Hier kun je zien welke berichten ThirdEyedCitizen als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
La Luz - News of the Universe (2024)

4,0
1
geplaatst: 29 juni 2024, 23:03 uur
Psychedelische surfrockband La Luz is zo’n groep met een onmiddellijk herkenbare sound. Dat staat nu al jaren hier op de site geschreven, in de inleiding bij elk opvolgend album Toch verschuiven ze elke keer een klein accentje, zodat ook dat nieuwe album weer fris klinkt. Maar in korte tijd zijn – na het eerdere vertrek van drummer Marian Li Pino – nu keyboardist Alice Sandahl en bassist Lena Simon ook uit de band gestapt. De grote vraag is dan: klinkt het met vervangers Audrey Johnson (drums), Maryam Qudus, (keyboard en producer) en Lee Johnson (bassist) nog wel als La Luz? De conclusie is een grote JA! Dit heeft ongetwijfeld te maken met het feit dat songwriter, gitarist en – opperhoofd Shana Cleveland altijd haar duidelijke stijl voor ogen heeft.
De zomerse gitaarklanken en harmonieuze samenzang van alle dames is precies zoals we het gewend zijn op News of the Universe en zogt voor dat heerlijk aanstekelijke sfeertje. Ook de bekende flirts met psychedelica zijn er weer. Tot zover klinkt het als La Luz. Maar dan toch weer ietsje anders! Zo laat Lee Johnson zich vooral bij de start van het album nadrukkelijk en gevarieerd horen op de drums door te strooien met tribale ritmes, fills en roffels. Wanneer ze op een meer rechttoe-rechtaan manier samenspeelt met de funky baspartijen en scifi synthesizers hoor je in Strange World opeens flinke scheuten krautrock en funk, nogmaals terugkerend op Close Your Eyes. Verrassend!
Nadat op het vorige album meer plaats was voor beheerstere dreampop-klanken en een groots filmisch ‘Ennio Morricone’ geluid, is hier de campy knipoog weer die op Floating Features te horen viel: desolate broeierigheid die doet denken aan Robert Rodriguez en Quintin Tarrantino. Western met een flinke knipoog, zoals op bijvoorbeeld Dandelions. In Moon in Reverse gaan Oosterse sferen verrassend hand-in-hand met dub en funk.
Naast alle muzikale veelzijdigheid is het tekstueel vooral een introspectief album, dat zich tegelijk erg verbonden voelt met het (kosmische) universum. Zich niet enkel beperkend tot de natuur maar ook het heelal. Een tweestrijd die al snel duidelijk wordt. In Poppies weet Cleveland zich pijnlijk slechts deels bewust van krampachtige milieuontwikkelingen: “Someone made a big machine. That somehow makes the air more clean, or something, I forgot”. Terwijl op akoestische afsluiter. Blue Jay de twijfel naar binnen slaat met, “I lost control but I never had it.Nothing will be the same”. Die lijn heeft ondanks de donkere ondertoon iets positiefs. Het verliezen als controle als bevrijding? Bevrijding die wel vaker de kop op steekt, zoals in het melancholische Always in Love waar een Neil Young-achtige gitaarsolo het liet een euforische einde geeft.
Zo maakt Shana Cleveland met haar ‘vernieuwde’ La Luz het meest muzikaal veelzijdige album tot op heden. Naast de gebruikelijke elementen surf, scifi en western is er opeens ook veel ruimte voor krautrock, funk en dub/reggae. Waar de introspectieve lading vol kosmische verbondenheid, twijfel maar vooral liefde dit album complexer maken dan het gemiddelde ‘zomerpop plaatje’. Lekker hoor!
Geschreven voor Written in Music.
De zomerse gitaarklanken en harmonieuze samenzang van alle dames is precies zoals we het gewend zijn op News of the Universe en zogt voor dat heerlijk aanstekelijke sfeertje. Ook de bekende flirts met psychedelica zijn er weer. Tot zover klinkt het als La Luz. Maar dan toch weer ietsje anders! Zo laat Lee Johnson zich vooral bij de start van het album nadrukkelijk en gevarieerd horen op de drums door te strooien met tribale ritmes, fills en roffels. Wanneer ze op een meer rechttoe-rechtaan manier samenspeelt met de funky baspartijen en scifi synthesizers hoor je in Strange World opeens flinke scheuten krautrock en funk, nogmaals terugkerend op Close Your Eyes. Verrassend!
