Hier kun je zien welke berichten CorvisChristi als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Ebia - Hunter of Worlds (2008)

2,5
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 19 mei 2013, 12:06 uur
Ebia is de schuilnaam voor de Duitser Jörg Bialinska die voornamelijk melodieuze, sequence-georiënteerde synthesizermuziek maakt en daarbij erg beïnvloedt is door de jaren '80.
Deze jaren '80 heeft o.a. ook de Italo Disco-sound opgeleverd en daar is weer de synthdance-stroming uit voortgekomen wat gezorgd heeft voor de voornaamste groepen binnen dit genre, nl. Cyber People, Hypnosis, Koto, Proxyon, Rygar, Syntech en natuurlijk de godfather van de synthdance nl. Laserdance.
Het album Hunter of Worlds is Ebia's eenmalige ode tot de synthdance (de overige albums van Ebia schijnen anders te klinken) en is dan ook geïnspireerd op de club-sound uit de jaren '80 zoals gespeeld door bovenstaande groepen.
Hunter of Worlds is een leuk album en duidelijk hoorbaar is het plezier wat Jörg Bialinska erin had toen hij dit album maakte. Het is een puur en eerlijk album wat in dit geval dus nergens origineel klinkt, maar lekker wegluistert. Niets meer en niets minder.
En in dat laatste schuilt dan ook een beetje het probleem. Productie-technisch staat het album als een huis, maar om de één of andere reden heeft Jörg ondanks zijn goede bedoelingen er niet voor gezorgd dat de nummers blijven hangen.
Ja, er zit een hoop energie in en het klinkt allemaal erg opzwepend, maar de kracht moet i.m.o. toch uit de melodieën / thema's komen en laat ik deze nou niet echt imponerend vinden.
Ebia is echt niet de enige die synthdance nieuw leven heeft ingeblazen. Maar je moet wel van goede huize komen, wil je met een forse en energieke plaat aan komen zetten die ook nog eens over praktisch de gehele linie blijft hangen.
Wat dat betreft moet het genre je in het bloed zitten, wil je er mee weg komen. Zo hebben bijvoorbeeld Michiel van der Kuy (één van de aartsvaders achter Laserdance) en Rob van Eijk het project Rygar nieuw leven ingeblazen en het album Rygar - Modulation (2012) afgeleverd. Dáárop kan je horen hoe synthdance tegenwoordig moet klinken om boven de massa uit te steken.
Helaas doet Hunter of Worlds dat dus niet, wat erg jammer is, aangezien de potentie er zeker is.
Volgende keer beter?
Deze jaren '80 heeft o.a. ook de Italo Disco-sound opgeleverd en daar is weer de synthdance-stroming uit voortgekomen wat gezorgd heeft voor de voornaamste groepen binnen dit genre, nl. Cyber People, Hypnosis, Koto, Proxyon, Rygar, Syntech en natuurlijk de godfather van de synthdance nl. Laserdance.
Het album Hunter of Worlds is Ebia's eenmalige ode tot de synthdance (de overige albums van Ebia schijnen anders te klinken) en is dan ook geïnspireerd op de club-sound uit de jaren '80 zoals gespeeld door bovenstaande groepen.
Hunter of Worlds is een leuk album en duidelijk hoorbaar is het plezier wat Jörg Bialinska erin had toen hij dit album maakte. Het is een puur en eerlijk album wat in dit geval dus nergens origineel klinkt, maar lekker wegluistert. Niets meer en niets minder.
En in dat laatste schuilt dan ook een beetje het probleem. Productie-technisch staat het album als een huis, maar om de één of andere reden heeft Jörg ondanks zijn goede bedoelingen er niet voor gezorgd dat de nummers blijven hangen.
Ja, er zit een hoop energie in en het klinkt allemaal erg opzwepend, maar de kracht moet i.m.o. toch uit de melodieën / thema's komen en laat ik deze nou niet echt imponerend vinden.
Ebia is echt niet de enige die synthdance nieuw leven heeft ingeblazen. Maar je moet wel van goede huize komen, wil je met een forse en energieke plaat aan komen zetten die ook nog eens over praktisch de gehele linie blijft hangen.
Wat dat betreft moet het genre je in het bloed zitten, wil je er mee weg komen. Zo hebben bijvoorbeeld Michiel van der Kuy (één van de aartsvaders achter Laserdance) en Rob van Eijk het project Rygar nieuw leven ingeblazen en het album Rygar - Modulation (2012) afgeleverd. Dáárop kan je horen hoe synthdance tegenwoordig moet klinken om boven de massa uit te steken.
Helaas doet Hunter of Worlds dat dus niet, wat erg jammer is, aangezien de potentie er zeker is.
Volgende keer beter?
Ed Starink - Synthesizer Greatest (1989)
Alternatieve titel: Synthesizer Greatest, Volume 1

3,0
2
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 25 april 2024, 23:43 uur
In het verleden heb ik me geregeld negatief uitgelaten over de hele hype en controverse rond de Synthesizer Greatest-albums. Ik kocht als 12-jarige toentertijd de LP's van deze reeks en heb ze stuk voor stuk grijs gedraaid. Kortom, ik vond het goed! Echter kwam ik er toen ook vrij snel achter, dat het niet de originele versies waren. Maar ondanks dat ik me bedrogen voelde, heb ik er tegelijkertijd goede herinneringen aan, vanwege het feit dat de albums me een goede introductie gaven in de wereld van de synthesizermuziek. De albums gaven mij namelijk een zetje, noem het motivatie, om de artiesten achter de composities te leren kennen. De échte, originele composities, afkomstig van de albums die uiteindelijk veel voor me zouden betekenen binnen mijn liefde voor vooral synthesizermuziek. Composities van Vangelis, Jean-Michel Jarre, Jan Hammer en later Kitaro, Tangerine Dream, Klaus Schulze en ga zo maar door. Eigenlijk zou ik Ed Starink dus mogen bedanken voor zijn bijdrage daarvoor.
Een aantal maanden geleden kwam het album Synthesizer Legends Volume 1 uit van de Finse synthesizer-muzikant Kebu. In zijn liner notes voor dat album beschrijft hij dat, net zoals bij vele anderen, zijn kennismaking en avontuur binnen de electronische muziek begon bij de compilatie-albums van Ed Starink's Synthesizer Greatest. Echter noemt hij ze zelf geen compilaties, maar cover-albums! En ik weet dat velen, ook hier op de site, dit ook zo zien! Het naspelen/coveren van composities van zijn grote en voornaamste inspiratiebronnen, bleek later in zijn carrière van grote invloed te zijn voor Kebu en geheel in de traditie van Ed Starink (althans daar ga ik voor nu maar even van uit), besloot hij zijn helden ook te eren middels zijn eerste volume van Synthesizer Legends.
Wat mij er uiteindelijk toe deed besluiten, om met een hernieuwde en frisse mindset, deze eerste volume nog eens de revue te laten passeren. Met de achterliggende gedachte dat ik, ondanks mijn kritiek, er toch ook nostalgische herinneringen aan heb, omdat ik deze reeks albums als kind graag en vaak beluisterd heb. Dus wat als ik deze muziek puur en alleen als cover-albums zou zien en het ook enkel en alleen op die manier zou interpreteren en beluisteren? Wat voor effect zou dat anno 2024 nú op mij hebben, met in mijn achterhoofd dat ik praktisch álle originele versies van álle artiesten die gecovered/nagespeeld zijn, al jaren ken?
De conclusie is, dat ik mijn eerdere ongezouten, negatieve mening over deze albums, voor een redelijk groot deel bijgeschaaft heb. Wat inhoudt, dat ik met een hernieuwde soort vorm van kennismaking, de albums opnieuw beluisterd heb. En het moet gezegd dat ik het Ed Starink moet nageven, dat hij het (zeker met de middelen/instrumenten die hij voorhanden had) redelijk goed voor elkaar gekregen heeft, om de originele versies te benaderen of er juist zijn eigen ding mee te doen.
Weg is dus mijn oordeel, dat het hier gaat om zwak nagespeelde rip-offs, die de originele versies geen eer aandoen. Daarvoor in de plaats is teruggekomen het idee dat Ed Starink hier een opvallende poging doet om electronische muziek via een commerciële manier van promoten, aan een groter publiek probeert te verkopen op een manier die de originele artiesten JUIST eer aan doet. Althans, dat hoop ik maar...
En zo is mijn mening dat deze eerste volume van Synthesizer Greatest een geheel andere luisterervaring heeft opgeleverd dan ik verwacht had. In positieve zin welteverstaan! Wie had dat gedacht!? Ik niet in ieder geval. Maar het is wel waar. Ik heb dan ook met redelijk veel plezier opnieuw naar álle muzikale interpretaties geluisterd en even los van het feit of Ed Starink dit met kunde en liefde in elkaar heeft geflanst of juist niet en het puur voor het geld heeft gedaan, zit het productie-technisch leuk in elkaar. Daarnaast zijn er best wel wat uitvoeringen die opvallen hier, waaronder Ed's versie van Vangelis' "Pulstar" die ik toch wel meerdere keren achter elkaar beluisterd heb. Wat hier opvalt is de electrische gitaar-solo die aan het eind opduikt. Hoe cool is dat? Even los of het daadwerkelijk een electrische gitaar of een synthesizer betreft...het klinkt in ieder geval erg cool!
De uitvoering van Harold Faltermeyer's "Axel F." is zowaar bijna identiek te noemen aan het origineel en daarom alleen al best opvallend.
Verder zijn erg vermakelijk om naar te luisteren "Autobahn" (origineel Kraftwerk), een stoere versie van "Mammagamma" (origineel Alan Parsons Project), een vlotte en erg leuke versie van Jarre's "Fourth Rendez-Vous", een erg coole versie van Moroder's "Chase" en tot slot een geslaagde (kortere) versie van Oldfield's "Tubular Bells".
Als geheel luistert het allemaal lekker weg. Toegegeven, het ene nummer is net even wat geslaagder dan de ander, maar dat hou je toch. Het is in ieder geval een redelijk revolutionair uitgangspunt, dat ik deze albums jaren na dato allemaal beter kan behappen. Daarnaast komt de factor natuurlijk naar voren, dat ik deze albums als opmaat zie naar al dat fraais wat ik zou gaan ontdekken op electronisch muziekgebied. En ik zal dus oprecht gaan toegeven, dat deze eerste volume van Synthesizer Greatest mij daar toentertijd prima bij geholpen heeft. En als heropfrissing is Synthesizer Greatest Volume 1 dan ook een vermakelijke beluistering gebleken.
Laat ik eens gek doen: ik ga een voorzichtig 3-tje geven voor dit album. Met wellicht een duwtje naar een 3,5 in de nabije toekomst...Hoe het tij kan keren...
Een aantal maanden geleden kwam het album Synthesizer Legends Volume 1 uit van de Finse synthesizer-muzikant Kebu. In zijn liner notes voor dat album beschrijft hij dat, net zoals bij vele anderen, zijn kennismaking en avontuur binnen de electronische muziek begon bij de compilatie-albums van Ed Starink's Synthesizer Greatest. Echter noemt hij ze zelf geen compilaties, maar cover-albums! En ik weet dat velen, ook hier op de site, dit ook zo zien! Het naspelen/coveren van composities van zijn grote en voornaamste inspiratiebronnen, bleek later in zijn carrière van grote invloed te zijn voor Kebu en geheel in de traditie van Ed Starink (althans daar ga ik voor nu maar even van uit), besloot hij zijn helden ook te eren middels zijn eerste volume van Synthesizer Legends.
Wat mij er uiteindelijk toe deed besluiten, om met een hernieuwde en frisse mindset, deze eerste volume nog eens de revue te laten passeren. Met de achterliggende gedachte dat ik, ondanks mijn kritiek, er toch ook nostalgische herinneringen aan heb, omdat ik deze reeks albums als kind graag en vaak beluisterd heb. Dus wat als ik deze muziek puur en alleen als cover-albums zou zien en het ook enkel en alleen op die manier zou interpreteren en beluisteren? Wat voor effect zou dat anno 2024 nú op mij hebben, met in mijn achterhoofd dat ik praktisch álle originele versies van álle artiesten die gecovered/nagespeeld zijn, al jaren ken?
De conclusie is, dat ik mijn eerdere ongezouten, negatieve mening over deze albums, voor een redelijk groot deel bijgeschaaft heb. Wat inhoudt, dat ik met een hernieuwde soort vorm van kennismaking, de albums opnieuw beluisterd heb. En het moet gezegd dat ik het Ed Starink moet nageven, dat hij het (zeker met de middelen/instrumenten die hij voorhanden had) redelijk goed voor elkaar gekregen heeft, om de originele versies te benaderen of er juist zijn eigen ding mee te doen.
Weg is dus mijn oordeel, dat het hier gaat om zwak nagespeelde rip-offs, die de originele versies geen eer aandoen. Daarvoor in de plaats is teruggekomen het idee dat Ed Starink hier een opvallende poging doet om electronische muziek via een commerciële manier van promoten, aan een groter publiek probeert te verkopen op een manier die de originele artiesten JUIST eer aan doet. Althans, dat hoop ik maar...
En zo is mijn mening dat deze eerste volume van Synthesizer Greatest een geheel andere luisterervaring heeft opgeleverd dan ik verwacht had. In positieve zin welteverstaan! Wie had dat gedacht!? Ik niet in ieder geval. Maar het is wel waar. Ik heb dan ook met redelijk veel plezier opnieuw naar álle muzikale interpretaties geluisterd en even los van het feit of Ed Starink dit met kunde en liefde in elkaar heeft geflanst of juist niet en het puur voor het geld heeft gedaan, zit het productie-technisch leuk in elkaar. Daarnaast zijn er best wel wat uitvoeringen die opvallen hier, waaronder Ed's versie van Vangelis' "Pulstar" die ik toch wel meerdere keren achter elkaar beluisterd heb. Wat hier opvalt is de electrische gitaar-solo die aan het eind opduikt. Hoe cool is dat? Even los of het daadwerkelijk een electrische gitaar of een synthesizer betreft...het klinkt in ieder geval erg cool!
De uitvoering van Harold Faltermeyer's "Axel F." is zowaar bijna identiek te noemen aan het origineel en daarom alleen al best opvallend.
Verder zijn erg vermakelijk om naar te luisteren "Autobahn" (origineel Kraftwerk), een stoere versie van "Mammagamma" (origineel Alan Parsons Project), een vlotte en erg leuke versie van Jarre's "Fourth Rendez-Vous", een erg coole versie van Moroder's "Chase" en tot slot een geslaagde (kortere) versie van Oldfield's "Tubular Bells".
Als geheel luistert het allemaal lekker weg. Toegegeven, het ene nummer is net even wat geslaagder dan de ander, maar dat hou je toch. Het is in ieder geval een redelijk revolutionair uitgangspunt, dat ik deze albums jaren na dato allemaal beter kan behappen. Daarnaast komt de factor natuurlijk naar voren, dat ik deze albums als opmaat zie naar al dat fraais wat ik zou gaan ontdekken op electronisch muziekgebied. En ik zal dus oprecht gaan toegeven, dat deze eerste volume van Synthesizer Greatest mij daar toentertijd prima bij geholpen heeft. En als heropfrissing is Synthesizer Greatest Volume 1 dan ook een vermakelijke beluistering gebleken.
Laat ik eens gek doen: ik ga een voorzichtig 3-tje geven voor dit album. Met wellicht een duwtje naar een 3,5 in de nabije toekomst...Hoe het tij kan keren...
Ed Starink - Synthesizer Greatest, Volume 2 (1989)

3,0
2
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 2 mei 2024, 09:51 uur
In 1989 had opeens iedereen op school het over deze albums: de compilaties van Ed Starink's Synthesizer Greatest. Vrienden van mij luisterden opeens naar synthesizermuziek; dat had ik niet verwacht eigenlijk! Blijkbaar viel dit soort muziek bij zowel jong als oud in de smaak.
Een jaar daarvoor echter maakte ik voor het eerst écht pas kennis met de magie rond synthesizermuziek middels de dubbel-LP van Vangelis - Greatest Hits (1981) - MusicMeter.nl, dus toen ik uiteindelijk in 1990 besloot om zelf van mijn zakcentjes de Synthesizer Greatest-albums op LP te kopen, duurde het niet heel lang voordat ik erachter kwam, dat het om nagespeelde versies ging. Ik bedoel, nummers als "Dervish D." en "Spiral", zoals ze op deze tweede volume van Synthesizer Greatest staan, klinken toch beduidend anders dan de versies die ik reeds al kende van de Greatest Hits-LP van Vangelis.
Ondanks dit gegeven, heb ik uiteindelijk als kind veel plezier gehad bij het beluisteren van Ed Starink's interpretaties op reeds bestaande en bekende synthesizer-composities en deed het me motiveren om de originele artiesten verder te leren kennen. Eigenlijk waren deze compilaties voor mij de symbolische deur die verder geopend moest worden om toegang te krijgen tot de wereld van elektronische muziek.
Later, toen ik meer en meer bekend raakte met de grote artiesten binnen het genre van synthesizermuziek, groeide het idee dat ik me voor de gek gehouden voelde middels deze compilaties. Immers zijn het niet de originelen en in bijna alle gevallen vond (en dat vind ik eerlijk gezegd nog steeds), verbleken Ed's uitvoeringen bij de originele versies. Overigens wel grappig om her en der reacties te lezen van liefhebbers die juist de cover-uitvoeringen beter vinden. Maar dit terzijde...
Echter zijn we ondertussen alweer heel wat jaren verder en heeft uitgerekend de Finse artiest Kebu met zijn eigen cover-album Kebu - Synthesizer Legends Volume 1 (2023) - MusicMeter.nl, mij weten te motiveren om terug te grijpen naar waar het voor mij toen grotendeels begon, namelijk de omstreden Synthesizer Greatest-compilaties.
En ook na het beluisteren van deze tweede volume, die vrij snel na het immens grote succes van het eerste deel werd uitgebracht, ervaar ik een hernieuwde luister-ervaring. Ook nu kan ik veel beter luisteren naar dit album, met het idee gewoon naar een cover-album te luisteren. Hoe lastig het ook is om te vergelijken, heb ik geprobeerd dit niet te doen en dan is het opeens best grappig om naar Ed Starink's versies te luisteren, op een wijze die ervoor zorgt, dat het zelfs een geheel album vol te houden is. Het scheelt hierbij ook dat het stuk voor stuk korte (her en der zelfs ingekorte) versies zijn, waardoor de aandacht gevestigd blijft.
Uiteraard staan er ook her en der wat missers op; zo vind ik de "The Inter-Galactic Cruise [Radio Mix]" wat eigenlijk een soort medley is van nummers die op het eerste deel zijn terug te vinden, een haastig in elkaar geflanst knip- en plakwerkje die veel te rommelig klinkt en zijn doel voorbij gaat. Daarna zijn het wederom best leuke versies van o.a. Jarre's "Equinoxe (Part 4)", een best wel smaakvol gebrachte versie van Hans Zimmer's "Theme from "Rainman"", een geinige uitvoering van Art of Noise's "Paranoimia" en ook Jan Hammer's sfeervolle benadering van "Tubbs and Valerie" is helemaal zo slecht nog niet. Gek genoeg is de grootste verrassing nog Ed's versie van Nova's "Aurora" en voor het eerst durf ik hier stiekem zelfs te beweren dat deze versie wellicht beter is? Oef!! Echt waar?? Hoor ik mezelf dat nu echt zeggen?? Het is in ieder geval een meer dan geslaagde versie die net wat voller en bombastischer klinkt dat Nova's versie.
Ach ja...ik benoemde het al bij het eerste deel uit deze serie: hoe het tij kan keren! Niet dat het nu opeens allemaal geweldig is wat hier op terug te horen valt. Alles moet in perspectief geplaatst worden. Maar een 3-tje valt ook best wel te geven aan deze tweede volume van de serie. En dat had ik een jaar of 10-15 geleden niet gegeven hiervoor!
Een jaar daarvoor echter maakte ik voor het eerst écht pas kennis met de magie rond synthesizermuziek middels de dubbel-LP van Vangelis - Greatest Hits (1981) - MusicMeter.nl, dus toen ik uiteindelijk in 1990 besloot om zelf van mijn zakcentjes de Synthesizer Greatest-albums op LP te kopen, duurde het niet heel lang voordat ik erachter kwam, dat het om nagespeelde versies ging. Ik bedoel, nummers als "Dervish D." en "Spiral", zoals ze op deze tweede volume van Synthesizer Greatest staan, klinken toch beduidend anders dan de versies die ik reeds al kende van de Greatest Hits-LP van Vangelis.
Ondanks dit gegeven, heb ik uiteindelijk als kind veel plezier gehad bij het beluisteren van Ed Starink's interpretaties op reeds bestaande en bekende synthesizer-composities en deed het me motiveren om de originele artiesten verder te leren kennen. Eigenlijk waren deze compilaties voor mij de symbolische deur die verder geopend moest worden om toegang te krijgen tot de wereld van elektronische muziek.
Later, toen ik meer en meer bekend raakte met de grote artiesten binnen het genre van synthesizermuziek, groeide het idee dat ik me voor de gek gehouden voelde middels deze compilaties. Immers zijn het niet de originelen en in bijna alle gevallen vond (en dat vind ik eerlijk gezegd nog steeds), verbleken Ed's uitvoeringen bij de originele versies. Overigens wel grappig om her en der reacties te lezen van liefhebbers die juist de cover-uitvoeringen beter vinden. Maar dit terzijde...
Echter zijn we ondertussen alweer heel wat jaren verder en heeft uitgerekend de Finse artiest Kebu met zijn eigen cover-album Kebu - Synthesizer Legends Volume 1 (2023) - MusicMeter.nl, mij weten te motiveren om terug te grijpen naar waar het voor mij toen grotendeels begon, namelijk de omstreden Synthesizer Greatest-compilaties.
En ook na het beluisteren van deze tweede volume, die vrij snel na het immens grote succes van het eerste deel werd uitgebracht, ervaar ik een hernieuwde luister-ervaring. Ook nu kan ik veel beter luisteren naar dit album, met het idee gewoon naar een cover-album te luisteren. Hoe lastig het ook is om te vergelijken, heb ik geprobeerd dit niet te doen en dan is het opeens best grappig om naar Ed Starink's versies te luisteren, op een wijze die ervoor zorgt, dat het zelfs een geheel album vol te houden is. Het scheelt hierbij ook dat het stuk voor stuk korte (her en der zelfs ingekorte) versies zijn, waardoor de aandacht gevestigd blijft.
Uiteraard staan er ook her en der wat missers op; zo vind ik de "The Inter-Galactic Cruise [Radio Mix]" wat eigenlijk een soort medley is van nummers die op het eerste deel zijn terug te vinden, een haastig in elkaar geflanst knip- en plakwerkje die veel te rommelig klinkt en zijn doel voorbij gaat. Daarna zijn het wederom best leuke versies van o.a. Jarre's "Equinoxe (Part 4)", een best wel smaakvol gebrachte versie van Hans Zimmer's "Theme from "Rainman"", een geinige uitvoering van Art of Noise's "Paranoimia" en ook Jan Hammer's sfeervolle benadering van "Tubbs and Valerie" is helemaal zo slecht nog niet. Gek genoeg is de grootste verrassing nog Ed's versie van Nova's "Aurora" en voor het eerst durf ik hier stiekem zelfs te beweren dat deze versie wellicht beter is? Oef!! Echt waar?? Hoor ik mezelf dat nu echt zeggen?? Het is in ieder geval een meer dan geslaagde versie die net wat voller en bombastischer klinkt dat Nova's versie.
Ach ja...ik benoemde het al bij het eerste deel uit deze serie: hoe het tij kan keren! Niet dat het nu opeens allemaal geweldig is wat hier op terug te horen valt. Alles moet in perspectief geplaatst worden. Maar een 3-tje valt ook best wel te geven aan deze tweede volume van de serie. En dat had ik een jaar of 10-15 geleden niet gegeven hiervoor!
Ed Starink - Synthesizer Greatest, Volume 3 (1989)

