Hier kun je zien welke berichten obsessed als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Big Star - #1 Record (1972)

4,0
0
geplaatst: 28 januari 2011, 16:43 uur
Teenage kicks zijn nog nooit zo direct en compromisloos op de gevoelige plaat vastgelegd als hier. Een perfecte en exemplarische samenvatting daarvan zijn een tweetal ohs en oohs die misschien wel het hele spectrum aan puberale emoties bestrijken.
De eerste is te vinden aan het begin van The Ballad of El Goodo:
Years ago my heart was set to live, oh
I've been trying hard against unbelievable odds
Dit is de wanhoop, het gevoel dat alles tegenzit, dat opgroeien onmogelijk is, dat het leven nog zo lang is, dat de liefde verder weg is dan ooit.. het hele nummer valt op te sommen in die ene exhalatie. Vooruit, misschien zit er ook nog een toefje nostalgie in om het af te maken.
Moment twee staat aan de gelukzalige kant van het tienerbestaan, dat moment van roze wolken, vleugels en wind mee, te vinden in Thirteen:
Won't you let me walk you home from school
Won't you let me meet you at the pool
Maybe Friday I can get tickets for the dance
And I'll take you, ooh
Dit is natuurlijk anticipatie, maar het genieten is eigenlijk al begonnen. Alles is prachtig, het middel evenzo als het doel.
Pubers staan er toch wel een beetje bekend om dat hun gemoed in korte tijd radicaal kan omslaan, en daarom is het extra mooi dat deze twee liedjes gescheiden zijn door slechts een enkel ander nummer (In the Street, dat overigens ook nog eens geaard is in een derde typische puberemotie: verveling).
De eerste is te vinden aan het begin van The Ballad of El Goodo:
Years ago my heart was set to live, oh
I've been trying hard against unbelievable odds
Dit is de wanhoop, het gevoel dat alles tegenzit, dat opgroeien onmogelijk is, dat het leven nog zo lang is, dat de liefde verder weg is dan ooit.. het hele nummer valt op te sommen in die ene exhalatie. Vooruit, misschien zit er ook nog een toefje nostalgie in om het af te maken.
Moment twee staat aan de gelukzalige kant van het tienerbestaan, dat moment van roze wolken, vleugels en wind mee, te vinden in Thirteen:
Won't you let me walk you home from school
Won't you let me meet you at the pool
Maybe Friday I can get tickets for the dance
And I'll take you, ooh
Dit is natuurlijk anticipatie, maar het genieten is eigenlijk al begonnen. Alles is prachtig, het middel evenzo als het doel.
Pubers staan er toch wel een beetje bekend om dat hun gemoed in korte tijd radicaal kan omslaan, en daarom is het extra mooi dat deze twee liedjes gescheiden zijn door slechts een enkel ander nummer (In the Street, dat overigens ook nog eens geaard is in een derde typische puberemotie: verveling).
Braids - Native Speaker (2011)

4,0
1
geplaatst: 25 januari 2011, 13:04 uur
Er is toch wel een opmerkelijke tendens te constateren binnen de muziekliefhebberwereld jegens het kopieren of na-apen van bepaalde stijlen of bands. Is dit al heel vaak gebeurd (denk aan de eindeloze Joy Division en Gang of Four klonen van de laatste jaren of de jaren-80 synthesizer throwbacks die de mosterd bij a-ha danwel Depeche Mode halen) dan lijkt een extra bandje hier of daar die dat ook doet niet zo'n ramp meer te zijn. Pakt een band echter een nieuwer en minder uitgemolken geluid dan worden ze daar veel strenger op afgerekend.
Elke eerste zin van een recensie van Native Speaker verwijst namelijk naar Animal Collective en dan nog specifieker rond het album Feels. Geheel terecht overigens verder, want de hele sound en sfeer doet er heel erg aan denken. Braids is overbodig, luidt het oordeel. Er zijn echter toch ook genoeg verschillen. De zangeres heeft weliswaar de Avey Tare-schreeuwtjes onder de knie maar opteert toch over het algemeen meer voor een dromerige lijzige zang, en eigenlijk geldt hetzelfde voor de muziek. Deze is gestroomlijnder, stuitert wat minder heen en weer en werkt wat meer op repetitie.
De toekomst moet uitwijzen of, zoals hierboven vermeld, deze plaat na een paar keer luisteren nog meerwaarde heeft en, interessanter nog, of deze band op eventuele volgende albums nog meer kan evolueren naar een eigen geluid. Voorlopig kan ik als Animal Collective-fan hier erg van genieten en dat is toch uiteindelijk waar het om draait bij muziek.
Elke eerste zin van een recensie van Native Speaker verwijst namelijk naar Animal Collective en dan nog specifieker rond het album Feels. Geheel terecht overigens verder, want de hele sound en sfeer doet er heel erg aan denken. Braids is overbodig, luidt het oordeel. Er zijn echter toch ook genoeg verschillen. De zangeres heeft weliswaar de Avey Tare-schreeuwtjes onder de knie maar opteert toch over het algemeen meer voor een dromerige lijzige zang, en eigenlijk geldt hetzelfde voor de muziek. Deze is gestroomlijnder, stuitert wat minder heen en weer en werkt wat meer op repetitie.
De toekomst moet uitwijzen of, zoals hierboven vermeld, deze plaat na een paar keer luisteren nog meerwaarde heeft en, interessanter nog, of deze band op eventuele volgende albums nog meer kan evolueren naar een eigen geluid. Voorlopig kan ik als Animal Collective-fan hier erg van genieten en dat is toch uiteindelijk waar het om draait bij muziek.
Caravan - In the Land of Grey and Pink (1971)

4,5
0
geplaatst: 25 september 2006, 17:36 uur
"In the Land of Grey and Pink is considered by many to be a pinnacle release from Caravan. The album contains an undeniable and decidedly European sense of humor and charm."
aldus Allmusic. De spijker op z'n kop. In tegenstelling tot de Soft Machine, die steeds vagere en complexere muziek gingen maken, groeide Caravan uit tot een vrolijke, bijna zomerse band. Ondanks dat de muziek nog altijd zeker psychedelisch is, en onmiskenbaar die Canterbury-sound heeft, is het veel luchtiger, ook in de teksten.
Dit album is gewoon de ultieme hippietrip. De muziek, de teksten, de hoes, alles past perfect in het plaatje. Ondanks dat ik misschien een '21st Century Digital Boy' ben, waan ik me bij het luisteren van deze plaat op een grasveld begin jaren 70, tussen allerlei langharigen die allemaal niet wisten wat ze met hun leven aanmoesten en zich dan maar vasthielden aan popmuziek, om daarin te kunnen verdwalen.
Sailing forward to a new land
Treasure waits, paradise gates,
for the taking, don't start waking
Het nieuwe land, waar alles roze/grijs is, en iedereen vrolijk rondloopt. Ik kan het me zo voorstellen, ik zou er zo naar toe willen. En dat is de kracht van dit album, altijd als ik dit luister nestelt het zich in mijn hoofd, en dwalen mijn gedachten weg naar de perfecte wereld, de ultieme hippietrip.
So we'll sail away for just one day to the land where the punk weed grows
Won't need any money, just fingers and your toes
And when it's dark our boat will park on a land of warm and green
Pick our fill of punk weed and smoke it till we bleed, that's all we'll need
While sailing back in morning light, we'll wash our teeth in the sea
And when the day gets really bright, we'll go to sea drinking tea
Ik denk dat ik meega, wie nog meer?
aldus Allmusic. De spijker op z'n kop. In tegenstelling tot de Soft Machine, die steeds vagere en complexere muziek gingen maken, groeide Caravan uit tot een vrolijke, bijna zomerse band. Ondanks dat de muziek nog altijd zeker psychedelisch is, en onmiskenbaar die Canterbury-sound heeft, is het veel luchtiger, ook in de teksten.
Dit album is gewoon de ultieme hippietrip. De muziek, de teksten, de hoes, alles past perfect in het plaatje. Ondanks dat ik misschien een '21st Century Digital Boy' ben, waan ik me bij het luisteren van deze plaat op een grasveld begin jaren 70, tussen allerlei langharigen die allemaal niet wisten wat ze met hun leven aanmoesten en zich dan maar vasthielden aan popmuziek, om daarin te kunnen verdwalen.
Sailing forward to a new land
Treasure waits, paradise gates,
for the taking, don't start waking
Het nieuwe land, waar alles roze/grijs is, en iedereen vrolijk rondloopt. Ik kan het me zo voorstellen, ik zou er zo naar toe willen. En dat is de kracht van dit album, altijd als ik dit luister nestelt het zich in mijn hoofd, en dwalen mijn gedachten weg naar de perfecte wereld, de ultieme hippietrip.
So we'll sail away for just one day to the land where the punk weed grows
Won't need any money, just fingers and your toes
And when it's dark our boat will park on a land of warm and green
Pick our fill of punk weed and smoke it till we bleed, that's all we'll need
While sailing back in morning light, we'll wash our teeth in the sea
And when the day gets really bright, we'll go to sea drinking tea
Ik denk dat ik meega, wie nog meer?

