Hier kun je zien welke berichten CorvisChristi als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Paradise Lost - Lost Paradise (1990)

4,5
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 21 januari 2015, 22:02 uur
Met deze debuutplaat schreef Paradise Lost direct geschiedenis. De impact, de sfeer, de stijl, de grunt: alles klopte en onderscheidde de band ook meteen met de rest van de concurrentie.
Dreigend, doods, deprimerend, destructief dendert deze debuutplaat (zeg dat eens tien keer achter elkaar...
) van deze legendarische band, elke keer als ik 'm hoor, over me heen en laat me hulpeloos en eenzaam achter in een behoorlijk zwartgallige en sombere, maar tegelijkertijd bloed-enthousiaste stemming. Want wát een plaat is dit. Weergaloos zijn nummers als "Deadly Inner Sense", "Our Saviour" en "Rotting Misery".
Toegegeven...ik luister 'm absoluut niet vaak. Het is namelijk wel i.m.o. een plaat waar je zin in moet hebben. Maar als ie dan eenmaal opstaat.....WOW!! En zo blijft het ook gaaf. Zo eens in de zoveel tijd knallen met Lost Paradise. Die magie die dan ontstaat is nauwelijks te omschrijven.
Elke keer moet ik ook gniffelen als ik de bandfoto op de hoes zie. Nick Holmes, dat bescheiden ogende jochie met dat blonde haar.... Kwam daar toentertijd werkelijk zo'n geluid uit?? Satan zelf zou zich nog bergen als hij die doodsrochels zou horen!!
Wat overigens ook een aparte vermelding krijgt van mij, is de intrigerende, i.m.o. behoorlijk controversiële albumhoes. Wat zouden ze daar toch mee bedoelen, naast het feit dat het een toekomstvisie zou kunnen zijn waarbij technologie heerst over het derde rijk? En hoe zou het met dat symbool zitten?
In ieder geval dus een zwaar overtuigend debuut-album van een band die daarna een zeer interessante ontwikkeling door zou maken, wat begon met de opvolger "Gothic", die dit album wat mij betreft nog wist te overtreffen ook!!
Dreigend, doods, deprimerend, destructief dendert deze debuutplaat (zeg dat eens tien keer achter elkaar...
) van deze legendarische band, elke keer als ik 'm hoor, over me heen en laat me hulpeloos en eenzaam achter in een behoorlijk zwartgallige en sombere, maar tegelijkertijd bloed-enthousiaste stemming. Want wát een plaat is dit. Weergaloos zijn nummers als "Deadly Inner Sense", "Our Saviour" en "Rotting Misery".Toegegeven...ik luister 'm absoluut niet vaak. Het is namelijk wel i.m.o. een plaat waar je zin in moet hebben. Maar als ie dan eenmaal opstaat.....WOW!! En zo blijft het ook gaaf. Zo eens in de zoveel tijd knallen met Lost Paradise. Die magie die dan ontstaat is nauwelijks te omschrijven.
Elke keer moet ik ook gniffelen als ik de bandfoto op de hoes zie. Nick Holmes, dat bescheiden ogende jochie met dat blonde haar.... Kwam daar toentertijd werkelijk zo'n geluid uit?? Satan zelf zou zich nog bergen als hij die doodsrochels zou horen!!
Wat overigens ook een aparte vermelding krijgt van mij, is de intrigerende, i.m.o. behoorlijk controversiële albumhoes. Wat zouden ze daar toch mee bedoelen, naast het feit dat het een toekomstvisie zou kunnen zijn waarbij technologie heerst over het derde rijk? En hoe zou het met dat symbool zitten?
In ieder geval dus een zwaar overtuigend debuut-album van een band die daarna een zeer interessante ontwikkeling door zou maken, wat begon met de opvolger "Gothic", die dit album wat mij betreft nog wist te overtreffen ook!!
Paradise Lost - Paradise Lost (2005)

4,0
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 19 januari 2015, 20:04 uur
Sinds het album In Requiem uit 2007 was ik weer gaan geloven in het Paradise Lost-verhaal, nadat ik ze jarenlang redelijk uit het oog verloren was. Sinds het album Host had ik het idee dat ze erg zoekende waren naar hun sound, wat i.m.o. ten koste ging van het imponerende en sombere karakter van hun stijl die ik t/m Draconian Times zo'n beetje verafgode.
