MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Wandelaar als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Saskia & Serge - Saskia & Serge (1971)

poster
Dit album heb ik op zolder staan in mijn koffer met vinyl. Een koffergrammofoontje staat hier nog in de huiskamer en af en toe, in een nostalgische bui, haal ik een paar plaatjes uit de koffer om beneden in de huiskamer af te spelen. Puberkinderen lachend erbij: pappa, wat is dát!?

Een lief stel, die Saskia en Serge. Al ruim 50 jaar getrouwd inmiddels, 72 en 73 jaar jong en als artiesten nog steeds actief. Dit debuutalbum is denk ik wel het aardigste om in huis te hebben. Wikipedia schrijft:
Hun repertoire bestond uit simpele en onschuldige teksten over de natuur, de liefde en het leven.
En zo is het. Onschuldig en lief. En mooi gearrangeerd. Bijzonder lastig om hier een stem aan te hangen. Het is een buitencategorie. De stemmen voegen erg goed samen. Het is harmonie in het kwadraat.

Zomer in Zeeland kent iedereen nog wel, denk ik. Leve de Kermis en Dans Met Me Mee zijn een beetje knullige meezingers maar Luister, het Israëlische danslied Het Oogstfeest, Eens Was Er Bloesem en het als songfestivalliedje bedoelde 't Spinnewiel zijn best aardig.

Wat een andere tijd toch. Ik citeer nog even de hoestekst van Benny Vreden:
Wie zijn nu Saskia en Serge? Twee sympathieke jonge mensen die heel hard werken aan een internationale carriere.
Zij wonen in Schagen, bekend om z'n schapenmarkt en zou het toeval zijn dat hun familienaam ook Schaap is? Ja, inderdaad, "hun" familienaam, want sinds een jaar zijn ze getrouwd. En dan te bedenken dat zij hem vroeger niet kon uitstaan. Dat was toen zij elkaar pas leerden kennen. Hij speelde gitaar in een orkest en zij was er zangeres. Toen zij elkaar op 't artistieke vlak vonden kwam er een verlovingsfeestje en 't jawoord op het stadhuis van Schagen.
Avond aan avond treden zij met hun uitgebreide repertoire ergens op voor een zaal met enthousiast publiek.
De radio-uitzendingen zijn niet meer te tellen en bij de televisie zijn ze graag geziene gasten.
Door dit alles blijft er maar weinig tijd over voor hun hobbies, zoals wandelen, fotograferen en niet te vergeten kokkerellen. Hun bami is terecht vermaard!

Terecht vermaard ja, in Schagen en omstreken...

Simon and Garfunkel - The Concert in Central Park (1982)

poster
5,0
Naast de Best Of ... kun je ook deze van Paul en Art niet missen. 19 september 1981; gedenkwaardig en bijna heilig moment voor een generatie die met deze muziek opgroeide. Prachtig vastgelegd.

Steve Hackett - Selling England by the Pound & Spectral Mornings (2020)

Alternatieve titel: Live at Hammersmith

poster
5,0
Bijna zeker beschouw ik Spectral Mornings (1979) als het beste album van Steve Hackett en Selling England by the Pound (1973) als vrijwel onbetwist hoogtepunt in de discografie van Genesis.
Daarmee zeg ik helemaal niets teveel, denk ik, en sluit ik aan bij het warm kloppende hart van een grote schare Genesis-liefhebbers.

Fraai is dat het hier live wordt neergezet met de opnametechniek waar in die jaren alleen maar van gedroomd kon worden. Daarbij, het live-effect van deze registraties, de interactie op het podium en met het publiek, wat soms een storende factor kan zijn, werkt hier wonderwel goed en versterkt de uitvoering.
Het is geen droge herhalingsoefening, maar een doorwrocht stuk opnieuw beleven van deze muzikale hoogtepunten met de solerende gitaar in het middelpunt. Dit is progrock van de bovenste plank.

