Hier kun je zien welke berichten ThirdEyedCitizen als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Matmos - Ultimate Care II (2016)

4,0
0
geplaatst: 31 juli 2016, 14:13 uur
Ik zei er onder andere dit over:
Het album start zoals elke wasmachine start, met een klik, wat geratel en het pakken van water. Het geluid van water valt logischerwijs wel vaker te horen op dit album, dus als je bij het horen van stromend water acuut naar de wc moet wens ik je succes! Na die start valt er van alles te horen. Er wordt getrommeld op de machine, het deurtje wordt open en dicht gedaan, het piepje van de timer gaat af, er wordt gescratcht op de wastrommel en extra water wordt toegevoegd en weer afgevoerd. Wat er precies gebeurd is toch puur speculatie, want door de digitale bewerking is het al snel niet meer duidelijk wat we nu precies horen. In sommige stukken lijken belletjes te horen te zijn en op andere momenten weer stemmige keyboards. Niets van dat alles, want in het boekje staat stellig: No synthesizers or drum machines were used! Over het algemeen vertoont dit album de meeste raakvlakken met ritmische, kille techno. Beukend, ratelend en piepend.
Matmos – Ultimate Care II | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
Dit duo heeft trouwens ook vaak meegewerkt aan albums van Björk, met allerlei samples en field recordings.
Het album start zoals elke wasmachine start, met een klik, wat geratel en het pakken van water. Het geluid van water valt logischerwijs wel vaker te horen op dit album, dus als je bij het horen van stromend water acuut naar de wc moet wens ik je succes! Na die start valt er van alles te horen. Er wordt getrommeld op de machine, het deurtje wordt open en dicht gedaan, het piepje van de timer gaat af, er wordt gescratcht op de wastrommel en extra water wordt toegevoegd en weer afgevoerd. Wat er precies gebeurd is toch puur speculatie, want door de digitale bewerking is het al snel niet meer duidelijk wat we nu precies horen. In sommige stukken lijken belletjes te horen te zijn en op andere momenten weer stemmige keyboards. Niets van dat alles, want in het boekje staat stellig: No synthesizers or drum machines were used! Over het algemeen vertoont dit album de meeste raakvlakken met ritmische, kille techno. Beukend, ratelend en piepend.
Matmos – Ultimate Care II | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
Dit duo heeft trouwens ook vaak meegewerkt aan albums van Björk, met allerlei samples en field recordings.
Matta - Prototype (2010)

4,5
0
geplaatst: 26 januari 2011, 20:00 uur
Eens!
De laatste tijd weer meer aan het verdiepen in Electronic en vooral Ad Noiseam, na die geweldige release die ik hoorde van Niveau Zero. Mooi label is het toch. Vaak rauw, soms wat old school.
Old school zeker in het geval van dit album, met al de 90's achtige vocalen erdoorheen, maar dat in combinatie met een relatief nieuw genre als dubstep pakt het goed uit. Het zegt trouwens wel behoorlijk veel denk ik, dat ik geen dubstep fan ben, maar als Somatic Responses, Niveau Zero en dit Matta met een album komen, dat het zwaar genieten is. Veel gelaagder, beweeglijker, donkerder ook.
Album dat weinig zwakke tracks kent, maar Echo Babylon kom ik niet goed doorheen. Hoogtepunten met Mass, Inquisition part III en Solar Driftwood. Fijn spul,
De laatste tijd weer meer aan het verdiepen in Electronic en vooral Ad Noiseam, na die geweldige release die ik hoorde van Niveau Zero. Mooi label is het toch. Vaak rauw, soms wat old school.
Old school zeker in het geval van dit album, met al de 90's achtige vocalen erdoorheen, maar dat in combinatie met een relatief nieuw genre als dubstep pakt het goed uit. Het zegt trouwens wel behoorlijk veel denk ik, dat ik geen dubstep fan ben, maar als Somatic Responses, Niveau Zero en dit Matta met een album komen, dat het zwaar genieten is. Veel gelaagder, beweeglijker, donkerder ook.
Album dat weinig zwakke tracks kent, maar Echo Babylon kom ik niet goed doorheen. Hoogtepunten met Mass, Inquisition part III en Solar Driftwood. Fijn spul,
Maximillian Colby - Discography (2002)

4,5
0
geplaatst: 14 november 2010, 13:05 uur
Lastige band om te omschrijven, voor wie dit nog niet gehoord heeft.
Maximillian Colby heeft duidelijk een Hardcore/Screamo achtergrond, dat hoor je in alles terug. Toch is het geen pure hardcore band. Op hun meest meest experimenteel is het
Post-rock die doet denken aan Slint of Rodan, met wat Mogwai voor de uitbarstingen.
New Jello start bijvoorbeeld met een Steve Reich sample, bouwt rustig op, versneld, bouwt weer af en gaat daarna helemaal los op het moment dat je het niet zou verwachten.
MaxCo is ook geen band voor de echte patroontjes. Waar je dat bij Mogwai wel heel erg hoort, de hard zacht dynamiek, is dit vrij onvoorspelbaar. Post-Rock achtige nummers van 8 minuten worden op deze plaat afgewisseld met de meer hardcore gerichte tracks van 3 minuten. Echter, zelfs in de snellere nummers zit een onvoorspelbare drive.
Zoals het een echte Hardcore disco betaamt is deze schijf natuurlijk weer veel te lang. Hij klokt in op 74 minuten en laat geen enkele song weg. Alle 7 inches, alle demo's, alle split songs, het staat er op hoor!
Toch verveeld de plaat minder snel dan genre broeders. Dit komt vooral door de erg afwisselende songs en verschil in sound die ze in elk nummer weer wisten neer te zetten.
Voor een wat bondiger plaatje, check de Maximillian Colby/Shotmaker (ook een gaaf bandje) split. De split verdiend een dikke 5*, dit blijft op een 4.5* hangen. Dan ben ik gul, maar het geboden materiaal is heel sterk, ondanks de lengte.
Maximillian Colby heeft duidelijk een Hardcore/Screamo achtergrond, dat hoor je in alles terug. Toch is het geen pure hardcore band. Op hun meest meest experimenteel is het
Post-rock die doet denken aan Slint of Rodan, met wat Mogwai voor de uitbarstingen.
