Hier kun je zien welke berichten CorvisChristi als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Wakeman with Wakeman - No Expense Spared (1993)

3,5
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 17 augustus 2014, 11:24 uur
No Expense Spared is het tweede album die Rick en zoon Adam Wakeman onder de banier Wakeman with Wakeman hebben uitgebracht.
T.o.v. het eerste album Wakeman with Wakeman - Wakeman with Wakeman (1992), die volledig instrumentaal is en qua nummers diverse stijlen hanteert, wordt er op dit album voor een praktisch uitsluitend rock-georiënteerde aanpak gekozen. De keyboards klinken dan ook veelvuldig als gitaren en de drums zijn dit keer niet elektronisch, maar echt, gespeeld door Tony Fernandez, die overigens ook wel op meer albums van Rick Wakeman te horen is.
Verder bestaat de line-up uit zanger Chrissie Hammond, Alan Thomson op elektrisch gitaar en basgitaar én ene mysterieuze Dr. Doom (LOL) op akoestisch gitaar.
Concreet komt het erop neer dat er een volledige band verantwoordelijk is voor dit album, daar waar het vorige album nog een puur vader en zoon-project is.
Dat is ook degelijk aan alle kanten te horen; het is een consequenter album in stijl en duidelijk zijn de overige bandleden ook te horen. Echter is het natuurlijk wederom het verbluffende toetsenwerk van beide heren die dit album écht de moeite waard maken. Het enthousiasme en spelvreugde is aan alle kanten te horen.
Echter kent het album een aantal minpunten. De zang van Chrissie Hammond vind ik niet zo erg bijzonder en tijdens de meeste vocale nummers kan ik de aandacht er niet echt bij houden. Dit overigens m.u.v. het titelnummer wat echt een dijk van een track is. Tevens is de ballad "No One Cares" erg mooi. De rest van de vocale tracks doen me echter niet zo veel. Ze zijn niet zo erg sterk en halen de kracht van de instrumentale tracks gedeeltelijk onderuit.
Want het instrumentale deel van het album maakt het nog wel degelijk de moeite waard.
Het met een eigenzinnige stijl doordrenkte "Dylic" is een knaller en waarachtig een nummer waar spontaan op te tapdansen valt vanwege het eigenzinnige ritme.
"Luck of the Draw" en "Is it the Spring?" zijn typische Wakeman-tracks waarbij het drukke en waanzinnige toetsenwerk goed naar voren komt.
Het waarschijnlijk expres misplaatst getitelde "Number 10" (immers is het nummer 9 van de plaat) is al helemaal geweldig met de vele tempowisselingen en de diverse muzikale stijlpatronen die toegepast worden.
Tot slot is "Children of Chernobyl" een meer ingetogen nummer die erg mooi is.
Blijft over dus een album die een sterke kant en een wat zwakkere kant kent. Persoonlijk ben ik ook niet zo kapot van de vocale nummers en hoor ik de heren Wakeman liever zoals ik ze op hun debuut hoorde. En alhoewel er op dit album voor een meer rechtlijnige aanpak in stijl wordt gekozen, zijn dus zeker niet alle nummers even sterk. Echter zijn het wel de instrumentale nummers die dit album i.m.o. nog wel degelijk de moeite waard maken.
Een 3,5 vind ik dan ook een acceptabele score voor een album die toch meer had kunnen zijn.
T.o.v. het eerste album Wakeman with Wakeman - Wakeman with Wakeman (1992), die volledig instrumentaal is en qua nummers diverse stijlen hanteert, wordt er op dit album voor een praktisch uitsluitend rock-georiënteerde aanpak gekozen. De keyboards klinken dan ook veelvuldig als gitaren en de drums zijn dit keer niet elektronisch, maar echt, gespeeld door Tony Fernandez, die overigens ook wel op meer albums van Rick Wakeman te horen is.
Verder bestaat de line-up uit zanger Chrissie Hammond, Alan Thomson op elektrisch gitaar en basgitaar én ene mysterieuze Dr. Doom (LOL) op akoestisch gitaar.
