Hier kun je zien welke berichten Wandelaar als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Eagles - Desperado (1973)

5,0
0
geplaatst: 25 januari 2024, 20:05 uur
Tweede album en we horen in de eerste song al meteen de stem van Don Henley op de voorgrond. Laat ik zeggen: het western-rock&roll gehalte op dit album is overal aanwezig en we maken een trip door het wilde westen met de cowboys. Dat is aardig en onderscheidend ten opzichte van het meer ingetogen debuut. De contrasten zijn hier groot en niet alles is even geslaagd. Daar staan dan wel kapitale monumenten als Desperado en Tequila Sunrise tegenover. Een gewaagde plaat. De groep was bezig een eigen geluid te ontwikkelen en de strijd om de richting begon voelbaar te worden Ook nu nog een echte groepsplaat en geen conceptwerk. Bitter Creek is een prachtsong, die wel dicht in de buurt komt van de harmonie van CSN&Y.
Eagles is hard op weg een band van formaat te worden.
Eagles is hard op weg een band van formaat te worden.
Eagles - Eagles (1972)

4,0
2
geplaatst: 25 januari 2024, 19:44 uur
Met de 'sixpack box' in huis, met alle reguliere albums uit de jaren ‘70 in een zwart doosje, ga ik er nog eens goed voor zitten en dompel me onder in dat heerlijke countryrock-geluid van de band zonder lidwoord: Eagles. Vanaf een paar elpees en de rest op cassettebandjes luisterde ik zo eind jaren zeventig naar deze oer amerikaanse band. Altijd had ik al meer met de Amerikaanse dan met de Engelse muziek. Moest ik kiezen tussen Beatles en Beach Boys, dan koos ik, soms tegen beter weten in, voor de laatste. Niet beter, maar warmer, emotioneler, rechtstreekser dan die aardige maar minder lekkere Merseysound. Meer uit het hart, minder in het hoofd.
Nu de sprong naar de geweldige vondst uit die jaren: Eagles: countryrock. Het genre was al ontwikkeld door Buffalo Springfield, The Byrds en The Flying Burrito Brothers. Wat de Eagles (ook ik kan het niet laten en gebruik het lidwoord) deden was de vertaling naar een nieuwe generatie, een album kopend publiek, met uitstekende eenvoudig klinkende songs. Niet overdadig met fiddle en steelguitar in de countryhoek gezet, maar wel met de kenmerkende harmoniezang. Een geweldige zanggroep. En op dit eerste album doen alle bandleden nog een duit in het zakje. Er heerste nog een soort democratie. Het was groepswerk. Het sterrendom was de centrale bandleden nog niet naar het hoofd gestegen.
Een puike plaat dus, dit debuut. Mag ik even helemaal los gaan bij Earlybird ? Geweldig!.
Nu de sprong naar de geweldige vondst uit die jaren: Eagles: countryrock. Het genre was al ontwikkeld door Buffalo Springfield, The Byrds en The Flying Burrito Brothers. Wat de Eagles (ook ik kan het niet laten en gebruik het lidwoord) deden was de vertaling naar een nieuwe generatie, een album kopend publiek, met uitstekende eenvoudig klinkende songs. Niet overdadig met fiddle en steelguitar in de countryhoek gezet, maar wel met de kenmerkende harmoniezang. Een geweldige zanggroep. En op dit eerste album doen alle bandleden nog een duit in het zakje. Er heerste nog een soort democratie. Het was groepswerk. Het sterrendom was de centrale bandleden nog niet naar het hoofd gestegen.
Een puike plaat dus, dit debuut. Mag ik even helemaal los gaan bij Earlybird ? Geweldig!.
Eagles - Eagles Live (1980)

4,0
1
geplaatst: 2 februari 2024, 17:49 uur
Vorige week heb ik vluchtig de zes studio-albums van Eagles, uit het zwarte sixpack CD-boxje, langs laten komen, besproken en ben daarmee weer terug beland in een oude muzikale liefde uit de jaren ‘70. Zeker, ik luisterde Supertramp, Procol Harum, Steely Dan, Genesis, Focus en Bob Dylan, maar ook deze door-en-door Amerikaanse band met het typische geluid van de westcoast, ook al kwam geen van de bandleden oorspronkelijk uit California. Een stel getalenteerde muzikanten, dat elkaar vond in de de smeltkroes van L.A. en de countryrock omarmden.
Dat weet natuurlijk iedereen al en het is allemaal geschiedenis. Dat het geen sprookje was weten we dankzij de niets verhullende documentaires. Maar, om nu weer de 45 jaar oude vetes uit de kast te halen en daarover te treuren, dat gaat me te ver. De tijd heelt niet alle, maar toch wel een paar wonden.
De studioplaten waren niet mis. Een constant hoog niveau en een heel herkenbaar eigen Eagles-geluid. Over het laatste product uit die reeks, The Long Run (1979) kun je verschillend denken en ook ik kan dat album maar voor de helft echt waarderen, maar met het glas halfvol, heb je toch nog genoeg over, is mijn redenering.
En dan, in 1980, als slotakkoord van die roerige jaren ‘70, dit live-dubbelalbum. Hoe gezellig het was in de kleedkamers, hoef ik niet te weten, maar merk wel op dat er hier een prachtig stuk samenwerking te horen is. Laat ik het gerust harmonie noemen. Met nét iets meer beleving en emotie dan op de keurig ingespeelde studioplaten, komt de essentie van het repertoire nog sterker naar voren. Het is genieten, zelfs met de wetenschap dat er wat gerommeld moet zijn met de opnames en het publiek hier en daar een tikje onnatuurlijk erin gemixt is. Laten we zeggen dat live de basis was en dat die opnames in de studio rechtgetrokken zijn tot een klinkend resultaat.
Er zijn twee series concerten gebruikt. De oudste serie is uit 1976 en daarvan vinden we New Kid in Town, Wasted Time, Take it to the Limit, Doolin Dalton (Reprise II) en Desperado op deze dubbelaar. Dit zal de Hotel California-tour geweest zijn. De rest van de opnames is uit de Long Run-tour van zomer 1980. Life’s been Good is het snijdend kritische commentaar van Joe Walsh op de muziekindustrie, te vinden op de soundtrack FM en op But Seriously, Folks …, zijn soloplaat uit 1978. Een sterke song en stevig neergezet.
Vaak is opgemerkt dat Eagles Live wat meer rock laat horen en wat minder sentimentele country-ballads. Dat is maar gedeeltelijk waar en vooral op de tweede schijf tel ik toch overwegend langzame harmonie-zang-nummers met als oppeppers All Night Long en Life in the Fast Lane. Het klinkt niet geforceerd, want het zijn de twee bekende gezichten van de band, die dan toch weer optimaal samenkomen in slotnummer Take it Easy met Glenn Frey.
Ik kan dus best, na 44 jaar, erg genieten van deze Eagles Live. Oké, er is dus wat gemanipuleerd, zoals ook Supertramp’s Paris een gedeeltelijk studioproject was. Maar kennelijk was het nodig om dit tot een live-klinkend album te maken. Vandaag de dag is manipulatie aan de orde van de dag en heel wat kwalijker dan we hier voorbij horen komen. Een album kan nooit een rechtstreekse concertregistratie zijn en heeft bewerking nodig om het thuis ook een beetje leuk uit de speakers te laten komen.
Een sterk album, minder clean dan de reguliere studioplaten en een fraaie samenvatting van wat de mannen tot aan hun afscheid in petto hadden. Ondanks de spanningen, toch heel professioneel en muzikaal dik in orde.
Voor wie de kaarten al in huis heeft: veel plezier in Gelredome, 13 juni a.s. Het is de investering vast waard.
Dat weet natuurlijk iedereen al en het is allemaal geschiedenis. Dat het geen sprookje was weten we dankzij de niets verhullende documentaires. Maar, om nu weer de 45 jaar oude vetes uit de kast te halen en daarover te treuren, dat gaat me te ver. De tijd heelt niet alle, maar toch wel een paar wonden.
De studioplaten waren niet mis. Een constant hoog niveau en een heel herkenbaar eigen Eagles-geluid. Over het laatste product uit die reeks, The Long Run (1979) kun je verschillend denken en ook ik kan dat album maar voor de helft echt waarderen, maar met het glas halfvol, heb je toch nog genoeg over, is mijn redenering.
En dan, in 1980, als slotakkoord van die roerige jaren ‘70, dit live-dubbelalbum. Hoe gezellig het was in de kleedkamers, hoef ik niet te weten, maar merk wel op dat er hier een prachtig stuk samenwerking te horen is. Laat ik het gerust harmonie noemen. Met nét iets meer beleving en emotie dan op de keurig ingespeelde studioplaten, komt de essentie van het repertoire nog sterker naar voren. Het is genieten, zelfs met de wetenschap dat er wat gerommeld moet zijn met de opnames en het publiek hier en daar een tikje onnatuurlijk erin gemixt is. Laten we zeggen dat live de basis was en dat die opnames in de studio rechtgetrokken zijn tot een klinkend resultaat.
Er zijn twee series concerten gebruikt. De oudste serie is uit 1976 en daarvan vinden we New Kid in Town, Wasted Time, Take it to the Limit, Doolin Dalton (Reprise II) en Desperado op deze dubbelaar. Dit zal de Hotel California-tour geweest zijn. De rest van de opnames is uit de Long Run-tour van zomer 1980. Life’s been Good is het snijdend kritische commentaar van Joe Walsh op de muziekindustrie, te vinden op de soundtrack FM en op But Seriously, Folks …, zijn soloplaat uit 1978. Een sterke song en stevig neergezet.
Vaak is opgemerkt dat Eagles Live wat meer rock laat horen en wat minder sentimentele country-ballads. Dat is maar gedeeltelijk waar en vooral op de tweede schijf tel ik toch overwegend langzame harmonie-zang-nummers met als oppeppers All Night Long en Life in the Fast Lane. Het klinkt niet geforceerd, want het zijn de twee bekende gezichten van de band, die dan toch weer optimaal samenkomen in slotnummer Take it Easy met Glenn Frey.
Ik kan dus best, na 44 jaar, erg genieten van deze Eagles Live. Oké, er is dus wat gemanipuleerd, zoals ook Supertramp’s Paris een gedeeltelijk studioproject was. Maar kennelijk was het nodig om dit tot een live-klinkend album te maken. Vandaag de dag is manipulatie aan de orde van de dag en heel wat kwalijker dan we hier voorbij horen komen. Een album kan nooit een rechtstreekse concertregistratie zijn en heeft bewerking nodig om het thuis ook een beetje leuk uit de speakers te laten komen.
Een sterk album, minder clean dan de reguliere studioplaten en een fraaie samenvatting van wat de mannen tot aan hun afscheid in petto hadden. Ondanks de spanningen, toch heel professioneel en muzikaal dik in orde.
Voor wie de kaarten al in huis heeft: veel plezier in Gelredome, 13 juni a.s. Het is de investering vast waard.
Eagles - Hotel California (1976)

4,0
2
geplaatst: 25 januari 2024, 20:55 uur
Wat valt hierover nog te zeggen en te schrijven. Een album dat zo'n beetje in het dna van een generatie is gaan zitten. Perfectie is een eng woord als het om muziek gaat, steriliteit ligt dan op de loer, maar hier komt het dichtbij, heel dichtbij. Door de status nauwelijks nog van een zinnig commentaar te voorzien. Ik gebruik geen superlatieven. De titeltrack is een anthem van formaat. Komt het langs, dan gaan er aanstekers omhoog. Ook best wel truttig, deze aanbidding. Horen we eigenlijk nog waar het over gaat? Geen vrolijke deun. Zeker niet. Het feestje van de hippie-generatie is voorbij. Het licht gaat aan, de drankflessen worden bij elkaar geraapt en net als je denkt naar huis te kunnen gaan, ontdek je de gesloten poort. Eenmaal in de grote wereld van de volwassenheid beland, is er geen weg terug: 'you can never leave.' En zo meandert en treurt het het grootste deel van de plaat maar door. Met één frisgeschoren uitzondering: A New Kid in Town. Er is altijd reden om te hopen.
Eagles - Long Road Out of Eden (2007)

