MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Reint als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Scratch Acid - Scratch Acid (1984)

poster
3,5
Noise rock is een genre waar ik altijd , omdat ik altijd veronderstel dat het toch vooral neerkomt op een aaneenschakelig van herrie, eventueel afgewisseld met wat 'adempauzes' voor de dynamiek.

Toch kan ik een band als The Jezus Lizard redelijk waarderen voor wat we zijn; een originele, nietsonziende band die klinkt alsof er een vuilcontainer door een trappenhuis wordt gedauwd. Maar het begon met Scratch Acid, de oefenruimte voor heilige hagedissen David Yow en David Wm. Sims.

Van harte aan te raden voor liefhebbers van The Birthday Party en Big Black. Verder hoor ik overeenkomsten met hoe John Lydon destijds zong ik PiL, momenten die doen denken The Gun Club (maar dan met minder respect voor rootsmuziek). Ik hoor wat van de psychopunk van Claw Boys Claw (die deze plaat wellicht wel kenden) en Pixies (al waren die compacter).

Greatest Gift, Owner's Lament, She Said, Mess, Lay Screaming zijn allemaal ijzersterke uiteenlopende noise-experimenten.

Screaming Trees - Clairvoyance (1986)

poster
3,0
Omdat ik toch wel benieuwd ben naar sommige wortels van Nirvana en de grunge-beweging, heb ik deze plaat maar eens aangezet.

Weet vrij weinig van deze band - los van het feit dat Mark Lanegan hier in zat, die ik dan ook weer amper ken. En nu schijnt dit album volgens de fans in de youtube comment sectie ook nog eens meer de verdienste te zijn van ene Gary Lee Conner dan Mark Lanegan.

Moeilijk te omschreven, deze rockplaat. Er is sprake van echo, maar niet veel, gitaarmuren, maar dan in de verte, soms Johnny Thunders-achtige punkrock, maar ook een nerveuze tick die doet denken aan sommige Britse bands als Josef K, The Only Ones en sommige C86-acts. En The Doors, die hoor je ook, maar dan zonder orgel.

Nummers moeten allemaal nog een beetje landen, maar de band heeft er in ieder geval lekker veel zin in.

Shilpa Ray - Door Girl (2017)

poster
3,5
Echte New York-plaat, in de zin dat allerlei herkenbare elementen uit de punkgeschiedenis van New York terug te horen zijn in het werk van Ray.

Het doet denken aan de zorgeloze maar sarcastische pop van Blondie (Manhattan, Add Value Add Time, Morning Terrors), de in reverb gewassen girl group-sounds zoals geproduceerd door Phil Spector, Roy Orbison, allemaal met de verslagen attitude van de New York Dolls. Soms ook wat echo's van Camera Obscura, al zijn de nummers van Ray meer gestoeld op bewegelijke latijnse ritmes.

Hoogtepunten voor mij zijn de kerstachtige opener New York Minute Prayer en het swingende Heart Full of Dirt (Tears on My Pillow anyone?).

Verder vermoed ik dat Frank Sinatra blij zou zijn met nummers: After Hours, You're Fucking No One en BQE. Ik wel in ieder geval. Mede door die Orbison/Spector/Sinatra-invloed doet het album me regelmatig denken aan het vroege winterse werk van The Walkmen (belletjes, uitwaaierende gitaren); Everyone Who Pretended & Bows + Arrows.

Verder wat vreemde aanvullingen (80s hiphop-uitstapje) Stamp Monkey, rocker EMT en het intermezzo Dream Sequence. Minder interessant is de traditionele rock Rockaway.

Sigue Sigue Sputnik - Flaunt It (1986)

poster
3,0
Oké, eindelijk deze curieuze plaat in zijn geheel gehoord. De eerste 5 nummers, en dan met name Missile en Century Boy zijn erg sterke electronisch gedreven rock & roll die zijn wortelen heeft in Eddie Cochran, T. Rex, de Ramones en vooral Suicide (met twijfelachtige en bizarre coming down Atari Baby). Goed, variatie is niet de sterkste kant van SSS, maar dat hoeft ook niet als de muziek zo onpretentieus is als het is.
Vanaf nummer 6 gaat de plaat echter finaal de fout in, en komt het verkeerde soort 80s-geluiden te veel naar voren.

Wisselvallig geheel dus, maar de band is veel beter dan de hele legende doet vermoeden.