Concreet komt het erop neer dat er een volledige band verantwoordelijk is voor dit album, daar waar het vorige album nog een puur vader en zoon-project is.
Dat is ook degelijk aan alle kanten te horen; het is een consequenter album in stijl en duidelijk zijn de overige bandleden ook te horen. Echter is het natuurlijk wederom het verbluffende toetsenwerk van beide heren die dit album écht de moeite waard maken. Het enthousiasme en spelvreugde is aan alle kanten te horen.
Echter kent het album een aantal minpunten. De zang van Chrissie Hammond vind ik niet zo erg bijzonder en tijdens de meeste vocale nummers kan ik de aandacht er niet echt bij houden. Dit overigens m.u.v. het titelnummer wat echt een dijk van een track is. Tevens is de ballad "No One Cares" erg mooi. De rest van de vocale tracks doen me echter niet zo veel. Ze zijn niet zo erg sterk en halen de kracht van de instrumentale tracks gedeeltelijk onderuit.
Want het instrumentale deel van het album maakt het nog wel degelijk de moeite waard.
Het met een eigenzinnige stijl doordrenkte "Dylic" is een knaller en waarachtig een nummer waar spontaan op te tapdansen valt vanwege het eigenzinnige ritme.
"Luck of the Draw" en "Is it the Spring?" zijn typische Wakeman-tracks waarbij het drukke en waanzinnige toetsenwerk goed naar voren komt.
Het waarschijnlijk expres misplaatst getitelde "Number 10" (immers is het nummer 9 van de plaat) is al helemaal geweldig met de vele tempowisselingen en de diverse muzikale stijlpatronen die toegepast worden.
Tot slot is "Children of Chernobyl" een meer ingetogen nummer die erg mooi is.
Blijft over dus een album die een sterke kant en een wat zwakkere kant kent. Persoonlijk ben ik ook niet zo kapot van de vocale nummers en hoor ik de heren Wakeman liever zoals ik ze op hun debuut hoorde. En alhoewel er op dit album voor een meer rechtlijnige aanpak in stijl wordt gekozen, zijn dus zeker niet alle nummers even sterk. Echter zijn het wel de instrumentale nummers die dit album i.m.o. nog wel degelijk de moeite waard maken.
Een 3,5 vind ik dan ook een acceptabele score voor een album die toch meer had kunnen zijn.
Wakeman with Wakeman - Wakeman with Wakeman (1992)

4,0
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 17 januari 2010, 16:40 uur
Zo vader zo zoon. Dit moet Rick Wakeman zeker gedacht hebben, toen hij besloot om zijn muzikale vernuftigheden aan zijn kids door te geven, en wel aan zoon Adam en Oliver. Maar misschien is het zowel Adam als Oliver zelf wel geweest die dachten: wat onze vader kan, kunnen wij ook, en misschien zelfs beter.
In ieder geval is het zo geweest dat dit album af was, toen er spontaan besloten werd, dat Adam mee mocht op de daaropvolgende tour, dus werd er op het allerlaatste moment besloten, dat Adam mee mocht doen op dit album. ZIjn bijdrage bestaat uit enige inbreng in de diverse nummers op dit album, plus een compositorische bijdrage in de vorm van "Megalomania" en "Past and Present".
Mede door de inbreng van Adam, is dit eerste samenwerkingsverband, omgedoopt tot Wakeman with Wakeman, een weliswaar wat richtingloos, maar toch zeker een spontaan en divers progressief keyboard-album, waarop Rick sowiezo laat horen, wat voor een genie hij eigenlijk wel niet is op de keyboards. Het resulteert in een hoop gesoleer binnen het scala van 11 nummers (waaronder een behoorlijk gewaagde, instrumentale cover van "Paint It Black" van The Rolling Stones). Nummers zoals "Lure of the Wild" en "Caesarea" laten onverbiddelijk de kwaliteiten van Rick horen. Maar ook Adam doet een flinke duit in het zakje, middels misschien wel de beste track van dit album: "Megalomania". Een uiterst lieflijk piano-intro dient als contrast voor een heel stoer en vlot aangezet hoofdthema, die in de vorm van een stevig up-tempo ritme uit de startblokken schiet. Daaropvolgend vliegen er allerlei piano- en keyboardsolo's om de oren, zonder hierbij uit balans te geraken.
