MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten HugovdBos als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Barock Project - Detachment (2017)

poster
4,0
Sinds begin jaren 70 is al het duidelijk dat de Italiaanse muziek op progressief gebied heel wat te bieden heeft. Er ontwikkelde zich zelfs een geheel aan deze muziek ontleend genre, de Rock Progressivo Italiano (RPI). De laatste jaren zijn er verscheidende bands geweest die deze Italiaanse muziek nieuw leven wisten in te blazen. Barock Project is een van deze bands, al slaan ze met hun muziek veelvuldig nieuwe paden in. Zo ook op hun zesde album Detachment. Met de nodige personele wijzigingen weten ze op het album de verbinding te leggen tussen de jazz, klassieke muziek en de progressive rock. Frontman en toetsenist Luca Zabbini is het meesterbrein achter de gestructureerde nummers die op het album staan.

Vanaf de eerste noot wordt het dynamische aspect van de muziek naar voren geschoven. Toetspartijen vormen nog steeds een belangrijk onderdeel van de enerverende klankpatronen, maar de gitaren en drums spelen ook een rol van betekenis. Peter Jones (Camel) neemt op twee tracks de zang voor zijn rekening. Zowel de afwisseling in zangpartijen als de muzikale structuren maken het album tot een steeds weer nieuwe ontdekkingsreis. Verwijzingen naar progressieve bands van weleer zijn aanwezig, maar de moderne insteek laat ons horen dat ook vernieuwingen zich op het album aandoen. Kleurrijk, multidimensionaal en meeslepend zijn termen die nauw verbonden zijn aan de pracht die Barock Project met Detachment tot de luisteraar brengt.

4*

Afkomstig van mijn site Platendraaier.

Beck - Morning Phase (2014)

poster
4,5
Beck verwierf bekendheid in de jaren negentig met zijn hitsingle Loser maar begon daarna pas serieus aan de weg te timmeren met albums als Odelay en Sea Change. Als multi-instrumentalist begon hij albums te maken in de meest uiteenlopende genres zoals folk, indie, hip-hop en alternative rock. Morning Phase is het eerste album sinds 2008 en een vervolg op het akoestische en indrukwekkende Sea Change uit 2002. In dezelfde stijl wordt je meegevoerd in de emoties en eenzaamheid van de teksten.

Het album opent met de rustige klanken van het instrumentale Cycle, een sfeervolle introductie die zich toewerkt naar Morning. De klanken die je meevoeren in dit nummer zijn van ongekende schoonheid. De rust in de stem van Beck voert je mee in een tocht in de morgen onderweg naar de zonsondergang aan het einde van de dag. De instrumentatie zit goed in elkaar en brengt vloeiende overgangen met zich mee. Heart is a Drum is een indrukwekkend nummer vol emotie en een neergaande spiraal in het leven. De akoestische klanken worden aangevuld met een drumritme en piano die door het nummer heen verweven zijn. Het vervolg met Say Goodbye is van dezelfde schoonheid en een afscheid om nooit te vergeten. De woorden die je gebruikt om afscheid te nemen uitgedrukt in je lichaamstaal. Melodieus en vol met invloeden zoals de banjo en akoestische gitaar. Net als je denkt dat het niveau niet meer omhoog kan komt Blue Moon voorbij. Pure poëzie in zijn breekbaarste vorm. Beck zingt alles op een rustige en meeslepende toon die emoties oproept en waarbij de klanken van de muziek van vertragingen naar versnellingen gaan. Riedeltjes die de teksten extra nadruk geven en in het refrein de stem van Beck alleen laat horen.

“I’m so tired of being alone
These penitent walls are all I’ve known
Songbird calling across the water
Inside my silent asylum

Oh don’t leave me on my own
Left me standing all alone
Cut me down to size so I can fit inside
Lies that will divide us both in time”


Het vervolg met Unforgiven is wat donkerder qua geluid en past precies bij de sfeer van het nummer. Struinend door de nacht wachtend op iemand die nooit meer terug zal keren. De hoge stem van Beck legt nadruk op de woorden die het belangrijkste zijn uit het nummer. Met Wave lijk je tussen een orkest te zitten, de muziek heeft zoveel impact dat het uit een speelfilm lijkt te komen. De spanning wordt opgevoerd en de pijn van de eenzaamheid is voelbaar. Don’t Let It Go vormt een weg terug uit de diepte waarin je bent gezakt en fleurt je wat op als je het niet meer zitten. De zoete klanken keren terug en worden voornamelijk door de akoestische gitaar en piano gevormd.

“These are some faults we found
Hollowed out from the years
Don’t let them wear you out
Don’t let them turn your mind inside out

Don’t let it go
Don’t let it go away
Don’t let it go
Don’t let it go away
You don’t have to let it go away“


Blackbird Chain gaat over in een wat steviger ritme maar bevat opnieuw een tekst die je raakt. Vooral het refrein is erg mooi met de echoënde stem bij het zingen van “My blackbird chain”. Ritmes worden afgewisseld met instrumentale gedeeltes waarbij met name de strijkers en piano goed samen gaan. Phase vormt een tussenpauze die verder gaat zoals het begin met Morning. De fase laat een overgang zien uit de treurnis en moet je weer terugbrengen op de grond. Keer je rug om naar het verleden met Turn Away. Het nummer heeft wat weg van de stijl van Simon & Garfunkel, rustig en zacht in de stemming. Een klein orkest met strijkers brengt de melodieën op gang. Country Down is een puur country nummer die je meeneemt door landschappen, met de mondharmonica past het precies in het plaatje. Met afsluiter Waking Light wordt je teruggevoerd naar de morgen na de lange en moeizame tocht uit het dal en het donker. Alles komt samen in het nummer, aan het begin aangezet door de klanken van een triangel wordt het volume versterkt door drums en de klanken van een orkest. Een schitterend einde van een album dat een totaal geheel vormt in verhaal en instrumentatie.

“When the memory leaves you
Somewhere you can’t make it home
When the morning comes to meet you
Open your eyes with waking light”


Na zes jaar geen album uitgebracht te hebben laat Beck een comeback zien van ongekende klasse. De schoonheid van de nummers worden gevormd door de perfecte combinatie van melodieën van instrumenten en de zachte en hoge stem van Beck. De teksten roepen emotie op en voeren je langs een weg van eenzaamheid, pijn terug uit een diep dal. Het dal waar je uit klimt en waarbij je aan het einde van de donkere tunnel de lichtstralen van de opkomende zon ziet komen. Vroeg in het jaar 2014 wordt de lat voor dit jaar heel hoog gelegd met Morning Phase. Wil iemand dit album dit jaar nog overtreffen dan moet deze artiest van goede huize komen.

4,5*

Afkomstig van Platendraaier.

Bell Witch - Mirror Reaper (2017)

poster
4,5
In 2012 verscheen het debuutalbum van de in Seattle geboren doom metal band Bell Witch. Nu vijf jaar later leveren ze hun meesterwerk af, met een album bestaande uit één nummer van 83 minuten. Sinds de dood van drummer en oprichter Adrian Guerra in 2016 hebben de twee overgebleven bandleden een moeilijke tijd moeten doorstaan. De pijn en verdriet verwerkte ze in de opnames voor Mirror Reaper, waar tevens een muzikale passage speciaal een Guerra gericht is. Het duo brengt de wereld van geesten tot leven in de twee kanten waaruit het nummer bestaat. Het tegenovergestelde is namelijk alleen volledig met zijn tegendeel. Het is een concept dat zich vertaald naar de kolossale, alles overwoekerende en intense muzikale en vocale passages die de band laat horen.

Wordt de weg naar de geestenwereld de eerste twee minuten nog in alle rust ingeluid, daarna wordt de donkere en angstaanjagende kant van het leven in inslaande drumklanken en zware baspartijen naar voren gebracht. Het is de intensiteit waarin de emoties van verlies en woede verpakt zitten. Het trage ritme en de kracht van het voortgaande voeren je in het eerste deel naar dood en verderf. De sludgy doom en gutturals van drummer Jesse Shreibman zijn effectief in de totstandkoming van het verhaal. Het album kenmerkt zich echter ook door rustige passages, waarbij de melancholie in de melodie te vinden is. In het tweede deel van het album (vanaf 48 minuten) neemt Dylan Desmond de zang voor zijn rekening. Het is de verwerking van het verlies en een ode aan hun vriend en bandmaat Guerra waarbij we in het tweede deel stilstaan. Wanneer een orgel zich bij het geheel voegt worden de emoties vanuit het binnenste van de mens aangewakkerd. De laatste tien minuten pakt de band nog een keer terug op hun zware doom, dit keer overwoekerd door melodieuze en kwetsbare baspartijen. Daarmee kent het album een gewogen schoonheid tussen het leven en de dood, prijsgegeven in de verschillende kanten van hun muziek en zang. Het is geen licht verteerbaar album, maar als de pracht beetje bij beetje tot uiting komt dan is de waardering des te groter.

4,5*

Afkomstig van mijn site Platendraaier.

Belle and Sebastian - Girls in Peacetime Want to Dance (2015)

poster
3,0
Girls in Peacetime Want to Dance is alweer het negende studioalbum van de band rondom Stuart Murdoch. Vanaf halverwege jaren negentig timmert het Schotse Belle and Sebastian aan de weg, met als hoogtepunten de eerste albums Tigermilk en If You’re Feeling Sinister. De poppy songs van de band zorgen nog altijd voor een grote schare aan trouwe fans die de band bezoeken bij hun optredens.

Nobody’s Empire opent met de zoete klanken van het keyboard. Stuarts herkenbare zang vangt al snel aan waarbij het nummer het vrolijke karakter behoudt. Herkenbaar simpel maar aan de andere kant een fijn verhalend luisterliedje. Allie toont een wat steviger ritme aan en is meeslepend met een positief karakter. De gitaarklanken zijn licht en zuiver en maken er een swingend geheel van. De eerste single van het album The Party Line gooit het over een hele andere boeg. Het nummer opent met een eenvoudige dancetune die het geheel met moeite bij elkaar kan houden. Een feest wordt het op geen moment door de herhalende teksten en het simpele karakter van het nummer. Op The Power Of Three wordt er vastgehouden aan de dance sferen, al zijn deze hier minder storend aanwezig. Het nummer maakt je een beetje loom met de zoetsappige vrouwenstem en weet niet echt te overtuigen. Gelukkig maakt The Cat With The Cream een hoop goed. Vanuit een eenvoudig ritme wordt er opgebouwd in een nummer met betekenis. Gesprekken die dagelijks worden gevoerd over de meest uiteenlopende onderwerpen. Discussies over politieke veranderingen en indrukwekkende middeleeuwse verhalen. Een zacht liedje vol met hoop en verwachtingen.

Down amongst the old city chambers
Men in frocks debate all the policy changes
Everybody bet on the boom and got busted
Everybody bet and in the government trusted
Grubby little red MP
Yellow flapping hopelessly


Onverwachts vervolgt de band dan toch weer zijn weg die het met The Party Line was ingeslagen. Enter Sylvia Plath klinkt toch vooral als een jaren 80 discosong die enkele decennia te laat verschijnt. Zoals het met heel het album gaat laat The Everything Muse weer een ander geluid horen. Een simpel drumritme met een licht basloopje zetten de spotlight op Stuart. Het refrein mag er zijn, swingend en melodieus. Je waant je in zonnige sferen met blazers en een hele horde mensen die meebeweegt. Op Perfect Couples neemt het exotische drumritme het voortouw voor de zang van Stuart.