Nu weten de fans dit allemaal natuurlijk al lang, maar ik wil er alleen nog maar even een streep onder zetten. De beleving van beide albums op deze dubbelaar doen zeker niet onder voor het origineel, al mis je af en toe een beetje de vocalen van destijds.
Hackett heeft met zijn band de afgelopen jaren een enorme productie gekend van live-podiumregistraties en recent ook enkele studioalbums. Steve Hackett is een bijzonder energieke artiest die nu, als zeventiger, de tijd van zijn leven lijkt te hebben. En technisch is blijven groeien door de jaren.

Daarmee kunnen we hem feliciteren: mooi om nog zo productief en creatief te zijn, maar voor mij is het niet nodig de stroom aan releases allemaal tegen elkaar af te zetten in minnen en plussen. De bijgeleverde DVD heb ik nog niet eens opgezet. Heel eerlijk gezegd heb ik daar ook niet zo'n behoefte aan. De audio-CD's zijn al indringend genoeg. En dat de goede man er voor zijn leeftijd nog zo goed uitziet, dat wil ik best aannemen.

Supertramp - "...Famous Last Words..." (1982)

poster
4,0
Supertramp raakt hier uitgeblust. Maar het vakmanschap is er nog steeds. Het album draagt het productionele stempel van voorganger Breakfast in America maar blijft daar qua composities een stukje onder. Daarmee is nog niet alles verloren : Crazy, Know Who You Are, My Kind of Lady, C'est le Bon en het droevig wegstervende Don't Leave Me Now zijn zeker het beluisteren waard. En dat is nog heel wat.

Supertramp - Breakfast in America (1979)

poster
5,0
Het had niet veel gescheeld of de titel van dit album was Hello Stranger geworden: een verzameling songs in dialoogvorm tussen Davies en Hodgson, zo gaat het verhaal.
Hoewel Davies dit graag verder had uitgewerkt, stelde Roger Hodgson voor het album wat luchtiger van toon te maken en de grappige titel Breakfast in America mee te geven. En zo gebeurde het.

Breakfast is, meer nog dan de voorgaande albums, hét Wurlitzer piano-album. Daarmee werd het kenmerkende geluid van Supertramp versterkt. De electrische piano werkte nu als een direct herkenbare 'signature' van de band.

En, hoe beklemmend somber de sfeer was op voorgaande platen, zo bijna blijmoedig was de toon in sommige nummers hier. Opgewekt moet het ook gegaan zijn in de samenwerking tussen de twee voormannen Davies en Hodgson, veroordeeld tot elkaar als tegenpolen, maar hier, volgens ooggetuigen, opvallend coöperatief.

Nu is dat allemaal relatief. Ook in The Logical Song, gaat het over een kind dat niet begrepen wordt en zichzelf niet begrijpt: “Please tell me who I am”, in de stijl van Crime of the Century. En bitter-scherp is ook de tekst van Child of Vision, het prachtig hypnotiserende slotstuk van het album.

Verder wordt er een verhaaltje verteld. Een reisje Amerika. Een verhaal ook over weggaan, vervreemding en de moeizame weg naar huis vinden: Take The Long Way Home. Hoezo vrolijk? Relatief dus.

In de nummers van Davies merken we toch nog wel dat hij in de richting werkt van de relationele dialoog, zoals hij met dit album voor ogen had: Goodbye Stranger, Oh Darling en Casual Conversations gaan duidelijk in die richting. Intussen gaat Hodgson verder op de spirituele lijn van Even In The Quietest Moments (1977) met Lord Is It Mine en de kwetsbare kinderziel van het al genoemde The Logical Song en Child of Vision.

Drama en nuchterheid. Hemels en aards. Het klikte niet, maar paste wel uitstekend in elkaar. Het schrijversduo werkte dan wel langs elkaar heen, maar vond elkaar in het resultaat. En dat in een wonderlijk geslaagde vorm.