New Jello start bijvoorbeeld met een Steve Reich sample, bouwt rustig op, versneld, bouwt weer af en gaat daarna helemaal los op het moment dat je het niet zou verwachten.
MaxCo is ook geen band voor de echte patroontjes. Waar je dat bij Mogwai wel heel erg hoort, de hard zacht dynamiek, is dit vrij onvoorspelbaar. Post-Rock achtige nummers van 8 minuten worden op deze plaat afgewisseld met de meer hardcore gerichte tracks van 3 minuten. Echter, zelfs in de snellere nummers zit een onvoorspelbare drive.
Zoals het een echte Hardcore disco betaamt is deze schijf natuurlijk weer veel te lang. Hij klokt in op 74 minuten en laat geen enkele song weg. Alle 7 inches, alle demo's, alle split songs, het staat er op hoor!
Toch verveeld de plaat minder snel dan genre broeders. Dit komt vooral door de erg afwisselende songs en verschil in sound die ze in elk nummer weer wisten neer te zetten.
Voor een wat bondiger plaatje, check de Maximillian Colby/Shotmaker (ook een gaaf bandje) split. De split verdiend een dikke 5*, dit blijft op een 4.5* hangen. Dan ben ik gul, maar het geboden materiaal is heel sterk, ondanks de lengte.
McKinley Dixon - Beloved! Paradise! Jazz!? (2023)

4,0
2
geplaatst: 3 juli 2023, 14:02 uur
De uit Richmond, Virginia afkomstige rapper Mckinley Dixon ziet muziek maken duidelijk als iets sociaals. Een medium om saamhorigheid en familie te laten zien en versterken. Vandaar ook dat hij zijn bevriende artiesten als Jaylin Brown, Teller Bank$, Alfred en Seline Haze steeds laat terugkomen in zijn nog jonge carrière. Nieuwe contacten komen vooral tot stand door wederzijdse bewondering. Dat hechtte hoor je ook terug in zijn teksten, vol van het leven- en de sociaalkritische mijmeringen binnen de Afrikaans-Amerikaanse gemeenschap. Daarbinnen is ook veel ruimte voor referenties naar literatuur, poëzie en mythologie. Muzikaal wordt dit al sinds zijn debuutalbum omlijst door filmisch klinkende strijkers en warme jazz waar de rauwe, straatse hiphop dikwijls fel doorheen komt.
Zijn nieuwe album Beloved! Paradise! Jazz!? neemt de boeken uit de Beloved trilogie van de meermaals met literaire prijzen bekroonde schrijfster Toni Morrison als inspiratie. Poëet, schrijver (onder andere van Go Ahead in the Rain: Notes to A Tribe Called Quest) en –muziek criticus Hanif Abdurraqib leest een gedeelte uit haar boek Love: een schaduwrijke schets van het New York uit 1926 met aandacht voor alle straten en gebouwen, maar vooral een utopie die veiliger is voor de zwarte gemeenschap – zonder geweld of criminaliteit. De spaarzame drone- en jazztonen zorgen voor een soort Film Noir sfeer.
Tweede track Sun I Rise komt eveneens filmisch binnen met licht kitsch klinkende harp, strijkers en een mooi maar simpel gezongen refrein van Angelica Garcia. Tekstueel is het meer complex, waar een verhaal van de straat wordt gekoppeld aan Icarus uit de Griekse mythologie die te dicht bij de zon vloog: “How I coulda underestimate sun. How I coulda been so blind from the light that it brung”. Even later komen ook David en Goliath nog voorbij. Dedicated to Tar Feather vertelt vervolgens over een gewelddadige dood met, “He lift his head, butterflies escaped his mouth from out his lungs”; de Romeinen die geloofden dat de ziel via de mond het lichaam verliet. Het zijn dit soort details die de tracks voor een fanatiek lezer interessant maken, maar Dixon riskeert soms daardoor wel het hoofdonderwerp te overschaduwen.
Vooral het middengedeelte van het album is toegankelijker, meer menselijk. Het zenuwachtige pianootje op Run Run Run in combinatie met een energieke drum shuffle laat goed de gejaagdheid van het hoofdpersoon horen, wie soms rent voor vreugde, maar soms ook voor (politie)geweld. De door saxofoon en soulvolle koortje gedomineerde Live! From The Kitchen Table weet zich geïnspireerd door een zwart-witte fotosessie van Carrie Mae, waar familieleden gewoon aan tafel zitten. Na al het geren en gejaag is het een ontroerend verhaal met sociaaleconomische trekjes. Tyler Forever zet in met majestueuze blazers en een zeer eenvoudige beat. Naast Mezzanine is het de meest typerende hiphop track van het album. Muzikaal enigszins jammer, maar het steevast herhalende eerbetoon aan zijn overleden vriend Tyler is prachtig.
De afsluitende titeltrack voelt ook daadwerkelijk als eindtune: een warme soul en jazz vibe klinkt allereerst nog intiem. Al snel gaan saxofoon, toetsen, en drums steeds harder spelen en nestelt het refreintje zich in je hoofd terwijl het wordt begeleidt door handgeklap en een koortje. Ja, dit had zo op de aftiteling van een zomerse film of serie kunnen staan.
Mckinley Dixon mag zijn verhalen wat menselijker houden en de emotie meer laten spreken. Nu heerst er te vaak het gevoel alsof de luisteraar wordt meegenomen naar allerlei zijstraatjes die het hoofdonderwerp onnodig moeilijk maken. Tegelijk motiveert het voornamelijk de cultuur- en literatuur fan wel degelijk om in diepere lagen te duiken. Dus het is maar net waar je belangstelling ligt. Verder enkel lof voor dit gecreëerde universum vol prachtige verhalen en heerlijke hiphop, soul, filmische sferen en jazz.
Geschreven voor Written in Music .
Zijn nieuwe album Beloved! Paradise! Jazz!? neemt de boeken uit de Beloved trilogie van de meermaals met literaire prijzen bekroonde schrijfster Toni Morrison als inspiratie. Poëet, schrijver (onder andere van Go Ahead in the Rain: Notes to A Tribe Called Quest) en –muziek criticus Hanif Abdurraqib leest een gedeelte uit haar boek Love: een schaduwrijke schets van het New York uit 1926 met aandacht voor alle straten en gebouwen, maar vooral een utopie die veiliger is voor de zwarte gemeenschap – zonder geweld of criminaliteit. De spaarzame drone- en jazztonen zorgen voor een soort Film Noir sfeer.
