Hier kun je zien welke berichten CorvisChristi als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Raison d'Être - Mise en Abyme (2014)

4,0
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 30 november 2014, 16:19 uur
Mise en Abyme biedt geen verrassingen meer.
Als opvolger van het voorgaande studio-album The Stains of the Embodied Sacrifice, is het de logische voortzetting, van de overigens zoals gewoonlijk weer kwalitatief uitstekende dark ambient, die Raison d'Être te bieden heeft.
Wat dat betreft hoeft Peter Andersson zich niet meer te bewijzen. Immers heeft de man een indrukwekkende discografie, waarin hij niet alleen met Raison d'Être klassiekers binnen het genre heeft afgeleverd; zijn werk onder illustere namen als Necrophorus en Stratvm Terror (om er maar een aantal te noemen), mag ook zeker niet onvermeld blijven.
Wat dit keer voor mij persoonlijk wel opvalt, is dat het album over de gehele linie wat evenwichtiger lijkt te klinken dan voorganger The Stains, ondanks dat er zeker verschillen binnen de diverse geluidscollages te horen vallen. Echter lijkt e.e.a. wat natuurlijker in elkaar over te lopen.
Ook de verschillen in ruwheid en meer meditatieve passages zijn opvallend te noemen. Zo zit je het ene moment in een soort van hel waarin er flink van leer wordt getrokken als krassende, knerpende, piepende en zoemende geluiden de boventoon voeren tijdens het eindstuk van "Infernos", om vervolgens terug te keren naar rustiger vaarwater tijdens "Katharos". Diverse zangstukken zorgen dan voor relatief rustige momenten, terwijl je weet dat dit slechts schijn is bij dit soort muziek. De dreiging, onrust en het gevoel van dood en verderf liggen altijd aan de oppervlakte.
Wat dat betreft horen die elementen ook gewoon bij deze muziekstijl, ook al zullen velen deze vorm van muziek niet kunnen begrijpen en ook zeker niet accepteren als muziek. Eerder een vorm van kakofonie. Richtingloos, herrie, waanzin etc. etc.
Echter, als je hier doorheen kunt prikken en jezelf openstelt voor deze absoluut zeer bijzondere vorm van muziek als kunst, dan gaat er een indrukwekkende wereld voor je open. Eentje die groter is dan menig individu zal kunnen bevatten.
En nee, dit is geen overdreven statement van mij!
Deze muziek gaat diep, héél diep. En tot nu toe valt, ondanks dat er geen vernieuwing te bespeuren valt op Mise en Abyme, ook hier het kwartje en wordt ik andermaal gegrepen door de duistere schoonheid van dit album.
Wat dat betreft geen essentieel, maar toch ook weer interessant hoofdstuk van het Raison d'Être-verhaal. Eentje waar ik persoonlijk geen genoeg van kan krijgen.
Als opvolger van het voorgaande studio-album The Stains of the Embodied Sacrifice, is het de logische voortzetting, van de overigens zoals gewoonlijk weer kwalitatief uitstekende dark ambient, die Raison d'Être te bieden heeft.
Wat dat betreft hoeft Peter Andersson zich niet meer te bewijzen. Immers heeft de man een indrukwekkende discografie, waarin hij niet alleen met Raison d'Être klassiekers binnen het genre heeft afgeleverd; zijn werk onder illustere namen als Necrophorus en Stratvm Terror (om er maar een aantal te noemen), mag ook zeker niet onvermeld blijven.
Wat dit keer voor mij persoonlijk wel opvalt, is dat het album over de gehele linie wat evenwichtiger lijkt te klinken dan voorganger The Stains, ondanks dat er zeker verschillen binnen de diverse geluidscollages te horen vallen. Echter lijkt e.e.a. wat natuurlijker in elkaar over te lopen.
Ook de verschillen in ruwheid en meer meditatieve passages zijn opvallend te noemen. Zo zit je het ene moment in een soort van hel waarin er flink van leer wordt getrokken als krassende, knerpende, piepende en zoemende geluiden de boventoon voeren tijdens het eindstuk van "Infernos", om vervolgens terug te keren naar rustiger vaarwater tijdens "Katharos". Diverse zangstukken zorgen dan voor relatief rustige momenten, terwijl je weet dat dit slechts schijn is bij dit soort muziek. De dreiging, onrust en het gevoel van dood en verderf liggen altijd aan de oppervlakte.
Wat dat betreft horen die elementen ook gewoon bij deze muziekstijl, ook al zullen velen deze vorm van muziek niet kunnen begrijpen en ook zeker niet accepteren als muziek. Eerder een vorm van kakofonie. Richtingloos, herrie, waanzin etc. etc.
Echter, als je hier doorheen kunt prikken en jezelf openstelt voor deze absoluut zeer bijzondere vorm van muziek als kunst, dan gaat er een indrukwekkende wereld voor je open. Eentje die groter is dan menig individu zal kunnen bevatten.
En nee, dit is geen overdreven statement van mij!
Deze muziek gaat diep, héél diep. En tot nu toe valt, ondanks dat er geen vernieuwing te bespeuren valt op Mise en Abyme, ook hier het kwartje en wordt ik andermaal gegrepen door de duistere schoonheid van dit album.
Wat dat betreft geen essentieel, maar toch ook weer interessant hoofdstuk van het Raison d'Être-verhaal. Eentje waar ik persoonlijk geen genoeg van kan krijgen.
Raison d'Être - Within the Depths of Silence and Phormations (1995)

4,5
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 28 juni 2009, 11:53 uur
Dit was de eerste Raison d'Etre-schijf die ik kocht, en ik was na de eerste luisterbeurt al meteen helemaal gegrepen door de uitstekende Dark Ambient-klanken van Peter Andersson, het brein achter dit project. Dit is van alle Raison d'Etre-albums die ik tot nu toe heb gehoord, misschien nog wel de meest 'toegankelijke'. De rommelende, bobbelende en schurende passages worden namelijk van tijd tot tijd afgewisseld door meer melodieuze passages die dit album zeker een evenwichtig karakter meegeven. Goede voorbeelden zijn "Euphrosyne" (beetje Dead Can Dance-achtig) en de afsluiter "Dream's Essence", waarvan die laatste (m.u.v. het wat naargeestige gegrom wat af en toe opduikt) zelfs door de dromerige synth-tapijten, rustgevend op mij overkomt. Verder doet het ritmische gedeelte van "Of Dying Relics" me denken aan het hijgen en snuiven van één of ander gruwelijk monster. Topper is het 10 minuten durende "In Abscence of Subsequent Ambivalance", die door de belklanken een zeer hypnotiserende werking op me heeft. Tevens vallen de mooie klanklagen en de samples van stemberichten op, die volgens mij nogal wat kommer en kwel verkondigen, wat uiteraard perfect aansluit op de muziek.
Conclusie dus: prima album!!!
Conclusie dus: prima album!!!
Ralph Benatar & Henri Seroka - Pink Dream (1995)
Alternatieve titel: Ambient Chill Out Music 7

3,0
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 14 augustus 2011, 13:09 uur
Zevende deel uit een reeks van 8 unieke albums uitgebracht via het New Age-label Oreade onder de noemer Ambient Chill Out Music.
Pink Dream is met gemak het toegankelijkste, maar zeker niet het beste deel uit de serie.
De electronische muziek hier uitgevoerd door Ralph Benatar en Henri Seroka is aardig, maar zeker niet bijzonder te noemen. Het valt nogal in de categorie: eerder gehoord / 13 in een dozijn / liftmuziek.
Ondanks dat luistert het wel lekker en degelijk weg en staan er her en der toch ook wel wat bescheiden juweeltjes op. Echter blijft het degelijk standaard en te voor de hand liggend klinken, waardoor er van enige verrassing geen sprake is.
Gelukkig bewaren de 2 heren hun beste werkjes voor het laatst, aangezien zowel "Painted Skies" (met gemak het beste nummer van het album) en het aanstekelijke en vlotte "Cosmic Journey" heel fijn wegluisteren.
De rest is aardig, maar niet interessant of zo. "Beyond Infinity" pretendeert een veelbelovende opener te zijn, maar als het overduidelijk uit een keyboard afkomstige koortje voor de zoveelste keer het thema voorbij laat komen, gaat het op een gegeven moment vervelen.
"Green Planet" heeft wel een bepaalde charme en het mooie themaatje is niet verkeerd. Helaas is het middenstuk van een behoorlijk middelmatig tot ronduit saai niveau, waardoor het nummer niet de volle 10 minuten kan blijven boeien.
Het rustige "Milky Way" is wel mooi, maar net niet zo sterk als "Painted Skies", alhoewel de nummers wel wat van elkaar weg hebben.
Tot slot is "Deep Probe" ondanks z'n vlotte en wat snellere karakter niet meer dan een vullertje.
Blijft over een redelijk, doch nergens in het oog springend album die bij de eerste keer tijdens beluisting nog veel beloften neigt waar te maken, maar bij meerdere keren beluisteren steeds minder bijzonder gaat klinken.
Een krappe 3 kan ik er echter nog wel aan geven.
Pink Dream is met gemak het toegankelijkste, maar zeker niet het beste deel uit de serie.
De electronische muziek hier uitgevoerd door Ralph Benatar en Henri Seroka is aardig, maar zeker niet bijzonder te noemen. Het valt nogal in de categorie: eerder gehoord / 13 in een dozijn / liftmuziek.
Ondanks dat luistert het wel lekker en degelijk weg en staan er her en der toch ook wel wat bescheiden juweeltjes op. Echter blijft het degelijk standaard en te voor de hand liggend klinken, waardoor er van enige verrassing geen sprake is.
Gelukkig bewaren de 2 heren hun beste werkjes voor het laatst, aangezien zowel "Painted Skies" (met gemak het beste nummer van het album) en het aanstekelijke en vlotte "Cosmic Journey" heel fijn wegluisteren.
De rest is aardig, maar niet interessant of zo. "Beyond Infinity" pretendeert een veelbelovende opener te zijn, maar als het overduidelijk uit een keyboard afkomstige koortje voor de zoveelste keer het thema voorbij laat komen, gaat het op een gegeven moment vervelen.
"Green Planet" heeft wel een bepaalde charme en het mooie themaatje is niet verkeerd. Helaas is het middenstuk van een behoorlijk middelmatig tot ronduit saai niveau, waardoor het nummer niet de volle 10 minuten kan blijven boeien.
Het rustige "Milky Way" is wel mooi, maar net niet zo sterk als "Painted Skies", alhoewel de nummers wel wat van elkaar weg hebben.
Tot slot is "Deep Probe" ondanks z'n vlotte en wat snellere karakter niet meer dan een vullertje.
Blijft over een redelijk, doch nergens in het oog springend album die bij de eerste keer tijdens beluisting nog veel beloften neigt waar te maken, maar bij meerdere keren beluisteren steeds minder bijzonder gaat klinken.
Een krappe 3 kan ik er echter nog wel aan geven.
Rhapsody - Dawn of Victory (2000)

4,0
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 29 september 2020, 22:10 uur
De ultieme, bombastische powermetal van Rhapsody gaat op hun derde langspeler nog even wat verder in die zin dat het allemaal nog heftiger en intenser klinkt dan op de vorige twee platen. De band, hier voor het eerst met Alex Holzwarth op drums, laat er dan ook geen gras over groeien en er wordt niet tot nauwelijks gas terug genomen op veel van de nummers op Dawn of Victory.
Nog steeds klinkt het ongelooflijk episch en orkestraal allemaal, echter is de recht-toe-recht-aan aanpak van het debuut weer enigszins terug. Wat zich vooral uit in de meer hardere en snellere nummers die dit album rijk is. Automatisch door die aanpak alleen al, weet dit album me wat beter te vermaken dan voorganger Symphony of Enchanted Lands, die zich vooral kenmerkt in avontuurlijke, epische hoogstandjes.
Toch zit ik qua beoordeling gelijk met Symphony...Dit komt doordat ik de composities over het algemeen op hetzelfde niveau vind zitten, ondanks dat de band zeker een paar graadjes harder klinkt dan op de voorganger. Intenser en harder is ook niet per se beter, maar dat Dawn of Victory een overtuigend album is, staat als een paal boven water.
Het probleem is dat niet elke song me persoonlijk compleet wegblaast en me in sommige coupletten en/of refreinen ook niet helemaal meekrijgt. Dit is vooral hoorbaar in nummers als "Triumph for My Magic Steel" en "The Bloody Rage of the Titans". Muzikaal is het genieten maar tijdens de zangpartijen zijn er net teveel herhalingen te bespeuren, waardoor juist deze twee tracks wat neigen te slepen.
Maar daar tegenover staan knallers die zich automatisch tot het betere werk van Rhapsody mogen beschouwen, zoals het allesverzengende titelnummer en de single "Holy Thunderforce".
Ook het imposante "Dargor, Shadowlord of the Black Mountain" is een waanzinnig nummer die zelfs in een extra lange, nog betere uitvoering als B-kant is terug te vinden op de single van Holy Thunderforce. Alleen al vanwege deze versie is het essentieel om de single van Holy Thunderforce naast het album als 'companion piece' erbij te hebben.
Tot slot wordt er wederom weer afgesloten met een episch stuk in de vorm van "The Mighty Ride of the Firelord" wat voor een overtuigend slot zorgt van een album die onder Rhapsody-fanaten als één van de besten wordt beschouwd. En ondanks dat ik iets meer bescheiden ben in mijn oordeel naar verhouding, is Dawn of Victory wederom een heel vet en indrukwekkend powermetal-album waar de heren van Rhapsody zich allesbehalve voor hoeven te schamen.
De band zal echter nog heftiger, beter en intenser voor de dag komen met i.m.o. het allerbeste album van de The Emerald Sword-saga, namelijk het slot-album Power of the Dragonflame. Overigens zal deze eerst voorafgegaan worden door de ook al niet misselijke EP Rain of a Thousand Flames.
Nog steeds klinkt het ongelooflijk episch en orkestraal allemaal, echter is de recht-toe-recht-aan aanpak van het debuut weer enigszins terug. Wat zich vooral uit in de meer hardere en snellere nummers die dit album rijk is. Automatisch door die aanpak alleen al, weet dit album me wat beter te vermaken dan voorganger Symphony of Enchanted Lands, die zich vooral kenmerkt in avontuurlijke, epische hoogstandjes.
Toch zit ik qua beoordeling gelijk met Symphony...Dit komt doordat ik de composities over het algemeen op hetzelfde niveau vind zitten, ondanks dat de band zeker een paar graadjes harder klinkt dan op de voorganger. Intenser en harder is ook niet per se beter, maar dat Dawn of Victory een overtuigend album is, staat als een paal boven water.
Het probleem is dat niet elke song me persoonlijk compleet wegblaast en me in sommige coupletten en/of refreinen ook niet helemaal meekrijgt. Dit is vooral hoorbaar in nummers als "Triumph for My Magic Steel" en "The Bloody Rage of the Titans". Muzikaal is het genieten maar tijdens de zangpartijen zijn er net teveel herhalingen te bespeuren, waardoor juist deze twee tracks wat neigen te slepen.
Maar daar tegenover staan knallers die zich automatisch tot het betere werk van Rhapsody mogen beschouwen, zoals het allesverzengende titelnummer en de single "Holy Thunderforce".
Ook het imposante "Dargor, Shadowlord of the Black Mountain" is een waanzinnig nummer die zelfs in een extra lange, nog betere uitvoering als B-kant is terug te vinden op de single van Holy Thunderforce. Alleen al vanwege deze versie is het essentieel om de single van Holy Thunderforce naast het album als 'companion piece' erbij te hebben.
Tot slot wordt er wederom weer afgesloten met een episch stuk in de vorm van "The Mighty Ride of the Firelord" wat voor een overtuigend slot zorgt van een album die onder Rhapsody-fanaten als één van de besten wordt beschouwd. En ondanks dat ik iets meer bescheiden ben in mijn oordeel naar verhouding, is Dawn of Victory wederom een heel vet en indrukwekkend powermetal-album waar de heren van Rhapsody zich allesbehalve voor hoeven te schamen.
De band zal echter nog heftiger, beter en intenser voor de dag komen met i.m.o. het allerbeste album van de The Emerald Sword-saga, namelijk het slot-album Power of the Dragonflame. Overigens zal deze eerst voorafgegaan worden door de ook al niet misselijke EP Rain of a Thousand Flames.
Rhapsody - Legendary Tales (1997)

