Hier kun je zien welke berichten Reint als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Taste - Taste (1969)

3,0
0
geplaatst: 18 april 2022, 10:19 uur
Ik ben totaal geen bluesrock-luisteraar, maar via mijn liefhebberij van The Smiths' Johnny Marr moest ik een keer bij Rory Gallagher uitkomen (en toevallig werd mij deze plaat getipt na mijn lezing over duisternis in popmuziek terwijl ik al weer was vergeten dat dit Rory's band was voor zijn solowerk). Gallagher heb ik leren waarderen, vooral omdat zijn muziek goudeerlijk is en zijn Ierse identiteit en de folkmuziek die daar 'bij hoort' het meer maakt dan de zoveelste witte Brit die de Afro-Amerikaanse blues verbasterd.
Je luistert dan ook vooral naar Taste voor Gallagher. Wat hij zo goed kan is zijn gitaar laten 'zingen', zijn solo's zitten melodisch enorm sterk in elkaar, en elke seconde doet ertoe.
Blister On The Moon doet me denken aan The Green Manalashi van de vroege Fleetwood Mac. Hier is goed te horen hoe Rory's akkoordenspel voortkomt uit de Ierse folktraditie, zonder dat je naar een folkrevival luistert.
Leavin' Blues is een schattig akoestisch jumpblues-nummer, dat mij qua attitude vooral doet denken aan het werk van Donovan.
Op Sugar Mama is de lo-fi productie goed te horen, of juist niet goed te horen haha. In het intro hoor je enkel geschreeuw en valt de begeleidende gitaar bijna volledig weg. Marr heeft wel eens gezegd dat de meedogenloze no-nonsense attitude van de vroege Gallagher hem doet denken aan The White Stripes, en ik moet 'm gelijk geven als ie het over dit nummer zou hebben.
Hail is een intiem, introspectief en vluchtig liedje. Doet me wel denken, maar dan iets meer getraind en 'progressief'.
Born on the Wrong Side of Time is voor mij het hoogtepunt; hier hoor je hoe goed Rory's akkoordenspel was. De open akkoorden en het galopperende tempo zorgen voor een dromerige sfeer.
Dual Carriageway Pain is een elektrisch aangevoerde jumping blues. Leuk, moeilijk om stil te zitten. Zelfde geldt voor Same Old Story, al is het solowerk daar ook echt de moeite waard.
Catfish is een joekel van een nummer, waarbij de openingsgitaar door de boxen heen trilt. Het doet mij denken aan Hendrix en Led Zeppelin, maar 8 minuten is voor mij wel iets te veel van het goeie. I'm Moving On is een akoestisch niemendalletje als afsluiter.
Je luistert dan ook vooral naar Taste voor Gallagher. Wat hij zo goed kan is zijn gitaar laten 'zingen', zijn solo's zitten melodisch enorm sterk in elkaar, en elke seconde doet ertoe.
Blister On The Moon doet me denken aan The Green Manalashi van de vroege Fleetwood Mac. Hier is goed te horen hoe Rory's akkoordenspel voortkomt uit de Ierse folktraditie, zonder dat je naar een folkrevival luistert.
Leavin' Blues is een schattig akoestisch jumpblues-nummer, dat mij qua attitude vooral doet denken aan het werk van Donovan.
Op Sugar Mama is de lo-fi productie goed te horen, of juist niet goed te horen haha. In het intro hoor je enkel geschreeuw en valt de begeleidende gitaar bijna volledig weg. Marr heeft wel eens gezegd dat de meedogenloze no-nonsense attitude van de vroege Gallagher hem doet denken aan The White Stripes, en ik moet 'm gelijk geven als ie het over dit nummer zou hebben.
Hail is een intiem, introspectief en vluchtig liedje. Doet me wel denken, maar dan iets meer getraind en 'progressief'.
Born on the Wrong Side of Time is voor mij het hoogtepunt; hier hoor je hoe goed Rory's akkoordenspel was. De open akkoorden en het galopperende tempo zorgen voor een dromerige sfeer.
Dual Carriageway Pain is een elektrisch aangevoerde jumping blues. Leuk, moeilijk om stil te zitten. Zelfde geldt voor Same Old Story, al is het solowerk daar ook echt de moeite waard.
Catfish is een joekel van een nummer, waarbij de openingsgitaar door de boxen heen trilt. Het doet mij denken aan Hendrix en Led Zeppelin, maar 8 minuten is voor mij wel iets te veel van het goeie. I'm Moving On is een akoestisch niemendalletje als afsluiter.
Terry Malts - Killing Time (2012)

4,0
0
geplaatst: 13 mei 2022, 12:25 uur
Behoorlijk strakke plaat voor liefhebbers van de Ramones, No Age, Jesus & Mary Chain en misschien The Cramps (al is alles meer surf en girl group dan rockabilly). Ik lees dat de band uit LA komt, en dat dacht ik al een beetje te horen. Van die coole breezy surfpunk. Maar wel vol antipathie en misantropie.
Mall Dreams was mijn kennismaking, en dat is samen met nummers als Tumble Down, Waiting Room en I Do nog steeds mijn favoriet. Niet alles haalt dat niveau, maar elk nummer heeft wel een hook die het 't luisteren waard maakt. Neem bijvoorbeeld de coole tussendelen in I’m Neurotic of de scheurende mini-solo op Nauseous.
Mall Dreams was mijn kennismaking, en dat is samen met nummers als Tumble Down, Waiting Room en I Do nog steeds mijn favoriet. Niet alles haalt dat niveau, maar elk nummer heeft wel een hook die het 't luisteren waard maakt. Neem bijvoorbeeld de coole tussendelen in I’m Neurotic of de scheurende mini-solo op Nauseous.
Tha Dogg Pound - Dogg Food (1995)

3,5
0
geplaatst: 12 juli 2011, 10:32 uur
Toen ik Daz en Kurupt op The Chronic hoorde rappen werd ik snel overtuigd door enthousiasme, en toen ik ook nog las dat Daz een groot deel van de productie op The Chronic op zich had genomen was ik erg benieuwd naar het debuut van onze hondenvrienden. Vooral het begin is erg overtuigend en ijzersterk; tot en met track 7 is het wat mij betreft allemaal topmateriaal wat zich met het werk van Dre op The Chronic en Doggystyle kan meten.
Ik zou het echter geen kopieerwerk willen noemen (zoals allmusic.com dat wel doen in hun review en het bij 3 sterren houden. De gehele sfeer is donkerder, atmosferischer, zweveriger en wat meer uitgesponnen, dromeriger en laidback. Sommige beats klinken bijna als bad trips, en de wietwalmen zweven door het album.
Daarnaast vind ik Kurupt op bijvoorbeeld New York, New York en Dogg Pound Gangstaz gewoon redelijk sterk tekstueel. Flowend is het ook altijd in orde.
Maar daarna stort het niveau wat in wat mij betreft, en wordt het te herhalend en is het vooral recyclen van alle kenmerken van de G-funk. Misschien dat het nog groeit, maar tot nu toe zijn de de tracks na de twee seksuitstapjes niet echt blijven hangen.
Ik zou het echter geen kopieerwerk willen noemen (zoals allmusic.com dat wel doen in hun review en het bij 3 sterren houden. De gehele sfeer is donkerder, atmosferischer, zweveriger en wat meer uitgesponnen, dromeriger en laidback. Sommige beats klinken bijna als bad trips, en de wietwalmen zweven door het album.
Daarnaast vind ik Kurupt op bijvoorbeeld New York, New York en Dogg Pound Gangstaz gewoon redelijk sterk tekstueel. Flowend is het ook altijd in orde.
Maar daarna stort het niveau wat in wat mij betreft, en wordt het te herhalend en is het vooral recyclen van alle kenmerken van de G-funk. Misschien dat het nog groeit, maar tot nu toe zijn de de tracks na de twee seksuitstapjes niet echt blijven hangen.
The Apples in Stereo - Tone Soul Evolution (1997)

3,5
0
geplaatst: 29 augustus 2020, 23:49 uur
Járen geleden heb ik New Magnetic Wonder geluisterd, mede door de Elephant 6/Neutral Milk Hotel-connectie. Allemaal goed geschreven, Beatlesque popliedjes met speelse instrumentatie. Soms ook een beetje saai.
Toch maar eens van de eerdere platen opgezet, in de hoop dat dit het materiaal iets minder gladgestreken klinkt. En dat is zo! Seems So, About Your Fame, Shine a Light, Get There Fine, en vooral Silver Chain zijn allemaal hele sterke countrynoisepopnummers. Soms wordt het net iets té twee, en wordt de lijzige zang me iets te veel. Coda sluit deze plaat fijn af.
Goede eerste helft dus, daarna wordt het voor mij iets minder boeiend.
Toch maar eens van de eerdere platen opgezet, in de hoop dat dit het materiaal iets minder gladgestreken klinkt. En dat is zo! Seems So, About Your Fame, Shine a Light, Get There Fine, en vooral Silver Chain zijn allemaal hele sterke countrynoisepopnummers. Soms wordt het net iets té twee, en wordt de lijzige zang me iets te veel. Coda sluit deze plaat fijn af.
Goede eerste helft dus, daarna wordt het voor mij iets minder boeiend.
The Armoury Show - Waiting for the Floods (1985)