Tweede track Sun I Rise komt eveneens filmisch binnen met licht kitsch klinkende harp, strijkers en een mooi maar simpel gezongen refrein van Angelica Garcia. Tekstueel is het meer complex, waar een verhaal van de straat wordt gekoppeld aan Icarus uit de Griekse mythologie die te dicht bij de zon vloog: “How I coulda underestimate sun. How I coulda been so blind from the light that it brung”. Even later komen ook David en Goliath nog voorbij. Dedicated to Tar Feather vertelt vervolgens over een gewelddadige dood met, “He lift his head, butterflies escaped his mouth from out his lungs”; de Romeinen die geloofden dat de ziel via de mond het lichaam verliet. Het zijn dit soort details die de tracks voor een fanatiek lezer interessant maken, maar Dixon riskeert soms daardoor wel het hoofdonderwerp te overschaduwen.
Vooral het middengedeelte van het album is toegankelijker, meer menselijk. Het zenuwachtige pianootje op Run Run Run in combinatie met een energieke drum shuffle laat goed de gejaagdheid van het hoofdpersoon horen, wie soms rent voor vreugde, maar soms ook voor (politie)geweld. De door saxofoon en soulvolle koortje gedomineerde Live! From The Kitchen Table weet zich geïnspireerd door een zwart-witte fotosessie van Carrie Mae, waar familieleden gewoon aan tafel zitten. Na al het geren en gejaag is het een ontroerend verhaal met sociaaleconomische trekjes. Tyler Forever zet in met majestueuze blazers en een zeer eenvoudige beat. Naast Mezzanine is het de meest typerende hiphop track van het album. Muzikaal enigszins jammer, maar het steevast herhalende eerbetoon aan zijn overleden vriend Tyler is prachtig.
De afsluitende titeltrack voelt ook daadwerkelijk als eindtune: een warme soul en jazz vibe klinkt allereerst nog intiem. Al snel gaan saxofoon, toetsen, en drums steeds harder spelen en nestelt het refreintje zich in je hoofd terwijl het wordt begeleidt door handgeklap en een koortje. Ja, dit had zo op de aftiteling van een zomerse film of serie kunnen staan.
Mckinley Dixon mag zijn verhalen wat menselijker houden en de emotie meer laten spreken. Nu heerst er te vaak het gevoel alsof de luisteraar wordt meegenomen naar allerlei zijstraatjes die het hoofdonderwerp onnodig moeilijk maken. Tegelijk motiveert het voornamelijk de cultuur- en literatuur fan wel degelijk om in diepere lagen te duiken. Dus het is maar net waar je belangstelling ligt. Verder enkel lof voor dit gecreëerde universum vol prachtige verhalen en heerlijke hiphop, soul, filmische sferen en jazz.
Geschreven voor Written in Music .
McKinley Dixon - Magic, Alive! (2025)

4,0
2
geplaatst: 15 juni 2025, 21:27 uur
Rapper Mckinley Dixon bouwt duidelijk aan een totaalplaatje dat deels meer weg heeft van een audioboek dan slechts een muzikaal project. Met de nadruk op hechte familiebanden en nostalgische herinneringen voelt een nieuw album dan ook een beetje als “je had er toen bij moeten zijn”. Des te verder hij in zijn carrière komt, des te meer ook wordt dat gevoel versterkt. Waar hij op voorganger Beloved! Paradise! Jazz!? nog gebruikmaakte van veel herkenbare aanknopingspunten door middel van culturele- en mythologische referenties, keren hij en zijn muzikale vriendengroep op nieuweling Magic, Alive! meer en meer in zichzelf.
Opener Watch My Hands geeft een sfeerzetting voor het overkoepelende concept en laat de vrienden en -familie zien, die zorgeloos met zijn allen buiten zitten. “Live, live, live, live, live, live from the kitchen table. That we moved to the backyard ’cause the house got packed out” klinkt het zomers en meteen al refererend naar Live! From The Kitchen Table van het voorgaande album. Gelijk weer dat familiaire tintje!
Bevangen door de energie van de buitenlucht en de zon ontstaat in Sugar Water gezamenlijk het plan om het pijnlijke verlies van een dierbare ongedaan te maken. Nee, niet metaforisch, maar echt deze keer, Met magie! Diep vanuit de betonnen vloer herrijst hij “Saw in awe the concrete cracked and birthed a new host.I seen him swing his hand, he cut down a whole light post.Was happy when I seen him, his dance a beautiful sight. Now I take a step back, seen him in a different light, goddamn. What I done did? What have I promised him?” zo luidden de laatste zinnen van de track. Oeps, was het wel zo’n goed idee?
De dualiteit van leven en dood, goed en kwaad, het duiden van- en de consequenties van magie – zie daar het zwaarbeladen maar toch luchtig aanvoelende concept van dit album. Zonder dus al te veel te leunen op het geven van handvaten voor de luisteraar. Zo moet je vooral bij de les blijven en goed opletten, want lyrics worden in sneltreinvaart afgevuurd en de muzikale energie blijft niet ver achter. Een overweldigende ervaring in vele opzichten en duidelijk energieker dan het meer laidback Beloved! Paradise! Jazz!?
Vooral de meer lichtvoetige tracks zetten je op het verkeerde been: harpklanken, orkestratie en klarinet creëren een naïef zorgeloze sfeer die enkel te rijmen valt met nostalgie en zomer in het achterhoofd. Ver weg van melancholie is de ‘rouwfase’ binnen het concept duidelijk gefocust op de drive om door te gaan en de ‘magie van het leven’, wat dat dan ook mogen betekenen.
Als tegenwicht zit de grotendeels instrumentale track We’re Outside Rejoice vol gortdroge jazzfunk à la The Meters en vermengt diezelfde stijl zich heel goed met een snufje punkrock in F.F.O.L. Wanneer die orkestrale lichtvoetig en jazzfunk energie samengaan, ontstaat er een filmische 70’s vibe die maar moeilijk vast te pinnen is. Een mooie, muzikale conclusie, of een oneindige loop?
