MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten ThirdEyedCitizen als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Terzij de Horde - Our Breath Is Not Ours Alone (2025)

poster
4,0
Als we het nu niet doen, wanneer dan wel? Terzij de Horde lijkt met het nieuwe album Our Breath is Not Ours Alone vooral een oproep te doen tot eenheid en actie. “As the hand is raised to halt the wave, The sword must rise as well”, klinkt het in ’Raise Them Towards the Sun’. Het kwaad stoppen is niet genoeg, positieve verandering moet volgen. Die verantwoordelijkheid moeten we met zijn allen nemen. Terwijl de harmonie (ook van de natuur) in acht moet worden genomen. We zouden er goed aan doen ons meer bescheiden op te stellen. We zijn soms nietig, een microscopisch deeltje in het grotere geheel. Maar met collectieve gewaarwording komen we een heel eind. Dit lijkt wellicht belerend of idealistisch. Maar dan komen we weer terug bij “Als we het nu niet doen, wanneer wel?”

Die directere boodschap gaat hand in hand met een zelfde muzikale benadering. Er is meer ruimte gekomen voor topsnelheid blastbeats op de drums en felle gitaar tremelo’s, black metal stijl. Zo rammen veel passages meer rechtdoor dan ooit. Maar waar eerdere albums een metershoge, ondoordringbare muur van beton optrok, is er deze keer juist gekozen voor balans. Elk element binnen een track is hierdoor goed hoorbaar: of het nu gaat om het furieuze tikken op de bekkens of toch die stiekem verstopte black scream op de achtergrond van ’A Hammer to the Great Matter of Birth and Death ’.

Rustpuntjes zijn er ook, al betekent het niet automatisch dat de dreiging gaat liggen. Nee, juist op die momenten ontstaat er een episch doom-sfeertje en herinneren dissonanten in de gitaarpartijen dikwijls aan modernere disso-tech-Death; waar tonen niet ‘mooi’ zijn en ritmes tegendraads. Maar het dromerigste kantelpunt is bewaard voor het laatst, als Amelia Baker aka Cinder Well in ’Discarding All Adornments’ de spoken word passages verzorgt en dramatische strijkers later de blastbeats doorklieven.

Zo levert Terzij De Horde zelfs met de directere aanpak en boodschap een album af dat vol dynamiek en balans zit. Vaak furieus rechtdoor, dan weer doomy vertragend tot bevreemdend dissonant.

Schreef ik voor 3voor12 Utrecht.

The Body - Christs, Redeemers (2013)

poster
4,5
Zal t wel wat nuanceren door te zeggen dat de hoofdmoot wel sludge is, waar de rest van de genres meer kruiden zijn in de sludge mix. Denk Neurosis en Amenra, met veel meer diverse "kruiden" erin en iets meer modder op de productie.

The Body & Dis Fig - Orchards of a Futile Heaven (2024)

poster
4,5
De samenwerking tussen het Amerikaanse duo The Body en de eveneens Amerkaanse, in Duitsland woonachtige Felicia Chen AKA Dis Fig is niet heel verwonderlijk. Vooral kijkend naar de honger voor experiment van beide acts. The Body heeft al jaren als basis loodzware sludgemetal en een dosis overstuurde elektronica om het nog venijniger te maken. Om daar bijvoorbeeld uiteenlopende elementen van jazz, punk, industrial, folk en breakcore aan toe te voegen. Dis Fig liet op debuutalbum Purge kale invloeden van 80’s power electronics en industrial horen waar acts als Whitehouse en Throbbing Gristle ongetwijfeld goedkeurend bij knikken. Haar cathartisch emotionele vocalen kunnen zich qua intensiteit meten met iemand als stemtovenares Diamanda Galas. Op haar album met Kevin Martin AKA The Bug klinken ook invloeden van R&B in haar stem door.

Wat horen we niet? Die vraag is makkelijker te beantwoorden op dit album genaamd Orchards of a Futile Heaven; namelijk houvast! Opener Eternal Hours biedt door zijn zwaar vervormde drums en ambient drones wel structuur, maar geen kracht vooruit. Statisch! De vocalen van Dis Fig doen sterk denken aan zwoele R&B, terwijl Chip King zijn intens hoge schreeuw eerder bij metal thuishoort.