3,0
0
geplaatst: 25 februari 2021, 22:42 uur
Er staan een paar hele goede nummers (tweevoudig openingssalvo, Higher Than the World, Glory of Love, Waiting for the Floods, Avalanche), alleen staat de doorgeblazen jaren tachtig Big Music-productie me op de meeste momenten erg tegen. Denk aan groepen als Simple Minds, The Sound en U2.
Sterkste wapen is McGeogh's inventieve gitaarwerk, die samen met de Psychedelic Furs-gitaristen Keith Levene, Bernard Sumner, Robert Smith en Andy Gill en dan ook weer een grote invloed heeft gehad op het gitaargebruik van dergelijke groepen. Zijn gitaarspel is hier minder gloomy en mysterieus dan voor Siouxshie's Banshees en Magazine, en speelt hier soms met rare Rick James-achtige funkaccenten.
Als de studio iets minder te horen was, en de band wat meer had dit een favoriet van me kunnen zijn. Nu blijf ik bij de vroege Simple Minds en The Waterboys voor mijn Big Music.
Sterkste wapen is McGeogh's inventieve gitaarwerk, die samen met de Psychedelic Furs-gitaristen Keith Levene, Bernard Sumner, Robert Smith en Andy Gill en dan ook weer een grote invloed heeft gehad op het gitaargebruik van dergelijke groepen. Zijn gitaarspel is hier minder gloomy en mysterieus dan voor Siouxshie's Banshees en Magazine, en speelt hier soms met rare Rick James-achtige funkaccenten.
Als de studio iets minder te horen was, en de band wat meer had dit een favoriet van me kunnen zijn. Nu blijf ik bij de vroege Simple Minds en The Waterboys voor mijn Big Music.
The Byrds - Younger Than Yesterday (1967)

4,0
0
geplaatst: 7 december 2008, 16:05 uur
Op zijn minst een eigenzinnige en invloedrijke 60's plaat. Zo'n Rickenbacker-riff in So You Want to Be a Rock 'N' Roll Star laat bijvoorbeeld goed horen dat R.E.M. veel aan deze band te danken heeft.
Bij mijn download volgt er dan een opgepoetste versie van Chimes of Freedom, maar dat zal dan wel niet kloppen.
C.T.A.-102 is een erg sterk nummer, tot de helft: de eerste keer dat ik dit nummer via mijn mp3-speler hoorde schrok ik me wezenloos, aan de andere kant klinkt het ook erg gedateerd en komt het het nummer niet echt ten goede, al wen je er ook wel weer aan.
Dit geldt ook voor Mind Gardens, met de niet al te sterke zang, maar vooral is het een niet al te sterke compositie, het lijkt een beetje op alleen het begrip 'psychedelica' op zich te leunen.
Thoughts and Words komt qua zanglijn en tempo erg overeen met een George Harrison-compositie door The Beatles (dat zoek ik zo even op, ik gok iets van Help! of Rubber Soul). Edit: dat gingt dus om Think for Yourself van Rubber Soul.
Een compositie asls Everybody's Been Burned geeft het album een wat volwassener en bedachtzamere uitstraling, en alat horen dat The Byrds niet meer die groep waren die als psychedelica-pioniers er op los soleerden (McGuinn, zie Eight Miles High, I See You of What's Happening?!?!). Natuurlijk staat er wel psychedelica op dit album, maar nogmaals; niet zo roekeloos als op 5th Dimension.
Dan een Dylan-cover. Verre van origineel concept voor The Byrds, maar dat neemt niet weg dat ze altijd de juiste nummers uit wisten te kiezen, zodat ze ervoor zorgden dat Dylans boodschappen ook toegankelijker te horen waren, zonder dat de waarde van het nummer zelf verloren ging (een flinke prestatie).
Aangename solo ook.
Why is voor mij wellicht het beste zelfgeschreven nummer op dit album, door Hillman (die zomaar over een gouden griffel bleek te beschikken.)
Al met al een heel mooi album, met wat niemendalletjes, maar te meer met hele sterke composities.
(Hoe maak je een recensie trouwens?)
Bij mijn download volgt er dan een opgepoetste versie van Chimes of Freedom, maar dat zal dan wel niet kloppen.
C.T.A.-102 is een erg sterk nummer, tot de helft: de eerste keer dat ik dit nummer via mijn mp3-speler hoorde schrok ik me wezenloos, aan de andere kant klinkt het ook erg gedateerd en komt het het nummer niet echt ten goede, al wen je er ook wel weer aan.
Dit geldt ook voor Mind Gardens, met de niet al te sterke zang, maar vooral is het een niet al te sterke compositie, het lijkt een beetje op alleen het begrip 'psychedelica' op zich te leunen.
Thoughts and Words komt qua zanglijn en tempo erg overeen met een George Harrison-compositie door The Beatles (dat zoek ik zo even op, ik gok iets van Help! of Rubber Soul). Edit: dat gingt dus om Think for Yourself van Rubber Soul.
Een compositie asls Everybody's Been Burned geeft het album een wat volwassener en bedachtzamere uitstraling, en alat horen dat The Byrds niet meer die groep waren die als psychedelica-pioniers er op los soleerden (McGuinn, zie Eight Miles High, I See You of What's Happening?!?!). Natuurlijk staat er wel psychedelica op dit album, maar nogmaals; niet zo roekeloos als op 5th Dimension.
Dan een Dylan-cover. Verre van origineel concept voor The Byrds, maar dat neemt niet weg dat ze altijd de juiste nummers uit wisten te kiezen, zodat ze ervoor zorgden dat Dylans boodschappen ook toegankelijker te horen waren, zonder dat de waarde van het nummer zelf verloren ging (een flinke prestatie).
Aangename solo ook.
Why is voor mij wellicht het beste zelfgeschreven nummer op dit album, door Hillman (die zomaar over een gouden griffel bleek te beschikken.)
Al met al een heel mooi album, met wat niemendalletjes, maar te meer met hele sterke composities.
(Hoe maak je een recensie trouwens?)
The Clash - Black Market Clash (1980)

4,5
0
geplaatst: 11 juli 2011, 15:42 uur
Wauw, ben blij dat ik deze ben tegengekomen. Ultieme mix van Clashrock en de dub/reggae waar ze zo'n fan van waren (op de laatste nummers vooral). Op Police & Thieves en White Man hintten ze er al naar, maar lijken ze de stijl volledig te beheersen en maken ze er iets heel spannends en naargeestigs van. Het klinkt een beetje alsof de geest van Strummer door een dorre woestijn zweeft.
Is er originele dub die hier veel van weg heeft? Lee Scratch Perry wellicht?
Opvallend trouwens dat de uitgebreide heruitgave van deze plaat Super Black Market Clash die laatste jam totaal ontregeld doordat het songs Bankrobber en Armegideon Time (en ook Capitol Radio One en Cheat) gewoon weglaat op die plaat, terwijl ze deelmaken van het dubkarakter van de plaat.
Is er originele dub die hier veel van weg heeft? Lee Scratch Perry wellicht?
Opvallend trouwens dat de uitgebreide heruitgave van deze plaat Super Black Market Clash die laatste jam totaal ontregeld doordat het songs Bankrobber en Armegideon Time (en ook Capitol Radio One en Cheat) gewoon weglaat op die plaat, terwijl ze deelmaken van het dubkarakter van de plaat.
The Clash - Cut the Crap (1985)

