MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten HugovdBos als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Cameron Blake - Fear Not (2017)

poster
4,5
In 2009 debuteerde de getalenteerde Amerikaanse muzikant en orkestleider Cameron Blake met En Route, een op de pop, folk en klassieke muziek geschreven album. Inmiddels zijn we acht jaar verder en heeft Blake zowel als muzikant als in zijn persoonlijke leven het nodige meegemaakt. Van diepe dalen gedurende een bijna zenuwinzinking tijdens zijn studie viool, tot aan de piek in de vreugde van het vaderschap. Het zijn gebeurtenissen die hem gevormd hebben als muzikant en zijn talent als songwriter alleen maar meer hebben aangewakkerd. Teksten schrijven kan hij namelijk als de beste en dat vertaald zich op het album Fear Not in een reeks aan nummers waarin hij de strijd aangaat met zijn angsten. Dit doet hij niet alleen, want het begeleidende orkest bestaat uit bijna 50 muzikanten. En dat is te horen in zowel de diversiteit van het muzikale geheel als de vele muzikale lagen die onder de oppervlakte borrelen.

In het titelnummer weet Blake de luisteraar direct in vervoering te brengen. Zijn warme zang en bewonderenswaardige visie op het leven brengen hem ertoe de angsten uit zijn leven te verdrijven. Dit alles wordt ondersteund door het aanstekelijke pianospel, de schittering van de strijkers en een harmonieus koor. Het zijn de poëtische teksten die zijn nummers naar de hogere regionen duwen. Zoals Blake zelf benoemd is het album met liefde gemaakt, als tegengif voor de angsten. Zelfs aan de onlangs (2014) overleden acteur Philip Seymour Hoffman brengt hij een ode. Net zo veelzijdig als de vele personages die deze acteur speelde is de muziek waardoor het korte nummer ondersteund word. Een ander hoogtepunt vorm het verhaal over de tank man die tijdens de protesten op het Tiananmen Square in 1989 de weg blokkeerde. Niet alleen de orkestrale klanken weten de verbinding te leggen met het verhaal, de zangpartijen doen de teksten naar een hoger niveau tillen. Het maakt van Fear Not een ontroerend en glansrijk album, waarmee Blake de angsten uit het leven weet de verpakken in zijn muziek en teksten. De positieve toon van het album zorgt ervoor dat Blake de angsten weet te verdrijven en de liefde en vreugde laat overwinnen.

Afkomstig van mijn site Platendraaier.

Cameron Graves - Planetary Prince (2017)

poster
4,0
De jazzmuzikant Cameron Graves heeft de laatste jaren vooral bekendheid verworven door zijn bijdrage als pianist op Kamasi Washington’s meesterwerk The Epic (2015). Op dat album blinkt hij uit in zijn enerverende en ontwikkelende toetspartijen. Een gegeven dat hij verder heeft uitgewerkt voor zijn eerste soloalbum Planetary Prince. Een album waarop de jazz fuseert met de rock in een samenzijn van talentvolle muzikanten. Het is namelijk niet alleen Cameron Graves voor wie er een hoofdrol is weggelegd op het album. Naast zijn bandmaat Kamasi Washington op de saxofoon horen we namelijk Ryan Porter op de trombone, Stephen “Thundercat” Bruner op de bas, Ronald Bruner op de drums en Philip Dizack op de trompet. Dit gezelschap weet op intrigerende wijze de jazz fusion naar de oppervlakte te krijgen.

Niet alleen tempowisselingen vormen een belangrijk uitgangspunt van hun klankrijke posities, ook de wisselende solo’s maken een belangrijk onderdeel uit van het ruim vijf kwartier durende geheel. Graves blinkt vooral uit in zijn zeer diverse pianopartijen, in de maat gehouden door de drums en bas. De energie spat continu van zijn toetswerk af en de andere muzikanten sluiten zich hier moeiteloos bij aan. Cameron slaagt er in zijn voorliefde voor de klassieke muziek, progressive rock en jazz fusion met zijn spirituele en kosmologische ideeën te vermengen. Het buitenaardse is dan ook voelbaar in de muzikale reis waarop Graves ons meeneemt. Al luisterende naar Adam & Eva, Andromeda en Isle of Love worden zijn inspiraties steeds duidelijker. Als componist, arrangeur en musicus laat hij blijken dat de rol als bandleider hem zeer goed ligt. Mede door de voortreffelijke instrumentatie van dit hoogstaande jazz ensemble wordt elk detail uitgewerkt tot de meest virtuoze en meeslepende compositie. Met Planetary Prince laat Cameron Graves dan ook horen dat we nog veel van hem mogen verwachten in zijn komende projecten.

4*

Afkomstig van mijn site Platendraaier.

