MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten CorvisChristi als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Can Atilla - Concorde (2005)

poster
4,0
CorvisChristi (crew)
De Turkse muzikant Can Atilla maakt o.a. veelzijdige synthesizer-muziek waarbij hij duidelijk de invloeden van vooral Tangerine Dream laat horen. Op albums zoals Waves of Wheels en Ave is het wat dat aangaat één groot feest der herkenning als het gaat om het herkennen van de verschillende stijlen waar vooral de sound van Tangerine Dream in te horen valt. Het is qua sound gewoon een één-op-één kopie!
Maar tegelijkertijd is het géén plagiaat wat Can Atilla pleegt. Hij klinkt als Tangerine Dream, maar doet er vervolgens zijn eigen ding mee met zeer in het oor springende, over het algemeen behoorlijk goede, originele, eigen composities. Het album Concorde is daar geen uitzondering op.

Na het wat meer afwijkend klinkende Omni, wat meer een kruising is tussen Café del Mar-achtige lounge-muziek gecombineerd met de onmiskenbare sound van niemand minder dan Jean-Michel Jarre, kwam er al vrij snel een opvolger in de vorm van het album Concorde.
Min of meer een soort van concept-album, opgedragen aan het gelijknamige unieke, legendarische, supersonische passagiersvliegtuig, grijpt Can qua stijl weer terug naar vooral Tangerine Dream en dan vooral de jaren '90-stijl van de band met ook een vleugje jaren '80- én zelfs jaren '70-Tangerine Dream!

Met tachtig minuten speelduur is Concorde een flinke zit, maar wel een zeer goede. Globaal gezien gaat het album in ieder geval ijzersterk van start met de eerste zeven nummers die allen stuk voor stuk behoorlijk goed zijn. Gaandeweg kakt het album dan toch wel wat in en blijkt de tachtig minuten aan de forse kant, alhoewel ook de tweede helft van de plaat geenszins slecht is. Het is absoluut bovengemiddeld, zeer goede synthesizermuziek, alleen lijkt de plaat naar het einde toe wat richtingloos te klinken en neigt wat voort te kabbelen. Wat op zich zonde is, als de nummers onderling wat beter verdeeld waren. De vlotte, meer dynamische nummers domineren vooral de eerste helft van het album, de wat minder karakteristieke en minder opvallende kant van de plaat domineert vooral de tweede helft.

Concreet: Concorde had wat korter gemogen, dan had het een veel meer doeltreffende en sterkere plaat opgeleverd.
Neemt niet weg dat er nog steeds genoeg fraais opstaat. Na het intro "Prologue" laat vooral "Rain of Fire" er geen gras over groeien en is een waar spektakel van een nummer, vol met opvallende verrassingen binnen de muziek verweven. Maar het blijkt slechts een opwarmertje, als vanaf nummer drie "Cluster" als het ware de Concorde aan zijn vlucht begint.

"Concorde Forever" is de slagroom op de taart. Een geweldig nummer, waarbij we hoorbaar inmiddels hoog in de lucht in de Concorde zitten. Een zekere James Watkins is op dit nummer te horen en somt een aantal technische feitjes over de Concorde op. Erg gaaf en effectief gedaan!

Daarna is het even bijkomen middels het majestueuze en tegelijkertijd ingetogen "Tears of Maria Barbara Bach" om vervolgens weer het tempo wat op te voeren middels het vlotte en afwisselende "Midnight Runner".

Het beetje vreemde maar tegelijkertijd behoorlijk vlot klinkende "Purple and Flexible" luidt als het ware de overgang in naar de tweede helft van de plaat, wat dus een heel ander karakter lijkt te hebben op muzikaal gebied dan grofweg de complete eerst helft.

De aandacht lijkt wat af te dwalen met "Pacific Lover" en het eigenlijk wat te lang voorkabbelende "Eve" en ofschoon het hele goede nummers zijn, is de flank van het album er ondertussen toch al redelijk af en lukt het niet de volledige speelduur de aandacht vast te houden.

Als het dan even rustig bijkomen is middels de wat aparte en verontrustende klanken op het ambient-stuk "Solid Water", begin ik me al toch rustig af te vragen of dit niet het slot van het album had moeten zijn.

In plaats daarvan volgt het korte, maar toch wel zeer fraaie, rustige en introspectief klinkende "Anna Magdalena's Notebook". En alhoewel het nummer wat uit de toon valt t.o.v. de rest, kan het er toch mee door.

Tot slot volgt nog het redelijke "First Kiss" en ondanks dat dit nummer 100% een Tangerine Dream-nummer uit medio jaren '80 had kunnen zijn, had het wellicht beter geweest om het te gebruiken voor een ander album.

Als geheel eindigt het album met "Epilogue" en daarmee heeft de Concorde zijn vlucht gemaakt en is daarmee aangekomen bij haar eindbestemming.

Concorde grijpt qua stijl vooral terug op één van de vorige albums van Can Atilla, namelijk Waves of Wheels. Dat album zit vol met vooral de invloeden van Tangerine Dream uit vooral de jaren '90. Dit is met Concorde ook weer het geval, maar los daarvan stoeit Can dus ook met de invloeden die te horen waren in de muziek van Tangerine Dream uit zowel de jaren '80 als de jaren '70. Soms stoeit hij er mee en gooit alle stijlen bijna in één nummer! Maar het klinkt echt gewoon goed en hij forceert de boel niet en dat is knap van zichzelf.

Concorde bezwijkt uiteindelijk een beetje onder zijn eigen gewicht en dan heb ik het vooral over de speelduur. Had wat ingekort in de tweede helft en de plaat was sterker geweest. Begrijp me niet verkeerd, het album krijgt alsnog een solide 4 punten. Maar het hadden er meer kunnen zijn geweest!

Blijft over nog steeds een zeer imponerende plaat die iedere liefhebber van de betere synthesizermuziek uit zou moeten checken. En zeker dus ook liefhebbers van Tangerine Dream.

Can Atilla - Live (2003)

poster
4,0
CorvisChristi (crew)
Can Atilla is een veelzijdige muzikant die o.a. ook bekend staat om het maken van elektronische muziek in vooral de stijl van Tangerine Dream, maar ook Jean Michel Jarre.

Op dit live-album combineert hij de stijl van Tangerine Dream zoals ze klonken in de jaren '90 en die van Jarre tot een sterk geheel. Dat hij goed is in het maken van doordachte en memorabele composities, is een feit. Maar voor originaliteit hoef je niet bij Can Atilla aan te kloppen. Daarvoor moet je wellicht bij zijn meer orkestrale, traditionele muziek zijn. Echter staat dat toch behoorlijk ver verwijderd van zijn elektronische muziek

Het album Live, opgenomen tijdens het concert wat Can Atilla gaf op het Ankara International Music Festival op 22 mei 2002, klinkt vooral als een soort vervolg op zijn van oorsprong eerder uitgebrachte album Waves of Wheels, een album die via het Nederlandse Groove-label een jaar na dit vastgelegde optreden, opnieuw uitgebracht zou worden, inclusief bonustracks. Dus eigenlijk dient dit live-album dan ook een beetje om de re-release van Waves of Wheels opnieuw te promoten. Afkomstig van oorspronkelijk Waves of Wheels zijn op Live unieke, nieuwe versies van "Torchlight" te horen die een stuk dynamischer en opzwepender klinkt dan de studio-versie en een wat meer tragere versie van "Winterland" die mede door het toevoegen van wat meer akoestische instrumenten, wat kleurrijker klinkt.
De rest van het materiaal is echter, wat ik ervan weet, exclusief voor deze release en zijn op geen enkel studio-album terug te vinden. Dus net zoals Tangerine Dream vaak deed (en nog steeds trouwens), presenteert Can Atilla op Live vooral heel veel nieuw materiaal wat aan niveau en kwaliteit absoluut niet onderdoet voor zijn studiowerk.