Dissent Shame metselt onsubtiel een muur van noise en basdreunen, maar daarachter liggen meerstemmige vocalen die haast Keltisch klinken. Mystiek! Totdat zowel beats als een melodieuze keyboardmelodie de overhand krijgen in een nostalgisch stuiterende breakcore-freakout. Die mystiek komt al gauw weer terug als de baslijnen van de titeltrack doen denken aan een didgeridoo en tribaal ritualistische percussie het gevoel van ’volksmuziek’ versterken. Ondertussen spelen de onderkoeld zweverige vocalen van Dis Fig en de altijd herkenbare schreeuw van Chip King een verontrustend vraag-en-antwoord spelletje.

Elementaire trefwoorden als: mist, zee, wind en aarde definiëren de muziek misschien wel beter dan welk andere omschrijving ook. Holy Lance is daarvan het beste bewijs als we kort een vogeltje horen fluiten, gevolgd door een piano sample. Beide komen nooit meer terug. Opgeslokt door de zee – een golf van noise die komt en dan weer gaat en vervolgens weer komt. Zelfs King zijn vocalen lijken hier te worden opgeslokt, ergens heel in de verte zijn ze er nog. Op elk ander album was de track een ballad geweest. Niet hier, al straalt er wel een soort aardse berusting uit van het meer golvende karakter hier, tegenover de meer dissonante botsingen van eerdere tracks.

We sluiten af met wat voelt als een tweeluik, niet letterlijk maar wel in toon. Plots is de sfeer plechtig, alsof we nog meer dan eerder getuige zijn van een doorlopend emotionele mantra. Mysterieus gesamplede keelklanken roepen dat duistere ‘volksmuziek sfeertje weer op voordat industriële beats en drums de bezwering inzetten. “I don’t want any fame” krijst ze op zo’n maniakale manier die duidelijk maakt dat het er echt uit moet. HET MOET. Na de door orgeldrones gedomineerde, kale doom metal van de afsluiter klinkt vol verlangen “I miss you!” om vervolgens naadloos over te gaan in de schreeuw van King zonder je het in eerste instantie door hebt. Die twee momentjes vallen extra op. De Diamanda Galas-achtige intensiteit hadden we namelijk nog niet gehoord op dit album. Daarnaast waren haren vocalen meestal in nevel gehuld en hadden we bovendien het idee dat er op een Cocteau Twins-achtige manier een andere taal klonk, hetzij sommige zanglijnen zelfs achteruit werden gespeeld.

Op Orchards of a Futile Heaven construeren The Body en Dis Fig een doorlopende sfeerschets met elementen van R&B, onaardse volksmuziek, etherische sferen en mystiek, electronic, metal en vooral muren van noise die golven als de zee. Wat daarbij wel opvalt dat ze zelf nogal eens verdwaald raken in hun eigen wereld en dit leidt tot muzikale botsingen die de ‘trance’ als het waren verstoren. Dat er magie ontstaat als alles helemaal klopt bewijst het al aangehaalde, afsluitende tweeluik. Het is slechts een klein kritiekpuntje op deze ware ontdekkingstocht voor de getrainde ‘geluidsmasochist’, wie intense emoties en prachtige melodieën zal vinden verstopt tussen de ‘bak herrie’.

Gescheven voor Written in Music.

The Bug - Fire (2021)

poster
4,0
Makkelijker te lezen op The Bug - Fire | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com

Dat de UK producer Kevin Martin nooit stil zit is een understatement. Sinds 2019 heeft ‘ie alweer een King Midas Sound uit, een samenwerking uit met zangeres Dis Fig, een The Bug verzamelalbum en een niet aflatende stroom solo-releases onder de eigen naam (meer dan 10, sowieso). Slechts een greep uit zin recente werk, want telkens als je denkt van alles op de hoogte te zijn komt er toch weer een verborgen pareltje tevoorschijn uit zijn soms obscure discografie. Toch zullen veel fans zichzelf vooral afvragen waar het ‘echte’ vervolg is op de meest invloedrijke albums onder zijn The Bug naam: dub/grime/dancehall/noise splinterbom London Zoo en het meer introspectief gelaagde Angels & Devils. Die opvolger is er nu eindelijk met Fire.

Een beetje maatschappijkritiek en apocalyptische sfeer is bij The Bug nooit vreemd. Toch houden we het hart vast als zijn andere helft van King Midas Sound, poëet Roger Robinson, het noisy ambient intro begint met een situatieschets van mogelijk 4 jaar pandemie: . People were no longer arrested for not being vaccinated, now they were just terminated . Goed, donker is één ding, maar gaat dit album echt zo ver? Zit het cynisme en de frustratie van de huidige maatschappelijke- en sociale situatie zo diep dat we een verbitterd depressief album voor de kiezen krijgen in plaats van een lekkere lompe doorbeuker? Nee, gelukkig niet!

