MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Wandelaar als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Jackson Browne - Lives in the Balance (1986)

poster
4,0
Na enige twijfel mijn stem bepaald.
Die twijfel werd bij mij vooral gewekt door het hoorbaar 'mid-eighties-mainstream' karakter van dit album. Maar eigenlijk is dat vooral even de omschakeling bij het opzetten van het album. Die 32 jaar terug in de tijd moet toch érgens aan te merken zijn. En dan herkennen we het studiogeluid uit die jaren best. Zo vonden we dat destijds een goede productie.

Jackson Browne kende ik van zijn gloedvolle singer-songwriter-rock op albums als For Everyman, Late for the Sky en The Pretender waarop we vooral de innerlijke emoties van de artiest leerden kennen. Toen ik in 1986 Lives in the Balance (best vertaald als: 'er staan levens op het spel') kocht, was ik nog niet helemaal voorbereid op de nieuwe koers van de zanger. Muzikaal een stukje zakelijker en bij de tijd, tekstueel met een heel duidelijke politieke kleur. De regering Reagan krijgt niet mis te verstane kritiek toebedeeld vanwege het beleid in Midden-Amerika.

Duidelijker dan ooit kiest Browne hier voor zijn engagement en boodschapt het uit. Patriottisme is in de VS ook bij links een positieve waarde. Trots op Amerika mag, maar dan ook het onrecht van je eigen land benoemen. En zo weet Jackson Browne zich een woordvoerder van het protest.

Ten koste van de artistieke waarde? Dat vind ik lastig. Muzikaal zijn de jaren'70 voor hem vruchtbaarder geweest. Heel verrassend wordt het hier niet. Till I Go Down bijvoorbeeld is prima mee te zingen maar heeft een modieus reggae-jasje meegekregen waarvan de uiterste houdbaarheidsdatum nu wel verstreken is. Maar echt de mist in gaan, nee daarvoor is Browne te veel een vakman.

Vooral tekstueel heel interessant dit album, muzikaal best in orde maar niet volledig overtuigend. Zo kom ik dan op 4 sterren. En dat moet genoeg zijn.

James Taylor - American Standard (2020)

poster
3,0
Opnieuw beluisterd, vijf jaar later. Ik blijf toch op drie sterren. Het is nergens onder de maat, muzikaal in orde, goed opgenomen, maar een beetje peper en zout wordt wel gemist. En dat nog wel op het Fantasy-label. Taylor zal 71 geweest zijn bij deze opnames en is nog prima bij stem, pakt ook de hoge noten probleemloos, voor zover zijn bereik dat toelaat. De jazzy folky begeleiding, dat is het eigenlijk. Een late night sfeer, gedempte lichten, een vriendenkring rond een gedekte tafel en dan deze muziek. Op de achtergrond wel te verstaan.

James Taylor - Gorilla (1975)

poster
5,0
Als ik nou toch nog eens probeer aan dit album een paar woorden te wijden, dan denk ik aan: geraffinineerd, gebalanceerd, persoonlijk, gevoelig, ontroerend, grappig, verrassend, ontspannend, vertederend, diepgaand, welluidend.

Wat er niet bij me opkomt is, wat de man wel verweten wordt, namelijk: gemakzuchtig binnen de lijntjes blijven en onopvallend meedeinen op de muzikale invloeden van zijn tijd zonder zijn nek uit te hoeven steken. Zijn sterrendom ontlopende saaiheid zelfs, die toch maar een leuke carrière opleverde.

Humm, niet dat het allemaal volledig onwaar is, maar eigenlijk doet dat er zo heel weinig toe. Je wilt toch gewoon een fijne plaat. En dat is het. Een beetje folk, een beetje funk en soul, een vleugje easy listening, een beetje rock. En daarmee had de man een recept in handen dat hij tot op zijn laatste album uit 2015 wist toe te passen. Een artiest die zichzelf bleef en die hier op Gorilla een ijkpunt bereikt. Meet al zijn andere platen maar af aan deze en je begrijpt het.

James Taylor - One Man Band (2007)

poster
4,0
James Taylor klinkt heel relaxt, hier in zijn woonplaats Pittsfield, Massachusetts. Exacte locatie is het oude Colonial Theatre, ternauwernood van de slopershamer gered en Taylor voelt zich hier helemaal thuis. Natuurlijk kan hij ook zo ontspannen zijn omdat hij zijn repertoire kent als zijn broekzak en gewoon een goede vakman is. Zijn perfectionisme hoor je er niet aan af. Het gaat er losjes aan toe, steeds in contact met zijn publiek en met een aardig grapje tussendoor. Een rasentertainer.