Dat Can Atilla ook fan is van Jarre, is bijvoorbeeld duidelijk terug te horen op "Arpeggiator" en los van dat het nummer dezelfde titel heeft als de Jarre-track van zijn eigen live-album The Concerts in China, is het gewoon erg goed.
Maar ook Vangelis wordt geëerd middels het prachtige "Marco Polo" wat ook weer los van de verwijzing, een prachtig nummer is.
De rest van het materiaal is eigenlijk verder ook gewoon van hoge kwaliteit. Nummers als het epische en grootse "White Out" en "Leonardo" laten vooral horen dat Can Atilla echt een grote fan is van Tangerine Dream. Het is ook absoluut niet voor het eerst dat hij duidelijk in zijn muziek zijn adoratie voor deze legendarische band laat horen; het is eerlijk gezegd bijna eng hoeveel de muziek van Can Atilla het geluid en niveau van Tangerine Dream benaderd, misschien zelfs in sommige opzichten overtreft.

Concreet is dit verder gewoon een geweldig en heel fijn album die van begin tot eind nog-stop dynamische en sterke elektronische muziek laat horen. Tevens laat Can Atilla ook met dit album horen, dat hij live goed voor de dag weet te komen met unieke composities die niet onder doen qua niveau voor zijn studio-releases.

Can Atilla is een geweldige ontdekking gebleken en zijn elektronische muziek weet me goed te smaken. Ook dit album heeft me geprikkeld om meer van deze muzikant te ontdekken. En eerlijk gezegd zal het me een zorg zijn dat Can Atilla een copycat is v.w.b. het neerzetten van een muzikale stijl. Beter iets goed jatten dan slecht verzinnen is hierbij een veelvuldig aangehaalde uitspraak die ook nu weer van toepassing is.

Aanrader dus!

Can Atilla - Omni (2004)

poster
4,0
CorvisChristi (crew)
De veelzijdige Turkse muzikant Can Atilla maakt o.a. elektronische muziek, maar binnen dit genre tapt hij zo nu en dan ook uit een ander vaatje qua stijl en zodoende klinkt het album Omni volledig anders dan voorgaande releases zoals Waves of Wheels en Ave. Waarop Can op die albums vooral de sound van Tangerine Dream naar boven haalt, klinkt de muziek op Omni toch vooral heel erg als een mix van Jean Michel Jarre met de nodige lounge- en chill-out-invloeden. Dat maakt de muziek op Omni over het algemeen best opzwepend en dansbaar en ook compositorisch gooit Can het over een geheel andere boeg.

Omni is wel een groeiplaat gebleken; bij eerste beluistering kwam het allemaal niet echt over maar na de nodige luisterbeurten blijkt Omni toch een goede plaat. Vooral de tweede helft kent sterke momenten. Best apart ook hoe Can Atilla zo vanuit het niets van stijl kan switchen. Opvolger Concorde die slechts een jaar na Omni zou verschijnen, klinkt namelijk weer puur als een jaren '90 Tangerine Dream-plaat.

Het moet me wel van het hart dat Can Atilla, even los van de verwijzingen, soms écht de neiging heeft wel héél erg leentjebuur te spelen. Zo is het nummer "Madeleine Hotel", los van dat het overigens echt wel een mooi nummer is, bijna een rechtstreekse kopie van Jarre's slotnummer van zijn Rendez-Vous-plaat, namelijk "Last Rendez-Vous (Ron's Piece)". Het nummer kent eenzelfde sfeer, mede door de sombere, doch mooie elektronische omlijsting die wordt neergezet en het eenzame, prachtige saxofoon-spel die duidelijk op de voorgrond aanwezig is. Het is bijna een letterlijk vervolg op Jarre's eigen, opvallende compositie.
Ook "Leb-i Derya" neigt naar een ander bekend nummer van Jarre, namelijk "Revolutions". Althans, de ideeën komen compositorisch redelijk overeen, met het verschil dat dit nummer ook heel veel invloeden kent uit de traditionele Turkse muziek.

Zoals al opgemerkt, is het vooral de tweede helft van de plaat die het niveau omhoog krikt. Vooral de laatste vier nummers (de bonustracks even niet meegerekend), zijn erg goed en met afstand toch wel de beste tracks van het album.
"E=MC2 (Einstainiana)" is misschien wel de beste track en los van de onvermijdelijke Jarre-invloeden, valt ook duidelijk aan dit nummer af te horen, dat Can Atilla ook graag naar Alan Parsons luistert. Dit nummer is daar ontegenzeggelijk het bewijs van. En wederom valt op dat, ondanks dat er geen sprake is van een eigen stijl, Can Atilla het heel erg goed voor elkaar krijgt om andermans stijl te kopiëren, maar ook om te zetten in een sterk doordachte compositie.
Andere knallers zijn het kleurrijke en opzwepende "Avalon" en de bombastische, dynamische afsluiter "Sputnik 2" maakt het plaatje compleet en is een spetterend en geweldig slot van een voor de rest erg fijn album.

Omni is net even anders dan anders dan het leeuwendeel van de synthesizermuziek van Can Atilla. Dit komt mede door de stijl en andere invloeden die in de muziek verborgen zitten. Dat hij deze stijl ook goed kan hebben, is in ieder geval een feit. De grap is dan ook, dat Can Atilla het op elk vlak allemaal aankan als het gaat om goede muziek. En dan nemen we het maar voor lief, dat hij muzikaal qua eigen identiteit een smoelwerk mist.

Dus is in dit geval Jean Michel Jarre, de muziek van Café del Mar en een vleugje Alan Parsons je ding, check dan zeker Omni!

Can Atilla - Waves of Wheels (2003)

poster
4,0
CorvisChristi (crew)
Heel veel fans en liefhebbers van Tangerine Dream zijn het erover eens dat hun meest invloedrijke periode hun beginperiode is geweest t/m ongeveer halverwege de jaren '80. Daarna braken er andere tijden aan, waarin meer regelmatige bezettingswisselingen en andere omstandigheden ervoor zorgden, dat de muziek ook drastisch anders ging klinken. Qua muziek en composities wist zoonlief Jerome Froese middels zijn eigen inbreng ook duidelijk een stempel te drukken op het toentertijd huidige Tangerine Dream-klimaat en vader Edgar Froese ging daar heel gemakkelijk in mee.
E.e.a. zorgde ervoor dat Tangerine Dream op een gegeven moment een bepaalde sound had ontwikkeld, die mijlenver verwijderd lag van de sound en stijl uit de beginjaren en de natuurlijke ontwikkeling van de oorspronkelijke sound was opeens ook ver te zoeken.
De fans van Tangerine Dream raakten toen ook als het ware in twee kampen verdeeld. De ene helft haakte definitief af, de andere bleef geloven in de band, in die zin, dat ondanks de veranderingen binnen de muziek, de kwaliteit ervan nog steeds hoog in het vaandel stond bij de trouwe schare fans van het eerste uur. En dat viel ook zeker terug te halen binnen de muziek.

Zelf ben ik van mening dat lang niet alles van het latere werk even goed of boeiend is, maar datgene wat wél goed is, is dan ook gewoon oprecht goed! Neem albums als Tyger, Optical Race, Melrose, Turn of the Tides en Goblins Club: allemaal hele fijne albums.
De genoemde albums komen allemaal uit de periode eind jaren '80 en de jaren '90. De periodes die ook wel bekend staan als de Melrose Years (1988 - 1990), de Seattle Years (1991 - 1995) en deels de TDI Years (1996 - 2005).

Neem dan nu de Turkse componist en muzikant Can Atilla. Tot voor kort nog nooit van deze beste man gehoord, maar het is juist deze muzikant die naast zijn voorliefde voor het maken van o.a. neo-klassieke muziek en soundtracks, ook elektronische muziek maakt.
Specifiek dit album, Waves of Wheels, het eerste volledige studioalbum van Can Atilla die ik heb mogen leren kennen en die ik dan ook de afgelopen tijd eens flink op me heb laten inwerken, is overduidelijk beïnvloed door de periode van Tangerine Dream rond 1988 - 2000.
Voor de volle 100% is duidelijk aan alle kanten te horen dat Can Atilla op dit album dezelfde soort muziek speelt als Tangerine Dream in deze periode.

Je kan zelfs haast zeggen dat Can Atilla het kunstje dermate goed verstaat, dat ondanks dat het muzikaal en qua sound eender is, hij het soms voor elkaar krijgt om nóg betere composities af te leveren. Niet continu, maar soms overtreft Can Atilla qua compositorisch vernuft Tangerine Dream! En dat is een prestatie op zich!