In de staart van het album krijgt de luisteraar die er naar zoekt ook zo’n soort conclusie: wat is magie? “Baby boy, just come here, never fear. Lemme pull a quarter from behind yo’ ear If I show you how to do it, and you get the magic right. you can use these tricks to help ya ass take flight” zo wordt de heerlijke verwondering en naïviteit van de ‘truc’ uitgelegd in Listen Gentle. De boodschap in de titeltrack neemt vervolgens diezelfde munt en mijmert ““Going through this now, shit, it really got me believing to live forever is to tell the stories of who light up ya eyes. We ran, we danced, survived, we fly. That’s magic alive!”
Wat magie toch weer minder concreet maakt en in het metaforische trekt? Het was een mooi einde geweest van dit album. Echter, afsluiter Could’ve Been Different ontpopt zich tot een ware ouroboros (lees: de slang die zijn eigen staart eet) en snijdt plots een nieuw onderwerp aan over zelfrespect, ontplooing en eigenwaarde. Er is geen begin, er is geen eind – tot de volgende keer!
Geschreven voor Written in Music..
Opener Watch My Hands geeft een sfeerzetting voor het overkoepelende concept en laat de vrienden en -familie zien, die zorgeloos met zijn allen buiten zitten. “Live, live, live, live, live, live from the kitchen table. That we moved to the backyard ’cause the house got packed out” klinkt het zomers en meteen al refererend naar Live! From The Kitchen Table van het voorgaande album. Gelijk weer dat familiaire tintje!
Bevangen door de energie van de buitenlucht en de zon ontstaat in Sugar Water gezamenlijk het plan om het pijnlijke verlies van een dierbare ongedaan te maken. Nee, niet metaforisch, maar echt deze keer, Met magie! Diep vanuit de betonnen vloer herrijst hij “Saw in awe the concrete cracked and birthed a new host.I seen him swing his hand, he cut down a whole light post.Was happy when I seen him, his dance a beautiful sight. Now I take a step back, seen him in a different light, goddamn. What I done did? What have I promised him?” zo luidden de laatste zinnen van de track. Oeps, was het wel zo’n goed idee?
De dualiteit van leven en dood, goed en kwaad, het duiden van- en de consequenties van magie – zie daar het zwaarbeladen maar toch luchtig aanvoelende concept van dit album. Zonder dus al te veel te leunen op het geven van handvaten voor de luisteraar. Zo moet je vooral bij de les blijven en goed opletten, want lyrics worden in sneltreinvaart afgevuurd en de muzikale energie blijft niet ver achter. Een overweldigende ervaring in vele opzichten en duidelijk energieker dan het meer laidback Beloved! Paradise! Jazz!?
Vooral de meer lichtvoetige tracks zetten je op het verkeerde been: harpklanken, orkestratie en klarinet creëren een naïef zorgeloze sfeer die enkel te rijmen valt met nostalgie en zomer in het achterhoofd. Ver weg van melancholie is de ‘rouwfase’ binnen het concept duidelijk gefocust op de drive om door te gaan en de ‘magie van het leven’, wat dat dan ook mogen betekenen.
Als tegenwicht zit de grotendeels instrumentale track We’re Outside Rejoice vol gortdroge jazzfunk à la The Meters en vermengt diezelfde stijl zich heel goed met een snufje punkrock in F.F.O.L. Wanneer die orkestrale lichtvoetig en jazzfunk energie samengaan, ontstaat er een filmische 70’s vibe die maar moeilijk vast te pinnen is. Een mooie, muzikale conclusie, of een oneindige loop?
In de staart van het album krijgt de luisteraar die er naar zoekt ook zo’n soort conclusie: wat is magie? “Baby boy, just come here, never fear. Lemme pull a quarter from behind yo’ ear If I show you how to do it, and you get the magic right. you can use these tricks to help ya ass take flight” zo wordt de heerlijke verwondering en naïviteit van de ‘truc’ uitgelegd in Listen Gentle. De boodschap in de titeltrack neemt vervolgens diezelfde munt en mijmert ““Going through this now, shit, it really got me believing to live forever is to tell the stories of who light up ya eyes. We ran, we danced, survived, we fly. That’s magic alive!”
Wat magie toch weer minder concreet maakt en in het metaforische trekt? Het was een mooi einde geweest van dit album. Echter, afsluiter Could’ve Been Different ontpopt zich tot een ware ouroboros (lees: de slang die zijn eigen staart eet) en snijdt plots een nieuw onderwerp aan over zelfrespect, ontplooing en eigenwaarde. Er is geen begin, er is geen eind – tot de volgende keer!
Geschreven voor Written in Music..
Melt-Banana - Cell-Scape (2003)

3,5
0
geplaatst: 21 oktober 2010, 20:34 uur
Best wel een goed album, maar ik ben beter gewend. Nr 1 en 2 waren in Urecht inspiratie verwerkt in hun kleine noise set waar ze mee openden in ieder geval. Leuk om terug te horen. (in subtielere versie)
Plaat kent een mooie productie, die in de snellere stukken voor een klap voor je bek zorgt )denk Strapping young lad proporties maar dan op zn Japans). Jammer wel dat er zo nu en dan gas terug word genomen en dan is het een beetje Blondie achtig met gekke zang. Hebben we het nog niet eens over de afsluiter. Ik hou best van zweverige nummers, maar als ik wil zweven zet ik geen Melt Banana op. Zonde!
Aardig album, maar afgaande op de fullblast stukken, had dit beter moeten zijn. Gewoon de poppy stukjes en psych outro weglaten a.u.b.
Plaat kent een mooie productie, die in de snellere stukken voor een klap voor je bek zorgt )denk Strapping young lad proporties maar dan op zn Japans). Jammer wel dat er zo nu en dan gas terug word genomen en dan is het een beetje Blondie achtig met gekke zang. Hebben we het nog niet eens over de afsluiter. Ik hou best van zweverige nummers, maar als ik wil zweven zet ik geen Melt Banana op. Zonde!
Aardig album, maar afgaande op de fullblast stukken, had dit beter moeten zijn. Gewoon de poppy stukjes en psych outro weglaten a.u.b.
Melt-Banana - Fetch (2013)

4,5
1
geplaatst: 1 oktober 2013, 17:51 uur
Melt Banana goes Industrial (even more)!
Jaja en dan is er de nieuwe Melt-Banana. Nu drummer-loos, maar maakt dat uit?
