Hier kun je zien welke berichten HugovdBos als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Jack Elliott - Jack Takes the Floor (1958)

3,0
0
geplaatst: 24 november 2013, 12:53 uur
Naar aanleiding van de lijst 1001 Albums You Must Hear Before You Die ben ik dit album gaan luisteren. Jack Elliott weet een aardig country album neer te zetten van wisselende kwaliteit. Vooral de eerste helft van de plaat meet me te boeien daarna wordt het wat moeilijker met nummers zoals Mule Skinner Blues en Black Baby. De kwaliteit van het album mag er toch wel wezen voor de periode waarin het album verscheen (1958). Leuk om een keertje op te zetten.
3*
3*
Jan Swerts - Schaduwland (2016)

4,5
7
geplaatst: 25 december 2016, 12:44 uur
Het jaar 2016 was er op muziekgebied een van verlies, afscheid en pijn. Ook de Belgische muzikant Jan Swerts gaf gehoor aan de donkere en melancholische klanken die ons dit jaar overspoelden. Het was echter niet de eerste keer dat hij de luisteraar in zijn greep vastpakte, al eerder overtuigde hij met de albums Weg en Anatomie van de Melancholie. Met zijn voorliefde voor zombiefilms leek zijn post apocalyptische soundtrack eindelijk te verschijnen, maar een reeks aan pijnlijke gebeurtenissen gooide roet in het eten. Bij zijn zoon Jef werd in 2014 een zware vorm van Gilles de la Tourette geconstateerd, als gevolg hiervan strandde zijn huwelijk en kreeg hij zelf te maken met een spieraandoening. Niet lang hierna stierf zijn moeder na een lange strijd tegen kanker. Al dit persoonlijke leed verwerkte Swerts op zijn eigen manier in de muziek. De docent Nederlands zag voor het eerst de noodzaak in het verwerken van de stroom aan emoties in een steeds zwaarder wordend muzieklandschap, waardoor hij zelf meer in een zombie leek te veranderen. Het resultaat is Schaduwland, een donkere en aangrijpende plaat, waarop hij in vier delen het rampjaar verwerkt.
Opener “Rustig, Martha, het Is Allemaal Voorbij.” geeft in de akoestische gitaarklanken nog een vorm van hoop, maar het besef is er al snel dat het verlies niet kan worden vermeden. De omslag is al duidelijk te merken in het door strijkers voortstuwende tweede nummer, de chaos komt opzetten en zijn leven komt op het spel te staan. De steun die Jan krijgt door verschillende klassiek geschoolde muzikanten is duidelijk merkbaar in de toonzetting van het album, van strijkers, blazers tot aan de piano. Pas echt emotioneel wordt het op het trieste en wonderschone “Ik Had Je Nooit Alleen Mogen Laten, Becky.”. De kracht die zowel in de zang als pianoklanken en strijkers ligt is van een ongekende schoonheid. Betoverend is ook het opbouwende “Breng Me Thuis, Raf. Red Me. Red Me.”, van stilistische pianoklanken, naar blazers en drums. Het album eindigt met een punt in bijna volledige stilte.
Het totaalplaatje is verbluffend sterk neergezet, de referenties naar zombiefilms, verwerkingsfases van een trauma en een compleet vergane wereld doen alle emoties passeren. Het derde album van Jan Swerts is een meesterwerk die geen luisteraar onberoerd weet te laten, een zoektocht naar troost en de weg om de ontspoorde gedachten van je af te zetten.
4,5*
Afkomstig van mijn site Platendraaier.
Opener “Rustig, Martha, het Is Allemaal Voorbij.” geeft in de akoestische gitaarklanken nog een vorm van hoop, maar het besef is er al snel dat het verlies niet kan worden vermeden. De omslag is al duidelijk te merken in het door strijkers voortstuwende tweede nummer, de chaos komt opzetten en zijn leven komt op het spel te staan. De steun die Jan krijgt door verschillende klassiek geschoolde muzikanten is duidelijk merkbaar in de toonzetting van het album, van strijkers, blazers tot aan de piano. Pas echt emotioneel wordt het op het trieste en wonderschone “Ik Had Je Nooit Alleen Mogen Laten, Becky.”. De kracht die zowel in de zang als pianoklanken en strijkers ligt is van een ongekende schoonheid. Betoverend is ook het opbouwende “Breng Me Thuis, Raf. Red Me. Red Me.”, van stilistische pianoklanken, naar blazers en drums. Het album eindigt met een punt in bijna volledige stilte.
Het totaalplaatje is verbluffend sterk neergezet, de referenties naar zombiefilms, verwerkingsfases van een trauma en een compleet vergane wereld doen alle emoties passeren. Het derde album van Jan Swerts is een meesterwerk die geen luisteraar onberoerd weet te laten, een zoektocht naar troost en de weg om de ontspoorde gedachten van je af te zetten.
4,5*
Afkomstig van mijn site Platendraaier.
Jason Isbell and The 400 Unit - The Nashville Sound (2017)