4,0
1
geplaatst: 2 februari 2024, 20:03 uur
Dat het album te lang is en dus best een director’s cut had kunnen gebruiken voor een beter resultaat, wordt hierboven al meermalen genoemd. Het is een klacht bij veel dubbelalbums. Ik weet niet of dat het probleem is. Wanneer anderhalf uur luisteren je zwaar valt, is er iets anders aan de hand. Dat probleem heb ik niet.
Je moet er dus even de tijd voor nemen. Het eerste plaatje heeft een vrij softe boyband-achtige sfeer. I Don't Want to Hear Any More is prachtig, maar ja, een beetje voor meisjes toch. Het is net niet het venijnige randje dat we kennen van de band van zo’n 30 jaar eerder. Mooie liedjes, zeker, goed gezongen, uitstekend opgenomen, en weinig bands kunnen tippen aan dit niveau. Maar is het Eagles?
Tja, mooie liedjes zijn best aan mij besteed, daar niet van …. plaatje 2 dan maar.
Dan is daar vanuit de stilte van de woestijn die prachtige broeierige lange titeltrack. Was het één schijfje geworden, dan had deze er absoluut op gestaan. Henley neemt hier weer de lead en dat was echt nodig. Ik hoor een gitaar soleren, erg fraai. Hotel California? Vooruit, zoiets is ‘t wel. Maar dan beter.
I Dreamed There Was No War. Mooi Glenn. Blijf dromen daarboven, dat is harder nodig dan ooit.
Nu gaat het tempo wat omhoog. Yes! Somebody. Dat was hier hard nodig. Drumstokjes erbij op
Frail Grasp on the Big Picture. Opnieuw een sterk nummer in de beste Eagles-traditie.
Last Good Time in Town vraagt wat meer draaibeurten om te bevatten. Maar ik hoor opnieuw fraai gitaarwerk en een strak ritme. Heel anders weer is het klein en teder gehouden I Love to Watch a Woman Dance. Na het stevige Business as Usual gaat het bedachtzamer naar het einde om tot slot het calypso-achtige It’s You World Now, een song van Glenn Frey in te zetten.
Een laatste groet van deze Eagles. Hun definitief laatste album. Of beter: twee albums in één, waarbij de opmerking dat het tweede schijfje me aanmerkelijk beter bevalt.
Je moet er dus even de tijd voor nemen. Het eerste plaatje heeft een vrij softe boyband-achtige sfeer. I Don't Want to Hear Any More is prachtig, maar ja, een beetje voor meisjes toch. Het is net niet het venijnige randje dat we kennen van de band van zo’n 30 jaar eerder. Mooie liedjes, zeker, goed gezongen, uitstekend opgenomen, en weinig bands kunnen tippen aan dit niveau. Maar is het Eagles?
Tja, mooie liedjes zijn best aan mij besteed, daar niet van …. plaatje 2 dan maar.
Dan is daar vanuit de stilte van de woestijn die prachtige broeierige lange titeltrack. Was het één schijfje geworden, dan had deze er absoluut op gestaan. Henley neemt hier weer de lead en dat was echt nodig. Ik hoor een gitaar soleren, erg fraai. Hotel California? Vooruit, zoiets is ‘t wel. Maar dan beter.
I Dreamed There Was No War. Mooi Glenn. Blijf dromen daarboven, dat is harder nodig dan ooit.
Nu gaat het tempo wat omhoog. Yes! Somebody. Dat was hier hard nodig. Drumstokjes erbij op
Frail Grasp on the Big Picture. Opnieuw een sterk nummer in de beste Eagles-traditie.
Last Good Time in Town vraagt wat meer draaibeurten om te bevatten. Maar ik hoor opnieuw fraai gitaarwerk en een strak ritme. Heel anders weer is het klein en teder gehouden I Love to Watch a Woman Dance. Na het stevige Business as Usual gaat het bedachtzamer naar het einde om tot slot het calypso-achtige It’s You World Now, een song van Glenn Frey in te zetten.
Een laatste groet van deze Eagles. Hun definitief laatste album. Of beter: twee albums in één, waarbij de opmerking dat het tweede schijfje me aanmerkelijk beter bevalt.
Eagles - On the Border (1974)

4,0
0
geplaatst: 25 januari 2024, 20:12 uur
Dit album van de band ken ik het beste omdat ik het al in 1975 op cassettebandje had opgenomen en helemaal tot kreukels draaide. Midnight Flyer, My Man, Ol '55 kan ik dromen. De ballads, zeg maar. Wat een emotie, vooral in dat laatstgenoemde nummer. Ik houd het met moeite droog. Heerlijk sentiment. En dan natuurlijk The Best of My Love. Als tiener zwijmelde ik hierop. Dat betekent dat ik de steviger rocknummers, met uitzondering van de titeltrack, wat sneller doorspoelde. Daar krijg je kreukelige bandjes van, dat weet ik.
Want tussen al die harmonie werd het duidelijk dat Eagles ook wel wat steviger konden rocken en dat betekende zo langzamerhand een koerswijziging.
Want tussen al die harmonie werd het duidelijk dat Eagles ook wel wat steviger konden rocken en dat betekende zo langzamerhand een koerswijziging.
Eagles - One of These Nights (1975)

4,0
0
geplaatst: 25 januari 2024, 20:28 uur
Nu een spannend moment. Was Eagles in 1975 nog dezelfde band? De introductie van Joe Walsh moest het ruige gehalte van de mannen uit het wilde westen omhoog stuwen. En met succes. Een stoere plaat met meer gitaarrock en minder country. Binnenkomer One of These Nights leek dit te bewijzen. Toch ook weer niet helemaal. Want een nummer als Hollywood Waltz was weer helemaal old-school emotionele countryrock. Dat zijn toch wel de nummers waar ik van ondersteboven ga. Heerlijk. Na het mysterieuze en bijna klassiek orkestrale Journey of the Sorcerer - een waar studioproject, gaan we op kant 2 verder met het all-time favoriete Lyin' Eyes. Een kanjer, eenvoudig, rechttoe rechtaan uit het hart en de hitparade in. Het verveelt niet. Trage, gearriveerde loomheid - we zullen het op het volgende album volop ontmoeten - vinden we in Take It to the Limit. Studioviolen vinden we ook in het minst geslaagde nummer: I Wish You Peace. Het is een beetje Let it Grow van Eric Clapton, maar dan in suikerzoete versie. Eagles op z'n popst. De plaat gaat als een nachtkaars uit.
Eagles - The Long Run (1979)

3,0
1
geplaatst: 25 januari 2024, 21:08 uur
In 1979 kocht ik de single met de dubbel a-kant als ik het me goed herinner: The Long Run en Heartache Tonight. Geen echt beste nummers. Maar in het jaar van de disco toch nog een beetje glans naast 'Another Brick in the Wall'. De seventies waren nog net niet voorbij. En Eagles deden hun best de tijd te verstaan en een beetje mee te huppelen in het ritme van het jaar. Helemaal van harte klinkt dit laatste reguliere album niet. Maar liefst drie jaar na Hotel California. Het moet een zware bevalling geweest zijn. Een tikje vermoeid klinkt het. Zwart is de hoes. De titel zegt genoeg. Toch staan er echt grote parels op.
En daar komen ze: In the City, geweldig gitaarrocknummer. En het rustig bedachtzame I Can't Tell You Why en The Sad Café. Over die laatste twee geen kwaad woord. De rest van het album ... ik begrijp het niet, kan er niet bij, laten we het daar maar op houden.
En zo verliep mijn avondje sixpack CD-box Eagles. Erg genoeglijk. Zeker, met een kop thee. De koek is op. Maar de plaatjes ga ik de komende tijd weer vaker draaien. Dat is zeker.
En daar komen ze: In the City, geweldig gitaarrocknummer. En het rustig bedachtzame I Can't Tell You Why en The Sad Café. Over die laatste twee geen kwaad woord. De rest van het album ... ik begrijp het niet, kan er niet bij, laten we het daar maar op houden.
En zo verliep mijn avondje sixpack CD-box Eagles. Erg genoeglijk. Zeker, met een kop thee. De koek is op. Maar de plaatjes ga ik de komende tijd weer vaker draaien. Dat is zeker.
Earth & Fire - Earth & Fire (1995)

3,0
0
geplaatst: 8 februari 2025, 11:17 uur
Deze naamloze verzamelaar verscheen onder licentie van Red Bullet Productions op het onbekende Azza label. Ongetwijfeld als budget-CD op de markt gebracht. Het karige hoesje informeert ons maar heel miniem over de inhoud. Inmiddels zijn CD's van Earth&Fire zelfs tweedehands bepaald niet meer 'budget' geprijsd en betaal je er zeker tweemaal de nieuwprijs voor.
Gelukkig vond ik voor een euro een puntgaaf exemplaar in een kringloopwinkel
Het is een singles-collectie en wat opvalt is dat de geluidskwaliteit echt top is.
De nummers 2,3,4,6 en 8 had ik nog niet eerder in deze kwaliteit.
Het overige materiaal is duidelijk uit de nadagen. Met melige deuntjes als Tell Me Why, Love Is An Ocean en Dream. De toch al vaak zwakke teksten van de band worden hier verder naar beneden gehaald door nietszeggende huppelmelodietjes, waaronder ik ook Weekend reken.
Fire of Love , tweede single van de langspeler Reality Fills Fantasy (1979) vind ik dan nog best aardig.
Het kan dus qua samenstelling allemaal een stuk beter voor de liefhebbers, maar je moet niet ontevreden zijn met een dergelijke aankoop en dat ben ik dan ook niet. Grappenmakers verkopen verzamel CD's van de band voor meer dan 60 euro momenteel. Een kwestie van vraag en aanbod. En het aanbod is schaars. Nieuwe verzamelboxen zijn dan ook welkom. Misschien vervallen er een paar rechten binnenkort en kunnen we betaalbare re-releases tegemoet zien. Wie weet.
Gelukkig vond ik voor een euro een puntgaaf exemplaar in een kringloopwinkel
Het is een singles-collectie en wat opvalt is dat de geluidskwaliteit echt top is.
De nummers 2,3,4,6 en 8 had ik nog niet eerder in deze kwaliteit.
Het overige materiaal is duidelijk uit de nadagen. Met melige deuntjes als Tell Me Why, Love Is An Ocean en Dream. De toch al vaak zwakke teksten van de band worden hier verder naar beneden gehaald door nietszeggende huppelmelodietjes, waaronder ik ook Weekend reken.
Fire of Love , tweede single van de langspeler Reality Fills Fantasy (1979) vind ik dan nog best aardig.
Het kan dus qua samenstelling allemaal een stuk beter voor de liefhebbers, maar je moet niet ontevreden zijn met een dergelijke aankoop en dat ben ik dan ook niet. Grappenmakers verkopen verzamel CD's van de band voor meer dan 60 euro momenteel. Een kwestie van vraag en aanbod. En het aanbod is schaars. Nieuwe verzamelboxen zijn dan ook welkom. Misschien vervallen er een paar rechten binnenkort en kunnen we betaalbare re-releases tegemoet zien. Wie weet.
Earth and Fire - Reality Fills Fantasy (1979)

3,0
0
geplaatst: 7 mei 2019, 15:01 uur
Dit album heb ik op vinyl en tot nu toe heb ik niet de behoefte gehad naar een CD-vervanger op zoek te gaan. Bijna 40 jaar oud alweer. Met Weekend scoorde de band een grote hit en stond weer volop in de schijnwerpers. In oktober 1979 kocht ik de plaat. Het aardige hitmelodietje begon me al snel te vervelen en favoriete tracks werden: Fire of Love, de instrumental Answer me en het lange, toch nog redelijk symfonische People Come, People Go, een nummer dat een paar aardige versnellingen kent. In dit nummer komen we ook de albumtitel Reality fills Fantasy tegen. Het heeft nog wel iets van de simpele maatschappijkritische stijl van vroegere albums met quasi diepzinnige teksten als:
Isn't it time,
Norwegian woman
You give to understand
the twilight of the Gods.
Huh? Noorse vrouwspersoon, hoezo?
en:
The eight o'clock news is tellin' me more
about the people who are trying to restore
the balance in nature the human ideal
it's life we should adore
There's so much spillin' and so much killin'
When will it stop
I can't stand it no more
I wanna walk out the door.
Don 't blame it on me
I just wanna be free.
Het blijft een beetje middelbare school tekstschrijverij.
Toch ook wel een album waar productioneel flink aan geschaafd is. Half Kayak blies een partijtje mee. Max Werner, Johan Slager en Edward Reekers deden de backing-vocals, lees ik hier op het binnenblad van de hoes. Ton Scherpenzeel speelt ergens de accordeon. Rick van der Linden leende zijn dure synthesizer.
Voorlopig nog wel een beetje een traumatisch album. Ik heb er een 'jammer' gevoel bij. De Nederlandse muziekindustrie leek flink in paniek in 1979. O wat moest er toch nodig met de tijd meegegaan worden. Zonder funky discodeuntje mocht het niet meer. Where Were You is hiervan een jammerlijk voorbeeld. Drie sterren voor de aardige momenten.
Isn't it time,
Norwegian woman
You give to understand
the twilight of the Gods.
Huh? Noorse vrouwspersoon, hoezo?
en:
The eight o'clock news is tellin' me more
about the people who are trying to restore
the balance in nature the human ideal
it's life we should adore
There's so much spillin' and so much killin'
When will it stop
I can't stand it no more
I wanna walk out the door.
Don 't blame it on me
I just wanna be free.
Het blijft een beetje middelbare school tekstschrijverij.
Toch ook wel een album waar productioneel flink aan geschaafd is. Half Kayak blies een partijtje mee. Max Werner, Johan Slager en Edward Reekers deden de backing-vocals, lees ik hier op het binnenblad van de hoes. Ton Scherpenzeel speelt ergens de accordeon. Rick van der Linden leende zijn dure synthesizer.
Voorlopig nog wel een beetje een traumatisch album. Ik heb er een 'jammer' gevoel bij. De Nederlandse muziekindustrie leek flink in paniek in 1979. O wat moest er toch nodig met de tijd meegegaan worden. Zonder funky discodeuntje mocht het niet meer. Where Were You is hiervan een jammerlijk voorbeeld. Drie sterren voor de aardige momenten.
Ekseption - Back to the Classics (1976)