Cannonball Adderley - Somethin' Else (1958)

poster
4,5
Julian Edwin “Cannonball” Adderley speelde een bepalende rol in het hard bop tijdperk van de jaren 50 en 60, niet alleen was hij te horen op Miles Davis’s meesterwerk Miles Davis, maar ook met zijn eigen werk oogde hij succes. Hij groeide op in Tamp, Florida en kreeg op zijn middelbare school al snel de bijnaam Cannonball toebedeeld, vanwege zijn uitzonderlijke eetlust. Hij kwam uit een welvarend gezin, met ouders die op de universiteit van Florida lesgaven. In de jaren 40 speelde hij samen met zijn broer Nat in de band van Ray Charles, vervolgens was hij de bandleider van een hogeschool in Fort Lauderdale tot aan het jaar 1950. Toen hij in 1955 naar New York verkaste was dit voornamelijk om aan het conservatorium te gaan studeren, maar hij kwam in een café in de positie om met zijn saxofoon in de huisband te spelen. Niet veel later vormde hij zijn eigen band met zijn broer en tekende een contract bij het Savoy jazz label. Zijn speelstijl op de alto saxofoon viel op bij Miles Davis en hij werd opgenomen in diens groep. Als gunst speelde Davis mee in Adderley’s kwintet, wat resulteerde in de jazzklassieker Somethin’ Else.

Net als op het een jaar later verschenen Kind of Blue bestaat de band uit de tweekoppige hoornsectie van Davis en Adderley, met daarnaast Art Blakey op drums, Hank Jones op de piano en Sam Jones op de bass. De overeenkomsten komen ook terug in de kalme muzikale stijl, de heldere lijnen en het verfijnde spel. De kleurrijke compositie Autumn Leaves laat zich lezen als een schilderij, elk klank voegt een kleur toe aan het geheel, een korte aanraking een spat op het doek. Het is een compositie waar niet alleen de klasse van Adderley en Davis vanaf straalt, maar ook de groep als geheel elke muzikale lijn perfect vormgeeft. Improviserend, maar toch ook helder, zoals de titeltrack Somethin’ Else van Miles Davis. De ideeën van elk persoon worden ingevuld met de instrumentatie van de ander, de klasse spat er vanaf. In het nummer beantwoorden Davis en Adderley elkaar afwisselend op de alto saxofoon en trompet, waarbij de stukken steeds indrukwekkender en grootser worden. One for Daddy-O begint rustgevend, maar weet zich dan ook langzaam te pakken in de verschillende solo’s, al doet Miles hier een stapje terug in zijn improviserende stijl. Een topstuk uit de jazz en met twee zeer gewaardeerde muzikanten aan het front genietbaar van begin tot eind.

4,5*

Afkomstig van Platendraaier.

Car Seat Headrest - Teens of Denial (2016)

poster
4,0
Nadat de nu 23-jarige Will Toledo vanaf 2010 in recordtempo 11 albums via Bandcamp de wereld instuurde werd zijn talent als musicus opgemerkt door het label Matador, waar hij in 2015 zijn eerste platencontract ondertekende. Geheel voorbij aan zijn eerder opgenomen materiaal ging het label niet, want op 30 oktober 2015 bracht hij het compilatiealbum Teens of Style met 11 eerder geschreven nummers uit. Waar de naam van de band Car Seat Headrest ontleend is aan de plek waar hij zijn eerste muziek opnam (in de auto van zijn ouders), dook hij voor Teens of Denial de studio in met topproducer Steve Fisk (Soundgarden, Nirvana, Low). Een opnameproces waar Will met de steun van een voltallige band gedurende de dagen in de studio steeds meer houvast kreeg en met behulp van een afbeelding op eBay op de naam Teens of Denial terecht kwam. Het is de humor en het behandelen van zware onderwerpen als alcohol- en drugsgebruik, depressies en frustraties die zijn alter-ego Joe tot leven wekken op het album, ondergedompeld in het hevige geluid van gitaren, blazers en drums.