Het album werd opgenomen in The Village Recorder in Los Angeles. Een bijzondere locatie, vinden sommigen. In de voormalige vrijmetselaarstempel zouden geheime krachten werkzaam geweest zijn. En dan komen we op het hoesontwerp met serveerster Kate Murtagh. Als levend vrijheidsbeeld staat ze voor haar ontbijttafel, opgemaakt als de skyline van New York, waarop de Twin Towers door een glas juice (als mix ook wel 'fireball' genoemd) worden geaccentueerd. De letters U P van de bandnaam zijn deels afgedekt door de torens. In spiegelbeeld lezen we met een beetje goede wil: 9 11. Geheime krachten of stom toeval? Bestaat voorkennis?

Hoe we dit ook verder willen begrijpen, er waren wel degelijk verwoestende krachten onder de oppervlakte bezig: de snelle verwijdering tussen de hoofdrolspelers Rick en Roger. Hier nog zo goed samen, maar spoedig daarna in conflict. Op de één of andere manier kwam het niet meer goed tussen die twee. Het pathetische en moeizaam tot stand gekomen …Famous Last Words… bewees drie jaar later dat er iets definitief was veranderd. Een onvermijdelijk en grimmig afscheid volgde van twee helften die elkaar op Breakfast nog zo perfect leken aan te vullen.

Breakfast in America bleek een uiterst succesvol album. Met de nodige hitgevoeligheid geschreven voor publiek aan beide zijden van de grote plas, zonder 'on-supertramps' oppervlakkig te worden. En schitterend geproduceerd. Eind deze maand 40 jaar oud maar liefst en ik draai 'm zeker nog een paar keer de komende weken. Een super deluxe remaster hebben we in 2010 al gehad en die hoeft niet beter. Het blijft een topstuk in mijn collectie: 5 sterren!

Supertramp - Crisis? What Crisis? (1975)

poster
4,0
Draai ik nog steeds regelmatig en veer even op bij :
Sister Moonshine, A Soapbox Opera, Another Man's Woman en Lady.
Beetje luchtiger dan de zwaarmoedige voorganger en fraai gezongen door Rick en Roger.

Supertramp - Even in the Quietest Moments... (1977)

poster
4,0
Een zwaarmoedig album, opgenomen hoog in de bergen van Colorado in de fameuze Caribou Ranch Studios. De hoesfoto van de vleugel in de sneeuw is zonder fotoshoppen op lokatie gemaakt.

In 1977 leefden we nog maar 32 jaar na de Tweede Wereldoorlog. Een vergelijkbare sprong in de tijd als van van nu naar de val van de Muur in 1989. Momenten die nog redelijk vers zijn in mijn herinnering. Die Trabantjes met huilende DDR-bewoners die ineens naar West konden doorrijden.
Fool's Overture gaat over de lessen die door Engeland geleerd zouden zijn van de Tweede Wereldoorlog. Winston Churchill wordt zelfs sprekend opgevoerd met zijn beroemde onverzettelijke uitspraak "we shall never surrender". Een imposant nummer van bijna 11 minuten, dat eerbiedig wordt uitgedraaid in de Top 2000. Dit jaar komt het nummer, met een redelijk stabiele notering en dus vaste aanhang uit op plaats 71.

Imposant nummer nog steeds, wel wat topzwaar door thematiek en de zware, bijna klassieke muziek. Even de lessen van WOII behandelen in een nummer, ook al duurt dat langer dan 10 minuten, het is ook wel een tikje pretentieus. Vooral als het dan ook nog de spirituele kant opgaat. Fijn, dank u jongemannen. Dat hadden we even nodig. Meer Hodgson dan Davies hoor ik hier.

Ik blijf het een prachtig nummer vinden, maar zoek er liever niets diepers in. Een eeuwige bewoner van de Hollandse Oudejaarslijst op Radio 2. Mét poedersuiker. Volgend jaar weer.

Supertramp - Free as a Bird (1987)

poster
3,0
Rick Davies krijgt weinig handen op elkaar voor zijn 1987-project Free as a Bird. Allmusic kan er niet meer van maken dan anderhalve ster en voegt er aan toe: ' a colorless and tuneless collection of prog rock ...'.