Mijn twijfels sloegen toe met One Second. Ja, ik hoor nog steeds tot op de dag van vandaag dat het een goede plaat is (Paradise Lost zal ik nooit betrappen op het schrijven van matige tot slechte songs), maar het klonk in één keer allemaal zo soft en gladgestreken. Wáár was in vredesnaam die donkere gitaarmuur gebleven, die dramatische gitaar-uitspattingen van Greg Mackintosh?? Nick Holmes die spontaan veranderd was in een wel érg goede zanger, waar alle rauwe randjes van afgestroopt bleken te zijn?? Mheeehhh!!!!
Die lijn werd doorgetrokken met Host, de plaat waarmee ik afhaakte toentertijd. Believe in Nothing ging vervolgens als een zucht in de wind aan me voorbij.
Het was pas met Symbol of Life dat ik het weer probeerde, alleen imponeerde die plaat me toen ook niet.
Met dit titelloze tiende studio-album hoorde ik destijds dat de band weer langzamerhand op het goede spoor waren beland. Echter vond ik ook deze plaat het net niet hebben: te poppy, te glad, te netjes.
Nu, zo'n slordige tien jaar later, kan ik het allemaal veel beter hebben. De afgelopen tijd zijn vooral dit album, maar ook voorganger Symbol of Life me veel beter gaan bevallen. De nummers klinken stuk voor stuk lekker in het gehoor, blijven hangen en iets van die druilerige Paradise Lost-dramatiek die de albums van weleer zo indrukwekkend maken, is op een weliswaar ietwat bescheiden, maar toch ook vertrouwde manier heerlijk door de nummers heen verweven. Overigens mag ook de heldere, puike, maar vooral knallende productie van Rhys Fulber (hij tekende ook al voor Symbol of Life) ook zeker niet onvermeld blijven.
Qua sound staat dit album toch ook een stuk dichter bij Draconian Times dan bijvoorbeeld One Second. Als album klinkt deze persoonlijk ook veel lekkerder in het gehoor dan One Second en zou stiekem eigenlijk voor de opvolger van Draconian Times door kunnen gaan. Niet dat dit album dan ook maar het niveau van Draconian Times bereikt, maar zo'n plaat is ook eigenlijk niet te overtreffen.
Dat hoeft dus ook niet. Als het maar goed en degelijk klinkt. En het moet gezegd...zo klinkt dit album gewoon. OK, de zang van Nick Holmes is goed, maar braafjes. Echter staan de songs toch wel als een huis. Vooral de eerste helft knalt er goed in, met "Don't Belong", "Grey", "Redshift" en "Forever After".
Naarmate de plaat vordert, kakt ie wel een beetje in. Gelukkig wordt het algehele niveau toch weer opgekrikt met afsluiter "Over the Madness", waar ook eindelijk de huilende gitaar van Mackintosh weer mag schitteren als vanouds. Het zijn overigens wel zijn kenmerkende gitaar-partijen die ik redelijk mis op deze plaat. Waren die prominenter aanwezig geweest, was deze plaat nog beter geweest.
Van de twee bonustracks is vooral "A Side You'll Never Know" best goed, waarmee de band ook bewijst dat in veel gevallen die extra tracks / B-kantjes degelijk de moeite waard zijn.
Anyway, mij hoor je niet meer klagen. Deze Paradise Lost heeft me na al die jaren dan toch weten te raken en dat had ik eigenlijk niet meer verwacht. Het heeft me zelfs zo ver gebracht ook de rest van de 'mindere' platen weer een kans te geven. Ja, zelfs Host en Believe in Nothing zullen niet aan mij ontkomen.
Gelukkig is het het mooiste nog, dat het i.m.o. vanaf In Requiem het weer allemaal écht beter zou worden.
In ieder geval waren ze met deze plaat weer op de goede weg.