De stemmen van Fill in the Blank stellen de punk riff van het nummer in werking. Een gefrustreerde Will uit zijn ongenoegen over de factoren uit zijn leven waar hij geen grip op heeft. De inkomende drums dalen als schoppende voeten in op het levensritme van Will, wanneer hij in de gaten wordt gehouden door iedereen om hem heen. De gitaren voeren zich met de rake klappen van Andrew Katz’ drums in op het voortrazende ritme. De paranoïde openingsklanken van Vincent worden met behulp van gitaren en mellotron in werking gesteld, voordat de riff overgaat in heviger gitaargeweld. Het pulserende ritme wordt aangehouden als ook de drums zich bij de muziek voegen. Will voert de luisteraar door zijn levensjaren als student heen en knalt in zijn humor binnen in de wereld van depressies, ondersteund door de roffelende drums en een strakke bassriff. Wanneer de blazers zich voegen in het geheel komt de alcohol langzaam opzetten en blijken de drugs hun werk te doen. Met een korte verwijzing naar zijn nummer Times to Die worden de vervreemde klanken en alarmen in het muziekpakket verwerkt. Het is de combinatie van de psychedelica, punk en rock die het voortdenderende geheel doet samensmelten met de angsten van Will’s bestaan. Destroyed by Hippie Powers is een zware trip, waarbinnen de gitaren en koebel een hoofdrol opeisen. De drugs doen de hippie omgeving opleven en zetten de emotionele kant van Will’s zang in werking. De combinatie van de muzikale scherpte van de Pixies vermengt zich met de grunge begin jaren negentig. Toledo refereert diverse malen in zijn humoristische teksten naar zijn jonge jaren en het proces van ouder worden. Zo doet (Joe Gets Kicked Out of School for Using) Drugs with Friends [But Says This Isn’t a Problem] goede zaken als het gaat om het nummer met de langste titel van 2016. In het nummer doet Will’s alter-ego Joe een boekje open over de psychedelische drugs ervaring die hij eens had. Hij windt er geen doekjes om en verteld in de klanken van de akoestische gitaar hoe beroerd hij zich toen voelde. In het rustige ritme komt zelfs de controversiële film Saló nog even om de hoek kijken. Wanneer de ruige gitaarklanken het ritme in toom proberen te houden roept Joe op dat de drugs samen met vrienden voor de beste ervaring zorgen, maar aan de andere kant druipt de schaamte van de tienerjaren door in de donkere kant van de trip.

Dat het nummer Just What I Needed / Not Just What I Needed een lichtje doet branden mag niet vreemd genoemd worden. Just What I Needed is namelijk een nummer van The Cars, maar wegens problemen met de rechten moest het nummer van Will op het laatste moment bewerkt worden. De invloeden van het nummer mogen dan ontdaan zijn van de meest herkenbare referenties, de gitaarriff en het drumspel doen toch nog wat terugdenken aan het origineel. Terwijl de stem van Will nog het meest lijkt op die van Ray Davies slepen de achteruit gespoelde klanken en zijn interview bij een Duits radiostation je door het vervreemde slotgedeelte van het nummer heen. Drunk Drivers / Killer Whales opent in de pure emoties van Will’s zang, waar de liefde geen nieuwe wegen weet te vinden. Waar het nummer doorlopend refereert naar de drank is het vooral een zoektocht naar het vinden van jezelf en het maken van een nieuwe start. Het opkomende ritme van toetspartijen zorgt voor de versnelling van de gitaren en drums in het refrein. De twee delen van het nummer sluiten perfect op elkaar aan, voerend van rake emotionele klappen naar de humoristische kant van zijn muziek. 1937 State Park opent met een vrij eenvoudig akkoordenschema, voordat de bulderende kracht van de drums en gitaren komt binnen suizen. Jeugdmomenten waaien voorbij in korte fotomomenten, waar zowel de politie als ziekenhuizen een terugkerend fenomeen zijn. Het stevige ritme waar zelfs de mellotron nog een klein rolletje in heeft voert de personages naar het randje van de afgrond. Unforgiving Girl (She’s Not An) voert het concept over Joe verder aan. De gitaarriff speelt opnieuw een grote rol in het doorlopende geheel, waar de wereldse vooruitgang vooral naar voren komt in de problemen die de huidige maatschappij met zich meebrengt. In het vergeven van de zonden van de mensen doet Joe besluiten dat de liefde altijd overwint, al maakt de wereld het hem nog zo moeilijk. Zo zwaar zelfs dat het oplopende volume van gitaren en drums hem het uit doen krijsen.

