Hier kun je zien welke berichten Wandelaar als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Kayak - Close to the Fire (2000)

4,0
3
geplaatst: 4 februari 2020, 10:19 uur
Close To The Fire was het tiende album van Kayak en kwam uit op 21 juni 2000. Dat was niet minder dan achttien jaar na het wat merkwaardige semi-live opgenomen Eyewitness. De koek was op destijds. Het boterde niet met de platenmaatschappij en manager Frits Hirschland en misschien was iedereen ook wel gewoon moe na jaren van volle concertagenda's en de koppeling van de bandnaam aan die ene grote hit: Ruthless Queen.
Bandleden gingen intussen hun eigen weg: Max Werner en Edward Reekers maakten solo-albums en bandmotor Ton Scherpenzeel richtte zich op Europe, een weinig succesvol vervolgbandje, speelde bij Camel en Earth & Fire, maakte een soloplaat, een paar kerkorgelplaten met Klaas-Jan Mulder en werd muzikaal begeleider van Youp.
Helemaal onverwacht kwam dit album toch niet. In 1994 verscheen Royal Bed Bouncer op CD en werd er later een TV-special van gemaakt in de NCRV-serie Classic Albums. Al in 1995 vormden Ton Scherpenzeel en Pim Koopman weer een band, die nog even geen Kayak mocht heten, en werden de eerste pennenstreken voor dit album op papier gezet. Toen Syb van der Ploeg van de Kast in ‘99 de band uitnodigde voor een optreden in de reeks 'Vrienden van Amstel Live' bleek het animo groot genoeg om de band een doorstart te geven.
Grote platenmaatschappijen zagen er echter, in tegenstelling tot de eerste periode in de jaren '70, weinig in en het project werd met plak- en knipwerk thuis en met hulp van vrienden in elkaar gezet. Het Friese Pro Acts, huislabel en theaterbureau van de Kast, zorgde voor het op de markt brengen van de CD.
Een geslaagde reünie en een leuk hobbyproject, zo moeten we het zien. Hoe ver de ambities gingen richting toekomst was nog heel onzeker.
Max Werner, de karakteristieke zanger en drummer van de band vanaf het eerste album, was hier ook weer van de partij, maar alleen om de vocalen in te zingen. Een tournee zag hij niet zitten, en gezondheidsproblemen werden hier genoemd, maar ik denk eerder dat er een verschil was in verwachtingen. Bert Heerink, een professional, zou hem spoedig vervangen.
Ik denk zo dat niet alle bandleden op dat moment door hadden dat de leuke reünie zoveel naar boven zou halen en dat er een vervolg aan gegeven ging worden. Een band die te weinig bood om van te leven, maar te groot was om vrijblijvend af en toe bij binnen te stappen. Zo bleef de band verder ook wat slingeren tussen hobby en professioneel project, in wisselende samenstellingen.
Het snel volgende Night Vision, uit 2001, is misschien daarom ook wel wat onevenwichtig. De band zocht richting. En omdat met CD's maken geen droog brood meer te verdienen viel, ging Kayak stap voor stap in de richting van een podium-act, die niet alleen een programma bracht met 'greatest hits', zoals je van een reünieband kunt verwachten, maar de grotere verhalen en theaterbeleving niet schuwde: Merlin, Nostradamus, Cleopatra. De tijd dat EMI Harvest zomaar een paar ton op tafel legde om in de beste studio's aan de slag te gaan was definitief voorbij. Zelf ondernemen en zelf produceren werd het uitgangspunt. En steeds duidelijker werd Ton Scherpenzeel de onbetwiste leider van het project Kayak 2.0. Zeker nadat Pim Koopman in 2009 onverwacht overleed.
Mooi album is dit geworden. Gestoken in dezelfde romantische sprookjesrock waar Kayak altijd zo goed in was. Beetje serieus ook wel, met hier en daar een rake kritische tekst. Natuurlijk mocht Syb van der Ploeg Ruthless Queen inzingen. Dat had hij wel verdiend. Maar ach, wat was die man verkouden. Hij haalt het eind van het lied dan ook met moeite.
De charme van deze plaat is het gevoel dat de reünie opriep. Veertigers waren ze nu. Een tweede jeugd en toch die glans van vroeger. De verwachtingen die werden gewekt. Er zat dus nog meer in het vat.
De beste plaat toch wel sinds die reünie.