3,0
1
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 7 mei 2024, 15:25 uur
Deze derde volume van Synthesizer Greatest vond ik ooit als 12-jarige jongen erg mooi en misschien naar verhouding wel het beste deel wat de serie heeft voortgebracht. In ieder geval heeft dit deel de mooiste albumhoes. Tegenwoordig scheer ik alle volumes uit deze reeks over één kam en zijn ze stuk voor stuk aardig en is het geinig om te horen wat Ed Starink heeft bewerkstelligd met de uitvoeringen van diverse bekende en wat minder bekende synthesizer-hits. In ieder geval is het op een bepaalde manier verfrissend om al deze versies nog eens terug te horen op een wijze waarop ze best te pruimen zijn, door puur en alleen deze versies te zien als covers. Het ene nummer net wat beter gedaan dan de ander en uiteraard zijn er absoluut ook wel wat missers.
Het is wel voor het eerst in deze serie albums dat ik in ieder geval één track beter vind dan de originele versie en daarbij trap ik in ieder geval een heilig huisje omver, aangezien ik eigenlijk altijd het origineel prefereer boven een cover/nagespeelde versie. Echter zal ik niet ontkennen dat de bewerking van Francis Lai's "Bilitis" heel mooi is. Deze versie klinkt voller, meer episch en krachtiger en is gewoon heel mooi uitgevoerd.
De rest van dit album bevat ook zo her en der wat uitschieters, waarvan Ed's versie van Toto's "Dune (Desert Theme)" heel leuk gedaan is, de uitvoering van Jarre's "Zoolookologie" gevaarlijk dicht bij de originele versie ligt en best geslaagd genoemd mag worden, Eric Serra's "Theme from "Le Grand Bleu"" sfeervol nagespeeld is en ook erg aansluit op het origineel en zelfs bijna, bijna beter genoemd mag worden, The Droids' "The Force" erg vermakelijk is en verderop ik de cover van OMD's "Enola Gay" ook zeker niet vervelend vind.
Natuurlijk plaats ik ook deze derde volume in de reeks in een bepaald perspectief en bestempel ik het niet meer dan met het predikaat 'aardig'. Maar aardig hoeft in dit geval niet vervelend te zijn.
En zo mag vermeld dat ook deze derde volume van deze omstreden reeks albums na al die jaren in een wat positiever licht geplaatst mag worden. Het is niet echt hoogstaand en wellicht dubieus te noemen op de wijze zoals ze toentertijd omsprongen middels de promotie voor deze albums, maar ze kwamen wel uit in de periode waarop betreffende deze vorm van muziek goed ingespeeld kon worden. En nog positiever: het maakte de weg vrij naar een bepaald genre muziek die opeens door een breder publiek werd opgepakt.
Het is wel voor het eerst in deze serie albums dat ik in ieder geval één track beter vind dan de originele versie en daarbij trap ik in ieder geval een heilig huisje omver, aangezien ik eigenlijk altijd het origineel prefereer boven een cover/nagespeelde versie. Echter zal ik niet ontkennen dat de bewerking van Francis Lai's "Bilitis" heel mooi is. Deze versie klinkt voller, meer episch en krachtiger en is gewoon heel mooi uitgevoerd.
De rest van dit album bevat ook zo her en der wat uitschieters, waarvan Ed's versie van Toto's "Dune (Desert Theme)" heel leuk gedaan is, de uitvoering van Jarre's "Zoolookologie" gevaarlijk dicht bij de originele versie ligt en best geslaagd genoemd mag worden, Eric Serra's "Theme from "Le Grand Bleu"" sfeervol nagespeeld is en ook erg aansluit op het origineel en zelfs bijna, bijna beter genoemd mag worden, The Droids' "The Force" erg vermakelijk is en verderop ik de cover van OMD's "Enola Gay" ook zeker niet vervelend vind.
Natuurlijk plaats ik ook deze derde volume in de reeks in een bepaald perspectief en bestempel ik het niet meer dan met het predikaat 'aardig'. Maar aardig hoeft in dit geval niet vervelend te zijn.
En zo mag vermeld dat ook deze derde volume van deze omstreden reeks albums na al die jaren in een wat positiever licht geplaatst mag worden. Het is niet echt hoogstaand en wellicht dubieus te noemen op de wijze zoals ze toentertijd omsprongen middels de promotie voor deze albums, maar ze kwamen wel uit in de periode waarop betreffende deze vorm van muziek goed ingespeeld kon worden. En nog positiever: het maakte de weg vrij naar een bepaald genre muziek die opeens door een breder publiek werd opgepakt.
Ed Starink - Synthesizer Greatest, Volume 4 (1990)

3,0
1
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 8 mei 2024, 10:05 uur
Deeltje 4 alweer uit deze serie is wederom best een aardige volume en ik weet nog goed dat ik de LP hiervan ongeveer tegelijkertijd met de LP van Jean-Michel Jarre's Equinoxe kocht in de zomer van 1990.
Ik heb hier goede herinneringen aan, maar tevens was Equinoxe voor mij ook de introductie tot het échte werk van Jarre. Dus het was zo'n beetje in dezelfde periode dat ik me meer en meer wilde verdiepen in de originele albums van o.a. Vangelis (dankzij mijn kennismaking met zijn Greatest Hits-LP twee jaar eerder al), maar ook van Jarre. Later kwamen daar natuurlijk nog veel meer artiesten bij.
Maar eerlijk is eerlijk: de Synthesizer Greatest-compilaties hebben hier het zetje toe gegeven en aangezien ik tegenwoordig met een bepaald gevoel voor nostalgie best wel weer positief kan luisteren naar al die nagespeelde versies van Ed Starink, zorgt dit ook voor een bepaalde 'schwung' aan het gehele project.
Deel 1 en 2 uit deze serie zijn veruit het meest succesvol en het populairst gebleken, maar persoonlijk genoten volume 3 en 4 toentertijd bij mij de voorkeur. Heeft ook wel te maken met de goede herinneringen die ik heb bij deze delen van de serie.
Er staat een leuke selectie op dit album, waarvan ik vooral de versie van Jarre's "Industrial Revolution (Part One)" erg leuk vind. T.o.v. het origineel grijpt Ed met zijn bewerking wat vaker terug op het hoofdthema en dat werkt in dit geval positief. Ook later op het album is Ed's bewerking van Jarre's "Second Rendez-Vous" in een kortere versie best leuk gedaan.
Verder zijn de bijna Industrial-achtige bewerking van Kraftwerk's "The Robot" (had eigenlijk "The Robots" moeten heten) en Alan Parsons Project's "Lucifer" heel degelijk bewerkt en daarom erg leuk ook om naar te luisteren.
Ook hier staan weer wat nummers op, waarmee ik persoonlijk weinig kan ("Theme from 'Airwolf'" en "Popcorn" heb ik persoonlijk weinig mee), maar dat houd je toch. Maar algeheel gezien is dit album best wel acceptabel te noemen en laat Ed Starink horen dat hij op best een leuke manier synthesizer-hits kan coveren.
Hier vond ik jarenlang op een negatieve manier echt wel wat van, maar ik vind het best bijzonder te noemen dat ik, mede door toedoen van Kebu's cover-album Synthesizer Legends onlangs en natuurlijk de nostalgie naar het verleden als kind toen ik in aanraking kwam met deze albums, hier op een hernieuwde en frisse wijze weer naar kan luisteren. Wonderen bestaan blijkbaar!
Ik heb hier goede herinneringen aan, maar tevens was Equinoxe voor mij ook de introductie tot het échte werk van Jarre. Dus het was zo'n beetje in dezelfde periode dat ik me meer en meer wilde verdiepen in de originele albums van o.a. Vangelis (dankzij mijn kennismaking met zijn Greatest Hits-LP twee jaar eerder al), maar ook van Jarre. Later kwamen daar natuurlijk nog veel meer artiesten bij.
Maar eerlijk is eerlijk: de Synthesizer Greatest-compilaties hebben hier het zetje toe gegeven en aangezien ik tegenwoordig met een bepaald gevoel voor nostalgie best wel weer positief kan luisteren naar al die nagespeelde versies van Ed Starink, zorgt dit ook voor een bepaalde 'schwung' aan het gehele project.
Deel 1 en 2 uit deze serie zijn veruit het meest succesvol en het populairst gebleken, maar persoonlijk genoten volume 3 en 4 toentertijd bij mij de voorkeur. Heeft ook wel te maken met de goede herinneringen die ik heb bij deze delen van de serie.
Er staat een leuke selectie op dit album, waarvan ik vooral de versie van Jarre's "Industrial Revolution (Part One)" erg leuk vind. T.o.v. het origineel grijpt Ed met zijn bewerking wat vaker terug op het hoofdthema en dat werkt in dit geval positief. Ook later op het album is Ed's bewerking van Jarre's "Second Rendez-Vous" in een kortere versie best leuk gedaan.
Verder zijn de bijna Industrial-achtige bewerking van Kraftwerk's "The Robot" (had eigenlijk "The Robots" moeten heten) en Alan Parsons Project's "Lucifer" heel degelijk bewerkt en daarom erg leuk ook om naar te luisteren.
Ook hier staan weer wat nummers op, waarmee ik persoonlijk weinig kan ("Theme from 'Airwolf'" en "Popcorn" heb ik persoonlijk weinig mee), maar dat houd je toch. Maar algeheel gezien is dit album best wel acceptabel te noemen en laat Ed Starink horen dat hij op best een leuke manier synthesizer-hits kan coveren.
Hier vond ik jarenlang op een negatieve manier echt wel wat van, maar ik vind het best bijzonder te noemen dat ik, mede door toedoen van Kebu's cover-album Synthesizer Legends onlangs en natuurlijk de nostalgie naar het verleden als kind toen ik in aanraking kwam met deze albums, hier op een hernieuwde en frisse wijze weer naar kan luisteren. Wonderen bestaan blijkbaar!

Ed Starink - Synthesizer Greatest, Volume 5 (1990)
Alternatieve titel: The Final Episode

3,0
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 9 mei 2024, 23:13 uur
Dit vijfde deel kreeg de subtitel "The Final Episode" mee, dus het leek er toentertijd op, dat dit het laatste deel van de Synthesizer Greatest-serie zou worden. Zelf kocht ik deze toen nog op LP, maar mijn enthousiasme was al een stuk minder, omdat ik me al wat verder was gaan verdiepen in de wondere wereld van elektronische muziek. Ik kocht deze toen puur om de collectie compleet te maken.
T.o.v. de vorige delen, heb ik Volume 5 het minst vaak gedraaid. Ik vond het toen ook duidelijk de minste van allemaal. Echter na al die jaren bij herbeluistering valt het allemaal reuze mee en is dit best een degelijk deel uit de serie.
Ironisch genoeg vallen er dit keer twee dingen op: voor het eerst is er eigen werk van Ed Starink te horen, tw. "Cristallin" (in een ingekorte versie) en is er voor het eerst in de serie zowaar een cover te horen van Tangerine Dream! Deze ontbrak op de voorgaande delen! Waarom er dan voor een relatief 'niemendalletje' als "One for the Books" werd gekozen, is redelijk raadselachtig te noemen. Maar wel leuk dat Tangerine Dream eindelijk geëerd wordt.
Wederom weer aardige bewerkingen verder van o.a. Jan Hammer met "Eurocop" (origineel heet "Eurocops"), een erg stoere versie van Vangelis' "Alpha", een heel gevaarlijk dicht bij het origineel in de buurt komende "Learning Time" van Eric Serra's Nikita-soundtrack (heerlijk nummer blijft dit trouwens!) en een volle, krachtige bewerking van Kraftwerk's "Radio Activity".
Gevoelsmatig had Jeff Wayne's "Forever Autumn" met rust gelaten mogen worden en vind ik daardoor een ietwat ongelukkige opener. Daarentegen vind ik Jarre's "September" in deze uitvoering stiekem eigenlijk leuker, puur omdat ik het gezang op de originele versie afbreuk vind doen. Alleen jammer dat het nummer naar het einde toe weer wat minder wordt.
Maar goed, uiteindelijk is ook Volume 5 prima te beluisteren en had het hier ook moeten eindigen, ware het niet dat er toch een zesde volume zou volgen en zelfs nog meer. Deze albums zou ik echter niet meer kopen.
Misschien, héél misschien probeer ik de delen die hierna zouden volgen, nog eens te beluisteren. Echter houd het qua nostalgie op met dit album. Voor nu is Volume 5 dan ook, precies zoals het album het ook op de hoes vermeld, de laatste episode!
T.o.v. de vorige delen, heb ik Volume 5 het minst vaak gedraaid. Ik vond het toen ook duidelijk de minste van allemaal. Echter na al die jaren bij herbeluistering valt het allemaal reuze mee en is dit best een degelijk deel uit de serie.
Ironisch genoeg vallen er dit keer twee dingen op: voor het eerst is er eigen werk van Ed Starink te horen, tw. "Cristallin" (in een ingekorte versie) en is er voor het eerst in de serie zowaar een cover te horen van Tangerine Dream! Deze ontbrak op de voorgaande delen! Waarom er dan voor een relatief 'niemendalletje' als "One for the Books" werd gekozen, is redelijk raadselachtig te noemen. Maar wel leuk dat Tangerine Dream eindelijk geëerd wordt.
Wederom weer aardige bewerkingen verder van o.a. Jan Hammer met "Eurocop" (origineel heet "Eurocops"), een erg stoere versie van Vangelis' "Alpha", een heel gevaarlijk dicht bij het origineel in de buurt komende "Learning Time" van Eric Serra's Nikita-soundtrack (heerlijk nummer blijft dit trouwens!) en een volle, krachtige bewerking van Kraftwerk's "Radio Activity".
Gevoelsmatig had Jeff Wayne's "Forever Autumn" met rust gelaten mogen worden en vind ik daardoor een ietwat ongelukkige opener. Daarentegen vind ik Jarre's "September" in deze uitvoering stiekem eigenlijk leuker, puur omdat ik het gezang op de originele versie afbreuk vind doen. Alleen jammer dat het nummer naar het einde toe weer wat minder wordt.
Maar goed, uiteindelijk is ook Volume 5 prima te beluisteren en had het hier ook moeten eindigen, ware het niet dat er toch een zesde volume zou volgen en zelfs nog meer. Deze albums zou ik echter niet meer kopen.
Misschien, héél misschien probeer ik de delen die hierna zouden volgen, nog eens te beluisteren. Echter houd het qua nostalgie op met dit album. Voor nu is Volume 5 dan ook, precies zoals het album het ook op de hoes vermeld, de laatste episode!
Ed Starink - The Synthfony Album (1993)

4,0
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 28 november 2013, 18:47 uur
The Synthfony Album is dedicated to all people who love synthesizer music staat er aan de achterkant van het CD-boekje, dus het moge duidelijk zijn tot welke doelgroep dit album gericht is.
Op The Synthfony Album laat Ed Starink zich voor de verandering eens van zijn eigen kant horen, i.p.v. het oeverloos naspelen van synth-klassiekers. En dit doet hij met verve. Het is een kwalitatief uitstekend geproduceerd album vol met afwisselende nummers. Binnen de nummers zelf gebeurd ontzettend veel. Onderling wisselen rustgevende passages elkaar af met tempowisselingen, bombastische stukken, opzwepende momenten en bij vlagen zelfs wat melige stukjes zoals het kermis-riedeltje tijdens "Finale". Het album zit er vol mee.
Daar komt bij dat ieder nummer verweven zit aan de ander en dat brengt helaas wel een schoonheidsfoutje met zich mee. Sommige overgangen klinken namelijk óf niet, óf vrij warrig. Beter was geweest om elk nummer met een kop en een staart te laten eindigen.
Toch neemt het niet weg dat meneer Starink met dit album bewijst dat hij een zeer degelijk produkt weet neer te zetten, die al zijn dubieuze Synthesizer Greatest-compilaties volledig in de schaduw weet te zetten. Zó hoor ik Ed Starink dan ook graag.
Tevens is te horen dat Ed zijn klassiekers echt wel kent: Op "Overture" en "Strictly Personal" hoor ik zo nu en dan Vangelis voorbij komen. "Evil North" doet me aan een kruising tussen Rick Wakeman en Jan Hammer denken. Hier en daar wat Jarre-invloeden....ga zo maar door.
Tegelijkertijd houdt Ed er ook een soort van eigen stijl op na. Ik kan niet helemaal de vinger erop leggen, hoe die stijl exact in elkaar steekt. Als je het eenmaal hoort, dan begrijp je wat ik bedoel. Het kan te maken hebben met de keuze van klanken, geluiden etc. Het zorgt voor een eigenzinnige, ietwat excentrieke sound.
Ook zijn diverse stijlen muziek terug te horen: een stukje jazz, een stukje rock, een stukje klassiek. Niet bij ieder nummer komt het goed uit de verf; soms klinkt het zelfs wat geforceerd.
Het klinkt echter over praktisch de gehele linie wel erg lekker.
Het verbaasd me dan ook dat Ed Starink in deze trend niet meer albums gemaakt heeft. Compositorisch staat hij zijn mannetje, alhoewel ik dat niet van ieder album die hij gemaakt heeft kan zeggen, getuige bijvoorbeeld Ed Starink - Retrospection (1991), wat ik een vrij belabberd album vind.
Gelukkig kunnen liefhebbers hun hart ophalen. The Synthfony album is gewoon een goed album. Iedere liefhebber van Vangelis, Jean Michel Jarre, Rick Wakeman en zelfs onze landgenoten van Peru zouden dit album gewoon eens moeten checken. Misschien is de algehele sound niet ieder z'n ding, maar ik vind dat Ed hier toch goed mee weg komt en een zeer verdienstelijk album heeft afgeleverd. En daarvoor kan ik alleen maar zeggen: Proficiat!
Op The Synthfony Album laat Ed Starink zich voor de verandering eens van zijn eigen kant horen, i.p.v. het oeverloos naspelen van synth-klassiekers. En dit doet hij met verve. Het is een kwalitatief uitstekend geproduceerd album vol met afwisselende nummers. Binnen de nummers zelf gebeurd ontzettend veel. Onderling wisselen rustgevende passages elkaar af met tempowisselingen, bombastische stukken, opzwepende momenten en bij vlagen zelfs wat melige stukjes zoals het kermis-riedeltje tijdens "Finale". Het album zit er vol mee.
Daar komt bij dat ieder nummer verweven zit aan de ander en dat brengt helaas wel een schoonheidsfoutje met zich mee. Sommige overgangen klinken namelijk óf niet, óf vrij warrig. Beter was geweest om elk nummer met een kop en een staart te laten eindigen.
Toch neemt het niet weg dat meneer Starink met dit album bewijst dat hij een zeer degelijk produkt weet neer te zetten, die al zijn dubieuze Synthesizer Greatest-compilaties volledig in de schaduw weet te zetten. Zó hoor ik Ed Starink dan ook graag.
Tevens is te horen dat Ed zijn klassiekers echt wel kent: Op "Overture" en "Strictly Personal" hoor ik zo nu en dan Vangelis voorbij komen. "Evil North" doet me aan een kruising tussen Rick Wakeman en Jan Hammer denken. Hier en daar wat Jarre-invloeden....ga zo maar door.
Tegelijkertijd houdt Ed er ook een soort van eigen stijl op na. Ik kan niet helemaal de vinger erop leggen, hoe die stijl exact in elkaar steekt. Als je het eenmaal hoort, dan begrijp je wat ik bedoel. Het kan te maken hebben met de keuze van klanken, geluiden etc. Het zorgt voor een eigenzinnige, ietwat excentrieke sound.
Ook zijn diverse stijlen muziek terug te horen: een stukje jazz, een stukje rock, een stukje klassiek. Niet bij ieder nummer komt het goed uit de verf; soms klinkt het zelfs wat geforceerd.
Het klinkt echter over praktisch de gehele linie wel erg lekker.
Het verbaasd me dan ook dat Ed Starink in deze trend niet meer albums gemaakt heeft. Compositorisch staat hij zijn mannetje, alhoewel ik dat niet van ieder album die hij gemaakt heeft kan zeggen, getuige bijvoorbeeld Ed Starink - Retrospection (1991), wat ik een vrij belabberd album vind.
Gelukkig kunnen liefhebbers hun hart ophalen. The Synthfony album is gewoon een goed album. Iedere liefhebber van Vangelis, Jean Michel Jarre, Rick Wakeman en zelfs onze landgenoten van Peru zouden dit album gewoon eens moeten checken. Misschien is de algehele sound niet ieder z'n ding, maar ik vind dat Ed hier toch goed mee weg komt en een zeer verdienstelijk album heeft afgeleverd. En daarvoor kan ik alleen maar zeggen: Proficiat!
Edenbridge - Shangri-La (2022)

4,0
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 17 februari 2024, 22:22 uur
Je moet het bandoprichter en gitarist Lanvall (echte naam Arne Stockhammer) nageven: hij weet verdomd goed hoe je een nummer moet schrijven. En dan doel ik vooral op zijn ideeën; niet dat deze per se verrassend zijn, gezien hij met zijn band Edenbridge album na album eigenlijk elke keer hetzelfde kunstje flikt. Nee, daar gaat het niet om. Het gaat erom, dat hij keer op keer weer melodieën, harmonieën en thema's bedenkt, waarvan ik me elke keer weer afvraag: hoe bedenkt hij ze...??
Dat is denk ik het geheim van Edenbridge. En dat maakt tegelijkertijd elk album van ze dan toch weer bijzonder. Je blijft alert en je oren gespitst houden, continu met in je achterhoofd die nieuwsgierige prikkel die als het ware ervoor blijft zorgen dat je door blijft luisteren en benieuwd bent met waarmee de band nu weer mee aan komt zetten. En dan doe je toch iets goed, want Edenbridge klinkt weliswaar op deze elfde langspeler Shangri-La wezenlijk niet anders dan op al de vorige albums, maar de nummers klinken toch wel weer heel erg inspirend, episch en verfrissend tegelijkertijd.
Daarbij komt ook nog een ander element om de hoek gluren, namelijk de kenmerkende vocalen van zangeres Sabine Edelsbacher. Duidelijk is dat ze vooral op de laatste drie albums wat meer in de lagere regionen is gaan zingen, maar dat komt haar stem alleen maar meer ten goede. Niet dat ze op vroegere albums minder zong, integendeel. Maar het lijkt alsof daardoor haar stem nog meer tot volle wasdom komt.
En dat gecombineerd met wederom een flinke dosis sterke, epische en symphonische pareltjes, maakt Shangri-La toch ook weer tot een album die de moeite waard is.
Het sprookjesachtige en soms dromerige karakter van de muziek van Edenbridge is ook nu weer aan de orde, maar toch schroomt de band niet om ook wat venijniger voor de dag te komen, getuige opener "At First Light" (die zelfs naar het einde toe meerdere lagen krijgt en zelfs stoeit met extra zanglijnen op de achtergrond), maar ook een nummer als "Hall of Shame".
Gas terug neemt de band op de prachtige ballad "Savage Land" die gevoelsmatig te kort duurt, als blijkt dat na een avontuurlijke tweede helft, het nummer alweer vrij abrupt eindigt. Los daarvan, blijft het nummer gelukkig toch overeind, omdat het zo verdomd mooi is.
De singles "The Call of Eden" en "Somewhere Else but Here" klinken meer voor de hand liggend en zijn daardoor wat minder verrassend, ondanks dat het wel oorwurmen zijn.
Verderop is het machtige "The Road to Shangri-La" zeker nog een vermelding waard, maar de prijs gaat naar afsluiter "The Bonding (Part 2)" (een verwijzing en direct vervolg op het titelnummer van het album The Bonding), die (in ieder geval op mijn CD-versie) is opgesplitst in vijf delen, maar wel degelijk één epos vormt. Op dit nummer komen alle elementen die Edenbridge tot zo'n unieke band maakt, tezamen. Als kers op de taart is ook gastvocalist Erik Mårtensson van de Zweedse hardrock-band Eclipse te horen (hij deed al eerder mee op de albums The Bonding en The Great Momentum) en de combinatie van zijn stem met die van Sabine is een topper. Gezamenlijk werken ze naar een daverend slot, wat er in zijn geheel voor zorgt dat ook Shangri-La een album is, waar Edenbridge trots op mag zijn.
Concreet is Edenbridge nog steeds een band die wat mij betreft na al die jaren vakwerk aflevert. Je weet wat je mag verwachten en dat maakt het wellicht niet vernieuwend. Maar kwaliteit en niveau biedt de band altijd.
Dus hou je van epische, symphonische metal met complexe en intrigerende thema's, dan zit je gebakken met Shangri-la en in ieder geval bij Edenbridge in het bijzonder. Mooi album!
Dat is denk ik het geheim van Edenbridge. En dat maakt tegelijkertijd elk album van ze dan toch weer bijzonder. Je blijft alert en je oren gespitst houden, continu met in je achterhoofd die nieuwsgierige prikkel die als het ware ervoor blijft zorgen dat je door blijft luisteren en benieuwd bent met waarmee de band nu weer mee aan komt zetten. En dan doe je toch iets goed, want Edenbridge klinkt weliswaar op deze elfde langspeler Shangri-La wezenlijk niet anders dan op al de vorige albums, maar de nummers klinken toch wel weer heel erg inspirend, episch en verfrissend tegelijkertijd.
Daarbij komt ook nog een ander element om de hoek gluren, namelijk de kenmerkende vocalen van zangeres Sabine Edelsbacher. Duidelijk is dat ze vooral op de laatste drie albums wat meer in de lagere regionen is gaan zingen, maar dat komt haar stem alleen maar meer ten goede. Niet dat ze op vroegere albums minder zong, integendeel. Maar het lijkt alsof daardoor haar stem nog meer tot volle wasdom komt.
En dat gecombineerd met wederom een flinke dosis sterke, epische en symphonische pareltjes, maakt Shangri-La toch ook weer tot een album die de moeite waard is.
Het sprookjesachtige en soms dromerige karakter van de muziek van Edenbridge is ook nu weer aan de orde, maar toch schroomt de band niet om ook wat venijniger voor de dag te komen, getuige opener "At First Light" (die zelfs naar het einde toe meerdere lagen krijgt en zelfs stoeit met extra zanglijnen op de achtergrond), maar ook een nummer als "Hall of Shame".
Gas terug neemt de band op de prachtige ballad "Savage Land" die gevoelsmatig te kort duurt, als blijkt dat na een avontuurlijke tweede helft, het nummer alweer vrij abrupt eindigt. Los daarvan, blijft het nummer gelukkig toch overeind, omdat het zo verdomd mooi is.
De singles "The Call of Eden" en "Somewhere Else but Here" klinken meer voor de hand liggend en zijn daardoor wat minder verrassend, ondanks dat het wel oorwurmen zijn.
Verderop is het machtige "The Road to Shangri-La" zeker nog een vermelding waard, maar de prijs gaat naar afsluiter "The Bonding (Part 2)" (een verwijzing en direct vervolg op het titelnummer van het album The Bonding), die (in ieder geval op mijn CD-versie) is opgesplitst in vijf delen, maar wel degelijk één epos vormt. Op dit nummer komen alle elementen die Edenbridge tot zo'n unieke band maakt, tezamen. Als kers op de taart is ook gastvocalist Erik Mårtensson van de Zweedse hardrock-band Eclipse te horen (hij deed al eerder mee op de albums The Bonding en The Great Momentum) en de combinatie van zijn stem met die van Sabine is een topper. Gezamenlijk werken ze naar een daverend slot, wat er in zijn geheel voor zorgt dat ook Shangri-La een album is, waar Edenbridge trots op mag zijn.
Concreet is Edenbridge nog steeds een band die wat mij betreft na al die jaren vakwerk aflevert. Je weet wat je mag verwachten en dat maakt het wellicht niet vernieuwend. Maar kwaliteit en niveau biedt de band altijd.
Dus hou je van epische, symphonische metal met complexe en intrigerende thema's, dan zit je gebakken met Shangri-la en in ieder geval bij Edenbridge in het bijzonder. Mooi album!
Edgar Froese - Aqua (1974)