Waves of Wheels is één van zijn allereerste albums en is ooit in eerste instantie als cassette en CDr uitgebracht en uiteindelijk via het label Groove Unlimited middels een prachtige re-release in 2003, inclusief bonustracks en andere subtiele verrassingen. En deze versie van het album is gewoonweg de definitieve versie, die bol staat van nummers die Tangerine Dream ook bedacht had kunnen hebben.
Bijna 80 minuten duurt het album en eigenlijk verveelt het praktisch geen moment. Alleen op het laatst weet het album mij niet meer de volle aandacht vast te houden, simpelweg omdat het niveau van een aantal van de bonustracks, niet die van de rest van het album behaalt.
Maar de nummers die er toe doen, staan als een huis. De combinatie van de aanstekelijke synths en keyboards in combinatie met de stuwende ritme-sectie en het her en der opduiken van geweldige gitaar- en saxofoon-solo's (jawel: Tangerine Dream deed dit ook), zorgen ervoor dat Waves of Wheels een geweldige luister-ervaring biedt.
Ook de herkenbare verwijzingen, maakt het voor fans van Tangerine Dream leuk om te raden waar sommige nummers hun inspiratie vandaan hebben gehaald. De ene zal het bijna plagiaat noemen, de ander noemt het een ode. Ik ga voor het laatste, omdat de muziek gewoon erg goed is!
Neem bijvoorbeeld het titelnummer: het aanstekelijke thema lijkt een beetje te refereren naar een nummer zoals "The Midnight Trail" (de tweede sectie van het nummer) van Tangerine Dream's Optical Race.
Een ander goed voorbeeld (deze is bijna letterlijk een kopie) is het prachtige "Epilogue" wat een ode is aan "Cool at Heart" van Tangerine Dream's Melrose.

Maar los dus van alle verwijzingen naar Tangerine Dream, is het gewoon ook heel fijn luisteren naar de pakkende en boeiende composities van Can Atilla. De diverse verwijzingen zijn zelfs soms een beetje een afleiding wat gelukkig wel steeds goed uitpakt, want de muziek is, zoals al eerder gemeld, gewoon goed.
Natuurlijk is het ene nummer beter dan de ander. De plaat opent in ieder geval goed met "Torchlight", waar Can Atilla eigenlijk al zijn geheimen al prijs geeft. Alsof hij muzikaal wilt zeggen, dat ondanks dat hij 100% Tangerine Dream adoreert, hij wel kwaliteit wilt leveren. En dat doe hij dan ook.
Andere hoogtepunten zijn het geweldige "Mona Lisa Smile" waarin de ingetogen en stevige kant van zijn werk beiden een rol vervullen.
Het epische "Love Sequence" is ook prachtig. Groots, warm, ingetogen en dynamisch zijn sleutelwoorden die in me opkomen tijdens beluistering.
"Steel Sky Tales" is weer van meer stevige proporties en de diverse stevige gitaarpartijen, maar ook een smaakvolle saxofoon duiken hier op.
Tussendoor is het even bijkomen tijdens het sfeervolle "Pause of Time", echter duurt het niet lang of het tevens smaakvolle "Eagle's Dance" en het meer exotisch geladen "Lost in Madrid" (een ode aan Tangerine Dream's "Firetongues" van Turn of the Tides) zorgen ervoor dat de aandacht gevestigd blijft.
Het officiële album sluit af met de ingetogen pareltjes "Winterland" en "Epilogue".
Daarna is er nog een geweldige traktatie in de vorm van het grootse "Angel in Dream", naast "Love Sequence" toch echt wel het hoogtepunt van dit album.
De laatste drie nummers zorgen er helaas een beetje voor, dat de impact van het album wat aan kracht verliest. Begrijp me niet verkeerd, het zijn geen slechte nummers (ze lijken wel ergens een beetje op nummers van Tangerine Dreams's Dream Mixes-compilaties), maar ze zijn toch minder memorabel te noemen.
Maar het zijn dan ook toegevoegde extra's op een album die van zichzelf al heel goed is, want er valt simpelweg een hoop goeds te beleven op Waves of Wheels.
Het maakt me in ieder geval benieuwd naar de overige elektronische muziek van Can Atilla.

Waves of Wheels is in ieder geval een klasse-album vol met goede muziek en aan iedereen aan te bevelen die naast natuurlijk Tangerine Dream, goede elektronische muziek hoog in het vaandel heeft staan.
Aanrader dus!

Carpenter Brut - Trilogy (2015)

poster
4,0
CorvisChristi (crew)
Onlangs ontdekt, dit synthwave-project. Ik was op zoek naar goede synthwave-muziek, wat lastig is, aangezien synthwave dreigt vaak wat eenvormig te klinken, waardoor de aandacht verslapt. Zo niet Carpenter Brut, wat zo'n beetje het tegenovergestelde is wat synthwave te bieden heeft qua intensiteit en muzikaal geweld t.o.v. bijvoorbeeld Franse collega Morgan Willis, die veel rustigere synthwave maakt.
Carpenter Brut maakt dan ook darksynth, wat dus een veel hardere versie is van synthwave, maar doet dat op uiterst intense wijze en op zo'n manier, dat de nummers blijven boeien, vanwege de vele insteken die de nummers hebben. Daarnaast duren de nummers niet al te lang, waardoor de aandacht gefocust blijft.

Carpenter Brut kwam onder mijn aandacht, vanwege de clip voor het nummer "Turbo Killer". Ik was meteen verkocht. Niet alleen is "Turbo Killer" één van de beste darksynth-nummers die ik heb gehoord; de clip is misschien wel de meest coole videoclip die ik ooit heb gezien! Waanzinnig!

Trilogy bundelt de eerste 3 EP's van Carpenter Brut en maakt het tot een interessante en één van de betere darksynth-releases die er zijn. Aanrader dus!

Christopher Franke - Epic (1999)

poster
3,5
CorvisChristi (crew)
Epic is een compilatie-album van Christopher Franke, waarop hoogtepunten van zijn solowerk en scores zijn samengebracht inclusief twee unieke, tot dan toe nog niet eerder uitgebrachte tracks.
Franke, vooral bekend om zijn belangrijke bijdrage en invloed in de rol die hij vervulde binnen Tangerine Dream van 1971 t/m 1987, laat op dit album een andere, voornamelijk zachtere kant van hem horen.
Naast zijn input in het maken van soundtracks (waaronder voor de SF-serie Babylon 5), heeft hij ook een aantal solo-albums gemaakt die zijn voorliefde voor elektronische muziek/new age duidelijk naar voren laat komen. Maar vooral de new age-kant speelt een grote rol binnen zijn solo-werk, gezien zijn muziek heel erg tegen die categorie aanleunt. Wat in wezen niet eens zo heel erg is, ware het niet dat zijn solowerk daardoor wel voor een groot deel neigt erg veilig en gedwee te klinken. Oftewel, spanning en impact wordt voor een groot deel toch wel wat gemist, wat ergens best gek is, gezien zijn input hierin binnen Tangerine Dream toch van heel groot belang is geweest.
Maar blijkbaar zit Franke prima in dit keurslijf en het heeft hem ook behoorlijk wat succes opgeleverd. Zo is het album The Celestine Prophecy, waar o.a. het nummer "A Radiant Band of Light" van getrokken is, een daverend succes gebleken en wordt dit album tot op de dag van vandaag als een mijlpaal binnen het new age-genre gezien.

Epic biedt ruim een uur rustgevende elektronische muziek waarin overigens de geest van Tangerine Dream hier en daar nog zeker rondwaart.
Nummers van zijn solowerk, waaronder Pacific Coast Highway en Klemania, worden afgewisseld met hoogtepunten van zijn soundtrack-werk voor o.a. Raven, Night of the Running Man en New Music for Films.
Als verzamelaar is het overigens een prima kennismaking met de muziek van Christopher Franke en voor de fans biedt het het e.e.a. aan uniek materiaal.
Het is prima muziek voor bijvoorbeeld op de achtergrond tijdens een zwoele zomeravond. Niets mis mee dus eigenlijk
Maar toch....het lijkt wel alsof Franke na zijn vertrek bij Tangerine Dream duidelijk geen behoefte meer had om zijn muziek te voorzien met wat dosis spanning en dynamiek. Blijkbaar was er niemand die hem een muzikale schop onder z'n kont durfde verkopen... .

