MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten CorvisChristi als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Kebu - Kring Havet - Meren Ympärillä (2018)

poster
3,0
CorvisChristi (crew)
Ter gelegenheid van de viering van 100 jaar Finse onafhankelijkheid, wat o.a. met het eeuwfeest samenging, trad Kebu (Sebastian Teir) op 6 december 2017 live op in Kristinestad, compleet met orkest en koor.
Het resultaat is een bombastisch werkje in de vorm van de EP Kring Havet - Meren Ympärillä, waar Kebu vooral zijn voorliefde voor Vangelis laat doorklinken. Dit in tegenstelling tot zijn 2 vorige albums, To Jupiter and Back en Perplexagon, waar de invloeden van Jean-Michel Jarre overduidelijk doorklinken.

Het is een mooi werkje, waarin ook wat traditionele Finse invloeden in terug te horen zijn. Althans, dat idee krijg ik er een beetje bij.
Toch zal ik het niet snel aan meerdere luisterbeurten onderwerpen. Niet omdat het niet mooi is, maar omdat ik de dynamiek die ik vooralsnog erg op de voorgrond vind klinken in Kebu's muziek, hier nogal mis.
Het is toch ook overduidelijk anders dan wat ik gewend ben van Kebu, ondanks de Vangelis-insteek. Het pakt me verder ook niet zo erg.

Pas op de afsluiter "En Sällsam Gåva" krijgen we iets te horen, wat ik meer bij het Kebu-geluid vind horen, maar het blijft toch erg typerend klinken op een manier die ik liever niet per se bij Kebu vind passen.

Concreet is deze EP een leuk uitstapje en zeker ter gelegenheid van het jubileum voor Kebu een leuke manier om zijn populariteit onder de aandacht te krijgen. Maar ik hoop dat binnenkort wellicht nieuw werk weer in het verlengde komt te liggen van zijn eerste twee albums.

Kebu - Live in Oslo (2019)

poster
4,0
CorvisChristi (crew)
Dat Kebu mij al wist te overtuigen op zijn eerste twee studio-albums, heb ik al laten doorschemeren in mijn berichten bij deze albums. Maar ook live staat Kebu als een huis. Hij weet zijn composities 100% live te vertalen op zijn analoge synthesizers en dat resulteert in een heel leuk en spetterend optreden.
Live in Oslo is dan ook een geweldig live-document waarin hij laat zien wat hij in huis heeft. Stuk voor stuk geweldige nummers, tussendoor afgewisseld met een cover van een aantal van zijn voornaamste inspiratiebronnen.
Zijn beide studio-albums worden uiteraard uitgebreid onder de loep genomen en tussendoor een cover is natuurlijk erg leuk, maar stiekem was het met één of twee covers ook wel goed geweest. Zijn eigen materiaal is namelijk, alhoewel natuurlijk niet origineel, van hetzelfde niveau. Door de overdaad aan covers, mis ik bijvoorbeeld zijn juweeltje "Michael's Anthem". Die had eigenlijk niet mogen ontbreken op deze set. Jammer dat hij juist dat nummer niet gespeeld heeft.
Maar dit zijn dan ook de enige kritische noten die ik heb bij deze release, want verder is dit gewoon één groot feest der herkenning als je van de muziek van Jean-Michel Jarre, Vangelis, Tangerine Dream, Giorgio Moroder en Jan Hammer houdt. Kebu heeft echt een combi van zijn voornaamste inspiratiebronnen in zijn eigen muziek weten te verweven. Hij covert ook niet voor niets zijn helden!
Vooral de manier hoe hij zijn meest energieke tracks "Le Carnaval des Etoiles", "Deep Blue" en "Solar Wind Surfing for Beginners with Doctor Bob" tot één geheel weet te brengen, is geweldig en zonder twijfel het hoogtepunt van dit live-album!

Live in Oslo is een goede en leuke set en maakt de weg vrij voor een wellicht hopelijk binnenkort nieuw te verschijnen album van deze zeer fijne, spontane en enthousiaste muzikant waar ik ondertussen een zwak voor heb gekregen.

Kebu - Live Online (2021)

poster
4,5
CorvisChristi (crew)
Vrij snel na de release van zijn derde studio-album Urban Dreams, stortte de sympathieke Fin Sebastian Teir onder zijn artiestennaam Kebu zich op zijn volgende activiteit, namelijk op een volledig live in de studio opgenomen concert die hij digitaal en op LP heeft uitgebracht onder de naam Live Online.

Wie Kebu niet kent, moet daar snel verandering in brengen als je vooral fan bent van Jean-Michel Jarre, Vangelis, Tangerine Dream en Jan Hammer, oftewel retro-synthesizermuziek.
Want Kebu, die volledig speelt op analoge synthesizers, doet oude tijden herleven en wekt tegelijkertijd een zeer verfrissende sound op met zijn pakkende, melodieuze en toegankelijke composities.

Live Online biedt een overzicht van een aantal van zijn grootste successen en is verplichte kost voor iedereen die een zwak heeft voor dit soort muziek.
Alle uitvoeringen vertegenwoordigd op Live Online, zoals toppers als "Just Another Space Odyssey", het fenomenale "Le Carnaval des Étoiles" en een briljante uitvoering van "Fleeting Lights", zijn zo mogelijk ook allemaal nog beter te noemen dan de studio-versies zoals ze op zijn albums zijn terug te vinden. Alleen dat maakt Live Online al tot een geweldig album.

Niet te missen dus, deze Live Online. Het laat Kebu op zijn best horen! Topper!

Kebu - Perplexagon (2016)

poster
4,0
CorvisChristi (crew)
Mocht Jean-Michel Jarre ooit met pensioen gaan en/of zijn synthesizers aan de wilgen hangen, dan is er op dit moment maar één navolger die wat mij betreft met stip zijn plek mag innemen als de nieuwe Jarre, namelijk de Fin Sebastian Teir, oftewel Kebu. Want deze man verstaat zijn vak zó goed, dat je het hem vergeeft, dat hij nu niet bepaald originele muziek maakt. Dat laatste boeit eigenlijk ook gewoon niet, gezien de muziek gewoon van een hoog niveau is.
Van begin tot eind weet Kebu namelijk ook op zijn tweede album Perplexagon onweerstaanbare en boeiende synthesizercomposities af te leveren die met gemak het niveau van Jarre halen. Als ik niet beter had geweten, had dit voor een Jarre-album kunnen doorgaan.

Kebu's voorliefde voor de muziek van de Fransman, maar ook Vangelis, Tangerine Dream, Mike Oldfield en Jan Hammer heeft hij altijd laten doorschemeren en overduidelijk in zijn muziek laat hij dat dan ook terugkomen. Maar wel op een dusdanige manier, dat alhoewel het zeer herkenbaar en daardoor vertrouwd in de oren klinkt, nooit als simpelweg jatwerk bestempeld kan worden. Aangezien de composities ontzettend boeiend, energierijk en vooral ook erg sterk klinken. Kebu beheerst de analoge synthesizers dan ook erg goed en weet precies eruit te halen wat erin zit. Vertaald in stuk voor stuk heerlijke tracks.

Zijn debuut To Jupiter and Back uit 2012 is al een sterk album vol verwijzingen naar zijn grote voorbeelden, vertaald in heerlijke composities die op één of andere manier verslavend werken. En opvolger Perplexagon doet dat weer, getuige de Perplexagon-suite die van begin tot eind erg goed is. De zes tracks staan als een huis en zitten onderling zeer goed in elkaar. Het tempo ligt grotendeels hoog, de nummers kennen stuk voor stuk heel fijne en herkenbare thema's en als geheel is het ook nog eens écht af! Van begin tot eind gewoonweg een boeiende muzikale achtbaanrit.
Het mooie is, dat na de Perplexagon-suite het niveau eigenlijk consistent blijft. Alleen "Dawn" klinkt ietwat misplaatst, omdat Kebu op dit nummer trance-invloeden erin laat sluipen. Iets wat hij niet per se hoeft te doen. Gelukkig maakt het onweerstaanbare thema het goed.
Beter zijn dan zondermeer "Deep Blue", direct aansluitend gevolgd door de klapper van het album: "Solar Wind Surfing for Beginners with Dr. Bob".
Er wordt rustig afgesloten met het door Vangelis geïnspireerde "Song for Roger".

Perplexagon is een heerlijk album vol retro synthesizermuziek die, als je van dit soort muziek houdt, gehoord moet hebben. Verwacht alleen geen experimenten, geen vernieuwing en geen verrassingen. En juist dat maakt dit album zo ontzettend leuk. En het smaakt zeker naar meer. Dus Kebu, laat het nieuwe album maar komen!!

Kebu - Synthesizer Legends Volume 1 (2023)

poster
4,0
CorvisChristi (crew)
Als ik de liner notes die Kebu voor dit album geschreven heeft mag geloven, is zijn eerste kennismaking en verdere verloop van zijn avontuur in de wondere wereld van de synthesizermuziek, net zoals vele anderen, ook begonnen bij de Synthesizer Greatest-compilaties van Ed Starink. Kebu vind deze cover-albums, zoals hij ze zelf noemt, speciaal en weet zelfs te benoemen dat hij sommige versies beter vind dan het origineel.
Nu gaat het mij te ver om het daar mee eens te zijn, maar dat heeft Kebu er wel toe gezet, later in zijn carrière, hetzelfde te doen middels dit eerste deel uit een serie albums, die hij onder de noemer Synthesizer Legends heeft uitgebracht.

Dus is dit Kebu's eerste cover-album, waarin hij een negental bekende nummers op zijn manier ten gehore brengt. De ene bewerking is trouwer aan het origineel dan de ander en dat maakt dit album zeer leuk om naar te luisteren. En het moet gezegd, dat de manier hoe Kebu de nummers heeft ingespeeld, het toch wel een stuk beter, smaakvoller en met meer charme is gedaan dan Ed Starink's interpretatie op vele synth-klassiekers.

M.u.v. van de bewerking van "Flight of the Navigator, (Main Title)" (origineel Alan Silvestri), waar ik persoonlijk niet veel mee heb, zijn alle nummers zeer de moeite waard om te beluisteren.

Veel nummers heeft hij al eerder live gespeeld, zoals o.a. "Le Parc (L.A. Streethawk)" (origineel Tangerine Dream) en "Blade Runner, (End Titles)" (origineel Vangelis) en tegelijkertijd staan er ook bewerkingen op waarbij Kebu net even van de vertrouwde paden afdwaalt en totaal andere versies voorschotelt van ondertussen toch wel ietwat uitgekauwde nummers. Maar gelukkig hebben "Oxygene, Pt. 4" (origineel Jean-Michel Jarre) en "Crockett's Theme" (origineel Jan Hammer), heuse synthwave-bewerkingen gekregen en zijn met recht heel erg tof en verfrissend te noemen.

Wat minder avontuurlijk maar niet minder aanstekelijk zijn de bewerkingen van "Power Run" (origineel Laserdance), "Top Gun Anthem" (origineel Harold Faltermeyer) en "Terminator Theme, [Extended Version]" (origineel Brad Fiedel).

Ook de solo op "Fourth Rendez-Vous" (origineel Jean-Michel Jarre), is een ware verrassing te noemen en maakt dat deze cover echt knalt aan alle kanten! Knap gedaan wat mij betreft!

En zo is dit niet alleen een heus zoethoudertje voor hopelijk snel het volgende Kebu-album (eentje wat mij betreft dan weer met eigen composities), maar ook een bevestiging dat Kebu één van de meest vooraanstaande, nieuwere synthesizer-muzikanten is van de afgelopen 10 jaar! Want spelen kan de beste man goed.

Synthesizer Legends is één van de meest met smaak gebrachte cover-albums in lange tijd op dit gebied. En daarom alleen al aan te bevelen!

Kebu - To Jupiter and Back (2012)

poster
4,0
CorvisChristi (crew)
Kebu (echte naam Sebastian Teir) is een Finse muzikant die zeer catchy melodieuze synthesizermuziek maakt op voornamelijk analoge synthesizers. Hij is één van de vele navolgers die de muziek van voornamelijk Jean-Michel Jarre, Vangelis en blijkbaar ook Mike Oldfield (getuige "Michael's Anthem") eigen leven inblaast. Maar ook Tangerine Dream en Jan Hammer horen tot zijn inspiratiebronnen.

Op zijn debuut doet Kebu niets wat de doorgewinterde synthesizer-liefhebber al niet eerder heeft gehoord, maar hij doet het wel met ongelooflijk veel passie, dynamiek en enthousiasme. En daarom zijn de composities die To Jupiter and Back bevolken, ook zo onweerstaanbaar. Nergens origineel, maar inhoudelijk wel heel erg goed en ontzettend catchy, maar bovenal ontzettend verslavend om naar te luisteren.

Het is blijkbaar één van die artiesten, die daardoor wel boven de massa uit weet te steken, want Kebu is ontzettend populair in die zin dat hij vooral op Youtube een populariteit heeft weten te vergaren, die niet misselijk is. En dat is grappig, aangezien deze vorm van muziek werkelijk waar door velen wordt nagespeeld, maar bijna niemand weet er daadwerkelijk naam en faam mee te behalen. M.u.v. van de grote jongens dan binnen het genre, maar die hebben zich in het verleden natuurlijk al ruimschoots bewezen.

Echter is het Kebu die blijkbaar deze retro-sound die hij toepast in zijn composities, op een succesvolle manier onder de aandacht weet te brengen. En het toeval wil, dat die typische jaren '70-'80-sound die hij uit zijn analoge instrumenten weet te halen, de laatste jaren voor een bepaalde revival heeft gezorgd en daadwerkelijk weer een soort trend onder de electronische muziek is. En laat Kebu zijn vak ook eens behoorlijk goed verstaan.