4,0
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 7 juni 2010, 22:06 uur
Edgar's solo-debuut is een bescheiden hoogtepunt te noemen onder de oude, primitieve en electronische klassiekers uit de eerste helft van de jaren '70. Het is een ruw en experimenteel klinkende plaat waarop Edgar een soort van abstracte, muzikale schets tentoonspreidt en een hoop aan de verbeelding over laat. Zeker niet voor iedereen weggelegd, maar bijzonder is het zeker.
Het titelnummer (en ongetwijfeld ook de rest van het album) zal wellicht een hoop Sky Radio-liefhebbers in volle paniek de huiskamer doen uitvluchten. Ik vind het alleen maar prachtig
!
Al klaterend en knetterend blaast Aqua de speakers uit. Ruim een kwartier lang is het genieten geblazen op de bizarre geluidscollages die Edgar mij voorschoteld. Sfeervolle passages zijn tussen het water-geweld door te horen en de laatste 3 minuten doen me zelfs erg aan de stijl van Tangerine Dream's Zeit denken.
Op "Panorphelia" gaat een monotoon klinkende, bobbelende sequence hand in hand met een eenzame mellotron lead-line en domineert het gehele nummer. Wat kwabbelende geluidseffecten geven het nummer wat extra's mee. Ergens doet dit nummer me een beetje aan de muziek van Klaus Schulze's Picturemusic denken.
Erg gaaf is "NGC 891" door toedoen van de toffe geluiden van straaljagers en auto's. Een ietwat aan Vangelis herinnerende lead-line staat in schril contrast met de rest van de vreemdsoortige geluiden die het nummer rijk is. Een actieve sequence-sectie domineert vervolgens de rest van het nummer.
"Upland" laat wederom behoorlijk door elkaar lopende bubbelende sequences horen in combinatie met orgel-geluiden. Het nummer eindigt op een nogal onwerkelijke manier en is een toepasselijke afsluiter voor dit interessante en misschien wel meest experimentele eerste solo-wapenfeit van Edgar Froese.
Het titelnummer (en ongetwijfeld ook de rest van het album) zal wellicht een hoop Sky Radio-liefhebbers in volle paniek de huiskamer doen uitvluchten. Ik vind het alleen maar prachtig
!Al klaterend en knetterend blaast Aqua de speakers uit. Ruim een kwartier lang is het genieten geblazen op de bizarre geluidscollages die Edgar mij voorschoteld. Sfeervolle passages zijn tussen het water-geweld door te horen en de laatste 3 minuten doen me zelfs erg aan de stijl van Tangerine Dream's Zeit denken.
Op "Panorphelia" gaat een monotoon klinkende, bobbelende sequence hand in hand met een eenzame mellotron lead-line en domineert het gehele nummer. Wat kwabbelende geluidseffecten geven het nummer wat extra's mee. Ergens doet dit nummer me een beetje aan de muziek van Klaus Schulze's Picturemusic denken.
Erg gaaf is "NGC 891" door toedoen van de toffe geluiden van straaljagers en auto's. Een ietwat aan Vangelis herinnerende lead-line staat in schril contrast met de rest van de vreemdsoortige geluiden die het nummer rijk is. Een actieve sequence-sectie domineert vervolgens de rest van het nummer.
"Upland" laat wederom behoorlijk door elkaar lopende bubbelende sequences horen in combinatie met orgel-geluiden. Het nummer eindigt op een nogal onwerkelijke manier en is een toepasselijke afsluiter voor dit interessante en misschien wel meest experimentele eerste solo-wapenfeit van Edgar Froese.
Edgar Froese - Beyond the Storm (1995)

4,0
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 2 februari 2011, 17:06 uur
Na onlangs wat kritiek gegeven te hebben over het uitmelken van materiaal op compilaties van zowel TD als Edgar Froese, die er voor zorgen dat fans van het eerste uur, (waar ik me onderhand ook onder schaar), een flinke duit aan nummers zo onderhand wel 800 keer, (bij wijze van spreken), in de kast heeft staan, is het nu tijd om de muziek eens nader onder de loep te nemen.
Beyond the Storm kwam 12 jaar na Pinnacles uit en was dus het eerste solo-album van Edgar Froese sinds lange tijd. Een compilatie met een hoop oud materiaal (herzien, geremasterd en met nieuwe stukken in verwerkt) en een hoop nieuwe nummers. Vooral de nieuwe nummers doen me toch erg denken aan het werk van TD uit dezelfde periode. Het oude werk van Froese zelf doet in veel gevallen meer eigenzinnig en experimenteler aan.
Het album knalt af met het opzwepende "Heatwave City". Een frisse en vlotte compositie in de welbekende TD-stijl. Opgesierd met een avontuurlijke sax-solo (waar ongetwijfeld mevr. Linda Spa voor verantwoordelijk zal zijn), is deze opener geen echte orenspitser, maar ook niet vervelend of zo...
Het valt me vaak op bij veel van Froese's werk dat hij dezelfde basis-grondtonen als thema lijkt te gebruiken, waaroverheen dan smaakvolle solo's en andere synth-aspecten gespeeld worden. Zo ook tijdens "Dome of Yellow Turtles", wat verder overigens een mooi nummer is. De saxofoon is er ook weer, en alhoewel ik niet echt een sax-man ben, past het wel goed bij de muziek, wat ook het latere werk van TD zou bewijzen. Liever had ik een strakke gitaar-solo gehoord. Maar goed...
"One Fine Day in Siberia" is één van de mooiere, ingetogen Froese-composities die ik ken. Op dit nummer laat Froese duidelijk horen dat hij met gemak in staat is, om prachtige en gevoelige nummers te schrijven. Dit nummer bewijst het! Ook het welbefaamde hobo-geluid waar zowel TD als Froese graag gebruik van maken, wordt ook hier uitvoerig gebruikt als hoofd-melodielijn.
"Magic Lantern" klinkt op het eerste gehoor niet zo heel erg bijzonder. Het is wederom een aardig nummer, maar wordt pas beter, als Edgar in volle glorie een fantastische gitaarsolo ten gehore laat brengen.
"Walkabout" is de eerste van de geremasterde, oude nummers die voorbij komt op deze compilatie. Er is relatief weinig aan veranderd en de kracht van het nummer is gewaarborgd gebleven. Het is een weliswaar wat monotone, maar tegelijkertijd prachtig en feeëriek nummer, die z'n schoonheid pas prijsgeeft na meerdere luisterbeurten. Een persoonlijke favoriet.
"Genesta in the Afternoon Glow" is een kort, bescheiden en rustgevend nummer die zeker niet als zomaar een tussendoortje beschouwd mag worden.
Een aanstekelijk ritme gaat hand in hand met een smaakvolle en dromerige muzikale aankleding tijdens "Moonlight on a Crawler Lane". Let hier ook op het vervormde katten-gemiauw! Een leuke toevoeging, want ik ben dol op katten
.
"Scarlet Score for Mescalero" klinkt in deze versie iets langer dan het origineel. Iets meer opgesierd in deze versie, maar gelukkig niet storend of zo, blijft dit nummer een vredig en welhaast schilderachtig pareltje.
Jammer van "Upland", maar in deze versie met het opzwepende ritme en andere accenten, vind ik deze klassieker van Aqua toch nagenoeg om zeep geholpen. In dit geval was het beter geweest om het origineel zo goed als mogelijk trouw te blijven. Missertje...
"Santa Elena Marisal" is een avontuurlijk nummer die uit 3 verschillende stukken lijkt te bestaan, aaneengesmeed tot één geheel. Een zéér aardige toevoeging op dit album, welteverstaan...
"Macula Transfer" is eigenlijk een lichte bewerking van "IF 810", uiteraard oorspronkelijk afkomstig van één van Edgar's meest typische platen, Macula Transfer. Vooral het aparte ritme valt op aan dit nummer.
"Drunken Mozart in the Desert" kent hier een opvallend plechtig en deftig intro die met veel bombarie wordt gebracht en verschilt daarin totaal van het intro van het origineel. Ik moet zeggen dat het hier zeker verrassend klinkt. De rest van het nummer is natuurlijk ook geweldig en persoonlijk vind ik het één van Froese's beste composities.
"Descent like a Hawk" is een vrolijk en positief geladen nummer die later op de soundtrack van Zoning terug zou keren als "Eyewitness News".
"Carneol" klinkt van de nieuwere nummers wat afwijkend, vanwege de typische sequence-sectie die doet herinneren aan het oudere werk van TD en Froese. Het is een ietwat eigenzinning nummer waar een lekkere vaart in zit.
"The Light Cone" is een opwekkend nummer met een vrolijk thema. De kabbelende, intieme sequence-sectie die steeds kabbelender gaat klinken maar subtiel op de achtergrond blijft, is ook een sterke troef van dit mooie nummer.
"Detroit Snackbar Dreamer" ademt, mede door de typische, ietwat zoemende lead-line, een wat geheimzinnig karakter uit. Het nummer wordt iets steviger naarmate ie vordert en is sowiezo, ook in deze remix-uitvoering prima te pruimen.
Van "Epsilon in Malaysian Pale" is alleen nog maar de onderhuidse sequence-sectie te herkennen. De overige synth-lagen zijn voor het grootste gedeelte nieuw en bezoedelen i.m.o. het mystieke en broeierige karakter van het origineel. Tevens is deze versie drastisch ingekort. Jammer, maar ook deze remix vind ik, na "Upland" ook niet geslaagd.
"Tierra del Fuego" is weer een meer balladesque nummer, met een rustige melodielijn die om de beurt van toon wisselt met een meer zangerige melodielijn. Typisch voorbeeld van een mooi, maar dit keer i.m.o. niet echt opvallend nummer.
Blijkbaar moet Edgar gedacht hebben toen hij begon met het componeren van "Bobcats in the Sun", dat hij besloten had maar wat aan te gaan klooien. Onder het mom van: ik zie wel wat er van terecht komt. Niet veel dus, aangezien "Bobcats..." qua structuur nergens op slaat, de verschillende keyboard-aanslagen zomaar ergens neergezet worden en dit onder een ritme die constant over zichzelf heen lijkt te duikelen. Gelukkig maakt Edgar het aan het einde nog een beetje goed door op een smaakvolle en rustige manier te eindigen, maar voor de rest is dit duidelijk één van de zwakste nummers die ik ken van meneer Froese.
"Metropolis" klinkt in deze uitvoering nog wat theatraler dan het origineel en verder is deze opvallende compositie voor dit album een stuk ingekort. Uiteraard is het origineel beter, maar verder is er met deze versie eigenlijk weinig mis.
"Year of the Falcon" is een vrij origineel nummer, die als basis een korte, nadrukkelijke sequence-sectie kent die zich constant herhaalt en een melodielijn die ergens in de verte, in ieder geval qua geluid en een klein beetje qua melodie wel wat weg heeft van Vangelis' "Pulstar". Het zorgt in ieder geval voor één van de meer opvallende nummers op deze dubbelaar.
"Juniper Mascara" is duidelijk één van de meer experimentele en persoonlijke nummers van meneer Froese. Dit komt vooral door de vreemde invalshoeken die dit nummer voornamelijk qua synthklanken heeft en ook de dartelende hop-paardje-hop sequence-sectie valt op. Op zich kan ik het wel hebben, maar echt goed kan ik het niet noemen.
Over "Shores of Guam" valt weinig te zeggen. Het is een aardige mid-tempo track die redelijk wegluistert. Het is er nou ook niet eentje die me bij zal blijven, hoor.
"Pinnacles" daarentegen wel. Zonder twijfel een echte Froese-klassieker is dit nummer natuurlijk meesterlijk te noemen. Zo jammer dat Froese zelf het origineel eigenlijk te lang vond duren en voor de nieuwe versie van het album Pinnacles uit 2005 het nummer definitief naar een véél kortere lengte bracht. In definitie is de versie zoals ie hier prijkt op Beyond the Storm exact dezelfde versie en als het ware dus een remix van de eerste sectie van het nummer. Ondanks dat is en blijft Pinnacles een echte topper.
Ook "Stuntman" is natuurlijk weergaloos, o.a. door het o zo herkenbare en geweldige thema. In deze versie klinkt "Stuntman" een stuk voller, maar blijft gelukkig voldoende trouw aan het origineel.
"Days of Camouflage" doet me qua stijl denken aan de muziek van de TD-albums Livemiles en Melrose. Het nummer ligt duidelijk in het verlengde daarvan. Weinig mis mee. Een vlotte, ritmische oppepper.
Zwaar ingekort en muzikaal is er ook nog eens een dikke laag make-up toegevoegd aan deze versie van "Tropic of Capricorn". Het origineel is natuurlijk een prachtnummer van het zwaar onderschatte Ages-album. Deze versie kan er redelijk mee door...
De compilatie eindigt met "Vault of the Heavens", duidelijk één van de toegankelijke en meer pakkende van de nieuwe tracks die dit album rijk is.
Eigenlijk kan ik me tot slot alleen nog maar afvragen of het wellicht niet beter was geweest om alle nieuwe nummers te bundelen en zonder de remixen van de oude nummers, apart uit te brengen. Aan de andere kant vormen de oude, zowel als de nieuwe nummers een prima combinatie om kennis te maken met de muziek van Edgar Froese. Tja, 'tis maar net hoe je het bekijkt. Feit is wel, dat Beyond the Storm het belangrijkste compilatie-album is van Edgar. Nadien zou e.e.a. uitgemolken en herkauwd gaan worden. Overigens m.u.v. het laatste solo-album die Edgar tot nu toe heeft uitgebracht: het uit 2005 afkomstige Dalinetopia...
Een dikke 4 punten.
Beyond the Storm kwam 12 jaar na Pinnacles uit en was dus het eerste solo-album van Edgar Froese sinds lange tijd. Een compilatie met een hoop oud materiaal (herzien, geremasterd en met nieuwe stukken in verwerkt) en een hoop nieuwe nummers. Vooral de nieuwe nummers doen me toch erg denken aan het werk van TD uit dezelfde periode. Het oude werk van Froese zelf doet in veel gevallen meer eigenzinnig en experimenteler aan.
Het album knalt af met het opzwepende "Heatwave City". Een frisse en vlotte compositie in de welbekende TD-stijl. Opgesierd met een avontuurlijke sax-solo (waar ongetwijfeld mevr. Linda Spa voor verantwoordelijk zal zijn), is deze opener geen echte orenspitser, maar ook niet vervelend of zo...
Het valt me vaak op bij veel van Froese's werk dat hij dezelfde basis-grondtonen als thema lijkt te gebruiken, waaroverheen dan smaakvolle solo's en andere synth-aspecten gespeeld worden. Zo ook tijdens "Dome of Yellow Turtles", wat verder overigens een mooi nummer is. De saxofoon is er ook weer, en alhoewel ik niet echt een sax-man ben, past het wel goed bij de muziek, wat ook het latere werk van TD zou bewijzen. Liever had ik een strakke gitaar-solo gehoord. Maar goed...
"One Fine Day in Siberia" is één van de mooiere, ingetogen Froese-composities die ik ken. Op dit nummer laat Froese duidelijk horen dat hij met gemak in staat is, om prachtige en gevoelige nummers te schrijven. Dit nummer bewijst het! Ook het welbefaamde hobo-geluid waar zowel TD als Froese graag gebruik van maken, wordt ook hier uitvoerig gebruikt als hoofd-melodielijn.
"Magic Lantern" klinkt op het eerste gehoor niet zo heel erg bijzonder. Het is wederom een aardig nummer, maar wordt pas beter, als Edgar in volle glorie een fantastische gitaarsolo ten gehore laat brengen.
"Walkabout" is de eerste van de geremasterde, oude nummers die voorbij komt op deze compilatie. Er is relatief weinig aan veranderd en de kracht van het nummer is gewaarborgd gebleven. Het is een weliswaar wat monotone, maar tegelijkertijd prachtig en feeëriek nummer, die z'n schoonheid pas prijsgeeft na meerdere luisterbeurten. Een persoonlijke favoriet.
"Genesta in the Afternoon Glow" is een kort, bescheiden en rustgevend nummer die zeker niet als zomaar een tussendoortje beschouwd mag worden.
Een aanstekelijk ritme gaat hand in hand met een smaakvolle en dromerige muzikale aankleding tijdens "Moonlight on a Crawler Lane". Let hier ook op het vervormde katten-gemiauw! Een leuke toevoeging, want ik ben dol op katten
."Scarlet Score for Mescalero" klinkt in deze versie iets langer dan het origineel. Iets meer opgesierd in deze versie, maar gelukkig niet storend of zo, blijft dit nummer een vredig en welhaast schilderachtig pareltje.
Jammer van "Upland", maar in deze versie met het opzwepende ritme en andere accenten, vind ik deze klassieker van Aqua toch nagenoeg om zeep geholpen. In dit geval was het beter geweest om het origineel zo goed als mogelijk trouw te blijven. Missertje...
"Santa Elena Marisal" is een avontuurlijk nummer die uit 3 verschillende stukken lijkt te bestaan, aaneengesmeed tot één geheel. Een zéér aardige toevoeging op dit album, welteverstaan...
"Macula Transfer" is eigenlijk een lichte bewerking van "IF 810", uiteraard oorspronkelijk afkomstig van één van Edgar's meest typische platen, Macula Transfer. Vooral het aparte ritme valt op aan dit nummer.
"Drunken Mozart in the Desert" kent hier een opvallend plechtig en deftig intro die met veel bombarie wordt gebracht en verschilt daarin totaal van het intro van het origineel. Ik moet zeggen dat het hier zeker verrassend klinkt. De rest van het nummer is natuurlijk ook geweldig en persoonlijk vind ik het één van Froese's beste composities.
"Descent like a Hawk" is een vrolijk en positief geladen nummer die later op de soundtrack van Zoning terug zou keren als "Eyewitness News".
"Carneol" klinkt van de nieuwere nummers wat afwijkend, vanwege de typische sequence-sectie die doet herinneren aan het oudere werk van TD en Froese. Het is een ietwat eigenzinning nummer waar een lekkere vaart in zit.
"The Light Cone" is een opwekkend nummer met een vrolijk thema. De kabbelende, intieme sequence-sectie die steeds kabbelender gaat klinken maar subtiel op de achtergrond blijft, is ook een sterke troef van dit mooie nummer.
"Detroit Snackbar Dreamer" ademt, mede door de typische, ietwat zoemende lead-line, een wat geheimzinnig karakter uit. Het nummer wordt iets steviger naarmate ie vordert en is sowiezo, ook in deze remix-uitvoering prima te pruimen.
Van "Epsilon in Malaysian Pale" is alleen nog maar de onderhuidse sequence-sectie te herkennen. De overige synth-lagen zijn voor het grootste gedeelte nieuw en bezoedelen i.m.o. het mystieke en broeierige karakter van het origineel. Tevens is deze versie drastisch ingekort. Jammer, maar ook deze remix vind ik, na "Upland" ook niet geslaagd.
"Tierra del Fuego" is weer een meer balladesque nummer, met een rustige melodielijn die om de beurt van toon wisselt met een meer zangerige melodielijn. Typisch voorbeeld van een mooi, maar dit keer i.m.o. niet echt opvallend nummer.
Blijkbaar moet Edgar gedacht hebben toen hij begon met het componeren van "Bobcats in the Sun", dat hij besloten had maar wat aan te gaan klooien. Onder het mom van: ik zie wel wat er van terecht komt. Niet veel dus, aangezien "Bobcats..." qua structuur nergens op slaat, de verschillende keyboard-aanslagen zomaar ergens neergezet worden en dit onder een ritme die constant over zichzelf heen lijkt te duikelen. Gelukkig maakt Edgar het aan het einde nog een beetje goed door op een smaakvolle en rustige manier te eindigen, maar voor de rest is dit duidelijk één van de zwakste nummers die ik ken van meneer Froese.
"Metropolis" klinkt in deze uitvoering nog wat theatraler dan het origineel en verder is deze opvallende compositie voor dit album een stuk ingekort. Uiteraard is het origineel beter, maar verder is er met deze versie eigenlijk weinig mis.
"Year of the Falcon" is een vrij origineel nummer, die als basis een korte, nadrukkelijke sequence-sectie kent die zich constant herhaalt en een melodielijn die ergens in de verte, in ieder geval qua geluid en een klein beetje qua melodie wel wat weg heeft van Vangelis' "Pulstar". Het zorgt in ieder geval voor één van de meer opvallende nummers op deze dubbelaar.
"Juniper Mascara" is duidelijk één van de meer experimentele en persoonlijke nummers van meneer Froese. Dit komt vooral door de vreemde invalshoeken die dit nummer voornamelijk qua synthklanken heeft en ook de dartelende hop-paardje-hop sequence-sectie valt op. Op zich kan ik het wel hebben, maar echt goed kan ik het niet noemen.
Over "Shores of Guam" valt weinig te zeggen. Het is een aardige mid-tempo track die redelijk wegluistert. Het is er nou ook niet eentje die me bij zal blijven, hoor.
"Pinnacles" daarentegen wel. Zonder twijfel een echte Froese-klassieker is dit nummer natuurlijk meesterlijk te noemen. Zo jammer dat Froese zelf het origineel eigenlijk te lang vond duren en voor de nieuwe versie van het album Pinnacles uit 2005 het nummer definitief naar een véél kortere lengte bracht. In definitie is de versie zoals ie hier prijkt op Beyond the Storm exact dezelfde versie en als het ware dus een remix van de eerste sectie van het nummer. Ondanks dat is en blijft Pinnacles een echte topper.
Ook "Stuntman" is natuurlijk weergaloos, o.a. door het o zo herkenbare en geweldige thema. In deze versie klinkt "Stuntman" een stuk voller, maar blijft gelukkig voldoende trouw aan het origineel.
"Days of Camouflage" doet me qua stijl denken aan de muziek van de TD-albums Livemiles en Melrose. Het nummer ligt duidelijk in het verlengde daarvan. Weinig mis mee. Een vlotte, ritmische oppepper.
Zwaar ingekort en muzikaal is er ook nog eens een dikke laag make-up toegevoegd aan deze versie van "Tropic of Capricorn". Het origineel is natuurlijk een prachtnummer van het zwaar onderschatte Ages-album. Deze versie kan er redelijk mee door...
De compilatie eindigt met "Vault of the Heavens", duidelijk één van de toegankelijke en meer pakkende van de nieuwe tracks die dit album rijk is.
Eigenlijk kan ik me tot slot alleen nog maar afvragen of het wellicht niet beter was geweest om alle nieuwe nummers te bundelen en zonder de remixen van de oude nummers, apart uit te brengen. Aan de andere kant vormen de oude, zowel als de nieuwe nummers een prima combinatie om kennis te maken met de muziek van Edgar Froese. Tja, 'tis maar net hoe je het bekijkt. Feit is wel, dat Beyond the Storm het belangrijkste compilatie-album is van Edgar. Nadien zou e.e.a. uitgemolken en herkauwd gaan worden. Overigens m.u.v. het laatste solo-album die Edgar tot nu toe heeft uitgebracht: het uit 2005 afkomstige Dalinetopia...
Een dikke 4 punten.
Edgar Froese - Kamikaze 1989 (1982)