Verder is "The Beach Comber" interessant te noemen, vanwege een ijzersterk, op vooral piano gespeeld, uitgevoerd middenstuk.
Het op 2 piano's gespeelde "Jiggajig" is zonder meer briljant.
Helaas staat er één nummer op, die echt uit de toon valt. Ondanks dat "The Suicide Shuffle" vanwege het wat hilarische melodietje, grappig bedoeld is, vind ik het eerder irritant dan dat ik het goed vind.
Wakeman with Wakeman is een fijn album, waarop Rick Wakeman goed voor de dag komt. Vooral de spontaniteit die van het album afdruipt, is goed te noemen. Tevens zijn de piano-georiënteerde nummers zó goed, dat ze het niveau van dit album behoorlijk omhoog trekken, ondanks dat er ook wat vullertjes op staan.
Mede hierdoor verdient dit album algeheel gezien zeker 4 punten, en is voor liefhebbers van dit genre zeker de moeite waard.
Overigens: wie dit soort muziek goed vind, moet zeker ook eens het solowerk van Erik Norlander eens uitchecken. Vooral zijn debuut-album Threshold, ligt in bepaalde lijnen in het verlengde van de stijl die Rick hanteert op dit album.
In ieder geval is het zo geweest dat dit album af was, toen er spontaan besloten werd, dat Adam mee mocht op de daaropvolgende tour, dus werd er op het allerlaatste moment besloten, dat Adam mee mocht doen op dit album. ZIjn bijdrage bestaat uit enige inbreng in de diverse nummers op dit album, plus een compositorische bijdrage in de vorm van "Megalomania" en "Past and Present".
Mede door de inbreng van Adam, is dit eerste samenwerkingsverband, omgedoopt tot Wakeman with Wakeman, een weliswaar wat richtingloos, maar toch zeker een spontaan en divers progressief keyboard-album, waarop Rick sowiezo laat horen, wat voor een genie hij eigenlijk wel niet is op de keyboards. Het resulteert in een hoop gesoleer binnen het scala van 11 nummers (waaronder een behoorlijk gewaagde, instrumentale cover van "Paint It Black" van The Rolling Stones). Nummers zoals "Lure of the Wild" en "Caesarea" laten onverbiddelijk de kwaliteiten van Rick horen. Maar ook Adam doet een flinke duit in het zakje, middels misschien wel de beste track van dit album: "Megalomania". Een uiterst lieflijk piano-intro dient als contrast voor een heel stoer en vlot aangezet hoofdthema, die in de vorm van een stevig up-tempo ritme uit de startblokken schiet. Daaropvolgend vliegen er allerlei piano- en keyboardsolo's om de oren, zonder hierbij uit balans te geraken.
Verder is "The Beach Comber" interessant te noemen, vanwege een ijzersterk, op vooral piano gespeeld, uitgevoerd middenstuk.
Het op 2 piano's gespeelde "Jiggajig" is zonder meer briljant.
Helaas staat er één nummer op, die echt uit de toon valt. Ondanks dat "The Suicide Shuffle" vanwege het wat hilarische melodietje, grappig bedoeld is, vind ik het eerder irritant dan dat ik het goed vind.
Wakeman with Wakeman is een fijn album, waarop Rick Wakeman goed voor de dag komt. Vooral de spontaniteit die van het album afdruipt, is goed te noemen. Tevens zijn de piano-georiënteerde nummers zó goed, dat ze het niveau van dit album behoorlijk omhoog trekken, ondanks dat er ook wat vullertjes op staan.
Mede hierdoor verdient dit album algeheel gezien zeker 4 punten, en is voor liefhebbers van dit genre zeker de moeite waard.