4,0
0
geplaatst: 12 november 2025, 18:53 uur
Dit album als eerste gedraaid omdat ik benieuwd was naar de tikvrije CD variant van deze langspeelplaat. Terwijl hele volksstammen kiezen voor de omgekeerde ervaring, maar dit terzijde.
Ekseption moet het hier stellen zonder de maniakale toetsenist Rick van der Linden. Dat weten we zeker. En dat al voor het derde album op rij. Het vergrootglas erbij gepakt, want de lettertjes op de minisleeve zijn echt klein. Of ik ben te oud, dat kan natuurlijk ook.
De omschrijving van de samenstelling van de band is cryptisch: 'The pieces were recorded with musicians who were with Ekseption between 1969 and 1975, joined by Holland's best session musicians to replace those members who had to be excluded because of contractual obligations.'
Duidelijk: er waren een paar mensen uitgestapt en gaten werden door studioknechtjes opgevuld, maar veel meer komen we uit de informatie op de hoes niet te weten. Opgenomen in de Phonogram (Philips) Studios te Hilversum is de opname in ieder geval volledig professioneel. Bij ieder nummer zien we de naam van bewerker en saxofonist Jan Vennik (1936-2020) in de credits staan. De plaat draagt zijn stempel, maar de saxofoon wordt nauwelijks aangeraakt. Eerder horen we een klavecimbel, piano, een electronisch orgel en een klarinet in de smaakvol bewerkte klassieke stukken terugkeren.
De werken van o.a. Mozart, Schubert, Bach en Vivaldi zijn overbekend en veilig gekozen, evenals de uitwerking van de arrangementen. Dat veilige noemde ik eerder 'beige' in overeenstemming met de hoes. Maar laat ik inmiddels zeggen dat het een toch wel een gedegen en consistent geluid is, wat we hier in deze versie van de band horen. En het klinkt nu heel goed uit de speakers, zonder tik of kraak in een boterzachte productie.
Bovendien, en dat is wat me vooral aanspreekt, is dit album zo volstrekt a-modieus als het maar kan zijn. Een protest tegen de voortjakkerende tijdgeest. Wat een heerlijk ouderwets bandje was het hier. Oké, het vuur van van der Linden werd gemist, maar er gloeide nog iets warms onder de as. Ik hoop dat het de overgebleven jongens een paar centjes opgeleverd heeft.
Ekseption moet het hier stellen zonder de maniakale toetsenist Rick van der Linden. Dat weten we zeker. En dat al voor het derde album op rij. Het vergrootglas erbij gepakt, want de lettertjes op de minisleeve zijn echt klein. Of ik ben te oud, dat kan natuurlijk ook.
De omschrijving van de samenstelling van de band is cryptisch: 'The pieces were recorded with musicians who were with Ekseption between 1969 and 1975, joined by Holland's best session musicians to replace those members who had to be excluded because of contractual obligations.'
Duidelijk: er waren een paar mensen uitgestapt en gaten werden door studioknechtjes opgevuld, maar veel meer komen we uit de informatie op de hoes niet te weten. Opgenomen in de Phonogram (Philips) Studios te Hilversum is de opname in ieder geval volledig professioneel. Bij ieder nummer zien we de naam van bewerker en saxofonist Jan Vennik (1936-2020) in de credits staan. De plaat draagt zijn stempel, maar de saxofoon wordt nauwelijks aangeraakt. Eerder horen we een klavecimbel, piano, een electronisch orgel en een klarinet in de smaakvol bewerkte klassieke stukken terugkeren.
De werken van o.a. Mozart, Schubert, Bach en Vivaldi zijn overbekend en veilig gekozen, evenals de uitwerking van de arrangementen. Dat veilige noemde ik eerder 'beige' in overeenstemming met de hoes. Maar laat ik inmiddels zeggen dat het een toch wel een gedegen en consistent geluid is, wat we hier in deze versie van de band horen. En het klinkt nu heel goed uit de speakers, zonder tik of kraak in een boterzachte productie.
Bovendien, en dat is wat me vooral aanspreekt, is dit album zo volstrekt a-modieus als het maar kan zijn. Een protest tegen de voortjakkerende tijdgeest. Wat een heerlijk ouderwets bandje was het hier. Oké, het vuur van van der Linden werd gemist, maar er gloeide nog iets warms onder de as. Ik hoop dat het de overgebleven jongens een paar centjes opgeleverd heeft.
Ekseption - Bingo! (1974)

4,0
0
geplaatst: 12 november 2025, 19:41 uur
Wat minder klassiek, meer jazz. Dat was de new formula van Ekseption in 1974. Een fijne afwisselende plaat met Rein van de Broek, Hans Jansen, Jan Vennik, Pieter Voogt en Cor Dekker. Nog een beetje op zoek naar een nieuwe balans tussen herkenbaar en nieuw. Bingo-Bingo klinkt geïnspireerd door Hocus Pocus van Focus. Wordt Rick van der Linden dan niet gemist? Ja natuurlijk, maar laten we niet vergeten dat het stuk voor stuk puike muzikanten waren. Ook dit is een stukje nederpop-geschiedenis dat we niet zomaar kunnen overslaan.
Ekseption - Dance Macabre (1981)

4,0
1
geplaatst: 14 november 2025, 13:47 uur
Voordat ik dat mooie doosje, Planet Ekseption (2025), weer een tijdje dicht doe, wil ik toch nog een paar slotopmerkingen maken over het werk van de band.
De geschiedenis kende kortdurende hoogtepunten en langer durende dieptepunten. Buitengewoon triest is dat vrijwel alle kernleden inmiddels zijn overleden, in volgorde: drummer Tim Griek, gitarist-saxofonist Huib van Kampen, bassist Cor Dekker, toetsenist en bandleider Rick van der Linden, drummer Peter de Leeuwe, trompettist Rein van den Broek, fluitist Jan Vennik, toetsenist Hans Jansen en meest recent multi-instrumentalist Rob Kruisman.
Na het conflict met Rick van der Linden in 1973, splitte de band en gingen de achtergebleven leden verder onder de naam Ekseption en Spin. Kennelijk lagen de rechten van de naam niet bij de bandleider, al herinner ik me iets over een rechtszaak. Van der Linden soleerde verder met Trace. De aansluiting werd weer gevonden, de conflicten bijgelegd en er volgden drie reünie-albums met Rick en Rein vanaf 1978: Ekseption '78, Dance Macabre (1981) en Ekseption '89. In 1993 werd een geluidsregistratie gemaakt van concerten in Duitsland, een live-album dat we o.a. kennen onder de naam Live in Germany (1993). Hier raak ik het spoor kwijt, want albums werden er niet meer gemaakt. Concerten waren er incidenteel nog wel.
De drie reüniealbums maken onderdeel uit van het doosje en wat je kunt zeggen is dat dit Dance Macabre (in het licht van bovenstaande overlijdensberichten een wat wrange titel) nog wel het meest aan het originele Ekseption doet denken. Een energieke plaat en hadden de sterren een beetje anders gestaan, dan was het nog aardig verkocht, naar mijn idee. Ik denk toch wel de beste van de drie. Het was een elpee, de CD bestond nog niet, al zou die jaren later volgen. Maar het publiek liep er niet meer warm voor.
Hier had het verhaal wel mogen eindigen, zoals ik het zie. Andy Thompson schreef op zijn website:
"The last Ekseption album for some years was Dance Macabre in '81, consisting of re-recordings of tracks from previous albums, for some unknown reason (copyright issues?). It's... well, it's another Ekseption album, doing the same thing as all other Ekseption albums, only in this case, you've heard it all before, bar Rick's closing composition Conchorus. A couple of bursts of Mellotron choir, on Concerto, Haydn and way in the background on Conchorus, but nothing you can't live without, given that this is fairly hard to find these days."
Een beetje cynisch, maar niet helemaal onwaar. De Dance Macabre bleek het begin van een lange weg naar het einde.
De geschiedenis kende kortdurende hoogtepunten en langer durende dieptepunten. Buitengewoon triest is dat vrijwel alle kernleden inmiddels zijn overleden, in volgorde: drummer Tim Griek, gitarist-saxofonist Huib van Kampen, bassist Cor Dekker, toetsenist en bandleider Rick van der Linden, drummer Peter de Leeuwe, trompettist Rein van den Broek, fluitist Jan Vennik, toetsenist Hans Jansen en meest recent multi-instrumentalist Rob Kruisman.
Na het conflict met Rick van der Linden in 1973, splitte de band en gingen de achtergebleven leden verder onder de naam Ekseption en Spin. Kennelijk lagen de rechten van de naam niet bij de bandleider, al herinner ik me iets over een rechtszaak. Van der Linden soleerde verder met Trace. De aansluiting werd weer gevonden, de conflicten bijgelegd en er volgden drie reünie-albums met Rick en Rein vanaf 1978: Ekseption '78, Dance Macabre (1981) en Ekseption '89. In 1993 werd een geluidsregistratie gemaakt van concerten in Duitsland, een live-album dat we o.a. kennen onder de naam Live in Germany (1993). Hier raak ik het spoor kwijt, want albums werden er niet meer gemaakt. Concerten waren er incidenteel nog wel.
De drie reüniealbums maken onderdeel uit van het doosje en wat je kunt zeggen is dat dit Dance Macabre (in het licht van bovenstaande overlijdensberichten een wat wrange titel) nog wel het meest aan het originele Ekseption doet denken. Een energieke plaat en hadden de sterren een beetje anders gestaan, dan was het nog aardig verkocht, naar mijn idee. Ik denk toch wel de beste van de drie. Het was een elpee, de CD bestond nog niet, al zou die jaren later volgen. Maar het publiek liep er niet meer warm voor.
Hier had het verhaal wel mogen eindigen, zoals ik het zie. Andy Thompson schreef op zijn website:
"The last Ekseption album for some years was Dance Macabre in '81, consisting of re-recordings of tracks from previous albums, for some unknown reason (copyright issues?). It's... well, it's another Ekseption album, doing the same thing as all other Ekseption albums, only in this case, you've heard it all before, bar Rick's closing composition Conchorus. A couple of bursts of Mellotron choir, on Concerto, Haydn and way in the background on Conchorus, but nothing you can't live without, given that this is fairly hard to find these days."
Een beetje cynisch, maar niet helemaal onwaar. De Dance Macabre bleek het begin van een lange weg naar het einde.
Ekseption - Ekseption (1969)