Nadat op het vorige album meer plaats was voor beheerstere dreampop-klanken en een groots filmisch ‘Ennio Morricone’ geluid, is hier de campy knipoog weer die op Floating Features te horen viel: desolate broeierigheid die doet denken aan Robert Rodriguez en Quintin Tarrantino. Western met een flinke knipoog, zoals op bijvoorbeeld Dandelions. In Moon in Reverse gaan Oosterse sferen verrassend hand-in-hand met dub en funk.
Naast alle muzikale veelzijdigheid is het tekstueel vooral een introspectief album, dat zich tegelijk erg verbonden voelt met het (kosmische) universum. Zich niet enkel beperkend tot de natuur maar ook het heelal. Een tweestrijd die al snel duidelijk wordt. In Poppies weet Cleveland zich pijnlijk slechts deels bewust van krampachtige milieuontwikkelingen: “Someone made a big machine. That somehow makes the air more clean, or something, I forgot”. Terwijl op akoestische afsluiter. Blue Jay de twijfel naar binnen slaat met, “I lost control but I never had it.Nothing will be the same”. Die lijn heeft ondanks de donkere ondertoon iets positiefs. Het verliezen als controle als bevrijding? Bevrijding die wel vaker de kop op steekt, zoals in het melancholische Always in Love waar een Neil Young-achtige gitaarsolo het liet een euforische einde geeft.
Zo maakt Shana Cleveland met haar ‘vernieuwde’ La Luz het meest muzikaal veelzijdige album tot op heden. Naast de gebruikelijke elementen surf, scifi en western is er opeens ook veel ruimte voor krautrock, funk en dub/reggae. Waar de introspectieve lading vol kosmische verbondenheid, twijfel maar vooral liefde dit album complexer maken dan het gemiddelde ‘zomerpop plaatje’. Lekker hoor!
Geschreven voor Written in Music.
La Luz - Weirdo Shrine (2015)

4,0
0
geplaatst: 10 augustus 2015, 17:54 uur
Ik ben fan van Shana Clleveland's zang en gitaarwerk. Anders dan op haar solowerk, hier spelen zij en haar band surfrock met flinke 60's invloeden. Cleane gitaar zoals The Ventures of The Astronauts en soms qua vleugjes pop wat Beach Boys. Toch klinkt dit zeer eigen, want het is verpakt in een rammelend garagerock-sausje, waarbij de productie is verzorgd door niemand minder dan Ty Segall. Samen met onder andere The Shivas en Guatanamo Baywatch wel een surf-revival te neoemen. Tof! 

Lantlôs - .neon (2010)

0
geplaatst: 10 juni 2010, 14:18 uur
Ja hij is er dan, naja je weet wel waar.
Lantlôs is een project van Herbst die alle instrumenten inspeelt, met op deze 2e cd Neige op vocals. De lichtelijk geniale Neige van Alcest ja, die.
Laten we dan maar met het beste beginnen. Op het gebied van harsh vocals, is dit Neige's beste prestatie zowat. Wat een emotie. Vooral in nr. 2, waar de furieuze woede echt uit zijn tenen komt. Cleane zang is alleen te vinden in Pulse/Surreal, wat dan ook gelijk een topper is.
Qua productie is de plaat misschien iets te dik. Toch verliest het nooit zijn rauwe randje, doordat de drums nog steeds rammelen. Instrumentaal hoor ik er een grote scheut Post-Rock en Jazz in terug, wat gemengd wordt met de gebruikelijke Black versnellingen en gitaartjes.
Duidelijk een meer Black Metal gerichte plaat, maar met de nodige andere invloeden. Bij Neige komt het echt uit zijn tenen, al zullen fans van zijn cleane zang hier wel afhaken (zelf weten!).
Ik begin voorzichtig met een 4*
Lantlôs is een project van Herbst die alle instrumenten inspeelt, met op deze 2e cd Neige op vocals. De lichtelijk geniale Neige van Alcest ja, die.