Op de 8-minuten durende breakup song Cosmic Hero schallen de trompet- en tromboneklanken van Jon Maus door de lucht, voordat Joe zijn ongenoegen over het liefdesverdriet eruit gooit. Met Will’s gitaarriff en het zware basgeluid van Seth Dalby’s gitaar opent de muzikale structuur zich langzaam aan in het nummer. Zijn frustraties schreeuwt hij eruit, al vloekend en tierend over de pijn die hij doormaakt. Waar het gitaarspel een steeds zwaardere lading bewerkt, eindigt Joe in de klanken van het orgel met een positieve eindconclusie (And if you need some peace and quiet, There is room for all in heaven). Het epische The Ballad of the Costa Concordia wacht dan nog zijn opwachting, refererend naar het door de kapitein tot zinken gebrachte cruiseschip. De pianoklanken ondersteunen daarbij de bovenliggende gitaarklanken. Will’s eigen fouten vergelijkt hij in het emotionele nummer met die van de kapitein. De trompetten voeren het sfeervolle geheel naar hoger vaarwater, waar Dido’s White Flag in bewerkte uitvoering zijn toestand onderstreept. Geen moment laat Will zijn ongenoegen over de wereld en de toestand waarin zijn jeugdjaren voorbij vlogen onbesproken. De rauwe gitaarklanken weten daarbij op te gaan in het oplopende pianoritme, waarin Will bijna een einde maakt aan zijn bestaan. De muzikale omslag komt wanneer de drums het ritme stabiel houden en de moderne wereld de bevolking onder doet dompelen in depressies en gekte. De boze droom eindigt in alle rust en laat de liefde overwinnen. Connect the Dots (The Saga of Frank Sinatra) opent intensief met een herhalende gitaarriff, op een onderlaag van drums en bass. Het verhaal van Frank Sinatra doet de jonge versie het geharde leven tegemoet gaan. Al vanaf de eerste klanken laten zijn ouders hem bewust maken dat er in de muziekindustrie niks te behalen valt. De tijden veranderen echter en het muzikale genie vindt zijn weg naar wereldwijde faam. Het muzikale gevaarte wordt steeds heviger neergezet door de band, met de schelle saxofoonklanken diep genesteld in het ritmische systeem. De slotminuut van het album is aan Joe Goes to School, een rustige akoestische terugblik op zijn tijden in Williamsburg en de vele toeristen die het plaatsje passeerden.

De vele nummers die Will Toledo afgelopen jaren heeft geschreven voor zijn in huis opgenomen albums hebben de weg geopend voor zijn fenomenale studiodebuut Teens of Denial. Een album vol tienerproblematiek, alcoholgebruik en de druk van de moderne maatschappij, gecombineerd met strakke gitaarriffs, vervreemde effecten en snijdende blazers. De ervaring die hij als tekstschrijver in enkele jaren heeft opgedaan vertaalt hij naar zijn humoristische kijk op de wereld, waaronder altijd een gevoel van kwetsbaarheid en depressiviteit schuilgaat. Het zijn onderwerpen die zich perfect lenen voor zowel zijn korte en bondige nummers als de lang uitgerekte muzikale sessies, waar hij zonder schaamte zijn invloeden in verwerkt. Teens of Denial maakt van Will daarmee een bewuste twintiger die zijn route liever uitstippelt via de bewandelde paden, dan de paden die hem dicht langs de muzikale afgrond duwen.

4*

Afkomstig van mijn site Platendraaier.

Carabao - Made in Thailand (1984)

poster
3,5
Ter voorbereiding op mijn aankomende backpackreis naar onder andere Thailand me maar eens verdiept in de muziek van dit schitterende land. De Thaise rockmuziek kwam opzetten in de jaren tachtig en dit geldt als één van de albumklassiekers uit die tijd. Met meer dan 5 miljoen verkopen uitermate succesvol.

Dan nu over de kwaliteit van het album want daar gaat het tenslotte om. De combinatie van rock met klassieke Thaise muziek is hier op een mooie wijze toegepast. Een erg muzikaal album dat ook invloeden vanuit de country en reggae naar voren brengt. Jammer dat ik de taal nog niet machtig ben. Hoofdzakelijk toch een rustgevend geheel maar dat komt ook dat de rock in 1984 nog in de kinderschoenen stond in Thailand, verwacht daarom ook geen uitgebreide gitaarsolo's.

Cayucas - Bigfoot (2013)

poster
3,5
Lekker album voor tijdens de zomerdagen in een stijl die doet denken aan de jaren zestig. Met deze tijdslengte is het een ideale plaat om even tussendoor te draaien, en doet je dan ook weer verlangen naar de warme dagen met de zon en zee.
Een aantal uitschieters zijn er wel te vinden op het album. Zo is het nummer 'Bigfoot' een waardige afsluiter van deze plaat met een intro die doet denken aan 'Wouldn't it be Nice' van The Beach Boys. Ook de opening van de track 'A Summer Thing' doet sterk denken aan een bekend nummer, namelijk 'Wonderful World' van Sam Cooke.

De combinatie van verschillende muziekinstrumenten zoals drums, keyboard en gitaar maken het een goed te beluisteren samenspel. Leuk album om even dat zomerse gevoel te krijgen.

Cells - Saew (2007)

poster
4,0
Om me voor te bereiden op mijn aanstaande backpackreis door onder andere Laos heb ik dit album van Cells eens beluisterd. Ik moet zeggen dat ik positief verrast ben door de combinatie van hardrock en de rustgevende gedeeltes in de nummers, ondersteund door het pianospel. Daarnaast zijn er ook invloeden vanuit de elektronische muziek hoorbaar in de kleine geluidjes. De gitaarsolo's zijn ook zeker niet slecht, ik moet me alleen nog wat meer in de teksten verdiepen want het blijft toch een lastige taal.