Twintig jaar wordt er nu al doorgestart. Tja, het kan natuurlijk...
Bandleden gingen intussen hun eigen weg: Max Werner en Edward Reekers maakten solo-albums en bandmotor Ton Scherpenzeel richtte zich op Europe, een weinig succesvol vervolgbandje, speelde bij Camel en Earth & Fire, maakte een soloplaat, een paar kerkorgelplaten met Klaas-Jan Mulder en werd muzikaal begeleider van Youp.
Helemaal onverwacht kwam dit album toch niet. In 1994 verscheen Royal Bed Bouncer op CD en werd er later een TV-special van gemaakt in de NCRV-serie Classic Albums. Al in 1995 vormden Ton Scherpenzeel en Pim Koopman weer een band, die nog even geen Kayak mocht heten, en werden de eerste pennenstreken voor dit album op papier gezet. Toen Syb van der Ploeg van de Kast in ‘99 de band uitnodigde voor een optreden in de reeks 'Vrienden van Amstel Live' bleek het animo groot genoeg om de band een doorstart te geven.
Grote platenmaatschappijen zagen er echter, in tegenstelling tot de eerste periode in de jaren '70, weinig in en het project werd met plak- en knipwerk thuis en met hulp van vrienden in elkaar gezet. Het Friese Pro Acts, huislabel en theaterbureau van de Kast, zorgde voor het op de markt brengen van de CD.
Een geslaagde reünie en een leuk hobbyproject, zo moeten we het zien. Hoe ver de ambities gingen richting toekomst was nog heel onzeker.
Max Werner, de karakteristieke zanger en drummer van de band vanaf het eerste album, was hier ook weer van de partij, maar alleen om de vocalen in te zingen. Een tournee zag hij niet zitten, en gezondheidsproblemen werden hier genoemd, maar ik denk eerder dat er een verschil was in verwachtingen. Bert Heerink, een professional, zou hem spoedig vervangen.
Ik denk zo dat niet alle bandleden op dat moment door hadden dat de leuke reünie zoveel naar boven zou halen en dat er een vervolg aan gegeven ging worden. Een band die te weinig bood om van te leven, maar te groot was om vrijblijvend af en toe bij binnen te stappen. Zo bleef de band verder ook wat slingeren tussen hobby en professioneel project, in wisselende samenstellingen.
Het snel volgende Night Vision, uit 2001, is misschien daarom ook wel wat onevenwichtig. De band zocht richting. En omdat met CD's maken geen droog brood meer te verdienen viel, ging Kayak stap voor stap in de richting van een podium-act, die niet alleen een programma bracht met 'greatest hits', zoals je van een reünieband kunt verwachten, maar de grotere verhalen en theaterbeleving niet schuwde: Merlin, Nostradamus, Cleopatra. De tijd dat EMI Harvest zomaar een paar ton op tafel legde om in de beste studio's aan de slag te gaan was definitief voorbij. Zelf ondernemen en zelf produceren werd het uitgangspunt. En steeds duidelijker werd Ton Scherpenzeel de onbetwiste leider van het project Kayak 2.0. Zeker nadat Pim Koopman in 2009 onverwacht overleed.
Mooi album is dit geworden. Gestoken in dezelfde romantische sprookjesrock waar Kayak altijd zo goed in was. Beetje serieus ook wel, met hier en daar een rake kritische tekst. Natuurlijk mocht Syb van der Ploeg Ruthless Queen inzingen. Dat had hij wel verdiend. Maar ach, wat was die man verkouden. Hij haalt het eind van het lied dan ook met moeite.
De charme van deze plaat is het gevoel dat de reünie opriep. Veertigers waren ze nu. Een tweede jeugd en toch die glans van vroeger. De verwachtingen die werden gewekt. Er zat dus nog meer in het vat.
De beste plaat toch wel sinds die reünie.
Twintig jaar wordt er nu al doorgestart. Tja, het kan natuurlijk...
Kayak - Eyewitness (1981)

3,0
2
geplaatst: 30 juni 2019, 10:11 uur
Who's Fooling Who? Een vraag die je je wel kunt stellen bij dit album. Opgenomen in de Wisseloord Studio's met de bedoeling een live klinkend album uit te brengen. Het publiek, dat joelt, klapt en “we want more” scandeert, zag geen band staan op een podium, maar luisterde naar de tape die in de studio voor de 200 genodigden werd afgedraaid.