Sly and The Family Stone - Life (1968)

poster
4,5
Hele gave plaat die vol staat met supercoole, groovy en bovenal verdomd originele en intentieve dansmuziek die allemaal de lengte van een punksingle duren. Door deze korte tijdsduur voelt het alsof je constant een luikje opent waarachter een bandje een singletje staat te spelen. Of alsof je hebt ingeschakeld op een radiozender waar ze in een half uur lang (zonder commercials) alleen maar kwalitatieve funky muziek draaien.

SpaceGhostPurrp - Blvcklvnd Rvdix 66.6 (2011)

poster
4,0
Dit is muziek waar je, met een beetje geluk - en een voorliefde van zowel atmosferische 90s New York street-rap als de Southern invloeden van UGK en 3 Six Mafia - in getrokken wordt. Dit wordt vervolgens aangevuld met allerlei uiteenlopende de leftfield-geluiden en samples. Vanwege de lo fi-kwaliteit van de opnames en de eigenzinnige structuren van de muziek echt een groeiplaat.

Heel gecompliceerde raps hoef je niet te verwachten trouwens. Maar qua ritme's, grooves en (een erg donkere) atmosfeer zit het hier ijzersterk in elkaar.

- Fanboy!

Spandau Ballet - Journeys to Glory (1981)

poster
3,0
Leuk om wat van de vroege periode van deze band te horen. Voor iemand die van een paar generaties later is, zijn bands als Spandau Ballet, Simple Minds, Duran Duran, Ultravox vooral blijven hangen als geoliede hitmachines. Vanwege mijn liefde voor Roxy Music en Bowie ben ik nog steeds op zoek naar bands die tussen die bands en de gladde New Romantic pop vallen. Tot nu toe kom ik dan toch meer in de postpunk-hoek van de Furs uit en het wat meer theatrale The Associates.

Ik heb die hele New Romantic-look altijd vrij imbeciel gevonden (met name de Victoriaanse kostuums), maar muzikaal vind ik de eerste platen van Adam & the Ants heel tof. Ik heb wat minder met de hele soul/jazz-invloed (ABC, gladdere momenten van Prefab Sprout en Orange Juice of godbetert Blue Rondo a la Turk) die in de Britse pop opkwam, iets wat voor mij ook terug te horen is in de NR-stijl.

Maargoed, de eerste Spandau Ballet-platen dus. Ik moet zeggen dat ik verrast ben door de wat bizarre muzikale aankleding van nummers als Musclebound en Freeze, maar tegelijkertijd hoor ik weinig dingen die ik niet beter en eerder heb gehoord bij meer experimentele bands. Zo hoor ik op de eerste twee platen invloeden van The Associates, Gang of Four (ttv Solid Gold) en vroege Ultravox, bands die qua sound dieper gingen en in veel gevallen betere nummers schreven. Tony Hadleys zang is voor mij het grootste struikelblok, in combinatie met de wat stijve drums die wel meer commerciële 80er-pop voor mij verpest.

Ik kan ondanks wat lichtpuntjes als Musclebound, Confused, Chant No. 1 en wat vormexperimenten op Diamond niet anders dan concluderen dat Spandau Ballet (en Duran Duran) een stuk gemakkelijker in hun popoutfit paste dan deze toch wat pretentieuze periode.

Misschien heb ik meer succes met een diepe duik in het werk van Japan .

Sparks - Angst in My Pants (1982)

poster
4,0
Dit is trouwens de beste plaat sinds hun eerste Moroderplaat uit 1979, No. 1 In Heaven, en zou dat ook blijven tot 1994, met het uitkomen van Gratuitous Sax & Senseless Violins. De muziek hangt wat tussen synthpop (inclusief drumcomputer) ondersteund door (Ramonesstijl-)punk en hardrockgitaren. De muziek is hier niet dromerig zoals de synthpop van 'My Other Voice' of 'No. 1 In Heaven' van eerdergenoemde plaat, eerder nerveus en als gevolg daarvan klinkt Sparks hier erg vaak als een 80s versie van de begin jaren 70 Sparks.
Daarnaast zijn er op deze plaat meerdere keren nummers die vrij futuristisch aandoen voor een plaat uit 1982, zoals op 'Angst in My Pants', 'Instant Weight Loss' en 'Sherlock Holmes'. De band hangt weer lekker tussen pastiche en vooruitdenkend in, waardoor de band weer uniek klinkt.
Bovenal klinken de gebroeders Mael op deze plaat alsof ze in goede geest zijn en er zin in hebben. Erg aangenaam.