Da's niet best. Ook ik heb er heel wat jaren over gedaan om deze vreemde vogel aan mijn Supertramp CD-collectie toe te voegen. Het bange vermoeden hier flink teleurgesteld te gaan worden, deed me besluiten te wachten tot het schijfje ooit nog eens in de koopjesbak zou verschijnen. En dat gebeurde.

Terecht werd hierboven al opgemerkt dat Davies op het verkeerde paard had gewed. Hij dacht verder te moeten met de Cannonball van de voorganger en vergat dat juist het titelnummer Brother Where You Bound het meeste te bieden had om creatief op voort te borduren. Hoe kon hij zo de verkeerde weg inslaan?

Allereerst: de tijd zat niet mee voor progressief klassieke rock. Lange gitaarsolo's werden weggejoeld, dat was voorbij. Je moest vernieuwen of je kon het schudden. Zo ongeveer was op dat moment de sfeer. Het moest een beetje meer swingen, maatschappijkritiek werd vervangen door iets met plezier maken en neoliberaal don't worry, be happy roepen. Liefdesliedjes dus en niet te zwaar. Je moest nu eenmaal met je tijd meegaan. Desnoods kon je nog als AOR /Arenarocker met powerballads voor de dag komen om je rockjasje te redden.
Makkelijk hier nu cynisch over te doen. Maar 1987 was zeker geen makkelijk jaar voor de progressieve rock.

Dus wat deed Davies dan ook: danspasjes inbrengen op zijn nieuwe album. Strak, stevig verpakt in synth en drumcomputer, machinaal en steriel. Daarop kon je wel dansen, maar swingen ho maar. Op en neer tikkend met de voetjes, vinger knippend op de vierkante decimeter, klinkt het als een stationair draaiende motor, zonder vooruitgang of acceleratie. Eindeloos herhalende refreintjes en wat jazzy getoeter van sax en trompet. Zo kun je best 5 minuten volmaken. Misrekening, want Davies had best kaas gegeten van de blues, maar veel te weinig soul in de genen om hier dansbeweging in te krijgen. En dat wreekt zich in de pure verveling die je voelt opkomen. Niet vooruit te branden die klinische tapdance.

In de tang van de tijd dus, dit album. En dus ook: gebrek aan ruggengraat. Achteraf had het veel beter gekund. Maar ook erger! Want na de uptempo opener kom ik toch ook een paar heel aardige songs tegen die ik graag nog eens in de repeat gooi:

Not the Moment is goed, het bijna sprankelende, in duet met Mark Hart gezongen, Where I Stand en Thing for You, een nummer met een mooie spanningsboog. Titelsong Free as a Bird is aardig, maar meer ook niet. Slotnummer An Awful Thing to Waste ontpopt zich als een verschrikkelijke 'Cannonball deel zoveel', maar ik word tegen het einde verrast door een prachtige gitaarsolo. Dus toch.

De rest van het album is minder memorabel en het kost je moeite, ook na drie keer afspelen, je er een regel of melodie van te herinneren. Anoniem vermaak. Goed gemusiceerd, maar hoe saai soms.

Voor de geluidsfanaten: de versie van 2002 is uitstekend geremasterd door Greg Calbi and Jay Messina van de Sterling Sound studio in New York. Klinkt echt heel goed. En dat mag voor sommigen dan tenslotte een schrale troost zijn.

Rick's Supertramp was na de split-up in zwaar weer terecht gekomen en had de grootste moeite koers te houden. Interessant te bedenken hoe het zou zijn gegaan als Roger Hodgson nog meegedaan had. Gezien zijn weinig succesvolle vervolg als solo-artiest, moeten we vrezen dat ook mét Hodgson Supertramp het glibberige slingerpad gekozen had. En waarschijnlijk niet eens veel beter dan dit resultaat

Supertramp - Slow Motion (2002)

poster
3,0
De laatste drie albums van Rick Davies' Supertramp vallen in de categorie 'problematisch'. Weinig geliefd, weinig verkocht. Zo zeer zelfs dat Universal er inmiddels geen moeite meer voor doet de voorraad aan te vullen. Op=op. Zo ook met dit album, Slow Motion uit april 2002. Het album deed opmerkelijk weinig in de verkoopcijfers. In thuisland GB haalde het de albumlijsten niet eens, in Nederland werd plaats 83 als hoogste positie bereikt en in de VS was het album alleen via de website van de band te bestellen. In Frankrijk en Zwitserland haalde het album toch nog voorzichtig de Top 10. Merktrouw, zullen we het maar noemen. Het is toch wel Supertramp.

