Hier kun je zien welke berichten CorvisChristi als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Ian Boddy - After the Rain (2012)

2,5
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 12 oktober 2015, 22:18 uur
Het live in Berlijn opgenomen After the Rain is qua opbouw en structuur misschien wel het moeilijkste album die Ian Boddy tot op heden heeft gemaakt, simpelweg omdat er geen opbouw en structuur te vinden is. Dit komt doordat de muziek uit 100% geïmproviseerd materiaal bestaat, verdeeld in twee sets t.w. "The Final Transmission" en "After the Rain".
Het is een combinatie van space en dark ambient, drones en andere geluid-erupties die in elkaar verweven zijn en tegelijkertijd in elkaar voortvloeien.
In ieder geval zorgt het voor een zeer persoonlijke luisterervaring, die bij elke luisterbeleving weer anders is, ondanks dat de muziek erg minimalistisch van toon is. Het is dan ook puur de atmosfeer die het 'm hier doet. Kun je geen atmosfeer of beleving hierin vinden, dan is dit absoluut niet de moeite van het beluisteren waard. Sta je er voor open, dan zullen de deuren naar een zeer raadselachtige wereld van klanken voor je geopend worden en zou je er wel eens door meegezogen kunnen worden, al ware het een muzikale LSD-trip.
Het is ook nauwelijks onder woorden te brengen waar de muziek heen gaat.
Normaal gesproken sta ik graag stil bij wat er muzikaal allemaal gebeurt, maar bij een album als After the Rain is dit eigenlijk niet mogelijk. Er gebeurt namelijk niet heel veel, maar tegelijkertijd toch ook weer wel.
Al met al kan ik concluderen dat After the Rain een redelijk gewaagd en voor een bepaald publiek ook interessant album is. Echter moet ik er tegelijkertijd bij vermelden dat het ook één van de weinige albums is van Ian Boddy waar ik minder mee kan. Dit komt doordat ik er persoonlijk niet door gegrepen word. Iets wat i.m.o. belangrijk is bij goede ambient-muziek. Het moet je in de juiste 'mood' brengen.
After the Rain voelt, wellicht m.u.v. de laatste 10 minuten van het titelnummer waarin op een gegeven moment zelfs een sequencer opduikt, heel moeilijk, rauw en afstandelijk aan, ondanks dat ik ook wel weer hoor hoe gedreven en beheerst Ian Boddy het klankspectrum beheerst. Alleen klikt het niet tussen mij en After the Rain. Het grijpt me simpelweg niet.
Mijn eindcijfer is dan ook puur gebaseerd op de beleving die ik bij dit album heb en niet zozeer op de kwaliteit, want die is goed. Alleen valt hier gewoon het kwartje niet bij mij, waardoor deze After the Rain toch één van de mindere albums is die ik ken van Ian Boddy.
Conclusie: gedurfd, echter niet geslaagd.
Het is een combinatie van space en dark ambient, drones en andere geluid-erupties die in elkaar verweven zijn en tegelijkertijd in elkaar voortvloeien.
In ieder geval zorgt het voor een zeer persoonlijke luisterervaring, die bij elke luisterbeleving weer anders is, ondanks dat de muziek erg minimalistisch van toon is. Het is dan ook puur de atmosfeer die het 'm hier doet. Kun je geen atmosfeer of beleving hierin vinden, dan is dit absoluut niet de moeite van het beluisteren waard. Sta je er voor open, dan zullen de deuren naar een zeer raadselachtige wereld van klanken voor je geopend worden en zou je er wel eens door meegezogen kunnen worden, al ware het een muzikale LSD-trip.
Het is ook nauwelijks onder woorden te brengen waar de muziek heen gaat.
Normaal gesproken sta ik graag stil bij wat er muzikaal allemaal gebeurt, maar bij een album als After the Rain is dit eigenlijk niet mogelijk. Er gebeurt namelijk niet heel veel, maar tegelijkertijd toch ook weer wel.
Al met al kan ik concluderen dat After the Rain een redelijk gewaagd en voor een bepaald publiek ook interessant album is. Echter moet ik er tegelijkertijd bij vermelden dat het ook één van de weinige albums is van Ian Boddy waar ik minder mee kan. Dit komt doordat ik er persoonlijk niet door gegrepen word. Iets wat i.m.o. belangrijk is bij goede ambient-muziek. Het moet je in de juiste 'mood' brengen.
After the Rain voelt, wellicht m.u.v. de laatste 10 minuten van het titelnummer waarin op een gegeven moment zelfs een sequencer opduikt, heel moeilijk, rauw en afstandelijk aan, ondanks dat ik ook wel weer hoor hoe gedreven en beheerst Ian Boddy het klankspectrum beheerst. Alleen klikt het niet tussen mij en After the Rain. Het grijpt me simpelweg niet.
Mijn eindcijfer is dan ook puur gebaseerd op de beleving die ik bij dit album heb en niet zozeer op de kwaliteit, want die is goed. Alleen valt hier gewoon het kwartje niet bij mij, waardoor deze After the Rain toch één van de mindere albums is die ik ken van Ian Boddy.
Conclusie: gedurfd, echter niet geslaagd.
Ian Boddy - Box of Secrets (1999)

4,0
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 10 november 2010, 16:51 uur
DIN - Purveyors of fine contemporary electronica: onder die banier zou Ian Boddy zijn eigen platenlabel oprichten om zijn werk en die van andere artiesten op hetzelfde gebied, uit te brengen. Aangezien Boddy het grote voorbeeld is voor dit label, was het wel zo gepast om zijn eigen solo-album Box of Secrets daarvan als eerste wapenfeit het levenslicht te laten zien.
Box of Secrets is over de gehele linie een nogal donker, somber en bij vlagen zelfs wat angstaanjagend klinkend album en is er zeker niet eentje, die je zomaar even op de achtergrond opzet. Het is een flinke kluif en laat zich pas na meerdere rondjes in de CD-speler gedraaid te hebben, langzaam maar zeker openbaren. Wat dat aangaat doet de titel van het album zichzelf wel eer aan en bevat dit boxje inderdaad een aantal geheimpjes.
Het duurde een tijd, voordat ik dit album kon waarderen. In het begin vond ik het nogal een minimaal en kil klinkend geheel, waarin voor mijn gevoel maar weinig gebeurde. Niets is echter minder waar, aangezien er wel degelijk een aantal sublieme nummers opstaan. Naarmate deze Box of Secrets vordert, wordt ie namelijk ook beter en vooral vanaf het akelig bevreemdend klinkende "There's Something in Your Attic" begint het echt wel goed te worden.
De muziek kenmerkt zich vooral door lange, relatief stille en ongrijpbare intro's die vaak minutenlang duren voordat er echt structuur en ritmiek bij komt kijken. Vooral de eerste 3 nummers kenmerken zich daarmee. Na het tussendoortje van track 4 die ik net al noemde, ontvouwt de plaat zich pas echt met het geniale "Walking the Slow Path", mijn favoriet van de plaat. Vooral het prachtige begin met de analoge synths klinkt voortreffelijk. De toegevoegde spookachtige geluiden en later de ritmische ondersteuning klinkt weliswaar redelijk toegankelijk, maar ook ietwat ijl en verheven. Alsof Ian met de muziek een bepaalde afstand creëert, en daarbij dus een typische, geheimzinnige sfeer schept.
"Nobody's Home" is dan vervolgens een sterk staaltje dark-ambient. Vanwege de dreigende, rommelende en snerpende geluiden moet ik zelfs een beetje aan de klanken van Raison d'Etre denken.
Met een dreigende, rommelende dreun wordt tot slot "Hive Culture" ingeluidt en het is pas bij dit nummer dat het tempo in één keer de hoogte inschiet.
Op een verrassende, dynamische manier sluit Ian Boddy zijn Box of Secrets af en valt er alleen maar te concluderen dat dit een zeer degelijk album is. Hoewel het niet m'n favoriet is, omdat ik de plaat op de één of andere manier wat moeilijk op gang vind komen, is dit toch weer een typisch bewijs van wat Ian muzikaal gezien allemaal in huis heeft. En dat is altijd maar weer een verrassing, aangezien Ian heeft bewezen zich overal een weg weet te vinden binnen de wondere wereld van de electronische muziek.
Toch een 4 voor dit muzikale geheim.
Box of Secrets is over de gehele linie een nogal donker, somber en bij vlagen zelfs wat angstaanjagend klinkend album en is er zeker niet eentje, die je zomaar even op de achtergrond opzet. Het is een flinke kluif en laat zich pas na meerdere rondjes in de CD-speler gedraaid te hebben, langzaam maar zeker openbaren. Wat dat aangaat doet de titel van het album zichzelf wel eer aan en bevat dit boxje inderdaad een aantal geheimpjes.
Het duurde een tijd, voordat ik dit album kon waarderen. In het begin vond ik het nogal een minimaal en kil klinkend geheel, waarin voor mijn gevoel maar weinig gebeurde. Niets is echter minder waar, aangezien er wel degelijk een aantal sublieme nummers opstaan. Naarmate deze Box of Secrets vordert, wordt ie namelijk ook beter en vooral vanaf het akelig bevreemdend klinkende "There's Something in Your Attic" begint het echt wel goed te worden.
De muziek kenmerkt zich vooral door lange, relatief stille en ongrijpbare intro's die vaak minutenlang duren voordat er echt structuur en ritmiek bij komt kijken. Vooral de eerste 3 nummers kenmerken zich daarmee. Na het tussendoortje van track 4 die ik net al noemde, ontvouwt de plaat zich pas echt met het geniale "Walking the Slow Path", mijn favoriet van de plaat. Vooral het prachtige begin met de analoge synths klinkt voortreffelijk. De toegevoegde spookachtige geluiden en later de ritmische ondersteuning klinkt weliswaar redelijk toegankelijk, maar ook ietwat ijl en verheven. Alsof Ian met de muziek een bepaalde afstand creëert, en daarbij dus een typische, geheimzinnige sfeer schept.
"Nobody's Home" is dan vervolgens een sterk staaltje dark-ambient. Vanwege de dreigende, rommelende en snerpende geluiden moet ik zelfs een beetje aan de klanken van Raison d'Etre denken.
Met een dreigende, rommelende dreun wordt tot slot "Hive Culture" ingeluidt en het is pas bij dit nummer dat het tempo in één keer de hoogte inschiet.
Op een verrassende, dynamische manier sluit Ian Boddy zijn Box of Secrets af en valt er alleen maar te concluderen dat dit een zeer degelijk album is. Hoewel het niet m'n favoriet is, omdat ik de plaat op de één of andere manier wat moeilijk op gang vind komen, is dit toch weer een typisch bewijs van wat Ian muzikaal gezien allemaal in huis heeft. En dat is altijd maar weer een verrassing, aangezien Ian heeft bewezen zich overal een weg weet te vinden binnen de wondere wereld van de electronische muziek.
Toch een 4 voor dit muzikale geheim.
Ian Boddy - Chiasmata (2004)

4,0
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 7 maart 2010, 12:11 uur
Live opgenomen tijdens een optreden in het Planetarium van het National Space Centre in Leicester, Verenigd Koninkrijk, is Chiasmata een perfect voorbeeld van hoe Ian Boddy tegenwoordig klinkt. Zijn latere albums zijn van een véél abstracter niveau, wat voor mij persoonlijk hele interessante luister-ervaringen oplevert. Zo ook dus dit album, wat qua muzikaal concept erg aansluit op het uitstekende album Aurora, wat als basis gediend lijkt te heben voor dit overigens prima album.
Chiasmata gaat van start met 2 zeer zweverige, vrij duister gestemde ambient-passages, teweten "Gravity Well", die tevens als opener voor Aurora werd gebruikt en "Dark Matter". Deze eerste 2 tracks dienen zeg maar als intro voor het kabbelende en spacey klinkende, van het tevens van Aurora afkomstige "Ecliptic".
Daarna wordt weer gas teruggenomen en worden er zéér stemmige en rustgevende, drijvende klanken ten toon gespreidt tijdens "Lightfall", waar tevens ook wat stemmige vrouwenzang op te horen valt.
Vervolgens wordt er ruimte gemaakt voor uit het duister opkomende, bobbelende en kabbelende grondtonen, die de weg vrij maken voor het ritmische "Nucleotide", die een combinatie laat horen van zeer ritmische passages, doordrenkt met aangename piano-riedeltjes die als geheel zeer goed en spontaan klinkt.
"The Mystic" is daarentegen weer een behoorlijk uit de kluiten gewassen klont van vreemde, golvende synth-patronen, die een scala van indrukwekkende effecten laat horen. Naarmate dit nummer vordert, komen er steeds meer van dit soort patronen bij, en d.m.v. het gebruik van zg. radiogolven die me in de verte aan het titelnummer van Aurora doen denken en zware, zweverige aanzetten op de synthesizers, later in het nummer, zorgt dit bij mij voor een indrukwekkend staaltje aan luistergenot. Het is dan ook juist bij dit nummer, dat ik de volumeknop harder opendraai, m'n ogen sluit en beelden in me op laat komen van stervende sterren, supernova's en melkwegstelsels. Briljant!!
Het verrassende titelnummer is een behoorlijke uitschieter, die begint als een soort van dodenmars, waarbij stevige ritmische passages als grondslag dienen voor bombastische, maar ook subtiel kabbelende momenten die als het ware hand in hand gaan en het tot een pakkend geheel maken. Tevens is dit nummer t.o.v. de rest veel toegankelijker en melodieuzer van aard, wat daardoor toch voor een hoop afwisseling zorgt.
"Kinaesthesia" begint met druppelende en ploppende geluiden, waar uiteindelijk een geweldige en warme sequence-sectie uit ontspruit. Het duurt echter niet lang, voordat deze opgevolgt wordt door een ritme-sectie die niet had misstaan op een hiphop-nummer uit de jaren '80. Gelukkig komt de sequence-sectie terug, waardoor er een lekker opzwepend en afwisselend geheel ontstaat die dit nummer tot de meest gedreven track van het album maakt. Het nummers eindigt op een manier die me doet denken aan de stijl van Jean Michel Jarre's Zoolook-album, met door elkaar heen lopende samples van allerlei vervormde stemmen.
Een rustpunt wordt opgezocht met "Still Point", waar mooie, galmende piano-klanken voor een desolaat coda zorgen. Een welverdiend applaus is het gevolg.
"Mechanic Organic" mag gezien worden als de toegift en is een spontaan geheel van levendige, accentuerende combinaties van verscheidene synth- en pianoklanken gecombineerd met dynamische en ritmische ondersteuning. Het einde met de over-de-top synth-effecten die lijken op die uit een oud Commodore 64-computerspelletje klinkt erg grappig en bizar tegelijk en zorgt voor een perfecte afsluiter van deze set en tevens van een adembenemend album!!
Chiasmata gaat van start met 2 zeer zweverige, vrij duister gestemde ambient-passages, teweten "Gravity Well", die tevens als opener voor Aurora werd gebruikt en "Dark Matter". Deze eerste 2 tracks dienen zeg maar als intro voor het kabbelende en spacey klinkende, van het tevens van Aurora afkomstige "Ecliptic".
Daarna wordt weer gas teruggenomen en worden er zéér stemmige en rustgevende, drijvende klanken ten toon gespreidt tijdens "Lightfall", waar tevens ook wat stemmige vrouwenzang op te horen valt.
Vervolgens wordt er ruimte gemaakt voor uit het duister opkomende, bobbelende en kabbelende grondtonen, die de weg vrij maken voor het ritmische "Nucleotide", die een combinatie laat horen van zeer ritmische passages, doordrenkt met aangename piano-riedeltjes die als geheel zeer goed en spontaan klinkt.
"The Mystic" is daarentegen weer een behoorlijk uit de kluiten gewassen klont van vreemde, golvende synth-patronen, die een scala van indrukwekkende effecten laat horen. Naarmate dit nummer vordert, komen er steeds meer van dit soort patronen bij, en d.m.v. het gebruik van zg. radiogolven die me in de verte aan het titelnummer van Aurora doen denken en zware, zweverige aanzetten op de synthesizers, later in het nummer, zorgt dit bij mij voor een indrukwekkend staaltje aan luistergenot. Het is dan ook juist bij dit nummer, dat ik de volumeknop harder opendraai, m'n ogen sluit en beelden in me op laat komen van stervende sterren, supernova's en melkwegstelsels. Briljant!!
Het verrassende titelnummer is een behoorlijke uitschieter, die begint als een soort van dodenmars, waarbij stevige ritmische passages als grondslag dienen voor bombastische, maar ook subtiel kabbelende momenten die als het ware hand in hand gaan en het tot een pakkend geheel maken. Tevens is dit nummer t.o.v. de rest veel toegankelijker en melodieuzer van aard, wat daardoor toch voor een hoop afwisseling zorgt.
"Kinaesthesia" begint met druppelende en ploppende geluiden, waar uiteindelijk een geweldige en warme sequence-sectie uit ontspruit. Het duurt echter niet lang, voordat deze opgevolgt wordt door een ritme-sectie die niet had misstaan op een hiphop-nummer uit de jaren '80. Gelukkig komt de sequence-sectie terug, waardoor er een lekker opzwepend en afwisselend geheel ontstaat die dit nummer tot de meest gedreven track van het album maakt. Het nummers eindigt op een manier die me doet denken aan de stijl van Jean Michel Jarre's Zoolook-album, met door elkaar heen lopende samples van allerlei vervormde stemmen.
Een rustpunt wordt opgezocht met "Still Point", waar mooie, galmende piano-klanken voor een desolaat coda zorgen. Een welverdiend applaus is het gevolg.
"Mechanic Organic" mag gezien worden als de toegift en is een spontaan geheel van levendige, accentuerende combinaties van verscheidene synth- en pianoklanken gecombineerd met dynamische en ritmische ondersteuning. Het einde met de over-de-top synth-effecten die lijken op die uit een oud Commodore 64-computerspelletje klinkt erg grappig en bizar tegelijk en zorgt voor een perfecte afsluiter van deze set en tevens van een adembenemend album!!
Ian Boddy - Developing Technologies (1997)