Mijn twijfels sloegen toe met One Second. Ja, ik hoor nog steeds tot op de dag van vandaag dat het een goede plaat is (Paradise Lost zal ik nooit betrappen op het schrijven van matige tot slechte songs), maar het klonk in één keer allemaal zo soft en gladgestreken. Wáár was in vredesnaam die donkere gitaarmuur gebleven, die dramatische gitaar-uitspattingen van Greg Mackintosh?? Nick Holmes die spontaan veranderd was in een wel érg goede zanger, waar alle rauwe randjes van afgestroopt bleken te zijn?? Mheeehhh!!!!
Die lijn werd doorgetrokken met Host, de plaat waarmee ik afhaakte toentertijd. Believe in Nothing ging vervolgens als een zucht in de wind aan me voorbij.
Het was pas met Symbol of Life dat ik het weer probeerde, alleen imponeerde die plaat me toen ook niet.
Met dit titelloze tiende studio-album hoorde ik destijds dat de band weer langzamerhand op het goede spoor waren beland. Echter vond ik ook deze plaat het net niet hebben: te poppy, te glad, te netjes.
Nu, zo'n slordige tien jaar later, kan ik het allemaal veel beter hebben. De afgelopen tijd zijn vooral dit album, maar ook voorganger Symbol of Life me veel beter gaan bevallen. De nummers klinken stuk voor stuk lekker in het gehoor, blijven hangen en iets van die druilerige Paradise Lost-dramatiek die de albums van weleer zo indrukwekkend maken, is op een weliswaar ietwat bescheiden, maar toch ook vertrouwde manier heerlijk door de nummers heen verweven. Overigens mag ook de heldere, puike, maar vooral knallende productie van Rhys Fulber (hij tekende ook al voor Symbol of Life) ook zeker niet onvermeld blijven.
Qua sound staat dit album toch ook een stuk dichter bij Draconian Times dan bijvoorbeeld One Second. Als album klinkt deze persoonlijk ook veel lekkerder in het gehoor dan One Second en zou stiekem eigenlijk voor de opvolger van Draconian Times door kunnen gaan. Niet dat dit album dan ook maar het niveau van Draconian Times bereikt, maar zo'n plaat is ook eigenlijk niet te overtreffen.
Dat hoeft dus ook niet. Als het maar goed en degelijk klinkt. En het moet gezegd...zo klinkt dit album gewoon. OK, de zang van Nick Holmes is goed, maar braafjes. Echter staan de songs toch wel als een huis. Vooral de eerste helft knalt er goed in, met "Don't Belong", "Grey", "Redshift" en "Forever After".
Naarmate de plaat vordert, kakt ie wel een beetje in. Gelukkig wordt het algehele niveau toch weer opgekrikt met afsluiter "Over the Madness", waar ook eindelijk de huilende gitaar van Mackintosh weer mag schitteren als vanouds. Het zijn overigens wel zijn kenmerkende gitaar-partijen die ik redelijk mis op deze plaat. Waren die prominenter aanwezig geweest, was deze plaat nog beter geweest.
Van de twee bonustracks is vooral "A Side You'll Never Know" best goed, waarmee de band ook bewijst dat in veel gevallen die extra tracks / B-kantjes degelijk de moeite waard zijn.
Anyway, mij hoor je niet meer klagen. Deze Paradise Lost heeft me na al die jaren dan toch weten te raken en dat had ik eigenlijk niet meer verwacht. Het heeft me zelfs zo ver gebracht ook de rest van de 'mindere' platen weer een kans te geven. Ja, zelfs Host en Believe in Nothing zullen niet aan mij ontkomen.
Gelukkig is het het mooiste nog, dat het i.m.o. vanaf In Requiem het weer allemaal écht beter zou worden.
In ieder geval waren ze met deze plaat weer op de goede weg.
Paradise Lost - The Anatomy of Melancholy (2008)

4,5
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 21 januari 2015, 21:29 uur
Sterk live-album (en DVD) van een band die ik zeker in hun beginperiode op handen heb gedragen.
Het biedt een prima overzicht van oud en nieuw(er) materiaal, waardoor een mooi totaalplaatje ontstaat. Verder is het geluid en de vertolking van de songs prima in orde.