Dat het wat sober is met gitaar en piano is niet storend. Veel nummers zijn ook zonder band indringend genoeg. Maar we moeten vooral de bijdrage van The Tanglewood Festival Chorus niet vergeten, de grap met de drumcomputer en met name pianist Larry Goldings, die Taylor zijn One Man Band noemt in het voorwoord van het tekstboekje.

Een genoeglijke 78 minuten, heel geschikt voor de feestdagen bijvoorbeeld.

Jan Akkerman - My Focus - Live Under the Rainbow (2025)

poster
5,0
Een live-album, zoals ook Focus' At the Rainbow in 1973. Akkerman had toen een beetje problemen met zijn gitaar en miste een paar noten. Na 52 jaar deze 'revenge'. Ook de cover-art bevat verwijzingen naar dat legendarische live-album van toen. Of Jan de laatste decennia nog met Thijs van Leer heeft gesproken, weet ik niet. In 1985 namen ze samen nog wel een album op onder de naam Focus, als eenmalig project rondom een peperdure synthesizer, opgenomen in studio Spitsbergen, om vervolgens ieder zijns weegs te gaan. Van Leer blies Focus nieuw leven in vanaf de millenniumwisseling en Akkerman was intussen niet minder productief met, als ik goed geteld heb, 34 albums, studio en live, en talloze samenwerkingen.

Op 'Under the Rainbow' treffen we veel bekend Focus-materiaal aan, maar dan voor een groot deel omgewerkt tot een eigen Akkerman-geluid. De fluit - aan de fluitist van Focus had Akkerman niet zoveel goede herinneringen - komen we uiteraard niet tegen op dit album. Het is vooral de gitaar die hier het werk doet. Jan Akkerman, 79 nu en ooit uitgeroepen tot beste gitarist ter wereld, zal ook wel eens een wat strammere dag hebben, en dat is normaal op deze leeftijd, maar niets merken we daarvan in zijn spelkwaliteit op dit album.

Akkerman speelt levendig en inventief, met de nodige improvisaties, losjes gebaseerd op de oude Focus-nummers. Het gaat geregeld een andere kant op om vervolgens het spoor weer in een bekend riedeltje terug te vinden, zoals in Palace of the King. Akkerman heeft zich breder ontwikkeld dan zijn oude bandmaten, vooral in de sfeer van funk en latin, waar de nieuwe 'van Leer'- Focus iets meer jazz in zich heeft. Toch raken de oude maten elkaar muzikaal na zoveel jaar nog wel degelijk in het hart. Een uniek geluid, een vrije geest, een emotionele opvatting van muziek, toch nog steeds heel herkenbaar. Meest natuurgetrouw nagespeeld is Focus 2, waar Akkerman kennelijk nog steeds helemaal achter staat. Ook geweldig zijn de stevige bewerkingen van Hocus Pocus en Sylvia. Zonder fluit en hammond, maar met dat energieke gitaarspel van Akkerman als bewijs dat Focus niet in de laatste plaats uit zijn koker kwam.

Hoogtepunt: Tommy's Anniversary. Prachtig.

Jan Akkerman & Thijs van Leer - Focus (1985)

poster
4,0
De 'missing link' in het Focus-verhaal is ongetwijfeld dit album uit 1985. Akkerman en van Leer durfden het na tien jaar 'ieder zijns weegs' wel aan een periode samen door te brengen in de studio. Onder leiding van producer Ruud Jacobs werd in Studio Spitsbergen in Zuidbroek, Groningen een nieuw hoofdstuk toegevoegd aan het verhaal van de band. Een losse bladzijde, zo bleek later, want na het eenmalige concert in Vredenburg hielden beide kopstukken het weer voor gezien. Een eenmalig project, dat logischerwijs wel Focus mocht heten, maar het toch niet helemaal was.

Het was 1985 en dus moest het onvermijdelijke gebeuren: een jaren '80 productie. Zowel Thijs als Jan hadden gezorgd voor een paar nieuwe nummers, improvisaties en een gerestylede versie van Le Tango, dat we in meer klassieke vorm al kenden van Introspection IV. Maar overduidelijk willen de heren laten merken dat ze met hun tijd mee zijn gegaan. Geforceerd soms.