3,0
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 15 november 2009, 12:07 uur
Naast zijn vele solo-albums en samenwerkingen, levert Ian Boddy ook nog eens regelmatig een album af op het label De Wolfe, die zich specialiseerd in het uitbrengen van zg. library-CD's. De muziek is speciaal gecomponeerd om gebruikt te worden in allerlei audio-visuele programma's en producties. Omdat het 9 van de 10 keer om instrumentale muziek gaat, is het vaak gemakkelijk in die programma's te monteren.
'Library'-muziek kenmerkt zich verder door het feit dat de nummers gemiddeld vrij kort duren (hooguit 3 minuten) en qua thema vrij kernachtig en to-the-point klinken. Tevens staan er ook 60 en 30 seconden-versies op.
Zo ook deze muziek afkomstig van het eerste album die Ian Boddy op deze manier heeft gemaakt.
Zijn melodieuze stijl is er redelijk in terug te herkennen. De nummers liggen lekker gemakkelijk in het gehoor en er is in principe weinig mis mee. Het ene moment klinkt het spannend en sfeervol, het andere moment is het weer ritmisch en melodieus. Maar omdat ik het complexere werk van Boddy gewend ben en de nummers niet tot ontwikkeling lijken te komen, vanwege het feit dat ze allemaal zo kort duren, mis ik de impact wel die het leeuwedeel van het werk van Boddy wél op me heeft.
Toch zullen liefhebbers die meer van het toegankelijkere synth-werk houden, zoals die van Jarre of Nova/Peru, dit wel eens prima kunnen waarderen.
Voor mezelf af en toe leuk om eens op terug te vallen, maar altijd met de wetenschap dat Boddy meer kan dan wat hier op terug te horen valt.
Eén nummers steekt er overigens echt met kop en schouders bovenuit, en dat is "The Dream Begins": een mooi melodieus toppertje.
'Library'-muziek kenmerkt zich verder door het feit dat de nummers gemiddeld vrij kort duren (hooguit 3 minuten) en qua thema vrij kernachtig en to-the-point klinken. Tevens staan er ook 60 en 30 seconden-versies op.
Zo ook deze muziek afkomstig van het eerste album die Ian Boddy op deze manier heeft gemaakt.
Zijn melodieuze stijl is er redelijk in terug te herkennen. De nummers liggen lekker gemakkelijk in het gehoor en er is in principe weinig mis mee. Het ene moment klinkt het spannend en sfeervol, het andere moment is het weer ritmisch en melodieus. Maar omdat ik het complexere werk van Boddy gewend ben en de nummers niet tot ontwikkeling lijken te komen, vanwege het feit dat ze allemaal zo kort duren, mis ik de impact wel die het leeuwedeel van het werk van Boddy wél op me heeft.
Toch zullen liefhebbers die meer van het toegankelijkere synth-werk houden, zoals die van Jarre of Nova/Peru, dit wel eens prima kunnen waarderen.
Voor mezelf af en toe leuk om eens op terug te vallen, maar altijd met de wetenschap dat Boddy meer kan dan wat hier op terug te horen valt.
Eén nummers steekt er overigens echt met kop en schouders bovenuit, en dat is "The Dream Begins": een mooi melodieus toppertje.
Ian Boddy - Elemental (2006)

4,0
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 8 november 2011, 11:53 uur
Ian Boddy heeft sinds jaar en dag zijn plaats wel bewezen binnen de wereld van electronische muziek, ook al is hij bij lange na niet zo bekend als de grotere jongens zoals Jean Michel Jarre, om maar eens een voorbeeld te noemen.
Waar Jarre de afgelopen jaren eigenlijk maar wat aan het klooien is, levert deze Engelsman gewoon met regelmaat platen af die van zo'n geweldige kwaliteit zijn, dat je je kan afvragen waarom Ian Boddy niet bekender is.
Heel simpel: binnen het genre zal hij een grote schare fans hebben, maar daar blijft het bij. Ian's muziek is namelijk niet al te gemakkelijk te doorgronden. Het is kwaliteit, maar eentje die zich pas na meerdere luisterbeurten ontbloot. En dit vergt geduld, en als je die niet hebt, moet je de muziek van Ian, en dan vooral zijn latere werken, vooral links laten liggen. Als je je er voor open stelt, en je geeft zijn muziek een kans, wordt je rijkelijk beloond met erg fijne electronische muziek.
Elemental is een album die de volgende kenmerken heeft qua sound en muziek: het klinkt vindingrijk, origineel, bij vlagen geheimzinnig, abstract en ontoegankelijk, minimaal, bombastisch, ritmisch, melodieus, sfeervol, experimenteel en voornamelijk gewoon goed.
Al deze kenmerken zijn versmolten in een zeer degelijk album, waarvan alle nummers zich als het ware laten beluisteren als één compositie. Losstaand komen de nummers veel minder tot hun recht en neigen fragmentarisch te gaan klinken. Als één grote luistertrip is deze Elemental bedoeld en wordt beter, naarmate je er meer inkomt en het zeker minstens 5 luisterbeurten geeft.
Het ene moment lijkt Ian zich helemaal te geven in originele en ritmische tracks als "Foundry" en het geweldige, pompeuze titelnummer. Het andere moment lijkt hij zich te verstoppen in een hoekje en zeer bescheiden een minimaal, maar tegelijkertijd een zeer doordachte collage aan vreemdsoortige klanken op je los te laten middels "Flux". En dan heb ik het nog niet eens over de geweldige, opbouwende opener "Never Forever".
Wat dat betreft zullen de liefhebbers van de betere synthesizermuziek heel veel plezier beleven aan een album als Elemental. En dit is slechts één van de vele voorbeelden, aangezien Ian's discografie als een redelijk grote en interessante gezien mag worden.
Misschien als instap-album niet de beste optie, maar goed is ie zeker. Geen absolute favoriet voor mij, echter biedt Elemental meer dan voldoende van de kwaliteiten van de muziek van Ian Boddy. Ik kan in ieder geval prima met dit album uit de voeten en zoals deze, lust ik er zeker meer!! Een dikke 4 punten dan ook voor deze Elemental en zeker een aanrader.
Waar Jarre de afgelopen jaren eigenlijk maar wat aan het klooien is, levert deze Engelsman gewoon met regelmaat platen af die van zo'n geweldige kwaliteit zijn, dat je je kan afvragen waarom Ian Boddy niet bekender is.
Heel simpel: binnen het genre zal hij een grote schare fans hebben, maar daar blijft het bij. Ian's muziek is namelijk niet al te gemakkelijk te doorgronden. Het is kwaliteit, maar eentje die zich pas na meerdere luisterbeurten ontbloot. En dit vergt geduld, en als je die niet hebt, moet je de muziek van Ian, en dan vooral zijn latere werken, vooral links laten liggen. Als je je er voor open stelt, en je geeft zijn muziek een kans, wordt je rijkelijk beloond met erg fijne electronische muziek.
Elemental is een album die de volgende kenmerken heeft qua sound en muziek: het klinkt vindingrijk, origineel, bij vlagen geheimzinnig, abstract en ontoegankelijk, minimaal, bombastisch, ritmisch, melodieus, sfeervol, experimenteel en voornamelijk gewoon goed.
Al deze kenmerken zijn versmolten in een zeer degelijk album, waarvan alle nummers zich als het ware laten beluisteren als één compositie. Losstaand komen de nummers veel minder tot hun recht en neigen fragmentarisch te gaan klinken. Als één grote luistertrip is deze Elemental bedoeld en wordt beter, naarmate je er meer inkomt en het zeker minstens 5 luisterbeurten geeft.
Het ene moment lijkt Ian zich helemaal te geven in originele en ritmische tracks als "Foundry" en het geweldige, pompeuze titelnummer. Het andere moment lijkt hij zich te verstoppen in een hoekje en zeer bescheiden een minimaal, maar tegelijkertijd een zeer doordachte collage aan vreemdsoortige klanken op je los te laten middels "Flux". En dan heb ik het nog niet eens over de geweldige, opbouwende opener "Never Forever".
Wat dat betreft zullen de liefhebbers van de betere synthesizermuziek heel veel plezier beleven aan een album als Elemental. En dit is slechts één van de vele voorbeelden, aangezien Ian's discografie als een redelijk grote en interessante gezien mag worden.
Misschien als instap-album niet de beste optie, maar goed is ie zeker. Geen absolute favoriet voor mij, echter biedt Elemental meer dan voldoende van de kwaliteiten van de muziek van Ian Boddy. Ik kan in ieder geval prima met dit album uit de voeten en zoals deze, lust ik er zeker meer!! Een dikke 4 punten dan ook voor deze Elemental en zeker een aanrader.
Ian Boddy - Phoenix (1986)