Gelukkig horen we op Ever Had A Little Faith? weer wat ouderwets geluid van de band. Eenvoudig doch voedzaam door de prachtige melodieën van de strijkers een meerstemmige zang. Het vervolg met Play For Today lijkt zich te ontpoppen tot de middelmaat van het album, maar weet door de lengte te groeien als geheel. Mede door de zang van Sarah creëert het nummer genoeg afwisseling in toon. Ditzelfde principe past de band ook toe in The Book Of You, een ritmisch en bij vlagen grauw nummer. De elektrische gitaar harkt het geheel nog wat door elkaar zonder veel waarde toe te voegen. Today sluit het album gelukkig nog op een positieve manier af door de afwisseling in melodieën. Dromen die je doorkruisen met fris klinkende keyboardklanken, slome drumploffen en de hoge vioolklanken.

Ruim vier jaar wachten op nieuw werk van Belle and Sebastian heeft niets meer opgeleverd dan een gemiddeld album. De enkele hoogtepuntjes die op het album te vinden zijn wegen niet op tegen de dance-achtige songs die te weinig vernieuwing met zich meebrengen. Tekstueel is er weinig op aan te merken en weet Stuart zijn kunstje zonder al te veel moeite te herhalen. Wil de band ooit weer een pareltje afleveren zoals If You’re Feeling Sinister dan zullen er muzikale veranderingen moeten worden doorgevoerd. Zeg nooit nooit, dus we kijken dan alweer vooruit naar een ongetwijfeld te verschijnen opvolger.

3*

Ben Howard - I Forget Where We Were (2014)

poster
4,5
De singer-songwriter Ben Howard brak in 2011 door bij het Nederlandse publiek met de single Keep Your Head Up van het debuutalbum Every Kingdom. Daarna ging het snel met de carrière van de pas 27-jarige Engelsman. Zo stond hij op vele festivals zoals T in the Park in Schotland en op Pinkpop in Nederland. Drie jaar na dato verschijnt zijn tweede album I Forget Where We Where.

Het album opent met grauwe tonen die je de duisternis invoeren. Op Small Things voelt het alsof de wereld ten onder gaat en lijkt de liefde verder weg dan ooit. De sfeer wordt met de toevoeging van elektronica en effecten naar een dieper dal gebracht. De muziek verweeft zich door het nummer heen met de teksten en wordt opgevoerd met schelle gitaartonen. Na de sterke opening vervolgen we onze weg met Rivers in Your Mouth, een nummer dat veel gelijkenissen kent met de muziek van zijn eerste album. Ritmische muziek waarbij met diepzinnige teksten een moeilijke relatie wordt weergegeven. De gitaren klinken opnieuw rauw en laten de duisternis over je heen komen.

Het titelnummer I Forget Where We Were brengt emoties aan de vlakte, die Ben met zijn hoge tonen op weet te dringen. Gedachten lijken weg te stromen en de plaats van de liefde lijkt te verdwijnen. Waar zijn we gebleven vraagt Ben zich af, kunnen we nog terug naar hoe het ooit was. Gitaargeluiden vormen zich op het ritme en laten je meevoeren op de verschillende muzikale intermezzo’s.

Hello love, my invincible friend
Hello love, the thistle and the burr
Hello love, for you I have so many words
But I, I forget where we were


In Dreams vormt zich rondom een gitaar riedeltje waarbij de drums opzwellen. De eenzaamheid overheerst in de dromen waarbij het moelijk lijkt om terug op de wereld te komen. Een rustig akoestisch liedje waarbij je wordt meegenomen door de violen op de achtergrond. Met She Treats Me Well vervolgen we ons in de rustige sferen en vinden we de liefde terug. Zorgen zullen er altijd zijn maar de positiviteit is voelbaar.

Time Is Dancing bouwt zich rustig op in klanken die je laten meevoeren in de verliefdheid. De passie schiet door het nummer heen maar het enige wat telt is rustig samen zijn en een weg dansen door de wereld. De muziek sijpelt af en toe weg in langdurig brommen om terug te keren naar de sferische klanken. Op Evergreen gaat Howard terug naar het grauwe geluid en wordt de stemming weer somberder. De donkere klanken zwellen opnieuw aan en wat ooit geliefd was is er niet meer.

Take me back through the catacombs, I am tempted by the love
Blue stars against my only skin, I have never been so cold
Looking around I see memories, what it was, oh, what it was
There in the lights you said something but I can’t remember what


Het einde komt langzaam inzicht door de lange muzikale opening op End of the Affair. De relatie is over en het is pijnlijk om te zien dat ze er met iemand anders vandoor gaat. Gedachten zijn nog niet vervlogen en de klanken worden grauwer. De regen komt langzaam uit de hemel en het dondert in de verte. Instrumentatie ten top met muzikale afwisselingen en versnellingen door het nummer heen. Drums die opdoemen, en gitaren en baslijntjes die emoties oproepen. Ben roept het uit dat ze er maar vandoor moet gaan want alles gaat eraan kapot. Het eindigt in een muzikale en emotionele climax.

Gitaarklanken van een zonnig karakter vormen het geluid op Conrad. De situatie in je leven is gewijzigd maar de gevoelens blijven terugkomen, en gedachten schieten door je heen. De mooie momenten van een vervlogen liefde weten zich in emoties om te zetten. Op het einde neemt de muziek weer de overhand en worden we weggedreven naar het slotnummer All Is Now Harmed. De weergalmende drums weven zich in de sferische tonen van gitaren die langzaam aan in volume toe nemen. De emoties lopen opnieuw hoog op en het nummer wordt krachtiger bij de seconde. Is er nog hoop? Wie zal het zeggen, Ben ziet in ieder geval nog wel een teken van positiviteit.

Ben Howard weet de relatie tussen folkische sferen en invloeden vanuit de indie sterk te combineren door het album heen. Muzikale invloeden zijn goed hoorbaar maar vormen nergens een botsing met de muziek van Ben. Je komt op het album in een emotionele rollercoaster terecht waarbij langdurige muzikale gedeeltes de gevoelens versterken. Sferen gaan vanuit het diepe duister naar lichtpuntjes aan de horizon, maar de toon blijft vrij somber. Howard legt zijn persoonlijke emoties bloot en weet deze muzikaal gezien perfect te ondersteunen. Dit vormt een krachtig en emotioneel beladen geheel, waarmee het album zich in de top van dit jaar nestelt.

4,5*

Afkomstig van Platendraaier.

Benjamin Clementine - At Least for Now (2015)

poster
4,0
Het verhaal van de Engelse singer-songwriter Benjamin Clementine is fascinerend. Hij groeide op in Londen en besloot deze stad te verlaten om in Parijs als straatmuzikant aan het werk te gaan. Dit leverde hem een platencontract op waarna er twee ep’s verschenen en vele optredens volgden. Zijn sterke en indrukwekkende vocalen vermengt hij in zijn verhalende teksten.

Het debuutalbum opent met het aanstekelijke pianospel. Gedreven in zijn zang zingt hij het verhaal van Winston Churchill’s Boy. Zijn vocale bereik vult zich aan met strijkers en een schitterende doorloop in zijn verhaal. Then I Heard a Bachelor’s Cry is een treurig nummer dat vol met emoties zit. Benjamin weet vooral met zijn pianospel de luisteraar te overtuigen in het nummer. De snelheidswisselingen zorgen voor de nodige wijzigingen die niet op elk moment goed uitpakken. Het vervolg met London is er ééntje om je vingers bij af te likken. Het nummer bouwt zich op een prachtige manier op naar het indrukwekkende refrein. Het verhaal, zijn persoonlijke verhaal, vertolkt hij op een bijzonder krachtige wijze. Meeslepend en een absoluut pareltje op het album.

She said look at you look at you, why can’t you just pick a fleet
Your cup is full, your cup is full what have you not achieved
It is obvious you are trying, but its dubious stop or you will die here
You are pretending but no one is buying


Met adios wordt het tempo flink opgeschroefd en worden we gewezen op beslissingen die we maken. Iedereen maakt fouten en daar leer je een les uit, laat de boodschap duidelijk zijn. Het nummer gaat alle kanten uit, van opera tot verhalende soul. Een tussendoortje in de vorm van thee en een croissant, waarna Clementine zijn weg kan vervolgen. Het ritme wordt op Nemesis opgevoerd tot aan het grootse refrein. Het orkestrale geluid is zuiver en meeslepend en Benjamin is perfect bij stem. The People and I is een prachtig en meeslepend vervolg waarin de strijkers het voortouw nemen. Een verhaal vol emoties over Benjamin en de mensen van betekenis in zijn leven. De pianoklanken geven de song een karakter van diepe droefenis, maar toch ook weer onvoorspelbaar mooi. Ontpoppend in een groots eind, vol bombast en uitspattingen. De beats komen tevoorschijn op Condolence. Openend met een lang instrumentaal gedeelte dat aansluit bij de zang van Clementine. Op Cornerstone horen we opnieuw Benjamins fascinerende pianospel, afwisselend in tempo en zuiver in klank. Je voelt de eenzaamheid die hij bezingt, maar je bent op de plek waar je, je thuis voelt.

I've been lonely, alone in a box of my stone
They claim to be near me but they were all lying, its not true
I've been lonely, alone in a box of my stone
This is the place I know I now belong


Quiver a Little is een bij vlagen schokkende song, vol met uithalen en verschillende tempowisselingen. Het nummer pakt je moeilijk in zijn greep en laat de aandacht wat afdwalen. Afsluiter Gone is emotioneel en opnieuw bijzonder fraai uitgevoerd door Benjamin. Verhalend bezingt hij zijn teksten die binnenkomen door de prachtige pianoklanken.

Een debuut dat iedere muzikant zichzelf wel toe wilt wensen. Het lukt Benjamin je vast te grijpen in zijn levensverhalen ondersteunt door het sterke pianospel. De toevoeging van het orkest geeft de nummers meer emotionele diepte. Niet elk nummer is van een hoog niveau, maar het album vormt wel een éénheid die sterk in zijn schoenen staat.

4*

Afkomstig van Platendraaier.

Bill Ryder-Jones - West Kirby County Primary (2015)

poster
4,0
Bill Ryder-Jones heeft op zijn 32ste al een hele muziekcarrière achter de rug, waarvan de start plaatsvond toen hij op 13-jarige leeftijd de gitarist van de Merseyside band The Coral werd. Toen hij de band in 2008 verliet wegens een angststoornis en depressies leek het einde van zijn carrière in zicht te komen. Het ging hem echter voor de wind in de muziek, met soundtracks voor films, zijn bijdrage aan Arctic Monkeys’ album AM en een tweetal soloalbums. Van zijn orkestrale debuut If… naar het beangstigende en akoestische A Bad Wind Blows in My Heart, om nu met zijn derde album West Kirby County Primary een steviger en voller geluid ten gehore te brengen. Centraal binnen het in zijn ouderlijk huis in West Kirby (Liverpool) opgenomen album staan zijn persoonlijke verhalen, waar de angsten van een ver verleden nog altijd naar de oppervlakte komen.

Tell Me You Don’t Love Me Watching leunt in zijn ongebruikelijke ritmestructuur aan tegen de muziek van The Velvet Underground. De zachte klanken voeren Bill terug naar zijn jeugdjaren om de zorg over zijn moeder in alle rust te hervatten. Two to Birkenhead zorgt voor een omslag met zijn fuzzy gitaarklanken en behoort tot het zwaardere werk uit de solocarrière van Ryder-Jones. De wanhopige uitingen voeren zich door de complexe structuren, waarbinnen de drums en gitaren floreren. De melodielijn van Let’s Get Away from Here bouwt zich op de herhalende gitaarklanken, waarin het muzikale karakter van Jason Molina zijn terugkeer vindt. De vocalen van Ryder-Jones bevinden zich in het centrale spectrum en worden door de verandering in het refrein van de plaatsen uit zijn verleden weggedrukt. Het laatste gedeelte van het nummer sleept zich door een krachtmeting tussen de gitaren en drums heen.