Heel aardig en bijzonder dat het Nederlandse label Music On CD er moeite voor deed de CD nog eens uit de mottenballen te halen, want heel lang is deze CD-versie niet in de handel geweest.

Blikvanger is de XL-versie van Beethoven's Revenge (Bach-One-Turbo-Overdrive) dat bijna 19 minuten mag duren. Een prachtige compositie van Jan Akkerman, met een drive en beat die weliswaar uit een blikje komt, maar waarin hij alle ruimte heeft zijn gitaar te laten soleren. Het gaat op en neer van rock naar funk en jazz en eigenlijk, uitgezonderd de blikken drums dan, op een heel aantrekkelijke manier. En dan denk ik: waarom was drummer Pierre van der Linden hier niet bij?!

Thijs van Leer kan zichzelf goed kwijt in Russian Roulette en het ruim 16 minuten durende Who's Calling?
Aantrekkelijke korte nummers zijn King Kong en Ole Judy. We horen hier beslist geen uitgeblust stel muzikanten, die met een schnabbel als deze, op de automatische piloot gaan. Iets van de oude chemie vonkt op en afgezien van een paar schoonheidsfoutjes op productioneel vlak, hebben we hier een heel aardig album in handen.

Jammer dat het hierna gedaan was. Pas in 2002 was Focus terug in de studio en kwam er een vervolg onder deze bandnaam. Zónder Akkerman en dat blijft één van de meest tragische breukverhalen uit de Nederlandse popgeschiedenis.

Jeff Lynne - Armchair Theatre (1990)

poster
4,0
Na ELO ging Lynne solo, 42 jaar oud en een aantal rijke ervaringen verder; zijn Electric Light Orchestra eindigde feitelijk al direct na Secret Messages in 1983, toen een deel van de band opstapte. Als driemanschap werd dan nog Balance of Power geproduceerd, dat in 1986 uitkwam. Hierop kon Lynne zich uitleven op de synthesizer- en sampletechniek van die dagen.
Productiewerk kwam er volop: voor Brian Wilson, Randy Newman, Tom Petty, George Harrison, Roy Orbison en samen in supergroep The Traveling Wilburys.

En dan in 1990 dit soloproject: compacte popsongs, gitaarrock, rock&roll, niet ver van de Wilbury-sound en opvallend minder electronische bliepjes en piepjes, zoals op de platen in de jaren '80. Jeff's liefde voor akoestiek, weliswaar van zijn kleine studio, kwam nu tot z'n recht. Opgenomen in '89 en '90 in Engeland en afgemixt in L.A., de nieuwe thuisbasis van de zanger.

Het is een album met energieke gitaarrockers en twee 'evergreens' uit grootmoeders tijd: September Song en Stormy Weather. Een heel album vol met vergelijkbaar materiaal kwam in 2012 uit onder de titel Long Wave.

Het album markeert een nieuwe richting van Lynne, na het vastgelopen Orchestra. Frisse gitaarsongs, fraaie koortjes maar een cello wordt niet meer gehoord. Stuk voor stuk gedegen popsongs die na herhaald draaien goed blijven hangen. Lynne, hier vooral als producer, was toch als songwriter nog niet afgeschreven. Wie dit afzet tegen een Out of the Blue, moet beseffen dat dit echt andere koek is. Een moedige stap om uit de impasse te komen. Appels en peren zien er niet alleen anders uit, ze smaken ook verschillend.

Favoritieten op dit album: Lift me Up, Don't Say Goodbye, What Would It take en Blown Away.
Fraai is de eco-song aan het eind: Save Me Now. Actueler dan ooit en tekenend voor Lynne, die niet altijd de diepte ingaat, maar hier bewijst een hart voor de wereld te hebben.

Jeff Lynne - Long Wave (2012)

poster
3,0
Het eerste album na ruim tien jaar 'radiostilte' rond Jeff Lynne en wat er nog over was van zijn Electric Light Orchestra. Na Zoom (2001) en de hopeloos geflopte en voortijdig afgebroken tour die daarop volgde, trok Lynne zich terug in zijn Bungalow Studio, Los Angeles, CA.
Vermoedelijk een tijdje stilgezeten, ondergedoken, met de nodige privéproblemen, maar uiteindelijk toch weer een platencontract getekend voor een serie albums, waarvan dit retro-heimwee-album het eerste was. Uit duizend herkenbaar is de productie met de met dekens gevulde drumkit, de gedubbelde vocalen en de gitaarloopjes. De toetsen en cello-strijkjes, zo prominent op menig ELO-album, bescheiden op de achtergrond. Al vanaf Zoom was Jeff Lynne meer op gitaar gericht en zet deze lijn voort in de productie van dit album.

