MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Reint als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Eddie Floyd - Knock on Wood (1967)

poster
4,0
Eerste kennismaking met Eddie Floyd, los van wat toevallige Youtube-suggesties. Floyd staat er volgens mij om bekend dat hij geen losgeslagen zanger was zoals Otis Redding, en heeft ook minder status dan een Wilson Pickett. Maar in een periode dat albums, zeker nog in de 'zwarte' circuit, ondergeschikt waren aan singles, is Knock On Wood juist zo sterk vanwege zijn solide en consistente karakter. In die zin ben ik het dus behoorlijk oneens met veel van de bovenstaande reacties, die de opener als eenzame uitschieter zien.

Ja, uptempo swingers als het titelnummer en Raise Your Hand zijn fantastisch, maar misschien ligt Floyds overtuigingskracht nog wel in zijn ballads: If You Gotta Make a Fool of Somebody, I've Just Been Feeling Bad en vooral I Stand Accused zijn om stil van te worden zo mooi. Floyd is een prima zanger, maar het is zijn interactie met de Stax-huisband die alles naar een hoger niveau tillen; Croppers heldere licks, het gevoelige pianospel van Isaac Hayes en Booker T. Jones, en de subtiele variaties van drummer Al Jackson Jr..

Misschien zijn we vandaag de dag gewend geraakt aan de meer lompe en overstuurde r&b-varianten van bijvoorbeeld The Rolling Stones, de vroege Fleetwood Mac of Bob Dylans elektrische blues-periode, maar wie Stax neemt voor wat het was - namelijk soulmuziek, waarbij elke seconde telt - kan niet om een plaat als deze heen. Wat mij betreft dan hè.

Elvis Costello - King of America (1986)

poster
3,0
Duidelijk minder mijn kop thee dan de vroege Costello.

Hoewel ik de voorgaande platen niet heb gehoord, kan ik me goed voorstellen dat Costello halverwege de jaren 80 toe was aan een break van de op hol geslagen sound die zo verschrikkelijk slecht samenging met de rockinstrumentatie en Motown-invloeden. Dergelijke return-to-roots omslagen zijn natuurlijk ook te vinden bij figuren als Dylan, Neil Young en Tom Petty.

Laat ik beginnen te zeggen dat dit tot nu toe een van de meest overtuigende 80s roots-albums van een grote artiest is die ik heb gehoord. Dit komt mede door de productie van T-Bone Burnett, die al een beetje vooruit kijkt naar de stripped instrumentatie van de jaren 90, en zijn strakke band die veel vrijheid krijgt.

Costello's idee van Americana is een mix van rockabilly, Ierse ballades en gospel. Hij weet de standaardformules die deze genres anno 1986 kenmerkt steeds om te omzeilen. Ondanks dat de composities technisch allemaal vernuftig in elkaar zitten, moet ik wel zeggen dat het me af en toe allemaal te gelikt en glad wordt. Het helpt ook niet dat Costello wel heel erg jazzy aan het croonen is.

Hoogtepunten zijn voor mij: Brilliant Mistakes, Our Little Angel, Glitter Gulch, I'll Wear It Proudly, Jack of All Parades, Sleep of the Just.

Ik ga Almost Blue maar eens aanzetten, iets zegt me dat die productie net wat meer aansluit bij mijn smaak.

Elvis Costello & The Attractions - Almost Blue (1981)

poster
3,0
Na gemengde gevoelens bij King of America, heb ik deze oudere countryplaat van Costello maar eens aangeslingerd, hopend dat hier iets meer van de 'angry young men'-stijl terug te vinden is.

Een plaat vol (country)covers is echt een rock en roll-cliché, en pakt over de gehele lijn eigenlijk nooit écht geslaagd uit. Reden is dat de productie vaak niet rauw genoeg is om in de buurt te komen van de originelen en de formules van de countrysongs over een hele plaat te doorzichtig dreigen worden.

Hebben we op dit album het bijkomende probleem dat Costello zich totaal geen raad lijkt te weten met de uptempo rockabilly-nummers. Why Don't You Love Me (Like You Used to Do) en Tonight the Bottle Let Me Down zijn een aanslag op mijn goede smaak, en Honey Hush is gewoon saai (ondanks de sexy gitaarsound).

Verder moet Costello natuurlijk gewoon met z'n fikken van Parsons' Flying Burrito #1 afblijven als ie 't zo lijzig aanpakt als hier.

