Hier kun je zien welke berichten CorvisChristi als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Obituary - Cause of Death (1990)

5,0
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 19 oktober 2025, 22:46 uur
Met het debuutalbum Slowly We Rot, weten de jonge knapen van Obituary in 1989 een geweldig album neer te zetten; een death metal-klassieker van optima forma die het tot op de dag van vandaag moet hebben van kracht, agressie en spontaniteit. En met de basis die wordt gelegd met het debuut, spuwen ze een jaar later met hun tweede album Cause of Death er wederom een klassieker uit, maar wat voor één is me dat!
Exit lead-gitarist Allen West en exit bassist Daniel Tucker en voor de plaats krijgen we respectievelijk James Murphy en Frank Watkins en vooral James Murphy bepaald toch écht de sound van Cause of Death middels zeer kenmerkend en smaakvol solo-werk.
Centraal blijven de gebroeders Tardy met Donald's fijne drumwerk en tja de strot van John is 'one of a kind'.
Cause of Death mag naast Slowly We Rot toch echt wel gezien worden als het pionierswerk van Obituary en het is niet voor niets dat zeker in death metal-kringen, deze twee albums in één adem worden genoemd. Oftewel, als er twee albums zijn van Obituary die je verplicht moet luisteren om te weten wat voor impact de band heeft gehad in (death) metal-land, dan zijn dat dus de twee eerste albums.
Gevoelsmatig is Cause of Death de perfectionering van Slowly We Rot.
De sfeer is hetzelfde gebleven: duister, goor, mistroostig en grimmig. Echter tegelijkertijd ook ongelooflijk bruut, pakkend en meeslepend. Duidelijk is ook te horen dat de band qua schrijven van nummers echt hebben nagedacht over het materiaal. In plaats van het abrupt laten beginnen en eindigen van de nummers, is er hier sprake van rustig opbouwende nummers, waar heel veel ruimte en tijd is voor lange, instrumentale passages waarin eveneens heel veel ruimte is gelaten voor het sfeervolle solowerk van James Murphy.
Dit alles maakt Cause of Death misschien ook nog wel boeiender om naar te luisteren.
Wat ook helpt is de ongelooflijk zompige en indringende productie van Scott Burns die als geen ander weet hoe death metal moet klinken. Alleen die kenmerkende productie al bepaald Obituary's sound ontzettend.
Klinkt John Tardy op Slowly We Rot al maniakaal, hier klinkt hij misschien nog wel nog boosaardiger; wat een strot heeft die man toch en hij bepaalt voor een groot deel de sfeer van het album.
Ook knap is dat het album staat als een huis van de eerste tot de laatste seconde. Er is tijd om de boel op gang te laten komen middels de eerste twee nummers "Infected" en "Bodybag". Wat hierbij helpt zijn de korte ambient-intermezzo's die tussen veel van de nummers te horen zijn; het bepaalt de sfeer en is bevordelijk voor de muzikale spanningsboog. Het is op een wijze gedaan zoals Sepultura het een jaar later op éénzelfde manier zou doen op hun meesterlijke album Arise.
Eenmaal goed opgewarmd is het tijd om echt te knallen met de klassieker "Chopped in Half" of zoals John het werkelijk uitkotst: "CHOPPED IN HAAAUUUUWWW!!!"
De cover "Circe of the Tyrants" van Celtic Frost (die zowaar beter klinkt dan het origineel) vormt het centrale middelpunt van het album en is dé perfecte track om het algehele karakter van het album echt goed tot zijn recht te laten komen. Een waanzinnige ode aan Celtic Frost maar ook gewoon in deze versie een topper van jewelste.
Het ruim voor de helft instrumentale "Dying" is eveneens fantastisch en hier mag James Murphy heerlijk soleren, totdat op het laatst de werkelijk uit zijn tenen geperste grunt van John nog even van zich mag laten horen.
Het gaspedaal wordt even flink ingetrapt middels de oer-klassieker "Find the Arise" om vervolgens weer in het mistroostige dal van onheil en droefenis te belanden als het titelnummer voorbij komt.
Het album eindigt met het indringende "Memories Remain" en het eveneens zeer sterke (en onder fans ook favoriete) "Turned Inside Out".
En zo mag geconcludeerd worden dat, ook na 35 jaar, dit album nog steeds staat als de terechte klassieker die het is. Niet voor niets speelt de band dit jaar live de wereld rond om dit te vieren en in augustus hebben ze het album live uitgevoerd in een uitverkocht Doornroosje in Nijmegen. Wat een geweldig optreden was dat en wat een geweldige sfeer heerste er die avond. Werkelijk top!
Sinds dit jaar heb ik de band her-ontdekt en daar prijs ik mezelf dankbaar voor. Cause of Death blijkt na her-ontdekking namelijk een meesterwerk en als een CD grijs gedraaid kon worden, dan was ie dat nu al
!
En ondanks het feit dat de band Cause of Death (en in mindere mate het debuut), eigenlijk nooit meer benaderd heeft qua niveau, zal ik per direct toegeven dat de albums die zouden volgen, me ook allemaal erg goed liggen. De ene wellicht wat beter dan de ander, maar eerlijk is eerlijk: Obituary is een betrouwbare band die altijd kwaliteit levert. Nee, geen verrassingen, maar daar is het de band dan ook niet naar. En dat is ook totaal geen probleem!
Exit lead-gitarist Allen West en exit bassist Daniel Tucker en voor de plaats krijgen we respectievelijk James Murphy en Frank Watkins en vooral James Murphy bepaald toch écht de sound van Cause of Death middels zeer kenmerkend en smaakvol solo-werk.
Centraal blijven de gebroeders Tardy met Donald's fijne drumwerk en tja de strot van John is 'one of a kind'.
Cause of Death mag naast Slowly We Rot toch echt wel gezien worden als het pionierswerk van Obituary en het is niet voor niets dat zeker in death metal-kringen, deze twee albums in één adem worden genoemd. Oftewel, als er twee albums zijn van Obituary die je verplicht moet luisteren om te weten wat voor impact de band heeft gehad in (death) metal-land, dan zijn dat dus de twee eerste albums.
Gevoelsmatig is Cause of Death de perfectionering van Slowly We Rot.
De sfeer is hetzelfde gebleven: duister, goor, mistroostig en grimmig. Echter tegelijkertijd ook ongelooflijk bruut, pakkend en meeslepend. Duidelijk is ook te horen dat de band qua schrijven van nummers echt hebben nagedacht over het materiaal. In plaats van het abrupt laten beginnen en eindigen van de nummers, is er hier sprake van rustig opbouwende nummers, waar heel veel ruimte en tijd is voor lange, instrumentale passages waarin eveneens heel veel ruimte is gelaten voor het sfeervolle solowerk van James Murphy.
Dit alles maakt Cause of Death misschien ook nog wel boeiender om naar te luisteren.
Wat ook helpt is de ongelooflijk zompige en indringende productie van Scott Burns die als geen ander weet hoe death metal moet klinken. Alleen die kenmerkende productie al bepaald Obituary's sound ontzettend.