Het zijn 'favorites' van de voormalig orkestleider die hier met vakmanschap worden gecoverd. Radioliedjes uit de tijd dat hij als jonge knaap in Birmingham woonde en zelf een radiootje bouwde om naar muziek te luisteren. Een verzameling rockers en standards uit de wereld van de 'lichte muziek' in de vijftiger en begin zestiger jaren. De Beatles liepen nog in korte broek.

Deze songs zaten, zo wil het verhaal, al heel lang in het hoofd van Jeff en moesten er nu maar eens uit. Dat hij op dat moment kennelijk geen eigen vers materiaal kon bedenken, kwam misschien wel gelegen. Zo knutselde hij in zijn thuisstudio dit album spoor na spoor in elkaar.
Het is productioneel heel aardig gedaan. Jeff Lynne was er nog en kon dat met dit signaal bewijzen aan de wereld.
Birmingham, zoals al eerder genoemd, lag dicht bij de sterke zender in Droitwich van het BBC Light Programme, op 1500 meter Long Wave. Vandaar de titel. En het toeval wil dat de BBC voor dat Light Programme ook een eigen orkest had: The BBC Light Orchestra. Daar waren er meer van: BBC Midland Light Orchestra en BBC North Ireland Light Orchestra.
Voldoende hints nu om de inspiratiebron van jonge Jeff te raden.

Maar na dit korte schijfje zou spoedig meer volgen. Het vormde de start voor een vervolgserie albums in 2013: een remake van de grootste ELO-hits en de heruitgave van Armchair Theatre, Zoom, de CD-versie van Live 2001 en in 2015 zelfs een, weliswaar ook weer kort, maar toch nieuw studioalbum.

Zo stond Lynne toch weer in de belangstelling, al was hij de bandnaam kwijt en moest verder als Jeff Lynne's ELO. Het alles zelf doen, inspelen, zingen en produceren moet een aardig tijdverdrijf geweest zijn. In zekere zin de beste garantie voor een goed resultaat. Alleen, de keerzijde was duidelijk: de creativiteit, ontstaan onder tijdsdruk en in de interactie met band en studiotechnici, ontbrak. Het werd hier 100% Jeff. En dat is veel: alle instrumenten, alle stemmen, alle knoppen zelf in de hand. Jeff Lynne, een genie, maar ook een man die het contact met de wereld buiten de bungalow een beetje was kwijtgeraakt.

Wat Long Wave betreft: goed gedaan, maar er is niet één nummer bij waar ik echt warm van word. ik mis de glans van weleer, de jaren zeventig. Maar dat zegt natuurlijk ook wat over mij.

Jeff Lynne's ELO - Alone in the Universe (2015)

poster
3,0
Dit album alweer een hele tijd niet meer aangeraakt - en dat kon geen kwaad - en nu dan weer eens een frisse draai gegeven. Mijn stem die wiebelde rond de 3,5 viel nu vanwege de afronding van mijn stemmen naar de bovenkant uit. Prettig halfuurtje toch weer.

De nummers staan toch echt wel overeind. Ik reken dit album als staand in de traditie van Zoom, Armchair Theatre en zeker ook The Traveling Wilburys, een periode waarin Lynne de meer rechttoe gitaarrock omhelsde als zijn muzikaal thuis. Simpele liedjes. Diepgang en pretentieuze moeilijkdoenerij kunnen we missen. Wat blijft is het bijna eng perfecte vakmanschap van de man die hier echt álle touwtjes in handen heeft. Hij schrijft, hij zingt, hij speelt, hij produceert en daar valt geen speld tussen te krijgen.

Rockin' Jeff mag zich best ELO noemen, maar is dat tijdperk allang ontstegen. Wat blijft is de glans van heimwee en melancholie. Deze man heeft een verleden, dat hoor je er wel aan af.

Jeff Lynne's ELO - Wembley or Bust (2017)

poster
4,0
Hoewel het concert beslist een visueel aantrekkelijk spektakel is, heb ik destijds toch gekozen voor de 2CD-variant en ga puur voor het geluid dat de 16bit/44,1kHz compact disc te bieden heeft.
En dat is geluidstechnisch niet gering. Het klinkt allemaal heel smakelijk. Jeff Lynne, die ook voor zijn feestje was uitgenodigd, moet versteld gestaan hebben hoe deze muzikanten hier live een heel oorspronkelijk ELO geluid reproduceren. Bijna eng hoe dicht het de originele albumversies nadert.

