Hier kun je zien welke berichten CorvisChristi als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
J. Fredrik Andersson - A Mind Forever Voyaging (2021)

3,5
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 9 mei 2025, 16:35 uur
J. Fredrik Andersson is, net zoals Kebu, één van de navolgers die het geluid van Jean-Michel Jarre, Vangelis en Tangerine Dream eer aan doet door voor de dag te komen met sterke en mooie composities.
Dit geldt dan ook zeker voor zijn debuut-EP A Mind Forever Voyaging; alleen al het eerste nummer "The Tesseract" is een ode aan Tangerine Dream wat mij betreft.
Ik vind het mooi dat er nog steeds artiesten bestaan die niet alleen trouw zijn aan een bepaalde sound, maar dit ook om weten te zetten in oprecht goede nummers. Het gaat hier dan ook totaal niet om originaliteit, maar gewoon puur in het maken van goed in elkaar stekende composities, die memorabel blijken en waar je keer op keer op terug kan vallen. Simpelweg, omdat het mooie en fijne muziek is.
Je moet wel van goede huize komen, gezien niet iedere artiest ermee weg komt. Je moet boven het maaiveld uitsteken om tegenwoordig op te vallen binnen zowat élk muziekgenre. Zo ook de elektronische muziek, waar Andersson een voorkeur aan geeft.
Liefhebbers van alle genoemde artiesten in dit bericht kunnen echter zonder enige vorm van twijfel de muziek van J. Fredrik Andersson verwelkomen, mochten ze dat nog niet gedaan hebben. Deze man doet exact hetzelfde als zijn andere Scandinavische collega Kebu.
Deze eerste EP bevat een viertal mooie composities, die erom vragen om gehoord te worden. Zo is bijvoorbeeld "Tannhäuser Gate" (hoogstwaarschijnlijk gebaseerd op Roy Batty's eindmonoloog in de film Blade Runner) een rustige en epische compositie met een eenvoudige, doch meeslepende melodielijn.
Opveren is het dan met "Kessel Run" (hallo Jarre), waarmee Andersson bewijst ook 'hitgevoelige' nummers te kunnen schrijven puur in de trend van nummers als Jarre's "Equinoxe, Pt. 5".
De EP eindigt met "Magrathean Worlds", een mooi opgebouwd stukje muziek met wederom ruimte voor een relatief eenvoudig, maar zeker effectief thema.
A Mind Forever Voyaging is dan ook een heel fijne EP waarmee Andersson bewijst gevoel te hebben voor prettig in het gehoor liggende, melodieuze synthesizermuziek.
Waarom dan toch 'maar' een 3,5? Puur omdat ik het gevoel heb, dat Andersson stiekem nog niet helemaal het onderste uit de kant haalt. Alsof hij zich nog een beetje inhoudt. Begrijp me niet verkeerd, het is tevens een beetje de charme van dit mini-album. Maar net zoals Kebu, die muzikaal toch echt wel vuurwerk uit zijn instrumenten weet te toveren, heb ik sterk het gevoel dat Andersson dit ook kan. Dit bewijst hij namelijk middels zijn derde uitgebrachte EP Artemis.
Ik hoop dan ook oprecht dat J. Fredrik Andersson alle ruimte en mogelijkheden krijgt om zijn muzikale spectrum nog meer te gaan verbreden en wellicht binnenkort een volledig album mag gaan uitbrengen.
Tot die tijd is het genieten met de muziek die vooralsnog van hem verkrijgbaar is.
Van alle navolgers mag deze man, net zoals Kebu, het succes krijgen die hij verdient.
Dit geldt dan ook zeker voor zijn debuut-EP A Mind Forever Voyaging; alleen al het eerste nummer "The Tesseract" is een ode aan Tangerine Dream wat mij betreft.
Ik vind het mooi dat er nog steeds artiesten bestaan die niet alleen trouw zijn aan een bepaalde sound, maar dit ook om weten te zetten in oprecht goede nummers. Het gaat hier dan ook totaal niet om originaliteit, maar gewoon puur in het maken van goed in elkaar stekende composities, die memorabel blijken en waar je keer op keer op terug kan vallen. Simpelweg, omdat het mooie en fijne muziek is.
Je moet wel van goede huize komen, gezien niet iedere artiest ermee weg komt. Je moet boven het maaiveld uitsteken om tegenwoordig op te vallen binnen zowat élk muziekgenre. Zo ook de elektronische muziek, waar Andersson een voorkeur aan geeft.
Liefhebbers van alle genoemde artiesten in dit bericht kunnen echter zonder enige vorm van twijfel de muziek van J. Fredrik Andersson verwelkomen, mochten ze dat nog niet gedaan hebben. Deze man doet exact hetzelfde als zijn andere Scandinavische collega Kebu.
Deze eerste EP bevat een viertal mooie composities, die erom vragen om gehoord te worden. Zo is bijvoorbeeld "Tannhäuser Gate" (hoogstwaarschijnlijk gebaseerd op Roy Batty's eindmonoloog in de film Blade Runner) een rustige en epische compositie met een eenvoudige, doch meeslepende melodielijn.
Opveren is het dan met "Kessel Run" (hallo Jarre), waarmee Andersson bewijst ook 'hitgevoelige' nummers te kunnen schrijven puur in de trend van nummers als Jarre's "Equinoxe, Pt. 5".
De EP eindigt met "Magrathean Worlds", een mooi opgebouwd stukje muziek met wederom ruimte voor een relatief eenvoudig, maar zeker effectief thema.
A Mind Forever Voyaging is dan ook een heel fijne EP waarmee Andersson bewijst gevoel te hebben voor prettig in het gehoor liggende, melodieuze synthesizermuziek.
Waarom dan toch 'maar' een 3,5? Puur omdat ik het gevoel heb, dat Andersson stiekem nog niet helemaal het onderste uit de kant haalt. Alsof hij zich nog een beetje inhoudt. Begrijp me niet verkeerd, het is tevens een beetje de charme van dit mini-album. Maar net zoals Kebu, die muzikaal toch echt wel vuurwerk uit zijn instrumenten weet te toveren, heb ik sterk het gevoel dat Andersson dit ook kan. Dit bewijst hij namelijk middels zijn derde uitgebrachte EP Artemis.
Ik hoop dan ook oprecht dat J. Fredrik Andersson alle ruimte en mogelijkheden krijgt om zijn muzikale spectrum nog meer te gaan verbreden en wellicht binnenkort een volledig album mag gaan uitbrengen.
Tot die tijd is het genieten met de muziek die vooralsnog van hem verkrijgbaar is.
Van alle navolgers mag deze man, net zoals Kebu, het succes krijgen die hij verdient.
J. Fredrik Andersson - Artemis (2024)

4,0
1
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 2 mei 2025, 16:49 uur
Altijd interessant om artiesten te vinden die een bepaald herkenbaar geluid levend houden. Naast de steeds populairder wordende Finse muzikant Kebu (Sebastian Teir), is daar een aantal jaren geleden ook de Zweedse J. Fredrik Andersson bijgekomen, die hoorbaar, net zoals Kebu, duidelijk beïnvloed is door de muziek van Jean-Michel Jarre.
Het mini-album Artemis moet dan ook wel een ode zijn aan de muziek van de Fransman; de muziek is vrijwel identiek aan Jarre, maar bepaald niet slecht te noemen. De muziek klinkt meeslepend en toegankelijk en het is duidelijk dat Andersson gevoel heeft voor het creëren van sterke thema's, die opbouwend zorgen voor sterke juweeltjes.
Af en toe speelt Andersson wel héél erg leentjebuur door bepaalde thema's erg sterk te laten lijken op bekende synthesizer-klassiekers zoals "Artemis IV", die erg lijkt op Jarre's "Equinoxe, Pt. 7". En ook afsluiter "Artemis V", lijkt qua opbouw ergens ook wel op wederom Jarre's "Chronologie Part 1". Echter moge duidelijk zijn, dat Andersson dit expres heeft gedaan.
Het punt is dat "Artemis" gewoon erg goed in elkaar steekt. Gevoel voor sterke thema's en melodieën hebben continu de overhand, wat dit mini-album heel erg fijn en aanstekelijk maakt door keer op keer weer af te spelen.
Van alle navolgers die de muziek van Jarre, maar ook Vangelis en Tangerine Dream, nieuw leven inblazen op een manier dat het ook nog eens écht gaat om kwalitatief goede muziek componeren die memorabel blijkt, mag wat mij betreft zich nu ook J. Fredrik Andersson scharen.
Ja, toegegeven, het klinkt absoluut alsof de beste man alles bij elkaar gejat heeft, maar hij weet er wat mij betreft toch mee weg te komen, omdat het vanuit een oprecht gevoel voor nostalgie en tegelijkertijd met de kwaliteit van het maken van goede muziek met het hart op de juiste plaats is gedaan. En dat krijgt niet iedere navolger van het maken van specifiek dit soort muziek voor elkaar. Het moet maar net 'klikken' als het ware.
Ik hoop dan ook oprecht dat J. Fredrik Andersson de mogelijkheid en de kans ziet, om zijn kwaliteiten verder uit te breiden en net zoals Kebu, grotere aandacht mag krijgen. Deze man heeft het ook in zich, dat is overduidelijk te horen.
Het mini-album Artemis moet dan ook wel een ode zijn aan de muziek van de Fransman; de muziek is vrijwel identiek aan Jarre, maar bepaald niet slecht te noemen. De muziek klinkt meeslepend en toegankelijk en het is duidelijk dat Andersson gevoel heeft voor het creëren van sterke thema's, die opbouwend zorgen voor sterke juweeltjes.
Af en toe speelt Andersson wel héél erg leentjebuur door bepaalde thema's erg sterk te laten lijken op bekende synthesizer-klassiekers zoals "Artemis IV", die erg lijkt op Jarre's "Equinoxe, Pt. 7". En ook afsluiter "Artemis V", lijkt qua opbouw ergens ook wel op wederom Jarre's "Chronologie Part 1". Echter moge duidelijk zijn, dat Andersson dit expres heeft gedaan.
Het punt is dat "Artemis" gewoon erg goed in elkaar steekt. Gevoel voor sterke thema's en melodieën hebben continu de overhand, wat dit mini-album heel erg fijn en aanstekelijk maakt door keer op keer weer af te spelen.
Van alle navolgers die de muziek van Jarre, maar ook Vangelis en Tangerine Dream, nieuw leven inblazen op een manier dat het ook nog eens écht gaat om kwalitatief goede muziek componeren die memorabel blijkt, mag wat mij betreft zich nu ook J. Fredrik Andersson scharen.
Ja, toegegeven, het klinkt absoluut alsof de beste man alles bij elkaar gejat heeft, maar hij weet er wat mij betreft toch mee weg te komen, omdat het vanuit een oprecht gevoel voor nostalgie en tegelijkertijd met de kwaliteit van het maken van goede muziek met het hart op de juiste plaats is gedaan. En dat krijgt niet iedere navolger van het maken van specifiek dit soort muziek voor elkaar. Het moet maar net 'klikken' als het ware.
Ik hoop dan ook oprecht dat J. Fredrik Andersson de mogelijkheid en de kans ziet, om zijn kwaliteiten verder uit te breiden en net zoals Kebu, grotere aandacht mag krijgen. Deze man heeft het ook in zich, dat is overduidelijk te horen.
J. Fredrik Andersson - Augmented Intelligence (2022)

3,5
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 9 mei 2025, 21:25 uur
De tweede EP van de Zweedse synthesizermuzikant J. Fredrik Andersson, is wederom een mooie ode aan de muziek van de groten binnen het genre, namelijk Jean-Michel Jarre, Vangelis en Tangerine Dream. Zijn muziek doet overduidelijk herinneren aan deze pioniers en daar is niets mis mee, ondanks dat het wellicht een vorm van muziek is, die oeverloos uitgekauwd is.
Maar het maakt niet uit, als je het maar goed, doordacht en met het hart en de ziel op de juiste plek, weet te doen. Dit is gelukkig zeker het geval bij de muziek van Andersson, die dit al eerder deed middels zijn eerste wapenfeit, namelijk de EP A Mind Forever Voyaging.
Deze EP ligt duidelijk in het verlengde, biedt niet per se spectaculaire verrassingen, maar wel meeslepende, toegankelijke synthesizermuziek met soms dromerige, maar tegelijkertijd ook aanstekelijke thema's.
Het is een vrij rustige EP, wat opener "Memories of Love" direct al laat horen, ondanks dat het wel meteen grijpt.
De troef hier is "Chiba Skyline", puur vanwege het heerlijke, muzikale, weidse karakter wat het nummer als het ware uitademt. Geweldig thema ook trouwens.
"Is This Reality?" is een ingetogen stukje muziek waarin een wat eenzame piano-melodie centraal staat, waarin duidelijk mag zijn dat Andersson ook met gevoel en passie muziek als het ware kan overdragen op een manier waardoor het kan raken op een emotioneel vlak. Mooi gedaan!
Het is pas opveren bij het slotnummer "Voyage Through Time", waarin Andersson wederom laat horen dat hij zonder moeite in staat is, net zoals zijn collega Kebu, composities te schrijven die in het verlengde liggen van praktisch iedere hit die Jean-Michel Jarre heeft gemaakt. En dat is best knap te noemen.
Ook de tweede EP van J. Fredrik Andersson is een mooi staaltje melodieuze synthesizermuziek maar net zoals de eerste EP lijkt ook dit mini-album slechts een soort van 'opwarmertje' met wat Andersson uiteindelijk met de EP Artemis in petto zou gaan hebben.
Ik hoop oprecht dat J. Fredrik Andersson wordt opgepikt door het grote publiek en de tijd, ruimte, budget en mogelijkheid krijgt om zijn kwaliteiten om te zetten middels een volwaardige langspeler. De tijd zal het leren.
Tot die tijd ben ik in ieder geval in mijn sas met de drie mooie EP's die hij tot nu toe gemaakt heeft.
Maar het maakt niet uit, als je het maar goed, doordacht en met het hart en de ziel op de juiste plek, weet te doen. Dit is gelukkig zeker het geval bij de muziek van Andersson, die dit al eerder deed middels zijn eerste wapenfeit, namelijk de EP A Mind Forever Voyaging.
Deze EP ligt duidelijk in het verlengde, biedt niet per se spectaculaire verrassingen, maar wel meeslepende, toegankelijke synthesizermuziek met soms dromerige, maar tegelijkertijd ook aanstekelijke thema's.
Het is een vrij rustige EP, wat opener "Memories of Love" direct al laat horen, ondanks dat het wel meteen grijpt.
De troef hier is "Chiba Skyline", puur vanwege het heerlijke, muzikale, weidse karakter wat het nummer als het ware uitademt. Geweldig thema ook trouwens.
"Is This Reality?" is een ingetogen stukje muziek waarin een wat eenzame piano-melodie centraal staat, waarin duidelijk mag zijn dat Andersson ook met gevoel en passie muziek als het ware kan overdragen op een manier waardoor het kan raken op een emotioneel vlak. Mooi gedaan!
Het is pas opveren bij het slotnummer "Voyage Through Time", waarin Andersson wederom laat horen dat hij zonder moeite in staat is, net zoals zijn collega Kebu, composities te schrijven die in het verlengde liggen van praktisch iedere hit die Jean-Michel Jarre heeft gemaakt. En dat is best knap te noemen.
Ook de tweede EP van J. Fredrik Andersson is een mooi staaltje melodieuze synthesizermuziek maar net zoals de eerste EP lijkt ook dit mini-album slechts een soort van 'opwarmertje' met wat Andersson uiteindelijk met de EP Artemis in petto zou gaan hebben.
Ik hoop oprecht dat J. Fredrik Andersson wordt opgepikt door het grote publiek en de tijd, ruimte, budget en mogelijkheid krijgt om zijn kwaliteiten om te zetten middels een volwaardige langspeler. De tijd zal het leren.
Tot die tijd ben ik in ieder geval in mijn sas met de drie mooie EP's die hij tot nu toe gemaakt heeft.
Jan Hammer - Cocaine Cowboys (2007)

3,5
2
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 15 juli 2012, 11:42 uur
Dit is de muziek van de gelijknamige documentaire over de opkomst van cocaïne in de samenleving, en de hieraan verbonden criminaliteit die de Amerikaanse stad Miami in Florida trof tijdens de jaren 70 en 80 van de 20e eeuw.
Hoewel het slechts een EP betreft, is de muziek van Jan Hammer toch echt wel interessant te noemen en doet denken aan zijn muziek voor Miami Vice in een ietwat moderner jasje gestoken.
Het doet eigenlijk smaken naar meer, want met deze muziek bewijst Jan dat hij na al die jaren nog steeds in staat is om pakkende composities te schrijven die nooit vervelen.
Nummers als het titelnummer, het vlotte "Dadeland" en het ijzersterke, doch veel te korte "It's Over" getuigen hiervan.
Eigenlijk is Cocaine Cowboys het bewijs dat Jan Hammer nog steeds springlevend is en nog altijd genoeg inspiratie heeft voor het afleveren van zeer fijne muziek.
Jammer dan ook dat het na ruim een kwartier alweer voorbij is, wat eigenlijk de enige smet is op deze zeer fatsoenlijke EP.
Een meer dan ruime 3,5 heeft Cocaine Cowboys dan ook zeker verdiend. Was het een langspeler geweest en de muziek had dezelfde kwaliteit, had ie zelfs waarschijnlijk 4 punten gekregen.
Het zij zo; beter iets, dan niets....
Hoewel het slechts een EP betreft, is de muziek van Jan Hammer toch echt wel interessant te noemen en doet denken aan zijn muziek voor Miami Vice in een ietwat moderner jasje gestoken.
Het doet eigenlijk smaken naar meer, want met deze muziek bewijst Jan dat hij na al die jaren nog steeds in staat is om pakkende composities te schrijven die nooit vervelen.
Nummers als het titelnummer, het vlotte "Dadeland" en het ijzersterke, doch veel te korte "It's Over" getuigen hiervan.
Eigenlijk is Cocaine Cowboys het bewijs dat Jan Hammer nog steeds springlevend is en nog altijd genoeg inspiratie heeft voor het afleveren van zeer fijne muziek.
Jammer dan ook dat het na ruim een kwartier alweer voorbij is, wat eigenlijk de enige smet is op deze zeer fatsoenlijke EP.
Een meer dan ruime 3,5 heeft Cocaine Cowboys dan ook zeker verdiend. Was het een langspeler geweest en de muziek had dezelfde kwaliteit, had ie zelfs waarschijnlijk 4 punten gekregen.
Het zij zo; beter iets, dan niets....
Jan Hammer - Drive (1994)

3,0
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 25 mei 2011, 13:31 uur
In eerste instantie was ik erg teleurgesteld over de algehele sound van Drive, waardoor dit album me niet kon bekoren. Tegenwoordig kan ik het allemaal wat beter accepteren, alhoewel Drive toch mijn minst favoriete Jan Hammer-album is.
Het blijft aan de ene kant best een lekker album en de stijl en de manier hoe de nummers in elkaar steken is eigenlijk typisch Jan Hammer. Toch vind ik de jazz- en fusion-invloeden teveel overheersen, ondanks dat deze elementen altijd al een beetje in de muziek van Jan Hammer gezeten hebben.
Persoonlijk hou ik meer van het werk zoals ik Jan Hammer ken van zijn muziek voor Miami Vice en Drive heeft het wel een beetje, maar zeker niet helemaal.
Heeft ook te maken met de gast-muzikanten die aan dit album hebben bijgedragen. Zo is Michael Brecker op zijn tenor-sax te horen op o.a. "Peaceful Sundown". Het klinkt heel glad en smooth, maar het spreekt me niet aan. Daarentegen zijn de gitaarpartijen van Jeff Beck tijdens het titelnummer wel weer cool.
Aan de andere kant wordt i.m.o. "Nightglow" zelfs helemaal verpest, vanwege de aanwezigheid van het geluid van een gedempte trompet (al dan niet afkomstig uit een synthesizer) die dit nummer voornamelijk domineert en laat ik nou net een stronthekel hebben aan dat vervelende geluid.
Daarentegen staan er ook wel weer vertrouwde, typische Jan Hammer-nummers op, zoals ik ze wel graag hoor, zoals "Underground", het mooie, rustige "Up Or Down", "Don't You Know" en "Capital News".
Tevens bevat Drive het thema van "Knight Rider 2000", een televisie-film die diende als pilot voor een nieuwe Knight Rider-serie met David Hasselhof, wat uiteindelijk nooit van de grond gekomen is.
"Lucky Jane" is tot slot een remake van "The Runner" die oorspronkelijk op Snapshots is terug te vinden.
Al met al een album met ups en downs, maar een 3 heb ik er wel voor over voor de leuke tracks die erop staan. Maar algeheel gezien weet ik dat Jan Hammer beter kan...
Het blijft aan de ene kant best een lekker album en de stijl en de manier hoe de nummers in elkaar steken is eigenlijk typisch Jan Hammer. Toch vind ik de jazz- en fusion-invloeden teveel overheersen, ondanks dat deze elementen altijd al een beetje in de muziek van Jan Hammer gezeten hebben.
Persoonlijk hou ik meer van het werk zoals ik Jan Hammer ken van zijn muziek voor Miami Vice en Drive heeft het wel een beetje, maar zeker niet helemaal.
Heeft ook te maken met de gast-muzikanten die aan dit album hebben bijgedragen. Zo is Michael Brecker op zijn tenor-sax te horen op o.a. "Peaceful Sundown". Het klinkt heel glad en smooth, maar het spreekt me niet aan. Daarentegen zijn de gitaarpartijen van Jeff Beck tijdens het titelnummer wel weer cool.
Aan de andere kant wordt i.m.o. "Nightglow" zelfs helemaal verpest, vanwege de aanwezigheid van het geluid van een gedempte trompet (al dan niet afkomstig uit een synthesizer) die dit nummer voornamelijk domineert en laat ik nou net een stronthekel hebben aan dat vervelende geluid.
Daarentegen staan er ook wel weer vertrouwde, typische Jan Hammer-nummers op, zoals ik ze wel graag hoor, zoals "Underground", het mooie, rustige "Up Or Down", "Don't You Know" en "Capital News".
Tevens bevat Drive het thema van "Knight Rider 2000", een televisie-film die diende als pilot voor een nieuwe Knight Rider-serie met David Hasselhof, wat uiteindelijk nooit van de grond gekomen is.
"Lucky Jane" is tot slot een remake van "The Runner" die oorspronkelijk op Snapshots is terug te vinden.
Al met al een album met ups en downs, maar een 3 heb ik er wel voor over voor de leuke tracks die erop staan. Maar algeheel gezien weet ik dat Jan Hammer beter kan...
Jan Hammer - Seasons Pt. 1 (2018)