Laten we dan maar met het beste beginnen. Op het gebied van harsh vocals, is dit Neige's beste prestatie zowat. Wat een emotie. Vooral in nr. 2, waar de furieuze woede echt uit zijn tenen komt. Cleane zang is alleen te vinden in Pulse/Surreal, wat dan ook gelijk een topper is.
Qua productie is de plaat misschien iets te dik. Toch verliest het nooit zijn rauwe randje, doordat de drums nog steeds rammelen. Instrumentaal hoor ik er een grote scheut Post-Rock en Jazz in terug, wat gemengd wordt met de gebruikelijke Black versnellingen en gitaartjes.
Duidelijk een meer Black Metal gerichte plaat, maar met de nodige andere invloeden. Bij Neige komt het echt uit zijn tenen, al zullen fans van zijn cleane zang hier wel afhaken (zelf weten!).
Ik begin voorzichtig met een 4*
Lean Year - Lean Year (2017)

4,0
0
geplaatst: 18 oktober 2017, 15:15 uur
Voor liefhebbers van Spokane. Nou zegt dat misschien nog niet zo veel? Film- (The Comedy, Entertainment) en videoclip-regisseur Rick Alverson (Angel Olsen, Will Oldham, Sharon van Etten) had voor zijn visuele carrière een bandje waarin hij duet zong met Courtney Bowles: desolate rock, altcountry, slowcore – hoe je het ook wil noemen. Het was in ieder geval sfeervol en langzaam. Lean Year is hier een soort vervolg op, enkel de zangeres is anders, namelijk Emilie Rex. De instrumentatie is ook wat voller, met vooral veel nadruk op klarinetspel.
Langere recensie hier.
Langere recensie hier.
Lee Bains III & The Glory Fires - Dereconstructed (2014)

4,0
0
geplaatst: 27 mei 2014, 02:23 uur
Het album zal eerdaags wel in de "winkels" te vinden zijn.
Lee Bains III en zijn band spelen southern rock met een flinke scheut rauwe soul. Door veel blootstelling aan muziek in de kerk is er ook een stevig gospeltintje te bespeuren. Op dit album wordt het geheel gepresenteerd in een garagepunk jasje, geproduceerd door de Texaanse punker Tim Kerr (ex-Big Boys) die vooral een paar albums voor het garagelabel Estrus heeft geproduceerd, maar ook een aantal albums van The Dexateens. Vanaf hun album Singlewide heeft Lee Bains III ook nog even bij die band gespeeld trouwens.
De krakerige garageproductie en veel knarsende, piepende gitaren zorgen voor een ruig en overstuurd randje aan deze southern rock en soul. De liefhebber van garagerock zal de plaat te southern vinden klinken, de liefhebber van southern rock zal wellicht wat schrikken van de garage-invloeden. Voor hen die wat met beiden kunnen is dit een goede plaat.
Lee Bains III en zijn band spelen southern rock met een flinke scheut rauwe soul. Door veel blootstelling aan muziek in de kerk is er ook een stevig gospeltintje te bespeuren. Op dit album wordt het geheel gepresenteerd in een garagepunk jasje, geproduceerd door de Texaanse punker Tim Kerr (ex-Big Boys) die vooral een paar albums voor het garagelabel Estrus heeft geproduceerd, maar ook een aantal albums van The Dexateens. Vanaf hun album Singlewide heeft Lee Bains III ook nog even bij die band gespeeld trouwens.
De krakerige garageproductie en veel knarsende, piepende gitaren zorgen voor een ruig en overstuurd randje aan deze southern rock en soul. De liefhebber van garagerock zal de plaat te southern vinden klinken, de liefhebber van southern rock zal wellicht wat schrikken van de garage-invloeden. Voor hen die wat met beiden kunnen is dit een goede plaat.
Lemuria - Pebble (2011)

3,5
0
geplaatst: 4 januari 2011, 15:27 uur
Ronduit bizar dat dit op Bridge Nine uitkomt, maar ach doen die gasten ook eens wat anders dan Hardcore punk.