Heel af en toe komt leadzanger Jeff wat schuchter over, merk je een kleine hapering bij de inzetten, maar dat zal niemand in het tjokvolle stadion gemerkt hebben. Een prachtig concert en een heel representatieve setlist. Natuurlijk, de onvermijdelijke Mr.Blue Sky, maar toch ook Rockaria, een erg fraaie Showdown, 10538 Overture en Roll over Beethoven. Ook leuk: Handle With Care van de broertjes Wilbury.

Een perfect geluid, een 69 jarige in hun midden die er doorgaans echt niet van houdt in het zonnetje gezet te worden. Een 'tribute', een terugblik die doet vermoeden dat we hier met elkaar afscheid namen van een tijdperk. Een uniek moment dus.

Joe Cocker - Across from Midnight (1998)

poster
3,0
Een album uit een lange reeks jaren tachtig en negentig-albums van de zanger. Het ene album valt beter uit dan het andere. Rode draad is het meer dan minder sterk vertolken van andermans werk. Zijn kracht ligt ongetwijfeld in het op een hoger plan brengen van het origineel. Door zijn karakterstem en intonatie. Daarbij is de studioband steeds van hoge kwaliteit.

Probleem op dit album is wel de anonimiteit. Een nummer als What Do I Tell My Heart? is wel extreem inwisselbaar na het fraaie N'Oubliez Jamais . Ik vraag me daarbij af in hoeverre Cocker de vrije hand heeft gehad in de repertoirekeuze. Af en toe denk ik dat hij ook wel geëxploiteerd werd door de platenmaatschappij dan wel tot een compromis werd aangezet.

Titelnummer Across from Midnight is dan weer van grotere klasse en met een fijne 'blues-groove', meer de stijl die past bij de zanger. Ook fijn is The Last One to Know, een wat rauwer randje hier en een nummer met kop en staart, al is het refreintje wat mager. Helemaal in het blauw gestoken is het overbekende Need Your Love So Bad, voor het eerst opgenomen door Little Willie John in 1955, hier uitstekend vertolkt. De blues paste Cocker als een versleten regenjas. Hij woonde erin, maar kon er maar weinig van kwijt op zijn reguliere albums. Maar hier dan toch een voltreffer!

Joe Cocker - Have a Little Faith (1994)

poster
4,0
Dit album kwam op 8 mei 1994 uit en de urgentie wil dat aan dit dertigjarig verschijningsjubileum gepaste aandacht geschonken moet worden. De sympathieke zanger is dit jaar al tien jaar niet meer onder ons. En ook deze maand zou hij 80 jaar geworden zijn. Het woord 'verschijnen' doet denken aan een 'weer even bij ons zijn', in gedachten en puntgaaf nog steeds op CD.

Waarom was Joe Cocker sympathiek? Zonder hem persoonlijk gekend te hebben, weet ik dat hij een leven lang worstelde met verslaving, dat hij in die strijd weleens flink onderuit ging, maar steeds de moed hervond door te gaan. Uit die ervaring was hij mild voor mensen om hem heen. Het moet gezegd dat de platenmaatschappijen hem vanaf 1982 gunstig gezind waren. Hij kon een rentree maken, en tekende in 1984 een langdurig contract bij Capitol. De man koos een prachtig repertoire van overwegend covers en de begeleiding was bij de tijd. Mooi contrasteerde de rauwe doorleefde stem met de studiomuziek. Een hele serie albums van constante kwaliteit tot in de jaren '10 van onze eeuw. Kleine slagschaduw van dit mooie contract was wel dat de man zijn grote liefde voor de blues een beetje voor zichzelf moest houden. Daar zagen de producers geen brood in. Zijn beloofde bluesplaat is er nooit gekomen. Niet iedereen heet Eric Clapton.

Ergens daar middenin treffen we dit album aan uit 1994. Een constante kwaliteit ook hier. Fijn strak ingespeeld en aan de beleving van de stem heb je genoeg. De songkeuze is opmerkelijk goed. Ik denk dat Joe daar zelf de hand in heeft gehad, maar dat de platenbaasjes hem ook wel een nummer in het oor gefluisterd hebben. En als je dan gewoon een aardige en bescheiden man bent, dan ga je daar in mee.