Geslaagder zijn de ballades waarop Costello zich verliest in gemeende kitsch (Good Year for the Roses en Sweet Dreams) of de instrumentatie gewoon puur en origineel is, zoals op Brown to Blue en Success.

Fijn is wel dat de plaat niet al te lang duurt, zoals het hoort.

Elvis Costello & The Attractions - Armed Forces (1979)

poster
3,5
Ik heb voorganger This Year's Model behoorlijk hoog zitten - hoewel Costello duidelijk meer in de pop/new wave-hoek dan de punkhoek heeft die plaat een directe sound en met urgentie en agressie gevulde popsongs. Daarbij; het spel van The Attractions maakt die plaat.

Deze plaat heeft voor mij toch een stuk minder karakter. Hoewel het circusorgel van Steve Nieve lekker prominent in de mix zit, voelt het toch meer alsof ik naar een studio-album zit te luisteren in plaats van een bandjesalbum. Hou normaal gesproken wel van Spector-achtige producties, maar het rauwe wat Costello's nummers voor mij vaak redt is hier toch grotendeels verdwenen. Ik vermoed dat dat met opvolgende albums alleen maar meer is.

Qua songwriting is de plaat ook minder: er staan best goede nummers op, maar voor mij ontbreekt een Lipstick Vogue, This Year's Model, The Beat of Night Rally - een nummer wat zo stevig staat dat je er onmogelijk om heen kan.

Elvis Costello & The Attractions - Trust (1981)

poster
4,0
Hoewel ik bang wat dat de ontwikkeling van Costello's angry young man-periode naar zijn huidige statuur van respectabele, veelzijdige singer-songwriter zou betekenen dat er voor mij weinig te genieten zou zijn op zijn jaren tachtig-platen, valt dat op deze Trust reuze mee! Ik ben nog niet aan Imperial Bedrooms en Get Happy!! toegekomen, maar de overgang van This Year's Model naar Armed Forces viel me toch rauw op mijn dak: Costello's rock & roll-snauw is al ingewisseld door pogingen tot zang en croon, de nummers zijn minder losbanding en de unieke Attractions-sound is weggeduwd in de productie.

Gezien het jaartal, de hoes en het carrièretraject van zijn tijdgenoten hield ik rekening met een smoothe Costello-plaat. Veel punk/new wave-artiesten die daadwerkelijk bekwaam waren in het schrijven van daadwerkelijke pop songs schoven rond deze periode op richting de jazz pop: zie Paul Weller laatste Jam-singles en zijn Style Council, Joe Jacksons sambaband en zijn Night and Day, en nieuwe acts als ABC en Duran Duran. Gelukkig is Costello's lounge lizard-gedaante op deze plaat lekker raar en wild: nummers als New Lace Sleeves, Strict Time, Pretty Words, Fish 'N' Chip Paper en Clubland zijn uniek. Niet elk nummer op deze plaat is even geslaagd, maar de algemene gekte maakt een hoop goed. Drie en een halve ster voor de plaat, halve star extra voor de hoes.

Eola - Dang (2016)

poster
4,0
Plaat die grotendeels - los van wat productiekeuzes, een orgel hier en daar - bestaat uit ge-loopte zang van Edwin Wight, een van de twee broers die samen Tonstartssbandht vormen. Fantastische experimentele maar melodieuze band, waar ik eigenlijk te weinig van ken. Deze plaat bestaat uit in ieder geval uit een dosis weird americana uit de backwoods, waarschijnlijk die van Orlando.

Voor liefhebbers van waar Fleet Foxes-reverb en Animal Collective-weirdness elkaar kruisen. Doet regelmatig denken aan de koorzang van de Beach Boys (de kerstige meezinger Big Chestined Nights (!), Someone's Got A Secret).

Het doet met momenten ook denken aan Wendy Carlos' Bach-bewerkingen en Clockwork Orange-soundtrack waar zang een rol speelt.

Deze pastorale toon is ook terug te vinden in de (quasi-)traditionals (B and O Blues, This is the World, How Far Am I From Canaan?). Verder ook wat abstracter droney materiaal met freakouts als Daylong Breathing (!), Future Hymns (!), No Getting, And I Know).

Voor deze koude kerstdagen een aanrader! Of gewoon als je weer even terug wil naar de sound die uit de freak folk-scene gedurende de 2000s, Spirit They're Gone, Spirit They've Vanished, Six Organs of Admittance, zelfs een beetje All Hour Cymbals dat soort werk. Het klinkt mij in ieder geval allemaal vertrouwd in de organ, maar toch een originele consistente sound.