Lemuria is nog het beste te vergelijken met The Vaselines en Mixtapes. Pop/Punk met afwisselend mannelijke en vrouwelijke vocalen. Lekker aanstekelijk. Vind het hier net niet aanstekelijk genoeg om echt geweldig te zijn, maar leuk is het wel.
Lemuria is nog het beste te vergelijken met The Vaselines en Mixtapes. Pop/Punk met afwisselend mannelijke en vrouwelijke vocalen. Lekker aanstekelijk. Vind het hier net niet aanstekelijk genoeg om echt geweldig te zijn, maar leuk is het wel.
Lina Tullgren - Decide Which Way the Eyes Are Looking (2025)

4,0
0
geplaatst: 23 februari 2025, 18:55 uur
Het is gemakzuchtig om de Amerikaanse Lina Tullgren nog steeds singer-songwriter te willen noemen. Maar wat anders? Poëet? Folkmuzikant? Jazz- en improvguru? Dagboekschrijfster? Observator van haar alledaagse leven? Introvert met extrovert psychologische trekjes? Ja, eigenlijk dat allemaal. Zie je wel, singer-songwriter was makkelijker geweest en sneller! Gek genoeg klinkt haar nieuwe album Decide Which Way the Eyes Are Looking helemaal niet complex.
Zo ging ze voor het creëren en opnemen van dit nieuwe album een ‘achterkamertje’ in van bevriende Los Angeles muzikant Jonny Kosmo en propte er zoveel vrienden en kennissen in als mogelijk. Een echt ‘community gevoel’ noemt ze het zelf. Instrumentaal is het dan ook een propvol project geworden met blazers, toetsen, harp, strijkers, pedalsteel, fluit en natuurlijk haar gitaar en zang. Des te vreemder is de intieme sfeer die overkomt op de luisteraar. Je kunt als het ware elke ademhaling horen, elke kraakje van het instrument en de klankweerkaatsing in de ruimte is bijna tastbaar. Ondertussen worden dissonante botsingen en bevreemdende accentverschuivingen niet geschuwd: freejazz start-stop ritmes gaan in duel met schijnbaar vals klinkende strijkers, soepel lopende funk verdwijnt even snel als het gekomen is, een vleugje Bluegrass verschijnt en fluittonen domineren een slowcore-track.
Als je na het lezen van bovenstaande nou het idee hebt gekregen van doen te hebben met een uit de hand gelopen kakofonie – niets is minder waar. In een wereld die het midden houdt tussen rake observaties en slaperige poëzie heeft Lina Tullgren constant de controle. “I think I saw a dog. But it’s really just a ripple.” mijmert ze in A Day Walks By. Even later is A Go To een anthem van slechte focus en wegdromerij: “I saw a yellow car. Towing another yellow car”. Het is Seinfeldiaanse leegheid die haaks staat op de momenten wanneer ze wel wat te melden heeft. Op Poem haalt ze (werk)druk van de ketel door toe te geven dat het proces van de creatie zelfs soms al genoeg is “And I am walking home. And I will write a poem. Doesn’t matter if it’s good!”. Vervolgens duiken we jungiaanse proces van ‘vervellen’ in dat voelbaar wordst als je een oude periode achter je laat en klaar bent voor het nieuwe, in Shedding / Shredding.
Decide Which Way the Eyes Are Looking roept een sfeer op waarbij wegdromen aangemoedigd wordt. Wanneer je weer bij de les bent hoor je flarden blazers en fluit zachtjes je beleving binnenkomen. Misschien fietst er iemand op een oranje fiets voorbij en plots vraag je af of het boodschappenlijstje van de week al klaar is. Maakt het uit, of kan het nog even wachten? “Do You Know What I Mean?” richt ze zich tot de luisteraar, als klanken van haar stem en gitaar tot slot ook wegsterven.
Schreef ik voor Written in Music.