4,0
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 31 juli 2018, 22:10 uur
Een nieuw album van Jan Hammer....wie had dat nu nog verwacht anno 2018? Ik in ieder geval niet, alhoewel ik altijd een beetje de ijdele hoop had, dat het er nog eens van zou komen. En plotsklaps was ie er dan ook! In de vorm van deze Seasons Pt. 1. En de titel geeft aan dat dit om deel 1 gaat, dus een deel 2 zal hoogstwaarschijnlijk niet lang gaan duren. In ieder geval geen 24 jaar. Want zo lang is het geleden sinds Drive het levenslicht zag. Een album waar ik niet bijster van onder de indruk was overigens. En tot op de dag van vandaag nog steeds niet ben.
Mijn verwachtingen lagen dan ook een beetje in het midden bij deze nieuwe langspeler. Want A: is het Jan Hammer gelukt om aan de verwachtingen te voldoen? En B: zit er überhaupt nog iemand op een nieuwe Jan Hammer te wachten? Want de man kent 2 soorten fans, namelijk de fans vóór Miami Vice en de fans tijdens en na Miami Vice.
Ik schaar mij als een fan van tijdens en na de Miami Vice-periode. Ik ben dan ook een man die is opgegroeid in de jaren '80 en als kind verstrengeld raakte in de muziek die dat decennium heeft voortgebracht. Daar hoort ook Miami Vice bij, de meest stijlvolle en spannende politie-serie die de jaren '80 zo gekenmerkt heeft. Daarbij hoort ook de onmiskenbare muziek van Jan Hammer. Ik bedoel: iedereen kent "Crockett's Theme".
Maar de tijden zijn veranderd. Jan Hammer was rond die periode en daarna best wel productief met het uitbrengen van albums in die onmiskenbare stijl van Miami Vice. Snapshots, Beyond the Mind's Eye en Drive behoren tot die albums, samen met dé Miami Vice-soundtrack Escape from Television. Daarna werd het stil rond de man. En alhoewel hij nog steeds wel muziek maakte voor films, producties en andere zaken en er zo nu en dan nog wat materiaal werd uitgebracht van Miami Vice, bleef nieuw plaatwerk uit. Waarom? Geen idee eigenlijk....
Totdat in 2007 het mini-album Cocaine Cowboys het levenslicht zag, een zeker niet onverdienstelijk EP'tje die als soundtrack fungeert voor de gelijknamige documentaire.
En toen werd het weer stil....
En BAM! Daar is de man dan eindelijk weer. Geheel onverwacht, maar toch gekomen is hier het eerste Seasons-album en was het het wachten waard? Welnu...voor mij gelukkig wel. Want het is een goed album geworden. Geheel en al ligt dit album in het verlengde van zijn voorgangers, alsof de tijd is stil blijven staan. Want na al die jaren klinkt Jan Hammer nog steeds als....Jan Hammer! En heeft hij het beste album uitgebracht sinds Snapshots uit 1989. En dat is heel erg fijn.
Het album opent zeer herkenbaar en karakteristiek met het geweldige "Miami: Night". En het is overduidelijk dat we hier weer te maken hebben met de man die ooit het legendarische "Crockett's Theme" uit z'n mouw schudde. Wat een nummer. Eentje die keer op keer bij mij op repeat staat. Het is ook meteen het beste nummer van het album.
Maar gelukkig is de rest ook goed. Het is een zeer afwisselend, en allesbehalve saai album geworden waarin Jan er verschillende stijlen op na houd: rock, klassiek, latin, pop, groove, blues, jazz...het zit er allemaal in. Maar wel met die typische, onmiskenbare Jan Hammer-stijl. Wat inhoud, dat we veel scheurend gesoleer op zijn synths mogen verwachten. Keyboards die klinken als gitaren. Want er is er geen één die zo kenmerkend soleert als Jan Hammer. Hij heeft dan ook met recht een eigen stijl.
Elk nummer is de moeite waard. Ze hebben ieder hun eigen smoelwerk. Uiteraard zijn er uitschieters, maar zelfs de ogenschijnlijk op het eerste gehoor klinkende niemendalletjes zoals "Causeway Bridge" en "It's Time" blijken bij herhaalde beluistering juweeltjes.
Toppers zijn echter de al eerder genoemde opener. "Seasons" met de mooie omslag in thema's mag er zijn, gezamenlijk met "Winter Solstice" wat een beetje barok-achtig klinkt maar uiteindelijk uitgroeit tot een knaller met het magistrale slot waarin alle registers worden opengetrokken. Verder valt het slepende "Sanctuary" erg op.
Eigenzinnig en origineel uit de hoek zijn de beide suites "Suite European" en "Suite Latin", waarbij de eerste zo een samenwerking had kunnen zijn tussen Jan Hammer en Vangelis en die laatste, ondanks het wat melige karakter, de titel wel eer aan doet.
De stevige tracks "April", "New World II" (een vervolg op "Brave New World" van Beyond the Mind's Eye?), en "Cyclone" zorgen voor de pittige 'bite' op dit album.
De overige tracks "68 Reasons" en "Ocean Drive" laten vooral een vertrouwde Hammer horen.
Concluderend kan ik alleen maar vermelden dat ik erg blij ben dat Jan Hammer weer terug is. Ook heel erg mooi dat hij op zijn oude dag (hij is alweer 70!), zijn muzikale kunsten nog steeds volledig beheerst en dit ook weet te verpakken in stuk voor stuk memorabele nummers. Ik kan dan ook niet wachten totdat Seasons Pt. 2 uitkomt. Want 24 jaar was toch wel erg lang hoor!
Mijn verwachtingen lagen dan ook een beetje in het midden bij deze nieuwe langspeler. Want A: is het Jan Hammer gelukt om aan de verwachtingen te voldoen? En B: zit er überhaupt nog iemand op een nieuwe Jan Hammer te wachten? Want de man kent 2 soorten fans, namelijk de fans vóór Miami Vice en de fans tijdens en na Miami Vice.
Ik schaar mij als een fan van tijdens en na de Miami Vice-periode. Ik ben dan ook een man die is opgegroeid in de jaren '80 en als kind verstrengeld raakte in de muziek die dat decennium heeft voortgebracht. Daar hoort ook Miami Vice bij, de meest stijlvolle en spannende politie-serie die de jaren '80 zo gekenmerkt heeft. Daarbij hoort ook de onmiskenbare muziek van Jan Hammer. Ik bedoel: iedereen kent "Crockett's Theme".
Maar de tijden zijn veranderd. Jan Hammer was rond die periode en daarna best wel productief met het uitbrengen van albums in die onmiskenbare stijl van Miami Vice. Snapshots, Beyond the Mind's Eye en Drive behoren tot die albums, samen met dé Miami Vice-soundtrack Escape from Television. Daarna werd het stil rond de man. En alhoewel hij nog steeds wel muziek maakte voor films, producties en andere zaken en er zo nu en dan nog wat materiaal werd uitgebracht van Miami Vice, bleef nieuw plaatwerk uit. Waarom? Geen idee eigenlijk....
Totdat in 2007 het mini-album Cocaine Cowboys het levenslicht zag, een zeker niet onverdienstelijk EP'tje die als soundtrack fungeert voor de gelijknamige documentaire.
En toen werd het weer stil....
En BAM! Daar is de man dan eindelijk weer. Geheel onverwacht, maar toch gekomen is hier het eerste Seasons-album en was het het wachten waard? Welnu...voor mij gelukkig wel. Want het is een goed album geworden. Geheel en al ligt dit album in het verlengde van zijn voorgangers, alsof de tijd is stil blijven staan. Want na al die jaren klinkt Jan Hammer nog steeds als....Jan Hammer! En heeft hij het beste album uitgebracht sinds Snapshots uit 1989. En dat is heel erg fijn.
Het album opent zeer herkenbaar en karakteristiek met het geweldige "Miami: Night". En het is overduidelijk dat we hier weer te maken hebben met de man die ooit het legendarische "Crockett's Theme" uit z'n mouw schudde. Wat een nummer. Eentje die keer op keer bij mij op repeat staat. Het is ook meteen het beste nummer van het album.
Maar gelukkig is de rest ook goed. Het is een zeer afwisselend, en allesbehalve saai album geworden waarin Jan er verschillende stijlen op na houd: rock, klassiek, latin, pop, groove, blues, jazz...het zit er allemaal in. Maar wel met die typische, onmiskenbare Jan Hammer-stijl. Wat inhoud, dat we veel scheurend gesoleer op zijn synths mogen verwachten. Keyboards die klinken als gitaren. Want er is er geen één die zo kenmerkend soleert als Jan Hammer. Hij heeft dan ook met recht een eigen stijl.
Elk nummer is de moeite waard. Ze hebben ieder hun eigen smoelwerk. Uiteraard zijn er uitschieters, maar zelfs de ogenschijnlijk op het eerste gehoor klinkende niemendalletjes zoals "Causeway Bridge" en "It's Time" blijken bij herhaalde beluistering juweeltjes.
Toppers zijn echter de al eerder genoemde opener. "Seasons" met de mooie omslag in thema's mag er zijn, gezamenlijk met "Winter Solstice" wat een beetje barok-achtig klinkt maar uiteindelijk uitgroeit tot een knaller met het magistrale slot waarin alle registers worden opengetrokken. Verder valt het slepende "Sanctuary" erg op.
Eigenzinnig en origineel uit de hoek zijn de beide suites "Suite European" en "Suite Latin", waarbij de eerste zo een samenwerking had kunnen zijn tussen Jan Hammer en Vangelis en die laatste, ondanks het wat melige karakter, de titel wel eer aan doet.
De stevige tracks "April", "New World II" (een vervolg op "Brave New World" van Beyond the Mind's Eye?), en "Cyclone" zorgen voor de pittige 'bite' op dit album.
De overige tracks "68 Reasons" en "Ocean Drive" laten vooral een vertrouwde Hammer horen.
Concluderend kan ik alleen maar vermelden dat ik erg blij ben dat Jan Hammer weer terug is. Ook heel erg mooi dat hij op zijn oude dag (hij is alweer 70!), zijn muzikale kunsten nog steeds volledig beheerst en dit ook weet te verpakken in stuk voor stuk memorabele nummers. Ik kan dan ook niet wachten totdat Seasons Pt. 2 uitkomt. Want 24 jaar was toch wel erg lang hoor!
Jan Hammer - The Early Years (1986)

3,5
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 3 april 2011, 22:45 uur
Dit is een andere kijk op de muziek van Jan Hammer. Tenminste, als je alleen maar bekend bent met zijn commerciële jaren '80-werk voor o.a. de hitserie Miami Vice.
Toch moet ik bekennen dat ik een zwak heb voor het latere (gladdere) werk van de man, alhoewel zijn werk uit de jaren '70 ook zeker een belangrijke invloed gehad heeft op zijn latere sound.
Aangezien ik benieuwd was naar zijn vroegere werk, bood deze compilatie uitkomst. Ik moest er in het begin nogal aan wennen en niet alles kan me even goed bekoren, echter staan er zeker goede nummers op.
Vooral "The Seventh Day" is pure klasse. Qua sound en opbouw is het sowiezo redelijk origineel te noemen. Ook het eigenzinnige "Oh Yeah" en aparte "No Fear" (vermeld als bonustracks) zijn een vermelding waard.
Al met al is het gewoon een heel verdienstelijke compilatie.
Later wist ik zijn invloedrijke werk The First Seven Days op CD te bemachtigen, maar naast dat album, is deze compilatie het enige wat ik van het oudere werk van Jan Hammer ken.
The Early Years bevat opvallend goede muziek wat weliswaar niet volledig m'n ding is, maar de waarde ervan kan ik absoluut inzien. Echter: geef mij stiekem toch maar "Crocket's Theme"
!
Toch moet ik bekennen dat ik een zwak heb voor het latere (gladdere) werk van de man, alhoewel zijn werk uit de jaren '70 ook zeker een belangrijke invloed gehad heeft op zijn latere sound.
Aangezien ik benieuwd was naar zijn vroegere werk, bood deze compilatie uitkomst. Ik moest er in het begin nogal aan wennen en niet alles kan me even goed bekoren, echter staan er zeker goede nummers op.
Vooral "The Seventh Day" is pure klasse. Qua sound en opbouw is het sowiezo redelijk origineel te noemen. Ook het eigenzinnige "Oh Yeah" en aparte "No Fear" (vermeld als bonustracks) zijn een vermelding waard.
Al met al is het gewoon een heel verdienstelijke compilatie.
Later wist ik zijn invloedrijke werk The First Seven Days op CD te bemachtigen, maar naast dat album, is deze compilatie het enige wat ik van het oudere werk van Jan Hammer ken.
The Early Years bevat opvallend goede muziek wat weliswaar niet volledig m'n ding is, maar de waarde ervan kan ik absoluut inzien. Echter: geef mij stiekem toch maar "Crocket's Theme"
!Jarre - Hong Kong (1994)

4,5
1
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 18 november 2012, 11:12 uur
In 1997 is de geremasterde versie van dit album verschenen op 1 CD. Daarop mist "Fishing Junks at Sunset Part 1". Voor de rest is deze versie zo goed als identiek aan de dubbel-CD.
Ik heb alleen de geremasterde versie, maar die klinkt in ieder geval als een klok. Sterker, het is één van de beste live-CD's van Jarre en eentje waar ik ook daadwerkelijk het live-gevoel bij heb.
Na de countdown van "Chronologie 1" volgen uitstekende live-versies van "Chronologie 2" en "Chronologie 3" die door de toevoeging van de electrische gitaar een stuk intenser klinken dan de studio-versies, stiekem zelfs beter.
Tussen de nummers door, zitten wat typische overgangsmomenten zoals "How Old Are You?". Het zorgt voor een sterke spanningsboog binnen de nummers.
"Equinoxe 4" is de eerste 'klassieker' die dan voorbij komt en in deze uitvoering klinkt ie vooral naar het einde toe behoorlijk 'rock'-achtig. In ieder geval erg goed.
Eén van mijn persoonlijke Jarre-favorieten, "Souvenir of China" blijft ook in deze versie recht overeind staan. Wat een pracht van een nummer blijft dit!!
Na overgang no. 2 volgen delen 6 en 8 van "Chronologie". Zeker geen probleem, aangezien Chronologie alsnog tot één van mijn Jarre-favorieten gerekend mag worden. Hoewel de beide nummers qua stijl ontiegelijk van elkaar verschillen, is het een feest voor het oor. En zeker de indrukwekkende intro op deel 8.
Na overgang no.3 volgt het onvermijdelijke "Oxygene 4". Persoonlijk had ik deze gewoon eens weggelaten. Laten we eerlijk zijn: Oxygene 2 is toch gewoon véél beter? Maar je kan niet alles hebben natuurlijk...
Dan volgt "Fishing Junks at Sunset" die dus niet compleet op mijn versie van het album staat. Persoonlijk niet echt een gemis, aangezien er al een oorspronkelijke, complete versie ook al terug te horen valt op "The Concerts in China". Deze 'ingekorte' versie bevalt overigens ook uitstekend, dus e.e.a. is gevoelsmatig niet echt een gemis.
De verrassing van dit album is het exclusieve, super-dynamische, briljante "Digisequencer". Het klinkt in eerste instantie als een aaneenschakeling van sequencers gecombineerd met gitaar waar later dan nog een meer synths en ritmes onder worden gegooid. E.e.a. klinkt in ieder geval subliem en maakt dat ik dit live-album een halve punt extra meegeef, gezien het feit dat Jarre hier toch wel érg goed bezig is, in mijn beleving. De intense orgel-overgang is fenomenaal en zorgt voor een daverende afsluiting!
Vervolgens wordt "Magnetic Fields 2" ingezet incl. briljant intro. Compositorisch heb ik dit nooit echt een sterk nummer gevonden, maar wat weet Jarre er toch altijd een feest van te maken, als hij met deze klassieker live op de proppen komt.
Over feestnummers gesproken: het album sluit daverend af met het tevens onvermijdelijke "Rendez-Vous 4" en tot slot "Chronologie 4".
Alleen "Band in the Rain" haalt even de vaart weer uit het album, maar ja.
Hong Kong is andermaal een live-album van Jarre. Maar wat is dit een verbetering t.o.v. Destination Docklands (ook wel bekend als simpelweg Jarre Live). Het komt doordat de selectie van de nummers beter is en qua inspiratie en dynamiek is dit gewoon een super-album. Veel albums zijn nauwelijks of zelfs helemaal niet vertegenwoordigd, maar het geeft niet. Er staat tegenover dat nummers als het alles omverblazende "Digisequencer" (alleen vanwege dit nummer is dit album verplichte kost) zijn toegevoegd en je hebt alsnog een live-document om U tegen te zeggen. En dus neem ik het maar een keer voor lief dat klappers als bijvoorbeeld "Ethnicolor" en "Rendez-Vous 2" er eens niet op staan...
Ik heb alleen de geremasterde versie, maar die klinkt in ieder geval als een klok. Sterker, het is één van de beste live-CD's van Jarre en eentje waar ik ook daadwerkelijk het live-gevoel bij heb.
Na de countdown van "Chronologie 1" volgen uitstekende live-versies van "Chronologie 2" en "Chronologie 3" die door de toevoeging van de electrische gitaar een stuk intenser klinken dan de studio-versies, stiekem zelfs beter.
Tussen de nummers door, zitten wat typische overgangsmomenten zoals "How Old Are You?". Het zorgt voor een sterke spanningsboog binnen de nummers.
"Equinoxe 4" is de eerste 'klassieker' die dan voorbij komt en in deze uitvoering klinkt ie vooral naar het einde toe behoorlijk 'rock'-achtig. In ieder geval erg goed.
Eén van mijn persoonlijke Jarre-favorieten, "Souvenir of China" blijft ook in deze versie recht overeind staan. Wat een pracht van een nummer blijft dit!!
Na overgang no. 2 volgen delen 6 en 8 van "Chronologie". Zeker geen probleem, aangezien Chronologie alsnog tot één van mijn Jarre-favorieten gerekend mag worden. Hoewel de beide nummers qua stijl ontiegelijk van elkaar verschillen, is het een feest voor het oor. En zeker de indrukwekkende intro op deel 8.
Na overgang no.3 volgt het onvermijdelijke "Oxygene 4". Persoonlijk had ik deze gewoon eens weggelaten. Laten we eerlijk zijn: Oxygene 2 is toch gewoon véél beter? Maar je kan niet alles hebben natuurlijk...
Dan volgt "Fishing Junks at Sunset" die dus niet compleet op mijn versie van het album staat. Persoonlijk niet echt een gemis, aangezien er al een oorspronkelijke, complete versie ook al terug te horen valt op "The Concerts in China". Deze 'ingekorte' versie bevalt overigens ook uitstekend, dus e.e.a. is gevoelsmatig niet echt een gemis.
De verrassing van dit album is het exclusieve, super-dynamische, briljante "Digisequencer". Het klinkt in eerste instantie als een aaneenschakeling van sequencers gecombineerd met gitaar waar later dan nog een meer synths en ritmes onder worden gegooid. E.e.a. klinkt in ieder geval subliem en maakt dat ik dit live-album een halve punt extra meegeef, gezien het feit dat Jarre hier toch wel érg goed bezig is, in mijn beleving. De intense orgel-overgang is fenomenaal en zorgt voor een daverende afsluiting!
Vervolgens wordt "Magnetic Fields 2" ingezet incl. briljant intro. Compositorisch heb ik dit nooit echt een sterk nummer gevonden, maar wat weet Jarre er toch altijd een feest van te maken, als hij met deze klassieker live op de proppen komt.
Over feestnummers gesproken: het album sluit daverend af met het tevens onvermijdelijke "Rendez-Vous 4" en tot slot "Chronologie 4".
Alleen "Band in the Rain" haalt even de vaart weer uit het album, maar ja.
Hong Kong is andermaal een live-album van Jarre. Maar wat is dit een verbetering t.o.v. Destination Docklands (ook wel bekend als simpelweg Jarre Live). Het komt doordat de selectie van de nummers beter is en qua inspiratie en dynamiek is dit gewoon een super-album. Veel albums zijn nauwelijks of zelfs helemaal niet vertegenwoordigd, maar het geeft niet. Er staat tegenover dat nummers als het alles omverblazende "Digisequencer" (alleen vanwege dit nummer is dit album verplichte kost) zijn toegevoegd en je hebt alsnog een live-document om U tegen te zeggen. En dus neem ik het maar een keer voor lief dat klappers als bijvoorbeeld "Ethnicolor" en "Rendez-Vous 2" er eens niet op staan...
Jean Michel Jarre - Essentials & Rarities (2011)

4,0
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 26 juni 2011, 23:30 uur
Voor zowel fans als de echte liefhebbers, biedt deze compilatie een hoop fraais.
De eerste CD bevat (wederom) een bloemlezing uit het oevre van Jarre en de echte fans hebben natuurlijk al dat materiaal al lang en breed in bezit. Alleen jammer dat er geen materiaal geplukt is van de Chronologie- en Oxygene 7-13-albums, waardoor er niet helemaal sprake is van een objectief overzicht in vogelvlucht. Maar goed, het echte interessante zit 'm dan ook in de Rarities-schijf die werkelijk unieke werkjes bevat uit de pre-Oxygene periode. Sterker nog, volgens mij is het voor sommige tracks voor het eerst dat ze officiëel op een zilveren schijfje prijken, wat deze release al automatisch de moeite waard maakt.
Een album als Deserted Palace is namelijk (volgens mij tenminste....), nooit officiëel op CD uitgebracht.
Naast al dat bijzonders, staan er her en der ook nog wat nummers van de Les Granges Brulées-soundtrack op, maar die kende ik al.
Alhoewel ik persoonlijk nooit echt onder de indruk ben geweest van Le Granges Brulées, moet ik zeggen dat het nog veel oudere werk dat wel doet. Een nummer als "Happiness is a Sad Song" is dan wellicht niet voor iedereen, maar behalve dat het het meest obscure en afwijkende nummer is die ik ooit van Jarre gehoord heb, is het ook nog eens een sterk staaltje van pure avant-garde: een bizarre en bij vlagen naargeestige collage van klanken. Andere nummers als "Hypnose" en "Windswept Canyon" zijn ook al best verrassend te noemen en laat een Jean Michel horen in zijn meest experimentele, zoekende en gedurfde periode.
Al die oude nummers bewijzen wel dat Jean Michel Jarre in zijn vroegere periode toch eigenlijk net zulke 'moeilijke' muziek maakte als bijvoorbeeld Tangerine Dream en Klaus Schulze dat op hun manier deden. Alleen zou Jarre uiteindelijk het roer omgooien en voor de meer 'commerciëlere' kant van electronische muziek gaan kiezen, dit t.o.v. TD en KS.
Al met al biedt het nog steeds niet het meest ultieme en complete overzicht, maar wel een heel interessante kijk op het werk van Jarre. Stiekem hoop ik dan ook dat Jarre uiteindelijk, evt. n.a.v. het succes van dit naslag-werk, een album als Deserted Palace ook op CD zal gaan uitbrengen.
Tot die tijd ben ik heerlijk in mijn nopjes met Essentials & Rarities.
De eerste CD bevat (wederom) een bloemlezing uit het oevre van Jarre en de echte fans hebben natuurlijk al dat materiaal al lang en breed in bezit. Alleen jammer dat er geen materiaal geplukt is van de Chronologie- en Oxygene 7-13-albums, waardoor er niet helemaal sprake is van een objectief overzicht in vogelvlucht. Maar goed, het echte interessante zit 'm dan ook in de Rarities-schijf die werkelijk unieke werkjes bevat uit de pre-Oxygene periode. Sterker nog, volgens mij is het voor sommige tracks voor het eerst dat ze officiëel op een zilveren schijfje prijken, wat deze release al automatisch de moeite waard maakt.
Een album als Deserted Palace is namelijk (volgens mij tenminste....), nooit officiëel op CD uitgebracht.
Naast al dat bijzonders, staan er her en der ook nog wat nummers van de Les Granges Brulées-soundtrack op, maar die kende ik al.
Alhoewel ik persoonlijk nooit echt onder de indruk ben geweest van Le Granges Brulées, moet ik zeggen dat het nog veel oudere werk dat wel doet. Een nummer als "Happiness is a Sad Song" is dan wellicht niet voor iedereen, maar behalve dat het het meest obscure en afwijkende nummer is die ik ooit van Jarre gehoord heb, is het ook nog eens een sterk staaltje van pure avant-garde: een bizarre en bij vlagen naargeestige collage van klanken. Andere nummers als "Hypnose" en "Windswept Canyon" zijn ook al best verrassend te noemen en laat een Jean Michel horen in zijn meest experimentele, zoekende en gedurfde periode.
Al die oude nummers bewijzen wel dat Jean Michel Jarre in zijn vroegere periode toch eigenlijk net zulke 'moeilijke' muziek maakte als bijvoorbeeld Tangerine Dream en Klaus Schulze dat op hun manier deden. Alleen zou Jarre uiteindelijk het roer omgooien en voor de meer 'commerciëlere' kant van electronische muziek gaan kiezen, dit t.o.v. TD en KS.
Al met al biedt het nog steeds niet het meest ultieme en complete overzicht, maar wel een heel interessante kijk op het werk van Jarre. Stiekem hoop ik dan ook dat Jarre uiteindelijk, evt. n.a.v. het succes van dit naslag-werk, een album als Deserted Palace ook op CD zal gaan uitbrengen.
Tot die tijd ben ik heerlijk in mijn nopjes met Essentials & Rarities.
Jean Michel Jarre - Planet Jarre (2018)
Alternatieve titel: 50 Years of Music