Ook is het erg prettig dat nummers zoals "So Much Is Lost" en "Mouth" in deze live-uitvoeringen veel steviger voor de dag komen dan de originele studio-versies. Op een gegeven moment begon de sound en het softe materiaal waar de band mee op de proppen kwam me namelijk redelijk tegen te staan.
Wat een verademing is het dan ook dat deze nummers hier veel beter tot hun recht komen.
Feit blijft wel dat het oude werk (t/m Draconian Times) toch over het algemeen véél imposanter klinkt en op de één of andere manier hoor je dat ook terug op deze live-registratie. Waar ik dat bij later werk minder heb, is het gewoon zo dat elke keer als ik ook maar de eerste noten van bijvoorbeeld nummers als "Forever Failure", "Embers Fire", "As I Die" en "True Belief" hoor, het kippenvel op mijn huid naar ongekende hoogten stijgt. Als dan ook nog eens klassiekers zoals "Eternal" en zelfs "Gothic" van stal worden gehaald, is het feest bijna compleet.
Hoezo, bijna? Tja, materiaal van het illustere, maar geweldige debuut-album ontbreekt.
Concreet is dit verder dus gewoon een heel erg fijn live-document van een band die vooral de laatste 8 á 10 jaar het heilige vuur van weleer behoorlijk goed heeft terug weten te vinden.
Mijn eindcijfer is gebaseerd op het totaalpakket, aangezien de DVD natuurlijk niet mag ontbreken.
Het biedt een prima overzicht van oud en nieuw(er) materiaal, waardoor een mooi totaalplaatje ontstaat. Verder is het geluid en de vertolking van de songs prima in orde.
Ook is het erg prettig dat nummers zoals "So Much Is Lost" en "Mouth" in deze live-uitvoeringen veel steviger voor de dag komen dan de originele studio-versies. Op een gegeven moment begon de sound en het softe materiaal waar de band mee op de proppen kwam me namelijk redelijk tegen te staan.
Wat een verademing is het dan ook dat deze nummers hier veel beter tot hun recht komen.
Feit blijft wel dat het oude werk (t/m Draconian Times) toch over het algemeen véél imposanter klinkt en op de één of andere manier hoor je dat ook terug op deze live-registratie. Waar ik dat bij later werk minder heb, is het gewoon zo dat elke keer als ik ook maar de eerste noten van bijvoorbeeld nummers als "Forever Failure", "Embers Fire", "As I Die" en "True Belief" hoor, het kippenvel op mijn huid naar ongekende hoogten stijgt. Als dan ook nog eens klassiekers zoals "Eternal" en zelfs "Gothic" van stal worden gehaald, is het feest bijna compleet.
Hoezo, bijna? Tja, materiaal van het illustere, maar geweldige debuut-album ontbreekt.
Concreet is dit verder dus gewoon een heel erg fijn live-document van een band die vooral de laatste 8 á 10 jaar het heilige vuur van weleer behoorlijk goed heeft terug weten te vinden.
Mijn eindcijfer is gebaseerd op het totaalpakket, aangezien de DVD natuurlijk niet mag ontbreken.
Peter Baumann - Romance '76 (1976)

4,0
1
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 2 juni 2016, 22:38 uur
Het debuut solo-album van Peter Baumann laat duidelijk een componist horen die naast zijn bijdrage in Tangerine Dream, zich ook prima alleen staande weet te houden.
Romance '76 laat voor een deel qua sound exact horen waar Tangerine Dream in die tijd voor stond. Met het enige verschil dat Peter Baumann zich duidelijk in die periode onderscheidde door opvallende melodielijnen toe te voegen aan zijn muziek. Iets wat rond 1976 binnen Tangerine Dream pas ontwikkeld werd vanaf het Stratosfear-album.
En het moet gezegd, opener "Bicentennial Present" laat al net zo'n opvallend thema horen als het titelnummer van Stratosfear doet. Het is in ieder geval een overtuigende binnenkomer.
Opvolger "Romance" is wat meer simplistisch van aard, maar laat wel erg fijn licht subtiel sequencer-werk horen en de melodie zou niet misstaan hebben in een nummer van onze landgenoten van Nova/Peru. Het is een heel prettig nummer wat iets zacht-aardigs over zich heeft. En ook hier is die alom bekende Tangerine Dream-sound in alles terug te horen. Erg kan ik het niet vinden, gezien het gewoon erg lekker klinkt.