Sparks - No 1. in Heaven (1979)

poster
4,0
Tryouts for the Human Race ...
is een lekker technopop-nummer (heerlijke breakdown om de 4 seconden), met een bizar refrein dat daar eigenlijk helemaal niet hoort. Maarja, dat is juist zo leuk aan Sparks.

Aan het eind van het nummer, en na het lezen van de songtekst besef ik me dat dit nummer over robots of iets dergelijks moet gaan die op de aarde zijn neergezet zonder doel:
Tryouts for the human race, from Burlington to Bonn
Ah, we are a quarter billion strong
Tryouts for the human race, from twilight time 'til dawn
We just want to be someone


Academy Award Performance
Hoog tempo, met wederom een aanslag met verdubbelde vocalen van Russel Mael. Eigenlijk valt hier te weinig over te zeggen, behalve dat het refrein een wat apocalyptische, toch lichtzinnige sfeer heeft, en dat het liedje weinig memorabel, toch zeer dansbaar is.

De muziek op deze plaat is lekker uitgesponnen wat door de vaak snelle en drukke instrumentatie helemaal niet erg is, en net zo goed twee keer zo lang had kunnen zijn zonder dat je je eraan had gestoord.

La Dolce Vita
Nadat vocalen een ritme hebben gevormd, komt er een swingende percussie (of drumpcomputer, zo u wilt) langs hobbelen en iets daarna begint Russel te zingen. 15 seconden nadat dit gebeurt weet je het al: dit is een klassieker. Wellicht een van de meest herkenbare 'Sparks-in-techno'-nummers qua Sparks-gehalte, is dit nummer vanaf begin tot eind een winner.
Romantisch, omringd door synths, wordt er gezongen over een bank die beroofd zal worden (immers, the only bank that's open all night) alsof het zijn ware liefde betreft. En als de akkoordwisseling langsdkomt en Russel:
Goldiggers arise/Goldiggers are hungry guys/Goldiggers are we/Step up follow me zingt kan ik geen lach onderdrukken.

Beat the Clock
Een nummer dat mij vooral door de percussieve achtergrondvocalen doet denken aan Reasons To Be Cheerful, pt. 3 van Ian Dury & The Blockheads (You gotta beat the clock, you gotta beat the clock en Why don't you get back into bed, why don't you get back into bed staan in dit geval niet ver van ekaar af).
Schijnt een hit geweest te zijn, en ik kan begrijpen waarom. Dit nummer klinkt net wat simpeler en doeltreffender, en is ook gangbaar voor mensen die niet zo van de 'alternatieve scene' is, die Sparks vertegenwoordige.

My Other Voice
Een nummer waarin vooral de bas een prominente plaats inneemt, plus een ander 'gephased' geluid wat ongetwijfeld uit een synth afkomstig is.
Als de instrumentatie wat wordt uitgebreid komt er een gedachte in me op: 'Dit is hoe The Buggles hadden moeten klinken.' (van Video Killed the Radio Star, al is dat nummer niet representatief voor het geluid wat hen kenmerkte.
Het nummer ontluikt zich tot een waar rustiek popmeesterwerkje waarin Russel een duet zingt met een robot, al is het wel een heel korte, alsof ze worden afgekapt op na twee regels zingen omdat het negrens naar klinkt, wat dus zeker niet het geval is.

The Number One Song in Heaven
Ik heb hier bijna geen woorden voor. De eerste 3 en een halve minu(u)t(en) zijn werkelijkwaar prachtig en klinken als engelen gevangen in een elektronisch stroomveld.
Na die 3 en een halve minuut begint geloof ik ook de 'single edit' die een grote hit was in Engeland.

Conclusie:
De gebroeders Mael wekken niet echt de indruk dat ze heel erg hun best hebben gedaan op dit album, en toch klinkt het album als een klok.
Ga deze plaat luisteren. Voor iedereen die houdt van Sparks, synthesizerpop, muziek met humor of vindt dat Queen een iets andere richting op had moeten gaan in de jaren 80, en natuurlijk liefhebbers van intelligente popmuziek in het algemeen.
Jullie zijn gewaarschuwd!

Sparks - Terminal Jive (1980)

poster
4,0
Duidelijk in het verlengde van de succesvolle voorganger, al betreedt Sparks iets meer de dansvloer, en is het duo iets minder bezig met de artistieke mogelijkheden van het disco-universeum (denk aan nummers My Other Voice en Number One In Heaven). Maar goed, alles is relatief natuurlijk: het blijft intellectuele en satirische pop in een disco-outfit.

