Hier kun je zien welke berichten HugovdBos als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Fates Warning - Theories of Flight (2016)

4,0
1
geplaatst: 28 december 2016, 11:25 uur
Fates Warning is de band die aan de wieg stond van de progressive metal. Van de originele bezetting uit 1982 is alleen nog gitarist Jim Matheos overgebleven en hij drukt dan ook nog steeds een duidelijke stempel op de muziek van de band. Hoewel ze nooit het succes hebben mogen ervaren van generatiegenoten als Queensrÿche en Dream Theater hebben ze in de loop der jaren toch een grote schare trouwe fans achter zich weten te krijgen. Na hun evenwichtige comeback Darkness in a Different Light uit 2013 is Theories of Flight alweer het twaalfde studioalbum van de mannen. Ray Alder is als zanger sinds 1987 verbonden aan de band en gitarist Frank Aresti levert een bijdrage aan twee nummers op de plaat.
Het zwaar beladen album is kenmerkend voor de stijl van Fates Warning, van snelle metal riffs naar rustige melodieuze gitaarpartijen. Alder weet als zanger te overtuigen met zijn zachte warme stem, waarbij hij op de juiste momenten overschakelt naar een zwaarder stemgeluid. Opener From the Rooftops brengt de donkere gitaarklanken en felle drumpartijen en maakt de mensen bewust van het eenmalige leven, haal er alles uit en laat je angsten achter je. Twee nummers overstijgen de 10 minuten en drukken een duidelijke stempel op de plaat. De composities zijn verfrissend en voeren van zachte subtiele tonen naar gedrukte ontwrichtingen. The Light and Shade of Things brengt een wisselwerking tussen de energieke gitaarsolo’s van Jim Matheos, de krachtige zang van Ray Alder en Bobby Jarzombek’s felle drumpartijen. Samen met de andere lange track The Ghosts of Home voeren de teksten door het verleden van Matheos en hoe zijn kindertijd het leven heeft beïnvloed.
Hoewel de hedendaagse progressive metal weinig verrassingen kent weet Fates Warning toch een verfrissend geluid binnen een complex geheel neer te zetten. Het gezelschap straalt een sterke gezamenlijke kracht uit en weet te overtuigen in elke klankstructuur die ze tevoorschijn toveren.
4*
Afkomstig van mijn site Platendraaier.
Het zwaar beladen album is kenmerkend voor de stijl van Fates Warning, van snelle metal riffs naar rustige melodieuze gitaarpartijen. Alder weet als zanger te overtuigen met zijn zachte warme stem, waarbij hij op de juiste momenten overschakelt naar een zwaarder stemgeluid. Opener From the Rooftops brengt de donkere gitaarklanken en felle drumpartijen en maakt de mensen bewust van het eenmalige leven, haal er alles uit en laat je angsten achter je. Twee nummers overstijgen de 10 minuten en drukken een duidelijke stempel op de plaat. De composities zijn verfrissend en voeren van zachte subtiele tonen naar gedrukte ontwrichtingen. The Light and Shade of Things brengt een wisselwerking tussen de energieke gitaarsolo’s van Jim Matheos, de krachtige zang van Ray Alder en Bobby Jarzombek’s felle drumpartijen. Samen met de andere lange track The Ghosts of Home voeren de teksten door het verleden van Matheos en hoe zijn kindertijd het leven heeft beïnvloed.
Hoewel de hedendaagse progressive metal weinig verrassingen kent weet Fates Warning toch een verfrissend geluid binnen een complex geheel neer te zetten. Het gezelschap straalt een sterke gezamenlijke kracht uit en weet te overtuigen in elke klankstructuur die ze tevoorschijn toveren.
4*
Afkomstig van mijn site Platendraaier.