Nee, als je met een drumcomputer moet werken, zorg je er toch gewoon voor dat je album meer Industrial klinkt? Mechanische blastbeats, glitchende en loopende gitaren en zang waar dikwijls een vocoder effect overheen gegooid wordt. Agata krijgt uiteraard meer de ruimte op dit album en zijn "techniek" van loopen en glitchen doet dikwijls denken aan het solowerk van Dustin Wong (ex-Ponytail).
Verder ligt het tempo hier hoog. Gewoon doorbeuken, waar in de langere nummers ruimte is voor een rustpunt, maar daarna wordt het gas weer gewoon ingedrukt. Enkel Zero+ is een minpuntje, het nummer dat deels bestaat uit field recordings heeft geen plaats op een album wat maar 32 minuten lang is. Zonde van de tijd.
Jaarlijstjes materiaal? Jep!
Jaja en dan is er de nieuwe Melt-Banana. Nu drummer-loos, maar maakt dat uit?
Nee, als je met een drumcomputer moet werken, zorg je er toch gewoon voor dat je album meer Industrial klinkt? Mechanische blastbeats, glitchende en loopende gitaren en zang waar dikwijls een vocoder effect overheen gegooid wordt. Agata krijgt uiteraard meer de ruimte op dit album en zijn "techniek" van loopen en glitchen doet dikwijls denken aan het solowerk van Dustin Wong (ex-Ponytail).
Verder ligt het tempo hier hoog. Gewoon doorbeuken, waar in de langere nummers ruimte is voor een rustpunt, maar daarna wordt het gas weer gewoon ingedrukt. Enkel Zero+ is een minpuntje, het nummer dat deels bestaat uit field recordings heeft geen plaats op een album wat maar 32 minuten lang is. Zonde van de tijd.
Jaarlijstjes materiaal? Jep!
METZ - Strange Peace (2017)

4,0
1
geplaatst: 22 september 2017, 14:25 uur
Tsjah, dat snap ik wel. Gelukkig voor hen met dezelfde gedachte is dit album veel gevarieerder. Drained Lake kent wat industrial invloeden, met synths die zo in het lied verstopt zitten dat ze gemakkelijk aangezien kunnen worden voor gitaar. Big Black is nooit ver weg. De doordreunende gitaren in Caterpillar klinken dan weer heel Sonic Youth. Over het algemeen kun je ook zeggen dat dit album meer noiserock is en minder punk.
De uit duizenden herkenbare productie van Steve Albini werkt daar zeker aan mee: knalharde drums en vocalen die van een achterkamertje (in Pixies Surfer Rosa-traditie en een vleug In Utero) lijken te komen. Enkel de gitaren zijn wat massiever dan bij een gebruikelijke Albini productie. Dat is beter ook, want schellere tonen hadden echt niet op dit album (en bij de stijl van de band) gepast.
Kortom, heerlijk en alweer voorbij voordat je het doorhebt.
De uit duizenden herkenbare productie van Steve Albini werkt daar zeker aan mee: knalharde drums en vocalen die van een achterkamertje (in Pixies Surfer Rosa-traditie en een vleug In Utero) lijken te komen. Enkel de gitaren zijn wat massiever dan bij een gebruikelijke Albini productie. Dat is beter ook, want schellere tonen hadden echt niet op dit album (en bij de stijl van de band) gepast.
Kortom, heerlijk en alweer voorbij voordat je het doorhebt.
Mineral - EndSerenading (1998)

4,0
0
geplaatst: 15 maart 2010, 18:09 uur
Ik weet niet hoe de productie hier WAS, maar dolby van dit album uitbrengen is natuurlijk onzin en dat zal vast niet het idee van de band zijn geweest.
Inmiddels zijn er remasters van beide albums genaamd The Complete Collection, maar dat gaat al voor astronomische bedragen weg.
De productie is hier in ieder geval goed. Een stuk meer helder dan The Power of Falling en dat vind ik enigszins jammer. Die plaat was ook geremasterd, maar het was nog steeds een modderig zooitje, heerlijk! Hier is alles wat verfijnder en de zanger een stuk duidelijk in de mix, beter bij stem ook.
Muzikaal heb ik al genoeg uitgelegd bij het andere album en daar is niet al te veel aan veranderd. Iets meer een eigen sound hooguit, waar ze wat aan intensiteit hebben ingeboet. De Dredg vergelijking zie ik verder niet echt. Het is toch echt Sunny Day Real Estate wat de klok slaat hier.
Mijn persoonlijke voorkeur ligt bij de rauwere eersteling, maar het verschil is eigenlijk amar klein. Druk ik dat uit in een cijfer, hmm lastig.
Inmiddels zijn er remasters van beide albums genaamd The Complete Collection, maar dat gaat al voor astronomische bedragen weg.
De productie is hier in ieder geval goed. Een stuk meer helder dan The Power of Falling en dat vind ik enigszins jammer. Die plaat was ook geremasterd, maar het was nog steeds een modderig zooitje, heerlijk! Hier is alles wat verfijnder en de zanger een stuk duidelijk in de mix, beter bij stem ook.
Muzikaal heb ik al genoeg uitgelegd bij het andere album en daar is niet al te veel aan veranderd. Iets meer een eigen sound hooguit, waar ze wat aan intensiteit hebben ingeboet. De Dredg vergelijking zie ik verder niet echt. Het is toch echt Sunny Day Real Estate wat de klok slaat hier.
Mijn persoonlijke voorkeur ligt bij de rauwere eersteling, maar het verschil is eigenlijk amar klein. Druk ik dat uit in een cijfer, hmm lastig.
Mineral - The Power of Failing (1997)

4,5
0
geplaatst: 15 maart 2010, 11:41 uur
Dit The Power Of Falling is evengoed als Diary van Sunnydale Rale Estate. Zet de 2 vooral niet naast elkaar in de kast (of juist wel), want de kans is groot dat het verschil tussen de 2 ontgaat.
Hard-zacht dynamiek: check, een niet al te gladde productie: check:, gitaren die afwisselen tussen melodie en rocken: check, een zanger die zowel schreeuwt als fluistert: check, (te) emotionele lyrics: check.
Tot zover geen verschil te bespeuren tussen Diary en dit album.
Dat verschil zit in de kleine details. De productie is nog wat rauwer bijvoorbeeld. Echter het belangrijkste verschil zijn denk ik de gitaren, die er op deze plaat meer in knallen en vaak zwaar out of tune uit de hoek komen. De zanger is niet bepaald zuiver altijd. Toch weet hij genoeg emotie over te brengen en past t goed bij de muziek. Het geeft dat iets ruwere radje een boost mee.