Meer dan ooit te voren voelt deze nieuwe worp als een gezellig onderonsje van mensen die elkaar kennen uit de UK Grime, dub en Dancehall scene. Naast Roger Robinson is daarbij een grote rol weg gelegd voor oude bekenden Flowdan en Manga Saint Hilare (die we in 2019 nog live zagen op Le Guess Who?), waar eerstgenoemde een rustgevende stem heeft zo donker als de nacht en Hilare juist hoge uithalen kent en als een gek op topsnelheid tekeer gaat. Het is een gemiste kans dat de twee niet samen op een track konden verschijnen hier. Underground sensatie Logan OLM switcht met het grootste gemak tussen dub en grime, maar heeft door zijn patois-klanken wel echt dat authentieke dancehall geluid.

MC FFSYTHO komt binnen deze stijl van het album misschien wel het meest zelfverzekerd en agressief voor de dag op How bout dat, enkel gesteund door simpel klokkenspel en dreunend luie dub beats gaat ze helemaal los. De UK Grime sound is op Fire dus het meest vertegenwoordigd. Maar Martin wedt niet enkel op hetzelfde paard, gelukkig niet. Zo zijn er haast geen woorden voor hoe giftig de raps en spoken word van de Amerikaanse Moor Mother je kamer komen binnenvallen, om nachtmerries van te krijgen. Gesteund door een stevige bak schelle noise en beats die zo lek zijn als een zwabberende luchtballon op het punt van neerstorten. Om bang van te worden. Enkel ragga pionier Freddy Daddy voelt wat misplaatst en cliché met de vrolijke track Ganja Baby – één keer raden wat het onderwerp is?

Zo zijn vooral die gastbijdrages verantwoordelijk voor het grote feest dat Fire is geworden. Vocalisten die kunnen zingen, rappen en praten over dub, danchall, grime, noise en industrial- en hardcore-beats. ZIjn muzikale inkleuring voelt hier vaak wat rudimentair en zeker minder gelaagd als anders. Meer uitgekleed. De donkere, lomp harde sfeer voelt vooral vertrouwd. Dit is geenszins erg als het zo geweldig blijft klinken als hier. Martin sloopt je speakers en je je oren, laat je woonkamer meetrillen en maakt de buren boos zoals weinig anderen dat kunnen binnen deze niche-stroming. Des te opvallender is dan de psychedelisch gelaagde grime van High Rise waar ambient, breaks, lompe beats en noise één geheel vormen en Manga Saint Hilare zijn raps ook nog eens meermaals over elkaar gelaagd zijn. De enige koptelefoon-waardige track op een vocaal gevarieerd, maar instrumentaal door-beuk album vooral gemaakt voor je speakers. Niet nadenken, maar genieten!

The Futureheads - The Chaos (2010)

poster
3,5
Bravo voor deze plaat. Alvast heerlijk onder het schoonmaken. Ook een beetje het bewijs dat brit rock nog steeds niet slaapverwekkend en energieloos hoeft te zijn. Eat that, Razorlight, Kaiser Chiefs, Bloc Party!
Kenmerkend dat de single een beetje misleidend is als een heel erge meezinger. Andere tracks zijn vreselijke stuiterballen met powerchord riffs die alle kanten op vliegen en waar het tempo gewoon veel hoger ligt. Altijd herkenbaar echter, vaak redelijk meezingbaar. Zo hoort het ook eigenlijk.

Knappe is dat de plaat wel herkenbaar is maar niet dodelijk saai en uitgekauwd. Een bal stuiterende energie met zoals gezegd veel snelle gitaar chords, springerende vocalen en laagjes Queen, hoe gek dat ook klinkt. Ook is er veel (post)punk in terug te vinden. Al met al maakt het geheel toch allemaal net even ietsje anders dan de huidige golf britse bandjes. Gelukkig maar!

The Icarus Line - Mono (2001)

poster
4,5
Ter ere van het nieuw verschenen album, alle platen maar weer eens langs gaan.