Dit debuut gaat echt geen gooi doen naar origineelste synthesizer-release, maar dat is ook niet van belang. Het biedt iets waar liefhebbers alleen maar van zullen smullen.
Dus als bovengenoemde artiesten je bevallen en het interesseert je niet dat originaliteit hoog in het vaandel moet staan, dan is Kebu eigenlijk niet meer dan verplichte kost. Aangezien deze man eigenlijk gewoon ongelooflijk fijne en goede muziek maakt.

To Jupiter and Back is een ode aan de mooie electronische muziek waarmee Jarre, Vangelis, Tangerine Dream en meer van dit soort grote jongens hun naam mee wisten te vestigen. Een heel fijn album en een aanrader daarom!

Kebu - Urban Dreams (2021)

poster
4,0
CorvisChristi (crew)
Het duurde even, maar na vijf jaar kwam Kebu (echte naam Sebastian Teir) terug met zijn vooralsnog meest recente studio-album Urban Dreams. Een album vol met melodieuze synthesizermuziek waar, net zoals voorgaande albums, vooral de stijl van Jean-Michel Jarre en Vangelis in terug te horen valt. Bij vlagen doet dit album qua sfeer zelfs aan de Blade Runner-soundtrack van Vangelis denken! Ook al haalt Urban Dreams niet dat niveau, maar dat is ook niet te doen eigenlijk toch?

Urban Dreams is misschien niet het meest dynamische studio-album van Kebu te noemen. Ook duurt dit album behoorlijk lang en dat is in het geval van Urban Dreams helaas een wat minder punt te noemen. Want voor het eerst valt het me op bij Kebu, dat het album me niet voor de volledige aandacht weet vast te houden. Vooral naar het einde toe, verliest het album wat aan kracht.
Wat ook meespeelt, is dat het album tussendoor onderbroken wordt, door kortere composities die soms zelfs als intermezzo's beschouwd kunnen worden op de compositie daarna. Dat haalt bij tijd en wijlen de vaart er een beetje uit.
Wat overigens allemaal niet wegneemt, dat Urban Dreams gewoon een behoorlijk degelijk album is, vol met veel gevoel gespeelde, melodieuze synthesizer-composities, iets wat ik ondertussen al lang van Kebu gewend ben en ook niet anders verwacht.

De charme van Urban Dreams zit 'm dit keer in het gevoel en de emotie die sommige nummers oproepen; meer nog dan het tempo en dynamiek waar over het algemeen meer sprake van is op de vorige albums. En het moet dan ook wel gezegd worden, dat Kebu dan ook openstaat voor het maken van een album die niet zomaar aansluit op vorige werken.

Urban Dreams is dus weliswaar niet zijn meest opvallende album te noemen. De reden dat ik het album toch 4 punten schenk, net zoveel als zijn vorige albums, heeft gewoon te maken met dat dit album barst van de kwaliteit. De productie is voortreffelijk, de sound is futuristisch en retro tegelijkertijd en Kebu weet gewoon hoe hij goede muziek moet maken. En laten we het er ook maar op houden dat Urban Dreams meer luisterbeurten nodig heeft dan zijn vorige albums, maar daar is dan ook niets mis mee.

Je krijgt in ieder geval waar voor je geld, gezien dit album bijna 80 minuten duurt. En er staan een paar moderne klassiekers op, zoals de prachtige singles "Fleeting Lights" en "Hope". Andere, meer episch aandoende tracks zoals "Discovering Utopia" en "Free From the Pain", zijn ook zeer verdienstelijk te noemen. Als er al sprake is van meer dynamiek, dan kun je in ieder geval terecht bij het toffe "Saved by McGyver", maar dit is slechts één van de weinige up-tempo tracks vertegenwoordigd op dit album.

Concreet houdt Kebu de boel behoudend en misschien zelfs relatief bescheiden voor zijn doen. En dat is op zich helemaal niet erg. Wellicht waren de verwachtingen ook wel erg hoog na zijn eerste twee albums.

Maar gelukkig maakt dat dus Urban Dreams geenszins tot een slecht album. Het is nog steeds top wat Kebu allemaal produceert en daarom is ook deze derde langspeler van hem toch de moeite waard.
De grap is echter dat niet Urban Dreams, maar zijn live in de studio opgenomen album Live Online datzelfde jaar de echter klapper zou blijken te zijn van hem.

Kitaro - Ancient (2001)

poster
3,5
CorvisChristi (crew)
Ancient is de soundtrack van de NHK-documentaires Ancient and The Fourth Civilization en is volgens mij de eerste NHK-soundtrack in jaren sinds de muziek die Kitaro voor Silk Road heeft gemaakt. Met dit album kreeg hij het voor de zoveelste keer voor elkaar om genomineerd te worden voor een Grammy Award, alhoewel hij 'm dit keer niet won, wat wel het geval was met Thinking of You.
Ancient is een kleurrijk en divers album waarop diverse muziekstijlen uit diverse delen van de wereld (vooral het Midden-Oosten en Azië) vermengd worden met de o zo kenmerkende, typische Kitaro-stijl.
Toch moet me van het hart dat het album, samen met vele andere uit dezelfde periode, nogal glad en veilig klinkt t.o.v. van het vroegere werk van Kitaro. Dat werpt een beetje een smet op de muziek. Niet dat het slecht is, maar nergens wordt ik echt verrast of krijg ik ook maar een beetje het idee, dat Kitaro muziek maakt, wat vaak wel een positief effect heeft op m'n gevoel en persoonlijke emoties. Iets wat normaal gesproken de kracht is van Kitaro's muziek. Wellicht komt dat dit keer ook, omdat de muziek wat fragmentarisch klinkt bij vlagen. Ach, het is immers soundtrack-muziek, maar toch....
Toch heeft Ancient zeker z'n momenten. Zodra de muziek wat ritmischer en steviger wordt en Kitaro zijn onmiskenbare uithalen op de synthesizers openbaart ("Mysterious Triangle" en "Dholavira" zijn een goed voorbeeld), klinkt het erg goed. Ook meer dreigendere composities zoals "Crystal Sand" behoren tot de sterkere kanten van het album.
Echter staan er hier en daar wat lieflijke klanken op Ancient, die dreigen wat melig te gaan klinken, terwijl Kitaro juist een genie is in het creëren van mooie, ingetogen muziek, zónder dat het té gedwee gaat klinken.
Maar goed, ondanks m'n kritische noten hier en daar, is Ancient voor de rest eigenlijk gewoon weer een prima voorbeeld van de kwaliteiten van Kitaro's muziek. Het zit voldoende en afwisselend genoeg in elkaar om voor een bevredigend album door te gaan.
Overigens wordt Kitaro op "Main Theme NILE" en "End Theme Beyond" bijgestaan door het London Philharmonic Orchestra. Niet het minste orkest om mee samen te werken, toch...?

Kitaro - Dream (1992)

poster
3,5
CorvisChristi (crew)
Ondanks dat Dream een heel succesvol album was voor Kitaro, is het persoonlijk altijd een album geweest wat wat ondergesneeuwd bleek te zijn t.o.v. albums uit dezelfde periode, zoals Kojiki en Mandala die ik erg hoog heb zitten.
Na wederom beluisterd te hebben, begrijp ik weer waarom: Dream haalt het niet bij de genoemde albums in die zin dat de plaat sterk begint, maar naarmate die vordert vooral in de tweede helft wat minder sterk is.
Dat ligt niet eens per se aan Jon Anderson, die prachtige vocalen levert op drie tracks, waarvan vooral "Lady of Dreams" erg opvalt en van de drie nummers waarop de beste man te horen is, de beste blijkt te zijn.

De plaat opent nochtans sterk met het desolate en intiem mooi klinkende "Symphony of the Forest" om subtiel over te lopen in het geheimzinnig en wat duister klinkende "Mysterious Island".
Na een plechtig slot volgt een mooie overgang en volgt Jon's eerste bijdrage op "Lady of Dreams" en het is meteen één van de betere nummers: meeslepend, mooi en een sterk, wat steviger middenstuk zorgt voor een prachtig nummer en laat horen dat Jon prima past bij de sound van Kitaro. Jon zong al eerder mee op gelijksoortige klanken van Vangelis, Mike Oldfield en Tangerine Dream en het moge duidelijk zijn, dat de combinatie van elektronische muziek en de altijd fijne vocalen van Jon prima samen gaan.
Ook "A Drop of Silence" is prachtig. Een eenzame piano-melodie staat hier centraal, met zweverige keyboard-ondersteuning. Het is een vrij kort, maar sterk stukje muziek en tevens ook één van de hoogtepunten van het album.
"A Passage of Life" borduurt vooralsnog mooi voort op het album en laat horen hoe Kitaro prachtige overgangen binnen zijn nummers kan verweven tot één geheel. Groots, intiem, soms wat (mier)zoet klinkend, mysterieus etc. Het zit allemaal verborgen in dit nummer en laat de kenmerkende sound van het latere, wat meer orkestrale Kitaro-werk prima tot zijn recht komen. Tevens laat Kitaro met dit nummer horen ook open te staan voor het meer traditionele soundtrack-werk (even los van zijn werk voor de Silk Road-documentaires). Het was niet voor niets dat hij een jaar later de Heaven & Earth-soundtrack zou maken voor de gelijknamige Oliver Stone-film waarmee hij veel succes zou oogsten.

De tweede helft van het album is helaas wat minder, maar gaat wel mooi van start met "Agreement" waarop Jon's tweede bijdrage staat. Het Midden-Oosters getinte karakter geeft de broodnodige afwisseling met zich mee en alhoewel ik het nummer iets minder vind dan "Lady of Dreams", is het verder een prima aanvulling op de rest van de plaat. Ook staat hier sterk gitaarwerk op.
"Dream of Chant" zorgt voor een dromerige overgang binnen de muziek, maar helaas wordt de plaat daar wel wat meer richtingloos door. Mede vanwege het aansluitende "Magical Wave" wat traditionele zang laat horen op een wijze zoals Kitaro het al eerder liet horen op een nummer als "Hikari No Mai" van zijn tweede album From the Full Moon Story. Het klinkt intrigerend, maar gek genoeg juist op dit album wat misplaatst. Maar dat kan aan mij liggen, gezien Kitaro natuurlijk wel vaker teruggrijpt op dit soort muzikale uitstapjes. Ze passen echter wat minder bij de rest van het songmateriaal dit keer.
Middels "Symphony of Dreams" wordt er echter weer teruggegrepen op vooral de eerste helft van de plaat en is meer een soort collage van thema's die eerder te horen waren op o.a. "Symphony of the Forest" en "Lady of Dreams". Kitaro deed het specifiek herhalen van thema's al eerder op Kojiki, maar daar voelt en klinkt het beter en sterker dan zoals het hier naar voren komt. Het is een mooie aanleiding om weliswaar toe te werken naar het slot van de plaat, maar ik wordt er helaas niet geheel door meegesleept. Het is wel met gevoel en passie gebracht allemaal.
Uiteindelijk sluit het album af met het positief geladen "Island of Life" en is een mooie afsluiting van één van de meer succesvolle albums van Kitaro, mede door toedoen van Jon Anderson's bijdrage.

Het maakt Dream uiteindelijk tot een album die niet over de gehele linie even lekker loopt, zeker vanwege de wat geforceerde en niet helemaal op zijn plek vallende nummers "Dream of Chant" en "Magical Wave".
Het zorgt er daardoor voor dat ik een beetje op twee benen hink bij dit album; ik hoor dat het gewoon weer Kitaro is die zijn herkenbare ding doet en dit doet hij eigenlijk met verve, maar de topper in de vorm van Kojiki twee jaar eerder uitgebracht en de klapper die hij middels Mandala twee jaar later zou afleveren, is het niet.
Het is echter een behoorlijke gulden middenmoter die ik een forse 3,5 punten toeken met wellicht een optie naar 4 punten in de toekomst. Dream is namelijk allesbehalve een slechte plaat. Gewoon degelijk dit keer, met een mooie extra in de vorm van Jon Anderson's bijdrage.

Kitaro - Heaven & Earth (1993)

poster
3,5
CorvisChristi (crew)
Voor zijn eerste soundtrack Heaven & Earth, gemaakt voor de derde en laatste film uit Oliver Stone's Vietnam-trilogie (en volgens velen ook de minste), heeft Kitaro een Golden Globe Award gekregen. Is het dan echt zo'n bloedmooi en meesterlijk album?
Tja, de voornamelijk zeer zwaar beladen muziek klinkt inderdaad erg mooi, aangrijpend, groots en bij vlagen ook wel een beetje zielig. Eigenlijk zoals de film dat zelf ook is, alhoewel de film me vooral in de tweede helft niet echt meer kon bekoren. Te dramatisch en oversentimenteel. Het zorgt er ook voor dat de muziek ook teveel op de voorgrond aanwezig is, wat de muziek onbedoeld een beetje in een negatief daglicht plaatst.
Los van de film, is de muziek eigenlijk beter te pruimen. Het album moet het wel vooral hebben van het eerste en het laatste nummer. Vooral "End Title", waarop een aantal van de thema's terugkeren, is een sterk staaltje goede Kitaro-muziek.
Het leeuwedeel van de vooral orkestrale muziek (waar Randy Miller verantwoordelijk voor is) is ook mooi, maar het zijn wel de Kitaro-accenten die het 'm doen. De typisch herkenbare (analoge) synthklanken die zowat het handelsmerk zijn geworden van Kitaro, zijn bescheiden aanwezig, maar als ze er eenmaal zijn, drukken ze een warme stempel op de muziek. Ook duikt de Chinese Huquin-viool regelmatig op (gespeeld door Yu-Xiao Guang, die later een enorme rol zou vervullen op het album Kitaro's World of Music), wat een ietwat droevige stempel op de muziek drukt, wat waarschijnlijk op veel momenten in de film ook de bedoeling is.