2,0
2
geplaatst: 29 september 2020, 18:31 uur
Hoewel ik bekend ben met de reputatie van deze plaat (kortom: een van de slechtste platen door een geamputeerde versie van een van de beste rockbands) ben ik toch positief verrast. Niet dat dit een miskend meesterwerk is natuurlijk, dat zeker niet.
Van goed naar slecht, daar gaan we.
This Is England is ijzersterk, een drumcomputer in combinatie met 80s synths zijn de perfecte backdrop voor Strummers radeloze jammertirade over een armetierig Engeland.
De melodieën op We Are the Clash zijn heerlijk wat mij betreft, ondanks dat je je afvraagt wat men precies wil vertellen met het nummer, en de keuze voor een Oi!-refrein discutabel is. Wel leuk dat dit koor lijkt te verdrinken in reverb.
Ondanks de wel heel cleane 80s-toetsen klinkt North and South eigenlijk als iets wat op Sandinista! of Combat Rock had kunnen staan - eilandgrooves! Zelfde geldt voor Play to Win - overdreven echo's op de vocalen wegmikken en gaan.
Three Card Trick is het enige nummer wat Strummer is blijven spelen en zou als ska-nummer door de beugel kunnen als de instrumenten iets minder klonken alsof ze uit een speelgoedwinkel komen.
Dirty Punk is lekker doorsnee, maar daardoor blijft het redelijk overeind.
Van Are You Red..Y hadden ze lekker de rockgitaren moeten strippen en full synth moeten gaan, dat was cool geweest. 80s funk! Op Fingerpoppin', een bastaardzoon van Rock the Casbah gaat het gelukkig meer die kant op.
Verder ook heel veel slechte nummers met slechte melodieën, lelijke drumcomputers en lompe rockgitaren, en steeds maar weer die Oi!-koren - maar dan zonder de coole reverb zoals op We Are the Clash. En die trompetten op Movers and Shakers, hahahaha. Of die outro van Life is Wild. Of de funky toetsen halverwege Cool under Heat en op Dictator, waar de found sounds ook nog eens zo hard zijn gemixt dat ze meer afleiden dan toevoegen. Bernie Rhodes, Bernie Rhodes, Bernie Rhodes.
Van goed naar slecht, daar gaan we.
This Is England is ijzersterk, een drumcomputer in combinatie met 80s synths zijn de perfecte backdrop voor Strummers radeloze jammertirade over een armetierig Engeland.
De melodieën op We Are the Clash zijn heerlijk wat mij betreft, ondanks dat je je afvraagt wat men precies wil vertellen met het nummer, en de keuze voor een Oi!-refrein discutabel is. Wel leuk dat dit koor lijkt te verdrinken in reverb.
Ondanks de wel heel cleane 80s-toetsen klinkt North and South eigenlijk als iets wat op Sandinista! of Combat Rock had kunnen staan - eilandgrooves! Zelfde geldt voor Play to Win - overdreven echo's op de vocalen wegmikken en gaan.
Three Card Trick is het enige nummer wat Strummer is blijven spelen en zou als ska-nummer door de beugel kunnen als de instrumenten iets minder klonken alsof ze uit een speelgoedwinkel komen.
Dirty Punk is lekker doorsnee, maar daardoor blijft het redelijk overeind.
Van Are You Red..Y hadden ze lekker de rockgitaren moeten strippen en full synth moeten gaan, dat was cool geweest. 80s funk! Op Fingerpoppin', een bastaardzoon van Rock the Casbah gaat het gelukkig meer die kant op.
Verder ook heel veel slechte nummers met slechte melodieën, lelijke drumcomputers en lompe rockgitaren, en steeds maar weer die Oi!-koren - maar dan zonder de coole reverb zoals op We Are the Clash. En die trompetten op Movers and Shakers, hahahaha. Of die outro van Life is Wild. Of de funky toetsen halverwege Cool under Heat en op Dictator, waar de found sounds ook nog eens zo hard zijn gemixt dat ze meer afleiden dan toevoegen. Bernie Rhodes, Bernie Rhodes, Bernie Rhodes.
The Clash - Give 'em Enough Rope (1978)

3,5
0
geplaatst: 29 september 2020, 17:59 uur
Zoals gezegd wordt het dunne geluid van een band die op momenten klonk alsof ie omviel hier vervangen door een strakkere rockproductie. Door Danny Pearlman klinken de gitaren constant alsof ze uit hun voegen barsten, waar Strummer dan weer schreeuwend overheen moet. Dit pakt soms goed en soms slecht uit.
De band lijkt erg druk bezig met zijn eigen mythologie, zoals op Last Gang in Town en English Civil War. De eerste wordt gered door een hoop overtuigingskracht, maar laatstgenoemde folkpunk klinkt wat mij betreft belachelijk, en hoort met Julie's Been Working for the Drug Squad bij de zwakkere nummers van de plaat.
Verder zijn er wat akkoordprogressies die me wel heel bekend voorkomen; zoals in Last Gang in Town en All the Young Punks (Garageband), Cheapskates (What's My Name) en Guns on the Roof (Clash City Rockers).
Daar staat tegenover dat dit album een paar van The Clash' sterkste nummers opstaan; single Tommy Gun, opener Safe European Home, afsluiter All the Young Punks (New Boots and Contracts), en de Jones-nummers Drug-Stabbing Time en Stay Free. Alle vijf nummers waar meer ruimte is voor nuance, dan wel in de instrumentatie of in de vocalen. Het zijn ook deze nummers die hintten naar de invloed die dansbare genres als reggae, ska en traditionele rock 'n' roll op hun muziek zou krijgen.
Voor The Clash zal het hebben gevoeld alsof ze de rockformule min of meer hadden uitgespeeld; op London Calling zijn de straightforward-punk nummers zoals deze plaat zeldzaam en is er steeds meer ruimte voor onverwachte invalshoeken afkomstig uit de soul, jazz, dub en funkmuziek.
De band lijkt erg druk bezig met zijn eigen mythologie, zoals op Last Gang in Town en English Civil War. De eerste wordt gered door een hoop overtuigingskracht, maar laatstgenoemde folkpunk klinkt wat mij betreft belachelijk, en hoort met Julie's Been Working for the Drug Squad bij de zwakkere nummers van de plaat.
Verder zijn er wat akkoordprogressies die me wel heel bekend voorkomen; zoals in Last Gang in Town en All the Young Punks (Garageband), Cheapskates (What's My Name) en Guns on the Roof (Clash City Rockers).
Daar staat tegenover dat dit album een paar van The Clash' sterkste nummers opstaan; single Tommy Gun, opener Safe European Home, afsluiter All the Young Punks (New Boots and Contracts), en de Jones-nummers Drug-Stabbing Time en Stay Free. Alle vijf nummers waar meer ruimte is voor nuance, dan wel in de instrumentatie of in de vocalen. Het zijn ook deze nummers die hintten naar de invloed die dansbare genres als reggae, ska en traditionele rock 'n' roll op hun muziek zou krijgen.
Voor The Clash zal het hebben gevoeld alsof ze de rockformule min of meer hadden uitgespeeld; op London Calling zijn de straightforward-punk nummers zoals deze plaat zeldzaam en is er steeds meer ruimte voor onverwachte invalshoeken afkomstig uit de soul, jazz, dub en funkmuziek.
The Clientele - Suburban Light (2000)

4,0
0
geplaatst: 20 april 2021, 13:29 uur
Hele mooie dromerige plaat. Mysterieuze slideguitaren, relaxte jazz-tempo's, echo over de vocalen maar toch intiem. Ergens doet het denken aan de vroege Walkmen, maar dan vanaf het platteland en soms gefilterd door een rustig gerookte joint.
Wel echt een groeiplaat, waarbij de (muzikale) contouren van sommige nummers pas later zichtbaar (hoorbaar?) worden. Nummers als Rain, Lacewings, We Could Walk Together en Reflections After Jane beklijven echter meteen.
Wel echt een groeiplaat, waarbij de (muzikale) contouren van sommige nummers pas later zichtbaar (hoorbaar?) worden. Nummers als Rain, Lacewings, We Could Walk Together en Reflections After Jane beklijven echter meteen.
The Cribs - For All My Sisters (2015)