5,0
2
geplaatst: 6 juni 2018, 10:57 uur
Eén van de bands die op mij al heel jong een onuitwisbare indruk maakte is Ekseption. Regelmatig luister ik er nog naar, bijvoorbeeld als ik midden in de nacht wakker word en de behoefte voel aan bekend werk waarin ik dan probeer nog iets nieuws te ontdekken. En niet zelden lukt dat ook.
De Haarlemse band ontstond in 1967 uit het schoolbandje The Jokers en won in augustus 1968 de eerste prijs op het Loosdrechtse Jazz Festival. Aan de hoofdprijs was het maken van een single verbonden, onder leiding van Tony Vos, jazzmuzikant, producer bij Phonogram en lid van de Veronica-familie. Die single kwam er niet maar wel een platencontract bij Philips/Phonogram.
De band, onder leiding van Rick van der Linden, zocht naar inspiratie voor materiaal om een elpee vol te kunnen spelen. De groep bezocht een optreden van de Engelse band The Nice en ineens werd het duidelijk: Ekseption zou bewerkingen gaan maken van bekende klassieke stukken. Een nieuw fenomeen in de wereld van de Nederpop. Van der Linden had een conservatoriumopleiding als pianist en wilde enkele stukken uitvoeren met Ekseption op een festival in Haarlem, samen met het Noordhollands Philharmonisch Orkest, maar het orkest weigerde medewerking aan de popbewerkingen.
Uiteindelijk vormden die stukken toch de basis voor het eerste album dat begin 1969 uit kwam. Groot succes werd de single The 5th, met op de B-kant Sabre Dance. Later dat jaar deed Air, met het eveneens prachtige Concerto op de B-kant, het nog iets beter, met een tweede plaats in de Top 40 en 16 weken notering. Hierbij moeten we niet denken aan verkoopaantallen alleen, maar ook de positionering door Veronica die met Tony Vos, echtgenoot van Tineke, de helpende hand bood.
Vos produceerde de plaat en speelde vermoedelijk ook mee als sopraansaxofonist, al staat hij niet vermeld bij de credits. De tracklist bestaat uit bij elkaar geraapt materiaal. Naast de meesterlijk verpopte klassieke stukken, vinden we Canvas van Brian Bennett, This Here van jazzmuzikanten Bobby Timmons en Jon Hendricks en niet te vergeten Dharma for One, geleend van Jethro Tull. Slechts één volledig eigen compositie siert de lijst: Little X Plus.
Ekseption had nu een eigen geluid en een eigen positie ontwikkeld. In de basis de klassieke muziek, met de spannende dialoog tussen barok toetsenwerk van Rick en jazzy blaaswerk van Rein, in een vorm zoals we die nog niet kenden. Een hit-formule, maar ook een stempel waaraan de band zich niet of nauwelijks wist te ontworstelen. Het succes kende een prijs, zeker voor Rick van der Linden.
Hij raakte vastgeketend aan de naam en de hits van Ekseption. De hoogbegaafde toetsenist wilde verder zijn vleugels uitslaan, maar zijn band kon dat niet volgen. Later, in 1973, leidde dat tot een breuk in de groep. Rick ging solo en trompettist Rein van den Broek ging verder in de jazzrichting onder de naam Ekseption. Latere pogingen, zoals in '81en ’89 de band te reanimeren, met een teruggekeerde Rick van der Linden, bleven steken in herhaling van zetten en succes bleef uit.
Deze debuutplaat geldt nog steeds als hét geluid van de succesformatie. Niet meteen het beste en meest uitgekristalliseerde album. Wel een album waar de vonken vanaf spatten. Ekseption had een onstuimige drang vooral luid en duidelijk gehoord te worden. Een schok destijds voor de conservatieve wereld van de klassieke muziek. Maar bewonderenswaardig talentvol, deze band.
De Haarlemse band ontstond in 1967 uit het schoolbandje The Jokers en won in augustus 1968 de eerste prijs op het Loosdrechtse Jazz Festival. Aan de hoofdprijs was het maken van een single verbonden, onder leiding van Tony Vos, jazzmuzikant, producer bij Phonogram en lid van de Veronica-familie. Die single kwam er niet maar wel een platencontract bij Philips/Phonogram.
De band, onder leiding van Rick van der Linden, zocht naar inspiratie voor materiaal om een elpee vol te kunnen spelen. De groep bezocht een optreden van de Engelse band The Nice en ineens werd het duidelijk: Ekseption zou bewerkingen gaan maken van bekende klassieke stukken. Een nieuw fenomeen in de wereld van de Nederpop. Van der Linden had een conservatoriumopleiding als pianist en wilde enkele stukken uitvoeren met Ekseption op een festival in Haarlem, samen met het Noordhollands Philharmonisch Orkest, maar het orkest weigerde medewerking aan de popbewerkingen.
Uiteindelijk vormden die stukken toch de basis voor het eerste album dat begin 1969 uit kwam. Groot succes werd de single The 5th, met op de B-kant Sabre Dance. Later dat jaar deed Air, met het eveneens prachtige Concerto op de B-kant, het nog iets beter, met een tweede plaats in de Top 40 en 16 weken notering. Hierbij moeten we niet denken aan verkoopaantallen alleen, maar ook de positionering door Veronica die met Tony Vos, echtgenoot van Tineke, de helpende hand bood.
Vos produceerde de plaat en speelde vermoedelijk ook mee als sopraansaxofonist, al staat hij niet vermeld bij de credits. De tracklist bestaat uit bij elkaar geraapt materiaal. Naast de meesterlijk verpopte klassieke stukken, vinden we Canvas van Brian Bennett, This Here van jazzmuzikanten Bobby Timmons en Jon Hendricks en niet te vergeten Dharma for One, geleend van Jethro Tull. Slechts één volledig eigen compositie siert de lijst: Little X Plus.
Ekseption had nu een eigen geluid en een eigen positie ontwikkeld. In de basis de klassieke muziek, met de spannende dialoog tussen barok toetsenwerk van Rick en jazzy blaaswerk van Rein, in een vorm zoals we die nog niet kenden. Een hit-formule, maar ook een stempel waaraan de band zich niet of nauwelijks wist te ontworstelen. Het succes kende een prijs, zeker voor Rick van der Linden.
Hij raakte vastgeketend aan de naam en de hits van Ekseption. De hoogbegaafde toetsenist wilde verder zijn vleugels uitslaan, maar zijn band kon dat niet volgen. Later, in 1973, leidde dat tot een breuk in de groep. Rick ging solo en trompettist Rein van den Broek ging verder in de jazzrichting onder de naam Ekseption. Latere pogingen, zoals in '81en ’89 de band te reanimeren, met een teruggekeerde Rick van der Linden, bleven steken in herhaling van zetten en succes bleef uit.
Deze debuutplaat geldt nog steeds als hét geluid van de succesformatie. Niet meteen het beste en meest uitgekristalliseerde album. Wel een album waar de vonken vanaf spatten. Ekseption had een onstuimige drang vooral luid en duidelijk gehoord te worden. Een schok destijds voor de conservatieve wereld van de klassieke muziek. Maar bewonderenswaardig talentvol, deze band.
Ekseption - Ekseption '78 (1978)

4,0
0
geplaatst: 15 augustus 2021, 09:41 uur
Onverwacht de CD-versie van dit album (CNR 100.234) tegengekomen in onooglijk budgethoesje,1989. Het moest kennelijk de indruk wekken dat het om een compilatie ging. In ieder geval zonder enige kennis van zaken uitgegeven, want behalve de tracklist vermeldt het hoesje met blanco binnenkant geen informatie.
Maar nee, dit is toch echt een regulier album van de band in herstelde samenstelling, dus met toetsenwonder Rick van der Linden terug aan boord. De 12 nummers hierboven opgesomd staan er allemaal op en de nieuwe composities van v.d. Linden en trompettist v.d. Broek zijn zeker de moeite waard, met name Your Home en Thoughts. Daarnaast, in goede Ekseption-traditie, bewerkingen van klassieke werken (Bach, Händel) en de aardige bewerking van Gershwin's Summertime.
Zoals hierboven al beschreven: een prima Ekseption-album, dat echter te laat kwam om de inmiddels afgehaakte fans terug te winnen. De tijd voor deze pompeuze klanken was voorbij. Het was gewoonweg niet hip genoeg meer. En CNR deed er niets aan er nog wat van te maken, laten we dat ook vaststellen.
Als trouwe fan van deze band, geplaagd door zoveel persoonlijke ellende, krijgt dit schijfje bij mij toch wel een ereplaats in de huiskamer. Niets minder dan een goede plaat.
Maar nee, dit is toch echt een regulier album van de band in herstelde samenstelling, dus met toetsenwonder Rick van der Linden terug aan boord. De 12 nummers hierboven opgesomd staan er allemaal op en de nieuwe composities van v.d. Linden en trompettist v.d. Broek zijn zeker de moeite waard, met name Your Home en Thoughts. Daarnaast, in goede Ekseption-traditie, bewerkingen van klassieke werken (Bach, Händel) en de aardige bewerking van Gershwin's Summertime.
Zoals hierboven al beschreven: een prima Ekseption-album, dat echter te laat kwam om de inmiddels afgehaakte fans terug te winnen. De tijd voor deze pompeuze klanken was voorbij. Het was gewoonweg niet hip genoeg meer. En CNR deed er niets aan er nog wat van te maken, laten we dat ook vaststellen.
Als trouwe fan van deze band, geplaagd door zoveel persoonlijke ellende, krijgt dit schijfje bij mij toch wel een ereplaats in de huiskamer. Niets minder dan een goede plaat.
Ekseption - Ekseption '89 (1989)

3,0
0
geplaatst: 13 november 2025, 16:41 uur
In de tijd dat dit album uitkwam, was ik met hele andere dingen bezig dan Ekseption. Eerlijk gezegd, zou ik de 45 guldens er niet voor over gehad hebben destijds. Maar daar wil ik zoveel jaar later toch wat anders naar kijken. Ekseption met Rick en Rein, een nieuwe plaat, een jazzier geluid, een stuk geraffineerder opgenomen dan de eerste plaat, de bekende instrumentale werken van klassieke meesters en toch ...
Het sloeg niet meer aan, het succes bleef uit. waar lag dat aan?
Voordat we gaan bespiegelen, eerst even een nuchtere opmerking. De minisleeve van de nieuwe CD-uitgave uit de 13-box 'Planet Ekseption' geeft twee kanten (A en B) van de plaat op met een afwijkende tracklist. Ik ga er van uit dat de elpeeversie dezelfde speelduur had als de CD, wat met 57 minuten aan de lange kant is.
Bach, Beethoven en Händel worden hier weer kunstig volgens het aloude recept in een nieuwer jasje gestoken. De mannen zijn naar de kapper geweest inmiddels en het is duidelijk dat de revolutionaire vlam van eind jaren '60 gedoofd is. Knap gespeeld en gereproduceerd overigens, maar de oudere opnames boeien dan toch iets meer vanwege de originaliteitsfactor. Het grote voordeel is hier wel de heldere opname, ik vermoed digitaal, en het modernere geluid. Maar modern, is dat wel wat je zoekt bij Ekseption?
Het hele album klinkt bekend. Een herhaling van The Fifth en Peace Planet ? Dat was niet nodig. Drawbars vind ik wel weer erg mooi en ken het onder andere naam, maar kan die niet bedenken. De afsluiter My Pianoman, met alleen piano uiteraard, is helemaal goed. Het spelniveau doet hier zeker niet onder voor de tijd van Ekseption 5 (1972), maar afgezien van de techniek, missen we wel de ontwikkeling en de nieuwe wegen.
Een meer spannende plaat zoals Trinity (1973) of Mindmirror (1975), met het risico oude fans teleur te stellen, zat er niet meer in. De groep werd ontbonden en kwam alleen voor reünieconcerten nog een paar keer bij elkaar.
Het sloeg niet meer aan, het succes bleef uit. waar lag dat aan?
Voordat we gaan bespiegelen, eerst even een nuchtere opmerking. De minisleeve van de nieuwe CD-uitgave uit de 13-box 'Planet Ekseption' geeft twee kanten (A en B) van de plaat op met een afwijkende tracklist. Ik ga er van uit dat de elpeeversie dezelfde speelduur had als de CD, wat met 57 minuten aan de lange kant is.
Bach, Beethoven en Händel worden hier weer kunstig volgens het aloude recept in een nieuwer jasje gestoken. De mannen zijn naar de kapper geweest inmiddels en het is duidelijk dat de revolutionaire vlam van eind jaren '60 gedoofd is. Knap gespeeld en gereproduceerd overigens, maar de oudere opnames boeien dan toch iets meer vanwege de originaliteitsfactor. Het grote voordeel is hier wel de heldere opname, ik vermoed digitaal, en het modernere geluid. Maar modern, is dat wel wat je zoekt bij Ekseption?
Het hele album klinkt bekend. Een herhaling van The Fifth en Peace Planet ? Dat was niet nodig. Drawbars vind ik wel weer erg mooi en ken het onder andere naam, maar kan die niet bedenken. De afsluiter My Pianoman, met alleen piano uiteraard, is helemaal goed. Het spelniveau doet hier zeker niet onder voor de tijd van Ekseption 5 (1972), maar afgezien van de techniek, missen we wel de ontwikkeling en de nieuwe wegen.
Een meer spannende plaat zoals Trinity (1973) of Mindmirror (1975), met het risico oude fans teleur te stellen, zat er niet meer in. De groep werd ontbonden en kwam alleen voor reünieconcerten nog een paar keer bij elkaar.
Ekseption - Ekseption 3 (1970)

4,0
0
geplaatst: 13 september 2017, 13:47 uur
Het verhaal De Kleine Prins van Antoine de Saint-Exupéry wordt hier heel bescheiden uitgewerkt. Daarbij valt op dat de nummers met vocalen niet erg sterk uit de verf komen. Hippe instrumentale bewerkingen van klassieke stukken, dat is toch wel waar Ekseption vooral in uitblonk.
Ekseption - Ekseption 5 (1972)