David Thomas Broughton - The Complete Guide to Insufficiency (2005)

5,0
2
geplaatst: 22 april 2017, 14:38 uur
David Thomas Broughton is de ultieme man-met-gitaar, ookal is het een man-met-gitaar-en-loop-pedaal. Het is de man op het feestje die in je de hoek zet en een beetje aankloot. Maar let wel: niemand kloot zo mooi aan als deze man. Iedereen die hem live heeft gezien of filmpjes ervan op YouTube weet wat ik bedoel. De muziek valt constant uit elkaar, hij is geen begaafd technicus, hij loopt zijn gitaarspel en er sluipen fouten in, dan loopt hij de loops en stropen de fouten zich als een olievlek uit over het muzikale spectrum. Soms gaat dit door tot er enkel nog een kakofonie overblijft, een ondoordringbare brei geluid, als haar in een doucheputje.
Maar dan - maar dan! - laat ie ineens alles wegvallen behalve één gitaarlijntje, of één vocaal lijntje, en breekt de zon - nee, de hemel - door: met zijn fantastische stem die ineens wel één enkele heldere boodschap kan brengen. Dit gebeurt bijvoorbeeld na Execution, wat in statisch geruis uitmond om ineens plaats te maken voor het hartverscheurende Unmarked Grave, een laatste levensschreew van een soldaat aan zijn geliefde, tragischer gemaakt door het feit dat het nooit zal aankomen en dat de soldaat weet dat het nooit zal aankomen. We horen ineens dat het hier toch gewoon om muziek en emotie gaat, muziek die je bijna aan je moeder zou laten horen, ware het niet dat we ook weten dat het, onherroepelijk, enkel een kwestie van tijd is tot het weer "misgaat". De vocaallijnen schuiver over elkaar heen, tot je op een gegeven moment enkel nog een soort woordloos gejammer hoort, met ergens daarin vaag de woorden Forever en Weeping, schimmig als de zwarte plekken op je netvlies nadat je in de zon kijkt. De klokken van de kerk die pal naast de studio staat gaan af, en worden opgeslokt in het loop-pedaal. En de klokken verdubbelen, multipliceren zich in de eindeloze herhaling. Alles verwordt weer tot de onvermijdelijke chaos.
En opeens snap je het: dit is de singer-songwriter van de entropie. Muziek die zichzelf kapot maakt, kapot moét maken, om te kunnen bestaan.
Maar dan - maar dan! - laat ie ineens alles wegvallen behalve één gitaarlijntje, of één vocaal lijntje, en breekt de zon - nee, de hemel - door: met zijn fantastische stem die ineens wel één enkele heldere boodschap kan brengen. Dit gebeurt bijvoorbeeld na Execution, wat in statisch geruis uitmond om ineens plaats te maken voor het hartverscheurende Unmarked Grave, een laatste levensschreew van een soldaat aan zijn geliefde, tragischer gemaakt door het feit dat het nooit zal aankomen en dat de soldaat weet dat het nooit zal aankomen. We horen ineens dat het hier toch gewoon om muziek en emotie gaat, muziek die je bijna aan je moeder zou laten horen, ware het niet dat we ook weten dat het, onherroepelijk, enkel een kwestie van tijd is tot het weer "misgaat". De vocaallijnen schuiver over elkaar heen, tot je op een gegeven moment enkel nog een soort woordloos gejammer hoort, met ergens daarin vaag de woorden Forever en Weeping, schimmig als de zwarte plekken op je netvlies nadat je in de zon kijkt. De klokken van de kerk die pal naast de studio staat gaan af, en worden opgeslokt in het loop-pedaal. En de klokken verdubbelen, multipliceren zich in de eindeloze herhaling. Alles verwordt weer tot de onvermijdelijke chaos.
En opeens snap je het: dit is de singer-songwriter van de entropie. Muziek die zichzelf kapot maakt, kapot moét maken, om te kunnen bestaan.
Gorky's Zygotic Mynci - Barafundle (1997)

4,0
0
geplaatst: 13 april 2016, 22:10 uur
Ik ga hier niet doen alsof ik de Welsh begrijp. Vorig jaar fietste ik voor vier weken door het land. Ik ging er zonder doel heen en (dit kan je zien aankomen...) reed er dan ook doelloos rond. In zekere zin was dat echter precies mijn doel. Ik vermoedde een land van melancholie, en ik vermoedde dat gevoel te vinden in elk heuveltje, amper verscholen achter de ruige baarden van dit Keltische volk. Ik vermoedde dat ik dat gevoel enkel kon terugvinden door er simpelweg te zijn, in plaats van door als bezoeker van de ene naar de andere monumentale plaats te schieten. In Llanybydder ging ik de buurtsuper in en kocht ik een appel. Wat doe je hier, vroegen de locals, nieuwsgierig maar ook ietwat argwanend. Ik ga fietsen naar Aberystwyth, zei ik (zo'n 50 kilometer verderop). "Waarom zou je dat in godsnaam doen," vroegen ze. Zij waren te druk met leven voor zulke frivoliteiten. En ze hadden gelijk ook.
Zoals wel vaker bepaalt het landschap hier veel. De Welsh zaten ingeklemd tussen de Engelsen en de Ierse zee, en waren overgeleverd aan de grimmen van het weer en van dezer beider volken. Invocaties van magie zijn nooit ver weg. Dat gezegd hebbende: het zou naïef zijn om erheen te gaan en een soort weerspiegeling van de Mabinogi te verwachten, een land waar Koning Arthur nog de scepter zwaait, waar draken misschien niet echt bestaan, maar hun schaduwen toch zeker wel. Het is een modern en oud land tegelijk: een deel van het welvarende Verenigd Koninkrijk, weerspiegeld in de moderne hoofdstad Cardiff, en tegelijk is daar het nog altijd grotendeels bucolische hinterland, nog altijd verscholen achter de eindeloze heuvels.
Dit was één van de drie à vier platen die ik op die tocht bij me had. Ik denk dat hij Wales goed past. Die schizofrenie van het land is hier letterlijk in vertegenwoordigd: nummers zowel in het Welsh als in het Engels, soms zelfs in één en hetzelfde nummer, zoals in het prachtige "Patio Song". Ik hoorde aldaar de Engelsen wel eens klagen dat hun westerburen eigenlijk gewoon altijd Engels spraken maar enkel in het Welsh overschakelden als er Engelsen in de buurt waren, puur om te treiteren (Gruff Rhys werd toen zijn band Super Furry Animals een plaat in het Welsh opnam keer op keer gevraagd waarom ze zich nu toch ineens met zulk een frivoliteit bezighielden? Rhys antwoordde, enigszings verbaasd: "omdat het onze moedertaal is."). Patio Song is het geluid daarvan, het geluid van eigenwijsheid, van een onverholen trots die men al eeuwenlang meesleept. We passen ons aan, maar niet meer dan nodig, zegt het. En nu is het weer genoeg geweest met dat Engels, zegt het ook.
Soms tokkelt deze plaat al net zo idyllisch als het glooiende landschap; dan weer kraken de gitaren alsware het de industriële revolutie die over het land neerdaalt, alsware het de vele oorlogen met de Vikings en Romeinen en Angelen en Saksen en Normannen, alsware het de verstedelijking en homogenisatie van het moderne Groot Brittanië.
Barafundle: een baai in het Zuiden van het land, aan de Ierse Zee. Toen ik de Mabinogi las, was ik gefascineerd door de verstrengeling met Ierland en de Ierse Zee die hierin een rode draad vormt. Die laatste fungeert als een soort rivier Styx, en menig Welshe held reist in queeste naar het westereiland alsof het de onderwereld betreft. In het mooiste liedje hier, "Sometimes the Father Is the Son", zingt Euros Childs: "There's no reason to kill / But there's a reason to die / With a foundering return in the morning." Doodgaan en de volgende ochtend weer terugkomen: dit is de eindeloze cyclus van een land gedoopt in mythe, van een land dicht tot de natuur, en de zee. Wales wordt, hoe trots het ook is, gevormd door haar relaties: met de buurlanden, haar geografie, het klimaat. Deze afhankelijkheid wordt in het nummer nog verder aangestipt. De titel zegt het al: Wales is zowel autonoom als afhankelijk, soms trots en soms onderdanig, soms vader en dan weer zon. En melancholisch bovenal. Maar dat wordt je nu eenmaal van het staren naar de zee:
Watch the Irish sea
Going out but it never takes me
Het lot van Welsh te zijn is om altijd Welsh te blijven, en misschien om altijd een beetje opgesloten te blijven tussen grotere machten, of het nou bergen of volkeren zijn. En melancholie is dan, zoals wel vaker, de oplossing die geen oplossing is, maar het wel moet zijn. En melancholie is dan, zoals wel vaker, toch op zijn minst mooi voor de luisteraar. Een schrale troost.
Zoals wel vaker bepaalt het landschap hier veel. De Welsh zaten ingeklemd tussen de Engelsen en de Ierse zee, en waren overgeleverd aan de grimmen van het weer en van dezer beider volken. Invocaties van magie zijn nooit ver weg. Dat gezegd hebbende: het zou naïef zijn om erheen te gaan en een soort weerspiegeling van de Mabinogi te verwachten, een land waar Koning Arthur nog de scepter zwaait, waar draken misschien niet echt bestaan, maar hun schaduwen toch zeker wel. Het is een modern en oud land tegelijk: een deel van het welvarende Verenigd Koninkrijk, weerspiegeld in de moderne hoofdstad Cardiff, en tegelijk is daar het nog altijd grotendeels bucolische hinterland, nog altijd verscholen achter de eindeloze heuvels.
Dit was één van de drie à vier platen die ik op die tocht bij me had. Ik denk dat hij Wales goed past. Die schizofrenie van het land is hier letterlijk in vertegenwoordigd: nummers zowel in het Welsh als in het Engels, soms zelfs in één en hetzelfde nummer, zoals in het prachtige "Patio Song". Ik hoorde aldaar de Engelsen wel eens klagen dat hun westerburen eigenlijk gewoon altijd Engels spraken maar enkel in het Welsh overschakelden als er Engelsen in de buurt waren, puur om te treiteren (Gruff Rhys werd toen zijn band Super Furry Animals een plaat in het Welsh opnam keer op keer gevraagd waarom ze zich nu toch ineens met zulk een frivoliteit bezighielden? Rhys antwoordde, enigszings verbaasd: "omdat het onze moedertaal is."). Patio Song is het geluid daarvan, het geluid van eigenwijsheid, van een onverholen trots die men al eeuwenlang meesleept. We passen ons aan, maar niet meer dan nodig, zegt het. En nu is het weer genoeg geweest met dat Engels, zegt het ook.
Soms tokkelt deze plaat al net zo idyllisch als het glooiende landschap; dan weer kraken de gitaren alsware het de industriële revolutie die over het land neerdaalt, alsware het de vele oorlogen met de Vikings en Romeinen en Angelen en Saksen en Normannen, alsware het de verstedelijking en homogenisatie van het moderne Groot Brittanië.
Barafundle: een baai in het Zuiden van het land, aan de Ierse Zee. Toen ik de Mabinogi las, was ik gefascineerd door de verstrengeling met Ierland en de Ierse Zee die hierin een rode draad vormt. Die laatste fungeert als een soort rivier Styx, en menig Welshe held reist in queeste naar het westereiland alsof het de onderwereld betreft. In het mooiste liedje hier, "Sometimes the Father Is the Son", zingt Euros Childs: "There's no reason to kill / But there's a reason to die / With a foundering return in the morning." Doodgaan en de volgende ochtend weer terugkomen: dit is de eindeloze cyclus van een land gedoopt in mythe, van een land dicht tot de natuur, en de zee. Wales wordt, hoe trots het ook is, gevormd door haar relaties: met de buurlanden, haar geografie, het klimaat. Deze afhankelijkheid wordt in het nummer nog verder aangestipt. De titel zegt het al: Wales is zowel autonoom als afhankelijk, soms trots en soms onderdanig, soms vader en dan weer zon. En melancholisch bovenal. Maar dat wordt je nu eenmaal van het staren naar de zee:
Watch the Irish sea
Going out but it never takes me
Het lot van Welsh te zijn is om altijd Welsh te blijven, en misschien om altijd een beetje opgesloten te blijven tussen grotere machten, of het nou bergen of volkeren zijn. En melancholie is dan, zoals wel vaker, de oplossing die geen oplossing is, maar het wel moet zijn. En melancholie is dan, zoals wel vaker, toch op zijn minst mooi voor de luisteraar. Een schrale troost.
Grammatics - Grammatics (2009)