3,0
0
geplaatst: 4 december 2019, 16:13 uur
Ik ben rond 2008 bij The Cribs terechtgekomen vanwege Johnny Marrs toetreden tot de band. Hoewel ik in eerste instantie de indruk had te maken te hebben met een derderangs 2005-indie band veranderde ik na wat meer aandacht van mening. Ja, het meest gestroomlijnde materiaal van de band deed denken aan The Strokes, The Libertines en anonieme indiebandjes waarvan ik de namen nooit heb onthouden. Maar hoe dieper ik in de discografie dook en niet meer alleen de Men's Needs-versie van de band als referentiekader had, werd duidelijk dat de band een vreemde eend in de bijt was. De band was opgegroeid met de Amerikaanse grunge, lo-fi en hard rock van de jaren 80 en 90, en kwam door middel van hun trio-opstelling uit bij een Britse, minimalistische vertaling die min of meer toevallig qua sound en timing overlapte met de Brits/Amerikaanse indiesound van die periode.
Nadat Marr The Cribs weer verliet in 2011 was ik benieuwd of mijn liefde voor The Cribs overeind zou blijven met de eerstvolgende plaat. Ja en nee; hoewel het duidelijk was de band nog steeds vanuit verschillende hoeken de indiepopsong konden aanvliegen, en die in combinatie met hun experimentele en noisy momenten van Men's Needs en Ignore the Ignorant wisten om te zetten in een ambitieus opera-album, merkte ik dat de plaat nog als geheel kon aanzetten. Daarvoor waren er net iets te veel momenten waarop de klad er in kwam en dezelfde neigingen in de songwriting duidelijk werden.
Mede hierdoor heb ik de twee platen erna lang links laat liggen en slechts wat singles en losse nummers meegepakt. In het geval van dit album in ieder geval terecht; dit album is een stuk minder ambitieus dan zijn voorganger. Er staan (zeker aan het begin) een hoop rocknummers op die prima door de beugel kunnen, maar niet echt blijven hangen. De nummers die qua productie en songwriting meer subtiliteit en ruimte hebben zijn dan ook het meest welkom: de reeks van An Ivory Hand tot en met Pacific Time is erg fijn en dat geldt ook Spring On Broadway en afsluiter Pink Snow. Het zijn momenten als laatstgenoemde, Simple Story, City Storms, single Burning For No One en het intro van b-side Regina, Don't Get Lost die ervoor zorgen dat ik nooit interesse zal verliezen in de band - ook op matige albums als deze is er altijd iets te vinden wat de band voortduwt. Stiekem toch wel benieuwd naar opvolger 24-7 Rock Star Shit.
Nadat Marr The Cribs weer verliet in 2011 was ik benieuwd of mijn liefde voor The Cribs overeind zou blijven met de eerstvolgende plaat. Ja en nee; hoewel het duidelijk was de band nog steeds vanuit verschillende hoeken de indiepopsong konden aanvliegen, en die in combinatie met hun experimentele en noisy momenten van Men's Needs en Ignore the Ignorant wisten om te zetten in een ambitieus opera-album, merkte ik dat de plaat nog als geheel kon aanzetten. Daarvoor waren er net iets te veel momenten waarop de klad er in kwam en dezelfde neigingen in de songwriting duidelijk werden.
Mede hierdoor heb ik de twee platen erna lang links laat liggen en slechts wat singles en losse nummers meegepakt. In het geval van dit album in ieder geval terecht; dit album is een stuk minder ambitieus dan zijn voorganger. Er staan (zeker aan het begin) een hoop rocknummers op die prima door de beugel kunnen, maar niet echt blijven hangen. De nummers die qua productie en songwriting meer subtiliteit en ruimte hebben zijn dan ook het meest welkom: de reeks van An Ivory Hand tot en met Pacific Time is erg fijn en dat geldt ook Spring On Broadway en afsluiter Pink Snow. Het zijn momenten als laatstgenoemde, Simple Story, City Storms, single Burning For No One en het intro van b-side Regina, Don't Get Lost die ervoor zorgen dat ik nooit interesse zal verliezen in de band - ook op matige albums als deze is er altijd iets te vinden wat de band voortduwt. Stiekem toch wel benieuwd naar opvolger 24-7 Rock Star Shit.
The Cribs - Ignore the Ignorant (2009)

5,0
0
geplaatst: 31 december 2009, 13:34 uur
Voor mij de plaat van het jaar. Aftrappend met het We Were Aborted, wat klinkt als een aanklacht aan alles wat leeg en volgzaam is in Engeland, en met een agressieve, doch coole en ingehouden solo. De single Cheat On Me, met prachtig slide-werk van Johnny Marr en de beste schreeuw sinds Kurt Cobain. De glasheldere riff van We Share the Same Skies, met het harmonieuze refrein. En dan de orkaan die City of Bugs treft, waarbij lyricaal het beeld van een instortende wereld wordt geschetst. Hari Kari, wat gewoon pure poppperfectie is, net als Last Year's Snow trouwens. Dat laatste nummer bevat ook weer het typerende Marr-geluid, zonder dat de band gelijk als The Smiths klinkt. Emasculate Me is een sterk nummer, valt verder weinig over te vertellen. Ignore the Ignorant leeft wel iets mee met The Smiths' Panic, maar klinkt vooral als een opgewekt en tegelijkertijd ook heel melancholisch. Die melancholie zinkt alleen maar verder door in Save Your Secrets, een nummer opgebouwd uit de boodschap ''You are far more likely to be devoured than empowered by your sense of romance.'' Nothing is een mid-tempo rocker waarbij je heerlijk mee kans schreeuwen met Gary Jarman, terwijl Victims of Mass Production weer een perfect popnummer is, over slachtoffers van massaconsumptie.
Stick To Yr Guns klinkt als een gemoderniseerde versie van Rock & Roll Suicide, maar klinkt ook geheeld als zichzelf.
De gehele plaat heeft een filmisch karakter, vooral op orkaanachtige liedjes als City of Bugs en We Were Aborted. Het gitaartussenspel van Gary Jarman en Johnny Marr is optimaal. Het gitaarwerk van The Cribs was altijd al om van te genieten, maar dat de toevoeging van Marr tot dit soort partijen zou leiden had niemand kunnen voorspellen. En hoe hard sommige nummers ook rocken, ze bevatten altijd een flinke lading melancholie, zei het door de atmosferische ruimtes die worden gecreeerd, door de glasheldere gitaren of door die prachtige stem van, Ryan, maar vooral Gary Jarman...
Wat knap is is dat The Cribs hier duidelijk als een popband klinken, maar nergens iets van hun eigenzinnige manier van liedjes schrijven inleveren. The Cribs vinden zo de perfecte balans tussen oude punk/new wave, melancholie en popmuziek.
The Cribs hebben mijn vertrouwen in hedendaagse gitaarbands teruggegeven.
Stick To Yr Guns klinkt als een gemoderniseerde versie van Rock & Roll Suicide, maar klinkt ook geheeld als zichzelf.
De gehele plaat heeft een filmisch karakter, vooral op orkaanachtige liedjes als City of Bugs en We Were Aborted. Het gitaartussenspel van Gary Jarman en Johnny Marr is optimaal. Het gitaarwerk van The Cribs was altijd al om van te genieten, maar dat de toevoeging van Marr tot dit soort partijen zou leiden had niemand kunnen voorspellen. En hoe hard sommige nummers ook rocken, ze bevatten altijd een flinke lading melancholie, zei het door de atmosferische ruimtes die worden gecreeerd, door de glasheldere gitaren of door die prachtige stem van, Ryan, maar vooral Gary Jarman...
Wat knap is is dat The Cribs hier duidelijk als een popband klinken, maar nergens iets van hun eigenzinnige manier van liedjes schrijven inleveren. The Cribs vinden zo de perfecte balans tussen oude punk/new wave, melancholie en popmuziek.
The Cribs hebben mijn vertrouwen in hedendaagse gitaarbands teruggegeven.
The Dream Syndicate - The Days of Wine and Roses (1982)

4,0
0
geplaatst: 22 februari 2014, 16:09 uur
Hoewel ik wat cynisch deze plaat beluisterde vanwege de wel erg expliciete VU/Lou Reed-invloed op het eerste nummer (en deze band hierin zeker niet de enige was eind jaren '70/begin jaren '80), komt het grote songwriting-talent van Steve Wynn al snel bovendrijven, wat uiteindelijk de plaat maakt. Prettig gitaar-tussenspel ook. En met 42 minuten en 9 song is dit ook een compacte en goed luisterbare plaat, waarbij er eigenlijk geen minuut wordt verspild. De opbouw van elk afzonderlijk nummer is erg zorgvuldig vastgelegd.
The Drums - The Drums (2010)