Die tape, zonder publiek, had Ton Scherpenzeel nog wel ergens liggen toen Pseudonym er in de jaren '90 een CD van wilde uitbrengen. De publieksversie leek jarenlang 'onvindbaar', door schaamte te goed weggestopt waarschijnlijk. Universal wist echter nog wel waar het bandje lag, want bracht in 2013 alsnog deze versie met goedkoop gejoel op de markt. Voorzien van de originele hoes, die hierboven terecht staat afgebeeld, mooi of niet.
Er wordt best gedreven gespeeld en gezongen hier. Er zit pit in en Reekers klinkt zelfverzekerd. Nog eenmaal gooit Kayak zijn meest bekende nummers in de arena om daarna, onder luid applaus, het veld te ruimen. Maar, het ligt er net een beetje te dik bovenop. Het publiek kwam niet écht voor Kayak. En de mix wringt. Er is geen levende interactie. Het had zoveel beter gekund, dit afscheid.
Even leek het erop, amper een jaar eerder, dat Kayak de smaak weer goed te pakken had. Na het wat dubieuze Amerika-avontuur van Periscope Life. Op de A-kant van Merlin hoorden we een Kayak in topvorm. Het begin van een nieuw progressief leven, zo leek het. Toch gestopt. Op het juiste moment?
Ik denk dat je niet moet onderschatten wat de voorgaande acht jaren gedaan hadden met de band.
Kayak heeft het zich nooit echt gemakkelijk gemaakt. Probeerde zichzelf te overtreffen en tegelijk de platenmaatschappij tevreden te stellen. Belangrijk breekpunt moet ook wel geweest zijn de vertroebelde relatie met manager Frits Hirschland; een bizarre figuur in platenland. Dat maakte het er niet leuker op.
Nee, dit kan geen hoogtepunt genoemd worden in de geschiedenis van deze ambitieuze band. Lyrics mag nog net geen 2 minuten duren en de band lijkt wel een beetje haast te hebben. Snel deze klus geklaard en dan grote vakantie. Best begrijpelijk.
Die tape, zonder publiek, had Ton Scherpenzeel nog wel ergens liggen toen Pseudonym er in de jaren '90 een CD van wilde uitbrengen. De publieksversie leek jarenlang 'onvindbaar', door schaamte te goed weggestopt waarschijnlijk. Universal wist echter nog wel waar het bandje lag, want bracht in 2013 alsnog deze versie met goedkoop gejoel op de markt. Voorzien van de originele hoes, die hierboven terecht staat afgebeeld, mooi of niet.
Er wordt best gedreven gespeeld en gezongen hier. Er zit pit in en Reekers klinkt zelfverzekerd. Nog eenmaal gooit Kayak zijn meest bekende nummers in de arena om daarna, onder luid applaus, het veld te ruimen. Maar, het ligt er net een beetje te dik bovenop. Het publiek kwam niet écht voor Kayak. En de mix wringt. Er is geen levende interactie. Het had zoveel beter gekund, dit afscheid.
Even leek het erop, amper een jaar eerder, dat Kayak de smaak weer goed te pakken had. Na het wat dubieuze Amerika-avontuur van Periscope Life. Op de A-kant van Merlin hoorden we een Kayak in topvorm. Het begin van een nieuw progressief leven, zo leek het. Toch gestopt. Op het juiste moment?
Ik denk dat je niet moet onderschatten wat de voorgaande acht jaren gedaan hadden met de band.
Kayak heeft het zich nooit echt gemakkelijk gemaakt. Probeerde zichzelf te overtreffen en tegelijk de platenmaatschappij tevreden te stellen. Belangrijk breekpunt moet ook wel geweest zijn de vertroebelde relatie met manager Frits Hirschland; een bizarre figuur in platenland. Dat maakte het er niet leuker op.
Nee, dit kan geen hoogtepunt genoemd worden in de geschiedenis van deze ambitieuze band. Lyrics mag nog net geen 2 minuten duren en de band lijkt wel een beetje haast te hebben. Snel deze klus geklaard en dan grote vakantie. Best begrijpelijk.
Kayak - Kayak (1974)
Alternatieve titel: Kayak (2nd Album)

5,0
0
geplaatst: 10 januari 2020, 12:38 uur
Niet te lang dit album en je verveelt je geen moment. Een bundeling van alle creatieve krachten. Inmiddels mijn favoriete album van de band en terecht gekomen in mijn album Top 10.