3,5
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 30 september 2018, 22:45 uur
Jean-Michel Jarre heeft in 2018 dubbel iets te vieren, namelijk dat hij dit jaar 70 is geworden en dat hij 50 jaar in het vak als muzikant zit. En om dit laatste te bevestigen, kwam onlangs dit compilatie-album uit: Planet Jarre - 50 Years of Music.
Fans van Jarre mogen sowieso 2018 als een topjaar beschouwen op het gebied van Jarre-releases, want tevens komt in november zijn spiksplinternieuwe album Equinoxe Infinity uit, Jarre's vervolg op het 40 jaar geleden verschenen, 2de legendarische album van de Franse synth-virtuoos.
Het eerste wat opvalt aan Planet Jarre is de gave hoes wat, al eerder opgemerkt door anderen op internet, een knipoog en tegelijkertijd een verwijzing is naar de populairste film van dit jaar. Blijkbaar is Jarre ook fan van The Avengers
!
Planet Jarre is een mooi overzicht geworden van zijn omvangrijke carriére en van bijna al zijn albums zijn nummers of delen daarvan geplukt. Deze zijn onderverdeeld in 4 verschillende secties, namelijk 'Soundscapes', 'Themes', 'Sequences' en 'Explorations & Early Works'.
Alles klinkt als een klok en sommige nummers klinken zelfs een tikkeltje anders dan het origineel. In sommige gevallen levert dat een pluspunt op, zoals "Zoolookologie" en "Oxygene 8". In andere gevallen levert het een minpunt op, zoals het opnieuw bewerkte, maar erg beroerd klinkende "Chronology 4".
Fans zullen vooral de nieuwe, speciaal voor deze compilatie geselecteerde tracks "Coachella Opening" (erg goed), "Herbalizer" (redelijk) en "Aor Blue" (niet bijzonder) interessant vinden.
Ook leuk is de toevoeging van pre-Oxygene werk, maar tegelijkertijd is het ook niet zo verrassend, gezien het leeuwendeel terug te vinden valt op Jean Michel Jarre - Essentials & Rarities (2011).
Blijft over een fijn compilatie-album wat genoeg fraais en objectiefs bevat om 50 jaar Jarre uit te lichten.
MAAR.....met zo'n staat van dienst en het feit dat je 50 jaar in het vak zit, had wellicht nog meer mee gedaan mogen worden: wat te denken van extra en uniek live-materiaal, meer materiaal van het unieke Music for Supermarkets-album (nu moeten we het doen met een Demo Excerpt) of wellicht nog meer onuitgebracht werk.
Daarnaast is de keuze van het uitgekozen werk wellicht niet altijd even sterk, waarbij sommige fragmenten van de gekozen tracks in een aantal gevallen wat ongelukkig klinken. Hoewel dat eerste natuurlijk ook als iets strikt persoonlijks gezien mag worden; er ontbreekt altijd wel een favoriet op een compilatie.
Tevens had ik het fraaier gevonden, als Jarre alle gekozen tracks mooi aan elkaar gesmeed had, waardoor één luistersensatie was ontstaan. Iets wat hij eerder heeft gedaan op Jean Michel Jarre - Images (1991).
Tot slot is niet ieder album terug te vinden. Sessions 2000, Geometry of Love (onlangs samen met Metamorphoses opnieuw uitgebracht en vanaf nu veel gemakkelijker te verkrijgen) en het fel bekritiseerde Téo & Téa worden genegeerd.
Jean-Michel Jarre is en blijft natuurlijk een icoon. Ook na 50 jaar is hij nog steeds één van de toppers binnen het genre van de elektronische muziek. Hij heeft dan ook terecht iets te vieren.
Planet Jarre is een prima compilatie verder, maar is voor mij niet meer dan een veredeld tussendoortje die mijn ongeduld wat weet te temperen, voordat over een tijdje Equinoxe Infinity (weer een verwijzing naar The Avengers?) uit komt.
Ach...ongeduld. Wat zeur ik eigenlijk! Jarre is de laatste jaren productiever dan ooit!
Fans van Jarre mogen sowieso 2018 als een topjaar beschouwen op het gebied van Jarre-releases, want tevens komt in november zijn spiksplinternieuwe album Equinoxe Infinity uit, Jarre's vervolg op het 40 jaar geleden verschenen, 2de legendarische album van de Franse synth-virtuoos.
Het eerste wat opvalt aan Planet Jarre is de gave hoes wat, al eerder opgemerkt door anderen op internet, een knipoog en tegelijkertijd een verwijzing is naar de populairste film van dit jaar. Blijkbaar is Jarre ook fan van The Avengers
!Planet Jarre is een mooi overzicht geworden van zijn omvangrijke carriére en van bijna al zijn albums zijn nummers of delen daarvan geplukt. Deze zijn onderverdeeld in 4 verschillende secties, namelijk 'Soundscapes', 'Themes', 'Sequences' en 'Explorations & Early Works'.
Alles klinkt als een klok en sommige nummers klinken zelfs een tikkeltje anders dan het origineel. In sommige gevallen levert dat een pluspunt op, zoals "Zoolookologie" en "Oxygene 8". In andere gevallen levert het een minpunt op, zoals het opnieuw bewerkte, maar erg beroerd klinkende "Chronology 4".
Fans zullen vooral de nieuwe, speciaal voor deze compilatie geselecteerde tracks "Coachella Opening" (erg goed), "Herbalizer" (redelijk) en "Aor Blue" (niet bijzonder) interessant vinden.
Ook leuk is de toevoeging van pre-Oxygene werk, maar tegelijkertijd is het ook niet zo verrassend, gezien het leeuwendeel terug te vinden valt op Jean Michel Jarre - Essentials & Rarities (2011).
Blijft over een fijn compilatie-album wat genoeg fraais en objectiefs bevat om 50 jaar Jarre uit te lichten.
MAAR.....met zo'n staat van dienst en het feit dat je 50 jaar in het vak zit, had wellicht nog meer mee gedaan mogen worden: wat te denken van extra en uniek live-materiaal, meer materiaal van het unieke Music for Supermarkets-album (nu moeten we het doen met een Demo Excerpt) of wellicht nog meer onuitgebracht werk.
Daarnaast is de keuze van het uitgekozen werk wellicht niet altijd even sterk, waarbij sommige fragmenten van de gekozen tracks in een aantal gevallen wat ongelukkig klinken. Hoewel dat eerste natuurlijk ook als iets strikt persoonlijks gezien mag worden; er ontbreekt altijd wel een favoriet op een compilatie.
Tevens had ik het fraaier gevonden, als Jarre alle gekozen tracks mooi aan elkaar gesmeed had, waardoor één luistersensatie was ontstaan. Iets wat hij eerder heeft gedaan op Jean Michel Jarre - Images (1991).
Tot slot is niet ieder album terug te vinden. Sessions 2000, Geometry of Love (onlangs samen met Metamorphoses opnieuw uitgebracht en vanaf nu veel gemakkelijker te verkrijgen) en het fel bekritiseerde Téo & Téa worden genegeerd.
Jean-Michel Jarre is en blijft natuurlijk een icoon. Ook na 50 jaar is hij nog steeds één van de toppers binnen het genre van de elektronische muziek. Hij heeft dan ook terecht iets te vieren.
Planet Jarre is een prima compilatie verder, maar is voor mij niet meer dan een veredeld tussendoortje die mijn ongeduld wat weet te temperen, voordat over een tijdje Equinoxe Infinity (weer een verwijzing naar The Avengers?) uit komt.
Ach...ongeduld. Wat zeur ik eigenlijk! Jarre is de laatste jaren productiever dan ooit!

Jean-Michel Jarre - Cities in Concert: Houston/Lyon - Version Integrale. Remixage Digital (1987)

4,0
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 30 augustus 2010, 11:18 uur
Qua speelduur is dit, ondanks dat de hoes afwijkt, de uitgebreidere versie van Cities in Concert, Houston / Lyon. Toen ik erachter kwam dat er een langere versie bestond, heb ik meteen m'n oude versie ingeruild voor deze.
Hoewel niet zo bijzonder als The Concerts in China, is dit toch een goed live-album, vanwege de keuze van de nummers. Alleen al de complete uitvoering van "Ethnicolor" maakt deze live-set de moeite waard. Tevens valt de extreem bombastische, kleurrijke uitvoering van "Rendez-Vous II" in positieve zin op.
Wat ook opvalt zijn de vele uitgebreidere fragmenten van nieuwsberichten over bijv. de verkeerschaos in Houston die ontstonden vanwege het zéér grootschalige evenement wat zich op dat moment voltrok. Maar ook andere berichten zoals die van president Reagan die een kort toespraakje houdt ter nagedachtenis aan Ron McNair, de speech van Paus Johannes Paulus II: al dat soort fragmenten zijn veel meer aanwezig, maar geven het karakter van deze live-set wel iets extra's mee.
Of alle stukken daadwerkelijk live gespeeld zijn laat ik in het midden. Waarom zou ik me daar op blind willen staren en me daar vervolgens aan gaan irriteren, terwijl de muziek gewoon goed is? Er zullen heus tapes met originele studio-fragmenten hebben meegedraaid tijdens de uitvoeringen, maar al die extra toevoegingen boven op de muziek is i.m.o. gewoon daadwerkelijk live en maken van deze registratie een uniek document.
Hoewel niet zo bijzonder als The Concerts in China, is dit toch een goed live-album, vanwege de keuze van de nummers. Alleen al de complete uitvoering van "Ethnicolor" maakt deze live-set de moeite waard. Tevens valt de extreem bombastische, kleurrijke uitvoering van "Rendez-Vous II" in positieve zin op.
Wat ook opvalt zijn de vele uitgebreidere fragmenten van nieuwsberichten over bijv. de verkeerschaos in Houston die ontstonden vanwege het zéér grootschalige evenement wat zich op dat moment voltrok. Maar ook andere berichten zoals die van president Reagan die een kort toespraakje houdt ter nagedachtenis aan Ron McNair, de speech van Paus Johannes Paulus II: al dat soort fragmenten zijn veel meer aanwezig, maar geven het karakter van deze live-set wel iets extra's mee.
Of alle stukken daadwerkelijk live gespeeld zijn laat ik in het midden. Waarom zou ik me daar op blind willen staren en me daar vervolgens aan gaan irriteren, terwijl de muziek gewoon goed is? Er zullen heus tapes met originele studio-fragmenten hebben meegedraaid tijdens de uitvoeringen, maar al die extra toevoegingen boven op de muziek is i.m.o. gewoon daadwerkelijk live en maken van deze registratie een uniek document.
Jean-Michel Jarre - Electronica 1: The Time Machine (2015)

4,0
1
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 13 november 2015, 21:40 uur
Zo! Jarre is sinds jaren weer terug en in vorm. En heeft meteen een blik aan gastartiesten opengetrokken voor dit eerste deel van Electronica die als subtitel The Time Machine heeft meegekregen. Het tweede deel moet in april 2016 gaan verschijnen, dus dat is al vrij vlot. Echter mag het bij Jarre wel eens een keer, gezien z'n vorige studio-album alweer dateert uit 2007. En die was niet best!
Ik was even bang dat dit album een wisselvallig gebeuren zou worden met hits en missers. Maar niets is minder waar, gezien iedere samenwerking een overtuigend resultaat heeft opgeleverd.
Voor zover ik weet heeft Jarre de hand gehad in alle composities, maar met de desbetreffende gastartiest in zijn achterhoofd. Artiesten die voor Jarre, maar ook andersom, een grote inspiratiebron zijn geweest en wellicht nog steeds betekenen.
Alle artiesten heeft Jarre persoonlijk opgezocht om zijn ideeën mee te delen. Zodoende heeft iedere artiest zijn of haar bijdrage erin verwerkt met een overtuigend resultaat als gevolg.
Toegegeven, natuurlijk vind ik het ene nummer beter dan de ander, wat vaak een beetje met de stijl te maken heeft. Maar objectief beluisterend besef ik wel dat ieder nummer echt wel geslaagd genoemd mag worden. In ieder geval krijg ik bij veel tracks dat typische Jarre-gevoel, gewoonweg omdat het ook als typisch Jarre klinkt.
Neem nu bijvoorbeeld opener "The Time Machine" met Boys Noize, het tweeluik "Automatic" met Vince Clarke (één van de toppers op dit album) of "Stardust" met onze eigen Armin van Buuren. Vooral die laatste luistert gewoon als een échte Jarre-anthem en past wat mij betreft zo in het rijtje "Equinoxe, Pt. 5", "Fourth Rendez-Vous" en "Chronologie Part 4".
Andere verrassingen zijn de bijzondere samenwerking met Tangerine Dream "Zero Gravity". Zeker als je nagaat dat het nummer vlak voor het overlijden van Edgar Froese is opgenomen. Overigens is het album ook aan Edgar opgedragen, 'a grand figure in Electronic Music', zoals Jarre in de credits zelf aangeeft.
De beste track is zonder twijfel het ijzersterke en opbouwende "The Train & the River" met de klassiek geschoolde Chinese pianist Lang Lang, maar deze afsluiter vergt in eerste instantie wel meer geduld dan de rest. Maar dan heb je op den duur ook wat, als dit pareltje zich uiteindelijk ontvouwt.
Over het algemeen vind ik de vocale tracks de 'minste', maar dat betekent niet dat ik ze slecht vind. Ze luisteren heerlijk weg en voegen zeker wat toe. Of het nu om Moby gaat of oudgediende Laurie Anderson (haar derde samenwerking met Jarre overigens op dit album), het is allemaal met veel zorg, liefde en plezier in elkaar geflanst. En dat hoor je; de nummers klinken fris en geïnspireerd. Iets wat i.m.o. ontbrak op bijvoorbeeld Metamorphoses, waar ook vocalen op te horen zijn. Zelfs het nummer met Air vind ik niet vervelend, gezien ik persoonlijk niet zo veel heb met dit Franse duo, wat puur persoonlijk is overigens...
Jarre is met dit veelzijdige album terug aan het front en van mij mag het volgende deel gauw verschijnen met hopelijk misschien wel samenwerkingen met Kraftwerk, Klaus Schulze en Future Sound of London. Om er maar een paar te noemen....Wie weet zelfs een samenwerking met die andere (commerciële) synthesizer-icoon: een zekere gezette Griek met een grijze baard
!! Hoewel ik dat niet gauw zie gebeuren trouwens....het zou wel een erg gaaf resultaat kunnen opleveren trouwens!
Ach ja...lekker afwachten gewoon en tot die tijd genieten van deze Jarre-comeback.
Ik was even bang dat dit album een wisselvallig gebeuren zou worden met hits en missers. Maar niets is minder waar, gezien iedere samenwerking een overtuigend resultaat heeft opgeleverd.
Voor zover ik weet heeft Jarre de hand gehad in alle composities, maar met de desbetreffende gastartiest in zijn achterhoofd. Artiesten die voor Jarre, maar ook andersom, een grote inspiratiebron zijn geweest en wellicht nog steeds betekenen.
Alle artiesten heeft Jarre persoonlijk opgezocht om zijn ideeën mee te delen. Zodoende heeft iedere artiest zijn of haar bijdrage erin verwerkt met een overtuigend resultaat als gevolg.
Toegegeven, natuurlijk vind ik het ene nummer beter dan de ander, wat vaak een beetje met de stijl te maken heeft. Maar objectief beluisterend besef ik wel dat ieder nummer echt wel geslaagd genoemd mag worden. In ieder geval krijg ik bij veel tracks dat typische Jarre-gevoel, gewoonweg omdat het ook als typisch Jarre klinkt.
Neem nu bijvoorbeeld opener "The Time Machine" met Boys Noize, het tweeluik "Automatic" met Vince Clarke (één van de toppers op dit album) of "Stardust" met onze eigen Armin van Buuren. Vooral die laatste luistert gewoon als een échte Jarre-anthem en past wat mij betreft zo in het rijtje "Equinoxe, Pt. 5", "Fourth Rendez-Vous" en "Chronologie Part 4".
Andere verrassingen zijn de bijzondere samenwerking met Tangerine Dream "Zero Gravity". Zeker als je nagaat dat het nummer vlak voor het overlijden van Edgar Froese is opgenomen. Overigens is het album ook aan Edgar opgedragen, 'a grand figure in Electronic Music', zoals Jarre in de credits zelf aangeeft.
De beste track is zonder twijfel het ijzersterke en opbouwende "The Train & the River" met de klassiek geschoolde Chinese pianist Lang Lang, maar deze afsluiter vergt in eerste instantie wel meer geduld dan de rest. Maar dan heb je op den duur ook wat, als dit pareltje zich uiteindelijk ontvouwt.
Over het algemeen vind ik de vocale tracks de 'minste', maar dat betekent niet dat ik ze slecht vind. Ze luisteren heerlijk weg en voegen zeker wat toe. Of het nu om Moby gaat of oudgediende Laurie Anderson (haar derde samenwerking met Jarre overigens op dit album), het is allemaal met veel zorg, liefde en plezier in elkaar geflanst. En dat hoor je; de nummers klinken fris en geïnspireerd. Iets wat i.m.o. ontbrak op bijvoorbeeld Metamorphoses, waar ook vocalen op te horen zijn. Zelfs het nummer met Air vind ik niet vervelend, gezien ik persoonlijk niet zo veel heb met dit Franse duo, wat puur persoonlijk is overigens...
Jarre is met dit veelzijdige album terug aan het front en van mij mag het volgende deel gauw verschijnen met hopelijk misschien wel samenwerkingen met Kraftwerk, Klaus Schulze en Future Sound of London. Om er maar een paar te noemen....Wie weet zelfs een samenwerking met die andere (commerciële) synthesizer-icoon: een zekere gezette Griek met een grijze baard
!! Hoewel ik dat niet gauw zie gebeuren trouwens....het zou wel een erg gaaf resultaat kunnen opleveren trouwens!Ach ja...lekker afwachten gewoon en tot die tijd genieten van deze Jarre-comeback.
Jean-Michel Jarre - Electronica 2: The Heart of Noise (2016)

3,0
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 19 september 2016, 12:13 uur
Alhoewel het aantal samenwerkingen weer net zo interessant is als op voorganger Electronica 1, moet me van het hart dat Electronica 2: The Heart of Noise lang niet zo sterk en bevlogen klinkt als het eerste deel van dit toch wel opvallende project van Jean Michel Jarre.
Het klinkt gevoelsmatig wel alsof de left-overs allemaal op dit tweede album gegooid zijn.
En dat is jammer, want er zitten ook best wel wat goede momenten tussen. Alleen lijken die zich voornamelijk aan het begin van de plaat te bevinden. Naarmate de plaat namelijk vordert, kakt ie verschrikkelijk in, om naar het einde toe een kleine opleving te hebben, totdat het album echt als een nachtkaars uitgaat.
Ontzettend zonde, want de voorganger was en is nog steeds een verrassende en verfrissende plaat waarmee Jarre laat horen zijn kunstjes nog niet verleerd te zijn. En dat hij zelfs met een hoop van de vocale tracks ermee weg weet te komen.
Het is gewoon, op een aantal uitzonderingen na (de samenwerking met Pet Shop Boys, Gary Numan, Edward Snowden), net wat te wisselvallig allemaal. Teveel vullertjes domineren deze ruim 70 minuten durende plaat en dat is jammer.
Het klinkt gevoelsmatig wel alsof de left-overs allemaal op dit tweede album gegooid zijn.
En dat is jammer, want er zitten ook best wel wat goede momenten tussen. Alleen lijken die zich voornamelijk aan het begin van de plaat te bevinden. Naarmate de plaat namelijk vordert, kakt ie verschrikkelijk in, om naar het einde toe een kleine opleving te hebben, totdat het album echt als een nachtkaars uitgaat.
Ontzettend zonde, want de voorganger was en is nog steeds een verrassende en verfrissende plaat waarmee Jarre laat horen zijn kunstjes nog niet verleerd te zijn. En dat hij zelfs met een hoop van de vocale tracks ermee weg weet te komen.
Het is gewoon, op een aantal uitzonderingen na (de samenwerking met Pet Shop Boys, Gary Numan, Edward Snowden), net wat te wisselvallig allemaal. Teveel vullertjes domineren deze ruim 70 minuten durende plaat en dat is jammer.
Jean-Michel Jarre - Equinoxe Infinity (2018)