2,0
0
geplaatst: 10 september 2011, 14:17 uur
Ik zal mijn vorige recensie nog iets uitgebreider onderbouwen, want het is een beetje een zeikbericht zo.
Goed: matig debuut waarop we een popgroep (in de juiste betekenis van het woord) horen dat een oor heeft voor makkelijke (niks mis mee!) akkoordenschema's en de daarbij horende hooks.
De groep laat zich vooral beinvloeden door de postpunk van begin jaren 80 (Peter Hook-baslijnen, cleane gitaren met flanger en/of echo die nooit echt memorabele dingen laten horen) het cleane surfgeluid van The Beach Boys, en een hoop reverb die het wat dreampop meegeeft.
Tot zover niet bijster origineel, maar wel doeltreffend en het is een prettige sound. Met een beetje geluk kunnen The Drums tot een klassieke popgroep uitgroeien, de sound en het plaatje kloppen alvast (als ze de keyboardspeler ditchen, that is).
Komen dan mijn twee grootste bezwaren (die de mogelijkheid van een klassiek debuut finaal dwarsbomen). Allereerst is er de foutieve productie.
De sound van de band zou kunnen kloppen, maar de gehele productie wordt gekenmerkt door een moderne tint gevoed door de gepolijste pop van de 80s (electronische backbeat eronder, handclaps, overslaande vocals, 80s synths) die de band in de weg staat.
Deze keuzes zorgen er niet voor dat het album beter klinkt, het zorgt ervoor dat het album nu al gedateerd klinkt, en dreigt hiermee weggezet te worden als de zoveelste indieband met klaagzanger (door mij althans, op Pitchfork doet dat type band het altijd prima).
Daarnaast is er nog een probleem: de songwriting kwaliteiten van The Drums.
Songs als Skippin' Town en We Tried zijn volledig inwisselbaar, en hetzelfde liedje wordt op het album nog zo'n 8 keer gespeeld, stuk voor stuk flauwe replicaties die van weinig originaliteit getuigen.
Het roept het idee op dat de band al hun b-sides en demo's doodleuk op het album hebben gegooid nadat ze geconcentreerd 3 of 4 geslaagde liedjes geschreven te hebben.
Daarnaast is een song als Forever and Ever Amen gewoonweg belachelijk en pijnlijk.
''Here I go agaaaaain'', indeed.
Ik hoop dan ook dat er voor het tweede album meer aan het eigen geluid wordt gedacht en een de band iets meer dan 4 goede liedjes schrijft. Dan zou dit zomaar mijn favoriete band kunnen worden.
Goed: matig debuut waarop we een popgroep (in de juiste betekenis van het woord) horen dat een oor heeft voor makkelijke (niks mis mee!) akkoordenschema's en de daarbij horende hooks.
De groep laat zich vooral beinvloeden door de postpunk van begin jaren 80 (Peter Hook-baslijnen, cleane gitaren met flanger en/of echo die nooit echt memorabele dingen laten horen) het cleane surfgeluid van The Beach Boys, en een hoop reverb die het wat dreampop meegeeft.
Tot zover niet bijster origineel, maar wel doeltreffend en het is een prettige sound. Met een beetje geluk kunnen The Drums tot een klassieke popgroep uitgroeien, de sound en het plaatje kloppen alvast (als ze de keyboardspeler ditchen, that is).
Komen dan mijn twee grootste bezwaren (die de mogelijkheid van een klassiek debuut finaal dwarsbomen). Allereerst is er de foutieve productie.
De sound van de band zou kunnen kloppen, maar de gehele productie wordt gekenmerkt door een moderne tint gevoed door de gepolijste pop van de 80s (electronische backbeat eronder, handclaps, overslaande vocals, 80s synths) die de band in de weg staat.
Deze keuzes zorgen er niet voor dat het album beter klinkt, het zorgt ervoor dat het album nu al gedateerd klinkt, en dreigt hiermee weggezet te worden als de zoveelste indieband met klaagzanger (door mij althans, op Pitchfork doet dat type band het altijd prima).
Daarnaast is er nog een probleem: de songwriting kwaliteiten van The Drums.
Songs als Skippin' Town en We Tried zijn volledig inwisselbaar, en hetzelfde liedje wordt op het album nog zo'n 8 keer gespeeld, stuk voor stuk flauwe replicaties die van weinig originaliteit getuigen.
Het roept het idee op dat de band al hun b-sides en demo's doodleuk op het album hebben gegooid nadat ze geconcentreerd 3 of 4 geslaagde liedjes geschreven te hebben.
Daarnaast is een song als Forever and Ever Amen gewoonweg belachelijk en pijnlijk.
''Here I go agaaaaain'', indeed.
Ik hoop dan ook dat er voor het tweede album meer aan het eigen geluid wordt gedacht en een de band iets meer dan 4 goede liedjes schrijft. Dan zou dit zomaar mijn favoriete band kunnen worden.

The Electric Prunes - Underground (1967)

4,0
0
geplaatst: 9 juli 2021, 01:06 uur
De band nam hier eindelijk het songschrijven in eigen hand. Had het debuut nog een hoop filler, schrijven ze hier een paar topnummers en is er eigenlijk geen nummer dan uit de toon valt. Helaas nam bandleider/arrangeur David Axelrod het roer over, waardoor de halve band ermee kapte en de rest van een notenschrift moest spelen.
Het zijn interessant juist de pastorale, introspectieve nummers (I, Big City - een Beach Boys-achtig take op As Tears Go By met een Downtown-achtige tekst, I Happen To Love You) waar de band het meeste indruk maakt. Maar harder en agressiever dan op Hideaway heb ik ze nog niet gehoord, fantastische gitaarsolo. Freakier en extremer dan op Dr. Do-Good wordt het niet snel in 1967.
En dan zijn er nog de gothische freakpop nummers als Children of Rain, Wind-Up Toys en Antique Doll. Vul dat aan met Stones-achtige rave-ups (It's Not Fair, Capt. Glory) en de Wrecking Crew-singles als The Great Banana Hoax (wat een outro), bonustrack Everybody Knows You're Not in Love) en je hebt hier gewoon een topalbum uit die rare psychedelische garage rock-periode.
Je hoor hier een band die bekend werd door de freaky geluidsexperiment in hun hitsingles, maar aantoont nummers te kunnen spelen waarin deze expressieve middelen worden geïntegreerd in echte popsongs.
Het zijn interessant juist de pastorale, introspectieve nummers (I, Big City - een Beach Boys-achtig take op As Tears Go By met een Downtown-achtige tekst, I Happen To Love You) waar de band het meeste indruk maakt. Maar harder en agressiever dan op Hideaway heb ik ze nog niet gehoord, fantastische gitaarsolo. Freakier en extremer dan op Dr. Do-Good wordt het niet snel in 1967.
En dan zijn er nog de gothische freakpop nummers als Children of Rain, Wind-Up Toys en Antique Doll. Vul dat aan met Stones-achtige rave-ups (It's Not Fair, Capt. Glory) en de Wrecking Crew-singles als The Great Banana Hoax (wat een outro), bonustrack Everybody Knows You're Not in Love) en je hebt hier gewoon een topalbum uit die rare psychedelische garage rock-periode.
Je hoor hier een band die bekend werd door de freaky geluidsexperiment in hun hitsingles, maar aantoont nummers te kunnen spelen waarin deze expressieve middelen worden geïntegreerd in echte popsongs.
The First Edition - The First Edition (1967)

3,5
0
geplaatst: 10 januari 2020, 13:54 uur
Omdat ik er nooit bij stil had gestaan dat de Big Lebowski-klassieker "Just Dropped In (To See What Condition My Condition Was In)" was uitgevoerd door Kenny Rogers en zijn First Edition, of überhaupt dat Rogers een hippie-periode had gehad, was ik toch wel even geïntrigeerd door deze plaat.
Ik heb helemaal niks met de stem van Rogers of hoe hij die inzet, dus het doet me deugd om te horen dat Thelma Camacho ook een paar nummers zingt. Verder is er flink wat Mama's and Papa's-achtige harmoniezang te horen. En zekere dosis kitsch kan ik altijd wel hebben.
Neemt niet weg dat deze plaat flink onderhevig is aan de trends van de zogenaamd psychedelische flowerpop, trends die nauwelijks dat decennium zelf overleefden. De muziek is clean geproduceerd, en het uitgebreide instrumentarium (denk hard gemixte akoestische gitaren, xylofoons, koortjes, toeters en bellen). Verder zitten er soms wat muzikale intermezzo's in nummers die onnodig protserig klinken. Het muziekgenre was eigenlijk de eerste commodificatie van de Amerikaanse countercultuur.
Maar er staan een paar sterke nummers op, waarvan sommige helaas iets te veel Rogers voor mij bevatten. Dit zijn mijn favorieten:
"I Found a Reason": orkestrale torch song in country-stijl, aanrader voor fans van Dusty Springfield-producties
"Shadow in the Corner of Your Mind": drijvende folksong, in de stijl van "This Wheel's On Fire", maar dan braver. Geen leadzang, alleen harmonieën.
"If Wishes Were Horses": doet wat denken aan een orkestrale versie van The Byrds, het klinkt als een psychedelisch slaapliedje. Waarschijnlijk mijn favoriet.
"Ticket to Nowhere": het enige Rogers-nummer wat ik erg fijn vindt - countrypop met vooral prettige coupletten
"I Get a Funny Feeling": zie beschrijving "I Found a Reason"
"Hurry Up Love": doet me qua melodie en vocale aanpak denken aan de meer poppy momenten van The Pretenders' Chrissie Hynde - maar dan in de omgekeerde volgorde natuurlijk - en ook aan de Spector-groepen die een paar jaren ervoor populair waren.
Ik heb helemaal niks met de stem van Rogers of hoe hij die inzet, dus het doet me deugd om te horen dat Thelma Camacho ook een paar nummers zingt. Verder is er flink wat Mama's and Papa's-achtige harmoniezang te horen. En zekere dosis kitsch kan ik altijd wel hebben.
Neemt niet weg dat deze plaat flink onderhevig is aan de trends van de zogenaamd psychedelische flowerpop, trends die nauwelijks dat decennium zelf overleefden. De muziek is clean geproduceerd, en het uitgebreide instrumentarium (denk hard gemixte akoestische gitaren, xylofoons, koortjes, toeters en bellen). Verder zitten er soms wat muzikale intermezzo's in nummers die onnodig protserig klinken. Het muziekgenre was eigenlijk de eerste commodificatie van de Amerikaanse countercultuur.
Maar er staan een paar sterke nummers op, waarvan sommige helaas iets te veel Rogers voor mij bevatten. Dit zijn mijn favorieten:
"I Found a Reason": orkestrale torch song in country-stijl, aanrader voor fans van Dusty Springfield-producties
"Shadow in the Corner of Your Mind": drijvende folksong, in de stijl van "This Wheel's On Fire", maar dan braver. Geen leadzang, alleen harmonieën.
"If Wishes Were Horses": doet wat denken aan een orkestrale versie van The Byrds, het klinkt als een psychedelisch slaapliedje. Waarschijnlijk mijn favoriet.
"Ticket to Nowhere": het enige Rogers-nummer wat ik erg fijn vindt - countrypop met vooral prettige coupletten
"I Get a Funny Feeling": zie beschrijving "I Found a Reason"
"Hurry Up Love": doet me qua melodie en vocale aanpak denken aan de meer poppy momenten van The Pretenders' Chrissie Hynde - maar dan in de omgekeerde volgorde natuurlijk - en ook aan de Spector-groepen die een paar jaren ervoor populair waren.
The First Edition - The First Edition's 2nd (1968)