"Phase by Phase" had absoluut, zonder twijfel zo op het Stratosfear-album kunnen staan. Geweldige melodielijnen op een effectieve, ritmische ondersteuning zorgt voor een prima, ergens wat intrigerend nummer.
"Meadow of Infinity (Part 1)" is dan opeens een heel ander verhaal. Ietwat spookachtig vanwege de grillige vocalen en opvallend percussiewerk, is dit nummer eerder iets wat op een Heaven and Hell van Vangelis had kunnen staan. Het klinkt wel erg verrassend en biedt een prima afwisseling na de vorige drie tracks die toch diep geworteld in de beste Tangerine Dream-traditie zitten.
"The Glass Bridge" gaat direct verder waar het vorige nummer ophield en zet de trend verder door met in het begin duidelijk wat heftiger percussiewerk en forse aanslagen op de synths. Vrij snel daarna wordt de muziek wat geheimzinniger en is het de combinatie van apart percussiewerk, naargeestige zang die her en der sporadisch opduikt en dwalerige synth-melodieën die de rest van het nummer kenmerken.
"Meadow of Infinity (Part 2)" sluit het album op vakkundige wijze af en vormt tevens een waardig en allesomvattend slot van het drieluik waar de vorige twee tracks ook toe behoren. Sterke thema's groeien tot grootse proporties uit en het lijkt alsof middels dit coda, Peter Baumann even wil bewijzen dat hij in staat is om met veel overtuiging, even alles uit de kast te trekken. Het levert in ieder geval een sterk slot op van een debuut waarmee Peter weliswaar nog teveel bivakkeert in het Tangerine Dream-kamp; het neemt niet weg dat hij zich wel degelijk een begenadigd componist mag benoemen.
Persoonlijk ben ik heel blij dat ik dit album heb weten te bemachtigen, gezien het geweldige Esoteric Reactive-label heeft besloten dit jaar (40 jaar na het verschijnen van Romance '76), deze opnieuw uit te brengen op CD.
Voor liefhebbers van elektronische muziek in het algemeen en zeker Tangerine Dream in het bijzonder is dit album niet te missen.
Romance '76 laat voor een deel qua sound exact horen waar Tangerine Dream in die tijd voor stond. Met het enige verschil dat Peter Baumann zich duidelijk in die periode onderscheidde door opvallende melodielijnen toe te voegen aan zijn muziek. Iets wat rond 1976 binnen Tangerine Dream pas ontwikkeld werd vanaf het Stratosfear-album.
En het moet gezegd, opener "Bicentennial Present" laat al net zo'n opvallend thema horen als het titelnummer van Stratosfear doet. Het is in ieder geval een overtuigende binnenkomer.
Opvolger "Romance" is wat meer simplistisch van aard, maar laat wel erg fijn licht subtiel sequencer-werk horen en de melodie zou niet misstaan hebben in een nummer van onze landgenoten van Nova/Peru. Het is een heel prettig nummer wat iets zacht-aardigs over zich heeft. En ook hier is die alom bekende Tangerine Dream-sound in alles terug te horen. Erg kan ik het niet vinden, gezien het gewoon erg lekker klinkt.
"Phase by Phase" had absoluut, zonder twijfel zo op het Stratosfear-album kunnen staan. Geweldige melodielijnen op een effectieve, ritmische ondersteuning zorgt voor een prima, ergens wat intrigerend nummer.
"Meadow of Infinity (Part 1)" is dan opeens een heel ander verhaal. Ietwat spookachtig vanwege de grillige vocalen en opvallend percussiewerk, is dit nummer eerder iets wat op een Heaven and Hell van Vangelis had kunnen staan. Het klinkt wel erg verrassend en biedt een prima afwisseling na de vorige drie tracks die toch diep geworteld in de beste Tangerine Dream-traditie zitten.
"The Glass Bridge" gaat direct verder waar het vorige nummer ophield en zet de trend verder door met in het begin duidelijk wat heftiger percussiewerk en forse aanslagen op de synths. Vrij snel daarna wordt de muziek wat geheimzinniger en is het de combinatie van apart percussiewerk, naargeestige zang die her en der sporadisch opduikt en dwalerige synth-melodieën die de rest van het nummer kenmerken.