Frank Sinatra - In the Wee Small Hours (1955)

4,5
1
geplaatst: 6 februari 2017, 15:15 uur
Zoals bij Sings for Only the Lonely te lezen valt groeide Frank Sinatra op als zoon van twee Italiaanse immigranten en kwam hij al op jonge leeftijd in aanraking met de muziek. Na zijn grote successen uit de jaren 40 raakte zijn muzikale carrière in de slop, maar een heropleving kwam er met zijn film From Here to Eternity uit 1953. Met een nieuw platencontract bij Capitol Records brak een tijd aan van een ongekende reeks albums, concerten en films. Na zijn eerste single I’m Walking Behind You op het label verscheen begin 1974 het mooie Songs for Young Lovers, met zijn interpretaties van klassiekers als I Get a Kick Out of You en My Funny Valentine. Zijn samenwerking met arrangeur Nelson Riddle nam grote vormen aan en een jaar later verscheen zijn meesterwerk In the Wee Small Hours. Het concept voor het album bedacht hij in de jaren 40, maar leek nu in een tijd van relatieproblemen en moeilijke levensjaren de juiste tijd om uitgevoerd te worden.
Het album past prachtig in de tijdsgeest van de jaren 50, eenzaamheid, verloren liefdes en het nachtleven staan centraal. De nummers sluiten feilloos op elkaar en worden vanaf In the Wee Small Hours van een fascinerende muzikale schoonheid voorzien. Het orkest onder leiding van Nelson Riddle brengt een schittering aan emoties aan de oppervlakte. Naast de opening bestaat het album uit standards van de jaren 30 en 40. Een klassieker als Mood Indigo neemt hij onder zijn hoede en tovert hij om tot een aangrijpend stuk, waar drama en grimmigheid hand in hand gaan. Hoewel het album vol staat met intrigerende nummers over verloren liefdes en eenzame tijden eindigt het toch nog met een oplevende toon, waarna het volgende album Songs for Swingin’ Lovers het gevoel van vrijheid en levenslust weer omarmt.
4,5*
Afkomstig van mijn site Platendraaier.
Het album past prachtig in de tijdsgeest van de jaren 50, eenzaamheid, verloren liefdes en het nachtleven staan centraal. De nummers sluiten feilloos op elkaar en worden vanaf In the Wee Small Hours van een fascinerende muzikale schoonheid voorzien. Het orkest onder leiding van Nelson Riddle brengt een schittering aan emoties aan de oppervlakte. Naast de opening bestaat het album uit standards van de jaren 30 en 40. Een klassieker als Mood Indigo neemt hij onder zijn hoede en tovert hij om tot een aangrijpend stuk, waar drama en grimmigheid hand in hand gaan. Hoewel het album vol staat met intrigerende nummers over verloren liefdes en eenzame tijden eindigt het toch nog met een oplevende toon, waarna het volgende album Songs for Swingin’ Lovers het gevoel van vrijheid en levenslust weer omarmt.
4,5*
Afkomstig van mijn site Platendraaier.
Frank Sinatra - Sings for Only the Lonely (1958)
Alternatieve titel: Only the Lonely

4,0
1
geplaatst: 11 februari 2017, 17:14 uur
Frank Sinatra is de zoon van twee Italiaanse immigranten in Amerika en vooral zijn moeder gaf hem de zelfverzekerdheid die hem gedurende zijn leven veel succes bracht. Hij kwam als kind in aanraking met big band jazz en artiesten als Gene Austin en Bing Crosby. Al snel begon hij zelf met zingen in groepen als de Hoboken Four en later als lid van de Tommy Dorsey band. Hij nam in de periode een kleine honderd nummers op en zijn zangkwaliteiten ontwikkelde zich dan ook snel tot een hoogstaande artiest binnen de hitlijsten. Zijn contract bij Columbia in 1943 betekende het begin van zijn succesvolle solocarrière, maar aan het einde van het decennium nam zij populariteit af. Zijn comeback kwam in 1953 met de film From Here to Eternity, waarna een reeks van hooggewaardeerde album het levenslicht zagen.
Sings for Only the Lonely uit 1958 is er hier een van, met fraai uitgewerkte liefdesverklaringen, pijnlijk verlies en eenzame dagen. De treurnis in zijn blik op de albumhoes geeft de emoties weer waar het album mee wordt overspoelt. Het is zijn favoriete werk en niet onterecht, de orkestrale klanken maken van elk nummer een treurspel op zich. Dirigent Nelson Riddle had net zijn zes maanden oude dochter verloren en zijn moeder lag op sterven. De invloeden hiervan zijn terug te horen in elke melodielijn van het album, van het meeslepende en droevige Only the Lonely tot aan One for My Baby (And One More for the Road). Sinatra legt zijn emoties in elke woord dat hij voordraagt, met zijn tedere zangstem en zijn zoektocht naar perfectie.