5,0
4
geplaatst: 1 november 2021, 19:52 uur
Het moet wel een stukje liefde zijn voor deze Haarlemse buitengewone band, dat ik dit album al een tijdje met 5 sterren waardeer en in mijn Top 10 op een prominente plek wil hebben. Ja, liefde toch wel voor dat bijzondere geluid: klassiek met jazz en rock gemengd tot een energiek popgeluid.
Je moet maar durven dat te maken én je moet het maar kunnen verdragen. Want, dat de schoen wel eens wringt bij Ekseption, dat wil ik ook niet ontkennen. Toetsenist Rick van der Linden was toch wel een beetje de maniak van de band, die graag net een stapje verder ging dan goede smaak en luistergenot toeliet. Barok, nét een beetje teveel van alles soms. Maar geweldig is de energie die de band onder zijn leiding liet stromen.
ik kan me zo voorstellen dat het voor jongere luisteraars (50 min) vreemd gedateerd kan klinken. Hoempapa, onrustig springerig, het schettert je speaker uit. Nee, zeker geen muziek voor de achtergrond of voor een lekker relaxt sfeertje. Laat staan dat het geschikt is om op te dansen. Het vraagt wel om naar te luisteren. Ook in die zin is het klassiek: je moet er een beetje moeite voor doen.
Klassiek dus; ik tel op dit album twee stukken van J.S. Bach, opener en finale van Beethoven en A la Turka van W.A. Mozart. Vier stukken zijn door van der Linden zelf gecomponeerd en For Example / For Sure leende hij deels van Keith Emerson. De klassieke stukken zijn voor puristen gewelddadige vervormingen van hoe hun geliefde componisten in ere werden gehouden en op een voetstuk gezet. Ekseption was een stukje rebellie tegen de gezapigheid van de klassieke muziekcultuur in die jaren: de o zo strikte scheiding tussen 'serieuze' muziek en 'pop'. Nu niets meer om je druk over te maken. Een knap stukje muziek met leenelementen, een geslaagde mix. Toen was dat nieuw.
Meesterlijk, en dat kan niet genoeg gezegd worden, is het toetsenwerk van Rick van der Linden. Maar zeker niet minder is de kwaliteit van trompettist Rein van den Broek, de twee onvervangbare kernleden van de band. En deze twee konden elkaar echt tot het uiterste dwingen. Was het altijd gezellig in de band? Nee, zeker niet. Er werd geknokt, Rick was een perfectionist en geen gemakkelijk mens. Maar inmiddels hadden ze dan toch maar vier succesvolle albums op hun naam staan. Werken onder hoogspanning.
Bij dit vijfde album aangekomen bereikte Ekseption een hoogtepunt. Tegelijk is dit dan ook het begin van het einde gebleken. De positie van van der Linden stond ter discussie. Direct na het opnemen van het volgende album 'Trinity' (1973) werd Rick door de overige bandleden gevraagd te vertrekken. Democratie heette zoiets in die dagen. Op dat moment het creatieve einde voor de band. Later is dat op persoonlijk vlak nog wel goedgekomen en ze hebben af en toe nog een aardig album opgenomen, maar van succes zoals in die hoogtijdagen was geen sprake meer.
Roem is een vluchtig iets en de Haarlemse band heeft er even van mogen proeven. Verdrietig dat de bandleden zo vroeg overleden. De herinnering blijft en hun vijf opmerkelijke albums.
Je moet maar durven dat te maken én je moet het maar kunnen verdragen. Want, dat de schoen wel eens wringt bij Ekseption, dat wil ik ook niet ontkennen. Toetsenist Rick van der Linden was toch wel een beetje de maniak van de band, die graag net een stapje verder ging dan goede smaak en luistergenot toeliet. Barok, nét een beetje teveel van alles soms. Maar geweldig is de energie die de band onder zijn leiding liet stromen.
ik kan me zo voorstellen dat het voor jongere luisteraars (50 min) vreemd gedateerd kan klinken. Hoempapa, onrustig springerig, het schettert je speaker uit. Nee, zeker geen muziek voor de achtergrond of voor een lekker relaxt sfeertje. Laat staan dat het geschikt is om op te dansen. Het vraagt wel om naar te luisteren. Ook in die zin is het klassiek: je moet er een beetje moeite voor doen.
Klassiek dus; ik tel op dit album twee stukken van J.S. Bach, opener en finale van Beethoven en A la Turka van W.A. Mozart. Vier stukken zijn door van der Linden zelf gecomponeerd en For Example / For Sure leende hij deels van Keith Emerson. De klassieke stukken zijn voor puristen gewelddadige vervormingen van hoe hun geliefde componisten in ere werden gehouden en op een voetstuk gezet. Ekseption was een stukje rebellie tegen de gezapigheid van de klassieke muziekcultuur in die jaren: de o zo strikte scheiding tussen 'serieuze' muziek en 'pop'. Nu niets meer om je druk over te maken. Een knap stukje muziek met leenelementen, een geslaagde mix. Toen was dat nieuw.
Meesterlijk, en dat kan niet genoeg gezegd worden, is het toetsenwerk van Rick van der Linden. Maar zeker niet minder is de kwaliteit van trompettist Rein van den Broek, de twee onvervangbare kernleden van de band. En deze twee konden elkaar echt tot het uiterste dwingen. Was het altijd gezellig in de band? Nee, zeker niet. Er werd geknokt, Rick was een perfectionist en geen gemakkelijk mens. Maar inmiddels hadden ze dan toch maar vier succesvolle albums op hun naam staan. Werken onder hoogspanning.
Bij dit vijfde album aangekomen bereikte Ekseption een hoogtepunt. Tegelijk is dit dan ook het begin van het einde gebleken. De positie van van der Linden stond ter discussie. Direct na het opnemen van het volgende album 'Trinity' (1973) werd Rick door de overige bandleden gevraagd te vertrekken. Democratie heette zoiets in die dagen. Op dat moment het creatieve einde voor de band. Later is dat op persoonlijk vlak nog wel goedgekomen en ze hebben af en toe nog een aardig album opgenomen, maar van succes zoals in die hoogtijdagen was geen sprake meer.
Roem is een vluchtig iets en de Haarlemse band heeft er even van mogen proeven. Verdrietig dat de bandleden zo vroeg overleden. De herinnering blijft en hun vijf opmerkelijke albums.
Ekseption - Live in Germany (1993)

3,0
0
geplaatst: 13 september 2017, 13:49 uur
Beetje teleurstellende live-registratie van concerten in Duitsland die niet helemaal liepen zoals het moest. De techniek haperde en zelfs Rick van der Linden laat hoorbaar steken vallen. Uit sentimentele overwegingen wel een heel memorabel album. Het was de laatste keer.
Ekseption - Mindmirror (1975)

5,0
1
geplaatst: 12 november 2025, 19:21 uur
Bizar dat je tot 2025 moet wachten voordat dit album eens op CD verschijnt. Maar het is dan toch maar gebeurd. Ekseption gooit de klassieke stukken hier even overboord om een spatzuivere jazz-rock-plaat in elkaar te draaien. Nadat bandleider Rick van der Linden democratisch door zijn maten de laan werd uitgestuurd, kwam er ruimte voor een nieuwe wind. Nog wat moeizaam en wat geforceerd misschien op Bingo, maar hier in een vaarwater terecht gekomen waarin ook Focus zich thuis voelde. Mindmirror is een prachtig album.
De aftrap met Pick Up the Pieces van The Average White Band geeft de voorzet tot een een nieuwe stijl, met durf en energie. Bourree is schitterend, weliswaar toch weer een klassieker, maar geheel in eigen stijl neergezet. Tramontane doet er nog een schepje bovenop. Focus kon hier nog wat van opsteken!
Met Electric Swamp wordt de funk beproefd. Helemaal 1975. En dan horen we de stem van Ramses Shaffy in track 5. Wonderlijk is zijn gedicht. Kant 2 van de elpee, nu gewoon de laatste track van de CD, is het opnieuw geheel instrumentale Mindmirror. Blazers, gitaar, fluit, Hammond, energieke drums. Een spannende en dynamische compositie van Jan Vennik en toetsenist Hans Jansen. Ik denk hier aan Solution uit de beginjaren en opnieuw: Focus.
De band zonder Rick van der Linden. Veelal wordt dat gezien als een stuurloos gezelschap, zonder inspiratie. Dit album bewijst m.i. het tegendeel. Een geweldig resultaat. Dat het niet verkocht werd, ligt hier niet aan de muzikanten. Ze verdienden beter. Een ontdekking op CD. Na 50 jaar. Het zou tijd worden ...
De aftrap met Pick Up the Pieces van The Average White Band geeft de voorzet tot een een nieuwe stijl, met durf en energie. Bourree is schitterend, weliswaar toch weer een klassieker, maar geheel in eigen stijl neergezet. Tramontane doet er nog een schepje bovenop. Focus kon hier nog wat van opsteken!
Met Electric Swamp wordt de funk beproefd. Helemaal 1975. En dan horen we de stem van Ramses Shaffy in track 5. Wonderlijk is zijn gedicht. Kant 2 van de elpee, nu gewoon de laatste track van de CD, is het opnieuw geheel instrumentale Mindmirror. Blazers, gitaar, fluit, Hammond, energieke drums. Een spannende en dynamische compositie van Jan Vennik en toetsenist Hans Jansen. Ik denk hier aan Solution uit de beginjaren en opnieuw: Focus.
De band zonder Rick van der Linden. Veelal wordt dat gezien als een stuurloos gezelschap, zonder inspiratie. Dit album bewijst m.i. het tegendeel. Een geweldig resultaat. Dat het niet verkocht werd, ligt hier niet aan de muzikanten. Ze verdienden beter. Een ontdekking op CD. Na 50 jaar. Het zou tijd worden ...
Ekseption - Trinity (1973)

4,0
2
geplaatst: 13 november 2025, 16:58 uur
Met voorganger Ekseption 5 (1972) is dit toch wel het beste wat de Haarlemse band te bieden had. Met naast de bekende klassieke vertolkingen een aantal sterke eigen composities. Dreams is van Tony Vos, man van Veronica's Tineke. Ekseption had heel wat aan de zoutwaterzender te danken.
Smile, Lonely Chase, Improvisation, Meddle en Finale III zijn geschreven door Rick van der Linden en zijn speels maar met een weemoedige ondertoon. We herkennen geleende melodieën in een eigen arrangement.
Het album is gevarieerd, contrastrijk, speels en creatief. En zo af en toe rockt het stevig. Van der Linden bereikt hier een hoogtepunt met een ongelooflijke toetsenbeheersing. Net zo ongelooflijk is het dat hij bij meerderheid van stemmen (in 1973 heerste er immers een groepsdemocratie) juist vanwege zijn zware stempel op het bandleven werd verwijderd uit de groep. De achtergebleven band moest nu volwassen worden op eigen kracht. En dat was goed, maar kostte moeite. En de verkopen daalden intussen naar marge-niveau. Daar werden ze bij label Philips toch wel zenuwachtig van.
Jaren later werd die breuk wel weer hersteld. Maar die explosieve kracht die Ekseption in de eerste vijf jaar in zich had moest gemist worden. Zo gaan die dingen. Alles gaat voorbij. Na de storm komt de stilte.
Smile, Lonely Chase, Improvisation, Meddle en Finale III zijn geschreven door Rick van der Linden en zijn speels maar met een weemoedige ondertoon. We herkennen geleende melodieën in een eigen arrangement.
Het album is gevarieerd, contrastrijk, speels en creatief. En zo af en toe rockt het stevig. Van der Linden bereikt hier een hoogtepunt met een ongelooflijke toetsenbeheersing. Net zo ongelooflijk is het dat hij bij meerderheid van stemmen (in 1973 heerste er immers een groepsdemocratie) juist vanwege zijn zware stempel op het bandleven werd verwijderd uit de groep. De achtergebleven band moest nu volwassen worden op eigen kracht. En dat was goed, maar kostte moeite. En de verkopen daalden intussen naar marge-niveau. Daar werden ze bij label Philips toch wel zenuwachtig van.
Jaren later werd die breuk wel weer hersteld. Maar die explosieve kracht die Ekseption in de eerste vijf jaar in zich had moest gemist worden. Zo gaan die dingen. Alles gaat voorbij. Na de storm komt de stilte.
Electric Light Orchestra - Balance of Power (1986)

3,0
0
geplaatst: 13 september 2017, 14:15 uur
ELO in de nadagen. Jeff Lynne speelt hier met de electronica en dat zorgt voor een futuristisch, maar inmiddels ook wel sterk gedateerd geluid. Desondanks zijn er enkele sterke songs te noemen. Getting to the Point, Sorrow About to Fall en Without Someone laten me niet koud. De remaster van 2007 voegt interessante bonustracks toe.
Electric Light Orchestra - Discovery (1979)