Kayak - Out of This World (2021)

4,0
1
geplaatst: 18 januari 2022, 09:04 uur
Dit jaar draait Kayak 50 jaar mee in de nederrockscene en valt het doek voor de band. Ton Scherpenzeel, het laatste lid van de originele bezetting, zet er een punt achter. In 2000 kwam Kayak verrassend terug na 18 jaar afwezigheid met het fraaie album Close to the Fire en een succesvolle periode volgde. Daarna het drama van het plotseling overlijden van Pim Koopman in 2009 en het al even onverwachte uiteenspatten van de band in 2015 tijdens de Cleopatra-tour.
Maar Ton Scherpenzeel vormde een nieuwe band om zich heen en bewees over veerkracht en inspiratie te beschikken met album nummer 17. Toen volgde de hartaanval bij Ton en de corona-ellende. Hoeveel tegenslag kun je hebben. Zonder theateroptredens is het toch wel erg lastig. Maar de stille periode gaf kennelijk ruimte om aan een nieuw album te werken. Corona-proof op anderhalve meter en in diverse studio's ingespeeld, met zowaar een echte strijkerssectie.
Kennelijk lag er nog wat op de plank dat uitgewerkt kon worden. En het lijkt er een beetje op dat selecteren ook nu weer een lastige klus was. Uiteindelijk gaat het album over de 70 minuten speelduur en is het een bonte verzameling van ideeën geworden. Die variatie maakt de plaat ook een beetje lastig te hanteren.
Verrast word ik vooral door de fraaie miniatuurtjes, zoals ik ook Waiting zou willen noemen, niet door de epische progrockstukken, die me teveel barok zijn en gezwollen in muzikale lijntjes en ook tekstueel 'over the top'.
Mooi zijn voor mij vooral het instrumentale Kaja, de aardige single Mystery en de meer poppy nummers As the Crow Flies, The Way She Said Goodbye, en de fraaie 'naakte' song One by One.
Ik besef dat je een heel andere keuze kunt maken van favorieten op dit album en daarmee is het duidelijk dat Kayak ook hier weer voor de sandwich-formule gekozen heeft. Zoals ook bij voorgaande 'gewone' albums probeert de band op tenminste twee publieksgroepen te mikken. Een sterke popsong met een goede melodie, daarin blinkt Ton Scherpenzeel vooral uit, vind ik. De meer ingewikkelde prog-werkjes komen me wat gekunsteld over. Ik maak het niet helemaal mee om het zo te zeggen. Zo heeft de opener Out of this World net een beetje teveel van alles en klinkt irritant bombastisch. Zo ook A Writer's Tale, dat me niet echt boeien kan. Overladen met symboliek en drama is het nu en dan. Zwaar in levensbeschouwing en zelden om opgewekt van te raken. Dat is Kayak altijd wel geweest en daarmee is dit ook wel weer een herkenbare Kayakplaat.
Niet de sterkste uit 50 jaar, maar als dit de laatste is: zeker memorabel.
Maar Ton Scherpenzeel vormde een nieuwe band om zich heen en bewees over veerkracht en inspiratie te beschikken met album nummer 17. Toen volgde de hartaanval bij Ton en de corona-ellende. Hoeveel tegenslag kun je hebben. Zonder theateroptredens is het toch wel erg lastig. Maar de stille periode gaf kennelijk ruimte om aan een nieuw album te werken. Corona-proof op anderhalve meter en in diverse studio's ingespeeld, met zowaar een echte strijkerssectie.
Kennelijk lag er nog wat op de plank dat uitgewerkt kon worden. En het lijkt er een beetje op dat selecteren ook nu weer een lastige klus was. Uiteindelijk gaat het album over de 70 minuten speelduur en is het een bonte verzameling van ideeën geworden. Die variatie maakt de plaat ook een beetje lastig te hanteren.
Verrast word ik vooral door de fraaie miniatuurtjes, zoals ik ook Waiting zou willen noemen, niet door de epische progrockstukken, die me teveel barok zijn en gezwollen in muzikale lijntjes en ook tekstueel 'over the top'.
Mooi zijn voor mij vooral het instrumentale Kaja, de aardige single Mystery en de meer poppy nummers As the Crow Flies, The Way She Said Goodbye, en de fraaie 'naakte' song One by One.