4,0
0
geplaatst: 26 maart 2011, 16:08 uur
Grammatics komt uit een scene waarvan ik het merendeel van de bands nooit meer opzet. Britse bands met een hoog 'lang leve de lol' en 'we're only in it for the groupies'-gehalte. Deze band nam zichzelf echter veel serieuzer en dat is misschien wel de reden dat ze het niet hebben gehaald (ze zijn inmiddels uit elkaar) want veel mensen eromheen interpreteerden dit als pretentie of zelfs arrogantie.
Maar elke keer als ik weer terugkom bij deze debuutplaat ben ik verbaasd over hoeveel plezier ik hier na de tigste luisterbeurt weer van heb. Doordachte composities, mooi geproduceerd, prachtige poetische teksten, dit heeft alles.
En vooral, elk nummer heeft zo'n 'hallelujah'-momentje. Je weet wel, zo'n moment doordrenkt van emotie, kippenvelopwekkend, een stukje van 5 seconden dat je eigenlijk op repeat zou willen zetten maar zo werkt het uiteraard niet want de opbouw ernaartoe speelt natuurlijk ook mee.
Zo lijkt The Vague Archive tot pakweg een minuut voor het einde op hun meest generieke popliedje (verse-chorus-verse-chorus) maar dan valt alles ineens uiteen en werkt de band zich door een prachtige slome coda heen, waar alle weggevallen instrumenten langzaam weer terugkomen.
Het nummer daarna, Broken Wing heeft ook zo'n moment. Het begint subtiel, zanger Owen op akoestische gitaar, ook hier weer een mooie tekst: I'm taking to the stage tonight with a broken wing. En na die regel komt de band in, en zonder dat het nummer echt omhoog gaat in tempo krijg je een enorme adrenaline rush, waarin de zang obsessief om de woorden 'broken wing' krult en die prachtige viool maar aanzwelt en aanzwelt.
Maar mijn allerallerfavoriete nummer en moment van euforie komt op Polar Swelling. Deze gaat enorm over-the-top en het is een wonder dat dat zo goed uitpakt. "You found God, you found God, you found God, I know. I can't afford your love", maar dan, maar dan.. alles zwelt wederom aan, de zang schakelt een register omhoog en op zulke momenten is "heaven never enough". Dit levert me nog steeds keer op keer kippenvel op.
Als laatste wil ik nog even de cohesie van dit album benadrukken die goed te vinden is in de teksten. De band is geobsedeerd door het idee van de muziek van het lichaam. Dit wordt goed samengevat in Relentless Fours: There's a hungover girl in bed, her head hits relentless fours. Her heart is an upbeat hi-hat, the body composes, you don't even know it. gevolgd door de suggestie "dance to your pulse tonight". Maar het idee komt meer terug. In Inkjet Lakes (Are you mourning for an era when your blood sang and your head trilled), Rosa Flood (I found a little escape to the rhythm of your blackened lungs), DILEMMA (her elegance, an infinite hum) en Murderer (My heart beats out my ribcage, my lungs are burst black balloons).
De muziek van Grammatics lijkt zichzelf te hebben geschreven. Ze leken ook heilig te geloven in 'wat goed is overwint'. Geen concessies om de muziek beter te verkopen, waar ze nog eens verder op ingaan op de afscheids-ep KRUPT (bankrupt..). Dit heilige geloof in de muziek zelf blijkt dus al uit de teksten en wordt verder uitgelegd op de (zeer de moeite waard zijnde!) bonustrack Time Capsules:
Hell, and I feel something now, even if it's a lie, there's a greater truth emerging..
Maar elke keer als ik weer terugkom bij deze debuutplaat ben ik verbaasd over hoeveel plezier ik hier na de tigste luisterbeurt weer van heb. Doordachte composities, mooi geproduceerd, prachtige poetische teksten, dit heeft alles.
En vooral, elk nummer heeft zo'n 'hallelujah'-momentje. Je weet wel, zo'n moment doordrenkt van emotie, kippenvelopwekkend, een stukje van 5 seconden dat je eigenlijk op repeat zou willen zetten maar zo werkt het uiteraard niet want de opbouw ernaartoe speelt natuurlijk ook mee.
Zo lijkt The Vague Archive tot pakweg een minuut voor het einde op hun meest generieke popliedje (verse-chorus-verse-chorus) maar dan valt alles ineens uiteen en werkt de band zich door een prachtige slome coda heen, waar alle weggevallen instrumenten langzaam weer terugkomen.
Het nummer daarna, Broken Wing heeft ook zo'n moment. Het begint subtiel, zanger Owen op akoestische gitaar, ook hier weer een mooie tekst: I'm taking to the stage tonight with a broken wing. En na die regel komt de band in, en zonder dat het nummer echt omhoog gaat in tempo krijg je een enorme adrenaline rush, waarin de zang obsessief om de woorden 'broken wing' krult en die prachtige viool maar aanzwelt en aanzwelt.
Maar mijn allerallerfavoriete nummer en moment van euforie komt op Polar Swelling. Deze gaat enorm over-the-top en het is een wonder dat dat zo goed uitpakt. "You found God, you found God, you found God, I know. I can't afford your love", maar dan, maar dan.. alles zwelt wederom aan, de zang schakelt een register omhoog en op zulke momenten is "heaven never enough". Dit levert me nog steeds keer op keer kippenvel op.
Als laatste wil ik nog even de cohesie van dit album benadrukken die goed te vinden is in de teksten. De band is geobsedeerd door het idee van de muziek van het lichaam. Dit wordt goed samengevat in Relentless Fours: There's a hungover girl in bed, her head hits relentless fours. Her heart is an upbeat hi-hat, the body composes, you don't even know it. gevolgd door de suggestie "dance to your pulse tonight". Maar het idee komt meer terug. In Inkjet Lakes (Are you mourning for an era when your blood sang and your head trilled), Rosa Flood (I found a little escape to the rhythm of your blackened lungs), DILEMMA (her elegance, an infinite hum) en Murderer (My heart beats out my ribcage, my lungs are burst black balloons).
De muziek van Grammatics lijkt zichzelf te hebben geschreven. Ze leken ook heilig te geloven in 'wat goed is overwint'. Geen concessies om de muziek beter te verkopen, waar ze nog eens verder op ingaan op de afscheids-ep KRUPT (bankrupt..). Dit heilige geloof in de muziek zelf blijkt dus al uit de teksten en wordt verder uitgelegd op de (zeer de moeite waard zijnde!) bonustrack Time Capsules:
Hell, and I feel something now, even if it's a lie, there's a greater truth emerging..
Harmonium - Les Cinq Saisons (1975)
Alternatieve titel: Si On Avait Besoin d'une Cinquième Saison

5,0
0
geplaatst: 19 januari 2006, 15:53 uur
Echt heel mooi dit. Maar eens geprobeerd na het zien van de prachtige cover en albumtitel. Si on Avait Besoin d'une Cinquieme Saison ofwel If We Ever Needed a Fifth Season, een conceptplaat waarbij de eerste 4 nummers de seizoenen voorstellen en het laatste (lange) nummer het perfecte 5e seizoen moet uitbeelden.
En ze slagen met vlag en wimpel in deze opzet. Net als bijvoorbeeld Moody Blues zo goed doen op hun debuutalbum, weten ze precies de sfeer neer te zetten van de getijden. De opgewekte lente en zomer worden gevolgd door de wat meer melancholische herfst en winter.
Mooi is ook om vlagen van chanson terug te horen (met name in het tweede nummer). Zoiets heb ik eigenlijk nog nooit in een progressief album gehoord. Verder is het gebruik van oa mellotron, accordion en harp ook erg bevorderend voor de afwisseling en sfeer.
Het laatste (vrijwel instrumentale) nummer is al helemaal memorabel. Prachtige opbouw en boeiend tot het eind (die 17-minuten zijn om voor je er erg in hebt
)
4* met een optie naar 4,5.
En ze slagen met vlag en wimpel in deze opzet. Net als bijvoorbeeld Moody Blues zo goed doen op hun debuutalbum, weten ze precies de sfeer neer te zetten van de getijden. De opgewekte lente en zomer worden gevolgd door de wat meer melancholische herfst en winter.
Mooi is ook om vlagen van chanson terug te horen (met name in het tweede nummer). Zoiets heb ik eigenlijk nog nooit in een progressief album gehoord. Verder is het gebruik van oa mellotron, accordion en harp ook erg bevorderend voor de afwisseling en sfeer.
Het laatste (vrijwel instrumentale) nummer is al helemaal memorabel. Prachtige opbouw en boeiend tot het eind (die 17-minuten zijn om voor je er erg in hebt
)4* met een optie naar 4,5.
Love - Forever Changes (1967)