Heaven & Earth is een mooi album, die het vooral van de voornaamste hoofdthema's moet hebben, die dan ook erg mooi zijn. De rest van de muziek kan me echter niet over de gehele linie boeien, ook al is het soundtrack-muziek. Dat neemt niet weg dat Kitaro's eerste uitstapje in de wereld van de filmmuziek slecht is. Persoonlijk houd ik gewoon meer van zijn vertrouwdere sound van zijn reguliere albums.
Het is dan ook vooral het ijzersterke "End Title" die me overhaalt het album nog een extra halve punt bij te geven, waardoor ik uitkom op een 3,5.

Kitaro - Impressions of the West Lake (2009)

poster
4,0
CorvisChristi (crew)
Impressions of the West Lake is in feite de muziek geschreven voor de gelijknamige, moderne Chinese opera, geregisseerd door de Chinese filmmaker Zhang Yimou, vooral bekend van zijn films Hero en Curse of the Golden Flower. Niemand minder dan Kitaro mocht de muziek verzorgen en het moet gezegd: het is een indrukwekkend werkstuk geworden.
Het mag zeker gezien worden als een grootschalig en bij vlagen bombastisch, orkestraal album, maar tegelijkertijd klinkt het onmiskenbaar als Kitaro.

Tegelijkertijd bevat het album ook een aantal verrassingen, zoals het door de Chinese zangeres Jane Zhang ingezongen titelnummer. Eerst moest ik eraan wennen, aangezien Kitaro nauwelijks werkt met vocalisten (m.u.v. koorbegeleiding), maar het moet gezegd: het is een prachtig nummer, waarin vooral de zang van Zhang erg goed naar voren komt. De vrouw beschikt over een geweldige stem, waarmee ze vooral sterk op de emoties inspeelt. Vooral tijdens haar hogerige uithalen, kan ik niet anders dan concluderen dat er een flinke dosis kippenvel zich verspreidt over m'n huid. En dan versta ik niet eens wat ze zingt, aangezien het volledig in het Chinees is...

Maar het album bevat veel meer sterke momenten. Na het spraakmakende intro "The Inmost Feeling Ripples" volgt het groots opgezette "Aria Di West Lake", waarin een belangrijk thema die ook terugkeert in het titelnummer de hoofdmoot bepaald. Maar tussen het herhaaldelijk terugkerende thema door, laat Kitaro allerlei andere indrukwekkende stukken de revue passeren.

Ook het meer dreigende en pompeuze "Fish Dive in the Lake" mag er zijn. Hier laat Kitaro zich van z'n meer donkere kant zien, met stampende, bombastische momenten, ondersteund door indrukwekkende koorbegeleiding.

Het ingetogen "The Moon on the Lake" is weer van een veel serener niveau. Mooie thema's wisselen zich om de beurt af en piano, synthesizer en Chinese viool gaan mooi samen in een prachtig nummer die op en top van herkenbare Kitaro-kwaliteit is.

"Zen" bouwt uitstekend op met dreigend percussie-werk en zodra het nummer zich meer ontvouwt, komen er sterke elementen om de hoek kijken. Boze kreten van wat Chinese krijgers zouden kunnen zijn, zorgen voor een adrenaline-stoot tijdens dit ijzersterke nummer.

"Lotus" laat in eerste instantie in het begin stukken uit de opening van het album terugkeren, maar verandert vervolgens in een zeer afwisselend, wat meer zweverig nummer, die naar het einde toe in ritme toeneemt en in één keer bombastisch eindigt.

Ook "Reflection of the Moon" laat wederom in het begin stukken horen die erg lijken op het intro, maar verandert dan als het ware in een tweeluik van thema's, waarin het eerste stuk een wat meer Oosters getint thema laat horen en het tweede een meer romantisch en melancholisch geladen thema ten gehore brengt. Als geheel is het al net zo episch van opzet als "Aria Di West Lake".

"Romance" is een heel mooi, in het begin door een koor gezongen stuk wat een bepaalde innerlijke schoonheid blootlegt. Het neigt in het begin af en toe naar de zoetsappige kant over te hellen, maar gelukkig wordt het thema zodanig, dat het tot grootse proporties leidt. Ook de Chinese viool krijgt aan het einde nog een rolletje te vervullen.

"Spirits of the West Lake" eindigt het album op passende wijze en is als het ware een instrumentale versie van het titelnummer.

De complete opera incl. de muziek van Kitaro mag als een zeer ambitieus project beschouwd worden. De muziek is in ieder geval degelijk de moeite waard en sommige nummers beschouw ik zelfs als de betere van Kitaro sinds jaren. Stiekem had ik toch nog wat meer stevig werk verwacht, in de stijl van "Fish Dive in the Lake", maar voor de rest mag dit album beschouwd worden als wederom weer een goed voorbeeld van het werk van Kitaro.
Een ruime 4 punten verdient dit album dan ook met gemak!!

Kitaro - Kitaro's World of Music featuring Yu-Xiao Guang (1996)

poster
3,0
CorvisChristi (crew)
Hoewel geproduceerd door Kitaro, is de muziek dit keer niet door hem zelf gespeeld. Kitaro's World of Music is vooral een album wat eens een andere kant van de muziek van Kitaro laat horen. Oftewel, hoe klinkt zijn muziek, als andere muzikanten het spelen? Ziehier het bewijs.
Blijkbaar was Kitaro zo onder de indruk van het vioolspel wat meneer Yu-Xiao Guang verzorgd heeft op de soundtrack van Heaven and Earth, dat hij besloot hem centraal te plaatsen op dit album, waar Yu-Xiao samen met wat andere muzikanten, de muziek van Kitaro op een mooie wijze naspeelt. De versies die hier gespeeld worden, zijn allemaal bewerkingen van nummers afkomstig, (m.u.v. "Mandala"), van de Silk Road-albums.
De nadruk ligt op de Chinese Huquin (viool), die Yu-Xiao met verve bespeelt. Hij is verantwoordelijk voor de belangrijkste thema's die in de nummers voorbij komen, met op de achtergrond fluit, harp, klassiek gitaar en gewone viool. Het eindresultaat is zeker mooi te noemen, ook al geef ik de voorkeur aan de originele versies. Dit vanwege het feit dat de nummers namelijk onderling op dezelfde wijze worden gespeeld, waardoor elke keer die viool nadrukkelijk blijft opduiken. En hoewel natuurlijk zeker niet zo bedoeld, heeft de Chinese viool de neiging wat zielig en jengelig te klinken, wat dus op een gegeven moment me een klein beetje opbreekt.
Op zich dus wel mooi, alleen geeft dit gegeven het album daardoor een wat éénzijdig randje mee.
Maar het is zeker niet verkeerd om de muziek van Kitaro eens op deze manier te horen. Het is rustgevend, mooi en misschien nog wel méér oosters getint, dan de originele versies van Kitaro.
Kortom, leuk voor de afwisseling. Niet iets om stijl van achterover te slaan, maar als sfeermuziek op de achtergrond werkt het zeker.

Kitaro - Sacred Journey of Ku-Kai, Volume 1 (2003)

poster
4,0
CorvisChristi (crew)
Een herkenbaar begin voor een Kitaro-album (het ruisen van de golven op een verlaten strand) luidt "Michi" in, totdat er langzaam kabbelende tonen, als het neerkomen van druppels regen op klankschalen samen met een fluit het nummer pas echt inluiden. Een mooie synth-laag, trommels en hier en daar wat effecten zorgen tezamen voor een majestueuze en sterke opener.
Tijdens "Kageroh" gaan de melodie van een sitar en die van een erg gave synthesizer hand in hand en even later voegt zich daar een ritmische ondergrond bij. Een erg smaakvolle compositie en ergens doet dit nummer me erg denken aan het oudere werk van Kitaro. Het mantra-gechant van Tibetaanse monnikken is constant, maar zeker niet storend op de achtergrond te horen.
Een opvallende melodielijn staat centraal als hoofdthema tijdens "Shizuku". Ook hier zijn typische Kitaro-kenmerken terug te vinden, zoals de typische, wat 'zangerige' synthesizer-sound waarmee hij zich al praktisch vanaf het eerste album zo onderscheidt.
Mooi, zweverig en ingetogen begint "Flow". Een rustige electrische gitaar-melodie ondersteunt het nummer, totdat een ritmische ondergrond en een kabbelende synth-lijn erbij komen.
Tijdens "Nen" is er monnikken-gechant te horen. Diverse percussie-instrumenten en kosmische geluidseffecten zijn er doorheen te horen. Het maakt het nummer in ieder geval tot één van de meest opvallende van de plaat.
Het lieflijke en romantische aspect van Kitaro's muziek is pas echt te horen op "The Wind", een prachtig stukje ingetogen muziek zoals alleen Kitaro die uit z'n mouw weet te schudden. Het maakt het meteen tot één van de toegankelijkste nummers van het album.
Samples van belklanken van één van de 88 Shikoku-tempels (elk nummer bevat overigens samples van deze belklanken) luiden het ritmische "Gi" in, weer één van de meer traditioneel klinkende nummers die dit album rijk is, waarop Kitaro's roots duidelijk terug te horen valt.
Een mooie kabbelende akoestische gitaar geeft opvallend en prachtig ondersteuning aan het mooie melodielijn en maakt "Evening Sun" wederom weer tot een prachtig staaltje muziek.
"Silence" heeft een mysterieuze feel over zich. Een dwarsfluit en een harp domineren dit nummer en beide instrumenten dwarrelen door elkaar heen. Zodra er structuur in het nummer komt, blijft de fluit eenzaam en verlaten in het luchtledige zweven met uitwaaierende melodielijnen. Een uitstekend en smaakvol nummer.
Het siert het album, dat het allemaal zo ingetogen blijft. Op zich hou ik wel van de meer pompeuze Kitaro-sound, maar op dit album stoort het me geenszins dat het allemaal vrij kalm blijft. De nummers an sich zijn gewoon sterk. Zo ook "Earth in Bloom", wat prachtig opbouwt. Dit had net zo goed de opener van het album kunnen zijn. Het nummer straalt wat warms uit en is i.m.o. één van de sterkste vertegenwoordigt op dit eerste Ku-Kai-album, waar ik verderop in deze bespreking nog even op terug kom.
Op "Kuu" domineren de prachtige klanken van de Chinese viool, toch wel een instrument met een heel eigen, emotionele klank. Een instrument die op de juiste momenten een gevoelige snaar bij me weet te raken. Hier wordt de viool bijgestaan door plechtige klanken op de piano.
Afsluiter "Cocoro" sluit dit album op mooie wijze af. Dit nummer heeft al helemaal een Chinese 'feel' over zich, vanwege de aanwezigheid van de pipa, een eeuwenoude 4-snarige luit, een getokkeld snaarinstrument die ik naar mijn weten nog niet eerder gehoord heb op een Kitaro-album.

Al met al is dit een zeer kleurrijk en smaakvol album te noemen en mede door de inbreng van allerlei exclusieve instrumenten, geeft het dit album iets speciaals. Het album is de eerste in een reeks van tot nu toe 3 (en er gaan er meer komen,als het goed is...), en laat toch een andere, wat minder toegankelijke stijl horen, waarmee Kitaro ook een beetje teruggrijpt naar zijn beginperiode.
Geïnspireerd door de gebeurtenissen van 9-11, besloot Kitaro om een bedevaartstocht te maken, langs de 88 tempels op het Japanse eiland Shikoku, een reis die de boeddhist Ku-Kai zelf ook ondernomen had zo'n 1100 jaar geleden. Elke tempel kent zijn specifieke tempelbellen, waarvan Kitaro het geluid opgenomen heeft, en verwerkt op de reeks albums.
Ik heb zo'n flauw vermoeden dat, als het er sowiezo van gaat komen, ongeveer 8 albums in deze reeks in totaal moeten gaan verschijnen. Aangezien het 88 tempels zijn en er tot nu toe 31 nummers gemaakt zijn verspreidt over de 3 albums met op elk nummer een tempelbel te horen, is er qua muziek nog een lange weg te gaan. Kitaro's bedevaartstocht is dus nog niet voorbij .

Kitaro - Sacred Journey of Ku-Kai, Volume 2 (2005)

poster
4,5
CorvisChristi (crew)
Geïnspireerd door de gebeurtenissen van 9-11, besloot Kitaro om een bedevaartstocht te maken, langs de 88 tempels op het Japanse eiland Shikoku, een reis die de boeddhist Ku-Kai zelf ook ondernomen had zo'n 1100 jaar geleden. Elke tempel kent zijn specifieke tempelbellen, waarvan Kitaro het geluid opgenomen heeft, en verwerkt op zijn reeks albums die als het ware een eerbetoon zijn aan Ku-Kai.

Dit album, Sacred Journey of Ku-Kai Volume 2, is zoals de titel al zegt, het tweede deel in deze reeks en laat een meer traditionele stijl horen van Kitaro, diep geworteld in de Japanse roots. Dit werkt eerlijk gezegd verfrissend en zorgt er ook voor, dat Kitaro wat meer teruggrijpt naar het verleden, naar bijvoorbeeld zijn Silk Road-albums; sfeervolle, Oosters getinte wereldmuziek waarin ook zijn voorkeur voor het maken van elektronische muziek, naar voren komt. Een unieke blend, waarmee Kitaro zich tegelijkertijd kenmerkt en onderscheidt als componist.