4,0
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 29 januari 2010, 21:09 uur
Phoenix is een klassieke Boddy-plaat. Oorspronkelijk uitgebracht op vinyl in 1986, en heruitgebracht in 1996 op CD als eerste release op het toenmalige eerste eigen label van Ian Boddy: Something Else. Tegenwoordig opereert Boddy onder het DIN-label, waar hij overigens ook de baas van is. Onder dit label hebben al veel electronica-musici hun werk uitgebracht, waaronder Robert Rich (die overigens ook met Boddy samen heeft gewerkt), Radio Massacre International, ARC (Boddy's samenwerking met Mark Shreeve van Redshift) en nog vele anderen. Het moge dan ook duidelijk zijn dat de reputatie van Boddy als synthesist niet onderschat mag worden, aangezien hij op zijn manier een redelijke bekendheid heeft gecreëerd in het EM-genre. Daarbuiten zal hij echter weinig pannen breken. Grote namen als Schulze, Tangerine Dream, Jarre en Vangelis zijn ook bekend buiten hun genre. Noem je daarbij echter de naam van Ian Boddy, vrees ik toch dat de meeste mensen zullen zeggen: "Ian wie!!??"
Geeft niet! Zelf ken ik Ian Boddy ook nog niet zo heel erg lang. Een jaar of zeven geleden snuffelde ik in de 2de-hands bakken van Concerto in Amsterdam rond, toen ik in het bakje van synthesizermuziek, 2 albums van Ian Boddy tegenkwam, teweten The Climb en Jade. Benieuwd als dat ik was, voor die paar luttele euro's dat ze kosten, meegenomen, en eenmaal thuis, ging er een nieuwe wereld aan onbekende, maar goede electronische muziek voor me open. Later toen ik me eens verdiepte op internet, kwam ik er dus achter dat Ian Boddy een behoorlijk breed scala aan muziek heeft gemaakt, waarvan het leeuwedeel gewoon goed is. Liefhebbers van oerdegelijke electronische muziek hoeven zich dan ook geen buil te laten vallen.
Zijn vroegere werk is redelijk toegankelijk en prettig in het gehoor te noemen. Zijn latere werk is een stuk abstracter en intellectueler (om maar eens met wat dure termen te gaan strooien
).
Terug naar Phoenix. Volgens Ian is dit zijn meest rock-georiënteerde plaat, waar zeker wel wat voor te zeggen valt. Sowiezo geldt dit voor het titelnummer: een uitstekend staaltje stevig synthwerk is wat ik hier voorgeschoteld krijg. Een plechtig en lang intro, gevolgd door een gedeelte wat met veel bombarie eigenlijk het startschot is voor een verrassend goed en vlot stuk uptempo synth-werk. Het enige minpuntje is misschien dat het allemaal nét te lang doordenderd, maar voor de rest drukt het titelnummer zeker zijn stempel op de plaat.
Daarna mag ik even rustig bijkomen met het mooie en afwisselende "Watersway", een mooi melodieus nummer waarbij voldoende ruimte is voor mooie en flitsende melodielijnen en zelfs wat aangename vrouwenzang om de hoek komt kijken. Net na de 5de minuut kondigt dan vanuit het niets een verrassend uptempo drumritme zich aan, die nooit volledig op de voorgrond blijft, maar het nummer nog wel eventjes een stevig smoelwerk meegeeft. Wederom klasse!
Het korte "Your Eyes" mag ook zeker genoemd worden. Hier voert een verrassende saxophone-solo de boventoon, zonder dat het echt overheerst, omdat het synth-werk ook zeker overtuigend genoemd mag worden. Hoewel het nummer rustig begint, denk je te maken te hebben met een soort ballad. Niets is minder waar, als het nummer in één keer ontaardt als een soort van instrumentale jaren '80 disco-hit. En dat is in dit geval niet negatief bedoeld, aangezien het gewoon uiterst prettig in het gehoor ligt!
Het uiterst eigenzinnige "Gavotte" is er werkelijk eentje die je gehoord moet hebben. Ik had bijna de indruk dat ik zat te luisteren naar een samenwerking tussen Vangelis en J.M. Jarre. De typische ritmische ondertonen en vreemde geluiden zouden dan van Jarre afkomstig zijn en het melodietje van Vangelis. Althans, die indruk krijg ik bij dit nummer. Geweldig! En natuurlijk prachtig uitgevoerd door Boddy. Aanradertje!
Het bizarre en origineel klinkende "The Necromancer" sluit de officiële set van dit album op passende wijze af. Het mooie van dit nummer is dat Boddy, elke keer als je denkt, dat hij te lang doordraaft, telkens weer met onverwachte invalshoekjes, het nummer een andere kant op laat gaan. Zonder hierbij het hoofdthema uit het oog te verliezen. Wederom knap gedaan.
De CD-versie van Phoenix sluit af met het 4-luik "The Purcell Set" wat als bonustrack op het album toegevoegd is. Live opgenomen in The Purcell Rooms, Queen Elisabeth Hall in London in 1986 is deze mooie afsluiter een prachtig en veelzijdig voorbeeld van wat Ian Boddy allemaal in zijn mars heeft. Part 1 is het welluidende intro, gevolgd door Part 2 wat uitstekend sequence- en solowerk bevat wat zeker doet denken aan Tangerine Dream en onze landgenoten van Peru ten tijde van hun album Continents. Part 3 is weer majestueuzer van toon en heeft een plechtige melodieuze ondertoon. Part 4 sluit de set op allesomvattende wijze af met een stuk wat wel wat weg heeft van de muziek van TD's Logos.
Phoenix is, ondanks dat het album lichtelijk ontsiert wordt door een ietwat ruwe productie, eigenlijk een zeer boeiend, afwisselend en geslaagd album te noemen. Een typisch voorbeeld van de oudere Boddy-sound biedt dit album eigenlijk van begin tot eind voldoende voer om de liefhebbers van degelijke synth-muziek tevreden te stellen.
Een dikke 4 dan ook voor deze muzikale feniks.
Geeft niet! Zelf ken ik Ian Boddy ook nog niet zo heel erg lang. Een jaar of zeven geleden snuffelde ik in de 2de-hands bakken van Concerto in Amsterdam rond, toen ik in het bakje van synthesizermuziek, 2 albums van Ian Boddy tegenkwam, teweten The Climb en Jade. Benieuwd als dat ik was, voor die paar luttele euro's dat ze kosten, meegenomen, en eenmaal thuis, ging er een nieuwe wereld aan onbekende, maar goede electronische muziek voor me open. Later toen ik me eens verdiepte op internet, kwam ik er dus achter dat Ian Boddy een behoorlijk breed scala aan muziek heeft gemaakt, waarvan het leeuwedeel gewoon goed is. Liefhebbers van oerdegelijke electronische muziek hoeven zich dan ook geen buil te laten vallen.
Zijn vroegere werk is redelijk toegankelijk en prettig in het gehoor te noemen. Zijn latere werk is een stuk abstracter en intellectueler (om maar eens met wat dure termen te gaan strooien
).Terug naar Phoenix. Volgens Ian is dit zijn meest rock-georiënteerde plaat, waar zeker wel wat voor te zeggen valt. Sowiezo geldt dit voor het titelnummer: een uitstekend staaltje stevig synthwerk is wat ik hier voorgeschoteld krijg. Een plechtig en lang intro, gevolgd door een gedeelte wat met veel bombarie eigenlijk het startschot is voor een verrassend goed en vlot stuk uptempo synth-werk. Het enige minpuntje is misschien dat het allemaal nét te lang doordenderd, maar voor de rest drukt het titelnummer zeker zijn stempel op de plaat.
Daarna mag ik even rustig bijkomen met het mooie en afwisselende "Watersway", een mooi melodieus nummer waarbij voldoende ruimte is voor mooie en flitsende melodielijnen en zelfs wat aangename vrouwenzang om de hoek komt kijken. Net na de 5de minuut kondigt dan vanuit het niets een verrassend uptempo drumritme zich aan, die nooit volledig op de voorgrond blijft, maar het nummer nog wel eventjes een stevig smoelwerk meegeeft. Wederom klasse!
Het korte "Your Eyes" mag ook zeker genoemd worden. Hier voert een verrassende saxophone-solo de boventoon, zonder dat het echt overheerst, omdat het synth-werk ook zeker overtuigend genoemd mag worden. Hoewel het nummer rustig begint, denk je te maken te hebben met een soort ballad. Niets is minder waar, als het nummer in één keer ontaardt als een soort van instrumentale jaren '80 disco-hit. En dat is in dit geval niet negatief bedoeld, aangezien het gewoon uiterst prettig in het gehoor ligt!
Het uiterst eigenzinnige "Gavotte" is er werkelijk eentje die je gehoord moet hebben. Ik had bijna de indruk dat ik zat te luisteren naar een samenwerking tussen Vangelis en J.M. Jarre. De typische ritmische ondertonen en vreemde geluiden zouden dan van Jarre afkomstig zijn en het melodietje van Vangelis. Althans, die indruk krijg ik bij dit nummer. Geweldig! En natuurlijk prachtig uitgevoerd door Boddy. Aanradertje!
Het bizarre en origineel klinkende "The Necromancer" sluit de officiële set van dit album op passende wijze af. Het mooie van dit nummer is dat Boddy, elke keer als je denkt, dat hij te lang doordraaft, telkens weer met onverwachte invalshoekjes, het nummer een andere kant op laat gaan. Zonder hierbij het hoofdthema uit het oog te verliezen. Wederom knap gedaan.
De CD-versie van Phoenix sluit af met het 4-luik "The Purcell Set" wat als bonustrack op het album toegevoegd is. Live opgenomen in The Purcell Rooms, Queen Elisabeth Hall in London in 1986 is deze mooie afsluiter een prachtig en veelzijdig voorbeeld van wat Ian Boddy allemaal in zijn mars heeft. Part 1 is het welluidende intro, gevolgd door Part 2 wat uitstekend sequence- en solowerk bevat wat zeker doet denken aan Tangerine Dream en onze landgenoten van Peru ten tijde van hun album Continents. Part 3 is weer majestueuzer van toon en heeft een plechtige melodieuze ondertoon. Part 4 sluit de set op allesomvattende wijze af met een stuk wat wel wat weg heeft van de muziek van TD's Logos.
Phoenix is, ondanks dat het album lichtelijk ontsiert wordt door een ietwat ruwe productie, eigenlijk een zeer boeiend, afwisselend en geslaagd album te noemen. Een typisch voorbeeld van de oudere Boddy-sound biedt dit album eigenlijk van begin tot eind voldoende voer om de liefhebbers van degelijke synth-muziek tevreden te stellen.
Een dikke 4 dan ook voor deze muzikale feniks.
Ian Boddy - Sepulchre (2013)

4,0
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 3 maart 2013, 13:08 uur
Sepulchre is de registratie van het vierde Live On Air Radio Concert die Ian Boddy tijdens het ambient radio-programma Star's End van Chuck van Zyl gespeeld heeft. Stiekem alweer de vijfde, als je zijn samenwerking met Mark Shreeve als het duo ARC ook meerekent.
Ian Boddy laat zich op dit album andermaal van zijn beste kant zien. Het sterke van Sepulchre is het karakter van de muziek die vrij dreigend en somber begint, maar zeer rustgevend en warm eindigt.
Aaneengesmolten tot eigenlijk één compositie verspreidt over 6 tracks is het behoorlijk knap te noemen dat de subtiele overgangen nauwelijks te merken zijn en toch uiteindelijk voor opvallende veranderingen zorgen.
Zo begint het album vrij minimaal en verontrustend met snerpende en zweverige klankpatronen, middels het behoorlijk abstract klinkende "Forbidden".
Vervolgens wordt de toonzetting aanvoelbaar dreigender en nadrukkelijker tijdens "Vault". Het nummer lijkt een aankondiging te zijn voor iets wat alleen maar voor onrust en ellende kan zorgen, verpakt in een knap geconstrueerd en sfeervol stuk muziek.
Verrassend is het dan ook dat de donkere wolken die zich samenpakten tijdens "Vault" een klein beetje openbreken en wat licht in de duisternis laat schijnen. Hoewel de sfeer nog steeds druilerig is, wordt deze dus toch op een mooie en rustgevende manier gecombineerd met meer twinkelende en lichtvoetige klanken tijdens "Remembrance".
Maar niets is wat het lijkt, aangezien "Remembrance" een voorbode blijkt te zijn voor het massieve middelpunt van het album, waarbij Ian Boddy daadwerkelijk alle registers opentrekt en ons trakteert op een portie ouderwets Berlin-School synth-werk. Om je vingers bij af te likken! "Monument" doet dan ook zeker zijn naam eer aan en mag ruim een kwartier de boventoon voeren.
Na dit opvallende en enige sequencer-gedomineerde nummer die de spil van het album vormt, laat Boddy de muziek op een charmante en gedweeë manier tot rust komen en krijgen we te maken met het prachtige en vreedzaam klinkende "Forgotten". En met dit nummer slaat Boddy definitief het roer om en laat zich van een volledig andere kant horen dan dat ie het album mee begon.
Met "Rest" laat hij de muziek na een lichte, majestueuze opleving pas echt tot rust komen, vooral in de laatste minuten.
Waarmee een einde komt aan een opvallend album waarmee Ian Boddy's muzikale kwaliteiten wederom hoog in het vaandel staan en wat voor de doorgewinterde synth-liefhebbers dan ook als een essentiële aanrader beschouwd mag worden.
Ian Boddy laat zich op dit album andermaal van zijn beste kant zien. Het sterke van Sepulchre is het karakter van de muziek die vrij dreigend en somber begint, maar zeer rustgevend en warm eindigt.
Aaneengesmolten tot eigenlijk één compositie verspreidt over 6 tracks is het behoorlijk knap te noemen dat de subtiele overgangen nauwelijks te merken zijn en toch uiteindelijk voor opvallende veranderingen zorgen.
Zo begint het album vrij minimaal en verontrustend met snerpende en zweverige klankpatronen, middels het behoorlijk abstract klinkende "Forbidden".
Vervolgens wordt de toonzetting aanvoelbaar dreigender en nadrukkelijker tijdens "Vault". Het nummer lijkt een aankondiging te zijn voor iets wat alleen maar voor onrust en ellende kan zorgen, verpakt in een knap geconstrueerd en sfeervol stuk muziek.
Verrassend is het dan ook dat de donkere wolken die zich samenpakten tijdens "Vault" een klein beetje openbreken en wat licht in de duisternis laat schijnen. Hoewel de sfeer nog steeds druilerig is, wordt deze dus toch op een mooie en rustgevende manier gecombineerd met meer twinkelende en lichtvoetige klanken tijdens "Remembrance".
Maar niets is wat het lijkt, aangezien "Remembrance" een voorbode blijkt te zijn voor het massieve middelpunt van het album, waarbij Ian Boddy daadwerkelijk alle registers opentrekt en ons trakteert op een portie ouderwets Berlin-School synth-werk. Om je vingers bij af te likken! "Monument" doet dan ook zeker zijn naam eer aan en mag ruim een kwartier de boventoon voeren.
Na dit opvallende en enige sequencer-gedomineerde nummer die de spil van het album vormt, laat Boddy de muziek op een charmante en gedweeë manier tot rust komen en krijgen we te maken met het prachtige en vreedzaam klinkende "Forgotten". En met dit nummer slaat Boddy definitief het roer om en laat zich van een volledig andere kant horen dan dat ie het album mee begon.
Met "Rest" laat hij de muziek na een lichte, majestueuze opleving pas echt tot rust komen, vooral in de laatste minuten.
Waarmee een einde komt aan een opvallend album waarmee Ian Boddy's muzikale kwaliteiten wederom hoog in het vaandel staan en wat voor de doorgewinterde synth-liefhebbers dan ook als een essentiële aanrader beschouwd mag worden.
Ian Boddy - Spirits (1984)