Klinkt John Tardy op Slowly We Rot al maniakaal, hier klinkt hij misschien nog wel nog boosaardiger; wat een strot heeft die man toch en hij bepaalt voor een groot deel de sfeer van het album.
Ook knap is dat het album staat als een huis van de eerste tot de laatste seconde. Er is tijd om de boel op gang te laten komen middels de eerste twee nummers "Infected" en "Bodybag". Wat hierbij helpt zijn de korte ambient-intermezzo's die tussen veel van de nummers te horen zijn; het bepaalt de sfeer en is bevordelijk voor de muzikale spanningsboog. Het is op een wijze gedaan zoals Sepultura het een jaar later op éénzelfde manier zou doen op hun meesterlijke album Arise.
Eenmaal goed opgewarmd is het tijd om echt te knallen met de klassieker "Chopped in Half" of zoals John het werkelijk uitkotst: "CHOPPED IN HAAAUUUUWWW!!!"

De cover "Circe of the Tyrants" van Celtic Frost (die zowaar beter klinkt dan het origineel) vormt het centrale middelpunt van het album en is dé perfecte track om het algehele karakter van het album echt goed tot zijn recht te laten komen. Een waanzinnige ode aan Celtic Frost maar ook gewoon in deze versie een topper van jewelste.
Het ruim voor de helft instrumentale "Dying" is eveneens fantastisch en hier mag James Murphy heerlijk soleren, totdat op het laatst de werkelijk uit zijn tenen geperste grunt van John nog even van zich mag laten horen.
Het gaspedaal wordt even flink ingetrapt middels de oer-klassieker "Find the Arise" om vervolgens weer in het mistroostige dal van onheil en droefenis te belanden als het titelnummer voorbij komt.
Het album eindigt met het indringende "Memories Remain" en het eveneens zeer sterke (en onder fans ook favoriete) "Turned Inside Out".
En zo mag geconcludeerd worden dat, ook na 35 jaar, dit album nog steeds staat als de terechte klassieker die het is. Niet voor niets speelt de band dit jaar live de wereld rond om dit te vieren en in augustus hebben ze het album live uitgevoerd in een uitverkocht Doornroosje in Nijmegen. Wat een geweldig optreden was dat en wat een geweldige sfeer heerste er die avond. Werkelijk top!
Sinds dit jaar heb ik de band her-ontdekt en daar prijs ik mezelf dankbaar voor. Cause of Death blijkt na her-ontdekking namelijk een meesterwerk en als een CD grijs gedraaid kon worden, dan was ie dat nu al
!En ondanks het feit dat de band Cause of Death (en in mindere mate het debuut), eigenlijk nooit meer benaderd heeft qua niveau, zal ik per direct toegeven dat de albums die zouden volgen, me ook allemaal erg goed liggen. De ene wellicht wat beter dan de ander, maar eerlijk is eerlijk: Obituary is een betrouwbare band die altijd kwaliteit levert. Nee, geen verrassingen, maar daar is het de band dan ook niet naar. En dat is ook totaal geen probleem!

Obituary - Slowly We Rot (1989)

4,5
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 26 mei 2025, 11:33 uur
Ooit, terugkijkend op mijn jeugdjaren, als pubertje van net 16 die al bijna 2 jaar naar metal luisterde, dacht ik op een gegeven moment ook dat het cool was om mijn haar te laten groeien (stond me niet), metal-shirts te dragen (dat doe ik nog steeds zo nu en dan) en schijt te hebben aan de norm. Tja dat was natuurlijk wel wat op die leeftijd. En weet je, ik kijk er met een goed gevoel op terug. Het had ook wel weer wat! Ik zie er zeker dan ook een bepaalde vorm van charme in.
En...uiteraard is er één ding niet veranderd: mijn enthousiasme en liefde voor metal!
Niets is zo veranderlijk als de mens en zeker in de 'goede, oude tijd' was een geregeld uitstapje naar de platenboer om van mijn zuurverdiende centjes een aantal goede metal-CD’s te kopen, eerder regel dan uitzondering.
Ik weet dan nog goed dat ik wat verveeld door de metal-collectie aan het bladeren was en het vakje van Obituary tegenkwam. Drie albums op CD (40 gulden per stuk toentertijd!!!) staarden mij aan. Eentje letterlijk, namelijk het oog van de prachtige cover van Cause of Death, bleef mij aankijken en ik kon de CD's, nadat ik ze eens goed bestudeerd had, niet meer wegleggen. De covers van respectievelijk Slowly We Rot, Cause of Death en The End Complete hadden mij letterlijk bevangen. Wat een cover-art! Werkelijk fenomenaal. En dan dat bandlogo: OBITUARY!!! Geweldig!
Ik was toen al wel wat bekend met harde trash en death metal: Testament, Sepultura en uiteraard Metallica. Maar Obituary kende ik (nog) niet. Op basis van de album-covers besloot ik om de albums (de drie klassieke Obituary-albums) te kopen en thuis op me te laten inwerken. En ik was niet meteen verkocht. Ik kon niet wennen aan de zompige, modderige productie van de albums en de algehele stijl en sfeer bleek toch niet helemaal aan te slaan, m.u.v. Cause of Death, waar ik wel over te spreken was.
Echter, om de één of andere reden pakte het me allemaal niet voor de volle 100%. Tuurlijk, ik hoorde het wel, maar daar bleef het bij. Uiteindelijk besloot ik de albums van de hand te doen. Slecht besluit, want wat beleef ik tegenwoordig toch een hoop plezier bij de muziek van Obituary.
Na al die jaren kom ik dan dus toch weer terug bij deze band. Na uiteindelijk weer stuk voor stuk wat klassieke nummers beluisterd te hebben, besloot ik me dan ook om me weer opnieuw te verdiepen in deze legendarische death metal-band. Want, niets is zo veranderlijk als de mens!
De sound van deze band en zeker ook de strot van John Tardy is wat mij betreft uniek; er is geen band die specifiek zo klinkt als Obituary en dit bevestigen ze al decennia lang. Dat ze daarbij niet voor vernieuwing zorgen, maar continu in dezelfde modus blijven hangen qua stijl, is juist bij deze band zo belangrijk. Juist afwijken van de vertrouwde formule, zou geen goede zet zijn geweest.
Het debuut Slowly We Rot mag misschien wel gezien worden als het meest unieke album van de band. Op dit debuut klinken deze toentertijd nog zeer jonge knapen als een stel opgefokte pubers die even laten horen wat ze in hun mars hebben. Duidelijk is te horen dat er puurheid in de muziek zit; dit is gewoon een zeer spontaan in elkaar gezet album die het moet hebben van de kracht, de intensiteit, de sound en de impact die het album in zijn algemeenheid had op death metal in die tijd. Een product van zijn tijd, dat zeker, maar tegelijkertijd een ongelooflijk invloedrijk album waarmee Obituary eer bewijst aan de metalbands waar ze zelf de inspiratie vandaan halen: Slayer, Hellhammer, Celtic Frost, Venom en Metallica. Dit alles zwaar overgoten met een zompig, drassig geluid wat duidelijk een handelsmerk van de band zou gaan worden: geen cleane, nette producties, maar zware, logge producties met de laag gestemde gitaren van Trevor Peres en toenmalig lead-gitarist Allen West, de vettig klinkende drumsound van Donald Tardy, de ronkende basgitaar van de toenmalige basgitarist Daniel Tucker en natuurlijk de monsterlijke grunt van John Tardy, één van de besten binnen het genre. En niemand minder dan Scott Burns wist hoe death metal moest klinken en de unieke sound die zo kenmerkend is aan veel death metal-albums uit die tijd, staan op zijn conto.