4,0
2
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 20 november 2018, 23:53 uur
Veertig jaar na Equinoxe, verschijnt op exact dezelfde verschijningsdag, afgelopen 16 november, het vervolg op dat album, namelijk Equinoxe Infinity. Een actie die Jean Michel Jarre twee jaar geleden ook al uithaalde met het derde deel uit de Oxygene-serie. Ook daar zit exact veertig jaar tussen dat album en het debuut.
Maar het is dit keer vooral het hoes-ontwerp wat het meest doet refereren aan de originele Equinoxe. De zg. 'Watchers' zijn namelijk weer terug te zien op maar liefst twee albumhoezen die speciaal voor Equinoxe Infinity ontworpen zijn. Eentje die een vreedzame blik in de toekomst biedt (de albumhoes zoals deze ook op MusicMeter staat) en eentje die een meer dystopisch beeld van de toekomst laat zien (zie: https://7.allegroimg.com/s1440/013538/e06c1b2f4320b150dcca565c63a7).
Mijn versie van het album heeft overigens de hoes zoals hier ook te zien op MusicMeter.
Want muzikaal zijn er niet meteen overeenkomsten terug te horen. Deze zijn er wel, maar vallen niet zo erg op als de muzikale omlijsting die alle drie de Oxygene-albums met elkaar verbinden.
Verwijzingen die o.a. te horen zijn zitten 'm vooral in de details zoals de opduikende sequencer-sectie in "The Watchers (Movement 1)" en de manier hoe de nummers 6 t/m 8 met elkaar zijn verbonden, doet sterk denken aan het drieluik Part 5 t/m 7 van de originele Equinoxe.
Maar daarmee houden de vergelijkingen al vrij snel op. Want met dit nieuwe album hoor ik toch vooral een vertrouwde Jarre die doet waar hij goed in is. En dat is een pakkende blend bieden van goed geproduceerde electronische muziek waar overduidelijk de Jarre-stempel op gedrukt is.
Niet per se verrassend, maar wel erg lekker en herkenbaar.
Qua dynamiek en afwisseling zelfs misschien nog wat diverser dan Oxygene 3. Tegelijkertijd mis ik het meer minimale karakter wat de vorige plaat meer kenmerkte. Wat minder geheimzinnig, minder ongrijpbaar. De nadruk op thema's is op Equinoxe Infinity meer aanwezig.
Toch doet Jarre geen vernieuwende of revolutionaire dingen op dit nieuwe album. Daarvoor klinkt het net iets teveel als ieder ander album van Jarre. Maar het klinkt zoals altijd en zeker sinds de laatste jaren weer erg degelijk. En dat na een periode waarbij ik soms het idee had dat Jarre redelijk de weg kwijt was, muzikaal gezien dan. Getuige matige albums als Metamorphoses en Téo & Téa.
Nummers die opvallen zijn de al eerder genoemde opener, die me qua sfeer zelfs een beetje een Blade Runner-gevoel geven (hallo Vangelis).
"Flying Totems (Movement 2)" zou wel eens de onvermijdelijke single van het album kunnen worden, met zo'n ongelooflijk herkenbare melodie wat zo typisch 'Jarre-iaans' klinkt, om het zo maar eens te omschrijven.
Tijd om mijn oren te spitsen doe ik tijdens het opvallende en met bijzondere mellotron-klanken doorspekte "Robots Don't Cry (Movement 3)".
Andere momenten hoor ik opeens verwijzingen naar Zoolook, getuige het meer poppy "Infinity (Movement 6)".
"The Opening" is een rehash van "Coachella Opening" die terug te vinden is op de compilatie Planet Jarre die eerder dit jaar is uitgebracht. En op dit album mooi geblend is naast de rest van de nummers.
Andere momenten zijn het wat meer klassiek getinte "Don’t Look Back (Movement 9)".
Het album sluit af met een intrigerend ambient-stuk waarmee Jarre laat zien ook de minder gemakkelijk in het gehoor liggende soundscapes niet te schuwen. Hij sluit hiermee het album op een bijzondere wijze af.
Zoals altijd staan er ook een aantal nummers op die meer als transitie dienen naar het volgende nummer dan dat ze op zich zelf staand een doel dienen. Daarmee vind ik niet altijd dat Jarre er mee wegkomt, gezien er gevoelsmatig meer met dit soort composities gedaan kan worden, dan dat nu te horen valt. Zo ook op dit album. Neem bijvoorbeeld een nummer als "If the Wind Could Speak (Movement 5)". Hier had zoveel meer mee gedaan kunnen worden. Een wonderschone melodielijn en aangename stem-samples zorgen voor een juweeltje. Echter duurt dit nummer met anderhalve minuut veel te kort om tot volle wasdom te komen. Wat niet zo bedoeld zal zijn, maar in mijn beleving wel een beetje een gemiste kans.
Conclusie is dat Jarre op zijn oude dag een degelijk album heeft afgeleverd wat door zijn titel en thema een gedurfde vergelijking aangaat met zijn oudere broer uit 1978. En hoe degelijk dit album is, het gaat niet die status van klassieker behalen als de originele Equinoxe. En zelfs dát album heeft altijd weer een beetje in de schaduw gestaan van het klassieke debuut. Ook al prefereer ik persoonlijk Equinoxe muzikaal net even meer dan het overigens al even geweldige debuut. Puur persoonlijk.
Ondanks hier en daar wat kritische noten, kan ik ook dit keer weer genieten van een oerdegelijk Jarre-album die qua kwaliteit, uitvoering en productie weer staat als een huis. En gezien de fanatieke productiviteit van Jarre de laatste jaren, is dat een prestatie op zich.
Maar het is dit keer vooral het hoes-ontwerp wat het meest doet refereren aan de originele Equinoxe. De zg. 'Watchers' zijn namelijk weer terug te zien op maar liefst twee albumhoezen die speciaal voor Equinoxe Infinity ontworpen zijn. Eentje die een vreedzame blik in de toekomst biedt (de albumhoes zoals deze ook op MusicMeter staat) en eentje die een meer dystopisch beeld van de toekomst laat zien (zie: https://7.allegroimg.com/s1440/013538/e06c1b2f4320b150dcca565c63a7).
Mijn versie van het album heeft overigens de hoes zoals hier ook te zien op MusicMeter.
Want muzikaal zijn er niet meteen overeenkomsten terug te horen. Deze zijn er wel, maar vallen niet zo erg op als de muzikale omlijsting die alle drie de Oxygene-albums met elkaar verbinden.
Verwijzingen die o.a. te horen zijn zitten 'm vooral in de details zoals de opduikende sequencer-sectie in "The Watchers (Movement 1)" en de manier hoe de nummers 6 t/m 8 met elkaar zijn verbonden, doet sterk denken aan het drieluik Part 5 t/m 7 van de originele Equinoxe.
Maar daarmee houden de vergelijkingen al vrij snel op. Want met dit nieuwe album hoor ik toch vooral een vertrouwde Jarre die doet waar hij goed in is. En dat is een pakkende blend bieden van goed geproduceerde electronische muziek waar overduidelijk de Jarre-stempel op gedrukt is.
Niet per se verrassend, maar wel erg lekker en herkenbaar.
Qua dynamiek en afwisseling zelfs misschien nog wat diverser dan Oxygene 3. Tegelijkertijd mis ik het meer minimale karakter wat de vorige plaat meer kenmerkte. Wat minder geheimzinnig, minder ongrijpbaar. De nadruk op thema's is op Equinoxe Infinity meer aanwezig.
Toch doet Jarre geen vernieuwende of revolutionaire dingen op dit nieuwe album. Daarvoor klinkt het net iets teveel als ieder ander album van Jarre. Maar het klinkt zoals altijd en zeker sinds de laatste jaren weer erg degelijk. En dat na een periode waarbij ik soms het idee had dat Jarre redelijk de weg kwijt was, muzikaal gezien dan. Getuige matige albums als Metamorphoses en Téo & Téa.
Nummers die opvallen zijn de al eerder genoemde opener, die me qua sfeer zelfs een beetje een Blade Runner-gevoel geven (hallo Vangelis).
"Flying Totems (Movement 2)" zou wel eens de onvermijdelijke single van het album kunnen worden, met zo'n ongelooflijk herkenbare melodie wat zo typisch 'Jarre-iaans' klinkt, om het zo maar eens te omschrijven.
Tijd om mijn oren te spitsen doe ik tijdens het opvallende en met bijzondere mellotron-klanken doorspekte "Robots Don't Cry (Movement 3)".
Andere momenten hoor ik opeens verwijzingen naar Zoolook, getuige het meer poppy "Infinity (Movement 6)".
"The Opening" is een rehash van "Coachella Opening" die terug te vinden is op de compilatie Planet Jarre die eerder dit jaar is uitgebracht. En op dit album mooi geblend is naast de rest van de nummers.
Andere momenten zijn het wat meer klassiek getinte "Don’t Look Back (Movement 9)".
Het album sluit af met een intrigerend ambient-stuk waarmee Jarre laat zien ook de minder gemakkelijk in het gehoor liggende soundscapes niet te schuwen. Hij sluit hiermee het album op een bijzondere wijze af.
Zoals altijd staan er ook een aantal nummers op die meer als transitie dienen naar het volgende nummer dan dat ze op zich zelf staand een doel dienen. Daarmee vind ik niet altijd dat Jarre er mee wegkomt, gezien er gevoelsmatig meer met dit soort composities gedaan kan worden, dan dat nu te horen valt. Zo ook op dit album. Neem bijvoorbeeld een nummer als "If the Wind Could Speak (Movement 5)". Hier had zoveel meer mee gedaan kunnen worden. Een wonderschone melodielijn en aangename stem-samples zorgen voor een juweeltje. Echter duurt dit nummer met anderhalve minuut veel te kort om tot volle wasdom te komen. Wat niet zo bedoeld zal zijn, maar in mijn beleving wel een beetje een gemiste kans.
Conclusie is dat Jarre op zijn oude dag een degelijk album heeft afgeleverd wat door zijn titel en thema een gedurfde vergelijking aangaat met zijn oudere broer uit 1978. En hoe degelijk dit album is, het gaat niet die status van klassieker behalen als de originele Equinoxe. En zelfs dát album heeft altijd weer een beetje in de schaduw gestaan van het klassieke debuut. Ook al prefereer ik persoonlijk Equinoxe muzikaal net even meer dan het overigens al even geweldige debuut. Puur persoonlijk.
Ondanks hier en daar wat kritische noten, kan ik ook dit keer weer genieten van een oerdegelijk Jarre-album die qua kwaliteit, uitvoering en productie weer staat als een huis. En gezien de fanatieke productiviteit van Jarre de laatste jaren, is dat een prestatie op zich.
Jean-Michel Jarre - Oxygene 3 (2016)

4,0
2
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 11 december 2016, 10:07 uur
Laat ik maar meteen met de deur in huis vallen dat de nieuwste van Jarre gewoon een verrassend goed album is geworden. En toevallig heet ie Oxygene 3, een zeer bevredigende afsluiter van een trilogie die zeer goed en opvallend van start ging met Oxygene uit 1976 (niet alleen een klassieker, maar ook één van de best verkochte elektronische muziek-albums aller tijden) en opgevolgd door het i.m.o. wat tegenvallende Oxygene 7-13 (tegenwoordig ook wel Oxygene 2 geheten) uit 1997.
En nu, na 40 jaar, is er Oxygene 3. Een album die aan de ene kant hypermodern klinkt en daardoor met beide benen in 2016 staat. Aan de andere kant is de sfeer van de vorige 2 albums, maar ook de retro-sounds van weleer op een zeer overtuigende manier aanwezig.
Het album bestaat, net zoals de 2 voorgaande, eigenlijk uit één lang muziekstuk, opgesplitst in, in dit geval, 7 delen.
Er wordt overtuigend geopend met "Oxygene, Pt. 14 ", een nummer die op de één of andere manier heerlijk herkenbaar klinkt. In ieder geval klinkt het onmiskenbaar als Jarre die hier doet waar ie goed in is!
"Oxygene, Pt. 15" zoekt voor even wat meer minimalistische en ontoegankelijke paden op. Al met al klinkt het wat zoekend. Maar tegelijkertijd heel overtuigend en functioneel.
Het is op "Oxygene, Pt. 16" dat Jarre pas echt het onderste uit de kan haalt en de registers opentrekt met een stuwende, vlotte sectie die mijn oren continue gespitst houden.
Als antwoord op "Oxygene, Pt. 4" en "Oxygene, Pt. 8" mag een soortgelijke track ook op dit album niet ontbreken. En dat gebeurd dan ook niet middels het geweldige "Oxygene, Pt. 17".
"Oxygene, Pt. 18" laat het gehele album even flink tot bedaren komen middels een korte, maar zeer mooie, haast wat droevig klinkende sectie waarmee Jarre op een vredige, ietwat melancholische manier, achterom lijkt te kijken naar een rijk verleden.
Totdat het vuur weer aangewakkerd wordt met het sublieme "Oxygene, Pt. 19", een spannende, energieke compositie wat o zo herkenbaar, maar tegelijkertijd ook zo overtuigend klinkt. Wat mij betreft mijn persoonlijke favoriet van het album.
Afgesloten wordt met "Oxygene, Pt. 20", die daverend begint met orgel-akkoorden, om daarna wat zoekend af te zakken naar een sectie die een sample laat horen uit "Oxygene, Pt. 6" (wat hij i.m.o. niet had hoeven doen), om vervolgens prachtig te eindigen met een majestueus en omvangrijk slot.
En voordat je er erg in hebt, zit het er alweer op. Een album die al flink wat rondjes in de CD-speler heeft gemaakt.
Iets intrigeert me ontzettend aan deze derde Oxygene. Het album doet iets met me, wat niet het geval was op voorganger Oxygene 7-13. Op dat album mis ik de magie van de eersteling; iets wat ik wel weer beleef op Oxygene 3. En wat dat precies is, is gewoon iets persoonlijks denk ik...
Feit is wel, dat Jarre bewijst nog steeds wel een traditioneel en goed album af te kunnen leveren en i.m.o. is dit dan ook zijn beste album sinds Chronologie uit 1993.
Daarnaast heeft Jarre blijkbaar voldoende inspiratie om binnen anderhalf jaar tijd zijn derde album af te leveren. En om dan zo goed voor de dag te komen na het Electronica-project (waarvan ik het eerste album overigens ook redelijk hoog heb zitten), is een prestatie op zich.
Na een moeizame periode van mindere albums, is Jarre de laatste jaren wat mij betreft weer helemaal terug.
Of Oxygene 3 zijn zwanenzang is, is nog niet bekend (Jarre wordt er met zijn 68 jaar ook niet jonger op), maar dat hij het nog altijd kan, bewijst hij toch maar weer eens.
Wat mij betreft mag hij dan ook best nog een aantal jaartjes doorgaan. Wellicht zien we in 2018 wel een vervolg op Equinoxe...
?
We zullen zien...
En nu, na 40 jaar, is er Oxygene 3. Een album die aan de ene kant hypermodern klinkt en daardoor met beide benen in 2016 staat. Aan de andere kant is de sfeer van de vorige 2 albums, maar ook de retro-sounds van weleer op een zeer overtuigende manier aanwezig.
Het album bestaat, net zoals de 2 voorgaande, eigenlijk uit één lang muziekstuk, opgesplitst in, in dit geval, 7 delen.
Er wordt overtuigend geopend met "Oxygene, Pt. 14 ", een nummer die op de één of andere manier heerlijk herkenbaar klinkt. In ieder geval klinkt het onmiskenbaar als Jarre die hier doet waar ie goed in is!
"Oxygene, Pt. 15" zoekt voor even wat meer minimalistische en ontoegankelijke paden op. Al met al klinkt het wat zoekend. Maar tegelijkertijd heel overtuigend en functioneel.
Het is op "Oxygene, Pt. 16" dat Jarre pas echt het onderste uit de kan haalt en de registers opentrekt met een stuwende, vlotte sectie die mijn oren continue gespitst houden.
Als antwoord op "Oxygene, Pt. 4" en "Oxygene, Pt. 8" mag een soortgelijke track ook op dit album niet ontbreken. En dat gebeurd dan ook niet middels het geweldige "Oxygene, Pt. 17".
"Oxygene, Pt. 18" laat het gehele album even flink tot bedaren komen middels een korte, maar zeer mooie, haast wat droevig klinkende sectie waarmee Jarre op een vredige, ietwat melancholische manier, achterom lijkt te kijken naar een rijk verleden.
Totdat het vuur weer aangewakkerd wordt met het sublieme "Oxygene, Pt. 19", een spannende, energieke compositie wat o zo herkenbaar, maar tegelijkertijd ook zo overtuigend klinkt. Wat mij betreft mijn persoonlijke favoriet van het album.
Afgesloten wordt met "Oxygene, Pt. 20", die daverend begint met orgel-akkoorden, om daarna wat zoekend af te zakken naar een sectie die een sample laat horen uit "Oxygene, Pt. 6" (wat hij i.m.o. niet had hoeven doen), om vervolgens prachtig te eindigen met een majestueus en omvangrijk slot.
En voordat je er erg in hebt, zit het er alweer op. Een album die al flink wat rondjes in de CD-speler heeft gemaakt.
Iets intrigeert me ontzettend aan deze derde Oxygene. Het album doet iets met me, wat niet het geval was op voorganger Oxygene 7-13. Op dat album mis ik de magie van de eersteling; iets wat ik wel weer beleef op Oxygene 3. En wat dat precies is, is gewoon iets persoonlijks denk ik...
Feit is wel, dat Jarre bewijst nog steeds wel een traditioneel en goed album af te kunnen leveren en i.m.o. is dit dan ook zijn beste album sinds Chronologie uit 1993.
Daarnaast heeft Jarre blijkbaar voldoende inspiratie om binnen anderhalf jaar tijd zijn derde album af te leveren. En om dan zo goed voor de dag te komen na het Electronica-project (waarvan ik het eerste album overigens ook redelijk hoog heb zitten), is een prestatie op zich.
Na een moeizame periode van mindere albums, is Jarre de laatste jaren wat mij betreft weer helemaal terug.
Of Oxygene 3 zijn zwanenzang is, is nog niet bekend (Jarre wordt er met zijn 68 jaar ook niet jonger op), maar dat hij het nog altijd kan, bewijst hij toch maar weer eens.
Wat mij betreft mag hij dan ook best nog een aantal jaartjes doorgaan. Wellicht zien we in 2018 wel een vervolg op Equinoxe...
?We zullen zien...
Jean-Michel Jarre - Oxymore (2022)
Alternatieve titel: Homage to Pierre Henry

3,5
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 25 september 2023, 22:28 uur
Duidelijk is te horen op Oxymore, dat Jean-Michel Jarre de grenzen van de Avant Garde-stroming en Musique Concrète opzoekt en deze combineert met zijn eigen manier van het benaderen van electronische muziek.
De muzikale visie van wijlen Pierre Henry waar dit album aan opgedragen is, (de stem van Pierre Henry plus allerlei muzikale experimenten en fragmenten van hem die verweven zijn binnen de muziek van Jarre), maakt dit tot een uniek en experimenteel project wat in ieder geval als één van de meest gedurfde albums van Jarre beschouwd mag worden in lange tijd.
Alhoewel Jarre de afgelopen jaren al langer met wat meer experimentele projecten bezig is geweest (EōN en Amazônia), is Oxymore redelijk opvallend te noemen.
Ten eerste natuurlijk de invloeden van Pierre Henry (voor Jarre is Henry één van zijn voornaamste inspiratiebronnen geweest tot het maken van zijn eigen muziek), maar ten tweede ook zeker de mate van experimenteerdrift die dit album wel degelijk zijn eigen gezicht geeft.
Eén ding moet gezegd: het album is allesbehalve saai en in de kleine 50 minuten dat dit album duurt, komt er heel wat aan de (hopelijk geoefende) luisteraar voorbij.
Het siert Jarre dat hij niet voortborduurt op vorige projecten, zoals Equinoxe Infinity en Oxygene 3, maar puur doet waar hij zin in heeft. Jarre hoeft zich op zijn oude dag dan ook niet meer te bewijzen, maar blijft evolueren als artiest, door zeker in het geval van Oxymore, voor een bepaalde vernieuwingsdrang te gaan.
Los of men het goed vind of niet, moet gezegd dat Jarre het voor elkaar heeft gekregen om het verleden én heden van het benaderen van electronische muziek op een manier die past binnen Musique Concrète, op één album te krijgen.
De composities zijn dan ook stuk voor stuk bijzonder van opzet en qua structuur ademt het een behoorlijke experimenteerdrift uit. Dit album heeft dan ook meer geduld nodig, dan het gemiddelde Jarre-album; duidelijk is dat Oxymore meer het experiment opzoekt, zoals een Zoolook dit ook deed. En daar is wat mij betreft weinig mis mee.
Want eenmaal je opengesteld te hebben en met wat gepast geduld, is Oxymore echt zo slecht nog niet. Dit is gewoon een zeer interessant album met stuk voor stuk intrigerende reisjes binnen de ritmische, experimentele electronica. En los van de Pierre Henry-invloeden, is het toch ook onmiskenbaar Jarre die je hierin terughoort, althans dat hoor ik gewoon. Best knap!
Toegegeven, het soms wat chaotische en drukke karakter van de plaat nekt me ook zo nu en dan, wat een reden is waarom ik niet hoger ga dan een 3,5, maar dit vind ik dan ook een acceptabele score voor dit bijzondere album.
Mijn advies, ook voor degenen die het in eerste instantie een prutplaat vinden: cijfer dit niet weg en probeer het nog eens. Wellicht dat je er anders over gaat denken. Het is even doorbijten bij de eerste drie nummers, maar eenmaal eraan gewend wordt het album vanaf "Sonic Land" wat mij betreft beter.
Nummers zoals "Sonic Land", "Sex in the Machine" en "Epica" zijn toch best pareltjes te noemen en ook met afstand de beste nummers van Oxymore trouwens.
Kortom: Oxymore is een geslaagd en verfrissend experiment van Jarre waarmee ik prima mee uit de voeten kan. En nee, het is ook niet helemaal mijn kopje Jarre-thee maar dat is in dit geval helemaal niet vervelend.
De muzikale visie van wijlen Pierre Henry waar dit album aan opgedragen is, (de stem van Pierre Henry plus allerlei muzikale experimenten en fragmenten van hem die verweven zijn binnen de muziek van Jarre), maakt dit tot een uniek en experimenteel project wat in ieder geval als één van de meest gedurfde albums van Jarre beschouwd mag worden in lange tijd.
Alhoewel Jarre de afgelopen jaren al langer met wat meer experimentele projecten bezig is geweest (EōN en Amazônia), is Oxymore redelijk opvallend te noemen.
Ten eerste natuurlijk de invloeden van Pierre Henry (voor Jarre is Henry één van zijn voornaamste inspiratiebronnen geweest tot het maken van zijn eigen muziek), maar ten tweede ook zeker de mate van experimenteerdrift die dit album wel degelijk zijn eigen gezicht geeft.
Eén ding moet gezegd: het album is allesbehalve saai en in de kleine 50 minuten dat dit album duurt, komt er heel wat aan de (hopelijk geoefende) luisteraar voorbij.
Het siert Jarre dat hij niet voortborduurt op vorige projecten, zoals Equinoxe Infinity en Oxygene 3, maar puur doet waar hij zin in heeft. Jarre hoeft zich op zijn oude dag dan ook niet meer te bewijzen, maar blijft evolueren als artiest, door zeker in het geval van Oxymore, voor een bepaalde vernieuwingsdrang te gaan.
Los of men het goed vind of niet, moet gezegd dat Jarre het voor elkaar heeft gekregen om het verleden én heden van het benaderen van electronische muziek op een manier die past binnen Musique Concrète, op één album te krijgen.
De composities zijn dan ook stuk voor stuk bijzonder van opzet en qua structuur ademt het een behoorlijke experimenteerdrift uit. Dit album heeft dan ook meer geduld nodig, dan het gemiddelde Jarre-album; duidelijk is dat Oxymore meer het experiment opzoekt, zoals een Zoolook dit ook deed. En daar is wat mij betreft weinig mis mee.
Want eenmaal je opengesteld te hebben en met wat gepast geduld, is Oxymore echt zo slecht nog niet. Dit is gewoon een zeer interessant album met stuk voor stuk intrigerende reisjes binnen de ritmische, experimentele electronica. En los van de Pierre Henry-invloeden, is het toch ook onmiskenbaar Jarre die je hierin terughoort, althans dat hoor ik gewoon. Best knap!
Toegegeven, het soms wat chaotische en drukke karakter van de plaat nekt me ook zo nu en dan, wat een reden is waarom ik niet hoger ga dan een 3,5, maar dit vind ik dan ook een acceptabele score voor dit bijzondere album.
Mijn advies, ook voor degenen die het in eerste instantie een prutplaat vinden: cijfer dit niet weg en probeer het nog eens. Wellicht dat je er anders over gaat denken. Het is even doorbijten bij de eerste drie nummers, maar eenmaal eraan gewend wordt het album vanaf "Sonic Land" wat mij betreft beter.
Nummers zoals "Sonic Land", "Sex in the Machine" en "Epica" zijn toch best pareltjes te noemen en ook met afstand de beste nummers van Oxymore trouwens.
Kortom: Oxymore is een geslaagd en verfrissend experiment van Jarre waarmee ik prima mee uit de voeten kan. En nee, het is ook niet helemaal mijn kopje Jarre-thee maar dat is in dit geval helemaal niet vervelend.
Jean-Michel Jarre - The Concerts in China (1982)
Alternatieve titel: Les Concerts en Chine