Zo ging ze voor het creëren en opnemen van dit nieuwe album een ‘achterkamertje’ in van bevriende Los Angeles muzikant Jonny Kosmo en propte er zoveel vrienden en kennissen in als mogelijk. Een echt ‘community gevoel’ noemt ze het zelf. Instrumentaal is het dan ook een propvol project geworden met blazers, toetsen, harp, strijkers, pedalsteel, fluit en natuurlijk haar gitaar en zang. Des te vreemder is de intieme sfeer die overkomt op de luisteraar. Je kunt als het ware elke ademhaling horen, elke kraakje van het instrument en de klankweerkaatsing in de ruimte is bijna tastbaar. Ondertussen worden dissonante botsingen en bevreemdende accentverschuivingen niet geschuwd: freejazz start-stop ritmes gaan in duel met schijnbaar vals klinkende strijkers, soepel lopende funk verdwijnt even snel als het gekomen is, een vleugje Bluegrass verschijnt en fluittonen domineren een slowcore-track.
Als je na het lezen van bovenstaande nou het idee hebt gekregen van doen te hebben met een uit de hand gelopen kakofonie – niets is minder waar. In een wereld die het midden houdt tussen rake observaties en slaperige poëzie heeft Lina Tullgren constant de controle. “I think I saw a dog. But it’s really just a ripple.” mijmert ze in A Day Walks By. Even later is A Go To een anthem van slechte focus en wegdromerij: “I saw a yellow car. Towing another yellow car”. Het is Seinfeldiaanse leegheid die haaks staat op de momenten wanneer ze wel wat te melden heeft. Op Poem haalt ze (werk)druk van de ketel door toe te geven dat het proces van de creatie zelfs soms al genoeg is “And I am walking home. And I will write a poem. Doesn’t matter if it’s good!”. Vervolgens duiken we jungiaanse proces van ‘vervellen’ in dat voelbaar wordst als je een oude periode achter je laat en klaar bent voor het nieuwe, in Shedding / Shredding.
Decide Which Way the Eyes Are Looking roept een sfeer op waarbij wegdromen aangemoedigd wordt. Wanneer je weer bij de les bent hoor je flarden blazers en fluit zachtjes je beleving binnenkomen. Misschien fietst er iemand op een oranje fiets voorbij en plots vraag je af of het boodschappenlijstje van de week al klaar is. Maakt het uit, of kan het nog even wachten? “Do You Know What I Mean?” richt ze zich tot de luisteraar, als klanken van haar stem en gitaar tot slot ook wegsterven.
Schreef ik voor Written in Music.
Loma - Loma (2018)

3,5
0
geplaatst: 19 februari 2018, 16:20 uur
Aja, ik weet al wat me hier een beetje steekt: soms is de muziek te mooi, te zweverig en te glad. Wellicht te rechtlijnig ook, voor Cross Record begrippen, maar dat is een vreemd kritiekpunt voor deze toch wel experimentele pop/folk plaat. Mja, neem nou het Keltische tintje in Joy en het Aziatische in I don't want children, deze wil ik toch bijna kitsch noemen. Ben er in ieder geval geen fan van. Bllack Willow had tot slot ook op de soundtrack van The Lion King kunnen staan (voor de Diisney fan out there: ik bedoel het negatief
).
Dan het middenstuk, daar komt het geheel eindelijk goed tot zijn recht wat mij betreft. Relay Runner kent meer lagen dan de gemiddelde ui en zowel White Glass als Sundogs wisselen field recordings, gitaar, drones en noise af en gooien het soms ook allemaal lekker door elkaar. De instrumentale dubmuziek van Jornada klinkt vervolgens ook erg spannend.
"Als er dan toch een kritiekpuntje aan te wijzen is, dan valt op dat het experiment wel eens teveel het liedje domineert. Erg is dit niet, maar er zou best wat meer ruimte voor het “mooie liedje” mogen zijn. Aan de andere kant is het juist de ongrijpbaarheid die het album zo spannend maakt." , dit zei ik destijds nog over Wabi-Sabi. Maar nu komen ze dus met dat "liedjesalbum" in de vorm van Loma en ben ik er eigenlijk niet altijd blij me. Hmm...
).Dan het middenstuk, daar komt het geheel eindelijk goed tot zijn recht wat mij betreft. Relay Runner kent meer lagen dan de gemiddelde ui en zowel White Glass als Sundogs wisselen field recordings, gitaar, drones en noise af en gooien het soms ook allemaal lekker door elkaar. De instrumentale dubmuziek van Jornada klinkt vervolgens ook erg spannend.