Nu de hoogtepunten: Single Summer in the City met nota bene een reggaeloopje, klinkt heerlijk. Tempowisselingen verhogen het luistergenot op deze CD (natuurlijk CD, het was 1994, elpees waren voor de rommelmarkt). Vervolgens geniet ik erg van The Great Divide, het ingetogen Highway, Highway, Soul Time ('the world's got problems baby, we've got problems too'), het sentimentele Out of the Blue, het zelfgeschreven Angelina , Standing Knee Deep in the River en het in duet gezongen Take Me Home. Zangeres van dienst is hier Bekka Bramlett. Een werkelijk prachtig nummer over een brug over het water, regenbogen en wachten op je geliefde. Snik. Joe is Home, naar ik aanneem. Ik ga een halve punt vooruit. Jaren negentig-productie? Ja, natuurlijk was het dat. Niets om je dertig jaar later nog druk over te maken.

Joe Cocker - Night Calls (1991)

poster
4,0
Het laatste Cocker-album waarop gitarist Phil Grande meespeelt. En hóe! Want juist zijn heerlijke gitaargeluid geeft dit album het stevige geluid dat nodig is. Cocker rockt hier fijn. En inderdaad is dit wel het laatste album waar het nog zo voluit knalt.

Ik let nu speciaal op de gitaarkwaliteiten, zoals in opener Love Is Alive, There's a Storm Coming, Five Women en Not Too Young to die of a Broken Heart. En dan is de bijdrage van Grande opmerkelijk. Titelsong Night Calls, moet het helemaal hebben van de productie door Jeff Lynne en hierop speelt gitarist Mike Campbell (ook geen kleintje: Tom Petty and the Heartbreakers en Fleetwood Mac o.a.) wel hoorbaar, maar geheel in lijn met Lynne's productie, niet meer dan functioneel gemaakt: ondergeschikt aan het klankplaatje dat natuurlijk best op ELO lijkt, maar niet als rockband mag klinken.

Phil Grande (1958-2019) is niet meer onder ons, evenals Cocker zelf natuurlijk (overleden 22 december 2014). Het maakt me wat weemoedig. Ik heb vrijwel alles van deze man en ga dat de komende tijd nog maar eens rustig afluisteren. Wat ik van Joe zou willen zeggen: hij maakte van zijn beperking zijn kracht. En bleef een bescheiden man. Geweldige artiest, zonder poeha.

Wat dít album betreft: de geluidskwaliteit is fenomenaal. En dat kun je niet van alle Cocker-CD's zeggen die hierna uitkwamen.

Joe Cocker - No Ordinary World (1999)

poster
4,0
Precies 20 jaar geleden kwam dit album uit in Europa, een jaar later in de VS met 14 tracks.

De waardering, met nog geen drie sterren op MuMe, houdt niet over. Zelf hang er ik toch wel met overtuiging een extra ster aan, want dit is beslist één van de betere albums van Joe. Na zijn tweede start in 1982 bij Island Records met Sheffield Steel, volgde door de jaren '80 en '90 bij Capitol en EMI/Parlophone een reeks onderhoudende platen, met vergelijkbaar recept. Een repertoire van covers, een enkele zelfgeschreven song: materiaal waar de man met de rafelige stem wat mee kon doorgaans. Daar zaten wel een paar missers tussen, maar op de meeste albums vond je toch ook steeds drie of vier voltreffers. Die stem deed en doet wat met je. De man zong met overgave, alsof hij iedere regel uit zijn tenen moest halen. Zijn bijzondere bewegingen op het podium versterkten die indruk. Een aimabel mens ook zeker. En een constante factor als artiest door de jaren heen.

Dit album biedt veel: Cohen's First We Take Manhattan treft doel: erg goede vertolking. Mooi en melancholisch is ook Different Roads. While You See a Chance van Steve Winwood blijft wat achter bij het origineel. Goed klinkt wat mij betreft ook de titelsong. Where Would I Be Now is prachtig dramatisch, evenals Naked Without You. De rest noem ik niet, want niet alles is even indrukwekkend. Er zit ook wel wat vulmateriaal tussen, minder bezield en ingekleurd met ritmebox en geprogrammeerde synths.
Da's niet heel storend, op de meeste tracks is het bandgeluid best in orde. Goed gedoseerd zijn de dameskoortjes die contrasteren met de ruwe stem van Joe.