3,0
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 23 februari 2011, 18:01 uur
Kamikaze 1989 is op zich een geinige soundtrack van Edgar Froese, echter niet meer dan dat. Lang niet zo meesterlijk dus als zijn overige solo-albums of die van Tangerine Dream uit dezelfde periode. Tja, er zitten een aantal aardige nummers tussen, maar ook een hoop vullertjes.
Ach, het is soundtrack-muziek, maar zelfs als soundtrack is ie toch wat magertjes t.o.v. die van TD
uit dezelfde periode, zoals Thief en Wavelength.
Opvallendste en beste nummer is "Police Disco", wat later zijn opwachting zou maken op de compilatie Beyond the Storm als "Year of the Falcon".
Ook "Unexpected Death" zou later een oppoetsbeurt krijgen op dezelfde compilatie met als titel "Juniper Mascara".
Verder is het wat geheimzinnige en rustige "Flying Kamikaze" heel redelijk te noemen.
Voor de rest is het niet echt een werkje om echt lang bij stil te blijven staan, op een paar leuke momenten na, zoals bijvoorbeeld het opvallend mooie afsluitertje "The 31st Floor".
In de categorie albums die het interessant maken om de collectie mee aan te vullen, mag dit wel als een opvallend album gezien worden, aangezien die (vooral op CD), erg lastig te vinden is tegenwoordig...
Ach, het is soundtrack-muziek, maar zelfs als soundtrack is ie toch wat magertjes t.o.v. die van TD
uit dezelfde periode, zoals Thief en Wavelength.
Opvallendste en beste nummer is "Police Disco", wat later zijn opwachting zou maken op de compilatie Beyond the Storm als "Year of the Falcon".
Ook "Unexpected Death" zou later een oppoetsbeurt krijgen op dezelfde compilatie met als titel "Juniper Mascara".
Verder is het wat geheimzinnige en rustige "Flying Kamikaze" heel redelijk te noemen.
Voor de rest is het niet echt een werkje om echt lang bij stil te blijven staan, op een paar leuke momenten na, zoals bijvoorbeeld het opvallend mooie afsluitertje "The 31st Floor".
In de categorie albums die het interessant maken om de collectie mee aan te vullen, mag dit wel als een opvallend album gezien worden, aangezien die (vooral op CD), erg lastig te vinden is tegenwoordig...
Edgar W. Froese - Ambient Highway Vol. 1 (2003)

4,0
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 6 februari 2011, 12:32 uur
Edgar Froese is een vindingrijk, visionair, filosofisch en vooral muzikaal ingesteld man, zowel bij Tangerine Dream als solo. Een icoon binnen de electronische muziek, laat dat vooralsnog duidelijk zijn. Zijn solo-albums mogen gezien worden als vooruitstrevende klassiekers en beschouwd worden als een groot voorbeeld en inspiratie voor talloze andere groepen en artiesten binnen het genre.
In 2003 verraste Edgar vriend (en wellicht vijand) met het grootscheepse Ambient Highway-project, bestaande uit 4 delen en een introductie, waarvan die laatste i.m.o. als 100% overbodig beschouwd kan worden. Als je dan toch een introductie wilt hebben op het gebied van het solowerk van Froese, is Beyond the Storm (de voorloper van dit project), een veel betere optie.
Terug naar het Ambient Highway-gebeuren: dit eerste deel bevat eigenlijk louter goede muziek zoals Edgar die de afgelopen jaren gemaakt heeft. Tevens bevat het album een aantal onuitgebrachte nummers. Ik loop ze even langs...
Het album gaat verrassend goed van start met het uitstekende "Sahara Child": een prima voorbeeld van hoe Edgar's muziek in elkaar steekt en waarin vele herkenbare elementen van zijn stijl aan bod komen. Het nummer kent een stevig en aanstekelijk ritme en wordt opgefraaid met sfeervolle synth-tekeningen, een sterke gitaar-en pianobegeleiding etc...
Alleen is het dan jammer dat op de volgende 4 tracks, Edgar teruggrijpt naar het verre en recente verleden. Eerst komt "Walkabout Abora" aan de beurt, wat een nog vollere en dichtgesmeerdere bewerking lijkt van "Walkabout" en mij overigens nog steeds goed bekoort. Vervolgens komen "Santa Elena Marisal", "Carneol" en "Bobcats in the Sun" aan bod. Deze nummers heb ik behandeld op Beyond the Storm, dus daar zal ik niet meer op in gaan. Het is voornamelijk fraaie muziek, m.u.v. "Bobcats...", die mij te geforceerd klinkt.
Daarna volgt "Afternoon on the Nile", een levendige, kleurrijke, sprankelende en best originele compositie. Deze versie is een soort van remix, waarvan het origineel al eerder prijkte op de groots opgezette TD-compilatie Tangents, dus eigenlijk is dit nummer ook niet nieuw...
"Magic Lantern" heeft in deze uitvoering ook een oppoetsbeurt gekregen en klinkt trouw aan het origineel met wat extra laagjes.
"Crane Routing" was ook al eerder terug te vinden op Tangents en is weliswaar niet nieuw dus, maar wel een redelijk opvallende en ietwat directe, stoere en opzwepende track.
Daarna volgen weer 2 'oudjes' in de vorm van "Tierra Del Fuego" en "Dome of Yellow Turtles", waarvan die laatste wat extra toevoeginkjes heeft gekregen in de vorm van een extra gitaarlijntje die zeker niet verkeerd klinkt.
Het album eindigt met "Car Dreaming", wat eigenlijk samen met "Sahara Child" de enige echt nieuwe track is, behalve dat ze beiden ook nog op de Introduction to the Ambient Highway prijken. Ook een prima nummer die rustig begint en daarna uptempo wordt. Een fraaie gitaarsolo siert de boel op.
En zo eindigt het eerste deel van de Ambient Highway. Over het concept en de manier hoe de albums samengesteld zijn, kan je je twijfels hebben of niet. Daar heb ik me al eerder kritisch over uitgelaten. Qua samenstelling van het album ben ik dus wat minder enthousiast en zou ik voor een 3,5 zijn gegaan. Echter qua muziek zit het wel snor, dus ik ga toch maar voor de 4 punten, aangezien de nieuwe nummers goed zijn en de remixen van een aantal andere nummers ook goed gedaan zijn. Maar feit blijft wel dat ik een ambivalente verstandhouding heb met het uitmelk-gebeuren.
Binnenkort mijn uitlatingen bij deel 2 van deze serie...
In 2003 verraste Edgar vriend (en wellicht vijand) met het grootscheepse Ambient Highway-project, bestaande uit 4 delen en een introductie, waarvan die laatste i.m.o. als 100% overbodig beschouwd kan worden. Als je dan toch een introductie wilt hebben op het gebied van het solowerk van Froese, is Beyond the Storm (de voorloper van dit project), een veel betere optie.
Terug naar het Ambient Highway-gebeuren: dit eerste deel bevat eigenlijk louter goede muziek zoals Edgar die de afgelopen jaren gemaakt heeft. Tevens bevat het album een aantal onuitgebrachte nummers. Ik loop ze even langs...
Het album gaat verrassend goed van start met het uitstekende "Sahara Child": een prima voorbeeld van hoe Edgar's muziek in elkaar steekt en waarin vele herkenbare elementen van zijn stijl aan bod komen. Het nummer kent een stevig en aanstekelijk ritme en wordt opgefraaid met sfeervolle synth-tekeningen, een sterke gitaar-en pianobegeleiding etc...
Alleen is het dan jammer dat op de volgende 4 tracks, Edgar teruggrijpt naar het verre en recente verleden. Eerst komt "Walkabout Abora" aan de beurt, wat een nog vollere en dichtgesmeerdere bewerking lijkt van "Walkabout" en mij overigens nog steeds goed bekoort. Vervolgens komen "Santa Elena Marisal", "Carneol" en "Bobcats in the Sun" aan bod. Deze nummers heb ik behandeld op Beyond the Storm, dus daar zal ik niet meer op in gaan. Het is voornamelijk fraaie muziek, m.u.v. "Bobcats...", die mij te geforceerd klinkt.
Daarna volgt "Afternoon on the Nile", een levendige, kleurrijke, sprankelende en best originele compositie. Deze versie is een soort van remix, waarvan het origineel al eerder prijkte op de groots opgezette TD-compilatie Tangents, dus eigenlijk is dit nummer ook niet nieuw...
"Magic Lantern" heeft in deze uitvoering ook een oppoetsbeurt gekregen en klinkt trouw aan het origineel met wat extra laagjes.
"Crane Routing" was ook al eerder terug te vinden op Tangents en is weliswaar niet nieuw dus, maar wel een redelijk opvallende en ietwat directe, stoere en opzwepende track.
Daarna volgen weer 2 'oudjes' in de vorm van "Tierra Del Fuego" en "Dome of Yellow Turtles", waarvan die laatste wat extra toevoeginkjes heeft gekregen in de vorm van een extra gitaarlijntje die zeker niet verkeerd klinkt.
Het album eindigt met "Car Dreaming", wat eigenlijk samen met "Sahara Child" de enige echt nieuwe track is, behalve dat ze beiden ook nog op de Introduction to the Ambient Highway prijken. Ook een prima nummer die rustig begint en daarna uptempo wordt. Een fraaie gitaarsolo siert de boel op.
En zo eindigt het eerste deel van de Ambient Highway. Over het concept en de manier hoe de albums samengesteld zijn, kan je je twijfels hebben of niet. Daar heb ik me al eerder kritisch over uitgelaten. Qua samenstelling van het album ben ik dus wat minder enthousiast en zou ik voor een 3,5 zijn gegaan. Echter qua muziek zit het wel snor, dus ik ga toch maar voor de 4 punten, aangezien de nieuwe nummers goed zijn en de remixen van een aantal andere nummers ook goed gedaan zijn. Maar feit blijft wel dat ik een ambivalente verstandhouding heb met het uitmelk-gebeuren.
Binnenkort mijn uitlatingen bij deel 2 van deze serie...
Edgar W. Froese - Ambient Highway Vol. 2 (2003)

4,0
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 9 februari 2011, 14:04 uur
Dit 2de deel van het Ambient Highway-project bevat meer van hetzelfde, maar ook een aantal nieuwe, unieke composities. Wederom is het over de gehele linie goede en smaakvolle muziek zoals we dat van Edgar Froese mogen verwachten.
Het album gaat van start met "Stuntman Part Two" en is eigenlijk een nog wat meer dichtgesmeerde versie van de remix die terug te vinden is op Beyond the Storm. Het klinkt allemaal nog meer aangedikt, waardoor de charme van het origineel er zo langzamerhand aan begint te geloven. Ik ben een grote liefhebber van dit nummer, maar in deze versie klinkt het allemaal nét even teveel van het goede...
"Moonlight on a Crawler Lane" is en blijft een heerlijk nummer en deze versie verschilt niet met die van Beyond the Storm.
"Raindance" is de eerste van 3 nieuwe nummers en is een verrassend en afwisselend nummer waarin van alles gebeurt. De smaakvolle gitaarlijnen vallen nog het meest op en als ik denk dat het nummer afgelopen is, wordt ik nog eens getrakteerd op een heel mooi coda.
"One Fine Day in Siberia" maakt wederom zijn opwachting op dit album en het nummer is in z'n waarde behouden. Het is en blijft één van de mooiste nummers die Edgar geschreven heeft.
"Heatwave City" kent als extra toevoeging wat kleurrijke gitaarlijntjes, voor de rest is het praktisch indentiek aan het origineel van Beyond the Storm.
"Epsilon in Malaysian Pale Part Two" kent hetzelfde probleem als "Stuntman Part Two". Het is gewoon hetzelfde stuk van Beyond the Storm, alleen nog verder aangekleedt. Geen ode aan het origineel i.m.o. Ik ben er gewoon niet zo kapot van.
"Shores of Guam" lijkt op dit album een stuk dynamischer en levendiger te klinken dan de versie van Beyond the Storm, waardoor ik 'm een een stuk beter vind. Dit t.o.v. de vorige versie waarbij ik eerder de drang had m'n schouders erbij op te halen.
Ook "Tropic of Capricorn" is beschoren met het zg. Part Two-geintje. Nog meer aangedikt, althans zo lijkt het, krijg ik steeds meer de neiging gewoon het origineel te beluisteren. Alhoewel ik wel een zwak blijf houden voor dit nummer, moet ik bekennen...
"Vault of the Heaven" blijf ik persoonlijk een dijk van een nummer vinden. Lekker direct, zonder te veel geneuzel, luistert dit nummer prima weg.
En dan is het eindelijk tijd voor "Koala Sunrise", samen met "Raindance" en "The Morning Seal", de enige 3 nummers die écht nieuw zijn en speciaal hun opwachting maken op Ambient Highway Vol. 2.
"Koala Sunrise" is een sequence-gedreven, opgewekt, ritmisch nummer die tegelijkertijd door z'n niet al te toegankelijke karakter wat meerdere luisterbeurten vergt. Het is wel een lekker nummer.
Tot slot maakt "The Morning Seal" zijn opwachting en is een prima afsluiter. Heel anders qua karakter dan "Koala Sunrise" en zeker een stuk toegankelijker te noemen.
Deel 2 van The Ambient Highway is wederom een goed voorbeeld van de muziek van Edgar Froese. Ietwat jammer van de gere-remixte klassiekers, maar de nieuwe nummers zijn goed en er staan een aantal persoonlijke favorieten op, die weliswaar ook al op Beyond the Storm staan, maar hé...het zijn goede nummers, ok? Ik blijf er wel bij, dat het album interessant is voor de collectie, mits je er niet het volle pond voor hoeft te betalen. Fans hebben immers op meerdere manieren, veel van de nummers al lang(er) in bezit.
Het album gaat van start met "Stuntman Part Two" en is eigenlijk een nog wat meer dichtgesmeerde versie van de remix die terug te vinden is op Beyond the Storm. Het klinkt allemaal nog meer aangedikt, waardoor de charme van het origineel er zo langzamerhand aan begint te geloven. Ik ben een grote liefhebber van dit nummer, maar in deze versie klinkt het allemaal nét even teveel van het goede...
"Moonlight on a Crawler Lane" is en blijft een heerlijk nummer en deze versie verschilt niet met die van Beyond the Storm.
"Raindance" is de eerste van 3 nieuwe nummers en is een verrassend en afwisselend nummer waarin van alles gebeurt. De smaakvolle gitaarlijnen vallen nog het meest op en als ik denk dat het nummer afgelopen is, wordt ik nog eens getrakteerd op een heel mooi coda.
"One Fine Day in Siberia" maakt wederom zijn opwachting op dit album en het nummer is in z'n waarde behouden. Het is en blijft één van de mooiste nummers die Edgar geschreven heeft.
"Heatwave City" kent als extra toevoeging wat kleurrijke gitaarlijntjes, voor de rest is het praktisch indentiek aan het origineel van Beyond the Storm.
"Epsilon in Malaysian Pale Part Two" kent hetzelfde probleem als "Stuntman Part Two". Het is gewoon hetzelfde stuk van Beyond the Storm, alleen nog verder aangekleedt. Geen ode aan het origineel i.m.o. Ik ben er gewoon niet zo kapot van.
"Shores of Guam" lijkt op dit album een stuk dynamischer en levendiger te klinken dan de versie van Beyond the Storm, waardoor ik 'm een een stuk beter vind. Dit t.o.v. de vorige versie waarbij ik eerder de drang had m'n schouders erbij op te halen.
Ook "Tropic of Capricorn" is beschoren met het zg. Part Two-geintje. Nog meer aangedikt, althans zo lijkt het, krijg ik steeds meer de neiging gewoon het origineel te beluisteren. Alhoewel ik wel een zwak blijf houden voor dit nummer, moet ik bekennen...
"Vault of the Heaven" blijf ik persoonlijk een dijk van een nummer vinden. Lekker direct, zonder te veel geneuzel, luistert dit nummer prima weg.
En dan is het eindelijk tijd voor "Koala Sunrise", samen met "Raindance" en "The Morning Seal", de enige 3 nummers die écht nieuw zijn en speciaal hun opwachting maken op Ambient Highway Vol. 2.
"Koala Sunrise" is een sequence-gedreven, opgewekt, ritmisch nummer die tegelijkertijd door z'n niet al te toegankelijke karakter wat meerdere luisterbeurten vergt. Het is wel een lekker nummer.
Tot slot maakt "The Morning Seal" zijn opwachting en is een prima afsluiter. Heel anders qua karakter dan "Koala Sunrise" en zeker een stuk toegankelijker te noemen.
Deel 2 van The Ambient Highway is wederom een goed voorbeeld van de muziek van Edgar Froese. Ietwat jammer van de gere-remixte klassiekers, maar de nieuwe nummers zijn goed en er staan een aantal persoonlijke favorieten op, die weliswaar ook al op Beyond the Storm staan, maar hé...het zijn goede nummers, ok? Ik blijf er wel bij, dat het album interessant is voor de collectie, mits je er niet het volle pond voor hoeft te betalen. Fans hebben immers op meerdere manieren, veel van de nummers al lang(er) in bezit.
Edgar W. Froese - Dalinetopia (2005)