4*
Afkomstig van Platendraaier.
Sings for Only the Lonely uit 1958 is er hier een van, met fraai uitgewerkte liefdesverklaringen, pijnlijk verlies en eenzame dagen. De treurnis in zijn blik op de albumhoes geeft de emoties weer waar het album mee wordt overspoelt. Het is zijn favoriete werk en niet onterecht, de orkestrale klanken maken van elk nummer een treurspel op zich. Dirigent Nelson Riddle had net zijn zes maanden oude dochter verloren en zijn moeder lag op sterven. De invloeden hiervan zijn terug te horen in elke melodielijn van het album, van het meeslepende en droevige Only the Lonely tot aan One for My Baby (And One More for the Road). Sinatra legt zijn emoties in elke woord dat hij voordraagt, met zijn tedere zangstem en zijn zoektocht naar perfectie.
4*
Afkomstig van Platendraaier.
Freddie King - Let's Hide Away and Dance Away (1961)

4,0
1
geplaatst: 17 maart 2015, 20:31 uur
Blijft toch heerlijk dat ruwe gitaargeluid van Freddie. Ondanks dat het een instrumentaal album is, of misschien wel juist daarom, kan het met de beste bluesalbums mee uit zijn tijd. Met zijn progressieve speelstijl heeft hij toch wel een stempel weten te drukken op de muziekontwikkeling van de blues. Door het intensieve toeren heeft hij het jammer genoeg niet lang weten vol te houden. Te weinig aandacht hier op MuMe voor deze muzikale held.
Fuzz - II (2015)

4,0
1
geplaatst: 26 oktober 2015, 13:42 uur
De uiterst productieve Ty Segall komt na zijn meeslepende schouwspel Manipulator met het tweede album van zijn andere project, Fuzz. De jeugdvrienden Charlie Moothart en Ty Segall lieten op hun eerste album twee jaar geleden al horen dat de band vooral de ruimte biedt aan het zwaardere werk van de mannen met invloeden van Black Sabbath en Jimi Hendrix. Met Ty in de rol als drummer is het niet zijn gitaarspel maar dat van Charlie dat de hevige en donkere setting van het tweede album oplevert. Bassist Chad Ubovich maakt het trio compleet en zorgt voor het ondersteunende element in de levenloze maatschappij waar het album doorheen voert.
Opener Time Collapse II / The 7th Terror weet zijn vlucht door de tijd te nemen, voordat het hevige gevaarte binnen komt zetten. Moothart’s gitaarwerk bevat de kracht waarmee in alle vroegte de stonerrock van de jaren negentig aangehaald wordt. Hij krijgt de kans zijn gitaarwerk in zijn grootsheid tentoon te spreiden in het ruim zeven minuten durende nummer. Ubovich is als bassist duidelijk de verbindende factor in de krachtige inslagen van het drumwerk van Segall en en de fuzzy gitaarklanken van Moothart. De bluesrock vind zijn weg in de Rat Race, waar de gitaarriff het gehele nummer op sleeptouw neemt. De gitaarlagen bouwen zich in hun melodieuze setting om elkaar heen en zetten de zintuigen in het politieke spektakel op scherp. Let It Live brengt rust in de tent met zijn secure baslijn en klankvolle gitaarwerk. Wanneer Segall aan zijn zangwerk begint wordt de overeenkomst met Status Quo’s Pictures of Matchstick Man al snel duidelijk. De eenzaamheid van de mens doet zich aan in de jeugdige zang van Ty. Het gitaarwerk plaatst zich tussen Jimi Hendrix en The Red Hot Chili Peppers in. Waar de wisselingen in tempo en klank beperkt blijft, zorgt ook Pollinate voor een net iets andere aanpak. Het zwaar beladen geheel voert zich door de verschillende muzikale lagen, waaraan het gitaarwerk van Moothart een kleurrijke invulling geeft.