Slowly We Rot is eigenlijk één groot feest voor death metal-fans. Het album verveelt geen seconde en de ene na de andere klassieker wordt er als het ware uitgespuwd.
“Internal Bleeding” opent de plaat op zeer overtuigende wijze en als de muziek er dan eenmaal in knalt en de eerste doodsrochel van John Tardy te horen valt, weet je gewoon dat er met deze gasten niet te spotten valt.
Sommige nummers lijken eerder schetsmatig dan als volwaardige composities te klinken, maar dat past zo wonderlijk binnen vooral deze eersteling van Obituary. Nummers als “Godly Beings”, het messcherpe “Gates to Hell” (met de meest abrupte fade-out ooit in metal-historie) en het razende “Words of Evil” bewijzen dit. Andere composities klinken weer wat meer ‘doordachter’, zoals de klassieker “’Til Death” en uiteraard het weergaloze, eveneens klassieke titelnummer.
De rest van de nummers zijn ook allemaal stuk voor stuk geweldig en zouden ervoor moeten zorgen dat iedere metalfan (en niet alleen fans van death metal), dit album in ieder geval op zijn minst gehoord moeten hebben. Het enthousiasme is namelijk in alles te horen en zorgen voor een heel puur en heel eerlijk album waarmee de Obi-boys als het ware willen zeggen dat ze inderdaad niet behoren tot de meest geniale muzikanten, maar dat ze wel duidelijk hun voorliefde voor harde metal hebben weten te vertalen in een zeer overtuigend neergezet debuut, die tot op de dag van vandaag niet alleen als één van de beste albums van Obituary beschouwd word, maar ook als terechte metalklassieker.
En alhoewel er meer zou komen (en één album zou Slowly We Rot op alle fronten overtreffen), is er in ieder geval één album die er zeker toe doet binnen de discografie van Obituary en dat is simpelweg dit debuut-album.
Slowly We Rot is verrot fantastisch!
En...uiteraard is er één ding niet veranderd: mijn enthousiasme en liefde voor metal!
Niets is zo veranderlijk als de mens en zeker in de 'goede, oude tijd' was een geregeld uitstapje naar de platenboer om van mijn zuurverdiende centjes een aantal goede metal-CD’s te kopen, eerder regel dan uitzondering.
Ik weet dan nog goed dat ik wat verveeld door de metal-collectie aan het bladeren was en het vakje van Obituary tegenkwam. Drie albums op CD (40 gulden per stuk toentertijd!!!) staarden mij aan. Eentje letterlijk, namelijk het oog van de prachtige cover van Cause of Death, bleef mij aankijken en ik kon de CD's, nadat ik ze eens goed bestudeerd had, niet meer wegleggen. De covers van respectievelijk Slowly We Rot, Cause of Death en The End Complete hadden mij letterlijk bevangen. Wat een cover-art! Werkelijk fenomenaal. En dan dat bandlogo: OBITUARY!!! Geweldig!
Ik was toen al wel wat bekend met harde trash en death metal: Testament, Sepultura en uiteraard Metallica. Maar Obituary kende ik (nog) niet. Op basis van de album-covers besloot ik om de albums (de drie klassieke Obituary-albums) te kopen en thuis op me te laten inwerken. En ik was niet meteen verkocht. Ik kon niet wennen aan de zompige, modderige productie van de albums en de algehele stijl en sfeer bleek toch niet helemaal aan te slaan, m.u.v. Cause of Death, waar ik wel over te spreken was.
Echter, om de één of andere reden pakte het me allemaal niet voor de volle 100%. Tuurlijk, ik hoorde het wel, maar daar bleef het bij. Uiteindelijk besloot ik de albums van de hand te doen. Slecht besluit, want wat beleef ik tegenwoordig toch een hoop plezier bij de muziek van Obituary.
Na al die jaren kom ik dan dus toch weer terug bij deze band. Na uiteindelijk weer stuk voor stuk wat klassieke nummers beluisterd te hebben, besloot ik me dan ook om me weer opnieuw te verdiepen in deze legendarische death metal-band. Want, niets is zo veranderlijk als de mens!
De sound van deze band en zeker ook de strot van John Tardy is wat mij betreft uniek; er is geen band die specifiek zo klinkt als Obituary en dit bevestigen ze al decennia lang. Dat ze daarbij niet voor vernieuwing zorgen, maar continu in dezelfde modus blijven hangen qua stijl, is juist bij deze band zo belangrijk. Juist afwijken van de vertrouwde formule, zou geen goede zet zijn geweest.
Het debuut Slowly We Rot mag misschien wel gezien worden als het meest unieke album van de band. Op dit debuut klinken deze toentertijd nog zeer jonge knapen als een stel opgefokte pubers die even laten horen wat ze in hun mars hebben. Duidelijk is te horen dat er puurheid in de muziek zit; dit is gewoon een zeer spontaan in elkaar gezet album die het moet hebben van de kracht, de intensiteit, de sound en de impact die het album in zijn algemeenheid had op death metal in die tijd. Een product van zijn tijd, dat zeker, maar tegelijkertijd een ongelooflijk invloedrijk album waarmee Obituary eer bewijst aan de metalbands waar ze zelf de inspiratie vandaan halen: Slayer, Hellhammer, Celtic Frost, Venom en Metallica. Dit alles zwaar overgoten met een zompig, drassig geluid wat duidelijk een handelsmerk van de band zou gaan worden: geen cleane, nette producties, maar zware, logge producties met de laag gestemde gitaren van Trevor Peres en toenmalig lead-gitarist Allen West, de vettig klinkende drumsound van Donald Tardy, de ronkende basgitaar van de toenmalige basgitarist Daniel Tucker en natuurlijk de monsterlijke grunt van John Tardy, één van de besten binnen het genre. En niemand minder dan Scott Burns wist hoe death metal moest klinken en de unieke sound die zo kenmerkend is aan veel death metal-albums uit die tijd, staan op zijn conto.
Slowly We Rot is eigenlijk één groot feest voor death metal-fans. Het album verveelt geen seconde en de ene na de andere klassieker wordt er als het ware uitgespuwd.
“Internal Bleeding” opent de plaat op zeer overtuigende wijze en als de muziek er dan eenmaal in knalt en de eerste doodsrochel van John Tardy te horen valt, weet je gewoon dat er met deze gasten niet te spotten valt.