Champion Jack Dupree - Blues from the Gutter (1958)

poster
4,0
William Thomas “Champion Jack” Dupree was net als zijn tijdsgenoot Willie Dixon een bokser van de buitencategorie, maar ook hij koos uiteindelijk voor de muziek. Hij groeide op in New Orleans, nadat hij al op zijn 8ste zijn ouders had verloren. Hij kwam in een weeshuis terecht waar ook Louis Armstrong al eerder was beland. Dupree leerde de piano te bespelen en werd al snel een werkende reiziger, zo kwam hij onder andere in Chicago en Indianapolis terecht. Als bokser won hij de nodige prijzen in Detroit, voordat hij terugkeerde naar Chicago en naam maakte als bluesmuzikant. Na zijn dienst gedurende de tweede wereldoorlog nam hij een reeks aan singles op, voordat zijn eerste album in 1958 verscheen.

Niet zozeer zijn zang of pianospel vormen het ultieme hoogtepunt, maar vooral zijn teksten over drank- en drugsverslavingen, gevangenissen en vrouwen. Zijn muziek zit tussen de blues en boogie-woogie in en wordt op het album groots gemaakt door onder andere Ennis Lowery (aka Larry Dale) op gitaar en Pete Brown op de saxofoon. Evil Woman is een meeslepend en geweldig bluesspektakel, waar Nasty Boogie weer een upbeat en swingend geheel kent. Een jazzy kant kent het album ook met het begin van Bad Blood. Het album is niets minder dan een meesterwerk uit de blues van de jaren 50.

4*

Afkomstig van Platendraaier.

Charles Mingus - Mingus Ah Um (1959)

poster
4,5
Ook al was er alleen kerkmuziek toegestaan in huize Mingus, toch kwam Charles al vroeg in aanraking met de jazz via Duke Ellington. Zijn liefde voor de muziek resulteerde in zijn vroege studies van de trombone, cello en later bas. Al vroeg schreef hij complexe muziekstukken en speelde hij samen met Louis Armstrong en Charlie Parker. Zijn familie bestond uit een mengeling van culturen en zijn voorouders waren afkomstig uit verschillende landen. Misschien speelde dit wel mee in de bedrevenheid en weidsheid van zijn muziek, wat we ook terug horen op Mingus Ah Hum. Het album verscheen in 1959 en geeft aan hoe Mingus verschillende muzikanten, elk met hun eigen karakter, wist te combineren tot een eenheid waarbij het beste uit elk instrument werd behaald. Hij componeerde elk nummer en liet aan muzikanten als John Handy en Shafi Hadi de ruimte om hun kunsten te tonen.

Neem alleen de schitterende albumopener Better Git It In Your Soul, qua volume gaat het nummer van zacht naar hard en terug, de instrumentatie kent tevens net zoveel lagen en worstelt zich tot diep in het gehoor van de luisteraar. Muzikaal gezien is het een ode aan zijn liefde voor Duke Ellington en Charlie Parker, maar ook een nummer als Goodbye Pork Pie Hat refereert aan een muzikant, de net overleden saxofonist Lester Young. Het album is als een tocht door de moeilijke tijden die Mingus kende als beginnend muzikant, het racisme waar hij al vroeg hinder van ondervond, maar zeker ook door de blues, folk en jazz uit eerdere tijden. Zijn diepe basspel maakt net zoveel deel uit van de muziek als elke muzikant die er een bijdrage aan leverde. De composities zijn elegant en subtiel en bij vlagen ook experimenteel en zwaar, maar altijd vormen ze een eenheid binnen de groep van muzikanten.

4*

Afkomstig van Platendraaier.

Chuck Berry - ..Berry Is on Top (1959)

poster
4,5
Chuck Berry kan worden gerekend tot een select gezelschap dat aan basis stond van de rock muziek die we nu kennen. Zo ver was het nog lang niet toen hij in de jaren 30 opgroeide in een gezin uit de middenklasse met zes kinderen. Zijn interesse in muziek ontstond echter al snel en in 1941 gaf hij op zijn middelbare school het eerste concert. Door winkeldiefstal werd hij in 1944 naar een tuchtschool gestuurd, waar hij een vierkoppige zanggroep oprichtte. De groep groeide uit tot een succes, zowel binnen als buiten de muur van het gesticht. Hij trouwde al op jonge leeftijd en leek een perfect familiebestaan te vormen met een baan en al, maar zijn liefde voor de muziek liet hem niet los. In de jaren 50 leerde hij via de muziek van T-Bone Walker zijn gitaar steeds meer tot zijn eigen stijl te temmen. Zijn voorliefde voor de blues bracht hij samen met de r&b en country uit die tijd, waardoor zijn muziek een steeds groter publiek kreeg. Via Muddy Waters kwam hij in aanraking met Leonard Chess van Chess Records, niet de blues maar zijn countrytune Ida Red sloeg aan. Berry schreef kort daarna Maybellene, naast één van de eerste rock ‘n’ roll songs werd het ook een grote hit. In die tijd ontstond ook zijn vriendschap met countrymuzikant Carl Perkins en werd hij één van de grote sterren van midden jaren 50. Een reeks aan hits verschenen gedurende de tweede helft van het decennium, samengebracht op Chuck Berry Is on Top.