Tof bandje, dat ondanks de SDRE gelijkenis makkelijk op zichzelf kan staan.
Hard-zacht dynamiek: check, een niet al te gladde productie: check:, gitaren die afwisselen tussen melodie en rocken: check, een zanger die zowel schreeuwt als fluistert: check, (te) emotionele lyrics: check.
Tot zover geen verschil te bespeuren tussen Diary en dit album.
Dat verschil zit in de kleine details. De productie is nog wat rauwer bijvoorbeeld. Echter het belangrijkste verschil zijn denk ik de gitaren, die er op deze plaat meer in knallen en vaak zwaar out of tune uit de hoek komen. De zanger is niet bepaald zuiver altijd. Toch weet hij genoeg emotie over te brengen en past t goed bij de muziek. Het geeft dat iets ruwere radje een boost mee.
Tof bandje, dat ondanks de SDRE gelijkenis makkelijk op zichzelf kan staan.
Mogwai - The Bad Fire (2025)

4,0
7
geplaatst: 23 januari 2025, 23:14 uur
Het elfde album van Schotse postrockers Mogwai heet The Bad Fire en laat dat nou net een slang-term zijn voor ‘hel’. Na een traumatische periode voor de band en voornamelijk multi-instrumentalist Barry Burns, waarbij diens dochter ternauwernood aan de dood ontsnapte, werd het wel weer eens tijd voor een aardedonker album toch? Nou … Nee dus! Pak je favoriete winter-hoodie maar vast voor een flinke dosis knusse melancholie.
De grootste verandering op dit nieuwe album is de wisseling van producer. Waar er al jaren gebruik werd gemaakt van trouwe dienaar Dave Fridmann, is er nu de switch naar producer John Congleton. Die kroop onder andere achter de knoppen bij Angel Olsen, John Grant, Explosions in the Sky en Sigur Rós. Laat er nou net een ‘magisch’ IJsland tintje doorsijpelen in het gecreëerde geluid hier. Daarnaast klinken instrumenten bewust meer ‘fijngeknepen’ dan normaal. Alsof in een hermetisch afgesloten luchtbel, waar ze niet uit mogen ontsnappen. Een bijzondere keus, die van weinig invloed lijkt op de structuur van de tracks, maar dat wel duidelijk een stempel drukt op de klank.
Op dat warme ‘hoodie-geluid’ moeten we nog wel even wachten, want opener God Gets You Back legt een synthesizertapijt neer dat zo afstandelijk en koud is dat Tangerine Dream het had kunnen gebruiken voor een film van Michael Mann of William Friedkin. De futuristische vocodervocalen doen er alles aan om dat gevoel te versterken en wanneer de ritmesectie er inkomt ontstaat er een sfeer die het midden houdt tussen techno en zweverige krautrock. Noem het gerust spacerock dat dit album domineert; door een combinatie van synthesizer en gruizige gitaarlagen worden we constant het heelal in geschoten – ergens tussen de krautrock-klanken van Harmonia en Brian Eno, of juist de meer catchy noiserockmomenten van My Bloody Valentine.
Die aanstekelijkheid is zelden zo groot geweest als op Fanzine Made Flesh waar gitaren in het rond stuiteren, synths melodieus klinken en vocodervocalen flink de ruimte krijgen. Maar dat deze track niet uit de toon valt is veelzeggend; het is de vocoder die muziek dikwijls een flinke injectie vrolijkheid meegeeft. Positieve energie die je niet meteen zou verwachten op een Mogwai release.
Vrolijkheid die een mooi tegenwicht brengt voor de eerder aangehaalde, melancholische wintersfeer. Tracks als Hi Chaos, Pale Vegan Hip Pain (oké, na het typen van die titels moest ik even non-stop lachen, maar we gaan verder!) en Factboy hadden met gemak op een ouder album gekund, omdat ze weer vertrouwde uitbarstingen kennen. Maar de grote verschillen zijn dat niet de gitaren het meest oversturen, maar drums en bas die steeds harder en harder gaan. Luister ook maar eens naar de galm van de basdrum in Philip K. Dick ode If You Find This World Bad, You Should See Some of the Others, die op het juiste volume je woonkamervloer laat versplinteren. Terwijl gitaren nog steeds zweven, zweven en nog eens zweven. Juist die kosmisch melancholische sfeer – gekoppeld aan synths en een verrassende viool in Factboy –zorgt dat de gedachte aan winterse taferelen niet ver weg is.
Voor bloedende oren zorgt The Bad Fire dan ook zelden, zelfs als er toegewerkt word naar een climax. Bij het treffend genoemde Lion Rumpus komen we gelukkig toch aan onze trekken voor een stevige portie bevreemdende noise. Daar de vraag, hebben we dat echt gemist op dit album? Nou nee, eigenlijk niet; hou die hoodie maar aan!
Geschreven voor Written in Music.
Extra persoonlijke noot: ik denk dat het helpt voor de waardering van de band hun albums als je ze juist niet nauwgezet volgt. Geen idee of ik wel verrast was geweest als ik elk album kende. Maar sssssst...
De grootste verandering op dit nieuwe album is de wisseling van producer. Waar er al jaren gebruik werd gemaakt van trouwe dienaar Dave Fridmann, is er nu de switch naar producer John Congleton. Die kroop onder andere achter de knoppen bij Angel Olsen, John Grant, Explosions in the Sky en Sigur Rós. Laat er nou net een ‘magisch’ IJsland tintje doorsijpelen in het gecreëerde geluid hier. Daarnaast klinken instrumenten bewust meer ‘fijngeknepen’ dan normaal. Alsof in een hermetisch afgesloten luchtbel, waar ze niet uit mogen ontsnappen. Een bijzondere keus, die van weinig invloed lijkt op de structuur van de tracks, maar dat wel duidelijk een stempel drukt op de klank.
Op dat warme ‘hoodie-geluid’ moeten we nog wel even wachten, want opener God Gets You Back legt een synthesizertapijt neer dat zo afstandelijk en koud is dat Tangerine Dream het had kunnen gebruiken voor een film van Michael Mann of William Friedkin. De futuristische vocodervocalen doen er alles aan om dat gevoel te versterken en wanneer de ritmesectie er inkomt ontstaat er een sfeer die het midden houdt tussen techno en zweverige krautrock. Noem het gerust spacerock dat dit album domineert; door een combinatie van synthesizer en gruizige gitaarlagen worden we constant het heelal in geschoten – ergens tussen de krautrock-klanken van Harmonia en Brian Eno, of juist de meer catchy noiserockmomenten van My Bloody Valentine.