5,0
0
geplaatst: 2 januari 2010, 00:48 uur
Inmiddels zit ik alweer meer dan 5 jaar op Musicmeter, en het leuke (en soms beschamende) daarvan is dat je af en toe berichten tegenkomt van een jonge naieve versie van jezelf. Op 1 maart 2005 schreef ik een belachelijk berichtje over dit album, waarin ik met termen als folk-rock en vrolijkheid strooide die maar weinig met deze plaat te maken hebben. Maargoed, 16-jarige obsessed was dan ook een vervelende pretentieuze puber die probeerde net te doen alsof hij heel veel verstand van muziek had.
En 20-jarige obsessed dan? Een legitieme vraag. De obsessed van de tegenwoordige tijd is misschien nog wel pretentieuzer, en probeert nog steeds bij vlagen met zijn alwetendheid in het gezicht van anderen te zwaaien. De winst van de afgelopen 5 jaar? Nu realiseer ik me maar al te goed dat er mensen zijn die veel betere recensies schrijven dan ik, mensen die veel meer muziek kennen en er veel meer verstand van hebben. Ik ben steeds meer een passief lezer van Musicmeter geworden, genietend van mooie berichtjes van anderen.
Het leuke van Forever Changes is dat hoewel ik heel veel favorieten heb gehad door de jaren heen, waar ik dan enthousiast over claimde dat ze de beste band ooit en zwaar onderschat waren (vaak lekker obscure dingen uiteraard), is mijn liefde voor Forever Changes nooit bekoeld. Al ben ik het met alle stompzinnige opmerkingen uit mijn vorige bericht niet meer eens, ik kan me nog altijd vinden in dat bijzondere gevoel dat deze plaat oproept. Dat enthousiasme van mijn jongere ik, die spanning voel ik nog steeds elke keer weer als ik dit opzet. Arthur Lee zei niet voor niets dat hij tijdens de opnames van Forever Changes dacht dood te gaan. Je hoort dat dan ook echt.
Arthur Lee woonde rond die tijd op een heuvel aan de rand van Los Angeles. Waar zijn bandgenoot Bryan MacLean rondhing met The Doors en de rest van de west-coast scene, sloot Lee zich op in zijn kluizenaarshuisje. Hij werd steeds schuwer en banger voor de mensen om zich heen. Het was alsof hij het lot van de hippiecultuur al zag aankomen. Sitting on a hillside / Watching all the people die. Hij zag zijn vrienden en collegae steeds verder wegzinken in destructief drugsgebruik, en hij ging er zelf kapot aan, zonder mee te doen. In de wetenschap van dit gedragspatroon van Lee, heb ik altijd het gevoel dat het prachtige liedje Old Man, één van de twee liedjes hier die geschreven zijn door MacLean (de andere is het beroemde openingsnummer) stiekem over Lee gaat. I know the old man would laugh / He spoke of love's sweeter days.
Dubbelzinnigheid in die laatste zin? Misschien hoort het woordje love daar wel met hoofdletter geschreven. Achteraf gezien waren Love's sweet days volgens vele het einde van 1967, maar op dat moment zal Arthur Lee er zeker anders over hebben gedacht en heeft hij ongetwijfeld weinig plezier beleefd aan de Summer of Love.
En 20-jarige obsessed dan? Een legitieme vraag. De obsessed van de tegenwoordige tijd is misschien nog wel pretentieuzer, en probeert nog steeds bij vlagen met zijn alwetendheid in het gezicht van anderen te zwaaien. De winst van de afgelopen 5 jaar? Nu realiseer ik me maar al te goed dat er mensen zijn die veel betere recensies schrijven dan ik, mensen die veel meer muziek kennen en er veel meer verstand van hebben. Ik ben steeds meer een passief lezer van Musicmeter geworden, genietend van mooie berichtjes van anderen.
Het leuke van Forever Changes is dat hoewel ik heel veel favorieten heb gehad door de jaren heen, waar ik dan enthousiast over claimde dat ze de beste band ooit en zwaar onderschat waren (vaak lekker obscure dingen uiteraard), is mijn liefde voor Forever Changes nooit bekoeld. Al ben ik het met alle stompzinnige opmerkingen uit mijn vorige bericht niet meer eens, ik kan me nog altijd vinden in dat bijzondere gevoel dat deze plaat oproept. Dat enthousiasme van mijn jongere ik, die spanning voel ik nog steeds elke keer weer als ik dit opzet. Arthur Lee zei niet voor niets dat hij tijdens de opnames van Forever Changes dacht dood te gaan. Je hoort dat dan ook echt.
Arthur Lee woonde rond die tijd op een heuvel aan de rand van Los Angeles. Waar zijn bandgenoot Bryan MacLean rondhing met The Doors en de rest van de west-coast scene, sloot Lee zich op in zijn kluizenaarshuisje. Hij werd steeds schuwer en banger voor de mensen om zich heen. Het was alsof hij het lot van de hippiecultuur al zag aankomen. Sitting on a hillside / Watching all the people die. Hij zag zijn vrienden en collegae steeds verder wegzinken in destructief drugsgebruik, en hij ging er zelf kapot aan, zonder mee te doen. In de wetenschap van dit gedragspatroon van Lee, heb ik altijd het gevoel dat het prachtige liedje Old Man, één van de twee liedjes hier die geschreven zijn door MacLean (de andere is het beroemde openingsnummer) stiekem over Lee gaat. I know the old man would laugh / He spoke of love's sweeter days.
Dubbelzinnigheid in die laatste zin? Misschien hoort het woordje love daar wel met hoofdletter geschreven. Achteraf gezien waren Love's sweet days volgens vele het einde van 1967, maar op dat moment zal Arthur Lee er zeker anders over hebben gedacht en heeft hij ongetwijfeld weinig plezier beleefd aan de Summer of Love.
Marillion - This Strange Engine (1997)

2,5
1
geplaatst: 31 oktober 2011, 15:12 uur
Typisch album dit. Heb al tijden niet meer naar Marillion geluisterd, maar deze staat al een jaar of vijf ongeluisterd op mijn computer dus onder het mom van beter laat dan nooit de stap gezet. Welnu, gevarieerd is het in ieder geval wel. Het koortje aan het eind van het openingsnummer, de AOR-pop van One Fine Day, het emotionele Estonia, de disneycore van Hope for the Future (ik moest wel een beetje lachen om de reacties op dat nummer hier; het zou me niks verbazen als dit een van de beste trolls uit het pre-troll-tijdperk is) en vervolgens als afsluiter de wat meer typisch progressieve epic.
Ik was vroeger wel een progaholic te noemen maar dat heb ik al lang en breed laten varen omdat de stagnatie en het gebrek aan echt progressieve ingevingen in het genre behoorlijk schrijnend zijn. Wat dat betreft is de ambitie en het uitproberen van nieuwe geluiden hier van Marillion lovenswaardig.
Ik zou er nu graag aan toevoegen dat de lauwe reacties hierop aangeven dat het tegenhouden van de vooruitgang in het genre misschien wel vooral toe is te schrijven aan de fans die vooral de gloriedagen van begin jaren 70 (of in Marillion's geval een decennia later) willen herleven, maar eerlijk is eerlijk: dit album staat toch vooral vol met net-nietjes (op Estonia na, wellicht) en heel-erg-nietjes.
Ik was vroeger wel een progaholic te noemen maar dat heb ik al lang en breed laten varen omdat de stagnatie en het gebrek aan echt progressieve ingevingen in het genre behoorlijk schrijnend zijn. Wat dat betreft is de ambitie en het uitproberen van nieuwe geluiden hier van Marillion lovenswaardig.
Ik zou er nu graag aan toevoegen dat de lauwe reacties hierop aangeven dat het tegenhouden van de vooruitgang in het genre misschien wel vooral toe is te schrijven aan de fans die vooral de gloriedagen van begin jaren 70 (of in Marillion's geval een decennia later) willen herleven, maar eerlijk is eerlijk: dit album staat toch vooral vol met net-nietjes (op Estonia na, wellicht) en heel-erg-nietjes.
Midlake - The Trials of Van Occupanther (2006)

3,5
1
geplaatst: 25 maart 2016, 11:58 uur
Er zijn van die dagen dat ik wakker word en gelijk merk dat de wereld vol is. Ik tast mentaal om me heen, maar er is geen ruimte, mijn hart is beklemd, mijn longen astmatisch. Ik verwijt dan de stad, de moderne wereld, de snelheid van het perpetuele nu. En soms denk ik dan wel eens aan deze plaat.
The Trials of Van Occupanther is niet het geluid van een dorpsidylle; het is het geluid van het onlesbare verlangen ernaar. Dit zijn geen boerenjongens die ineens in een studio stonden - dit is een jazzband die zich aangetrokken voelde tot het platteland. "Did you ever want to be overrun by bandits, to hand over all of your things and start over new?" Het is dat gevoel, en de gelijk daarbijgevoegde notie dat het zich nooit in aktie zal omzetten, dat het voor altijd bij een zekere droefgeestigheid zal blijven.
Op zulke ochtenden verlang ik naar een ander soort ochtend: "Oh and when the morning comes, we will step outside, we will not find another man inside, we like the newness, the newness of all..." Op zulke ochtenden schiet die zin van "Head Home" door mijn hoofd: "Bring me a day full of honest work, and a roof that never leaks: I'll be satisfied." Ja! denk ik dan, dat is het, dat is wat ik wil, edoch gelijk daarna weet ik dat het een leugen is, een romantisering van een hard, cru bestaan.
Maar het is het verlangen dat blijft hangen, het gevoel dat dingen te snel gaan, het gevoel dat het in een andere tijd ("The village used to be all one really needs"), of een andere plaats ("I'm tired of being here, on this hill"), beter zou zijn. Wat blijft hangen is de verwondering dat het gras dáár altijd wél groeit - of haar moderne equivalent: dat de andere kassarij áltijd sneller gaat. Het is het verlangen om alles los te kunnen laten:
Let me not be too consumed with this world
Sometimes I want to go home
and stay out of sight for a long time
The Trials of Van Occupanther is niet het geluid van een dorpsidylle; het is het geluid van het onlesbare verlangen ernaar. Dit zijn geen boerenjongens die ineens in een studio stonden - dit is een jazzband die zich aangetrokken voelde tot het platteland. "Did you ever want to be overrun by bandits, to hand over all of your things and start over new?" Het is dat gevoel, en de gelijk daarbijgevoegde notie dat het zich nooit in aktie zal omzetten, dat het voor altijd bij een zekere droefgeestigheid zal blijven.
Op zulke ochtenden verlang ik naar een ander soort ochtend: "Oh and when the morning comes, we will step outside, we will not find another man inside, we like the newness, the newness of all..." Op zulke ochtenden schiet die zin van "Head Home" door mijn hoofd: "Bring me a day full of honest work, and a roof that never leaks: I'll be satisfied." Ja! denk ik dan, dat is het, dat is wat ik wil, edoch gelijk daarna weet ik dat het een leugen is, een romantisering van een hard, cru bestaan.
Maar het is het verlangen dat blijft hangen, het gevoel dat dingen te snel gaan, het gevoel dat het in een andere tijd ("The village used to be all one really needs"), of een andere plaats ("I'm tired of being here, on this hill"), beter zou zijn. Wat blijft hangen is de verwondering dat het gras dáár altijd wél groeit - of haar moderne equivalent: dat de andere kassarij áltijd sneller gaat. Het is het verlangen om alles los te kunnen laten:
Let me not be too consumed with this world
Sometimes I want to go home
and stay out of sight for a long time
Peter Silberman - Impermanence (2017)