Daniel gaat in op het verlies van de broer van Bill. De tragedie vormt zich rondom het zicht op de zee, vanaf het huis in West Kirby. Het klankenpalet kent een scherp randje met de voortgedreven gitaarpartijen en de inkomende klappen van de drums. De harmonieën zorgen voor de verdieping van het verlies en de emoties die zijn ouders omringen. De breekbare klanken van Put It Down Before You Break It zorgen voor de schoonheid van het nummer. Bill’s stem is niet alleen kwetsbaar, maar grijpt zich vast aan zijn inzinkingen en de bittere tijden die hij heeft gekend. Catharine and Huskisson reageert wat heviger op de afkomst van Bill. Liverpool in de vroege morgen, waar de pianoklanken en de gitaren zich door het dagelijks leven heen voeren. Het nummer vormt een combinatie tussen de muziek van Dinosaur Jr. en Elliot Smith, waar de muziekstructuren en teksten zich in de ontroering en pijn werpen. Het pianospel van Wild Roses zorgt voor de rust in de bedroevende klanken. De slide gitaar werkt zich dieper de emoties in van Bill, waar de rock en roots fuseren.

Het funky You Can’t Hide a Light with the Dark werkt zich een beetje los van de stijl van de rest van het album. Het nummer beweegt zich door de muziek van The Strokes en The Kooks heen, maar doet zich tekort in muzikaal opzicht. Satellites scheurt binnen in de stevige gitaarklanken en is een wisselwerking tussen hard en zacht. Orgels en gitaren slepen zich door de donkere kanten van Bill’s leven, waarin de sterren lichtpuntjes in de duisternis vormen. Zijn verloren jaren vormen zich door het verlies en de zoektocht naar de veiligheid van zijn depressies. De ontwrichting komt wanneer de gitaren en drums zich de lucht in stuwen in de verbintenis met Radiohead. Afsluiter Seabirds zoekt de rust van de akoestische gitaar op om de emoties betekenis te geven. Net als de vogels boven de zee volgt Bill de weg naar de toekomst, onzeker over welke wind er gaat opsteken. Zijn verleden is niet vergeten, maar uitkijkend op de zee weet hij zijn geliefde op te roepen om het leven een vervolg te geven.

Bill Ryder-Jones toont zijn kracht als songwriter en muzikant zowel in de breekbaarheid van de rustgevende klanken als de hevigheid van zijn emoties. Zijn artistieke kwaliteiten groeien verder in de wisselwerking tussen tempo’s en instrumentatie. Waar op zijn voorgaande werk herhaling zijn zwakte bleek, voert hij zich op West Kirby County Primary door verschillende muzikale stijlen heen. Met zijn diepgaande teksten, aangrijpende zang en verscheidenheid aan melodielijnen heeft Bill Ryder-Jones zijn beste werk tot nu toe neergezet.

4*

Afkomstig van Platendraaier.

Hoogtepunten: Tell Me You Don't Love Me Watching, Put It Down Before You Break It, Wild Roses en Satellites.

Billie Holiday - Lady Sings the Blues (1956)

poster
4,0
Billie Holiday had net als veel van haar generatienoten een moeilijke jeugd. Haar vader verliet het gezin al snel en haar moeder was zelden thuis te vinden vanwege werk. Holiday sloeg haar schoollessen vaak over en werkte op jonge leeftijd al samen met haar moeder in een restaurant. Op haar 11e werd ze aangerand door haar buurman en enkele jaren later belandde ze samen met haar moeder in de prostitutie. Na een gevangenisstraf ontwikkelde ze een liefde voor het zingen, vooral in nachtclubs en later in de wat bekendere podia. Ze speelde daarna op platen met onder andere Benny Goodman, Teddy Wilson en Count Basie. Haar reputatie groeide en haar repertoire bestond zowel uit pop, jazz als blues songs. Al had ze weinig muzikale educatie genoten, haar vocale uithalen en improvisatie technieken waren uitmuntend. Klassiekers als Summertime, God Bless the Child en Strange Fruit verschenen gedurende de jaren 30 en 40. Haar successen waren in die tijd groots en ze werd één van de best verkopende sterren uit deze decennia. Haar verslavingen aan drugs, alcohol, en gewelddadige relaties waren van grote invloed op haar gezondheid gedurende de jaren 50.

Met de komst van de langspeelplaat verschenen ook haar eerste albums, waarvan Lady Sings the Blues uit 1956 een hoogtepunt vormt. De stem van Lady Day had veel geleden en de kracht was dan ook afgenomen. Toch horen we op het album nog de grote klasse van Holiday terug, met heropnamen van een aantal van haar klassiekers en vier nieuwe nummers. De band van het album bevat de medewerking van onder andere tenor saxofonist Paul Quinichette en trompettisten Charlie Shavers en Harry Edison. Strange Fruit is het ultieme hoogtepunt, emotioneel, meeslepend en rauw. De titeltrack Lady Sings the Blues is van grote schoonheid, Billie’s zangcapaciteiten mogen dan wat geslonken zijn, de overtuiging en levenslust zitten nog altijd in haar zang. Ook het aangrijpende God Bless the Child is een klassieker die ze opnieuw tot in het diepste van haar rauwheid weet te brengen. Drie jaar later, in 1959, zou ze overlijden aan de gevolgen van haar drankverslaving, haar lever en hart hielden er mee op.

4*

Afkomstig van Platendraaier.

Birds of Chicago - Real Midnight (2016)

poster
4,0
Het muzikale duo Allison Russell en JT Nero deelde al vele malen het podium, voordat ze in 2012 de band Birds of Chicago oprichtte. Daarvoor was Nero al actief met zijn indie en soul band JT and the Clouds en Russell met de Canadese roots sensatie Po’ Girl. Voor het opnemen van hun tweede studioalbum startte ze een succesvolle Kickstarter campagne, waardoor ze uiteindelijk de samenwerking aan konden gaan met topproducer Joe Henry, bekend van zijn werk met onder andere Solomon Burke, Bonnie Raitt en Elvis Costello. De band kon dan ook gebruik maken van de expertise en gedrevenheid van Joe om een volwaardig muziekstuk neer te zetten, voerend door de gospel, blues, soul en country. De harmonieuze klanken worden op het album ingevuld met jeugdherinneringen, dromerige sfeerbeelden en het leven bij het moment. Dat ze de thuisbasis Chicago honderden dagen per week met hun jonge dochter verlaten om rond de toeren door de Verenigde Staten en Europa staat voor de harde werklust en het plezier dat ze in het maken en leven van muziek hebben.

Het openingsnummer en tevens de eerste single, Dim Star of the Palisades, zoekt met de gitaarklanken de weg naar de gospel toe. De opzwepende pianoklanken voeren je door de spijt van gebeurtenissen uit het verleden heen en de onzekerheid en angst wat in de toekomst komen gaat. Russell weet met haar aangrijpende zang de emoties te raken en vindt versterking in het achtergrondkoor. Een ontroerende opening met aan de ene kant de angst voor wat komen gaat, maar aan de andere kant een opfleurende toon van hoop. Remember Wild Horses zoekt de weg terug door de herinneringen van de jeugdjaren heen. De kracht van Russell en Nero’s stemmen voegen zich samen in het ontroerende refrein. De terugblik naar de mooie momenten die zijn gepasseerd en de vrienden die zijn gekomen en gegaan. Het pianospel voert het tempo aan, terwijl de percussie de ontspannende ondertoon brengt. De fluittonen en strijkers brengen een mengeling aan emoties teweeg, de ene kant kijkend naar de momenten die voorbij zijn gegaan en aan de andere kant het leven in het moment. Dat de populariteit van de band in Nederland hen niet is ontgaan blijkt wel uit de titel van het derde nummer, genaamd Kinderspel. Child’s Game brengt met bijna zes minuten de folk, soul, gospel en blues samen. De minimale instrumentatie zet Russell’s aandoenlijke stem in het volle zonlicht neer. De muzikale passie straalt er vanaf en brengt het nummer in kleine stapjes in beweging, mede door het verfijnde producers werk van Henry. Waar Nero vooral uitblinkt in zijn poëtisch getinte teksten, brengt Russell de pure emotie van de het met geloofsovertuigingen overladen nummer in haar stemgeluid terug. Het tweede deel van het nummer brengt met het bluesy gitaarspel het kinderspel onder de aandacht, stijgend in het volume van de percussie.

De dansbaarheid wordt verhoogt met de verschillende gitaarlagen op Estrella Goodbye. Nero klinkt gedreven in het door de roots overwoekerde klankenpalet. Bij vlagen voeren de klanken van de banjo je door de wereld van weggevaagde folk klassiekers heen, om daarna het meeslepende pianospel weer de boventoon te laten voeren. De harmonieën brengen het beste uit twee werelden bij elkaar en laten hun stemmen verenigen alsof alle wereldse muzieksoorten bij elkaar komen. Real Midnight is daarentegen een country ballad met een zonnige klank. De liefde tussen de twee bloeit op wanneer de eerste zonnestralen een vroege lentedag laten aanbreken. Opnieuw zijn het de stemmen van Russell en Nero die perfect om elkaar heen spelen, om telkens weer in het harmonieuze geluid uit te komen. De jazzy pianoklanken worden met Russell’s stem de soul ingejaagd en laten vervolgens de liefdesperikelen opkomen. Op Barley legt Russell in a capella vorm de focus op de diepgaande kracht van haar stem, zwoegend door de gerstvelden brengt ze de tekstuele kracht van blues samen met de kerkelijke gospel. Wanneer handgeklap, tamboerijn en drum zich bij de zang voegen staat de instrumentatie volledig in het teken van Russell’s zang. Vroegere tijden uit het geharde leven komen bovendrijven wanneer de verhalen van de ouderen een weg naar de jongere generatie zoeken. Op Color of Love worden warme klanken van de gitaar en bass vermengt met de gevoelige passages uit het leven. Kleurrijk in zowel de tekstuele vorm als de rijke instrumentatie. Aandoenlijk in het gecreëerde schouwspel, met vlagen van liefde en herinneringen die de laatste momenten van het leven vullen. Pure emoties doen het nummer naar grote hoogtes stijgen, perfectionisme in de samenkomst van melodie en zang.

Time and Times laat dan weer een volledig andere kant van het album horen. De akoestische gitaarklanken voeren de country en folk door een voltallige instrumentale bezetting heen. De klanken houden nauw verband met elkaar en laten tijden die tot het verleden behoren voorbij komen in korte terugblikken. Liefdevolle dagen komen samen in de harmonieën en de accordeon en violen. Sparrow is zo’n ander zeldzaam juweeltje, waar dit album vol mee lijkt te staan. De banjo staat centraal in dit door dromen geplaagde nummer. Het refrein ontroerd in de samenkomst van de stemmen van Nero en Russell, terwijl de korte aanrakingen op de piano de emoties opvoeren. De diepgang van de krachtige uithalen van Russell brengen het onderbewuste uit de droomwereld naar de hedendaagse realiteit. Haar Canadese achtergrond komt terug in de Engelse en Franse taal in het nummer, waartussen zij zonder problemen schakelt. Op The Good Fight wordt opnieuw de focus op haar stem gelegd, zei het dit keer in een verhoogd tempo. Banjo, gitaren en percussie voeren het nummer terug naar herinneringen, waar zelfs de klanken van het hammond orgel nog een bijdrage aan levert. De strijd van het leven vertaalt zich naar de aangrijpende gebeurtenissen in de maatschappij. Op Pelicans sluit het duo het album af in harmonie, om vervolgens de akoestische gitaar de muzikale richting te laten bepalen. De pelikaan die in het oog van de orkaan de onstuimige tijden achter zich laat om naar een uitweg te zoeken. Deze uitweg wordt in het nummer gevonden in de liefde, zowel voor elkaar als voor jezelf. De storm aan gedachten is gaan liggen en de toekomst ziet er weer rooskleurig uit.