4,5
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 29 augustus 2010, 10:59 uur
Misschien wel één van de meest bijzondere en unieke live-registraties allertijden, aangezien Jarre als eerste westerse muzikant een aantal optredens mocht doen in een land die op dat moment nog stevig in de communistische schoenen stond en vooral in die tijd een nog best geïsoleerd land was.
En dan ook nog eens iemand die, zeker voor die tijd, een bijzondere vorm van futuristische, electronische muziek voorschotelde aan een publiek die dat soort muziek waarschijnlijk nog nooit eerder gehoord had. Wat moet deze muziekvorm voor al die Chinezen toch iets revolutionairs zijn geweest!!
The Concerts in China behoort niet alleen tot één van de belangrijkste live-registraties van Jarre, maar tevens als één van zijn betere albums. Het biedt een uniek overzicht van wat Jarre tot dan toe gemaakt heeft, en tevens bevat het een aantal unieke, nieuwe nummers, waaronder het energieke "Arpegiator" (ik blijf bij dit nummer altijd aan Tangerine Dream denken ten tijde van het geweldige Poland-album). Tevens staat hierop het bijzondere "Fishing Junks at Sunset", een authentieke en prachtige compositie waarop Jarre bijgestaan wordt door het Peking Conservatoire Symphony Orchestra.
Ook "Night in Shanghai" is geweldig en heeft vooral in het begin iets ongrijpbaars en mysterieus. De opbouw is ijzersterk en verder valt later in het nummer de geweldige ritme-sectie en het sequence-werk me op.
Afsluiter "Souvenir of China" heb ik altijd als een Jarre-pareltje gezien.
Alle overige uitvoeringen van nummers van de eerste 3 Jarre-platen vanaf Oxygene zijn goed te noemen. Het druilerige tussendoortje "Band in the Rain (Equinoxe Part VIII)" en het exotische "The Last Rumba (Magnetic Fields Part V)" zijn natuurlijk grappig, maar hadden persoonlijk niet echt van mij gehoeven.
De uitvoering van "Magnetic Fields Part II" overstijgt zelfs de originele versie in kracht en enthousiasme. Het flitsende gesoleer is natuurlijk geweldig.
"The Overture" is als intro verrassend en geslaagd en is eigenlijk een verlangzaamde versie van het eerste stuk van "Magnetic Fields Part I".
The Concerts in China is een essentieel stukje geschiedenis in de muziek van Jean Michel Jarre en is dan ook niet te missen!
En dan ook nog eens iemand die, zeker voor die tijd, een bijzondere vorm van futuristische, electronische muziek voorschotelde aan een publiek die dat soort muziek waarschijnlijk nog nooit eerder gehoord had. Wat moet deze muziekvorm voor al die Chinezen toch iets revolutionairs zijn geweest!!
The Concerts in China behoort niet alleen tot één van de belangrijkste live-registraties van Jarre, maar tevens als één van zijn betere albums. Het biedt een uniek overzicht van wat Jarre tot dan toe gemaakt heeft, en tevens bevat het een aantal unieke, nieuwe nummers, waaronder het energieke "Arpegiator" (ik blijf bij dit nummer altijd aan Tangerine Dream denken ten tijde van het geweldige Poland-album). Tevens staat hierop het bijzondere "Fishing Junks at Sunset", een authentieke en prachtige compositie waarop Jarre bijgestaan wordt door het Peking Conservatoire Symphony Orchestra.
Ook "Night in Shanghai" is geweldig en heeft vooral in het begin iets ongrijpbaars en mysterieus. De opbouw is ijzersterk en verder valt later in het nummer de geweldige ritme-sectie en het sequence-werk me op.
Afsluiter "Souvenir of China" heb ik altijd als een Jarre-pareltje gezien.
Alle overige uitvoeringen van nummers van de eerste 3 Jarre-platen vanaf Oxygene zijn goed te noemen. Het druilerige tussendoortje "Band in the Rain (Equinoxe Part VIII)" en het exotische "The Last Rumba (Magnetic Fields Part V)" zijn natuurlijk grappig, maar hadden persoonlijk niet echt van mij gehoeven.
De uitvoering van "Magnetic Fields Part II" overstijgt zelfs de originele versie in kracht en enthousiasme. Het flitsende gesoleer is natuurlijk geweldig.
"The Overture" is als intro verrassend en geslaagd en is eigenlijk een verlangzaamde versie van het eerste stuk van "Magnetic Fields Part I".
The Concerts in China is een essentieel stukje geschiedenis in de muziek van Jean Michel Jarre en is dan ook niet te missen!
Jeff Wayne - Pianos, Strings and Some Other Things (2019)

3,5
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 5 oktober 2020, 23:57 uur
Jeff Wayne is onlosmakelijk verbonden aan zijn rock-musical The War of the Worlds. Door de jaren heen heeft het een tijdloze impact gehad op jong en oud binnen de muziek-generatie en heden ten dagen is het nog steeds één van de beste albums die ik ooit heb gehoord. Dit zal ook altijd zo blijven.
Vorig jaar verscheen er een gelimiteerde EP op de markt, speciaal uitgebracht op vinyl, in de vorm van Pianos, Strings and Some Other Things. Het bevat vier exclusieve versies van zo'n beetje de bekendste nummers van het album in meer integere, instrumentale bewerkingen waar vooral de piano overduidelijk op de voorgrond is te horen.
Om deze nummers op deze manier weer eens te horen, doet me eigenlijk meteen terug verlangen naar de originele versies, maar het moet gezegd dat deze versies er ook best wel mogen zijn.
Het is een zeer leuke bijkomstigheid om deze EP eens te beluisteren en het misstaat ook zeker niet om deze naast The War of the Worlds erbij te hebben.
Al met al is het een leuke verrassing voor vooral fans van The War of the Worlds.
Vorig jaar verscheen er een gelimiteerde EP op de markt, speciaal uitgebracht op vinyl, in de vorm van Pianos, Strings and Some Other Things. Het bevat vier exclusieve versies van zo'n beetje de bekendste nummers van het album in meer integere, instrumentale bewerkingen waar vooral de piano overduidelijk op de voorgrond is te horen.
Om deze nummers op deze manier weer eens te horen, doet me eigenlijk meteen terug verlangen naar de originele versies, maar het moet gezegd dat deze versies er ook best wel mogen zijn.
Het is een zeer leuke bijkomstigheid om deze EP eens te beluisteren en het misstaat ook zeker niet om deze naast The War of the Worlds erbij te hebben.
Al met al is het een leuke verrassing voor vooral fans van The War of the Worlds.
Jim Kirkwood - A Revelation of the Fall (2009)
Alternatieve titel: By the Light of the Morningstar Part 1

4,0
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 11 september 2010, 11:30 uur
Geïnspireerd door vele Gnostische en aanverwante esoterische thema's (meer daarover valt terug te vinden op
www.jimkirkwood.com) is het Morningstar-project zo'n beetje het meest ambitieuze project waar Jim Kirkwood to nu toe aan gewerkt heeft, en op het moment dat ik aan dit bericht werk, is hij al weer bezig met het 6de deel uit de reeks, teweten The Face Behind the Mask.
Alleen in 2009 kwamen er in eerste instantie onder de projectnaam zelf een sloot aan nieuwe nummers uit. Vanwege het grootschalige karakter van de release op zich, besloot Jim om alle uitgebrachte nummers opnieuw uit te brengen en te verspreiden over (tot nu toe) 5 albums.
Revelations of the Fallen - Morningstar Part 1 is dus het eerste album en is gewoon een uitstekende blauwdruk op het indrukwekkende oevre van Jim Kirkwood. Echter kan ik dit album zeker niet aanbevelen voor degenen die niet bekend zijn met het werk van Jim. Het Morningstar-project klinkt veel ontoegankelijker en persoonlijker dan elk ander album die ik tot nu toe van 'm ken en als kennismaking is het i.m.o. wat te hooggegrepen. Dat het uitstekend synth-materiaal is in de stijl van de Berlijnse School (maar dan met een zonovergoten Kirkwood-sausje), moge duidelijk zijn.
Meer nog dan ooit tevoren is de muziek van dit eerste deel veel diepgravend en expressiever dan de rest van zijn werk. Vooral het paradepaardje van dit album, "Paradise Lost", is één van de meest pretentieuze nummers die ik van de mysterieuze Engelsman gehoord heb. Het doet me nog het meest denken aan het meer abstractere en pittigere werk van Klaus Schulze. Vooral als je je bedenkt dat "Paradise Lost" zich in de eerste 10 minuten pas héél langzaam ontvouwt en het eigenlijk gewoon een intro is op de rest van het epos. Daarna volgt er een 5 minuten durende passage wat zich nog het best laat beschrijven als een dodenmars waarin enkel kommer, kwel, hel en verdoemenis aangekondigd worden. Vervolgens volgen er nog een aantal muzikale, sombere sfeertekeningen, totdat er pas rond de 20ste minuut een sequence-sectie ontstaat die even aanhoudt en vervolgens afgelost wordt door een ander, met daartussenin weer zo'n pauze van abstracte en weemoedige klanken. Kortom, een zeer interessant nummer, maar geen gemakkelijke kost.
De eerste 3 nummers liegen er overigens ook niet om. Het zijn zeer meeslepende, langzaam tot ontwikkeling komende tracks, die erg goed zijn, maar gekenmerkt worden door een ondoorgrondelijk en ongrijpbaar karakter. De nummers worden gedomineerd door uiterst zorgvulig in elkaar gezette sequence-secties, waaroverheen kleurrijke, maar tevens schemerige klanktapijten als een sluier overheen gedrapeerd zijn. Erg goed, maar tevens klinkt het alsof Jim niet al zijn geheimen wil prijsgeven, waardoor alle nummers een introvert karakter uitademen.
En dat maakt dit album gewoon juist tot een zeer verdienstelijk album, en het is pas het eerste deel.
Het complete project verdient absoluut de volle 5 punten, maar dat heb ik immers al duidelijk gemaakt bij mijn bericht bij Jim Kirkwood - Morningstar (2009).
Toch wil ik nog wat reëler en objectiever stil staan bij elk album afzonderlijk, en begin bij m'n herwaardering voor dit eerste deel met 4 degelijke punten.
Tot slot wil ik voor degenen die geïnteresseerd zijn, nogmaals met enthousiasme benadrukken dat al zijn muziek, gratis in uitstekende kwaliteit, inclusief artwork, volledig vrijblijvend en gratis te downloaden valt via zijn eigen website. Aangezien vooral zijn latere albums gewoon niet te koop zijn, is het een perfect alternatief (mits in het bezit van een goede printer en bijpassende benodigheden) om het gewoon op deze (en véél goedkopere wijze) te doen.
Uiteraard moest ik m'n collectie wel op deze manier bijwerken, maar het eindresultaat mag er dan ook zéker wezen. En voor Jim Kirkwood heb ik het wel over!!
www.jimkirkwood.com) is het Morningstar-project zo'n beetje het meest ambitieuze project waar Jim Kirkwood to nu toe aan gewerkt heeft, en op het moment dat ik aan dit bericht werk, is hij al weer bezig met het 6de deel uit de reeks, teweten The Face Behind the Mask.
Alleen in 2009 kwamen er in eerste instantie onder de projectnaam zelf een sloot aan nieuwe nummers uit. Vanwege het grootschalige karakter van de release op zich, besloot Jim om alle uitgebrachte nummers opnieuw uit te brengen en te verspreiden over (tot nu toe) 5 albums.
Revelations of the Fallen - Morningstar Part 1 is dus het eerste album en is gewoon een uitstekende blauwdruk op het indrukwekkende oevre van Jim Kirkwood. Echter kan ik dit album zeker niet aanbevelen voor degenen die niet bekend zijn met het werk van Jim. Het Morningstar-project klinkt veel ontoegankelijker en persoonlijker dan elk ander album die ik tot nu toe van 'm ken en als kennismaking is het i.m.o. wat te hooggegrepen. Dat het uitstekend synth-materiaal is in de stijl van de Berlijnse School (maar dan met een zonovergoten Kirkwood-sausje), moge duidelijk zijn.
Meer nog dan ooit tevoren is de muziek van dit eerste deel veel diepgravend en expressiever dan de rest van zijn werk. Vooral het paradepaardje van dit album, "Paradise Lost", is één van de meest pretentieuze nummers die ik van de mysterieuze Engelsman gehoord heb. Het doet me nog het meest denken aan het meer abstractere en pittigere werk van Klaus Schulze. Vooral als je je bedenkt dat "Paradise Lost" zich in de eerste 10 minuten pas héél langzaam ontvouwt en het eigenlijk gewoon een intro is op de rest van het epos. Daarna volgt er een 5 minuten durende passage wat zich nog het best laat beschrijven als een dodenmars waarin enkel kommer, kwel, hel en verdoemenis aangekondigd worden. Vervolgens volgen er nog een aantal muzikale, sombere sfeertekeningen, totdat er pas rond de 20ste minuut een sequence-sectie ontstaat die even aanhoudt en vervolgens afgelost wordt door een ander, met daartussenin weer zo'n pauze van abstracte en weemoedige klanken. Kortom, een zeer interessant nummer, maar geen gemakkelijke kost.
De eerste 3 nummers liegen er overigens ook niet om. Het zijn zeer meeslepende, langzaam tot ontwikkeling komende tracks, die erg goed zijn, maar gekenmerkt worden door een ondoorgrondelijk en ongrijpbaar karakter. De nummers worden gedomineerd door uiterst zorgvulig in elkaar gezette sequence-secties, waaroverheen kleurrijke, maar tevens schemerige klanktapijten als een sluier overheen gedrapeerd zijn. Erg goed, maar tevens klinkt het alsof Jim niet al zijn geheimen wil prijsgeven, waardoor alle nummers een introvert karakter uitademen.
En dat maakt dit album gewoon juist tot een zeer verdienstelijk album, en het is pas het eerste deel.
Het complete project verdient absoluut de volle 5 punten, maar dat heb ik immers al duidelijk gemaakt bij mijn bericht bij Jim Kirkwood - Morningstar (2009).
Toch wil ik nog wat reëler en objectiever stil staan bij elk album afzonderlijk, en begin bij m'n herwaardering voor dit eerste deel met 4 degelijke punten.
Tot slot wil ik voor degenen die geïnteresseerd zijn, nogmaals met enthousiasme benadrukken dat al zijn muziek, gratis in uitstekende kwaliteit, inclusief artwork, volledig vrijblijvend en gratis te downloaden valt via zijn eigen website. Aangezien vooral zijn latere albums gewoon niet te koop zijn, is het een perfect alternatief (mits in het bezit van een goede printer en bijpassende benodigheden) om het gewoon op deze (en véél goedkopere wijze) te doen.
Uiteraard moest ik m'n collectie wel op deze manier bijwerken, maar het eindresultaat mag er dan ook zéker wezen. En voor Jim Kirkwood heb ik het wel over!!
Jim Kirkwood - After the Fire (2006)

4,5
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 11 oktober 2009, 11:25 uur
Ooit was ik lid van de Jim Kirkwood Hellfire-club, een initiatief van de EM-site www.synthmusicdirect.com. Het hield in dat je ten alle tijde op de hoogte werd gehouden van wanneer Jim Kirkwood weer eens wat nieuws uitbracht. Het was dan wel de bedoeling dat je zijn albums kocht. Daar stond tegenover dat je eens in de zoveel tijd in aanmerking kon komen voor materiaal, wat de site exclusief voor leden van de Hellfire-club, gratis en voor niets cadeau gaf. Dit album is, naast overigens In the House of the Crowman, daarvan een voorbeeld. Officiëel was ie dus niet te koop. Helaas is de site gestopt met de fanclub (waarschijnlijk vanwege het feit dat het toch niet zo aansloeg). Echter neemt dat niet weg dat Jim niet meer produktief is. Integendeel!!
En voor een album die ik toen voor niets op de kop wist te tikken, is ie nog goed ook. Sterker nog, dit is één van de betere van zijn albums. En ik vind ze over de gehele linie al fantastisch!!
Het naknetteren (of in dit geval eigenlijk meer de aankondiging) van een allesverwoestende brand luidt op zeer toepasselijke wijze het eveneens allesverwoestende "Fire Walk with Me" in (de titel geïnspireerd naar de gelijknamige Twin Peaks-film van David Lynch, een regisseur waar Jim een groot fan van is).
Allerlei vreemdsoortige klanken en zelfs het nagalmen van een didgeridoo laten een hoop aan de verbeelding over. Het duurt echter niet lang, aangezien Jim al vrij snel een zeer sterke sequence tevoorschijn laat komen, waarover meteen een simpel, maar zéér doeltreffend hoofdthema wordt gespeeld: één van zijn meest memorabele die ik in tijden gehoord heb. Het geheel neemt in kracht toe, naarmate het thema herhaald wordt en er ook nog eens fantastische solo's worden gespeeld. Een uitstekende opener!!!
"If the Light in You is Darkness" is een lekker ouderwets en duister klinkend epos wat met ruim 30 minuten toch wel de mammoet van deze plaat is. Jim laat alles lekker rustig opkomen, maar wel met een hoop 'creepy' klanken, waaroverheen het nodige gezucht, gekerm en ander geweeklaag te horen valt. Het geeft de eerste aantal minuten een hoop onrust mee, dus om nou te zeggen dat alles lekker 'rustig' opkomt, nou nee. Maar dat had ik eigenlijk ook stiekem niet verwacht. Het duurt dan ook niet lang, voordat de eerste sequence opkomt, die weliswaar vrij slepend klinkt, maar toch genoeg kracht herbergt, om het nummer een stevig smoelwerk mee te geven. Typische melodielijntjes komen, gaan en lopen door elkaar heen, wat een mooi door elkaar heen verweven geheel veroorzaakt. Zo gaat het dan door t/m de 17de minuut, waarin alles langzaamaan verdwijnt, totdat er niet veel later een gemene snelle sequence arriveert, die het nummer qua niveau nog meer de hoogte inwerpt. Jim soleert er vrolijk op los, terwijl de sequence zijn weg vervolgt door bizarre en vreemde oorden, waar het niet aangenaam vertoeven is. Het zijn dan ook vooral de laatste 10 minuten van dit uitstekende nummer, die me het mysterieuze en gevaarlijke, maar ondertussen ook welbekende muzikale landschap van Jim Kirkwood volledig tentoonspreidt. Tijdens de allerlaatste minuten laat Jim zelfs de muziek nog even extra opvoeren, iets wat Klaus Schulze ook vaak doet, tijdens zijn langere stukken. Geweldig!!
Tegenwoordig kijk ik nergens meer van op, maar toen ik dacht dat het na dit nummer niet meer beter kon, werd ik toch weer verbaasd, aangezien "Ghost in the Machine" dat dus wél doet. Dit nummer is een uitstekend voorbeeld van hoe allesomvattend en -verwoestend de muziek van Jim kan zijn. Zoals gebruikelijk laat hij de muziek langzaam opkomen. Duistere geluiden en ander spookachtig onheil luiden het intro in, totdat er een soort van folk-achtig stuk wordt ingezet, wat me een beetje doet denken aan de muziek van de vroegere albums van Dead Can Dance. Echter duurt het niet lang, voordat de langzame en zware aankondiging van een sequence zijn intrede doet en zich vanaf dan zal ontwikkelen tot eentje van behoorlijke proporties. Toch schiet Jim nooit helemaal uit de startblokken: hij laat de boel vrij traag en langzaam opkomen en laat het hier ook bij. Maar ik weet, dat Jim ook met dit soort loodzwaar synth-materiaal als geen ander, het dak er bij me af kan blazen. En dat gebeurt ook. De muziek wordt heviger, dreigende koren kondigen zich aan en een ultra-flitsende lead-solo maakt het onheil compleet. Dit is absolute top-klasse. En voordat ik het weet, is het alweer voorbij. De tijd vliegt voorbij, als ik hier naar luister. Twintig minuten duurden nog nooit zo kort.
En eigenlijk geldt dit gewoon voor het gehele album: een uiterst boeiende plaat die letterlijk voorbij vloog!! Daarom sluit ik me qua score ook geheel aan bij Gerards Dream en Tangmaster. Dit album is namelijk nagenoeg een meesterwerk en heeft z'n dikke vette 4,5 meer dan zeer verdiend.
En voor een album die ik toen voor niets op de kop wist te tikken, is ie nog goed ook. Sterker nog, dit is één van de betere van zijn albums. En ik vind ze over de gehele linie al fantastisch!!
Het naknetteren (of in dit geval eigenlijk meer de aankondiging) van een allesverwoestende brand luidt op zeer toepasselijke wijze het eveneens allesverwoestende "Fire Walk with Me" in (de titel geïnspireerd naar de gelijknamige Twin Peaks-film van David Lynch, een regisseur waar Jim een groot fan van is).
Allerlei vreemdsoortige klanken en zelfs het nagalmen van een didgeridoo laten een hoop aan de verbeelding over. Het duurt echter niet lang, aangezien Jim al vrij snel een zeer sterke sequence tevoorschijn laat komen, waarover meteen een simpel, maar zéér doeltreffend hoofdthema wordt gespeeld: één van zijn meest memorabele die ik in tijden gehoord heb. Het geheel neemt in kracht toe, naarmate het thema herhaald wordt en er ook nog eens fantastische solo's worden gespeeld. Een uitstekende opener!!!
"If the Light in You is Darkness" is een lekker ouderwets en duister klinkend epos wat met ruim 30 minuten toch wel de mammoet van deze plaat is. Jim laat alles lekker rustig opkomen, maar wel met een hoop 'creepy' klanken, waaroverheen het nodige gezucht, gekerm en ander geweeklaag te horen valt. Het geeft de eerste aantal minuten een hoop onrust mee, dus om nou te zeggen dat alles lekker 'rustig' opkomt, nou nee. Maar dat had ik eigenlijk ook stiekem niet verwacht. Het duurt dan ook niet lang, voordat de eerste sequence opkomt, die weliswaar vrij slepend klinkt, maar toch genoeg kracht herbergt, om het nummer een stevig smoelwerk mee te geven. Typische melodielijntjes komen, gaan en lopen door elkaar heen, wat een mooi door elkaar heen verweven geheel veroorzaakt. Zo gaat het dan door t/m de 17de minuut, waarin alles langzaamaan verdwijnt, totdat er niet veel later een gemene snelle sequence arriveert, die het nummer qua niveau nog meer de hoogte inwerpt. Jim soleert er vrolijk op los, terwijl de sequence zijn weg vervolgt door bizarre en vreemde oorden, waar het niet aangenaam vertoeven is. Het zijn dan ook vooral de laatste 10 minuten van dit uitstekende nummer, die me het mysterieuze en gevaarlijke, maar ondertussen ook welbekende muzikale landschap van Jim Kirkwood volledig tentoonspreidt. Tijdens de allerlaatste minuten laat Jim zelfs de muziek nog even extra opvoeren, iets wat Klaus Schulze ook vaak doet, tijdens zijn langere stukken. Geweldig!!
Tegenwoordig kijk ik nergens meer van op, maar toen ik dacht dat het na dit nummer niet meer beter kon, werd ik toch weer verbaasd, aangezien "Ghost in the Machine" dat dus wél doet. Dit nummer is een uitstekend voorbeeld van hoe allesomvattend en -verwoestend de muziek van Jim kan zijn. Zoals gebruikelijk laat hij de muziek langzaam opkomen. Duistere geluiden en ander spookachtig onheil luiden het intro in, totdat er een soort van folk-achtig stuk wordt ingezet, wat me een beetje doet denken aan de muziek van de vroegere albums van Dead Can Dance. Echter duurt het niet lang, voordat de langzame en zware aankondiging van een sequence zijn intrede doet en zich vanaf dan zal ontwikkelen tot eentje van behoorlijke proporties. Toch schiet Jim nooit helemaal uit de startblokken: hij laat de boel vrij traag en langzaam opkomen en laat het hier ook bij. Maar ik weet, dat Jim ook met dit soort loodzwaar synth-materiaal als geen ander, het dak er bij me af kan blazen. En dat gebeurt ook. De muziek wordt heviger, dreigende koren kondigen zich aan en een ultra-flitsende lead-solo maakt het onheil compleet. Dit is absolute top-klasse. En voordat ik het weet, is het alweer voorbij. De tijd vliegt voorbij, als ik hier naar luister. Twintig minuten duurden nog nooit zo kort.
En eigenlijk geldt dit gewoon voor het gehele album: een uiterst boeiende plaat die letterlijk voorbij vloog!! Daarom sluit ik me qua score ook geheel aan bij Gerards Dream en Tangmaster. Dit album is namelijk nagenoeg een meesterwerk en heeft z'n dikke vette 4,5 meer dan zeer verdiend.
Jim Kirkwood - Asylum of Trees (2011)
Alternatieve titel: The Dark Embrace Vol. 1