Het album begint mooi met "Shining Spirit of Water", die gekenmerkt wordt door de inzet van o.a. de Chinese viool, toch wel een instrument waar Kitaro op later werk toch vaak op teruggrijpt. Het werkt eigenlijk altijd wel.
"As the Wind Blows" laat Kitaro in vertrouwder vaarwater horen, een compositie waar een simpele doch effectieve, maar bovenal mooie melodielijn centraal staat. Het klinkt typisch als Kitaro, weinig verrassend, maar daardoor niet minder mooi. Het zijn juist de kenmerken van Kitaro als componist door juist met ongelooflijk op het gevoel spelende melodieën aan te komen die, hoe clichématig dan ook, hart én ziel weten te raken en hij kan dat nu eenmaal erg goed.
"Koki" is vervolgens dan typisch zo'n compositie die echt teruggrijpt naar het verleden, toen Kitaro meer de neiging had om meer zweverige muziek te maken die ook wat meer de nadruk legt op een stijl, waarop een vorm van meditatie mogelijk is.
"Kan-non" doet dit ook, alleen klinkt dit nummer weer wat grootser en meer episch van karakter en het is zowel dit nummer als de vorige, die teruggrijpen op de sound van de Silk Road-albums. En laten vooral deze albums tot de betere uit zijn oeuvre behoren.
Ook "Whispering Earth" grijpt terug op de stijl van vooral Silk Road en dit nummer doet qua thema wel wat denken aan "Caravansary" van het Tenjiku-album, het vierde deel in de Silk Road-reeks. Het nummer heeft in ieder geval al net zo'n memorabel thema als dat nummer. Het is wederom een een prachtige en bevlogen compositie, kenmerkend voor wat Kitaro te bieden heeft binnen zijn muzikale spectrum.
Eén van de meer opvallende composities is zonder twijfel "Inner Lights" die gekenmerkt wordt door een meeslepende melodie gedragen op een effectieve piano-ondersteuning. Het kleurrijke karakter en de rust die de muziek van Kitaro als het ware uitademt, komt echt wel tot uiting tijdens beluistering van dit nummer, die erg tot de verbeelding spreekt; alsof weidse vergezichten van het Japanse landschap middels een panorama aan je voorbij trekken.
"Dancing Flower" voert vervolgens de dynamiek wat op en is een krachtige uiting van wat Kitaro zoal in zijn mars heeft, namelijk dat hij ook wat forser uit de hoek kan komen. De sterke kenmerkende melodieën uit de synthesizer speelt de grootste rol hier en mede door de sterke ritmische begeleiding zorgt er in zijn geheel voor dat dit zeker ook één van de hoogtepunten is van dit album. Enige jammere is, dat het nummer vrij abrupt eindigt.
De Japanse stijl keert weer zeer vormelijk terug op "Floating Lotus" en qua stijl grijpt dit album terug naar de openingstrack van het album. Wederom een kleurrijke omlijsting van traditionele instrumenten verweven met de kenmerkende sound van de synthesizers van Kitaro. Prachtig ook om te horen hoe het nummer zichzelf overstijgt door zelfs in het tweede gedeelte beter te worden! Alsof de drijvende lotus steeds meer tot bloei komt.
Het mooie is, dat het album niet in-kakt, maar van hoog niveau blijft. Kitaro blijft afwisselend verrassen met de ene na de andere kleurrijke compositie. Dus wordt er doorgepakt met "Peaceful Valley", een dromerig maar tegelijkertijd krachtig stukje muziek, waarop een piano en een fluit een samenspel vormen. Dromerige, bijzondere klanktapijten uit de keyboards zorgen voor een aparte, maar tegelijkertijd mooie ondersteuning.
"Crystal Field" is daaropvolgend een intieme, sprankelende compositie vol heerlijk keyboard-werk en laat andermaal de kenmerkende sound van Kitaro horen. De melodieën klinken warm en feeëriek op een wijze die voor rust en sereniteit zorgen. En ook sijpelt het verleden van Kitaro's muziek door, gezien hij op zijn eerste handvol albums eigenlijk alleen maar dit soort muziek maakte. Het mooie is echter, dat hij het hier heel sterk muzikaal verwoordt, waardoor het niveau van de muziek erg hoog komt te liggen. Prachtig en verbazend hoe hij dat toch voor elkaar krijgt om juist met een album als deze, wat toch zeker niet één van zijn bekendste albums is, een welhaast moderne klassieker neer te zetten. Knap!
Het album eindigt met de tempelbel van één van de tempels en geheel op ouderwets traditionele wijze, wordt Sacred Journey of Ku-Kai Volume 2 afgesloten met typische Japanse zang en percussie en vormt daarmee in contrast een totaal ander karakter dan de rest van de plaat. Maar het werkt en is als slot effectief te noemen.

Van de (tot nu toe) vijf albums die er zijn verschenen van Sacred Journey of Ku-Kai, mag dit deel als één van de betere beschouwd worden. Het laat eigenlijk alle facetten van de muziek van Kitaro horen en van begin tot eind staat dit album vol met de kenmerkende muziek waar Kitaro wereldfaam mee heeft bereikt.
Nergens wordt het album echt grootschalig of bombastisch, maar toch weet Kitaro ingetogenheid en dynamiek op een unieke wijze samen te voegen. En ook nog eens op zo'n manier, dat het in zijn geheel blijft boeien en meeslepend blijft.
Was Volume 1 van deze serie al goed, Volume 2 doet daar een schepje bovenop en zorgt ervoor dat deze tweede worp uit de Sacred Journey of Ku-Kai-reeks zowaar één van de betere albums is uit de latere carrière van Kitaro. Knap album en daardoor voor de liefhebbers en fans niet te missen!

Kitaro - Spiritual Garden (2006)

poster
4,0
CorvisChristi (crew)
Spiritual Garden is wederom een heel mooie plaat van Kitaro en het valt me op dat Kitaro zich van een iets andere sound heeft laten voorzien dan op voorgaande releases van 'm. Wellicht komt dit, doordat een zekere Keiko Takahashi (overigens niemand minder dan Kitaro's vrouw) ook een flink staaltje aan de composities heeft bijgedragen.
Wat ik dus al eerder aangaf, resulteert e.e.a. in een heel mooie plaat. Maar heel opvallend en bijzonder wordt het echter nergens. Dus moet het album het vooral hebben van sfeer en voornamelijk rustgevende en prachtig in het gehoor liggende klanken en melodieën. En is dat eigenlijk niet gewoon het belangrijkst? Daarnaast is er ook best wel wat afwisseling terug te horen op dit album en praktisch elk nummer straalt een bepaald karakter uit.

Zo opent het album met het weliswaar wat simplistisch klinkende, maar effectieve "Gentle Forest", waar een nadrukkelijke, rustige piano-melodie op de voorgrond te horen is.

Vervolgens komen we in meer traditioneel Kitaro-vaarwater met "The Stone and the Green World". Een kabbelende ondergrond, een meeslepende melodielijn: het heeft wel wat herkenbaars over zich. Naarmate het nummer vordert, lijkt ie wat geheimzinniger te gaan klinken vanwege een verdwaalde en eenzame piano-melodie, maar vervolgens komt hetzelde thema nét even op een andere manier terug.

Wat grootschaliger en opzwepender van aard is vervolgens "Sunlight Dancing". Het is na de eerste 2 rustige nummers een prima oppepper, echter moet me wel van het hart dat het hoofdthema wel iets té simpel en voor de hand liggend klinkt. Ondanks dat is het een welkome afwisseling na de eerste 2 rustige nummers.

"Moonflower" is vervolgens een heel mooi, eigenlijk wat te kort juweeltje, waarbij een mooie toegankelijke melodie (gespeeld op een cello) de overhand heeft.

Het daaropvolgende "Wind and Water" ademt ook een behoorlijk eigen karakter uit en het zijn vooral de mooie akoestische gitaar-harmonieën die opvallen. Overigens doen zowel dit nummer als "Moonflower" me muzikaal ook aan het latere werk van Gandalf denken.

"Moon Shadow" is een typisch voorbeeld van hoe een simpel, maar zéér doeltreffend thema, gecombineerd met het juiste effect zorgt voor een prima geheel. Op de één of andere manier toch daardoor een persoonlijke favoriet geworden van dit album.

"Love for Elka" heeft alle typische Kitaro-ingrediënten die het tot een herkenbaar stuk muziek maken. Mooie, kabbelende ondergrond, sfeervolle fluit-melodie, sprankelende harp-accenten.

Het ietwat dreigende en bombastische "Hydrosphere" geeft vervolgens een andere draai aan dit album en de wat meer stevige kant van Kitaro's muziek begint langzamerhand de overhand te krijgen.

Wat uiteindelijk resulteert in het rock-achtige "Quasar". En oh, wat klinkt dit nummer zowel ritmisch als thematisch toch herkenbaar. Het is alsof Kitaro hier teruggrijpt naar één van mijn all-time-favorites, namelijk "Chant from the Heart" van Mandala. Alleen net niet zo intens en goed als laatstgenoemde. Maar zeker niet verkeerd om naar te luisteren.

Het zweverige, ietwat dromerige "White Night" biedt als overgang een welkom tussendoortje naar het fraaie slotstuk, nl. het titelnummer. En die laatste is een typisch, voor de hand liggend, herkenbaar, maar daarom niet minder mooi stuk muziek zoals ik die wel meer van Kitaro gehoord heb.

Al met al maakt het Spiritual Garden zeker de moeite waard. OK, de plaat zal echt niet opvallen en uitsteken boven de zee aan Kitaro-releases, maar degene (waaronder ikzelf), die over het algemeen de muziek van Kitaro een warm hart toedraagt, zal zeker genieten van bijna een uur lang mooie muziek.

Kitaro - Symphony Live in Istanbul (2014)

poster
4,0
CorvisChristi (crew)
Het was alweer een flinke tijd geleden dat Kitaro een live-album had uitgebracht, dus was het de juiste en tijd en plaats om n.a.v. een tweetal memorabele concerten die hij gegeven had in Istanboel, registraties daarvan samen te voegen tot het live-album Symphony Live in Istanbul.

Kitaro weet live eigenlijk altijd wel te imponeren. Vaak ondersteund door een orkest, komen zijn nummers vaak goed en groots tot zijn recht en dat is op dit live-album niet anders.
Alhoewel niet verrassend, is het altijd weer fijn en erg mooi om naar zijn klassiekers te luisteren.

Wat opvalt is dat hij eindelijk weer eens het originele Silk Road-thema uit de kast trekt i.p.v. de vele variaties erop die hij meestal live ten gehore brengt (vaak voortbordurend op het eerste gedeelte van het nummer "Silver Moon" van zijn album Kitaro - Silk Road II (1980).
Ook valt "Kokoro (Part II)" van Kitaro - Mandala (1994) erg op, omdat dit een deel is die hij ook niet tot nauwelijks live speelt.
Andere klassiekers zoals "Heaven & Earth" mogen uiteraard ook niet ontbreken, plus een drietal mooie uitvoeringen van nummers van zijn albumklassieker Kitaro - Kojiki (1990).
Het titelnummer en "Mercury" van zijn Grammy-winnende bestseller Kitaro - Thinking of You (1999) zijn ook vertegenwoordigd.

Concreet is Symphony Live in Istanbul gewoon weer een oerdegelijk live-album zoals we dat onderhand van Kitaro mogen verwachten. Zoals ik al eerder vermeldde: niet verrassend, maar wel weer erg mooi.

Kitaro - Thinking of You (1999)

poster
3,5
CorvisChristi (crew)
Tja, wat kan ik zeggen over dit Kitaro-album... Het is gewoon weer een ouderwets klinkend album zoals ik die wel vaker van deze man gehoord heb. Niks mis mee, echt niet. Echter heb ik gevoel dat er hier erg op veilig wordt gespeeld. Gedwee en voorspelbaar kabbelt Kitaro zich een weg door de 10 nummers heen, waar zeker mooie pareltjes tussen zitten, waaronder het gedreven Fiesta, een prachtig nummer die me in de verte, vanwege bepaalde klanken, aan de muziek van de Duitse formatie Cusco doet denken. Tevens is het titelnummer. vanwege de bloedmooie melodie, ook nog wel een vermelding waard.
De rest van de nummers, (op 2 uitzonderingen na), klinken zelfs voor Kitaro-begrippen erg rustig, waardoor het New Age-gevoel erg komt bovendrijven. Natuurlijk zit dit element al veel langer in Kitaro's muziek, hij wordt zelfs als één van de grondleggers van het New Age-genre gezien. Maar op dit album is dit dus nog nadrukkelijker aanwezig. Dit zorgt ervoor, dat Thinking of You wat minder afwisselend genoemd mag worden, dan een aantal van zijn vorige platen. Het is niet slecht, echter lijken bepaalde nummers wat teveel op elkaar, waardoor het album, indien je 'm in z'n geheel beluistert, dreigt wat te verwateren.
Pas op het eind, wordt het alsnog interessant, met het verrassend dynamische "Space Te", een geweldig, vlot en imposant Kitaro-nummer.
Het album eindigt op een verrassend bombastische, maar helaas véél te korte "Del Mar", overigens het enige nummer waarop een korte, maar sterke electrische gitaarsolo staat.
Het is dan ook het laatste gedeelte, die mijn gemiddelde waardering voor het album een halve punt extra meegeeft, waardoor ik uiteindelijk op een 3,5 uitkom, i.p.v. de 3 die ik 'm had willen geven. Hier komt ook bij, dat dit een typisch groei-album is, die z'n schoonheid pas ontvouwt, bij herhaaldelijke beluistering. Echter vind ik 'm over de gehele linie geen topper, ondanks de Grammy Award die dit album gewonnen heeft.
Overigens is er ook een DVD verkrijgbaar van deze release, waarbij de muziek wordt ondersteund door prachtige natuurbeelden.