4,0
2
geplaatst: 19 juni 2017, 16:46 uur
Jarenlang was de uit Alabama afkomstige Jason Isbell een vast gezicht in het southern rock gezelschap van Drive-By Truckers. De band waarmee hij muzikale hoogtepunten vierde met albums als The Dirty South en Decoration Day verliet hij in 2007 noodgedwongen door zijn drugs- en alcoholverslaving. Het zou nog jaren duren voordat de talentvolle muzikant en tekstschrijver weer nuchter het podium zou betreden. Op zijn laatste twee albums, het in 2013 verschenen Southeastern en in 2015 uitgebrachte Something More Than Free hoorden we het talent weer aan het werk in de kracht van onderwerpen als soberheid en zijn huwelijk met violiste Amanda Shires. Op The Nashville Sound brengt hij niet alleen zijn vaderschap onder de aandacht bij de luisteraars, maar schroomt hij ook niet om zijn politieke ideeën te verkondigen. De angst en boosheid die hij verwerkt in de diversiteit van zijn muziek, van de stevige southern rock tot de emotionele toonzetting van de Americana. De veranderingen in Music City Nashville brachten hem op het idee deze vast te leggen op een plaat. Waar de naam van zijn vaste begeleidingsband The 400 Unit op zijn voorgaande albums ontbrak straalt deze ditmaal weer op de hoes. De waardering voor hun jarenlange samenwerking en de intense samenhang die de muziek van de band heeft vormgegeven.
‘I couldn’t be happy in the city at night, You can’t see the stars for the neon light’ zingt Jason in het openingsnummer Last of My Kind. Een nummer waarin hij zowel kijkt naar de veranderende wereld om hem heen als het gevoel van eenzaamheid in de grote stad. De akoestische gitaarklanken en viool scheppen de rust die hij zoekt in de snelle ontwikkelingen in de plekken uit zijn jeugd. De dagen van zijn tijd in Alabama zijn geworden tot vage herinneringen en onscherpe foto’s. De keyboardklanken voeren hem langzaam weg van het verleden en laten zijn zorgen over de wereld waarin zijn kind opgroeit naar voren komen. De intensieve klanken van de southern rock vormen Cumberland Gap, een ode aan de kinderen uit de gebieden van de kolenmijnen. Een nummer waarin de muzikale kracht van The 400 Unit de teksten van meer kleur voorziet. Het voelbare gewicht van het zware werk in de mijnen en het wegdrinken van alle negatieve gedachten in de plaatselijke bar snijden door je ziel heen. Het zijn de stadjes in de Amerikaanse ‘Cumberland Gap’ waar bijna geen onderscheid tussen te maken valt, ‘And if you don’t sit facing the window, You could be in any town’ zo zingt Isbell. In Tupelo schetst hij een karakter waarbij de problemen zo diep genesteld zitten dat hij denkt dat een ontsnapping naar een andere stad al zijn problemen laat verdwijnen. Jason ontwikkeld het personage in zijn ontroerende zangstem en laat de liefde ontspringen in zijn samenzang met Amanda Shires. De subtiele drumklanken van Chad Gamble brengen het verhaal in beweging, van de hervonden liefde, tot het einde van al zijn hoop. De wisselende stemming van het ontwikkelde karakter brengen deze man op het einde nog meer in verwarring dan hij al was.
Op White Man’s World drukt Jason zijn politieke stempel neer. Zijn woede over de behandeling van inheemse stammen, het voorrecht waarin de witte bevolking zich bevindt en de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen sijpelen door in de intensiteit van de vervreemde gitaarklanken. Het verleden is niet alleen voelbaar in de breekbare stem van Jason, maar wordt ook gevormd door de diversiteit in instrumentatiegebruik. Van de langgerekte gitaarklanken en het melodieuze keyboardspel tot aan de emotionele kracht van de viool. Zijn frustraties weet hij op een sublieme manier om te zetten in de bewustwording van onze uitspraken en het leveren van een bijdrage aan ongelijkheid in onze samenleving. Jason brengt deze teksten op een manier die voor iedereen herkenbaar is, zeker als hij op een emotionele manier zingt:
'I’m a white man looking in a black man’s eyes
Wishing I’d never been one of the guys
Who pretended not to hear another white man’s joke
Oh, the times ain’t forgotten'
Het zijn onderwerpen die de luisteraar aan het denken zet, zo ook over de sterfelijkheid van de mens in het aangrijpende If We Were Vampires. De dag komt dat je in eenzaamheid de rest van je leven doorbrengt, wanneer je geliefde is gestorven. Een breekbare ballad waarin de harmonieën tussen Isbell en Shires de schoonheid doen vergroten. Als de mens onsterfelijk zou zijn bracht de liefde hen niet de mooie dagen van het samenzijn. De subtiele klanken van de akoestische gitaar zijn genoeg om de intense kracht van de liefde te versterken. De zorgen en angsten overspoelen het personage op het rauwe Anxiety. Southern rock op zijn best, met ruw gitaarpassage’s en een aangeslagen Jason. De constante angst voor wat ons kan overkomen bezorgt hem hoofdpijn en drukt zijn levenslust weg. Sadler Vaden bouwt samen met Jason aan de intensiteit van het gitaarspel. Na de geboorte van zijn dochter heeft Isbell er moeite mee de constante dreiging weg te dringen: ‘I’m out here living in a fantasy, I can’t enjoy a goddamn thing’. Molotov brengt de rust in het spel terug, maar zijn verleden laat hem niet met rust. Het is het jaar 1998 en Jason bevindt zich op een beurs in een provinciestadje, alwaar hij de liefde tegemoet loopt. Echter kent het vervolg van zijn leven wendingen die hij toen nog niet voorzag. Met de geboorte van zijn dochter hoopt hij het levensvuur nog steeds aan te wakkeren, ondersteund door het verfijnde gitaarspel en de muzikale rust.
In Chaos and Clothes komt de muzikale variatie definitief tot uiting in Jason’s veranderende zangstem en de ontspannen klankstructuur. Het nummer brengt hem bij zijn muzikale vriend Ryan Adams, met wie hij al jarenlang een hechte band heeft. Het verloren huwelijk van Adams staat centraal in zowel de droevige als opbeurende woorden vol referenties naar nummers van Ryan. ‘Now name all the monsters you’ve killed, Let’s name all the monsters you’ve killed’. Isbell weet ook dat na het naar buiten brengen van al zijn frustraties de rust weer weder moet keren, zo horen we op Hope the High Road. De opwaartse toon ontwikkelt zich gedurende het nummer: ‘I’ve heard enough of the white man’s blues, I’ve sang enough about myself’. Zijn schone geweten brengt hem naar loepzuivere gitaarsolo’s en het versnelde ritme van het muzikale geheel. De orgelklanken voeren je mee naar een wereld waarin het plezier in het leven is teruggewonnen en hij zonder angst zijn dochter kan laten opgroeien. De country en folk traditie keert terug in het slotstuk Something to Love. Niet alleen op muziekgebied, maar ook inhoudelijk voert het de klanken van zijn leven aan. Van zijn jonge dagen in een ‘tiny southern town’, de liefde voor zijn vrouw en de geboorte van zijn dochter. Een prachtig duet met zijn liefde Amanda Shires, met de meeslependheid van de klanken van gitaren, fiddle en drums. De boodschap aan zijn dochter is duidelijk, laat je zorgen vergeten door iets waar je vrolijk van wordt, ‘Something to love, it’ll serve you well’.
Sinds Jason Isbell de drank heeft afgezworen weet hij zijn muzikale talent steeds verder te ontwikkelen, zo bewijst hij ook met het prachtige The Nashville Sound. Een album waarin de traditionele klanken uit Nashville worden verwerkt in zowel de ontroerende muzikale pareltjes als de door de rauwe gitaarklanken voortgedreven nummers. In de teksten vormen zijn angst, woede en verleden de boventoon voor de diversiteit van het album, maar weet hij tevens de liefde voor zijn dochter en vrouw centraal te stellen. Daarnaast is het een meer dan terechte waardering dat zijn begeleidingsband The 400 Unit weer op het affiche prijkt, want de samenhang tussen de diverse klanken vormt een aangenaam geheel. Het album heeft Jason Isbell niet van al zijn zorgen ontnomen, maar je weet dat het goedkomt als hij zegt: ‘I still have faith, but I don’t know why, Maybe it’s the fire in my little girl’s eyes’.
4*
Afkomstig van mijn site Platendraaier.
‘I couldn’t be happy in the city at night, You can’t see the stars for the neon light’ zingt Jason in het openingsnummer Last of My Kind. Een nummer waarin hij zowel kijkt naar de veranderende wereld om hem heen als het gevoel van eenzaamheid in de grote stad. De akoestische gitaarklanken en viool scheppen de rust die hij zoekt in de snelle ontwikkelingen in de plekken uit zijn jeugd. De dagen van zijn tijd in Alabama zijn geworden tot vage herinneringen en onscherpe foto’s. De keyboardklanken voeren hem langzaam weg van het verleden en laten zijn zorgen over de wereld waarin zijn kind opgroeit naar voren komen. De intensieve klanken van de southern rock vormen Cumberland Gap, een ode aan de kinderen uit de gebieden van de kolenmijnen. Een nummer waarin de muzikale kracht van The 400 Unit de teksten van meer kleur voorziet. Het voelbare gewicht van het zware werk in de mijnen en het wegdrinken van alle negatieve gedachten in de plaatselijke bar snijden door je ziel heen. Het zijn de stadjes in de Amerikaanse ‘Cumberland Gap’ waar bijna geen onderscheid tussen te maken valt, ‘And if you don’t sit facing the window, You could be in any town’ zo zingt Isbell. In Tupelo schetst hij een karakter waarbij de problemen zo diep genesteld zitten dat hij denkt dat een ontsnapping naar een andere stad al zijn problemen laat verdwijnen. Jason ontwikkeld het personage in zijn ontroerende zangstem en laat de liefde ontspringen in zijn samenzang met Amanda Shires. De subtiele drumklanken van Chad Gamble brengen het verhaal in beweging, van de hervonden liefde, tot het einde van al zijn hoop. De wisselende stemming van het ontwikkelde karakter brengen deze man op het einde nog meer in verwarring dan hij al was.
Op White Man’s World drukt Jason zijn politieke stempel neer. Zijn woede over de behandeling van inheemse stammen, het voorrecht waarin de witte bevolking zich bevindt en de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen sijpelen door in de intensiteit van de vervreemde gitaarklanken. Het verleden is niet alleen voelbaar in de breekbare stem van Jason, maar wordt ook gevormd door de diversiteit in instrumentatiegebruik. Van de langgerekte gitaarklanken en het melodieuze keyboardspel tot aan de emotionele kracht van de viool. Zijn frustraties weet hij op een sublieme manier om te zetten in de bewustwording van onze uitspraken en het leveren van een bijdrage aan ongelijkheid in onze samenleving. Jason brengt deze teksten op een manier die voor iedereen herkenbaar is, zeker als hij op een emotionele manier zingt:
'I’m a white man looking in a black man’s eyes
Wishing I’d never been one of the guys
Who pretended not to hear another white man’s joke
Oh, the times ain’t forgotten'
Het zijn onderwerpen die de luisteraar aan het denken zet, zo ook over de sterfelijkheid van de mens in het aangrijpende If We Were Vampires. De dag komt dat je in eenzaamheid de rest van je leven doorbrengt, wanneer je geliefde is gestorven. Een breekbare ballad waarin de harmonieën tussen Isbell en Shires de schoonheid doen vergroten. Als de mens onsterfelijk zou zijn bracht de liefde hen niet de mooie dagen van het samenzijn. De subtiele klanken van de akoestische gitaar zijn genoeg om de intense kracht van de liefde te versterken. De zorgen en angsten overspoelen het personage op het rauwe Anxiety. Southern rock op zijn best, met ruw gitaarpassage’s en een aangeslagen Jason. De constante angst voor wat ons kan overkomen bezorgt hem hoofdpijn en drukt zijn levenslust weg. Sadler Vaden bouwt samen met Jason aan de intensiteit van het gitaarspel. Na de geboorte van zijn dochter heeft Isbell er moeite mee de constante dreiging weg te dringen: ‘I’m out here living in a fantasy, I can’t enjoy a goddamn thing’. Molotov brengt de rust in het spel terug, maar zijn verleden laat hem niet met rust. Het is het jaar 1998 en Jason bevindt zich op een beurs in een provinciestadje, alwaar hij de liefde tegemoet loopt. Echter kent het vervolg van zijn leven wendingen die hij toen nog niet voorzag. Met de geboorte van zijn dochter hoopt hij het levensvuur nog steeds aan te wakkeren, ondersteund door het verfijnde gitaarspel en de muzikale rust.
In Chaos and Clothes komt de muzikale variatie definitief tot uiting in Jason’s veranderende zangstem en de ontspannen klankstructuur. Het nummer brengt hem bij zijn muzikale vriend Ryan Adams, met wie hij al jarenlang een hechte band heeft. Het verloren huwelijk van Adams staat centraal in zowel de droevige als opbeurende woorden vol referenties naar nummers van Ryan. ‘Now name all the monsters you’ve killed, Let’s name all the monsters you’ve killed’. Isbell weet ook dat na het naar buiten brengen van al zijn frustraties de rust weer weder moet keren, zo horen we op Hope the High Road. De opwaartse toon ontwikkelt zich gedurende het nummer: ‘I’ve heard enough of the white man’s blues, I’ve sang enough about myself’. Zijn schone geweten brengt hem naar loepzuivere gitaarsolo’s en het versnelde ritme van het muzikale geheel. De orgelklanken voeren je mee naar een wereld waarin het plezier in het leven is teruggewonnen en hij zonder angst zijn dochter kan laten opgroeien. De country en folk traditie keert terug in het slotstuk Something to Love. Niet alleen op muziekgebied, maar ook inhoudelijk voert het de klanken van zijn leven aan. Van zijn jonge dagen in een ‘tiny southern town’, de liefde voor zijn vrouw en de geboorte van zijn dochter. Een prachtig duet met zijn liefde Amanda Shires, met de meeslependheid van de klanken van gitaren, fiddle en drums. De boodschap aan zijn dochter is duidelijk, laat je zorgen vergeten door iets waar je vrolijk van wordt, ‘Something to love, it’ll serve you well’.
Sinds Jason Isbell de drank heeft afgezworen weet hij zijn muzikale talent steeds verder te ontwikkelen, zo bewijst hij ook met het prachtige The Nashville Sound. Een album waarin de traditionele klanken uit Nashville worden verwerkt in zowel de ontroerende muzikale pareltjes als de door de rauwe gitaarklanken voortgedreven nummers. In de teksten vormen zijn angst, woede en verleden de boventoon voor de diversiteit van het album, maar weet hij tevens de liefde voor zijn dochter en vrouw centraal te stellen. Daarnaast is het een meer dan terechte waardering dat zijn begeleidingsband The 400 Unit weer op het affiche prijkt, want de samenhang tussen de diverse klanken vormt een aangenaam geheel. Het album heeft Jason Isbell niet van al zijn zorgen ontnomen, maar je weet dat het goedkomt als hij zegt: ‘I still have faith, but I don’t know why, Maybe it’s the fire in my little girl’s eyes’.
4*
Afkomstig van mijn site Platendraaier.
Jeff Lynne's ELO - Alone in the Universe (2015)