4,0
2
geplaatst: 19 februari 2019, 08:21 uur
Terug naar mijn 'core-business' op deze site: The Electric Light Orchestra.
In mei is het 40 jaar geleden dat dit album verscheen, als opvolger van Out of the Blue (1977). Het muzikale landschap was in die twee jaar ingrijpend veranderd. Niet iedereen was aan de Punk, want die invloed bleef redelijk beperkt en stond te ver af van wat het publiek aantrekkelijk vond. Pas in de doorontwikkeling naar New Wave volgde de massa. Er was een andere rage aan de gang: de Disco !
Al een paar jaar bestond er een vorm van dansbare muziek, funky soul, met duidelijke vierkwarts beat en 'de disco' werd de gangbare aanduiding voor het soort uitgaansgelegenheid waar je wat kon dansen en een mixje drinken. Spiegelbol aan het plafond, dresscode: de wijde glitterblouse. Wie is er niet geweest. Maar in 1979 ging de disco volledig los.
Natuurlijk was ook Jeff Lynne dat niet ontgaan en de ELO-voorman bleek verstandig genoeg om niet een tijdloos Out of the Blue II uit te brengen. Met de titel en een paar songs liet hij speels merken wel degelijk contact te houden met de tijd. Maar is dit dan het gevreesde disco album van ELO?
Ik beluister nu het video-album. Ja, ook dat was hip, nog jaren voor MTV de beeldbuis veroverde, was dit hele album al van een videoclip voorzien. Maar wat me opvalt, meer dan destijds, dat er nog zoveel beatlesque invloed te horen is: Need Her Love, The Diary of Horace Wimp, met die prachtige tekst en het melodieuze On the Run. Duidelijk is nu ook de creatieve inbreng van toetsenist Richard Tandy.
Wil je heel graag toch de disco erin horen, dan is Last Train to London het nummer dat het genre op z'n best parodieert met direct daarna openingstrack Shine a Little Love als tweede verdachte. Wishing is wat onopvallend en schuurt aan tegen soft soul. Hierop kan 'geschuifeld' worden.
In het slotnummer gaat het van dik hout zaagt men planken: Don't Bring Me Down. Op bijna geen album kan Lynne de verleiding weerstaan een rechttoe rechtaan R&R-nummer neer te zetten. Niks disco maar desalniettemin het grote succes van het album. Erg fijn en gebalanceerd is Confusion, een prachtige popsong, beetje pathetisch gezongen en wat knoopt Tandy er toch een mooi outro aan. Meesterlijk.
Helemaal niet zo erg dus allemaal, dit Discovery, een plaat waar ik in die tijd met de nodige scepsis op reageerde. ELO nu ook al aan de disco? Verre van dat, zou ik nu zeggen. Wel is de positie van de band verschoven richting de pakkende popsong. Het commerciële motief werd openlijker aan de dag gelegd.
Opnieuw een stijlbreuk, op weg naar de toekomst, waarin violen werden afgeserveerd en electronica de dienst ging uitmaken. In vrijwel niets herkennen we hier nog het geluid van de 'Harvest-jaren' van de band, 1971-1973. Het ging erg snel. De creatieve talenten draaiden overuren. Uitputtend, zoals later zou blijken. Midden jaren tachtig doofde dan ook het lampje. Voorlopig althans ...
In mei is het 40 jaar geleden dat dit album verscheen, als opvolger van Out of the Blue (1977). Het muzikale landschap was in die twee jaar ingrijpend veranderd. Niet iedereen was aan de Punk, want die invloed bleef redelijk beperkt en stond te ver af van wat het publiek aantrekkelijk vond. Pas in de doorontwikkeling naar New Wave volgde de massa. Er was een andere rage aan de gang: de Disco !
Al een paar jaar bestond er een vorm van dansbare muziek, funky soul, met duidelijke vierkwarts beat en 'de disco' werd de gangbare aanduiding voor het soort uitgaansgelegenheid waar je wat kon dansen en een mixje drinken. Spiegelbol aan het plafond, dresscode: de wijde glitterblouse. Wie is er niet geweest. Maar in 1979 ging de disco volledig los.
Natuurlijk was ook Jeff Lynne dat niet ontgaan en de ELO-voorman bleek verstandig genoeg om niet een tijdloos Out of the Blue II uit te brengen. Met de titel en een paar songs liet hij speels merken wel degelijk contact te houden met de tijd. Maar is dit dan het gevreesde disco album van ELO?
Ik beluister nu het video-album. Ja, ook dat was hip, nog jaren voor MTV de beeldbuis veroverde, was dit hele album al van een videoclip voorzien. Maar wat me opvalt, meer dan destijds, dat er nog zoveel beatlesque invloed te horen is: Need Her Love, The Diary of Horace Wimp, met die prachtige tekst en het melodieuze On the Run. Duidelijk is nu ook de creatieve inbreng van toetsenist Richard Tandy.
Wil je heel graag toch de disco erin horen, dan is Last Train to London het nummer dat het genre op z'n best parodieert met direct daarna openingstrack Shine a Little Love als tweede verdachte. Wishing is wat onopvallend en schuurt aan tegen soft soul. Hierop kan 'geschuifeld' worden.
In het slotnummer gaat het van dik hout zaagt men planken: Don't Bring Me Down. Op bijna geen album kan Lynne de verleiding weerstaan een rechttoe rechtaan R&R-nummer neer te zetten. Niks disco maar desalniettemin het grote succes van het album. Erg fijn en gebalanceerd is Confusion, een prachtige popsong, beetje pathetisch gezongen en wat knoopt Tandy er toch een mooi outro aan. Meesterlijk.
Helemaal niet zo erg dus allemaal, dit Discovery, een plaat waar ik in die tijd met de nodige scepsis op reageerde. ELO nu ook al aan de disco? Verre van dat, zou ik nu zeggen. Wel is de positie van de band verschoven richting de pakkende popsong. Het commerciële motief werd openlijker aan de dag gelegd.
Opnieuw een stijlbreuk, op weg naar de toekomst, waarin violen werden afgeserveerd en electronica de dienst ging uitmaken. In vrijwel niets herkennen we hier nog het geluid van de 'Harvest-jaren' van de band, 1971-1973. Het ging erg snel. De creatieve talenten draaiden overuren. Uitputtend, zoals later zou blijken. Midden jaren tachtig doofde dan ook het lampje. Voorlopig althans ...
Electric Light Orchestra - Out of the Blue (1977)

5,0
6
geplaatst: 29 december 2018, 16:33 uur
De single Mr. Blue Sky beleefde eerder dit jaar zijn 40-jarig verjaardagsfeestje (de slingers hangen er nog) en we zien deze aandacht dit jaar terug in de Top 2000. Een stijging naar plaats 51. Voorwaar, niet slecht. Aan liefhebber en voormalig user Deranged draag ik deze review op.
'Plaat voor ruige mannen die even af willen koelen.' zo noemde hij het album destijds. Nou, dat was wat overdreven. Maar wanneer was je ruig in 1977? Zeker, de punk begon los te barsten maar was nog vooral een randverschijnsel. Intussen stoomden de BeeGees de wereld klaar voor de discorevolutie. En dan had je nog de verstokte langharigen, met hun Led Zeppelin en de puberventjes die Queen aanhingen. Ergens daar tussenin bungelde ikzelf. Veertien, vijftien jaar. Een slungelig ventje dus. En ik vond de muziek van ELO prachtig. Tijd voor een bespreking.
A New World Record, de plaat uit 1976, was goed gevallen. Heel goed zelfs. ELO scoorde hiermee hoog in de VS en eindelijk ook thuis in het Verenigd Koninkrijk. Bloedstollende cellorock met gloeiend warme melodieën. Een duidelijke link met de klassieke wereld, thematisch zo duidelijk door de romantiek beïnvloed. Een wereldplaat dus.
En dan, ruim een jaar later, dit Out of the Blue. Een album dat de lijn wil doortrekken en, heel slim, in populaire sciencefiction stijl gevatte hoes. Toch wilde het met dat doortrekken niet zo vlotten aanvankelijk. Jeff Lynne kon geen letter op papier krijgen toen hij zich in mei '77 in een chalet in de Alpen terugtrok voor inspiratie. Het was er grijs en nat. Maar toen na dagen regen de zon doorbrak, hervond hij zijn inspiratie en schreef in drie weken tijd het hele album bij elkaar. Zo gaat dat in legendes. Het is altijd wat mooier dan in werkelijkheid.
Het waren gouden jaren voor de platenindustrie en er kon best een dubbelalbum vanaf. Vinyl genoeg. En zo ontstonden de vier prachtige plaatkanten met ruim 70 minuten speelduur totaal.
Klapstuk is het alweer klassiek aandoende Concerto for a Rainy Day, een spektakel van regen, bliksem en die helder blauwe lucht op het eind. Zo thematisch als deze plaatkant is het elders niet en het album verrast verder vooral in degelijkheid en variatie van stijlen.
Wat minder romantiek en bezieling, zou ik toch willen zeggen, dan op voorgaande platen, maar zeker niet met minder vakmanschap opgenomen. Misschien toch een tikje scheve verhouding kwantiteit/kwaliteit of gebrek aan samenhang. Behalve een vuller als The Whale (leuk om te horen wat de synth in die tijd kon doen) vinden we een Amerikaans thema in Across the Border en Wild West Hero, de vrolijke kakafonie van de Jungle en liefdesdrama in It's Over en Sweet is the Night. En de link tussen die nummers is niet erg duidelijk.
Het mindere gevoel van samenhang bij Out of the Blue zorgt er voor dat mijn lichte voorkeur blijft uitgaan naar voorganger A New World Record. Al ben ik ook blijvend gecharmeerd van veel nummers op deze dubbelaar. Met als persoonlijke uitschieter Summer and Lightning . ELO was hier goed bezig en wellicht was de creatieve top hier al bereikt. Met een paar nummers minder was dit slagschip misschien nét wat wendbaarder geweest. Echt, een enkele schijf met het hele weerdrama in meer uitgesponnen stijl had ook best gekund. Maar zo is het niet gegaan. Ik heb er vrede mee.
Laten we het album intussen niet vergeten als die Mr.Blue Sky weer eens langs komt.
'Plaat voor ruige mannen die even af willen koelen.' zo noemde hij het album destijds. Nou, dat was wat overdreven. Maar wanneer was je ruig in 1977? Zeker, de punk begon los te barsten maar was nog vooral een randverschijnsel. Intussen stoomden de BeeGees de wereld klaar voor de discorevolutie. En dan had je nog de verstokte langharigen, met hun Led Zeppelin en de puberventjes die Queen aanhingen. Ergens daar tussenin bungelde ikzelf. Veertien, vijftien jaar. Een slungelig ventje dus. En ik vond de muziek van ELO prachtig. Tijd voor een bespreking.
A New World Record, de plaat uit 1976, was goed gevallen. Heel goed zelfs. ELO scoorde hiermee hoog in de VS en eindelijk ook thuis in het Verenigd Koninkrijk. Bloedstollende cellorock met gloeiend warme melodieën. Een duidelijke link met de klassieke wereld, thematisch zo duidelijk door de romantiek beïnvloed. Een wereldplaat dus.
En dan, ruim een jaar later, dit Out of the Blue. Een album dat de lijn wil doortrekken en, heel slim, in populaire sciencefiction stijl gevatte hoes. Toch wilde het met dat doortrekken niet zo vlotten aanvankelijk. Jeff Lynne kon geen letter op papier krijgen toen hij zich in mei '77 in een chalet in de Alpen terugtrok voor inspiratie. Het was er grijs en nat. Maar toen na dagen regen de zon doorbrak, hervond hij zijn inspiratie en schreef in drie weken tijd het hele album bij elkaar. Zo gaat dat in legendes. Het is altijd wat mooier dan in werkelijkheid.
Het waren gouden jaren voor de platenindustrie en er kon best een dubbelalbum vanaf. Vinyl genoeg. En zo ontstonden de vier prachtige plaatkanten met ruim 70 minuten speelduur totaal.
Klapstuk is het alweer klassiek aandoende Concerto for a Rainy Day, een spektakel van regen, bliksem en die helder blauwe lucht op het eind. Zo thematisch als deze plaatkant is het elders niet en het album verrast verder vooral in degelijkheid en variatie van stijlen.
Wat minder romantiek en bezieling, zou ik toch willen zeggen, dan op voorgaande platen, maar zeker niet met minder vakmanschap opgenomen. Misschien toch een tikje scheve verhouding kwantiteit/kwaliteit of gebrek aan samenhang. Behalve een vuller als The Whale (leuk om te horen wat de synth in die tijd kon doen) vinden we een Amerikaans thema in Across the Border en Wild West Hero, de vrolijke kakafonie van de Jungle en liefdesdrama in It's Over en Sweet is the Night. En de link tussen die nummers is niet erg duidelijk.
Het mindere gevoel van samenhang bij Out of the Blue zorgt er voor dat mijn lichte voorkeur blijft uitgaan naar voorganger A New World Record. Al ben ik ook blijvend gecharmeerd van veel nummers op deze dubbelaar. Met als persoonlijke uitschieter Summer and Lightning . ELO was hier goed bezig en wellicht was de creatieve top hier al bereikt. Met een paar nummers minder was dit slagschip misschien nét wat wendbaarder geweest. Echt, een enkele schijf met het hele weerdrama in meer uitgesponnen stijl had ook best gekund. Maar zo is het niet gegaan. Ik heb er vrede mee.
Laten we het album intussen niet vergeten als die Mr.Blue Sky weer eens langs komt.
Electric Light Orchestra - Secret Messages (1983)