Nog geen halfuur telt het album, maar toch laten de nummers direct de klasse zien van de entertainer. Gitaarsolo’s en wilde bewegingen functioneren perfect in de gecreëerde muziek van de rock ‘n’ roll. Wat te denken van het ruige Maybellene, herhalende gitaarklanken op een stevig drumritme en een daadkrachtige gitaarsolo van Chuck Berry. Ongekend voor die tijd, zoals ook op het deels autobiografische Johnny B. Good, over zijn vernieuwende speelstijl en de uiteindelijke ster in wording. Gitaarriffs scherpen het nummer aan, waar Lafayette Leake de swing er op de piano in houdt. Tekstueel zit het album ook vol verwijzingen, zoals het aan zijn zus gerichte Roll Over Beethoven, waar de klassieke muziek als basis dient voor de rock ’n roll. Almost Grown en Carol voeren het lijstje van rockklassiekers verder aan, denk alleen al aan alle cover die er van de nummers op het album zijn gemaakt. Chuck Berry Is on Top is de ultieme introductie tot de rock ‘n’ roll en tevens één van de hoogstaande werken uit deze muziekstijl.

4,5*

Afkomstig van mijn site Platendraaier.

Coldplay - Ghost Stories (2014)

poster
3,0
Met Mylo Xyloto sloeg de Britse band Coldplay drie jaar geleden een andere weg in die meer invloeden vanuit de dance toeliet. Op het nieuwe album Ghost Stories wat in het teken staat van de stukgelopen relatie tussen Chris Martin en Gwyneth Paltrow breiden deze invloeden zich verder uit. De successen van vorig decennium zijn moeilijk te overbruggen voor de band waardoor enige verandering op muziekgebied voor de hand lijkt te liggen.

Het album opent met Always in My Head in een stijl die ons qua rust wat doet terugdenken aan de succesvolle begintijd van Coldplay. Toch horen we in dit nummer de elektronische invloeden al lichtelijk terug komen. De breuk tussen Chris en Gwyneth is merkbaar in zowel de zang als de teksten. Ze zal altijd in zijn hoofd blijven zitten en een goede vriendschap lijkt hij niet uit te sluiten in deze openingstrack. Magic bouwt zich voort op een rustige beat en de tonen van het keyboard die in het nummer geïntroduceerd worden. Martin gelooft nog steeds in de wonderen die de relatie met zich meebrachten. Het nummer vormt geen connectie met voorgaande albums maar geeft de veranderingen weer die de band op dit album doormaakt.

Call it magic
Cut me into two
And with all your magic
I disappear from view
And I can’t get over
Can’t get over you
Still I call it magic
You’re such a precious jewel


Ink kent vrolijke tonen die worden gecombineerd met grauwe teksten die terug doen denken aan betere tijden. Chris klinkt anders dan op voorgaande werken maar weet meer te boeien dan op Mylo Xyloto. Met True Love zakt het album wat weg in onhandig geklap en een deuntje dat na enige momenten wat irritatie oplevert. Het album wat in het teken staat van de stuk gelopen relatie lijkt per nummer meer en meer de overhand te krijgen.

De verandering in het geluid van de band is in Midnight meer dan te voren merkbaar. Loungemuziek gecombineerd met dance en vreemde stemvervormingen laten ons niet geloven dat we met Coldplay te maken hebben. De band was al een andere weg ingeslagen met het voorgaande album maar lijkt hier het spoor toch bijster te zijn. Berryman past zelfs een laser harp toe wat de dance invloeden bevestigd. Daarna lijkt de band maar niet de juiste draai weten te vinden want ook Another’s Arms zit vol met onnodige beats en deuntjes die Coldplay onwaardig zijn. Op Oceans vinden we tot de verassing toch nog wat van de oude band terug. Heerlijk akoestisch en een opbouw en zang die zomaar van de band Radiohead afkomstig zou kunnen zijn en ons zeker doen terugdenken aan de eerste albums van Coldplay.

Behind the walls, love
I’m trying to change
And I’m ready for it all, love
I’m ready for the change


De groots klap krijgen we echter nog te verwerken met het totaal onnodige A Sky Full of Stars. Tim Bergling die we beter kennen als Avicci verziekt hier de boel behoorlijk. Een samenwerking die niet thuishoort in het oeuvre van Colpdplay. Gelukkig kan afsluiter O het niveau van het album een stukje omhoog tillen. Met ondersteuning van de emotionele pianoklanken kunnen we nog even tot rust komen en dit is toch hoe we de band het liefst horen. Met ingetogen nummers vol emotie en klanken die je vastpakken en niet meer loslaten.