Ik besef dat je een heel andere keuze kunt maken van favorieten op dit album en daarmee is het duidelijk dat Kayak ook hier weer voor de sandwich-formule gekozen heeft. Zoals ook bij voorgaande 'gewone' albums probeert de band op tenminste twee publieksgroepen te mikken. Een sterke popsong met een goede melodie, daarin blinkt Ton Scherpenzeel vooral uit, vind ik. De meer ingewikkelde prog-werkjes komen me wat gekunsteld over. Ik maak het niet helemaal mee om het zo te zeggen. Zo heeft de opener Out of this World net een beetje teveel van alles en klinkt irritant bombastisch. Zo ook A Writer's Tale, dat me niet echt boeien kan. Overladen met symboliek en drama is het nu en dan. Zwaar in levensbeschouwing en zelden om opgewekt van te raken. Dat is Kayak altijd wel geweest en daarmee is dit ook wel weer een herkenbare Kayakplaat.
Niet de sterkste uit 50 jaar, maar als dit de laatste is: zeker memorabel.
Kayak - Periscope Life (1980)

3,0
1
geplaatst: 16 januari 2020, 14:58 uur
Uitgebracht op 1 maart 1980, opgenomen in september en oktober 1979 en nu dus eigenlijk al 40 jaar oud.
Periscope Life had de grote doorbraak naar de VS kunnen en moeten betekenen. Dat werd het toch niet.
Als opvolger van het succesvolle Phantom of the Night kon dit album net wat minder potten breken.
Mooi is het statige thema van de film 'Spetters': Lost Blue of Chartres. Ook het op klassieke leest geschoeide Anne is prachtig.
Neemt niet weg dat er nummers op de lijst staan die voor Kayak-begrippen wel erg lichtvoetig zijn. Ik noem dan: Stop That Song (met de leuke toetertjes), het huppelende The Sight en One Way Or Another, waarvan je het refrein een kilometer tevoren al voelt aankomen.
Mooi melancholisch zijn wel: If You Really Need Me Now en Sad to Say Farewell. Het is repertoire waar zanger Edward Reekers wat mee kon. Nee, erg progressief klonk het allemaal niet meer op dit album.
Melodieuze popmuziek. Beetje Abba en BZN? Oei, dat klinkt niet aardig. Het volgende album zou dat probleem helemaal oplossen. Of tenminste voor de helft.
Periscope Life had de grote doorbraak naar de VS kunnen en moeten betekenen. Dat werd het toch niet.
Als opvolger van het succesvolle Phantom of the Night kon dit album net wat minder potten breken.
Mooi is het statige thema van de film 'Spetters': Lost Blue of Chartres. Ook het op klassieke leest geschoeide Anne is prachtig.
Neemt niet weg dat er nummers op de lijst staan die voor Kayak-begrippen wel erg lichtvoetig zijn. Ik noem dan: Stop That Song (met de leuke toetertjes), het huppelende The Sight en One Way Or Another, waarvan je het refrein een kilometer tevoren al voelt aankomen.
Mooi melancholisch zijn wel: If You Really Need Me Now en Sad to Say Farewell. Het is repertoire waar zanger Edward Reekers wat mee kon. Nee, erg progressief klonk het allemaal niet meer op dit album.
Melodieuze popmuziek. Beetje Abba en BZN? Oei, dat klinkt niet aardig. Het volgende album zou dat probleem helemaal oplossen. Of tenminste voor de helft.
Kayak - The Last Encore (1976)

5,0
3
geplaatst: 1 juli 2019, 12:10 uur
Vreemde gedachte dat Pim Koopman (1953-2009), die op dit album zo'n prominente rol had als componist, net zo oud is geworden als ik op dit moment ben: 56 jaar jong. Een bourgondische hartelijke man en musicus in hart en nieren. Maar ook: onrustig en gedreven. Hij leed regelmatig aan paniekaanvallen en kneep er dan even tussenuit. Bij Kayak vanaf het eerste uur en na dit album verliet hij de band om bij de reünie in 2000 weer aan te sluiten. Voor EMI werd hij een producer van formaat, ontdekker van o.a. Maywood, en later: stemacteur.