Dit kende ik eind 2001/begin 2002 destijds als 16 jarig jongetje. Het is moeilijk voor te stellen nu, maar ik behoorde tot een klein messageboard die de betrekkelijk onbekende rockband Muse aanbidden. Muse en onbekend, tsjah.... Op dat forum zaten veel Engelsen, maar ook veel Nederlanders en Fransen, waar Muse al vroeg bemind werd door licht alternatieve rock liefhebbers. Placebo, Radiohead en Coldplay behoorden, naast de Muse worship, tot de orde van de dag. Echter heb ik er ook nog wel vreemdere bands aan over gehouden. Queenadreena, The Cooper Temple Clause en dit The Icarus Line kon op een vast aantal fans rekenen.

Een beetje uit het oog verloren voor een paar jaar, is dat eigenlijk zonde, want diit komt dichter bij de muziek die ik nu luister, dan alles wat ik toen hoog aansloeg. Inderdaad, als iemand me toen kennis had laten maken met Unsane en andere noiserock, dan had mijn jeugd al een meer obscure stroomversnelling gehad. Echter, dat was nou eenmaal niet zo en ik deed het hier prima mee, naast wat experimentele britrock en veel mainstream pop/rock.

Nu terugkerend, sluit het inderdaad goed aan bij mijn huidige smaak. De noiserock invloed is duidelijk, maar ook hoor ik al wat psychedelica, waar ik nu niet vies van ben. Die "in the red" productie die zo duidelijk aanwezig is op hun nieuwe plaat, die is er hier ook wel. Dat rammelende schuurgevoel, vergezeld van veel feedback en daarna de volumeknop to 11. Dat was toen al veel te agressief en in your face en men is, ondanks dat producties nog veel slechter zijn geworden, wat deze sound betreft niet van mening veranderd.

Fijne mengeling van Noiserock, garagerock en wat psychedelica. Die psychedelische inslag zou later alleen nog maar meer worden. Hier jaagt alles toch wel erg fel door.

The Kills - Ash & Ice (2016)

poster
3,0
Ik wil dit duo beter vinden dan ik doe op dit album, want het zijn sympathieke mensen die echt van muziek houden, getuige ook bijvoorbeeld dit interview. Maar het trucje is oud geworden, denk ik. Nergens veer ik echt op en verrast word ik met name door de ballads, die meer emotie bevatten en oprechter klinken. Misschien moet de band eens een unplugged album vol ballads opnemen? Dit drumcomputer/gitaar/zang garagerock trucje kennen we nu en zo goed als hun eerste album zal het toch niet snel meer worden. Mits ze eens een keer wat echt anders doen, denk ik,.

The Men - Drift (2018)

poster
3,5
Maybe I'm Crazy start de plaat met lekkere electropunk en vleugjes no wave (die sax!), maar helaas krijgen we die stijl daarna niet meer te horen op dit nieuwe album. The Men vertraagd het tempo vooral heel erg op de meeste tracks en brengt zo zijn eigen ode aan slowcore, altcountry, folk en een beetje psychedelica.Drift is op die manier vooral een heel ruimtelijk, kaal en desolaat album geworden, vind ik dan. Doet me een beetje denken aan Gun Outfit, het tempo, maar ook de meerstemmigheid die soms opduikt. Iets als Meat Puppets hoor ik er ook wel in.

Niet echt origineel, maar voor The Men zelf is dit wel weer een nieuwe weg. Dat is best leuk, voor een band die zelden stilstaat en zich constant doorontwikkeld. Enkel met het 2 jaar geleden uitgekomen Devil Music leek die ontwikkeling juist achteruit te gaan, maar wellicht was dat een tussendoortje? Aangezien die ook op hun eigen labeltje was uitgebracht en niet op dit grotere Sacred Bones..

The Sadies - Favourite Colours (2004)

poster
3,5
Mja, ik ben beter gewend van deze band. Vooral veelzijdiger. Het is wel erg veilig allemaal. Of het is 60's countryrock, of het is psychedelische instrumental. A Burning Snowman is wat spannender en de 2 daaropvolgende nummers eigenlijk ook.

Maar Sadies waren toch altijd wat meer onvoorspelbaar: dat ging van surfrock, johnny cash, ruige garage, noiserock en snelle country. De voorganger was teveel Morricone en de opvolger is nog gladder dan dit album. Hier is het nog "net" wel aardig goed. Weer een stuk later zou de band weer spannender worden, daarover later meer.