Kitaro - Tôyô's Camera (2009)

Alternatieve titel: Japanese American History during WWII

poster
3,0
CorvisChristi (crew)
Tôyô's Camera is de soundtrack van de gelijknamige documentaire over de Japans Amerikaanse fotograaf Tōyō Miyatake en de foto's die hij maakte van de Japans Amerikaanse gevangenen in het Manzanar interneringskamp in Californië. Deze mensen werden als staatsgevaarlijk beschouwd na de aanval op Pearl Harbor.

De muziek van Kitaro is niet speciaal voor de documentaire gemaakt maar geselecteerd en afkomstig van een reeks van succesvolle albums die hij op Domo Records heeft uitgebracht.
Dat houdt dus in dat dit album voor Kitaro-fans niets nieuws onder de zon te bieden heeft, gezien al het materiaal al eerder is uitgebracht.
Wel is de manier hoe de muziek gekozen is, zorgvuldig afgewogen en past het mooi onder de beelden die de documentaire laat zien. Althans, daar ga ik maar van uit, gezien ik de documentaire niet gezien heb.
Als album is Tôyô's Camera dan ook niet echt interessant, buiten het feit om dat de muziek heel mooi is.
Wellicht als kennismaking op het werk van Kitaro een aanrader, gezien het als compilatie-album verder een mooi samengesteld werkje is. Maar daar blijft het wel bij.

Klaus Doldinger - Constellation (1983)

poster
3,5
CorvisChristi (crew)
Klaus Doldinger is vooral bekend als jazz-muzikant. Ik ken hem dan weer voornamelijk van de Das Boot-soundtrack.
Wat ik tot voor kort niet wist, is dat hij verrassend genoeg ook nog één album uitgebracht heeft met elektronische muziek, namelijk Constellation. En gezien mijn voorliefde voor elektronische muziek behoorlijk hoog is, was mijn interesse gewekt.

Constellation is een zeer toegankelijk en lekker melodieus album vol met aanstekelijke elektronische muziek en ligt puur in het verlengde van wat ik in mijn eerdere bericht al vermeldde: Jean-Michel Jarre en Peru/Nova.
Hoewel nergens echt verrassend (ik heb het allemaal al een keer eerder voorbij horen komen), is het een alleraardigst album die heerlijk weg luistert en daar is in wezen niets mis mee.
Alleen liggen de vergelijkingen er wel érg dik bovenop. Zo is "The Point", alhoewel erg leuk om naar te luisteren, erg beïnvloed door Jarre en dit geldt zelfs nog meer voor afsluiter "Constellation Part 5". Alhoewel ik bij die laatste weer het idee heb dat het net is alsof Jarre het hoofdthema van dat nummer min of meer gejat en gebruikt heeft voor zijn eigen compositie "Oxygene 13". Luister beide nummers maar eens achterelkaar en let dan vooral goed op het hoofdthema. Het lijkt hetzelfde idee, dezelfde 'feel'. Net even anders uitgewerkt en uiteraard klinkt het zeker niet over de gehele linie hetzelfde, maar toch...

Neemt niet weg dat er best wel wat te beleven valt op dit album die met ruim een half uur misschien wat aan de korte kant is.
De opener vind ik dan nog niet zo heel erg overtuigend weliswaar, opvolger "The Point" is gewoon erg catchy te noemen.
"Dreamer's Tale" is met afstand de mooiste track van het album, terwijl "Timesignature" overduidelijk de vlotste track is.
De vijf delen van "Constellation" zijn niet over de gehele linie even sterk, maar in z'n totaliteit steken ze nog net boven de middelmaat uit.

Blijft over een album die erg leuk is om in de collectie erbij te hebben, al is het maar omdat dit het enige EM-album die Klaus Doldinger gemaakt heeft.

Klaus Schulze - ...Live... (1980)

poster
4,0
CorvisChristi (crew)
Dit album had ik nog niet, nadat deze in 2007 opnieuw op Revisited verscheen, dus was dit natuurlijk voor mij juist de reden om die versie aan te schaffen. Deze versie bevat naast een extra lange versie van "Sense" ook nog de bonustrack "Le Mans Au Premier". Het moge dan ook duidelijk zijn dat mijn review dit keer gebaseerd is op de Revisited-uitgave.
Live is een absoluut degelijk document uit de Schulze-discografie en bevat opnames opgenomen in Berlijn (1976), Parijs en Amsterdam (beide 1979).

Na een daverend gejuich en applaus knalt Schulze met "Bellistique" er direct in met een hele vette, agressieve en rappe sequencer. Deze sequencer houdt een aantal minuten aan, maar krijgt uiteindelijk versterking van een geweldige solo. En voordat ik er erg in heb, bevind ik me in de Berlin School-hemel! Schulze gaat volledig uit zijn dak en gaat op een gegeven moment echt helemaal los als de solo compleet op hol slaat. Daarna laat hij de muziek rustiger worden, blijft de sequencer meer op de achtergrond kabbelen en zorgen warme, gedragen synth-akkoorden die minutenlang aanhouden voor een sfeervol plaatje. Uiteindelijk blijven deze laatsten over en zorgen voor een zeer bijzonder, behoorlijk bombastisch coda die me bij vlagen aan de meer experimentele kant van Vangelis doet denken. De laatste minuten bestaan letterlijk uit een vuurwerk van overdonderende synth-akkoorden. In ieder geval een uiterst overtuigende opener waar terecht voor geklapt wordt!!

Toch is "Bellistique" 'slechts' het opwarmertje. Want wat Schulze ons met het epische "Sense" voorschotelt is redelijk ontzagwekkend te noemen. Vijftig minuten klokt "Sense" en tegenwoordig is dat normaal voor Schulze-begrippen. Vanwege de extreme tijdsduur is het dit keer dan ook helemaal geen straf dat Schulze de muziek langzaam de tijd geeft om op te bouwen. Een zweverig intro met zo nu en dan het rommelen van de donder is dan ook het enige wat ik op dat moment hoor. Vlak voor de vierde minuut springt er een licht op de achtergrond kabbelende sequencer te voorschijn die al rustig voortkabbelend zijn ding doet. En zo ontstaat er een mooie klankcollage waar het aangenaam op wegdrijven is.
Na een tijdje begint de hoofd-sequencer tot leven te komen en langzamerhand laat Harald Grosskopf ook zijn drums horen. De sequencer krijgt bijval van een andere en als reactie daarop gaat de hoofd-sequencer vervolgens opgefokter klinken. En zo groeit "Sense" rond de achttiende minuut, als er ook nog eens een flitsende solo zijn intrede doet, dan uiteindelijk uit dat allesomvattende proporties.
Rond de zesentwintigste minuut klinkt het alsof de sequencer begint te 'zwalken' en hervindt na een tijdje zijn evenwicht weer. De muziek is dan ook weer wat kalmer geworden, ondanks dat de nadruk toch nog steeds op de hoofd-sequencer ligt. Lang aanhoudende synth-akkoorden doen vervolgens hun intrede en ook de drums van Grosskopf herpakken zich weer. Een nieuwe, meer rustige solo kondigt zich aan en langzamerhand neemt "Sense" weer wat aan kracht toe totdat op den duur overal weer flink de nadruk op komt te liggen.
In de slotfase laat Schulze alles rustig wegebben en is het rustig bijkomen geblazen, terwijl de kenmerkende hoofd-sequencer (inmiddels gereduceerd tot een subtielere variant) rustig zijn kabbelende weg blijft vervolgen terwijl mooie, gedragen synth-akkoorden zorgen dat de muziek een gedragen en vreedzaam karakter met zich mee krijgt.
Wellicht is het de extreem lang aanhoudende hoofd-sequencer die het merendeel van "Sense" domineert, wat op een gegeven moment te veel van het goede dreigt te worden, waardoor de aandacht dreigt af te zwakken. Maar ondanks deze kritische noot mag "Sense" welbeschouwd puur en concreet als 'classic' Berlin School gezien worden. Wat dat betreft zeker essentiële kost wat zeker aan het eind letterlijk als figuurlijk een daverend applaus verdient.

“Heart” begint kenmerkend met een synth-pulse die zich continue herhaalt. Rustige synths zijn op de achtergrond te horen en zorgen voor een sferisch geheel. Het is in ieder geval rustig bijkomen na het epos wat “Sense” is en het nummer is dan ook een welkome afwisseling. Op een gegeven moment doet een aangename solo zijn intrede en zorgt voor een meer dan aangename bijkomstigheid.
De omslag vind plaats ronde de elfde minuut als een snerpende sequencer zijn intrede doet en het nummer robuust een andere sfeer met zich meekrijgt. Schulze trekt vrij snel alle registers open en onder begeleiding van een ferme beat tovert hij een hoop bombarie uit zijn synths. Op een gegeven moment als de nadruk meer op de sequencer en beat is komen te liggen zorgt een snerpende solo voor een hoop tumult en bombarie en met de broodnodige synth-effecten geeft het het nummer nog wat extra’s mee. In ieder geval klinkt het gebodene erg sterk en is dan ook een feest voor het oor.
Uiteindelijk gaat het tempo nog een beetje omhoog en krijgen de genoemde elementen nog even een flinke boost met zich mee als Schulze letterlijk gaat scheuren tijdens de solo, totdat hij de boel weer wat meer tot rust laat komen en het ritme enigszins veranderd. Gedragen synth-akkoorden in combinatie met een scala aan elektronische percussie-elementen zorgen voor een mooie overgang en uiteindelijk voor het slot van “Heart”.

Met een daverend applaus, gefluit en ander kabaal, wat direct redelijk lelijk en abrupt afgebroken wordt, begint het live in 1979 in Amsterdam opgenomen “Dymagic” met als speciale gast Arthur Brown, die zijn grillige vocalen van stal mag halen. Net zoals hij dat al deed op “Shadows of Ignorance” van het Dune-album. In tegenstelling tot dat nummer, is hij hier al vrij snel te horen.
Ik weet eigenlijk niet zo goed wat ik van “Dymagic” moet vinden. Het duurde erg lang voordat ik “Shadows…” eenmaal kon waarderen, echter viel uiteindelijk toch het kwartje. Maar “Dymagic” is toch andere koek en de vocalen zijn hierop niet mijn ding. Het klinkt allemaal behoorlijk gekunsteld en vergezocht en volgens mij lijkt dit meer op een soort geïmproviseerde jam dan dat hier daadwerkelijk over nagedacht is. Wat in wezen helemaal niet verkeerd hoeft te zijn, alleen pakt het i.m.o. hier ongelukkig uit. Daarbij klinkt Arthur wel alsof hij te diep in het glaasje (zeg maar gerust fles) heeft gekeken en in een melige bui kan het bij vlagen grappig zijn om naar te luisteren, echter is het na het niveau van de eerste drie tracks toch wel redelijk matig te noemen. Misschien met een joint of zo dat het beter werkt, echter rook en blow ik niet, dus helaas.
Op een gegeven moment houdt Arthur voor even z’n kop dicht en als reactie daarop gaat Schulze volledig over-de-top op zijn synths. Even later lijkt het wel als reactie dáárop dat Arthur ook weer even flink van leer moet trekken. Overigens is het totaal niet te verstaan wat hij te verkondigen heeft, alhoewel ik het idee heb dat het eerlijk gezegd nergens over gaat.
Zo heel af en toe als Schulze van zich af bijt, lijkt het nummer z’n momenten te kennen, maar zodra Arthur weer te horen is, is het meteen een stuk minder. Achteraf had Arthur misschien wel helemaal achterwege moeten blijven. Dan was het nog altijd een mindere van Schulze geweest, maar dan was het nog redelijk rendabel gebleven. Helaas is “Dymagic” toch absoluut de minst sterke track vertegenwoordigd hier en gezien het hoge niveau van de rest van de nummers, is dat toch jammer.

“Le Mans Au Premier”, de bonustrack, is het eerste deel van een live-registratie, opgenomen ergens in Frankrijk in 1979 en is een aardige en bescheiden toevoeging aan het album, maar niet meer dan dat. Het bestaat voornamelijk uit weifelende en dwalende synth-klanken die als intro meeslepend zouden kunnen klinken als voorbode op een groot en episch brok synthesizer-muziek. Alleen lijkt het in deze vorm niet echt te werken, waardoor er niets meer dan een grotendeels loos intro overblijft. Als uiteindelijk de muziek (die echt wel zo z'n momenten kent) zich ontvouwt, is het alweer snel voorbij. Wat in werkelijkheid hoogstwaarschijnlijk niet het geval zal zijn geweest. Daarnaast voegt het eerlijkheidshalve niets toe wat ik al niet eerder op het album gehoord heb.

Concreet is Live toch een geweldig album van Schulze die zich van zijn kenmerkende top van zijn kunnen laat zien. Helaas wordt het lichtelijk ontsierd door het dubieuze “Dymagic”. Daarnaast voegt de bonustrack in wezen niets van daadwerkelijke toegevoegde waarde toe.
Ondanks dat toch 4 punten voor Live, omdat de eerste 3 tracks van uitzonderlijke klasse zijn en die er voor zorgen dat ook dit pompeuze live-document essentiële kost is voor iedere zichzelf respecterende Schulze-fan en – liefhebber.