Christopher Franke - Klemania (1993)

poster
3,0
CorvisChristi (crew)
Ik heb dit album nu een aantal keren beluisterd en alhoewel de bedoelingen ongetwijfeld zeker goed zijn, kan ik niet anders dan concluderen dat ik het album behoorlijk structuurloos vind klinken.
Daar waar een Klaus Schulze soms teveel blijft hangen in hetzelfde patroon (wat in zekere zin niet slecht hoeft te zijn), lijkt Christopher Franke hier juist teveel in één keer te willen. Met als gevolg dat veel overgangen binnen de muziek dan ook totaal niet logisch klinken voor mijn gevoel en daardoor ongelukkig op elkaar aansluiten.
Op het moment dat ik denk van goh!!!...tof stuk muziek, gaan we alweer over op een ander (vaak minder fraai) stuk muziek.
Het zorgt voor een i.m.o. erg fragmentarisch klinkend album die dus het broodnodige aan structuur en focus mist. En dat is jammer, want het album kent wel degelijk momenten die zeer sterk en dynamisch klinken. Vaak doet het sterk herinneren aan Tangerine Dream wat alleen maar logisch is, gezien Franke natuurlijk een bepalende factor was voor de band. Alleen wordt het hier voor een groot deel verpest door het feit dat het allemaal zo rommelig klinkt.

Een typisch geval van overkill wat mij betreft...
Toch geef ik het album nog een magere 3 punten voor de momenten die wel goed zijn, maar dan ben ik nog best mild. Het had namelijk veel beter kunnen zijn allemaal, gezien de potentie er zeker was.

Christopher Franke - Pacific Coast Highway (1991)

poster
3,0
CorvisChristi (crew)
Pacific Coast Highway is een degelijk, doch wel erg braaf album van de man die zoveel heeft betekent voor Tangerine Dream. Christopher Franke laat op zijn debuut namelijk een vrij veilige sound horen die toch wel erg vergelijkbaar is met wat Tangerine Dream rond dezelfde periode aan muziek maakte. Ware het niet dat Tangerine Dream het i.m.o. nog steeds voor elkaar kreeg om goede albums uit te brengen zoals Optical Race en Melrose.
Het punt is dat Pacific Coast Highway, ondanks een redelijk aantal zeer aardige composities, niet de drive en dynamiek kent van eerder genoemde albums van TD. Franke kleurt keurig binnen de lijntjes, wat dus voor vrij veilige en kalme muziek zorgt. Het neigt zelfs de new age-kant op te gaan.

Ondanks dat is er eigenlijk vrij weinig mis met dit album. Maar van de man die toch een belangrijke stempel heeft gedrukt binnen TD, had ik wel wat meer power verwacht. Dat zou later wel volgen, middels albums als Klemania. Ware het niet dat Klemania weer klinkt alsof met een hoop knip- en plakwerk het e.e.a. in elkaar is geflanst.

Dat neemt allemaal niet weg dat ik dit verder zeker geen verkeerde muziek vind. Alleen neigt het bij vlagen meer te klinken als Yanni ("Big Sur Romance") of een Suzanne Ciani ("Crystal Tree"). Namen die toch wel in me opkomen als ik naar dit album luister. Niet verkeerd, alleen niet iets wat ik snel zou verwachten van Chris Franke.

Het enige nummer wat er qua power echt bovenuit springt is het sterke "Mountain Heights". Het is ook meteen één van de betere nummers op het album.

Het album kent her en der z'n momenten, maar er staan ook wat missers op. Zoals "Cinnamon City Cliff" waarmee al duidelijk te horen is, dat Franke bezig was zich te ontwikkelen als filmcomponist. Het levert alleen een nogal onsamenhangend geheel op, die als achtergrond bij een film misschien wel z'n effect heeft, maar los daarvan verder niet tot z'n recht komt.
Daarnaast is afsluiter "Electric Becomes Eclectic" een nietszeggende vuller die het album toch behoorlijk teleurstellend afsluit.

De positieve momenten zijn er zeker wel, getuige de mooier opener en het al eerder genoemde "Mountain Heights".
Het kabbelende "Lontano Mystery" begint sterk, maar wordt op den duur echter wel wat saai.
Het eerder genoemde, Yanni-achtige "Big Sur Romance" is wel weer prachtig, het zij wat kort.
"Purple Waves" is ook weer sterk, met een memorabel thema en een sterke afsluiting compleet met geluidseffecten die ik al eerder hoorde bij TD.
Verderop het album is het wederom al eerder genoemde "Crystal Tree" een vermelding waard.

De rest is aardig maar steekt niet boven de middenmoot uit. Het luistert prima weg, maar het is niet sterk genoeg om helemaal overeind te blijven staan.

Al met al dus best een aardig solo-debuut van Christopher Franke, waarmee hij laat horen muzikaal zijn vak zeker weet te verstaan. Echter had ik verwacht dat hij solo zijn creatieve vrij- en vaardigheden meer had benut, wat hij niet gedaan lijkt te hebben op deze Pacific Coast Highway.

Chvrches - Love Is Dead (2018)

poster
4,5
CorvisChristi (crew)
Ik had nog nooit van Chvrches gehoord, totdat ik ze voor het eerst leerde kennen toen ze live optraden tijdens nota bene een aflevering van The Graham Norton Show. Daar voerden ze toen "Leave a Trace" van het album Every Open Eye op. Ik was meteen verkocht door de mix van pakkende elektro-pop en de opvallende vocalen van Lauren Mayberry. Als liefhebber van elektronische muziek en synthi-pop was Chvrches me blijkbaar helemaal ontgaan de afgelopen jaren. Waar dus terecht een eind aan kwam na het beluisteren en bewonderen van "Leave a Trace".

Vorig jaar heb ik de drie studio-albums die de band tot nu toe gemaakt hebben, zo'n beetje helemaal grijs gedraaid. En ben ik, in tegenstelling tot de meeste berichten hier bij deze derde langspeler, erachter gekomen dat Love Is Dead met afstand wat mij betreft het beste album is wat ze tot nu toe hebben uitgebracht.

Dit album bevat alles waar Chvrches voor staat: ongelooflijk pakkende synthi-pop verpakt in stuk voor stuk ijzersterke nummers die wellicht nog meer poppy klinken dan de twee vorige albums, maar wel staan als een huis. De knallende, misschien iets té harde productie in combinatie met telkens weer ontzettend verslavende nummers, zorgen ervoor dat ik toch continue teruggrijp op grotendeels dit album. Daar waar de vorige twee albums her en der wat zwakke plekken vertonen, heeft Love Is Dead op één nummer na, alleen maar toppers te verbergen. Tevens staat hier de beste Chvrches-song op, teweten "Wonderland", wat één van de beste synthi-pop-nummers is uitgebracht de afgelopen jaren.

De enige zwakke schakel vertegenwoordigd op Love Is Dead, is in mijn optiek "The Enemy" wat grotendeels komt door de vocalen van gast-vocalist Matt Berninger die me totaal niet liggen. Was het nummer volledig gezongen door Lauren, dan was het nog wel goed gekomen met dit nummer. Maar ook muzikaal heeft dit nummer het minst te bieden.
Over de mannelijke vocalen gesproken, vind ik overigens in het algemeen ook, dat deze behoren tot het mindere wat Chvrches te bieden heeft. Martin Doherty heeft gewoon niet zo'n bijzondere stem, hoe goed bedoeld ook. Gelukkig wordt hij op dit album bijgestaan op het nummer "God's Plan" door Lauren, wat dit nummer weer naar een wat hoger plan tilt, gezamenlijk met het feit dat "God's Plan" ook wat aparter klinkt dan de rest van het album. Maar alleen weet hij in het algemeen de aantal spaarzame nummers die hij zingt niet te redden. Iets wat dus beter aan Lauren overgelaten kan worden, aangezien zij gewoon een fijne, warme en bevlogen stem heeft.

