andere herkomst om vooral in zichzelf te blijven geloven en anderen te helpen waar nodig. Het is een album dat bol staat van de onderhuidse woede en waarin de uitgebreide instrumentatie zowel de de herkomst als de huidige leefomgeving van zangeres Alynda Segarra een plek geeft. Deze muzikale veelzijdigheid zorgt ervoor dat eenieder een stem krijgt in een land waarin vele culturen samengaan. Hoe donker de dagen ook mogen zijn, de waarde die Segarra aan het ondergewaardeerde volk geeft doet hoop herleven en laat met de dansbare muziek de bevolking tot elkaar komen.

4*

Afkomstig van Platendraaier.