Overigens: wie dit soort muziek goed vind, moet zeker ook eens het solowerk van Erik Norlander eens uitchecken. Vooral zijn debuut-album Threshold, ligt in bepaalde lijnen in het verlengde van de stijl die Rick hanteert op dit album.
Weather Systems - Ocean Without a Shore (2024)

4,0
3
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 10 november 2024, 22:36 uur
Het project Weather Systems (genoemd naar Danny Cavanagh's favoriete Anathema-album), had ik vanaf het begin af aan niet hoog zitten. Alle onrust rondom Danny en het feit dat Anathema als band besloot al hun activiteiten voor onbepaalde tijd in de ijskast te stoppen, zorgden ervoor dat er nu niet bepaald hoge verwachtingen waren voor nieuwe muzikale wegen die bewandeld zouden worden en de creatieve ideeën die daarmee gepaard gingen.
Ik was dan ook vrij sceptisch toen ik hoorde dat Danny uiteindelijk, na uit een diep dal gekropen te zijn, zich weer met muziek wilde bezighouden. Er lagen ideeën voor een nieuw Anathema-album die ergens in 2020 had moeten verschijnen. Deze ideeën zouden uiteindelijk op de plank blijven liggen en stof verzamelen, totdat Danny besloot ze te gaan gebruiken voor zijn nieuwe project Weather Systems. Aldus waren de grondbeginselen voor het album Ocean Without a Shore een feit.
Je kan dus zeggen dat dit album een kruising is geworden tussen het vervolg op Anathema's The Optimist uit 2017 en Danny's nieuwe solo-project. Alle ideeën van Danny (en wellicht van de voormalige bandleden van Anathema) plus nieuwe ideeën vormden uiteindelijk de basis voor het album wat Ocean Without a Shore uiteindelijk is geworden.
Doordat de muziek zo akelig dicht bij Anathema ligt, is overduidelijk de reden dat velen dit album zien als de voortzetting van Anathema. Daardoor is het album interessant voor Anathema-fans, maar tegelijkertijd wringt hier de schoen. Namelijk dat Danny op safe heeft gespeeld door composities die op de plank lagen simpelweg af te stoffen en opnieuw te gebruiken. Indien dat geen stoorzender betaamt, is er in feite niets aan de hand en kunnen vooral Anathema-fans en -liefhebbers hun hart ophalen met dit nieuwe project.
Je zou kunnen zeggen dat er met Ocean Without a Shore iets mis is en er muzikaal en productie-technisch e.e.a. aan schort, ondanks dat het tegelijkertijd een letterlijke muzikale voortzetting/vertaling van Anathema is. Duidelijk is te horen dat dit album voor misschien de helft of meer uit het vermoedelijke nieuwe album van Anathema bestaan zou hebben, met het verschil dat m.u.v. van Danny en Daniel Cardoso, alle overige voormalige Anathema-leden, hier niets mee van doen hebben. Deze elementen zorgen ervoor dat Ocean Without a Shore een bitterzoet album is geworden, want ondanks dat het herkenbaar klinkt, mist er duidelijk ook iets. Namelijk de herkenbaarheid van de voormalige bandleden van Anathema die er niet meer op terug te horen zijn. Alsof slechts hun geesten nog op een vage manier betrokken zijn geweest bij dit album. Ook de productie lijkt in grootsheid eronder geleden te hebben, ondanks dat de productie me gek genoeg niet eens zoveel stoort. Ik benoemde al eerder dat deze steriel en kaal klinkt, maar tegelijkertijd vol en helder.
Al deze elementen in zijn totaliteit maakt het luisteren naar Ocean Without a Shore heel dubbel, maar tegelijkertijd ook wel intrigerend.