Acht nummers, dus een compact geheel, zeker omdat de nummers dankzij hun disco-vibe veelal statisch en herhalend zijn. Voor mij is het hoogtepunt in dat opzicht de opener (en instrumental reprise van) When I'm with You: een nummer dat tegelijkertijd catchy, mysterieus en stompzinnig is.

Andere favorieten zijn het Kraftwerk-achtige Rock'n'Roll People in a Disco World, Just Because You Love Me (veel disco-artiesten zouden een moord doen voor zo'n simpele maar effectieve popconstructie) en het idiote in falsetto gezongen Young Girls.

Iets minder - wederom is alles relatief - zijn Stereo, Noisy Boys en The Greatest Show On Earth, dat mij qua feel iets te veel doet denken aan La Dolce Vita.

Squeeze - Squeeze (1978)

Alternatieve titel: U.K. Squeeze

poster
2,5
Doet erg denken aan pop-punk als The Buzzcocks en 999, maar de kwaliteit van die eerste band wordt maar sporadisch bereikt: Bang Bang, Take Me I'm Yours (een nummer dat Eurythmics gehoord moeten hebben - ''dreams are made of this'', plus de leidende melodie van beide nummers) zijn sterke popnummers en Wild Sewerage Tickles Brazil is een erg toffe instrumental. Maar uiteindelijk is deze plaat een mislukkig te noemen die de tand des tijds niet heeft doorstaan. Blijkbaar had producer John Cale een geluid in gedachten wat weinig te maken had met wat de band zelf wilde doen.

Supergrass - I Should Coco (1995)

poster
3,0
Net de opvolger geluisterd, daar hoorde ik een Beatlesque band die weet hoe je een melodie moet uitwerken. Dan is de band ook op zijn best wmb, want als rockband vind ik ze niet heel erg onderscheidend.

Op deze plaat is het allemaal wat onstuimiger, en is de band meer georiënteerd op punksongs met attitude en tempo. Niet mijn ding, mede omdat ik de vocalen bloedirritant vindt (los van Alright). Op het laatste deel van de plaat, vanaf She's So Loose, gaat het de betere kant op; met de weirdness van We're Not Supposed To, de trage rockballad Time, de psychedelische Sofa (Of My Lethargy) en afsluiter Time to Go laat de band horen dat hun melodische talent beter tot zijn recht komt als ze niet worden overstemd door crashende cymbals en generieke gitaren.

Supergrass - In It for the Money (1997)

poster
3,5
Hoewel Supergrass niet per sé het qua coolness en momentum voor mij niet zal halen bij de Britpoppers Oasis, Blur, Suede en zelfs Pulp, kan ik niet ontkennen dat er achter hun banale uiterlijk en de flauwe humor van hun video's een paar hele goede songs verscholen zijn.

Deze plaat is een combinatie van rootsy instrumentatie, maar ook een circusachtige scope. Hoewel de productie van de distortion op een song als Cheapskate voor mij wat soundwall-achtig aandoet (iets waar ik bij de eerste twee Oasis-albums bijvoorbeeld geen last van heb), en ze voor mij soms iets te veel lenen van The Beatles zonder dezelfde charme, staan er een paar hele puike songs op deze plaat:

In It for the Money, G-Song, Sun Hits the Sky, It's Not Me, Cheapskate, You Can See Me, Hollow Little Reign
zijn allemaal puike songs met ijzerksterke melodieën en vernuftig samenspel tussen verschillende instrumenten.

Swell Maps - A Trip to Marineville (1979)

poster
Behoorlijk eigenwijze plaat. Er staan wat meer doorsnee (kraak)punk-nummers op, zoals de eerste twee openingsnummers, maar zoals Paalhaas al aangaf zijn het de meer eigenzinnige composities zoals Harmony in Your Bathroom, Vertical Slum en de dronende en repetitieve jams van Midget Submarines, Full Moon In My Pocket/Blam!!/Full Moon Reprise, Gunboats (!) die deze plaat echt de moeite waard maken. Op deze nummers klinken Swell Maps namelijk écht uniek; een garage-tapijt van distorted maar een toch dunne gitaarlijnen, aangevuld met double-tracked (ongelijk natuurlijk) vocalen en nog heel wat ander studio-gepriegel, allemaal gecombineerd met effectieve rockende composities.
Daarnaast werkt de plaat door de uniforme esthetiek van het album en de wisselende lengtes van de nummers erg goed als geheel. Je beleeft het album alsof het ter plekke in een of andere goedkope studio in elkaar wordt gedraaid.

Snel door naar de opvolger.