"Meadow of Infinity (Part 2)" sluit het album op vakkundige wijze af en vormt tevens een waardig en allesomvattend slot van het drieluik waar de vorige twee tracks ook toe behoren. Sterke thema's groeien tot grootse proporties uit en het lijkt alsof middels dit coda, Peter Baumann even wil bewijzen dat hij in staat is om met veel overtuiging, even alles uit de kast te trekken. Het levert in ieder geval een sterk slot op van een debuut waarmee Peter weliswaar nog teveel bivakkeert in het Tangerine Dream-kamp; het neemt niet weg dat hij zich wel degelijk een begenadigd componist mag benoemen.
Persoonlijk ben ik heel blij dat ik dit album heb weten te bemachtigen, gezien het geweldige Esoteric Reactive-label heeft besloten dit jaar (40 jaar na het verschijnen van Romance '76), deze opnieuw uit te brengen op CD.
Voor liefhebbers van elektronische muziek in het algemeen en zeker Tangerine Dream in het bijzonder is dit album niet te missen.
Proxyon - Space Intermission (1995)

3,5
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 18 januari 2014, 11:32 uur
Proxyon was een synthdance-project die muzikaal direct te plaatsen valt tussen Koto en Laserdance. Niet zo gek, gezien o.a. Michiel van der Kuy (Laserdance) zich met dit project bemoeid heeft.
Space Intermission is een her-uitgave van de beide Proxyon-albums The Interplanetery Mission en The Return of Tarah en is ook meteen het meest complete werk wat van Proxyon op de markt is gebracht, gezien het al de muziek bevat wat door Proxyon is gemaakt. Indien je dit album dus hebt, is de rest eigenlijk overbodig. Behalve als je écht alles wilt hebben.
Zoals eerder vermeld, bevat Space Intermission een breed scala aan synthdance-nummers in de stijl van Koto en Laserdance. Op het eerste album (The Interplanetery Mission) is vooral de invloed van Koto te horen. Zo lijkt opener "Space Force" qua structuur en melodieën erg op "Mind Machine" van Koto's From the Dawn of Time. Maar als je bedenkt dat Michiel van der Kuy voor beide tracks verantwoordelijk is, valt dit wel te begrijpen. Overigens is Michiel ook verantwoordelijk voor "Mission Alpha" en "Beyond the Future". Tevens druipen toch ook de Laserdance-invloeden er vanaf, getuige nummers als "Space Hopper".
Verder is er nog een redelijk leuke cover terug te vinden van "Magic Fly" van Space, hier omgedoopt tot "Space Fly".
M.u.v. de al genoemde nummers door Michiel van der Kuy en de cover van "Magic Fly", zijn de rest van de nummers geschreven door de gebroeders Michiel van Eijk en Rob van Eijk. Rob van Eijk heeft ook meegewerkt aan albums van Laserdance, maar zou later meer in de picture komen met het Rygar- en Area 51-project, gezamenlijk met Michiel van der Kuy. De grap is overigens , dat deze nummers al eerder onder het gelijknamige debuut-album van Proxyon zijn uitgebracht, dus nog vóór The Interplanetery Mission. Dat laatste album is dus eigenlijk weer een her-uitgave van het debuut.
Al met al is de synthdance van Proxyon erg leuk. Wellicht niet zo imponerend als het betere werk van Laserdance, maar binnen het genre is het goed. Van de eerste CD zijn vooral de nummers van Michiel van der Kuy goed (hij bewijst hiermee toch tot de top van de synthdance-componisten te behoren). Echter is "Space Hopper" ook erg lekker.
De tweede CD (de nummers vanaf "Star Ranger") bevat het complete album "The Return of Tarah", oorspronkelijk uitgebracht in 1993. Ten tijde van dit album bestond Proxyon niet meer in de originele bezetting, maar enkel uit een mysterieuze producer genaamd Jay Vee. Deze man moet tevens verantwoordelijk zijn geweest voor de muziek, gezien de algehele sound toch duidelijk anders klinkt dan het eerste album. Het is nog altijd synthdance, maar met een iets andere insteek.