Deze Pim dus leverde voor The Last Encore maar liefst 6 van de 12 songs. Koopman kon tegenwicht bieden aan Ton Scherpenzeel, die het druk had met trouwen en een huisje bouwen. Hij had een bijzonder goed gevoel voor liedjes schrijven en kon een 3 minutensong maken met kop en staart, die je de hele dag door het hoofd bleef zingen. Do You Care is zeker zo'n song met singlepotentie. Maar ook langere, meer uitgesponnen rocknummers, met dramatische diepgang zoals: Still My Heart Cries for You en Evocation. Het korte slotnummer Well Done droeg Koopman op aan zijn moeder. Ze overleed onverwacht toen Pim amper 20 jaar oud was.
The Last Encore is nog volop een progressief rockalbum. Hierna zouden jaren volgen met een meer popgericht geluid. Mogelijk heeft Pim wel eens spijt gehad van zijn vertrek in 1976. Hier nog maar 23 jaar. Meer dan wie ook had hij het in zich pop en rock op aantrekkelijke wijze te verenigen. Een groot producer in de dop.
Het album heeft een bijzondere sfeer. Zwaar, wat gedragen en klassiek tijdloos en mogelijk koos Scherpenzeel er daarom voor een luchtige toon aan te slaan met het kolderieke Love Me Tonight / Get on Board als intermezzo. Een beetje geforceerd, achteraf. Waren de voorgaande albums sterk beïnvloed door het sferische mellotron geluid van de progressieve rock in die beginjaren, nu was de productie wat minder dicht gesmeerd en namen vooral piano en studio-orkest een opvallende plaats in. De goede opname maakt dit album ook voor de audiofiele luisteraar een belevenis.
Het album werd opgenomen in Brussel, met technicus Alan Ward in mei, juni en juli 1976. Het moet een soort vakantie geweest zijn voor de bandleden. In het luxe hotel werden regelmatig kussengevechten gehouden en ging het er ontspannen aan toe. Bij de labelwissel van EMI naar Phonogram werden kosten noch moeite gespaard om de band een succesvol vervolg te geven. Een succes werd dit album echter niet. Maar Phonogram zou geen spijt krijgen. Hierna zouden Starlight Dancer (1977) en vooral Phantom of the Night (1978) het heel goed doen bij het platen kopend publiek.
Deze Pim dus leverde voor The Last Encore maar liefst 6 van de 12 songs. Koopman kon tegenwicht bieden aan Ton Scherpenzeel, die het druk had met trouwen en een huisje bouwen. Hij had een bijzonder goed gevoel voor liedjes schrijven en kon een 3 minutensong maken met kop en staart, die je de hele dag door het hoofd bleef zingen. Do You Care is zeker zo'n song met singlepotentie. Maar ook langere, meer uitgesponnen rocknummers, met dramatische diepgang zoals: Still My Heart Cries for You en Evocation. Het korte slotnummer Well Done droeg Koopman op aan zijn moeder. Ze overleed onverwacht toen Pim amper 20 jaar oud was.
The Last Encore is nog volop een progressief rockalbum. Hierna zouden jaren volgen met een meer popgericht geluid. Mogelijk heeft Pim wel eens spijt gehad van zijn vertrek in 1976. Hier nog maar 23 jaar. Meer dan wie ook had hij het in zich pop en rock op aantrekkelijke wijze te verenigen. Een groot producer in de dop.
Het album heeft een bijzondere sfeer. Zwaar, wat gedragen en klassiek tijdloos en mogelijk koos Scherpenzeel er daarom voor een luchtige toon aan te slaan met het kolderieke Love Me Tonight / Get on Board als intermezzo. Een beetje geforceerd, achteraf. Waren de voorgaande albums sterk beïnvloed door het sferische mellotron geluid van de progressieve rock in die beginjaren, nu was de productie wat minder dicht gesmeerd en namen vooral piano en studio-orkest een opvallende plaats in. De goede opname maakt dit album ook voor de audiofiele luisteraar een belevenis.
Het album werd opgenomen in Brussel, met technicus Alan Ward in mei, juni en juli 1976. Het moet een soort vakantie geweest zijn voor de bandleden. In het luxe hotel werden regelmatig kussengevechten gehouden en ging het er ontspannen aan toe. Bij de labelwissel van EMI naar Phonogram werden kosten noch moeite gespaard om de band een succesvol vervolg te geven. Een succes werd dit album echter niet. Maar Phonogram zou geen spijt krijgen. Hierna zouden Starlight Dancer (1977) en vooral Phantom of the Night (1978) het heel goed doen bij het platen kopend publiek.