Sommige nummers lijken eerder schetsmatig dan als volwaardige composities te klinken, maar dat past zo wonderlijk binnen vooral deze eersteling van Obituary. Nummers als “Godly Beings”, het messcherpe “Gates to Hell” (met de meest abrupte fade-out ooit in metal-historie) en het razende “Words of Evil” bewijzen dit. Andere composities klinken weer wat meer ‘doordachter’, zoals de klassieker “’Til Death” en uiteraard het weergaloze, eveneens klassieke titelnummer.
De rest van de nummers zijn ook allemaal stuk voor stuk geweldig en zouden ervoor moeten zorgen dat iedere metalfan (en niet alleen fans van death metal), dit album in ieder geval op zijn minst gehoord moeten hebben. Het enthousiasme is namelijk in alles te horen en zorgen voor een heel puur en heel eerlijk album waarmee de Obi-boys als het ware willen zeggen dat ze inderdaad niet behoren tot de meest geniale muzikanten, maar dat ze wel duidelijk hun voorliefde voor harde metal hebben weten te vertalen in een zeer overtuigend neergezet debuut, die tot op de dag van vandaag niet alleen als één van de beste albums van Obituary beschouwd word, maar ook als terechte metalklassieker.
En alhoewel er meer zou komen (en één album zou Slowly We Rot op alle fronten overtreffen), is er in ieder geval één album die er zeker toe doet binnen de discografie van Obituary en dat is simpelweg dit debuut-album.
Slowly We Rot is verrot fantastisch!
Obituary - The End Complete (1992)

4,0
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 1 december 2025, 23:24 uur
Op album nummer drie, The End Complete, is duidelijk te horen dat de heren van Obituary ondertussen zo goed op elkaar ingespeeld zijn, dat dit geresulteerd heeft in een zeer consistent en beheerst klinkend death metal-album. Maar tegelijkertijd krijg ik ook een beetje het gevoel alsof ze door hun enthousiasme net niet genoeg de tijd hebben genomen om de nummers wat beter uit te werken.
Ergens lijkt het album dan ook op het weliswaar bij vlagen wat fragmentarische, maar o zo spontane en brute debuutalbum Slowly We Rot. Maar waar dát album staat als een huis, vanwege het ongelooflijk brute en rauwe karakter en de memorabele insteek die de meeste nummers hebben, is dat bij The End Complete toch een stuk minder. Gebrek aan inspiratie wellicht? Misschien...
Het derde album is voor een band of artiest altijd een cruciale, zeker als blijkt dat de twee voorgaande ijzersterk zijn en met recht klassiekers mogen worden genoemd. Kunnen ze het niveau handhaven en blijven verrassen, of zakt de band weg in meer van hetzelfde en middelmatigheid?
Velen denken er zo over betreffende het laatste bij The End Complete. Aan de andere kant is het nergens een zwak album, verre van. Alle nummers klinken beheerst, bruut, kennen allemaal een ongelooflijke groove en worden allemaal opgesierd dankzij de gortdroge en zompige productie van Scott Burns.
Eigenlijk zijn alle ingrediënten weer aanwezig, alleen is de impact dit keer wat minder. Maar wat klinkt de band beheerst en sterk qua spel en zang. Vooral John Tardy klinkt goed; hij is zowaar redelijk te verstaan en lijkt wat minder maniakaal en gestoord te klinken dit keer. Begrijp me niet verkeerd; hij klinkt nog steeds als een geschifte holeman, maar hij klinkt wat beheerster en gecontroleerder. John Tardy hoeft niet meer zo absurd naar voren te komen met zijn gruwel-vocalen, men weet wat de man kan. Dus is zijn stem meer met de rest van de muziek verweven, wat zorgt voor een heel evenwichtig klinkend totaalplaatje.
Evenwichtig is dan ook het juiste woord wat in mij opkomt, als ik naar The End Complete luister, want ondanks dat de nummers dit keer nóg meer op elkaar lijken dan op de vorige twee platen, vervelen ze geen enkel moment. Tevens luistert het album vlot weg en is nergens saai.
Wellicht dat de solo's dit keer wat inspiratielozer overkomen, waar helaas Allen West debet aan is (James Murphy mocht zijn plaats weer voor hem afstaan), maar ze staan wel behoorlijk in verdienste van de nummers, dat dan weer wel.
Dus waar het op sommige momenten wat minder lijkt te worden, weten andere factoren de plaat weer op te krikken, mede o.a. dankzij de vele tempowisselingen binnen de nummers.
Ik ga The End Complete dan ook het voordeel van de twijfel geven. Het is namelijk wel een dappere plaat, waarmee de Obi-boys hoorbaar toe lijken te geven, dat het uiteindelijk een flinke kluif blijkt te zijn om qua niveau de twee ongelooflijk sterke voorgaande platen te benaderen, laat staan overtreffen. Omdat ze dit hoorbaar dus niet doen, blijft over de kracht om alsnog te doen wat ze kunnen, namelijk lekker knallen middels een negental vette death metal-erupties die nergens écht memorabel klinken, maar ook nergens vervelen. En ook stiekem een aantal pieken kent, middels opener "I'm in Pain" wat heden ten dage een Obituary-klassieker is en helemaal verderop is het titelnummer en het slepende "Rotting Ways" ook zeker niet te versmaden. De rest van het materiaal is wat inwisselbaar, maar blijft consistent en lekker klinken.
The End Complete bleek uiteindelijk een enorm succes voor Obituary en terecht, mede gezien de totale impact die ze met hun albums tot dan toe in het toenmalige tijdsbeeld wisten te bereiken. Death metal was in die tijd een populaire stroming en daar wist Obituary goed in mee te komen. Ze hadden en hebben ook tegenwoordig nog steeds een eigenwijze smoel, doen wat ze doen en waar ze zin in hebben en dat siert de band dan ook wel weer. Nergens hoogdravend, maar altijd vertrouwd en herkenbaar. En dat is The End Complete uiteindelijk ook in een notendop: vertrouwd en herkenbaar! En daar is helemaal niets mis mee.
Omdat ik een zwak heb voor Obituary en toch ook voor The End Complete, daarom toch een in verhouding een hoge score voor deze derde worp van de mannen uit Florida. Weliswaar de tot dan toe minste, maar nog steeds erg lekker!
Ergens lijkt het album dan ook op het weliswaar bij vlagen wat fragmentarische, maar o zo spontane en brute debuutalbum Slowly We Rot. Maar waar dát album staat als een huis, vanwege het ongelooflijk brute en rauwe karakter en de memorabele insteek die de meeste nummers hebben, is dat bij The End Complete toch een stuk minder. Gebrek aan inspiratie wellicht? Misschien...
Het derde album is voor een band of artiest altijd een cruciale, zeker als blijkt dat de twee voorgaande ijzersterk zijn en met recht klassiekers mogen worden genoemd. Kunnen ze het niveau handhaven en blijven verrassen, of zakt de band weg in meer van hetzelfde en middelmatigheid?