4,0
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 5 maart 2013, 18:48 uur
Dit tweede volledige album van Ian Boddy is eigenlijk een cult-album. In een tijd waarin de grote jongens (Vangelis, Jarre, Tangerine Dream en Klaus Schulze), behoorlijk succesvol waren binnen het genre, viel een artiest als Ian Boddy niet tot nauwelijks op.
Maar als het aan dit album ligt, is het eigenlijk vreemd dat Ian niet bekender is. Het niveau is namelijk vrij hoog en muzikaal laat Ian een typische synthesizer-sound horen, waarmee hij op zijn manier een belangrijke stempel drukt binnen het genre.
Ian is een 'laatkomer' in die zin dat hij pas eind jaren '70 op de voorgrond trad en zijn eerste, in eigen beheer uitgegeven cassettes uitbracht, voordat hij debuteerde met zijn eerste volledige langspeler: The Climb uit 1983.
Spirits borduurt voort op The Climb, maar laat een gedurfder, bij vlagen zelfs gotische sound horen verpakt in bij vlagen gewaagde nummers zoals het door Brian Ross (van de metalband Blitzkrieg nota bene...!) gezongen "Living in a Ritual". Niet helemaal mijn kopje thee, maar origineel is het wel. Overigens is het sowieso een opvallend nummer, aangezien dit volgens mij het enige officiële gezongen nummer is, die ik ken van Ian.
Maar er staan meer verrassingen op dit album, zoals opener "Pulse", waarmee Ian bewijst dat hij ook 'hitgevoelige', aan J.M. Jarre herrinnerende melodieën kan schrijven. Wat dat betreft een overtuigende opener die veel te snel afgelopen is.
Daarna volgt het lichtelijk controversiële "Living in a Ritual", vanwege de grillige, ietwat krampachtige zangpartijen.
"The Sentinel" opent met zweverige synth-patronen die nogal aangrijpend en duister klinken. Het zet de toon tot een sterke eerste helft, waarmee Ian ook ruimte overlaat voor een zich sterk ontwikkelend thema. In de tweede helft slaat het roer om en wordt het nummer stevig en up-tempo, maar het is de eerste helft die m.i. toch een stuk beter klinkt. Al met al toch een geslaagd nummer.
Het titelnummer is pittige en typische kost. Maar als je er eenmaal doorheen geprikt hebt, blijft een ijzersterke synth-track fier overeind staan. Het komt vooralsnog een beetje traag op gang, totdat een halve minuut later de luisteraar wakker wordt geschut met een verzengende synth-aanslag. Daarna laat Ian rustig de boel opkomen en weet hij net zoals op het vorige nummer ruimte om een sterk thema in ontwikkeling te laten komen. De sfeer blijft al met al vrij druilerig en echt vrolijk klinkt het allemaal niet, maar als het tempo er eenmaal in komt, is het knallen geblazen. Als eenmaal een springende sequencer-sectie zijn intrede doet en even later de drums zijn intrede doen, kan het niet meer stuk. Door de drums krijgt het nummer een stevig smoelwerk mee en doet me het op dat moment in de verte wel een beetje denken aan "Force Majeure" van Tangerine Dream. Al met al een origineel en sterk nummer die enkel en alleen een beetje ontsiert wordt door het ietwat te langdradige, rustige eindstuk.
Het nummer eindigt met "Lamalode", wat eigenlijk een bonus-track is, aangezien dit nummer ruim 10 jaar na de release van de originele LP, speciaal voor de re-issue, op CD is gezet. Spirits is namelijk oorspronkelijk al uitgebracht in 1984.
"Lamalode" klinkt productioneel gezien inderdaad wel beter en is overduidelijk gecomponeerd met de rest van het album in gedachten. Het klinkt dankzij het gotische intro vrij duister en kil, maar tegelijkertijd vanwege de mooie en majestueuze synth- en piano-partijen, heeft het ook wel degelijk wat moois. Zelfs naar het einde toe, schiet Vangelis spontaan door m'n gedachten.
Het is in ieder geval een mooie afsluiter van een opvallend en eigenzinnig album, waarmee Ian bewijst geheel op zijn eigen manier z'n muzikale mannetje te staan. En met verve blijkt, want Ian is zeer actief en levert met zeer grote regelmaat albums af, al dan niet in samenwerking met anderen.
Maar als het aan dit album ligt, is het eigenlijk vreemd dat Ian niet bekender is. Het niveau is namelijk vrij hoog en muzikaal laat Ian een typische synthesizer-sound horen, waarmee hij op zijn manier een belangrijke stempel drukt binnen het genre.
Ian is een 'laatkomer' in die zin dat hij pas eind jaren '70 op de voorgrond trad en zijn eerste, in eigen beheer uitgegeven cassettes uitbracht, voordat hij debuteerde met zijn eerste volledige langspeler: The Climb uit 1983.
Spirits borduurt voort op The Climb, maar laat een gedurfder, bij vlagen zelfs gotische sound horen verpakt in bij vlagen gewaagde nummers zoals het door Brian Ross (van de metalband Blitzkrieg nota bene...!) gezongen "Living in a Ritual". Niet helemaal mijn kopje thee, maar origineel is het wel. Overigens is het sowieso een opvallend nummer, aangezien dit volgens mij het enige officiële gezongen nummer is, die ik ken van Ian.
Maar er staan meer verrassingen op dit album, zoals opener "Pulse", waarmee Ian bewijst dat hij ook 'hitgevoelige', aan J.M. Jarre herrinnerende melodieën kan schrijven. Wat dat betreft een overtuigende opener die veel te snel afgelopen is.
Daarna volgt het lichtelijk controversiële "Living in a Ritual", vanwege de grillige, ietwat krampachtige zangpartijen.
"The Sentinel" opent met zweverige synth-patronen die nogal aangrijpend en duister klinken. Het zet de toon tot een sterke eerste helft, waarmee Ian ook ruimte overlaat voor een zich sterk ontwikkelend thema. In de tweede helft slaat het roer om en wordt het nummer stevig en up-tempo, maar het is de eerste helft die m.i. toch een stuk beter klinkt. Al met al toch een geslaagd nummer.
Het titelnummer is pittige en typische kost. Maar als je er eenmaal doorheen geprikt hebt, blijft een ijzersterke synth-track fier overeind staan. Het komt vooralsnog een beetje traag op gang, totdat een halve minuut later de luisteraar wakker wordt geschut met een verzengende synth-aanslag. Daarna laat Ian rustig de boel opkomen en weet hij net zoals op het vorige nummer ruimte om een sterk thema in ontwikkeling te laten komen. De sfeer blijft al met al vrij druilerig en echt vrolijk klinkt het allemaal niet, maar als het tempo er eenmaal in komt, is het knallen geblazen. Als eenmaal een springende sequencer-sectie zijn intrede doet en even later de drums zijn intrede doen, kan het niet meer stuk. Door de drums krijgt het nummer een stevig smoelwerk mee en doet me het op dat moment in de verte wel een beetje denken aan "Force Majeure" van Tangerine Dream. Al met al een origineel en sterk nummer die enkel en alleen een beetje ontsiert wordt door het ietwat te langdradige, rustige eindstuk.
Het nummer eindigt met "Lamalode", wat eigenlijk een bonus-track is, aangezien dit nummer ruim 10 jaar na de release van de originele LP, speciaal voor de re-issue, op CD is gezet. Spirits is namelijk oorspronkelijk al uitgebracht in 1984.
"Lamalode" klinkt productioneel gezien inderdaad wel beter en is overduidelijk gecomponeerd met de rest van het album in gedachten. Het klinkt dankzij het gotische intro vrij duister en kil, maar tegelijkertijd vanwege de mooie en majestueuze synth- en piano-partijen, heeft het ook wel degelijk wat moois. Zelfs naar het einde toe, schiet Vangelis spontaan door m'n gedachten.
Het is in ieder geval een mooie afsluiter van een opvallend en eigenzinnig album, waarmee Ian bewijst geheel op zijn eigen manier z'n muzikale mannetje te staan. En met verve blijkt, want Ian is zeer actief en levert met zeer grote regelmaat albums af, al dan niet in samenwerking met anderen.
Ian Boddy - Strange Attractors (2012)

4,0
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 29 december 2013, 22:25 uur
Geregeld worden er in Engeland onder de noemer Awakenings concerten georganiseerd op het gebied van electronische- en ambient-muziek. Vele groepen en artiesten uit voornamelijk het Verenigd Koninkrijk, maar ook onze eigen Ron Boots, hebben tijdens Awakenings opgetreden. Dat uiteraard Engelsman Ian Boddy ook niet mocht ontbreken, is dan ook geen verrassing te noemen. Dat zijn optreden verrassend goed is geweest, zal ongetwijfeld. Het heeft in ieder geval geresulteerd in deze live-registratie die als digitaal album via Ian's eigen DiN-label, is uitgebracht.
Naast officiële releases van DiN, is het vooral de laatste jaren gebruikelijk, dat naast deze releases, er ook digitale releases worden uitgebracht: albums die alleen via internet te verkrijgen zijn en alleen te downloaden zijn. Dit overigens wel met al het artwork, zodat uiteindelijk met wat knip-, plak en printwerk er alsnog sprake is van een album die netjes naast de rest in de kast kan prijken.
Het mooie van zulke albums is, dat ze relatief goedkoper zijn, maar veel belangrijker nog: het zijn volwaardige albums. Het zijn niet zomaar tussendoortjes.
Deze Strange Attractors bijvoorbeeld doet niet onder voor het overige werk van Ian Boddy. Het is een solide album, waarmee Ian Boddy zijn staat van dienst op het gebied van electronische muziek, andermaal bevestigd.
"Amongst Dark Clouds" is een indrukwekkende album-opener. Na wat vreemde en verontrustende geluids-effecten, ontpopt zich een heel mooi thema. Alsof donkere wolken uiteindelijk openbreken en zowaar de poort naar de hemel laat zien waar een oogverblindend licht vanaf straalt. Echter blijft de poort gesloten en het mooie thema sterft af. Een collage van zweverige klanken en effecten laat een licht verontrustend gevoel achter, alsof het licht dooft en de wolken de poort uit het zicht onttrekken.
"Parabolic Excursions" brengt middels een tingelende, maar redelijk stuwende sequence, meer leven in de brouwerij. De sequence-sectie gaat op een gegeven moment gepaard met zoemende klanken die wel afkomstig lijken van een nog niet eerder ontdekt insecten-ras. Het is in ieder geval een bijzondere combinatie die erg typerend klinkt. Later sterven de zoemende geluiden weg om plaats te maken voor meer traditionele synth-klanken waar uiteindelijk een heel mooie synth-deken overheen wordt gedrapeerd. Naar het einde toe laat Ian Boddy de muziek langzamerhand wat meer bescheiden klinken, sterft de sequence-sectie weg en werkt hij rustig middels dwalend klinkende klanken toe naar "Crossing the Range".
De toon is meteen weer wat donkerder. Een soort van naargeestig klinkend lucht-alarm is op een verheven en broeierige manier op de achtergrond te horen. Deze gaat vervolgens over in een zoemende grondtoon, waar een ritmische ondersteuning als het ware uit ontwaakt. En zo komt "Crossing the Range" langzaam tot leven: een degelijke, sequence-georiënteerde compositie die ook duidelijk Ian's voorliefde voor de Berlijnse School laten. Liefhebbers van Tangerine Dream en Klaus Schulze zullen zich hier wel degelijk in kunnen vinden.
Vooral opmerkelijk is het stuk waarbij de sequencer opeens lijkt te groeien, krachtiger en harder gaat klinken. Het klinkt zó herkenbaar, maar tegelijkertijd ook heel verfrissend en inspirerend.
Met een lichte ommezwaai in sound begint het titelnummer. Een hypnotiserend klinkende, zoemende grondtoon domineert de eerste 3 minuten van het nummer. Daarna volgt een kakofonie aan vreemdsoortige en harde geluids-effecten die het nummer zeker een experimenteel karakter bezorgt. Ian Boddy laat in ieder geval op een degelijke manier horen, wat hij allemaal uit zijn instrumentarium weet te halen. Waarbij goed is te horen, dat hij zijn instrumenten wel degelijk beheerst. Alhoewel ik bij dit nummer wel degelijk het gevoel heb, dat e.e.a. geïmproviseerd is.
Een vreemdsoortige, maar toch ook wel ouderwets klinkende fluittoon, zorgt ervoor dat de muziek een beetje doorbroken wordt. Echter is deze van korte duur, als op een gegeven moment een naargeestig gezoem zich steeds meer gaat opdringen. Op een gegeven moment lijkt de muziek, mede door toedoen van een collage aan angstaanjagende klanken, de soundtrack uit een nachtmerrie te zijn. De fluittoon die uiteindelijk weer opduikt, lijkt de nachtmerrie langzamerhand om te buigen in die van een onzekere droom waarin het nog steeds niet helemaal pluis is. Tijd om wakker te worden!
En dat gebeurd met "Return Vector". Springerige en bubbelende klanken stuiteren heen en weer op een zoemende synth-ondergrond. Even later komt daar een heel fijne, simpele, doch doeltreffende sequence bij die het nummer zowaar een relatief toegankelijk smoelwerk geeft. Let wel: relatief! Dit is nog altijd voer voor de doorgewinterde synth-liefhebber. Oftewel: is Klaus Schulze je ding, check dit dan gewoon uit!
In ieder geval zorgt "Return Vector" voor frisse lucht, gezien de rest van het materiaal toch vrij donker en broeierig van aard is. Het is nog altijd een heftige compositie die andermaal voor een hoop muzikaal vuurwerk zorgt. Ian trekt hier alle registers open, dat moge duidelijk zijn.
Naar het einde toe komen die bobbelende en bruisende klanken, die overigens voor een groot deel het album domineren, weer terug, totdat ik tot slot spontaan weer voor die hemelpoort sta, als daar opeens engelachtig klinkende synth-akkoorden te horen zijn die het coda van het nummer vormen.
"Trip the Light Fandango" is een relatief luchtig en spontaan klinkende afsluiter; wederom sequence-dominerend met een zeer alleraardigste synth-solo, zorgt dit nummer voor een prima afsluiter van een album die Ian Boddy van al zijn kanten laat horen.
Wat dat betreft zou dit album een prima kennismaking kunnen zijn tot het werk van Ian Boddy. Het laat Ian op vertrouwd terrein horen op een manier die doeltreffend werkt. En dan te bedenken dat de man in diverse stijlpatronen muziek schrijft. Dat maakt zijn stijl tegelijkertijd uniek. Ergens herkenbaar, maar toch ook zeer avontuurlijk, waardoor ieder album eigenlijk weer voor verrassingen zorgt.
Zo ook deze Strange Attractors die ik bombardeer met een solide 4 punten.
Naast officiële releases van DiN, is het vooral de laatste jaren gebruikelijk, dat naast deze releases, er ook digitale releases worden uitgebracht: albums die alleen via internet te verkrijgen zijn en alleen te downloaden zijn. Dit overigens wel met al het artwork, zodat uiteindelijk met wat knip-, plak en printwerk er alsnog sprake is van een album die netjes naast de rest in de kast kan prijken.
Het mooie van zulke albums is, dat ze relatief goedkoper zijn, maar veel belangrijker nog: het zijn volwaardige albums. Het zijn niet zomaar tussendoortjes.
Deze Strange Attractors bijvoorbeeld doet niet onder voor het overige werk van Ian Boddy. Het is een solide album, waarmee Ian Boddy zijn staat van dienst op het gebied van electronische muziek, andermaal bevestigd.
"Amongst Dark Clouds" is een indrukwekkende album-opener. Na wat vreemde en verontrustende geluids-effecten, ontpopt zich een heel mooi thema. Alsof donkere wolken uiteindelijk openbreken en zowaar de poort naar de hemel laat zien waar een oogverblindend licht vanaf straalt. Echter blijft de poort gesloten en het mooie thema sterft af. Een collage van zweverige klanken en effecten laat een licht verontrustend gevoel achter, alsof het licht dooft en de wolken de poort uit het zicht onttrekken.
"Parabolic Excursions" brengt middels een tingelende, maar redelijk stuwende sequence, meer leven in de brouwerij. De sequence-sectie gaat op een gegeven moment gepaard met zoemende klanken die wel afkomstig lijken van een nog niet eerder ontdekt insecten-ras. Het is in ieder geval een bijzondere combinatie die erg typerend klinkt. Later sterven de zoemende geluiden weg om plaats te maken voor meer traditionele synth-klanken waar uiteindelijk een heel mooie synth-deken overheen wordt gedrapeerd. Naar het einde toe laat Ian Boddy de muziek langzamerhand wat meer bescheiden klinken, sterft de sequence-sectie weg en werkt hij rustig middels dwalend klinkende klanken toe naar "Crossing the Range".
De toon is meteen weer wat donkerder. Een soort van naargeestig klinkend lucht-alarm is op een verheven en broeierige manier op de achtergrond te horen. Deze gaat vervolgens over in een zoemende grondtoon, waar een ritmische ondersteuning als het ware uit ontwaakt. En zo komt "Crossing the Range" langzaam tot leven: een degelijke, sequence-georiënteerde compositie die ook duidelijk Ian's voorliefde voor de Berlijnse School laten. Liefhebbers van Tangerine Dream en Klaus Schulze zullen zich hier wel degelijk in kunnen vinden.
Vooral opmerkelijk is het stuk waarbij de sequencer opeens lijkt te groeien, krachtiger en harder gaat klinken. Het klinkt zó herkenbaar, maar tegelijkertijd ook heel verfrissend en inspirerend.
Met een lichte ommezwaai in sound begint het titelnummer. Een hypnotiserend klinkende, zoemende grondtoon domineert de eerste 3 minuten van het nummer. Daarna volgt een kakofonie aan vreemdsoortige en harde geluids-effecten die het nummer zeker een experimenteel karakter bezorgt. Ian Boddy laat in ieder geval op een degelijke manier horen, wat hij allemaal uit zijn instrumentarium weet te halen. Waarbij goed is te horen, dat hij zijn instrumenten wel degelijk beheerst. Alhoewel ik bij dit nummer wel degelijk het gevoel heb, dat e.e.a. geïmproviseerd is.
Een vreemdsoortige, maar toch ook wel ouderwets klinkende fluittoon, zorgt ervoor dat de muziek een beetje doorbroken wordt. Echter is deze van korte duur, als op een gegeven moment een naargeestig gezoem zich steeds meer gaat opdringen. Op een gegeven moment lijkt de muziek, mede door toedoen van een collage aan angstaanjagende klanken, de soundtrack uit een nachtmerrie te zijn. De fluittoon die uiteindelijk weer opduikt, lijkt de nachtmerrie langzamerhand om te buigen in die van een onzekere droom waarin het nog steeds niet helemaal pluis is. Tijd om wakker te worden!
En dat gebeurd met "Return Vector". Springerige en bubbelende klanken stuiteren heen en weer op een zoemende synth-ondergrond. Even later komt daar een heel fijne, simpele, doch doeltreffende sequence bij die het nummer zowaar een relatief toegankelijk smoelwerk geeft. Let wel: relatief! Dit is nog altijd voer voor de doorgewinterde synth-liefhebber. Oftewel: is Klaus Schulze je ding, check dit dan gewoon uit!
In ieder geval zorgt "Return Vector" voor frisse lucht, gezien de rest van het materiaal toch vrij donker en broeierig van aard is. Het is nog altijd een heftige compositie die andermaal voor een hoop muzikaal vuurwerk zorgt. Ian trekt hier alle registers open, dat moge duidelijk zijn.
Naar het einde toe komen die bobbelende en bruisende klanken, die overigens voor een groot deel het album domineren, weer terug, totdat ik tot slot spontaan weer voor die hemelpoort sta, als daar opeens engelachtig klinkende synth-akkoorden te horen zijn die het coda van het nummer vormen.
"Trip the Light Fandango" is een relatief luchtig en spontaan klinkende afsluiter; wederom sequence-dominerend met een zeer alleraardigste synth-solo, zorgt dit nummer voor een prima afsluiter van een album die Ian Boddy van al zijn kanten laat horen.
Wat dat betreft zou dit album een prima kennismaking kunnen zijn tot het werk van Ian Boddy. Het laat Ian op vertrouwd terrein horen op een manier die doeltreffend werkt. En dan te bedenken dat de man in diverse stijlpatronen muziek schrijft. Dat maakt zijn stijl tegelijkertijd uniek. Ergens herkenbaar, maar toch ook zeer avontuurlijk, waardoor ieder album eigenlijk weer voor verrassingen zorgt.
Zo ook deze Strange Attractors die ik bombardeer met een solide 4 punten.
Ian Boddy - Three Dreams (2007)