Real Midnight is zowel op zangtechnisch, muzikaal als productioneel vlak een waar juweeltje. Dit is naast de invloed van producer Joe Henry te danken aan de onbreekbare samenwerking tussen Allison Russell en JT Nero. Waar Russell vooral uitblinkt in haar krachtige en ontroerende stemgeluid is JT Nero verantwoordelijk voor de fraai uitgewerkte songteksten. De warme melodieën en aangrijpende harmonieën brengen het beste uit de blues, soul, gospel en country samen, om vervolgens elk moment van waarde te laten zijn binnen het geheel. De schoonheid van de composities en de intensiteit van de zang laten Real Midnight hiermee ook buiten de nachtelijke uurtjes van belang zijn.

4*

Afkomstig van mijn site Platendraaier.

Bjørn Riis - Forever Comes to an End (2017)

poster
4,0
De Noorse muzikant Bjørn Riis werd bekend als frontman van de enerverende viermansformatie Airbag, goed voor inmiddels vier studioalbums. Op hun laatste werk disconnected (2016) leken ze daadwerkelijk een beetje afgedwaald te zijn van hun eens zo gebalanceerde composities en werd het op muzikaal gebied wat te veel van hetzelfde. Op sologebied laat de gitarist wat meer van zijn eigen kunnen zien, zo bewees hij drie jaar geleden met zijn debuut Lullabies in a Car Crash. Invloeden van de progressieve muziek en classic rock uit het verleden vormen altijd een belangrijk onderdeel van zijn uitgesponnen composities. Voor het tweede album Forever Comes to an End liet hij zich dan ook beïnvloeden door de muziek van onder andere Marillion, Black Sabbath en Steven Wilson. Als veelbesproken muzikant in de gitaarwereld neemt hij de luisteraar ditmaal weer mee op een muzikale reis, waarnaast hij ook in de teksten de emoties aanwakkert in verlies, gebroken relaties en het zoeken naar vergeving.

Hoewel de opbouw naar de climax vaak centraal staat in het werk van Bjorn, hakt de titeltrack Forever Comes to an End er direct in. De hevige klanken van de gitaren voeren zich met het stevige drumwerk van Henrik Fossum naar een verbroken relatie, pijn en afgunst vermengen zich in de opkomende woede. De onderliggende melodieën vormen een compacter geheel, waar vooral in de rustige stukken de kracht van het samenspel duidelijk wordt. In dit openingsgeweld van 8 minuten toont Bjorn aan de duisternis niet uit de weg te gaan, waardoor het geheel een wat zwaarder gezet geluid krijgt. Halverwege dreigen de gitaarriffs zelfs volledig te ontsporen, maar altijd wordt er weer teruggepakt naar de subtiele klanken van de gitaar en het keyboard. Zijn interesse in filmmuziek is merkbaar in de complexe structuren en de herhalende opbouw. Wanneer de storm aanwakkert op Absence drukt de afwezigheid van een dierbare dieper door in het verhaal. De pianoklanken worden verbonden met de emotionele diepgang van het gitaarspel en de synths. De golven doemen voor je op in The Waves, de rust lijkt wedergekeerd. Bijna weggezonken in de emoties bezingt Riis de moeilijke momenten uit zijn leven, ondersteund door de aanrakingen van de piano door Simen Johannessen. De zachte tonen brengen je in vervoering en de golvende beweging van het leven snelt binnen. Wanneer de gitaarpartijen in tempo omhoog gaan komt de verdrinkingsdood je tegemoet. Het is een constante pijn, die enkel wordt verlicht door de momenten waarin je in rustig vaarwater terecht komt.

Getaway brengt zowel een verandering in het leven als in de melodiestructuur teweeg. Een terugkeer naar de ambient en new wave muziek, met een doorlopende beat en een aanstekelijke combinatie van de klanken van de mellotron en gitaar. Het muzikale geheel ontwikkeld zich gestaag door het steeds toevoegen van een subtiele verandering in de songstructuur. Wanneer de percussionist de drums van extra kracht voorziet begint Bjorn zijn solo uit te bouwen. De typische vervormde klanken voegen naast een verbintenis met het werk van Airbag ook een connectie met Porcupine Tree en Pink Floyd toe. Vooral de wisselwerking tussen zacht en hard roept referenties op naar de eerstgenoemde. De aanwezige baspartijen worden zwaar aangezet en voeren de onderhuidse spanning op. Het verlies wordt op deze manier effectief verwerkt in een poging om te vluchten uit zowel de emoties als het leven. Op Calm zorgt Johannessen met zijn pianospel voor het terugkeren van de ontspanning, de rust in je hoofd keert terug. Het is een verlangen waar Bjorn zo naar op zoek is en dat hij vindt in dit filmische nummer. De synthesizers vormen de aangrijpende weg die is ingezet, aangevuld met de wegebbende klanken van de gitaar.

Winterse taferelen komen samen in het zesde nummer van het album. De neergedaalde kou duwt je dieper de depressies in. Het verlies van een geliefde wordt gebracht in de harmonieën van Riis en Sichelle Mcmeo Aksum. De vermenging van de mannelijke en vrouwelijke zangpartijen dikken de emoties en het verlangen aan. Als langste nummer draagt Winter het album, want na vier minuten duikt de donkere hemel in sneltreinvaart over het witte landschap heen. Niet lang daarna drukt de zware gitaarriff zich tegen het werk van Black Sabbath’s Toni Iommi aan. Na elk punt van ontlading keert de stilte weer even terug, of het nou door het akoestische gitaarspel of het trage ritme van het keyboardspel komt, effectief is het op elk moment. Gelukkig lijkt hij alles weer op een rijtje te hebben als het nummer met alleen het drumspel eindigt. Tijd voor een moment van bezinning als Where Are You Now aanvangt. Breekbaarheid in een emotionele doodslag, het zijn de vragen die Bjorn stelt waardoor alles verloren lijkt te zijn. Waar is je dierbare gebleven? Is er nog kans om de mooie tijden uit het verleden een vervolg te geven? Het nummer borduurt vooral voort op de synth partijen van het album, waarnaast de pianoklanken steeds maar weer de emoties aanwakkeren. Aan het einde ben je persoonlijk leeg gestreden, maar ruim drie kwartier rijker aan muzikale kennis.

Forever Comes to an End brengt je in een emotionele achtbaan en laat je niet meer los voordat je het volledige album hebt beluisterd. Bjørn Riis weet op effectieve wijze zijn muzikale invloeden te vermengen binnen het complexe geheel. Of het nou de duistere klanken van de bas- en gitaarpartijen of de rustige melodieën vormgegeven door de piano en synths zijn, het album weet continu je aandacht op te eisen. De diepgang en verhaallijn zit dan ook verpakt in de muzikale uitingen en minder in de weinige woorden die hiervoor worden gebruikt. Het maakt het album er niet minder mooi om, want Forever Comes to an End geeft maar weer eens aan wat een geweldige muzikant Bjørn Riis is.

4*

Afkomstig van mijn site Platendraaier.

Black Country Communion - BCCIV (2017)

poster
4,0
In 2009 ontstond een bijzondere samenwerking tussen de muzikanten Glenn Hughes en Joe Bonamassa. Allebei populair om hun muzikale talenten en ervaringen binnen de blues en hard rock. Met de aanvulling van drummer Jason Bonham en toetsenist Derek Sherinian werd het viertal als de Black Country Communion gepresenteerd. Vanaf het eerste album uit 2010 komt hun muzikale klasse duidelijk naar voren, met zijn vieren laten ze de classic rock van bands als Led Zeppelin en Deep Purple weer tot leven komen. Na een korte onderbreking wegens de drukke solocarrière van Joe Bonamassa en het bekvechten met Hughes gingen ze in 2016 de studio in voor het werken aan hun vierde album. Onder het toeziend oog van vaste producer Kevin Shirley heeft de band weer een bijzonder fraai album in elkaar gezet.

De basis van het album ligt nog steeds in de blues en hard rock, maar de composities doen inhoudelijk veel meer genres aan. Zo wordt er met de banjo en violen in The Last Song for My Resting Place een slag gemaakt naar de folk muziek. Het album hangt tegen hoop en vrees aan, maar laat de menselijke angsten het nooit winnen van het vertrouwen. Opvullers zijn er niet op BCCIV, elk nummer is volledig uitgedacht en voorzien van klankrijk gitaargeweld. Luisterend naar Awake doen de opbouwende drumpartijen en prachtige toetspartijen zelfs een diepere complexiteit aan. De krachtige uitlatingen en de verscheidenheid aan verhalen die ze in hun nummer verwerken maken het tekstueel gezien ook een zeer interessante plaat. Van een ode aan violist Wallace Hartley, welke ten onder ging toen de Titanic zonk, tot aan The Cove, met daarin een rol voor het uitmoorden van zeldzame diersoorten. Black Country Communion bewijst met het album dat het niet langer een supergroep in wording is, maar een supergroep die tot de huidige muzikale top behoort.

4*


Afkomstig van mijn site Platendraaier

Black Sabbath - 13 (2013)

poster
4,0
Dat er na 18 jaar weer een nieuw album van Black Sabbath verschijnt kan verrassend worden genoemd. Met het album 13 maken ze een mooie comeback in de originele samenstelling (zonder Bill Ward dan).

Het album opent gelijk sterk met de schitterende track "End of the Beginning" waarbij ik gelijk weer moet terugdenken aan een hoop klassiekers zoals "Iron Man" en "War Pigs". Het gitaargeweld op deze track is van grote klasse en ook Ozzy klinkt goed. Na de opening volgt weer een toptrack "God is Dead". Opnieuw qua sound heel herkenbaar voor Black Sabbath en het nummer gaat niet vervelen ondanks de lengte.
"Loner" is wat mij betreft een wat minder nummer ondanks dat het met de muziek goed past op het album. Daarna volgt het ontspannen "Zeigeist", even een rustig moment op dit stevige album. Niet erg opvallend maar het klinkt toch ook wel weer goed zo tussendoor.
"Age of Reason" is dan weer een nummer waarin Tony Lommi zijn stempel duidelijk drukt met een geweldige gitaarsolo. Wat opvalt is dat Ozzy over het algemeen zeer goed bij stem is ondanks zijn levensstijl en leeftijd. "Live Forever" borduurt een beetje voort op de kenmerkende sound van Black Sabbath, geen sterke track maar ook niet vervelend.
De twee lange tracks die daarna volgen "Damaged Soul" en "Dear Father" passen duidelijk in het plaatje van Black Sabbath waarbij "Damaged Soul" de sterkste is van de twee door opnieuw Tony in een sterke rol.

Het album is een goede comeback van Black Sabbath en vooral de de eerste twee tracks zijn van grote klasse. Daarna is het wat wisselend maar bevat het album de kenmerkende sound van de band. Ik ben wel toch wel positief verrast door deze plaat.

28 november 2013 staan ze in de ZIggo Dome tijdens hun 13 tour, ik kijk er al naar uit om zowel het oude als het nieuwe materiaal te horen.

Black Sabbath - Master of Reality (1971)

poster
4,0
Black Sabbath, een band die ik door de jaren heen heb leren kennen en steeds meer weet te waarderen. Het derde album is er één die op hetzelfde niveau zit als zijn voorgangers (Black Sabbath & Paranoid).

Op de plaat worden een aantal zware nummers afgewisseld met instrumentale gedeeltes die de plaat zeer compleet maken. Al vanaf de opener Sweet Leaf wordt een ongekend hoog niveau behaald, prachtige gitaarsolo's en de drums passen heel goed in het nummer.
Het album bevat een aantal zeer sterke nummers die als klassiekers kunnen worden beschouwd. Children of the Grave is zowel tekstueel als muzikaal prachtig, de sfeer wordt erg goed neergezet. De rustige instrumentale stukken en het nummer Solitude vormen een aangename afwisseling op de plaat.