Fijn plaatje om weer eens te draaien. Zou leuk zijn als er nog eens een meer audiofiele remaster zou uitkomen, want het geluid kan beter. Dan meteen maar de hele serie Cocker-albums door de remastermolen graag. We zullen zien.

John Miles - Rebel (1976)

poster
Bovenstaande discussie nog eens nagelezen. Over smaak ...

De CD-versie uit 1987 teruggevonden op de kofferbakmarkt van Schoorl en nog eens zo onbevangen mogelijk (ik weet het: dat lukt niet, want altijd bevooroordeeld) beluisterd in de huiskamer. De honden sliepen gewoon door, kan ik melden, wat ze bij sommige andere platen niet doen. En ik noteer dat als winstpuntje voor de heer Miles.

Laat ik er zelf dan wat van vinden: mooi debuut. Lekkere randsymfonische muziek en fijne oefening voor producer Alan Parsons en arrangeur Andrew Powell om de hier uitgevonden kunstjes door te trekken naar het eigen Alan Parsons Project.

De opener kan ik natuurlijk dromen. Het lijkt me een verdienste, maar kan net zo goed verkeerd uitpakken in de beoordeling. Rebel is een met orkest gevulde, daardoor wat bombastische plaat inderdaad. John Miles is best in staat een goede song te schrijven, al is hij nog wel duidelijk op zoek naar een eigen stijl.
When You Lose Someone So Young kan zo uit het boekje van Elton John komen en Lady of my Life is een weinig verhulde nadoenerij van Stevie Wonder.

Niet alles is sterk genoeg voor de hoofdprijs, maar de paar fraaie songs zijn genoeg voor een ruime voldoende. En nogmaals: hier is The Alan Parsons Project proefrondjes aan het draaien, en dus valt er productioneel heel wat te genieten. Geen toeval dat Miles regelmatig op de Project-albums als vocalist optrad.

Johnny Cash - American II: Unchained (1996)

poster
4,0
De laatste weken ben ik, om welke reden weet ik niet precies, weer eens flink in het werk van Johnny Cash gedoken. Ik was er aan toe kennelijk en heb mijn collectie uitgebreid van 2 verzamelaars naar 9 albums nu.
En best mogelijk dat er nog geen einde gekomen is aan mijn ontdekkingstocht.

Laat ik wat concreter worden: de Sun-jaren (jaren '50, begin jaren '60) zijn aardig, maar boeien me niet zo. Er wordt teveel uit hetzelfde vaatje getapt. De twee gevangenis-live-platen uit '68 en '69 behoren tot het beste wat Cash ooit opnam, samen met het werk uit diezelfde tijd met Bob Dylan. Een herboren Cash, tijdelijk van de drugs af en dolgelukkig met June Carter.

En dan de American Recordings. Een opmerkelijke periode. Het eerste, vrij kale deel wordt alom geprezen en is mooi vanwege de pure eenvoud. Maar dan dit tweede: Unchained. Hier gaan mijn meeste punten naartoe. Tom Petty & The Heartbreakers komen langs en wat een prachtige samenwerking horen we hier. Dit is smullen van begin tot eind. En heel moeilijk favorieten aan te vinken.

Het begint meteen al goed met Rowboat en de toon is gezet. Een prachtige smartlap over een dronkelap die één dag te laat thuis komt om zijn moeder bij leven te zien, we vinden het inThe Kneeling Drunkard's Plea. Snelle rockers en rustpunten daartussen, het vormt een mooi afwisselend geheel. En Cash heeft hoorbaar plezier in de studio. Dit is met liefde gemaakt. Niet zo donker als de vervolgdelen inderdaad. Dat lijkt me geen nadeel. De dood is nog niet in zicht hier.

Een heerlijke plaat. De titeltrack is indrukwekkend en I've Been Everywhere is zo'n vrolijk dol slotnummer, zoals past bij de man die, hoewel in zwart, ook best van een geintje hield.

Johnny Cash - American III: Solitary Man (2000)

poster
5,0
Fantastisch album inderdaad. De man met de doorgaans rotsvaste bariton heeft hier hoorbaar moeite op toon te blijven. En dat heeft iets aandoenlijks, onbedoeld, maar is zeer doeltreffend. Alsof hij, tegen het einde van zijn leven, aan de hand van Rick Rubin, nog even helemaal binnenstebuiten gekeerd moet worden. Alles eruit wat er in zit. Het Uur der Waarheid.