4,5
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 28 september 2020, 22:59 uur
Sinds kort ben ik me weer enorm aan het verdiepen in deze band, die binnen het powermetal-genre wel zo'n beetje de vaandeldrager is. Rhapsody (wat later omgedoopt zou worden tot Rhapsody of Fire) is dan ook een ongelooflijk vette band met louter topmuzikanten.
De kern van Rhapsody bestaat ten tijden van dit geweldige debuut uit gitarist Luca Turilli en keyboard-speler Alex Staropoli: deze twee heren hebben de sound van Rhapsody bedacht, uiteengezet en geperfectioneerd tot een stijl die misschien niet al te origineel is binnen het metal-genre, maar wel uiterst goed is uitgevoerd.
Kosten noch moeite is bespaard gebleven om alleen al van dit debuut-album een knaller te maken van de eerste orde. Het knalt, is ontiegelijk melodieus, bombastisch en de invloeden uit de klassieke- en film- muziek zijn werkelijk niet van de lucht. En vooral die laatste invloeden, waar Turilli echt wel een behoorlijke stempel drukt hier qua songwriting, is overduidelijk verweven binnen de sound van Rhapsody. Op latere albums zou het zelfs allemaal nog bombastischer en theatraler worden. Turilli is dan ook vanzelfsprekend een enorme liefhebber van dit soort muziek.
Naast Turilli en Staropoli, worden de heren op dit album bijgestaan door voormalig Labyrinth-zanger Fabio Lione en drummer Daniel Carbonera. Een volwaardig bas-speler zou op dat moment nog niet zijn intrede doen, dus zijn deze partijen speciaal voor dit album ingespeeld door producer Sasha Paeth en Robert Hunecke.
Naast de muziek zou Rhapsody ook met een heus concept op de proppen komen, in de vorm van een fantasy-verhaal die begint bij dit album en eindigt bij Power of the Dragonflame. Later zouden nog meer concepten volgen, verspreid over de albums die daarna zouden komen.
Dat verhaal is natuurlijk best leuk, maar is vanzelfsprekend niet het belangrijkste element. Alles staat of valt met de muziek en deze is binnen het genre, wat ik al eerder meldde, zo'n beetje het beste wat je mag verwachten. Als je tenminste van bombastische en overweldigende melodieuze powermetal houd, compleet met orkestrale bijkomstigheden, koorzang en wat dan niet al. En zo nu en dan afgewisseld met folk- en middeleeuws-klinkende ‘tussendoortjes’ zoals in het geval van dit debuut, het wat melige “Forest of Unicorns”.
Op het debuut Legendary Tales klinkt de band behoorlijk evenwichtig, in die zin dat de combi tussen metal en klassiek ontzettend goed uitgebalanceerd is. Wat mede één van de redenen is, waarom dit album wat mij betreft al als één van de beste van de band gezien mag worden. Vanaf opvolger Symphony of Enchanted Lands zou de band hun sound verder expanderen, wat wel gevolgen heeft voor het songmateriaal. Niet dat de muziek vanaf de tweede plaat minder zou worden, maar de punch-in-your-face-stijl van het debuut zou minder zijn; nog meer zou het verhaal de nadruk op de muziek leggen, waardoor vooral de tweede plaat bijna als een metal-soundtrack voor een niet-bestaande fantasy-film beschouwd mag worden.
E.e.a. zou op het derde album Dawn of Victory weer wat bijgeschaafd worden, maar ook zou de band vanaf dat album een stuk harder en venijniger gaan klinken. Wat niet per se een minpunt is overigens.
Toch is de magie aanwezig op dit debuut, er eentje van het unieke soort. En er staan louter en alleen maar goede nummers op met als absolute uitschieters het meesterlijke “Rage of the Winter” wat een fenomenale compositie is vol fantastische overgangen, werkelijk schitterend gitaarwerk van Turilli en meeslepende zang van Lioni, die alhoewel hij met een zwaar accent zingt, toch hiermee voor de nodige charme zorgt. Alsof dat accent past bij de sfeer en de muziek en het algehele thema.
Naast “Rage of the Winter” worden de twee andere beste songs van dit album lekker voor het laatst bewaard in de vorm van de heerlijke meebruller “Lord of the Thunder” en de epische en prachtige afsluiter, namelijk het titelnummer.
De rest van de nummers doen er niet tot nauwelijks voor onder en zorgen ervoor dat Rhapsody met dit debuut een metal-klassieker heeft geschreven die ze qua productie en intensiteit met gemak zouden overtreffen op latere albums. Echter zou iets van de charme en authenticiteit van dit album moeten inleveren tegenover kracht, brutere metal-invloeden en betere producties. Wat overigens de opvolgers automatisch niet tot mindere platen maken. Integendeel: binnen de discografie van Rhapsody en later Rhapsody of Fire zou nog heel veel fraais volgen. Maar dat het niveau direct al zo hoog is op dit debuut, is natuurlijk al een klasse op zich en bewijst wat de band in huis heeft.
Een keurige 4,5 dan ook voor Legendary Tales.
De kern van Rhapsody bestaat ten tijden van dit geweldige debuut uit gitarist Luca Turilli en keyboard-speler Alex Staropoli: deze twee heren hebben de sound van Rhapsody bedacht, uiteengezet en geperfectioneerd tot een stijl die misschien niet al te origineel is binnen het metal-genre, maar wel uiterst goed is uitgevoerd.
Kosten noch moeite is bespaard gebleven om alleen al van dit debuut-album een knaller te maken van de eerste orde. Het knalt, is ontiegelijk melodieus, bombastisch en de invloeden uit de klassieke- en film- muziek zijn werkelijk niet van de lucht. En vooral die laatste invloeden, waar Turilli echt wel een behoorlijke stempel drukt hier qua songwriting, is overduidelijk verweven binnen de sound van Rhapsody. Op latere albums zou het zelfs allemaal nog bombastischer en theatraler worden. Turilli is dan ook vanzelfsprekend een enorme liefhebber van dit soort muziek.
Naast Turilli en Staropoli, worden de heren op dit album bijgestaan door voormalig Labyrinth-zanger Fabio Lione en drummer Daniel Carbonera. Een volwaardig bas-speler zou op dat moment nog niet zijn intrede doen, dus zijn deze partijen speciaal voor dit album ingespeeld door producer Sasha Paeth en Robert Hunecke.
Naast de muziek zou Rhapsody ook met een heus concept op de proppen komen, in de vorm van een fantasy-verhaal die begint bij dit album en eindigt bij Power of the Dragonflame. Later zouden nog meer concepten volgen, verspreid over de albums die daarna zouden komen.
Dat verhaal is natuurlijk best leuk, maar is vanzelfsprekend niet het belangrijkste element. Alles staat of valt met de muziek en deze is binnen het genre, wat ik al eerder meldde, zo'n beetje het beste wat je mag verwachten. Als je tenminste van bombastische en overweldigende melodieuze powermetal houd, compleet met orkestrale bijkomstigheden, koorzang en wat dan niet al. En zo nu en dan afgewisseld met folk- en middeleeuws-klinkende ‘tussendoortjes’ zoals in het geval van dit debuut, het wat melige “Forest of Unicorns”.
Op het debuut Legendary Tales klinkt de band behoorlijk evenwichtig, in die zin dat de combi tussen metal en klassiek ontzettend goed uitgebalanceerd is. Wat mede één van de redenen is, waarom dit album wat mij betreft al als één van de beste van de band gezien mag worden. Vanaf opvolger Symphony of Enchanted Lands zou de band hun sound verder expanderen, wat wel gevolgen heeft voor het songmateriaal. Niet dat de muziek vanaf de tweede plaat minder zou worden, maar de punch-in-your-face-stijl van het debuut zou minder zijn; nog meer zou het verhaal de nadruk op de muziek leggen, waardoor vooral de tweede plaat bijna als een metal-soundtrack voor een niet-bestaande fantasy-film beschouwd mag worden.
E.e.a. zou op het derde album Dawn of Victory weer wat bijgeschaafd worden, maar ook zou de band vanaf dat album een stuk harder en venijniger gaan klinken. Wat niet per se een minpunt is overigens.
Toch is de magie aanwezig op dit debuut, er eentje van het unieke soort. En er staan louter en alleen maar goede nummers op met als absolute uitschieters het meesterlijke “Rage of the Winter” wat een fenomenale compositie is vol fantastische overgangen, werkelijk schitterend gitaarwerk van Turilli en meeslepende zang van Lioni, die alhoewel hij met een zwaar accent zingt, toch hiermee voor de nodige charme zorgt. Alsof dat accent past bij de sfeer en de muziek en het algehele thema.
Naast “Rage of the Winter” worden de twee andere beste songs van dit album lekker voor het laatst bewaard in de vorm van de heerlijke meebruller “Lord of the Thunder” en de epische en prachtige afsluiter, namelijk het titelnummer.
De rest van de nummers doen er niet tot nauwelijks voor onder en zorgen ervoor dat Rhapsody met dit debuut een metal-klassieker heeft geschreven die ze qua productie en intensiteit met gemak zouden overtreffen op latere albums. Echter zou iets van de charme en authenticiteit van dit album moeten inleveren tegenover kracht, brutere metal-invloeden en betere producties. Wat overigens de opvolgers automatisch niet tot mindere platen maken. Integendeel: binnen de discografie van Rhapsody en later Rhapsody of Fire zou nog heel veel fraais volgen. Maar dat het niveau direct al zo hoog is op dit debuut, is natuurlijk al een klasse op zich en bewijst wat de band in huis heeft.
Een keurige 4,5 dan ook voor Legendary Tales.
Rhapsody - Power of the Dragonflame (2002)

5,0
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 1 oktober 2020, 00:03 uur
Het beste wordt meestal voor het laatst bewaard. Daar moeten de heren van Rhapsody zich zeker van bewust zijn geweest wanneer uiteindelijk in 2002 het slot-album van het concept-verhaal rond The Emerald Sword die, geïntroduceerd in Legendary Tales uit 1997, uitgebracht wordt in de vorm van Power of the Dragonflame. En wat een slot mag het zijn!!
Drie albums en een EP zijn er voor nodig om toe te werken naar de slotfase van het verhaal die uiteengezet wordt in een ruim een uur durend, waanzinnig explosief powermetal-album, zoals alleen Rhapsody deze kan maken.
Qua intensiteit en energie weten ze zelfs alle voorgaande albums te overtreffen, want er staan louter knallers op Power of the Dragonflame. Compositorisch zitten de nummers stuk voor stuk fantastisch in elkaar, klinken zeer toegankelijk en worden er geen onnodige omwegen genomen binnen de muziek om naar een beukend resultaat toe te werken. Iets waar sommige nummers op voorgaande albums zo nu en dan nog een beetje last van hadden.
Power of the Dragonflame is gewoon knallen. Alles doet er toe: de geweldige coupletten, de uitzinnige refreinen en alle instrumenten zijn waanzinnig goed op elkaar afgestemd. Het is werkelijk één groot feest van begin tot eind!
Er staat werkelijk geen enkel zwak nummer op dit album en het heeft ook geen zin om er favorieten uit te halen: alle nummers staan als een huis!
Toch probeer ik het. Verrassingen zijn er namelijk nog wel, zoals het brute en gemene "When Demons Awake" waarop zanger Fabio Lioni, naast de muziek, gemener en intenser klinkt dan ooit en tevens wil ik nog even stil staan bij het nummer "Iamento Eroico", een volledig in het Italiaans gezongen powerballad die behoorlijk wat kippenvel weet op te wekken.
Verder zijn een aantal van de traditionele meebrullers zoals "Knightrider of Doom" en het titelnummer nog intenser en vetter dan ooit en slotstuk "Gargoyles, Angels of Darkness" is het tot dan toe langste en meest indringende, meeslepende Rhapsody-nummer die een album zal sieren.
Kortom: Power of the Dragonflame is een daverend slot-akkoord op de The Emerald Sword-saga en tevens het beste Rhapsody-album tot dan toe. Het cijfer moge dus duidelijk zijn. Topklasse!!
Drie albums en een EP zijn er voor nodig om toe te werken naar de slotfase van het verhaal die uiteengezet wordt in een ruim een uur durend, waanzinnig explosief powermetal-album, zoals alleen Rhapsody deze kan maken.
Qua intensiteit en energie weten ze zelfs alle voorgaande albums te overtreffen, want er staan louter knallers op Power of the Dragonflame. Compositorisch zitten de nummers stuk voor stuk fantastisch in elkaar, klinken zeer toegankelijk en worden er geen onnodige omwegen genomen binnen de muziek om naar een beukend resultaat toe te werken. Iets waar sommige nummers op voorgaande albums zo nu en dan nog een beetje last van hadden.
Power of the Dragonflame is gewoon knallen. Alles doet er toe: de geweldige coupletten, de uitzinnige refreinen en alle instrumenten zijn waanzinnig goed op elkaar afgestemd. Het is werkelijk één groot feest van begin tot eind!
Er staat werkelijk geen enkel zwak nummer op dit album en het heeft ook geen zin om er favorieten uit te halen: alle nummers staan als een huis!
Toch probeer ik het. Verrassingen zijn er namelijk nog wel, zoals het brute en gemene "When Demons Awake" waarop zanger Fabio Lioni, naast de muziek, gemener en intenser klinkt dan ooit en tevens wil ik nog even stil staan bij het nummer "Iamento Eroico", een volledig in het Italiaans gezongen powerballad die behoorlijk wat kippenvel weet op te wekken.
Verder zijn een aantal van de traditionele meebrullers zoals "Knightrider of Doom" en het titelnummer nog intenser en vetter dan ooit en slotstuk "Gargoyles, Angels of Darkness" is het tot dan toe langste en meest indringende, meeslepende Rhapsody-nummer die een album zal sieren.
Kortom: Power of the Dragonflame is een daverend slot-akkoord op de The Emerald Sword-saga en tevens het beste Rhapsody-album tot dan toe. Het cijfer moge dus duidelijk zijn. Topklasse!!
Rhapsody - Symphony of Enchanted Lands (1998)