4,0
1
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 23 februari 2011, 13:15 uur
Met dit album gaat Edgar Froese qua concept terug naar de oorsprong: daar waar het voor hem allemaal begon op het gebied van kunst, muziek, visie, filosofie etc. etc. Zijn verblijf bij Salvador Dali zou een openbaring betekenen wat later veel invloed zou hebben binnen zowel zijn eigen solowerk als binnen Tangerine Dream. En het moest er toch een keer écht van komen dat hij, al dan niet met TD, een album zou maken wat opgedragen is en als een hommage gezien mag worden aan de man, die zoveel voor Edgar zou betekenen binnen de visionaire en artistieke kunst wat conceptueel gezien ook zijn vruchten voor de muziek zou afwerpen.
In 2005 zag Dalinetopia het levenslicht, uitgebracht als een Edgar Froese solo-album. Officiëel zijn eerste solowerk sinds het uit 1983 afkomstige Pinnacles, dus ook dit feit maakt dit album bijzonder en opvallend.
De muziek doet sterk denken aan veel van de exclusieve, nieuwere composities die uitgesmeerd en terug te vinden zijn op het compilatie-album Beyond the Storm en het Ambient Highway-project. Tevens klinkt de plaat over de gehele linie fris en geïnspireerd. Opgesierd met een zeer opvallende albumhoes met daarin verweven unieke foto's van Edgar samen met Salvador Dali tijdens zijn verblijf aldaar, maakt dit album tot een bijzonder geheel. En het allerbelangrijkst: de muziek is praktisch over de gehele linie gewoon degelijk en goed te noemen.
Te beginnen met "Daleroshima": een vlotte aftrapper die eens te meer laat horen dat Froese zonder enige moeite het elke keer voor elkaar krijgt om bijzondere muziek te creëeren. Allerlei opvallende, muzikale structuren zitten knap verweven in elkaar en een opzwepende ritme-ondersteuning zorgt voor een extra stimulans.
"Dalozapata" is meer mid-tempo en doet me qua sfeer denken aan een mooie zomer in Barcelona. Mooie melodielijnen, maar vooral erg goede gitaarharmonieën maken dit nummer tot een zeer fijn geheel.
Het mooie, melancholieke "Dalamuerte" doet denken aan wonderlijke gebeurtenissen uit een rijk verleden die allang vervlogen zijn, maar altijd herinnerd zullen worden. De zielige (in de positieve zin van het woord), maar opvallende gitaarlijn dikt dit gegeven nog eens scherp aan. Een prachtig, ingetogen pareltje.
"Dalerotica" doet me vanwege de zangerige vrouwenstemmen en het opgefokte ritme qua sfeer en toonzetting een beetje denken aan de muziek van het Zoolook-album van Jean Michel Jarre. Het is een beetje een typische compositie en daardoor zeker één van de meer opvallende. En het is zeker niet slecht.
"Daliesquador" is daarentegen weer vertrouwder Froese-materiaal. Een degelijk stukje muziek met mooie melodielijnen, ondersteund op een effectief ritme. Eén van de wat minder bijzondere nummers van het album, maar relatief gezien nog altijd goed.
Wat dan volgt is misschien wel de beste compositie van het album. Gedragen op een prachtige en geniale piano- en ritmeondersteuning is "Daluminacion" zondermeer een klapper van jewelste. De manier hoe het nummer zich verder ontvouwt om daarna weer terug te keren naar het mooie thema waarmee het begon, is geweldig. Tevens haalt het nummer een bepaald gevoel van nostalgie naar boven. In ieder geval laat Edgar zich hier van zijn beste kant horen. Een moderne klassieker is het bewijs.
Hoewel de basis van het thema vrij eenvoudig klinkt, wordt "Dalagalor" toch mooi en rijk ingekleurt. Ook de ietwat droevig klinkende gitaarlijn is weer terug. Een dromerig en sfeervol stuk muziek is het resultaat.
"Daluna" klinkt een stuk drukker, vanwege het rijke spectrum aan klanken en melodielijnen, opgevoerd door een stevig ritme. Het heeft wel wat, maar persoonlijk vind ik deze wat minder dan de overige nummers.
Ook "Dalysisiphus" weet de belofte niet helemaal waar te maken. Het is wederom een heel aardig nummer met een effectief ritme en mooie, smaakvolle invulling van de synths, maar het neigt meer als een veredeld tussendoortje te klinken. Ook het 'three-four'-sampletje voegt weinig zinnigs toe en slaat i.m.o. nergens op.
Het titelnummer sluit het album op originele en beeldende wijze af. Een compositie die, ondanks z'n behoudende karakter, toch veel kracht herbergt, maar wel meerdere luisterbeurten vergt om de waarde van in te zien t.o.v. andere composities die dit album rijk zijn.
Al met al mag geconcludeerd worden dat Edgar Froese met Dalinetopia een zeer expressief en sterk album heeft afgeleverd die weliswaar niet de status zal krijgen van zijn klassieke solo-werk (wat sowiezo moeilijk wordt, aangezien de vroegere solo-albums van Froese al vanwege het tijdsbeeld waarin ze uitkwamen een pluspunt vormen), echter qua muzikale vernuftigheid zich met gemak kan meten aan het oude werk. OK, het klinkt allemaal een stuk moderner en eigentijdser, maar het typische karakter van de muziek mag zeker als vergelijking met het oude werk gemaakt worden. Niet alles spreekt mij voor de volle 100% aan, maar dat Edgar nog steeds over voldoende creativiteit en inspiratie bezit, staat als een paal boven water. En alleen daarom verdient de man eigenlijk een standbeeld.
Dalinetopia is gegarandeerd voer voor de liefhebber, waar ik me persoonlijk graag toe reken. Een dikke 4 punten heeft dit album dan ook met gemak verdiend...
In 2005 zag Dalinetopia het levenslicht, uitgebracht als een Edgar Froese solo-album. Officiëel zijn eerste solowerk sinds het uit 1983 afkomstige Pinnacles, dus ook dit feit maakt dit album bijzonder en opvallend.
De muziek doet sterk denken aan veel van de exclusieve, nieuwere composities die uitgesmeerd en terug te vinden zijn op het compilatie-album Beyond the Storm en het Ambient Highway-project. Tevens klinkt de plaat over de gehele linie fris en geïnspireerd. Opgesierd met een zeer opvallende albumhoes met daarin verweven unieke foto's van Edgar samen met Salvador Dali tijdens zijn verblijf aldaar, maakt dit album tot een bijzonder geheel. En het allerbelangrijkst: de muziek is praktisch over de gehele linie gewoon degelijk en goed te noemen.
Te beginnen met "Daleroshima": een vlotte aftrapper die eens te meer laat horen dat Froese zonder enige moeite het elke keer voor elkaar krijgt om bijzondere muziek te creëeren. Allerlei opvallende, muzikale structuren zitten knap verweven in elkaar en een opzwepende ritme-ondersteuning zorgt voor een extra stimulans.
"Dalozapata" is meer mid-tempo en doet me qua sfeer denken aan een mooie zomer in Barcelona. Mooie melodielijnen, maar vooral erg goede gitaarharmonieën maken dit nummer tot een zeer fijn geheel.
Het mooie, melancholieke "Dalamuerte" doet denken aan wonderlijke gebeurtenissen uit een rijk verleden die allang vervlogen zijn, maar altijd herinnerd zullen worden. De zielige (in de positieve zin van het woord), maar opvallende gitaarlijn dikt dit gegeven nog eens scherp aan. Een prachtig, ingetogen pareltje.
"Dalerotica" doet me vanwege de zangerige vrouwenstemmen en het opgefokte ritme qua sfeer en toonzetting een beetje denken aan de muziek van het Zoolook-album van Jean Michel Jarre. Het is een beetje een typische compositie en daardoor zeker één van de meer opvallende. En het is zeker niet slecht.
"Daliesquador" is daarentegen weer vertrouwder Froese-materiaal. Een degelijk stukje muziek met mooie melodielijnen, ondersteund op een effectief ritme. Eén van de wat minder bijzondere nummers van het album, maar relatief gezien nog altijd goed.
Wat dan volgt is misschien wel de beste compositie van het album. Gedragen op een prachtige en geniale piano- en ritmeondersteuning is "Daluminacion" zondermeer een klapper van jewelste. De manier hoe het nummer zich verder ontvouwt om daarna weer terug te keren naar het mooie thema waarmee het begon, is geweldig. Tevens haalt het nummer een bepaald gevoel van nostalgie naar boven. In ieder geval laat Edgar zich hier van zijn beste kant horen. Een moderne klassieker is het bewijs.
Hoewel de basis van het thema vrij eenvoudig klinkt, wordt "Dalagalor" toch mooi en rijk ingekleurt. Ook de ietwat droevig klinkende gitaarlijn is weer terug. Een dromerig en sfeervol stuk muziek is het resultaat.
"Daluna" klinkt een stuk drukker, vanwege het rijke spectrum aan klanken en melodielijnen, opgevoerd door een stevig ritme. Het heeft wel wat, maar persoonlijk vind ik deze wat minder dan de overige nummers.
Ook "Dalysisiphus" weet de belofte niet helemaal waar te maken. Het is wederom een heel aardig nummer met een effectief ritme en mooie, smaakvolle invulling van de synths, maar het neigt meer als een veredeld tussendoortje te klinken. Ook het 'three-four'-sampletje voegt weinig zinnigs toe en slaat i.m.o. nergens op.
Het titelnummer sluit het album op originele en beeldende wijze af. Een compositie die, ondanks z'n behoudende karakter, toch veel kracht herbergt, maar wel meerdere luisterbeurten vergt om de waarde van in te zien t.o.v. andere composities die dit album rijk zijn.
Al met al mag geconcludeerd worden dat Edgar Froese met Dalinetopia een zeer expressief en sterk album heeft afgeleverd die weliswaar niet de status zal krijgen van zijn klassieke solo-werk (wat sowiezo moeilijk wordt, aangezien de vroegere solo-albums van Froese al vanwege het tijdsbeeld waarin ze uitkwamen een pluspunt vormen), echter qua muzikale vernuftigheid zich met gemak kan meten aan het oude werk. OK, het klinkt allemaal een stuk moderner en eigentijdser, maar het typische karakter van de muziek mag zeker als vergelijking met het oude werk gemaakt worden. Niet alles spreekt mij voor de volle 100% aan, maar dat Edgar nog steeds over voldoende creativiteit en inspiratie bezit, staat als een paal boven water. En alleen daarom verdient de man eigenlijk een standbeeld.
Dalinetopia is gegarandeerd voer voor de liefhebber, waar ik me persoonlijk graag toe reken. Een dikke 4 punten heeft dit album dan ook met gemak verdiend...
Elvellon - Ascending in Synergy (2024)

4,0
1
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 12 juni 2024, 13:26 uur
Het lijkt alsof de tijd stil is blijven staan en de dame en heren van Elvellon direct na het afronden en uitbrengen van het debuutalbum Until Dawn, meteen maar besloten om de volgende lading nummers op te nemen en uit te brengen. Want zo klinkt de langverwachte tweede langspeler Ascending in Synergy. Aan niets valt namelijk af te horen dat er toch maar liefst zes jaar tussen het debuut en deze opvolger zitten.
Elvellon, bestaande uit zangeres Nele Messerschmidt, gitarist Gilbert Gelsdorf, drummer Maddin Klüners, keyboardspeler Pascal Pannen en bassist Jan Runkel, heeft door diverse omstandigheden, deels noodgedwongen (corona, wijziging her en der van de bezetting binnen de band), enorm de tijd genomen om in ieder geval een top-product af te leveren, aangezien ook dit tweede album vol zit met kwalitatief zeer mooie, symfonische sprookjes-metal, geheel in de stijl van bands als Xandria, Edenbridge, Moonlight Haze, maar vooral ook Nightwish. Is dat erg? Nee, want de muziek is van een hoog niveau. Is het verrassend en origineel? Dat zeker niet, maar tegenwoordig gaat het meer om de kwaliteit van de muziek, dan dat iets origineel of vernieuwend moet zijn. Daarbij komt, dat 'originele' en 'vernieuwende' muziek hedendaags, vaak strontvervelend en vermoeiend klinkt i.m.o.
Is de muziek dan memorabel? Nee, dat is het in dit geval ook niet en dat is stiekem een beetje jammer. Want Elvellon's debuutplaat Until Dawn, vind ik wél memorabel, omdat er werkelijk parels opstaan.
Staan er dan geen parels op Ascending in Synergy? Jazeker, maar deze zijn niet allemaal zo impactvol en indrukwekkend als die op het debuut. Daarbij heb ik het idee, dat dit album uiteindelijk wel eens zou kunnen verzuipen in de stroom van symfonische metal-releases. Onterecht vind ik, want dit album verdient alle lof en het feit dat Elvellon nu op Napalm Records zit, zal de band zeker v.w.b. de promotie voor dit album, goed doen. Want Elvellon verdient dit namelijk zeker.
Maar helaas moet ik bekennen dat ik bij dit album veel te veel de vergelijkingen trek met het debuut en dit komt doordat Elvellon ontzettend leentjebuur speelt bij vooral...zichzelf.
Zo staan er twee nummers op het album die gevaarlijk dicht in de buurt komen van materiaal afkomstig van hun debuut-plaat. Zo lijkt "Ocean of Treason" ontzettend qua stijl op "The Puppeteer" en is de epische ballad "The Aeon Tree" een letterlijk vervolg op "Shore to Aeon", zowel muzikaal als stijl. Wellicht bij laatstgenoemde nogal wiedes, aangezien een deel van de titel ook terugkeert, maar toch...
Het gevolg hiervan is, dat ondanks dat het allesbehalve slechte nummers zijn, maar helaas nét niet zo goed als de nummers van het debuut, ze minder memorabel zijn. En helaas hebben meerdere nummers daar last van.
Zo opent de band ietwat ongelukkig met het wat moeizaam opkomende "Unbound". Wederom is het zeker geen slecht nummer en bevat het verbazingwekkend mooie zanglijnen van zangeres Nele Messerschmidt, maar het verrast als opener niet en beklijft daardoor om de één of andere reden niet helemaal. Als je dit nummer afzet tegenover de majestueuze opener "Spellbound" van Until Dawn en dat ze daarna full force ertegenaan gaan middels "Oraculum", geeft veel meer houdbaarheid aan de nummers dan het half/half klinkende "Unbound". Als opener klinkt "Unbound" ook heel erg inwisselbaar.
Het album eindigt met "Epiphany of Mine" en los dat het een erg fijn nummer is, vind ik het als afsluiter niet de impact bevatten van, daar gaan we weer, Until Dawn's slotnummer "Dreamcatcher".
Gelukkig staan er ook wel degelijk parels op dit album die wel de kracht en impact van het debuut in zich hebben. Zo is het aanstekelijke "A Vagabond's Heart" een oorwurm van zeldzame klasse vol met prachtige zanglijnen van een vol vervoering zingende Nele. Dat zij één van de betere zangeressen binnen het genre is, is allesbehalve een gelogen feit. Ze heeft de kracht en het niveau van Floor Jansen, maar tegelijkertijd heeft haar stem iets hees en breekbaars. Deze combinatie zorgt voor een stemgeluid waar ik continu kippenvel van krijg. Nele is dan ook de kracht binnen Elvellon en dit feit zorgt ervoor dat deze band boven het maaiveld uitkomt.
Andere knallers zijn het prachtige en tegelijkertijd opwekkend klinkende "My Forever Endeavour", wat met afstand één van de mooiste nummers van de band is.
Ook "The Aftermath of Life" getuigt wat voor een geweldige impact de band tentoon spreidt middels hun muziek. Vooral dit nummer laat de buitengewone klasse van de zangeres horen. Zonder enige moeite weet ze de hoge noten te halen en nog belangrijker, vast te houden!
"Last of Our Kind" is een oor-strelende ballad met weliswaar een hoog Nightwish-gehalte, maar het is andermaal prachtig om naar te luisteren.
Het knappe, afwisselende en vrij harde "Into the Vortex" is andermaal een goed voorbeeld waarom Elvellon er als band zeker toe doet. Brute gitaarriffs, sprookjesachtige keyboard-partijen en de veelzijdig klinkende en zichzelf overtreffende Nele, maken dit tot één van de meer donkere en grimmige tracks op dit album.
Het nummer wat het meest in je kop na blijft galmen is het heerlijke "A Legacy Divine". Hierop laat Elvellon horen dat metal en radiovriendelijkheid met gemak samen gaan en zorgen voor een juweeltje. Eigenlijk verbazend dat de band deze niet als eerste single heeft uitgebracht, maar tegelijkertijd is dat ook wel weer eens verfrissend. Is het overigens toeval dat het begin van het couplet lijkt op die van "Circle in the Sand" van Belinda Carlisle? Vast wel
!
En zo kan ik concluderen dat ik over het algemeen tevreden ben over Elvellon's tweede langspeler Ascending in Synergy. Maar helaas waren mijn verwachtingen wellicht te hoog, wat deels te maken heeft met het feit dat ik erg heb uitgekeken naar dit album. Until Dawn beschouw ik nog steeds als één van de beste symfonische metal-albums van de laatste jaren en bevat van begin tot eind ontzettend sterke en aanstekelijke nummers. Ascending in Synergy doet dit ook, laat daar geen twijfel over bestaan, maar in iets mindere mate. Doordat dit album ontzettend veel lijkt op de voorganger, maar qua niveau en impact een tikkeltje in de schaduw moet staan, laat bij mij twijfels ontstaan v.w.b. de 'houdbaarheid' van Ascending in Synergy. Ik zal zeker nog vaak teruggrijpen op dit album, maar de band overtreft zichzelf niet hier en mijn gevoel zegt, dat de échte muzikale kracht van Elvellon, zich nog moet gaan prijsgeven op hopelijk een volgend album. Of ben ik gewoon een zeikerd, aangezien de boog reeds al gespannen stond, na het verschijnen van het machtige debuut?
Ascending in Synergy is zondermeer voer voor de liefhebbers van dit soort type muziek en is gelukkig een meer dan perfect zoethoudertje voordat Nightwish (hopelijk) de knaller gaat uitbrengen die die band weer op de landkaart zal zetten.
Geen zorgen, tot die tijd, maar ook daarna, zal Ascending in Synergy zijn rondjes nog veelvuldig draaien in mijn CD-speler. En ondanks mijn kritiek, blijf ik erbij dat Elvellon een dappere tweede plaat hebben uitgebracht en zijn ze als band een goede en belangrijke vertegenwoordiger binnen het genre waarin ze opereren. Persoonlijk hoop ik ze snel live te zien spelen, misschien wel in het voorprogramma van Nightwish? Ik zie het zomaar eens gebeuren!
Elvellon, bestaande uit zangeres Nele Messerschmidt, gitarist Gilbert Gelsdorf, drummer Maddin Klüners, keyboardspeler Pascal Pannen en bassist Jan Runkel, heeft door diverse omstandigheden, deels noodgedwongen (corona, wijziging her en der van de bezetting binnen de band), enorm de tijd genomen om in ieder geval een top-product af te leveren, aangezien ook dit tweede album vol zit met kwalitatief zeer mooie, symfonische sprookjes-metal, geheel in de stijl van bands als Xandria, Edenbridge, Moonlight Haze, maar vooral ook Nightwish. Is dat erg? Nee, want de muziek is van een hoog niveau. Is het verrassend en origineel? Dat zeker niet, maar tegenwoordig gaat het meer om de kwaliteit van de muziek, dan dat iets origineel of vernieuwend moet zijn. Daarbij komt, dat 'originele' en 'vernieuwende' muziek hedendaags, vaak strontvervelend en vermoeiend klinkt i.m.o.
Is de muziek dan memorabel? Nee, dat is het in dit geval ook niet en dat is stiekem een beetje jammer. Want Elvellon's debuutplaat Until Dawn, vind ik wél memorabel, omdat er werkelijk parels opstaan.
Staan er dan geen parels op Ascending in Synergy? Jazeker, maar deze zijn niet allemaal zo impactvol en indrukwekkend als die op het debuut. Daarbij heb ik het idee, dat dit album uiteindelijk wel eens zou kunnen verzuipen in de stroom van symfonische metal-releases. Onterecht vind ik, want dit album verdient alle lof en het feit dat Elvellon nu op Napalm Records zit, zal de band zeker v.w.b. de promotie voor dit album, goed doen. Want Elvellon verdient dit namelijk zeker.
Maar helaas moet ik bekennen dat ik bij dit album veel te veel de vergelijkingen trek met het debuut en dit komt doordat Elvellon ontzettend leentjebuur speelt bij vooral...zichzelf.
Zo staan er twee nummers op het album die gevaarlijk dicht in de buurt komen van materiaal afkomstig van hun debuut-plaat. Zo lijkt "Ocean of Treason" ontzettend qua stijl op "The Puppeteer" en is de epische ballad "The Aeon Tree" een letterlijk vervolg op "Shore to Aeon", zowel muzikaal als stijl. Wellicht bij laatstgenoemde nogal wiedes, aangezien een deel van de titel ook terugkeert, maar toch...
Het gevolg hiervan is, dat ondanks dat het allesbehalve slechte nummers zijn, maar helaas nét niet zo goed als de nummers van het debuut, ze minder memorabel zijn. En helaas hebben meerdere nummers daar last van.
Zo opent de band ietwat ongelukkig met het wat moeizaam opkomende "Unbound". Wederom is het zeker geen slecht nummer en bevat het verbazingwekkend mooie zanglijnen van zangeres Nele Messerschmidt, maar het verrast als opener niet en beklijft daardoor om de één of andere reden niet helemaal. Als je dit nummer afzet tegenover de majestueuze opener "Spellbound" van Until Dawn en dat ze daarna full force ertegenaan gaan middels "Oraculum", geeft veel meer houdbaarheid aan de nummers dan het half/half klinkende "Unbound". Als opener klinkt "Unbound" ook heel erg inwisselbaar.
Het album eindigt met "Epiphany of Mine" en los dat het een erg fijn nummer is, vind ik het als afsluiter niet de impact bevatten van, daar gaan we weer, Until Dawn's slotnummer "Dreamcatcher".
Gelukkig staan er ook wel degelijk parels op dit album die wel de kracht en impact van het debuut in zich hebben. Zo is het aanstekelijke "A Vagabond's Heart" een oorwurm van zeldzame klasse vol met prachtige zanglijnen van een vol vervoering zingende Nele. Dat zij één van de betere zangeressen binnen het genre is, is allesbehalve een gelogen feit. Ze heeft de kracht en het niveau van Floor Jansen, maar tegelijkertijd heeft haar stem iets hees en breekbaars. Deze combinatie zorgt voor een stemgeluid waar ik continu kippenvel van krijg. Nele is dan ook de kracht binnen Elvellon en dit feit zorgt ervoor dat deze band boven het maaiveld uitkomt.
Andere knallers zijn het prachtige en tegelijkertijd opwekkend klinkende "My Forever Endeavour", wat met afstand één van de mooiste nummers van de band is.
Ook "The Aftermath of Life" getuigt wat voor een geweldige impact de band tentoon spreidt middels hun muziek. Vooral dit nummer laat de buitengewone klasse van de zangeres horen. Zonder enige moeite weet ze de hoge noten te halen en nog belangrijker, vast te houden!
"Last of Our Kind" is een oor-strelende ballad met weliswaar een hoog Nightwish-gehalte, maar het is andermaal prachtig om naar te luisteren.
Het knappe, afwisselende en vrij harde "Into the Vortex" is andermaal een goed voorbeeld waarom Elvellon er als band zeker toe doet. Brute gitaarriffs, sprookjesachtige keyboard-partijen en de veelzijdig klinkende en zichzelf overtreffende Nele, maken dit tot één van de meer donkere en grimmige tracks op dit album.
Het nummer wat het meest in je kop na blijft galmen is het heerlijke "A Legacy Divine". Hierop laat Elvellon horen dat metal en radiovriendelijkheid met gemak samen gaan en zorgen voor een juweeltje. Eigenlijk verbazend dat de band deze niet als eerste single heeft uitgebracht, maar tegelijkertijd is dat ook wel weer eens verfrissend. Is het overigens toeval dat het begin van het couplet lijkt op die van "Circle in the Sand" van Belinda Carlisle? Vast wel
!En zo kan ik concluderen dat ik over het algemeen tevreden ben over Elvellon's tweede langspeler Ascending in Synergy. Maar helaas waren mijn verwachtingen wellicht te hoog, wat deels te maken heeft met het feit dat ik erg heb uitgekeken naar dit album. Until Dawn beschouw ik nog steeds als één van de beste symfonische metal-albums van de laatste jaren en bevat van begin tot eind ontzettend sterke en aanstekelijke nummers. Ascending in Synergy doet dit ook, laat daar geen twijfel over bestaan, maar in iets mindere mate. Doordat dit album ontzettend veel lijkt op de voorganger, maar qua niveau en impact een tikkeltje in de schaduw moet staan, laat bij mij twijfels ontstaan v.w.b. de 'houdbaarheid' van Ascending in Synergy. Ik zal zeker nog vaak teruggrijpen op dit album, maar de band overtreft zichzelf niet hier en mijn gevoel zegt, dat de échte muzikale kracht van Elvellon, zich nog moet gaan prijsgeven op hopelijk een volgend album. Of ben ik gewoon een zeikerd, aangezien de boog reeds al gespannen stond, na het verschijnen van het machtige debuut?
Ascending in Synergy is zondermeer voer voor de liefhebbers van dit soort type muziek en is gelukkig een meer dan perfect zoethoudertje voordat Nightwish (hopelijk) de knaller gaat uitbrengen die die band weer op de landkaart zal zetten.
Geen zorgen, tot die tijd, maar ook daarna, zal Ascending in Synergy zijn rondjes nog veelvuldig draaien in mijn CD-speler. En ondanks mijn kritiek, blijf ik erbij dat Elvellon een dappere tweede plaat hebben uitgebracht en zijn ze als band een goede en belangrijke vertegenwoordiger binnen het genre waarin ze opereren. Persoonlijk hoop ik ze snel live te zien spelen, misschien wel in het voorprogramma van Nightwish? Ik zie het zomaar eens gebeuren!
Elvellon - Until Dawn (2018)