En Lauren is door haar stem de drijvende kracht gezamenlijk met de ijzersterke composities die Love Is Dead tot een verslavend album maken. En ja, misschien is dit album wat gladder en minder excentriek dan de twee vorige albums. En ja, misschien zijn de thema's en de uitvoering in zijn algemeenheid wat meer voor de hand liggender dan wat te horen valt op de twee vorige albums. En ja, misschien mikt Chvrches ook vooral naar een breder publiek. Hoe kan het dan dat ik toch altijd maar weer teruggrijp op Love Is Dead? Gewoon omdat dit album zo ongelooflijk knalt! De nummers kennen een soort van 'punch-in-your-face' die ik niet overal aantref op de twee vorige albums.
Het debuut kent bijvoorbeeld een ongelooflijk sterke eerste helft, maar zakt toch enorm weg tijdens de tweede helft. Ook Every Open Eye kent her en der een vuller die ik, op "The Enemy" na, niet bespeur op Love Is Dead. Wat overigens niet wil zeggen dat de eerste twee albums van Chvrches niet goed zijn. Integendeel zelfs!
Misschien komt het ook doordat dit album wat donkerder en minder positief gestemd klinkt, mede uiteraard door de teksten. Maar laat ik dat nou net de kracht achter dit album vinden.

En tja, als je dan met knallers aan komt zetten als "Get Out", "Forever", "Never Say Die, "Miracle", "Graves", "Heaven / Hell", "God's Plan" en "Wonderland", dan heb je me binnen! Stuk voor stuk toppers! De rest van de nummers doen er niet tot nauwelijks voor onder, maar toch ook nog een speciale vermelding voor het met bezieling gezongen "Really Gone" en het aparte instrumentaaltje "II" wat eigenlijk als intro dient op "Wonderland".

Tevens wil ik ook nog even stilstaan bij het nummer "Death Stranding" wat de band een jaar na Love Is Dead speciaal componeerde voor de gelijknamige game, die ik zie als een soort van bonustrack voor dit album. Ook al staat ie er niet op, is het in ieder geval een prachtig en episch nummer die misschien ook wel een voorbode is van wat Chvrches voor ons in petto heeft als, hopelijk dit voorjaar, hun nieuwe album zal verschijnen.

Conclusie is in ieder geval dat Love Is Dead van begin tot eind een knallerplaat is die nog met zeer veel regelmaat voorbij zal komen bij mij. Topper!!

Chvrches - Screen Violence (2021)

poster
4,5
CorvisChristi (crew)
Chvrches' album Screen Violence is de opvolger van het i.m.o. zwaar ondergewaardeerde Love Is Dead uit 2018. Een album die ik tot nu toe het vaakst gedraaid heb, puur omdat de nummers zo verdomd goed beklijven en er op een enkele uitzondering na, geen zwak nummer op staat. Daar waar de twee voorgangers nog een beetje last van hadden, althans naar mijn eigen persoonlijke beleving. Even dat laatste extra benadrukt, aangezien ik vele Chvrches-fans tegen de schenen zal schoppen, aangezien het debuut en opvolger Every Open Eye over het algemeen als beter worden beschouwd.
De vraag is dus automatisch: weet Chvrches het niveau net zo hoog te houden, zoniet hoger? Het antwoord daarop is ja en nee. In die zin dat Chvrches op Screen Violence qua diversiteit binnen de muziek de nummers wel degelijk meer schwung en kleur heeft meegegeven, vind ik de nummers over het algemeen op hetzelfde niveau liggen als op de voorganger. Wat dus resulteert in een formidabele opvolger van een band, die ik pas sinds vorig jaar heb leren kennen d.m.v. een uitzending van de Graham Norton-show, waar ze ooit eens live optraden.

De ongelooflijk afwisselende en op het oor vrolijk klinkende synthipop van Chvrches is er één waar ik als een blok voor gevallen ben; de sound, de aanstekelijkheid van de nummers en de geweldige stem van Lauren Mayberry is daarbij wel voor een groot deel de essentie van dit trio, die met Screen Violence hun meest pittige album tot nu toe hebben gemaakt. Pittig in die zin, dat qua teksten dit album, net zoals Love Is Dead, nu niet bepaald als vrolijk kunnen worden bestempeld. Pittig ook, omdat Chvrches besloten heeft met Screen Violence zo'n beetje hun meest donkere en melancholische album tot nu toe te maken.
Niet dat de nummers niet vrolijk klinken, want er staan er genoeg op die dat zijn (de band staat bekend om de vrolijke aanstekelijkheid van veel van hun nummers), maar grotendeels hebben ze een vinnig, duister randje, wat alleen maar positief bijdraagt voor de muziek in zijn algemeenheid.

Screen Violence is een heerlijk verslavend album geworden en duidelijk is te horen hoe ze gegroeid zijn als songwriters middels de ene na de andere geweldige song. Toppers zijn er in overvloede en gek genoeg is het al veelvuldig genoemde "How Not To Drown" samen met The Cure-legende Robert Smith niet eens de sterkste song vertegenwoordigd op Screen Violence. Begrijp me niet verkeerd, het nummer is echt wel goed, maar duurt net wat te lang; aan het eind verliest het nummer een beetje aan kracht, doordat het gevoelsmatig wat te lang gerekt wordt. Verder geen enkel negatief woord over dit nummer overigens.
Maar als je dan met nummers aan komt zetten als de ijzersterke opener "Asking for a Friend" (met een al even sterke tekst), het prachtige "California", het bezwerende en toch ook wel pittige "Violent Delights" en de absolute highlight van de plaat "Nightmares", dan ben je als band gewoon heel goed bezig!
Ook de meer naar commercie ruikende "He Said She Said" en "Good Girls" zijn prima te behappen en zorgen voor de luchtige noot binnen het geheel en zijn zorgvuldig over de plaat verdeeld, zodat er een consistent geheel ontstaat.
De overige tracks doen er niet tot nauwelijks voor onder en tevens biedt deze plaat een meerwaarde doordat Martin Doherty op een enkel gezongen stukje na op "Violent Delights" (wat gelukkig niet storend is verder), zijn klep houdt en de vocale prestaties volledig aan Lauren overlaat. Lauren is qua zang gewoon het hart van de band, laat dat daar ook bij wat mij betreft! Zijn boyband-achtige zang heb ik tot nu toe wel de voornaamste zwakste schakel van de band gevonden, relatief gezien dan...

Concreet is Screen Violence een uitstekende release van een band die weinig kwaad kan doen in mijn ogen. Het is denk ik zelfs de sterkste release tot nu toe, maar voor nu beschouw ik 'm als net zo sterk als Love Is Dead. Misschien als afsluiter "Better If You Don't" er niet voor zorgde dat de plaat op het laatst toch een klein tikje doodbloedt, was het 't volle pond geweest. Zonder afbreuk te willen doen aan dat nummer; het is nog altijd goed!

Ciber People - The Return of the Ciber People (1993)

poster
3,0
CorvisChristi (crew)
Het brein achter Ciber People is Humphrey Robertson.
Deze man heeft het synthdance-genre, voortgekomen uit het Italo Dance-genre uit de jaren '80, eigenlijk zo'n beetje van de ondergang gered, nadat hij sinds de opkomst van internet en de oprichting van zijn eigen Hypersound-platenlabel, vele synthdance-georiënteerde artiesten en groepen onder zijn bewind nam en deze aan een breder publiek bekend wist te maken. Eerst in de vorm van betaalbare compilatie-albums en later van albums van de artiesten zelf.
Humphrey was ruim voor die tijd al geen bekende binnen het genre. In de jaren '80 heeft hij albums gemaakt in de typische Italo Dance-stijl, getoerd met diverse Italo Dance-artiesten, gewerkt voor 2 Italiaanse platenlabels en later voor Arista in Amerika.
Het was uiteindelijk in 1991 dat Erik van Vliet (naast Michiel van der Kuy bekend van Laserdance), Humphrey vroeg om synthdance te maken voor Erik's platenlabel Hotsound. Dit was de geboorte van Daylight: Humphrey's belangrijkste synthdance-project. Daarna zouden er nog vele volgen, zoals Based on Bass, Futurespace en de overname van 2 oude Italo Dance-projecten uit de jaren '80, teweten Hypnosis en.....Cyber People. Hier omgedoopt tot Ciber People.

The Return of the Ciber People is het enige volwaardige album die naast de single van "The Night" door Humphrey is uitgebracht. Het is een typisch en herkenbaar album geworden, vergelijkbaar met Daylight, maar toch vooral ook Laserdance. Zelfs de vormgeving van de hoes is wel heel erg Laserdance-achtig.
De sound van Ciber People is over het algemeen logger en helaas wel wat eentoniger dan het veel meer sprankelende Laserdance. Daarbij komt dat sommige nummers te lang duren en teveel in hetzelfde patroon blijven hangen. Wat best jammer is, aangezien het album qua potentie wel het nodige in zich heeft.

