MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten ThirdEyedCitizen als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Patty Griffin - Servant of Love (2015)

poster
4,5
Heb de naam Patty Griffin wel eens voorbij zien komen, op de site en elders, maar dacht altijd dat het simpelweg regenachtige countryfolk a la Sera Cahoone (?) was met een vleugje Emmylou....

Dit album is dat in ieder geval totaal niet. Intiem openen met een pianoballad en trompetten die je eerder zou verwachten bij old-time jazz en Nina Simone. Dan vind ik persoonlijk opvolger Gunpowder een stuk leuker, maar ik moet toegeven dat die opener ook emotioneel en intens is.

Het middenstuk, ongeveer beginnende met 250,000 Miles en eindigend met Rider of Days geeft me echt zo'n rauw, maar toch intiem folk gevoel en het is denk ik mijn favoriete gedeelte van het album. There Isn't One Way heeft dan weer meer die Southern Soul feel en is ook een favorietje van me.

Dat gezegd hebbende is er maar 1 track op het album dat me minder aanspreekt en dat is Snake Charmer: instrumentaal is het nog best leuk en uptempo, maar vocaal klinkt het ergens tussen kinderlijk en sexy, wat voor haar stem niet zo goed werkt, vind ik dan.

Zo is het vooral een album vol emotie, rauwe instrumentale klanken en veelzijdigheid. Het resultaat is vrij donker. Ik heb geen idee hoe dit vergelijkt met de rest van Patty's albums, maar ben opzich wel benieuwd naar meer. Tips?

Peste Noire - Peste Noire (2013)

poster
4,5
Top 10 materiaal voor het jaar. Ik was niet zo kapot van het vorige album door de electronic elementen en de iets betere productie. Dat is hier weer weg, gelukkig.

De gitaarpartijen zijn hier weer iets slepender, dus dat is fijn. Verder is er ruimte voor veel middeleeuws aandoende instrumentatie, wat het album een clownesk, maar ook erg gestoord sfeertje geeft. de screams van Famine zijn weer lekker schel en bedolven onder een dikke laag kraak. De gestoorde professor die dit losgeslagen gekkenhuis enigszins gestructeerd moet houden. Audrey Silvain komt ook af en toe een stukkie meezingen, maar echt groot is haar vocale rol hier niet.

Afwisseling is ook hier weer de grootste troef. Ze gaan van furieuze Black naar Thrash, naar cheesy classic rock, naar folk. Maken even een omweg bij het circus, komen daar nog een fanfare tegen en als het circus is afgelopen spelen ze toch "gewoon" weer Black Metal. De zolderkamer productie blijkt ook maar schijn, als alles in de rustige folkpassages opeens kraakhelder klinkt, die afwisseling is dus niet alleen in de muziek zelf te vinden. Nooit saai, altijd afwisselend, altijd gestoord.

Iemand had het er al over, het is jammer dat ik geen Frans versta, want de teksten van deze band schijnen nogal eens op het randje te zijn. Trots nationalistisch, deinsde de band er (vroeger vooral) niet voor terug om het nazisme in hun muziek en image te verwerken. Famine is verre van racist, maar geniet ervan om met dat soort controversiële onderwerpen te spelen. We zullen in dit topic geen politieke discussie opstarten, maar een vreemde man blijft hij wel. Dat kan ook niet anders met zulke muziek natuurlijk.

Jep, geweldig plaatje en alvast een plek in het eindejaarslijstje, dat kan niet anders.

Poor Creature - All Smiles Tonight (2025)

poster
4,0
Het valt niet te ontkennen dat er de laatste jaren lekker geëxperimenteerd wordt binnen de Ierse folkmuziek. Het vermogen om traditionals met respect te behandelen, maar er ondertussen iets hypermoderns en radicaal anders van te maken voelt heerlijk spannend. Met succes trekt een act als Lankum inmiddels volle zalen, waar soortgenoten zoals ØXN of Landless inmiddels ook beginnen op te vallen. Zie daar nu nieuw samenwerkingsverband Poor Creature, dat Ruth Clinton van Landless voegt bij Cormac MacDiarmada en (live drummer) John Dermody van Lankum. De productie van debuutalbum All Smiles Tonight is voorzien door John “Spud” Murphy uit ØXN, maar aangezien hij het totaalgeluid zo manipuleert en beïnvloedt kun je hem wel als vierde bandlid zien.

Industriële beats gaan van start op Adieu Lovely Erin, terwijl toets partijen doordreunen en een sfeer van duistere ambient oproepen. Tot zover is het nog speuren naar de Ierse invloed, maar dat duurt niet lang: als de vocalen van Ruth Clinton in vallen is er die typerende Ierse ‘snik’, gelijk herkenbaar. Vervolgens vallen strijdlustige drums binnen, als ware een oorlogsmars. Ja, nu komen we in de buurt van Ierse folk.

Apocalyptisch zo kun je de start van dit album wel noemen, met evenveel hints naar industrial dronemuziek en doom, maar ook zeker traditionele klanken. Er is dan ook ruimte voor volop ruimte voor folky klanken van strijkers, akoestische gitaar en accordeon. Mits je ze als zodanig herkent, want als ze niet opgeslokt worden door doordreunend orgelgeweld, geeft producer John “Spud” Murphy er wel zo’n bevreemdende draai aan dat het totaalbeeld onherkenbaar wordt. Zo krijgen drums extra veel galm mee, worden elementen zo in het rood gemixt dat ze totaal oversturen of krijgt eem bepaald element een bizarre plaatsing in de geluidsmix.