4,0
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 28 september 2020, 23:19 uur
Niet zo goed als het debuut Legendary Tales, maar nog altijd een enorm ambitieus en episch klinkend metal-album waarop vooral de invloeden uit de klassieke muziek, maar ook film-muziek nog meer de overhand zouden krijgen. Iets waardoor Symphony of Enchanted Lands een avontuurlijke 'feel' met zich mee krijgt: nog meer gaat het verhaal, wat de band speciaal heeft bedacht voor de uiteenzetting van hun concept wat ze zouden verspreiden over meerdere albums, de aandacht opeisen. Of dat zo interessant is, valt te betwijfelen, want uiteindelijk staat of valt het met de muziek.
En op deze tweede langspeler van Rhapsody is de muziek niets meer dan waanzinnig te noemen. Complexer dit keer dan wat op het debuut Legendary Tales te horen valt en dat is niet altijd even goed, maar dat is slechts een klein minpunt.
De band, die overigens in dezelfde bezetting als op het debuut, verder aangevuld met bas-speler Alessandro Lotta, lijkt namelijk nog beter op elkaar ingespeelt en mede daardoor klinkt Symphony of Enchanted Lands strakker. Ook qua productie zijn er vorderingen gemaakt.
De band schiet vertrouwd uit de startblokken met o.a. "Emerald Sword" en "Wisdom of the Kings", twee knallers van de eerste orde die zo op het debuut-album hadden kunnen staan.
Vanaf "Heroes of the Lost Valley", waarmee ook de verteller van het verhaal geïntroduceerd wordt, begint de muziek nog meer epische proporties aan te nemen dan wat te horen valt op het debuut. De nummers duren langer en er gebeurt meer binnen de nummers; ze beluisteren is als het ware een avontuur op zich en dat zal wel de bedoeling zijn geweest.
Met het ruim dertien minuten durende titelnummer overtreft de band zichzelf door alle stijlen wat Rhapsody zo kenmerkt, te laten terugkomen in een soort van mini-epos. Niet per se het beste wat de band gemaakt heeft, maar alleen door de omvang alleen al, verdient het zeker lof.
Toch is Symphony of Enchanted Lands niet mijn favoriete plaat van de band. Het beklijft allemaal net even minder dan het debuut en tevens de kracht en impact op latere albums, ontbreekt gek genoeg een beetje.
Maakt het e.e.a. daarmee tot een mindere plaat? Zeer zeker niet. Symphony of Enchanted Lands is een voortreffelijke en gedurfde opvolger van het meesterlijke debuut en bevat zeer goede epische power-metal vermengt met allerlei bombastische en filmische passages die er als het ware voor zorgen dat het verhaal werkelijk waar tot leven komt en zijn eigen weg volgt naast de muziek. En dat is een prestatie op zich.
Een zeer goed en degelijk album dus, maar net even minder dan het debuut, wat een smaakgebonden dingetje zal zijn.
Maar ik wil niets bagatelliseren, dus toch een 4 voor Symphony of Enchanted Lands.
En op deze tweede langspeler van Rhapsody is de muziek niets meer dan waanzinnig te noemen. Complexer dit keer dan wat op het debuut Legendary Tales te horen valt en dat is niet altijd even goed, maar dat is slechts een klein minpunt.
De band, die overigens in dezelfde bezetting als op het debuut, verder aangevuld met bas-speler Alessandro Lotta, lijkt namelijk nog beter op elkaar ingespeelt en mede daardoor klinkt Symphony of Enchanted Lands strakker. Ook qua productie zijn er vorderingen gemaakt.
De band schiet vertrouwd uit de startblokken met o.a. "Emerald Sword" en "Wisdom of the Kings", twee knallers van de eerste orde die zo op het debuut-album hadden kunnen staan.
Vanaf "Heroes of the Lost Valley", waarmee ook de verteller van het verhaal geïntroduceerd wordt, begint de muziek nog meer epische proporties aan te nemen dan wat te horen valt op het debuut. De nummers duren langer en er gebeurt meer binnen de nummers; ze beluisteren is als het ware een avontuur op zich en dat zal wel de bedoeling zijn geweest.
Met het ruim dertien minuten durende titelnummer overtreft de band zichzelf door alle stijlen wat Rhapsody zo kenmerkt, te laten terugkomen in een soort van mini-epos. Niet per se het beste wat de band gemaakt heeft, maar alleen door de omvang alleen al, verdient het zeker lof.
Toch is Symphony of Enchanted Lands niet mijn favoriete plaat van de band. Het beklijft allemaal net even minder dan het debuut en tevens de kracht en impact op latere albums, ontbreekt gek genoeg een beetje.
Maakt het e.e.a. daarmee tot een mindere plaat? Zeer zeker niet. Symphony of Enchanted Lands is een voortreffelijke en gedurfde opvolger van het meesterlijke debuut en bevat zeer goede epische power-metal vermengt met allerlei bombastische en filmische passages die er als het ware voor zorgen dat het verhaal werkelijk waar tot leven komt en zijn eigen weg volgt naast de muziek. En dat is een prestatie op zich.
Een zeer goed en degelijk album dus, maar net even minder dan het debuut, wat een smaakgebonden dingetje zal zijn.
Maar ik wil niets bagatelliseren, dus toch een 4 voor Symphony of Enchanted Lands.
Rick Wakeman - The Classical Connection (1991)

3,5
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 31 januari 2010, 23:13 uur
The Classical Connection is, zoals in het CD-boekje vermeld, een verzameling van een aantal van de bekendste nummers van voorgaande albums van Rick Wakeman, uitgevoerd op een rustgevende en ietwat klassiek aandoende manier, op vooral piano, met keyboards, bas- en klassiek gitaar als begeleiding.
Alhoewel ik (helaas) niet bekend ben met de originele uitvoeringen, moet gezegd dat Rick het wel voor elkaar heeft gekregen om van de versies zoals ze op dit album staan, prachtige uitvoeringen te creëren. Als geheel klinkt het eigenlijk best overtuigend en ingetogen, met af en toe wat vlottere uitspattinkjes om het afwisselend genoeg te houden. Vooral de eerste helft van het album klinkt behoorlijk rustiek, ondanks dat toch duidelijk te horen is wat voor een virtuoos Rick wel niet is op de piano. Dit overigens zonder echt overdreven over te komen, wat de muziek anders niet ten goede zou zijn gekomen.
Vanaf no. 6 begint de muziek over de gehele linie sneller en opgewekter te klinken, met "Merlin the Magician" als opvallend voorbeeld vanwege het onverwachtse snelle stuk wat erin opduikt.
Op "Catherine Howard" zijn talloze muziekstijlen door elkaar heen verweven, wat zorgt voor een zeer afwisselend en tamelijk prettig in het gehoor liggend stuk muziek. "Catherine of Aragon" heeft bepaalde fragmenten in zich, waaraan je kan afhoren, dat het oorspronkelijk een rock-georiënteerd nummer is. Toch kent dit nummer ook z'n vreedzame momenten.
"Finale (Incorporating Julia)" sluit het album op een passende wijze af, door bepaalde thema's en andere ingrediënten die dit album kenmerkt nog eens in één nummer samen te laten komen.
Hoewel geen persoonlijke hoogvlieger voor mij, moet ik toch bekennen, dat dit album een bepaalde charme over zich heeft, die het tot een aangename plaat maakt, waar prima naar te luisteren en te relaxen valt. Kortom, een album die erom vraagt om opgezet te worden, om je daarna eens goed te laten wegzakken in je meest comfortabele stoel, met een goed glas wijn en evt. een passende goede sigaar binnen handbereik.
Een ruime 3,5 geef ik dan ook als slot-akkoord voor dit album.
Alhoewel ik (helaas) niet bekend ben met de originele uitvoeringen, moet gezegd dat Rick het wel voor elkaar heeft gekregen om van de versies zoals ze op dit album staan, prachtige uitvoeringen te creëren. Als geheel klinkt het eigenlijk best overtuigend en ingetogen, met af en toe wat vlottere uitspattinkjes om het afwisselend genoeg te houden. Vooral de eerste helft van het album klinkt behoorlijk rustiek, ondanks dat toch duidelijk te horen is wat voor een virtuoos Rick wel niet is op de piano. Dit overigens zonder echt overdreven over te komen, wat de muziek anders niet ten goede zou zijn gekomen.
Vanaf no. 6 begint de muziek over de gehele linie sneller en opgewekter te klinken, met "Merlin the Magician" als opvallend voorbeeld vanwege het onverwachtse snelle stuk wat erin opduikt.
Op "Catherine Howard" zijn talloze muziekstijlen door elkaar heen verweven, wat zorgt voor een zeer afwisselend en tamelijk prettig in het gehoor liggend stuk muziek. "Catherine of Aragon" heeft bepaalde fragmenten in zich, waaraan je kan afhoren, dat het oorspronkelijk een rock-georiënteerd nummer is. Toch kent dit nummer ook z'n vreedzame momenten.
"Finale (Incorporating Julia)" sluit het album op een passende wijze af, door bepaalde thema's en andere ingrediënten die dit album kenmerkt nog eens in één nummer samen te laten komen.
Hoewel geen persoonlijke hoogvlieger voor mij, moet ik toch bekennen, dat dit album een bepaalde charme over zich heeft, die het tot een aangename plaat maakt, waar prima naar te luisteren en te relaxen valt. Kortom, een album die erom vraagt om opgezet te worden, om je daarna eens goed te laten wegzakken in je meest comfortabele stoel, met een goed glas wijn en evt. een passende goede sigaar binnen handbereik.
Een ruime 3,5 geef ik dan ook als slot-akkoord voor dit album.
Rick Wakeman - The Classical Connection 2 (1993)

3,5
1
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 16 mei 2014, 21:58 uur
Dit vervolg op The Classical Connection is wederom een goed voorbeeld van hoe goed Rick Wakeman de toetsen beheerst.
T.o.v. het eerste deel, klinkt dit album een stuk drukker, opgewekter en afwisselender. Het ene moment steelt Rick de show op de (elektrische) piano, het volgende moment pingelt hij als een malle op zijn overige toetsen-instrumenten.
Sommige stukken zijn live (wat overigens blijkbaar ook al het geval scheen te zijn op The Classical Connection), getuige het geklap aan het eind van bepaalde nummers, andere weer niet. Althans, niet dat ik weet.
Ook nu weer zijn het (voor zover ik weet) bestaande stukken, die Rick opnieuw in een meer klassiek jasje heeft gestoken, alhoewel je ook wel duidelijk de rock-invloeden uit sommige nummers weet te halen.
Het album bevat 2 covers, teweten "Eleanor Rigby" van The Beatles en "Summertime" van Gershwin.
In tegenstelling tot (denk ik) iedere andere MusicMeter-gebruiker, heb ik een hekel aan The Beatles. Als kind heb ik het tot in den treuren moeten aanhoren (bedankt pa
), maar dat is niet de enige reden. Ik heb er gewoon NIETS mee. Maar dat neemt niet weg dat Rick's versie van "Eleanor Rigby" helemaal niet verkeerd is. De manier hoe Rick dit nummer bewerkt heeft, zorgt voor een totaal andere luisterervaring, waardoor ik het dus wel op deze wijze kan hebben. En vergeet de smaakvolle gitaar-partijen van David Paton niet, die overigens ook op andere nummers te horen is en ook al meedeed op The Classical Connection. Naar het schijnt heeft Rick "Eleanor Rigby" dusdanig muzikaal benaderd, dat het in de stijl is geworden van één van zijn favoriete klassieke componisten, teweten Prokokiev.
De andere cover is "Summertime" van Gershwin, en alhoewel spetterend uitgevoerd, heb ik hier minder mee.
De overige nummers zijn dus nieuwe uitvoeringen van oudere nummers van Rick Wakeman zelf, zoals bijvoorbeeld het prachtig ingetogen "Birdman of Alcatraz", wat oorspronkelijk op Criminal Record is terug te vinden.
Andere toppers zijn het opgefokte "Opus 1" (Vangelis meets Klaus Schulze), het mooie "Pont Street" (Yanni-invloeden) en afsluiter "Art and Soul" is zelfs lichtelijk magistraal te noemen.
Al met al een erg leuk album dit. Niet alles vind ik even sterk, maar ik kan voor de rest aardig uit de voeten met dit album en is dan ook een prima opvolger van het eerste Classical Connection-album. De echte Rick Wakeman-fanaten zullen dit waarschijnlijk te soft en te New Age vinden, maar dat boeit me niet. Blijkbaar hoor ik Rick graag zo, getuige de rest van de albums die ik van hem heb, waaronder de Aspirant-trilogie en het overigens weergaloze 2000 AD Into the Future.
T.o.v. het eerste deel, klinkt dit album een stuk drukker, opgewekter en afwisselender. Het ene moment steelt Rick de show op de (elektrische) piano, het volgende moment pingelt hij als een malle op zijn overige toetsen-instrumenten.
Sommige stukken zijn live (wat overigens blijkbaar ook al het geval scheen te zijn op The Classical Connection), getuige het geklap aan het eind van bepaalde nummers, andere weer niet. Althans, niet dat ik weet.
Ook nu weer zijn het (voor zover ik weet) bestaande stukken, die Rick opnieuw in een meer klassiek jasje heeft gestoken, alhoewel je ook wel duidelijk de rock-invloeden uit sommige nummers weet te halen.
Het album bevat 2 covers, teweten "Eleanor Rigby" van The Beatles en "Summertime" van Gershwin.
In tegenstelling tot (denk ik) iedere andere MusicMeter-gebruiker, heb ik een hekel aan The Beatles. Als kind heb ik het tot in den treuren moeten aanhoren (bedankt pa
), maar dat is niet de enige reden. Ik heb er gewoon NIETS mee. Maar dat neemt niet weg dat Rick's versie van "Eleanor Rigby" helemaal niet verkeerd is. De manier hoe Rick dit nummer bewerkt heeft, zorgt voor een totaal andere luisterervaring, waardoor ik het dus wel op deze wijze kan hebben. En vergeet de smaakvolle gitaar-partijen van David Paton niet, die overigens ook op andere nummers te horen is en ook al meedeed op The Classical Connection. Naar het schijnt heeft Rick "Eleanor Rigby" dusdanig muzikaal benaderd, dat het in de stijl is geworden van één van zijn favoriete klassieke componisten, teweten Prokokiev.De andere cover is "Summertime" van Gershwin, en alhoewel spetterend uitgevoerd, heb ik hier minder mee.
De overige nummers zijn dus nieuwe uitvoeringen van oudere nummers van Rick Wakeman zelf, zoals bijvoorbeeld het prachtig ingetogen "Birdman of Alcatraz", wat oorspronkelijk op Criminal Record is terug te vinden.
Andere toppers zijn het opgefokte "Opus 1" (Vangelis meets Klaus Schulze), het mooie "Pont Street" (Yanni-invloeden) en afsluiter "Art and Soul" is zelfs lichtelijk magistraal te noemen.
Al met al een erg leuk album dit. Niet alles vind ik even sterk, maar ik kan voor de rest aardig uit de voeten met dit album en is dan ook een prima opvolger van het eerste Classical Connection-album. De echte Rick Wakeman-fanaten zullen dit waarschijnlijk te soft en te New Age vinden, maar dat boeit me niet. Blijkbaar hoor ik Rick graag zo, getuige de rest van de albums die ik van hem heb, waaronder de Aspirant-trilogie en het overigens weergaloze 2000 AD Into the Future.
Rick Wakeman - The Seven Wonders of the World (1995)