Het album gaat al wat ongelukkig van start met het titelnummer, die vanwege de aanwezigheid van een zwik belachelijke samples, zichzelf bijna de das omdoet. Gelukkig is het het catchy melodietje die nog wat goed maakt.
"Warriors" is gelukkig alweer stukken beter. Een vlot, wat chaotisch klinkend nummer, die juist daardoor weer goed klinkt.
"Escape" kan er ook mee door en trekt de vlotte lijn goed door en heeft i.t.t. de voorganger een vrolijk, springerig karakter.
"Digital Dance" heeft goede bedoelingen, maar bezwijkt een beetje onder z'n eigen gewicht, vanwege de lompe drumbeat die eronder is geknalt.
"Invasion" is wel goed. Het blijft weliswaar de hele tijd op dezelfde golflengte hangen, maar de aanwezigheid van mooie melodielijnen die elkaar om de beurt afwisselen, geven het nummer een dromerig en uitgesponnen karakter met zich mee.
Zowel "Farewell" als "Runaway" kennen daarentegen eigenlijk geen verrassingen en hobbelen door zonder enige opsmuk. Wat in dit geval niet goed is voor de plaat, aangezien we al in de tweede helft van de plaat zitten.
"Last Convoy" gaat door in hetzelfde tempo als de rest van de plaat, maar weet weer wat aanstekelijker over te komen, door de aanwezigheid van typische geluids-effecten en een redelijk thema. Toch moet ik opmerken dat een rustig nummer tussendoor (iets wat Laserdance wel doet), de plaat zeker een betere vorm van afwisseling had meegegeven.
Daarna is het tijd voor de "The Ciber Megamix" en dendert praktisch het volledige album in 14 minuten nog een keer voorbij.
Verrassend is de live versie van "The Night", waarvan het origineel alleen op single is uitgebracht. Dit nummer klinkt net even anders dan de rest en heeft een swingend en lekker karakter. Alhoewel ik me afvraag in hoeverre dit wel eens live zou kunnen zijn. Gooi er wat samples van een juichend publiek achter en je kan het al snel bestempelen als zijnde live.
Het album sluit af met een dub-versie van het titelnummer, maar voegt hier tegelijkertijd weinig aan toe.

Waarmee een eind komt aan een synthdance-album die zeker wel OK is om eens te beluisteren. Echter wordt het album ontsiert door het feit dat er in sommige nummers net te weinig gebeurt en het album eigenlijk te lang duurt om te blijven boeien. Als de zwakkere nummers en van mijn part de Megamix weggelaten waren, was er zowaar wél een goed synthdance-album overeind blijven staan.
Al met al, dankzij nummers als "Warriors" en "Invasion" toch een bescheiden synthdance-klassieker die nog net een bescheiden waardering van 3 punten oplevert.

Cliff Martinez - The Neon Demon (2016)

poster
5,0
CorvisChristi (crew)
Echt waar?? Nog geen enkel bericht bij dit album?
The Neon Demon is dé soundtrack van het jaar voor misschien wel de beste film van 2016 wat mij betreft. Aangezien er toch wel heel veel moet gaan gebeuren wil The Neon Demon niet overtroffen gaan worden dit jaar...
Sterker nog: de muziek is één van de hoofdrolspelers in misschien wel de beste film die regisseur Nicolas Winding Refn heeft afgeleverd tot nu toe.

De ontzettend sfeervolle ambient-electronica die Cliff Martinez heeft afgeleverd voor deze film (zijn derde samenwerking met Refn) werkt zo verdomd overtuigend, dat er geen ontkomen aan is.
Het album grijpt vanaf de openingsklanken van "Neon Demon" rechtstreeks naar de strot en laat niet meer los totdat de laatste noten van deze extreem sterke soundtrack allang afgelopen zijn.
Het ene moment duister en aangrijpend, het andere moment wonderschoon, is dit werkelijk waar een album om iedere seconde van te genieten.
Ook blijft de muziek fier overeind staan zonder de indrukwekkende beelden die de film rijk zijn. En dat is een win-win situatie wat mij betreft.
Dat neemt niet weg dat The Neon Demon, ondanks het feit dat de film zeker niet iedereen zal aanspreken, er toch eentje is die je gezien moet hebben. Want bijzonder is de film zonder meer.

The Neon Demon is als soundtrack een zeer geslaagd geheel te noemen met louter en alleen maar hoogtepunten. Zelfs de korte, muzikale schetsen zijn net zo sterk te noemen als de langere tracks.
Her en der zijn er opmerkelijke thema's te horen die zo nu en dan net even in een andere vorm voorbij komen, maar het blijft continue boeiend klinken.

Een verbluffende en intrigerende soundtrack waar ik keer op keer weer ademloos naar kan blijven luisteren. Vandaar de volle mep voor deze dijk van een plaat!!! Klasse!!!!

Cradle of Filth - Cryptoriana - The Seductiveness of Decay (2017)

poster
5,0
CorvisChristi (crew)
Mr. Rock plaatste als eerste een bericht bij Cradle's Hammer of the Witches met de opmerking dat ieder Cradle-album weer minder stemmen krijgt dan z'n voorganger. Deze trend lijkt zich vooralsnog alleen maar voort te zetten nu Cryptoriana alweer een maand uit is.
Laat ik voorop stellen dat ik dit gegeven betreur. Uiteraard met de gedachte dat ik best begrijp dat Cradle al lang niet meer zo populair is als in de hoogtijdagen van legendarische albums als Dusk, Cruelty en Midian.
Echter....wat Dani en consorten hebben afgeleverd met Cryptoriana is iets om toch eens genadeloos bij stil te staan. Ik durf namelijk te beweren dat Cradle met dit nieuwe album werkelijk iets bijzonders heeft afgeleverd wat met gemak de vergelijking aan kan met het allerbeste werk van de band.

Sinds voorganger Hammer of the Witches heeft Dani zich omringd met een band die gerust als één van de beste samenstellingen tot nu toe gerekend mag worden. Alleen al de twee gitaristen Richard Shaw en Ashok bewijzen dit al met verve: beiden behoren tot een tweetal van de beste gitaristen die ik tot nu toe gehoord heb binnen een metalband en dit zegt zeker wat!! Luister gewoon maar eens naar al die formidabele riffs en gitaarsolo's waar ze je als het ware mee om je oren slaan! Spectaculair gewoon. Maar ook de rest van de band is in topvorm en dit is overduidelijk te horen. Tel daarbij op stuk voor stuk waanzinnige nummers en je hebt een topplaat! Een moderne Cradle-klassieker wat mij betreft!
Voorganger Hammer of the Witches was al waanzinnig goed, maar met deze opvolger overstijgen ze zelfs dát album en dat is een prestatie op zich. Ook wel grappig dat de meesten Hammer beter vinden dan Cryptoriana. Ik ervaar het precies andersom. Cryptoriana is de overtreffende trap!

Het album kent geen enkel zwak nummer. Ze zijn allemaal van een uitzonderlijk hoog niveau en ieder nummer is een kunstwerkje op zich. En als ik dan toch een aantal hoogtepunten moet noemen, dan zijn dat zonder twijfel "Wester Vespertine" en "Death and the Maiden". Twee van de beste Cradle-nummers die ik sinds héél lange tijd gehoord heb.

Cryptoriana is misschien wel de beste metal-release van 2017 en één van de beste albums van Cradle of Filth. Dat ze anno 2017 het nog steeds voor elkaar kunnen krijgen om zulke klasse-albums af te leveren, is gewoonweg fantastisch. Ze hebben het toch echt wel geflikt.

Ik kan alleen maar zeggen: gaat dit luisteren. Dit is een super-album!
Hulde dan ook voor Cradle of Filth! Wat mij betreft zijn ze weer helemaal terug aan het metal-front en mogen ze weer de status van weleer krijgen!! In meerdere opzichten hebben ze dat namelijk verdiend. En al helemaal dankzij Cryptoriana - The Seductiveness of Decay!