Velen denken er zo over betreffende het laatste bij The End Complete. Aan de andere kant is het nergens een zwak album, verre van. Alle nummers klinken beheerst, bruut, kennen allemaal een ongelooflijke groove en worden allemaal opgesierd dankzij de gortdroge en zompige productie van Scott Burns.
Eigenlijk zijn alle ingrediënten weer aanwezig, alleen is de impact dit keer wat minder. Maar wat klinkt de band beheerst en sterk qua spel en zang. Vooral John Tardy klinkt goed; hij is zowaar redelijk te verstaan en lijkt wat minder maniakaal en gestoord te klinken dit keer. Begrijp me niet verkeerd; hij klinkt nog steeds als een geschifte holeman, maar hij klinkt wat beheerster en gecontroleerder. John Tardy hoeft niet meer zo absurd naar voren te komen met zijn gruwel-vocalen, men weet wat de man kan. Dus is zijn stem meer met de rest van de muziek verweven, wat zorgt voor een heel evenwichtig klinkend totaalplaatje.
Evenwichtig is dan ook het juiste woord wat in mij opkomt, als ik naar The End Complete luister, want ondanks dat de nummers dit keer nóg meer op elkaar lijken dan op de vorige twee platen, vervelen ze geen enkel moment. Tevens luistert het album vlot weg en is nergens saai.
Wellicht dat de solo's dit keer wat inspiratielozer overkomen, waar helaas Allen West debet aan is (James Murphy mocht zijn plaats weer voor hem afstaan), maar ze staan wel behoorlijk in verdienste van de nummers, dat dan weer wel.
Dus waar het op sommige momenten wat minder lijkt te worden, weten andere factoren de plaat weer op te krikken, mede o.a. dankzij de vele tempowisselingen binnen de nummers.
Ik ga The End Complete dan ook het voordeel van de twijfel geven. Het is namelijk wel een dappere plaat, waarmee de Obi-boys hoorbaar toe lijken te geven, dat het uiteindelijk een flinke kluif blijkt te zijn om qua niveau de twee ongelooflijk sterke voorgaande platen te benaderen, laat staan overtreffen. Omdat ze dit hoorbaar dus niet doen, blijft over de kracht om alsnog te doen wat ze kunnen, namelijk lekker knallen middels een negental vette death metal-erupties die nergens écht memorabel klinken, maar ook nergens vervelen. En ook stiekem een aantal pieken kent, middels opener "I'm in Pain" wat heden ten dage een Obituary-klassieker is en helemaal verderop is het titelnummer en het slepende "Rotting Ways" ook zeker niet te versmaden. De rest van het materiaal is wat inwisselbaar, maar blijft consistent en lekker klinken.
The End Complete bleek uiteindelijk een enorm succes voor Obituary en terecht, mede gezien de totale impact die ze met hun albums tot dan toe in het toenmalige tijdsbeeld wisten te bereiken. Death metal was in die tijd een populaire stroming en daar wist Obituary goed in mee te komen. Ze hadden en hebben ook tegenwoordig nog steeds een eigenwijze smoel, doen wat ze doen en waar ze zin in hebben en dat siert de band dan ook wel weer. Nergens hoogdravend, maar altijd vertrouwd en herkenbaar. En dat is The End Complete uiteindelijk ook in een notendop: vertrouwd en herkenbaar! En daar is helemaal niets mis mee.
Omdat ik een zwak heb voor Obituary en toch ook voor The End Complete, daarom toch een in verhouding een hoge score voor deze derde worp van de mannen uit Florida. Weliswaar de tot dan toe minste, maar nog steeds erg lekker!
Opeth - Ghost Reveries (2005)

4,5
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 3 september 2015, 16:40 uur
Ik heb Opeth altijd een erg intrigerende band gevonden. Maar wel één van het kaliber 'moet je zin in hebben'. Je zet niet zomaar Opeth op. A: je moet er voor in de stemming zijn. B: je moet er eens goed voor gaan zitten. C: welk album zet je op? Want ja...er zijn er redelijk wat. En de één is beter dan de ander.
Waar het bij mij uitkomt als ik Opeth opzet, zit 'm vooral in de muzikale eigenschappen van de band. Opeth biedt namelijk een geweldig portie muzikaal vernuft; ze zijn hard, melodieus, progressief, agressief, sensitief, extreem afwisselend. En bij iedere luisterbeurt groeit de muziek. In de meeste gevallen zelfs tot ongekende proporties. Want Opeth is een heel goede band.
En dat geldt dus ook voor één van hun meest veelzijdige en complete albums uit hun discografie, te weten Ghost Reveries, het vervolg op het tweeluik Deliverance/Damnation.
Een verschil met de voorgangers qua geluid zit 'm dit keer vooral in het meer naar voren geschoven keyboard-werk van Per Wiberg, die vanaf dit album officieel toetrad als vijfde bandlid. Zijn sfeervolle toetsenpartijen domineren weliswaar niet het gehele album, maar duidelijk is wel te horen dat Opeth met deze partijen voor meer kleur zorgt op dit album. Persoonlijk vind ik het een goede zet, aangezien keyboards voor een behoorlijk sfeer-versterkend contrast kunnen zorgen. En voor een groot deel draait het bij Opeth toch ook wel om sfeer.
In eerste instantie lijkt het voor een aantal seconden erop, dat Opeth de lijn voortzet, die al op Damnation te horen is. Maar dan knalt "Ghost of Perdition" er zó hard in, dat de vergelijking met Damnation meteen overboord gegooit is.
"Ghost of Perdition" zet meteen de toon voor de rest van het album en is ook meteen zo'n beetje het beste nummer van de plaat. Mikael bedient zich weer als geen ander van zijn alles-vermorzelende grunt-partijen, maar weet zich wederom als geen ander ook goed staande te houden betreffende zijn cleane zangpartijen.
Alleen al deze opener laat horen dat Opeth de kracht en intensiteit van platen als Blackwater Park en Deliverance (die ik erg hoog heb zitten), niet vergeten is; het borduurt voor een groot deel voort op de voorgangers. Kenmerkend zijn natuurlijk het contrast tussen de harde en ingetogen stukken, die onderling, functioneel, voor een groot deel binnen de nummers, worden afgewisseld.
Niet ieder nummer biedt muzikaal geweld. Zo staan er drie rustige stukken op: het al eerder aangegeven, door Porcupine Tree beïnvloede "Atonement" die een wat exotische kant van Opeth laat horen, "Hours of Wealth" (wat overigens de enige track van het album is die altijd een beetje langs me heen gaat) en het prachtige, afsluitende "Isolation Years".
Tussen deze drie rustpunten door, zitten ijzersterke, epische knallers van nummers waar een aantal tot de betere van Opeth gerekend kunnen worden, waarvan vooral het al eerder genoemde "Ghost of Perdition" en het tweeluik "Reverie / Harlequin Forest" tot de hoogtepunten behoren.