4,5
1
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 16 juni 2022, 23:37 uur
De laatste paar jaren heb ik een hoop bands leren kennen die in hetzelfde straatje opereren als misschien wel de belangrijkste vertegenwoordiger binnen het genre van symphonische powermetal, namelijk Nightwish. Sinds Nightwish, met niemand minder dan Floor Jansen, wellicht de beste zangeres die er bestaat, hogere ogen scoort dan ooit, maar helaas ook met hun meest recente album, een minder product hebben afgeleverd, ging ik me meer verdiepen in soortgelijke bands die ik nog niet kende. Bands als Xandria, Moonlight Haze, Angel Nation, Visions of Atlantis etc. Allemaal kwalitatief hoogwaardige bands, waarvan sommigen al jaren blijken te bestaan! Hoe verfrissend bleek het te zijn, om albums te leren kennen, waarvan sommigen toch echt als moderne klassiekers beschouwd mogen worden. En dan laat ik het originaliteitsgehalte maar even achterwege. Want zeker tegenwoordig, in een tijd waarin alles al zo'n beetje al eerder gedaan is, vind ik het gewoon véél belangrijker, dat er muzikaal gewoon een top-product in elkaar wordt geflanst, met nummers die memorabel zijn en daarom blijven hangen. Gesierd met een geweldige productie. Dát is wat een band vormt en hopelijk voor lange tijd, bij elkaar houdt. Zo ook hopelijk de geweldige band Elvellon!!
Want wat....een....ontdekking!! Een vriend van mij tipte deze band onlangs en voordat ik het wist, luisterde ik vanaf dat moment alleen nog maar naar Elvellon!
Until Dawn, de eerste volledige langspeler van dit Duitse symphonische metalgezelschap, is een knaller van de eerste orde; een ruim een uur durend muzikaal avontuur, een metal-sprookje welteverstaan. Gemaakt door een ongelooflijk ervaren band, waarvan de bandleden niet alleen geweldig musiceren, maar ook nog eens ondersteund worden door een extreem getalenteerde vocaliste, genaamd Nele Messerschmidt, die zowaar op het niveau van Floor Jansen zit en dat is een waarheid als een koe! Luister er maar naar om het te geloven!
De band, die al opgericht is in 2010, debuteerde oorspronkelijk met de in eigen beheer opgenomen EP Spellbound in 2015, een EP waarop de band al laat horen, flink wat in hun mars te hebben.
En na drie jaar, kon de band dan ook eindelijk helemaal uitpakken met het debuut-album Until Dawn, een album die liefhebbers van vooral Nightwish, radicaal moeten doen besluiten om tot blinde aanschaf over te gaan. Want Until Dawn is een prachtig album, vol met memorabele, maar bovenal knallende nummers, die kleurrijk, episch en vooral erg goed klinken. Niet voor niets is deze band opgemerkt door de grotere jongens en heeft Elvellon, volledig terecht, eind 2020 het heugelijke nieuws mogen mededelen, dat ze getekend hebben bij het Oostenrijkse metal-label Napalm Records! Hopelijk mogen we dan ook op korte termijn meer verwachten, want Until Dawn smaakt absoluut naar meer!
Hoogtepunten zijn er in de vorm van praktisch alle nummers die ook op hun debuut-EP Spellbound zijn terug te vinden, waarvan vooral de epische ballad "Shore to Aeon" behoorlijk opvalt: een prachtig en bezwerend nummer die langzaam en kabbelend voorbij gaat, maar boeit van begin tot eind. Vooral de krachtige laatste paar minuten zorgen voor kippenvel!
Andere knallers, zoals "Oraculum" en "Born from Hope", tevens de twee allereerste nummers die de band ooit opnam, zijn moderne klassiekers te noemen. Overigens voor zover ik weet, zijn alle nummers die ook op de EP staan en zoals ze nu op Until Dawn prijken, opnieuw opgenomen. Voor wat betreft de verschillen zou ik nog eens aandachtig naar de EP moeten luisteren. Feit blijft, dat het toppers zijn!
Ook binnen de nummers zelf, valt er genoeg te ontdekken en te beleven. Zo is het door Arabische invloeden doorspekte "King of Thieves" een opvallend nummer, maar zo exotisch als dat nummer klinkt, zo pakkend, vertrouwd en direct klinkt dan weer het veel toegankelijkere, maar tevens zeer verslavende titelnummer.
Vervolgens klinkt het album het ene moment sprookjes-achtig mooi, getuige bijvoorbeeld opener "Spellbound", het andere moment vliegt de band nog net niet uit de bocht als ze alles uit de kast trekken met spannende en vlotte composities als "The Puppeteer" en "Dead-End Alley".
Los van de kleurrijke composities, die heel soms de neiging hebben wat overvol te klinken (wat ik niet per se als kritiek wil beschouwen), doet de zang van Nele Messerschmidt ook nog eens iets extra's. Namelijk dat, naast dat ze geweldig klinkt, ze binnen de nummers ook nog eens met heel veel variatie zingt. Daardoor zorgt het totaalplaatje ervoor, dat het album geen seconde verveelt!
Kortom, genoeg te beleven dus op Elvellon's Until Dawn, een geweldig en ambitieus klinkend debuut van een band die heel erg veelbelovend klinkt en in de nabije toekomst hopelijk geweldig gaat uitpakken. Want deze band heeft alles in huis om, wat mij betreft, de wereld te veroveren! Hulde dan ook aan Elvellon en zorg er daarom ook voor dat je dit album dus niet mist! Een aanrader van het zuiverste water!
Want wat....een....ontdekking!! Een vriend van mij tipte deze band onlangs en voordat ik het wist, luisterde ik vanaf dat moment alleen nog maar naar Elvellon!
Until Dawn, de eerste volledige langspeler van dit Duitse symphonische metalgezelschap, is een knaller van de eerste orde; een ruim een uur durend muzikaal avontuur, een metal-sprookje welteverstaan. Gemaakt door een ongelooflijk ervaren band, waarvan de bandleden niet alleen geweldig musiceren, maar ook nog eens ondersteund worden door een extreem getalenteerde vocaliste, genaamd Nele Messerschmidt, die zowaar op het niveau van Floor Jansen zit en dat is een waarheid als een koe! Luister er maar naar om het te geloven!
De band, die al opgericht is in 2010, debuteerde oorspronkelijk met de in eigen beheer opgenomen EP Spellbound in 2015, een EP waarop de band al laat horen, flink wat in hun mars te hebben.
En na drie jaar, kon de band dan ook eindelijk helemaal uitpakken met het debuut-album Until Dawn, een album die liefhebbers van vooral Nightwish, radicaal moeten doen besluiten om tot blinde aanschaf over te gaan. Want Until Dawn is een prachtig album, vol met memorabele, maar bovenal knallende nummers, die kleurrijk, episch en vooral erg goed klinken. Niet voor niets is deze band opgemerkt door de grotere jongens en heeft Elvellon, volledig terecht, eind 2020 het heugelijke nieuws mogen mededelen, dat ze getekend hebben bij het Oostenrijkse metal-label Napalm Records! Hopelijk mogen we dan ook op korte termijn meer verwachten, want Until Dawn smaakt absoluut naar meer!
Hoogtepunten zijn er in de vorm van praktisch alle nummers die ook op hun debuut-EP Spellbound zijn terug te vinden, waarvan vooral de epische ballad "Shore to Aeon" behoorlijk opvalt: een prachtig en bezwerend nummer die langzaam en kabbelend voorbij gaat, maar boeit van begin tot eind. Vooral de krachtige laatste paar minuten zorgen voor kippenvel!
Andere knallers, zoals "Oraculum" en "Born from Hope", tevens de twee allereerste nummers die de band ooit opnam, zijn moderne klassiekers te noemen. Overigens voor zover ik weet, zijn alle nummers die ook op de EP staan en zoals ze nu op Until Dawn prijken, opnieuw opgenomen. Voor wat betreft de verschillen zou ik nog eens aandachtig naar de EP moeten luisteren. Feit blijft, dat het toppers zijn!
Ook binnen de nummers zelf, valt er genoeg te ontdekken en te beleven. Zo is het door Arabische invloeden doorspekte "King of Thieves" een opvallend nummer, maar zo exotisch als dat nummer klinkt, zo pakkend, vertrouwd en direct klinkt dan weer het veel toegankelijkere, maar tevens zeer verslavende titelnummer.
Vervolgens klinkt het album het ene moment sprookjes-achtig mooi, getuige bijvoorbeeld opener "Spellbound", het andere moment vliegt de band nog net niet uit de bocht als ze alles uit de kast trekken met spannende en vlotte composities als "The Puppeteer" en "Dead-End Alley".
Los van de kleurrijke composities, die heel soms de neiging hebben wat overvol te klinken (wat ik niet per se als kritiek wil beschouwen), doet de zang van Nele Messerschmidt ook nog eens iets extra's. Namelijk dat, naast dat ze geweldig klinkt, ze binnen de nummers ook nog eens met heel veel variatie zingt. Daardoor zorgt het totaalplaatje ervoor, dat het album geen seconde verveelt!
Kortom, genoeg te beleven dus op Elvellon's Until Dawn, een geweldig en ambitieus klinkend debuut van een band die heel erg veelbelovend klinkt en in de nabije toekomst hopelijk geweldig gaat uitpakken. Want deze band heeft alles in huis om, wat mij betreft, de wereld te veroveren! Hulde dan ook aan Elvellon en zorg er daarom ook voor dat je dit album dus niet mist! Een aanrader van het zuiverste water!
Enigma - A Posteriori (2006)

3,5
1
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 20 december 2014, 20:05 uur
Niet per se zo Enigma-achtig als pakweg de eerste 4 albums, is dit toch weer een genietbaar album vol met pakkende, electronische, ritmische soundscapes.
Wat ook opvalt, is dat dit album grotendeels instrumentaal is en dat werkt in dit geval best goed.
Tevens doet juist dit album om de één of andere reden ook wel deels aan de muziek van Jean Michel Jarre denken. Een beetje dezelfde sfeer zoals ik die ook op een groot deel van de albums van de Fransman hoor, lijk ik hierop terug te horen.
Zoals bij elk Enigma-album eigenlijk het geval is, lijkt het album als geheel, tijdens beluistering, meer effect te hebben, dan afzonderlijk bij een lukraak gekozen nummer.
Toen dit album net uit was, was ik best onder de indruk en beschouwde ik deze als één van de beteren van Enigma. Tegenwoordig is m'n enthousiasme wel iets minder en doet deze in wezen niet onder voor de rest. Bij vlagen kabbelt het album wat nietszeggend voort, maar er staan ook wel wat opvallende uitspattingen op in de vorm van o.a. het redelijk stuwende "Dreaming of Andromeda", en het direct daaropvolgende, iets meer pompende en meeslepende "Dancing with Mephisto". Verder naar het einde toe krijgt de plaat ook nog even wat pit tijdens "The Alchemist" om daarna wonderschoon te eindigen met het voor Enigma-begrippen weer meer traditioneel klinkende "Goodbye Milky Way", die naast de herkenbare vocalen van Michael Cretu, met het Deep Forest-achtige, begeleidende gezang iets charmants over zich heeft.
Over het algemeen beschouw ik de muziek van Enigma als degelijk en herkenbaar, maar nooit echt imposant of briljant. Maar zo nu en dan is het erg lekker om weer eens een Enigma-album uit de kast te trekken.
Zo ook dus deze A Posteriori.
Wat ook opvalt, is dat dit album grotendeels instrumentaal is en dat werkt in dit geval best goed.
Tevens doet juist dit album om de één of andere reden ook wel deels aan de muziek van Jean Michel Jarre denken. Een beetje dezelfde sfeer zoals ik die ook op een groot deel van de albums van de Fransman hoor, lijk ik hierop terug te horen.
Zoals bij elk Enigma-album eigenlijk het geval is, lijkt het album als geheel, tijdens beluistering, meer effect te hebben, dan afzonderlijk bij een lukraak gekozen nummer.
Toen dit album net uit was, was ik best onder de indruk en beschouwde ik deze als één van de beteren van Enigma. Tegenwoordig is m'n enthousiasme wel iets minder en doet deze in wezen niet onder voor de rest. Bij vlagen kabbelt het album wat nietszeggend voort, maar er staan ook wel wat opvallende uitspattingen op in de vorm van o.a. het redelijk stuwende "Dreaming of Andromeda", en het direct daaropvolgende, iets meer pompende en meeslepende "Dancing with Mephisto". Verder naar het einde toe krijgt de plaat ook nog even wat pit tijdens "The Alchemist" om daarna wonderschoon te eindigen met het voor Enigma-begrippen weer meer traditioneel klinkende "Goodbye Milky Way", die naast de herkenbare vocalen van Michael Cretu, met het Deep Forest-achtige, begeleidende gezang iets charmants over zich heeft.
Over het algemeen beschouw ik de muziek van Enigma als degelijk en herkenbaar, maar nooit echt imposant of briljant. Maar zo nu en dan is het erg lekker om weer eens een Enigma-album uit de kast te trekken.
Zo ook dus deze A Posteriori.
Enigma - Le Roi Est Mort, Vive le Roi! (1996)

3,5
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 13 mei 2012, 13:59 uur
Na de eerste 2 albums is de rek er een beetje uit met dit 3de album, maar ondanks dat toch nog steeds een meer dan alleraardigste schijf van het Enigma-project. Dit keer staan er nauwelijks 'hit'-gevoelige nummers a la "Sadeness" of "Return to Innocence" op, maar voor de rest is het voor Enigma-kenners herkenbaarheid troef.
Elk album van Enigma kent zo z'n uitschieters, zo ook deze keer. Mooi zijn zeker het intieme "Shadows in Silence", inderdaad het toch ook al eerder genoemde "The Child in Us" en het mooie "Prism of Life" is ook nog een vermelding waard.
Ik ben niet heel erg kapot van Michael Cretu's zangstem en laat hij nou net wat meer te horen zijn op deze plaat. Normaliter stoor ik me er niet aan, maar op nummers als "Why" en "The Roundabout" neigt het soms wat irritant te worden. Vooral het constant herhalende 'Ah Yeah Ah Yeah Ah Yie Ah Yaah'-refreintje tijdens laatstgenoemde vind ik vervelend.
Maar goed, voor de rest kan ik eigenlijk prima luisteren naar Enigma's 3de plaat en herbergt genoeg mooie momenten om het tot een bovengemiddeld album te laten uitkomen.
Elk album van Enigma kent zo z'n uitschieters, zo ook deze keer. Mooi zijn zeker het intieme "Shadows in Silence", inderdaad het toch ook al eerder genoemde "The Child in Us" en het mooie "Prism of Life" is ook nog een vermelding waard.
Ik ben niet heel erg kapot van Michael Cretu's zangstem en laat hij nou net wat meer te horen zijn op deze plaat. Normaliter stoor ik me er niet aan, maar op nummers als "Why" en "The Roundabout" neigt het soms wat irritant te worden. Vooral het constant herhalende 'Ah Yeah Ah Yeah Ah Yie Ah Yaah'-refreintje tijdens laatstgenoemde vind ik vervelend.
Maar goed, voor de rest kan ik eigenlijk prima luisteren naar Enigma's 3de plaat en herbergt genoeg mooie momenten om het tot een bovengemiddeld album te laten uitkomen.
Enigma - MCMXC a.D. (1990)

3,5
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 12 juli 2009, 10:51 uur
Toentertijd zeer invloedrijk album die z'n tijd best ver vooruit was. Tegenwoordig is het kunstje zo vaak herhaald, dat we het onderhand wel kennen. Toch vind ik dit op z'n tijd een lekker album om naar te luisteren. "Sadeness" blijft natuurlijk een klassieker, alhoewel ik "Mea Culpa" stukken aangrijpender vind vanwege het opzwepende en tegelijkertijd dramatische karakter die het nummer uitademt. Overigens klinkt de single-versie hiervan beduidend anders, maar niet minder slecht. Een nummer als "Callas Went Away" vind ik daarentegen weer niet zo heel erg bijzonder. Overigens zullen degenen, waaronder ikzelf, die 666 van Aphrodite's Child kennen, de vele samples en fragmenten hiervan herkennen die gebruikt zijn op dit album. Persoonlijk vind ik dat een beetje een smet op het album hebben. Maar ondanks alles blijf ik dit toch in z'n geheel een prima album vinden die om de zoveel tijd niet verkeerd is om weer eens op te zetten.
Esoteric: Athos - the Holy Hill (1996)

3,5
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 15 november 2014, 11:32 uur
Athos – The Holy Hill is een release binnen het omvangrijke oeuvre van Esovision, een onderdeel van Arcadia, een enorme muziekbibliotheek. Deze muziek wordt o.a. gebruikt door Reclame Bureaus en de Media Industrie en is daar dan ook specifiek voor gemaakt.
Buiten dat feit om is de muziek over het algemeen ook gewoon bedoeld voor privé-doeleinden en daarom dan ook gewoon verkrijgbaar op CD.
De esoterische muziek-CD’s zoals ze via het sublabel Esovision zijn uitgebracht, vielen me jaren geleden op in de bakken op de New Age-afdeling in een grote CD-zaak in Utrecht (het al lang niet meer bestaande Ear & Eye). De prachtige albumhoezen en de veelal mysterieuze thema’s die per CD verschillen, deden me besluiten om me eens in deze muziek te verdiepen. En wat bleek: een kolossale, muzikale wereld ging voor mij open. Muziek grotendeels uitgevoerd op keyboards en synthesizers. Ontzettend obscuur en onbekend, maar het mooie is dat de meeste muziek van deze albums (en dat zijn er nogal wat), erg goed is en van hoge kwaliteit. De ene release is zeker beter dan de ander, maar dat neemt niet weg dat er voor ieder wel wat te vinden is. Als je tenminste van intrigerende, mooie, instrumentale en grotendeels elektronische muziek houdt.
Walt Haymer is één van de vele componisten die voor Esovision muziek heeft gemaakt en deze Athos – The Holy Hill is één van zijn releases. Zijn stijl is een vorm van elektronische muziek die zowel bombastisch, zweverig als heel melodieus aandoet. Meestal bestaan zijn composities uit vaak vreemde, aparte intro-stukken. Veelal ontvouwen deze stukken zich uiteindelijk tot prachtige thema’s die meestal vrij groots en bombastisch klinken.
Opener “Dawn at the Holy Hill” is wat dat betreft een typisch voorbeeld van hoe de muziek van Walt Haymer in elkaar steekt: het begint zeer plechtig en majestueus, maar tegelijkertijd erg zweverig en bij vlagen abstract en ontvouwt zich pas later als bel- en gongklanken samengaan met een prachtig kabbelende en ritmische begeleiding en uiteindelijk een machtig hoofdthema laat horen. Een zeer mooi nummer waarin grootsheid en bombasme samengaan met serene harmonieën. Duidelijk een compositie trouwens waarin Vangelis heel erg in doorklinkt.
Andere opvallende nummers zijn o.a. “Bread and Wine” waarin kabbelende orgelklanken een duel met elkaar lijken aan te gaan. Later gaan deze samen met andere melodieën waardoor er een prachtig klankenpallet aan thema’s ontstaan.
De rest van de nummers doen er niet per se voor onder en laten een mooi scala aan klanktapijten horen in combinatie met mooie thema’s wat dit album toch de moeite waard maakt. ‘
Athos – The Holy Hill is niet de beste CD van Walt Haymer (die vlieger gaat op voor Mantra), maar is zeker de moeite waard om zo nu en dan eens op te zetten en maakt dit tot een alleraardigst album die in de gulden middenmoot te plaatsen valt.
Vandaar dan ook een 3,5.
Buiten dat feit om is de muziek over het algemeen ook gewoon bedoeld voor privé-doeleinden en daarom dan ook gewoon verkrijgbaar op CD.
De esoterische muziek-CD’s zoals ze via het sublabel Esovision zijn uitgebracht, vielen me jaren geleden op in de bakken op de New Age-afdeling in een grote CD-zaak in Utrecht (het al lang niet meer bestaande Ear & Eye). De prachtige albumhoezen en de veelal mysterieuze thema’s die per CD verschillen, deden me besluiten om me eens in deze muziek te verdiepen. En wat bleek: een kolossale, muzikale wereld ging voor mij open. Muziek grotendeels uitgevoerd op keyboards en synthesizers. Ontzettend obscuur en onbekend, maar het mooie is dat de meeste muziek van deze albums (en dat zijn er nogal wat), erg goed is en van hoge kwaliteit. De ene release is zeker beter dan de ander, maar dat neemt niet weg dat er voor ieder wel wat te vinden is. Als je tenminste van intrigerende, mooie, instrumentale en grotendeels elektronische muziek houdt.
Walt Haymer is één van de vele componisten die voor Esovision muziek heeft gemaakt en deze Athos – The Holy Hill is één van zijn releases. Zijn stijl is een vorm van elektronische muziek die zowel bombastisch, zweverig als heel melodieus aandoet. Meestal bestaan zijn composities uit vaak vreemde, aparte intro-stukken. Veelal ontvouwen deze stukken zich uiteindelijk tot prachtige thema’s die meestal vrij groots en bombastisch klinken.
Opener “Dawn at the Holy Hill” is wat dat betreft een typisch voorbeeld van hoe de muziek van Walt Haymer in elkaar steekt: het begint zeer plechtig en majestueus, maar tegelijkertijd erg zweverig en bij vlagen abstract en ontvouwt zich pas later als bel- en gongklanken samengaan met een prachtig kabbelende en ritmische begeleiding en uiteindelijk een machtig hoofdthema laat horen. Een zeer mooi nummer waarin grootsheid en bombasme samengaan met serene harmonieën. Duidelijk een compositie trouwens waarin Vangelis heel erg in doorklinkt.
Andere opvallende nummers zijn o.a. “Bread and Wine” waarin kabbelende orgelklanken een duel met elkaar lijken aan te gaan. Later gaan deze samen met andere melodieën waardoor er een prachtig klankenpallet aan thema’s ontstaan.
De rest van de nummers doen er niet per se voor onder en laten een mooi scala aan klanktapijten horen in combinatie met mooie thema’s wat dit album toch de moeite waard maakt. ‘
Athos – The Holy Hill is niet de beste CD van Walt Haymer (die vlieger gaat op voor Mantra), maar is zeker de moeite waard om zo nu en dan eens op te zetten en maakt dit tot een alleraardigst album die in de gulden middenmoot te plaatsen valt.
Vandaar dan ook een 3,5.
Esoteric: Cry for God (1998)

3,5
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 19 mei 2009, 15:12 uur
Roland Baumgartner is een Oostenrijkse componist die vooral veel filmmuziek schijnt te maken, maar ook veel muziek aflevert voor theaterproducties. Vooral in zijn thuisland schijnt ie redelijk bekend te zijn, voor de rest zegt de beste man me maar weinig en ken ik hem voornamelijk van zijn bijdrage aan Esovision.
Met een hoop tam-tam opent meneer Baumgartner het album "Cry for God", één van zijn vele albums die uitgebracht zijn op dit label, gespecialiseerd in bijzondere, instrumentale wereldmuziek met allerlei verschillende stijlen. Veel muziek van Esovision wordt gebruikt voor o.a. actualiteiten-programma's en documentaires e.d, en is veelal uitgevoerd op keyboards en synthesizers, zoals ook dit album. Roland's muziek is vaak vrij bombastisch van aard, en vaak klinkt het alsof een compleet orkest de muziek verzorgd heeft. Nadere beluistering bewijst echter dat het gewoon om electronische muziek gaat, maar dan wel één van kwaliteit. Zoals ik al eerder in dit bericht aangaf, opent "Hear my Prayer" met een hoop bombarie. Het is een plechtig en hoffelijk klinkend psalm-achtig nummer waar wat thema's in verstopt zitten die zich een aantal keren herhalen, zonder dat het echt gaat vervelen.
"Supplication" daarentegen duurt net ff een paar minuten te lang. Het mooie voortkabbelende nummer kent een prachtig hoofdthema (beetje vergelijkbaar met "Falling Star" van "Celestial Harmonies", ook een Baumgartner-album), die zich een aantal keren herhaald, maar dan met andere klanken. Echter begint het op een gegeven moment allemaal wat waterig te klinken, waardoor ik de aandacht verlies. Nogmaals, een mooi nummer, maar te lang.
"Invocation" ligt weer in het verlengde van nummer 1 en biedt weer een scala aan thema's, gegoten in een bombastisch en vrij statig klinkend jasje.
Eén van de mooiste en meest ingetogen nummers die ik tot nu toe van Baumgartner heb gehoord, is het prachtige "Let Us Pray". Op de één of andere manier komt het nummer over als een soort slaapliedje, zo lieflijk klinkt het melodietje althans. Het is in ieder geval erg mooi, ondanks dat ook hier het hoofdthema zeer regelmatig herhaald wordt, iets waar Baumgartner sowieso wel een handje van heeft. Gelukkig weet hij het wel altijd zo te brengen, dat het niet eentonig gaat klinken. "Let Us Pray" doet me trouwens bij vlagen aan het meer ingetogen werk van Vangelis denken. Baumgartner's muziek heeft overigens wel vaker wat weg van die van Vangelis. Een beetje dezelfde groots- en plechtigheid.
Het wat meer mysterieus klinkende "Prayer Formula" zorgt qua sfeer weer voor wat meer afwisseling. Het mooie is dat het thema van dit nummer vrij geheimzinnig begint, om daarna uit te groeien tot iets wonderschoons. Ook hier valt Baumgartner in herhaling, maar storend is het ook hier niet.
"Silent Prayer" ligt in het verlengde van "Let Us Pray", en is weer een zeer mooi ingetogen nummer met een prachtig hoofdthema. Mijn vriendin viel het op, dat ze het thema herkende als zijnde een onderdeel van een traditioneel Christelijk gezang. Indien dat zo is, wordt er niet naar verwezen in het CD-boekje, maar ik geloof het best wel.
Het hoofdthema van dit album gaat dan ook over het geloof dat God onder ons aanwezig is, en dat je die d.m.v. een gebed rechtstreeks kan benaderen, muzikaal vertaald en geïnterpreteerd op dit album.
Nu moet ik bekennen dat de verschillende thema's waarmee de Esovision-albums mee komen aanzetten (het gaat voornamelijk over onderwerpen die esoterisch van aard zijn), me eigenlijk niet zo heel veel doen. Ik houd me ook niet bezig met esoterie. Het gaat me om de muziek, en die is gewoon van goede kwaliteit. Zo ook deze "Cry for God". Een zeer ruime 3,5 vind ik hier wel op zijn plaats.
Met een hoop tam-tam opent meneer Baumgartner het album "Cry for God", één van zijn vele albums die uitgebracht zijn op dit label, gespecialiseerd in bijzondere, instrumentale wereldmuziek met allerlei verschillende stijlen. Veel muziek van Esovision wordt gebruikt voor o.a. actualiteiten-programma's en documentaires e.d, en is veelal uitgevoerd op keyboards en synthesizers, zoals ook dit album. Roland's muziek is vaak vrij bombastisch van aard, en vaak klinkt het alsof een compleet orkest de muziek verzorgd heeft. Nadere beluistering bewijst echter dat het gewoon om electronische muziek gaat, maar dan wel één van kwaliteit. Zoals ik al eerder in dit bericht aangaf, opent "Hear my Prayer" met een hoop bombarie. Het is een plechtig en hoffelijk klinkend psalm-achtig nummer waar wat thema's in verstopt zitten die zich een aantal keren herhalen, zonder dat het echt gaat vervelen.
"Supplication" daarentegen duurt net ff een paar minuten te lang. Het mooie voortkabbelende nummer kent een prachtig hoofdthema (beetje vergelijkbaar met "Falling Star" van "Celestial Harmonies", ook een Baumgartner-album), die zich een aantal keren herhaald, maar dan met andere klanken. Echter begint het op een gegeven moment allemaal wat waterig te klinken, waardoor ik de aandacht verlies. Nogmaals, een mooi nummer, maar te lang.
"Invocation" ligt weer in het verlengde van nummer 1 en biedt weer een scala aan thema's, gegoten in een bombastisch en vrij statig klinkend jasje.
Eén van de mooiste en meest ingetogen nummers die ik tot nu toe van Baumgartner heb gehoord, is het prachtige "Let Us Pray". Op de één of andere manier komt het nummer over als een soort slaapliedje, zo lieflijk klinkt het melodietje althans. Het is in ieder geval erg mooi, ondanks dat ook hier het hoofdthema zeer regelmatig herhaald wordt, iets waar Baumgartner sowieso wel een handje van heeft. Gelukkig weet hij het wel altijd zo te brengen, dat het niet eentonig gaat klinken. "Let Us Pray" doet me trouwens bij vlagen aan het meer ingetogen werk van Vangelis denken. Baumgartner's muziek heeft overigens wel vaker wat weg van die van Vangelis. Een beetje dezelfde groots- en plechtigheid.
Het wat meer mysterieus klinkende "Prayer Formula" zorgt qua sfeer weer voor wat meer afwisseling. Het mooie is dat het thema van dit nummer vrij geheimzinnig begint, om daarna uit te groeien tot iets wonderschoons. Ook hier valt Baumgartner in herhaling, maar storend is het ook hier niet.
"Silent Prayer" ligt in het verlengde van "Let Us Pray", en is weer een zeer mooi ingetogen nummer met een prachtig hoofdthema. Mijn vriendin viel het op, dat ze het thema herkende als zijnde een onderdeel van een traditioneel Christelijk gezang. Indien dat zo is, wordt er niet naar verwezen in het CD-boekje, maar ik geloof het best wel.
Het hoofdthema van dit album gaat dan ook over het geloof dat God onder ons aanwezig is, en dat je die d.m.v. een gebed rechtstreeks kan benaderen, muzikaal vertaald en geïnterpreteerd op dit album.
Nu moet ik bekennen dat de verschillende thema's waarmee de Esovision-albums mee komen aanzetten (het gaat voornamelijk over onderwerpen die esoterisch van aard zijn), me eigenlijk niet zo heel veel doen. Ik houd me ook niet bezig met esoterie. Het gaat me om de muziek, en die is gewoon van goede kwaliteit. Zo ook deze "Cry for God". Een zeer ruime 3,5 vind ik hier wel op zijn plaats.
Esoteric: Moonspell (1998)