Luister maar eens naar An Draighneán Donn, een herkenbare traditional onder de liefhebbers krijgt een complete makeover: vocalen zijn meermaals over elkaar heen gelaagd en loops worden herhaald, strijkers hangen achteraan en doen hun best om naar voren te treden, maar zijn constant in gevecht met aarde verschuivende orgeltonen en drums die er ook nog doorheen proberen te beuken.

Tekstueel en vocaal sluit het deels aan bij die donkere bombast. Een mix van Ierse- en Amerikaanse traditionals leggen de focus op naderend onheil in de grote zin van het woord. In Bury Me Not wenst een stervende matroos niet op zee begraven te worden, maar dichterbij zijn familie: I want to be laid where mother’s prayers And sister’s tears will linger there. Where friends can come and weep o’er me. Oh, bury me not in the deep, blue sea! Terwijl het eind van de track wordt vergezeld van orka-achtige geluiden. Het duet The Whole Town Knows verkondigt vervolgens krachtig het eind van de wereld en klinkt des te actueler voor het moment waarin we nu leven. “We can’t go on living and cheating this way” .

Toch komt er naarmate het album vordert steeds meer ‘gezelligheid’ in sluipen. De op de Chieftains gebaseerde traditional All Smiles Tonight klinkt meezingbaar en warm, terwijl accordeon-klanken de feestvreugde erin houden. Ook het anders zo zware orgel klinkt een stuk lichtvoetiger. Ook het met concertina (een soort accordeon) en harmonica doorspekte Hick’s Farewell klinkt ondanks zijn onderwerp –een dominee die denkt dat hij doodgaat aan de griep en nog één laatste brief schrijft aan de familie – mooi en plechtig. Tot het moment dat het lied aan flarden wordt gescheurd door vervormde effecten en een bak noise.

Niet van deze wereld, zo kun je dit debuut van Poor Creature wel noemen. Op een manier die herinneringen oproept aan de feeëriek duistere wereld van Cocteau Twins en de donkere gotiek van Dead Can Dance. Dit gevoel versterkt nog meer, omdat vocalen doorgaans onherkenbaar klinken: uitgerekt, over elkaar gelaagd, loops en vol galm. De traditie binnen zowel de Ierse- als Amerikaanse folk wordt wel degelijk in ere gehouden met een leuke selectie aan evergreens en traditionals. Maar het is een beetje alsof iemand besluit je een sprookje voor te lezen en constant dingen bij verzint. Zo klinkt het onherkenbaar, spannend en fris!

Dat schreef ik voor Written in Music.

Prairie - Like a Pack of Hounds (2015)

poster
4,5
Geweldig album van Marc Jacobs, de in Brussel wonende Nederlander. Album vol ambient, drones, noise, rock en samples. Kijkend op de hoes zie ik een poema die een coyote achtervolgd. Het album kwam bij mij dan ook heel cinematisch en verhalend over.

Voor de By The Throat (Ben Frost) fans is dit wel een dikke aanrader, al gaat Prairie gevarieerder en subtieler te werk.

Aan de cd en digitale uitgave zit ook nog Prairie - I'm So in Love I Almost Forgot I Survived a Disaster (2012) vastgeplakt aan de tracklist.

Hier nog wat uitgebreider: Prairie – Like a Pack of Hounds | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Prison - Downstate (2025)

poster
4,0
Het New Yorkse collectief Prison begint in 2017 als live act te jammen en improviseren. Psychedelische rock, punk, blues en krautrock komen voorbij in lange jams. Deze stijl wordt in 2023 al omgezet tot een lange freakout in de studio van 90 minuten, genaamd Upstate. Compromisloos spacend en freewheelend. Opvolger Downstate gooit het over een compactere boeg, met tracks van gemiddeld 6 minuten. Aan de basisline-up met Endless Boogie-opperhoofd Paul Major, Sarim Al-Rawi van Liquor Store en Matt Leibowitz is weinig veranderd. Sterker nog, op dit album is deze uitgebreid met trombone en een gitaaroffensief van soms wel 4 man sterk.

Het is simpel, als je na de lange openingstrack Millions of Armies (Wipe ‘Em Out) nog niet verkocht bent aan de hier neergezette sound kun je wel stoppen: knarsend en piepend van de gitaarfeedback komt het op gang, om vervolgens wild uitwaaierend in het rond te soleren. Zowel drums als basgitaar settelen in een monotone krautrockgroove, maar verrassen zo nu en dan met abrupte jazzy- en funky passages. Daaroverheen wordt gepraat en geschreeuwd, want echt zingen kun je het nauwelijks noemen.

Zo jamt Prison nonchalant en onderkoeld door. Agressief, intens of gedreven wordt het namelijk zelden; een houding die wel doet denken aan stadsgenoten Parquet Courts bijvoorbeeld. Wanneer er geen lange jam wordt ingezet verrast de band het meest. De basgitaarfunk van Crocodile (Alligator) start midden in een zanglijn en is na 1 minuut alweer afgelopen. Ook de door trombone gedomineerde soulboogie van Up in A Tree is slechts een speldenprikje voor de lawaaiige chaosfunk waar deze gelukkig nogmaals opduikt. De spoken word poëzie van In the Tall Grass wordt daarna afgekapt, net als je denkt dat we toe zijn aan een rustgevende dreampop ballad.

Maar juist die abrupte momentjes maken van Downstate zo’n lekker speels en creatief album. Hierdoor ligt verveling minder snel op de loer wanneer ze zich weer eens verliezen in solo’s of een lang door dreunende groove –gelijkend aan Endless Boogie – omdat er altijd wat verrassends staat te gebeuren en het monotone sfeertje weer doorbroken wordt. Het resultaat is dan ook een relaxed punky psych rock album met weerhaakjes geworden.

Schreef ik voor Written In Music.