The Smashing Pumpkins - Mellon Collie and the Infinite Sadness (1995)

poster
4,0
Dit album moeten ze een grote waarschuwingssticker op plakken: Pas op, verslavend!
Ik weet het nog 3 maanden geleden:
Hee Muse naar Pinkpop! Dat hoef je mij maar 1x te zeggen, de rest van de line-up kan dan nog zo bagger zijn, maar ik moet dan proberen te gaan. Die line-up die was dus verre van bagger. De Pumppkins als hoofdact?
Ohja dat is dat ene bandje van de grunge periode die ik nooit zo kon waarderen, omdat die zanger van die vage noten uit zn strot probeert te persen. Ach, je kan bij een eindact toch niet je kop houden en voor je uit staan staren. Opnieuw proberen dan maar. Eerst natuurlijk Gish en Siamese Dream. Verrek, die stem past eigenlijk best goed in de muziek. Na heel wat luisteren was het zover, de Pinkpopgig. WOW! Die was toch wel erg strak. Eenmaal weer thuis; Hee, een dubbelalbum ook nog es een keer. Je kunt ook overdreven he, een uurtje Pumpkins is wel genoeg he! Maar nee, blijkbaar niet. Dit album leek zelfs iets mooier, complexer, harder en zachter dan Siamese Dream. Tot vandaag aan toe het album steeds per cd geluisterd, dus OF cd 1 OF cd 2. Dit leek me genoeg, anders zou het weleens overkill kunnen worden toch? Ach, ik had vanavond niks te doen en na deel 1 gewoon deel 2 erachteraan gegooit. Hee, dat gaat eigenlijk best goed. Eerlijk gezegd had ik het niet eens door dat ik alweer 2 uur verder was. Het enige punt dat ik misschien kan maken is dat de volgorde opo disc 2 wat anders mocht. Na X.Y.U is het wel erg jammer dat er op die laatste 5 nummertjes nog niet 1 beukertje zit ofzo, alsof alle energie na X.Y.U weg was. Nu ja, gelukkig zijn het topnummers. De afsluiter vind ik echter nog niet superbijzonder, maar wel gewoon goed. Ook valt het me op dat ik elke keer nog steeds zo ondersteboven ben van X.Y.U. Ik ben toch Tool gewend en Muse? Dit is lekker geweld en gewoon goed rocken, maar wat is hier zo bijzonder aan? Ik weet het niet, maar het werkt wel.

Hoogtepunten: Hee, wat is dat nu weer voor vraag. Goed, daar gaat ie dan: Tonight Tonight, Jellybelly, Zero, Fuck You, Porcelina, Scorched Earth, X.Y.U.
Minpunten: Nog zo'n stomme vraag! Farewell and Goodnight lichtelijk? Nee, eigenlijk ook niet.

Een dubbelalbum dat volledig boeit. Dat is me eigenlijk alleen maar gelukt met Ayreon - The Human Equation en zelfs die niet volledig.

Ciijfer? tsja, een 5* is wel heel veel he? dat moet toch ook geen gewoonte worden. Nu vooruit 5* voor deze keer dan, omdat ik moet bekennen dat ik vooral vanaf na Pinkpop toch 3 kwart van mijn muzikale tijd besteed aan SP muziek.
Oja, tot mijn schaamte moet ik bekennen dat ik het Pumpkins materiaal tot nu toe alleen op mn pc heb. Geen flut mp3 natuurlijk, FLAC uiteraard. Tsjah ik spaarde voor mijn vakantie naar Spanje (over 2 weken) en ik wil ook nog steeds Twin Peaks serie. Maargoed, als ik mijn geld weer es ergens anders aan kan besteden moet ik minimaal MC en SD maar in huis halen dacht ik zo.

Ik ben alweer uitgeschoten in lengte met dit bericht zie ik, oeps.

The Staple Singers - Freedom Highway Complete (2015)

Alternatieve titel: Recorded Live at Chicago's New Nazareth Church

poster
4,5
Dit fake je gewoon niet: oprechte soul en blues met een 'southern' stroperigheid. Gitaarlijnen die van invloed waren op CCR, The Band en Ry Cooder. Andere koek dan de Stax funk van de Staples. Eigenlijk is dit minstens net zo tof. Geluidskwaliteit? Ja, die is wel lo-fi haha. Gospel en reli-pop? Ja, dat ook. Maar ik zou er bijna van gaan geloven...bijna dan toch! Checken!