4*

Black Sabbath - Paranoid (1970)

poster
5,0
Black Sabbath kan worden beschouwd als één van de eerste heavy metal bands, wat mede te danken is aan het succes van het album Paranoid. De band heeft een grote invloed gehad op artiesten uit het hardrock en heavy metal circuit. Het donkere geluid wat de band weet te creëren was vernieuwend voor de tijd waarin het album verscheen. Daarna is Black Sabbath uitgegroeid tot een wereldwijd succes door de krachtige formatie waaruit de band in de jaren zeventig bestond.

Het tweede album van de band vliegt er gelijk vol in met het epische War Pigs. De ruige klanken die gevormd worden door de gitaar van Tony Lommi worden ondersteund door een rustig drumritme afkomstig van Bill Ward. De sirenes doemen op en versterken de schitterende intro van een zwaar beladen nummer. Na de intro volgt een geweldige afwisseling tussen korte gitaarklanken en de zang van Ozzy Osbourne. Het anti-oorlogsnummer bestaat uit een roep tegen de rijke politici die uit eigen belang oorlog voeren en daarvoor de arme bevolking laat opdraaien. Het zware thema wordt door de ruige gitaarsolo’s van Lommi van kracht voorzien en blijft heel het nummer sterk aanwezig.

“Generals gathered in their masses
Just like witches at black masses
Evil minds that plot destruction
Sorcerers of death’s construction
In the fields the bodies burning
As the war machine keeps turning
Death and hatred to mankind
Poisoning their brainwashed minds
Oh lord yeah!”


Het vervolg met Paranoid mag er zeker zijn. Een nummer dat nog even vlug aan het album was toegevoegd maar uiteindelijk tot de meest succesvolle song van de band uitgegroeide. Na een korte intro volgt het herhalende ritme van gitaren en drums waarop Ozzy de tekst als het ware voorleest. Voor Black Sabbath een nogal kort nummer dat de populariteit van de band verstevigde in de commercie. Ondanks het aantal keren dat dit nummer hoorbaar is heeft het nog niks aan kracht ingeboet en toont het de kracht van de band in weinig tijd. Planet Caravan is meer een psychedelische track en bevat een rustig ritme dat wordt gevormd op de conga’s en een strakke baslijn. Door middel van een Leslie speaker wordt de zang van Ozzy vervormt en krijgt het een geheel andere toon. Muzikaal gezien is het nummer erg licht en kent een wat rustigere setting dan de rest van het album. Het thema van reizen door de ruimte brengt de band in andere sferen en pakt goed uit na de zware opening. Bij het horen van het drumritme wordt even kort de illusie opgewekt dat de rust van het album behouden blijft. Maar deze gedachte wordt wreed verstoord door de gitaarklanken van Tonny Lommi en de openingszin “I am Iron Man”. De scherpe gitaargeluiden blijven zich herhalen waarna het ritme door een sterk muzikaal samenspel wordt bepaald. Iron Man heeft niks van doen met de bekende actieheld van Marvel maar gaat over een man die tijdrijst en in staal veranderd bij het terugkeren naar het heden. Volledig genegeerd door de buitenwereld wordt hij woedend en verspreidt angst en dood onder de mensen. De krachtige gitaarsolo’s van Lommi tillen het nummer naar een ongekend hoog niveau. Drumpartijen en verschillende bass riffs verstevigen dit geluid.

“He was turned to steel
In the great magnetic field
When he travelled time
For the future of mankind

Nobody wants him
He just stares at the world
Planning his vengeance
That he will soon unfold”


Electric Funeral gaat in dezelfde muzikale stijl door als voorganger Iron Man. De elektrische lading die het nummer met zich meebrengt is duidelijk hoorbaar in de verschillende delen waaruit het is opgebouwd. Muzikale versnellingen brengen afwisselingen in het boeiende nummer teweeg. Hand of Doom kenmerkt zich door de rustige opening waarin vooral de sterke baslijn van Geezer Butler goed hoorbaar is. Afwisselend volgen er gitaarsolo’s en drumversnellingen om weer terug te keren naar de bas. De kracht van het nummer zit dan ook in de opbouw en het toevoegen van instrumentatie. Het instrumentale Rat Salad toont de individuele kwaliteiten van de bandleden en laat het hoge niveau zien waarop er gespeeld wordt. Een kort maar krachtig nummer dat zich naar het melodieuze Fairies Wear Boots werkt. Onder invloed van de drugs krijg je schijnbaar de meest rare teksten op papier moeten Butler en Osbourne gedacht hebben. Een stevige afsluiter wat veel melodielijnen bevat en daarnaast ook de hardere kant niet wegneemt.

“Fairies wear boots and you gotta believe me
yeah I saw it, I saw it, I tell you no lies
Yeah Fairies wear boots and you gotta believe me
I saw it, I saw it with my own two eyes, well all right now!”


Paranoid is door zijn donkere krachten uitgegroeid tot een invloedrijk album in de heavy metal. Dit is vooral te danken aan de hoge kwaliteit van de instrumentatie van de bandleden. Het samenspel straalt veel macht uit en Ozzy is een zanger die daar een goede draai aangeeft. De onderwerpen zijn beladen en tonen aan dat het uitten van je mening sterk naar voren komt in muziek. Het album zal gekenmerkt blijven als één van de eerste albums die de heavy metal zijn geluid heeft gegeven en van een hoog niveau is.

4,5*

Afkomstig van Platendraaier.

Black Sabbath - Sabbath Bloody Sabbath (1973)

poster
4,0
Sabbath Bloody Sabbath is een album van Black Sabbath wat mij zeker weet te boeien. Het is het vijfde album in een sterke reeks met Ozzy als leadzanger.

De plaat opent gelijk al goed met de gelijknamige titelsong. Een klassieker die goed afwisselt in rustige momenten met versnellingen erin waarbij Tony zijn kwaliteit maar weer eens laat zien.
A National Acrobat bouwt goed op al weet het nummer me aan het begin nog niet echt te boeien. Naar het einde toe krijgt het nummer meer melodieën en wordt de song fantastisch afgerond. Ook op deze plaat is er weer een instrumentaal nummer te vinden en deze keer zeer geslaagd met Fluff. Even ontspanning tussendoor met een rustig melodieus gedeelte.
De nummers op de plaat vallen op door de sterke afwisselingen in geluid. Dan worden er weer wat versnellingen uitgegooid en wordt er bijvoorbeeld weer een piano toegevoegd. Het geeft de verandering in Black Sabbath aan maar doet de kwaliteit zeker niet dalen. Zowel Sabbra Cadabra als Killing Yourself to Live klinken erg goed mer diverse gitaarsolo's tussendoor van Tony Iommi. Alleen Who Are You? valt wat uit de toon met vreemde elektronische geluiden. Gelukkig maken de twee afsluiters van het album dat weer goed. Black Sabbath bewijst maar weer eens een band te zijn die kwaliteitsmuziek kan blijven maken en daarin kleine veranderingen in kan toepassen.

4*

Black Sabbath - Sabotage (1975)

poster
3,5
Sabotage is het zesde album van Black Sabbath waarbij ze een zeer sterke reeks met albums hebben afgeleverd. Sabotage is niet meer van het hoge niveau van zijn voorgangers maar toch staan ook hier een aantal goede nummers op.

Het album opent gelijk al sterk met Hole in the Sky een nummer waarbij Ozzy zeer goed bij stem is en muzikaal gezien Tony Lommi er weer vrolijk op los beukt. Daarna volgt net als op de voorgaande albums weer een instrumentaal deel die me deze keer niet echt weet te ontroeren. Ook Symptom of the Universe weet me niet echt te raken, het klinkt allemaal wat simpel en het nummer verrast niet echt. Alleen op het einde komt er een instrumentaal deel waardoor de samenhang er wat in ontbreekt.
Megalomania verrast dan weer wel met heerlijke gitaarriffs die je beetpakken en Ozzy die goed in vorm is. Een nummer waar de sfeer goed wordt neergezet. The Thrill of It All is van een gemiddeld niveau, niet echt een song die erboven uitsteekt maar zeker ook niet slecht. Supertzar is een instrumentaal nummer wat in mijn ogen net iets te lang duurt, de opbouw is al goed maar het maakt het album wat onsamenhangend.
Met de twee laatste tracks Am I Going Insane en The Writ wordt het album nog wel waardig afgesloten, vooral Am I Going Insane is muzikaal gezien een mooi nummer.

Al met al is het een heel afwisselend album wat niet echt een samenhang lijkt te hebben. Veel nummers staan op zich zelf goed en zeker Megalomania en Hole in the Sky zijn schitterende nummers. Geen verkeerde plaat maar niet zo sterk als de reeks met albums die BS hiervoor heeft neergezet.

3.5*

Black Sabbath - Vol. 4 (1972)

poster
4,0
Het vierde album van Black Sabbath mag dan niet zo sterk als zijn voorgangers zijn toch mag deze plaat er ook wezen.
De opener Wheels of Confusion knalt er gelijk goed in met een heerlijke drumpartij en goed gitaarwerk van Tony Iommi. De melodieuze overgang naar het einde van het nummer maakt het één van de sterkere nummers van Black Sabbath. Er is al veel gezegd over Changes en het is begrijpelijk dat iedereen er een andere mening over heeft. Het nummer past niet echt goed thuis op de plaat maar heeft meer gediend om een commercieel succes te behalen. FX valt ook een beetje uit de toon met het album. Geen mooie muzikale partij tussendoor zoals op Master of Reality (gelukkig wordt dit goed gemaakt met Laguna Sunrise).
Toch tillen nummers zoals Snowblind en Under the Sun / Every Day Comes and Goes samen met het openingsnummer de plaat naar een hoger niveau. Hierdoor is het album in zijn geheel toch weer erg sterk mede door de zang van Ozzy en de gitaarpartijen van Lommi.

4*

Blackfield - V (2017)

poster
4,0
De Engelse multi-instrumentalist, producer en tekstschrijver Steven Wilson is een druk baasje. Inmiddels is hij alweer aan het werk in de studio aan de opvolger van zijn veelgeprezen meesterwerk Hand. Cannot. Erase uit 2015, tussendoor brengt hij nog even 4 ½ uit en ook met het Blackfield project is hij weer aan de slag gegaan. Hoewel hij meestal de touwtjes in handen heeft is Blackfield toch vooral het project van de Israëlische zanger Aviv Geffen geworden. Op hun eerste twee albums, en tevens beste werken, waren de rollen nog gelijk verdeeld en straalde de klasse van hun samenwerking door in de zowel frisse als duistere rock en pop songs, maar daarna verschenen er twee vlakke albums waar het op elk gebied ontbrak aan originaliteit. In 2014 gaf Steven Wilson aan de band te gaan verlaten, om zich volledig op zijn solocarrière te richten. Samen met de muzikant en producer Alan Parsons doken ze toch weer de studio in, voor een samenwerking waar de rollen weer gelijkmatig verdeeld zijn. Wegens soloprojecten en andere verplichtingen namen de schrijf- en opnamesessies ruim 18 maanden in beslag, maar het duo is terug in opperbeste stemming.