Het onvaste element geeft de indruk dat Cash hier heel zijn hart en emotie in legt. En die gevoelsoverdracht, de brok in de keel, doet wel wat met de luisteraar en ook met mij. Het is de vraag of dat directe ook de intentie van Cash zelf was, of dat we hier een man horen met een zwakke gezondheid, die het eigenlijk niet meer zo kan als vroeger. En dan is het geen keuze geweest. Hij kon niet anders. Maar deed het dan toch maar wel.

Meer dan uitstekende vertolkingen hier. Solitary Man is briljant. The Mercy Seat is niet minder dan aangrijpend. Wat een verhaal, wat is verteller Cash hier op z'n best! Diepzwart en stralend wit tegelijk.

Johnny Cash - American IV: The Man Comes Around (2002)

poster
4,0
Natuurlijk heb ik respect voor deze laatste Cash die voor zijn dood verscheen. Dat verdient de man voor zijn staat van dienst, waar je U tegen zegt, maar ook voor de pijn en moeite die het hem kostte om dit album tot een goed einde te brengen.

Dat Johnny Cash het hier moeilijk heeft, is duidelijk. Zwak en ziek, maar nog net niet ten onder. Ook nu weer lof voor producer Rick Rubin. Ik verwijt hem niets, maar vraag me soms wel eens af of hij Cash op deze wijze kon en moest portretteren. Het is een vraag, geen mening.

Inhoudelijk, qua songmateriaal, vind ik dit de minste van de American-serie.
Echt niet nodig zijn: Bridge over Troubled Water, Desperado, Danny Boy, I'm So Lonesome I Could Cry en We'll Meet Again. Dus dat is een flinke brok van het materiaal. Maar volledige compensatie vind ik in nummers als: Hurt, Personal Jesus en het apocalyptische The Man Comes Around. Wat weet de oude baas me hier toch te raken!

Pfff. Moet ik hier een score aan geven? Nou dan toch een respectabele 3,5 voor het geheel.
Dank Johnny. Je gaf alles.

Johnny Cash - Easy Rider (2020)

Alternatieve titel: The Best of the Mercury Recordings

poster
4,0
Er moet een tijd geweest zijn dat je er niet over piekerde een album van Cash te kopen uit zijn Mercury-periode. Na bijna 30 jaar Columbia zat de 'man in het zwart' ineens zonder contract: afgeserveerd. Toegegeven, het ging niet zo heel goed meer met de platenverkoop. Mercury ontfermde zich over de countryheld en dat bleef zo tot 1991. Nu is er een complete box uitgekomen van die periode, maar misschien is dat toch een beetje te veel van het goede. Deze 1 CD/2 LP Easy Rider is wel precies genoeg.

Hoe beluisteren we nu die periode 1986-1991? Allereerst is het materiaal prachtig geremasterd en klinkt het als nieuw. En dan valt bovendien op hoe Cash als midden vijftiger nog springlevend is, ook al is er iets van de glans uit eerdere decennia verdwenen. Cash is hier toch nog volop een entertainer en goed bij stem. Dat kan ik, met alle respect, niet zeggen van zijn latere werk in de serie American Recordings. Columbia kreeg hem terug, Rick Rubin deed bijzondere dingen met Cash tot aan zijn dood. Ik respecteer het, maar luister er niet graag naar.

Bijzonder op dit album zijn de eerste twee nummers met Roy Orbison, Jerry Lee Lewis en Carl Perkins. Geslaagde opnames van het album Class of '55: Memphis Rock & Roll Homecoming (1986) en nu dus voor het eerst in prima audio. The Big Light werd geschreven door Elvis Costello,The Wanderer is met U2, waarmee duidelijk wordt dat we ons echt in de jaren tachtig bevinden.
Niet alles kan ik thuisbrengen, zoals ook hierboven genoemd. Dat vraagt om nader onderzoek.

De discografie van Cash is vrijwel onuitputtelijk en ook voor zijn verzamelaars kun je wel een aparte wand in je huiskamer inrichten. Niet normaal, zoveel is er al uitgebracht. Het wordt dus een beetje kersen-pikken als je met deze artiest aan de slag wilt. De bekende Columbia-verzamelaars heb ik al en nu dus deze erbij met de jaren die we eerder wel mochten vergeten. Onterecht zoals blijkt. Ik vind het mooi en dus 4 sterren waardig.