The Thermals - We Disappear (2016)

poster
3,5
Jaaa, een nieuwe!

My Heart Went Cold, this I know. I Pushed you away OH OH OH!
De eerste 3 nummers kunnen zich met gemak meten met het beste materiaal van de band en dat is knap op je 7de plaat, haha. Thinking of You is ook geweldig.

2 foutjes zijn er te vinden op het album, namelijk The Great Dying en Years in a Day. Die eerste is een soort powerballad met noiserock riffs en theatrale zang, die 2de is een desolate tranentrekker en gespeeld op schildpad-snelheid. 2 foutjes op een album van krap een half uur is eigenlijk teveel. Koppel daaraan een overproductie waarbij de band iets gelikter klinkt. Kritiek genoeg, maar bij deze band ben ik altijd wat meer vergevingsgezind. Is door de Ooh's en Aah's nog het best te vergelijken met het Now We Can See album, denk ik.

The Uncluded - Hokey Fright (2013)

poster
3,5
Dit past precies in mijn straatje van alternatieve, ietwat vreemde Hip-Hop. Ik liet dit een vriend van me horen en hij weigerde te accepteren dat dit Hip-Hop zou zijn (gebrek aan duidelijke beats enzo), "oh ben je er zo 1" dacht ik dan maar. Jammer.

Maargoed, Kimya Dawson ken ik alweer wat jaartjes. Ze brengt veel teveel uit en alles gaat een beetje op elkaar lijken op den duur. Lo-Fi singer-songwriter met vaak sarcastische, donkere teksten en een humoristische ondertoon. Je moet er niet teveel van horen, maar leuk is het wel,.
Aesop ben ik ietsje minder bekend mee, maar wat ik ken vind ik wel goed. Niet de eerste samenwerking tussen de 2, dat was op Kimya's vorige album en ik geloof ook op Aesop's Skelethon? Een heel album zat er dus wel een keertje aan te komen.

Verrassend genoeg is die redelijk geslaagd, als je er van houdt. Het is alleen een beetje onevenwichtig, qua geluid. Dan bedoel ik niet de song structuren, die zijn op het eentonige af wel vrij hetzelfde, maar dan heb ik het over het verschil in productietechniek. Soms krijgen ze op 1 nummer beide de eerste stem toegewezen, zodat het nogal vlak gaat klinken, er is geen verdeling over wie de leider is en wie de 2e stem op zich neemt. Delicate Cycle en Earthquake zijn hier goede voorbeelden van. Zo wordt het wat onnodig slordig. Ook is het album wat te lang, met nummers die wel grappig, maar toch onnodig zijn.

Er zijn gelukkig genoeg positieve punten te noemen, want als het werkt dan werkt het erg goed. Aesop past zich vaak aan naar de lo-fi folk voorkeuren van Kimya en dat werkt verrassend goed. Anderzijds probeert Kimya af en toe te rappen en dat het niet storend of slecht is kan ook alleen maar bewonderenswaardig genoemd worden. Waar de toon van de muziek vaak vrolijk is, zijn de teksten dat niet. Soms wordt ook de muziek donker, zoals in Tv on 10 en dat is ook gelijk een hoogtepuntje.

Verdere hoogtepunten zijn voor mij Organs, dat gaat over het belang van orgaandonor zijn, Alligator met zijn vreemde tekst over porno en toch ook wel het iets te lange Tits Up, dat in de jaren 90 cool was geweest, maar nu eigenlijk niet meer kan. Toch komen ze ermee weg.

Dat het zo goed werkt is knap, maar dat dit niet voor iedereen is weg gelegd is vrij logisch. Je moet er maar net tegen kunnen, het luchtige sfeertje met het "verborgen" tekstueel donkere toontje. Mocht het duo nog een tweede album maken en dat zie ik nog wel gebeuren, valt er nog genoeg te verbeteren. Met name het productie probleem met de vocalen is snel verholpen, aangezien het op de meeste nummers gewoon goed gaat hier. Een korter album is ook zeker een goed idee. Tot die tijd zal ik selecteren en naar sommige nummers graag terugkeren, anderen wat minder,

They Hate Change - Finally, New (2022)

poster
4,0
Ben ik tegen gekomen bij mijn grote promo schoonmaakronde. Gaat definitief in de kast en met terugwerkende kracht nog mijn (oude) verhaaltje hier:

They Hate Change is een hiphopduo uit Tampa, Florida bestaande uit Vonne en Andre. Al jaren maken ze echt huiskamerproducties. lo-fi, vol oldskool synthesizers en drumcomputers. Soms uit zich dat in modernere trap- en cloudrap producties en soms een ouderwets jazz sampletje. Niets nieuws onder de zon, horen we jullie denken. Maar interessanter wordt het als de twee zich echt verdiepen in lokale en internationale electronic cultuur en daar ene draai aan geven. Om een lang verhaal kort te maken heeft die niche Florida danscultuur – met genres zoals Jook, Miami Bass en Florida Breaks – een grote overlap in sound met de UK electronic en hiphop culturen. Subgenres als UK Garage, Jungle, Drum’n Bass en Rave vermengt dit duo dan ook naadloos met hun lokale sound.

Nu zijn ze dus opgepikt door de grotere indie platenmaatschappij Jagjaguwar (onder andere bekend van getekenden als Angel Olsen en Dinosaur Jr.) en het ziet er gelijk allemaal iets gelikter uit. Mooiere vormgeving, toffere video’s en om eerlijk te zijn: ook een meer rechtlijnige sfeer. Waar eerdere albums namelijk nog wel mixtape-achtig aanvoelden, zit de flow er goed in hier en gaat het zelfs zo naadloos soms dat het moeilijk te zeggen is wanneer een track begint of eindigt. Zelfs het gebruik van subgenres verandert heel geleidelijk op Finally, New. Op tracks als opener Stuntro en Who’s Next horen we namelijk nog diepe bassen die meer doen denken aan dubmuziek. Je weet wel, Adrian Sherwood etc. Een beetje grime komt ook voorbij en zelfs wat 90’s scratchwerk. Maar even later vliegen de jungle breaks en rave synths je om de oren, waar de raps al even ritmisch en snel klinken. Om bij From the Floor het album af te sluiten met scheuten ambent en psychedelica.

Tekstueel is Finally, New helemaal een verhaal apart. Qua geluid klinkt het duo namelijk rauw, met invloeden uit 90’s gangsta rap en UK Grime. Toch wordt de luisteraar hier voor de gek gehouden als blijkt dat er een hele encyclopedie aan in-jokes en cultuurgeschiedenis wordt opengetrokken. Referenties met betrekking tot thuisbasis Florida, maar ook net zo makkelijk de UK postpunk. De beste voorbeelden hiervan vinden we op Some Days I Hate My Voice waar in 1 free form rap van Vonne dingen genamedropped worden als: trans soulzangeres Jackie Shane, de engel Metatron, modemerken Chanel en Ralph Lauren, plus punkbands Black Flag en X-Ray Spex (dat later nog eens zijn eigen titeltrack krijgt). Hoe al deze invloeden met elkaar verbonden worden is bijzonder.

Finally, New is muzikaal zeer gevarieerd dus, maar met het hart wel duidelijk bij het vermengen van de niche culturen in zowel Florida als UK. Tekstueel put het duo uit een nog iets obscuurder vaatje, met veel ‘knipper even met je ogen’ of ‘klapper even met je oren’ (hah!) referenties die je mist omdat ze te snel gaan of simpelweg die ene oneliner niet snapt. Zo is het eigenlijk altijd wel een zoektocht door gender-identiteit, politiek, kunst, muziek- en danscultuur. Ondanks dat voelt het nooit zwaar aan en luistert het heerlijk weg. Bijzonder albumpje dit!

Thrice - Beggars (2009)

poster
3,0
Thrice, toch een bandje wat ik graag volg en dat is alleen maar meer geworden, nu ze zo aan het experimenteren geslagen zijn, wat begon met Vheissu en opbloeide met The Alchemy Index.
Het pakt niet altijd goed uit, maar de band neemt risico's en daar houd ik wel van.

Op de Alchemy Index 1 en 2 na, miste ik toch altijd wat. Wat dat album zo bijzonder maakte, is dat er knalharde nummers opstonden, vergezeld van experimenteel Radioheadachtig werk, met een bite.