Op het album V hervinden Wilson en Geffen hun muzikale krachten en bundelen deze in melodieuze en pakkende arrangementen, met in drie nummers de sterke productiekwaliteiten van Alan Parsons (How was your Ride?, We’ll Never be Apart, The Jackyl). Blackfield drummer Tomer Z is ook weer van de partij en speelt een ondersteunende rol in het geheel. Het duo dat leek te zijn verdwenen weet uit de as te herrijzen in het prachtige Family Man. De opbouwende structuur voert zich naar het leven van een gezin, iets waar Wilson ooit van droomde, maar opgaf voor zijn muziekcarrière. Het album zit vol ontroerende verwijzingen naar het ouder worden, de snelle levensloop en denkbeelden aan hoe het anders had kunnen zijn. Toch zijn het vooral die emoties waar het kracht van het duo in te horen is, de klanken van de keyboards, drums en gitaren sluiten daar moeiteloos op aan. Muzikaal gezien houdt het ook nauw verband met het vroegere materiaal van Porcupine Tree, melodieus en bij vlagen wat donkerder. Op vocaal gebied wisselen de twee elkaar af, maar ook in de harmonieuze stukken sluiten hun stemmen goed op elkaar aan. Slotstuk From 44 to 48 is misschien nog wel het meest indrukwekkende werk van het album, meeslepend in het herhalende ritme en inhoudelijk vol verwijzingen naar hun eigen levens.

Blackfield V sluit gemoedelijk aan bij de eerste twee albums van het duo Wilson/Geffen. Inhoudelijk staat het als een huis, afwisselend tussen de melancholische teksten en de oplevende klanken. De krachtige productie laat de waarde van elk instrument horen, waar de melodieën een meer dan ondersteunend element vormen van het ontroerende geheel. Zo goed als het verrassende debuut zal het niet meer worden, maar de kameraden leveren een prachtige plaat af, waar menig muzikant alleen maar van kan dromen.

4*

Afkomstig van Platendraaier.

Blaudzun - Promises of No Man's Land (2014)

poster
3,5
Blaudzun is de artiestennaam van de Arnhemse singer-songwriter Johannes Sigmond. Sinds zijn debuut in 2007 met zijn EP Loveliesbleeding bouwde de zanger zijn populariteit uit wat uitmuntte in het in 2012 verschenen album Heavy Flowers. Opvallend met zijn hoge stem en unieke verschijning zet hij muziek neer met zowel bombastische als ingetogen nummers. Het vierde album Promises of No Man’s Land bevat elf nummers waarop Blaudzun opnieuw van zich laat horen.

Het album opent met de rustige klanken van Euphoria, een wat ingetogen nummer met een donker randje. De muzikale ondersteuning is er in de vorm van een doorlopend ritme. Het nummer is niet erg opvallend maar is wel de opmaat naar het bombastische Promises of No Man’s Land. Krachtig qua geluid en tekst en goed passend bij de hoge stem van Sigmond. Het opkomende drumritme gecombineerd met guitaren en synthesizers vormt een compacte intensiteit. Met Too Many Hopes for July wordt op dezelfde wijze verder gegaan waarbij we toch steeds meer de invloeden van bands zoals Arcade Fire te horen krijgen. Hiermee begint Blaudzun steeds verder weg te klinken van de sound uit zijn begintijd. Het klinkt allemaal net even iets te gemaakt ondanks dat hij met zijn warme stem nog wel kan overtuigen. De muzikale uithalen worden lang uitgespannen en zijn van grote schoonheid maar worden af en toe toch te lang doorgevoerd.

Met Hollow People wordt een onderwerp als bedrog naar voren gedrukt en merk je ook dat de teksten van de nummers voornamelijk over de sombere onderwerpen als eenzaamheid en vluchten gaan. De melodieën laten je opnieuw meevoeren door zonnige klanken die de de diepgang van de teksten wat in de schaduw zetten. Een akoestische gitaar en het vervormen van geluiden met synthesizers laat het album qua geluid dichtbij Heavy Flowers staan. Bij Kids Around horen we de melodielijn in een soort dance achtige stijl terugkeren waarbij het vorige nummer eigenlijk verder gaat. Het zou niet heel bijzonder zijn als het niet zo was dat de bombastische klanken en het volume opgevoerd waarbij zelfs elektrische gitaren om je heen suizen. Met Wasteland merken we aan de hand van de pianoklanken en blazers een omslag in de teksten. Het klinkt allemaal wat donkerder en geheimzinniger en vormt daardoor een nieuw gedeelte op het album. Met Any Cold Wind keren we na de scherpe beginklanken terug in zonnige sferen met akoestische gitaren en sfeervolle pianogeluiden. Op deze manier breek je jezelf een baan door de koude wint met de opfleurende melodieën.

Streets of Babylon knalt er gelijk vol in en doet ons weer erg denken aan zijn vorige album. Drums die het ritme bepalen en waarop de zoete klanken te horen zijn, een fijne combinatie die telkens terugkeert op het album. Het volume neemt naar het einde weer toe en de blazers vangen aan waarbij de muzikale intensiteit weer uiteenspat. Halcyon is wat donkerder door het zwaardere gitaarwerk en de hardere drums die zich herhalen. In het refrein worden de rustige mensen weer opgevoerd naar het zware ritme. Het nummer blijft doorgaan waarbij opnieuw instrumentatie wordt toegevoegd en de zang een wat minder prominente rol lijkt te hebben. Met Ocean Floor komen we in een dronken wereld terecht vol met bezopen stuurlui, zo klinkt het in ieder geval. Een melodielijn die ons terug doet denken aan nummers van Tom Waits uit het verre verleden met accordeon en al. Met Wingbeat wordt het album afgesloten op een rustig ritme waarbij de stem van Sigmond weer wat meer centraal staat en de muziek wat meer naar de achtergrond lijkt te zijn verschoven. Al merken we dat op het einde de muzikale intensiteit toch weer toeneemt.

Op het vierde album van Blaudzun vervolgt de zanger de weg die hij met Heavy Flowers was ingeslagen. Instrumentatie en muzikale uitspattingen lijken meer centraal te staan en verdrijven de zang af en toe naar de achtergrond. Ondanks de tijd die hij heeft besteed aan het uitwerken van het album klinkt het niet overal even overtuigend. Toch staan er nog genoeg fraaie momenten op met het bombastische Promises of No Man’s Land en het wat grauwere Hollow People als hoogtepunten.

Afkomstig van Platendraaier.

3,5*

Blur - The Magic Whip (2015)

poster
4,0
Bijna twaalf jaar na het laatste album Think Thank verschijnt dan toch nog een nieuw album van de britpop band Blur. Hun grote populariteit gedurende de jaren 90 bracht de band in 2009 weer bij elkaar voor een aantal reünieconcerten. Nadat in 2013 een optreden in Japan werd afgelast besloot de groep de studio in te duiken om nieuw materiaal te schrijven en op te nemen. Later keerde zanger Damon Albarn terug naar Hong Kong om de teksten bij de nummers compleet te maken. Na soloprojecten van bandleden Damon Albarn en Graham Coxon is The Magic Whip de comeback plaat die het viertal opnieuw in de aandacht kan zetten.

Lonesome Street is het openingsnummer en past precies in het plaatje van de band. We begeven ons terug naar midden jaren 90 en horen een pakkende gitaarriff van Graham. Het swingende ritme dat gevuld wordt met synths, fluittonen en wisselende drumritmes komt snel binnenzetten. Maar niets is zo kenmerkend als de zang van Albarn, die de eenzaamheid van het moderne leven beschrijft. In New World Towers komen de tijden van Hong Kong voorbij. We passeren de gebouwen met neonlichten en zien de ene na de andere wolkenkrabber uit de grond schieten. De sfeer wijzigt naar het intieme, met keyboards en de korte aanhalen op de gitaar. Van het ingetogen liedje geven we ons over aan het schurende geluid van Go Out. Deze kenmerkende Blur song begeeft zich tussen krijsende gitaren en een industriële sound. Westerlingen die zich begeven naar de oosterse wereld, het roer omgooiend. De steden verlatend in puin, terwijl ze hun eigen bankbiljetten tellen vanachter hun bureau. Ice Cream Man speelt een videospel, de mensen achterlatend als bevroren nietsdoende wezens. De geluiden van het videospelletje versmelten met het herhalende gitaargeluid tot een klankenspel.

Here comes the ice-cream man at the end of the road
With a wish of his magic whip
All the people at the party froze

Op Thought I Was a Spaceman zweven we door de ruimte tussen de vele sterren door. De plaatsen die we bezoeken maken deel uit van ons leven, maar voelen verder weg dan ooit. Het elektrisch geladen geheel wordt ontwikkeld met synths, keyboards en de klanken van de percussie. Terwijl we steeds verder van huis zijn wordt het alsmaar donkerder om ons heen. Het volume neemt toe en onze wereld lijkt zijn beste tijd gehad te hebben. De muziekstijl wordt behouden in I Broadcast, dat met zijn ruwe klanken de regels en wetten de mensheid laten overnemen. De steden waar niemand meer veilig is en iedereen alles van je weet. My Terracotta Heart begeeft zich dan weer in de emotionele wereld. De melancholische gemoedstoestand laat de diepe dalen van een relatie voelen. De muziek is verfijnt en ingetogen en samenzang van de bandleden maakt de gevoelens rauwer en diepzinniger. De opmars van There Are Too Many of Us begint met de roffel van de drums. De wereldbevolking is alsmaar groeiende, terwijl we streven naar onsterfelijkheid. De levensvragen komen voorbij en we vragen ons af hoelang dit nog goed blijft gaan. De pakkende samenvoeging van synths, drums en gitaren halen deze vragen dichterbij.

There are too many of us
In tiny houses, here and there
All looking through the windows
On everything we share


De basgitaar voert de melodie van Ghost Ship aan. Het funky nummer doet wat treurig aan met zijn tot rust gekomen storm. Hoe de toekomst er in de liefde uitziet lijkt onbeantwoord. De dictatuur van Noord-Korea doet zijn intrede in Pyongyang. We horen de regeringstrein voortredeneren, terwijl de mensen onder druk worden gezet. De grauwe en donkere tonen vormen een wereld waarbinnen niemand veilig lijkt te zijn. De lichten doven en de stad lijkt zich in het duister te hullen. De grote pleinen met daarop de beelden van de leiders volgen je overal. In een achtervolging probeer je te ontsnappen, maar je wordt in de gaten gehouden. Damon heeft de treurnis in zijn stem te pakken, waarbij de rest van de band de grimmige sfeer neerzet. Het duister maakt plaats voor de zon op Ong Ong. De oosterse klanken vermengen zich met de kenmerkende speelstijl van Blur. De korte opleving maakt plaats voor de emoties in Mirrorball. Lopend door een land vol tempels en woeste zeeën zijn je gedachten maar bij één persoon. Alles lijkt even stil te staan, terwijl de gedachtestroom door blijft draaien.

Een comeback maken na al die jaren wachten is geen gemakkelijke opgave, maar met Damon en Graham in de gelederen heeft de band veel kennis en ervaring in handen. Deze ervaring zorgt ervoor dat we naast het bekende bandgeluid een hele lading aan vernieuwende nummers voorbij horen komen. De krachtige gitaarriffs maken plaats voor ingetogen nummers, waar emoties en alledaagse vraagstukken in naar voren komen. Daarnaast is er ook plaats voor ritmische en energieke melodieën die herinneringen aan het bandverleden oproepen. De band bewijst hiermee zich niet neer te leggen bij het herhalen van hetzelfde kunstje en drukt daarmee opnieuw zijn stempel op de hedendaagse muziek.

4*

Afkomstig van Platendraaier.

Booker T. & The M.G.'s - Green Onions (1962)

poster
3,5
De Amerikaanse instrumentale soulband Booker T. & The M.G.'s is vooral kenmerkend om hun geluid door het hammondorgel. Veel bekend werk hebben ze niet afgeleverd maar met Green Onions hebben ze wel een hit gemaakt. Daarnaast hebben ze veelvuldig samengewerkt met artiesten als Wilson Pickett, Otis Redding, Neil Young, Eric Clapton en Johnnie Taylor.