3,0
6
geplaatst: 26 april 2017, 10:31 uur
Gisteren, in een verloren theater in een woonwijk in Amsterdam, zag en hoorde ik Peter Silberman. Hij was moederziel alleen, een weekje Europa met enkel een geluidsman die tevens als chauffeur diende. En daar stond ie dan, elementair, bijna entropisch, gereduceerd tot de absolute essentie van man-met-gitaar.
En zo begon het ook. Enkel elektrisch gitaargeluid, tergend langzaam. Een noot, en dan nog een noot, en nog één, en dan die eerste weer. Het was als verf op de muur zien drogen, of als Noorse Slow TV, maar dan mooie verf, in het mooie noorderse landschap. Het kon eigenlijk ook niet. Oké, er waren maar een man of 30 in de zaal, en die waren geduldig, want anders waren ze hier niet geweest. Maar toch. Ik dacht aan mijn ouders, die vinden dat een avond muziek een avond entertainment moest zijn. En wat was dit? Silberman grapte dat het oké was voor ons om in slaap te vallen. "That's a service I'm happy to provide." Hij wist zelf ook wel dat het niet kon.
Hij was als zo iemand op een feestje die je vergeet, en die ergens in een hoekje op z'n gitaar zit te spelen. Schijnbaar, denk je dan, is het wel degelijk mogelijk om een hele avond een gitaar op je schoot te hebben en toch geen Wonderwall te spelen.
En hij zong, niet te vergeten. Hoog, repetitief, obsessief, de nummers van deze plaat zijn - nog veel meer dan Antlers nummers - mantras, cassettebandjes die zichzelf vastdraaien. Hij eindigde met No Violence, "no violence, no violence, today..." En toen begreep ik de kalmte, de rust opeens. We waren inderdaad in een verloren theater ergens in Amsterdam-Noord. Van buiten een mooi maar onopvallend bakstenen gebouw, van binnen een anomalie: fluweelrode gordijnen, oude schoolstoeltjes op de vloer. In deze plek was "no violence" geen wens - zelfs de grootste optimist acht dat ongeloofwaardig dezer dagen - en het was ook geen statement van de stand der zaken. Het was een transportatie naar een parallelle werkelijkheid, geholpen door het theater, waarin het enkel volstond om mijmerend en in alle rust no violence, no violence, no violence voor onszelf te herhalen en onder een soort bedwelmende narcose te glijden. We waren heel even aan het restaurant aan het einde van het universum. En het was daar goed toeven.
En zo begon het ook. Enkel elektrisch gitaargeluid, tergend langzaam. Een noot, en dan nog een noot, en nog één, en dan die eerste weer. Het was als verf op de muur zien drogen, of als Noorse Slow TV, maar dan mooie verf, in het mooie noorderse landschap. Het kon eigenlijk ook niet. Oké, er waren maar een man of 30 in de zaal, en die waren geduldig, want anders waren ze hier niet geweest. Maar toch. Ik dacht aan mijn ouders, die vinden dat een avond muziek een avond entertainment moest zijn. En wat was dit? Silberman grapte dat het oké was voor ons om in slaap te vallen. "That's a service I'm happy to provide." Hij wist zelf ook wel dat het niet kon.
Hij was als zo iemand op een feestje die je vergeet, en die ergens in een hoekje op z'n gitaar zit te spelen. Schijnbaar, denk je dan, is het wel degelijk mogelijk om een hele avond een gitaar op je schoot te hebben en toch geen Wonderwall te spelen.
En hij zong, niet te vergeten. Hoog, repetitief, obsessief, de nummers van deze plaat zijn - nog veel meer dan Antlers nummers - mantras, cassettebandjes die zichzelf vastdraaien. Hij eindigde met No Violence, "no violence, no violence, today..." En toen begreep ik de kalmte, de rust opeens. We waren inderdaad in een verloren theater ergens in Amsterdam-Noord. Van buiten een mooi maar onopvallend bakstenen gebouw, van binnen een anomalie: fluweelrode gordijnen, oude schoolstoeltjes op de vloer. In deze plek was "no violence" geen wens - zelfs de grootste optimist acht dat ongeloofwaardig dezer dagen - en het was ook geen statement van de stand der zaken. Het was een transportatie naar een parallelle werkelijkheid, geholpen door het theater, waarin het enkel volstond om mijmerend en in alle rust no violence, no violence, no violence voor onszelf te herhalen en onder een soort bedwelmende narcose te glijden. We waren heel even aan het restaurant aan het einde van het universum. En het was daar goed toeven.
Pull Tiger Tail - PAWS. (2009)

3,0
0
geplaatst: 11 oktober 2009, 18:22 uur
Pull Tiger Tail, een driekoppige band uit Londen, had een paar jaar terug eigenlijk alles om in het kielzog van bands als Franz Ferdinand, Maximo Park en Arctic Monkeys de charts te bestormen. Met Animator hadden ze één van de meest catchy liedjes van 2006 en de vereiste meezinger, met Let's Lightning een monster van een nummer met ontzettend veel goede hooks, met Hurricanes hét anthem van 2007, en verder gestyleerde kleding, hippe vriendjes en een enorme lokale fanbase.
Uit het feit dat dit album pas een maandje terug uitkwam blijkt wel dat muziek niet altijd een rekensom is. Het verschil tussen succes en obscuriteit was in dit geval een ruzie met het platenlabel. De band had de plaat opgenomen onder de auspicien van B-Unique, maar toen besloot dat label om er toch vanaf te zien en ze te droppen. Resultaat: B-Unique behield de rechten van het album en de band kon even helemaal niks meer uitbrengen.
Maargoed, na veel gesteggel en doorzetting van de band is hier dan toch dat album, ironisch genoeg een maand nadat de band besluit er een punt achter te zetten. De vraag is dan: Hoeveel draagt dit nog bij? Het voelt nogal als mosterd na de maaltijd, niet alleen omdat de tapes al twee jaar stof verzamelen, maar ook omdat de scene waarin Pull Tiger Tail zijn trotste plaats innam inmiddels op apengapen ligt en het hippe 'London Calling'-publiek waar dit soort bands het van moest hebben inmiddels is overgestapt naar Amerikaanse indie als Fleet Foxes, Animal Collective en Grizzly Bear.
Desalniettemin valt moeilijk te ontkennen dat dit catchy liedjes zijn, eigenlijk stuk voor stuk. De band doet totaal niks origineels, maar speelt wel leentjebuur bij verschillende groepen en zo is dit eigenlijk een mooie opsomming van de Britse gitaarscene van pakweg 2004-2007.
Uit het feit dat dit album pas een maandje terug uitkwam blijkt wel dat muziek niet altijd een rekensom is. Het verschil tussen succes en obscuriteit was in dit geval een ruzie met het platenlabel. De band had de plaat opgenomen onder de auspicien van B-Unique, maar toen besloot dat label om er toch vanaf te zien en ze te droppen. Resultaat: B-Unique behield de rechten van het album en de band kon even helemaal niks meer uitbrengen.
Maargoed, na veel gesteggel en doorzetting van de band is hier dan toch dat album, ironisch genoeg een maand nadat de band besluit er een punt achter te zetten. De vraag is dan: Hoeveel draagt dit nog bij? Het voelt nogal als mosterd na de maaltijd, niet alleen omdat de tapes al twee jaar stof verzamelen, maar ook omdat de scene waarin Pull Tiger Tail zijn trotste plaats innam inmiddels op apengapen ligt en het hippe 'London Calling'-publiek waar dit soort bands het van moest hebben inmiddels is overgestapt naar Amerikaanse indie als Fleet Foxes, Animal Collective en Grizzly Bear.
Desalniettemin valt moeilijk te ontkennen dat dit catchy liedjes zijn, eigenlijk stuk voor stuk. De band doet totaal niks origineels, maar speelt wel leentjebuur bij verschillende groepen en zo is dit eigenlijk een mooie opsomming van de Britse gitaarscene van pakweg 2004-2007.
Rue Royale - Rue Royale (2008)

3,5
0
geplaatst: 18 oktober 2009, 16:14 uur
Rue Royale is het sprookje van een jongen en een meisje. Hij, de jongen, speelt akoestische gitaar, base drum en zingt. Zij, het meisje, doet percussie, soms xylofoon en andere speeltjes en zingt ook.
Een paar weken terug zag ik de jongen en het meisje in een piepklein kroegje in Tilburg in het kader van het Incubate-festival. Het optreden was geen verrassing, ze speelden hun liedjes zoals ze op het album te horen zijn, simpele teksten, simpele begeleiding, maar gevuld met charme. Midden tijdens het optreden komt er een vrouw binnen verkleed als heks. Terwijl iedereen of op de grond zit of tegen een muur leunt gaat zij in de kleine ruimte voor de band als een bezetene staan dansen. De jongen en het meisje lachen verlegen, ze weten niet zo goed wat ze ermee aanmoeten. Na een nummer of twee loopt ze zonder een woord weer weg.
Een klein half uur later kondigt hij het laatste liedje aan. Het heet UFO. Ongeveer halverwege het nummer zingen de jongen en het meisje herhaaldelijk And I lift up my eyes to the one who shines the most. Terwijl deze zin wordt ingezet draait de jongen zijn ogen weg van het dromerige publiek en richt zich rechtstreeks tot het meisje. Zij zingt onverstoord door. Pas na de derde of vierde zin kijkt ze terug, en ze beantwoordt zijn blik met een lichte glimlach. Zijn ogen beginnen te stralen. Hij zingt zo door, zij kijkt weer weg. Opeens dringt het tot me door: Dit is echte liefde. Mooier dan dit wordt het niet.
Een paar weken terug zag ik de jongen en het meisje in een piepklein kroegje in Tilburg in het kader van het Incubate-festival. Het optreden was geen verrassing, ze speelden hun liedjes zoals ze op het album te horen zijn, simpele teksten, simpele begeleiding, maar gevuld met charme. Midden tijdens het optreden komt er een vrouw binnen verkleed als heks. Terwijl iedereen of op de grond zit of tegen een muur leunt gaat zij in de kleine ruimte voor de band als een bezetene staan dansen. De jongen en het meisje lachen verlegen, ze weten niet zo goed wat ze ermee aanmoeten. Na een nummer of twee loopt ze zonder een woord weer weg.
Een klein half uur later kondigt hij het laatste liedje aan. Het heet UFO. Ongeveer halverwege het nummer zingen de jongen en het meisje herhaaldelijk And I lift up my eyes to the one who shines the most. Terwijl deze zin wordt ingezet draait de jongen zijn ogen weg van het dromerige publiek en richt zich rechtstreeks tot het meisje. Zij zingt onverstoord door. Pas na de derde of vierde zin kijkt ze terug, en ze beantwoordt zijn blik met een lichte glimlach. Zijn ogen beginnen te stralen. Hij zingt zo door, zij kijkt weer weg. Opeens dringt het tot me door: Dit is echte liefde. Mooier dan dit wordt het niet.
Sharon Van Etten - Epic (2010)