4,5
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 24 november 2010, 17:30 uur
Wederom opgenomen na een optreden tijdens The Gatherings, is Three Dreams de 2de registratie van een unieke set die Ian Boddy live tijdens het Star's End-radioprogramma van Chuck van Zyl op 21 maart 2004, in heeft gespeeld.
Net zoals The Final Question, ademt Three Dreams een duister karakter uit. De muziek is zwaar gefocused op typerende ambient-stukken, en weet zich vooral in het 2de nummer op een meer ingetogen en vrediger manier te manifesteren.
Het begint met "Trapped in Black", een bijzonder stuk muziek, wat speciaal gecomponeerd is in opdracht van de Maltese kunstenaar Norbert Francis Attard om als achtergrond te dienen voor de tentoonstelling van zijn kunstwerk "Palestrina and Hell", wat te zien is geweest in de Johanniterkerk in Feldkirch, Oostenrijk van 29 maart t/m 6 juli 2003. Het thema van Ian Boddy's Aurora, wat op zichzelf weer gebaseerd is op "Kyrie" van Palestrina's werk Missa Papae Marcelli, vormt een belangrijk onderdeel van de muziek van "Trapped in Black", wat verder bestaat uit fragmenten van het nummer "Nobody's Home" van Box of Secrets, aangevuld met allerlei naargeestige geluidseffecten. In z'n totaal is het een bijzonder, contrastrijk geheel van prachtige, maar ook verontrustende passages. Wat dat betreft moet het prima als soundtrack gefungeerd hebben, tijdens de tentoonstelling van Attard's al even verontrustende kunstwerk.
"Trapped in Black" gaat geleidelijk over in "Summer Lawn Daze", wat t.o.v. van de vorige track iets totaal anders is. Het is een rustgevend, zeer zweverig ambient-stuk, die mede door de eenzame piano-klanken en andere samples en geluiden, me doen denken aan Jarre's "Waiting for Cousteau" en de onlangs ondekte muziek van Julien Neto's Le Fumeur de Ciel. het ademt dezelfde sfeer en ingetogenheid uit. Al met al erg goed.
Het afsluitende "The Final Breath" doet zijn naam wel eer aan. Van tijd tot tijd zijn er galmende klanken te horen, die klinken als het in- en uitademen van een reusachtige, buitenaardse levensvorm die op de achtergrond blijft sluimeren. Diverse geluids-effecten zijn om de beurt op zowel de achter-als voorgrond te horen. In z'n geheel klinkt het in ieder geval behoorlijk intrigerend. Pas in de 2de helft openbaart zich een wat meer melodieus stuk synthesizermuziek, wat pas volledig tot een daverende climax leidt in de laatste minuut. Wederom weer erg goed!!
Ook deze Three Dreams is een sterk staaltje (dark) ambient, waarmee Ian Boddy bewijst ook op dit vlak sterk uit de voeten te kunnen. Het staat ontiegelijk ver verwijderd van zijn oude werk, zoals Phoenix of The Deep, maar het is toch echt afkomstig van dezelfde man. Het is in ieder geval zeer tot de verbeelding sprekend materiaal, en voor de onbetwiste ambient-liefhebber absoluut aan te bevelen. Deze Three Dreams is in ieder geval weer een super-album van Ian Boddy!!
Net zoals The Final Question, ademt Three Dreams een duister karakter uit. De muziek is zwaar gefocused op typerende ambient-stukken, en weet zich vooral in het 2de nummer op een meer ingetogen en vrediger manier te manifesteren.
Het begint met "Trapped in Black", een bijzonder stuk muziek, wat speciaal gecomponeerd is in opdracht van de Maltese kunstenaar Norbert Francis Attard om als achtergrond te dienen voor de tentoonstelling van zijn kunstwerk "Palestrina and Hell", wat te zien is geweest in de Johanniterkerk in Feldkirch, Oostenrijk van 29 maart t/m 6 juli 2003. Het thema van Ian Boddy's Aurora, wat op zichzelf weer gebaseerd is op "Kyrie" van Palestrina's werk Missa Papae Marcelli, vormt een belangrijk onderdeel van de muziek van "Trapped in Black", wat verder bestaat uit fragmenten van het nummer "Nobody's Home" van Box of Secrets, aangevuld met allerlei naargeestige geluidseffecten. In z'n totaal is het een bijzonder, contrastrijk geheel van prachtige, maar ook verontrustende passages. Wat dat betreft moet het prima als soundtrack gefungeerd hebben, tijdens de tentoonstelling van Attard's al even verontrustende kunstwerk.
"Trapped in Black" gaat geleidelijk over in "Summer Lawn Daze", wat t.o.v. van de vorige track iets totaal anders is. Het is een rustgevend, zeer zweverig ambient-stuk, die mede door de eenzame piano-klanken en andere samples en geluiden, me doen denken aan Jarre's "Waiting for Cousteau" en de onlangs ondekte muziek van Julien Neto's Le Fumeur de Ciel. het ademt dezelfde sfeer en ingetogenheid uit. Al met al erg goed.
Het afsluitende "The Final Breath" doet zijn naam wel eer aan. Van tijd tot tijd zijn er galmende klanken te horen, die klinken als het in- en uitademen van een reusachtige, buitenaardse levensvorm die op de achtergrond blijft sluimeren. Diverse geluids-effecten zijn om de beurt op zowel de achter-als voorgrond te horen. In z'n geheel klinkt het in ieder geval behoorlijk intrigerend. Pas in de 2de helft openbaart zich een wat meer melodieus stuk synthesizermuziek, wat pas volledig tot een daverende climax leidt in de laatste minuut. Wederom weer erg goed!!
Ook deze Three Dreams is een sterk staaltje (dark) ambient, waarmee Ian Boddy bewijst ook op dit vlak sterk uit de voeten te kunnen. Het staat ontiegelijk ver verwijderd van zijn oude werk, zoals Phoenix of The Deep, maar het is toch echt afkomstig van dezelfde man. Het is in ieder geval zeer tot de verbeelding sprekend materiaal, en voor de onbetwiste ambient-liefhebber absoluut aan te bevelen. Deze Three Dreams is in ieder geval weer een super-album van Ian Boddy!!
Ian Boddy & Chris Carter - Caged (2000)

4,0
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 6 maart 2013, 10:02 uur
Caged is het resultaat van tot nu toe, op het moment van berichtplaatsing, de enige samenwerking tussen DiN-labelbaas en synthesist Ian Boddy en avant-garde en ambientspecialist Chris Carter.
Opener "Concussed" heeft zeker een desolaat karakter, in die zin dat de algehele sound erg donker is. En ondanks de ritmische ondertoon die het nummer heeft, blijft het vanwege de vele sound-patronen allemaal erg druilerig. Sfeervol is het in ieder geval zeker.
En sfeer is alles wat "Coriolis" met zich mee draagt. De vele collages aan ambient-erupties zorgen ervoor dat er een sfeerbeeld geschetst wordt van een vervallen, desolate stad, waarboven donkere onweerswolken zich samengepakt hebben en daar blijven. Het ritme wat gepaard gaat met een subtiele melodielijn die zich op den duur ontwikkeld, neemt je mee op reis door de stad, die ooit eens welvarend was en bruiste van het leven. Nu is het een verdorven oord waar zelfs de verdwaalde, ronddolende geesten van de overledenen zich eenzaam zullen voelen. Als de muziek tot rust komt en verdwaalde ambient-patronen voor een rustig slot zorgen, is er geen weg meer terug en zullen de geesten je uiteindelijk vinden en zal het net rond je sluiten.
"Slab" laat zich beluisteren als een enkele reis door de schemerzone tussen leven en dood. Een benauwende en broeierige reis waarvan het eindstation duidelijk moge zijn.
"Sub-Aura" is een collage van kruipende, mechanische en blikkerige klanken die een dusdanig omvangrijk geheel vormen, dat ze onder je huid kruipen. Een stuwend, sluipend ritme wat zich in de tweede helft van het nummer vormt, zorgt ervoor dat het geheel een pakkende sound meekrijgt, ondanks dat deze vorm van muziek nou niet bepaald als toegankelijk beschouwd kan worden. Al met al een gewaagde en abstracte vorm van ambient-electronica wat niet zou misstaan als soundtrack voor een spannend computerspel als F.E.A.R. of Dead Space.
"Disembodied" is zowel qua titel als qua muziek behoorlijk beangstigend. Het laat zich beluisteren alsof je je midden in een koortsdroom bevind, waarvan de wazige beelden van afgerukte ledematen aan je voorbij flitsen. Een 'bad trip' van het meest zuivere soort. Heerlijk!
Het titelnummer klinkt in eerste instantie behoorlijk ijl, verheven en minimaal. Als er dan uiteindelijk toch een bevreemdend ritme om de hoek komt kijken en het nummer meer structuur krijgt, blijft die verhevenheid toch behoorlijk op de voorgrond aanwezig. Het zorgt er uiteindelijk voor, dat ondanks de ritmiek, de muziek toch behoorlijk bedwelmend blijft.
Afsluiter "Under-Dub" grijpt weer een beetje terug op het eerste nummer. De ritmiek is nadrukkelijker en tegelijkertijd op een luchtigere manier aanwezig dan op de rest van de tracks en tegelijkertijd klinkt het behoorlijk vlot. Toch blijft ook hier een verontrustende ondertoon aanwezig. Alsof iemand op de vlucht is dwars door de diepe krochten van de verlaten en dode stad, op de hielen gezeten door duivelse machines die tot leven zijn gebracht door een oeroud kwaad wat de stad al lang in zijn greep houd. Wat een geweldige soundtrack voor een gruwelijke, post-apocalyptische toekomstvisie is dit eigenlijk!!
En zo eindigt deze unieke samenwerking tussen al twee unieke figuren. Synthesist Ian Boddy en Chris Carter (nee, niet de bedenker van de X- Files), waarvan deze laatste o.a. in de avant-garde rockband Throbbing Gristle heeft gezeten, schotelen ons hier een album voor die weggelegd zijn voor liefhebbers van pittige, maar tegelijkertijd zéér sfeervolle electronica. Eentje die je bij de strot grijpt, als je er eenmaal in zit.
Hoewel het algehele karakter van de plaat vrij minimaal is, is er toch veel wat je aandacht opeist. Dit is dan ook echte sfeermuziek en kan dan ook behoorlijk visuele, fantasievolle gedachtenpatronen bij je oproepen. Mits je in de goede, passende stemming verkeerd, werkt deze muziek op zijn best. Argeloos op de achtergrond hebben opstaan en met een half oor naar luisterend, gaat het aan je voorbij als een ruft in de wind.
Een uniek album, waarvan ik me alleen kan afvragen: waar blijft de volgende samenwerking tussen deze twee heren...?
Opener "Concussed" heeft zeker een desolaat karakter, in die zin dat de algehele sound erg donker is. En ondanks de ritmische ondertoon die het nummer heeft, blijft het vanwege de vele sound-patronen allemaal erg druilerig. Sfeervol is het in ieder geval zeker.
En sfeer is alles wat "Coriolis" met zich mee draagt. De vele collages aan ambient-erupties zorgen ervoor dat er een sfeerbeeld geschetst wordt van een vervallen, desolate stad, waarboven donkere onweerswolken zich samengepakt hebben en daar blijven. Het ritme wat gepaard gaat met een subtiele melodielijn die zich op den duur ontwikkeld, neemt je mee op reis door de stad, die ooit eens welvarend was en bruiste van het leven. Nu is het een verdorven oord waar zelfs de verdwaalde, ronddolende geesten van de overledenen zich eenzaam zullen voelen. Als de muziek tot rust komt en verdwaalde ambient-patronen voor een rustig slot zorgen, is er geen weg meer terug en zullen de geesten je uiteindelijk vinden en zal het net rond je sluiten.
"Slab" laat zich beluisteren als een enkele reis door de schemerzone tussen leven en dood. Een benauwende en broeierige reis waarvan het eindstation duidelijk moge zijn.
"Sub-Aura" is een collage van kruipende, mechanische en blikkerige klanken die een dusdanig omvangrijk geheel vormen, dat ze onder je huid kruipen. Een stuwend, sluipend ritme wat zich in de tweede helft van het nummer vormt, zorgt ervoor dat het geheel een pakkende sound meekrijgt, ondanks dat deze vorm van muziek nou niet bepaald als toegankelijk beschouwd kan worden. Al met al een gewaagde en abstracte vorm van ambient-electronica wat niet zou misstaan als soundtrack voor een spannend computerspel als F.E.A.R. of Dead Space.
"Disembodied" is zowel qua titel als qua muziek behoorlijk beangstigend. Het laat zich beluisteren alsof je je midden in een koortsdroom bevind, waarvan de wazige beelden van afgerukte ledematen aan je voorbij flitsen. Een 'bad trip' van het meest zuivere soort. Heerlijk!
Het titelnummer klinkt in eerste instantie behoorlijk ijl, verheven en minimaal. Als er dan uiteindelijk toch een bevreemdend ritme om de hoek komt kijken en het nummer meer structuur krijgt, blijft die verhevenheid toch behoorlijk op de voorgrond aanwezig. Het zorgt er uiteindelijk voor, dat ondanks de ritmiek, de muziek toch behoorlijk bedwelmend blijft.
Afsluiter "Under-Dub" grijpt weer een beetje terug op het eerste nummer. De ritmiek is nadrukkelijker en tegelijkertijd op een luchtigere manier aanwezig dan op de rest van de tracks en tegelijkertijd klinkt het behoorlijk vlot. Toch blijft ook hier een verontrustende ondertoon aanwezig. Alsof iemand op de vlucht is dwars door de diepe krochten van de verlaten en dode stad, op de hielen gezeten door duivelse machines die tot leven zijn gebracht door een oeroud kwaad wat de stad al lang in zijn greep houd. Wat een geweldige soundtrack voor een gruwelijke, post-apocalyptische toekomstvisie is dit eigenlijk!!
En zo eindigt deze unieke samenwerking tussen al twee unieke figuren. Synthesist Ian Boddy en Chris Carter (nee, niet de bedenker van de X- Files), waarvan deze laatste o.a. in de avant-garde rockband Throbbing Gristle heeft gezeten, schotelen ons hier een album voor die weggelegd zijn voor liefhebbers van pittige, maar tegelijkertijd zéér sfeervolle electronica. Eentje die je bij de strot grijpt, als je er eenmaal in zit.
Hoewel het algehele karakter van de plaat vrij minimaal is, is er toch veel wat je aandacht opeist. Dit is dan ook echte sfeermuziek en kan dan ook behoorlijk visuele, fantasievolle gedachtenpatronen bij je oproepen. Mits je in de goede, passende stemming verkeerd, werkt deze muziek op zijn best. Argeloos op de achtergrond hebben opstaan en met een half oor naar luisterend, gaat het aan je voorbij als een ruft in de wind.
Een uniek album, waarvan ik me alleen kan afvragen: waar blijft de volgende samenwerking tussen deze twee heren...?
Ian Boddy & Erik Wøllo - Frontiers (2012)