Het album wordt natuurlijk vooral gekenmerkt door het openingsnummer Green Onions. De andere nummers zijn covers die niet allemaal op een geslaagde manier worden uitgevoerd. Het hammondorgel gaat op den duur een beetje vervelen al ben ik er normaal een groot fan van. Voor de tijd waarin het verscheen toch een mooie album waarmee nummers instrumentaal weer net even wat anders klinken.

3.5*

Brian Wilson - No Pier Pressure (2015)

poster
3,0
Wat kan men nog verwachten van een zanger die na het succes van The Beach Boys alweer met zijn zoveelste album komt aanzetten? No Pier Pressure is namelijk het elfde muziekstuk sinds in 1988 zijn eerste soloalbum verscheen. Ditmaal gaat hij de samenwerking aan met artiesten als Zooey Deschanel en Sebu Simonian, maar ook oudgediende Al Jardine en David Marks zijn weer van de partij. Het album was oorspronkelijk bedoeld als nieuwe Beach Boys plaat totdat Brian Wilson besloot er toch maar een soloalbum van te maken. Het album produceerde hij samen met Joe Thomas, een Amerikaanse producer waarmee hij als sinds 1997 samenwerkt.

Opener This Beautiful Day geeft met zijn pianoklanken en samenzang nog enig geloof, al blijkt de stem van Brian al teveel door de auto-tune gehaald te zijn. De korte intro vindt zijn vervolg in de saxofoon van Runaway Dancer. In korte tijd wordt dit swingende begin alweer weggevaagd door een onnodige beat. Het nummer ontwikkeld zich zo langzaam aan tot een disconummer waar we Wilson zich liever niet aan zien wagen. Samen met zanger Sebu Simonian is het ver zoeken naar de eens zo sterke sound van Brian. Veel minder kan het dan ook niet worden als What Ever Happened zich aandoet. Samen met Beach Boys leden Al Jardine en David Marks horen we op dit nummer nog iets van de sfeervolle muziek terug. De meerstemmige zang klinkt bij vlagen weer walm en welkom en weet met een zonnetje de surfmuziek dichterbij te halen.

Zo afwisselend als het album is mag op On the Island Zooey Deschanel de vocalen voor haar rekening nemen. Brian horen we daarbij maar af en toe voorbij komen. Hoe zonnig het karakter ook, veel bijzonders weet het nummer niet te bewerkstelligen. Brian mag op zijn leeftijd zijn stem waarschijnlijk niet zonder enige bewerking tentoonstellen, maar de manier waarop Joe Thomas het aanpakt mag bijna schandalig genoemd worden. Half Moon Bay is met zijn blazers en strijkers een aangename verwelkoming, het zonnige sfeertje pakt hierin namelijk goed uit. De groep muzikanten die hieraan deelneemt zorgen samen met de achtergrondvocalen voor een prettig luisterbaar instrumentaal gedeelte. Brian geeft hieraan een vervolg op Our Special Love, alleen is Peter Hollens niet de juiste persoon om de vocalen te verzorgen. Waar Brian een zoet nummer als geheel sfeervol en warm weet te brengen komt Peter met een overdreven boyband gehalte aanzetten. The Right Time is dan als geheel veel aanstekelijker en zorgt met Al Jardine en David Marks voor een nostalgisch sfeertje. Het nummer voert ons dan ook terug naar de tijden waarin alles nog ging zoals we ons hadden voorgesteld. De zwoele klanken afkomstig van de gitaar vormen met de zang een ontspannen geheel. De teksten zijn niet hoogstaand, maar wel precies passend bij het werk dat Brian voortbrengt.

So many times we get fooled again
With everything that’s been happening
Like changing palces with someone
In the back of the line
But not this time



Na deze welkome terugkijk voegt Kacey Musgraves zich toe in Guess You Had to Be There. Het nummer lijkt zich weer even te veel te focussen op de stem van Kacey. Gelukkig voegt Brian zich hier snel aan toe om een catchy nummer neer te zetten. Niet verrassend maar wel een prima afwisseling met de korte gitaarsolo. Tell Me Why kan met Jardine als vocale toevoeging al weinig meer fout doen. De trompetten zorgen voor dat beetje extra in de instrumentatie om het nummer wat krachtiger te maken. Deze stap weet zich in Sail Away verder uit te bouwen. Het krachtige zeemanslied is een gladde aal die zijn weg probeert te vinden, terwijl de vissersnetten om hem heen slaan. Terugkijkend op zijn muzikale leven past dit Brian als geen ander.

Gedachten aan The Beach Boys steken dan toch weer de kop op met het begin van One Kind of Love. Dat de stem van de 72-jarige Brian al heel wat te verduren heeft gehad wordt inmiddels wel duidelijk. Toch is dit behalve het gebruik van de auto-tune niet storend. Het pakkende pianogeluid en de mooie samensmelting van strijkers en blazers geven het nummer extra glans. Ook de samenwerking met Nate Ruess op Saturday Night komt niet helemaal uit de verf. Brian mag zich enkel als tweede zanger laten gelden. Gelukkig heeft Brian met The Last Song het beste nog voor het laatst bewaard. De gevoelige pianomuziek weet met toevoeging van de strijkersorkest de juiste snaar te raken. Terwijl beelden uit zijn lange bestaan als muzikant voorbij vliegen neemt hij afscheid. Brian zingt alsof het ook daadwerkelijk zijn laatste nummer is, de tijd zal het leren.

Brian heeft het nog steeds in zich om de simpele aanstekelijke nummers door te laten dringen. Echter wordt op No Pier Pressure dit meermaals om zeep geholpen door Joe Thomas die maar niet met zijn vingers van de auto-tune kon afblijven. Dit resulteert in een wisselvallige plaat die met de hulp van een aantal artiesten van deze tijd nog verder in het ravijn wordt geduwd. Gelukkig zijn daar dan nog zijn oude bandmaten Al Jardine, Blondie Chaplin en David Marks die het geheel nog enigszins van niveau maken. Als Brian het nog in zich heeft om met nieuw materiaal te komen, dan kan hij volgende keer beter zelf plaats nemen achter de knoppen.

3*

Afkomstig van Platendraaier.

Bruce Soord - Bruce Soord (2015)

poster
4,0
Bruce Soord kennen we voornamelijk als frontman van de succesvolle Engelse progrock band The Pineapple Thief. Hij liep al jaren rond met het idee om een solo album te maken met een meer akoestisch geluid en dromerige sferen dan op zijn albums met The Pineapple Thief. Alhoewel de ideeën er lagen bleek het in de praktijk toch moeilijk om de sound van zijn geliefde band los te laten. In zijn thuisstudio in Yeovil (Somerset) en de omgevingen van de stad keek hij terug op zowel de vrolijke als tragische momenten uit zijn verleden en verwerkte hij deze in de muziek van zijn solodebuut.

Het pianospel opent het album met een terugblik op het verleden in Black Smoke. Het nummer brengt hem terug naar de heuvel boven de plaats waar hij opgroeide. Waar de drumcomputer de golven van geluid vullen, is het de aangrijpende zang van Soord die oude herinneringen laat herleven. Herinneringen aan vrienden, liefdes en de muziek die zijn leven langzaam aan ging omringen. Zijn akoestische gitaarspel vult de openingsklanken van zijn verloren jeugd op Buried Here. Waar de klanken zich voeren naar het geluid van muzikant Beck bouwt het nummer zich gestaag op tot een aangrijpend sprookje. Soord weet zijn vocale bereik meer diepte te geven dan in zijn werk met The Pineapple Thief. De rustige en atmosferische klanken voeren zich door de jaren van de progrock, met als gelijkenis de melodieuze kant van Porcupine Tree. Zijn herinneringen begraaft hij in het volle geluid van zijn gitaarspel en de ondersteunde effecten en drums. The Odds voert zich meer naar de kant van de popmuziek toe, met herhalende muzikale partijen op een funky ritme. Waar zijn gitaarspel de boel in evenwicht houdt, zijn het de zangpartijen die bij vlagen tekort schieten.

Met A Thousand Daggers weet Bruce zich meer toe te spelen naar de duistere sferen. Waar de trompetten schallen, voeren de oosterse drumklanken het geheel toe naar de wereld van de experimentele muziek. Een flinke laag aan vervormde gitaarklanken weet zich vast te pakken aan de donkere dagen van Soord’s verleden, waar de drugs het muzikale stadje Yeovil omtoverde tot een verdorven plaats. Willow Tree waagt zich in de trompetklanken naar de liefde tussen Soord en zijn vrouw. De wilgenboom die hij kreeg leek als snel verloren te gaan, zoals het huwelijk met tegenslagen de moeilijke tijden niet leek te overwinnen. Toch kwam het uiteindelijk zowel met de boom als zijn huwelijk goed, sterker geworden door de tegenslagen wist hij zijn plek in het leven te vinden. De muziek die zich hierbij ontwikkeld, van de klanken van de akoestische gitaar tot het versnelde ritme van de drums en de overheersende blazers, geeft deze levensloop prachtig weer. Born in Delusion blijft wat meer aan de oppervlakte, met herhalende drumritmes en een kijk op het bedrog ban het leven. De angsten uit het verleden worden herinneringen die langzaam uitgewist worden. De emoties komen tot recht in de akoestische gitaarklanken en sferische toetspartijen.

Het tweeluik Field Day ontwikkeld zich eveneens in alle rust tot een melodieus sprookje. Soord klinkt wat meer aangeslagen wanneer hij terugkijkt op de plekken waar hij opgroeide en de slaapwandelaars die de herinneringen verdrijven. Waar het eerste gedeelte vooral de angsten beschrijft, geeft het tweede stuk de opbeurende woorden prijs. Het leven wordt hervat met alle momenten van vreugde en somberheid, nu samengesmeed tot gedachten. Met Familiar Patterns bereiken we het meest elektronische nummer van het album. De soundeffecten zijn alom aanwezig en de drumcomputer weet de patronen van het verleden te verbinden met de werkelijkheid van het nu. De dromerige klanken voeren zich terug naar de dingen die Soord in het leven wilde bereiken, maar nooit heeft voltooid. Het elektrische gitaarspel vorm in de diverse lagen een emotievolle terugblik. Leaves Leave Me vormt als slottrack de conclusie van de vele momenten die Soord niet onberoerd lieten. De vogels die in de vroege buitenlucht van zich laten horen en de bomen die in alle kleuren het najaarsgevoel oproepen. De winter die opdoemt en Bruce in de liefde laat overwinnen door de warmte van vrienden en familie. De breed opgezette arrangementen maken het melodieuze slotstuk tot een passende afsluiter van het album.

Bruce Soord leunt op zijn solodebuut vooral op zijn melancholische gemoedstoestand, waar de rustgevende melodielijnen zijn emoties naar de oppervlakte brengen. In zijn vocale bereik weet hij zich meer in te spelen op zijn herinneringen en de aansluitende zuivere kracht van zijn zang. Het gitaarspel is van een hoog niveau in zowel het akoestische als elektrische werk en vindt een goede verbinding in het toetswerk en de soundeffecten. Het gebruik van de drumcomputer laat naast een fijn patroon van oosterse klanken ook de zwakte, namelijk de herhaling, van het album horen. Toch weet Soord in zijn veelzijdigheid te overtuigen als soloartiest en kan hij met een gerust hart zijn werk met The Pineapple Thief voortzetten.

4*

Afkomstig van Platendraaier.

Hoogtepunten: Buried Here, Willow Tree & Black Smoke.