Klaus Schulze - Angst (1984)

poster
3,0
CorvisChristi (crew)
Dit is een redelijk sfeervol Schulze-werkje en is op zich niet verkeerd om naar te luisteren, echter is het een 'tussendoortje' te noemen t.o.v. veel ander werk van deze zeer productieve Duitser.
De toon wordt al snel gezet met het kabbelende en door zg. belklanken gedomineerde "Freeze" die overigens ook nog gebruikt is in Michael Mann's film Manhunter.
"Pain" start met een rustig drum-ritme waaroverheen grillige en een beetje naar Aziatisch klinkende synth-klanken worden gelegd. Al snel komt daar een kabbelende en stuwende sequence bij die het geheel wat meer dynamiek meegeeft. In de 3de minuut zakt de sequence weg en klinkt alles wat meer relaxed, totdat de sequence na een minuut weer terugkeert en de boel in één keer nog dynamischer wordt vanwege de toevoeging van een geweldige up-tempo drum-beat. Klaus trekt ook meteen alles uit de kast en brengt het nummer een stevige lading adrenaline mee. Uiteindelijk zakt alles weer een beetje in waarmee Klaus één van de betere tracks van dit album eindigt.
"Memory" doet me een beetje denken aan de muziek van het niet zo heel bijzondere Drive Inn-album die hij samen met Rainer Bloss heeft gemaakt en staat wel verder verwijderd van wat ik normaal zo goed vind aan de muziek van Mr. Schulze. Wat ik dan ook nog eens akelig lelijk en vals vind klinken, is de muzikale passage rond 2:42 . Elke keer als ik dat hoor, gaan de haren op mijn nekvel recht overeind staan en moet ik oppassen dat ik me niet per ongeluk verslik in m'n eigen speeksel. Gelukkig duurt de overgang maar kort, maar uiteindelijk ben ik wel weer blij als het nummer afgelopen is. Eentje om te skippen, wat mij betreft.
Ik heb altijd de neiging spontaan te gaan swingen en dansen als "Surrender" zich aankondigt, vanwege die typische jaren '80 disco-drumbeat. Uiteindelijk ga ik dan toch weer rustig zitten als het wat somber klinkende thema langzaam opduikt, dat een nogal bizar en druilerig contrast creërt met de opzwepende drumbeat. Echter duurt deze combinatie me wel wat te lang om te kunnen blijven boeien.
Het album wordt afgesloten met "Beyond", een ietwat vreemde combinatie van bobbelende en bruizende klanken gecombineerd met percussie en naargeestige sferische klanktapijten. Toch creëert het geheel een hypnotiserende werking bij mij, waardoor ik dit toch wel één van de betere nummers vind.
Uiteindelijke conclusie, is dat het eigenlijk best een interessant, lichtelijk experimenteel album is, maar toch ga ik voor de gulden middenmoot van 3 punten. Niet slecht, maar het weet nét niet zoveel bij me los te maken, dat ik echt enthousiast kan wezen. Wat je wel zou denken, gezien de lengte van dit bericht .

Klaus Schulze - Audentity (1983)

poster
4,0
CorvisChristi (crew)
Schulze's Audentity is zonder twijfel één van zijn meer avant-garde gerichte werken en is over het algemeen gezien blijkbaar niet zijn meest populaire werk. Persoonlijk vind ik het een bijzondere plaat; wellicht artistiek gezien zelfs wel één van zijn meest interessante uit de jaren '80. Om de één of andere reden klinkt deze plaat gedurfd, experimenteel en diepgravend en dat is nogal wat, gezien de meeste van zijn albums uit zijn artistiek mindere jaren '80-periode, toch een stuk minder imponerend zijn.

Ik loop de nummers door in de volgorde zoals ze op mijn editie van het album staan.

"Cellistica" begint erg chaotisch, bevreemdend en grillig als allerlei vreemde synth-klanken door elkaar heen lopen. De omslag vind plaats als er een apart synth-ritme z'n intrede doet en de cello van Wolfgang Tiepold opvallend op de voorgrond treedt. Uiteindelijk gaat dit gepaard met een pakkende beat en het nummer begint nu pas echt te 'lopen'. Het nummer is, zelfs voor Schulze-begrippen, geen gemakkelijke kost, maar is toch vrij bijzonder om naar te luisteren. Vlak voor de negende minuut is daar opeens een pakkend thema te horen die het nummer wat toegankelijker laat klinken en gaandeweg de muziek verder vordert, wordt ie i.m.o. toch beter. De muziek blijft spannend en onderhoudend klinken en zo vlak voor het einde duikt datzelfde thema nog een keer op, in combinatie met wat gave geluids-effecten, waar uiteindelijk het nummer ook mee eindigt.
Wellicht niet Schulze's beste werk, maar ik heb absoluut beroerder gehoord. Dit is echt zo slecht nog niet en al met al klinkt deze opener al stukken beter dan bijvoorbeeld de gehele vorige studio-plaat Trancefer bij elkaar!

"Tango-Saty" is voor Schulze-begrippen een enigszins vreemde eend in de bijt. Sowieso is het nummer aan de opvallend korte kant, wat soms, in het geval van Schulze, niet verkeerd hoeft te zijn. Het is echter het tetterende thema wat eerder wat potsierlijk overkomt, dan dat het echt indruk op me maakt. Ondanks dat heeft het wel wat.

"Amourage" is een opvallend mooi nummer die rustige synth-klanken onder begeleiding van een piano laat horen. De klank van de synth-melodie doet me zowaar een beetje aan Kitaro denken en dat geldt toch ook wel voor de rest van het nummer . Het ademt om de één of andere reden eenzelfde soort zweverig en warm karakter uit. Al met al een fraai stuk muziek die zeker ook voor Schulze-begrippen aardig opvallend te noemen is!

"Opheylissem" vind ik muzikaal erg in de stijl van Trancefer liggen en laat o.a. het opvallende percussie-werk van Michael Shrieve horen. Daar waar ik op die plaat me betreffende zijn getrommel op een gegeven moment danig stoorde, vind ik zijn bijdrage tijdens "Opheylissem" een stuk overtuigender overkomen. Tevens heeft dit nummer het voordeel dat deze slechts vijf minuten klokt en dat is in dit geval een verademing te noemen.

"Spielglocken" is vervolgens erg aangenaam om naar te luisteren. Dit nummer klinkt meer lichtvoetig en luchtiger van aard en klinkt erg lekker. Het aparte synth-ritme uit "Cellistica" is hier ook op terug te horen, weliswaar in een iets andere vorm, maar ook de rest van de muzikale inkleding doet denken aan dit nummer. Niettemin heeft dit nummer zeker meer te bieden qua compositorisch vernuft en is eigenlijk, zeker als op een gegeven moment de 'spielglocken', de cello en de synth-melodie te horen zijn, gewoon een heel boeiende en meeslepende luister-ervaring. Verrassend!!

Afsluiter "Sebastian Im Traum" is Schulze op zijn meest controversieel en tegelijkertijd ook op z'n meest experimenteel. Het is een reis door de wondere wereld van wat Schulze te bieden heeft, eentje die over de grenzen van z'n kunnen gaat. Niet dat het direct per se het allerbeste is wat de man gemaakt heeft, maar origineel en gedurfd is het zeker. Bij vlagen lijkt dit nummer te klinken alsof Klaus maar wat aan het improviseren en klooien is op zijn synths, maar tegelijkertijd klinkt het toch ook bijzonder intrigerend. Het is de combinatie van abstractie en finesse wat "Sebastian Im Traum" tot weliswaar geen gemakkelijk te slikken kost maakt, maar indien je deze kluif weet te verduren, blijft er een muzikale ervaring overeind staan, die behoort tot in ieder geval de meest memorabele, die Schulze gemaakt heeft in de jaren '80. Dit moet je horen om te geloven, maar als het eenmaal doordringt en het grijpt je beet, laat het je niet meer los tot aan het einde.
Alles zit erin: schoonheid, mystiek, waanzin, bombast, etc. Kortom: wauw!

En zo kan ik niet anders dan concluderen dat deze Audentity in mijn beleving gezien mag worden als een heel interessant, gedurfd maar bovenal een heel degelijk Schulze-album. Eentje die relatief hoog scoort in mijn beleving. Wellicht niet zo hoog als heel veel van zijn jaren '70-werk, maar al met al is dit een album die laat horen dat Schulze in de jaren '80 het absoluut nog in zich had om zeer diepgravend en goed materiaal af te leveren.
Audentity is op zijn eigen manier een meesterwerk en tegelijkertijd is het dat ook niet. Dit komt, doordat het album gevoelsmatig een vorm van doordachtheid en een bepaalde vorm van structuur mist. Echter is het wel een album die als muzikaal experiment, eenmaal op waarde geschat, fier overeind blijft staan. En dit komt voor een erg groot gedeelte door het toch briljante "Sebastian Im Traum".

Audentity is, hoe je het wendt of keert, verplichte kost voor iedere Schulze-fanaat. Of je het goed gaat vinden, is een tweede. In ieder geval is ie alleen al voor "Sebastian Im Traum" de moeite waard. Ik vind 'm gelukkig wel goed. Een ruime 4 punten is ie het dan ook dubbel en dwars waard. Wellicht in de toekomst zelfs nog een halfje erbij.....

Klaus Schulze - Body Love Vol. 2 (1977)

Alternatieve titel: Moogetique

poster
4,0
CorvisChristi (crew)
Dit is een gave voortzetting van de Body Love-soundtrack en minstens zo goed.

De half uur durende openingstrack is zonder meer briljant. De ommezwaai die plaatsvindt in de 14de minuut is werkelijk geweldig, nadat het nummer sowiezo al ijzersterk opgebouwd is. Na de 20ste minuut wordt het zelfs nog beter, wanneer een aanhoudende, zweverige grondtoon een slordige 10 minuten aangehouden wordt, waaroverheen de klanktapijten van Schulze en het gedrum van Grosskopf naar ongekende hoogten worden geleidt. Persoonlijk niet het beste Schulze-nummer ooit, dat is naar mijn mening "Crystal Lake" van Mirage, maar goed is het zonder meer!
"Stardancer II" is een soort van letterlijke en volwaardige herhalings-oefening van "Stardancer". Deze versie klinkt net even wat voller en indrukwekkender.
Na de bombarie van de eerste 2 nummers, sluit "Moogetique" op behoorlijk mysterieuze en zweverige wijze het album af en zorgt daardoor tevens voor de nodige afwisseling binnen de sfeer van de muziek.

Ook dit album is wederom een uitstekend voorbeeld van de kwalitatief hoogstaande muziek die Klaus Schulze gemaakt heeft in de jaren '70. Misschien niet zo bekend en goed als een Timewind, Moondawn of Mirage, maar qua niveau komt het toch gevaarlijk dicht in de buurt.

Klaus Schulze - Cyborg (1973)

poster
4,5
CorvisChristi (crew)
Cyborg..... Volgens velen één van de moeilijkste albums van Klaus Schulze. Best begrijpelijk, want het is absoluut zware kost. Echter is het wel zeer interessante zware kost. Het is i.m.o. het logische vervolg op het overtuigende debuut-album Irrlicht. Het ligt toch behoorlijk in hetzelfde straatje, echter is Cyborg toch wel pittiger en minimaler van karakter. Edoch, in de juiste stemming, kan dit album je helemaal opzuigen. En je naar denkbeeldige bestemmingen voeren die praktische alle verbeelding te boven gaat.

Het is wel elke keer inkomen geblazen, gezien opener "Synphära" niet meteen een gemakkelijke binnenkomer is. Intrigerend is het zeker en eenmaal gegrepen door de hypnotiserende en verheven klanken, is het nog steeds zware kost. Alsof het album zich nooit helemaal bloot wil geven. Puur door de abstractie ervan. Waardoor het elke keer weer een andere luisterervaring oplevert. Iets wat ik ook sterk heb met het klassieke magnum opus Tangerine Dream - Zeit (1972), een album die qua beleving, maar ook qua status, toch sterk doet denken aan Cyborg. Het is als het ware Schulze's antwoord hierop.

"Conphära" kent als basis de orgel-drone die deze compositie sterk benadrukt. Hierdoor al klinkt dit nummer nog minimaler dan het vorige nummer, maar tegelijkertijd vind ik 'm door de zweverige en dwalende achtergrond-klanken, meeslepender en aangrijpender van aard dan "Synphära". De omlijsting van warme synth- en fluitklanken werkt erg effectief terwijl de orgel-drone van begin tot eind zijn zoemende werk doet, zonder dat het ook maar enigszins gaat vervelen. Wat toch keer op keer knap is van het werk van Schulze. De manier hoe hij je als het ware in de muziek trekt, waardoor je er op een gegeven moment gewoon middenin zit. En het moment dat je dat bereikt, komt de muziek pas echt tot leven. Iets wat zeer kenmerkend is voor de muziek van Schulze. Zijn muziek is oprecht beleving. Een avontuur waar je goed voor moet gaan zitten. Als achtergrondmuziek werkt het voor geen centimeter, want dan gaat alle kracht van de muziek verloren, waardoor het niet overkomt en daardoor ook niet genietbaar is. Als je eenmaal de gebruiksaanwijzing gelezen hebt en begrijpt, is het absoluut genieten geblazen.

"Chromengel" is groots, heel groots. De majestueuze orgelklanken zorgen al voor het broodnodige kippenvel, maar als de synthesizer-effecten uit de kast worden getrokken en de zwaar aangezette orgel-akkoorden zich nog meer lijken te ontvouwen, wordt er naar een onaards hoogtepunt toegewerkt. Vlak naar het einde toe verdwijnt de orgel en krijgen we pure synthesizermuziek voorgeschoteld. Eentje van een kaliber die zelfs anno 2015 nog steeds niet aan kracht heeft ingeboet. E.e.a. zorgt toch wel dat dit mijn favoriet is van de plaat.

Het niveau blijft hoog, aangezien "Neuronengesang" werkelijk fantastisch is om naar te luisteren. Schulze gaat behoorlijk los tijdens dit nummer en laat een sterk staaltje sfeervol en ruimtelijk synth-werk horen, alhoewel de toon erg kil en dreigend van aard is. Hoewel dat toch ook wel voor de rest van het album geldt. Daar waar Irrlicht nog wat warmte lijkt uit te stralen, is de muzikale wereld van Cyborg koud en kil. En dit is niet eens negatief bedoeld. Het is gewoon het algehele karakter van de muziek. Het hóórt gewoon zo te klinken. In ieder geval is het behoorlijk wonderlijk en zelfs lichtelijk magistraal te noemen. Dit moet écht behoorlijk hip hebben geklonken in 1973.