Danny heeft namelijk heel dapper geprobeerd om een album af te leveren, waar hij zijn ziel en zaligheid in kwijt kon, ondersteund door Daniel en een tal van gastvocalisten, waaronder de belangrijkste de Portugese zangeres Soraia Silva die als de geest van Lee Douglas klinkt. Want elke keer als ik haar (overigens prachtige) vocalen hoor, denk ik aan hoe het had geklonken als Lee het had ingezongen. Wat uiteraard ook geldt voor de vocalen van Danny, die minder intens klinken dan die van Vincent. Maar feit blijft dat alle vragen die betrekking hebben op 'wat als' of 'stel dat', overboord gekieperd moeten worden. Het is wat het is en als je je daar bij neer kunt leggen en je open kunt stellen voor Anathema 2.0, namelijk Weather Systems, blijft er wonderlijk genoeg een album overeind staan, waar ik de afgelopen maand steeds meer bewondering voor heb gekregen. Met als conclusie dat ik zowaar hetzelfde gevoel ervaar, als bij de Anathema-albums: een gevoel van weemoed en ontzag tegelijkertijd. De muziek intrigeert en doet iets met me wat ik ook heb ervaren bij het leeuwendeel van de albums van Anathema.
Dat Danny het kloppende hart is van Weather Systems, kan persoonlijk voor een voor-en nadeel zorgen. Als gitarist en songwriter klinkt hij herkenbaar en goed, als zanger minder imponerend. Maar ook zeker niet slecht. Danny is echter geen Vincent, maar in combinatie met de zang met zijn en broer en Lee Douglas, zorgden ervoor dat er magie ontstond binnen de muziek van Anathema. Deze magie is op Ocean Without a Shore op een andere manier aanwezig. De invulling van Soraia is in ieder geval behoorlijk goed, dus dat zorgt voor een enorm pluspunt. Maar ook de nummers zelf, zijn zeker niet slecht.
Opener "Synaesthesia" is zelfs briljant. Een ongelooflijk intens nummer opgebouwd uit een aantal verschillende secties, die wonderwel prachtig in elkaar overvloeien en tegelijkertijd perfect als geheel bij elkaar horen. Ruim negen minuten duurt deze opener, maar deze is voorbij voordat je het door hebt.
"Do Angels Sing Like Rain?" moet het vooral hebben van de mooie gitaarharmonieën. Voor de rest gaat het nummer ietwat spanningsloos aan me voorbij.
Daarna grijpt Danny voor de eerste keer terug naar het verleden en middels "Untouchable Part 3" is hier het eerste vervolg te horen op een tweetal nummers die als zo'n beetje het beste wat Anathema gemaakt heeft, beschouwd mag worden. Er zijn dus nogal wat schoenen te vullen! Ware het niet dat vanwege de combinatie met Soraia, dit nummer zowaar nog overeind blijft staan ook. Kracht, dramatiek en emotie gaan een verbond met elkaar aan en ondanks dat dit derde deel van "Untouchable" het niet haalt bij de eerste twee delen, komt deze gevaarlijk dicht bij!
"Ghost in the Machine" is weer meer uptempo en is een heel erg fijn nummer met heerlijke toetsen- en gitaarpartijen. Ook hier steelt Soraia de show en wonderwel klinkt ze, gezamenlijk met Danny, echt zo slecht nog niet. Nee, geen Vincent en Lee, maar toch, het klinkt goed!
"Are You There? Part Two" is de tweede verwijzing naar het verleden, namelijk het eerste deel van A Natural Disaster. Wonderwel klinkt dit deel, ook al is het vooral muzikaal gezien in basis hetzelfde, een stuk minder somber en druilerig, maar mist het tegelijkertijd de impact en de essentie van het origineel. Toch kan ik ook prima naar dit nummer luisteren.
"Still Lake" kent een hypnotiserende piano-melodie die vasthoudt van begin tot eind en bouwt spanning en kracht op totdat het resulteert in een imponerend en knallend eindstuk wat vrij pittig en hard klinkt. Vooral dit nummer laat horen dat het album bij tijd en wijlen best hard en venijnig overkomt en als geheel, vooral muzikaal gezien, toch pittiger overkomt dan pakweg de laatste twee Anathema-albums.
"Take Me with You" is daarna weer een juweeltje van de eerste orde, waarop Danny zijn kunsten als songwriter voor het maken van composities waar gevoel en emotie de boventoon voeren, andermaal tentoon laat spreiden. Prachtig!