De weg die de band met het album Mylo Xyloto was ingeslagen wordt op Ghost Stories verder doorgevoerd. Dit levert een aantal teleurstellingen op met A Sky Full of Stars met samenwerking van Avicci als absolute dieptepunt. Gelukkig bevat het album ook nog een aantal prachtige tracks die worden gevormd op een manier waarop de band het liefste aan het werk zien. De onnodige invloeden uit de elektronica brengen het album uiteindelijk op een magere voldoende. Het leek zo goed te beginnen maar Coldplay zal de piekjaren van A Rush of Blood to the Head en X&Y niet snel meer benaderen.

3*

Colin Stetson - Sorrow (2016)

poster
4,0
De Amerikaanse saxofonist Colin Stetson werd bekend door zijn samenwerking met bands als Arcade Fire, The National, Bon Iver en Godspeed You! Black Emperor. De laatstgenoemde vormt ook een duidelijk inspiratiebron voor zijn derde soloalbum Sorrow. Het is een herbewerking van de uit drie delen bestaande compositie van de Poolse Henryk Górecki. Górecki schreef het stuk in 1977 toen hij zich liet inspireren door de opkomende avant-garde beweging, terug te horen in de experimentele stijl van de compositie. De talentvolle Stetson blijkt de juiste persoon te zijn om dit stuk van zijn eigen signatuur te voorzien. Hij doet dit echter niet alleen, want voor dit complexe geheel verzamelde hij een groep aan veelgeprezen muzikanten om zich heen.

Vanaf de eerste toon wordt je vastgegrepen in het emotierijke klankenspel. Stetson weet zijn saxofoonspel op verbluffende wijze in te zetten voor het indrukwekkende geheel. De drie delen zijn elk even aangrijpend, van de klaagzang van Maria aan Jezus, de teksten van een tienermeisje aan haar moeder tijdens de tweede wereldoorlog tot aan de folk song over een dode soldaat. In het eerste deel bouwen de strijkers, blazers en gitaren op naar het vocale gedeelte, gezongen door Stetson’s zus Megan. De instrumentatie bouwt vanaf dat punt weer op naar de volgende climax, waar de percussie, gitaren en blazers samenkomen in een post rock setting. De gelaagdheid van de muziek en de diepgang van elk instrument maken het deel tot een uiterst zorgvuldig samengesteld muziekstuk. Het tweede gedeelte staat meer in het teken van de zang van mezzosopraan Megan en is qua toon een stuk donkerder dan het origineel. De emoties van het stuk worden van een grauwe ondertoon voorzien en verliezen nergens aan kracht. Het slotstuk is een hevigheid aan strijkers, synths en gitaren en duwt richting de metal om uiteindelijk terug te keren in de rust van de blazers, zang en strijkers.

Het muzikale vakmanschap van Stetson brengt de harmonieën in de groep samen en laat elk element uit de muziek de verbinding zoeken met een ander deeltje. De herinterpretatie van Górecki’s werk is heviger, bedrukter, maar soms ook subtiel en aangrijpend. Het leed is voelbaar en de thematiek aanwezig, verbitterd en rauw, donker en verdrietig.

4*

Afkomstig van mijn site Platendraaier.

Crosby, Stills, Nash & Young - Déjà Vu (1970)

poster
4,5
De in 1968 gevormde supergroep Crosby, Stills & Nash kent verschillende samenstellingen waarbij Neil Young zich later ook toevoegde. In 1970 verscheen van het viertal het album Déjà Vu dat gekenmerkt wordt door de harmonie in zang, lange opnameduur en de individuele kwaliteiten van de bandleden.
Het eerste nummer Carry On is geschreven door Stephen Stills en kent een mooie samenzang tussen de bandleden. Korte gitaarsolo’s worden afgewisseld met de teksten die ingaan op de vragen die je stelt indien een geliefde je verlaten heeft. We gaan verder in het leven maar kijken terug naar het verleden. De countryklanken van Teach Your Children vormen de basis van het nummer dat Graham Nash heeft geschreven naar aanleiding van een foto van een kind met een handgranaat van speelgoed in de hand. Het nummer gaat in op de impact op kinderen van berichten over oorlog en andere gebeurtenissen in de wereld. Opnieuw smelten de stemmen samen tot een warm geheel dat met de zonnige gitaarklanken wordt ondersteunt.

Teach your parents well, their children’s hell will slowly go by,
And feed them on your dreams, the one they fix,the one you’ll know by.
Don’t you ever ask them why, if they told you, you would cry,
So just look at them and sigh and know they love you.