Die aanstekelijkheid is zelden zo groot geweest als op Fanzine Made Flesh waar gitaren in het rond stuiteren, synths melodieus klinken en vocodervocalen flink de ruimte krijgen. Maar dat deze track niet uit de toon valt is veelzeggend; het is de vocoder die muziek dikwijls een flinke injectie vrolijkheid meegeeft. Positieve energie die je niet meteen zou verwachten op een Mogwai release.
Vrolijkheid die een mooi tegenwicht brengt voor de eerder aangehaalde, melancholische wintersfeer. Tracks als Hi Chaos, Pale Vegan Hip Pain (oké, na het typen van die titels moest ik even non-stop lachen, maar we gaan verder!) en Factboy hadden met gemak op een ouder album gekund, omdat ze weer vertrouwde uitbarstingen kennen. Maar de grote verschillen zijn dat niet de gitaren het meest oversturen, maar drums en bas die steeds harder en harder gaan. Luister ook maar eens naar de galm van de basdrum in Philip K. Dick ode If You Find This World Bad, You Should See Some of the Others, die op het juiste volume je woonkamervloer laat versplinteren. Terwijl gitaren nog steeds zweven, zweven en nog eens zweven. Juist die kosmisch melancholische sfeer – gekoppeld aan synths en een verrassende viool in Factboy –zorgt dat de gedachte aan winterse taferelen niet ver weg is.
Voor bloedende oren zorgt The Bad Fire dan ook zelden, zelfs als er toegewerkt word naar een climax. Bij het treffend genoemde Lion Rumpus komen we gelukkig toch aan onze trekken voor een stevige portie bevreemdende noise. Daar de vraag, hebben we dat echt gemist op dit album? Nou nee, eigenlijk niet; hou die hoodie maar aan!
Geschreven voor Written in Music.
Extra persoonlijke noot: ik denk dat het helpt voor de waardering van de band hun albums als je ze juist niet nauwgezet volgt. Geen idee of ik wel verrast was geweest als ik elk album kende. Maar sssssst...
Mono - Hymn to the Immortal Wind (2009)

3,5
0
geplaatst: 26 maart 2009, 21:34 uur
ThirdEyedCitizen schreef:
Geen echte uitbarstingen? Mono word wel steeds meer een bandje voor voor het slapengaan
Geen echte uitbarstingen? Mono word wel steeds meer een bandje voor voor het slapengaan
De nieuwe Mono. Dit zei ik dus een tijdje terug. Ik was er wel enigszins bang voor. Are You There was een goed album, maar echt veel bijzonders gebeurde er verder niet meer.
Hier is nog steeds geen nieuwe Com(?) op te vinden, maar een Com(?) deel 2 zou net zo voorspelbaar zijn, dan het verder uitdiepen van Are You There.
Dit Hymn is een soundtrack voor een liefdesfilm, die nog moet verschijnen. Het soort bombast waar de een een doos tissues bij nodig heeft en de ander een kotsbakje. Ik val zeker in die laatste categorie.
Bij muziek heb ik wat minder moeite met bombast, zolang het maar oprecht gebracht wordt.
Productioneel is dit album een meesterwerk. Er is een orkest en er is een band, daar kan veel fout gaan. Een album kan in zo'n geval een overproductie hebben, zodat het geheel heel klinisch klinkt en in dit geval zou de bombast dan al snel vervallen in kitsch. Aan de andere kant, met een onderproductie, is de kans er dat veel instrumenten verzuipen.
De woorden 'organisch' en 'intimiteit' zijn voor dit album uitgevonden echter. Drums klinken als bij een live concert, gitaren zingen en schuren met veel warmte en het orkest staat in je huiskamer.
Is dit album erg anders?
Mono heeft de laatste jaren vooral een erg eigen gitaarstijl ontwikkeld. Veranderd is dat zeker niet.
Het album leunt niet op de gebruikelijke hard/zacht dynamiek, maar climaxt meer naar hardere momenten toe, als de stukken aanzwellen. Gitaren zijn ook qua feedback meer melodieus dan dat ze een gehoorbeschadiging veroorzaken. Toch durf ik wel te zeggen dat het meer feedback kent dan op Are You There het geval was. Veel nummers climaxen toch wel en dat heeft meermaals een geluidsmuur tot gevolg. Door de orkestratie is het geheel echter altijd melodieus.
Oordeel?
Zeker weer een stap vooruit op Are You There. Dit kun je moeilijk voorspelbaar noemen. Vernieuwend ook niet, maar dat is het genre toch allang niet meer? Zelfs vaandeldragers als Mogwai, en Red Sparrows herhalen zichzelf. Geef me op dit moment maar Mono, van alle nieuwe platen in het genre.
Mooi slepend, bombastisch en wat leuke climaxen. Hoogtepunt is toch wel Pure As Snow dat gigantisch climaxt, naar toch wel een orkaan aan geluid, waar gitaren weer moeizaam tot stilstand komen.
Muse - Drones (2015)

2,0
0
geplaatst: 5 juni 2015, 12:46 uur
Niemand vindt brickwalling meer boeiend? Dit album kent 2 standen: te zacht of zo hard dat t (bijna?) kraakt. Eerlijk is eerlijk, er zitten een aantal aanhoorbare nummers tussen in de vorm van vooral Reapers,l The Handler en Defector. Psycho is lui kopieerwerk (van zichzelf) en dan nog slecht ook.
Ach, ik ga hier geen cijfer aan geven, dat zou niet eerlijk wezen. Muse is voor mij nostalgie en een band die allang niet meer de muziek maakt die ik verlang. All komt het hier aardig in de buurt, mits je door die hoofdpijn-productie, stem-effectjes, slechte lyrics en onnodige samples van films en toespraken heen luistert
Ach, ik ga hier geen cijfer aan geven, dat zou niet eerlijk wezen. Muse is voor mij nostalgie en een band die allang niet meer de muziek maakt die ik verlang. All komt het hier aardig in de buurt, mits je door die hoofdpijn-productie, stem-effectjes, slechte lyrics en onnodige samples van films en toespraken heen luistert
Muse - The Resistance (2009)

3,0
0
geplaatst: 9 september 2009, 02:29 uur
Eerste indruk dan. Ja daar moet ik toch aan, hoe
laat het ook is en hoe moe ik ook ben (heb verdorie en hele tafeltennis wedstrijd achter de rug vanavond).