Gek genoeg zijn de nummers net wat minder pakkend en blijven ze ook wat minder hangen dan die van de eerste CD. Ze klinken over het algemeen lekker in het gehoor en er is weinig mis mee, maar dat is dan ook wel.
Het is dan ook het langzame, meer meeslepende "The Final Battle" wat i.m.o. de beste track is van Space intermission's tweede CD.
Al met al is, mits je het overige werk van Proxyon niet hebt, dit toch een interessante toevoeging binnen het synthdance-genre. Het bevat genoeg leuk en bij vlagen zelfs fraai materiaal wat dit album een prima score met zich meegeeft die net boven het gemiddelde ligt.
Space Intermission is een her-uitgave van de beide Proxyon-albums The Interplanetery Mission en The Return of Tarah en is ook meteen het meest complete werk wat van Proxyon op de markt is gebracht, gezien het al de muziek bevat wat door Proxyon is gemaakt. Indien je dit album dus hebt, is de rest eigenlijk overbodig. Behalve als je écht alles wilt hebben.
Zoals eerder vermeld, bevat Space Intermission een breed scala aan synthdance-nummers in de stijl van Koto en Laserdance. Op het eerste album (The Interplanetery Mission) is vooral de invloed van Koto te horen. Zo lijkt opener "Space Force" qua structuur en melodieën erg op "Mind Machine" van Koto's From the Dawn of Time. Maar als je bedenkt dat Michiel van der Kuy voor beide tracks verantwoordelijk is, valt dit wel te begrijpen. Overigens is Michiel ook verantwoordelijk voor "Mission Alpha" en "Beyond the Future". Tevens druipen toch ook de Laserdance-invloeden er vanaf, getuige nummers als "Space Hopper".
Verder is er nog een redelijk leuke cover terug te vinden van "Magic Fly" van Space, hier omgedoopt tot "Space Fly".
M.u.v. de al genoemde nummers door Michiel van der Kuy en de cover van "Magic Fly", zijn de rest van de nummers geschreven door de gebroeders Michiel van Eijk en Rob van Eijk. Rob van Eijk heeft ook meegewerkt aan albums van Laserdance, maar zou later meer in de picture komen met het Rygar- en Area 51-project, gezamenlijk met Michiel van der Kuy. De grap is overigens , dat deze nummers al eerder onder het gelijknamige debuut-album van Proxyon zijn uitgebracht, dus nog vóór The Interplanetery Mission. Dat laatste album is dus eigenlijk weer een her-uitgave van het debuut.
Al met al is de synthdance van Proxyon erg leuk. Wellicht niet zo imponerend als het betere werk van Laserdance, maar binnen het genre is het goed. Van de eerste CD zijn vooral de nummers van Michiel van der Kuy goed (hij bewijst hiermee toch tot de top van de synthdance-componisten te behoren). Echter is "Space Hopper" ook erg lekker.
De tweede CD (de nummers vanaf "Star Ranger") bevat het complete album "The Return of Tarah", oorspronkelijk uitgebracht in 1993. Ten tijde van dit album bestond Proxyon niet meer in de originele bezetting, maar enkel uit een mysterieuze producer genaamd Jay Vee. Deze man moet tevens verantwoordelijk zijn geweest voor de muziek, gezien de algehele sound toch duidelijk anders klinkt dan het eerste album. Het is nog altijd synthdance, maar met een iets andere insteek.
Gek genoeg zijn de nummers net wat minder pakkend en blijven ze ook wat minder hangen dan die van de eerste CD. Ze klinken over het algemeen lekker in het gehoor en er is weinig mis mee, maar dat is dan ook wel.
Het is dan ook het langzame, meer meeslepende "The Final Battle" wat i.m.o. de beste track is van Space intermission's tweede CD.
Al met al is, mits je het overige werk van Proxyon niet hebt, dit toch een interessante toevoeging binnen het synthdance-genre. Het bevat genoeg leuk en bij vlagen zelfs fraai materiaal wat dit album een prima score met zich meegeeft die net boven het gemiddelde ligt.