3,0
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 21 maart 2010, 12:13 uur
Wel eens van liftmuziek gehoord? Ongetwijfeld!! Een hoop mensen zullen dit album daar namelijk onder categoriseren. Waarschijnlijk hebben ze nog gelijk ook! Toch is het nogal gemakkelijk om muziek als dit al gauw te bestempelen als liftmuziek. Tenminste, als je niet de moeite neemt om de muziek goed tot je in te laten werken.
Nu moet ik wel bekennen, dat ik daar toch nogal wat moeite mee had, zelfs tijdens meerdere luisterbeurten. The Seven Wonders of the World is namelijk een nogal New Age-achtig album (waar ik over het algemeen niet eens wat op tegen heb), waarop Rick Wakeman middelmatig keyboard-materiaal voorschoteld die vooral herkenbaar wordt, zodra Rick zijn kenmerkende solo's op me afvuurt. Voor de rest kabbelt het nogal door op een manier, zoals dat het gehele album eigenlijk gaat.
Op z'n tijd klinkt het best wel eens opzwepend en goed, maar dat zijn slechts luttele momenten. Voorbeelden zijn het mooie, opbouwende "The Pharos of Alexandria", het exotisch klinkende "The Hanging Gardens of Babylon" en goede solo's op "The Mausoleum at Halicarnassus". Ook de gesproken stukjes door acteur Garfield Morgan die wat vertelt over het desbetreffende wereldwonder siert het album redelijk op.
Muzikaal gezien is dit album enigzins te vergelijken met bijvoorbeeld 2000 AD Into the Future, maar waar dát album van begin tot eind energierijk, dynamisch en afwisselend klinkt en een behoorlijk levendige stempel op de muziek drukt, is dit album veel slomer, futlozer en minder geïnspireerd van aard. Tevens vind ik de muziek ook niet echt slaan op de aard van het algehele thema van het album. Ik bedoel: de muziek op bijvoorbeeld "The Pyramids of Egypt" ademt geen enkel moment de sfeervolle ambiance uit, die het zou moeten doen. Het is gewoon lauw, ietwat saai doorkabbelend keyboard-geriedel. Terwijl ik weet, dat Rick véél beter kan. Zelfs met muziek zoals dit.
Wat overblijft is muziek wat voor op de achtergrond, tijdens bijvoorbeeld huishoudelijke werkzaamheden, nauwelijks storend is. Maar nergens is het ook maar enigzins de moeite waard, om hier eens lekker goed voor te gaan zitten. Het wordt dan al snel een slaapverwekkende zit.
Een magere 3 punten waard...
Nu moet ik wel bekennen, dat ik daar toch nogal wat moeite mee had, zelfs tijdens meerdere luisterbeurten. The Seven Wonders of the World is namelijk een nogal New Age-achtig album (waar ik over het algemeen niet eens wat op tegen heb), waarop Rick Wakeman middelmatig keyboard-materiaal voorschoteld die vooral herkenbaar wordt, zodra Rick zijn kenmerkende solo's op me afvuurt. Voor de rest kabbelt het nogal door op een manier, zoals dat het gehele album eigenlijk gaat.
Op z'n tijd klinkt het best wel eens opzwepend en goed, maar dat zijn slechts luttele momenten. Voorbeelden zijn het mooie, opbouwende "The Pharos of Alexandria", het exotisch klinkende "The Hanging Gardens of Babylon" en goede solo's op "The Mausoleum at Halicarnassus". Ook de gesproken stukjes door acteur Garfield Morgan die wat vertelt over het desbetreffende wereldwonder siert het album redelijk op.
Muzikaal gezien is dit album enigzins te vergelijken met bijvoorbeeld 2000 AD Into the Future, maar waar dát album van begin tot eind energierijk, dynamisch en afwisselend klinkt en een behoorlijk levendige stempel op de muziek drukt, is dit album veel slomer, futlozer en minder geïnspireerd van aard. Tevens vind ik de muziek ook niet echt slaan op de aard van het algehele thema van het album. Ik bedoel: de muziek op bijvoorbeeld "The Pyramids of Egypt" ademt geen enkel moment de sfeervolle ambiance uit, die het zou moeten doen. Het is gewoon lauw, ietwat saai doorkabbelend keyboard-geriedel. Terwijl ik weet, dat Rick véél beter kan. Zelfs met muziek zoals dit.
Wat overblijft is muziek wat voor op de achtergrond, tijdens bijvoorbeeld huishoudelijke werkzaamheden, nauwelijks storend is. Maar nergens is het ook maar enigzins de moeite waard, om hier eens lekker goed voor te gaan zitten. Het wordt dan al snel een slaapverwekkende zit.
Een magere 3 punten waard...
Robert Berry - A Soundtrack for 'The Wheel of Time' (2000)

3,0
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 17 april 2011, 23:00 uur
A Soundtrack for The Wheel of Time is een muzikale ode aan de enorme The Wheel of Time fantasy-boekenreeks van schrijver Robert Jordan. Deze omvangrijke serie boeken die Jordan niet eens af heeft kunnen maken, aangezien hij in 2007 aan een hartziekte overleedt, heeft vele liefhebbers en fans van het fantasy-genre geïnspireerd, ondanks de vele kritiek die de serie in latere delen over zich heen kreeg (en terecht...). Gelukkig zal Brandon Sanderson dankzij ontelbare nota's van Jordan de serie in 2012 gaan afronden en komt er toch nog een eind aan dit gigantische epos.
Jaren geleden heb ik de boeken zelf ook gelezen, maar helaas zonk de moed me in de schoenen, toen ik aan deel 10 begon. De enorm breed uitwaaierende verhaallijnen waren me wat teveel geworden. Toch zal ik ooit op een dag de serie opnieuw gaan lezen en afronden, aangezien ik gewoon wil weten hoe het afloopt. En dan neem ik al die honderden bladzijden waar eigenlijk niets in gebeurd maar voor lief.
Echter vrees ik dat dat alleen nog maar gaat gebeuren als ik werkelijk totaal niet meer weet wat ik anders moet doen en ook totaal geen sociaal leven meer heb
!!
Toen ik pas net begonnen was aan de serie en me met al mijn enthousiasme er als het ware op had gestort, liep ik bij Plato in Utrecht deze soundtrack tegen het lijf. Eigenlijk stom toeval, aangezien ik het album daarna nooit meer gezien heb.
De muziek is grotendeels instrumentaal en dient voornamelijk als sfeervolle achtergrondmuziek, tijdens bijvoorbeeld het lezen van de boeken zelf. M.u.v. een aantal pakkende nummers, staan er helaas ook een hoop holle vullertjes op, die in mijn optiek meer dienst doen als gebakken lucht, dan dat ik het muzikaal nou zo heel erg bijzonder vind.
Al met al is het wel een leuk album om in m'n bezit te hebben. Het heeft soms best wel zo z'n momenten, alleen bijzonder of uitstekend wordt het i.m.o. eigenlijk nergens.
Overigens is de muziek een kruising tussen symfonische rock, folk en electronische, soundscape-achtige stukken met praktisch alleen in het begin wat zang-partijen.
Een typisch geval van: leuk om te hebben...
Jaren geleden heb ik de boeken zelf ook gelezen, maar helaas zonk de moed me in de schoenen, toen ik aan deel 10 begon. De enorm breed uitwaaierende verhaallijnen waren me wat teveel geworden. Toch zal ik ooit op een dag de serie opnieuw gaan lezen en afronden, aangezien ik gewoon wil weten hoe het afloopt. En dan neem ik al die honderden bladzijden waar eigenlijk niets in gebeurd maar voor lief.
Echter vrees ik dat dat alleen nog maar gaat gebeuren als ik werkelijk totaal niet meer weet wat ik anders moet doen en ook totaal geen sociaal leven meer heb
!!Toen ik pas net begonnen was aan de serie en me met al mijn enthousiasme er als het ware op had gestort, liep ik bij Plato in Utrecht deze soundtrack tegen het lijf. Eigenlijk stom toeval, aangezien ik het album daarna nooit meer gezien heb.
De muziek is grotendeels instrumentaal en dient voornamelijk als sfeervolle achtergrondmuziek, tijdens bijvoorbeeld het lezen van de boeken zelf. M.u.v. een aantal pakkende nummers, staan er helaas ook een hoop holle vullertjes op, die in mijn optiek meer dienst doen als gebakken lucht, dan dat ik het muzikaal nou zo heel erg bijzonder vind.
Al met al is het wel een leuk album om in m'n bezit te hebben. Het heeft soms best wel zo z'n momenten, alleen bijzonder of uitstekend wordt het i.m.o. eigenlijk nergens.
Overigens is de muziek een kruising tussen symfonische rock, folk en electronische, soundscape-achtige stukken met praktisch alleen in het begin wat zang-partijen.
Een typisch geval van: leuk om te hebben...
Robert Rich & Ian Boddy - Lithosphere (2005)