Op Almost Cut My Hair horen we de scherpe gitaarsound afkomstig van Neil Young. David Crosby die het nummer heeft geschreven stuwt de teksten op met schreeuwerige zinnen. De ritmische klanken van de gitaar van Crosby verweeft zich met het gitaargeluid van Neil Young. Een sterke combinatie waarbij de gitaarsolo’s naar voren komen. Helpless wordt in de coupletten door Neil Young bezongen waarbij de achtergrondzang in het refrein door de overige bandleden wordt gevormd. De combinatie van piano, akoestische gitaar en hoge zang geeft de teksten extra waarde mee. Woodstock vormt een uitzondering op het album omdat het geschreven is door zangeres Joni Mitchell de vriend van Graham Nash in die tijd. Ondanks dat ze niet aanwezig was op het festival probeert ze toch de sfeer van het festival in het nummer te werken. De saamhorigheid en vrolijkheid klinkt terug in de versie van C,S,N & Y.

By the time we got to Woodstock
We were half a million strong
And everywhere there was song and celebration


Het gelijknamige nummer aan de albumtitel kent een korte muzikale opening waar we Crosby horen. De teksten worden op een vertellende wijze gebracht en kennen een licht ritme op gitaren en piano. Vergeleken met de rest van het album valt de track wat minder op door zijn simpelheid en zachte instrumentale gedeeltes. Op Our House wordt de kracht van de band zichtbaar door een melodieus ritme met een warme zang gebracht. Het nummer gaat in op de relatie van Nash met Joni Mitchell, een mooie ode aan de liefde.

Our house is a very, very, very fine house
With two cats in the yard
Life used to be so hard
Now everything is easy
‘Cause of you


4 + 20 is onder de meeste mensen niet erg bekent maar is in al zijn eenvoud erg mooi. Stills bezingt het leven en de tijden dat je het even niet meer ziet zitten. De klanken van het keyboard en piano vormen de ondersteuning voor Country Girl. Afkomstig van Neil Young wordt de langste nummer van de plaat in samenzang bezongen. Bij vlagen bombastisch en boeiend tot het einde aan toe door de complexe arrangementen. Afsluiter van de plaat is Everybody I Love You dat met een stevige gitaarsound opent en ritmische melodieën combineert met simpele teksten, kort maar krachtig.
Het in 1970 verschenen album Déjà Vu bevat een samenzang van uitzonderlijke kwaliteit. De combinatie van totaal verschillende stemmen en instrumentaties vormt af en toe een complex geheel ondanks de eenvoud die het naar buiten toe uitstraalt. De supergroep zou het ondanks dit succes niet lang in dit viertal volhouden maar ze laten een waardig muziekstuk over wat de boeken in kan.

4,5*

Afkomstig van Platendraaier.

Crystal Palace - Dawn of Eternity (2016)

poster
4,0
De Duitse band Crystal Palace werd in 1991 in Berlijn opgericht en heeft sindsdien verschillende personeelswisselingen ondergaan. Na hun instrumentale beginperiode maakte het gezelschap in 2011 een omslag met de toevoeging van een nieuwe gitarist en drummer. Frontman Yenz Strutz bracht de band samen op het podium met de bekende Duitse progrock band RWPL en sindsdien heeft het viertal de weg omhoog definitief gevonden. Op hun laatste album uit 2013 genaamd The System of Events werkte ze onder ander samen met leden van Porcupine Tree en RWPL. Het achtste album Dawn of Eternity kwam tot stand in samenwerking met producer Yogi Lang, die ook duidelijk zijn stempel drukt op het geheel.

Het ruim acht minuten durende Confess Your Crime klinkt vanaf begins af aan dreigend, met stevige metal riffs, harde druminslagen en het zware basspel. Toch geeft dit nummer gelijk de voortgang weer die de band heeft gemaakt, want zonder enige moeite stappen ze over naar meer elektronische klanken en harmonieuze zangstukken. Een ander aangrijpend muziekstuk is Any Colour You Need, openend met de keyboardklanken van toetsenist Frank Köhler en de aangrijpende zang van Yenz Strutz. Het nummer is een ode aan hun voormalige drummer en kan worden beschouwd als het hoogtepunt van het album. De opbouw is indrukwekkend, van de zachte en emotionele klanken, naar de zware gitaarpartijen van Nil Conrad. Het hoge niveau weten ze nummer na nummer te behouden, waar de ene keer de focus is gericht op de gitaarpartijen en de andere keer meer op de keyboards en percussie.

Verwijzingen binnen hun muziek zijn er zeker, met bands als Porcupine Tree, IQ en Dream Theater. Belangrijk is dat ze een geheel eigen stijl creëren, waarin zowel de stevige stukken als de meer melodieuze gedeeltes floreren. Dawn of Eternity is een gelaagd, melodieus en divers album, waarin de krachtige uitvoeringen de band na bijna 25 jaar een stap hoger op de muziekladder zetten.

4*

Afkomstig van mijn site Platendraaier.