3,0
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 22 september 2017, 15:05 uur
De Tsjechische Otakar Olsanik heeft rustgevende, elektronische muziek gemaakt voor o.a. het Esovision-label. Moonspell is één van die albums en is net zoals het album Sufism eentje die vol staat met weidse, zweverige en rustgevende synthesizermuziek in de trend van vooral Vangelis.
Maar waar de muziek van Vangelis voornamelijk erg blijft hangen, lijkt het wel alsof de muziek van Olsanik op een gegeven moment dreigt weg te drijven in saaiheid. Niet dat het slecht is, maar het grijpt dan ook niet aan zoals het zou moeten doen. Daarvoor klinkt het over de gehele linie veel te veel hetzelfde.
De nummers onderling kennen dus weinig variatie wat ervoor zorgt dat de aandacht niet vastgehouden wordt. En dat is jammer, want de intentie is goed; de muziek klinkt mooi, vredig en relaxed. Maar een beetje meer afwisseling binnen de muziek en dan vooral in de nummers had e.e.a. zeker wel goed gedaan.
Nu is het vooral effectief als kabbelende achtergrondmuziek die je zeker helpt om te ontstressen en in slaap komen zal ook zeker geen probleem zijn. En misschien is het daar wel specifiek voor bedoelt, weet ik veel...
Maar als boeiende, meeslepende elektronische muziek is het net allemaal wat te saai.
De muziek is en blijft mooi, dat staat buiten kijf. Maar meer dan 3 punten is er niet aan te geven: een bescheiden voldoende dus....
Maar waar de muziek van Vangelis voornamelijk erg blijft hangen, lijkt het wel alsof de muziek van Olsanik op een gegeven moment dreigt weg te drijven in saaiheid. Niet dat het slecht is, maar het grijpt dan ook niet aan zoals het zou moeten doen. Daarvoor klinkt het over de gehele linie veel te veel hetzelfde.
De nummers onderling kennen dus weinig variatie wat ervoor zorgt dat de aandacht niet vastgehouden wordt. En dat is jammer, want de intentie is goed; de muziek klinkt mooi, vredig en relaxed. Maar een beetje meer afwisseling binnen de muziek en dan vooral in de nummers had e.e.a. zeker wel goed gedaan.
Nu is het vooral effectief als kabbelende achtergrondmuziek die je zeker helpt om te ontstressen en in slaap komen zal ook zeker geen probleem zijn. En misschien is het daar wel specifiek voor bedoelt, weet ik veel...
Maar als boeiende, meeslepende elektronische muziek is het net allemaal wat te saai.
De muziek is en blijft mooi, dat staat buiten kijf. Maar meer dan 3 punten is er niet aan te geven: een bescheiden voldoende dus....
Esoteric: Opposite Worlds (1997)

2,5
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 6 maart 2010, 18:54 uur
Dit is muzikaal gezien eigenlijk maar een vreemd album. Nu ben ik wel op de hoogte van Michael's eigenzinnige stijl, en verrast Opposite Worlds me daardoor ook niet zodanig, echter is het het dit keer nogal érg vreemde karakter wat dit album een apart, maar helaas ook een beetje een matig smoelwerk meegeeft.
Michael weet mooie, melodieuze, muzikale passages vaak om beurten af te wisselen met over het algemeen nogal gekke stukken, waarop vaak soms wat belachelijk in het gehoor klinkende percussie-instrumenten te horen zijn, gecombineerd met rare mensen-of dierengeluiden. Dit is een onderdeel van zijn stijl, die hij eigenlijk op elk album toepast. Een goed voorbeeld is "Realm in the Ocean" waarop rare, onwezenlijke passages hand in hand gaan met cartooneske melodielijntjes. Des te verrassender is het dan des te meer, wanneer het nummer in één keer omslaat en er opeens een mooie, veel serieuzere melodielijn om de hoek komt kijken, vrij snel opgevolgt daar alweer zo'n stompzinnige passage. Het lijkt wel alsof allerlei vreemde muzikale collages op een hoop zijn gegooid die versmolten zijn tot één geheel. En dan is dit nummer slechts een voorbeeld. De rest van het album steekt ook zo in elkaar.
"Wonderlands of Childhood" heeft hetzelfde karakter, alleen zijn de melodielijntjes nu veranderd in baby-en peuter-riedeltjes. Best grappig, maar eigenlijk ook wel een beetje fout. Wel valt op te merken, dat ik zowaar een gedeelte van een thema terug hoorde, die Michael gebruikt heeft op de track "Longing for this Life" van Transmigration of Souls.
Op "Crusaders' Destination" wordt het zelfs nog erger, wanneer er Arabisch klinkende stukken opduiken, die zowaar echt verschrikkelijk vals klinken. Daar kunnen de betere momenten van het nummer eigenlijk niets goeds meer aan doen. Het is dan ook hier waar Michael voor mijn gevoel écht een beetje dooslaat.
Die gekke Arabische klanken komen ook weer terug op "Happy Hunting Grounds", maar gelukkig klinken ze dit keer niet zo vreselijk irritant als op "Crusaders'...". Ook hier zijn weer vreemdsoortige dierengeluiden te horen, dit keer van walvissen.
En ach ja... zo kabbelt de plaat door, zonder echt indruk te maken, wat jammer is, aangezien Michael Duke i.m.o. heeft bewezen, dat hij, dankzij z'n unieke stijl, absoluut beter kan, getuige albums als Transmigration of Souls en Rites for the Dead.
Zijn gekke stijl, samen met soms echt gave thema's is een typerend handelsmerk van 'm. Echter klinkt het hier te overtrokken, waardoor het materiaal er absoluut onder lijdt. Ook de betere en mooiere stukken van dit album, en die zijn er echt wel, kunnen het dit keer niet compenseren, waardoor ik helaas blijf hangen op een 2,5. Volgende keer beter, Mike...!!
Michael weet mooie, melodieuze, muzikale passages vaak om beurten af te wisselen met over het algemeen nogal gekke stukken, waarop vaak soms wat belachelijk in het gehoor klinkende percussie-instrumenten te horen zijn, gecombineerd met rare mensen-of dierengeluiden. Dit is een onderdeel van zijn stijl, die hij eigenlijk op elk album toepast. Een goed voorbeeld is "Realm in the Ocean" waarop rare, onwezenlijke passages hand in hand gaan met cartooneske melodielijntjes. Des te verrassender is het dan des te meer, wanneer het nummer in één keer omslaat en er opeens een mooie, veel serieuzere melodielijn om de hoek komt kijken, vrij snel opgevolgt daar alweer zo'n stompzinnige passage. Het lijkt wel alsof allerlei vreemde muzikale collages op een hoop zijn gegooid die versmolten zijn tot één geheel. En dan is dit nummer slechts een voorbeeld. De rest van het album steekt ook zo in elkaar.
"Wonderlands of Childhood" heeft hetzelfde karakter, alleen zijn de melodielijntjes nu veranderd in baby-en peuter-riedeltjes. Best grappig, maar eigenlijk ook wel een beetje fout. Wel valt op te merken, dat ik zowaar een gedeelte van een thema terug hoorde, die Michael gebruikt heeft op de track "Longing for this Life" van Transmigration of Souls.
Op "Crusaders' Destination" wordt het zelfs nog erger, wanneer er Arabisch klinkende stukken opduiken, die zowaar echt verschrikkelijk vals klinken. Daar kunnen de betere momenten van het nummer eigenlijk niets goeds meer aan doen. Het is dan ook hier waar Michael voor mijn gevoel écht een beetje dooslaat.
Die gekke Arabische klanken komen ook weer terug op "Happy Hunting Grounds", maar gelukkig klinken ze dit keer niet zo vreselijk irritant als op "Crusaders'...". Ook hier zijn weer vreemdsoortige dierengeluiden te horen, dit keer van walvissen.
En ach ja... zo kabbelt de plaat door, zonder echt indruk te maken, wat jammer is, aangezien Michael Duke i.m.o. heeft bewezen, dat hij, dankzij z'n unieke stijl, absoluut beter kan, getuige albums als Transmigration of Souls en Rites for the Dead.
Zijn gekke stijl, samen met soms echt gave thema's is een typerend handelsmerk van 'm. Echter klinkt het hier te overtrokken, waardoor het materiaal er absoluut onder lijdt. Ook de betere en mooiere stukken van dit album, en die zijn er echt wel, kunnen het dit keer niet compenseren, waardoor ik helaas blijf hangen op een 2,5. Volgende keer beter, Mike...!!
Esoteric: Sexual Magic (1994)

4,0
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 23 mei 2009, 18:12 uur
Kan muziek sexy zijn? Tja, ik moet eerlijk bekennen dat ik daar eigenlijk niet zo bij stil sta. Dat muziek een bepaalde sexuele lading kan overbrengen is volgens mij wel waar. Oftewel, muziek om de liefde op te bedrijven. Dit album van Hermes St. John heeft wel een bepaalde aantrekkingskracht; op een zodanige manier, dat het wel degelijk iets met je doet. Of het op sexueel gebied is, weet ik niet. Voor sommigen misschien.
Feit is, dat dit album verdomd lekkere (leuk woordgrapje in dit geval....
) muziek bevat. "Tantric Sex" begint meteen met sensuele, mysterieuze en een beetje Indiaas klinkende melodielijntjes, waarbij de toon meteen wordt gezet. Langzaam wordt er naar het hoofdthema gewerkt, die verrassend toegankelijk en pakkend klinkt, totdat er op een gegeven moment langzaam een toepasselijk en zwoel ritme bijkomt.
"Temple of Venus" begint met een warme klank die vrij lang aanhoudt, totdat er een lekker ritme wordt opgebouwd. Langzaam ontvouwt het nummer zich en komen er steeds meer subtiele melodielijntjes bij, totdat het hoofdthema van zich laat horen. Ook dit nummer is erg fijn om naar te luisteren.
Ingetogen en sereen klinkt vervolgens "Agape", die het vooral moet hebben van een mooi thema die op een vrij majestueuze manier wordt neergezet.
"School of Aspasia" is misschien wel de klapper van het album. Het nummer wordt groots aangekondigd, om vervolgens wat kabbelend en zweverig te gaan klinken. Uit de brei van klanken, onstaat vervolgens een mooi, ritmisch klankpatroon, waar op een gegeven moment allerlei verschillende percussie-instrumenten bijkomen. Het nummer blijft zich ontwikkelen, net zolang totdat het hoofdthema wordt ingezet, die vrij overheersend klinkt.
"Eros & Sexus" begint met walvis-achtige staccato-klanken, wat sowieso al een hip geluid van zichzelf is, maar er worden allerlei mooie klanktapijten aan toegevoegd, inclusief een memorabel hoofdthema.
Tot slot grijpt "Kamasutra" terug naar die Indiase klanken van het eerste nummer, en is wederom een lekker ritmisch geheel, waaroverheen allerlei pakkende klanken en melodietjes heen worden gelegd.
Alhoewel ik nog niet alle albums van Hermes St. John ken, durf ik nu al te concluderen, dat dit één van zijn betere, zo niet zijn beste album is. Vandaar ook 4 punten voor deze sexuele magie
.
Feit is, dat dit album verdomd lekkere (leuk woordgrapje in dit geval....
) muziek bevat. "Tantric Sex" begint meteen met sensuele, mysterieuze en een beetje Indiaas klinkende melodielijntjes, waarbij de toon meteen wordt gezet. Langzaam wordt er naar het hoofdthema gewerkt, die verrassend toegankelijk en pakkend klinkt, totdat er op een gegeven moment langzaam een toepasselijk en zwoel ritme bijkomt. "Temple of Venus" begint met een warme klank die vrij lang aanhoudt, totdat er een lekker ritme wordt opgebouwd. Langzaam ontvouwt het nummer zich en komen er steeds meer subtiele melodielijntjes bij, totdat het hoofdthema van zich laat horen. Ook dit nummer is erg fijn om naar te luisteren.
Ingetogen en sereen klinkt vervolgens "Agape", die het vooral moet hebben van een mooi thema die op een vrij majestueuze manier wordt neergezet.
"School of Aspasia" is misschien wel de klapper van het album. Het nummer wordt groots aangekondigd, om vervolgens wat kabbelend en zweverig te gaan klinken. Uit de brei van klanken, onstaat vervolgens een mooi, ritmisch klankpatroon, waar op een gegeven moment allerlei verschillende percussie-instrumenten bijkomen. Het nummer blijft zich ontwikkelen, net zolang totdat het hoofdthema wordt ingezet, die vrij overheersend klinkt.
"Eros & Sexus" begint met walvis-achtige staccato-klanken, wat sowieso al een hip geluid van zichzelf is, maar er worden allerlei mooie klanktapijten aan toegevoegd, inclusief een memorabel hoofdthema.
Tot slot grijpt "Kamasutra" terug naar die Indiase klanken van het eerste nummer, en is wederom een lekker ritmisch geheel, waaroverheen allerlei pakkende klanken en melodietjes heen worden gelegd.
Alhoewel ik nog niet alle albums van Hermes St. John ken, durf ik nu al te concluderen, dat dit één van zijn betere, zo niet zijn beste album is. Vandaar ook 4 punten voor deze sexuele magie
.Esoteric: Tarot (1992)