4,0
0
geplaatst: 21 september 2010, 21:08 uur
Ken je dat gevoel, dat je al voordat je een noot van een album hebt gehoord het volste vertrouwen hebt dat het wel goedzit? Haar vorige album, Because I Was in Love, vond ik niet eens echt geweldig. Wel erg goed en je hoorde het talent er wel in, maar er zat meer in het vat. Dan komt er aan het begin van het jaar het liedje Love More vrij, waarin ze haar sound uitbreidt met harmonium, elektrische gitaar en drums. Er worden nog hier en daar wat nummers vrijgegeven, YouTube filmpjes gepost, het vertrouwen in haar kwaliteiten wordt bij mij gestaag opgebouwd. De hoes is mooi, de albumtitel belooft veel, de lengte van de tracks insinueert ook het wat meer ademen en leven van de nieuwe liedjes en plotseling werd dit ineens een van mijn meest geanticipeerde platen van het jaar.
En hij is totaal niet tegengevallen. De totale speelduur is wat kort (32 minuten), maar er is geen seconde die mij niet kan bekoren. Sharon's teksten zijn niet per se heel diep of sophisticated, maar door veel herhaling en haar fantastische stem raakt het mij ontzettend. Alleen al die herhaling en die slome, uitgerekte manier waarop ze "You made me love, you made me love, you made me love more" in het slotnummer tot haar mantra maakt, of die doordreunende harmonium op DsharpG gevoed door drums die de hele tijd als een soort dodenmars op de vocalen ("Everyone says I'm a fooooool to believe in that") inhakken, ik vind het prachtig.
Maar het is vooral de stem die het doet. Zat ze op de voorganger nog iets teveel in het hoekje van Alela Diane, nu lijkt ze genoeg vertrouwen in eigen kunnen te hebben om haar stem de vrije gang te laten gaan en dit levert een melancholisch en hypnotiserend half uur aan muziek op.
En hij is totaal niet tegengevallen. De totale speelduur is wat kort (32 minuten), maar er is geen seconde die mij niet kan bekoren. Sharon's teksten zijn niet per se heel diep of sophisticated, maar door veel herhaling en haar fantastische stem raakt het mij ontzettend. Alleen al die herhaling en die slome, uitgerekte manier waarop ze "You made me love, you made me love, you made me love more" in het slotnummer tot haar mantra maakt, of die doordreunende harmonium op DsharpG gevoed door drums die de hele tijd als een soort dodenmars op de vocalen ("Everyone says I'm a fooooool to believe in that") inhakken, ik vind het prachtig.
Maar het is vooral de stem die het doet. Zat ze op de voorganger nog iets teveel in het hoekje van Alela Diane, nu lijkt ze genoeg vertrouwen in eigen kunnen te hebben om haar stem de vrije gang te laten gaan en dit levert een melancholisch en hypnotiserend half uur aan muziek op.
Sunset Rubdown - Dragonslayer (2009)

5,0
0
geplaatst: 24 mei 2009, 14:22 uur
I believe in growing old with grace
Dragonslayer, het nieuwe album van Sunset Rubdown, is in mijn ogen de ultieme ode aan ouder worden. Het overkomt iedereen, ook indie-rock-helden, en Dragonslayer is Spencer Krug's manier om hiermee om te gaan. Wat mij betreft mogen meer mensen dat op deze manier doen, want het resultaat is indrukwekkend.
In opener Silver Moons is het thema misschien nog wel het meest duidelijk, het is een lied vol nostalgie en een ode aan vervlogen tijden, maar tegelijkertijd een teken dat het leven door moet gaan, en daar sluit Idiot Heart dan gelijk mooi op aan. De onbevangenheid van het Griekse mythische figuur Icarus word in één nummer samengevat. Icarus, de zoon van Daedelus die vleugels kreeg en werd gewaarschuwd niet te dicht bij de zon te vliegen, maar dit in een vlaag van jeugdigde overmoedigheid toch deed.
You can't settle down until the Icarus in your blood drowns
Om deze woorden kracht bij te zetten grijpt Spencer ook nog maar eens terug naar een tekst van Shut Up I Am Dreaming uit 2006, waarin hij zelf nog zo strijdlustig was om de rebel te blijven.
If I was a horse, I would throw up the reins, if I was you
Na dit overtuigende en energieke statement, wordt toch weer teruggegrepen naar nostalgie in het prachtig getitelde Apollo and the Bufallo and Anna Anna Anna Oh!:
My god, I miss the way it used to be
So here's a photograph for you to hold
It's my picture of before I got old
Black Swan is een soort coming-of-age-vertolking. Vroeger dacht men in Westerse landen dat er alleen witte zwanen bestonden. De zwarte zwaan was dan ook een algemene metafoor voor dingen die niet bestaan. Later werden er dan toch zwarte zwanen ontdekt in andere delen van de wereld en veranderde de symboliek naar "onverwachte gebeurtenissen".
There was a black swan outside the palace,
It was appointed by the King
And people took it as a sign that he needed more time
But he said: "I ain't afraid of no black bird"
Letterlijk staat er dus een grote gebeurtenis voor de deur, misschien wel de rite of passage, het ouder worden, en onze narrator is hier klaar voor. Klaar om de draak te slachten (om maar alvast even op de zaken vooruit te lopen).
Al deze overpeinzingen maken het invoegen van het Swan Lake-nummer Paper Lace ook begrijpelijker, dit past namelijk perfect in het verhaal, met verwijzingen naar Paper crumples into ugly shapes en The stupid house you made fell away like paper lace (waarin overigens weer word terugverwezen naar Idiot Heart's Can you run as fast as this house will fall?).
Dan komt in mijn ogen toch wel het centrale punt van het album, simpelweg omdat You Go On Ahead zo belachelijk episch is, dat je het niet als minder kan classificeren. Het is het vervolg op Trumpet, Trumpet, Toot! Toot! van Random Spirit Lover, een al even groots werk dat kortweg handelde over I hope you get what you're after. In deel 2 lijkt de zoektocht nog niet voorbij, en is er nog steeds die onzekerheid over wat er van het leven gemaakt moet worden, welke richting je op moet gaan.
See the actor keep a ritual to keep them all at bay
He would like to come home naked without war paint on his face
And appear before you virgin white if virgins are still chaste
We willen het liefste allemaal onszelf zijn (virgins) zonder ons voor te doen als anderen (actors), maar de realiteit ligt vaak toch ergens in het midden. Verder word het ouder-worden-thema nog eens extra aangestipt met het steeds herhalende Days add up to weeks, add up to months and add up to years.
In Nightingale word weer een beetje teruggegrepen naar een nostalgisch oogpunt. Er begint zich een patroon te vormen, de oneven nummers lijken vooral terug te kijken op het verleden en de rest probeert wat te maken van de toekomst. Grappig genoeg krijgt Spencer hier zelf ook door dat ie maar doordramt over het ouder worden, want hij begint met de tekst So let me hammer this point home. En de verwijzing naar December in de titel lijkt een referentie naar ofwel het einde van het leven ofwel het einde van deze transitionele periode waarin ouder worden ineens het ergste lijkt dat er is. In this way you will come find me in december..
Dan het slotstuk, het sprookjesachtige Dragon's Lair. Het album wordt hierin op spectaculaire wijze rondgemaakt. Waar het openingsnummer begon met Confetti floats away like dead leaves in the wagons' wake (Prachtige beeldspraak trouwens!), begint het eindnummer met I'm sorry I was late, I went blind / I've got confetti in my eyes en verwijst het in het middenstuk terug naar de dead leaves. Waar in Silver Moons word gesproken over parties in my honour wordt dit hier nog eens overgedaan met I was held up at yesterday's parties. Ook thematisch gezien wordt de cirkel gecompleteerd. Met het slachten van de draak is het gevecht tegen de ouderdom, en vooral de onzekerheid die het met zich meebrengt, overwonnen. De beelden die Spencer Krug oproept om dit grootse gevecht te illustreren wil ik jullie tenslotte vooral niet onthouden.
Oh my dear, my dear
I'd like to fight the good fight for another couple of years
Cause to say the war is over is to say you are a widow
You're not a widow yet
So this one's for the critics, and their disappointed mothers
For the Cupid and the hunter, shooting arrows at eachother
Ain't no such thing as a saint
Ain't no such thing as a sinner
There's a swan amongst the pigeons on Barcelona's floor
There's a Samson with Delilahs lining up outside the door
If you are sharpening your scissors, I am sharpening my scissors
and I am sharpening my sword
So you can take me to the dragon's lair
Or you can take me to Rapunzel's windowsill
Either way it is time for a bigger kind of kill
Dragonslayer, het nieuwe album van Sunset Rubdown, is in mijn ogen de ultieme ode aan ouder worden. Het overkomt iedereen, ook indie-rock-helden, en Dragonslayer is Spencer Krug's manier om hiermee om te gaan. Wat mij betreft mogen meer mensen dat op deze manier doen, want het resultaat is indrukwekkend.
In opener Silver Moons is het thema misschien nog wel het meest duidelijk, het is een lied vol nostalgie en een ode aan vervlogen tijden, maar tegelijkertijd een teken dat het leven door moet gaan, en daar sluit Idiot Heart dan gelijk mooi op aan. De onbevangenheid van het Griekse mythische figuur Icarus word in één nummer samengevat. Icarus, de zoon van Daedelus die vleugels kreeg en werd gewaarschuwd niet te dicht bij de zon te vliegen, maar dit in een vlaag van jeugdigde overmoedigheid toch deed.
You can't settle down until the Icarus in your blood drowns
Om deze woorden kracht bij te zetten grijpt Spencer ook nog maar eens terug naar een tekst van Shut Up I Am Dreaming uit 2006, waarin hij zelf nog zo strijdlustig was om de rebel te blijven.
If I was a horse, I would throw up the reins, if I was you
Na dit overtuigende en energieke statement, wordt toch weer teruggegrepen naar nostalgie in het prachtig getitelde Apollo and the Bufallo and Anna Anna Anna Oh!:
My god, I miss the way it used to be
So here's a photograph for you to hold
It's my picture of before I got old
Black Swan is een soort coming-of-age-vertolking. Vroeger dacht men in Westerse landen dat er alleen witte zwanen bestonden. De zwarte zwaan was dan ook een algemene metafoor voor dingen die niet bestaan. Later werden er dan toch zwarte zwanen ontdekt in andere delen van de wereld en veranderde de symboliek naar "onverwachte gebeurtenissen".
There was a black swan outside the palace,
It was appointed by the King
And people took it as a sign that he needed more time
But he said: "I ain't afraid of no black bird"
Letterlijk staat er dus een grote gebeurtenis voor de deur, misschien wel de rite of passage, het ouder worden, en onze narrator is hier klaar voor. Klaar om de draak te slachten (om maar alvast even op de zaken vooruit te lopen).
Al deze overpeinzingen maken het invoegen van het Swan Lake-nummer Paper Lace ook begrijpelijker, dit past namelijk perfect in het verhaal, met verwijzingen naar Paper crumples into ugly shapes en The stupid house you made fell away like paper lace (waarin overigens weer word terugverwezen naar Idiot Heart's Can you run as fast as this house will fall?).
Dan komt in mijn ogen toch wel het centrale punt van het album, simpelweg omdat You Go On Ahead zo belachelijk episch is, dat je het niet als minder kan classificeren. Het is het vervolg op Trumpet, Trumpet, Toot! Toot! van Random Spirit Lover, een al even groots werk dat kortweg handelde over I hope you get what you're after. In deel 2 lijkt de zoektocht nog niet voorbij, en is er nog steeds die onzekerheid over wat er van het leven gemaakt moet worden, welke richting je op moet gaan.
See the actor keep a ritual to keep them all at bay
He would like to come home naked without war paint on his face
And appear before you virgin white if virgins are still chaste
We willen het liefste allemaal onszelf zijn (virgins) zonder ons voor te doen als anderen (actors), maar de realiteit ligt vaak toch ergens in het midden. Verder word het ouder-worden-thema nog eens extra aangestipt met het steeds herhalende Days add up to weeks, add up to months and add up to years.
In Nightingale word weer een beetje teruggegrepen naar een nostalgisch oogpunt. Er begint zich een patroon te vormen, de oneven nummers lijken vooral terug te kijken op het verleden en de rest probeert wat te maken van de toekomst. Grappig genoeg krijgt Spencer hier zelf ook door dat ie maar doordramt over het ouder worden, want hij begint met de tekst So let me hammer this point home. En de verwijzing naar December in de titel lijkt een referentie naar ofwel het einde van het leven ofwel het einde van deze transitionele periode waarin ouder worden ineens het ergste lijkt dat er is. In this way you will come find me in december..
Dan het slotstuk, het sprookjesachtige Dragon's Lair. Het album wordt hierin op spectaculaire wijze rondgemaakt. Waar het openingsnummer begon met Confetti floats away like dead leaves in the wagons' wake (Prachtige beeldspraak trouwens!), begint het eindnummer met I'm sorry I was late, I went blind / I've got confetti in my eyes en verwijst het in het middenstuk terug naar de dead leaves. Waar in Silver Moons word gesproken over parties in my honour wordt dit hier nog eens overgedaan met I was held up at yesterday's parties. Ook thematisch gezien wordt de cirkel gecompleteerd. Met het slachten van de draak is het gevecht tegen de ouderdom, en vooral de onzekerheid die het met zich meebrengt, overwonnen. De beelden die Spencer Krug oproept om dit grootse gevecht te illustreren wil ik jullie tenslotte vooral niet onthouden.
Oh my dear, my dear
I'd like to fight the good fight for another couple of years
Cause to say the war is over is to say you are a widow
You're not a widow yet
So this one's for the critics, and their disappointed mothers
For the Cupid and the hunter, shooting arrows at eachother
Ain't no such thing as a saint
Ain't no such thing as a sinner
There's a swan amongst the pigeons on Barcelona's floor
There's a Samson with Delilahs lining up outside the door
If you are sharpening your scissors, I am sharpening my scissors
and I am sharpening my sword
So you can take me to the dragon's lair
Or you can take me to Rapunzel's windowsill
Either way it is time for a bigger kind of kill
Sunset Rubdown - Random Spirit Lover (2007)