Eigenlijk is de enige reden dat ik dit album nét niet het volle pond geef, het feit dat "Hours of Wealth" persoonlijk niet zo heel veel om het lijf heeft en hoe goed bedoeld ook, ik het wat meer experimentele "Atonement" wat misplaatst vind. Daarnaast vind ik "The Grand Conjuration" wat te simplistisch klinken voor Opeth-begrippen, waardoor het aanvoelt alsof deze toch ook niet helemaal thuis hoort op Ghost Reveries.
Máár laat ik één ding duidelijk stellen: dat Ghost Reveries een dijk van een plaat is, is gewoon een feit. Het laat alle facetten horen die Opeth zo goed maakt.
Daarnaast is Ghost Reveries ook nog eens gezegend van een magistrale productie. Eén van de beteren die ik op een Opeth-plaat gehoord heb.
Laat ik tot slot opmerken dat ik het persoonlijk jammer vind dat Opeth met de twee meest recente platen besloten heeft, om de death metal-invloeden uit hun muziek te halen. Of dit definitief is, weet ik niet, maar ik weet wel, dat een groot deel van de spanning en kracht van de kenmerken van Opeth's stijl, daardoor verloren zijn gegaan. Alhoewel ik moet toegeven dat het songmateriaal van het meest recente album Pale Communion me wel weer aanspreekt, terwijl Heritage eerlijkheidshalve wel als een zucht in de wind aan me voorbij is gegaan. Plus het feit dat Damnation uiteraard ook al geen death metal-invloeden herbergt, maar dit was dan ook de tegenhanger van het vlak daarvoor uitgebrachte Deliverance.
Gelukkig was er ten tijde van het weliswaar herkenbare, maar toch ook verrassende Ghost Reveries muzikaal niets aan de hand in het Opeth-kamp.
Ghost Reveries is dan ook simpelweg gezien gewoon een essentieel hoofdstuk uit het Opeth-verhaal.
Waar het bij mij uitkomt als ik Opeth opzet, zit 'm vooral in de muzikale eigenschappen van de band. Opeth biedt namelijk een geweldig portie muzikaal vernuft; ze zijn hard, melodieus, progressief, agressief, sensitief, extreem afwisselend. En bij iedere luisterbeurt groeit de muziek. In de meeste gevallen zelfs tot ongekende proporties. Want Opeth is een heel goede band.
En dat geldt dus ook voor één van hun meest veelzijdige en complete albums uit hun discografie, te weten Ghost Reveries, het vervolg op het tweeluik Deliverance/Damnation.
Een verschil met de voorgangers qua geluid zit 'm dit keer vooral in het meer naar voren geschoven keyboard-werk van Per Wiberg, die vanaf dit album officieel toetrad als vijfde bandlid. Zijn sfeervolle toetsenpartijen domineren weliswaar niet het gehele album, maar duidelijk is wel te horen dat Opeth met deze partijen voor meer kleur zorgt op dit album. Persoonlijk vind ik het een goede zet, aangezien keyboards voor een behoorlijk sfeer-versterkend contrast kunnen zorgen. En voor een groot deel draait het bij Opeth toch ook wel om sfeer.
In eerste instantie lijkt het voor een aantal seconden erop, dat Opeth de lijn voortzet, die al op Damnation te horen is. Maar dan knalt "Ghost of Perdition" er zó hard in, dat de vergelijking met Damnation meteen overboord gegooit is.
"Ghost of Perdition" zet meteen de toon voor de rest van het album en is ook meteen zo'n beetje het beste nummer van de plaat. Mikael bedient zich weer als geen ander van zijn alles-vermorzelende grunt-partijen, maar weet zich wederom als geen ander ook goed staande te houden betreffende zijn cleane zangpartijen.
Alleen al deze opener laat horen dat Opeth de kracht en intensiteit van platen als Blackwater Park en Deliverance (die ik erg hoog heb zitten), niet vergeten is; het borduurt voor een groot deel voort op de voorgangers. Kenmerkend zijn natuurlijk het contrast tussen de harde en ingetogen stukken, die onderling, functioneel, voor een groot deel binnen de nummers, worden afgewisseld.
Niet ieder nummer biedt muzikaal geweld. Zo staan er drie rustige stukken op: het al eerder aangegeven, door Porcupine Tree beïnvloede "Atonement" die een wat exotische kant van Opeth laat horen, "Hours of Wealth" (wat overigens de enige track van het album is die altijd een beetje langs me heen gaat) en het prachtige, afsluitende "Isolation Years".
Tussen deze drie rustpunten door, zitten ijzersterke, epische knallers van nummers waar een aantal tot de betere van Opeth gerekend kunnen worden, waarvan vooral het al eerder genoemde "Ghost of Perdition" en het tweeluik "Reverie / Harlequin Forest" tot de hoogtepunten behoren.
Eigenlijk is de enige reden dat ik dit album nét niet het volle pond geef, het feit dat "Hours of Wealth" persoonlijk niet zo heel veel om het lijf heeft en hoe goed bedoeld ook, ik het wat meer experimentele "Atonement" wat misplaatst vind. Daarnaast vind ik "The Grand Conjuration" wat te simplistisch klinken voor Opeth-begrippen, waardoor het aanvoelt alsof deze toch ook niet helemaal thuis hoort op Ghost Reveries.
Máár laat ik één ding duidelijk stellen: dat Ghost Reveries een dijk van een plaat is, is gewoon een feit. Het laat alle facetten horen die Opeth zo goed maakt.
Daarnaast is Ghost Reveries ook nog eens gezegend van een magistrale productie. Eén van de beteren die ik op een Opeth-plaat gehoord heb.
Laat ik tot slot opmerken dat ik het persoonlijk jammer vind dat Opeth met de twee meest recente platen besloten heeft, om de death metal-invloeden uit hun muziek te halen. Of dit definitief is, weet ik niet, maar ik weet wel, dat een groot deel van de spanning en kracht van de kenmerken van Opeth's stijl, daardoor verloren zijn gegaan. Alhoewel ik moet toegeven dat het songmateriaal van het meest recente album Pale Communion me wel weer aanspreekt, terwijl Heritage eerlijkheidshalve wel als een zucht in de wind aan me voorbij is gegaan. Plus het feit dat Damnation uiteraard ook al geen death metal-invloeden herbergt, maar dit was dan ook de tegenhanger van het vlak daarvoor uitgebrachte Deliverance.
Gelukkig was er ten tijde van het weliswaar herkenbare, maar toch ook verrassende Ghost Reveries muzikaal niets aan de hand in het Opeth-kamp.
Ghost Reveries is dan ook simpelweg gezien gewoon een essentieel hoofdstuk uit het Opeth-verhaal.
Optical Image - Interference (1994)

3,5
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 10 september 2010, 10:31 uur
Optical Image is een schuilnaam waaronder Tom Habes in de jaren '90 een aantal synth-albums heeft uitgebracht.
Het is mij opgevallen dat zijn muziek vaak gebruikt is in actualiteiten-programma's als 2 Vandaag en Opsporing Verzocht. Volgens mij is de muziek er ook wel een beetje voor bedoeld. Niet dat het slecht is, maar juist voor op de achtergrond bij diverse TV-beelden komt deze muziek best tot z'n recht.