4,0
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 15 december 2013, 22:22 uur
Het uiterst sfeervolle en boeiende Frontiers is de eerste samenwerking tussen DiN-baas Ian Boddy en de Noorse gitarist en ambient-componist Erik Wøllo.
Ian Boddy behoeft voor de kenners onderhand geen introductie meer. Erik Wøllo kende ik echter nog niet en hij blijkt gewoon een uiterst gedreven muzikant te zijn die beïnvloedt is door praktisch elk muziek-genre waaronder voorliefde voor ambient muziek. Daarnaast heeft hij voor films, theater, ballet en tentoonstellingen muziek geschreven.
Frontiers laat zich als het ware beluisteren als de soundtrack voor een winterlandschap. Maar niet zomaar eentje. Nee, denk aan de landschappen zoals deze voorkomen op de Noord- en Zuidpool. Het is in ieder geval een knap en zorgvuldig in elkaar gestoken album die een mooie balans laat horen tussen ambient-stukken en meer melodieuze en opzwepende stukken.
Zo gaat het album rustig en kalm van start met het behoudend ontvouwende "Vista" wat tegelijkertijd dienst doet als sterk intro, waarmee vervolgens met het vlot kabbelende "Trek" de reis over de ijzige polen pas echt kan beginnen. Muzikaal lijkt "Trek" een kruising tussen Jean Michel Jarre en Tangerine Dream te zijn, maar ademt daarnaast, mede door toedoen van de zweverige gitaarlijnen van Erik Wøllo, een eigen karakter uit.
"Undergrowth", die op de achtergrond een geluid laat horen die ergens wel op een lucht-alarm lijkt, lijkt qua karakter een voorbode voor een bepaalde dreiging te zijn, zoals het opkomen van een sneeuwstorm. Echter lijkt die storm slechts een sprankelende ijsregen te zijn, aangezien "Steppe" lang niet zo kil en verwoestend klinkt, als verwacht. Het blijkt een vreedzaam, hypnotiserend kabbelend geheel te zijn, waarin het erg fijn is om in op te gaan.
Na het ijle, ongrijpbaar klinkende "Migration" volgt het meanderende "Reverie" waarin een glansrol is weggelegd voor de ijle, galmende gitaarlijnen van Erik Wøllo.
Binnen het spectrum van galmende en uiterst tot de verbeelding sprekende klanken lijkt het album zich vanaf "Searching" meer prijs te geven. "Searching" is een prachtig en toegankelijk nummer die qua structuur binnen de ritmiek ook wat meer ballen lijkt te hebben dan tot nu toe het geval is geweest. Het zorgt zeker voor de afwisseling binnen het zeker al niet verkeerde niveau van de nummers.
Het heeft er in ieder geval voor gezorgd dat de ijsregen wel is toegenomen tot een flinke sneeuwbui. Dus is het tijd om echt beschutting te zoeken, wat dan ook gebeurd tijdens "Shelter". Dit nummer ademt puur en puur sfeer uit. Het is alsof je je verschanst net binnen de opening van een ijsgrot, terwijl de sneeuw langzamerhand in kracht afneemt. Terwijl de sneeuw verdwijnt en het weer helder wordt aan de hemel, wordt het langzamerhand nacht en ontvouwt zich op een gegeven moment het mooiste kleurenspectrum wat zich ooit aan de hemel heeft laten tonen: Aurora Borealis, oftewel het noorderlicht.
Na uiteindelijk vredig ingedut te zijn op de klanken van "Shelter", wordt ik als het ware de volgende dag wakker en zie dat de helft van de grot half ondergesneeuwd blijkt te zijn. De hevigste sneeuwstorm tot dan toe heeft op dat moment de pool in zijn greep gehad en het wordt tijd om de grot te verlaten en op m'n sneeuwscooter een intense en koude reis naar de grenzen van de pool te maken tijdens "Frontiers". Onderweg zie ik indrukwekkende rotsformaties, compleet gevormd uit ijs terwijl ik me begeef over ijsvlaktes die oneindig lijken.
De reis eindigt uiteindelijk bij een indrukwekkende bergketen tijdens "Ascension", die ik slechts moet beklimmen om erachter te komen wat daar achter ligt. Eenmaal op de top kijk ik rond en realiseer me dat ik definitief gevangen zit in een wereld van ijs en sneeuw.
Kille windvlagen geselen mijn huid. De vele lagen kleding die ik aan heb, lijken niet te helpen. Suf en half slaperig realiseer ik, dat dit de eindbestemming is. Maar ondanks dat deze kil en definitief is, is deze tevens uniek en bloedmooi.
Zo eindigt voor mij Frontiers. Een uiterst geslaagd album uit de koker van het DiN-label.
Het lijkt wel of iedere samenwerking die Boddy aangaat zorgt voor een inspirerend, maar bovenal goed album. Frontiers is daar wederom geen uitzondering op. Wat mij betreft mag dan ook aan deze samenwerking een vervolg komen.
Ian Boddy behoeft voor de kenners onderhand geen introductie meer. Erik Wøllo kende ik echter nog niet en hij blijkt gewoon een uiterst gedreven muzikant te zijn die beïnvloedt is door praktisch elk muziek-genre waaronder voorliefde voor ambient muziek. Daarnaast heeft hij voor films, theater, ballet en tentoonstellingen muziek geschreven.
Frontiers laat zich als het ware beluisteren als de soundtrack voor een winterlandschap. Maar niet zomaar eentje. Nee, denk aan de landschappen zoals deze voorkomen op de Noord- en Zuidpool. Het is in ieder geval een knap en zorgvuldig in elkaar gestoken album die een mooie balans laat horen tussen ambient-stukken en meer melodieuze en opzwepende stukken.
Zo gaat het album rustig en kalm van start met het behoudend ontvouwende "Vista" wat tegelijkertijd dienst doet als sterk intro, waarmee vervolgens met het vlot kabbelende "Trek" de reis over de ijzige polen pas echt kan beginnen. Muzikaal lijkt "Trek" een kruising tussen Jean Michel Jarre en Tangerine Dream te zijn, maar ademt daarnaast, mede door toedoen van de zweverige gitaarlijnen van Erik Wøllo, een eigen karakter uit.
"Undergrowth", die op de achtergrond een geluid laat horen die ergens wel op een lucht-alarm lijkt, lijkt qua karakter een voorbode voor een bepaalde dreiging te zijn, zoals het opkomen van een sneeuwstorm. Echter lijkt die storm slechts een sprankelende ijsregen te zijn, aangezien "Steppe" lang niet zo kil en verwoestend klinkt, als verwacht. Het blijkt een vreedzaam, hypnotiserend kabbelend geheel te zijn, waarin het erg fijn is om in op te gaan.
Na het ijle, ongrijpbaar klinkende "Migration" volgt het meanderende "Reverie" waarin een glansrol is weggelegd voor de ijle, galmende gitaarlijnen van Erik Wøllo.
Binnen het spectrum van galmende en uiterst tot de verbeelding sprekende klanken lijkt het album zich vanaf "Searching" meer prijs te geven. "Searching" is een prachtig en toegankelijk nummer die qua structuur binnen de ritmiek ook wat meer ballen lijkt te hebben dan tot nu toe het geval is geweest. Het zorgt zeker voor de afwisseling binnen het zeker al niet verkeerde niveau van de nummers.
Het heeft er in ieder geval voor gezorgd dat de ijsregen wel is toegenomen tot een flinke sneeuwbui. Dus is het tijd om echt beschutting te zoeken, wat dan ook gebeurd tijdens "Shelter". Dit nummer ademt puur en puur sfeer uit. Het is alsof je je verschanst net binnen de opening van een ijsgrot, terwijl de sneeuw langzamerhand in kracht afneemt. Terwijl de sneeuw verdwijnt en het weer helder wordt aan de hemel, wordt het langzamerhand nacht en ontvouwt zich op een gegeven moment het mooiste kleurenspectrum wat zich ooit aan de hemel heeft laten tonen: Aurora Borealis, oftewel het noorderlicht.
Na uiteindelijk vredig ingedut te zijn op de klanken van "Shelter", wordt ik als het ware de volgende dag wakker en zie dat de helft van de grot half ondergesneeuwd blijkt te zijn. De hevigste sneeuwstorm tot dan toe heeft op dat moment de pool in zijn greep gehad en het wordt tijd om de grot te verlaten en op m'n sneeuwscooter een intense en koude reis naar de grenzen van de pool te maken tijdens "Frontiers". Onderweg zie ik indrukwekkende rotsformaties, compleet gevormd uit ijs terwijl ik me begeef over ijsvlaktes die oneindig lijken.
De reis eindigt uiteindelijk bij een indrukwekkende bergketen tijdens "Ascension", die ik slechts moet beklimmen om erachter te komen wat daar achter ligt. Eenmaal op de top kijk ik rond en realiseer me dat ik definitief gevangen zit in een wereld van ijs en sneeuw.
Kille windvlagen geselen mijn huid. De vele lagen kleding die ik aan heb, lijken niet te helpen. Suf en half slaperig realiseer ik, dat dit de eindbestemming is. Maar ondanks dat deze kil en definitief is, is deze tevens uniek en bloedmooi.
Zo eindigt voor mij Frontiers. Een uiterst geslaagd album uit de koker van het DiN-label.
Het lijkt wel of iedere samenwerking die Boddy aangaat zorgt voor een inspirerend, maar bovenal goed album. Frontiers is daar wederom geen uitzondering op. Wat mij betreft mag dan ook aan deze samenwerking een vervolg komen.
Ian Boddy & Parallel Worlds - Exit Strategy (2011)