4,0
0
geplaatst: 4 maart 2019, 09:31 uur
Hoewel de tracklist hierboven anders suggereert, staat ook Rock 'N' Roll Is King op het originele album, zoals uitgebracht in 1983, en sloot hiermee af. No Way Out echter, komen we voor het eerst tegen als bonustrack op de CD-versie van 2001en hoort dus niet op het originele album.
De recente dubbelelpee, die dichter bij de oorspronkelijke bedoeling voor het album zou moeten staan, zorgt voor die verwarring en wordt hierboven kennelijk als leidraad beschouwd. Maar ook de 2001-CD smokkelt met de tracklist door Time After Time toe te voegen tussen Take Me On and On en Four Little Diamonds. Wat is dan nog oorspronkelijk, is de vraag. Laten we het houden op de release in '83 zelf en niet de bedoeling die Jeff mogelijk toen al had met een verlengde versie. Tot zover de verborgen boodschappen achter de diverse releases. Voor wie het nog volgen kan … en wil.
Dit album werd in de Hilversumse Wisseloord Studios opgenomen, in die jaren een akoestisch en technisch ideale werkomgeving. En hoewel de electronica dit album domineert, aansluitend op voorganger Time, is er meer open, ruimtelijk geluid te horen. Mik Kaminski wordt opnieuw ingehuurd voor een vioolsolo. De productietechniek met meerdere lagen geluid domineert het album en zo af en toe snak je wel even naar een meer akoestische naturelversie van een nummer. Zoiets ervaar ik bijvoorbeeld bij Bluebird dat wel wat puurder mag. Ouderwets ELO met koortjes, gitaarsolo en strijkers wordt teruggevonden in een nummer als Train of Gold. Toch ook wel helemaal bij de tijd met de heersende klinische invloeden.
Rock 'N' Roll Is King lijkt als nostalgisch klinkende rocker tot slot de zaak te moeten rechttrekken, maar is een redelijk armzalig nummer ondanks de terugverwijzing naar 'Roll Over Beethoven.' Dan is retrorocker Four LIttle Diamonds een stuk snediger, vooral dankzij de grappige tekst. Erg fraai zijn Stranger en opener Secret Messages. Die twee behoren tot de topcollectie.
The Electric Light Orchestra beleefde hier in Holland niet de beste momenten. Binnen de band heerste een verzakelijkte sfeer wat resulteerde in het ontslag van bassist Kelly Groucutt direct na de opnames, met de nodige rechtszaken als gevolg. Vervolgalbum Balance of Power, dat een jaar later al werd opgenomen, liet de verdere ontbinding van de band zien. In feite eindigde ELO al hier in '83.
De recente dubbelelpee, die dichter bij de oorspronkelijke bedoeling voor het album zou moeten staan, zorgt voor die verwarring en wordt hierboven kennelijk als leidraad beschouwd. Maar ook de 2001-CD smokkelt met de tracklist door Time After Time toe te voegen tussen Take Me On and On en Four Little Diamonds. Wat is dan nog oorspronkelijk, is de vraag. Laten we het houden op de release in '83 zelf en niet de bedoeling die Jeff mogelijk toen al had met een verlengde versie. Tot zover de verborgen boodschappen achter de diverse releases. Voor wie het nog volgen kan … en wil.
Dit album werd in de Hilversumse Wisseloord Studios opgenomen, in die jaren een akoestisch en technisch ideale werkomgeving. En hoewel de electronica dit album domineert, aansluitend op voorganger Time, is er meer open, ruimtelijk geluid te horen. Mik Kaminski wordt opnieuw ingehuurd voor een vioolsolo. De productietechniek met meerdere lagen geluid domineert het album en zo af en toe snak je wel even naar een meer akoestische naturelversie van een nummer. Zoiets ervaar ik bijvoorbeeld bij Bluebird dat wel wat puurder mag. Ouderwets ELO met koortjes, gitaarsolo en strijkers wordt teruggevonden in een nummer als Train of Gold. Toch ook wel helemaal bij de tijd met de heersende klinische invloeden.
Rock 'N' Roll Is King lijkt als nostalgisch klinkende rocker tot slot de zaak te moeten rechttrekken, maar is een redelijk armzalig nummer ondanks de terugverwijzing naar 'Roll Over Beethoven.' Dan is retrorocker Four LIttle Diamonds een stuk snediger, vooral dankzij de grappige tekst. Erg fraai zijn Stranger en opener Secret Messages. Die twee behoren tot de topcollectie.
The Electric Light Orchestra beleefde hier in Holland niet de beste momenten. Binnen de band heerste een verzakelijkte sfeer wat resulteerde in het ontslag van bassist Kelly Groucutt direct na de opnames, met de nodige rechtszaken als gevolg. Vervolgalbum Balance of Power, dat een jaar later al werd opgenomen, liet de verdere ontbinding van de band zien. In feite eindigde ELO al hier in '83.
Electric Light Orchestra - Time (1981)

5,0
2
geplaatst: 3 maart 2019, 15:53 uur
Wat is tijd als je een reis kunt maken naar de toekomst? Vooruitkijken en terugblikken worden dan relatieve begrippen. Spelen met de tijd is vooral interessant als je de toekomst in kunt gaan. En dat is de gedachte waar dit album mee speelt.
Een man maakt een tijdreis van 1981 naar 2095 en ziet hoe het daar toegaat in die toekomende eeuw. Het kan toch niet waar zijn. Is het een droom? Dan misschien toch ook een bange, want erg blij wordt de man niet van de kille strakke technologie. Zal hij ooit wat kunnen voelen voor de perfecte computervrouw? En hoe eenzaam zul je daar dan zijn? Ben je nog een mens van vlees en bloed? Nee, dan toch maar weer liever terug naar die vertrouwde jaren '80 van de vorige eeuw …
Heel veel dieper gaat het verhaal niet. Proloog en epiloog geven kop en staart aan dit Sci-Fi drama. Instrumentaal kan de band niet veel verder springen dan de polsstok anno 1981 lang is. Synthesizers, stemvervormers, piepjes en bliepjes geven een klank van ruimte en toekomst in een soort 'Wondere Wereld' van Chriet Titulaer. Moderner kon het niet. Goed beschouwd niet veel anders dan inspelen op de heersende synthpop mode die al aan de gang was. Opnieuw had Lynne zijn oren goed openstaan voor ontwikkelingen in de popmuziek. 'Another Heart Breaks' had ook best van OMD kunnen zijn. De desolate sfeer had Lynne goed te pakken.
Uiteindelijk, en daarin onderscheidt het album zich van vele bands in die jaren, loopt het conceptverhaaltje goed af met het optimistische Hold On Tight. Hou vast aan je dromen! De toekomst is geen doemscenario.
Nee, echt veel dieper hoeven we niet te zoeken naar betekenis en duiding. Het was gewoon een mooi en slim thema. En knap uitgewerkt. Na het lastige Xanadu, een half album in feite, stond ELO nu weer voor een gedurfd conceptueel geluid. Time deelde een stevige dreun uit aan iedereen die het Electric Light Orchestra al had afgeschreven.
De bonustracks op de remaster van 2001, die goed klinkt trouwens, voegen best een paar goede songs toe, maar verzwakken het idee van themaplaat met kop en staart. Na Epilogue is het gewoon klaar.
Een man maakt een tijdreis van 1981 naar 2095 en ziet hoe het daar toegaat in die toekomende eeuw. Het kan toch niet waar zijn. Is het een droom? Dan misschien toch ook een bange, want erg blij wordt de man niet van de kille strakke technologie. Zal hij ooit wat kunnen voelen voor de perfecte computervrouw? En hoe eenzaam zul je daar dan zijn? Ben je nog een mens van vlees en bloed? Nee, dan toch maar weer liever terug naar die vertrouwde jaren '80 van de vorige eeuw …
Heel veel dieper gaat het verhaal niet. Proloog en epiloog geven kop en staart aan dit Sci-Fi drama. Instrumentaal kan de band niet veel verder springen dan de polsstok anno 1981 lang is. Synthesizers, stemvervormers, piepjes en bliepjes geven een klank van ruimte en toekomst in een soort 'Wondere Wereld' van Chriet Titulaer. Moderner kon het niet. Goed beschouwd niet veel anders dan inspelen op de heersende synthpop mode die al aan de gang was. Opnieuw had Lynne zijn oren goed openstaan voor ontwikkelingen in de popmuziek. 'Another Heart Breaks' had ook best van OMD kunnen zijn. De desolate sfeer had Lynne goed te pakken.
Uiteindelijk, en daarin onderscheidt het album zich van vele bands in die jaren, loopt het conceptverhaaltje goed af met het optimistische Hold On Tight. Hou vast aan je dromen! De toekomst is geen doemscenario.
Nee, echt veel dieper hoeven we niet te zoeken naar betekenis en duiding. Het was gewoon een mooi en slim thema. En knap uitgewerkt. Na het lastige Xanadu, een half album in feite, stond ELO nu weer voor een gedurfd conceptueel geluid. Time deelde een stevige dreun uit aan iedereen die het Electric Light Orchestra al had afgeschreven.
De bonustracks op de remaster van 2001, die goed klinkt trouwens, voegen best een paar goede songs toe, maar verzwakken het idee van themaplaat met kop en staart. Na Epilogue is het gewoon klaar.
Electric Light Orchestra - Zoom (2001)

4,0
1
geplaatst: 9 april 2025, 20:04 uur
Tijd om hier weer eens op terug te blikken. In huis: de originele CD, tweemaal zelfs, en de remaster-heruitgave op het Frontier-label uit 2013, met de twee wat ongepaste bonustracks.
Die laatste klinkt een fractie frisser en voller, al moet je voor de verschillen diep in de speaker kruipen.
Een beetje gruizig klinkt het toch wel. Alsof de analoge VU-meters een stukje in het rood uitsloegen bij de mix. Nu denk ik dat niets toevallig gebeurt op de albums van ELO en zó en niet anders moet het dus wel bedoeld zijn door Jeff. Ook niet toevallig is de lengte van de nummers, allemaal rond de behapbare drieënhalve minuut. Een nieuwe benadering van songs.
Het album was matig succesvol, maar dat is hierboven al beschreven, dus direct door naar de nummers:
Alright komt zwaar ronkend binnen, met dat heerlijke gitaarwerk. En hoewel de essentie van de tekst positief is, hoor je het leed eraan af. Het leven is geen lolletje, doorvechten dus.
Moment in Paradise : geweldig nummer, het verbaast me zeer dat dit geen hitsingle werd.
State of Mind : een rocker rechttoe rechtaan. Een beetje simpel.
Just for Love : beatlesque. Mooi dus.
Stranger on a Quiet Street : hier ben ik ook enthousiast over. Heerlijke rocker, in lijn met de krachtige opener Alright.
In My Own Town ; zoiets was al eens gedaan op Secret Messages (1983): nostalgische blues.
Je kunt niet zeggen dat het allemaal hetzelfde is op dit album, zoals Easy Money bewijst.
It Really Doesn't Matter zit geraffineerd in elkaar, maar maakt niet heel veel indruk.
Een beetje When I Was a Boy (2015) horen we hier alvast in Ordinary Dream, met nostalgische ELO-strijkjes.
Zwelgen in nostalgie in A Long Time Gone: een prachtsong. Wat zit het ook hier weer gedegen in elkaar!
Nu mijn favoriet: Melting in the Sun . Dit vraagt om luid afspelen, dus als je buren niet thuis zijn.
Koortjes, gitaren, en heerlijk sentiment. Lynne zet hier zijn beste stem op.
Dan nog twee ouderwetse rockers om het af te leren: All She Wanted en Lonesome Lullaby. Hoor ik Tom Petty? Ja, die invloed is er wel degelijk. En dan is de plaat ten einde. Tenminste, de originele versie.
De toegevoegde tracks One Day en Turn to Stone in de live versie mogen er wel zijn, maar hebben met het concept van Zoom niets te maken. Al is de laatste track ook in 2001 opgenomen bij de Zoom-tour.
Tja, die tour. Daar zullen we het maar niet meer over hebben. Dit was toch echt de laatste échte ELO, al was het meer dan duidelijk een soloproject geworden van Jeff Lynne. De inspiratie, hier op Zoom nog volop voorradig, bleek het grote probleem op de meer of minder glorieuze comeback albums van Jeff Lynne's ELO: Alone in the Universe (2015) en From Out of Nowhere (2019).
Het originele Zoom is tweedehands nog wel voor een pittig bedrag te krijgen, maar beter is dan voor een redelijker prijs de box original album classics aan te schaffen met naast Zoom, Armchair Theatre, Long Wave, Mr. Blue Sky en Live. In kartonnen hoesjes weliswaar, maar daar is overheen te komen.
Die laatste klinkt een fractie frisser en voller, al moet je voor de verschillen diep in de speaker kruipen.
Een beetje gruizig klinkt het toch wel. Alsof de analoge VU-meters een stukje in het rood uitsloegen bij de mix. Nu denk ik dat niets toevallig gebeurt op de albums van ELO en zó en niet anders moet het dus wel bedoeld zijn door Jeff. Ook niet toevallig is de lengte van de nummers, allemaal rond de behapbare drieënhalve minuut. Een nieuwe benadering van songs.
Het album was matig succesvol, maar dat is hierboven al beschreven, dus direct door naar de nummers:
Alright komt zwaar ronkend binnen, met dat heerlijke gitaarwerk. En hoewel de essentie van de tekst positief is, hoor je het leed eraan af. Het leven is geen lolletje, doorvechten dus.
Moment in Paradise : geweldig nummer, het verbaast me zeer dat dit geen hitsingle werd.
State of Mind : een rocker rechttoe rechtaan. Een beetje simpel.
Just for Love : beatlesque. Mooi dus.
Stranger on a Quiet Street : hier ben ik ook enthousiast over. Heerlijke rocker, in lijn met de krachtige opener Alright.
In My Own Town ; zoiets was al eens gedaan op Secret Messages (1983): nostalgische blues.
Je kunt niet zeggen dat het allemaal hetzelfde is op dit album, zoals Easy Money bewijst.
It Really Doesn't Matter zit geraffineerd in elkaar, maar maakt niet heel veel indruk.
Een beetje When I Was a Boy (2015) horen we hier alvast in Ordinary Dream, met nostalgische ELO-strijkjes.
Zwelgen in nostalgie in A Long Time Gone: een prachtsong. Wat zit het ook hier weer gedegen in elkaar!
Nu mijn favoriet: Melting in the Sun . Dit vraagt om luid afspelen, dus als je buren niet thuis zijn.
Koortjes, gitaren, en heerlijk sentiment. Lynne zet hier zijn beste stem op.
Dan nog twee ouderwetse rockers om het af te leren: All She Wanted en Lonesome Lullaby. Hoor ik Tom Petty? Ja, die invloed is er wel degelijk. En dan is de plaat ten einde. Tenminste, de originele versie.
De toegevoegde tracks One Day en Turn to Stone in de live versie mogen er wel zijn, maar hebben met het concept van Zoom niets te maken. Al is de laatste track ook in 2001 opgenomen bij de Zoom-tour.
Tja, die tour. Daar zullen we het maar niet meer over hebben. Dit was toch echt de laatste échte ELO, al was het meer dan duidelijk een soloproject geworden van Jeff Lynne. De inspiratie, hier op Zoom nog volop voorradig, bleek het grote probleem op de meer of minder glorieuze comeback albums van Jeff Lynne's ELO: Alone in the Universe (2015) en From Out of Nowhere (2019).
Het originele Zoom is tweedehands nog wel voor een pittig bedrag te krijgen, maar beter is dan voor een redelijker prijs de box original album classics aan te schaffen met naast Zoom, Armchair Theatre, Long Wave, Mr. Blue Sky en Live. In kartonnen hoesjes weliswaar, maar daar is overheen te komen.
Elly & Rikkert - Jarenlang (1988)