Cusco - 2000 (1992)

poster
4,0
CorvisChristi (crew)
2000 is volgens mij een soort van internationale heruitgave van het een jaar eerder in Duitsland uitgebrachte Cusco - Sielmann 2000 (1991) en dit album wordt deels overlapt door een aantal van dezelfde tracks die ook op deze voorganger prijken.
Cusco's 2000 is dan ook, net zoals opvolger 2002 voor zover ik weet, voor het grootste deel de soundtrack van de Duitse natuurdocumentaire-serie Sielmann 2000 en bevat voor een deel nieuw opgenomen, meer orkestraal klinkende versies van Cusco-klassiekers zoals "Galapagos", hier omgedoopt tot "Islands of the Galapagos", "North Easter" (die erg stoer klinkt in deze versie) en het, in deze variant, behoorlijk episch klinkende "Flying Condor".

Over het algemeen is Cusco lekker op dreef op dit album met stuk voor stuk heerlijke, aangenaam in het gehoor klinkende instrumentale muziek met een elektronisch randje en hier en daar zelfs wat heuse orkestratie. Maar zoals ieder album en dat van Cusco niet uitgezonderd, zit er altijd wel een niemendalletje bij. En dat is dit keer voor mij persoonlijk "South America".

Maar gelukkig is het leeuwendeel gewoon aardig goed te noemen en heb ik dan ook een zwak verder voor nummers zoals het prachtige "Rift Valley", wat overigens werkelijk een pareltje van absolute wereldklasse is.

Of wat te denken van het iets donkere getinte "Dark Fascination" (goh!), wat een bombastische, tegelijk energieke boost binnen de muziek van Cusco voor de dag legt.

Plechtig en theatraal klinkt vervolgens "Canada - Last Paradise" en is eigenlijk net zoals de rest van de muziek op dit album een bewijs hoe ongelooflijk afwisselend en veelzijdig Cusco voor de dag komt. Iets wat dit album zeker z'n pluspunten geeft.

"Serengeti" brengt meer rust en sereniteit met zich mee en oh, wat klinken de synthesizers hier toch ongelooflijk lekker trouwens. Slechts de synths en een bescheiden, maar effectief ritme zorgen hier voor een doeltreffend effect. Voeg daarbij ook nog even dat typische (elektronische) panfluitje toe en je hebt één van de parels van dit album te pakken. Kort, maar krachtig.

"Rhythm of the Wilderness" kent weliswaar een ietwat vreemdsoortig ritme, maar tegelijkertijd klinkt het wel erg pakkend. Voeg daarbij een opzwepend melodietje als hoofdthema, en wederom een lekker Cusco-nummer is het eindresultaat.

En wat klinkt Cusco weer prachtig op het romantisch geladen "Africa - Afrika". De orkestrale aanpak op dit nummer zorgt voor een wonderschoon thema.

Het album eindigt met het al eerder genoemde "Flying Condor" en deze versie klinkt erg groots en majestueus dankzij de toegevoegde orkestratie. Sowieso is dit nummer misschien wel één van de meest toonaangevende nummers door Cusco geschreven, echter klinkt ie in deze orkestrale uitvoering gewoon buitengewoon goed.

Conclusie is dat ik 2000 zomaar één van de betere Cusco-albums vind. Ik kan niet helemaal de vinger erop leggen waarom ik dat vind, aangezien veel Cusco-albums erg veel op elkaar lijken. Maar iets weet me hier net even meer te raken dan op andere van hun albums.
Kortom: 2000 is een plezierig en onbezorgd album die eigenlijk op één track na (puur persoonlijk, ieder ander kan dit net zo goed juist één van de beste van het album vinden), zeer aantrekkelijk in het gehoor liggende muziek bevat waar menig mens vrolijk van zou moeten worden.

Cusco - Apurímac II (1994)

Alternatieve titel: Return to Ancient America

poster
3,0
CorvisChristi (crew)
Aangezien Cusco's Apurimac wordt beschouwd als zo'n beetje hun beste, meest authentieke en succesvolste release, kwam het idee tot stand om een vervolg te maken die uiteindelijk in 1994 het levenslicht zag in de vorm van Apurimac II: Return to Ancient America.
En zoals wel vaker het geval, is het vervolg 9 van de 10 keer niet beter dan de eerste in de reeks; dit geldt zowel voor films als voor muziek. Apurimac II is daarop geen uitzondering.
Ja, het is best een lekker album en bevat zéker een aantal gedenkwaardige nummers, maar het algehele niveau blijft absoluut niet over de gehele plaat van kracht, alhoewel het album ijzersterk opent met "Montezuma" en "Quetzal's Feather".
Maar helaas zakt het album vanaf dat moment toch flink in, wat echt wel flink jammer is, aangezien het niveau van de eerste 2 nummers akelig hoog is. Was de rest van het album net zo goed, had ik het direct het beste Cusco-album tot nu toe gevonden.
Niet dus. OK, her en der kent het album zeker nog wel z'n momenten, getuige nummers als "Dance of the Sun Priest", "Yucatan" en "Goddes of the Moon". Maar als geheel gezien had er i.m.o. veel meer uitgehaald kunnen worden.
Daarbij komt, dat Apurimac II qua sound veel 'artificiëler' (lees: nog kitscheriger) klinkt dan zijn voorganger. Het is een puur synthesizer-album, waar ik persoonlijk zeker van hou, echter staat Cusco over het algemeen bekend om hun warme, spontane combi van diverse instrumenten waarbij synths weliswaar de belangrijkste rol vervullen; echter mis ik hier zo nu en dan een lekker gitaartje of iets dergelijks. Iets wat op de eerste Apurimac nog wel het geval is.

Zo blijft er een aardig album overeind staan die nergens opvalt, echter ook weer niet zo slecht is. De betere nummers vormen de belangrijkste charme van deze plaat die er voor zorgen dat Apurimac II toch nog net niet in de vergetelheid verdwijnt. Binnen het genre is het echter niet het opvallendste album.

Overigens bleek dit album toch nog een succes, gezien het feit dat er in 1997 een Apurimac III op de wereld losgelaten zou worden.

Cusco - Desert Island (1980)

poster
3,0
CorvisChristi (crew)
Desert Island is het debuutalbum van Cusco, de Duitse new age groep rond Kristian Schultze en Michael Holm. Die laatste is in zijn eigen thuisland voordat hij Cusco opricht, op dat moment al lang actief als volkszanger.
Cusco mixt diverse muziekstijlen uit diverse landen (vaak landen met een rijke historie) tot pakkende en gemakkelijk in het gehoor liggende composities. De nadruk ligt vooral op de Zuid-Amerikaanse, muzikale invloeden uit landen zoals Peru. Niet voor niets is de naam van de band afgeleidt van de gelijknamige stad, wat vroeger de hoofdstad was van het oude Inca-rijk.

Desert Island zet meteen een stempel neer en laat al duidelijk het geluid horen waarmee Cusco vooral met albums zoals Apurimac (hun doorbraak in Amerika) en Mystic Island successen zou oogsten.
Het album mag denk ik wel als een new age-klassieker beschouwd worden.

Persoonlijk vind ik Cusco op z'n tijd erg prettig om naar te luisteren en daar hoort ook dit debuut zeker bij.
Het begin van het album doet me niet zo heel erg veel, maar naarmate het album vordert wordt ie beter. Uitschieters zijn het behoorlijk authentiek klinkende "Catalina" (die later in een nieuwere versie op Mystic Island zou prijken), het opvallende, iets meer episch klinkende "Straits of Hormuz" en het vrolijke "Alcatraz".
De beste songs staan nogal achteraan met "Hokkaido", die opvallende pop-invloeden laat horen. Verder heeft "Herrenchiemsee", mede door het opvallende gitaarwerk, niet alleen iets meeslepend over zich, maar doet dit nummer me ook wel zo nu en dan denken aan iets wat Ennio Morricone zo voor een willekeurige spaghettiwestern bedacht zou kunnen hebben.
Het album eindigt met het pastorale, mooie en wat mystiek klinkende "Ireland".

Desert Island is een heel aardig album. Nee, niet heel memorabel en imponerend en het zal zeker niet het eerste de beste album zijn wat ik mee zou nemen naar een onbewoond eiland . Maar het is gewoon voor zo af en toe erg lekkere muziek. Niet te moeilijk, gewoon leuke en onbezorgde muziek.