Cyborg is misschien wel samen met X zijn meest grootschalige werk uit de jaren '70. Net niet mijn favoriet uit die periode, dat zijn toch wel degelijk Timewind en Mirage. Maar het is zeker een indrukwekkend, experimenteel, baanbrekend en ambitieus werk waarmee hij zich al snel onder de groten zou plaatsen. Dit album is niet te missen, dat moge duidelijk zijn. Net geen meesterwerk voor mij, maar toch echt wel héél erg goed!!

Klaus Schulze - Dig It (1980)

poster
3,5
CorvisChristi (crew)
Ik had Dig It al, maar toen bleek dat Revisited dit album in 2005, niet alleen met een bonustrack, maar ook met een DVD zou uitbrengen, voelde ik me verplicht, ondanks dat Dig It zeker niet tot mijn favorieten van Klaus Schulze behoort, deze toch aan te schaffen. Achteraf gezien blijkt de Linzer Stahlsinfonie dan toch wat tegen te vallen. Muzikaal gezien is het allemaal niet zo heel interessant en op een gegeven moment geloofde ik de beelden ook wel. Als uniek live-document is het zeker een leuk extraatje, dat dan weer wel...

Het album zelf is zijn eerste waarmee hij een nieuw tijdperk inluidt. Schulze neemt afscheid van zijn analoge apparatuur en stort zich op de digitale synthesizers. Het resultaat is alleen niet heel erg overtuigend en zorgt voor helaas een nogal duf klinkend album. Maar gelukkig is daar nog een speciale bonustrack in de vorm van "Esoteric Goody" die zowaar het officiële Dig It-album zowat geheel doet vergeten. Want het is de bonustrack die het 'm hier doet.

Maar eerst is daar "Death of an Analogue" die vrij zwaarmoedig klinkt, mede te danken aan het wat logge drumspel van Fred Severloh. Het is, mede dankzij de boodschap van de robotstem, daadwerkelijk een muzikale nagedachtenis aan de oude, analoge apparatuur en tegelijkertijd wordt er ook het digitale tijdperk mee ingeluid. Als idee vind ik het aardig bedacht, echter als compositie vind ik het niet geheel geslaagd. Het klinkt allemaal wat loom, kil, eentonig en daardoor doelloos.

"Weird Caravan" is alweer wat beter en is een leuke, korte compositie die redelijk vrolijk en speels klinkt. Het is ook weer eens wat anders dan dat ik normaal gewend ben van Schulze.

"The Looper Isn't a Hooker" is redelijk bijzonder van opzet. Het aparte, maar behoorlijk aanwezige ritme gaat gepaard met opvallend synth-werk wat ergens wel zorgt voor een verfrissende luister-ervaring. Op den duur gaat het nadrukkelijk op de grond liggende percussiewerk wel wat irriteren en was het misschien op terugwerkende kracht beter geweest als deze achterwege was gebleven. Toch is het zeker geen onaardig nummer.

Dan volgt "Synthasy". En het is dit nummer die het album probeert naar een relatief wat hoger plan te tillen, maar ondanks de goede bedoelingen, daar niet in slaagt.
Het begin is vrij vreemd, met allerlei bizarre klanken waar weinig structuur in te ontdekken valt. Maar als intro mag het wel als redelijk geslaagd genoemd worden. Vanaf de derde minuut laat Schulze e.e.a. wat tot bedaren komen en laat hij de lang aanhoudende synths op de voorgrond treden. Tussendoor is er wat bombastisch en theatraal gedrum van Fred Severloh te horen, wat voor een soort van spanningsveld zorgt. De zoemende en dwalende synths beginnen op den duur wat zweverig en spookachtig te klinken, echter zorgt het er gelukkig nog wel voor dat de oren redelijk gespitst blijven.
Rond de tiende minuut lijkt Schulze zich wat meer te willen gaan uitleven op zijn synths en dat gebeurd dan ook als ook Severloh voor een aanstekelijk drumritme zorgt. Maar hier blijft het wel bij, aangezien Schulze verder geen progressie meer boekt. Ja, er is op een gegeven moment wel wat gefluister van de robotstem te horen, maar daar blijft het bij. Schulze blijft daardoor toch, tot het einde toe, teveel hangen in middelmatigheid en dat is jammer.

Maar gelukkig is daar "Esoteric Goody" en wat dit is een verrassend toppertje!!
Het nummer begint in de eerste sectie met een abstract scala aan vreemde klanken die meteen voor een nogal beklemmend sfeertje zorgen. Een sfeertje die voor minutenlang aanhoudt en die naarmate deze vordert soms heftiger lijkt te worden, maar dan ook weer wat zachter lijkt te klinken.
In de tweede sectie, vanaf de tiende minuut, zorgen twinkelende en onaardse klanken voor een lichte omslag in de sound en krijgen we materiaal voorgeschoteld die toch erg diep geworteld lijken te zijn in de jaren '70, waardoor automatisch de vraag ontstaat of dit materiaal wel echt van de Dig It-sessies afkomstig is. Het klinkt eerder iets wat bijvoorbeeld van een Mirage afkomstig is.
Op een gegeven moment ontvouwt zich een warm synth-tapijt die voor een groots klinkend gebeuren zorgt. Niet veel later verdwijnt deze en zorgen allerlei minuscule, bubbelende, twinkelende en andere meer vreemdsoortige, galmende klanken voor een mooi slot van de tweede sectie.
De derde en laatste sectie is al net zo intrigerend. Het laat wederom een collage aan bibberende en mysterieuze synth-klanken horen. Dit is onderhand pure avant garde en mag zeker geslaagd genoemd worden.

En zo is Dig It dan toch nog een redelijk album te noemen, wat in dit geval puur komt door "Esoteric Goody" die ervoor zorgt dat deze uiteindelijk toch nog van een 3 naar een 3,5 gaat. Echter zal er niet meer in gaan zitten.

Klaus Schulze - Dosburg Online (1997)

poster
4,0
CorvisChristi (crew)
Dosburg Online is een live-album die bestaat uit opnames afkomstig van twee aparte concerten, opgenomen in Duitsland (en dus niet in ons eigen Doesburg wat ik in eerste instantie dacht...). Op Dosburg Online wordt Schulze op sommige nummers bijgestaan door Jörg Schaaf en opera-zanger Roelof Oostwoud. Deze laatste deed al eerder mee op Schulze's heuse opera-album Totentag.

"L'age C'ore" gaat direct van start met prachtig sequencer-werk en een aangename solo. Meerdere synths vormen op een gegeven moment een mooie achtergrond en het geheel klinkt ontzettend effectief en energiek. De muziek wordt kalmer als de solo op een gegeven moment z'n eigen ding gaat doen, terwijl de rest van de begeleiding meer naar de achtergrond verdwijnt. Het zorgt even voor een aangenaam kalm rustpunt. Uiteindelijk gaat er weer een sequencer van start die heerlijk kabbelend zijn weg vervolgt naar het einde van deze prima album-opener!!

"Requiem Fürs Revier" is in principe een fraai en rustig stuk muziek, maar bevat wel de opera-vocalen van Roelof Oostwoud. En dat laatste is voor even leuk, maar begint op den duur wat te vervelen. Roelof heeft een mooie stem, echter geloof ik het op een gegeven moment wel. Tevens is de tekst van Roelof (die in het Engels zingt), gevoelsmatig vrij origineel, maar tegelijkertijd ook wel wat humoristisch en ridicuul te noemen. Op een gegeven moment zingt hij stukken tekst zoals 'my grandpa works his ass off' en 'who gives a shit about the common man'. Het zal allemaal wel. Ondanks dat het zeker wat heeft, kan ik het niet helemaal serieus nemen. Ik denk ook dat de muziek op zichzelf al goed genoeg had geklonken als Roelof er buiten gelaten was. Neemt niet weg dat het zeker wel iets origineels heeft. Uiteindelijk eindigt het nummer met een hoop bombarie.

"Groove 'N' Bass" knalt er vervolgens direct lekker in en we zijn weer op hipper terrein. Dit is Schulze zoals hij zich op een gegeven moment liet horen in de jaren '90. Een soort intellectuele trance-house die naast een likker ritme, een geslaagde baslijn, een lekkere melodie, een hoop kabaal en melige samples bevat. Het klinkt wel erg lekker en eigenlijk zou dit nummer met zes minuten aan de korte kant zijn.

Ware het niet dat de muziek ongemerkt overgaat in "Get Sequenced" en de nadruk komt te liggen op geweldig sequencer-werk. Dit is echt oprechte topklasse.

En het feest gaat vrolijk verder met "The Power of Moog". De muziek is nu echt goed op dreef en gaat steeds levendiger (zeg maar gerust opgefokter) en toffer klinken.

Totdat een geluids-eruptie "Up, Up and Away" inluidt en het tempo flink de hoogte ingaat. Schulze schudt vervolgens de meest krankzinnige solo uit zijn mouw die ik in tijden gehoord heb en zorgt er gewoon voor dat het knallen geblazen is. Het klinkt wel alsof een synthesizer-pionier met ADHD op zijn synths aan het rammen is, met het enige verschil dat Schulze verdomd goed weet waar hij mee bezig is. In ieder geval is dit gewoonweg super en kan ik hier alleen maar van genieten terwijl ik ondertussen al stampend in de woonkamer de boel onveilig maak !!

Met een enorme herrie komt de muziek tot zijn abrupte eind en is het rustig bijkomen geblazen tijdens "From Dawn 'Till Dusk". Ingetogen en majestueus maar toch ook zo herkenbaar laat Schulze hier prachtig materiaal horen. Stiekem is dit gewoon een soort veredeld intro op het machtigste nummer wat zich dan nog moet aankondigen.

"The Art of Sequencing" is namelijk precies wat de titel is. En dat wel achttien minuten lang. Het bouwt meesterlijk op met een effectieve sequencer die snel bijval krijgt van een ander. Bubbelende geluids-effecten worden aan het ritme toegevoegd en langzamerhand komt er een beat bij terwijl er ook op den duur een speelse synth-solo zijn intrede doet. Rond de zevende minuut krijgt de muziek meer sfeer, als Schulze prachtige, lange synth-akkoorden op de achtergrond mee laat zweven. Als al deze elementen ingenieus in elkaar verweven zijn, laat Schulze voor even een prachtige, ietwat Midden-Oosters klinkende solo horen die echter dus weer vrij snel verdwijnt. Warme synth-lagen krijgen de overhand en zorgen voor wonderschone momenten, terwijl de sequencer zijn tocht gestaag voortzet. In de laatste minuten zorgen alle elementen voor ijzersterke muziek, wat "The Art of Sequencing" tot de beste track van de plaat maakt.

De toegift "Prima Vera" opent met fraaie aanzetten op de synthesizer. Het is een mooi slotstuk van dit live-album, met wederom de stem van Roelof Oostwoud. Met het enige verschil dat ik deze hier beter tot z'n recht vind komen dan op het "Requiem Fürs Revier". Wederom is de tekst weer redelijk dubieus te noemen, echter zijn zijn vocalen veel mooier verweven in de muziek. En toch was het ook nu weer beter geweest, als hij weggelaten was. De muziek zelf is namelijk al sterk genoeg.

En dat zorgt er voor dat, ondanks dat ik dit een uiterst genietbaar en sterk album vind, er toch een halve punt afgaat, vanwege de zangpartijen. Zang is nooit de sterkste kant geweest in de muziek van Schulze, een hoge uitzondering daargelaten. Ondanks dat neemt het niet weg dat dit album voor de rest erg goed is. Het is vooral een album die de verschillende onderlinge stijlen van Schulze goed naar voren laat komen. Het ene moment traditioneel, het andere moment hip. Schulze was vooral in de tweede helft van de jaren '90 erg bezig om invloeden uit de trance- en house-wereld in zijn muziek te verweven, wat een jaar voor de release van Dosburg Online al te horen was op Are You Sequenced?. Hoewel niet iedereen gecharmeerd was van dit uitstapje in de wereld van de trance-house, kan ik het wel waarderen. Schulze liet in die tijd gewoon horen dat hij in alles een trendsettend stapje voor had. Iets was hij vandaag de dag eigenlijk nog steeds heeft.

Dosburg Online is grotendeels Schulze op zijn best en een aanrader als je van de moderne Schulze houdt.

Klaus Schulze - Dziękuję Poland Live '83 (1983)

Alternatieve titel: Dziekuje Poland Live '83

poster
3,0
CorvisChristi (crew)
!!WARNING!! !! WARNING!! THIS RECORD CONTAINS SOME OF THE LOUDEST , UGLY AND DYNAMIC ELECTRONIC MUSIC EVER CREATED!! STAY AWAY AT ALL COSTS IF YOUR EARS, HEART AND MIND ARE NOT READY FOR IT!! !!WARNING!! !!WARNING!!

Concreet: dit live-album, digitaal opgenomen in Polen in juli 1983 als onderdeel van de Audentity-tour, is het meest drukke, opgefokte, agressieve en toch ook wel dynamische album die ik tot nu toe van Klaus Schulze (op dit album overigens grotendeels bijgestaan door Rainer Bloss) heb gehoord. Het is alleen behoorlijk jammer, dat een groot deel van het materiaal niet zo sterk is. De muziek, die bij vlagen echt wel zo z'n momenten kent, wordt voor een groot deel ontsierd door teveel gehamer op de synths. En hoewel de solo's bij vlagen ongelooflijk dynamisch klinken, klinken ze ook erg druk en lelijk. Wat zorgt voor een haat/liefde-verhouding die ik heb met dit album, aangezien de potentie er écht wel is.