3,0
2
geplaatst: 26 februari 2020, 17:20 uur
Na jaren vast contract bij EMI maakte het duo een uitstapje naar het kleine label Horizon van Disky BV.
Opmerkelijk 'gewoon' album van het hippe duo, dat zo rond 1976 de overstap maakte naar het christelijk geloof. Hun hele repertoire werd in de jaren daarna bepaald door getuigen van dat geloof. Ondanks de optredens bij de EO bleven ze toch ook eigenzinnig hun eigen weg gaan. Tot een kerk traden ze niet toe en ook voor de EO waren ze niet eenvoudig te vangen.
Wellicht groeide de nieuwe achterban met hen mee en vonden ze de vrijheid terug wat maatschappijkritischer voor de dag te komen. En dichterlijker, maar dan in observaties van het dagelijks leven. Portretten van mensen en hun gevoelens. Daarmee ruilden ze een stukje mystiek verlangen, dat hun eerdere albums zo kenmerkte, in voor meer nuchterheid. 'Het hart op de tong'.
Dit album werd in Volendam opgenomen in de studio van Arnold Mühren en ze worden terzijde gestaan door o.a. Hans Vermeulen en zijn zanggroep met Dianne Marchal, Ruth Jacott en Jody Pijper.
Het zijn mooie kleine liedjes over het algemeen, al spreken niet alle teksten me aan, waarin hier en daar verwezen wordt naar Boven, maar niet zo expliciet als pakweg tien jaar eerder.
Rozen Uit het Asfalt rockt lekker en Tot de Cirkel Sluit is een vertaling van Joni Mitchell's The Circle Game.
Een aardig album, bij hun terugkeer naar EMI maakten ze het meer akoestische Koorddanser (1991) dat ik een stukje beter vind.
Bijzonder stel. Inmiddels bezig met een afscheidstournee, die op 21 juni dit jaar gaat eindigen in Amsterdam.
Opmerkelijk 'gewoon' album van het hippe duo, dat zo rond 1976 de overstap maakte naar het christelijk geloof. Hun hele repertoire werd in de jaren daarna bepaald door getuigen van dat geloof. Ondanks de optredens bij de EO bleven ze toch ook eigenzinnig hun eigen weg gaan. Tot een kerk traden ze niet toe en ook voor de EO waren ze niet eenvoudig te vangen.
Wellicht groeide de nieuwe achterban met hen mee en vonden ze de vrijheid terug wat maatschappijkritischer voor de dag te komen. En dichterlijker, maar dan in observaties van het dagelijks leven. Portretten van mensen en hun gevoelens. Daarmee ruilden ze een stukje mystiek verlangen, dat hun eerdere albums zo kenmerkte, in voor meer nuchterheid. 'Het hart op de tong'.
Dit album werd in Volendam opgenomen in de studio van Arnold Mühren en ze worden terzijde gestaan door o.a. Hans Vermeulen en zijn zanggroep met Dianne Marchal, Ruth Jacott en Jody Pijper.
Het zijn mooie kleine liedjes over het algemeen, al spreken niet alle teksten me aan, waarin hier en daar verwezen wordt naar Boven, maar niet zo expliciet als pakweg tien jaar eerder.
Rozen Uit het Asfalt rockt lekker en Tot de Cirkel Sluit is een vertaling van Joni Mitchell's The Circle Game.
Een aardig album, bij hun terugkeer naar EMI maakten ze het meer akoestische Koorddanser (1991) dat ik een stukje beter vind.
Bijzonder stel. Inmiddels bezig met een afscheidstournee, die op 21 juni dit jaar gaat eindigen in Amsterdam.
Elton John - 21 at 33 (1980)

4,0
1
geplaatst: 15 september 2025, 08:59 uur
'Don't you wanna play no more ...'
Weer gewoon leverbaar op CD, dankzij de productie in Tsjechië, is dit minder opvallende album van Elton John. De plaat kwam uit in mei 1980 en was al voor het grootste deel in augustus 1979 in Zuid-Frankrijk geschreven en opgenomen.
De titel wil zeggen: album 21 en 33 de leeftijd van de artiest. Wie echter goed kan tellen, komt niet verder dan 17 reguliere John-albums, wat op zichzelf ook al een opmerkelijke prestatie is.
John Tobler legt in het begeleidende boekwerkje uit hoe ook 'Greatest Hits’, het ‘Lady Samantha’ compilatiealbum met vroege opnames en een mini-album uit ‘79 werden meegerekend. Eerlijk gezegd kom ik dan op 20, maar misschien raak ik nu zelf de tel kwijt.
Uit deze optelling in de cryptisch anonieme titel kunnen we opmaken dat Elton John hier een ‘tussendoor’ album in elkaar draait, na een lastige periode. Lastig, omdat zijn vaste schrijfmaatje Bernie Taupin na het prachtige ‘Blue Moves’ in 1976 de samenwerking opzegde en hij op ‘A Single Man’ (dramatische titel) het moest stellen met Gary Osbourne als tekstschrijver. Niet verkeerd, maar onwennig. Echter, Taupin keerde terug en schreef hier weer mee aan drie nummers. Verder noemen we ook nog Gary Osbourne en Tom Robinson als tekstschrijvers. Het laatste nummer, Give Me the Love, schreef Elton samen met Judy Tzuke.
Het werd, afgezien van de wat rockende opener, Chasing the Crown, een overwegend rustig album. Ik proef nog helemaal de jaren zeventig. Een prettig geluid, geen digitale grappen nog hier en een uitstekende band met namen als Nigel Olson, Steve Lukather, David Patch, Peter Noone, Don Henley, Glenn Frey en Timothy B. Schmit. Jawel, een beetje Eagles hier, met name in White Lady White Powder.
Met new wave of disco heeft het album helemaal niets en het kabbelt fijn verder, waardoor je het gevaar loopt voortijdig je aandacht te verliezen, maar het zijn toch stuk voor stuk uitstekende songs. Genoemd is al Sartorial Eloquence en bescheiden hitsingle Little Jeannie natuurlijk, maar waar ik het in de tweede helft voorheen vond inzakken, valt me dat nu enorm mee. Zelfs Dear God, veelal als ‘draak’ weggezet, is voor mij als gelovig mens genietbaar.Take Me Back is echt country, heel aardig. Slotnummer Give Me the Love, ik zei het al met Judy Tzuke, zit geraffineerd in elkaar en heeft een mooie funky swing.
Samenvattend: gewoon ouderwets vakwerk op dit album. Elton John is zich aan het herpakken na de uitputtende zeventiger jaren en zijn dramatische ‘Victim of Love' van een jaar eerder. Ik doe er een hele punt bij!
Weer gewoon leverbaar op CD, dankzij de productie in Tsjechië, is dit minder opvallende album van Elton John. De plaat kwam uit in mei 1980 en was al voor het grootste deel in augustus 1979 in Zuid-Frankrijk geschreven en opgenomen.
De titel wil zeggen: album 21 en 33 de leeftijd van de artiest. Wie echter goed kan tellen, komt niet verder dan 17 reguliere John-albums, wat op zichzelf ook al een opmerkelijke prestatie is.
John Tobler legt in het begeleidende boekwerkje uit hoe ook 'Greatest Hits’, het ‘Lady Samantha’ compilatiealbum met vroege opnames en een mini-album uit ‘79 werden meegerekend. Eerlijk gezegd kom ik dan op 20, maar misschien raak ik nu zelf de tel kwijt.
Uit deze optelling in de cryptisch anonieme titel kunnen we opmaken dat Elton John hier een ‘tussendoor’ album in elkaar draait, na een lastige periode. Lastig, omdat zijn vaste schrijfmaatje Bernie Taupin na het prachtige ‘Blue Moves’ in 1976 de samenwerking opzegde en hij op ‘A Single Man’ (dramatische titel) het moest stellen met Gary Osbourne als tekstschrijver. Niet verkeerd, maar onwennig. Echter, Taupin keerde terug en schreef hier weer mee aan drie nummers. Verder noemen we ook nog Gary Osbourne en Tom Robinson als tekstschrijvers. Het laatste nummer, Give Me the Love, schreef Elton samen met Judy Tzuke.
Het werd, afgezien van de wat rockende opener, Chasing the Crown, een overwegend rustig album. Ik proef nog helemaal de jaren zeventig. Een prettig geluid, geen digitale grappen nog hier en een uitstekende band met namen als Nigel Olson, Steve Lukather, David Patch, Peter Noone, Don Henley, Glenn Frey en Timothy B. Schmit. Jawel, een beetje Eagles hier, met name in White Lady White Powder.
Met new wave of disco heeft het album helemaal niets en het kabbelt fijn verder, waardoor je het gevaar loopt voortijdig je aandacht te verliezen, maar het zijn toch stuk voor stuk uitstekende songs. Genoemd is al Sartorial Eloquence en bescheiden hitsingle Little Jeannie natuurlijk, maar waar ik het in de tweede helft voorheen vond inzakken, valt me dat nu enorm mee. Zelfs Dear God, veelal als ‘draak’ weggezet, is voor mij als gelovig mens genietbaar.Take Me Back is echt country, heel aardig. Slotnummer Give Me the Love, ik zei het al met Judy Tzuke, zit geraffineerd in elkaar en heeft een mooie funky swing.
Samenvattend: gewoon ouderwets vakwerk op dit album. Elton John is zich aan het herpakken na de uitputtende zeventiger jaren en zijn dramatische ‘Victim of Love' van een jaar eerder. Ik doe er een hele punt bij!
Elton John - A Single Man (1978)

3,0
0
geplaatst: 17 februari 2019, 13:38 uur
Elton moet hier zijn vaste schrijfmaatje Bernie Taupin missen en laat de teksten over aan songwriter Gary Osborne. Het album is best redelijk te noemen, maar is een stukje fletser dan we in de eerste helft van het decennium van hem gewend waren.
Meest intrigerend is het vrijwel instrumentale Song for Guy. Een ode aan een overleden jonge studiomedewerker, Guy Burchett, maar eigenlijk meer bedoeld als een nummer over de sterfelijkheid in het algemeen. Een bezinningsmoment.
Georgia is een goed nummer, met koor en pakkend refrein, evenals het wat disco-achtige Part Time Love.
Te langdradig met ruim 8 minuten is It Ain't Gonna Be Easy. Hier komt de zwakte van het album aan de oppervlakte: het oeverloze voortgaan van sommige nummers zonder een punt te scoren. De energie die we van Elton kenden op vorige albums lijkt wat verflauwd. De scherpere hoeken zijn afgerond. A Single Man was een lastige opgave voor de man.
Bij de bonustracks op de CD-versie komen we goede nummers tegen als I Cry at Night en Strangers.
Meest intrigerend is het vrijwel instrumentale Song for Guy. Een ode aan een overleden jonge studiomedewerker, Guy Burchett, maar eigenlijk meer bedoeld als een nummer over de sterfelijkheid in het algemeen. Een bezinningsmoment.
Georgia is een goed nummer, met koor en pakkend refrein, evenals het wat disco-achtige Part Time Love.
Te langdradig met ruim 8 minuten is It Ain't Gonna Be Easy. Hier komt de zwakte van het album aan de oppervlakte: het oeverloze voortgaan van sommige nummers zonder een punt te scoren. De energie die we van Elton kenden op vorige albums lijkt wat verflauwd. De scherpere hoeken zijn afgerond. A Single Man was een lastige opgave voor de man.
Bij de bonustracks op de CD-versie komen we goede nummers tegen als I Cry at Night en Strangers.