4,0
0
geplaatst: 12 november 2015, 12:08 uur
Toen Jeff Lynne ruim een jaar geleden voor een uitzinnige menigte in Hyde Park oude tijden liet herleven werd het hem duidelijk dat een nieuw album van zijn ELO niet langer onbedenkelijk was. De band die in de jaren zeventig furore maakte met hun orkestrale klanken en melodieuze songs leek na 1986 verleden tijd. Zijn afgebroken tour na zijn in 2001 verschenen album Zoom bleek in de tien jaar daarna op een weerwoord van musici en fans de stuiten, die graag weer nieuw werk en optredens van Jeff’s ELO zouden willen zien. Stil zitten deed de perfectionistische producer niet, want hij leverde zijn bijdrages in de studio aan Beatles-leden George Harrison en Paul McCartney en zijn bondgenoten van de Traveling Wilburys Tom Petty en Roy Orbison. Met zijn soloalbum Long Wave uit 2012 liet hij al van zijn jeugdjaren in Birmingham spreken, met cover versies van nummers van zijn geliefde muzikanten. Opgenomen in zijn thuisstudio in Beverly Hills is naast de tal van instrumentatie die Jeff bespeelt alleen zijn technicus Steve Jay en dochter Laura te horen in het rijke geluid van Alone in the Universe. Met de 67-jarige Jeff aan boord stijgt het ruimteschip van ELO nog één keer op, om zich terug te voeren naar zijn jeugdjaren en de successen van het verleden.
De pianoklanken van When I Was a Boy voeren Jeff terug naar begin jaren zestig, toen hij op 15-jarige leeftijd de stap waagde de muziekwereld in. Geen eenvoudige stap voor een doodgewone jongen uit Birmingham, maar de klanken van zijn muzikale held Roy Orbison gaven hem moet. Terugvoerend naar die tijd is het de eenvoud van de akkoorden die de wisseling in melodielijnen teweeg brengen. Waar Can’t Get It Out of My Head zijn terugkeer kent is het de warme zang van Jeff die het samenspel van gitaren, drums en synths naar een hoger niveau tilt. Love and Rain sleept zich in de opbouwende structuren terug naar de Showdown. Waar de harmonieën in zang het ruimteschip in werking zetten, zijn het de basritme en drums die een aanknopingspunt vormen met het verleden. De liefde van de bandsuccessen uit die tijd doen Jeff herinneringen ophalen. Zijn gitaarpartijen en synths vormen nog altijd een steevaste structuur in het productieproces, waar de akkoorden de basis vormen voor het perfectioneren van zijn geluid. Het ontbreken van een volledige band lijkt daardoor nergens in het proces een opstakel te vormen. Dirty To The Bone maakt een directe verbinding met Evil Woman, al vormen de melodielijnen een klankvol en coherent geheel. De vrouw die je laat verdrinken in het leed dat ze je aandoet krijgt haar impact in de ritmische pop van het nummer, waarbinnen zijn bijdrages aan de Traveling Wilburys de revue passeren.
Het ruimteschip voert verder naar de tijden van Out of the Blue, wanneer When the Night Comes in de klanken van de cello’s herrijst. De reggea vormt de ondergrond van de baslijn en zorgt samen met de drums voor een ontspannende aanpak. In alle eenzaamheid sleept het nummer je door de nacht, denkend aan je geliefde zo ver weg. Lynne’s blijkt na al die jaren weinig aan slijtage te hebben geleden, mede te danken aan zijn weinige optredens en niet al te uitbundige levensstijl. De zonnige klanken van het gitaarspel en de keyboards vormen het rustgevende patroon van The Sun Will Shine on You. Voerend door de duisternis is het de opkomende zon die voor het licht zorgt in je bestaan. Waar de pianoklanken de aanvoer zijn voor de percussie zorgt het nummer voor het vernieuwende geluid van de toekomst. Hoe de gitaarklanken de opkomst van James Bond aanjagen weet Ain’t It a Drag de waan van de dag in glorie neer te zetten. Weggesleurd uit het dagelijkse patroon voert de liefde zich in de herhalende klanken van de akkoorden heen. Jeff’s omringende zang draagt je mee door de gitaarlijnen van All My Life. De zoektocht naar de liefde kleurt de samensmelting van de nostalgische tonen van ELO en de vernieuwing van Jeff Lynne’s productionele werk van de laatste tientallen jaren. Zelfs een korte gitaarsolo behoudt de emoties van de warme en aangrijpende falsetto zang van Jeff.
De eenzaamheid bereikte niet alleen zijn muziekgenoot en vriend Roy Orbison, maar zorgt ook voor een terugkerend thema in het werk van Jeff. I’m Leaving You is een nummer dat een terugblik geeft op de gouden dagen van de liefde en de veranderingen die de jaren brachten. De eenzaamheid keert terug in het nummer wanneer de omwenteling voor een aangename verrassing zorgt. De klanken van keyboards, percussie en gitaren vormen de zachte structuur die Orbison nog één keer in de schijnwerpers zetten. Misschien nog wel het meest kenmerkend voor de stijl van ELO is One Step at a Time. Een nummer dat meedrijft op de gitaarlijnen en de falsetto harmonieën in het daglicht zet. De dansbare interactie tussen drums, gitaren en en synths weet de korte pasjes teweeg te brengen. Gesprekken die zich meevoeren naar het tijdperk van The Beatles en het solowerk van de verschillende leden. De titeltrack en tevens afsluiter van het album stelt zich open in de buitenaarde klanken zittend in de Voyager 1, waar de telefoons voor een moment van interactie zorgen. De eenzaamheid in het heelal wordt aangedreven door de indringende klanken van de keyboards, doorlopende gitaarklanken en droefenis in de zang van Lynne. De meester zelf brengt nog één keer een ode aan zijn muzikale helden en de muziek die hem zijn verdiende successen heeft gegeven.
Jeff Lynne laat op Alone in the Universe zien dat zijn kwaliteiten nog steeds niet alleen tot het vak als producer behoren. Zijn jarenlange kennis zorgt voor een tiental nummers waarbinnen de akkoordenschema’s en de lengte alles bepalend zijn. De ritmische structuren, warme harmonieën en pakkende melodielijnen geven betekenis aan het geluid waar ELO groot mee is geworden. De vernieuwingen in de huidige tijd weet Jeff keurig te intrigeren in de Strange Magic van zijn allesomvattende sound. Het muzikale genie is daarmee met zijn ruimteschip opgestegen uit het verleden, om in de huidige tijd neer te dalen en op geslaagde wijze de muzikale verbinding te leggen naar het heden.
4*
Afkomstig van Platendraaier
Hoogtepunten: When I Was a Boy, Dirty to the Bone, When the Night Comes en Alone in the Universe.
De pianoklanken van When I Was a Boy voeren Jeff terug naar begin jaren zestig, toen hij op 15-jarige leeftijd de stap waagde de muziekwereld in. Geen eenvoudige stap voor een doodgewone jongen uit Birmingham, maar de klanken van zijn muzikale held Roy Orbison gaven hem moet. Terugvoerend naar die tijd is het de eenvoud van de akkoorden die de wisseling in melodielijnen teweeg brengen. Waar Can’t Get It Out of My Head zijn terugkeer kent is het de warme zang van Jeff die het samenspel van gitaren, drums en synths naar een hoger niveau tilt. Love and Rain sleept zich in de opbouwende structuren terug naar de Showdown. Waar de harmonieën in zang het ruimteschip in werking zetten, zijn het de basritme en drums die een aanknopingspunt vormen met het verleden. De liefde van de bandsuccessen uit die tijd doen Jeff herinneringen ophalen. Zijn gitaarpartijen en synths vormen nog altijd een steevaste structuur in het productieproces, waar de akkoorden de basis vormen voor het perfectioneren van zijn geluid. Het ontbreken van een volledige band lijkt daardoor nergens in het proces een opstakel te vormen. Dirty To The Bone maakt een directe verbinding met Evil Woman, al vormen de melodielijnen een klankvol en coherent geheel. De vrouw die je laat verdrinken in het leed dat ze je aandoet krijgt haar impact in de ritmische pop van het nummer, waarbinnen zijn bijdrages aan de Traveling Wilburys de revue passeren.
Het ruimteschip voert verder naar de tijden van Out of the Blue, wanneer When the Night Comes in de klanken van de cello’s herrijst. De reggea vormt de ondergrond van de baslijn en zorgt samen met de drums voor een ontspannende aanpak. In alle eenzaamheid sleept het nummer je door de nacht, denkend aan je geliefde zo ver weg. Lynne’s blijkt na al die jaren weinig aan slijtage te hebben geleden, mede te danken aan zijn weinige optredens en niet al te uitbundige levensstijl. De zonnige klanken van het gitaarspel en de keyboards vormen het rustgevende patroon van The Sun Will Shine on You. Voerend door de duisternis is het de opkomende zon die voor het licht zorgt in je bestaan. Waar de pianoklanken de aanvoer zijn voor de percussie zorgt het nummer voor het vernieuwende geluid van de toekomst. Hoe de gitaarklanken de opkomst van James Bond aanjagen weet Ain’t It a Drag de waan van de dag in glorie neer te zetten. Weggesleurd uit het dagelijkse patroon voert de liefde zich in de herhalende klanken van de akkoorden heen. Jeff’s omringende zang draagt je mee door de gitaarlijnen van All My Life. De zoektocht naar de liefde kleurt de samensmelting van de nostalgische tonen van ELO en de vernieuwing van Jeff Lynne’s productionele werk van de laatste tientallen jaren. Zelfs een korte gitaarsolo behoudt de emoties van de warme en aangrijpende falsetto zang van Jeff.
De eenzaamheid bereikte niet alleen zijn muziekgenoot en vriend Roy Orbison, maar zorgt ook voor een terugkerend thema in het werk van Jeff. I’m Leaving You is een nummer dat een terugblik geeft op de gouden dagen van de liefde en de veranderingen die de jaren brachten. De eenzaamheid keert terug in het nummer wanneer de omwenteling voor een aangename verrassing zorgt. De klanken van keyboards, percussie en gitaren vormen de zachte structuur die Orbison nog één keer in de schijnwerpers zetten. Misschien nog wel het meest kenmerkend voor de stijl van ELO is One Step at a Time. Een nummer dat meedrijft op de gitaarlijnen en de falsetto harmonieën in het daglicht zet. De dansbare interactie tussen drums, gitaren en en synths weet de korte pasjes teweeg te brengen. Gesprekken die zich meevoeren naar het tijdperk van The Beatles en het solowerk van de verschillende leden. De titeltrack en tevens afsluiter van het album stelt zich open in de buitenaarde klanken zittend in de Voyager 1, waar de telefoons voor een moment van interactie zorgen. De eenzaamheid in het heelal wordt aangedreven door de indringende klanken van de keyboards, doorlopende gitaarklanken en droefenis in de zang van Lynne. De meester zelf brengt nog één keer een ode aan zijn muzikale helden en de muziek die hem zijn verdiende successen heeft gegeven.
Jeff Lynne laat op Alone in the Universe zien dat zijn kwaliteiten nog steeds niet alleen tot het vak als producer behoren. Zijn jarenlange kennis zorgt voor een tiental nummers waarbinnen de akkoordenschema’s en de lengte alles bepalend zijn. De ritmische structuren, warme harmonieën en pakkende melodielijnen geven betekenis aan het geluid waar ELO groot mee is geworden. De vernieuwingen in de huidige tijd weet Jeff keurig te intrigeren in de Strange Magic van zijn allesomvattende sound. Het muzikale genie is daarmee met zijn ruimteschip opgestegen uit het verleden, om in de huidige tijd neer te dalen en op geslaagde wijze de muzikale verbinding te leggen naar het heden.
4*
Afkomstig van Platendraaier
Hoogtepunten: When I Was a Boy, Dirty to the Bone, When the Night Comes en Alone in the Universe.
Joe Bonamassa - Blues of Desperation (2016)