"Katovice" is een soort medley van stukken die terug te horen zijn op Audentity. Het intro klinkt best wel prima en bevat o.a. mooi keyboardspel van Rainer Bloss die de keyboard als een grand piano bespeeld. Schulze is te horen met grillige akkoorden, totdat er met een knal een up-tempo ritme ingezet wordt.
Het is wel zo dat de muziek vanaf dat moment wel flink aan kwaliteit inboet. Het synth-geriedel klinkt namelijk allesbehalve gestructureerd en het klinkt regelmatig alsof er maar een beetje op de synths wordt gepingeld en geramd. Pas als de 'spielglocken'-sequence van Audentity arriveert, lijkt de muziek wat aan kwaliteit te winnen, echter klinkt het nog steeds vrij overdreven, onnodig druk en inspiratieloos. Toch zitten er ook een aantal momenten in, waarop de dynamiek en de bevlogenheid goed in de muziek te horen zijn, en dan ook voor positieve momenten zorgt. En daarbij moet gezegd, dat beide heren er behoorlijk wat afwisseling in weten te proppen. Echter wordt het wel weer ontsierd door het veel te dicht gesmeerde geluid van het nummer, wat zorgt voor een veel te drukke luisterbeleving.
Uiteindelijk zorgt het slotdeel in eerste instantie voor een hoop oeverloos getetter, om vervolgens het hoofdthema uit "Cellistica" in een wat ander jasje gestoken, eens van stal te halen.
Ondanks ongetwijfeld de goede bedoelingen is teveel van alles gewoon teveel en dat werkt negen van de tien keer niet. En dat geldt dus voor "Katovice".

"Warsaw" bevat fragmenten uit "Tango-Saty" en is over het algemeen iets aangenamer om naar te luisteren dan "Katovice".
Eerst krijgen we druk en nerveus gepingel op de keyboard-piano te horen, waarna nog drukkere bombastische synth-explosies volgen. Zodra de sequence begint, wordt de muziek beter, alhoewel er nog steeds achterlijk druk op de synths wordt gespeeld. I.m.o. had het allemaal wel wat subtieler gemogen. Alsof we naar twee synth-freaks aan het luisteren zijn met een extreme vorm van ADHD.
Zodra het volume omhoog gaat en de muziek luider wordt (alsof dat nodig is!!?), wordt er hevig gesoleerd en dat is in wezen altijd fijn om naar te luisteren. De solo wordt op een gegeven moment behoorlijk agressief en op een gegeven moment zijn we op het punt aanbelandt dat Schulze volledig los gaat. Er zitten best wel wat ultra-vette momenten tussen die de muziek voor even naar een hoger plan tillen. Tegelijk is het dan ook zo jammer te noemen dat het niveau niet constant gewoon hoog is. Toegegeven, echt mooi is het niet te noemen, maar het is wel erg heftig allemaal.
Eindelijk wordt de muziek in de laatste aantal minuten rustiger van aard, wat eigenlijk voor het eerst is. Pulserende en rommelende klanken die klinken als het sluimeren en ronken van één of ander beest gaan over in een gedragen slot, die best eerder had mogen komen van mij.

"Lodz" is een remake van "Ludwig II Von Bayern" van het legendarische X-album en begint met mooi orgel-gekabbel, wat daarna plaats maakt voor zoemend gegons op de synthesizers. Op zich een mooi begin. Zodra de strijkers te horen zijn, is het een feest der herkenning. Toegegeven, deze versie haalt het absoluut niet bij het origineel, maar over het algemeen is het best fraai. Het is wel zo, dat de kenmerkende hypnotiserende midden-sectie zich al vrij snel aandient, waaroverheen gesoleerd wordt. Ook een bombastische piano-solo zorgt voor extra franje.
Uiteindelijk staan we weer met beide benen op de grond en krijgen we het slotstuk gepresenteerd die grotendeels (m.u.v. het gebeuk op de keys) hetzelfde klinkt als het origineel.
Al met al een bescheiden, doch interessant alternatief op "Ludwig II" die helaas in de laatste minuten ontspoort door onsubtiel gehamer op de synths compleet met lelijke geluids-effecten.

"Gdansk" is een abstract, volledig geïmproviseerd stuk muziek die in het begin bijna de grotendeels luidruchtige en opgefokte klanken van de voorgaande drie nummers, doet vergeten. Je zou het bijna een verademing kunnen noemen. Echter zorgen zoemende geluids-erupties ervoor dat er toch weer leven in de brouwerij komt en een redelijk aanstekelijk ritme kondigt een eveneens redelijk aanstekelijk stuk muziek aan met aangenaam gesoleer op de synths, waar ook tussendoor weer wat thema's van Audentity in te herkennen zijn. De bijgevoegde effecten die tussendoor te horen zijn, werken echter eerder als stoorzenders dan dat het wat toevoegt en zorgt er voor dat e.e.a. soms overkomt als gepiel en gefrunnik op de synths. Sterker nog, het eindigt letterlijk met gepiel en gefrunnik op de synths.
Echt mensen, als het allemaal wat subtieler had geklonken, was het hoogstwaarschijnlijk stukken beter geweest.

Op afsluiter "Dziekuje", wat simpelweg 'bedankt' betekent op z'n Pools, is voornamelijk Klaus Schulze zelf te horen (die overigens klinkt alsof hij hij al een aantal uren flink aan het bier heeft gezeten), die zijn crew, management en instrumenten bedankt onder begeleiding van synth-geriedel wat soms pijn aan de oren doet.

En daarmee eindigt Dziekuje Poland. Een hele zit (en ik heb nog niet eens de Revisited-uitgave in m'n bezit) en het is een flinke kluif. Het album kent z'n momenten en als die er zijn, zijn ze echt best goed, laat ik dit absoluut voorop stellen. MAAR, dit album wordt op heel veel momenten gewoon ontsierd door veel lelijke stukken. Echt heel jammer, want dit album had echt zoveel meer kunnen zijn. Zeker met Audentity in m'n achterhoofd, had dit een supervet live-document kunnen zijn. En dat is het helaas niet geworden.

Toch nog een wonderlijke magere voldoende, vanwege de spaarzame echt goede momenten. Maar dat dit uiteindelijk een zwak album is, dat moge duidelijk zijn. Zwak qua inhoud, niet qua geluid.....Auw, mijn oren !!

Klaus Schulze - EN=Trance (1988)

poster
4,0
CorvisChristi (crew)
En=Trance is een prima Schulze-album, waarmee Klaus bewijst zijn goede kunsten nog altijd te beheersen. Het klinkt vooral als een consequent en betrouwbaar album, waarop Schulze veel zelfverzekerder klinkt, dan bijvoorbeeld op voorgangers Dreams en Inter*Face. Niet dat dat slechte albums zijn, maar En=Trance heeft veel meer impact over zich.

Hoewel de muziek dus goed is, heeft En=Trance ook, ondanks het betrouwbare aspect van dit album, iets kils over zich. Ik denk dat dat voornamelijk te maken heeft met de keuze van de instrumenten en geluiden, aangezien álle nummers puur op digitale keyboards is gespeeld. Nu is het gewoon zo dat ook Schulze mee wil met z'n tijd, en daarom ook wil beschikken over de meest vernieuwende en geavanceerde apparatuur voorhanden. Het digitale tijdperk was daar nu eenmaal, en in de jaren '80 was dat de toegangspoort voor de wijziging in de klanken van de muziek van Schulze.
En=Trance mag wel gezien worden als één van de albums die dit tijdperk afsluit. Na dit album zou Schulze zich namelijk volledig gaan storten op het sampler-gebeuren...

Ondanks bovengenoemde is er voor de rest gelukkig weinig mis en worden er 4 nummers voorgeschoteld die gemiddeld een kwartier duren. In de beste Schulze-traditie is het genieten geblazen op de wijdse klanken, de effectieve beats en ritme-secties, de vlotte sequences, de voortkabbelende melodietjes. Hoewel elk nummer zijn eigen smoelwerk heeft, lijkt er toch onderling een thema doorverweven te zijn binnen de klanken.
Een echte favoriet kan ik er dit keer niet uithalen, of het moet in dit geval het redelijk pompeuze "Velvet System" zijn. De rest doet er eigenlijk niet voor onder.

En=Trance is vooral voer voor de doorgewinterde Schulze-fanaat. Beginners raad ik toch echt eerder zijn jaren '70-werk vanaf het album Timewind aan.
Ondanks dus wat kleine kritische nootjes, geen kwaad woord over En=Trance.

Klaus Schulze - Irrlicht (1972)

poster
4,0
CorvisChristi (crew)
Wat men ook mag vinden van Irrlicht, het is en blijft een klassieker in z'n genre. Nota bene in dezelfde maand uitgebracht als Tangerine Dream's Zeit, is dit debuut-album van Klaus Schulze zíjn antwoord op het kraut- en spacerock-genre, overgoten met een flink ambient-sausje.
Een album die zich niet gemakkelijk laat beluisteren, maar eenmaal in de stemming, is het een luister-ervaring waar ik alleen maar van onder de indruk kan zijn.

Het begint al goed met "Satz Ebene". Mistige en wazige, orkestrale klanken tasten in een duisternis waar een dreigende grondtoon heerst. Eenmaal opgeslurpt door de muziek, vliegt de tijd voorbij en voordat ik het weet, wordt ik verwelkomt door een magistraal en majestueus orgelstuk, die naarmate deze vordert, in kracht en heftigheid toeneemt.
Maar als ik denk dat ik kan bijkomen na de bombastische laatste minuten van "Satz Ebene", slaat het stuk in z'n geheel om en gaat direct verder met "Satz Gewitter". Een kakofonie van rommelende klanken en andere geluids-erupties vullen mijn woonkamer. Af en toe lijkt het net alsof de donder inslaat en is het schuilen geblazen, voordat ik letterlijk geraakt wordt door de bizarre brei van klanken. Maar dat is niet erg, want ik wordt er wonderwel positief door geraakt. Naarmate deze korte overgangstrack vordert, wordt het weer wat rustiger en dwalerige orgel-patronen blijven in het duistere luchtledige zweven.
Na de relatief broeierige eerste nummers, is "Satz Exil Sils Maria" toch een heel ander verhaal. Ruim 20 minuten lang is het rustig wegdrijven op de minimale, doch uiterst sfeervolle ambient van dit laatste nummer. In het begin lijkt het allemaal nog redelijk verontrustend te klinken, alsof in de verte het geweeklaag van zielen klinken die nog geen rust hebben gevonden in het hiernamaals.
Zodra een soort van hypnotiserend zoemend geluid zich langzaam en meer van zich laat horen, neigt de muziek dreigend te worden. Echter waaieren de diverse klanken mooi uit in een rustig, vreedzaam eindstuk, waarmee er een einde komt aan het debuut van Klaus Schulze.

Irrlicht is werkelijk waar voer voor de liefhebbers. Hoewel nét niet zo imponerend en indrukwekkend als bijvoorbeeld TD's Zeit, is Klaus' eerste solo-wapenfeit een album waarmee hij meteen een stempel drukt. En hoewel zelfs dit album zeker niet in de verste verte in de buurt komt van zijn latere werk, is het toch zeker interessant om te horen, wat Klaus al in het prille begin in petto heeft. Qua stijl en sfeer zou Klaus zich met opvolger Cyborg nog wat meer evolueren, voordat hij het muzikale roer zo omslaan naar de sound waarmee hij zich zou perfectioneren middels albums als Timewind en Moondawn.

Overigens heb ik de versie met de andere hoes dan hier afgebeeld; degene gemaakt door de Zwitserse schilder Urs Amman die meerdere Schulze-covers voor zijn verantwoording heeft genomen (om precies te zijn z'n eerste 5 albums).

Irrlicht verdient van mij een dikke 4 punten!

Klaus Schulze - Kontinuum (2007)

poster
3,0
CorvisChristi (crew)
Kontinuum van Schulze is t.o.v. bijvoorbeeld voorganger Moonlake eigenlijk gewoon een tegenvaller, daarbij vooropgesteld dat Kontinuum geen slechte muziek laat horen. Echter is het allemaal vrij spanningsloos dit keer en blijft Schulze veel te veel hangen in hetzelfde spectrum van klanken, sequencers en andere zaken.
Herkenbaar en zelfs voorspelbaar, dartelt Schulze zonder enige verrassingen door de 3 nummers heen en echt opveren doe ik geen enkel moment. Het is wel allemaal erg relaxed en ontspannend, maar toch....Kontinuum zou veel meer kunnen zijn dan het bij vlagen saaie en continue gekabbel van ellenlange passages. Daar waar Schulze bijna altijd zulke onverwachte en subtiele invalshoeken als het ware in de muziek naar voren laat komen, gebeurt dat hier dus niet.
Zelfs de vocalen op "Euro Caravan" zijn niet eens verrassend te noemen. Ze zijn op zo'n manier in de muziek verweven, zoals ik het wel vaker bij Schulze heb gehoord. De man heeft immers vaker met vocalen geëxperimenteerd, en niet altijd met de beste resultaten.
Maar ondanks de kritische punten, klinkt het op de één of andere manier niet slecht en stiekem heeft het zelfs wel wat. Echter moge het duidelijk zijn, dat Schulze zich hier aardig inhoudt en niet van zijn beste kant laat zien.
Wat er voor zorgt dat Kontinuum dus niet opvalt in de berg van Schulze-releases en beduidend één van de mindere is van de laatste jaren.
Ach, eigenlijk kan je het de man niet kwalijk nemen. Op z'n oude dag kan je 'm enig gebrek aan inspiratie best vergeven, toch? Schulze heeft immers aardig wat op z'n naam staan.

Nogmaals, Kontinuum bevat geen slechte muziek. Zo voor op de achtergrond om ff lekker te ontspannen een prima optie, echter zijn er absoluut betere platen van de man.