Bringer of Light doet in zijn vertraagde ritme de mannen van Sabbath al eer aan, maar brengt vooral referenties naar het zangwerk van Ozzy Osbourne. Het gitaarspel van Moothart mag als een directe ode aan gitaarkunstenaar Tonny Iommi worden gezien. Pipe voert de gelijkenis nog maar een op in de stevige gitaarriff en de ondersteunende kracht van het basspel van Ubovich, waar Geezer Butler’s aanwezigheid van toepassing lijkt. Qua teksten gaan ze misschien niet zo diep in het menselijke bestaan als de mannen van Sabbath, op muzikaal vlak doen ze er alles aan de hevigheid terug te brengen. De ritmische klanken van Say Hello drijven daarna af van de zwaarte. Het begin zou niet misstaan als onderdeel van The End van The Doors. De garagerock voert naar de zwakte van de menselijke ziel, waarin grote getallen onder invloed van hun meester bezwijken. Misschien nog het meest in de buurt van een eigen geluid komen de mannen in de melodieuze intro van Burning Wreath, voordat het hevige gitaarspel de aandacht opeist. Het brandende gevaarte hangt dreigend in de lucht, wanneer de verbintenis in de dubbele vocale laag afkomstig van Moothart en Segall af en toe wat lijkt te ontbreken. De gitaarsolo’s voeren zich door de jaren zestig en zeventig heen, waar Hendrix en Sabbath de gitaarmacht opeisten.
De fuzz is terug in het basritme van Red Flag, waar het ritme dreigend opgestuwd wordt naar de jaren van de punkrock. Jack the Maggot houdt alles wat meer binnen het patroon, al vinden de vervormde gitaarklanken hun weg al snel terug. Segall blijkt vooral de drijvende kracht op vocaal gebied, waar hij ook op New Flesh dankbaar gebruik van maakt. De geschiedenis lijkt te vervagen in het levenloze gedrag van de mensheid, waarbinnen de lyrics van het werk van Sabbath ook als een duidelijke inspiratiebron heeft gediend. Sleestak doet zich vooral voor als een jamsessie, waarbinnen Segall zijn kracht als drummer hoorbaar maakt. Het korte en spacy onderonsje wordt vervolgt door het psychedelische Silent Sits the Dust Bowl. De strijkers vormen een aangenaam rustpunt in het samenzijn van vervreemde gitaarklanken en gebalanceerde baslijnen. De verwoesting van de huidige maatschappij zet zich voort in de zang van Ty. Het meeste aanzien mag het bijna veertien minuten durende slotstuk, toepasselijk genoemd II, ontvangen. De jamsessie verkent de verschillende muzikale paden waar de band zijn invloeden uit haalt. Van strak geregisseerde melodielijnen, zwaar beladen gitaarsessies tot aan de psychedelische klanken van het geheel.
Het tweede album van Fuzz brengt een hevigheid teweeg in de krachtige gitaarklanken, gedrongen zang en het ritmische drumwerk. De verschillende decennia binnen de muziek worden hierbinnen doorlopen, hoorbaar in de early metal, psychedelica en bluesrock. Ty Segall is de heer en meester van de muzikale uitlatingen, al zorgen Moothart en Ubovich voor het stevige gitaarwerk van de band. Alhoewel de invloeden van andere muzikanten duidelijk aanwezig zijn voegen de mannen er zonder moeite hun eigen muzikale inbreng aan toe. Fuzz mag daarom niet meer als project door het leven gaan, maar als een powertrio met het vermogen oude tijden te laten herleven.
4*
Afkomstig van Platendraaier.
Hoogtepunten: Pipe, II, Burning Wreath & Pollinate.
Opener Time Collapse II / The 7th Terror weet zijn vlucht door de tijd te nemen, voordat het hevige gevaarte binnen komt zetten. Moothart’s gitaarwerk bevat de kracht waarmee in alle vroegte de stonerrock van de jaren negentig aangehaald wordt. Hij krijgt de kans zijn gitaarwerk in zijn grootsheid tentoon te spreiden in het ruim zeven minuten durende nummer. Ubovich is als bassist duidelijk de verbindende factor in de krachtige inslagen van het drumwerk van Segall en en de fuzzy gitaarklanken van Moothart. De bluesrock vind zijn weg in de Rat Race, waar de gitaarriff het gehele nummer op sleeptouw neemt. De gitaarlagen bouwen zich in hun melodieuze setting om elkaar heen en zetten de zintuigen in het politieke spektakel op scherp. Let It Live brengt rust in de tent met zijn secure baslijn en klankvolle gitaarwerk. Wanneer Segall aan zijn zangwerk begint wordt de overeenkomst met Status Quo’s Pictures of Matchstick Man al snel duidelijk. De eenzaamheid van de mens doet zich aan in de jeugdige zang van Ty. Het gitaarwerk plaatst zich tussen Jimi Hendrix en The Red Hot Chili Peppers in. Waar de wisselingen in tempo en klank beperkt blijft, zorgt ook Pollinate voor een net iets andere aanpak. Het zwaar beladen geheel voert zich door de verschillende muzikale lagen, waaraan het gitaarwerk van Moothart een kleurrijke invulling geeft.