4,0
1
geplaatst: 28 maart 2016, 14:39 uur
Vanaf het moment dat de Amerikaanse bluesmuzikant Joe Bonamassa op 12-jarige leeftijd met de invloedrijke BB King het podium deelde is het snel gegaan met de carrière van de talentvolle gitarist en zanger. De manier waarop hij zijn bluessound door de jaren heen perfectioneerde hebben alleen de grote namen uit deze muziekstijl hem kunnen evenaren. Niet alleen zijn uitmuntende gevoel om de blues te verweven in zijn krachtige gitaarsolo’s hebben hem door de jaren heen gevormd, maar zeker ook zijn ambitie om van veel coverwerk over te stappen naar volledig zelf ontwikkelde songs. Daarbij kreeg hij voor de opnames van zijn album Blues of Desperation steun van een aantal grote namen uit Nashville, waaronder James House, Tom Hambridge en Gary Nicholson. Met zijn langdurende samenwerking met producer Kevin Shirley nam hij het album in 5 dagen op in de Nashville’s Grand Victor Sound Studios, met de bijdragen van een aantal gerenommeerde namen uit de muziekindustrie, zoals Michael Rhodes, Anton Fig en Reese Wynans. In zijn teksten gaat hij naast de naar de blues refererende onderwerpen als eenzaamheid en het geharde leven in op de liefde en stressvolle tijden.
Vanaf de intensieve gitaarklanken van This Train sleept Joe je het rockgeweld van zijn muziek in. Met de trein metafoor wordt de dubbele drumstructuur ingevuld door Anton Fig en Greg Morrow. Het nummer slaagt erin de bluesrock in een opgaande beat te doen samensmelten met de country. Bij vlagen ruig in het gitaarspel van Joe, maar dan weer swingend in de pianoklanken van Reese Wynans. Het soulvolle aspect wordt verzorgd door de achtergrondzangeressen, met onder andere de getalenteerde Mahalia Barnes. Het liefdesverdriet wordt bezongen in de felle uithalen van Joe en de steeds verder wegvoerende trein. Met zijn gitaarriff op Mountain Climbing zoekt hij de verbinding met de jaren 70. Het is een nummer dat vooral in zijn live shows van meerwaarde zal zijn. Het ruige leven daalt neer in de strijd tegen de armoede, maar de blues geeft dat benodigde steuntje in de de rug. In het refrein zorgt de zang van het achtergrondtrio voor een scherp randje aan de felle bluesrock. Wanneer Joe zijn handen aan het werk zet voeren de dreigende klanken van zijn solo de benarde werkomstandigheden tot in het einde des levens. Michael Rhodes draagt met zijn bassriff het bulderende drumwerk van het duo Anton Fig en Greg Morrow. Het is niet alleen het stevige werk van de bluesrock waar Joe met zijn verschillende gitaren een draai aangeeft, maar zeker ook het lichtere werk op een track als Drive. De ontsnapping aan de dagelijkse stress voert het nummer een nachtelijke autorit in. De soulvolle blues van het nummer brengt een uit het leven gegrepen film in beeld. De donkere klanken doen zich vermengen met de zwoele buitenlucht, voordat Joe volledig losgaat in zijn meeslepende solowerk. De basis in het drumritme behoudt de ontspannende structuur en voert je over verlaten wegen, waar de landschappen langzaam aan voorbij trekken.
De openingsklanken van No Good Place For The Lonely doen aan als een tweede versie van Still got the Blues. Enkele strijkers voeren de kracht wat meer naar de achtergrond, voordat de eenzaamheid toeslaat in Joe’s liefdesverdriet. Het nummer bereikt met de toegevoegde synths wat minder het originele geluid waarin Joe’s kracht ligt, maar dit weet hij in het tweede deel van deze langzame bluestrack op te lossen met een overweldigende gitaarsolo. Ondersteund door het Hammond orgel beweegt het nummer zich naar de Britse bluesrock, waar Joe volledig in zijn vingervlugheid in opgaat. De ruwe en ruige klanken laten de eenzaamheid achter zich en brengen Joe naar nieuw geluk in de liefde. De invloed van producer Kevin Shirley is merkbaar in de Led Zeppelin-achtige titeltrack Blues of Desperation. Openend met de wah gitaar in de stoffige woestijnomgeving dringen de klanken van de slide gitaar verder door in het geheel. De oosterse klanken vermengen zich hierbij met de aanstekelijke gitaarriff, waarin de wanhoop van het bestaan een weg zoekt. Experimenteel in de ebbende klanken stijgt de Chicago blues en hardrock op in het bulderende gitaarwerk. Het hammond orgel bespeeld door Reese Wynans past uitstekend in de ritmische structuur van het nummer, waar vooral de afwisseling tussen zacht en hard in centraal staat. Op The Valley Runs Low stapt Joe terug naar de basis, waar de gospel invloeden in doorsijpelen. Het uitstekend opererende vrouwelijke trio brengt de ontroering in het refrein. De lange tocht in de liefde ontwikkeld zich in de akoestische gitaarklanken en brengt het soulvolle in de mens naar boven. Na deze emotionele onderbreking van het stevige werk op het album pakt You Left Me Nothin’ But The Bill And The Blues het klassieke bluesritme op. Een gebroken hart brengt de spitse klanken van de blues diep het geweten in. De fraaie opbouw met het pianospel van Wynans voert het nummer naar twee hevige bluessolo’s toe. Joe weet als geen ander de ruimte te laten aan de verschillende segmenten uit de blues, van Chicago en Memphis naar de Britse invasie in de muziek toe.
Op Distant Lonesome Train wordt de meerwaarde van twee drummers nog eens extra belicht. Het dubbele drumpatroon laat de eenzame trein van het leven voortstuwen, om vervolgens de ruimte te geven aan Joe’s gitaarwerk. De Britste blues stijgt in volle kracht op, met invloeden van Cream en John Mayall. Elke noot die hij aanslaat past precies in het historische bluesplaatje van de eenzaamheid. Samen met de basslijn van Rhodes zorgt Wynans op zijn orgel voor de ondersteunende kracht in het nummer. De wegebbende klanken van Joe’s Les Paul zorgen ook hier weer voor de meest verfijnde bluesritmes. How Deep This River Runs brengt in de tekstuele zin wat meer poëzie in het geheel. Het rustige ritme wordt opgebouwd tot de krachtsexplosie van het soulvolle refrein. De melodieuze gitaarriff brengt de structuur meer richting de hardrock. De diepe wateren brengen een hoop aan emoties met zich mee, van de onzekerheid in de liefde tot aan de angsten van het bestaan. Joe brengt zijn monsterlijke gitaarsolo’s in de kracht van Rory Gallagher, om uiteindelijk het nummer weer op te bouwen vanaf de basis. Het jazzy Livin’ Easy brengt ons verder terug in de tijd, naar het Chicago van de jaren 50. Paulie Cerra en Mark Douthit brengen een aantal aanstekelijke saxofoonsolo’s in het geheel. Het honky tonk pianospel van Wynans sluit perfect aan op de blues van Joe. In zijn teksten slaat de vrouw het geld erdoorheen en moet de man het ontspannende leven loslaten om genoeg geld in het laatje te krijgen. Met What I’ve Known For A Very Long Time sluit Joe het album op een rustgevende manier af. De liefde is gevonden en wordt in de soul en blues van de ballad bezongen. Lee Thornburg brengt met zijn trompet wat meer diepgang in het trage ritme. Joe zoekt in zijn zang naar diepere vocale lagen, waar de emoties van de blues in doorsijpelen. Puur en rauw tegelijk, maar het laat toch vooral de klasse zien waarmee de bluesmaster te werk gaat.
Blues of Desperation brengt zowel Joe’s kenmerkende interpretatie van de blues, als de toevoeging van de moderne invloeden op deze muziekstijl in het geheel. In zijn zachte en meeslepende gitaarwerk als in zijn krachtige en gedreven bluesrock toont hij opnieuw aan tot de beste gitaristen van zijn tijd te behoren. Zangtechnisch weet hij zich ook steeds beter in te leven in de rauwe emoties van de blues en slaagt hij er met behulp van het vrouwelijke vocale trio in de teksten in combinatie met de muziek tot leven te laten wekken. Zijn samenwerking met een aantal belangrijke namen uit de muziekindustrie duwt het album naar fraaie ritmische klanken en melodieus toetswerk toe. Hij behoudt hiermee de hoogwaardige kwaliteit van Different Shades of Blue en weet met zijn oprechtheid en wanhoop de blues tot grote hoogte te laten stijgen.
4*
Afkomstig van mijn site Platendraaier.
Vanaf de intensieve gitaarklanken van This Train sleept Joe je het rockgeweld van zijn muziek in. Met de trein metafoor wordt de dubbele drumstructuur ingevuld door Anton Fig en Greg Morrow. Het nummer slaagt erin de bluesrock in een opgaande beat te doen samensmelten met de country. Bij vlagen ruig in het gitaarspel van Joe, maar dan weer swingend in de pianoklanken van Reese Wynans. Het soulvolle aspect wordt verzorgd door de achtergrondzangeressen, met onder andere de getalenteerde Mahalia Barnes. Het liefdesverdriet wordt bezongen in de felle uithalen van Joe en de steeds verder wegvoerende trein. Met zijn gitaarriff op Mountain Climbing zoekt hij de verbinding met de jaren 70. Het is een nummer dat vooral in zijn live shows van meerwaarde zal zijn. Het ruige leven daalt neer in de strijd tegen de armoede, maar de blues geeft dat benodigde steuntje in de de rug. In het refrein zorgt de zang van het achtergrondtrio voor een scherp randje aan de felle bluesrock. Wanneer Joe zijn handen aan het werk zet voeren de dreigende klanken van zijn solo de benarde werkomstandigheden tot in het einde des levens. Michael Rhodes draagt met zijn bassriff het bulderende drumwerk van het duo Anton Fig en Greg Morrow. Het is niet alleen het stevige werk van de bluesrock waar Joe met zijn verschillende gitaren een draai aangeeft, maar zeker ook het lichtere werk op een track als Drive. De ontsnapping aan de dagelijkse stress voert het nummer een nachtelijke autorit in. De soulvolle blues van het nummer brengt een uit het leven gegrepen film in beeld. De donkere klanken doen zich vermengen met de zwoele buitenlucht, voordat Joe volledig losgaat in zijn meeslepende solowerk. De basis in het drumritme behoudt de ontspannende structuur en voert je over verlaten wegen, waar de landschappen langzaam aan voorbij trekken.
De openingsklanken van No Good Place For The Lonely doen aan als een tweede versie van Still got the Blues. Enkele strijkers voeren de kracht wat meer naar de achtergrond, voordat de eenzaamheid toeslaat in Joe’s liefdesverdriet. Het nummer bereikt met de toegevoegde synths wat minder het originele geluid waarin Joe’s kracht ligt, maar dit weet hij in het tweede deel van deze langzame bluestrack op te lossen met een overweldigende gitaarsolo. Ondersteund door het Hammond orgel beweegt het nummer zich naar de Britse bluesrock, waar Joe volledig in zijn vingervlugheid in opgaat. De ruwe en ruige klanken laten de eenzaamheid achter zich en brengen Joe naar nieuw geluk in de liefde. De invloed van producer Kevin Shirley is merkbaar in de Led Zeppelin-achtige titeltrack Blues of Desperation. Openend met de wah gitaar in de stoffige woestijnomgeving dringen de klanken van de slide gitaar verder door in het geheel. De oosterse klanken vermengen zich hierbij met de aanstekelijke gitaarriff, waarin de wanhoop van het bestaan een weg zoekt. Experimenteel in de ebbende klanken stijgt de Chicago blues en hardrock op in het bulderende gitaarwerk. Het hammond orgel bespeeld door Reese Wynans past uitstekend in de ritmische structuur van het nummer, waar vooral de afwisseling tussen zacht en hard in centraal staat. Op The Valley Runs Low stapt Joe terug naar de basis, waar de gospel invloeden in doorsijpelen. Het uitstekend opererende vrouwelijke trio brengt de ontroering in het refrein. De lange tocht in de liefde ontwikkeld zich in de akoestische gitaarklanken en brengt het soulvolle in de mens naar boven. Na deze emotionele onderbreking van het stevige werk op het album pakt You Left Me Nothin’ But The Bill And The Blues het klassieke bluesritme op. Een gebroken hart brengt de spitse klanken van de blues diep het geweten in. De fraaie opbouw met het pianospel van Wynans voert het nummer naar twee hevige bluessolo’s toe. Joe weet als geen ander de ruimte te laten aan de verschillende segmenten uit de blues, van Chicago en Memphis naar de Britse invasie in de muziek toe.
Op Distant Lonesome Train wordt de meerwaarde van twee drummers nog eens extra belicht. Het dubbele drumpatroon laat de eenzame trein van het leven voortstuwen, om vervolgens de ruimte te geven aan Joe’s gitaarwerk. De Britste blues stijgt in volle kracht op, met invloeden van Cream en John Mayall. Elke noot die hij aanslaat past precies in het historische bluesplaatje van de eenzaamheid. Samen met de basslijn van Rhodes zorgt Wynans op zijn orgel voor de ondersteunende kracht in het nummer. De wegebbende klanken van Joe’s Les Paul zorgen ook hier weer voor de meest verfijnde bluesritmes. How Deep This River Runs brengt in de tekstuele zin wat meer poëzie in het geheel. Het rustige ritme wordt opgebouwd tot de krachtsexplosie van het soulvolle refrein. De melodieuze gitaarriff brengt de structuur meer richting de hardrock. De diepe wateren brengen een hoop aan emoties met zich mee, van de onzekerheid in de liefde tot aan de angsten van het bestaan. Joe brengt zijn monsterlijke gitaarsolo’s in de kracht van Rory Gallagher, om uiteindelijk het nummer weer op te bouwen vanaf de basis. Het jazzy Livin’ Easy brengt ons verder terug in de tijd, naar het Chicago van de jaren 50. Paulie Cerra en Mark Douthit brengen een aantal aanstekelijke saxofoonsolo’s in het geheel. Het honky tonk pianospel van Wynans sluit perfect aan op de blues van Joe. In zijn teksten slaat de vrouw het geld erdoorheen en moet de man het ontspannende leven loslaten om genoeg geld in het laatje te krijgen. Met What I’ve Known For A Very Long Time sluit Joe het album op een rustgevende manier af. De liefde is gevonden en wordt in de soul en blues van de ballad bezongen. Lee Thornburg brengt met zijn trompet wat meer diepgang in het trage ritme. Joe zoekt in zijn zang naar diepere vocale lagen, waar de emoties van de blues in doorsijpelen. Puur en rauw tegelijk, maar het laat toch vooral de klasse zien waarmee de bluesmaster te werk gaat.
Blues of Desperation brengt zowel Joe’s kenmerkende interpretatie van de blues, als de toevoeging van de moderne invloeden op deze muziekstijl in het geheel. In zijn zachte en meeslepende gitaarwerk als in zijn krachtige en gedreven bluesrock toont hij opnieuw aan tot de beste gitaristen van zijn tijd te behoren. Zangtechnisch weet hij zich ook steeds beter in te leven in de rauwe emoties van de blues en slaagt hij er met behulp van het vrouwelijke vocale trio in de teksten in combinatie met de muziek tot leven te laten wekken. Zijn samenwerking met een aantal belangrijke namen uit de muziekindustrie duwt het album naar fraaie ritmische klanken en melodieus toetswerk toe. Hij behoudt hiermee de hoogwaardige kwaliteit van Different Shades of Blue en weet met zijn oprechtheid en wanhoop de blues tot grote hoogte te laten stijgen.
4*
Afkomstig van mijn site Platendraaier.
Joe Henry - Thrum (2017)