Cusco - Planet Voyage (1983)

poster
3,5
CorvisChristi (crew)
Dit is een heel verrassende en degelijke plaat van Cusco en zonder meer één van hun meer stevige albums, vanwege de geregeld opvallende aanwezigheid van elektrische gitaar-partijen die sommige nummers een rauw en stevig randje meegeven. Daarnaast domineren de keyboards en synths ook behoorlijk op dit album, maar deze zijn eigenlijk op elk Cusco-album wel te vinden.
Wat nagenoeg ontbreekt, is die typische Zuid-Amerikaanse stijl waarmee Cusco zich op hun albums voornamelijk kenmerkt. Dat typische panfluit-geluidje is zo nu en dan wel terug te vinden, maar absoluut minder dan op andere albums. En toch klinkt en voelt dit album als een Cusco-plaat, wat zeker wel knap te noemen is.

Het album gaat nog redelijk in de vertrouwde en traditionele Cusco-stijl van start met het vrolijke "Milky Way", die later ook in een meer rustige uitvoering op Mystic Island zou prijken. Deze originele versie bevalt me alleen beter, gewoon omdat deze wat meer opzwepend en daardoor spontaner klinkt. In ieder geval is het een prima binnenkomer. Overigens zou naast dit nummer ook "Pisces" en
"Leo" in een nieuwere versie op Mystic Island terechtkomen.

"Ursa Minor" is vervolgens een behoorlijk door keyboards en synths gedomineerde track, waar overigens wel de vrolijke toegankelijkheid van Cusco doorheen klinkt. Al met al een lekker nummertje.

Op "Pisces" valt voor het eerst het opvallende en bij vlagen redelijk stevige gitaarwerk op, wat me toch echt qua geluid erg aan Mike Oldfield doet denken. Het geeft dit nummer, mede dankzij het stevige drumwerk een ruw randje mee en dat bevalt me wel. Ook deze versie is beter dan de bewerking die deze zou krijgen op Mystic Island.

"Swan" is niet per se een nummer die je meteen van Cusco zou verwachten, vanwege de manier hoe de synths hier klinken en bespeeld worden, maar het is wel een gaaf nummer. De geluiden die hier uit de synths getoverd zijn, doen in de verte zelfs aan Jean Michel Jarre denken. Wederom verrassend fijn nummer.

"Andromeda" had vervolgens zo wel op een plaat van onze landgenoten van Nova of Peru kunnen staan. Het heeft dezelfde stijl en is andermaal een verrassend goed nummer.

"Venus" is misschien wel het hoogtepunt van het album. Hier gaat een typisch herkenbaar Cusco-melodietje hand in hand met een verrassend ruw klinkende elektrische gitaar. Toch wel verrassend dat Cusco op z'n tijd toch wel wat ballen laat zien, omdat ze toch ook wel geregeld bekend staan om hun mierzoete en gezapige, instrumentale werk. Ook op dit nummer zijn de Mike Oldfield-invloeden niet van de lucht.

"Leo" is ook weer erg fijn en combineert een aanstekelijk themaatje met een behoorlijk op de voorgrond aanwezige, opgefokte, ritmische akoestische gitaar. Ook deze versie prefereer ik boven die op Mystic Island is terug te vinden, alhoewel ik het idee heb dat beide versies nagenoeg niet verschillen van elkaar.

"Saturn" klinkt weer iets wat van Nova had kunnen zijn en is een onbezorgd en vrolijk nummer, echter heeft het t.o.v. de rest eigenlijk maar weinig op het lijf.

“Mars” is zonder twijfel het meest stevige portie muziek wat Cusco volgens mij ooit gemaakt heeft en het is ook weer dit nummer dat ik hevig aan Mike Oldfield moet denken. Sterker nog, misschien moeten liefhebbers van Mike Oldfield dit album sowieso maar eens uitchecken. "Mars" is behoorlijk meeslepend en zwaar van aard, maar ook erg aardig om naar te luisteren. Iets meer afwisseling in thema’s had het nummer misschien wat meer opsmuk gegeven, maar het blijft zonder meer één van de opvallendste nummers van het album.

Het album eindigt met het behoorlijk country & western-achtige “Pegasus”, wat te danken is aan het gitaarwerk. Het is een aardig, wat melig klinkend nummer. Niet het sterkste nummer van het album en wellicht daarom ook niet echt een overtuigende afsluiter, maar dat is een kwestie van smaak.

Concreet is Planet Voyage gewoon een hele degelijke Cusco-plaat en zeker één van de betere. Het album wordt niet gauw genoemd als één van de Cusco-klassiekers, zoals het debuut of Apurimac, echter durf ik stellig te beweren dat dit wel degelijk als een klassieker van Cusco beschouwd mag worden.

Dit album zweeft erg tussen een 3,5 en een 4 in, echter ga ik voor nu voor de voorzichtige 3,5. Dit komt doordat het album vanaf "Saturn" iets van z'n kracht lijkt te verliezen, ondanks dat "Mars" behoorlijk krachtig klinkt. Echter heeft "Mars" niet de impact van "Venus" die toch echt qua niveau een paar graden hoger ligt. Verder vind ik "Pegasus" een ietwat on-overtuigende afsluiter.
Echter neemt dit alles niet weg dat Planet Voyage één van die Cusco-albums is die het het zeker waard is. En och...wie weet gaat ie nog wel naar een 4.

Cusco - Ring der Delphine (1989)

poster
4,0
CorvisChristi (crew)
Dit is een verrassend en zéér degelijk album van Cusco met een aantal rustige, gedragen en plechtige nummers, maar ook een paar heel opzwepende... Over de gehele linie kan ik dit album beter verdragen dan Mystic Island, maar mist tegelijkertijd ook wat van de spontaniteit van Apurimac. Dat wordt in dit geval gecompenseerd met uiterst fijngevoelige nummers die wel degelijk tot de beteren van Cusco behoren.

Het mooie titelnummer opent de plaat op evenwichtige wijze en is een rustig, ietwat dromerig nummer die een aantal opvallende hoofdthema's bevatten die zich onderling afwisselen. Ondanks dat het nummer in hetzelfde, gedragen en gedweeë tempo doorkabbelt, zorgen de verschillende melodie-reeksen dat de aandacht geen enkel moment verslapt.

"Methos" heeft zeker iets rijkelijks en plechtigs over zich. Het klinkt als een soort van Keltische psalm en na de Inca-invloeden van Apurimac is het weliswaar weer eens héél wat anders, maar het klinkt zeker niet slecht en ik vind dat Cusco er mee weg komt.

"Spell" gaat door in dezelfde plechtige trant als de voorganger, maar klinkt wel weer wat traditioneler. Nog steeds anders dan dat ik van Cusco gewend ben, maar het is wel erg mooi.

Het spontane "Waters of Cesme" doet dan weer wel erg aan Apurimac herinneren en klinkt voor Cusco-begrippen veel herkenbaarder. Die typische Latijns-Amerikaanse sound komt werkelijk helemaal naar voren tijdens dit nummer. Erg leuk!!

Maar het beste voorbeeld van wel het meest opvallende nummer die ik tot nu toe ooit van Cusco gehoord heb, is het geniale "Djebel at Tarik". De manier hoe dit nummer in elkaar steekt is werkelijk geweldig. Het hoofdthema bevat neuriënd gezang en wordt afgewisseld met een aantal meer opzwepende en bombastische stukken die erg sterk in elkaar overgaan en zorgen voor een goede spanningsopbouw binnen de muziek. Wat dat betreft steekt dit nummer compositorisch erg goed en origineel in elkaar en stuwt het niveau van het album behoorlijk omhoog.

Ook het vrolijke "Bur Said" is een heel fijn, goed in elkaar stekend stukje muziek waar ik met plezier naar kan luisteren. Ook hier gebeurt erg veel en vooral het beetje tetterende middenstuk valt in positieve zin op. "Bur Said" doet me qua stijl wel een beetje aan de meer vrolijkere muziek van Yanni denken.

"Children's Crusade" begint als een soort van instrumentaal minstreellied, maar wordt daarna wat majestueuzer en plechtiger om vervolgens weer op het minstreel-gedeelte over te gaan. Héél aardig wederom...

Het album sluit af met een i.m.o. beetje onnodige reprise van het titelnummer.

Conclusie is wel, dat dankzij "Djebel at Tarik", wat werkelijk een supertof nummer is, mijn definitieve cijfer voor dit album naar 4 punten is gegaan, waar ik anders een 3,5 gegeven zou hebben!
Een aanradertje voor wie van toegankelijke en prettig in het gehoor liggende instrumentale muziek houdt, waarbij de nadruk wel ligt op keyboards en synthesizers.