4,0
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 3 december 2014, 10:46 uur
Tarot (volledige titel is eigenlijk The Stations of the Tarot) is het 4de deel van het omvangrijke oeuvre van Esovision, een onderdeel van Arcadia, een enorme muziekbibliotheek. Deze muziek wordt o.a. gebruikt door Reclame Bureaus en de Media Industrie en is daar dan ook specifiek voor gemaakt.
Buiten dat feit om is de muziek over het algemeen ook gewoon bedoeld voor privédoeleinden en daarom dan ook gewoon verkrijgbaar op CD.
De esoterische muziek-CD’s zoals ze via het sub-label Esovision zijn uitgebracht, vielen me jaren geleden op in de bakken op de New Age-afdeling in een grote CD-zaak in Utrecht (het al lang niet meer bestaande Ear & Eye). De prachtige albumhoezen en de veelal mysterieuze thema’s die per CD verschillen, deden me besluiten om me eens in deze muziek te verdiepen. En wat bleek: een kolossale, muzikale wereld ging voor mij open. Muziek grotendeels uitgevoerd op keyboards en synthesizers. Ontzettend obscuur en onbekend, maar het mooie is dat de meeste muziek van deze albums (en dat zijn er nogal wat), erg goed is en van hoge kwaliteit. De ene release is zeker beter dan de ander, maar dat neemt niet weg dat er voor ieder wel wat te vinden is. Als je tenminste van intrigerende, mooie, instrumentale en grotendeels elektronische muziek houdt.
Christian Hanak is verantwoordelijk voor Tarot, zijn eerste release op Esovision en tegelijkertijd één van zijn meest opvallende. In tegenstelling tot de meeste andere releases van Esovision én die van Christian Hanak zelf, bestaat dit album namelijk uit composities die stuk voor stuk slechts twee tot drie minuten duren. Sommigen zelfs krap twee minuten! En toch kennen ze allemaal hun eigen karakter en doet eigenlijk geen enkel nummer onder aan de rest. Wat automatisch resulteert in een uiterst genietbaar, maar bovenal lekker afwisselend album waarin binnen het flinke scala aan nummers, ontzettend veel gebeurd. Uiteraard is ieder nummer een kwestie van persoonlijke smaak, immers heb ik ook duidelijk mijn favorieten. Feit blijft, dat Christian het voor elkaar krijgt om op dit album elke keer een stukje muziek voor te schotelen die overduidelijk een eigen kop en staart kent.
The Stations of the Tarot is een uiterst vermakelijk en leuk album die ook nog eens van een redelijk hoog niveau is. Het album is zo leuk dat ik, enthousiast als ik ben, elk nummer even kort onder de loep wil nemen. Of in dit geval, elke kaart.
“The World” knalt er meteen goed in en laat een venijnige melodie horen in combinatie met een drukke en opzwepende ritmische ondersteuning. Kort, maar krachtig en kernachtig.
“The Fool” is iets meeslepender van aard, maar tegelijkertijd is het een lekker vlot nummer. Ook dit nummer laat horen dat Christian Hanak niet veel tijd nodig heeft om prettige en herkenbare thema’s volledig tot leven te laten komen binnen een compositie die krap 3 minuten duurt.
“The Magician” is theatraler en pompeuzer van aard. Het klinkt een beetje melig bij vlagen, maar is bovenal ook weer lekker afwisselend. Sprankelend, grappig en melodieus tegelijkertijd.
“The High Priestess” zet het theatrale karakter van zijn voorganger door, hoewel het nummer neigt wat overdreven te klinken door het vele melodieuze en bombastische getetter. Daardoor lijkt de meligheid wat de overhand te krijgen.
“The Empress” is een echte knaller. Het begint wat dramatisch om daarna een rock-achtig karakter te krijgen. Een stoer, opzwepend nummer waarin het lijkt alsof er met een hoop poeha daadwerkelijk een keizerin aan het publiek wordt aangekondigd. Wat dan ook gepaard gaat met een hoop geklap en gejuich. Ook leuk hoe het stoere thema hand in hand gaat met een meer koninklijk getint thema die tussendoor de revue passeert. Eén van de toppers van het album.
“The Emperor” is van subtieler niveau. Een mooi nummer met een mooi, rustig thema. De keizer vind het niet nodig om de show te stelen. Hij weet wie hij is en hoeft dit in tegenstelling tot de keizerin niet van de daken te schreeuwen. In ieder geval een erg fijn nummer om even gas mee terug te nemen.
“The Pope” duikelt van het ene thema in het andere. Een wat grilliger klinkend nummer die klinkt als het thema bij één of andere naargeestige kermisattractie. Niet per se vervelend, alhoewel ik dit nummer wat geforceerd vind klinken.
“The Lovers” doet weer wat neutraler aan. Alhoewel het thema niet per se klinkt alsof we het hier daadwerkelijk hebben over twee geliefden. Het kent in het midden ook even een wat ongewoon klinkende overgang. Verder is het wel een fijn nummertje.
“The Chariot” is weer een wat rustiger nummer. Geen gedoe, gewoon even bijkomen met een mooi themaatje zonder de nodige opsmuk. Helemaal niet onaardig.
“Strength” heeft een geforceerd aanwezige, bombastische opening die me niet zo aanstaat. Het nummer blijft in dit vaarwater verkeren. Erg nadrukkelijk, maar gelukkig ook erg kort. Niet zo geslaagd.
“The Hermit” is erg lekker. Rustig, kabbelend melodielijntje wat zorgt voor een alleraardigst thema, ondanks dat dit nummer gek genoeg verder niet écht speciaal klinkt, toch uitmondt in één van mijn favorieten. Soms hoeft het allemaal niet zo onbedoeld geforceerd te klinken om toch te spreken van een prima stukje muziek.
“Wheel of Fortune” is een meeslepende, wat groots klinkende compositie die behoudend en kalm blijft klinken. Af en toe mooi en subtiel en soms wat dreigend.
“Justice” trekt alle registers open en lijkt zowaar op muziek wat zeker wel gepast zou hebben op de achtergrond bij één of andere freakshow. Excentriek, vreemd en toch ook wel erg gaaf, is dit zeker één van de opvallendste nummers van het album. Lekker gek en toch erg goed.
“The Hanged Man” is zeker geen droevig, somber stukje muziek wat de titel namelijk doet vermoeden. Integendeel, het is een prachtig stukje muziek die zelfs opvallend veel pop-invloeden laat horen. Heel pakkend en opzwepend en bovenal heerlijk om naar te luisteren. Wederom een persoonlijk toppertje.
“Death” klinkt heel ritmisch en ietwat broeierig en heeft tegelijkertijd een dramatische meeslependheid over zich. Daarnaast toch ook weer erg afwisselend met veel bravoure, is dit eigenlijk een heel levendige compositie die allesbehalve doods klinkt. Ook al doet de titel anders vermoeden.
“Temperance” klinkt ergens wel apart; het nummer heeft in het begin namelijk een behoorlijk huppelend spring-in-het-veld karakter. Echter mondt het nummer al snel uit tot een stoer, heerlijk ritmisch en vrolijk stukje muziek. Daarna wisselen de stijlen zich vrij snel weer af wat uiteindelijk zorgt voor een behoorlijk dynamisch, geweldig nummer.
“The Devil” is wederom niet wat je verwacht van een nummer met zo’n titel. Het is juist een heel behoudend klinkend nummer met een fijn thema. Geen kwaadaardig gedoe, geen duistere toestanden. Gewoon een heel onschuldig, maar bovenal een lekker onbezorgd stukje muziek.
“The Tower” heeft weer iets plechtstatigs over zich. Majestueus, theatraal en deftig is dit wederom weer een fijn stukje muziek. Het had iets subtieler gemogen, want ondanks het mooie thema klinkt dit nummer wat te lawaaierig. Het ontsiert de muziek in dit geval een beetje. Ondanks dat het niet zo bedoeld zal zijn.
“The Star” heeft door de rock-stijl een wat steviger smoelwerk en is een leuk nummer, ook al neigt het getetter, wat voor het thema door moet gaan, wat teveel de overhand te krijgen. Voor de rest is het best een tof nummer vanwege de stoere en stevige insteek die de muziek met zich meebrengt. En het einde komt best als een verrassing.
“The Moon” klinkt wat geheimzinnig en mysterieus en wordt naar het einde toe wat heftiger. Niet veel speciaals, maar ook niet onaardig verder.
“The Sun” is een levendige, ietwat opzwepende compositie. Het is het positieve, warme karakter van het thema die de muziek z’n kracht geeft, al ware het de zonnestralen zelf die warmte, kracht en blijdschap biedt.
“The Judgement” zorgt voor een passend einde van deze uiterst genietbare plaat. Middels een hoop bombarie, worden de registers nog even flink opengetrokken en laat dit laatste nummer een scala aan charmante themaatjes horen, gezamenlijk met een hoop toeters en bellen. Letterlijk en figuurlijk!
The Stations of the Tarot is een aanrader. Normaal gesproken gaat mijn voorkeur niet zo uit naar relatief korte nummers. Vaak is het zo dat op het moment dat een nummer lijkt te gaan ‘lopen’, deze dan alweer afgelopen is. Zo niet met dit album; elk nummer duurt precies lang genoeg en boeit van begin tot eind. Ook is het leuk dat Christian zoveel diverse stijlen binnen zijn muzikale spectrum laat opkomen. Het zorgt voor enorm veel afwisseling binnen de muziek.
Dit uiterst vermakelijke, maar bovenal genietbare album verdient dan ook 4 punten en maakt me dan ook benieuwd naar de rest van Christian’s releases op Esovision.
Buiten dat feit om is de muziek over het algemeen ook gewoon bedoeld voor privédoeleinden en daarom dan ook gewoon verkrijgbaar op CD.
De esoterische muziek-CD’s zoals ze via het sub-label Esovision zijn uitgebracht, vielen me jaren geleden op in de bakken op de New Age-afdeling in een grote CD-zaak in Utrecht (het al lang niet meer bestaande Ear & Eye). De prachtige albumhoezen en de veelal mysterieuze thema’s die per CD verschillen, deden me besluiten om me eens in deze muziek te verdiepen. En wat bleek: een kolossale, muzikale wereld ging voor mij open. Muziek grotendeels uitgevoerd op keyboards en synthesizers. Ontzettend obscuur en onbekend, maar het mooie is dat de meeste muziek van deze albums (en dat zijn er nogal wat), erg goed is en van hoge kwaliteit. De ene release is zeker beter dan de ander, maar dat neemt niet weg dat er voor ieder wel wat te vinden is. Als je tenminste van intrigerende, mooie, instrumentale en grotendeels elektronische muziek houdt.
Christian Hanak is verantwoordelijk voor Tarot, zijn eerste release op Esovision en tegelijkertijd één van zijn meest opvallende. In tegenstelling tot de meeste andere releases van Esovision én die van Christian Hanak zelf, bestaat dit album namelijk uit composities die stuk voor stuk slechts twee tot drie minuten duren. Sommigen zelfs krap twee minuten! En toch kennen ze allemaal hun eigen karakter en doet eigenlijk geen enkel nummer onder aan de rest. Wat automatisch resulteert in een uiterst genietbaar, maar bovenal lekker afwisselend album waarin binnen het flinke scala aan nummers, ontzettend veel gebeurd. Uiteraard is ieder nummer een kwestie van persoonlijke smaak, immers heb ik ook duidelijk mijn favorieten. Feit blijft, dat Christian het voor elkaar krijgt om op dit album elke keer een stukje muziek voor te schotelen die overduidelijk een eigen kop en staart kent.
The Stations of the Tarot is een uiterst vermakelijk en leuk album die ook nog eens van een redelijk hoog niveau is. Het album is zo leuk dat ik, enthousiast als ik ben, elk nummer even kort onder de loep wil nemen. Of in dit geval, elke kaart.
“The World” knalt er meteen goed in en laat een venijnige melodie horen in combinatie met een drukke en opzwepende ritmische ondersteuning. Kort, maar krachtig en kernachtig.
“The Fool” is iets meeslepender van aard, maar tegelijkertijd is het een lekker vlot nummer. Ook dit nummer laat horen dat Christian Hanak niet veel tijd nodig heeft om prettige en herkenbare thema’s volledig tot leven te laten komen binnen een compositie die krap 3 minuten duurt.
“The Magician” is theatraler en pompeuzer van aard. Het klinkt een beetje melig bij vlagen, maar is bovenal ook weer lekker afwisselend. Sprankelend, grappig en melodieus tegelijkertijd.
“The High Priestess” zet het theatrale karakter van zijn voorganger door, hoewel het nummer neigt wat overdreven te klinken door het vele melodieuze en bombastische getetter. Daardoor lijkt de meligheid wat de overhand te krijgen.
“The Empress” is een echte knaller. Het begint wat dramatisch om daarna een rock-achtig karakter te krijgen. Een stoer, opzwepend nummer waarin het lijkt alsof er met een hoop poeha daadwerkelijk een keizerin aan het publiek wordt aangekondigd. Wat dan ook gepaard gaat met een hoop geklap en gejuich. Ook leuk hoe het stoere thema hand in hand gaat met een meer koninklijk getint thema die tussendoor de revue passeert. Eén van de toppers van het album.
“The Emperor” is van subtieler niveau. Een mooi nummer met een mooi, rustig thema. De keizer vind het niet nodig om de show te stelen. Hij weet wie hij is en hoeft dit in tegenstelling tot de keizerin niet van de daken te schreeuwen. In ieder geval een erg fijn nummer om even gas mee terug te nemen.
“The Pope” duikelt van het ene thema in het andere. Een wat grilliger klinkend nummer die klinkt als het thema bij één of andere naargeestige kermisattractie. Niet per se vervelend, alhoewel ik dit nummer wat geforceerd vind klinken.
“The Lovers” doet weer wat neutraler aan. Alhoewel het thema niet per se klinkt alsof we het hier daadwerkelijk hebben over twee geliefden. Het kent in het midden ook even een wat ongewoon klinkende overgang. Verder is het wel een fijn nummertje.
“The Chariot” is weer een wat rustiger nummer. Geen gedoe, gewoon even bijkomen met een mooi themaatje zonder de nodige opsmuk. Helemaal niet onaardig.
“Strength” heeft een geforceerd aanwezige, bombastische opening die me niet zo aanstaat. Het nummer blijft in dit vaarwater verkeren. Erg nadrukkelijk, maar gelukkig ook erg kort. Niet zo geslaagd.
“The Hermit” is erg lekker. Rustig, kabbelend melodielijntje wat zorgt voor een alleraardigst thema, ondanks dat dit nummer gek genoeg verder niet écht speciaal klinkt, toch uitmondt in één van mijn favorieten. Soms hoeft het allemaal niet zo onbedoeld geforceerd te klinken om toch te spreken van een prima stukje muziek.
“Wheel of Fortune” is een meeslepende, wat groots klinkende compositie die behoudend en kalm blijft klinken. Af en toe mooi en subtiel en soms wat dreigend.
“Justice” trekt alle registers open en lijkt zowaar op muziek wat zeker wel gepast zou hebben op de achtergrond bij één of andere freakshow. Excentriek, vreemd en toch ook wel erg gaaf, is dit zeker één van de opvallendste nummers van het album. Lekker gek en toch erg goed.
“The Hanged Man” is zeker geen droevig, somber stukje muziek wat de titel namelijk doet vermoeden. Integendeel, het is een prachtig stukje muziek die zelfs opvallend veel pop-invloeden laat horen. Heel pakkend en opzwepend en bovenal heerlijk om naar te luisteren. Wederom een persoonlijk toppertje.
“Death” klinkt heel ritmisch en ietwat broeierig en heeft tegelijkertijd een dramatische meeslependheid over zich. Daarnaast toch ook weer erg afwisselend met veel bravoure, is dit eigenlijk een heel levendige compositie die allesbehalve doods klinkt. Ook al doet de titel anders vermoeden.
“Temperance” klinkt ergens wel apart; het nummer heeft in het begin namelijk een behoorlijk huppelend spring-in-het-veld karakter. Echter mondt het nummer al snel uit tot een stoer, heerlijk ritmisch en vrolijk stukje muziek. Daarna wisselen de stijlen zich vrij snel weer af wat uiteindelijk zorgt voor een behoorlijk dynamisch, geweldig nummer.
“The Devil” is wederom niet wat je verwacht van een nummer met zo’n titel. Het is juist een heel behoudend klinkend nummer met een fijn thema. Geen kwaadaardig gedoe, geen duistere toestanden. Gewoon een heel onschuldig, maar bovenal een lekker onbezorgd stukje muziek.
“The Tower” heeft weer iets plechtstatigs over zich. Majestueus, theatraal en deftig is dit wederom weer een fijn stukje muziek. Het had iets subtieler gemogen, want ondanks het mooie thema klinkt dit nummer wat te lawaaierig. Het ontsiert de muziek in dit geval een beetje. Ondanks dat het niet zo bedoeld zal zijn.
“The Star” heeft door de rock-stijl een wat steviger smoelwerk en is een leuk nummer, ook al neigt het getetter, wat voor het thema door moet gaan, wat teveel de overhand te krijgen. Voor de rest is het best een tof nummer vanwege de stoere en stevige insteek die de muziek met zich meebrengt. En het einde komt best als een verrassing.
“The Moon” klinkt wat geheimzinnig en mysterieus en wordt naar het einde toe wat heftiger. Niet veel speciaals, maar ook niet onaardig verder.
“The Sun” is een levendige, ietwat opzwepende compositie. Het is het positieve, warme karakter van het thema die de muziek z’n kracht geeft, al ware het de zonnestralen zelf die warmte, kracht en blijdschap biedt.
“The Judgement” zorgt voor een passend einde van deze uiterst genietbare plaat. Middels een hoop bombarie, worden de registers nog even flink opengetrokken en laat dit laatste nummer een scala aan charmante themaatjes horen, gezamenlijk met een hoop toeters en bellen. Letterlijk en figuurlijk!
The Stations of the Tarot is een aanrader. Normaal gesproken gaat mijn voorkeur niet zo uit naar relatief korte nummers. Vaak is het zo dat op het moment dat een nummer lijkt te gaan ‘lopen’, deze dan alweer afgelopen is. Zo niet met dit album; elk nummer duurt precies lang genoeg en boeit van begin tot eind. Ook is het leuk dat Christian zoveel diverse stijlen binnen zijn muzikale spectrum laat opkomen. Het zorgt voor enorm veel afwisseling binnen de muziek.
Dit uiterst vermakelijke, maar bovenal genietbare album verdient dan ook 4 punten en maakt me dan ook benieuwd naar de rest van Christian’s releases op Esovision.
Esoteric: The Fall of Mankind (1998)

3,5
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 21 mei 2009, 11:46 uur
"The Fall of Mankind" is een zeer redelijk tot de verbeelding sprekende, muzikale interpretatie van het verhaal over de zondeval. Oftewel Adam en Eva, die gelukkig leefden in het paradijs die God hen had geschonken (hier gaan de eerste 2 nummers over). Totdat Satan (vermomd als slang), Eva wist te verleiden tot het eten van een appel die aan de boom der kennis van goed en kwaad groeide ("Tree of Knowledge"). Hierna werden ze zich bewust van hun naaktheid en begonnen zich ervoor te schamen ("Loss of Innocence"). Voor God's aangezicht moesten ze zich verantwoorden en werden uiteindelijk gestraft ("In the Heat of Thy Face") om vervolgens te horen te krijgen dat ze het Paradijs voor altijd moesten verlaten ("Expulsion from Paradise").
Hermes St. John heeft dit verhaal als een soort soundtrack weten neer te zetten, en het resultaat is zeer aardig te noemen. De beide thema's van Adam en Eva komen goed naar voren. Waar "Adam - The Manly Principle" intrigerend en groots klinkt, klinkt "Eve - The Female Principle" sprankelend en ingetogen.
"Tree of Knowledge" is vooral een zeer uitgesponnen en rustig, mystiek stukje muziek die al net zo ongrijpbaar klinkt, als het hele concept achter de boom.
"Loss of Innocence" begint als een vreedzaam stukje muziek waar ik Vangelis een beetje in herken, om vervolgens te veranderen in een stuk opbouwende muziek die juist qua stijl erg veel weg heeft van Ravel's "Bolero".
De muziek wordt desolater en somberder van aard met de laatste 2 tracks. "In the Heat of Thy Face" is een dreigend en somber stukje muziek die werkelijk klinkt alsof je je voor je daden moet verantwoorden, daar spijt van hebt maar tegelijkertijd realiseert, dat er geen weg meer terug is.
Tot slot hoor ik duidelijk in "Expulsion from Paradise" een aantal elementen terug: in de eerste 2 minuten lijkt er nog niets aan de hand te zijn en hoor ik prachtige, sfeervolle passages die je doen denken, alsof je je werkelijk in het Paradijs begeeft, maar ergens onder de oppervlakte groeit het besef dat je dit oord ven heerlijkheid moet verlaten. Vervolgens verandert de muziek in een kabbelend thema, die de weg beschrijft van hoe Adam en Eva het Paradijs verlaten. Het laatste bombastische stuk beschrijft het moment dat ze beiden achterom kijken als ze het Paradijs achter zich hebben gelaten, en beseffen dat het over en uit is, zodra ze een engel zien die aan de toegang van het Paradijs staat met een vlammend zwaard.
De elektronische muziek van Hermes St. John is over het algemeen goed te noemen, maar in het midden van het album, neigt het wel een beetje saai te worden. Pas in de laatste 2 nummers keert de spanning van de muziek weer terug, wat uiteindelijk toch resulteert in een aangename, verbeeldingrijke luistertrip. Al met al toch een 3,5, wat een acceptabel cijfer is dit album.
Hermes St. John heeft dit verhaal als een soort soundtrack weten neer te zetten, en het resultaat is zeer aardig te noemen. De beide thema's van Adam en Eva komen goed naar voren. Waar "Adam - The Manly Principle" intrigerend en groots klinkt, klinkt "Eve - The Female Principle" sprankelend en ingetogen.
"Tree of Knowledge" is vooral een zeer uitgesponnen en rustig, mystiek stukje muziek die al net zo ongrijpbaar klinkt, als het hele concept achter de boom.
"Loss of Innocence" begint als een vreedzaam stukje muziek waar ik Vangelis een beetje in herken, om vervolgens te veranderen in een stuk opbouwende muziek die juist qua stijl erg veel weg heeft van Ravel's "Bolero".
De muziek wordt desolater en somberder van aard met de laatste 2 tracks. "In the Heat of Thy Face" is een dreigend en somber stukje muziek die werkelijk klinkt alsof je je voor je daden moet verantwoorden, daar spijt van hebt maar tegelijkertijd realiseert, dat er geen weg meer terug is.
Tot slot hoor ik duidelijk in "Expulsion from Paradise" een aantal elementen terug: in de eerste 2 minuten lijkt er nog niets aan de hand te zijn en hoor ik prachtige, sfeervolle passages die je doen denken, alsof je je werkelijk in het Paradijs begeeft, maar ergens onder de oppervlakte groeit het besef dat je dit oord ven heerlijkheid moet verlaten. Vervolgens verandert de muziek in een kabbelend thema, die de weg beschrijft van hoe Adam en Eva het Paradijs verlaten. Het laatste bombastische stuk beschrijft het moment dat ze beiden achterom kijken als ze het Paradijs achter zich hebben gelaten, en beseffen dat het over en uit is, zodra ze een engel zien die aan de toegang van het Paradijs staat met een vlammend zwaard.
De elektronische muziek van Hermes St. John is over het algemeen goed te noemen, maar in het midden van het album, neigt het wel een beetje saai te worden. Pas in de laatste 2 nummers keert de spanning van de muziek weer terug, wat uiteindelijk toch resulteert in een aangename, verbeeldingrijke luistertrip. Al met al toch een 3,5, wat een acceptabel cijfer is dit album.
Esoteric: The Holy Grail (1995)

3,0
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 20 mei 2009, 11:20 uur
Vašo Patejdl is vooral in zijn thuisland een bekende zanger, componist en keyboard-speler. Naast zijn solo-albums en zijn bijdrage in de groep Elán heeft hij ook nog één instrumentaal album gemaakt voor Esovision, namelijk deze "The Holy Grail".
Over het algemeen is Vašo's stijl niet heel erg karakteristiek te noemen. De op keyboards en synthesizers uitgevoerde muziek klinkt vrij toegankelijk, sereen en is vooral om op de achtergrond te hebben opstaan, een aangename luister-ervaring. Om er eens goed te voor gaan zitten en tot je in te laten werken, kan de muziek op den duur een beetje saai overkomen. Maar in principe is het gewoon heel aardige muziek.
Vooral het titelnummer is een parade-paardje en heeft een mysterieuze en sterke opbouw plus mooie sprankelende overgangen. Verder heeft het mooie kalme "Salvation" een mooi thema gecombineerd met een mooie piano-melodie. De rest van de nummers vind ik wat minder bijzonder, ondanks dat het prettig in het gehoor klinkt. Er gebeurd echter niet bijster veel in de muziek, waardoor mijn aandacht op den duur verwatert. Vandaar, ondanks alle goede bedoelingen, toch maar 3 punten. Oftewel niet verkeerd, maar ook niet bijzonder. Wellicht dat mijn mening op den duur bijschaafd naar een 3,5.
Over het algemeen is Vašo's stijl niet heel erg karakteristiek te noemen. De op keyboards en synthesizers uitgevoerde muziek klinkt vrij toegankelijk, sereen en is vooral om op de achtergrond te hebben opstaan, een aangename luister-ervaring. Om er eens goed te voor gaan zitten en tot je in te laten werken, kan de muziek op den duur een beetje saai overkomen. Maar in principe is het gewoon heel aardige muziek.
Vooral het titelnummer is een parade-paardje en heeft een mysterieuze en sterke opbouw plus mooie sprankelende overgangen. Verder heeft het mooie kalme "Salvation" een mooi thema gecombineerd met een mooie piano-melodie. De rest van de nummers vind ik wat minder bijzonder, ondanks dat het prettig in het gehoor klinkt. Er gebeurd echter niet bijster veel in de muziek, waardoor mijn aandacht op den duur verwatert. Vandaar, ondanks alle goede bedoelingen, toch maar 3 punten. Oftewel niet verkeerd, maar ook niet bijzonder. Wellicht dat mijn mening op den duur bijschaafd naar een 3,5.
Esoteric: Transfiguration (1995)

3,0
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 28 maart 2010, 09:55 uur
Walt Haymer laat op Transfiguration een soort vorm van electronische klassieke muziek horen, oftewel: hoe had de muziek van Mozart geklonken als hij in deze tijd had geleefd, en zich helemaal gestort had op het spelen op keyboards en synthesizers?
Ziehier het bewijs!!
Ondanks dit gegeven moet ik zeggen dat ik niet heel erg onder de indruk ben van Transfiguration. Het album kabbelt teveel door en onderling is er weinig afwisseling.
Het album opent met "Change" en "Phantom-Body", waarop Walt zijn kenmerkende stijl laat horen, zoals ik het al van hem gewend was op Mantra, wat overigens een véél beter album is dan deze...
De beide nummers openen op een zweverige, mysterieuze wijze en openbaren pas later hun geheimen, door met mooie melodielijnen goede thema's neer te zetten met sterke ondersteuning.
Daarna slaat het roer om met "Constituents of the Life", wat lieflijk piano-gekabbel laat horen. Daaroverheen worden allemaal klassiek getinte melodieën gespeeld die erg sterk aan Mozart doen denken. Best leuk, maar het kabbelt véél te lang door. Ook de electronische viool-klanken die overigens in élk nummer te horen zijn, gaat op een gegeven moment een beetje irriteren.
De rest van het album ligt in het verlengde van "Constituents..": het is werkelijk waar klassieke muziek uit een electronisch apparaat.
Wat op zich z'n momenten heeft, zoals het laatste gedeelte van "Transcendence", waar een aanstekelijk en lieflijk melodietje in één keer ondersteuning krijgt van een effectieve en ritmische ondersteuning. Het gekabbel op de keyboards doet me, vooral aan het einde van dit nummer, zelfs bij vlagen denken aan die van Rick Wakeman.
Maar er zijn te weinig momenten dat ik écht denk van: wauw, tof man!!
Aardig dus, maar niet denderend. Daarom blijf ik toch steken op een middelmatige 3 punten...
Mijn advies: check Walt Haymer's Mantra-album eens uit, wat werkelijk een geniaal album is!!
Ziehier het bewijs!!
Ondanks dit gegeven moet ik zeggen dat ik niet heel erg onder de indruk ben van Transfiguration. Het album kabbelt teveel door en onderling is er weinig afwisseling.
Het album opent met "Change" en "Phantom-Body", waarop Walt zijn kenmerkende stijl laat horen, zoals ik het al van hem gewend was op Mantra, wat overigens een véél beter album is dan deze...
De beide nummers openen op een zweverige, mysterieuze wijze en openbaren pas later hun geheimen, door met mooie melodielijnen goede thema's neer te zetten met sterke ondersteuning.
Daarna slaat het roer om met "Constituents of the Life", wat lieflijk piano-gekabbel laat horen. Daaroverheen worden allemaal klassiek getinte melodieën gespeeld die erg sterk aan Mozart doen denken. Best leuk, maar het kabbelt véél te lang door. Ook de electronische viool-klanken die overigens in élk nummer te horen zijn, gaat op een gegeven moment een beetje irriteren.
De rest van het album ligt in het verlengde van "Constituents..": het is werkelijk waar klassieke muziek uit een electronisch apparaat.
Wat op zich z'n momenten heeft, zoals het laatste gedeelte van "Transcendence", waar een aanstekelijk en lieflijk melodietje in één keer ondersteuning krijgt van een effectieve en ritmische ondersteuning. Het gekabbel op de keyboards doet me, vooral aan het einde van dit nummer, zelfs bij vlagen denken aan die van Rick Wakeman.
Maar er zijn te weinig momenten dat ik écht denk van: wauw, tof man!!
Aardig dus, maar niet denderend. Daarom blijf ik toch steken op een middelmatige 3 punten...
Mijn advies: check Walt Haymer's Mantra-album eens uit, wat werkelijk een geniaal album is!!
Esoteric: Yin-Yang (1994)

3,5
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 3 april 2011, 11:25 uur
Een typisch voorbeeld van een weliswaar niet echt opvallend, maar zeker geen saai album. Yin-Yang is een heel relaxed en toegankelijk album waarop Hermes St. John zich misschien niet van zijn beste kant laat zien, maar er toch in slaagt een album af te leveren die het vooral erg goed doet als achtergrondmuziek tijdens bijvoorbeeld een lang en pittig potje schaken. Wellicht een wat typisch voorbeeld, maar als fervent schaakliefhebber ben ik tot de ontdekking gekomen dat juist hele pakkende en allesbehalve storende, maar bovenal rustige achtergrondmuziek de kwaliteit en het niveau van het schaakspel bevordert. De reden dat ik dit album als voorbeeld neem, is omdat ik 'm onlangs tijdens een pittig schaakpotje met m'n neef tot wel drie keer toe achter elkaar op had staan, zonder dat het ook maar enigzins verveelde. En in mijn beleving kwam het het schaakspel ten goede.
Overigens heeft de muziek duidelijk een Oosterse 'feel' over zich, maar dit moge duidelijk zijn, aangezien het album wel een heel bekend Oosters thema behandelt, namelijk die van de twee tegengestelde waarden: donker en licht, vrouwelijk en mannelijk, goed en kwaad, oftewel: Yin en Yang!
Over de muziek valt er verder weinig te zeggen: het is bij vlagen vlot en ritmisch van aard, maar voornamelijk erg rustig en is doorspekt met allerhande fijne melodieën en thema's en luistert lekker weg.
Beste nummers zijn "The Chinese Cosmology" die een zeer energierijk thema kent en de laatste twee nummers "Yang - The Masculine Principle" en "Receiving and Giving", vanwege mooi uitgebalanceerde en sterke melodieën en thema's.
Dit album mag bestempeld worden als een bescheiden aanrader vanwege degelijke en fijne muziek die het te bieden heeft. Qua stem is een ruime 3,5 mijn eindconclusie...
Overigens heeft de muziek duidelijk een Oosterse 'feel' over zich, maar dit moge duidelijk zijn, aangezien het album wel een heel bekend Oosters thema behandelt, namelijk die van de twee tegengestelde waarden: donker en licht, vrouwelijk en mannelijk, goed en kwaad, oftewel: Yin en Yang!
Over de muziek valt er verder weinig te zeggen: het is bij vlagen vlot en ritmisch van aard, maar voornamelijk erg rustig en is doorspekt met allerhande fijne melodieën en thema's en luistert lekker weg.
Beste nummers zijn "The Chinese Cosmology" die een zeer energierijk thema kent en de laatste twee nummers "Yang - The Masculine Principle" en "Receiving and Giving", vanwege mooi uitgebalanceerde en sterke melodieën en thema's.
Dit album mag bestempeld worden als een bescheiden aanrader vanwege degelijke en fijne muziek die het te bieden heeft. Qua stem is een ruime 3,5 mijn eindconclusie...