4,0
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 28 augustus 2011, 12:06 uur
Stel, je bent in muzikaal opzicht niet tevreden over een album. Dan zijn er een aantal opties mogelijk: of je laat het zitten zoals het is of je komt er op terug en begint weer helemaal opnieuw zonder hierbij het concept en uitgangspunt van het oorspronkelijke werk te verliezen.
Jim Kirkwood heeft het al vaker gedaan en menig album in een nieuw jasje gestoken.
Zo ook deze Asylum of Trees, wat oorspronkelijk een track was afkomstig van het Lucifaere-album Embracing the Dark. Maar waar die versie zo'n 11 minuten klokt, duurt deze gewoon ruim een uur!!!
Jawel, Jim heeft er maar liefst zo'n slordige 50 minuten aan nieuwe muziek toegevoegd en van de oorspronkelijke compositie zijn nog slechts flarden overgebleven.
Maar we hebben het hier pas over één compositie! Wat in dit geval dus inhoudt dat nog lang niet alles opnieuw aangepakt is op dit album.
Op het moment van berichtplaatsing heeft Jim er tot nu toe 3 albums op zitten, waarvan een 4de nog in de maak is, wat in dit geval in z'n totaliteit dus de complete nieuwe versie van Embracing the Dark gaat worden, omgedoopt tot het The Dark Embrace-project.
Naast Asylum of Trees betreffen dat tot nu toe nog de volgende titels:
Jim Kirkwood - Relics from a Future Age (2011)
Jim Kirkwood - Down the Crow Road (2011)
Hoewel ik de oorspronkelijke versie niet ken, kan ik wel de typische kenmerken van de stijl van Lucifaere eruit pikken, maar dit zijn werkelijk slechts flarden. Wat dus inhoudt dat Asylum of Trees gewoon grotendeels een nieuwe compositie betreft. En eentje van een vooral erg groots kaliber, getuige de speelduur.
In geheel herkenbare Kirkwood-traditie heeft Asylum of Trees werkelijk alles in zich zitten wat de muziek van Kirkwood zo kenmerkt:
- bombastisch intro in combinatie met spaarzame momenten van beklemmende rust
- de ene na de andere sequence-sectie die zich van tijd tot tijd opvolgt
- mooie aankleding van sfeervolle en dwalende synth-partijen gecombineert met soms messcherpe solo's
Al deze kenmerken zijn verweven in elkaar, waarvan de enige punten van kritiek zou kunnen zijn dat bepaalde passages niet zo sterk op elkaar aansluiten en de overgangen soms meer lijken op een kakofonie aan geluidscollages, dan dat er daadwerkelijk sprake is van doordachte en geniale overgangen binnen de muziek. Maar op zichzelf staand zijn praktisch alle stukken erg goed te noemen, waarbij ik me alleen maar kan afvragen waarom Jim niet de gehele compositie in een aantal stukken gehakt heeft en als afzonderlijke tracks uitgebracht heeft.
Maar goed, uiteindelijk is dit eerste herziene wapenfeit van The Dark Embrace wederom een goede stempel op het werk van Jim Kirkwood en kan ik niet anders dan concluderen dat ondanks her en der een minpuntje, het toch weer genieten is met dit album.
Jim Kirkwood heeft het al vaker gedaan en menig album in een nieuw jasje gestoken.
Zo ook deze Asylum of Trees, wat oorspronkelijk een track was afkomstig van het Lucifaere-album Embracing the Dark. Maar waar die versie zo'n 11 minuten klokt, duurt deze gewoon ruim een uur!!!
Jawel, Jim heeft er maar liefst zo'n slordige 50 minuten aan nieuwe muziek toegevoegd en van de oorspronkelijke compositie zijn nog slechts flarden overgebleven.
Maar we hebben het hier pas over één compositie! Wat in dit geval dus inhoudt dat nog lang niet alles opnieuw aangepakt is op dit album.
Op het moment van berichtplaatsing heeft Jim er tot nu toe 3 albums op zitten, waarvan een 4de nog in de maak is, wat in dit geval in z'n totaliteit dus de complete nieuwe versie van Embracing the Dark gaat worden, omgedoopt tot het The Dark Embrace-project.
Naast Asylum of Trees betreffen dat tot nu toe nog de volgende titels:
Jim Kirkwood - Relics from a Future Age (2011)
Jim Kirkwood - Down the Crow Road (2011)
Hoewel ik de oorspronkelijke versie niet ken, kan ik wel de typische kenmerken van de stijl van Lucifaere eruit pikken, maar dit zijn werkelijk slechts flarden. Wat dus inhoudt dat Asylum of Trees gewoon grotendeels een nieuwe compositie betreft. En eentje van een vooral erg groots kaliber, getuige de speelduur.
In geheel herkenbare Kirkwood-traditie heeft Asylum of Trees werkelijk alles in zich zitten wat de muziek van Kirkwood zo kenmerkt:
- bombastisch intro in combinatie met spaarzame momenten van beklemmende rust
- de ene na de andere sequence-sectie die zich van tijd tot tijd opvolgt
- mooie aankleding van sfeervolle en dwalende synth-partijen gecombineert met soms messcherpe solo's
Al deze kenmerken zijn verweven in elkaar, waarvan de enige punten van kritiek zou kunnen zijn dat bepaalde passages niet zo sterk op elkaar aansluiten en de overgangen soms meer lijken op een kakofonie aan geluidscollages, dan dat er daadwerkelijk sprake is van doordachte en geniale overgangen binnen de muziek. Maar op zichzelf staand zijn praktisch alle stukken erg goed te noemen, waarbij ik me alleen maar kan afvragen waarom Jim niet de gehele compositie in een aantal stukken gehakt heeft en als afzonderlijke tracks uitgebracht heeft.
Maar goed, uiteindelijk is dit eerste herziene wapenfeit van The Dark Embrace wederom een goede stempel op het werk van Jim Kirkwood en kan ik niet anders dan concluderen dat ondanks her en der een minpuntje, het toch weer genieten is met dit album.
Jim Kirkwood - Communion of the Damned (2003)

4,0
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 6 oktober 2009, 18:43 uur
Galmende, spookachtige klanken luiden "Wormwood" in (wat trouwens het Engelse woord is voor "Chernobyl") en voorspellen, mede door het gekras van een aantal raven, een hoop onheil. Hoe kan het ook anders! We hebben het hier wel over Jim Kirkwood, dus verwacht geen vrolijkheid. Na ruim 4 minuten wordt het intro opgevolgd door een langzame dreigende sequence die even later wordt bijgestaan door een sequence die als het ware over de ander heenrolt. De toon is gezet! De combinatie van naargeestige stemmen en gechant in het Latijns, wat op de achtergrond te horen is, wordt op een gegeven moment bijgestaan door de lead-solo, die in de verte wel wat doet herinneren aan die van "Children of the Night" van Kirkwood's 3de Vampyre-album The Blessing of Shadows. Deze lead-solo krijgt bijval door een wat heftiger thema, die om de zoveel tijd een aantal keren herhaalt wordt. Het geheel klinkt behoorlijk verontrustend en duister. Pas in de 14de minuut verdwijnen de sequences even, om binnen een minuut weer terug te keren en naar het einde van het nummer toe te werken.
"Machinecode Violation" begint met scherpe en schurende metaal-achtige klanken, om uiteindelijk niet zo heel erg veel later met een behoorlijk heftige ritme-sectie op de proppen te komen, die het nummer, mede dankzij de titel, een behoorlijk industrial-achtig tintje meegeeft. Het klinkt nét even anders, dan dat ik normaal van Jim gewend ben, maar toch zijn die herkenbare stijlen die de muziek van Jim zo kenmerkt, ook hier aanwezig, dankzij een memorabel hoofdthema. Ergens in de 7de minuut wordt het even wat stiller, maar het duurt dan ook niet lang voordat een agressieve rollende sequence zich aankondigt, waarbij uiteindelijk de ingrediënten uit het begin ook weer voorbij komen. Nog wat extra flitsend solowerk komt er nog eens bij, wat dit nummer uiteindelijk tot één van de hoogtepunten van dit album maakt.
Met doffe, rommelende en snerpende klanken begint "Riders on a Pale Wind". Vervormd gehinnik kondigt de komst van een orgel-stuk aan, begeleidt door majestueus klinkende aanslagen op de synthesizers. Dit heftige stuk wordt opgevolgd door een vreedzaam klinkend vrouwenkoor, wat echter al weer vrij snel overloopt in de eerste sequence-passage, die zich vrij geheimzinnig aankondigt. Een alleraardigst klinkend thema zorgt voor een vrij interessant klinkend, contrasterend geheel. Zoals wel vaker het geval, laat Jim ook hier de sequencer en andere diverse thema's en solo's in heftigheid toenemen, wat vooral vanaf de 8ste minuut duidelijk te horen valt. Ergens vlak voor de 11de minuut is er een rustpuntje te horen, ondanks dat het ritme van de sequencer op de achtergrond gewoon verder gaat. Verschillende stemmen door elkaar heen, laten rapportages van allerlei, (waarschijnlijk akelige), nieuwsberichten horen, wat het karakter van de muziek er alleen maar verontrustender op maakt. Vervolgens ontwikkelt de sequence weer aan kracht en stevenen we af naar het einde van het nummer.
"Fast Breeder Reaction" begint met een hoop machinale klanken, waar een orgelthema overheen klinkt. Wat zo kenmerkend is aan de muziek van Jim Kirkwood, is dat hij regelmatig enorm veel muzikaal geweld op je kan afvuren, vervolgens je zo'n 30 seconden naar adem laat happen, om daarna weer dezelfde hoop bombarie op je af te vuren. Zo ook het orgelthema, die plotseling vrij snel opgevolgt wordt door een aangenaam en vrij subtiel in het oor klinkende sequence. De sequence ontwikkelt zich uiteraard alweer vrij snel en sluit zich aan bij de vele sterke thema's die om de hoek komen kijken.
Regelmatig is er een stem te horen die de gedenkwaardige woorden "They do nothing wrong" zegt. Waarom, kun je je afvragen? In dit geval handelt het thema van dit album o.a. over de media en politici, die bepaalde, vaak akelige, gebeurtenissen zo weten te verdraaien dat bijna niemand het te weten komt. Zo ook tijdens een ongeluk in een atoomcentrale wat tot een kernramp leidde (Sellafield, Engeland in de jaren '50). Het enige wat men erover te horen kreeg was dat 'men zich geen zorgen hoefde te maken'. Meer opvallende zaken hierover en meer vallen te lezen op Jim's website via een link naar dit album.
Conclusie is dat ook Communion of the Damned weer een zeer prima album is van een componist die van geen ophouden weet. Je zou bijna denken dat iemand die iets te produktief is, op een gegeven moment niet meer zulk sterk materiaal weet uit te brengen. Jim heb ik daarentegen nog niet betrapt op zwakke albums, en deze dus ook niet. Wederom een dikke duim omhoog dus voor Jim Kirkwood.
"Machinecode Violation" begint met scherpe en schurende metaal-achtige klanken, om uiteindelijk niet zo heel erg veel later met een behoorlijk heftige ritme-sectie op de proppen te komen, die het nummer, mede dankzij de titel, een behoorlijk industrial-achtig tintje meegeeft. Het klinkt nét even anders, dan dat ik normaal van Jim gewend ben, maar toch zijn die herkenbare stijlen die de muziek van Jim zo kenmerkt, ook hier aanwezig, dankzij een memorabel hoofdthema. Ergens in de 7de minuut wordt het even wat stiller, maar het duurt dan ook niet lang voordat een agressieve rollende sequence zich aankondigt, waarbij uiteindelijk de ingrediënten uit het begin ook weer voorbij komen. Nog wat extra flitsend solowerk komt er nog eens bij, wat dit nummer uiteindelijk tot één van de hoogtepunten van dit album maakt.
Met doffe, rommelende en snerpende klanken begint "Riders on a Pale Wind". Vervormd gehinnik kondigt de komst van een orgel-stuk aan, begeleidt door majestueus klinkende aanslagen op de synthesizers. Dit heftige stuk wordt opgevolgd door een vreedzaam klinkend vrouwenkoor, wat echter al weer vrij snel overloopt in de eerste sequence-passage, die zich vrij geheimzinnig aankondigt. Een alleraardigst klinkend thema zorgt voor een vrij interessant klinkend, contrasterend geheel. Zoals wel vaker het geval, laat Jim ook hier de sequencer en andere diverse thema's en solo's in heftigheid toenemen, wat vooral vanaf de 8ste minuut duidelijk te horen valt. Ergens vlak voor de 11de minuut is er een rustpuntje te horen, ondanks dat het ritme van de sequencer op de achtergrond gewoon verder gaat. Verschillende stemmen door elkaar heen, laten rapportages van allerlei, (waarschijnlijk akelige), nieuwsberichten horen, wat het karakter van de muziek er alleen maar verontrustender op maakt. Vervolgens ontwikkelt de sequence weer aan kracht en stevenen we af naar het einde van het nummer.
"Fast Breeder Reaction" begint met een hoop machinale klanken, waar een orgelthema overheen klinkt. Wat zo kenmerkend is aan de muziek van Jim Kirkwood, is dat hij regelmatig enorm veel muzikaal geweld op je kan afvuren, vervolgens je zo'n 30 seconden naar adem laat happen, om daarna weer dezelfde hoop bombarie op je af te vuren. Zo ook het orgelthema, die plotseling vrij snel opgevolgt wordt door een aangenaam en vrij subtiel in het oor klinkende sequence. De sequence ontwikkelt zich uiteraard alweer vrij snel en sluit zich aan bij de vele sterke thema's die om de hoek komen kijken.
Regelmatig is er een stem te horen die de gedenkwaardige woorden "They do nothing wrong" zegt. Waarom, kun je je afvragen? In dit geval handelt het thema van dit album o.a. over de media en politici, die bepaalde, vaak akelige, gebeurtenissen zo weten te verdraaien dat bijna niemand het te weten komt. Zo ook tijdens een ongeluk in een atoomcentrale wat tot een kernramp leidde (Sellafield, Engeland in de jaren '50). Het enige wat men erover te horen kreeg was dat 'men zich geen zorgen hoefde te maken'. Meer opvallende zaken hierover en meer vallen te lezen op Jim's website via een link naar dit album.
Conclusie is dat ook Communion of the Damned weer een zeer prima album is van een componist die van geen ophouden weet. Je zou bijna denken dat iemand die iets te produktief is, op een gegeven moment niet meer zulk sterk materiaal weet uit te brengen. Jim heb ik daarentegen nog niet betrapt op zwakke albums, en deze dus ook niet. Wederom een dikke duim omhoog dus voor Jim Kirkwood.
Jim Kirkwood - Down the Crow Road (2011)
Alternatieve titel: The Dark Embrace Vol. 3