3,5
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 10 augustus 2015, 23:11 uur
Na het succes van Outpost, kon een vervolg niet uitblijven, dus was het niet meer dan logisch dat de heren Ian Boddy en Robert Rich met een opvolger zouden komen. Een opvolger die in 2005 het levenslicht zou zijn in de vorm van Lithosphere. Een album die voor een deel in het verlengde licht van Outpost, maar voor een ander deel ook niet.
Het resultaat is een bijzonder, dapper album, een album wat overigens net zoals Outpost gevuld is met redelijk zware kost. Wat niet erg hoeft te zijn, ware het niet dat ook Lithosphere, ondanks de goede bedoelingen, net zoals Outpost last heeft van het net-niet gevoel bij mij.
"Threshold" begint met spookachtige, galmende klanken en luidt het album op een inktzwarte, sombere en dreigende manier in. De toon is dus direct vanaf het begin behoorlijk kil en duister.
Na dit korte, maar overtuigende intro is het tijd voor "Vent", een compositie die qua stijl zo op Outpost had kunnen staan, ware het niet dat het productioneel wel een stuk voller en helderder klinkt. Het is een combi van vreemdsoortige klanken, een al even vreemdsoortig ritme, grillige geluidseffecten en daaroverheen het kenmerkende geluid van de lap steel gitaar van Robert Rich.
Na het veelbelovende intro klinkt "Vent" toch net iets te terughoudend om echt indruk te maken, ondanks dat de stijl die Boddy en Rich hanteren, herkenbaar is. Echter is het het zoekende, dwalende karakter van de muziek die niet helemaal wil pakken.
Gelukkig is "Chamber" alweer wat beter. Een vlotter en lichter, aangenamer ritme zorgt voor een heerlijke 'flow', terwijl Rich zijn gitaar-harmonieën ongemerkt door laat zweven, op dezelfde wijze als tijdens "Vent".
Mooie, sfeervolle muzikale omlijstingen op de synths zorgen echter wel dat de sfeer nu opeens aanmerkelijk warmer en gastvrijer en lang niet zo kil meer klinkt als op de vorige tracks. En dat is nieuw binnen de muziek van Ian Boddy en Robert Rich, aangezien vooral Outpost een zeer duister en koud karakter uitademt. Iets waar ze dus op Lithosphere voor een deel een stokje voor steken.
Wanneer de muziek tot rust komt, lijkt er een soort wind op te steken die niets dan onheil aankondigt, echter is dit slechts schijn. Het breekbare, beeldschone klanktapijt die uit deze wind langzaam naar voren komt, is namelijk van een ongekende schoonheid. Maar wel een schoonheid van kwetsbare proporties. Niet voor niets heet dit nummer dan ook "Glass".
De pracht en praal van "Glass" duurt met zijn 3:40 eigenlijk aan de veel te korte kant, echter is het niet anders en slaat het roer voor een deel om met "Subduction".
Het is weer over met de vredige kant van het karakter van deze plaat en langzaam gaan we weer over naar een meer grijs gebied waarin het niet duidelijk is of de toon nu vredig of grimmig is. Het levert een combi op van kwetsbare, zweverige en zoekende klanken die in het luchtledige lijken te zweven, terwijl een lichte ritmische ondersteuning voor een soort van kabbelend, springerig karakter zorgen.
Aan het eind van "Subduction" blijven de klanken als het ware in de lucht drijven om langzaam over te gaan in een geheel andere, nogal vreemde, ritmische omlijsting middels "Geode".
Op een gegeven moment doen pingelende klanken hun intrede en zorgen de steeds aanwezige, zweverige klanken voor een ijl en verheven sfeertje.
De muziek wordt op een gegeven moment wat indringender en intrigerender, als de ritmiek wat nadrukkelijk wordt en de klankomlijsting meer op de voorgrond lijkt te komen.
Toch blijft de muziek erg behoudend en tegelijkertijd zoekend klinken, waardoor de algehele sfeer wederom weer aan de ene kant vredig, maar aan de andere kant ook wel weer dreigend overkomt.
Als de ritmiek wegvalt, kondigen rommelende, schuivende en krakende bewegingen zich aan en kondigen op deze manier "Stone" aan. Het is werkelijk net alsof één of ander afschuwelijk wezen zich een weg probeert te klauwen door de puinhopen van een ingestort gebouw.
Op een gegeven moment klinkt de muziek net, alsof ergens in de restanten van het complex, wezens aan het graven zijn in de diepe krochten van de puinzooi, terwijl onschuldige, kwetsbare zielen zich proberen een uitweg te vinden in deze benauwende situatie.
Eenmaal ontsnapt uit de overblijfselen, is het net of ik me bevind op een locatie, waar het aardedonker is en het daardoor nog steeds niet duidelijk is op welke locatie ik ben. Vanuit de duisternis van "Metamorphic" zijn wel allerlei geluiden te horen, echter lijken deze overal en nergens vandaan te komen. Deze klinken dusdanig onheilspellend, dat ik het liefst weer zou wegkruipen in de valse bescherming van het vreemdsoortige, ineengestorte bouwwerk.
Uiteindelijk gaan deze klanken voller en luider klinken en zijn er op een gegeven moment lichten aan de hemel te zien. Lichten afkomstig van engelachtige wezens of zijn het zoeklichten, afkomstig van vliegtuigen of misschien zelfs ruimtevoertuigen, die op zoek zijn naar overlevenden? En zijn ze goed- of kwaadgezind?
Na dit toch wel sterk staaltje duistere ambient, wordt ik uit m'n aangename, dromerige roes ontwaakt, wanneer het titelnummer erin knalt.
En andermaal is het titelnummer een combi van aparte ritmiek met daaroverheen de warm klinkende synths van Boddy en de huilerig klinkende lap steel gitaar van Rich.
"Lithosphere" eindigt als een zweverige substantie en gaat ongemerkt over in het slot van de plaat, "Melt".
Mooie, aanzwellende synths nemen het langzaam over en zorgen zowaar voor een zeer mooi slot.
Hoe opvallend is het dan ook dat Lithosphere dit keer eindigt met licht aan het eind van de tunnel. Licht wat weliswaar op een gegeven moment steeds kleiner en kleiner wordt, als de muziek steeds verder wegsterft, totdat het op een gegeven moment gereduceerd is tot een lichtpuntje zo groot als een speldenknopje.
Daar waar Outpost, het eerste wapenfeit van Ian Boddy en Robert Rich, een over de gehele linie behoorlijk duister en kil album is, is Lithosphere dat dit keer slechts voor een deel.
Dat maakt dit album aan de ene kant best interessant, omdat de tracks onderling zich dus afwisselen tussen twee uitersten. Oftewel, het ene moment klinkt de muziek als de soundtrack van je angstigste dromen en het andere moment is het alsof je je in de hemel bevindt.
Echter heeft Lithosphere wel hetzelfde probleem als Outpost: het is een behoorlijk lastig te doorgronden, moeilijk album. Een uitdaging om naar te luisteren. Wat niet eens een probleem hoeft te zijn. Maar wel als de muziek, om wat voor reden dan ook, niet over de gehele linie weet te overtuigen. Hoe knap en ingenieus het ook in elkaar steekt. '
Het kwartje wil maar niet vallen, ook na meerdere luisterbeurten.
Maar gelukkig heeft Lithosphere ook zeker z'n momenten, wat er toch voor zorgt dat dit album toch weer net boven het gemiddelde uitkomt. Deze momenten zitten 'm dit keer in de prachtige, ingetogen, tegelijkertijd minimaal klinkende momenten die dit album voor een deel kenmerken. Deze zorgen voor een afwisselende verademing en voor een toch ook weer meer dan aardige luisterervaring.
En ondanks dat het zeker te horen is dat beide heren in hun element zijn, kan het duo Ian Boddy en Robert Rich me toch ook op dit tweede album gek genoeg niet over de gehele linie boeien.
Maar wie op zoek is naar een portie uitdagende en pittige ambient-electronica, kan ik Lithosphere wel aanbevelen.
Het resultaat is een bijzonder, dapper album, een album wat overigens net zoals Outpost gevuld is met redelijk zware kost. Wat niet erg hoeft te zijn, ware het niet dat ook Lithosphere, ondanks de goede bedoelingen, net zoals Outpost last heeft van het net-niet gevoel bij mij.
"Threshold" begint met spookachtige, galmende klanken en luidt het album op een inktzwarte, sombere en dreigende manier in. De toon is dus direct vanaf het begin behoorlijk kil en duister.
Na dit korte, maar overtuigende intro is het tijd voor "Vent", een compositie die qua stijl zo op Outpost had kunnen staan, ware het niet dat het productioneel wel een stuk voller en helderder klinkt. Het is een combi van vreemdsoortige klanken, een al even vreemdsoortig ritme, grillige geluidseffecten en daaroverheen het kenmerkende geluid van de lap steel gitaar van Robert Rich.
Na het veelbelovende intro klinkt "Vent" toch net iets te terughoudend om echt indruk te maken, ondanks dat de stijl die Boddy en Rich hanteren, herkenbaar is. Echter is het het zoekende, dwalende karakter van de muziek die niet helemaal wil pakken.
Gelukkig is "Chamber" alweer wat beter. Een vlotter en lichter, aangenamer ritme zorgt voor een heerlijke 'flow', terwijl Rich zijn gitaar-harmonieën ongemerkt door laat zweven, op dezelfde wijze als tijdens "Vent".
Mooie, sfeervolle muzikale omlijstingen op de synths zorgen echter wel dat de sfeer nu opeens aanmerkelijk warmer en gastvrijer en lang niet zo kil meer klinkt als op de vorige tracks. En dat is nieuw binnen de muziek van Ian Boddy en Robert Rich, aangezien vooral Outpost een zeer duister en koud karakter uitademt. Iets waar ze dus op Lithosphere voor een deel een stokje voor steken.
Wanneer de muziek tot rust komt, lijkt er een soort wind op te steken die niets dan onheil aankondigt, echter is dit slechts schijn. Het breekbare, beeldschone klanktapijt die uit deze wind langzaam naar voren komt, is namelijk van een ongekende schoonheid. Maar wel een schoonheid van kwetsbare proporties. Niet voor niets heet dit nummer dan ook "Glass".
De pracht en praal van "Glass" duurt met zijn 3:40 eigenlijk aan de veel te korte kant, echter is het niet anders en slaat het roer voor een deel om met "Subduction".
Het is weer over met de vredige kant van het karakter van deze plaat en langzaam gaan we weer over naar een meer grijs gebied waarin het niet duidelijk is of de toon nu vredig of grimmig is. Het levert een combi op van kwetsbare, zweverige en zoekende klanken die in het luchtledige lijken te zweven, terwijl een lichte ritmische ondersteuning voor een soort van kabbelend, springerig karakter zorgen.
Aan het eind van "Subduction" blijven de klanken als het ware in de lucht drijven om langzaam over te gaan in een geheel andere, nogal vreemde, ritmische omlijsting middels "Geode".
Op een gegeven moment doen pingelende klanken hun intrede en zorgen de steeds aanwezige, zweverige klanken voor een ijl en verheven sfeertje.
De muziek wordt op een gegeven moment wat indringender en intrigerender, als de ritmiek wat nadrukkelijk wordt en de klankomlijsting meer op de voorgrond lijkt te komen.
Toch blijft de muziek erg behoudend en tegelijkertijd zoekend klinken, waardoor de algehele sfeer wederom weer aan de ene kant vredig, maar aan de andere kant ook wel weer dreigend overkomt.
Als de ritmiek wegvalt, kondigen rommelende, schuivende en krakende bewegingen zich aan en kondigen op deze manier "Stone" aan. Het is werkelijk net alsof één of ander afschuwelijk wezen zich een weg probeert te klauwen door de puinhopen van een ingestort gebouw.
Op een gegeven moment klinkt de muziek net, alsof ergens in de restanten van het complex, wezens aan het graven zijn in de diepe krochten van de puinzooi, terwijl onschuldige, kwetsbare zielen zich proberen een uitweg te vinden in deze benauwende situatie.
Eenmaal ontsnapt uit de overblijfselen, is het net of ik me bevind op een locatie, waar het aardedonker is en het daardoor nog steeds niet duidelijk is op welke locatie ik ben. Vanuit de duisternis van "Metamorphic" zijn wel allerlei geluiden te horen, echter lijken deze overal en nergens vandaan te komen. Deze klinken dusdanig onheilspellend, dat ik het liefst weer zou wegkruipen in de valse bescherming van het vreemdsoortige, ineengestorte bouwwerk.
Uiteindelijk gaan deze klanken voller en luider klinken en zijn er op een gegeven moment lichten aan de hemel te zien. Lichten afkomstig van engelachtige wezens of zijn het zoeklichten, afkomstig van vliegtuigen of misschien zelfs ruimtevoertuigen, die op zoek zijn naar overlevenden? En zijn ze goed- of kwaadgezind?
Na dit toch wel sterk staaltje duistere ambient, wordt ik uit m'n aangename, dromerige roes ontwaakt, wanneer het titelnummer erin knalt.
En andermaal is het titelnummer een combi van aparte ritmiek met daaroverheen de warm klinkende synths van Boddy en de huilerig klinkende lap steel gitaar van Rich.
"Lithosphere" eindigt als een zweverige substantie en gaat ongemerkt over in het slot van de plaat, "Melt".
Mooie, aanzwellende synths nemen het langzaam over en zorgen zowaar voor een zeer mooi slot.
Hoe opvallend is het dan ook dat Lithosphere dit keer eindigt met licht aan het eind van de tunnel. Licht wat weliswaar op een gegeven moment steeds kleiner en kleiner wordt, als de muziek steeds verder wegsterft, totdat het op een gegeven moment gereduceerd is tot een lichtpuntje zo groot als een speldenknopje.
Daar waar Outpost, het eerste wapenfeit van Ian Boddy en Robert Rich, een over de gehele linie behoorlijk duister en kil album is, is Lithosphere dat dit keer slechts voor een deel.
Dat maakt dit album aan de ene kant best interessant, omdat de tracks onderling zich dus afwisselen tussen twee uitersten. Oftewel, het ene moment klinkt de muziek als de soundtrack van je angstigste dromen en het andere moment is het alsof je je in de hemel bevindt.
Echter heeft Lithosphere wel hetzelfde probleem als Outpost: het is een behoorlijk lastig te doorgronden, moeilijk album. Een uitdaging om naar te luisteren. Wat niet eens een probleem hoeft te zijn. Maar wel als de muziek, om wat voor reden dan ook, niet over de gehele linie weet te overtuigen. Hoe knap en ingenieus het ook in elkaar steekt. '
Het kwartje wil maar niet vallen, ook na meerdere luisterbeurten.
Maar gelukkig heeft Lithosphere ook zeker z'n momenten, wat er toch voor zorgt dat dit album toch weer net boven het gemiddelde uitkomt. Deze momenten zitten 'm dit keer in de prachtige, ingetogen, tegelijkertijd minimaal klinkende momenten die dit album voor een deel kenmerken. Deze zorgen voor een afwisselende verademing en voor een toch ook weer meer dan aardige luisterervaring.
En ondanks dat het zeker te horen is dat beide heren in hun element zijn, kan het duo Ian Boddy en Robert Rich me toch ook op dit tweede album gek genoeg niet over de gehele linie boeien.
Maar wie op zoek is naar een portie uitdagende en pittige ambient-electronica, kan ik Lithosphere wel aanbevelen.
Robert Rich & Ian Boddy - Outpost (2002)

3,5
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 9 augustus 2015, 23:57 uur
Outpost is de eerste samenwerking tussen electronica-grootmeester Ian Boddy en ambient-specialist Robert Rich en laat een redelijk intrigerende, maar ook moeilijke vorm van ambient-electronica horen die helaas niet over de gehele linie even sterk is.
De samenwerking tussen beide heren bleek ondanks dat wel een succes en dit zou ervoor zorgen dat het niet alleen bij deze release zou blijven.
Vreemde (radio)-signalen starten het album en maken ruimte voor al even vreemde percussieklanken en luiden op deze manier "First Outpost" in.
Echter is "First Outpost" slechts het intro, en na anderhalve minuut gaat deze over in "Ice Fields".
Excentrieke percussieklanken komen tot leven en op de voorgrond zijn naargeestige, galmende, en zweverige klanken te horen afkomstig van de lap steelgitaar van Robert Rich.
Het is al met al een vreemdsoortige combinatie van ambient-klanken en is aardig om naar te luisteren, maar wil me niet helemaal bekoren. De structuur van de compositie grijpt me niet en dreigt als los zand tussen mijn vingers door te glippen.
Het wordt allemaal gelukkig wel beter met "Methane", wat een minimaal, doch aantrekkelijk stukje ambient laat horen.
Een bepaalde vorm van structuur keert terug in de muziek tijdens "Lagrange Point", een bijzondere compositie waarbij een bubbelende drone voor een soort van ritmische ondergrond zorgt, terwijl eenzame, droevige, ja zelfs huilerige klanken als het ware in het luchtledige zweven. Het krikt het niveau van het album ook zeker een paar graden op.
Het nummer gaat over in "Link Lost" en laat een galactische storm over me heen komen. In deze storm lijken broeierige, galmende en zoemende klanken verborgen te zitten die langzaam naar voren komen. Een stem die uit een radio lijkt te komen, is ver op de achtergrond te horen.
Op een gegeven moment lijkt er iets van een galmende, tegelijkertijd fluisterende robotstem te horen te zijn, totdat er een soort van kalmerend 'slaapdeuntje' te horen is. Zodra dit 'slaapdeuntje' verdwijnt, zijn er enkel nog galmende klanken te horen die soms samen gaan met geheimzinnige percussieklanken.
Het is een vreemd muzikaal gebeuren en ondanks dat het zeker heel origineel klinkt, lijkt "Link Lost" toch niet helemaal tot leven te willen komen. Het is pure ambient wat de klok slaat, maar wel eentje van het soort waarin het op de één of andere reden moeilijk in op te gaan is. Iets waar ik doorgaans eigenlijk geen last van heb.
Het resultaat is een toch wel redelijk moeizame tien minuten durende spectrum van klanken.
Een ritmische ondergrond luidt "State of Flux" in en laat weer wat meer leven in de brouwerij komen.
Mooie akkoorden op de synths zorgen voor een warme deken, wat als een verademing klinkt, aangezien de muziek tot nu toe behoorlijk koud en kil heeft geklonken.
Een geheimzinnig, dreigend thema bouwt op tot heuse proporties en zorgt opeens voor een fikse dosis spanning binnen de muziek. Iets wat Outpost tot nu toe redelijk miste.
In ieder geval zorgen de genoemde elementen voor een opmerkelijke, ja zelfs redelijk toegankelijke compositie, die, ondanks dat de sfeer behoorlijk duister en ruw blijft, rustig als één van de beste nummers van het album beschouwd mag worden.
Na dit hoogtepunt volgt "Tuning In" en we zijn weer terug in het niemandsland van de minimale ambient-soundscapes die een groot deel van dit album kenmerkt. Echter klinkt het dit keer weer wat aangrijpender dan veel van de richtingloze ambient waar vooral het begin van de plaat nogal last van heeft.
Knerpende, krakende klanken zorgen voor de nodige spanning, terwijl mooie, galmende klanken steeds meer lijken te groeien totdat er zowaar een aantal flinke, lage aanslagen op een piano te horen zijn die voor een majestueus karakter zorgen binnen de muziek.
Zoemende, trillende klanken zweven langzaam naar de voorgrond en laten uiteindelijk de galmende klanken in eenzaamheid achter....
....en gaan over in "Tuning Out".
En met de muziek van deze track lijk ik me te bevinden in één van de verloren, eenzame uithoeken van het diepe, onmetelijke heelal. Op een plek waar leven niet mogelijk is, maar waar ik toch, om wat voor onverklaarbare reden dan ook, toch ben. Een plek waar de ongekende schoon- en grootsheid van de ruimtelijke omgeving voor een enorme impact zorgen.
Creaties zoals exoplaneten, quasars, sterren van een ongekende grote en nog veel meer trekken ondertussen aan mijn geestesoog voorbij.
En met deze sterke, minimale vorm van 'space ambient' lijkt het er toch op dat, terwijl we alweer ver in de tweede helft van het album zitten, het verbeterde niveau t.o.v. de eerste helft behouden blijft...
Ongemerkt gaat de muziek over in "Edge of Nowhere" en een aparte ritme-ondersteuning kondigt zich op een gegeven moment aan.
Een tijdje later kondigt zich een langzaam en loom thema aan, die bijval krijgt van een ander, meer zangerig thema. Deze combinatie klinkt erg mooi, maar heeft absoluut iets droevig over zich. Ook blijft de muziek tijdens dit nummer wederom behoorlijk duister klinken.
In ieder geval is dit toch zeker wel één van de hoogtepunten van dit album en zorgen toch voor een aangename luisterervaring.
Uiteindelijk ebt de muziek weg en sluit het album af met "Last Outpost", die de elementen van "First Outpost" weer van stal halen.
Wat ik dus in het begin al vermelde, is Outpost (wat overigens één van de meest succesvolle releases op het DiN-label schijnt te zijn) een intrigerend, maar moeilijk album. Gevoelsmatig lijkt het erop dat vooral in de eerste helft beide heren nog erg aan het zoeken zijn naar een bepaalde klik, wat ervoor zorgt dat de muziek in eerste instantie niet tot leven lijkt te komen.
Gaandeweg gebeurt dat gelukkig wel en resulteert dit her en der in een aantal opmerkelijke composities.
Al met al is Outpost zeker geen verkeerd ambient-album, alleen is het niet over de gehele linie even sterk te noemen.
Toch is een ruime 3,5 zeker nog op z'n plaats, vanwege de goede momenten die Outpost zeker heeft. En dat maakt deze DiN-release toch nog wel de moeite waard.
Maar ondanks de ongetwijfeld zeer goede bedoelingen, had er stiekem en gevoelsmatig toch meer in kunnen zitten.
De samenwerking tussen beide heren bleek ondanks dat wel een succes en dit zou ervoor zorgen dat het niet alleen bij deze release zou blijven.
Vreemde (radio)-signalen starten het album en maken ruimte voor al even vreemde percussieklanken en luiden op deze manier "First Outpost" in.
Echter is "First Outpost" slechts het intro, en na anderhalve minuut gaat deze over in "Ice Fields".
Excentrieke percussieklanken komen tot leven en op de voorgrond zijn naargeestige, galmende, en zweverige klanken te horen afkomstig van de lap steelgitaar van Robert Rich.
Het is al met al een vreemdsoortige combinatie van ambient-klanken en is aardig om naar te luisteren, maar wil me niet helemaal bekoren. De structuur van de compositie grijpt me niet en dreigt als los zand tussen mijn vingers door te glippen.
Het wordt allemaal gelukkig wel beter met "Methane", wat een minimaal, doch aantrekkelijk stukje ambient laat horen.
Een bepaalde vorm van structuur keert terug in de muziek tijdens "Lagrange Point", een bijzondere compositie waarbij een bubbelende drone voor een soort van ritmische ondergrond zorgt, terwijl eenzame, droevige, ja zelfs huilerige klanken als het ware in het luchtledige zweven. Het krikt het niveau van het album ook zeker een paar graden op.
Het nummer gaat over in "Link Lost" en laat een galactische storm over me heen komen. In deze storm lijken broeierige, galmende en zoemende klanken verborgen te zitten die langzaam naar voren komen. Een stem die uit een radio lijkt te komen, is ver op de achtergrond te horen.
Op een gegeven moment lijkt er iets van een galmende, tegelijkertijd fluisterende robotstem te horen te zijn, totdat er een soort van kalmerend 'slaapdeuntje' te horen is. Zodra dit 'slaapdeuntje' verdwijnt, zijn er enkel nog galmende klanken te horen die soms samen gaan met geheimzinnige percussieklanken.
Het is een vreemd muzikaal gebeuren en ondanks dat het zeker heel origineel klinkt, lijkt "Link Lost" toch niet helemaal tot leven te willen komen. Het is pure ambient wat de klok slaat, maar wel eentje van het soort waarin het op de één of andere reden moeilijk in op te gaan is. Iets waar ik doorgaans eigenlijk geen last van heb.
Het resultaat is een toch wel redelijk moeizame tien minuten durende spectrum van klanken.
Een ritmische ondergrond luidt "State of Flux" in en laat weer wat meer leven in de brouwerij komen.
Mooie akkoorden op de synths zorgen voor een warme deken, wat als een verademing klinkt, aangezien de muziek tot nu toe behoorlijk koud en kil heeft geklonken.
Een geheimzinnig, dreigend thema bouwt op tot heuse proporties en zorgt opeens voor een fikse dosis spanning binnen de muziek. Iets wat Outpost tot nu toe redelijk miste.
In ieder geval zorgen de genoemde elementen voor een opmerkelijke, ja zelfs redelijk toegankelijke compositie, die, ondanks dat de sfeer behoorlijk duister en ruw blijft, rustig als één van de beste nummers van het album beschouwd mag worden.
Na dit hoogtepunt volgt "Tuning In" en we zijn weer terug in het niemandsland van de minimale ambient-soundscapes die een groot deel van dit album kenmerkt. Echter klinkt het dit keer weer wat aangrijpender dan veel van de richtingloze ambient waar vooral het begin van de plaat nogal last van heeft.
Knerpende, krakende klanken zorgen voor de nodige spanning, terwijl mooie, galmende klanken steeds meer lijken te groeien totdat er zowaar een aantal flinke, lage aanslagen op een piano te horen zijn die voor een majestueus karakter zorgen binnen de muziek.
Zoemende, trillende klanken zweven langzaam naar de voorgrond en laten uiteindelijk de galmende klanken in eenzaamheid achter....
....en gaan over in "Tuning Out".
En met de muziek van deze track lijk ik me te bevinden in één van de verloren, eenzame uithoeken van het diepe, onmetelijke heelal. Op een plek waar leven niet mogelijk is, maar waar ik toch, om wat voor onverklaarbare reden dan ook, toch ben. Een plek waar de ongekende schoon- en grootsheid van de ruimtelijke omgeving voor een enorme impact zorgen.
Creaties zoals exoplaneten, quasars, sterren van een ongekende grote en nog veel meer trekken ondertussen aan mijn geestesoog voorbij.
En met deze sterke, minimale vorm van 'space ambient' lijkt het er toch op dat, terwijl we alweer ver in de tweede helft van het album zitten, het verbeterde niveau t.o.v. de eerste helft behouden blijft...
Ongemerkt gaat de muziek over in "Edge of Nowhere" en een aparte ritme-ondersteuning kondigt zich op een gegeven moment aan.
Een tijdje later kondigt zich een langzaam en loom thema aan, die bijval krijgt van een ander, meer zangerig thema. Deze combinatie klinkt erg mooi, maar heeft absoluut iets droevig over zich. Ook blijft de muziek tijdens dit nummer wederom behoorlijk duister klinken.
In ieder geval is dit toch zeker wel één van de hoogtepunten van dit album en zorgen toch voor een aangename luisterervaring.
Uiteindelijk ebt de muziek weg en sluit het album af met "Last Outpost", die de elementen van "First Outpost" weer van stal halen.
Wat ik dus in het begin al vermelde, is Outpost (wat overigens één van de meest succesvolle releases op het DiN-label schijnt te zijn) een intrigerend, maar moeilijk album. Gevoelsmatig lijkt het erop dat vooral in de eerste helft beide heren nog erg aan het zoeken zijn naar een bepaalde klik, wat ervoor zorgt dat de muziek in eerste instantie niet tot leven lijkt te komen.
Gaandeweg gebeurt dat gelukkig wel en resulteert dit her en der in een aantal opmerkelijke composities.
Al met al is Outpost zeker geen verkeerd ambient-album, alleen is het niet over de gehele linie even sterk te noemen.
Toch is een ruime 3,5 zeker nog op z'n plaats, vanwege de goede momenten die Outpost zeker heeft. En dat maakt deze DiN-release toch nog wel de moeite waard.
Maar ondanks de ongetwijfeld zeer goede bedoelingen, had er stiekem en gevoelsmatig toch meer in kunnen zitten.
Rogue Element - Premonition (2004)