Het titelnummer is samen met de opener "Synaesthesia" en "Ghost in the Machine" dubbel en dwars de favoriet van het album. Prachtig opgebouwd, maar ook vrij minimaal van opzet, weet het nummer de gehele speelduur te blijven boeien. Interessante vocalen van Danny, inclusief vocoder, waardoor dit nummer erg doet denken aan "Closer" van Anathema's A Natural Disaster, maar in de verte ook wel wat weg heeft van het titelnummer van Distant Satellites, mede vanwege het gebruik van keyboards, die hier 100% de boventoon voeren. De hypnotiserende en kabbelende melodie die steeds meer nadrukkelijk naar voren komt, werkt aanstekelijk en hypnotiserend.
Helaas eindigt het album wat typisch met het weliswaar redelijk originele "The Space Between Us" (compleet met aparte 'Lion King'-achtige sample), zorgt deze afsluiter weliswaar voor misschien wel het opvallendste nummer van het album, maar weet gek genoeg juist dit nummer niet te groeien bij mij, in tegenstelling tot de rest. Wel mooie vocalen van Danny overigens, maar helemaal redden kan hij het niet hier. Als afsluiter van het album werkt het nummer overigens wel, maar helemaal bekoren lukt het gek genoeg niet.
Uiteindelijk heeft dit album er wel voor gezorgd, dat ik Ocean Without a Shore als één van de verrassingen van het jaar zie. Even los van de onverbiddelijke vergelijking met Anathema, staat dit album bomvol prachtige nummers die me gewoon niet los kunnen laten. Ik durf zelfs stellig te beweren, dat ik dit album net een slag beter vind dan Anathema's zwanenzang The Optimist en dat is toch wel een understatement.
Dat er een bepaalde controverse en smet als een sluier over dit album hangt, staat buiten kijf. En toch heb ik er geen last van en zie ik dit album als een verloren gewaand cadeau van een band die ooit het ene juweel na het andere uit heeft gebracht aan albums. Dat Danny Cavanagh op zijn manier hiervoor gezorgd heeft, is tegelijkertijd een dappere, maar ook veilige poging. Maar de muziek van Anathema zit me nu eenmaal hoog en dit album ligt dus nu eenmaal in het verlengde ervan. En praktisch ieder nummer is goed, dus waarom zou ik klagen. Dat doe ik dan ook niet, gezien ik besloten heb dit album te beoordelen met vier punten.
Ik was dan ook vrij sceptisch toen ik hoorde dat Danny uiteindelijk, na uit een diep dal gekropen te zijn, zich weer met muziek wilde bezighouden. Er lagen ideeën voor een nieuw Anathema-album die ergens in 2020 had moeten verschijnen. Deze ideeën zouden uiteindelijk op de plank blijven liggen en stof verzamelen, totdat Danny besloot ze te gaan gebruiken voor zijn nieuwe project Weather Systems. Aldus waren de grondbeginselen voor het album Ocean Without a Shore een feit.
Je kan dus zeggen dat dit album een kruising is geworden tussen het vervolg op Anathema's The Optimist uit 2017 en Danny's nieuwe solo-project. Alle ideeën van Danny (en wellicht van de voormalige bandleden van Anathema) plus nieuwe ideeën vormden uiteindelijk de basis voor het album wat Ocean Without a Shore uiteindelijk is geworden.
Doordat de muziek zo akelig dicht bij Anathema ligt, is overduidelijk de reden dat velen dit album zien als de voortzetting van Anathema. Daardoor is het album interessant voor Anathema-fans, maar tegelijkertijd wringt hier de schoen. Namelijk dat Danny op safe heeft gespeeld door composities die op de plank lagen simpelweg af te stoffen en opnieuw te gebruiken. Indien dat geen stoorzender betaamt, is er in feite niets aan de hand en kunnen vooral Anathema-fans en -liefhebbers hun hart ophalen met dit nieuwe project.