Laat ik maar beginnen met zeggen dat ik het niet eens ben met mensen die zeggen dat Muse NOG commerciëler is geworden. Ik ben juist van mening dat ze hun oude sound weer een beetje terug hebben gevonden. Dan doel ik op herkenbare riffs, soms wat solo's en vooral emotioneel en soulful zangwerk. Op momenten komt het bij Matt echt weer uit zn tenen en my gosh, wat heb ik dat gemist!
Het commerciële is er echt wel. Dat ligt vooral bij Uprising, Resistance, en Undisclosed Desires. Waar Resistance trouwens wel een op en top muse song is. Gevoelige vocalen, lekker gitaartje en wat heftiger in de refreintjes.
De terugkeer van de sterke stevige riffs en solo's weer, nadat die opvallend afwezig waren op Black Holes. Het meest aanwezig bij Unnatural Selection naturlijk, man wat blaast dat nummer.
Origineler worden riffs en versnellingen misschien nog wel ingezet in MK Ultra. AL vanaf het begin komt er een speels riffje opzetten en dat thematische riffje blijft toch t leukste. Verder zitten er nog wat aardige beukstukken in, heerlijk.
Bij Guiding Light valt dan een solo heel mooi samen op het moment dat Matt net de hoogte ingaat met zijn stem, heel apart. Vreemd nummer ook,verre van standaard, voor Muse begrippen.
Verassingen komen met Undisclosed Desires, Guiding Light en I Belong To You. Vreemd spul, waarvan ik Undisclosed Desires maar niks vind. I belong To You is vreemd. Matt in vreemd frans, met een raar piano deuntje en clarinet. Het is even wennen, maar het heeft wel wat.
Aangekomen bij Exogenesis, valt me gelijk 1 ding op, Matt kan nog net zo hoog zingen als vroeger. Dat had ik niet verwacht. Verder erg mooi. Het zal de originaliteitsprijs niet winnen, maar het is goed uitgevoerd en het past wel erg goed bij Muse zoiets.
Dan als laatste nog een productioneel stukje. Waarom? Omdat dit mijn grootste kritiek was op BHaR. Een album dat een aantal goede nummers kende, tussen de erg zwakke, maar compleet werd kapot geproduceerd door Rich Costey. Geen emotie bleef er over, dat terwijl live shows nog steeds erg intens waren vaak.
Voor zover ik kan horen is dat hier anders. Het geluid is open, diep en je hoort weer emotie. Ja studio effecten zijn er nog steeds helaas, maar er zit weer leven in, het is niet zo gelaagd en glad als op het vorige album.
Kleine conclusie op deze inmiddels veel te lange review.
Aardige productie weer. Het album kent weer emotie, vuur, vernieuwing, een stuk minder catchy dan Black Holes, ja het voelt weer een beetje als oudere Muse bij vlagen.
Ik had mijn stem al neergezet, maar dat is tegen mijn regels, dat doe ik pas bij betere kwaliteit files
laat het ook is en hoe moe ik ook ben (heb verdorie en hele tafeltennis wedstrijd achter de rug vanavond).
Laat ik maar beginnen met zeggen dat ik het niet eens ben met mensen die zeggen dat Muse NOG commerciëler is geworden. Ik ben juist van mening dat ze hun oude sound weer een beetje terug hebben gevonden. Dan doel ik op herkenbare riffs, soms wat solo's en vooral emotioneel en soulful zangwerk. Op momenten komt het bij Matt echt weer uit zn tenen en my gosh, wat heb ik dat gemist!
Het commerciële is er echt wel. Dat ligt vooral bij Uprising, Resistance, en Undisclosed Desires. Waar Resistance trouwens wel een op en top muse song is. Gevoelige vocalen, lekker gitaartje en wat heftiger in de refreintjes.
De terugkeer van de sterke stevige riffs en solo's weer, nadat die opvallend afwezig waren op Black Holes. Het meest aanwezig bij Unnatural Selection naturlijk, man wat blaast dat nummer.
Origineler worden riffs en versnellingen misschien nog wel ingezet in MK Ultra. AL vanaf het begin komt er een speels riffje opzetten en dat thematische riffje blijft toch t leukste. Verder zitten er nog wat aardige beukstukken in, heerlijk.
Bij Guiding Light valt dan een solo heel mooi samen op het moment dat Matt net de hoogte ingaat met zijn stem, heel apart. Vreemd nummer ook,verre van standaard, voor Muse begrippen.
Verassingen komen met Undisclosed Desires, Guiding Light en I Belong To You. Vreemd spul, waarvan ik Undisclosed Desires maar niks vind. I belong To You is vreemd. Matt in vreemd frans, met een raar piano deuntje en clarinet. Het is even wennen, maar het heeft wel wat.
Aangekomen bij Exogenesis, valt me gelijk 1 ding op, Matt kan nog net zo hoog zingen als vroeger. Dat had ik niet verwacht. Verder erg mooi. Het zal de originaliteitsprijs niet winnen, maar het is goed uitgevoerd en het past wel erg goed bij Muse zoiets.
Dan als laatste nog een productioneel stukje. Waarom? Omdat dit mijn grootste kritiek was op BHaR. Een album dat een aantal goede nummers kende, tussen de erg zwakke, maar compleet werd kapot geproduceerd door Rich Costey. Geen emotie bleef er over, dat terwijl live shows nog steeds erg intens waren vaak.
Voor zover ik kan horen is dat hier anders. Het geluid is open, diep en je hoort weer emotie. Ja studio effecten zijn er nog steeds helaas, maar er zit weer leven in, het is niet zo gelaagd en glad als op het vorige album.
Kleine conclusie op deze inmiddels veel te lange review.
Aardige productie weer. Het album kent weer emotie, vuur, vernieuwing, een stuk minder catchy dan Black Holes, ja het voelt weer een beetje als oudere Muse bij vlagen.
Ik had mijn stem al neergezet, maar dat is tegen mijn regels, dat doe ik pas bij betere kwaliteit files