3,5
1
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 29 april 2009, 10:57 uur
Op geheel traditionele wijze blaast Rogue Element (een collaboratie-project van de heren Brendan Pollard en Jerome Ramsey) de synth-stijl die bekend staat als Berlin School, nieuw leven in. Dus worden we getrakteerd op synthesizer-muziek zoals Klaus Schulze en vooral Tangerine Dream die maakten in de jaren '70. Totaal niet origineel dus, maar ook Rogue Element compenseert dit, door met zeer doordacht en prima materiaal voor de dag te komen. En het blijft voor mij altijd weer een feest voor het oor, om die lekkere, warme synth-klanken van weleer terug te mogen horen in een soort van nieuw jasje.
De 4 nummers hebben het wat dat betreft allemaal: zweverige, warme, abstracte klanktapijten, de sequences, de onmiskenbare sound van de mellotron (voor dit album zijn 30 jaar oude mellotron-tapes in werking gesteld, waardoor dit album die onmiskenbare jaren '70-sound heeft meegekregen), mooie, vaak geïmproviseerde melodielijnen en op z'n tijd wat rustige piano-partijen.
Voor wie zweert bij legendarische synth-albums als Timewind van Klaus Schulze, Encore van Tangerine Dream of Epsilon in Malaysian Pale van Edgar Froese, zou dit eens moeten uitchecken.
Als het je tenminste niet kan schelen dat "Premonition" allesbehalve origineel is.
Ik kan me herinneren in een interview met Klaus Schulze gelezen te hebben, dat hij het hele uitmelken van de Berlin School-sound afschuwelijk vindt, omdat de muziek in een bepaald tijdsbeeld gezien moet worden: de mogelijkheden met de synthesizers waren toentertijd veel beperkter, waardoor de stijl en sound veel minimalistischer overkwam, dan wat er op de dag van vandaag allemaal mogelijk is. Dat de stijl onder een fanatieke groep aanhangers tegenwoordig wordt gezien als iets unieks en fenomenaals, heeft er voor gezorgd dat vooral in de tweede helft van de jaren '90 en de eerste jaren van de 21ste eeuw, een enorme groep navolgers zijn opgestaan, die de stijl schaamteloos kopiëren.
Er valt natuurlijk van alles over te zeggen, maar zelf begrijp ik deze hype wel, aangezien deze specifieke synth-stijl gewoon erg populair en vooral ook erg goed klinkt.
Zelf heb ik er niet zoveel moeite mee, als het maar inspirerend klinkt, en bij Rogue Element is dat ook het geval.
Vooralsnog ga ik voor de gulden middenmoot, en krijgt dit album van mij een ruime 3,5.
De 4 nummers hebben het wat dat betreft allemaal: zweverige, warme, abstracte klanktapijten, de sequences, de onmiskenbare sound van de mellotron (voor dit album zijn 30 jaar oude mellotron-tapes in werking gesteld, waardoor dit album die onmiskenbare jaren '70-sound heeft meegekregen), mooie, vaak geïmproviseerde melodielijnen en op z'n tijd wat rustige piano-partijen.
Voor wie zweert bij legendarische synth-albums als Timewind van Klaus Schulze, Encore van Tangerine Dream of Epsilon in Malaysian Pale van Edgar Froese, zou dit eens moeten uitchecken.
Als het je tenminste niet kan schelen dat "Premonition" allesbehalve origineel is.
Ik kan me herinneren in een interview met Klaus Schulze gelezen te hebben, dat hij het hele uitmelken van de Berlin School-sound afschuwelijk vindt, omdat de muziek in een bepaald tijdsbeeld gezien moet worden: de mogelijkheden met de synthesizers waren toentertijd veel beperkter, waardoor de stijl en sound veel minimalistischer overkwam, dan wat er op de dag van vandaag allemaal mogelijk is. Dat de stijl onder een fanatieke groep aanhangers tegenwoordig wordt gezien als iets unieks en fenomenaals, heeft er voor gezorgd dat vooral in de tweede helft van de jaren '90 en de eerste jaren van de 21ste eeuw, een enorme groep navolgers zijn opgestaan, die de stijl schaamteloos kopiëren.
Er valt natuurlijk van alles over te zeggen, maar zelf begrijp ik deze hype wel, aangezien deze specifieke synth-stijl gewoon erg populair en vooral ook erg goed klinkt.
Zelf heb ik er niet zoveel moeite mee, als het maar inspirerend klinkt, en bij Rogue Element is dat ook het geval.
Vooralsnog ga ik voor de gulden middenmoot, en krijgt dit album van mij een ruime 3,5.
Rondo' Veneziano - Casanova (1985)

4,0
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 6 december 2012, 23:24 uur
Wie denkt dat het Italiaanse, semi-klassieke gezelschap Rondo Veneziano alleen maar simplistische, blije smartlappen-deuntjes maakt, komt bedrogen uit.
Ja, het klinkt in eerste instantie simpel in het gehoor en je pikt de melodietjes er zo uit en na één keer luisteren weet de muziek zich al definitief in je grijze massa te nestelen.
Maar in het geval van Rondo Veneziano is het zo dat dit gezelschap wel degelijk weet wat goede muziek is en dit weet te vertalen tot stuk voor stuk nummers waar absoluut en oprecht een hoop ziel en zaligheid in is gestoken.
En ook op het eerste gehoor gemakkelijke en 'oppervlakkige' muziek kan in dit geval resulteren in uiterst effectieve, maar bovenal oprecht bloedmooie muziek.
Nu is het zo dat niet alle albums van RV de moeite waard zijn. Het punt is dat ze voor een groot deel inwisselbaar zijn, aangezien de albums verschrikkelijk veel op elkaar lijken.
En ook deze Casanova lijkt op elk ander willekeurig RV-album, ware het niet dat deze toch echt wel tot één van mijn favorieten gerekend mag worden. Sterker nog, deze Casanova is praktisch net zo goed te noemen als Magica Melodia, mijn andere RV-favoriet.
Het album opent met het titelnummer en is een regelrechte knaller. Uptempo met sterke melodieuze invalshoeken, stuitert dit nummer alle kanten op. Een dijk van een nummer om het album mee te openen.
Daarna volgen een 3- tal nummers die de meer ingetogen en lieflijke kant van RV laat zien. Mooi en bijna sensitief te noemen, laat RV zich van een meer romantische kant zien.
Om vervolgens weer even wakker geschudt te worden met het vrolijke, tegelijkertijd plechtig klinkende "Rosaura".
Het is echter "Giardino Incantato" die na het titelnummer als écht verrassende tweede nummer van dit album mag worden beschouwd. Majestueus en ingetogen begin, daarna een subtiele stroomversnelling, maar het geheel blijft, mede door het meeslepende thema lieflijk en tegelijkertijd zelfs een tikkeltje breekbaar klinken.
Het mooie is dat het album zich dan langzamerhand begint te overstijgen, getuige het briljante "Sogno Veneziano". Een zeer gedragen en bloedmooi nummer die zelfs een beetje aan Vangelis doet denken, maar dan met die typische RV-touch. Met dit nummer bewijst RV ook hoe sterk ze zijn met het bedenken van uiterst mooie thema's waar oprecht een hoop gevoel uit opklinkt. Zonder twijfel één van de beste nummers van dit album.
"Bettina" zet de lijn gewoon vrolijk voort en is andermaal een pareltje om U tegen te zeggen.
"Preludio All'Amore" is zonder twijfel meeslepend en ijzersterk en krikt het algehele niveau van dit album nog eventjes op.
"L'Orientale" is met afstand het meest verrassende nummer van Casanova. Wat RV hier presteert, is werkelijk subliem. Het oosten ontmoet het westen en versmelt in een compositie zoals je die niet meteen zou verwachten van een groep als RV. Het resultaat is in ieder geval zeer opvallend, maar bovenal gewoon goed. Deze compositie laat tevens horen dat RV de synthesizers niet schuwt, wat zeker geen straf is.
Het vlotte karakter van "L'Orientale" wordt prettig verder voortgezet op "Interludio" wat weliswaar weer een terugkeer is naar het meer traditionele RV-geluid; het maakt de pret er niet minder om. Het is ook dit nummer die daadwerkelijk laat horen hoe klassieke muziek de sound van de band zo beïnvloedt heeft.
Het album eindigt aangrijpend en onweerstaanbaar met "Cecilia", een naar je strot vliegend, kabbelend stukje spektakel waarmee RV i.m.o. één van hun betere albums eindigt.
Waarmee in kan concluderen dat als je je wil verdiepen in de muziek van RV, dit album zeker een goede plaats is om mee te beginnen.
In ieder geval samen met Magica Melodia, laat Casanova de groep horen zoals ik ze het liefst hoor.
Een regelrechte uitschieter dus!!
Ja, het klinkt in eerste instantie simpel in het gehoor en je pikt de melodietjes er zo uit en na één keer luisteren weet de muziek zich al definitief in je grijze massa te nestelen.
Maar in het geval van Rondo Veneziano is het zo dat dit gezelschap wel degelijk weet wat goede muziek is en dit weet te vertalen tot stuk voor stuk nummers waar absoluut en oprecht een hoop ziel en zaligheid in is gestoken.
En ook op het eerste gehoor gemakkelijke en 'oppervlakkige' muziek kan in dit geval resulteren in uiterst effectieve, maar bovenal oprecht bloedmooie muziek.
Nu is het zo dat niet alle albums van RV de moeite waard zijn. Het punt is dat ze voor een groot deel inwisselbaar zijn, aangezien de albums verschrikkelijk veel op elkaar lijken.
En ook deze Casanova lijkt op elk ander willekeurig RV-album, ware het niet dat deze toch echt wel tot één van mijn favorieten gerekend mag worden. Sterker nog, deze Casanova is praktisch net zo goed te noemen als Magica Melodia, mijn andere RV-favoriet.
Het album opent met het titelnummer en is een regelrechte knaller. Uptempo met sterke melodieuze invalshoeken, stuitert dit nummer alle kanten op. Een dijk van een nummer om het album mee te openen.
Daarna volgen een 3- tal nummers die de meer ingetogen en lieflijke kant van RV laat zien. Mooi en bijna sensitief te noemen, laat RV zich van een meer romantische kant zien.
Om vervolgens weer even wakker geschudt te worden met het vrolijke, tegelijkertijd plechtig klinkende "Rosaura".
Het is echter "Giardino Incantato" die na het titelnummer als écht verrassende tweede nummer van dit album mag worden beschouwd. Majestueus en ingetogen begin, daarna een subtiele stroomversnelling, maar het geheel blijft, mede door het meeslepende thema lieflijk en tegelijkertijd zelfs een tikkeltje breekbaar klinken.
Het mooie is dat het album zich dan langzamerhand begint te overstijgen, getuige het briljante "Sogno Veneziano". Een zeer gedragen en bloedmooi nummer die zelfs een beetje aan Vangelis doet denken, maar dan met die typische RV-touch. Met dit nummer bewijst RV ook hoe sterk ze zijn met het bedenken van uiterst mooie thema's waar oprecht een hoop gevoel uit opklinkt. Zonder twijfel één van de beste nummers van dit album.
"Bettina" zet de lijn gewoon vrolijk voort en is andermaal een pareltje om U tegen te zeggen.
"Preludio All'Amore" is zonder twijfel meeslepend en ijzersterk en krikt het algehele niveau van dit album nog eventjes op.
"L'Orientale" is met afstand het meest verrassende nummer van Casanova. Wat RV hier presteert, is werkelijk subliem. Het oosten ontmoet het westen en versmelt in een compositie zoals je die niet meteen zou verwachten van een groep als RV. Het resultaat is in ieder geval zeer opvallend, maar bovenal gewoon goed. Deze compositie laat tevens horen dat RV de synthesizers niet schuwt, wat zeker geen straf is.
Het vlotte karakter van "L'Orientale" wordt prettig verder voortgezet op "Interludio" wat weliswaar weer een terugkeer is naar het meer traditionele RV-geluid; het maakt de pret er niet minder om. Het is ook dit nummer die daadwerkelijk laat horen hoe klassieke muziek de sound van de band zo beïnvloedt heeft.
Het album eindigt aangrijpend en onweerstaanbaar met "Cecilia", een naar je strot vliegend, kabbelend stukje spektakel waarmee RV i.m.o. één van hun betere albums eindigt.
Waarmee in kan concluderen dat als je je wil verdiepen in de muziek van RV, dit album zeker een goede plaats is om mee te beginnen.
In ieder geval samen met Magica Melodia, laat Casanova de groep horen zoals ik ze het liefst hoor.
Een regelrechte uitschieter dus!!
Rondo' Veneziano - Concerto Futurissimo (1984)