5,0
0
geplaatst: 8 augustus 2007, 15:35 uur
Spencer Krug, de man achter Sunset Rubdown, is langzaam maar zeker 1 van mijn favoriete artiesten aan het worden. Het album van Wolf Parade vind ik al tijden geweldig, maar de laatste tijd is het nog wat meer gestegen in mijn gading en zelfs mijn top 10 binnengedrongen.
Maar ook met Sunset Rubdown, dat ooit begon als side-project maar steeds meer op zichzelf begint te staan, laat Spencer goed zien waar hij toe in staat is. Shut Up I Am Dreaming is een van de beste platen van 2006, met een aantal zeer sterkte nummers. Het miste alleen wat eenheid. En laat dat nou net verholpen zijn op dit ijzersterke vervolg.
Sunset Rubdown klinkt eigenlijk als een net wat experimentelere en vagere versie van Wolf Parade. Dit geld ook voor de productie die een stuk minder 'clear' is dan op Apologies for the Queen Mary. Dit alles maakt SR wellicht een wat bittere pil om te slikken bij een eerste luisterbeurt. Maar na een aantal luisterbeurten komen de geheimen beetje bij beetje door de ruwe productielaag naar boven. De progressie met het vorige album zit hem naast de eenheid van het album ook in een iets uitgebreidere instrumentatie, en kleine details en frivoliteiten in de nummers, die bij vlagen zelfs aan Sufjan Stevens doen denken.
Hoogtepunten zijn moeilijk aan te wijzen, aangezien het 1 sterk geheel is, maar het subtiele en tegelijkertijd toch catchy For the Pier, gevolgd door het bijna epische The Taming of the Hands is toch wel erg memorabel.
Met de progressie die Spencer Krug op dit moment doormaakt, en met in het achterhoofd ook het interessante uitstapje van Dan Boeckner met Handsome Furs, moet het tweede Wolf Parade album wel heel goed worden. Ik kan er in ieder geval niet op wachten. Gelukkig zal Random Spirit Lover me tot die tijd wel zoet houden.
Maar ook met Sunset Rubdown, dat ooit begon als side-project maar steeds meer op zichzelf begint te staan, laat Spencer goed zien waar hij toe in staat is. Shut Up I Am Dreaming is een van de beste platen van 2006, met een aantal zeer sterkte nummers. Het miste alleen wat eenheid. En laat dat nou net verholpen zijn op dit ijzersterke vervolg.
Sunset Rubdown klinkt eigenlijk als een net wat experimentelere en vagere versie van Wolf Parade. Dit geld ook voor de productie die een stuk minder 'clear' is dan op Apologies for the Queen Mary. Dit alles maakt SR wellicht een wat bittere pil om te slikken bij een eerste luisterbeurt. Maar na een aantal luisterbeurten komen de geheimen beetje bij beetje door de ruwe productielaag naar boven. De progressie met het vorige album zit hem naast de eenheid van het album ook in een iets uitgebreidere instrumentatie, en kleine details en frivoliteiten in de nummers, die bij vlagen zelfs aan Sufjan Stevens doen denken.
Hoogtepunten zijn moeilijk aan te wijzen, aangezien het 1 sterk geheel is, maar het subtiele en tegelijkertijd toch catchy For the Pier, gevolgd door het bijna epische The Taming of the Hands is toch wel erg memorabel.
Met de progressie die Spencer Krug op dit moment doormaakt, en met in het achterhoofd ook het interessante uitstapje van Dan Boeckner met Handsome Furs, moet het tweede Wolf Parade album wel heel goed worden. Ik kan er in ieder geval niet op wachten. Gelukkig zal Random Spirit Lover me tot die tijd wel zoet houden.
Sunset Rubdown - Shut Up I Am Dreaming (2006)

5,0
0
geplaatst: 10 maart 2016, 23:00 uur
Dwaallichten die de ether indwarrelen; vlokken van natte sneeuw die al verdwijnen voordat ze de grond raken; een haast onaantastbaar geluk dat stotterend tot stand komt, dat zichzelf constant afbreekt in het zicht van de haven van de harmonie. André Breton schreef ooit in Nadja dat "de schoonheid convulsief zal zijn, of zij zal niet zijn." Als er woorden zijn voor dit album, dan zijn het er van zulk aard.
Spencer Krug is de dirigent die constant afgeleid is, die zich maar niet kan committeren aan de structuur van het bladpapier. De dirigent die zichzelf en vooral zijn band elders al verontschuldigt: "when the conductor fucks up, you can't blame the symphony." De dirigent die de wereld beziet, en begrijpt dat de muziek nooit de wereld kan bepalen, maar de wereld enkel de muziek. De dirigent die tijdens een matineevoorstelling plots naar buiten loopt, naar het strand slentert, en - enigszins gemelijk - concludeert: "Oceans never listen to us anyway." Het is juist; het is zoals een ander groot dichter al eens zei, in een zelfde dagdroom aan een zelfde strand:
And somehow, the sea was always there to make you feel stupid.
Spencer Krug is de dirigent die constant afgeleid is, die zich maar niet kan committeren aan de structuur van het bladpapier. De dirigent die zichzelf en vooral zijn band elders al verontschuldigt: "when the conductor fucks up, you can't blame the symphony." De dirigent die de wereld beziet, en begrijpt dat de muziek nooit de wereld kan bepalen, maar de wereld enkel de muziek. De dirigent die tijdens een matineevoorstelling plots naar buiten loopt, naar het strand slentert, en - enigszins gemelijk - concludeert: "Oceans never listen to us anyway." Het is juist; het is zoals een ander groot dichter al eens zei, in een zelfde dagdroom aan een zelfde strand:
And somehow, the sea was always there to make you feel stupid.
The Beatles - Help! (1965)