2,0
0
geplaatst: 10 januari 2020, 14:42 uur
Na het beluisteren van de debuutplaat van The First Edition toch snel nog even de opvolger opgezet. Ik vond het debuut vooral leuk door de bijdrages van Thelma Camacho, en het flowerpop-sfeertje dat een paar verrassende momenten opleverde, maar over de gehele lijn gaat de gladde productie en de zwabberige mannelijke vocalen me tegenstaan. Omdat op allmusic.com (waar ik toch een beetje bij zweer) werd gesteld dat deze tweede plaat een hitsingle mist, maar over de gehele lijn sterker is, was ik toch even benieuwd...
...Grote tegenvaller! Enkel Camacho-ballad I Passed You By en The Sun Keeps on Rising bevallen me, los van wat geïnspireerde keuzes in de productie en instrumentatie.
Charlie the Fer de Lance: zwakke opener, gered door de fuzzy leadgitaar die af en toe tussendoor te horen is. Voor de rest is het mix van country en funk, maar een echt overtuigend nummer is het niet
If I Could Only Change Your Mind: gezapige flowerpop, dan hoor ik liever The Zombies.
A Patch of Clear: nummer dat vooral fijn is omdat Thelma Camacho's stem af en toe door de mix af en toe scheurt
I Passed You By: yes! een Camacho-sololead. Swingend maar ingetogen nummer dat doet me denken aan de barokpop van Dusty Springfield.
A Good Kind of Hurt: gladde soulpop met toeters en bellen
Only Me: weer een nummer in de categorie die The Zombies beter beheersen. Niet slecht.
Are My Thoughts With You?: weer Kenny Rogers die een gospel/Pachelbel-nummer (denk A Whiter Shade of Pale) mag doormijmeren. Zie ook afsluiter The Church Without a Name op hun debuut, die werkt net wat beter.
Things Can't Be So Sad: lelijk dansbaar soulnummer (denk Fido van The Byrds), helaas voor de slidegitaarspeler die hard zijn best doet.
The Sun Keeps on Rising: weer een Zombies-achtig nummer, dit keer wat trager. Lekker dramatische tekst over een depressief meisje, ingetogen geproduceerd en ingezongen.
Look Around, I'll Be There: ballad die goed geproduceerd is, maar die tien keer beter hard gewerkt als ons Thelma 'm had mogen inzingen. Of Dusty Springfield. Of Scott Walker.
Grootste zwakte van deze groep - en van The First Edition's 2nd in het bijzonder - is de beperkte rol voor zangeres Thelma Camacho, voor mij precies het sterkste onderdeel van de groep. Zonder haar blijft er op deze plaat niet veel meer over dan gladde versies van matig songmateriaal zonder enige cool-factor.
...Grote tegenvaller! Enkel Camacho-ballad I Passed You By en The Sun Keeps on Rising bevallen me, los van wat geïnspireerde keuzes in de productie en instrumentatie.
Charlie the Fer de Lance: zwakke opener, gered door de fuzzy leadgitaar die af en toe tussendoor te horen is. Voor de rest is het mix van country en funk, maar een echt overtuigend nummer is het niet
If I Could Only Change Your Mind: gezapige flowerpop, dan hoor ik liever The Zombies.
A Patch of Clear: nummer dat vooral fijn is omdat Thelma Camacho's stem af en toe door de mix af en toe scheurt
I Passed You By: yes! een Camacho-sololead. Swingend maar ingetogen nummer dat doet me denken aan de barokpop van Dusty Springfield.
A Good Kind of Hurt: gladde soulpop met toeters en bellen
Only Me: weer een nummer in de categorie die The Zombies beter beheersen. Niet slecht.
Are My Thoughts With You?: weer Kenny Rogers die een gospel/Pachelbel-nummer (denk A Whiter Shade of Pale) mag doormijmeren. Zie ook afsluiter The Church Without a Name op hun debuut, die werkt net wat beter.
Things Can't Be So Sad: lelijk dansbaar soulnummer (denk Fido van The Byrds), helaas voor de slidegitaarspeler die hard zijn best doet.
The Sun Keeps on Rising: weer een Zombies-achtig nummer, dit keer wat trager. Lekker dramatische tekst over een depressief meisje, ingetogen geproduceerd en ingezongen.
Look Around, I'll Be There: ballad die goed geproduceerd is, maar die tien keer beter hard gewerkt als ons Thelma 'm had mogen inzingen. Of Dusty Springfield. Of Scott Walker.
Grootste zwakte van deze groep - en van The First Edition's 2nd in het bijzonder - is de beperkte rol voor zangeres Thelma Camacho, voor mij precies het sterkste onderdeel van de groep. Zonder haar blijft er op deze plaat niet veel meer over dan gladde versies van matig songmateriaal zonder enige cool-factor.
The Flaming Lips - In a Priest Driven Ambulance (1990)

3,5
0
geplaatst: 7 februari 2020, 15:46 uur
Eerste keer dat ik een Flaming Lips-plaat van voor naar achter hoor, en ik kan me goed vinden in Robertus' analyse. De eerste helft van de plaat bevat goede songs, die mij doen denken aan een altrock-versie van de meer druggy periode van The Rolling Stones ('67-'69). Vanaf de tweede helft gaan de songs meer zweven, en blijven de melodieën een beetje uit.
The Human League - Dare (1981)
Alternatieve titel: Dare!

4,5
2
geplaatst: 7 augustus 2020, 15:00 uur
Ik heb lange tijd een aversie gehad tegen synthpop gehad. Langzamerhand kropen groepen als New Order, Depeche Mode en Electronic in mijn leven; groepen die synths verbonden aan een postpunk-geluid waar gitaren een rol speelden. Dare was voor mij lang een brug te ver, vooral omdat ik Don't You Want Me toch wat fout vond. Ik kende vroegere nummers als Being Boiled en Empire State Human, experimentele artpop die zich begaf tussen de vroege Ultravox en Numans Tubeway Army en aan de andere kant industriële weirdness als Throbbing Gristle en Cabaret Voltaire.
Omdat Dare toch een flinke reputatie heeft als kwaliteitspop deze plaat toch maar even aangeslingerd. Ik kan er niet omheen; dit album is te gek.
The Things That Dreams Are Made Of, Open Your Heart, Darkness, I Am The Law, Seconds en Love Action zijn allemaal popnummers die zowel knullig als professioneel aandoen, zowel kitscherig als oprecht. Pretentieloos én pretentieus.
Omdat Dare toch een flinke reputatie heeft als kwaliteitspop deze plaat toch maar even aangeslingerd. Ik kan er niet omheen; dit album is te gek.
The Things That Dreams Are Made Of, Open Your Heart, Darkness, I Am The Law, Seconds en Love Action zijn allemaal popnummers die zowel knullig als professioneel aandoen, zowel kitscherig als oprecht. Pretentieloos én pretentieus.
The Jam - In the City (1977)

3,0
0
geplaatst: 30 maart 2010, 16:31 uur
Wanneer de wat blinde razernij van de eerste 3 nummers voorbij is wordt alles iets subtieler (de zang is beter, zoals ik Weller graag hoor), komt er wat meer mineur in de plaat. I Got by in Time en Away from the Numbers zijn zeer prettige nummers.
Batman Theme is wel aardig, maar laat je vooral uitkijken naar de supersingle: In The City (die overigens de openingsriff van Sex Pistols' Holiday In the Sun leent). Sounds From The Street is lekker simpel, maar desondanks aangenaam.
Zo hoor je The Jam toch het liefst, melodieus.
De rest van het album klinkt vaak te gejaagd, te schreeuwerig en te simpel.
Batman Theme is wel aardig, maar laat je vooral uitkijken naar de supersingle: In The City (die overigens de openingsriff van Sex Pistols' Holiday In the Sun leent). Sounds From The Street is lekker simpel, maar desondanks aangenaam.
Zo hoor je The Jam toch het liefst, melodieus.
De rest van het album klinkt vaak te gejaagd, te schreeuwerig en te simpel.
The Jesus and Mary Chain - Automatic (1989)