3,5
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 11 september 2012, 10:58 uur
het Italiaanse kamer-orkest Rondo' Veneziano biedt een verscheidenheid van voornamelijk eigen gecomponeerde neo-klassieke barokmuziek uitgevoerd vaak in combinatie met modernere instrumenten als gitaar, bas en drums en zelfs synthesizers.
De groep heeft sinds de oprichting, begin jaren '80 van de vorige eeuw, een behoorlijke stapel albums uitgebracht en deze Concerto Futurissimo is er één van.
Of het één van de bekendere albums van de groep is, weet ik niet, maar het geeft zeker een goed beeld van hoe de muziek van Rondo' Veneziano in elkaar steekt.
Niet alle nummers zijn even goed en er zitten zeker een aantal vullertjes tussen die de categorie 'niemendalletje' zeker verdienen, maar gelukkig zitten er ook een aantal echte parels tussen, waarvan verrassend genoeg het praktisch bijna alleen op synthesizers uitgevoerde "Prime Luci Sulla Laguna" dé topper van het album is.
Andere goede voorbeelden zijn opener "Ca' D'Oro" die vooral in de tweede helft van zich laat kennen, het lieflijke "Fantasia Veneziana", het briljant meeslepende "Mosaico" (de op één na beste track van het album) en het overduidelijk op de grote componisten van weleer (Bach, Händel, Beethoven, Mozart en Vivaldi zijn overduidelijk de grootste voorbeelden), geïnspireerde "Tiziano".
Het maakt me stiekem nieuwsgierig naar het overige werk van ze, alhoewel ik wel sterk de indruk heb dat het niet de moeite waard loont om alles van ze te leren kennen, aangezien ik het idee heb, dat erg veel van hun muziek op den duur te veel op elkaar gaat lijken.
Maar dit album is zeker wel de moeite waard en is voor iedereen aan te bevelen die van toegankelijke, vlotte en mooie instrumentale muziek houdt met (getuige de albumhoes) een bescheiden futuristisch sausje.
De groep heeft sinds de oprichting, begin jaren '80 van de vorige eeuw, een behoorlijke stapel albums uitgebracht en deze Concerto Futurissimo is er één van.
Of het één van de bekendere albums van de groep is, weet ik niet, maar het geeft zeker een goed beeld van hoe de muziek van Rondo' Veneziano in elkaar steekt.
Niet alle nummers zijn even goed en er zitten zeker een aantal vullertjes tussen die de categorie 'niemendalletje' zeker verdienen, maar gelukkig zitten er ook een aantal echte parels tussen, waarvan verrassend genoeg het praktisch bijna alleen op synthesizers uitgevoerde "Prime Luci Sulla Laguna" dé topper van het album is.
Andere goede voorbeelden zijn opener "Ca' D'Oro" die vooral in de tweede helft van zich laat kennen, het lieflijke "Fantasia Veneziana", het briljant meeslepende "Mosaico" (de op één na beste track van het album) en het overduidelijk op de grote componisten van weleer (Bach, Händel, Beethoven, Mozart en Vivaldi zijn overduidelijk de grootste voorbeelden), geïnspireerde "Tiziano".
Het maakt me stiekem nieuwsgierig naar het overige werk van ze, alhoewel ik wel sterk de indruk heb dat het niet de moeite waard loont om alles van ze te leren kennen, aangezien ik het idee heb, dat erg veel van hun muziek op den duur te veel op elkaar gaat lijken.
Maar dit album is zeker wel de moeite waard en is voor iedereen aan te bevelen die van toegankelijke, vlotte en mooie instrumentale muziek houdt met (getuige de albumhoes) een bescheiden futuristisch sausje.
Rondo' Veneziano - Magica Melodia (1991)

4,0
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 30 september 2012, 12:48 uur
Goed album van Rondo' Veneziano. Sterker nog, de beste die ik tot nu toe van ze gehoord heb!! Geen enkel vullertje, maar stuk voor stuk geweldige nummers met gevoel voor mooie, bij vlagen zelfs erg sterke thema's en een goede afwisseling in rustige en meer up-tempo nummers.
Het album opent met het voor RV-begrippen erg traditioneel klinkende titelnummer, die slechts een voorbode is voor al dat moois wat nog komen gaat. Als opener erg lekker, maar niet per se verrassend of zo. Gewoon fijn en degelijk.
"Rever Venise" is een heel fijn allegaartje en eentje die perfect als onderdeel van een soundtrack zou kunnen dienen voor een Japanse animatiefilm van bijvoorbeeld die van Hayao Miyazaki. Het doet me gewoon erg denken aan de stijl van de gemiddelde filmmuziek voor een dergelijke animatiefilm uit die contreien.
"Venezia Lunare" is zoals ik de meer ingetogen kant van RV het 't best hoor. Heel erg mooi nummer!!
"Gentil Tenzone" heeft vanwege het vrolijke thema een erg hoog "huppel"-gehalte, maar bij dit nummer kan ik het goed hebben.
"Larmes de Pluie" is weer heel mooi, rustig en meeslepend en lijkt een beetje op de gemiddelde, rustige muziek van Ennio Morricone.
"Estasi Veneziana" heeft een warme, sprankelende en sprookjesachtige 'feel' over zich en is andermaal een bloedmooi stukje muziek. Een nummer waarin de piano meer op de voorgrond te horen is, iets wat ik nog niet vaker in de muziek van RV heb gehoord.
"Barocco" begint rustig, maar ontpopt zich daarna tot een heel mooi en vrolijk uptempo stuk en moet het hier ook weer hebben van de onweerstaanbare melodie die nog dagenlang in je hoofd
genesteld kan blijven zitten.
"Damsels" is er ook weer eentje in de categorie 'eenmaal gehoord en het blijft voor altijd hangen',
maar ook hier is het geenszins storend te noemen, omdat het een heerlijke melodie betreft.
"Controcanto" had zo een modernere variant op een compositie van Chopin kunnen zijn geweest, en is, ook vanwege de verrassend kabbelende, begeleidende synthesizer-ondersteuning, een prima nummer.
"In Fuga" is de reden waarom ik dit album nog even een halve punt extra geef, aangezien dit nummer niet alleen het heftigste nummer is die ik tot nu toe van RV hebt gehoord. Het is tevens gewoon ijzersterk en ik krijg er gewoon een kick van. Erg goed en met de volumeknop volledig open pas écht een genot om naar te luisteren.
"Orion" is niet echt heel bijzonder, maar gewoon wederom een mooi stukje muziek en eentje die ik niet meteen zou verwachten van RV.
"Canto D'Addio" heeft over het algemeen een meer poppy karakter dan de rest van de nummers en dit komt vooral door de electronische ritme-ondersteuning die dit nummer overduidelijk laat overkomen als een wat 'nieuwere' RV-compositie.
Afsluiter "Incontro" zou zo een Yanni-compositie kunnen zijn getuige de hoofdrol die de piano hier vervult en is een opvallende afsluiter van voor de rest een heel degelijk RV-album die naast Concerto Futurissimo de beste is die ik tot nu toe van de groep gehoord heb.
Magica Melodia doet zijn titel zeker eer aan en is verplichte kost voor RV-liefhebbers. Een schitterend en verslavend album die nooit verveeld.
Volumeknop lekker open, lekker achterover zitten en genieten van dit zéér fijne en lekkere album. Toppertje!!
Het album opent met het voor RV-begrippen erg traditioneel klinkende titelnummer, die slechts een voorbode is voor al dat moois wat nog komen gaat. Als opener erg lekker, maar niet per se verrassend of zo. Gewoon fijn en degelijk.
"Rever Venise" is een heel fijn allegaartje en eentje die perfect als onderdeel van een soundtrack zou kunnen dienen voor een Japanse animatiefilm van bijvoorbeeld die van Hayao Miyazaki. Het doet me gewoon erg denken aan de stijl van de gemiddelde filmmuziek voor een dergelijke animatiefilm uit die contreien.
"Venezia Lunare" is zoals ik de meer ingetogen kant van RV het 't best hoor. Heel erg mooi nummer!!
"Gentil Tenzone" heeft vanwege het vrolijke thema een erg hoog "huppel"-gehalte, maar bij dit nummer kan ik het goed hebben.
"Larmes de Pluie" is weer heel mooi, rustig en meeslepend en lijkt een beetje op de gemiddelde, rustige muziek van Ennio Morricone.
"Estasi Veneziana" heeft een warme, sprankelende en sprookjesachtige 'feel' over zich en is andermaal een bloedmooi stukje muziek. Een nummer waarin de piano meer op de voorgrond te horen is, iets wat ik nog niet vaker in de muziek van RV heb gehoord.
"Barocco" begint rustig, maar ontpopt zich daarna tot een heel mooi en vrolijk uptempo stuk en moet het hier ook weer hebben van de onweerstaanbare melodie die nog dagenlang in je hoofd
genesteld kan blijven zitten.
"Damsels" is er ook weer eentje in de categorie 'eenmaal gehoord en het blijft voor altijd hangen',
maar ook hier is het geenszins storend te noemen, omdat het een heerlijke melodie betreft.
"Controcanto" had zo een modernere variant op een compositie van Chopin kunnen zijn geweest, en is, ook vanwege de verrassend kabbelende, begeleidende synthesizer-ondersteuning, een prima nummer.
"In Fuga" is de reden waarom ik dit album nog even een halve punt extra geef, aangezien dit nummer niet alleen het heftigste nummer is die ik tot nu toe van RV hebt gehoord. Het is tevens gewoon ijzersterk en ik krijg er gewoon een kick van. Erg goed en met de volumeknop volledig open pas écht een genot om naar te luisteren.
"Orion" is niet echt heel bijzonder, maar gewoon wederom een mooi stukje muziek en eentje die ik niet meteen zou verwachten van RV.
"Canto D'Addio" heeft over het algemeen een meer poppy karakter dan de rest van de nummers en dit komt vooral door de electronische ritme-ondersteuning die dit nummer overduidelijk laat overkomen als een wat 'nieuwere' RV-compositie.
Afsluiter "Incontro" zou zo een Yanni-compositie kunnen zijn getuige de hoofdrol die de piano hier vervult en is een opvallende afsluiter van voor de rest een heel degelijk RV-album die naast Concerto Futurissimo de beste is die ik tot nu toe van de groep gehoord heb.
Magica Melodia doet zijn titel zeker eer aan en is verplichte kost voor RV-liefhebbers. Een schitterend en verslavend album die nooit verveeld.
Volumeknop lekker open, lekker achterover zitten en genieten van dit zéér fijne en lekkere album. Toppertje!!
Rondo' Veneziano - Rondo' Veneziano (1980)