5,0
1
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 27 juli 2015, 23:10 uur
Exit Strategy is de eerste samenwerking tussen Ian Boddy en Parallel Worlds (de Griek Bakis Sirros) en biedt een uiterst sterke mix van duistere ambient en pittige, ritmische elektronica. Het resultaat is in ieder geval een dijk van een album. Een topper binnen het genre.
Deze mix werpt al meteen zijn vruchten af tijdens opener "Portal", een dreigend en duister ambient-werkje, die eenmaal ontwaakt, als een snoevend monster op je afkomt als eenmaal een hard en beukend ritme zijn intrede doet.
De toon is dus gezet; het wordt allesbehalve een vrolijke reis. Dit wordt maar weer eens benadrukt door het grillige "Impresario". Deze track laat een combi horen van ritmische agressie en druilerige synth-dramatiek die niets dan angst en verdoemenis voorspellen. Het hoofdthema heeft misschien nog in de verte wat moois over zich, echter klinkt het tegelijkertijd zo duister en hemeltergend, dat het lijkt of alles wat als negatief bestempeld kan worden, uiteindelijk onafwendbaar is. Als de afsluiting van een moeilijk en dramatisch leven.
En ondanks die somberheid, is "Impresario" indrukwekkend te noemen. Een ijzingwekkend staaltje synthwerk en zeker één van de hoogtepunten van dit album.
Droefgeestige ambient-klanken kondigen "Soliloquy" aan, een meeslepend, sfeervol werkje. Naarmate de muziek groeit, laat deze andermaal een somber thema horen, waarin de allesomvattende troosteloosheid en pech van iemand die het moeilijk gehad heeft in het leven, weerspiegelt lijkt. Maar ondanks deze droefheid, laat "Soliloquy" hoop doorklinken, als zonnestralen die door een dik, regenachtig wolkendek doordringen en hun licht op een vergeten, uitgestorven wereld willen laten schijnen. Om toch maar aan te willen geven dat er licht is na duisternis.
Klanken die uit de diepste krochten van een in olie doordrenkte oceaan lijken te komen, kondigen het dark ambient-sfeerstuk "Entwined" aan.
Boven deze smerige oceaan, vliegen kwetterende, gemuteerde, ergens op vogels lijkende wezens, doelloos rond. De atmosfeer is drukkend, benauwend en is vergiftigd door gassen, uitgestoten door de machines van een nu al lang geleden uitgestorven mensenras. Dat de vogel-achtige wezens nog leven, is wonderlijk te noemen. Echter is het niet voor niets, dat deze door de tijd heen uiteindelijk gemuteerd zijn tot niets meer dan onherkenbare, vliegende gedrochten.
Het titelnummer doorbreekt de klamme sfeer van de vorige track met een knallend stuk muziek.
Wederom is het hier een combinatie van een venijnige ritmesectie met een behoorlijk sterke synth-sectie die in dit geval voor een hoop bombast zorgt.
Ook nu is de sfeer desolaat en desastreus te noemen, maar lijkt zo ergens in het midden doorbroken te worden door een meer opzwepende, ietwat subtieler klinkende sectie.
Maar naarmate het slotstuk zich aankondigt, kondigen gemuteerde vogelsoorten zich weer aan en lijkt er een dichte mist op te komen, waarin, eenmaal in terecht gekomen, voor geen enkele uitweg meer zorgt, gezien het richtinggevoel is gereduceerd tot het absolute nulpunt.
Eenmaal gegrepen in de mist, lijkt er geen uitweg meer mogelijk. Maar zodra "Hidden" aanvangt, lijkt er zowaar licht ergens van boven langzaam zichtbaar te worden. Licht in de vorm van een eenzame zon, die als een waterige vlek door de mistbank probeert door te dringen. En als uiteindelijk de mist oplost, ontvouwt zich een landschap van een uitgestrekt, oeroud en oneindig lijkend, dood woud.
Het slotstuk "Return" vangt aan als we zijn aangekomen aan de rand van het dode woud, waarin zich een pad doorheen lijkt te banen. Eenmaal op weg over het pad, is er her en der te zien, dat jong groen zich probeert omhoog te vechten tussen het dorre en dode hout. Jong, levend gras wat voor een ommekeer zal zorgen en nieuw leven zal brengen. En ongelooflijk maar waar, als er dan toch een einde blijkt te komen aan het woud en het pad zich uitstrekt over een veld waar nieuw leven zich in vol ornaat lijkt te ontwikkelen, lijkt er toch ergens een einde te komen aan een pad vol droefenis en pijn. Want nieuw leven betekent een nieuw begin, nieuwe kansen, nieuwe successen. Kortom: een nieuwe start.
En dat is waar "Return" i.m.o. muzikaal voor staat. Het is de doorbreking van een ruwe, duistere reis vol tergende beproevingen en gebeurtenissen.
Aan het eind is er hoop....aan het eind is er licht...aan het eind is er een nieuw begin.
Wat Ian Boddy en Parallel Worlds op Exit Strategy flikken, is zonder meer briljant te noemen. Beide heren hebben het voor elkaar gekregen om een magnifiek album op te nemen, waar de, weliswaar duistere sfeer, oprecht van afdruipt. Maar tegelijkertijd is de muziek zo intens en indrukwekkend, dat het voelbaar wordt. Het roept een gevoel op wat je bekruipt. Zo'n gevoel die de kleine haartjes achterin de nek en op de armen, recht overeind laat staan. Het is muziek, die, minuten nadat het album is afgelopen, nog steeds nagalmt in je oren. Waar je nog steeds over aan het nadenken bent....
Dit album doet dat met je. En meer!!
Dit is een meesterwerk, laat daar geen twijfel over bestaan. Eén van de beste album verkrijgbaar op het DiN-label. Een fantastische samenwerking tussen DiN-baas Ian Boddy en het voor mij verder nog onbekende solo-project van Bakis Sirros, Parallel Worlds.
Het maakt me in ieder geval nieuwsgierig naar het verdere werk van Parallel Worlds.
Daarnaast schreeuwt dit album op in ieder geval nóg een samenwerking tussen deze twee heren, want dit smaakt absoluut naar meer.
Tot slot wil ik er wel nog bij vermelden dat het DiN-label hun albums altijd in beperkte oplage uitbrengt. Sommige albums zelfs nog beperkter dan andere. Des te groter was mijn verbazing toen mijn oog op de hoes viel en ik moest concluderen dat er van dit album maar 600 exemplaren zijn gemaakt. Wat natuurlijk onnoemelijk weinig is!! En zeker voor een meesterwerk als Exit Strategy!!
Ben ik dus even blij dat ik een officiëel exemplaar in mijn bezit heb!
Echter: niet getreurd. Dit album is sowieso ook digitaal te krijgen, voor wie geïnteresseerd is. Want dit album is oprecht niet te missen!!
Deze mix werpt al meteen zijn vruchten af tijdens opener "Portal", een dreigend en duister ambient-werkje, die eenmaal ontwaakt, als een snoevend monster op je afkomt als eenmaal een hard en beukend ritme zijn intrede doet.
De toon is dus gezet; het wordt allesbehalve een vrolijke reis. Dit wordt maar weer eens benadrukt door het grillige "Impresario". Deze track laat een combi horen van ritmische agressie en druilerige synth-dramatiek die niets dan angst en verdoemenis voorspellen. Het hoofdthema heeft misschien nog in de verte wat moois over zich, echter klinkt het tegelijkertijd zo duister en hemeltergend, dat het lijkt of alles wat als negatief bestempeld kan worden, uiteindelijk onafwendbaar is. Als de afsluiting van een moeilijk en dramatisch leven.
En ondanks die somberheid, is "Impresario" indrukwekkend te noemen. Een ijzingwekkend staaltje synthwerk en zeker één van de hoogtepunten van dit album.
Droefgeestige ambient-klanken kondigen "Soliloquy" aan, een meeslepend, sfeervol werkje. Naarmate de muziek groeit, laat deze andermaal een somber thema horen, waarin de allesomvattende troosteloosheid en pech van iemand die het moeilijk gehad heeft in het leven, weerspiegelt lijkt. Maar ondanks deze droefheid, laat "Soliloquy" hoop doorklinken, als zonnestralen die door een dik, regenachtig wolkendek doordringen en hun licht op een vergeten, uitgestorven wereld willen laten schijnen. Om toch maar aan te willen geven dat er licht is na duisternis.
Klanken die uit de diepste krochten van een in olie doordrenkte oceaan lijken te komen, kondigen het dark ambient-sfeerstuk "Entwined" aan.
Boven deze smerige oceaan, vliegen kwetterende, gemuteerde, ergens op vogels lijkende wezens, doelloos rond. De atmosfeer is drukkend, benauwend en is vergiftigd door gassen, uitgestoten door de machines van een nu al lang geleden uitgestorven mensenras. Dat de vogel-achtige wezens nog leven, is wonderlijk te noemen. Echter is het niet voor niets, dat deze door de tijd heen uiteindelijk gemuteerd zijn tot niets meer dan onherkenbare, vliegende gedrochten.
Het titelnummer doorbreekt de klamme sfeer van de vorige track met een knallend stuk muziek.
Wederom is het hier een combinatie van een venijnige ritmesectie met een behoorlijk sterke synth-sectie die in dit geval voor een hoop bombast zorgt.
Ook nu is de sfeer desolaat en desastreus te noemen, maar lijkt zo ergens in het midden doorbroken te worden door een meer opzwepende, ietwat subtieler klinkende sectie.
Maar naarmate het slotstuk zich aankondigt, kondigen gemuteerde vogelsoorten zich weer aan en lijkt er een dichte mist op te komen, waarin, eenmaal in terecht gekomen, voor geen enkele uitweg meer zorgt, gezien het richtinggevoel is gereduceerd tot het absolute nulpunt.
Eenmaal gegrepen in de mist, lijkt er geen uitweg meer mogelijk. Maar zodra "Hidden" aanvangt, lijkt er zowaar licht ergens van boven langzaam zichtbaar te worden. Licht in de vorm van een eenzame zon, die als een waterige vlek door de mistbank probeert door te dringen. En als uiteindelijk de mist oplost, ontvouwt zich een landschap van een uitgestrekt, oeroud en oneindig lijkend, dood woud.
Het slotstuk "Return" vangt aan als we zijn aangekomen aan de rand van het dode woud, waarin zich een pad doorheen lijkt te banen. Eenmaal op weg over het pad, is er her en der te zien, dat jong groen zich probeert omhoog te vechten tussen het dorre en dode hout. Jong, levend gras wat voor een ommekeer zal zorgen en nieuw leven zal brengen. En ongelooflijk maar waar, als er dan toch een einde blijkt te komen aan het woud en het pad zich uitstrekt over een veld waar nieuw leven zich in vol ornaat lijkt te ontwikkelen, lijkt er toch ergens een einde te komen aan een pad vol droefenis en pijn. Want nieuw leven betekent een nieuw begin, nieuwe kansen, nieuwe successen. Kortom: een nieuwe start.
En dat is waar "Return" i.m.o. muzikaal voor staat. Het is de doorbreking van een ruwe, duistere reis vol tergende beproevingen en gebeurtenissen.
Aan het eind is er hoop....aan het eind is er licht...aan het eind is er een nieuw begin.
Wat Ian Boddy en Parallel Worlds op Exit Strategy flikken, is zonder meer briljant te noemen. Beide heren hebben het voor elkaar gekregen om een magnifiek album op te nemen, waar de, weliswaar duistere sfeer, oprecht van afdruipt. Maar tegelijkertijd is de muziek zo intens en indrukwekkend, dat het voelbaar wordt. Het roept een gevoel op wat je bekruipt. Zo'n gevoel die de kleine haartjes achterin de nek en op de armen, recht overeind laat staan. Het is muziek, die, minuten nadat het album is afgelopen, nog steeds nagalmt in je oren. Waar je nog steeds over aan het nadenken bent....
Dit album doet dat met je. En meer!!
Dit is een meesterwerk, laat daar geen twijfel over bestaan. Eén van de beste album verkrijgbaar op het DiN-label. Een fantastische samenwerking tussen DiN-baas Ian Boddy en het voor mij verder nog onbekende solo-project van Bakis Sirros, Parallel Worlds.
Het maakt me in ieder geval nieuwsgierig naar het verdere werk van Parallel Worlds.
Daarnaast schreeuwt dit album op in ieder geval nóg een samenwerking tussen deze twee heren, want dit smaakt absoluut naar meer.
Tot slot wil ik er wel nog bij vermelden dat het DiN-label hun albums altijd in beperkte oplage uitbrengt. Sommige albums zelfs nog beperkter dan andere. Des te groter was mijn verbazing toen mijn oog op de hoes viel en ik moest concluderen dat er van dit album maar 600 exemplaren zijn gemaakt. Wat natuurlijk onnoemelijk weinig is!! En zeker voor een meesterwerk als Exit Strategy!!
Ben ik dus even blij dat ik een officiëel exemplaar in mijn bezit heb!
Echter: niet getreurd. Dit album is sowieso ook digitaal te krijgen, voor wie geïnteresseerd is. Want dit album is oprecht niet te missen!!
In Aphelion - Luciferian Age (2021)

4,5
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 4 februari 2022, 23:39 uur
Luciferian Age is het voorproefje op het in maart van dit jaar te verschijnen debuut Moribund van In Aphelion, het nieuwe project van Necrohobic-gitaristen Sebastian Ramstedt, Johan Bergebäck en Cryptosis-drummer Marco Prij.
Dhr. Ramstedt is een belangrijk bandlid voor Necrophobic, maar niet degene die bepaald wat er gebeurd binnen de band. Zodoende kon hij een aantal van zijn ideeën binnen Necrohobic niet kwijt. Dus werd het tijd voor een nieuw project genaamd In Aphelion. Hij wist zijn mede-bandlid Johan Bergebäck zover te krijgen om mee te werken aan het project en wist ook niemand minder dan de Nederlandse drummer Marco Prij zover te krijgen zijn steentje bij te dragen aan een EP, waar mijn melodieuze death/black metal-hart sneller van gaat kloppen.
Eigenlijk is In Aphelion qua sound nergens echt ver verwijderd van Necrophobic, waardoor Necrophobic-aanhangers van het eerste uur dit project dan ook 100% moeten uitchecken. Want het is namelijk verdomde goed wat Ramstedt en co. op dit mini-album laten horen. Duidelijk is dan ook te horen dat, ondanks dat Ramstedt nummers heeft geschreven die in het Necrophobic-kamp niet tot volle wasdom waren gekomen, dit toch echt wel nummers zijn die niet misstaan hadden op een willekeurig Necrophobic-album.
Wellicht klinkt In Aphelion niet zo intens als Necrophobic, maar alsnog is dit behoorlijk heftige death/black metal waar vooral de focus op melodieuze gitaarharmonieën en -melodieën goed tot hun recht komen. Daarnaast heeft Ramstedt besloten, naast de gitaar-en baspartijen, ook de zang, in dit geval de grunt, tot zijn rekening te nemen en ook dat doet hij zeer goed!
Verwacht niets wat je nog niet eerder hebt gehoord binnen dit genre, maar als felle death/black met goede thema's en geweldig gitaarwerk je ding is, kun je hier niet omheen.
En als je als band deze EP dan ook nog eens afsluit met werkelijk een allesvernietigende top-versie van Kreator's "Pleasure to Kill", is het helle-feestje compleet!
Heerlijk plaatje dit dus en een zoethoudertje voor In Aphelion's debuut Moribund.
Dhr. Ramstedt is een belangrijk bandlid voor Necrophobic, maar niet degene die bepaald wat er gebeurd binnen de band. Zodoende kon hij een aantal van zijn ideeën binnen Necrohobic niet kwijt. Dus werd het tijd voor een nieuw project genaamd In Aphelion. Hij wist zijn mede-bandlid Johan Bergebäck zover te krijgen om mee te werken aan het project en wist ook niemand minder dan de Nederlandse drummer Marco Prij zover te krijgen zijn steentje bij te dragen aan een EP, waar mijn melodieuze death/black metal-hart sneller van gaat kloppen.
Eigenlijk is In Aphelion qua sound nergens echt ver verwijderd van Necrophobic, waardoor Necrophobic-aanhangers van het eerste uur dit project dan ook 100% moeten uitchecken. Want het is namelijk verdomde goed wat Ramstedt en co. op dit mini-album laten horen. Duidelijk is dan ook te horen dat, ondanks dat Ramstedt nummers heeft geschreven die in het Necrophobic-kamp niet tot volle wasdom waren gekomen, dit toch echt wel nummers zijn die niet misstaan hadden op een willekeurig Necrophobic-album.
Wellicht klinkt In Aphelion niet zo intens als Necrophobic, maar alsnog is dit behoorlijk heftige death/black metal waar vooral de focus op melodieuze gitaarharmonieën en -melodieën goed tot hun recht komen. Daarnaast heeft Ramstedt besloten, naast de gitaar-en baspartijen, ook de zang, in dit geval de grunt, tot zijn rekening te nemen en ook dat doet hij zeer goed!
Verwacht niets wat je nog niet eerder hebt gehoord binnen dit genre, maar als felle death/black met goede thema's en geweldig gitaarwerk je ding is, kun je hier niet omheen.
En als je als band deze EP dan ook nog eens afsluit met werkelijk een allesvernietigende top-versie van Kreator's "Pleasure to Kill", is het helle-feestje compleet!
Heerlijk plaatje dit dus en een zoethoudertje voor In Aphelion's debuut Moribund.
Interior - Interior (1985)