Interference klinkt t.o.v. het debuut Treasure Point een slag beter. Het materiaal zit compacter en directer in elkaar, alsof Tom zelfverzekerder aan de slag is gegaan voor dit album. Dit wil overigens niet zeggen dat al het materiaal even sterk is. Op een aantal momenten dwaalt de muziek nog steeds wat teveel kanten uit, waardoor ik moeite krijg om me volledig open te stellen voor de muziek.
Gelukkig zit het in de meeste gevallen wel goed, en krijg ik prima synth-materiaal voorgeschoteld, die redelijk sfeerversterkend werkt. Niet altijd even toegangelijk, en soms klinken bepaalde overgangen binnen de nummers wat misplaatst, maar doordacht en interessant is het best wel.
Nummers als "Foreign Body" die geweldige overgangen kent binnen de vaste thema's, het wat donkere "Sacrifice" en het "Interference"-tweeluik zorgen ervoor dat dit album een stuk beter klinkt dan de voorganger.
Een ruime 3,5 dan ook voor deze Interference.
Het is mij opgevallen dat zijn muziek vaak gebruikt is in actualiteiten-programma's als 2 Vandaag en Opsporing Verzocht. Volgens mij is de muziek er ook wel een beetje voor bedoeld. Niet dat het slecht is, maar juist voor op de achtergrond bij diverse TV-beelden komt deze muziek best tot z'n recht.
Interference klinkt t.o.v. het debuut Treasure Point een slag beter. Het materiaal zit compacter en directer in elkaar, alsof Tom zelfverzekerder aan de slag is gegaan voor dit album. Dit wil overigens niet zeggen dat al het materiaal even sterk is. Op een aantal momenten dwaalt de muziek nog steeds wat teveel kanten uit, waardoor ik moeite krijg om me volledig open te stellen voor de muziek.
Gelukkig zit het in de meeste gevallen wel goed, en krijg ik prima synth-materiaal voorgeschoteld, die redelijk sfeerversterkend werkt. Niet altijd even toegangelijk, en soms klinken bepaalde overgangen binnen de nummers wat misplaatst, maar doordacht en interessant is het best wel.
Nummers als "Foreign Body" die geweldige overgangen kent binnen de vaste thema's, het wat donkere "Sacrifice" en het "Interference"-tweeluik zorgen ervoor dat dit album een stuk beter klinkt dan de voorganger.
Een ruime 3,5 dan ook voor deze Interference.
Orchestral Manoeuvres in the Dark - Orchestral Manoeuvres in the Dark (1980)

3,5
1
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 30 december 2023, 13:02 uur
In mijn jeugd was ik, net zoals vele anderen, opgegroeid met OMD's grootste hit "Maid of Orleans", die toentertijd veelvuldig op de radio werd gedraaid en ik tot de dag van vandaag altijd een prachtig en intrigerend nummer heb gevonden. Maar ook latere hits als "Talking Loud and Clear" vond ik erg fijn en het leuke was nog, dat ik er jaren later pas achter kwam dat dit nummer van dezelfde band afkomstig bleek te zijn als die van "Maid of Orleans". Dat wist ik toen namelijk niet. Zover ging mijn verdieping in de band als 7-jarig jochie niet. Maar dat ik het leuk vond, stond als een paal boven water.
De aanleiding en definitieve motivatie om me meer te verdiepen in OMD heeft uiteindelijk te maken met zowaar de Synthesizer Greatest-compilaties die eind jaren '80, begin jaren '90 dankzij de promotie-campagne van platenmaatschappij Arcade, hoge ogen scoorde. In die periode merkte ik, dat ik een voorliefde voor elektronische muziek begon te ontwikkelen en net zoals vele anderen, tuinde ik in de Synthesizer Greatest-hype en kocht diverse LP's uit die serie. Nummers als "Electricity", "Maid of Orleans" en "Enola Gay" zijn in nagespeelde versies (de één vind het geslaagde cover-versies, de ander vind het schaamteloos en smakeloos nagespeelde shitversies), in opvallende, instrumentale uitvoeringen verspreid op die albums terug te vinden en toentertijd vond ik ze zowaar goed genoeg om uiteindelijk, na er al snel achter gekomen te zijn dat het nep-versies waren (bedankt meneer Starink), op zoek te gaan naar de originelen.
En zo begint mijn definitieve ontdekking van OMD ergens in 1992 pas echt, als ik een jaar of 14 ben en bij de plaatselijke muziekbibliotheek de Best of-compilatie uit 1988 op CD leen en deze thuis na veelvuldig gedraaid te hebben, besluit te kopiëren op een cassettebandje. Zo ging dat in die tijd; je leende vaak een album via een vriend, kennis of familie of in dit specifieke geval de muziekbibliotheek en maakte je eigen cassettebandje om vervolgens, een redelijke tijd later, het album alsnog in originele vorm, zelf te kopen.
Dat gebeurde uiteindelijk ook met het titelloze debuut, die ik op CD wist te vinden. En zowaar vond ik het toen een pittig album om doorheen te komen. Alhoewel ik natuurlijk toen al wel bekend was met de singles, was dit gehele album toch wel andere koek. Tuurlijk, er staan toegankelijke krakers als "Electricity" op, maar ook meer experimentele fratsen waar ik toen weinig mee kon. Het nummer "Dancing" bijvoorbeeld, vond ik zelfs ronduit lelijk en een smet op het album drukken. Ook andere nummers, zoals "Julia's Song", wisten me niet te bekoren. Wellicht was het debuut dan ook niet per se de handigste zet om meteen als eerste volledige langspeler van de band te kopen.
Het resulteerde er zelfs in, dat ik het album van de hand deed.
Jaren later uiteraard, wist mijn voorliefde voor de band alsnog de kop op te steken, en vandaag prijkt dit album dan ook weer flink wat jaren in mijn CD-kast, gezamenlijk met praktisch ieder album van deze unieke band. Hoe het tij kan keren.
Dat gemeld hebbende, is het debuut van OMD nog steeds niet mijn favoriet van de band. De ruwe, zoekende insteek gezamenlijk met de wat primitieve, edoch zeker niet slechte productie, zorgt wel keer op keer voor een intrigerende luister-sessie.
Het album is in ieder geval zeer afwisselend en bevat genoeg aanstekelijkheid en historisch vernuft, om memorabel te blijven. De vele inspiratiebronnen uit de toenmalige muziekstromingen die eind jaren '70 en begin jaren '80 zeer invloedrijk waren, zijn mooi verweven binnen de over het algemeen interessante nummers die het debuut kenmerken. Zo zijn eerdere 'draken' als "Dancing" opeens zeer bijzonder en origineel te noemen en bevat vooral dit nummer allerlei subtiele verrassinkjes, waardoor duidelijk wordt dat de experimenteerdrift van OMD in een interessante ontwikkelingsfase zit. Deze zou dan ook verder uitgelicht en geperfectioneerd worden op de drie invloedrijke opvolgers, die gezamenlijk met het debuut als de vier beste platen van de band worden beschouwd. En dat is zeker te begrijpen, als je ze chronologisch naast elkaar legt en in volgorde luistert.