4,5
2
geplaatst: 28 december 2017, 15:59 uur
Al ruim dertig jaar is de Amerikaanse muziekkunstenaar Joe Henry actief in de muziekindustrie. De ervaringen die hij in alle jaren heeft opgedaan geven zijn albums met elke release meer kleur. Op zijn veertiende soloalbum Thrum laat hij deze ervaring blijken uit de diversiteit van zijn muziek. Zijn albums zijn niet makkelijk in een hoekje in te delen en ook voor dit album geldt dat zowel de blues, jazz, rock, folk en country onderdeel vormen van het rijke geheel.
Zijn verhalende vorm van zingen blijft de kracht van de muzikale composities. Of hij nou over Billy the Kid zingt of over vergeten liederen des levens, de sprankeling en muzikale lust springen er vanaf. Het poëtische vermengt hij moeiteloos met het verhalende. De instrumentale diversiteit ligt in het gebruik van zowel de traditionele instrumenten, zoals de viool en klarinet, en de wat ruigere elektrische gitaren en drums. Het avontuurlijke verwerkt Joe in nummers zoals Now and Never en The Glorious Dead. Het is echter niet alleen Henry die op het album een hoofdrol vertolkt, zijn vaste begeleidingsband toont zich van hun beste kant. Pianist Patrick Warren legt het verhalende vast in zijn ontroerende pianostukken, terwijl blazer Levon Henry (zoon van) zich uitleeft op de saxofoon. De kracht van het album als geheel is dat het mysterieuze altijd aanwezig blijft in zowel de doorleefde stem van Joe als in de grauwe muzikale lagen. Het meeslepende Hungry is hier een perfect voorbeeld van, intrigerend en wonderschoon tegelijk. Thrum is het volgende paradepaardje in een kwaliteitsreeks aan albums, waarvan het einde gelukkig nog lang niet in zicht is.
4,5*
Afkomstig van Platendraaier.
Zijn verhalende vorm van zingen blijft de kracht van de muzikale composities. Of hij nou over Billy the Kid zingt of over vergeten liederen des levens, de sprankeling en muzikale lust springen er vanaf. Het poëtische vermengt hij moeiteloos met het verhalende. De instrumentale diversiteit ligt in het gebruik van zowel de traditionele instrumenten, zoals de viool en klarinet, en de wat ruigere elektrische gitaren en drums. Het avontuurlijke verwerkt Joe in nummers zoals Now and Never en The Glorious Dead. Het is echter niet alleen Henry die op het album een hoofdrol vertolkt, zijn vaste begeleidingsband toont zich van hun beste kant. Pianist Patrick Warren legt het verhalende vast in zijn ontroerende pianostukken, terwijl blazer Levon Henry (zoon van) zich uitleeft op de saxofoon. De kracht van het album als geheel is dat het mysterieuze altijd aanwezig blijft in zowel de doorleefde stem van Joe als in de grauwe muzikale lagen. Het meeslepende Hungry is hier een perfect voorbeeld van, intrigerend en wonderschoon tegelijk. Thrum is het volgende paradepaardje in een kwaliteitsreeks aan albums, waarvan het einde gelukkig nog lang niet in zicht is.
4,5*
Afkomstig van Platendraaier.
John Coltrane - Blue Train (1957)

4,0
2
geplaatst: 23 februari 2017, 22:23 uur
Voordat John Coltrane uitgroeide tot de legendarische jazz saxofonist en componist kende hij een traumatische jeugd. Hij groeide op in North Caroline en verloor op 12-jarige leeftijd in korte tijd zijn grootouders, tante en vader. Onder de hoede van zijn moeder speelde hij in 1943 voor het eerst op de alto saxofoon. Gedurende zijn middelbare schooltijd speelde hij in kleine bandjes, maar kort daarna volgde zijn eerste professionele ervaring met de cocktail lounge trio (1943), gevolgd door een hoofdrol in een muziekband tijdens de tweede wereldoorlog (1945). In hetzelfde jaar nog zag hij Charlie Parker spelen, een moment waardoor zijn ogen voor zijn eigen composities werden geopend. De jaren daarna speelde hij met King Kolax en Eddie Vison, voordat hij samen met componist Dennis Sandole jazz studeerde. In 1955 ontving hij een telefoontje van Miles Davis, of hij in zijn band wilde meespelen, het resulteerde in enkele albums zoals Cookin’ en ‘Round About Midnight. Na zijn samenwerking met Thelonious Monk nam hij een aantal albums op, waarvan Blue Train uitgroeide tot één van de meest verfijnde jazzwerken uit de jaren 50.
Het album werd opgenomen in de studio van Rudy van Gelder en bevat vier eigen composities en als afsluiter een standaardwerk uit de jazz. De hard bop van die tijd werd als insteek genomen voor de muziek van het album, waar onder andere trompettist Lee Morgan en trombonist Curtis Fuller op te horen zijn. De energieke openingstrack Blue Train toont direct de klasse van Coltrane en de band aan, sublieme saxofoonpartijen gevolgd door het fijnzinnige van Lee Morgan’s trompetspel. Elke individu krijgt zijn moment om de kneepjes van het vak te tonen in de muzikale klanken. Een ballad als I’m Old Fashioned past prima binnen het plaatje van het album, ontspannen en wonderschoon. Een vroeg hoogtepunt uit Coltrane’s carrière, want er zouden nog veel meesterwerken van zijn hand komen (A Love Supreme, Giant Steps, My Favorite Things).
4*
Afkomstig van Platendraaier.
Het album werd opgenomen in de studio van Rudy van Gelder en bevat vier eigen composities en als afsluiter een standaardwerk uit de jazz. De hard bop van die tijd werd als insteek genomen voor de muziek van het album, waar onder andere trompettist Lee Morgan en trombonist Curtis Fuller op te horen zijn. De energieke openingstrack Blue Train toont direct de klasse van Coltrane en de band aan, sublieme saxofoonpartijen gevolgd door het fijnzinnige van Lee Morgan’s trompetspel. Elke individu krijgt zijn moment om de kneepjes van het vak te tonen in de muzikale klanken. Een ballad als I’m Old Fashioned past prima binnen het plaatje van het album, ontspannen en wonderschoon. Een vroeg hoogtepunt uit Coltrane’s carrière, want er zouden nog veel meesterwerken van zijn hand komen (A Love Supreme, Giant Steps, My Favorite Things).
4*
Afkomstig van Platendraaier.
John Fahey - Blind Joe Death (1959)