3,0
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 5 mei 2009, 10:40 uur
"Interior" is een eenmalig project van een aantal Japanse muzikanten die op dit album een vrij originele vorm van fusion-achtige elektronische muziek laten horen, met een freeform-en avantgarde-sausje. Dat levert eigenlijk best wel een aardig album op. Hoewel er ook een paar nummers op staan die echt werkelijk helemaal niets om het lijf hebben, zoals het slechts op een soort van fluit gespeelde "Reply", waarin iets van in totaal 5 verschillende tonen wordt gespeeld. Een kleuter van 3 jaar had dit nog kunnen spelen. "Timeless" duurt ook veel te kort. Een zeer aardig thema wordt ingezet en vervolgens niet uitgewerkt, aangezien het al na 2 minuten weer voorbij is. Hier had veel meer uitgehaald kunnen worden.
Daarentegen staan er ook goede nummers op, zoals het zeer originele "Technobose". Hierop wordt een kabbelend en plechtig klinkend thema afgewisseld met wat coole geluidseffecten en andere synthesizer-klanken die het geheel een aparte lading meegeven. Het opzwepende en vrolijke "Giant Steps" klinkt vanwege z'n ritme en dynamiek ook lekker verfrissend. Andere, vooral wat experimentele en dromerige nummers zoals "Flamengo" (kent een gaaf piano-themaatje), "Ascending" en "Park" zijn ook OK, en doen me in de verte wel een beetje denken aan het oude werk van Jan Hammer (van voor zijn "Miami Vice"-periode).
Beste nummer is zonder twijfel "Hot Beach", wat gewoon komt door de gave sound en het mooie thema.
Grootste smet van dit album, is het feit dat sommige nummers beter uitgewerkt hadden kunnen worden en het allemaal überhaupt veel te kort duurt. Het album klokt slechts een ruime dertig minuten. Het ligt niet aan de kwaliteit van de muziek, want die is eigenlijk gewoon goed.
Maar er had veel meer uitgehaald kunnen worden, dan wat ik nu terug hoor, wat erg jammer is, aangezien dit album veel hoger had kunnen scoren bij mij. Eindconclusie is, dat ik nu op een 3 blijf steken.
Ondanks de kritiek, is het vanwege het originele karakter van de muziek, toch een redelijke aanrader en geschikt voor iedereen die van aparte, instrumentale muziek houdt.
Daarentegen staan er ook goede nummers op, zoals het zeer originele "Technobose". Hierop wordt een kabbelend en plechtig klinkend thema afgewisseld met wat coole geluidseffecten en andere synthesizer-klanken die het geheel een aparte lading meegeven. Het opzwepende en vrolijke "Giant Steps" klinkt vanwege z'n ritme en dynamiek ook lekker verfrissend. Andere, vooral wat experimentele en dromerige nummers zoals "Flamengo" (kent een gaaf piano-themaatje), "Ascending" en "Park" zijn ook OK, en doen me in de verte wel een beetje denken aan het oude werk van Jan Hammer (van voor zijn "Miami Vice"-periode).
Beste nummer is zonder twijfel "Hot Beach", wat gewoon komt door de gave sound en het mooie thema.
Grootste smet van dit album, is het feit dat sommige nummers beter uitgewerkt hadden kunnen worden en het allemaal überhaupt veel te kort duurt. Het album klokt slechts een ruime dertig minuten. Het ligt niet aan de kwaliteit van de muziek, want die is eigenlijk gewoon goed.
Maar er had veel meer uitgehaald kunnen worden, dan wat ik nu terug hoor, wat erg jammer is, aangezien dit album veel hoger had kunnen scoren bij mij. Eindconclusie is, dat ik nu op een 3 blijf steken.
Ondanks de kritiek, is het vanwege het originele karakter van de muziek, toch een redelijke aanrader en geschikt voor iedereen die van aparte, instrumentale muziek houdt.
Irene Papas & Vangelis - Rapsodies (1986)

4,0
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 8 november 2009, 11:44 uur
Ik weet nog wel dat ik bijzonder veel moeite heb gedaan, om dit album te bemachtigen. Uiteindelijk wist ik met veel trots (en voor veel geld), de redelijk zeldzame Griekse import-release op CD in de wacht te slepen. Niet veel later werd dit album samen met Odes opnieuw uitgebracht en sindsdien zijn beide album zeer gemakkelijk te krijgen én voor een vriendenprijsje!! 
Tja, dat zul je altijd zien.
Op naar de muziek op dit album: die is erg goed. N.a.v. een aantal reviews die ik van dit album gelezen heb, kan ik daar uit afleiden dat de meeste nummers op dit album gedeeltelijk bewerkingen zijn van traditionele Griekse gezangen. Maar Vangelis schijnt er ook een hoop eigen input in verwerkt te hebben.
In ieder geval weet Vangelis me wederom te raken met zijn prachtige uithalen op de synthesizers, maar dit keer wordt zijn muziek opgesierd door de typerende stem van Irene Papas. Persoonlijk vind ik het erg mooi, maar je moet er wel van houden.
Het album opent met een instrumentale binnenkomer en klinkt als een stoere en plechtige instrumentale versie van één of ander volkslied, gespeeld door Vangelis.
"Oh, My Sweet Springtime" biedt ruimte voor Irene om in al haar glorie te schitteren. Het is een mooi en toegankelijk nummer, wat mede door de zang van Irene, iets sierlijks en plechtigs uitstraalt.
Daarna volgt anderhalve minuut aan á capella zang, wat weliswaar klinkt als opvulling, echter weet het me wel te overtuigen. Haar stem lijkt op dit stukje ergens in de verte wel een beetje op die van Lisa Gerrard.
"Rhapsody" is weer een instrumentaal nummer, waarop Vangelis zijn kenmerkende sound wederom weer fraai uit de doeken doet. Zijn Griekse roots is er ook een beetje in terug te horen, door typisch genuanceerde, traditionele invloeden die erin verstopt lijken te zitten.
De nummers 5 en 6 liggen behoorlijk in het verlengde van elkaar: muzikaal vind ik het wel een beetje weg hebben van de bombast á la Chariots of Fire, maar dan met de zang van Irene eroverheen. Persoonlijk vind ik het schitterend.
"Song of Songs" valt nogal uit de toon t.o.v. de rest van de songs, vandaar dat ie misschien ook zo heet, echter vind ik het zeker niet slecht. De stem van Irene heeft sowiezo wel wat spannends over zich, waar ze dus in dit geval optimaal gebruik van maakt, d.m.v. gepraat, gefluister en gezucht. De muziek van Vangelis ondersteunt dit op toepasselijke wijze en met redelijk minimale invulling.
Deze tweede samenwerking tussen Vangelis en Irene Papas heeft wederom gezorgd voor een prachtige plaat. Qua score sluit ik me aan met 4 punten.

Tja, dat zul je altijd zien.
Op naar de muziek op dit album: die is erg goed. N.a.v. een aantal reviews die ik van dit album gelezen heb, kan ik daar uit afleiden dat de meeste nummers op dit album gedeeltelijk bewerkingen zijn van traditionele Griekse gezangen. Maar Vangelis schijnt er ook een hoop eigen input in verwerkt te hebben.
In ieder geval weet Vangelis me wederom te raken met zijn prachtige uithalen op de synthesizers, maar dit keer wordt zijn muziek opgesierd door de typerende stem van Irene Papas. Persoonlijk vind ik het erg mooi, maar je moet er wel van houden.
Het album opent met een instrumentale binnenkomer en klinkt als een stoere en plechtige instrumentale versie van één of ander volkslied, gespeeld door Vangelis.
"Oh, My Sweet Springtime" biedt ruimte voor Irene om in al haar glorie te schitteren. Het is een mooi en toegankelijk nummer, wat mede door de zang van Irene, iets sierlijks en plechtigs uitstraalt.
Daarna volgt anderhalve minuut aan á capella zang, wat weliswaar klinkt als opvulling, echter weet het me wel te overtuigen. Haar stem lijkt op dit stukje ergens in de verte wel een beetje op die van Lisa Gerrard.
"Rhapsody" is weer een instrumentaal nummer, waarop Vangelis zijn kenmerkende sound wederom weer fraai uit de doeken doet. Zijn Griekse roots is er ook een beetje in terug te horen, door typisch genuanceerde, traditionele invloeden die erin verstopt lijken te zitten.
De nummers 5 en 6 liggen behoorlijk in het verlengde van elkaar: muzikaal vind ik het wel een beetje weg hebben van de bombast á la Chariots of Fire, maar dan met de zang van Irene eroverheen. Persoonlijk vind ik het schitterend.
"Song of Songs" valt nogal uit de toon t.o.v. de rest van de songs, vandaar dat ie misschien ook zo heet, echter vind ik het zeker niet slecht. De stem van Irene heeft sowiezo wel wat spannends over zich, waar ze dus in dit geval optimaal gebruik van maakt, d.m.v. gepraat, gefluister en gezucht. De muziek van Vangelis ondersteunt dit op toepasselijke wijze en met redelijk minimale invulling.
Deze tweede samenwerking tussen Vangelis en Irene Papas heeft wederom gezorgd voor een prachtige plaat. Qua score sluit ik me aan met 4 punten.
Iron Maiden - A Matter of Life and Death (2006)

4,5
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 5 september 2015, 16:12 uur
Nu The Book of Souls zich heeft aangekondigd, werd het eens tijd om een aantal Maiden-albums van stal te halen die ik nog niet eerder besproken heb.
A Matter of Life and Death is i.m.o. een behoorlijk massieve en epische plaat en een lichte verbetering t.o.v. voorganger Dance of Death, die gevoelsmatig iets te veel nietszeggende vullers bevat, ondanks ook een set behoorlijk geweldige nummers.
Vullers staan er wat mij betreft niet op dit album; zelfs de 'kortere' nummers hebben een behoorlijk smoelwerk en vormen al net zo'n sterke basis als de grootse en epische nummers die het leeuwendeel van dit album rijk zijn.
In eerste instantie ging dit album wat aan mij voorbij. Het kwartje viel niet en persoonlijk had ik al na vrij vlotte beluistering het idee, dat dit album geen favoriet van mij zou worden. Maar naïef als dat ik dat moment was, had ik geen rekening genomen dat dit album meer tijd vergt dan de voorgangers. Tijd en geduld zijn sleutelwoorden die van belang zijn, als het gaat om een Maiden-album waar voornamelijk lange nummers op staan. En laat Maiden nu eenmaal de laatste slordige 15 jaar een voorliefde hebben voor lange, epische tracks.
En na al die jaren dat dit album alweer uit is, kom ik er maar gewoon op terug dat AMOLAD een beresterk Maiden-album is waar echt wel een aantal behoorlijk vette nummers op staan.
Wat erg opvalt, is de uitstekende zang van Bruce die duidelijk hoorbaar in z'n element is en ook op dit album laat horen, dat hij één van de allerbeste metal-zangers is. Verder is het opvallend dat eigenlijk alle langere nummers van begin tot eind behoorlijk sterk zijn en geen enkel moment verzanden in langdradige/saaie momenten. Iets wat wel het geval is op enkele andere albums van de band. Elke noot en elke melodielijn lijkt dit keer z'n nut te hebben en duren zolang als dat ze moeten duren. Zowel binnen de intro's als tijdens de knallende ritme- en leadpartijen waarin overigens duidelijk te horen is, dat er drie gitaristen van de partij zijn.
Eigenlijk zijn er nauwelijks minpunten op te bespeuren. Wellicht dat "Angel of Light" persoonlijk in aanmerking komt, aangezien de opbouw, indeling en vooral het refrein niet helemaal wil beklijven.
Toppers zijn zonder twijfel het heftige en meeslepende "Brighter Than a Thousand Suns", persoonlijke favoriet "For the Greater Good of God" en de verrassende afsluiter "The Legacy". Deze laatste kent een aantal opvallende akoestische gitaar-partijen en bij vlagen zeer ongebruikelijke, maar wel erg sterke zanglijnen van Bruce Dickinson.
Ook nog even een extra vermelding voor "The Reincarnation of Benjamin Breeg", want wat een heerlijke gitaar-rif zit er toch in dit nummer verweven. Tevens heeft dit nummer ook het meest sfeervolle intro.
De rest van de nummers doen er nauwelijks voor onder en zorgen van begin tot eind voor een uitstekend album die gevaarlijk dicht in de buurt komt van het niveau van het vergelijkbare Brave New World, maar dat i.m.o. nét niet haalt.
Conclusie is dat ik heel blij ben dat dit album na al die jaren toch zo heeft mogen rijpen bij me, met als resultaat dat ik niet anders dan een fikse 4,5 uitdeel voor dit oerdegelijke Maiden-album.
A Matter of Life and Death is i.m.o. een behoorlijk massieve en epische plaat en een lichte verbetering t.o.v. voorganger Dance of Death, die gevoelsmatig iets te veel nietszeggende vullers bevat, ondanks ook een set behoorlijk geweldige nummers.
Vullers staan er wat mij betreft niet op dit album; zelfs de 'kortere' nummers hebben een behoorlijk smoelwerk en vormen al net zo'n sterke basis als de grootse en epische nummers die het leeuwendeel van dit album rijk zijn.
In eerste instantie ging dit album wat aan mij voorbij. Het kwartje viel niet en persoonlijk had ik al na vrij vlotte beluistering het idee, dat dit album geen favoriet van mij zou worden. Maar naïef als dat ik dat moment was, had ik geen rekening genomen dat dit album meer tijd vergt dan de voorgangers. Tijd en geduld zijn sleutelwoorden die van belang zijn, als het gaat om een Maiden-album waar voornamelijk lange nummers op staan. En laat Maiden nu eenmaal de laatste slordige 15 jaar een voorliefde hebben voor lange, epische tracks.
En na al die jaren dat dit album alweer uit is, kom ik er maar gewoon op terug dat AMOLAD een beresterk Maiden-album is waar echt wel een aantal behoorlijk vette nummers op staan.
Wat erg opvalt, is de uitstekende zang van Bruce die duidelijk hoorbaar in z'n element is en ook op dit album laat horen, dat hij één van de allerbeste metal-zangers is. Verder is het opvallend dat eigenlijk alle langere nummers van begin tot eind behoorlijk sterk zijn en geen enkel moment verzanden in langdradige/saaie momenten. Iets wat wel het geval is op enkele andere albums van de band. Elke noot en elke melodielijn lijkt dit keer z'n nut te hebben en duren zolang als dat ze moeten duren. Zowel binnen de intro's als tijdens de knallende ritme- en leadpartijen waarin overigens duidelijk te horen is, dat er drie gitaristen van de partij zijn.
Eigenlijk zijn er nauwelijks minpunten op te bespeuren. Wellicht dat "Angel of Light" persoonlijk in aanmerking komt, aangezien de opbouw, indeling en vooral het refrein niet helemaal wil beklijven.
Toppers zijn zonder twijfel het heftige en meeslepende "Brighter Than a Thousand Suns", persoonlijke favoriet "For the Greater Good of God" en de verrassende afsluiter "The Legacy". Deze laatste kent een aantal opvallende akoestische gitaar-partijen en bij vlagen zeer ongebruikelijke, maar wel erg sterke zanglijnen van Bruce Dickinson.
Ook nog even een extra vermelding voor "The Reincarnation of Benjamin Breeg", want wat een heerlijke gitaar-rif zit er toch in dit nummer verweven. Tevens heeft dit nummer ook het meest sfeervolle intro.
De rest van de nummers doen er nauwelijks voor onder en zorgen van begin tot eind voor een uitstekend album die gevaarlijk dicht in de buurt komt van het niveau van het vergelijkbare Brave New World, maar dat i.m.o. nét niet haalt.
Conclusie is dat ik heel blij ben dat dit album na al die jaren toch zo heeft mogen rijpen bij me, met als resultaat dat ik niet anders dan een fikse 4,5 uitdeel voor dit oerdegelijke Maiden-album.