4,0
0
geplaatst: 24 februari 2020, 22:33 uur
Hoewel deze plaat inderdaad niet de charmante dromerige shoegaze-sounds heeft die Pyschocandy zo'n klassieker maakt is mijn initiële koele reactie op deze door drumcomputer en betonnen gitaarmuren gevormde gitaren al snel ontdooid. De songs en de attitude zijn hier gewoon dik in orde.
Naast 'popsongs' Her Way of Praying en Head On zijn mijn favorieten de opgefokte Take It en UV Ray, songs die mij doen denken aan de stop-start-stijl van Screaming Skull van Sonic Youth.
Naast 'popsongs' Her Way of Praying en Head On zijn mijn favorieten de opgefokte Take It en UV Ray, songs die mij doen denken aan de stop-start-stijl van Screaming Skull van Sonic Youth.
The Jesus Lizard - Goat (1991)

3,5
0
geplaatst: 28 augustus 2020, 11:50 uur
Behoorlijk originele en verzengende sound, deze band. Ondanks de lompe strootkracht zitten de composities origineel en slim in elkaar, met name Then Comes Dudley en het mysterieuze Monkey Trick. Nub en South Mouth is een soort van countryhardcore, op Seasick hoor ik The Cramps en The Bad Seeds. Verder is uitgerekte afsluiter Rodeo in Juliet noemenswaardig, omdat zanger (of 'vocaal stilist') David Yow zowaar een poging doet om, hoe kort ook, een melodie te zingen.
Ik vind Mouth Breather, wat volgens mij de reputatie van een cultclassic is, het zwakste nummer.
Je hoort invloeden van deze band momenteel terug in hardere rockbands (of moderne post-hardcore) zoals Daughters.
Ik vind Mouth Breather, wat volgens mij de reputatie van een cultclassic is, het zwakste nummer.
Je hoort invloeden van deze band momenteel terug in hardere rockbands (of moderne post-hardcore) zoals Daughters.
The Main Ingredient - Afrodisiac (1973)

3,5
0
geplaatst: 17 april 2022, 15:37 uur
Denk inderdaad voor liefhebbers van de Stevie Wonder-visie op soul; dus zorgvuldig georkestreerd en gearrangeerd. Soms vermengen instrumenten zich zo mooi met elkaar dat je ze niet van elkaar kan onderscheiden.
Op Where Were You When I Needed You, Girl Blue en You Can Call Me Rover klinken de band, productie en Goodings vocalen echt fantastisch. Over de gehele lijn wel een zekere middelmatigheid, ook al is er in principe niks 'mis' met de plaat.
Op Where Were You When I Needed You, Girl Blue en You Can Call Me Rover klinken de band, productie en Goodings vocalen echt fantastisch. Over de gehele lijn wel een zekere middelmatigheid, ook al is er in principe niks 'mis' met de plaat.
The Notorious B.I.G. - Life After Death (1997)

3,0
0
geplaatst: 17 mei 2011, 22:02 uur
Wisselvallig album. Net als wat Jay-Z albums wordt dit album verpest door een hoop té commercieel klinkende producties (Another, #! *@ You Tonight, Nasty Boy) en aardige nummers met idiote refreinen (Mo Money Mo Problems, Miss U) en middelmatige gastoptredens (alleen Jay-Z en Too Short zijn hierop een uitzondering).
Om Playa Hater kan ik dan wel altijd heel hard lachen, past precies in dat mafioso-sfeertje dat gecreeerd worden door het veranderde stemgeluid van B.I.G. en tracks met dramatische en donkere producties (What's Beef, Niggas Bleed, Somebody's Gotta Die).
Jammer, want de algemene sfeer is heel vet en er staan een paar ijzersterke nummers op en Notorious B.I.G. is qua lyrics en flow natuurlijk één van de beteren. Vooral zijn storytelling-kwaliteiten zijn fantastisch.
Om Playa Hater kan ik dan wel altijd heel hard lachen, past precies in dat mafioso-sfeertje dat gecreeerd worden door het veranderde stemgeluid van B.I.G. en tracks met dramatische en donkere producties (What's Beef, Niggas Bleed, Somebody's Gotta Die).
Jammer, want de algemene sfeer is heel vet en er staan een paar ijzersterke nummers op en Notorious B.I.G. is qua lyrics en flow natuurlijk één van de beteren. Vooral zijn storytelling-kwaliteiten zijn fantastisch.
The Rolling Stones - Between the Buttons (1967)

4,0
0
geplaatst: 6 augustus 2011, 17:10 uur
Positief verrast door dit album, dat toch afwijkt van The Stones-norm.
Zoals al gezegd hier geen typisch blues of rock & roll-werk meer, maar vooral liedjes in het straatje van The Beatles en The Kinks en wat lichtelijk psychdelische tinten, mede bepaald door de bijdrages van multi-instrumentalist Brian Jones die hier nog in topvorm was (klokkenspel, orgels, piano).
Het album bevat ijzersterke rockers, zowel uptempo (Connection [punk avant la lettre], My Obsession, Please Go Home, Miss Amanda Jones) als mid-tempo (Cool, Calm & Collected, All Sold Out), tijdloze mid-tempo popliedjes als She Smiled Sweetly, Who's Been Sleeping Here, Complicated, en de Kinks-pastiche Something Happened To Me Yesterday, en de aandoenlijke ballad Backstreet Girl.
Het album toont dus een grote sprong wat betreft het songwriterswerk van de Stones, die hiermee bewezen tot de betere pop/rockgroepen van Engeland in de jaren 60 te behoren.
Zoals al gezegd hier geen typisch blues of rock & roll-werk meer, maar vooral liedjes in het straatje van The Beatles en The Kinks en wat lichtelijk psychdelische tinten, mede bepaald door de bijdrages van multi-instrumentalist Brian Jones die hier nog in topvorm was (klokkenspel, orgels, piano).
Het album bevat ijzersterke rockers, zowel uptempo (Connection [punk avant la lettre], My Obsession, Please Go Home, Miss Amanda Jones) als mid-tempo (Cool, Calm & Collected, All Sold Out), tijdloze mid-tempo popliedjes als She Smiled Sweetly, Who's Been Sleeping Here, Complicated, en de Kinks-pastiche Something Happened To Me Yesterday, en de aandoenlijke ballad Backstreet Girl.
Het album toont dus een grote sprong wat betreft het songwriterswerk van de Stones, die hiermee bewezen tot de betere pop/rockgroepen van Engeland in de jaren 60 te behoren.
The Rolling Stones - Out of Our Heads [US] (1965)

4,0
0
geplaatst: 29 maart 2021, 13:33 uur
spinout schreef:
Het intro van Hitch Hike heeft Velvet Underground "geleend" voor hun There She Goes Again.
Het intro van Hitch Hike heeft Velvet Underground "geleend" voor hun There She Goes Again.
En later weer door The Smiths-guitarist Johnny Marr in voor ballad There Is a Light That Never Goes Out.
"Marr said in 1993 he included the figure as an "in-joke" to determine if the music press would attribute the inspiration for the part to "There She Goes Again" by the Velvet Underground, who he contended "stole" the figure from "Hitch Hike". Marr commented, "I knew I was smarter than that. I was listening to what the Velvet Underground were listening to".
The Sensational Alex Harvey Band - Framed (1972)

3,5
2
geplaatst: 22 februari 2020, 14:51 uur
Alex Harvey blijft een interessant figuur uit de jaren 70, ondergesneeuwd in de geschiedenis. Harvey is ondanks zijn onbekende status een invloedrijk figuur geweest: Robert Smith van The Cure was groot fan, en John Lydon, Nick Cave en Ian Dury hebben een hoop van 'm geleend. Hij was een doorgewinterde Schotse pubrocker, die opkwam in het interbellum tussen The Beatles-breakup en punk.
Om die reden hoor je bij Harvey invloeden van bluesrock, glamrock, hard rock, progrock, Schotse traditionele muziek, cabaret en theater. Deze plaat lijkt daarin nog best rechtlijnig: Framed, Buffs Bar Blues, Hole in Her Stocking, There's No Light zijn traditionionele bluesrock-nummers; Midnight Moses en St. Anthony zijn de hardrock-nummers; Hammer Song en Isobel Gouldie zijn de uitgebouwde composities.
Die laatste twee zijn het interessantst; Hierin worden volksmelodieën en zeemansliederen verheven tot uitgerekte, epische songs vol drama en pathos.
Het zijn deze ongewone stijloefeningen die Harveys discografie interessant maken. Op latere albums zal hij dit verder opbouwen, aangevuld met heavy metal-gitaarwerk en vervreemdende producties.
Om die reden hoor je bij Harvey invloeden van bluesrock, glamrock, hard rock, progrock, Schotse traditionele muziek, cabaret en theater. Deze plaat lijkt daarin nog best rechtlijnig: Framed, Buffs Bar Blues, Hole in Her Stocking, There's No Light zijn traditionionele bluesrock-nummers; Midnight Moses en St. Anthony zijn de hardrock-nummers; Hammer Song en Isobel Gouldie zijn de uitgebouwde composities.
Die laatste twee zijn het interessantst; Hierin worden volksmelodieën en zeemansliederen verheven tot uitgerekte, epische songs vol drama en pathos.
Het zijn deze ongewone stijloefeningen die Harveys discografie interessant maken. Op latere albums zal hij dit verder opbouwen, aangevuld met heavy metal-gitaarwerk en vervreemdende producties.
The Sensational Alex Harvey Band - Next... (1973)