Je zou kunnen zeggen dat er met Ocean Without a Shore iets mis is en er muzikaal en productie-technisch e.e.a. aan schort, ondanks dat het tegelijkertijd een letterlijke muzikale voortzetting/vertaling van Anathema is. Duidelijk is te horen dat dit album voor misschien de helft of meer uit het vermoedelijke nieuwe album van Anathema bestaan zou hebben, met het verschil dat m.u.v. van Danny en Daniel Cardoso, alle overige voormalige Anathema-leden, hier niets mee van doen hebben. Deze elementen zorgen ervoor dat Ocean Without a Shore een bitterzoet album is geworden, want ondanks dat het herkenbaar klinkt, mist er duidelijk ook iets. Namelijk de herkenbaarheid van de voormalige bandleden van Anathema die er niet meer op terug te horen zijn. Alsof slechts hun geesten nog op een vage manier betrokken zijn geweest bij dit album. Ook de productie lijkt in grootsheid eronder geleden te hebben, ondanks dat de productie me gek genoeg niet eens zoveel stoort. Ik benoemde al eerder dat deze steriel en kaal klinkt, maar tegelijkertijd vol en helder.
Al deze elementen in zijn totaliteit maakt het luisteren naar Ocean Without a Shore heel dubbel, maar tegelijkertijd ook wel intrigerend.
Danny heeft namelijk heel dapper geprobeerd om een album af te leveren, waar hij zijn ziel en zaligheid in kwijt kon, ondersteund door Daniel en een tal van gastvocalisten, waaronder de belangrijkste de Portugese zangeres Soraia Silva die als de geest van Lee Douglas klinkt. Want elke keer als ik haar (overigens prachtige) vocalen hoor, denk ik aan hoe het had geklonken als Lee het had ingezongen. Wat uiteraard ook geldt voor de vocalen van Danny, die minder intens klinken dan die van Vincent. Maar feit blijft dat alle vragen die betrekking hebben op 'wat als' of 'stel dat', overboord gekieperd moeten worden. Het is wat het is en als je je daar bij neer kunt leggen en je open kunt stellen voor Anathema 2.0, namelijk Weather Systems, blijft er wonderlijk genoeg een album overeind staan, waar ik de afgelopen maand steeds meer bewondering voor heb gekregen. Met als conclusie dat ik zowaar hetzelfde gevoel ervaar, als bij de Anathema-albums: een gevoel van weemoed en ontzag tegelijkertijd. De muziek intrigeert en doet iets met me wat ik ook heb ervaren bij het leeuwendeel van de albums van Anathema.
Dat Danny het kloppende hart is van Weather Systems, kan persoonlijk voor een voor-en nadeel zorgen. Als gitarist en songwriter klinkt hij herkenbaar en goed, als zanger minder imponerend. Maar ook zeker niet slecht. Danny is echter geen Vincent, maar in combinatie met de zang met zijn en broer en Lee Douglas, zorgden ervoor dat er magie ontstond binnen de muziek van Anathema. Deze magie is op Ocean Without a Shore op een andere manier aanwezig. De invulling van Soraia is in ieder geval behoorlijk goed, dus dat zorgt voor een enorm pluspunt. Maar ook de nummers zelf, zijn zeker niet slecht.
Opener "Synaesthesia" is zelfs briljant. Een ongelooflijk intens nummer opgebouwd uit een aantal verschillende secties, die wonderwel prachtig in elkaar overvloeien en tegelijkertijd perfect als geheel bij elkaar horen. Ruim negen minuten duurt deze opener, maar deze is voorbij voordat je het door hebt.
"Do Angels Sing Like Rain?" moet het vooral hebben van de mooie gitaarharmonieën. Voor de rest gaat het nummer ietwat spanningsloos aan me voorbij.
Daarna grijpt Danny voor de eerste keer terug naar het verleden en middels "Untouchable Part 3" is hier het eerste vervolg te horen op een tweetal nummers die als zo'n beetje het beste wat Anathema gemaakt heeft, beschouwd mag worden. Er zijn dus nogal wat schoenen te vullen! Ware het niet dat vanwege de combinatie met Soraia, dit nummer zowaar nog overeind blijft staan ook. Kracht, dramatiek en emotie gaan een verbond met elkaar aan en ondanks dat dit derde deel van "Untouchable" het niet haalt bij de eerste twee delen, komt deze gevaarlijk dicht bij!