"Als er dan toch een kritiekpuntje aan te wijzen is, dan valt op dat het experiment wel eens teveel het liedje domineert. Erg is dit niet, maar er zou best wat meer ruimte voor het “mooie liedje” mogen zijn. Aan de andere kant is het juist de ongrijpbaarheid die het album zo spannend maakt." , dit zei ik destijds nog over Wabi-Sabi. Maar nu komen ze dus met dat "liedjesalbum" in de vorm van Loma en ben ik er eigenlijk niet altijd blij me. Hmm...
Lonnie Holley - Tonky (2025)

4,0
2
geplaatst: 7 april 2025, 10:52 uur
De uit Birmingham, Alabama komende beeldend kunstenaar en poëet Lonnie Holley een ‘hoge soul priester’ noemen is misschien de makkelijke weg zoeken, maar ook de meest juiste. Als een soort Isaac Hayes houdt hij zich met gemak staande tussen de meest eclectische songstructuren. Terwijl zijn sociaalkritische spoken word voordracht meer doet denken aan bijvoorbeeld Gil Scott-Heron. Nieuw album Tonky– vernoemd naar de bijnaam die ze hem gaven in een honky-tonk barretje waar hij als kind woonde –gaat conceptueel op dezelfde voet verder als voorganger Oh Me Oh My. Maar nog meer dan voorheen draagt hij een boodschap van liefde uit.
Met albumopener Seeds is het zwaartepunt aan het begin geplaatst. ‘Somebody asked me, do I remember?’ , zo doet Holley zowel zijn mentale- als fysieke traumaverwerking uit de doeken: het harde werken op de Alabama Industrial School for Negro Children, doodvermoeid, uitgedroogd wegrennen in de katoenvelden, om vervolgens te worden teruggehaald en neergeslagen met een leren riem. Maar ondanks die last op zijn schouders – de last om zijn verhaal te moeten vertellen aan volgende generaties, zodat het niet vergeten wordt – wil hij vooral de boodschap meegeven om ‘er’ iets van te maken, iets van jezelf te maken. Toch Is het wel genoeg? Heb ik genoeg gedaan? Dat vraagt hij zich af in, onderwijl ondersteund door achtergrondzang en vocale loops van Jesca Hoop. Zo zijn de donkerste randjes van dit album vooral existentieel meditatief.
De verrassing is in eerste instantie dan ook groot als we Mary Lattimore haar harp horen op het sprookjesachtige Life, met de boodschap “Life is a reason for us to love”. Protest with Love gaat nog verder en draagt uit dat we liefde als protest moeten geruiken tegen alle in de wereld. Hippie Holley? Toegeven, het staat hem goed, maar het is verrassend waar alle veerkracht vandaan komt. Soms is er slechts een liedje nodig, om je uit de put te halen. “My song helped me over mountains, helped me out and lifted me up – strength of a song”.
Dat de boodschap niet altijd even duidelijk eruit te pikken is, ligt vervolgens aan de drukke muzikale omlijsting op dit album. Zowel harde hiphoppercussie als funky afrobeatritmes domineren de sound. Leg daarover weelderige strijkers en een kakafonie van blazers die het geheel richting freejazz stuwen, met kleine glansrolletjes voor de klarinet van Angel Bat Dawid en de saxofoon van Alabaster DePlume.
Maar de muzikale chaos vormt soms ook een helpende hand bij die enkele momenten wanneer de lyrics aanvoelen als los zand en vrije woordassociatie of mantra-achtige herhaling de overhand krijgen. Er gaat altijd een bepaalde oerkracht uit van de muziek, alsof er geen keus was en overgave de enige oplossing is. Zo transformeert de uitgekauwde slavenblues van Kings in the Jungle Slaves in the Field tot een retro-futuristische 80’s krautrock dancejam die alleen in de wereld van Holley logisch is. De bizarre voodoofunk van What’s Going On? krijgt vervolgens een rauwe no-wave funk injectie als Isaac Brock van Modest Mouse even langskomt. Om te culmineren in That’s Not Art, That’s not Music , dat precies handelt waarover je zou verwachten; de getergde, onbegrepen kunstenaar. Tsjah, boehoee! Gelukkig wordt alles uit de kast getrokken – noise, jazz, hiphop, afrobeat en funk komen allemaal voorbij.