Ik was dus wel weer benieuwd naar Beggars.
Het album start fel, met gelijk 2 van de beste nummers. Het knalt echter met nummer 3 gelijk in ballad . Niet erg, want ze hebben wel vaker bewezen dat ze dat aankunnen. Zo ook hier, mooi emotioneel nummer.
We gaan verder met het slechtste nummer van het album. Nouja gewoon wisselvallig. Weinig boeiend piano gepingel, met een toch wel vette riff en refrein. Nee dat pakt me niet zo.
Hierna word de koers gewoopn weer goed op gepakt, maar word het een tijde niet zo bijzonder meer als die eerste 3 nummers. Dit komt pas weer met Talking Through Glass en ook Beggars. Eerstgenoemde hakt er erg stevig in en is gewoon lekker, waarschhijnlijk het stevigste van het album. Beggars is 1 van de meest emotionele dingen die ik Thrice heb horen doen. Het begint wat ballad achtig, maar al snel met overslaande stem en dan vallen de gitaren in....hemels.

Waar de productie op Alchemy nog weleens vol was, mede door alle instrumenten en rare echo's op de zang, is het hier weer stripped down. Dit geldt ook voor de instrumentatie. Wat gitaar, piano, bas en 2 zangers, dan heb je het wel gehad. Geen zware echo, geen poespas. Persoonlijk vind ik dit wel fijn. Nog steeds een erg natuurlijke productie en nergens te hard of te zacht, mooi!


Kom ik weer terug bij het begin, want ik mis weer wat namelijk. Het Radiohead gehalte met een hardcore inslag is hier flink aanweig, met hier en daar een uitschieter. Was Alchemy index 1+2 misschien wat apart en experimenteel, is het hier misschien wat veilig. Ik kan niets zeggen over de instrumentbeheersing, zang, emotie en zelfs de productie is helemaal getroffen, maar als de band teveel vervalt in Radiohead geneuzel zonder echt experiment, mogen ze van mij OF meer gaan experimenteren OF juist wat harder uit de hoek komen.

Dit hangt er dan net tussenin en dan kom ik bij een gebruikelijke Thrice score. Ik draai nu The Illusion of safety, en hoewel niet echt experimenteel wel een erg pittige licht experimentele hardcore plaat. Die gaat nog het hoogst eindigen waarschijnlijk.

Thrice - The Illusion of Safety (2002)

poster
4,0
Dit was Thrice!

Inmiddels heb ik geloof ik 5 albums gehoord van de band en als er 1 band is de ontwikkeling door heeft gemaakt dan zijn zij het wel. Niet altijd positief, maar stilstand is vaak achteruitgang, dus het blijft interessant.

Een Thrice met een zeer eigen gezich op dit album, maar hoe relevant is dat nog?
Aardig relevant denk ik, aangezien ze toch hebben meegeholpen aan een nieuwe trend waarschijnlijk. Hard- en Metalcore bandjes die het leuk vinden om cleane zang af te wisselen met screams, hebben denk ik toch wel erg goed naar deze plaat geluisterd.
Nu zijn zowel Hardcore en Metalcore mijn genre niet altijd, maar vooral voor die 2e categorie kwam de afwisseling van clean en ruig pas laat en ik kan me niet voorstellen dat deze plaat niet belangrijk geweest is.

Hier klinkt het namelijk WEL goed en belangrijker, het was geen duidelijk genre.
Instrumentaal zeer goed al, voor zo'n vroege plaat in hun carrière. Sowieso de plaat met de meeste solo's en die klinken heerlijk melodieus en snel. Het solo werk deed me wel eens denken aan Atreyu, mede door de hardcore setting. Die begonnen bij The Curse duidelijker met solo's te werken, dus wie weet is dit plaatje hier wel van invloed op geweest.
Ook een heerlijke bas, die vaak prominent opduikt. Als laatste hebben we dan nog de afwisseling tussen veelal cleane vocalen en wat screams. Hier klinkt het dus totaal niet uitgekauwd, zo moet het.

Mijn opsomming klinkt nog als een vrij standaard Metal/Hardcore plaatje, maar het is juist de afwisseling in instrumentale toon, de verschillende maatsoorten en de afwisslende zang die allemaal effectief gebruikt worden, dat maakt het zo'n perfect geheel. Het is geen Metal(core), geen Hardcore, geen emorock, dit was Thrice.

Als negatief puntje zou je nog kunnen zeggen dat alles een beetje hetzelfde klinkt, maar in de nummers zelf zitten genoeg technische details en alles raast gewoon heerlijk voorbij.
De beste Thrice, al ben ik niet rouwig om hun ontwikkeling. Nog steeds een goede band, maar wel een band van uitersten. Soms geweldige dingen en soms weer wat saai. In het ergste geval is het GEWOON goed en dat betekend dat het ook niet heel bijzonder is.