Maar goed, ik ben als wandelend luisteraar toch meer geïnteresseerd in de inhoud dan in de sales, dus die wil ik dan ook graag nog eens langslopen. Opmerkelijk is natuurlijk dat Davies de band bij elkaar wist te houden. John Helliwell, Bob Siebenberg als oudgedienden en Mark Hart, die inmiddels hier al 15 jaar bij de band meeloopt, gitarist Carl Verheyen en bassist Cliff Hugo, die ook op het vorige album al Dougie Thomson verving. Er was dus wel sprake van enige continuïteit. Maar was er ook groei?

Als we het moeten samenvatten wat dit album kenmerkt, dan is het: trage jazzblues. Met progressieve rock heeft het vrijwel niets meer. De eerste vier nummers zijn nog wel als popsong te herkennen en zouden naadloos op de twee voorgangers gepast hebben. Slow, relaxt, jazzy, anoniem en inwisselbaar.
Pure Jazz vinden we vooral in Tenth Avenue Breakdown, dat met 9 minuten echt veel te lang duurt.
De Blues met name in A Sting in the Tail en Dead Man's Blues, dat met dik 8 minuten ergerlijk langdradig wordt.

Opvallend buitenbeentje op het album is de aardige countryrocksong Goldrush, dat Davies begin jaren '70 schreef met mede-oprichter Richard Palmer-James, die al in '72 de band verliet en tekstschrijver werd voor King Crimson. Met drie minuten prettig compact maar wat een anachronisme! Het hoort hier natuurlijk niet tussen.

Zag ik eerder nog wat meer licht aan het eind van de Supertramp-tunnel, dan moet ik nu constateren dat er weer een half sterretje af moet. Dit is in niets geslaagder of onderhoudender dan Some Things Never Change (1997) of Free as a Bird (1987). Dik onvoldoende? Nou dat ook weer niet, want Davies heeft best een goede stem en voordracht en de muzikanten komen uit de A-categorie. Aan blazer Helliwell en drummer Siebenberg ligt het niet. Maar het klinkt allemaal zo hopeloos vrijblijvend en mist iedere urgentie die je toch van een Supertramp-plaat mag verwachten. Daarbij mis ik op dit album de inbreng van Mark Hart, die als bandlid en medeproducer zijn best doet zo weinig mogelijk op te vallen. Juist hij had hier het verschil kunnen maken, dacht ik.

De laatste. Dat is nu wel zeker. Het plaatje had ik al een paar jaar niet meer gedraaid. Kan nu weer helemaal rechts in het rijtje Supertramp, terug in de kast. Over weer een paar jaar nog eens proberen. Wie weet wat me toch nog ontgaan is.

Supertramp - Some Things Never Change (1997)

poster
3,0
Vijfentwintig jaar na uitbrengen en na jaren verstoffen in het CD-rekje, toch weer eens in de speler geschoven, in afwachting van aangename verrassingen. Opmerkelijk dat de band onder leiding van Davies, tien jaar na Free as a Bird (1987) nog in leven bleek. Of gereanimeerd, kunnen we beter zeggen, want eigenlijk was het in 1988 toch wel gedaan met de groep.

Oudgediende Dougie Thomson had inmiddels zijn basgitaar ingeruild voor een baan bij een muziekuitgeverij en deed niet meer mee. Nieuw zijn hier Mark Hart en een handvol studiomuzikanten. De oude kern wordt gevormd door drummer Bob Siebenberg, blazer John Helliwell en natuurlijk oprichter Rick Davies.