4,0
0
geplaatst: 14 februari 2017, 12:33 uur
De vingerstijl gitarist John Fahey groeide op in het Washington van de jaren 40 en 50. De familie bezocht geregeld optredens van de country en bluegrass groepen uit die tijd. Hij kocht al snel zijn eerste gitaar en bouwde een grote platencollectie op, vooral bestaand uit country, bluegrass en blues muziek. Na zijn eerste opnames uit 1958, waar zijn gitaar de hoofdrol op vertolkt, richtte hij zijn eigen platenlabel Takoma Records op. De eerste plaat die gedrukt werd was Blind Joe Death, in een oplage van 100 exemplaren. Zijn speelstijl is van grote invloed geweest binnen de folk muziek, waar hij in zijn muziek ook de blues betrok. In 1967 werd het album opnieuw uitgebracht en kreeg hij eindelijk de lof die hij al die tijd al verdiende. Hij was een buitenstaander binnen de rock ‘n’ roll en jazz wereld van die tijd, maar in de jaren 60 zou de folkmuziek tot in de uithoeken van de wereld een weg vinden met een artiest als Bob Dylan.
Het album Blind Joe Death kenmerkt zich door de akoestische gitaar, waar klanken uit de folk en blues fuseren. De emotionele waarde vertaalt hij in oplevende melodieuze klanken en zware snaarslagen van woede. I’m A Poor Boy Long Ways From Home sleept een oude bluesman met zijn gitaar over stoffige wegen en verlaten steden, waar John Henry meer het countrygevoel in schoonheid verwerkt. Blind was hij zeker niet, maar een ode aan zijn helden Blind Willie Johnson en Blind Boy Fuller mag er zijn.
4*
Afkomstig van Platendraaier.
Het album Blind Joe Death kenmerkt zich door de akoestische gitaar, waar klanken uit de folk en blues fuseren. De emotionele waarde vertaalt hij in oplevende melodieuze klanken en zware snaarslagen van woede. I’m A Poor Boy Long Ways From Home sleept een oude bluesman met zijn gitaar over stoffige wegen en verlaten steden, waar John Henry meer het countrygevoel in schoonheid verwerkt. Blind was hij zeker niet, maar een ode aan zijn helden Blind Willie Johnson en Blind Boy Fuller mag er zijn.
4*
Afkomstig van Platendraaier.
John Fogerty - Wrote a Song for Everyone (2013)

4,0
0
geplaatst: 31 mei 2013, 11:01 uur
Ik ben zeer te spreken over dit nieuwe album met samenwerkingen met diverse bekende artiesten. John Fogerty complete oeuvre komt aan bod met een hoofdrol voor de platen van Creedence Clearwater Revival. Verschillende muziekstijlen zijn te vinden op het album door de samenwerkingen met uiteenlopende artiesten. Van prachtige gitaarsolo's tot echte country platen.
Hoogtepunten van dit album zijn 'Fortunate Son', 'Wrote a Song for Everyone', 'Bad Moon Rising' en 'Who'll Stop the Rain'. Een dikke 4 sterren voor deze plaat.
Hoogtepunten van dit album zijn 'Fortunate Son', 'Wrote a Song for Everyone', 'Bad Moon Rising' en 'Who'll Stop the Rain'. Een dikke 4 sterren voor deze plaat.
Johnny Cash - American IV: The Man Comes Around (2002)

4,5
0
geplaatst: 13 oktober 2015, 15:35 uur
Na het succes van de jaren zestig en zeventig leek countrylegende Johnny Cash langzaam weg te zakken de muzikale geschiedenis in. Aan het einde van zijn leven begon hij echter aan een opmars die de muziekwereld wakker schudde. Op de American Recordings toont Cash zich kwetsbaar en covert hij songs van vele bekende artiesten. Eén jaar voor het overlijden van Cash verscheen het vierde album uit de reeks. Dit keer zijn hert artiesten als Nick Cave, Don Henley en Fiona Apple die hun bijdrage leveren aan het album. Op het album is onder andere de indrukwekkende cover van Nine Inch Nails’s Hurt te horen. Deze ingetogen en vrij kale versie toont met de akoestische gitaar en de kwetsbare stem van Cash diepgaande emoties. De versie van Personal Jesus is erg ritmisch en drijft op een totaal andere spanning dan de versie van Depeche Mode. Andere hoogtepunten zijn The Man Comes Around en I Hung My Head.
4,5*
Afkomstig van Platendraaier.
4,5*
Afkomstig van Platendraaier.
Johnny Cash - Johnny Cash with His Hot and Blue Guitar (1957)

4,0
2
geplaatst: 8 februari 2017, 14:30 uur
In zijn nadagen maakte hij een succesvolle comeback met zijn American recordings, maar Johnny Cash had de muziekwereld een halve eeuw daarvoor al zijn wonderbaarlijke muziektalent getoond. The Man in Black groeide op in Arkansas en werkte al op jonge leeftijd mee in de katoenvelden van zijn familie. Veel van zijn persoonlijke ervaringen uit de Grote Depressie inspireerde hem tot het schrijven van nummers. Het geharde leven van de familie werd van een extra shock voorzien door de vroege dood van zijn broer Jack, die in een zaagmachine kwam vast te zitten. Cash kwam in aanraking met de muziek via de radio en leerde via zijn moeder gitaar spelen. In zijn jeugd ontstond ook zijn kenmerkende bas-bariton zangstem. Na zijn tijd in militaire dienst verdiepte hij zich verder in de muziek en speelde hij ‘s avonds met zijn vrienden. Hoewel hij eerst nog voornamelijk gospel nummers zong kwam hier half jaren 50 verandering in toen zijn muziek geweigerd werd door Sun Records, waarna hij overstapte op de rockability en country. Korte daarna vloog zijn eerste single Cry! Cry! Cry! de toonbank over, gevolgd door zijn signatuur songs Folsom Prison Blues en I Walk the Line.
Zijn debuut verscheen in 1957 op het label van Sun en bevat onder andere de door akkoordprogressie kenmerkende I Walk the Line, een klassieker van zijn hand. Zijn debuutsingle Cry! Cry! Cry! vinden we ook terug op het album, net als zijn verfijnde Country Boy. Een ander hoogtepunt is het enerverende Folsom Prison Blues, de mengeling van trein en gevangenis muziek uit die tijd. Het voortgaande ritme en de legendarische teksten (But I shot a man in Reno, just to watch him die) gaven hem veel aanzien. Een debuut van de bovenste plank met een zeer gewaardeerde opleving van de countrymuziek als gevolg.
4*
Afkomstig van Platendraaier.
Zijn debuut verscheen in 1957 op het label van Sun en bevat onder andere de door akkoordprogressie kenmerkende I Walk the Line, een klassieker van zijn hand. Zijn debuutsingle Cry! Cry! Cry! vinden we ook terug op het album, net als zijn verfijnde Country Boy. Een ander hoogtepunt is het enerverende Folsom Prison Blues, de mengeling van trein en gevangenis muziek uit die tijd. Het voortgaande ritme en de legendarische teksten (But I shot a man in Reno, just to watch him die) gaven hem veel aanzien. Een debuut van de bovenste plank met een zeer gewaardeerde opleving van de countrymuziek als gevolg.
4*
Afkomstig van Platendraaier.
Johnny Cash - Out Among the Stars (2014)