Tonky durft veel te geven, maar vooral ook te vragen aan de luisteraar. Zowel de boodschap als de muzikale omlijsting doen niet aan concessies en worden constant opgedrongen. Gelukkig, als het resultaat vervolgens zo puur, vrij en onnavolgbaar klinkt is het de concentratie, aandacht en vooral toch ook luisterplezier met volle overtuiging waard.
Dit schreef ik namens Written in Music.
Met albumopener Seeds is het zwaartepunt aan het begin geplaatst. ‘Somebody asked me, do I remember?’ , zo doet Holley zowel zijn mentale- als fysieke traumaverwerking uit de doeken: het harde werken op de Alabama Industrial School for Negro Children, doodvermoeid, uitgedroogd wegrennen in de katoenvelden, om vervolgens te worden teruggehaald en neergeslagen met een leren riem. Maar ondanks die last op zijn schouders – de last om zijn verhaal te moeten vertellen aan volgende generaties, zodat het niet vergeten wordt – wil hij vooral de boodschap meegeven om ‘er’ iets van te maken, iets van jezelf te maken. Toch Is het wel genoeg? Heb ik genoeg gedaan? Dat vraagt hij zich af in, onderwijl ondersteund door achtergrondzang en vocale loops van Jesca Hoop. Zo zijn de donkerste randjes van dit album vooral existentieel meditatief.
De verrassing is in eerste instantie dan ook groot als we Mary Lattimore haar harp horen op het sprookjesachtige Life, met de boodschap “Life is a reason for us to love”. Protest with Love gaat nog verder en draagt uit dat we liefde als protest moeten geruiken tegen alle in de wereld. Hippie Holley? Toegeven, het staat hem goed, maar het is verrassend waar alle veerkracht vandaan komt. Soms is er slechts een liedje nodig, om je uit de put te halen. “My song helped me over mountains, helped me out and lifted me up – strength of a song”.
Dat de boodschap niet altijd even duidelijk eruit te pikken is, ligt vervolgens aan de drukke muzikale omlijsting op dit album. Zowel harde hiphoppercussie als funky afrobeatritmes domineren de sound. Leg daarover weelderige strijkers en een kakafonie van blazers die het geheel richting freejazz stuwen, met kleine glansrolletjes voor de klarinet van Angel Bat Dawid en de saxofoon van Alabaster DePlume.
Maar de muzikale chaos vormt soms ook een helpende hand bij die enkele momenten wanneer de lyrics aanvoelen als los zand en vrije woordassociatie of mantra-achtige herhaling de overhand krijgen. Er gaat altijd een bepaalde oerkracht uit van de muziek, alsof er geen keus was en overgave de enige oplossing is. Zo transformeert de uitgekauwde slavenblues van Kings in the Jungle Slaves in the Field tot een retro-futuristische 80’s krautrock dancejam die alleen in de wereld van Holley logisch is. De bizarre voodoofunk van What’s Going On? krijgt vervolgens een rauwe no-wave funk injectie als Isaac Brock van Modest Mouse even langskomt. Om te culmineren in That’s Not Art, That’s not Music , dat precies handelt waarover je zou verwachten; de getergde, onbegrepen kunstenaar. Tsjah, boehoee! Gelukkig wordt alles uit de kast getrokken – noise, jazz, hiphop, afrobeat en funk komen allemaal voorbij.
Tonky durft veel te geven, maar vooral ook te vragen aan de luisteraar. Zowel de boodschap als de muzikale omlijsting doen niet aan concessies en worden constant opgedrongen. Gelukkig, als het resultaat vervolgens zo puur, vrij en onnavolgbaar klinkt is het de concentratie, aandacht en vooral toch ook luisterplezier met volle overtuiging waard.
Dit schreef ik namens Written in Music.
Loomer - Ceiling (2010)

4,0
0
geplaatst: 23 januari 2011, 18:58 uur
Ah, iemand heeft toch een officiële bron voor de tracklist kunnen vinden.