Toppers blijven de eerste twee singles, waarvan vooral "Electricity" als een tijdloze klassieker beschouwd mag worden. Maar ook pareltjes als het prachtige "Almost" en het meer epische en experimentele "The Messerschmitt Twins" zijn uitschieters op dit album. Zelfs "Julia's Song" mag als een topper beschouwd worden. De pittige insteek van dit nummer bevalt me tegenwoordig een stuk beter dan vroeger.
Sommige nummers heb ik nog steeds niets mee, maar deze zijn in de minderheid. Zo snap ik de waarde van een nummer als "Mystereality" wel, maar kan ik er qua stijl en sound gewoon niets mee.
Ook de bonustracks zijn ok, maar niet meer dan dat. Het drukke en zweverige "I Betray My Friends" is knap en gedurfd, maar het raakt me simpelweg niet.
De rest van de nummers zijn gewoon ontzettend leuk en maakt dit debuut tot een klassieker in zijn soort en zeker een album die tegenwoordig net zo'n status heeft ontwikkelt als pakweg de eerste platen van Kraftwerk, de band waar OMD het meest mee wordt vergeleken en dat is ook simpelweg terecht.
Ook mooi dat mijn hernieuwde kennismaking met OMD ongeveer tegelijkertijd opging met Kraftwerk, een band waar ik muzikaal gezien op een gegeven moment ook geen interesse meer in had, maar ook tegenwoordig daar in de platenkast niets meer van te merken is, aangezien daarin braaf alle Kraftwerk-albums prijken. Wederom, hoe het tij kan keren
!
De aanleiding en definitieve motivatie om me meer te verdiepen in OMD heeft uiteindelijk te maken met zowaar de Synthesizer Greatest-compilaties die eind jaren '80, begin jaren '90 dankzij de promotie-campagne van platenmaatschappij Arcade, hoge ogen scoorde. In die periode merkte ik, dat ik een voorliefde voor elektronische muziek begon te ontwikkelen en net zoals vele anderen, tuinde ik in de Synthesizer Greatest-hype en kocht diverse LP's uit die serie. Nummers als "Electricity", "Maid of Orleans" en "Enola Gay" zijn in nagespeelde versies (de één vind het geslaagde cover-versies, de ander vind het schaamteloos en smakeloos nagespeelde shitversies), in opvallende, instrumentale uitvoeringen verspreid op die albums terug te vinden en toentertijd vond ik ze zowaar goed genoeg om uiteindelijk, na er al snel achter gekomen te zijn dat het nep-versies waren (bedankt meneer Starink), op zoek te gaan naar de originelen.
En zo begint mijn definitieve ontdekking van OMD ergens in 1992 pas echt, als ik een jaar of 14 ben en bij de plaatselijke muziekbibliotheek de Best of-compilatie uit 1988 op CD leen en deze thuis na veelvuldig gedraaid te hebben, besluit te kopiëren op een cassettebandje. Zo ging dat in die tijd; je leende vaak een album via een vriend, kennis of familie of in dit specifieke geval de muziekbibliotheek en maakte je eigen cassettebandje om vervolgens, een redelijke tijd later, het album alsnog in originele vorm, zelf te kopen.
Dat gebeurde uiteindelijk ook met het titelloze debuut, die ik op CD wist te vinden. En zowaar vond ik het toen een pittig album om doorheen te komen. Alhoewel ik natuurlijk toen al wel bekend was met de singles, was dit gehele album toch wel andere koek. Tuurlijk, er staan toegankelijke krakers als "Electricity" op, maar ook meer experimentele fratsen waar ik toen weinig mee kon. Het nummer "Dancing" bijvoorbeeld, vond ik zelfs ronduit lelijk en een smet op het album drukken. Ook andere nummers, zoals "Julia's Song", wisten me niet te bekoren. Wellicht was het debuut dan ook niet per se de handigste zet om meteen als eerste volledige langspeler van de band te kopen.
Het resulteerde er zelfs in, dat ik het album van de hand deed.
Jaren later uiteraard, wist mijn voorliefde voor de band alsnog de kop op te steken, en vandaag prijkt dit album dan ook weer flink wat jaren in mijn CD-kast, gezamenlijk met praktisch ieder album van deze unieke band. Hoe het tij kan keren.
Dat gemeld hebbende, is het debuut van OMD nog steeds niet mijn favoriet van de band. De ruwe, zoekende insteek gezamenlijk met de wat primitieve, edoch zeker niet slechte productie, zorgt wel keer op keer voor een intrigerende luister-sessie.
Het album is in ieder geval zeer afwisselend en bevat genoeg aanstekelijkheid en historisch vernuft, om memorabel te blijven. De vele inspiratiebronnen uit de toenmalige muziekstromingen die eind jaren '70 en begin jaren '80 zeer invloedrijk waren, zijn mooi verweven binnen de over het algemeen interessante nummers die het debuut kenmerken. Zo zijn eerdere 'draken' als "Dancing" opeens zeer bijzonder en origineel te noemen en bevat vooral dit nummer allerlei subtiele verrassinkjes, waardoor duidelijk wordt dat de experimenteerdrift van OMD in een interessante ontwikkelingsfase zit. Deze zou dan ook verder uitgelicht en geperfectioneerd worden op de drie invloedrijke opvolgers, die gezamenlijk met het debuut als de vier beste platen van de band worden beschouwd. En dat is zeker te begrijpen, als je ze chronologisch naast elkaar legt en in volgorde luistert.
Toppers blijven de eerste twee singles, waarvan vooral "Electricity" als een tijdloze klassieker beschouwd mag worden. Maar ook pareltjes als het prachtige "Almost" en het meer epische en experimentele "The Messerschmitt Twins" zijn uitschieters op dit album. Zelfs "Julia's Song" mag als een topper beschouwd worden. De pittige insteek van dit nummer bevalt me tegenwoordig een stuk beter dan vroeger.
Sommige nummers heb ik nog steeds niets mee, maar deze zijn in de minderheid. Zo snap ik de waarde van een nummer als "Mystereality" wel, maar kan ik er qua stijl en sound gewoon niets mee.
Ook de bonustracks zijn ok, maar niet meer dan dat. Het drukke en zweverige "I Betray My Friends" is knap en gedurfd, maar het raakt me simpelweg niet.
De rest van de nummers zijn gewoon ontzettend leuk en maakt dit debuut tot een klassieker in zijn soort en zeker een album die tegenwoordig net zo'n status heeft ontwikkelt als pakweg de eerste platen van Kraftwerk, de band waar OMD het meest mee wordt vergeleken en dat is ook simpelweg terecht.
Ook mooi dat mijn hernieuwde kennismaking met OMD ongeveer tegelijkertijd opging met Kraftwerk, een band waar ik muzikaal gezien op een gegeven moment ook geen interesse meer in had, maar ook tegenwoordig daar in de platenkast niets meer van te merken is, aangezien daarin braaf alle Kraftwerk-albums prijken. Wederom, hoe het tij kan keren
!