3,5
0
geplaatst: 23 maart 2014, 20:47 uur
De afgelopen jaren was countrylegende Johnny Cash vooral in het nieuws door de indrukwekkende American Recording reeks die werd uitgebracht. Ondanks dat hij in 2003 al overleed is er nog steeds genoeg materiaal te vinden om complete albums in elkaar te zetten. In 2012 werd er materiaal ontdekt uit de jaren tachtig door zijn zoon John Carter Cash. De muziek gaat hierdoor weer verder terug in de tijd voor de American Recordings en laat daarom ook een ander geluid horen.
Het album wordt geopend met een cover van Out Among the Stars, origineel gezongen door Adam Mitchell. Het nummer heeft een kenmerkend country geluid met weinig instrumentatie en een rustig drumritme. Johnny klinkt zuiver bij stem. In het vervolg met Baby Ride Easy horen we niet alleen Johnny maar ook zijn vrouw June Carter. Opnieuw een cover met een niet al te opvallend geluid maar een doorsnee countryplaat. Je wordt meegenomen door de landschappen op een boerenkar en in alle rust geniet je van het countryleven. She Used to Love Me a Lot is een countrynummer uit de jaren tachtig wat qua sound sterk tegen The Man Comes Around aanligt van het vierde album uit de American Recording reeks. Een aanstekelijk nummer met ontspannende gitaarklanken en een zonnig geluid.
“Then I panicked as she turned to walk away
As she went out the door I heard her say
Yes I’m in need of something
But it’s something you ain’t got
But I used to love you a lot”
After All laat een totaal ander geluid horen met zuivere tonen van de piano en akoestische gitaar. Hierdoor wordt een mooie melodie gecreëerd waar de teksten bezongen door Cash een goede aanvulling aangeven. Een simpel liefdeslied dat door de korte duur een grote kracht uitstraalt. Daarna volgt I’m Movin’ On, een countrynummer dat stamt uit het jaar 1950. Waylon Jennings zingt mee met Johnny en het nummer krijgt hierdoor een nette samenzang. Met gitaarsolo’s die ons aan de blues doen herinneren brengt het, het album opnieuw in andere sferen. If I Told You Who It Was is een kenmerkende Cash song door pratende wijze waarop het verhaal wordt verteld. Met Call Your Mother wordt het countrygeluid doorgezet op een eenvoudig ritme en een ontspannen gitaarsound. De mondharmonica geeft af en toe dat beetje ondersteuning aan de teksten. Het vervolg van het album laat meer country horen zoals Johnny het graag bezingt. Nummer als I Drove Her Out of My Mind en Tennessee vertellen diverse verhalen op bekende countrygeluiden maar springen niet echt naar voren op het album. Met Rock and Roll Shoes wordt dan weer wat meer afwisseling laten zien door een lichte sound en wat meer afwisseling in tekst en geluid. De samenzang met June Carter krijgt een vervolg op Don’t You Think It’s Come Our Time en valt daardoor wat meer op ondanks de korte tijdsduur van ruim twee minuten. Het korte album wordt afgesloten met I Came to Believe, een waardige afsluiter door de mooie pianoklanken en de sterk bezongen teksten.
“I couldn’t manage the problems I laid on myself
And it just made it worse when I laid them on somebody else
So I finally surrendered it all brought down in despair
I cried out for help and I felt a warm comforter there”
Het album laat duidelijk zien dat het voor de tijd van de American Recordings is opgenomen. We horen de kenmerkende manier van zingen door Johnny Cash veel terug op het korte album. De eerste helft van het album is krachtig mede door de vele covers en afwisselingen in instrumentatie en zang. Op de tweede helft zakt dit echter in door een grote hoeveelheid aan standaard country nummers die weinig opvallen. Over het geheel vinden de nummers weinig aansluiting met elkaar waardoor de kwaliteit wat naar beneden wordt gedrukt. Fans hebben echter niets te vrezen want er zal de komende jaren nog genoeg materiaal van Cash verschijnen.
3,5*
Afkomstig van Platendraaier.
Het album wordt geopend met een cover van Out Among the Stars, origineel gezongen door Adam Mitchell. Het nummer heeft een kenmerkend country geluid met weinig instrumentatie en een rustig drumritme. Johnny klinkt zuiver bij stem. In het vervolg met Baby Ride Easy horen we niet alleen Johnny maar ook zijn vrouw June Carter. Opnieuw een cover met een niet al te opvallend geluid maar een doorsnee countryplaat. Je wordt meegenomen door de landschappen op een boerenkar en in alle rust geniet je van het countryleven. She Used to Love Me a Lot is een countrynummer uit de jaren tachtig wat qua sound sterk tegen The Man Comes Around aanligt van het vierde album uit de American Recording reeks. Een aanstekelijk nummer met ontspannende gitaarklanken en een zonnig geluid.
“Then I panicked as she turned to walk away
As she went out the door I heard her say
Yes I’m in need of something
But it’s something you ain’t got
But I used to love you a lot”
After All laat een totaal ander geluid horen met zuivere tonen van de piano en akoestische gitaar. Hierdoor wordt een mooie melodie gecreëerd waar de teksten bezongen door Cash een goede aanvulling aangeven. Een simpel liefdeslied dat door de korte duur een grote kracht uitstraalt. Daarna volgt I’m Movin’ On, een countrynummer dat stamt uit het jaar 1950. Waylon Jennings zingt mee met Johnny en het nummer krijgt hierdoor een nette samenzang. Met gitaarsolo’s die ons aan de blues doen herinneren brengt het, het album opnieuw in andere sferen. If I Told You Who It Was is een kenmerkende Cash song door pratende wijze waarop het verhaal wordt verteld. Met Call Your Mother wordt het countrygeluid doorgezet op een eenvoudig ritme en een ontspannen gitaarsound. De mondharmonica geeft af en toe dat beetje ondersteuning aan de teksten. Het vervolg van het album laat meer country horen zoals Johnny het graag bezingt. Nummer als I Drove Her Out of My Mind en Tennessee vertellen diverse verhalen op bekende countrygeluiden maar springen niet echt naar voren op het album. Met Rock and Roll Shoes wordt dan weer wat meer afwisseling laten zien door een lichte sound en wat meer afwisseling in tekst en geluid. De samenzang met June Carter krijgt een vervolg op Don’t You Think It’s Come Our Time en valt daardoor wat meer op ondanks de korte tijdsduur van ruim twee minuten. Het korte album wordt afgesloten met I Came to Believe, een waardige afsluiter door de mooie pianoklanken en de sterk bezongen teksten.
“I couldn’t manage the problems I laid on myself
And it just made it worse when I laid them on somebody else
So I finally surrendered it all brought down in despair
I cried out for help and I felt a warm comforter there”
Het album laat duidelijk zien dat het voor de tijd van de American Recordings is opgenomen. We horen de kenmerkende manier van zingen door Johnny Cash veel terug op het korte album. De eerste helft van het album is krachtig mede door de vele covers en afwisselingen in instrumentatie en zang. Op de tweede helft zakt dit echter in door een grote hoeveelheid aan standaard country nummers die weinig opvallen. Over het geheel vinden de nummers weinig aansluiting met elkaar waardoor de kwaliteit wat naar beneden wordt gedrukt. Fans hebben echter niets te vrezen want er zal de komende jaren nog genoeg materiaal van Cash verschijnen.
3,5*
Afkomstig van Platendraaier.
Jonathan Wilson - Fanfare (2013)

4,0
0
geplaatst: 14 november 2013, 20:00 uur
Het derde album van Jonathan Wilson is er één met meerdere gezichten. Er kan in ieder geval gezegd worden dat het geen 2e “Gentle Spirit” (zijn voorgaande album) is geworden. Er zijn vele invloeden van andere bekende muzikanten te ontdekken op het album. Gedeeltelijk komt dit door de samenwerkingen met onder andere David Crosby, Graham Nash en Jackson Browne. De plaat staat vol met nummers van gemiddeld zo’n 6 minuten waar vooral zijn gitaarwerk goed te horen is.
Opener Fanfare begint al sterk en er zijn invloeden van Pink Floyd te horen. Lekker melodieus en het nummer ligt fijn in het gehoor. Het 2e nummer van de plaat genaamd Dear Friend begint rustig en dromerig maar neemt daarna in kracht toe door een sterke gitaarsolo. De stem van Jonathan Wilson wisselt een beetje per nummer, soms lijkt zijn stem op John Lennon dan weer op Neil Young. Her Hair Is Growing Long is opnieuw een dromerig en zweverig nummer, Jonathan laat zich van veel kanten zien op de plaat. Love to Love lijkt vooral een gooi te doen om als pophit te dienen. Niet heel erg sterk en het nummer valt een beetje uit de toon met de rest van de plaat. Future Vision lijkt een intro te hebben die zo van Pink Floyd zou kunnen zijn, lichtelijk psychedelisch en halverwege opeens met een jam erin. Het nummer wisselt sterk in melodie en gaat daarom ook zeker niet vervelen. Moses Pain klinkt heel bekend en dat zal voor een gedeelte wel aan de samenwerking met Jackson Browne, Graham Nash en J. Tillman liggen. Een heerlijk nummer waarin een 70s sfeertje wordt opgebouwd. Het vervolg Cecil Taylor klinkt als een nummer van Crosby, Stills, Nash & Young en laat dat nou geen toeval zijn omdat hij op dit nummet met David Crosby en Graham Nash samenwerkt. Jonathan Wilson is een grote fan van Neil Young en dat is merken aan het nummer Illumination. Deze track lijkt nog het meest op een rip-off van Danger Bird van Neil Young. Hij geeft in ieder geval aan dat hij het wat stevigere werk zeker niet links laat liggen. Ondanks dat de invloed van Neil Young goed is te horen mag ik het nummer wel door de sterke gitaarwerk. Desert Trip en Fazon zijn twee rustige songs waar ook nog verschillende blaasinstrumenten op te horen zijn. De plaat wisselt elk nummer zo ongeveer van stijl zodat het niet echt een geheel lijkt te volgen. De laatste nummers van de plaat liggen dan wel weer meer op één lijn, rustig qua uitstraling met af en toe wat elektrisch gitaargeluid tussendoor. Lovestrong begint rustig ondersteunt door de piano waarna het overgaat in een soort Pink Floyd track, daarna volgt een jammend gedeelte waarna via de Pink Floyd sound weer terug wordt gegaan naar de piano. Veel afwisseling is er zeker te vinden waardoor je wel betrokken blijft bij de songs. All the Way Down is als afsluiter weer een dromerige en ontspannen track.
Wat duidelijk naar voren komt is dat Jonathan Wilson een brede muzieksmaak heeft en nog niet echt een vaste sound heeft weten te creëren. Dit zorgt er wel voor dat het album zeker niet gaat vervelen en telkens opnieuw voor verassingen zorgt. Een sterke 3e plaat van Jonathan met een intense luisterervaring die goed past bij de periode van het jaar.
4/5
Afkomstig van platendraaier
Opener Fanfare begint al sterk en er zijn invloeden van Pink Floyd te horen. Lekker melodieus en het nummer ligt fijn in het gehoor. Het 2e nummer van de plaat genaamd Dear Friend begint rustig en dromerig maar neemt daarna in kracht toe door een sterke gitaarsolo. De stem van Jonathan Wilson wisselt een beetje per nummer, soms lijkt zijn stem op John Lennon dan weer op Neil Young. Her Hair Is Growing Long is opnieuw een dromerig en zweverig nummer, Jonathan laat zich van veel kanten zien op de plaat. Love to Love lijkt vooral een gooi te doen om als pophit te dienen. Niet heel erg sterk en het nummer valt een beetje uit de toon met de rest van de plaat. Future Vision lijkt een intro te hebben die zo van Pink Floyd zou kunnen zijn, lichtelijk psychedelisch en halverwege opeens met een jam erin. Het nummer wisselt sterk in melodie en gaat daarom ook zeker niet vervelen. Moses Pain klinkt heel bekend en dat zal voor een gedeelte wel aan de samenwerking met Jackson Browne, Graham Nash en J. Tillman liggen. Een heerlijk nummer waarin een 70s sfeertje wordt opgebouwd. Het vervolg Cecil Taylor klinkt als een nummer van Crosby, Stills, Nash & Young en laat dat nou geen toeval zijn omdat hij op dit nummet met David Crosby en Graham Nash samenwerkt. Jonathan Wilson is een grote fan van Neil Young en dat is merken aan het nummer Illumination. Deze track lijkt nog het meest op een rip-off van Danger Bird van Neil Young. Hij geeft in ieder geval aan dat hij het wat stevigere werk zeker niet links laat liggen. Ondanks dat de invloed van Neil Young goed is te horen mag ik het nummer wel door de sterke gitaarwerk. Desert Trip en Fazon zijn twee rustige songs waar ook nog verschillende blaasinstrumenten op te horen zijn. De plaat wisselt elk nummer zo ongeveer van stijl zodat het niet echt een geheel lijkt te volgen. De laatste nummers van de plaat liggen dan wel weer meer op één lijn, rustig qua uitstraling met af en toe wat elektrisch gitaargeluid tussendoor. Lovestrong begint rustig ondersteunt door de piano waarna het overgaat in een soort Pink Floyd track, daarna volgt een jammend gedeelte waarna via de Pink Floyd sound weer terug wordt gegaan naar de piano. Veel afwisseling is er zeker te vinden waardoor je wel betrokken blijft bij de songs. All the Way Down is als afsluiter weer een dromerige en ontspannen track.
Wat duidelijk naar voren komt is dat Jonathan Wilson een brede muzieksmaak heeft en nog niet echt een vaste sound heeft weten te creëren. Dit zorgt er wel voor dat het album zeker niet gaat vervelen en telkens opnieuw voor verassingen zorgt. Een sterke 3e plaat van Jonathan met een intense luisterervaring die goed past bij de periode van het jaar.
4/5
Afkomstig van platendraaier
Jonathan Wilson - Gentle Spirit (2011)