"Ghost in the Machine" is weer meer uptempo en is een heel erg fijn nummer met heerlijke toetsen- en gitaarpartijen. Ook hier steelt Soraia de show en wonderwel klinkt ze, gezamenlijk met Danny, echt zo slecht nog niet. Nee, geen Vincent en Lee, maar toch, het klinkt goed!
"Are You There? Part Two" is de tweede verwijzing naar het verleden, namelijk het eerste deel van A Natural Disaster. Wonderwel klinkt dit deel, ook al is het vooral muzikaal gezien in basis hetzelfde, een stuk minder somber en druilerig, maar mist het tegelijkertijd de impact en de essentie van het origineel. Toch kan ik ook prima naar dit nummer luisteren.
"Still Lake" kent een hypnotiserende piano-melodie die vasthoudt van begin tot eind en bouwt spanning en kracht op totdat het resulteert in een imponerend en knallend eindstuk wat vrij pittig en hard klinkt. Vooral dit nummer laat horen dat het album bij tijd en wijlen best hard en venijnig overkomt en als geheel, vooral muzikaal gezien, toch pittiger overkomt dan pakweg de laatste twee Anathema-albums.
"Take Me with You" is daarna weer een juweeltje van de eerste orde, waarop Danny zijn kunsten als songwriter voor het maken van composities waar gevoel en emotie de boventoon voeren, andermaal tentoon laat spreiden. Prachtig!
Het titelnummer is samen met de opener "Synaesthesia" en "Ghost in the Machine" dubbel en dwars de favoriet van het album. Prachtig opgebouwd, maar ook vrij minimaal van opzet, weet het nummer de gehele speelduur te blijven boeien. Interessante vocalen van Danny, inclusief vocoder, waardoor dit nummer erg doet denken aan "Closer" van Anathema's A Natural Disaster, maar in de verte ook wel wat weg heeft van het titelnummer van Distant Satellites, mede vanwege het gebruik van keyboards, die hier 100% de boventoon voeren. De hypnotiserende en kabbelende melodie die steeds meer nadrukkelijk naar voren komt, werkt aanstekelijk en hypnotiserend.
Helaas eindigt het album wat typisch met het weliswaar redelijk originele "The Space Between Us" (compleet met aparte 'Lion King'-achtige sample), zorgt deze afsluiter weliswaar voor misschien wel het opvallendste nummer van het album, maar weet gek genoeg juist dit nummer niet te groeien bij mij, in tegenstelling tot de rest. Wel mooie vocalen van Danny overigens, maar helemaal redden kan hij het niet hier. Als afsluiter van het album werkt het nummer overigens wel, maar helemaal bekoren lukt het gek genoeg niet.
Uiteindelijk heeft dit album er wel voor gezorgd, dat ik Ocean Without a Shore als één van de verrassingen van het jaar zie. Even los van de onverbiddelijke vergelijking met Anathema, staat dit album bomvol prachtige nummers die me gewoon niet los kunnen laten. Ik durf zelfs stellig te beweren, dat ik dit album net een slag beter vind dan Anathema's zwanenzang The Optimist en dat is toch wel een understatement.
Dat er een bepaalde controverse en smet als een sluier over dit album hangt, staat buiten kijf. En toch heb ik er geen last van en zie ik dit album als een verloren gewaand cadeau van een band die ooit het ene juweel na het andere uit heeft gebracht aan albums. Dat Danny Cavanagh op zijn manier hiervoor gezorgd heeft, is tegelijkertijd een dappere, maar ook veilige poging. Maar de muziek van Anathema zit me nu eenmaal hoog en dit album ligt dus nu eenmaal in het verlengde ervan. En praktisch ieder nummer is goed, dus waarom zou ik klagen. Dat doe ik dan ook niet, gezien ik besloten heb dit album te beoordelen met vier punten.