Australië weer! Geen originele bandnaam, bij nader onderzoek zie ik nog 3 andere bands die ook al zo heten. Het heeft enigszins wat weg van Naked on the Vague, maar dan zonder synth. Liefhebbers van die band kunnen hier ook wel achteraan, al komen bij deze band invloeden van Sonic Youth en My Bloody Valentine veel meer naar voren.
Weer een lekker rauwe productie, zwoele, dromerige vrouwenzang en gitaren die dan weer hard rammen en dan weer subtiel een melodietje spelen.
Ze mogen daar nog even doorgaan in Australië, mij bevalt het wel.
Australië weer! Geen originele bandnaam, bij nader onderzoek zie ik nog 3 andere bands die ook al zo heten. Het heeft enigszins wat weg van Naked on the Vague, maar dan zonder synth. Liefhebbers van die band kunnen hier ook wel achteraan, al komen bij deze band invloeden van Sonic Youth en My Bloody Valentine veel meer naar voren.
Weer een lekker rauwe productie, zwoele, dromerige vrouwenzang en gitaren die dan weer hard rammen en dan weer subtiel een melodietje spelen.
Ze mogen daar nog even doorgaan in Australië, mij bevalt het wel.
Lydia Loveless - Real (2016)

3,0
0
geplaatst: 9 september 2016, 22:24 uur
Artiesten maken me soms een beetje verdrietig. eerder deed Angel Olsen dat, nu is het de beurt aan Lydia Loveless. Van beide dames muziek houd ik veel, maar op dit moment maken ze gewoon muziek die ik niet zo kan waarderen. Bij Olsen zag ik het een beetje aankomen, bij Loveless absoluut niet.
Natuurlijk, het album opent met een relaxt klinkende countryrocker die zo op haar vorige album had gepast, weinig mis mee. Hoewel al gelijk opvalt dat de productie erg "radio-ready" is, Dat vond ik bij "Somewhere Else" al, maar dat weerklinkt hier nog veel meer. Tot "Heaven" kan ik er nog wel enigszins van genieten, maar dat is toch echt een irritant popnummer dat me in het verkeerde keelgat schiet, ook al is het voor haar doen experimenteel en dat is aan te prijzen. Daarna valt de rest weer mee en gaan we op brave Country FM tour verder, maar het gaat wel het ene oor in en het andere weer uit. Het lied "European" klinkt nog eigenzinnig en altcountry genoeg om te boeien; het is te laat.
Ik mis meer dan ooit een rauw randje. Ooit zat er in haar muziek een dosis punk, niet perse qua muziek, maar wel door de energie die ze tentoonspreidde. Hier kiest ze voor toegankelijkheid, hap-slik-weg zoals je wilt. Ik wens haar alle succes van de wereld als dit aanslaat, want ik ben ook de beroerdste niet. Mja, dan is ze aan mij een fan kwijt...
Natuurlijk, het album opent met een relaxt klinkende countryrocker die zo op haar vorige album had gepast, weinig mis mee. Hoewel al gelijk opvalt dat de productie erg "radio-ready" is, Dat vond ik bij "Somewhere Else" al, maar dat weerklinkt hier nog veel meer. Tot "Heaven" kan ik er nog wel enigszins van genieten, maar dat is toch echt een irritant popnummer dat me in het verkeerde keelgat schiet, ook al is het voor haar doen experimenteel en dat is aan te prijzen. Daarna valt de rest weer mee en gaan we op brave Country FM tour verder, maar het gaat wel het ene oor in en het andere weer uit. Het lied "European" klinkt nog eigenzinnig en altcountry genoeg om te boeien; het is te laat.
Ik mis meer dan ooit een rauw randje. Ooit zat er in haar muziek een dosis punk, niet perse qua muziek, maar wel door de energie die ze tentoonspreidde. Hier kiest ze voor toegankelijkheid, hap-slik-weg zoals je wilt. Ik wens haar alle succes van de wereld als dit aanslaat, want ik ben ook de beroerdste niet. Mja, dan is ze aan mij een fan kwijt...