4,5
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 20 oktober 2011, 18:29 uur
Zoals Gerards Dream het al vermelde, is deze Down the Crow Road geen vrolijk album. Maar dat is Jim's muziek over het algemeen ook niet. Altijd ligt ergens het gevaar op de loer en als het niet daadwerkelijk tot volle wasdom komt, dan blijft het altijd ergens op de achtergrond sluimeren. Dat is het handelsmerk van Jim's muziek: vrolijk wordt het eigenlijk nergens, of het moeten de rustige en ongrijpbare, meer feeërieke klanken zijn van Jim's meer ambient-georiënteerde albums uitgebracht op zijn WFAV-label. Maar ook die klanken kunnen nou niet als vrolijk bestempeld worden.
Zo is het ook met dit derde deel van The Dark Embrace het geval. En ondanks dat dit deel ruimschoots in het verlengde ligt van de voorgaande 2 delen (Asylum of Trees en Relics from a Future Age), lijkt het wel alsof dit deel iets toegankelijker is qua muzikale omlijsting.
Vooral opener "Prolog to a Dying World" laat dit horen. Jim lijkt, ondanks het zwaarmoedige thema van het nummer, waarin fragmenten van nieuwsberichten te horen vallen over al het leed en ellende in de wereld (terrorisme, rampspoed en allerlei aanverwante dreigingen), het over een ietwat andere, meer doeltreffende boeg te gooien en biedt een bijna aanstekelijk stuk muziek, waarin een al even aanstekelijk, maar tegelijkertijd toch ook verontrustend thema zich, eenmaal in het gehoor genesteld te hebben, er ook niet meer uit komt. Tussendoor is er ook wat heftige bombarie te horen, om het desastreuze karakter die de muziek kenmerkt, nog wat aan te dikken. Wat dat betreft een meer dan overtuigende en sterke opener.
Maar de dreiging blijft, dat bewijst "A Murder of Crows". Het biedt een scala aan heftige en tegelijkertijd bijna apocalyptische klanken. Kraaien slaken hun raspende kreten en kondigen het onheil aan die middels het allesvernietigende hoofdthema zijn spoor van vernieling in gang zet. Niemand blijft gespaard tijdens de ruim 11 minuten durende orgie van Jim's onontkoombare, destructieve, maar tegelijkertijd zo onweerstaanbare klanken.
Ook op dit muzikale menu mag het hoofdgerecht niet ontbreken, en wordt dan ook opgediend in de vorm van het ruim 23 minuten durende titelnummer. Het is overigens deze compositie die enigzins laat horen dat het gebaseerd is op het oorspronkelijke, gelijknamige nummer van Lucifaere, zoals deze ooit preek op Embracing the Dark. Leuk verder is om te weten dat Jim zelfs een vervolg heeft gemaakt op "Down the Crow Road". Deze is terug te vinden op het album Canterbury Black in de vorm van "The Crow Road Part 2".
Terug naar de muziek. “Down the Crow Road” laat er geen gras over groeien. Middels diverse berichten uit archieven van interviews en/of uit het dagelijkse nieuws die niets positiefs te melden hebben, wordt de toon meteen gezet. Kerkklokken en een mistroostig thema zorgen voor een desolate sfeer, waar tegelijkertijd het ritme avontuurlijk en eigenzinnig klinkt. Naarmate het nummer vordert, krijgt het ritme nadrukkelijker de aandacht, totdat er plotseling ruim in de 10de minuut een stilte plaatsvindt, waarin slechts het ritme nagenoeg op de achtergrond blijft sluimeren. Geluiden al ware ze afkomstig uit de hel zwellen op om op een gegeven moment m’n speakers uit te knallen, totdat een nadrukkelijke sequence tevoorschijn komt en het nummer weer de nodige vaart met zich mee brengt. Ook het thema keert terug.
Naarmate het nummer naar z’n laatste minuten gaat, wordt de sequence nadrukkelijker en voller, totdat ie abrupt stopt en het nummer langzaamaan tot rust komt, waarbij het onherroepelijke einde zich in de laatste minuten ontvouwt.
Met blikkerige, dampende klanken begint “The Girl from Crow Lane”. Het vormt de structuur voor een rustige afsluiter van een behoorlijk intens Kirkwood-album. Geheimzinnige achtergrond-omlijsting met een prachtige vioolklank-begeleiding geven het nummer kleur.
Accentuerende en lichte sequence-ondersteuning geven de zompige klanken wat meer kleur, maar nergens neigt dit nummer uit zijn voegen te barsten: het blijft behoudend en rustig klinken.
En zo zorgt Jim ervoor, dat ook Down the Crow Road tot een geslaagd eindproduct genoemd mag worden, waarvan ik er op deze manier nog wel meer lust.
Daarom dan ook een 4,5 voor gevoelsmatig het meest geslaagde album van The Dark Embrace tot nu toe.
Zo is het ook met dit derde deel van The Dark Embrace het geval. En ondanks dat dit deel ruimschoots in het verlengde ligt van de voorgaande 2 delen (Asylum of Trees en Relics from a Future Age), lijkt het wel alsof dit deel iets toegankelijker is qua muzikale omlijsting.
Vooral opener "Prolog to a Dying World" laat dit horen. Jim lijkt, ondanks het zwaarmoedige thema van het nummer, waarin fragmenten van nieuwsberichten te horen vallen over al het leed en ellende in de wereld (terrorisme, rampspoed en allerlei aanverwante dreigingen), het over een ietwat andere, meer doeltreffende boeg te gooien en biedt een bijna aanstekelijk stuk muziek, waarin een al even aanstekelijk, maar tegelijkertijd toch ook verontrustend thema zich, eenmaal in het gehoor genesteld te hebben, er ook niet meer uit komt. Tussendoor is er ook wat heftige bombarie te horen, om het desastreuze karakter die de muziek kenmerkt, nog wat aan te dikken. Wat dat betreft een meer dan overtuigende en sterke opener.
Maar de dreiging blijft, dat bewijst "A Murder of Crows". Het biedt een scala aan heftige en tegelijkertijd bijna apocalyptische klanken. Kraaien slaken hun raspende kreten en kondigen het onheil aan die middels het allesvernietigende hoofdthema zijn spoor van vernieling in gang zet. Niemand blijft gespaard tijdens de ruim 11 minuten durende orgie van Jim's onontkoombare, destructieve, maar tegelijkertijd zo onweerstaanbare klanken.
Ook op dit muzikale menu mag het hoofdgerecht niet ontbreken, en wordt dan ook opgediend in de vorm van het ruim 23 minuten durende titelnummer. Het is overigens deze compositie die enigzins laat horen dat het gebaseerd is op het oorspronkelijke, gelijknamige nummer van Lucifaere, zoals deze ooit preek op Embracing the Dark. Leuk verder is om te weten dat Jim zelfs een vervolg heeft gemaakt op "Down the Crow Road". Deze is terug te vinden op het album Canterbury Black in de vorm van "The Crow Road Part 2".
Terug naar de muziek. “Down the Crow Road” laat er geen gras over groeien. Middels diverse berichten uit archieven van interviews en/of uit het dagelijkse nieuws die niets positiefs te melden hebben, wordt de toon meteen gezet. Kerkklokken en een mistroostig thema zorgen voor een desolate sfeer, waar tegelijkertijd het ritme avontuurlijk en eigenzinnig klinkt. Naarmate het nummer vordert, krijgt het ritme nadrukkelijker de aandacht, totdat er plotseling ruim in de 10de minuut een stilte plaatsvindt, waarin slechts het ritme nagenoeg op de achtergrond blijft sluimeren. Geluiden al ware ze afkomstig uit de hel zwellen op om op een gegeven moment m’n speakers uit te knallen, totdat een nadrukkelijke sequence tevoorschijn komt en het nummer weer de nodige vaart met zich mee brengt. Ook het thema keert terug.
Naarmate het nummer naar z’n laatste minuten gaat, wordt de sequence nadrukkelijker en voller, totdat ie abrupt stopt en het nummer langzaamaan tot rust komt, waarbij het onherroepelijke einde zich in de laatste minuten ontvouwt.
Met blikkerige, dampende klanken begint “The Girl from Crow Lane”. Het vormt de structuur voor een rustige afsluiter van een behoorlijk intens Kirkwood-album. Geheimzinnige achtergrond-omlijsting met een prachtige vioolklank-begeleiding geven het nummer kleur.
Accentuerende en lichte sequence-ondersteuning geven de zompige klanken wat meer kleur, maar nergens neigt dit nummer uit zijn voegen te barsten: het blijft behoudend en rustig klinken.
En zo zorgt Jim ervoor, dat ook Down the Crow Road tot een geslaagd eindproduct genoemd mag worden, waarvan ik er op deze manier nog wel meer lust.
Daarom dan ook een 4,5 voor gevoelsmatig het meest geslaagde album van The Dark Embrace tot nu toe.
Jim Kirkwood - Five Things You Should Know About Crows (2010)

4,0
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 15 december 2010, 13:37 uur
De kraai is een belangrijke symbolische vogel binnen diverse sagen en mythologieën. De kraai wordt niet alleen als begeleider van de goden beschouwd, maar wordt tevens in verband gebracht met oorlogen en de dood, en zijn tevens de voorspellers ervan. Als zg. krijgsvogels hebben ze dus een soort van functie te bekleden in het veroorzaken van strijd en onvrede. Maar tegelijkertijd worden ze ook gezien als zeer wijze vogels. Dus niet alleen de uil is wijs, maar ook dus de o zo brutale kraai.
Jim Kirkwood is blijkbaar nogal verknocht van deze vogel en heeft dit magnum opus speciaal opgedragen aan dit dier. Zowaar een magnum opus, aangezien Jim er meteen maar een dubbel-album van heeft gemaakt. Het geeft wederom weer aan wat voor bezige bij deze Engelsman is.
Five Things You Should Know About Crows bevat de, (in ieder geval voor mij), alom bekende Kirkwood-ingrediënten: sfeervolle synth-muziek met veel ruimte voor vele, vele sequence-passages en meer mysterieuze ambient-passages. Het gehele album steekt evenwichtig in elkaar en het valt me op, met enige uitzonderingen daargelaten, hoe redelijk ingehouden en ingetogen alles klinkt. Alsof Jim dit keer geen zin had om te bewijzen dat hij met gemak mijn luidsprekers flink op de proef kan stellen als het moet. Wat dat betreft mis ik wel voor een groot gedeelte de kracht, energie en vindingrijkheid die ik zo gewend ben van Jim. Hij weet me met het leeuwedeel van zijn albums keer op keer te verrassen. Zo niet dus met Five Things...: het klinkt vertrouwd en herkenbaar en daardoor automatisch wat minder verrassend en spectaculair. Echter klinkt het zeker niet slecht en staat er ook wederom op dit album genoeg interessants op om me flink mee te vermaken.
Een nummer als "We Sometimes Weep for the Earth" is er bijvoorbeeld zo één: rustig opbouwend middels een trage sequence die sterker tot ontwikkeling komt, naarmate die heftiger en zwaarder wordt. Hardere accentuerende aanslagen domineren het karakter en warme en rustige melodielijnen compenseren de boel.
Ook "We Remember the First Tree" is een opvallende. De manier hoe dreigende klanken gepaard gaan met warme en ingetogen fluitklanken op de achtergrond is bijzonder te noemen. Zodra de sequence-sectie op een onderhuidse manier van start gaat, volgt er een enigzins monotone, maar toch ook wel opmerkzame sectie die op een bepaalde manier dreigend en verontrustend blijft klinken. Pas naar de laatste minuten van het nummer toe, ontaardt het geheel zich in alle hevigheid, als er een geweldige lead-solo vanuit het niets zich in één keer aankondigt, totdat de sequence wegsterft en het nummer met een weliswaar bescheiden, maar daarom niet minder opvallend piano-outro eindigt. Vooral het einde is iets wat ik nog niet eerder had gehoord in een Kirkwood-nummer..
De piano komt zelfs nog terug in de midden-sectie van het redelijk qua stijl en sfeer, in het verlengde van nr. 4 liggende "We Keep the Old Rituals". Ook hier valt de eind-sectie weer op, waar de zg. euforische kreten van een heidens volk op oorlogspad, gepaard gaat met een stuwende sequence in combinatie met zowaar een heuse metal-gitaar!
Het album eindigt met een muzikale appendix die dit album nog een extraatje meegeeft, aan een al behoorlijk lange plaat.
Wat dat betreft wordt ik ruim 2 uur op mijn wenken bediend, en alhoewel dit album zeker niet zal opvallen tussen de meeste van Kirkwood's albums, zit er genoeg tussen wat er voor zorgt dat ik deze Five Things toch 4 punten meegeef. Omdat ik gewoon verslaafd ben aan de muziek van Jim Kirkwood!!
Jim Kirkwood is blijkbaar nogal verknocht van deze vogel en heeft dit magnum opus speciaal opgedragen aan dit dier. Zowaar een magnum opus, aangezien Jim er meteen maar een dubbel-album van heeft gemaakt. Het geeft wederom weer aan wat voor bezige bij deze Engelsman is.
Five Things You Should Know About Crows bevat de, (in ieder geval voor mij), alom bekende Kirkwood-ingrediënten: sfeervolle synth-muziek met veel ruimte voor vele, vele sequence-passages en meer mysterieuze ambient-passages. Het gehele album steekt evenwichtig in elkaar en het valt me op, met enige uitzonderingen daargelaten, hoe redelijk ingehouden en ingetogen alles klinkt. Alsof Jim dit keer geen zin had om te bewijzen dat hij met gemak mijn luidsprekers flink op de proef kan stellen als het moet. Wat dat betreft mis ik wel voor een groot gedeelte de kracht, energie en vindingrijkheid die ik zo gewend ben van Jim. Hij weet me met het leeuwedeel van zijn albums keer op keer te verrassen. Zo niet dus met Five Things...: het klinkt vertrouwd en herkenbaar en daardoor automatisch wat minder verrassend en spectaculair. Echter klinkt het zeker niet slecht en staat er ook wederom op dit album genoeg interessants op om me flink mee te vermaken.
Een nummer als "We Sometimes Weep for the Earth" is er bijvoorbeeld zo één: rustig opbouwend middels een trage sequence die sterker tot ontwikkeling komt, naarmate die heftiger en zwaarder wordt. Hardere accentuerende aanslagen domineren het karakter en warme en rustige melodielijnen compenseren de boel.
Ook "We Remember the First Tree" is een opvallende. De manier hoe dreigende klanken gepaard gaan met warme en ingetogen fluitklanken op de achtergrond is bijzonder te noemen. Zodra de sequence-sectie op een onderhuidse manier van start gaat, volgt er een enigzins monotone, maar toch ook wel opmerkzame sectie die op een bepaalde manier dreigend en verontrustend blijft klinken. Pas naar de laatste minuten van het nummer toe, ontaardt het geheel zich in alle hevigheid, als er een geweldige lead-solo vanuit het niets zich in één keer aankondigt, totdat de sequence wegsterft en het nummer met een weliswaar bescheiden, maar daarom niet minder opvallend piano-outro eindigt. Vooral het einde is iets wat ik nog niet eerder had gehoord in een Kirkwood-nummer..
De piano komt zelfs nog terug in de midden-sectie van het redelijk qua stijl en sfeer, in het verlengde van nr. 4 liggende "We Keep the Old Rituals". Ook hier valt de eind-sectie weer op, waar de zg. euforische kreten van een heidens volk op oorlogspad, gepaard gaat met een stuwende sequence in combinatie met zowaar een heuse metal-gitaar!
Het album eindigt met een muzikale appendix die dit album nog een extraatje meegeeft, aan een al behoorlijk lange plaat.
Wat dat betreft wordt ik ruim 2 uur op mijn wenken bediend, en alhoewel dit album zeker niet zal opvallen tussen de meeste van Kirkwood's albums, zit er genoeg tussen wat er voor zorgt dat ik deze Five Things toch 4 punten meegeef. Omdat ik gewoon verslaafd ben aan de muziek van Jim Kirkwood!!
Jim Kirkwood - Foxhalt Marsh (2008)

4,0
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 7 juni 2009, 12:18 uur
"Foxhalt Marsh" is thematisch gezien gerelateerd aan het "Foxhalt Edge"-meesterwerk en is dus een verlenging hiervan. Muzikaal sluit het aan op eigenlijk al het andere Kirkwood-materiaal, echter is dit album over het algemeen een stuk kalmer van aard, wat zeker geldt voor het titelnummer, wat zeer sfeervol en rustig begint met een lang, wat duister en onaards klinkende opbouw. Pas veel later komt er wat rustig kabbelend sequence-werk om de hoek kijken, maar over het algemeen blijft het allemaal vrij vreedzaam klinken.
"Black Dog Moor" is wat gemener van toonzetting, maar begint ook eerst vrij rustig, alhoewel het nu al weer allemaal wat verontrustender klinkt. Ergens in de 7de minuut kondigt zich wat heftiger synth-werk aan wat gepaart gaat met vrij scherpe synth-aanslagen die qua intensiteit vrij heftig klinken maar nooit helemaal over-the-top gaan. Dit tweede nummer was oorspronkelijk bedoeld voor de "Hecate"-albums, maar heeft om één of andere reden niet de kans gehad om daar op te prijken en is uiteindelijk als left-over op deze, voor de rest, prima EP beland.
"Black Dog Moor" is wat gemener van toonzetting, maar begint ook eerst vrij rustig, alhoewel het nu al weer allemaal wat verontrustender klinkt. Ergens in de 7de minuut kondigt zich wat heftiger synth-werk aan wat gepaart gaat met vrij scherpe synth-aanslagen die qua intensiteit vrij heftig klinken maar nooit helemaal over-the-top gaan. Dit tweede nummer was oorspronkelijk bedoeld voor de "Hecate"-albums, maar heeft om één of andere reden niet de kans gehad om daar op te prijken en is uiteindelijk als left-over op deze, voor de rest, prima EP beland.
Jim Kirkwood - Hawksmoor (2003)
Alternatieve titel: The Secret London Archives Vol. I

4,5
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 28 april 2009, 11:46 uur
Jim Kirkwood, genie in het creëren van duistere en gotische synthesizerklanken, krijgt het altijd voor elkaar om mij te verrassen met uitstekende albums, waarvan deze "Hawksmoor" weer een prima voorbeeld is. Dat Jim elke keer weer op zo'n hoog niveau kwalitatief uitstekend werk aflevert, is op zich al mooi, maar dat doet hij meerdere keren per jaar, met soms wel 3 tot 4 albums. Wellicht heeft hij gewoon veel tijd. Feit is wel dat hij zijn eigen studio heeft en nooit live optreedt, dus hij kan zich wat vrijheid permitteren. Dat hij nooit optreedt, heeft te maken met zijn slechte ervaringen die hij heeft overgehouden, toen hij nog frontman was van een black metalband (nota bene) ergens in de jaren '80. Op zich best jammer, want zijn muziek zou het live uiterst goed doen.
Hawksmoor is zijn eerste album die hij schreef na de uitstekende "Vampyre"-trilogy, die ik beschouw als zo'n beetje het beste wat Jim tot nu toe heeft uitgebracht. Zie daarvoor mijn recensies bij "Blood & Feathers", "Shroud of Many Colours" en "The Blessing of Shadows".
Met naargeestige klanken opent "Where the Plague Dogs Run" en de toon is meteen gezet. Jim neemt de tijd en bouwt middels een rustig intro alles mooi op, totdat ergens in de tweede minuut een soort van bombastisch stuk wordt ingezet, waaroverheen Jim een uitstekende synth-solo gooit. Niet veel later barst het allemaal pas echt los, wanneer een vrij snelle sequence geïntroduceerd wordt. De muziek ontvouwt zich nu pas echt en de helle-honden uit de titel laten zelfs ook wat van zich horen. In de negende minuut haalt Jim in één keer de vaart eruit en kan ik een paar minuten middels wat rustige en vrij intieme klanken, naar adem happen, totdat de hel weer losbarst en het zware ritmische stuk uit het begin weer terugkomt. Niet veel later is daar ook de sequence weer, komen de helle-honden weer even blaffend voorbij en is het gaan met die banaan tot aan het einde van deze opener.
Het daaropvolgende "In the Black Heart of Mary Woolnoth" is een aangrijpende en meeslepende Kirkwood-creatie die qua toonzetting nog het meeste weg heeft van het geniale titelnummer van "The Blessing of Shadows". Het begint vrij ingetogen met mooie subtiele melodielijntjes, maar onderhoudse synthklanken waar flink wat accenten op worden gegeven, geven eigenlijk al aan dat het nooit lang echt zo rustig kan blijven. En dit klopt ook, want na 3 minuten is het gedaan met de rust en bevind ik me in een duister muzikaal schemergebied, waarin Jim langzaam een slepende sequence tot ontwikkeling laat komen, om uiteindelijk met vrij heftig bombastisch synthwerk voor de dag te komen. Dit nummer had wat dat betreft zo op één van de "Vampyre"-albums kunnen staan.
Ook met "The Devils Architect" weet Jim een ongelooflijk spanningsveld binnen de muziek te creëren door met respectievelijk veel bombarie en enge klanken de boel in te luiden. Het niveau blijft constant hoog, als stevig, ritmisch sequencewerk van tijd tot tijd wordt afgewisseld door naargeestige pauzes of gecombineerd wordt met een hoofthema die pas na een aantal keren tot mij doordringt. Voeg daarbij wat flitsend synth-solowerk toe en het duistere feest is compleet.
Op passende wijze wordt afgesloten met "Build Me a House of Shades" die wederom weer formidabel sequence- en solowerk laat horen, om vervolgens met naargeestige en vervormde kerkklok-geluiden en ander spookachtig geruis te eindigen.
"Hawksmoor" is andermaal een fantastisch album die alles biedt wat ik wens in een album van Jim Kirkwood te horen. Eén van de betere, zou ik zeggen. Chapeau!!!
Hawksmoor is zijn eerste album die hij schreef na de uitstekende "Vampyre"-trilogy, die ik beschouw als zo'n beetje het beste wat Jim tot nu toe heeft uitgebracht. Zie daarvoor mijn recensies bij "Blood & Feathers", "Shroud of Many Colours" en "The Blessing of Shadows".
Met naargeestige klanken opent "Where the Plague Dogs Run" en de toon is meteen gezet. Jim neemt de tijd en bouwt middels een rustig intro alles mooi op, totdat ergens in de tweede minuut een soort van bombastisch stuk wordt ingezet, waaroverheen Jim een uitstekende synth-solo gooit. Niet veel later barst het allemaal pas echt los, wanneer een vrij snelle sequence geïntroduceerd wordt. De muziek ontvouwt zich nu pas echt en de helle-honden uit de titel laten zelfs ook wat van zich horen. In de negende minuut haalt Jim in één keer de vaart eruit en kan ik een paar minuten middels wat rustige en vrij intieme klanken, naar adem happen, totdat de hel weer losbarst en het zware ritmische stuk uit het begin weer terugkomt. Niet veel later is daar ook de sequence weer, komen de helle-honden weer even blaffend voorbij en is het gaan met die banaan tot aan het einde van deze opener.
Het daaropvolgende "In the Black Heart of Mary Woolnoth" is een aangrijpende en meeslepende Kirkwood-creatie die qua toonzetting nog het meeste weg heeft van het geniale titelnummer van "The Blessing of Shadows". Het begint vrij ingetogen met mooie subtiele melodielijntjes, maar onderhoudse synthklanken waar flink wat accenten op worden gegeven, geven eigenlijk al aan dat het nooit lang echt zo rustig kan blijven. En dit klopt ook, want na 3 minuten is het gedaan met de rust en bevind ik me in een duister muzikaal schemergebied, waarin Jim langzaam een slepende sequence tot ontwikkeling laat komen, om uiteindelijk met vrij heftig bombastisch synthwerk voor de dag te komen. Dit nummer had wat dat betreft zo op één van de "Vampyre"-albums kunnen staan.
Ook met "The Devils Architect" weet Jim een ongelooflijk spanningsveld binnen de muziek te creëren door met respectievelijk veel bombarie en enge klanken de boel in te luiden. Het niveau blijft constant hoog, als stevig, ritmisch sequencewerk van tijd tot tijd wordt afgewisseld door naargeestige pauzes of gecombineerd wordt met een hoofthema die pas na een aantal keren tot mij doordringt. Voeg daarbij wat flitsend synth-solowerk toe en het duistere feest is compleet.
Op passende wijze wordt afgesloten met "Build Me a House of Shades" die wederom weer formidabel sequence- en solowerk laat horen, om vervolgens met naargeestige en vervormde kerkklok-geluiden en ander spookachtig geruis te eindigen.
"Hawksmoor" is andermaal een fantastisch album die alles biedt wat ik wens in een album van Jim Kirkwood te horen. Eén van de betere, zou ik zeggen. Chapeau!!!