2,0
0
geplaatst: 13 oktober 2006, 15:05 uur
Ik hoop niet dat dit bericht weer een hele discussie gaat oplaaien over de invloed van Beatles enzo, want daar heb ik helemaal geen behoefte aan. Dit onderstaande is mijn visie, die (waarschijnlijk) op veel te weinig feiten en kennis van zaken is gebaseerd, maar dat zij dan maar zo.
In principe heb ik niks tegen The Beatles. Het zijn vier ideale schoonzonen, ze schrijven leuke toegankelijke popliedjes en hebben een hoop mensen heel gelukkig gemaakt. Prima. Als je echter gewoon muzikaal gaat evalueren vraag je je toch af waarom The Beatles nou als de uitvinders van de pop worden gezien. Ze begonnen met een aantal platen vol met rock n roll-covers, en daarna maakten ze simpele liefdesliedjes, die makkelijk in het gehoor lagen en daardoor een groot publiek bereikten. Maar er waren genoeg andere bandjes, zoals The Byrds, The Kinks of the Stones, die dat ook deden. Pas vanaf Revolver begonnen ze te experimenten met studio-effecten en dergelijke en crëeerden ze een eigen sound. Dat ze toen inventief bezig waren geloof ik zeker, maar rond die tijd waren er genoeg andere bands die dat ook al waren. De psychedelische scene was in dat jaar tenslotte ook al begonnen (13th Floor El.).
Over dit album dan. Wat ik net zei over simpele popliedjes geld hier natuurlijk ook heel erg. Er is eigenlijk absoluut niks op aan te merken. Allemaal zeer bekwame en goed uitgedachte liedjes met veel charme gebracht door de heren. Maar ik merk altijd dat zodra dit album weer afgelopen is, ik alles meteen weer vergeten ben. Ik zal dit album dan ook nooit uit mezelf opzetten, maar als Ticket to Ride of Help weer eens langskomt op Radio 2 als ik bij m'n ouders in de auto zit zal ik de laatste zijn om te klagen.
In principe heb ik niks tegen The Beatles. Het zijn vier ideale schoonzonen, ze schrijven leuke toegankelijke popliedjes en hebben een hoop mensen heel gelukkig gemaakt. Prima. Als je echter gewoon muzikaal gaat evalueren vraag je je toch af waarom The Beatles nou als de uitvinders van de pop worden gezien. Ze begonnen met een aantal platen vol met rock n roll-covers, en daarna maakten ze simpele liefdesliedjes, die makkelijk in het gehoor lagen en daardoor een groot publiek bereikten. Maar er waren genoeg andere bandjes, zoals The Byrds, The Kinks of the Stones, die dat ook deden. Pas vanaf Revolver begonnen ze te experimenten met studio-effecten en dergelijke en crëeerden ze een eigen sound. Dat ze toen inventief bezig waren geloof ik zeker, maar rond die tijd waren er genoeg andere bands die dat ook al waren. De psychedelische scene was in dat jaar tenslotte ook al begonnen (13th Floor El.).
Over dit album dan. Wat ik net zei over simpele popliedjes geld hier natuurlijk ook heel erg. Er is eigenlijk absoluut niks op aan te merken. Allemaal zeer bekwame en goed uitgedachte liedjes met veel charme gebracht door de heren. Maar ik merk altijd dat zodra dit album weer afgelopen is, ik alles meteen weer vergeten ben. Ik zal dit album dan ook nooit uit mezelf opzetten, maar als Ticket to Ride of Help weer eens langskomt op Radio 2 als ik bij m'n ouders in de auto zit zal ik de laatste zijn om te klagen.
The Kooks - Konk (2008)

2,0
0
geplaatst: 12 oktober 2009, 15:54 uur
Ik lees hier veel gefrustreerd ogende berichten over The Kooks als amateurs en onoriginaliteit en andere voorspelbare (daarom overigens niet per se onjuiste) waardeoordelen. Dit kan allemaal wel zijn, maar feit is dat The Kooks voorzien in een commoditeit die simpelweg veelgevraagd is, namelijk: zwijmelmuziek voor verliefde jongens en vooral meisjes.
In mijn ogen beheersen ze dit trucje ook goed. Ik sluit me aan bij de commentaren dat de band hier niet bepaalt het wiel uitvindt, maar dat doet er niet toe. Dit is nou typisch het soort muziek dat elke generatie opnieuw moet worden gemaakt en dat zal ook gebeuren. Elke generatie tienermeisjes heeft namelijk een Luke Pritchard nodig om het zwijmelgehalte nog eens op te voeren.
Dit is allemaal misschien wat makkelijk en kort door de bocht geconcludeerd, maar The Kooks lijken ook geen enkele aanleiding te willen geven om zich van dit imago te ontdoen. Ze houden zich netjes aan de modetrends, passen elk liedje netjes in in een couplet-refrein-couplet-refrein-bridge-refrein structuur en, de belangrijkste aanwijzing, zingen eigenlijk uitsluitend over de liefde. Ik heb even geteld en het woordje love komt 85x voor op deze cd. Een treffender voorbeeld om de muziek van The Kooks te beschrijven kan ik eigenlijk niet bedenken.
In mijn ogen beheersen ze dit trucje ook goed. Ik sluit me aan bij de commentaren dat de band hier niet bepaalt het wiel uitvindt, maar dat doet er niet toe. Dit is nou typisch het soort muziek dat elke generatie opnieuw moet worden gemaakt en dat zal ook gebeuren. Elke generatie tienermeisjes heeft namelijk een Luke Pritchard nodig om het zwijmelgehalte nog eens op te voeren.
Dit is allemaal misschien wat makkelijk en kort door de bocht geconcludeerd, maar The Kooks lijken ook geen enkele aanleiding te willen geven om zich van dit imago te ontdoen. Ze houden zich netjes aan de modetrends, passen elk liedje netjes in in een couplet-refrein-couplet-refrein-bridge-refrein structuur en, de belangrijkste aanwijzing, zingen eigenlijk uitsluitend over de liefde. Ik heb even geteld en het woordje love komt 85x voor op deze cd. Een treffender voorbeeld om de muziek van The Kooks te beschrijven kan ik eigenlijk niet bedenken.
The Records - Shades in Bed (1979)
Alternatieve titel: The Records

2,5
0
geplaatst: 26 februari 2010, 13:51 uur
Gezien het aantal stemmen hier en het feit dat ik een jaar geleden hier nog nooit van had gehoord heb ik altijd vernomen dat The Records een zeer obscuur bandje was. Maar de laatste tijd kom ik steeds vaker deze plaat in tweedehands vinyl bakken tegen, wat toch moet betekenen dat ze ooit een heel klein succesje in Nederland moeten hebben gehad.
Hoe dan ook, dat de band in de vergetelheid is geraakt is goed te begrijpen, de power-pop op dit album is, hoewel goed gemaakt, zeer voorspelbaar en generiek. We horen invloeden van de grote bands uit het genre, Badfinger, Cheap Trick en Big Star, maar echt blijven hangen doen de liedjes niet.
Er is 1 hele mooie uitzondering daarop, namelijk liedje nummer vier op deze langspeler: Starry Eyes. Een werkelijk perfect popliedje, met een prachtig harmonieus refrein (I don't wanna argue!). Dit liedje staat in mijn ogen op dezelfde hoogte als The Only Ones' Another Girl, Another Planet en Big Star's September Gurls. Wat mij betreft hoeft echt niemand dit album te leren kennen maar Starry Eyes verdient een groots opgezette promotiecampagne om het uit de greep van de obscuriteit te redden.
Zie: Starry Eyes
Hoe dan ook, dat de band in de vergetelheid is geraakt is goed te begrijpen, de power-pop op dit album is, hoewel goed gemaakt, zeer voorspelbaar en generiek. We horen invloeden van de grote bands uit het genre, Badfinger, Cheap Trick en Big Star, maar echt blijven hangen doen de liedjes niet.
Er is 1 hele mooie uitzondering daarop, namelijk liedje nummer vier op deze langspeler: Starry Eyes. Een werkelijk perfect popliedje, met een prachtig harmonieus refrein (I don't wanna argue!). Dit liedje staat in mijn ogen op dezelfde hoogte als The Only Ones' Another Girl, Another Planet en Big Star's September Gurls. Wat mij betreft hoeft echt niemand dit album te leren kennen maar Starry Eyes verdient een groots opgezette promotiecampagne om het uit de greep van de obscuriteit te redden.
Zie: Starry Eyes
Titus Andronicus - The Monitor (2010)

3,5
0
geplaatst: 21 januari 2010, 21:47 uur
Wat een geweldige verrassing was dit album van Titus Andronicus, toen ik het van de week eens opzette. Mijn verwachtingen waren niet al te hoog, al vond ik hun eerste plaat zeker niet slecht, maar absoluut geen meesterwerk.
Maar na een paar minuten was ik al verkocht. Het openingsnummer begint in trouwe bandstijl met wat rustig gitaargerommel en een sample van een toespraak (de plaat is blijkbaar een conceptalbum over de Amerikaanse burgeroorlog), en vervolgens vervalt zanger Patrick Stickles in een eerste couplet dat hij afsluit met de fantastische regel: Cause tramps like us, baby we were born to die waarop allerlei episch gitaargeweld volgt.
De meezingbaarheid is sowieso de kracht hier, misschien is niet elk liedje even memorabel, maar het heeft allemaal die grootsheid, elk liedje zou zomaar een anthem kunnen worden. Of het nou The enemy is everywhere! is uit TItus Andronicus Forever, You will always be a loser in het derde deel van No Future, of het tot in den treurigheid herhaalde It's still us against them van albumhoogtepunt Four Score and Seven, het blijft allemaal goed hangen.
Ik zag de band vorig jaar spelen in een vrij verlaten en mineur gestemd Rotown, en toen maakten ze al redelijk indruk. Maar in een kolkende massa van fans zou dit zomaar een geweldige ervaring kunnen zijn live.
Maar na een paar minuten was ik al verkocht. Het openingsnummer begint in trouwe bandstijl met wat rustig gitaargerommel en een sample van een toespraak (de plaat is blijkbaar een conceptalbum over de Amerikaanse burgeroorlog), en vervolgens vervalt zanger Patrick Stickles in een eerste couplet dat hij afsluit met de fantastische regel: Cause tramps like us, baby we were born to die waarop allerlei episch gitaargeweld volgt.
De meezingbaarheid is sowieso de kracht hier, misschien is niet elk liedje even memorabel, maar het heeft allemaal die grootsheid, elk liedje zou zomaar een anthem kunnen worden. Of het nou The enemy is everywhere! is uit TItus Andronicus Forever, You will always be a loser in het derde deel van No Future, of het tot in den treurigheid herhaalde It's still us against them van albumhoogtepunt Four Score and Seven, het blijft allemaal goed hangen.
Ik zag de band vorig jaar spelen in een vrij verlaten en mineur gestemd Rotown, en toen maakten ze al redelijk indruk. Maar in een kolkende massa van fans zou dit zomaar een geweldige ervaring kunnen zijn live.