Bruce Springsteen - High Hopes (2014)

poster
3,5
Twee jaar geleden verscheen het goed ontvangen album Wrecking Ball van The Boss. Dat er nog steeds regelmatig albums van Bruce verschijnen wordt niet meer als een verassing gezien aangezien bij concerten het enthousiasme er nog steeds vanaf straalt. Het vervolg komt nu in 2014 met het album High Hopes dat in samenwerking met de E Street Band en gitarist Tom Morello (bekend van Rage Against The Machine) is gemaakt. Het album bevat een verzameling van niet eerder uitgebracht materiaal, nummers die al eerder zijn verschenen en een aantal covers. Deze keer dus niet alleen maar nieuw materiaal waardoor het album geen geheel vormt rond een bepaald thema. Veel nummers werden opgenomen tijdens de laatste tour van The Boss.

Het album opent met het gelijknamige nummer aan de albumtitel. High Hopes opent ontspannen met de drums en biedt een goede afwisseling door de inbreng van de E Street Band. Een nummer dat het album gelijk goed neerzet en prima in het straatje van Bruce past. Het vervolg is de track Harry’s Place dat bedoeld was voor het album The Rising uit 2001 maar nu dan daadwerkelijk op een album verschijnt. Een nummer met prima teksten en het ondersteunende saxofoongeluid van Clarence Clemons. Tom Morello laat op bijna elk nummer op de plaat zijn gitaarkunsten horen wat in Harry’s Place voor wat scheurende geluiden zorgt. Het nummer American Skin (41 Shots) is gebaseerd op de dood van Amadou Diallo die in 1999 in New York City werd doodgeschoten door vier politieofficieren. Het nummer geeft de dramatische sfeer van de gebeurtenis prima weer door het rustige ritme met de ondersteuning van Morello’s gitaargeluid.

“41 shots and we’ll take that ride
Across this bloody river to the other side
41 shots my boots caked in mud
We’re baptized in these waters and in each other’s blood”


Just Like Fire Would verscheen in 1986 als single van de Australische rockband The Saints. De track wordt met veel sfeer en ritme neergezet door Bruce en de E Street Band, vol met instrumenten kent het een goed ontwikkelde samenhang. Met Down In The Hole wordt opnieuw een rustige sfeer opgebouwd waarbij de muziek een goede ondersteuning biedt aan de zachte stem van Bruce. In het midden van de track volgt een instrumentaal deel wat een mooie afwisseling in het nummer brengt. Heaven’s Wall is een track die prima bij Bruce past maar niet helemaal goed uit de verf komt. De herhaling van de woorden Raise your hand gaat te lang door en het het gitaargeluid van Morello lijkt een beetje misplaatst. Frankie Fell In Love is een nummer dat even tussendoor voorbijkomt maar niet echt opvalt. Qua sound past het wel bij de vele nummers die het oeuvre van Bruce rijk zijn. This Is Your Sword is sfeervol waarbij Bruce zijn kwaliteiten weer naar voren komen. Hunter Of Invisible Game luistert weg als een avontuur waarbij we een reis door een bos maken. Een mooi nummer die het niet verkeerd zou doen in een prachtige avonturenfilm. Met de The Ghost of Tom Joad gaan we terug naar het gelijknamige album uit 1995 waar het nummer voor het eerst verscheen, later werd het nog gecoverd door Rage Against the Machine. Niet opvallend dus dat met gitarist Tom Morello het nummer opnieuw werd opgenomen waar het net weer een andere toon krijgt. Het nummer is één van de opvallendste tracks van het album waarbij de afwisseling tussen de rust en gitaarsolo’s goed bij het gezongen verhaal van Bruce passen. Verschillende versnellingen zorgen voor een mooie samenhang van het nummer.

“He pulls a prayer book out of his sleeping bag
Preacher lights up a butt and takes a drag
Waitin’ for when the last shall be first and the first shall be last
In a cardboard box ‘neath the underpass
Got a one-way ticket to the promised land
You got a hole in your belly and gun in your hand
Sleeping on a pillow of solid rock
Bathin’ in the city aqueduct

The highway is alive tonight
Where it’s headed everybody knows
I’m sittin’ down here in the campfire light
Waitin’ on the ghost of Tom Joad”


Met The Wall dalen we weer rustig neer in een prachtig uitgevoerd nummer die het verhaal verteld van de musicus Walter Cichon die niet terugkeerde uit de Vietnam oorlog. Afsluiter Dream Baby Dream is opnieuw een erg sterk nummer en een cover van de Amerikaanse band Suicide. De sfeer wordt rustig opgebouwd en de muzikale ondersteuning zet de dromerige sfeer goed neer. Een sterk einde van het album dat een klein uur aan materiaal bevat.

Op het album High Hopes is duidelijk te horen dat het om nummers uit verschillende tijdsperiodes gaat, een geheel vormen de thema’s dan ook niet. Wel staat er een selectie van een aantal goed uitgevoerde nummers op die de sfeer en teksten goed naar voren brengen. In het midden van het album zakt de kwaliteit iets weg maar met de uitschieters American Skin (41 Shots), The Ghost of Tom Joad en Dream Baby Dream wordt dit ruimschoots goedgemaakt. De niet al te hoge verwachtingen van het album maken de uiteindelijke plaat toch tot een verassing met de vele sterke tracks.

3.5*

Afkomstig van Platendraaier.

Bryan Ferry - Avonmore (2014)

poster
4,0
Bryan Ferry zal altijd verbonden blijven aan Roxy Music en het herkenbare geluid van deze band. Vanaf de jaren zeventig brengt hij onder zijn eigen naam muziek uit, waarbij Avonmore inmiddels alweer zijn 14e album is. Op het album horen we opnieuw zijn kenmerkende geluid met steun van vele musici zoals Nile Rodgers, Johnny Marr en Mark Knopfler.

Loop de Li opent met een ritme dat directe verwijzingen naar het album Avalon niet kan tegenhouden. Bryan Ferry’s warme stem komt opzetten en brengt ons terug naar vroegere tijden. Beelden van Roxy Music schieten voorbij terwijl Ferry de liefde vastpakt om deze regelmatig los te laten. Je weet al lang hoe je ervoor staat maar je kan de gevoelens niet ontwijken, de lus der liefde herhaalt zich. De gitaren van Marr, Rodgers en ander gitaristen vloeien door elkaar heen. Op Midnight Train wordt de bron van gitaristen nog wat verder uitgediept en blijft de sounds kenmerkend doch krachtig. De vele geluiden vormen een samenhangend geheel terwijl de trein voort dendert. Bij Soldier of Fortune wordt binnen een enkel moment duidelijk wie de gitaar vast heeft. De kenmerkende geluiden van Mark Knopflers gitaar vullen de lucht terwijl Ferry poëtische teksten bezingt. De warme sound past perfect bij de stem van Bryan. Terwijl hij de wereld in zijn handen had gooit er één vrouw roet in het eten. Langzaamaan draait hij door en probeert hij zichzelf in de hand te houden.

I’m a prince of illusions
All spinning around in my brain
There’s a mockingbird calling
And this is what he’s saying
Girl stop rockin’
You’re driving me insane
I’m going out of my mind
And I won’t be back again


Driving Me Wild opent met een funky sound die zich in het nummer ontwikkeld tot een heerlijk samenzijn van verschillende muziekinstrumenten. De liefde voert je mee terwijl je hart steeds sneller klopt, je gedachten gaan nog maar naar één persoon. Toch glipt de liefde uiteindelijk uit je vingers terwijl je volledig doordraait. Nile Rodgers vult met zijn funky beat de muziek op perfecte manier waarbij de saxofoon er nog een schepje bovenop doet. Op A Special Kind Of Guy wordt deze muzikale omlijsting doorgetrokken met eenzelfde liefdesverhaal. Je vraagt om nog één kans, terwijl je weet dat je die waarschijnlijk niet meer krijgt. De intro van Avonmore doet enigszins denken aan Calling Elvis van Dire Straits. Een vast ritme vult het begin terwijl donkere wolken zich boven je samenpakken. Een oneindige liefde is wat je nodig hebt, maar je zult nooit meer verliefd worden. Gitaren voegen zich samen en het pakkende ritme verspreid zich in verschillende melodielijnen.

We’ll cling
Together
In the moonlight
Burning the river
Into gold
Count all the minutes
Then the hours
Until your heart turns cold


Op Lost horen we Mark op zijn gitaar aan het werk op een donkere melodie. Bryans stem heeft het af en toe wat moeilijk om de hoge tonen te behalen. De muziek ontwikkeld zich niet tot grote hoogtes maar blijft met ontspannen klanken aan de grond. Op One Night Stand vliegen alle klanken opnieuw door elkaar met een gepaste samenhang. De herhalende zang en instrumentatie maken het nummer tot een tropisch klinkend geheel met een lichte spanningsboog. Send In The Clowns is een nummer van Stephen Sondheim dat Bryan op zijn eigen manier bezingt. Uiteraard met zijn kenmerkende sound aangevuld met de piano en verschillende blazers. Niet al te opvallend, maar bij vlagen wel experimenteel. Het hoogtepunt van het album bewaard Bryan voor het laatst. Samen met Todd Terje covert hij hier Johnny and Mary van Robert Palmer. Op een indringende wijze komen de openingsklanken bij je binnen. Todd tovert donkere tonen uit de synths waarop Bryan op fluisterende toon de teksten bezingt. Beats komen opzetten en elk moment voegen zich nieuwe deuntjes toe in het nummer. Bijna 7 minuten wordt je beetgepakt om daarna weer vrijgelaten te worden uit de houtgreep.

Bryan klinkt op Avonmore weer als vanouds, met zijn warme stem weet hij je nog steeds vast te grijpen in zijn liefdesverhalen. Dat zijn stem niet alles meer aankan wordt hier en daar wel duidelijk, maar dat doet niks af aan het eindresultaat. Muzikaal wordt hij ondersteunt door een sterk gezelschap. Melodieën vloeien in elkaar over en gitaren geven de nummers hun vorm. Het coveren van songs op zijn eigen wijze blijkt ook op Avonmore weer het hoogtepunt van het geheel. Daarmee is het één van zijn sterkste albums uit zijn omvangrijke solocarrière.

4*

Afkomstig van Platendraaier.

Buddy Holly - Buddy Holly (1958)

poster
4,0
Het was 3 februari 1959 toen Buddy Holly samen met Ritchie Valens en JP Richardson neerstortte met een vliegtuig nabij Clear Lake in de VS, oftewel The day the music died. 22 jaar was de rock ‘n’ roll artiest nog maar toen het noodlot toesloeg. Hij was net als veel artiesten in die tijd beïnvloed door de country, r&b en gospel muziek. Samen met zijn band The Crickets legde hij de vaste rockformatie vast van twee gitaarspelers, een bassist en een drummer. Gedurende zijn korte carrière maakte hij indruk door zijn zelf geschreven, opgenomen en geproduceerde muziek. Hij was al op vroege leeftijd onder de indruk geraakt van de gitaar en opende op 18-jarige leeftijd al shows voor Elvis Presley.

That’ll Be the Day bracht hij in mei 1957 uit en in september van dat jaar wist het nummer zowel in de VS als in Engeland tot de 1e plek door te stromen. Zijn debuutalbum verscheen een halfjaar later, al werd het album The “Chirping” Crickets drie maanden eerder al uitgebracht. Samen met deze band horen we de diversiteit die Holly’s muziek van grote waarde in de jaren 50 liet zijn. Zijn stemgeluid kenmerkt zich door de hikkende klanken en zijn zuivere zang. Zijn akkoordenontwikkeling komt in de verscheidene nummers terug, zoals het aanstekelijk Peggy Sue. Hoe ingetogen en warm hij kan klinken bewijst hij op Everyday, mede gevormd door de melodieuze klanken van de celesta (keyboard). De rock ‘n’ roll van Rave On vormt weer een andere kant van zijn fraaie muziek.

4*

Afkomstig van Platendraaier.