Bringer of Light doet in zijn vertraagde ritme de mannen van Sabbath al eer aan, maar brengt vooral referenties naar het zangwerk van Ozzy Osbourne. Het gitaarspel van Moothart mag als een directe ode aan gitaarkunstenaar Tonny Iommi worden gezien. Pipe voert de gelijkenis nog maar een op in de stevige gitaarriff en de ondersteunende kracht van het basspel van Ubovich, waar Geezer Butler’s aanwezigheid van toepassing lijkt. Qua teksten gaan ze misschien niet zo diep in het menselijke bestaan als de mannen van Sabbath, op muzikaal vlak doen ze er alles aan de hevigheid terug te brengen. De ritmische klanken van Say Hello drijven daarna af van de zwaarte. Het begin zou niet misstaan als onderdeel van The End van The Doors. De garagerock voert naar de zwakte van de menselijke ziel, waarin grote getallen onder invloed van hun meester bezwijken. Misschien nog het meest in de buurt van een eigen geluid komen de mannen in de melodieuze intro van Burning Wreath, voordat het hevige gitaarspel de aandacht opeist. Het brandende gevaarte hangt dreigend in de lucht, wanneer de verbintenis in de dubbele vocale laag afkomstig van Moothart en Segall af en toe wat lijkt te ontbreken. De gitaarsolo’s voeren zich door de jaren zestig en zeventig heen, waar Hendrix en Sabbath de gitaarmacht opeisten.
De fuzz is terug in het basritme van Red Flag, waar het ritme dreigend opgestuwd wordt naar de jaren van de punkrock. Jack the Maggot houdt alles wat meer binnen het patroon, al vinden de vervormde gitaarklanken hun weg al snel terug. Segall blijkt vooral de drijvende kracht op vocaal gebied, waar hij ook op New Flesh dankbaar gebruik van maakt. De geschiedenis lijkt te vervagen in het levenloze gedrag van de mensheid, waarbinnen de lyrics van het werk van Sabbath ook als een duidelijke inspiratiebron heeft gediend. Sleestak doet zich vooral voor als een jamsessie, waarbinnen Segall zijn kracht als drummer hoorbaar maakt. Het korte en spacy onderonsje wordt vervolgt door het psychedelische Silent Sits the Dust Bowl. De strijkers vormen een aangenaam rustpunt in het samenzijn van vervreemde gitaarklanken en gebalanceerde baslijnen. De verwoesting van de huidige maatschappij zet zich voort in de zang van Ty. Het meeste aanzien mag het bijna veertien minuten durende slotstuk, toepasselijk genoemd II, ontvangen. De jamsessie verkent de verschillende muzikale paden waar de band zijn invloeden uit haalt. Van strak geregisseerde melodielijnen, zwaar beladen gitaarsessies tot aan de psychedelische klanken van het geheel.
Het tweede album van Fuzz brengt een hevigheid teweeg in de krachtige gitaarklanken, gedrongen zang en het ritmische drumwerk. De verschillende decennia binnen de muziek worden hierbinnen doorlopen, hoorbaar in de early metal, psychedelica en bluesrock. Ty Segall is de heer en meester van de muzikale uitlatingen, al zorgen Moothart en Ubovich voor het stevige gitaarwerk van de band. Alhoewel de invloeden van andere muzikanten duidelijk aanwezig zijn voegen de mannen er zonder moeite hun eigen muzikale inbreng aan toe. Fuzz mag daarom niet meer als project door het leven gaan, maar als een powertrio met het vermogen oude tijden te laten herleven.
4*
Afkomstig van Platendraaier.
Hoogtepunten: Pipe, II, Burning Wreath & Pollinate.