3,0
0
geplaatst: 22 februari 2020, 15:06 uur
Na het blues-centrische Framed ruimt Harvey hier gelukkig meer tijd in voor zijn onvoorspelbare kant. Ja, Swampsnake, Gang Bang en Giddy-Up-A-Ding-Dong zijn gedreven bluesrock-songs. Maar echt interessant zijn de opgeblazen gitaarmuren van The Faith Healer, de Bo Diddley-grind van Vambo Marble Eye, rock'n'roll-epos Last of the Teenage Idols en intense Brel-cover Next. Op deze nummers voorspelt Harvey bepaalde ontwikkelingen die nog zouden komen; respectievelijk Killing Joke, Gang of Fours What We All Want, Meat Loafs rockopera en Nick Cave's zondaarscabaret.
Voor zijn cover van Jacques Brels Next heeft hij duidelijk ook naar Scott Walkers versie geluisterd, mocht iemand hier die nog niet kennen.
Voor zijn cover van Jacques Brels Next heeft hij duidelijk ook naar Scott Walkers versie geluisterd, mocht iemand hier die nog niet kennen.
The Sensational Alex Harvey Band - The Impossible Dream (1974)

1
geplaatst: 27 januari 2012, 23:50 uur
Hm, ik weet niet of die vraag er toe doet als het gaat om het waarderen van de band. Deze Alex Harvey Band en Sparks waren te herkennen aan een zekere gevoel voor theatraliteit en een typisch 'flamboyant zelfbewustzijn/zelfspot', waardoor ze uitermate geschikt waren voor het soort glamrock dat Marc Bolan had geïntroduceerd. Beide bands waren ook sterk beïnvloed door genres als music hall, cabaret en Franse chanson. Tegelijkertijd was de uitwerking van beide groepen compleet anders. Harvey ging meer richting hardrock gestoeld op de blues met een pub-inslag, terwijl bij Sparks vooral hyperactieve (power)pop te horen was, waarbij de hardere momenten vooral vooruitkeken naar bands als The Darkness en andere meer theatrale hardrock.
Tegelijkertijd wisten veel mensen niet zo goed wat ze aanmoesten met dit soort bands, want was het grappig, serieus of intellectueel? Het maakt uiteindelijk niet zoveel uit, want beide bands waren zeer te genieten.
De vraag of deze bands genoeg kwaliteit hadden of niet is natuurlijk belangrijker.
Beiden briljante bands, totaal verschillend ook. Jammer dat ze wat ondergesneeuwt zijn in vergelijking met de betere glambands als Bowie & The Spiders, Roxy Music en T. Rex.
Tegelijkertijd wisten veel mensen niet zo goed wat ze aanmoesten met dit soort bands, want was het grappig, serieus of intellectueel? Het maakt uiteindelijk niet zoveel uit, want beide bands waren zeer te genieten.
De vraag of deze bands genoeg kwaliteit hadden of niet is natuurlijk belangrijker.
Beiden briljante bands, totaal verschillend ook. Jammer dat ze wat ondergesneeuwt zijn in vergelijking met de betere glambands als Bowie & The Spiders, Roxy Music en T. Rex.
The Stone Roses - Second Coming (1994)

3,5
0
geplaatst: 26 juli 2020, 20:38 uur
Ik weet de details van deze plaat niet precies. Maar pas 5 jaar later je succesvolle debuut opvolgen in combinatie met verhalen van veelvuldig drugsgebruik is, in dit geval, een teken aan de wand. Het lijkt alsof de groep door de torenhoge druk geen andere optie zag dan te vertrekken vanuit de groove en de liefde voor de root-genres van de jaren 90 rock - blues, folk, funk, 60s rock (Stones, Led Zeppelin, Hendrix).
Dit is op zichzelf geen probleem; Mani, Remi en Squire zijn stuk voor stuk fantastische muzikanten, en er zijn momenten dat de jams bijna niet te bevatten zijn qua funkiness. Maar helaas is de focus zoek; er staan teveel middelmatige nummers op die te veel tijd in beslag nemen.
Interessant is de bluesrock die wordt gekoppeld aan keiharde drumbreaks die het midden houden tussen hiphop en drum & bass; Breaking Into Heaven, Driving South, Begging You, Love Spreads. Een van de weinige bands die deze formule geloofwaardig wist over te brengen wat mij betreft.
Er staan twee gouden popsongs op, die laten zien dat er in die 5 jaar toch nog enige tijd is vrijgemaakt voor melodie: Ten Storey Love Song, die fungeert als een brug tussen de Roses en Oasis, die de vorm van de monumentale popsong eigen wisten te maken. How Do You Sleep, een vernuftig countryrocknummer dat je doet hopen dat er iets meer van de kruisbestuiving tussen roots en popmelodiën ha gestaan op deze plaat.
Dan zijn er nog de folk singalogs en onuitgewerkte jams, die wisselen in kwaliteit: Daybreak, een funky studiojam, de Indian Summer-folk van Your Star Will Shine, vederlichte funkcountry Straight to the Man, de stonede kampvuurfolk van Tightrope, Good Times - dat veelbelovend begint, maar wel erg formulematig door-ebt wanneer de band invalt. Tears is een ambitieus nummer waarop de band een 90s Stairway to Heaven probeert te schrijven maar dat doet door hele akkoordpassages, inclusief de dynamiek, na te spelen. Bizarre keuze. Ik heb het idee dat als ze de compositie iets meer naar hun hand hadden gezet het een van hun carrièrehoogtepunten had kunnen zijn.
Al met al best een goede plaat, maar je weet dat de band veel beter kan, en daarom is het voor mij een wat een frustrerende luisterervaring.
Een paar nummers uit deze periode, met name Ride On en Moses, en in mindere mate Breakout, Groove Harder zijn harde, smerige, slepende, druggy tracks in de categorie van Love Spreads, en als deze nummers beter waren uitgewerkt hadden ze wellicht een coherente duistere plaat kunnen maken.
Voor de volgende tracks is er trouwens leentjebuur gespeeld:
Breaking Into Heaven - The Dawn, Osibisa
Tears - Stairway to Heaven, Led Zeppelin
How Do You Sleep - Dead Flowers, The Rolling Stones
Dit is op zichzelf geen probleem; Mani, Remi en Squire zijn stuk voor stuk fantastische muzikanten, en er zijn momenten dat de jams bijna niet te bevatten zijn qua funkiness. Maar helaas is de focus zoek; er staan teveel middelmatige nummers op die te veel tijd in beslag nemen.
Interessant is de bluesrock die wordt gekoppeld aan keiharde drumbreaks die het midden houden tussen hiphop en drum & bass; Breaking Into Heaven, Driving South, Begging You, Love Spreads. Een van de weinige bands die deze formule geloofwaardig wist over te brengen wat mij betreft.
Er staan twee gouden popsongs op, die laten zien dat er in die 5 jaar toch nog enige tijd is vrijgemaakt voor melodie: Ten Storey Love Song, die fungeert als een brug tussen de Roses en Oasis, die de vorm van de monumentale popsong eigen wisten te maken. How Do You Sleep, een vernuftig countryrocknummer dat je doet hopen dat er iets meer van de kruisbestuiving tussen roots en popmelodiën ha gestaan op deze plaat.
Dan zijn er nog de folk singalogs en onuitgewerkte jams, die wisselen in kwaliteit: Daybreak, een funky studiojam, de Indian Summer-folk van Your Star Will Shine, vederlichte funkcountry Straight to the Man, de stonede kampvuurfolk van Tightrope, Good Times - dat veelbelovend begint, maar wel erg formulematig door-ebt wanneer de band invalt. Tears is een ambitieus nummer waarop de band een 90s Stairway to Heaven probeert te schrijven maar dat doet door hele akkoordpassages, inclusief de dynamiek, na te spelen. Bizarre keuze. Ik heb het idee dat als ze de compositie iets meer naar hun hand hadden gezet het een van hun carrièrehoogtepunten had kunnen zijn.
Al met al best een goede plaat, maar je weet dat de band veel beter kan, en daarom is het voor mij een wat een frustrerende luisterervaring.
Een paar nummers uit deze periode, met name Ride On en Moses, en in mindere mate Breakout, Groove Harder zijn harde, smerige, slepende, druggy tracks in de categorie van Love Spreads, en als deze nummers beter waren uitgewerkt hadden ze wellicht een coherente duistere plaat kunnen maken.
Voor de volgende tracks is er trouwens leentjebuur gespeeld:
Breaking Into Heaven - The Dawn, Osibisa
Tears - Stairway to Heaven, Led Zeppelin
How Do You Sleep - Dead Flowers, The Rolling Stones