Jim Kirkwood - King of the Golden Hall (2009)

4,0
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 8 juli 2011, 11:04 uur
Net zoals o.a. Where Shadows Lie, is deze King of the Golden Hall (wederom geïnspireerd op de verhalen van Tolkien's Lord of the Rings waar Jim Kirkwood zo'n groot fan van is), een compleet nieuwe bewerking van één van Jim's eerste cassette-uitgaven die van dit album begin jaren '90 in eigen beheer voor het eerst het levenslicht zag. De originele melodieën en sequences zijn gebruikt waarbovenop Jim nog het één en ander aan extra synth-lagen en andere extra passages toegevoegd heeft. Tegelijkertijd klinkt deze versie qua productie-maatstaven ook stukken beter dan de originele versie.
Dit album vormt samen met Where Shadows Lie en Uruk-Hai de zg. Middle-Earth-trilogie, waar King of the Golden Hall officiëel het 2de deel van is. Alle 3 de delen heeft Jim in 2004 in hun originele versie nog eenmaal uitgebracht als exclusieve en zeer zeldzame dubbel-CD, teweten: Jim Kirkwood - Middle-Earth (2004). Dit was een speciale Hellfire Club-uitgave en kwam tot stand via de site www.synthmusicdirect.com en kon je alleen bemachtigen indien je lid van de club was. Alhoewel geremastered, klinkt de oude versie nog steeds erg dof en mat qua productie t.o.v. deze nieuwe versie.
"King of the Golden Hall Part 1" bestaat eigenlijk uit 5 stukken, teweten:
- "Tol Erassea", de bombastische opening, die tevens als extra lange versie ook nog als single is uitgebracht.
- "Earendil", een stukje sfeervolle ambient.
- "Theoden", de eerste van 2 zeer stevige en ritmische passages. Een vlotte en stevige drum-ondersteuning pakt me meteen bij m'n strot. Allerlei flitsende en bij vlagen chaotische melodielijnen worden op me afgevuurd en tijd om adem te halen zit er helaas niet bij.
- "Eowyn". Tijd om rustig bij te komen en eens diep in en uit te ademen.
- "Rohirrim". het gehinnik van paarden luidt deze afsluiter van Part 1 in en is qua dynamiek en intensiteit een soort vervolg op "Theoden".
“King of the Golden Hall Part 2” bestaat vervolgens uit 8 stukken, teweten:
- “Moria”, wat zeer onheilspellend begint alsof een demonische gruwel zijn hijgende zucht laat weerklinken in de diepe, donkere spelonken en mijnen van de dwergenkrocht en als intro dient voor…
- “The Old Forest”, een grootse passage die doorspekt is met het kenmerkend sequencer-werk waar Kirkwood zich mee bedient en vervolgens ongemerkt overgaat in het meer twinkelende en ingehouden…
- “Down the Withywindel”, die er een meer sprookjesachtig gevoel op na houd.
- “Harvestmath” dient dan als overgang naar het veel donkerdere en boosaardig klinkende “Dark Elves” die tegelijkertijd een opzwepend, up-tempo karakter erop na houdt.
- Het naargeestige “Dead Marshes” beneemt me vervolgens letterlijk de adem, voordat ik uiteindelijk uit de akelige roes terugkeer middels…
- “Glorfindel”, wat een adembenemend, melodieus en vlot spektakel blijkt te zijn van flitsende synth-solo’s, memorabele melodieën en een dynamisch ritme die de structuur bijeen houdt.
- “The Light in the West” sluit vervolgens dit tweede deel op dromerige wijze af.
Waarmee ik andermaal mag concluderen dat Kirkwood’s herziene kijk op één van zijn allereerste werken wederom een prima album is, waarover ik zeer tevreden ben. Vooral qua muziek en productie is dit een uitstekende vooruitgang op het originele werk en heeft Kirkwood er tevens voor gezorgd dat zijn herkenbare stijl er niet onder te lijden heeft gehad.
Dit album vormt samen met Where Shadows Lie en Uruk-Hai de zg. Middle-Earth-trilogie, waar King of the Golden Hall officiëel het 2de deel van is. Alle 3 de delen heeft Jim in 2004 in hun originele versie nog eenmaal uitgebracht als exclusieve en zeer zeldzame dubbel-CD, teweten: Jim Kirkwood - Middle-Earth (2004). Dit was een speciale Hellfire Club-uitgave en kwam tot stand via de site www.synthmusicdirect.com en kon je alleen bemachtigen indien je lid van de club was. Alhoewel geremastered, klinkt de oude versie nog steeds erg dof en mat qua productie t.o.v. deze nieuwe versie.
"King of the Golden Hall Part 1" bestaat eigenlijk uit 5 stukken, teweten:
- "Tol Erassea", de bombastische opening, die tevens als extra lange versie ook nog als single is uitgebracht.
- "Earendil", een stukje sfeervolle ambient.
- "Theoden", de eerste van 2 zeer stevige en ritmische passages. Een vlotte en stevige drum-ondersteuning pakt me meteen bij m'n strot. Allerlei flitsende en bij vlagen chaotische melodielijnen worden op me afgevuurd en tijd om adem te halen zit er helaas niet bij.
- "Eowyn". Tijd om rustig bij te komen en eens diep in en uit te ademen.
- "Rohirrim". het gehinnik van paarden luidt deze afsluiter van Part 1 in en is qua dynamiek en intensiteit een soort vervolg op "Theoden".
“King of the Golden Hall Part 2” bestaat vervolgens uit 8 stukken, teweten:
- “Moria”, wat zeer onheilspellend begint alsof een demonische gruwel zijn hijgende zucht laat weerklinken in de diepe, donkere spelonken en mijnen van de dwergenkrocht en als intro dient voor…
- “The Old Forest”, een grootse passage die doorspekt is met het kenmerkend sequencer-werk waar Kirkwood zich mee bedient en vervolgens ongemerkt overgaat in het meer twinkelende en ingehouden…
- “Down the Withywindel”, die er een meer sprookjesachtig gevoel op na houd.
- “Harvestmath” dient dan als overgang naar het veel donkerdere en boosaardig klinkende “Dark Elves” die tegelijkertijd een opzwepend, up-tempo karakter erop na houdt.
- Het naargeestige “Dead Marshes” beneemt me vervolgens letterlijk de adem, voordat ik uiteindelijk uit de akelige roes terugkeer middels…
- “Glorfindel”, wat een adembenemend, melodieus en vlot spektakel blijkt te zijn van flitsende synth-solo’s, memorabele melodieën en een dynamisch ritme die de structuur bijeen houdt.
- “The Light in the West” sluit vervolgens dit tweede deel op dromerige wijze af.
Waarmee ik andermaal mag concluderen dat Kirkwood’s herziene kijk op één van zijn allereerste werken wederom een prima album is, waarover ik zeer tevreden ben. Vooral qua muziek en productie is dit een uitstekende vooruitgang op het originele werk en heeft Kirkwood er tevens voor gezorgd dat zijn herkenbare stijl er niet onder te lijden heeft gehad.
Jim Kirkwood - Morningstar (2009)
Alternatieve titel: Revelations of the Fallen

5,0
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 21 juli 2009, 09:41 uur
Wellicht overtreft Jim Kirkwood zich hier muzikaal nog niet eens zo zeer, maar wat hij ons hier voorschotelt overtreft ieder album van hem qua lengte en inhoud. Bijna 5 uur
duurt het meest recente project en het is pas het eerste deel in een nieuwe reeks!! Waar Jim toch aan al die tijd en inspiratie komt is sowieso al een raadsel, maar dat het ook nog eens vakwerk betreft, is één ding dat zeker is. Verrassend is het allemaal niet meer, maar dat is ook helemaal niet erg. Wederom krijgen we namelijk een enorme hoeveelheid nummers voorgeschoteld met zeer sfeervolle, mysterieuze en bizarre klanktapijten die zich onderling afwisselen met meer, voornamelijk heftig sequence-gedomineerd werk, uitgevoerd zoals we dat van Mr. Kirkwood kunnen verwachten. Af en toe zitten er wat rustpauzes in met meer ingetogen synth-materiaal, maar het is vooral weer dat typisch donkere karakter wat het leeuwedeel van zijn muziek uitademt, waardoor het nooit echt lieflijk of prettig in het gehoor komt te liggen. Precies zoals ik het van Jim Kirkwood wil horen.
Wellicht is bijna 5 uur wat te lang, maar doorgewinterde synth-liefhebbers zullen dat een worst wezen. Liefhebbers van Tangerine Dream en Klaus Schulze (waaronder ik), zijn het wel gewend dat er zo nu en dan enorme box-sets worden uitgebracht met uren en uren aan interessant synth-materiaal. Daarom zullen het ook die liefhebbers zijn die het werk van Jim Kirkwood zeker gaan waarderen. Daar is deze "Morningstar Part 1" een uitstekend voorbeeld van. Je hoeft er alleen maar eens flink onderuit gezakt op de bank voor te gaan zitten met een goede fles wijn binnen handbereik. Tot slot heb ik dan ook nog maar één boodschap die ik kwijt wil: ga dit beluisteren!!!
duurt het meest recente project en het is pas het eerste deel in een nieuwe reeks!! Waar Jim toch aan al die tijd en inspiratie komt is sowieso al een raadsel, maar dat het ook nog eens vakwerk betreft, is één ding dat zeker is. Verrassend is het allemaal niet meer, maar dat is ook helemaal niet erg. Wederom krijgen we namelijk een enorme hoeveelheid nummers voorgeschoteld met zeer sfeervolle, mysterieuze en bizarre klanktapijten die zich onderling afwisselen met meer, voornamelijk heftig sequence-gedomineerd werk, uitgevoerd zoals we dat van Mr. Kirkwood kunnen verwachten. Af en toe zitten er wat rustpauzes in met meer ingetogen synth-materiaal, maar het is vooral weer dat typisch donkere karakter wat het leeuwedeel van zijn muziek uitademt, waardoor het nooit echt lieflijk of prettig in het gehoor komt te liggen. Precies zoals ik het van Jim Kirkwood wil horen. Wellicht is bijna 5 uur wat te lang, maar doorgewinterde synth-liefhebbers zullen dat een worst wezen. Liefhebbers van Tangerine Dream en Klaus Schulze (waaronder ik), zijn het wel gewend dat er zo nu en dan enorme box-sets worden uitgebracht met uren en uren aan interessant synth-materiaal. Daarom zullen het ook die liefhebbers zijn die het werk van Jim Kirkwood zeker gaan waarderen. Daar is deze "Morningstar Part 1" een uitstekend voorbeeld van. Je hoeft er alleen maar eens flink onderuit gezakt op de bank voor te gaan zitten met een goede fles wijn binnen handbereik. Tot slot heb ik dan ook nog maar één boodschap die ik kwijt wil: ga dit beluisteren!!!

Jim Kirkwood - Mother Redcap's Basket of Strange Weather (2008)

4,0
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 1 september 2010, 22:02 uur
Het moet gezegd dat de titel van dit album zo'n beetje de meest originele is, die ik van Kirkwood heb mogen vernemen.
Al met al is ook Mother Redcap's Basket of Strange Weather er weer één van ongekende Kirkwood-maatstaven en is het van begin tot eind genieten van de scherpe en behoorlijk op de voorgrond verkerende geluids-collages die al dan niet zo'n beetje hand in hand gaan met voortstuwende ritme-ondersteuningen.
Een bobbelend geluid luidt "And a Crown of Light" in en mooie, feeërieke klankpatronen ontvouwen zich. Een mooi en smaakvol intro die vlak voor de 3de minuut gezelschap krijgt van een welluidende sequence-partij. Jim Kirkwood is in-da-house en dat zullen we weten! Al ruim na de 7de minuut vertrekt de sequence weer en krijgen we prachtige en warme geluidscollages te horen, waarop een rustige melodie op de voorgrond te horen is. Een fraaie opener die van mij echter nog wel wat langer had mogen duren.
"The Indian Prince" doet qua muziek zijn titel wel eer aan en is daardoor een wat meer exotisch getinter nummer dan dat ik doorgaans gewend ben van Jim. Het jodelende gechant in het begin drukt daar alleen maar zijn stempel op. Het is in ieder geval weer eens wat anders. Het inheemse ritme krijgt niet veel later ondersteuning door zowel een wat 'pafferige' als 'metaalachtige' sequence, totdat er zowaar de klanken van een 'synthetische' sitar te horen zijn. Al met al is het een smaakvol nummer, echter was het misschien passender geweest, als dit nummer onder de Lucifaere-banier was uitgebracht, aangezien de meer exotische en etnische uitstapjes binnen Kirkwood's muziek eerder onder een album van Lucifaere passen.
"The Stars Under the Hill" begint weer op vertrouwder terrein en een smaakvol, mysterieus en typerend intro, compleet met zingende vogeltjes op de achtergrond, oftewel zoals ik het wel gewend ben van Kirkwood, wordt ten toon gespreidt. E.e.a. wordt rustig ontvouwd en uitgebouwd, totdat ergens in de 7de minuut een langzame sequence-sectie tot ontwikkeling komt. Tot aan de 13de minuut krijgen we redelijk, maar toch ook wel wat dreigende muziek voorgeschoteld, totdat de sequence zich nog meer lijkt te ontvouwen en de muziek nog levendiger wordt. Een plotselinge ommezwaai in de vorm van gemene, aangezette aanslagen, luiden het volgende deel van het nummer in: een mooi, ietwat vreemd stuk, waar de warme klanken van een synth-fluit voor een fabelachtig geheel zorgen. Mooi zweverig en onvoorspelbaar lijkt het stuk af te dwalen naar een surrealistische wereld van ruimtelijke klanken, waar ergens in de verte vogels lijken te fluiten. Een fraai stuk is het in ieder geval, echter is het nummer nog lang niet afgelopen, want een sequence die me sterk doet denken aan die van Tangerine Dream's "Ricochet Part 1" maakt zijn opwachting en schiet uit de startblokken. De laatste fase van het nummer is ingegaan. Ondanks dat het nu allemaal een stuk vlotter klinkt dan daarvoor, houdt Jim zich toch redelijk in als uiteindelijk de sequence weer verdwijnt en huilerige klanken tezamen met andere onwerkelijke geluiden op een tapijt van synth-strings overblijven. Het nummer eindigt verrassend met een stuk wat op een harp gespeeld had kunnen zijn. Verrassend ingetogen en bloedmooi.
Jim Kirkwood heeft met dit wapenfeit wederom een smaakvol en spraakmakend album afgeleverd. Ondanks dat het eigenlijk 'top-notch' Kirkwood is wat we voorgeschoteld krijgen, houdt Jim zich eigenlijk over de gehele linie vrij in, waardoor een relatief wat kalmer album het resultaat is. En daar is overigens niets mis mee!
Al met al is ook Mother Redcap's Basket of Strange Weather er weer één van ongekende Kirkwood-maatstaven en is het van begin tot eind genieten van de scherpe en behoorlijk op de voorgrond verkerende geluids-collages die al dan niet zo'n beetje hand in hand gaan met voortstuwende ritme-ondersteuningen.
Een bobbelend geluid luidt "And a Crown of Light" in en mooie, feeërieke klankpatronen ontvouwen zich. Een mooi en smaakvol intro die vlak voor de 3de minuut gezelschap krijgt van een welluidende sequence-partij. Jim Kirkwood is in-da-house en dat zullen we weten! Al ruim na de 7de minuut vertrekt de sequence weer en krijgen we prachtige en warme geluidscollages te horen, waarop een rustige melodie op de voorgrond te horen is. Een fraaie opener die van mij echter nog wel wat langer had mogen duren.
"The Indian Prince" doet qua muziek zijn titel wel eer aan en is daardoor een wat meer exotisch getinter nummer dan dat ik doorgaans gewend ben van Jim. Het jodelende gechant in het begin drukt daar alleen maar zijn stempel op. Het is in ieder geval weer eens wat anders. Het inheemse ritme krijgt niet veel later ondersteuning door zowel een wat 'pafferige' als 'metaalachtige' sequence, totdat er zowaar de klanken van een 'synthetische' sitar te horen zijn. Al met al is het een smaakvol nummer, echter was het misschien passender geweest, als dit nummer onder de Lucifaere-banier was uitgebracht, aangezien de meer exotische en etnische uitstapjes binnen Kirkwood's muziek eerder onder een album van Lucifaere passen.
"The Stars Under the Hill" begint weer op vertrouwder terrein en een smaakvol, mysterieus en typerend intro, compleet met zingende vogeltjes op de achtergrond, oftewel zoals ik het wel gewend ben van Kirkwood, wordt ten toon gespreidt. E.e.a. wordt rustig ontvouwd en uitgebouwd, totdat ergens in de 7de minuut een langzame sequence-sectie tot ontwikkeling komt. Tot aan de 13de minuut krijgen we redelijk, maar toch ook wel wat dreigende muziek voorgeschoteld, totdat de sequence zich nog meer lijkt te ontvouwen en de muziek nog levendiger wordt. Een plotselinge ommezwaai in de vorm van gemene, aangezette aanslagen, luiden het volgende deel van het nummer in: een mooi, ietwat vreemd stuk, waar de warme klanken van een synth-fluit voor een fabelachtig geheel zorgen. Mooi zweverig en onvoorspelbaar lijkt het stuk af te dwalen naar een surrealistische wereld van ruimtelijke klanken, waar ergens in de verte vogels lijken te fluiten. Een fraai stuk is het in ieder geval, echter is het nummer nog lang niet afgelopen, want een sequence die me sterk doet denken aan die van Tangerine Dream's "Ricochet Part 1" maakt zijn opwachting en schiet uit de startblokken. De laatste fase van het nummer is ingegaan. Ondanks dat het nu allemaal een stuk vlotter klinkt dan daarvoor, houdt Jim zich toch redelijk in als uiteindelijk de sequence weer verdwijnt en huilerige klanken tezamen met andere onwerkelijke geluiden op een tapijt van synth-strings overblijven. Het nummer eindigt verrassend met een stuk wat op een harp gespeeld had kunnen zijn. Verrassend ingetogen en bloedmooi.
Jim Kirkwood heeft met dit wapenfeit wederom een smaakvol en spraakmakend album afgeleverd. Ondanks dat het eigenlijk 'top-notch' Kirkwood is wat we voorgeschoteld krijgen, houdt Jim zich eigenlijk over de gehele linie vrij in, waardoor een relatief wat kalmer album het resultaat is. En daar is overigens niets mis mee!
Jim Kirkwood - Nightshade in Eden (2007)

4,0
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 29 september 2009, 21:24 uur
Jim Kirkwood staat bij mij bekend als een muzikant die het liefst afwijkt van de radio-vriendelijke speelduur van 3 tot 4 minuten die de meeste nummers duren. Nee, het liefst gaat het er bij hem als volgt aan toe: hoe langer, hoe beter. En de muziek van Jim komt dan ook het best tot z'n recht, als de speelduur van de nummers in kwestie lekker lang zijn. Zo ook het geval bij deze Nightshade in Eden.
"Children Don't Play Here" is een machtige en slepende muzikale creatie die begint als een klassiek stuk, vanwege de vele cello-klanken die te horen zijn. In de 4de minuut komt daar zo'n typische mid-tempo sequence bij, die perfect in het geheel past. Die heerlijke sequences zijn toch wel dé ingrediënten die me zo verslaafd hebben weten te maken aan deze vorm van electronische muziek. Het nummer neemt naarmate het vordert, aan kracht toe, maar overstijgt zich nooit, waardoor het overkomt als een sterke en evenwichtige compositie waar pas op het eind een toepasselijk melodietje om de hoek komt kijken, die de oren nog eens extra doen spitsen. Wat dat betreft een prima opwarmertje voor het ruim 3 kwartier durende titelnummer.
"Nightshade in Eden" begint erg zweverig en ingetogen, maar tegelijkertijd klinkt het geheel erg onrustig, doordat fluisterende en sissende geluiden het geheel een ietwat bevreemdende stemming meegeven. Plotsklaps wordt dit opgevolgd door een bombastisch en dramatisch stuk wat dreigend overkomt. Alsof Jim me op een muzikale manier wil waarschuwen dat het allesbehalve vrolijk wordt. Even lijkt de rust in één keer terug te keren. Zo erg zelfs, dat ik met m'n oren gespitst moet luisteren, aangezien het bijna stil klinkt, totdat ik weer achterover in m'n stoel geworpen wordt, als het stampende stuk van daarnet weer terugkeert. Achtereenvolgens laat Jim de boel weer langzaam op gang komen om me vervolgens te trakteren op zijn sequence-traktaties die een behoorlijk Tangerine Dream-gehalte kennen. Vervelend? Nou, nee!! Mooie, rollende en sprankelende sequences worden over elkaar heen gelegd, waardoor een indrukwekkend klanken-pallet ontstaat, waarin Jim wederom weer het beste uit zichzelf haalt. Na een slordig kwartiertje laat hij de boel langzaam doven, om vervolgens met uiterst relaxed en sfeervol materiaal te komen, die zeer buitenaards aandoet. Dit stuk zal uiteindelijk de basis vormen, waarin ruimte gecreërd wordt voor een langzaam opkomende ritme-sectie die in ritme en dynamiek steeds sterker en steviger wordt, totdat de sequence uit het begin ook weer terug komt. Tot slot overstijgt de muziek zich opeens, en zijn er hier en daar ijzersterke solo's te horen, totdat uiteindelijk alles langzaam wegebt, en het verontrustende stuk uit het intro weer van zich laat horen.
Jim Kirkwood weet andermaal te overtuigen met dit klasse-album, die een sterk staaltje aan vooral aan Berlin School-herinnerende synthesizer-muziek laat horen. Relatief gezien klinkt het ook allemaal nét even wat minder bruut en oorverdovend, dan dat ik normaal gesproken van Jim gewend ben. Maar desalniettemin treur ik daar niet om, hoor. Dit is namelijk gewoon weer erg goed, en zal zeker liefhebbers van Tangerine Dream en Klaus Schulze aan moeten spreken.
"Children Don't Play Here" is een machtige en slepende muzikale creatie die begint als een klassiek stuk, vanwege de vele cello-klanken die te horen zijn. In de 4de minuut komt daar zo'n typische mid-tempo sequence bij, die perfect in het geheel past. Die heerlijke sequences zijn toch wel dé ingrediënten die me zo verslaafd hebben weten te maken aan deze vorm van electronische muziek. Het nummer neemt naarmate het vordert, aan kracht toe, maar overstijgt zich nooit, waardoor het overkomt als een sterke en evenwichtige compositie waar pas op het eind een toepasselijk melodietje om de hoek komt kijken, die de oren nog eens extra doen spitsen. Wat dat betreft een prima opwarmertje voor het ruim 3 kwartier durende titelnummer.
"Nightshade in Eden" begint erg zweverig en ingetogen, maar tegelijkertijd klinkt het geheel erg onrustig, doordat fluisterende en sissende geluiden het geheel een ietwat bevreemdende stemming meegeven. Plotsklaps wordt dit opgevolgd door een bombastisch en dramatisch stuk wat dreigend overkomt. Alsof Jim me op een muzikale manier wil waarschuwen dat het allesbehalve vrolijk wordt. Even lijkt de rust in één keer terug te keren. Zo erg zelfs, dat ik met m'n oren gespitst moet luisteren, aangezien het bijna stil klinkt, totdat ik weer achterover in m'n stoel geworpen wordt, als het stampende stuk van daarnet weer terugkeert. Achtereenvolgens laat Jim de boel weer langzaam op gang komen om me vervolgens te trakteren op zijn sequence-traktaties die een behoorlijk Tangerine Dream-gehalte kennen. Vervelend? Nou, nee!! Mooie, rollende en sprankelende sequences worden over elkaar heen gelegd, waardoor een indrukwekkend klanken-pallet ontstaat, waarin Jim wederom weer het beste uit zichzelf haalt. Na een slordig kwartiertje laat hij de boel langzaam doven, om vervolgens met uiterst relaxed en sfeervol materiaal te komen, die zeer buitenaards aandoet. Dit stuk zal uiteindelijk de basis vormen, waarin ruimte gecreërd wordt voor een langzaam opkomende ritme-sectie die in ritme en dynamiek steeds sterker en steviger wordt, totdat de sequence uit het begin ook weer terug komt. Tot slot overstijgt de muziek zich opeens, en zijn er hier en daar ijzersterke solo's te horen, totdat uiteindelijk alles langzaam wegebt, en het verontrustende stuk uit het intro weer van zich laat horen.
Jim Kirkwood weet andermaal te overtuigen met dit klasse-album, die een sterk staaltje aan vooral aan Berlin School-herinnerende synthesizer-muziek laat horen. Relatief gezien klinkt het ook allemaal nét even wat minder bruut en oorverdovend, dan dat ik normaal gesproken van Jim gewend ben. Maar desalniettemin treur ik daar niet om, hoor. Dit is namelijk gewoon weer erg goed, en zal zeker liefhebbers van Tangerine Dream en Klaus Schulze aan moeten spreken.