4,0
0
geplaatst: 5 december 2013, 17:58 uur
Ik heb me de laatste tijd wat meer verdiept in Jonathan Wilson na het beluisteren van zijn album Fanfare. Aangezien ik dat album indrukwekkend vond heb ik deze plaat ook een aantal maal beluisterd. Jonathan levert een sterk album af met hele mooie wisselingen in melodieën en emoties die hij aan de nummers toevoegt.
Het begin met Gentle Spirit klinkt lekker dromerig en heeft een ontspannen sfeer. Daarna komen er vele sterke nummers voorbij waar emotie en rust afwisselen met tempoversnellingen. Het gitaarspel kent veel gelijkenissen met andere bekende artiesten maar klinkt daarom niet minder indrukwekkend.
Er zijn een aantal nummers die er echt boven uitsteken zoals de afsluiter Valley of the Silver Moon, een rustgevende track waarbij het stemgeluid erg zuiver klinkt. De afwisseling tussen de gitaar en zijn zang maakt dit een geweldige track.
De multi-instrumentalist Wilson is te horen op zowel de gitaar, piano, percussie en het keyboard. Invloeden van onder andere Neil Young en Pink Floyd zijn te horen in diverse nummers. Een mooi album om regelmatig even op te zetten.
4*
Het begin met Gentle Spirit klinkt lekker dromerig en heeft een ontspannen sfeer. Daarna komen er vele sterke nummers voorbij waar emotie en rust afwisselen met tempoversnellingen. Het gitaarspel kent veel gelijkenissen met andere bekende artiesten maar klinkt daarom niet minder indrukwekkend.
Er zijn een aantal nummers die er echt boven uitsteken zoals de afsluiter Valley of the Silver Moon, een rustgevende track waarbij het stemgeluid erg zuiver klinkt. De afwisseling tussen de gitaar en zijn zang maakt dit een geweldige track.
De multi-instrumentalist Wilson is te horen op zowel de gitaar, piano, percussie en het keyboard. Invloeden van onder andere Neil Young en Pink Floyd zijn te horen in diverse nummers. Een mooi album om regelmatig even op te zetten.
4*
Jonathan Wilson - Pity Trials and Tomorrow's Child (2012)

4,0
0
geplaatst: 4 december 2013, 23:54 uur
Klinkt allemaal zeer goed, hij toon hier zijn kwaliteiten op zijn gitaar met een prachtige stem.
José González - Vestiges & Claws (2015)

3,5
0
geplaatst: 19 februari 2015, 15:51 uur
Na twee albums met de Zweedse folk-rock band Junip keert de singer-songwriter José González terug naar het solowerk. Zijn samenwerkingen met diverse artiesten gaven hem de ervaring om zich weer te concentreren op zijn eigen talenten. Met zijn derde album Vestiges & Claws keert hij terug naar de folkmuziek, waarmee hij op zijn voorgaande albums de toon heeft gezet.
Met With The Ink Of A Ghost opent het album op ontspannende wijze, waarbij de klanken van de akoestische gitaar het ritme bepalen. Het nummer kent een eenvoudige opbouw die met de hoge zang van José een extra laag krijgt. Denkend aan de veranderingen die een leven doormaken, terwijl je loopt door een mistig en duisters landschap. De korte klanken van de gitaar gaan in Let It Carry You over in een tokkelend ritme. Terwijl je de dagelijkse spanningen van je af laat glijden zie je de schoonheid van de natuur om je heen. José zorgt voor dat stukje ontspanning dat iedereen bij tijd en wijle wel kan gebruiken. Qua instrumentatie is het erg basic en blijft de akoestische gitaar het uitgangspunt. Ook op Stories We Build, Stories We Tell blijft hij de sferische doch eenvoudige melodielijnen doorvoeren, al weet hij hier het geluid af en toe wat grauwer te maken. The Forest kent een wat vrolijker ritme, maar blijft zich vastpakken aan stukgelopen relaties. Op geen moment echt spannend al ligt de schoonheid in de eenvoud van het nummer. Leaf Off / The Cave staat in het teken van het doorgaan na moeilijkere periodes. De draad wordt opgepakt op de licht swingende melodie.
Why can’t you take the leaf off your mouth?
Now that you have the facts on your side
Take a moment to reflect who we are
Let reason guide you
Every Age is een schitterend nummer waarbij een leven doorlopen wordt. Herinneringen die emoties oproepen en veranderingen die we doorgaans meemaken. Dromen mag en hopen op een betere wereld waar iedereen zich uiteindelijk thuis mag voelen. De lange gitaarslagen in het begin van What Will gaan over in een oplopende intro, die halverwege het nummer tot een langdurige herhaling overgaan. Het getokkel op de gitaar houdt iets te lang stand, waardoor de aandacht op een gegeven moment verloren gaat. Vissel trekt de lijn der eenvoud door in een instrumentaal gedeelte dat van weinig toevoeging is op het album. De Afterglow kent niet veel variatie en maakt de weg vrij voor het slot met Open Book. Een slot dat er mag zijn, want met zijn indrukwekkende klankspel en teksten vormt het een sterk geheel. Een kort liedje dat de herinneringen van een liefde uit het verleden dichtbij brengt.
I feel just like an open book
Exposing myself in this neighborhood
Talkin’ to people as if I knew them well
Thinking that everyone has gone through different kinds of hell
José houdt het muzikaal gezien simpel op Vestiges & Claws. De klanken van de akoestische gitaar lenen zich goed voor de stem van de zanger, maar worden bij vlagen toch te vluchtig weggezet. Te lang uitgesponnen instrumentale gedeeltes laten de aandacht soms wat wegvloeien. Invloeden vanuit het singer-songwriter kamp hoor je in continuïteit door het album heen. Gelukkig weet José met enkele sterke nummers het niveau van het album enigszins op te krikken en houdt het overkoepelende thema het album bij elkaar. De toekomst zal uitwijzen of González op zijn niveau kan blijven presteren.
3,5*
Afkomstig van Platendraaier.
Met With The Ink Of A Ghost opent het album op ontspannende wijze, waarbij de klanken van de akoestische gitaar het ritme bepalen. Het nummer kent een eenvoudige opbouw die met de hoge zang van José een extra laag krijgt. Denkend aan de veranderingen die een leven doormaken, terwijl je loopt door een mistig en duisters landschap. De korte klanken van de gitaar gaan in Let It Carry You over in een tokkelend ritme. Terwijl je de dagelijkse spanningen van je af laat glijden zie je de schoonheid van de natuur om je heen. José zorgt voor dat stukje ontspanning dat iedereen bij tijd en wijle wel kan gebruiken. Qua instrumentatie is het erg basic en blijft de akoestische gitaar het uitgangspunt. Ook op Stories We Build, Stories We Tell blijft hij de sferische doch eenvoudige melodielijnen doorvoeren, al weet hij hier het geluid af en toe wat grauwer te maken. The Forest kent een wat vrolijker ritme, maar blijft zich vastpakken aan stukgelopen relaties. Op geen moment echt spannend al ligt de schoonheid in de eenvoud van het nummer. Leaf Off / The Cave staat in het teken van het doorgaan na moeilijkere periodes. De draad wordt opgepakt op de licht swingende melodie.
Why can’t you take the leaf off your mouth?
Now that you have the facts on your side
Take a moment to reflect who we are
Let reason guide you
Every Age is een schitterend nummer waarbij een leven doorlopen wordt. Herinneringen die emoties oproepen en veranderingen die we doorgaans meemaken. Dromen mag en hopen op een betere wereld waar iedereen zich uiteindelijk thuis mag voelen. De lange gitaarslagen in het begin van What Will gaan over in een oplopende intro, die halverwege het nummer tot een langdurige herhaling overgaan. Het getokkel op de gitaar houdt iets te lang stand, waardoor de aandacht op een gegeven moment verloren gaat. Vissel trekt de lijn der eenvoud door in een instrumentaal gedeelte dat van weinig toevoeging is op het album. De Afterglow kent niet veel variatie en maakt de weg vrij voor het slot met Open Book. Een slot dat er mag zijn, want met zijn indrukwekkende klankspel en teksten vormt het een sterk geheel. Een kort liedje dat de herinneringen van een liefde uit het verleden dichtbij brengt.
I feel just like an open book
Exposing myself in this neighborhood
Talkin’ to people as if I knew them well
Thinking that everyone has gone through different kinds of hell
José houdt het muzikaal gezien simpel op Vestiges & Claws. De klanken van de akoestische gitaar lenen zich goed voor de stem van de zanger, maar worden bij vlagen toch te vluchtig weggezet. Te lang uitgesponnen instrumentale gedeeltes laten de aandacht soms wat wegvloeien. Invloeden vanuit het singer-songwriter kamp hoor je in continuïteit door het album heen. Gelukkig weet José met enkele sterke nummers het niveau van het album enigszins op te krikken en houdt het overkoepelende thema het album bij elkaar. De toekomst zal uitwijzen of González op zijn niveau kan blijven presteren.
3,5*
Afkomstig van Platendraaier.