Hoe zat het met het bestaansrecht van de band? Natuurlijk, Davies had alle recht om onder de bandnaam verder te gaan en een nieuw hoofdstuk toe te voegen. En behalve het uitbrengen van een studio-album was de band op 1 mei dat jaar in Ahoy Rotterdam begonnen aan een omvangrijke wereldtournee, de eerste sinds 9 jaar podiumstilte. Een herleving, nieuwe glans, een nieuwe kans om oude en nieuwe fans warm te krijgen. Het had zo mooi kunnen zijn! En Rick Davies was met zijn 53 jaar dan niet piepjong meer, maar toch nog niet van plan met pensioen te gaan.

Maar, zoals het nog steeds wel met de waterkraan gaat als je die opendraait: het frisse water komt na even doorstromen vanzelf, zo was het niet gesteld met de inspiratie in dat merkwaardig ongrijpbare beroep van liedjesschrijver van een superband. Zal de man wanhoop gekend hebben of dacht hij wérkelijk dat er prachtige dingen uit zijn pen rolden? In een song als You Win, I Lose, wat tot de best genietbare songs van het album behoort, komen we een duidelijk voorbeeld tegen van het soort rijmelarij waar Davies patent op heeft:
"You win, I lose
I beg, you choose
You're so cool and I'm confused
I'm me and you're you
You're so loose and I'm uptight
You're day, I'm night"

En dan kan de zanger niet wachten op de dag dat de rollen zijn omgedraaid:
"I can't wait for the day
when I win, You lose
You beg and I choose
You're in the shade, I'm on parade"

En zo gaat het eigenlijk het hele album door in teksten waarin de ik-figuur zijn liefde en trouw moet bewijzen tegenover een 'you' die over hem heenloopt en niet ziet staan. Kortom: The Blues.
"Sooner or later it's gonna get better
Sooner or later I'm gonna get over her."

Het is een drama van begin tot eind en naar lichtpuntjes moet gezocht worden. De blues dus en hier en daar rammelt een bluespianootje zoals in Help Me Down That Road . Muzikaal is het allemaal prima uitgevoerd, het tempo ligt laag, dus niemand van de bandleden hoeft zich te verslikken en de productie is mooi organisch en mist het duidelijke jaren '80 stempel van de voorganger.

En dan toch ... de composities. Het is te mager om echt te boeien. Het typisch Engelse theekransje, dat zelfs op de maan doorgang moet vinden beeldt een traditie uit die onverwoestbaar is. Dat is ongeveer wat de hoes wil zeggen. De Supertramp-traditie, laten we zeggen: de creatieve hoogtijdagen 1974-1979, vormde een zekere garantie dat je ieder album in dat decennium blind kon aanschaffen. Er was wat te ontdekken, je liet je verrassen. En ook met "...Famous Last Words..." (1982) en Brother Where You Bound (1985) kon je je nog prima vermaken.

Dat vanzelfsprekende was nu verleden tijd. Niet alleen door het vertrek van Roger Hodgson in '83, want Rick en Roger konden elkaar creatief aardig tegenwicht bieden, maar er zijn nu eenmaal processen die je niet kunt sturen, zelfs niet met de beste musici en in de duurste studio. Het is de richtingloosheid die het geheel de das omdoet. Vanaf de eerste noot proef je dat het nergens heen gaat of echt spannend gaat worden.

De enige eervolle vermelding gaat naar Mark Hart die zijn best doet er een stuk elan in te brengen. Op de opvolger Slow Motion (2002), tevens de definitief laatste plaat onder de bandnaam, is het helemaal duidelijk: hier gaat niets meer vanuit. Alleen live op het podium horen we nu en dan nog een band die er zin in heeft, met een zaal vol fans die toch eigenlijk komt voor het oude werk. Dat is de kracht van behaalde resultaten uit het verleden. En dat verleden mag er zijn.

Een duister geheim in de muziekgeschiedenis. Inspiratie heeft een momentum. Het komt niet op bestelling. Wat sommige andere bands wel lukte: een herleving in de aanloop naar het nieuwe millennium, zat er hier niet in. Sommige albums hadden beter niet uitgebracht kunnen worden. En het zou zomaar kunnen dat dit er één van is.