2,5
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 28 september 2012, 21:40 uur
Passend debuut van Rondo' Veneziano, het Italiaanse kamer-orkest die klassieke muziek nieuw leven inblaast door het te combineren met modernere instrumenten. De groep speelt originele en voornamelijk eigen composities met een modern geluid.
Het is leuke muziek, maar eentje waar je zin in moet hebben. Geldt voor praktisch alles natuurlijk, maar in het specifieke geval geldt het voor mij wel voor de muziek van RV.
Ten tijde van toen dit album uitkwam, zal het zijn ingeslagen als een bom, aangezien waarschijnlijk niet eerder muziek als deze was uitgebracht in die stijl.
Tegenwoordig is het natuurlijk allang niet verrassend meer, maar dat geeft ook eigenlijk niet.
Als je ervan houdt, doet het er niet toe.
Zelf vind ik het vallen in de categorie 'leuk' en soms pakkend en goed, maar verder dus niet meer dan leuk.
Echter valt dit album me persoonlijk toch tegen, vergeleken met bijvoorbeeld Rondo' Veneziano - Concerto Futurissimo (1984), mijn kennismaking met RV.
Komt waarschijnlijk door het feit dat dit album qua stijl exact hetzelfde klinkt, alleen vind ik de nummers hier niet zo sterk. Waarschijnlijk heb ik dan ook het idee dat e.e.a. met latere albums beter zou uitpakken. De muziek ligt me op dit debuut gewoon minder.
Ik mis in ieder geval de grip die een album als Concerto Futurissimo wel op mij kreeg. Tevens vind ik dit album ook een stuk minder afwisselend.
De beste nummers zitten aan het begin met het titelnummer en het schitterende "Tramonto Sulla Laguna". Vanaf nummer 3 begin ik langzamerhand m'n aandacht te verliezen totdat het album is afgelopen en ik allang wat anders aan het doen ben. Wat dat betreft is deze muziek ook prima geschikt voor op de achtergrond tijdens bijvoorbeeld het opruimen van de woonkamer.
RV heeft nochtans met dit album niet veel indruk op me gemaakt, maar ik laat me toch verleiden door meer van ze te beluisteren. Immers is het leuke muziek, waarmee eigenlijk absoluut niets mis mee is. Betreffende dit album, zal ik voornamelijk terugkomen op degenen die me het meest bevallen, al zijn dat er in dit geval dus niet zoveel.
Ach, volgende keer beter
!
Het is leuke muziek, maar eentje waar je zin in moet hebben. Geldt voor praktisch alles natuurlijk, maar in het specifieke geval geldt het voor mij wel voor de muziek van RV.
Ten tijde van toen dit album uitkwam, zal het zijn ingeslagen als een bom, aangezien waarschijnlijk niet eerder muziek als deze was uitgebracht in die stijl.
Tegenwoordig is het natuurlijk allang niet verrassend meer, maar dat geeft ook eigenlijk niet.
Als je ervan houdt, doet het er niet toe.
Zelf vind ik het vallen in de categorie 'leuk' en soms pakkend en goed, maar verder dus niet meer dan leuk.
Echter valt dit album me persoonlijk toch tegen, vergeleken met bijvoorbeeld Rondo' Veneziano - Concerto Futurissimo (1984), mijn kennismaking met RV.
Komt waarschijnlijk door het feit dat dit album qua stijl exact hetzelfde klinkt, alleen vind ik de nummers hier niet zo sterk. Waarschijnlijk heb ik dan ook het idee dat e.e.a. met latere albums beter zou uitpakken. De muziek ligt me op dit debuut gewoon minder.
Ik mis in ieder geval de grip die een album als Concerto Futurissimo wel op mij kreeg. Tevens vind ik dit album ook een stuk minder afwisselend.
De beste nummers zitten aan het begin met het titelnummer en het schitterende "Tramonto Sulla Laguna". Vanaf nummer 3 begin ik langzamerhand m'n aandacht te verliezen totdat het album is afgelopen en ik allang wat anders aan het doen ben. Wat dat betreft is deze muziek ook prima geschikt voor op de achtergrond tijdens bijvoorbeeld het opruimen van de woonkamer.
RV heeft nochtans met dit album niet veel indruk op me gemaakt, maar ik laat me toch verleiden door meer van ze te beluisteren. Immers is het leuke muziek, waarmee eigenlijk absoluut niets mis mee is. Betreffende dit album, zal ik voornamelijk terugkomen op degenen die me het meest bevallen, al zijn dat er in dit geval dus niet zoveel.
Ach, volgende keer beter
!Rondo' Veneziano - Stagioni di Venezia (1992)

4,0
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 3 november 2025, 18:03 uur
Het was echt een 'novelty' in die tijd. Rondo' Veneziano, het Italiaanse kamerorkest onder leiding van componist, dirigent en producer Gian Piero Reverberi, wist de klassieke muziek uit de baroktijd nieuw leven in te blazen, door originele, eigen composities in de typische barokstijl te mengen met moderne instrumenten, zoals bas, drums, keyboards en (elektrische) gitaren.
Het project sloeg in als een bom en vooral de eerste twee albums (alhoewel ik ze niet eens als de besten beschouw), worden gezien als klassiekers.
Of het kamerorkest nog steeds actief is, weet ik niet, maar wel weet ik dat ze vooral in de jaren '80 heel erg populair waren en het ene na het andere succesvolle album uitbrachten en vooral in landen als Duitsland, bleek Rondo' Veneziano uiterst populair.
Zelf vind ik Rondo' Veneziano uiterst fijne en leuke muziek om te luisteren, maar het is er wel eentje waarvoor je écht in de stemming moet zijn. Het soms ietwat vrolijke karakter van de muziek neigt soms naar het melige, maar het moet oprecht gezegd worden, dat de uitvoering subliem is.
Vooral latere albums zoals Magica Melodia, vind ik heden ten dagen nog steeds erg mooi, maar deze opvolger doet er eigenlijk niet voor onder.
Stagioni di Venezia bevat namelijk een ongelooflijk afwisselende portie composities die het midden houden tussen pop, klassiek en rock. Allen overgoten met die typische, romantische saus zoals alleen Rondo' Veneziano deze kan maken.
Enige minpunt is dat het album ontsierd wordt door twee opnieuw opgenomen versies van de klassiekers "Rondò Veneziano" en "La Serenissima". Ze klinken voller en wat pittiger dan de originele versies, maar tegelijkertijd ook tamelijk overbodig.
Echter is de rest van het materiaal om te smullen. Geopend wordt met het traditionele titelnummer. Vaak weet Rondo' Veneziano met hun titelnummers altijd een allesomvattend nummer te presenteren wat duidelijk een stempel drukt op de rest van het album. Eenmaal gegrepen door de schoonheid van de muziek, weet je wat je voor de rest mag verwachten.
Echter waar dit album verrast, is de impact van veel van de rest van de nummers die allen redelijk onverwacht behoorlijk afwisselend onderling blijken te zijn, op zo'n manier dat het album werkelijk geen enkele seconde verveelt, maar alleen maar meer boeit bij iedere luisterbeurt.
Na het redelijk ingetogen en warme "Riverberi", presenteert Rondo' Veneziano namelijk met "Il Palio" het snelste en meest intense nummer die ze tot dan toe gemaakt hebben. Het is letterlijk en figuurlijk een clash van klassiek versus rock wat je voorgeschoteld krijgt. Overduidelijk zijn de keyboards hier ook de hoofdmoot, waardoor de muziek ook een futuristisch sausje met zich meekrijgt; tevens ook één van de handelsmerken van Rondo' Veneziano.
Daarna is het bijkomen op het bloedmooie, dromerige en met een prachtige melodie verweven
"Antichi Ricordi" wat begint als het begin van een kinderliedje en zo eindigt het ook. Het middenstuk daarentegen is Rondo' Veneziano op z'n mooist.
"Via Vai" heeft weer een wat meer poppy insteek en klinkt bijna als jaren '80 synthipop en dat maakt het nummer verfrissend en verrassend.
Hoe mooi is dan vervolgens het meeslepende "Corteo dei Dogi" die ongelooflijk weet de juiste snaar te raken, mede door toevoeging van een geweldige elektrische gitaarsolo rond de derde minuut. Werkelijk één van de hoogtepunten van dit album.
Na de dus wat overbodige remake van "Rondò Veneziano" volgt het lieflijke, ingetogen, speelse "Burano". Het is een nummer die duidelijk het filmische, weidse karakter van de muziek benadrukt. Het zou zelfs niet misstaan als soundtrack bij een sfeervolle Japanse animatiefilm, iets wat ik al eerder opmerkte bij de muziek van RV. Wie op de hoogte is van de Japanse animatiefilms, weet dat dit soort muziek vaak wordt gebruikt in films als deze.
"Voli e Vele" heeft dan weer een majestueus karakter, vanwege de plechtstatige en mooie keyboard-partijen en wéér zie ik mooie getekende landschappen uit een animatiefilm aan me voorbij trekken. Tegelijkertijd heeft het nummer een prettige, opzwepende insteek.
Wat dan volgt is zondermeer het beste nummer van het album. Het prachtig ontroerende "Ponte dei Sospiri" is werkelijk adembenemend mooi, mede doordat er voor een tweede keer een geweldige elektrische gitaarsolo opduikt op dit album. Het zorgt voor zo'n geweldige, daverende impact dat het nummer eigenlijk met ruim vier minuten aan de korte kant is. Schitterend!
"Nonna Favola" heeft weer de lieflijke touch van de meer ingetogen kant van RV en zou, mede door de zachte en feeërieke pianomelodie die op de voorgrond te horen valt, een samenwerking kunnen zijn met Suzanne Ciani. Het is zelfs volledig in haar stijl!
Suzanne Ciani blijft ook doorklinken op "Murano" en dat is bijzonder te noemen. Het is weer één van de wat meer lieftallig klinkende nummers die dit album rijk is, met wederom prachtige aanstekelijke melodielijnen.
Even de remake van "La Serenissima" uitgezonderd, is wat mij betreft het échte slot van dit album, het sfeervolle, behoorlijk druilerig klinkende "Nuvole a Colori". Het is een heel weids, bijna duister klinkend ambientstuk, die naast de weids klinkende synth-akkoorden, ook nog een indringend thema herbergt. Tegenover de rest van de muziek, klinkt dit vooral heel erg dreigend en voor RV-begrippen misschien zelfs wat tegendraads. Maar tegelijkertijd is het prachtig en tevens wat mij betreft één van de hoogtepunten van het album.
Het is verfrissend en mooi om zo nu en dan nog eens terug te grijpen op de muziek van Rondo' Veneziano. Het is typische 'niets aan de hand'-muziek wat in principe heel veel mensen zou moeten aanspreken. Toevallig betrapte ik een goede vriend laatst op zijn playlist in de auto, waar óók Rondo' Veneziano op stond. Dat had ik niet verwacht!
Stagioni di Venezia voldoet meer dan alleen aan mijn verwachtingen. Het is een uiterst genietbaar album waar keer op keer op teruggegrepen kan worden. Overigens is het album ook een prima kennismaking voor als je nog niets van dit project kent, maar wel interesse hebt.
Mooi album!
Het project sloeg in als een bom en vooral de eerste twee albums (alhoewel ik ze niet eens als de besten beschouw), worden gezien als klassiekers.
Of het kamerorkest nog steeds actief is, weet ik niet, maar wel weet ik dat ze vooral in de jaren '80 heel erg populair waren en het ene na het andere succesvolle album uitbrachten en vooral in landen als Duitsland, bleek Rondo' Veneziano uiterst populair.
Zelf vind ik Rondo' Veneziano uiterst fijne en leuke muziek om te luisteren, maar het is er wel eentje waarvoor je écht in de stemming moet zijn. Het soms ietwat vrolijke karakter van de muziek neigt soms naar het melige, maar het moet oprecht gezegd worden, dat de uitvoering subliem is.
Vooral latere albums zoals Magica Melodia, vind ik heden ten dagen nog steeds erg mooi, maar deze opvolger doet er eigenlijk niet voor onder.
Stagioni di Venezia bevat namelijk een ongelooflijk afwisselende portie composities die het midden houden tussen pop, klassiek en rock. Allen overgoten met die typische, romantische saus zoals alleen Rondo' Veneziano deze kan maken.
Enige minpunt is dat het album ontsierd wordt door twee opnieuw opgenomen versies van de klassiekers "Rondò Veneziano" en "La Serenissima". Ze klinken voller en wat pittiger dan de originele versies, maar tegelijkertijd ook tamelijk overbodig.
Echter is de rest van het materiaal om te smullen. Geopend wordt met het traditionele titelnummer. Vaak weet Rondo' Veneziano met hun titelnummers altijd een allesomvattend nummer te presenteren wat duidelijk een stempel drukt op de rest van het album. Eenmaal gegrepen door de schoonheid van de muziek, weet je wat je voor de rest mag verwachten.
Echter waar dit album verrast, is de impact van veel van de rest van de nummers die allen redelijk onverwacht behoorlijk afwisselend onderling blijken te zijn, op zo'n manier dat het album werkelijk geen enkele seconde verveelt, maar alleen maar meer boeit bij iedere luisterbeurt.
Na het redelijk ingetogen en warme "Riverberi", presenteert Rondo' Veneziano namelijk met "Il Palio" het snelste en meest intense nummer die ze tot dan toe gemaakt hebben. Het is letterlijk en figuurlijk een clash van klassiek versus rock wat je voorgeschoteld krijgt. Overduidelijk zijn de keyboards hier ook de hoofdmoot, waardoor de muziek ook een futuristisch sausje met zich meekrijgt; tevens ook één van de handelsmerken van Rondo' Veneziano.
Daarna is het bijkomen op het bloedmooie, dromerige en met een prachtige melodie verweven
"Antichi Ricordi" wat begint als het begin van een kinderliedje en zo eindigt het ook. Het middenstuk daarentegen is Rondo' Veneziano op z'n mooist.
"Via Vai" heeft weer een wat meer poppy insteek en klinkt bijna als jaren '80 synthipop en dat maakt het nummer verfrissend en verrassend.
Hoe mooi is dan vervolgens het meeslepende "Corteo dei Dogi" die ongelooflijk weet de juiste snaar te raken, mede door toevoeging van een geweldige elektrische gitaarsolo rond de derde minuut. Werkelijk één van de hoogtepunten van dit album.
Na de dus wat overbodige remake van "Rondò Veneziano" volgt het lieflijke, ingetogen, speelse "Burano". Het is een nummer die duidelijk het filmische, weidse karakter van de muziek benadrukt. Het zou zelfs niet misstaan als soundtrack bij een sfeervolle Japanse animatiefilm, iets wat ik al eerder opmerkte bij de muziek van RV. Wie op de hoogte is van de Japanse animatiefilms, weet dat dit soort muziek vaak wordt gebruikt in films als deze.
"Voli e Vele" heeft dan weer een majestueus karakter, vanwege de plechtstatige en mooie keyboard-partijen en wéér zie ik mooie getekende landschappen uit een animatiefilm aan me voorbij trekken. Tegelijkertijd heeft het nummer een prettige, opzwepende insteek.
Wat dan volgt is zondermeer het beste nummer van het album. Het prachtig ontroerende "Ponte dei Sospiri" is werkelijk adembenemend mooi, mede doordat er voor een tweede keer een geweldige elektrische gitaarsolo opduikt op dit album. Het zorgt voor zo'n geweldige, daverende impact dat het nummer eigenlijk met ruim vier minuten aan de korte kant is. Schitterend!
"Nonna Favola" heeft weer de lieflijke touch van de meer ingetogen kant van RV en zou, mede door de zachte en feeërieke pianomelodie die op de voorgrond te horen valt, een samenwerking kunnen zijn met Suzanne Ciani. Het is zelfs volledig in haar stijl!
Suzanne Ciani blijft ook doorklinken op "Murano" en dat is bijzonder te noemen. Het is weer één van de wat meer lieftallig klinkende nummers die dit album rijk is, met wederom prachtige aanstekelijke melodielijnen.
Even de remake van "La Serenissima" uitgezonderd, is wat mij betreft het échte slot van dit album, het sfeervolle, behoorlijk druilerig klinkende "Nuvole a Colori". Het is een heel weids, bijna duister klinkend ambientstuk, die naast de weids klinkende synth-akkoorden, ook nog een indringend thema herbergt. Tegenover de rest van de muziek, klinkt dit vooral heel erg dreigend en voor RV-begrippen misschien zelfs wat tegendraads. Maar tegelijkertijd is het prachtig en tevens wat mij betreft één van de hoogtepunten van het album.
Het is verfrissend en mooi om zo nu en dan nog eens terug te grijpen op de muziek van Rondo' Veneziano. Het is typische 'niets aan de hand'-muziek wat in principe heel veel mensen zou moeten aanspreken. Toevallig betrapte ik een goede vriend laatst op zijn playlist in de auto, waar óók Rondo' Veneziano op stond. Dat had ik niet verwacht!
Stagioni di Venezia voldoet meer dan alleen aan mijn verwachtingen. Het is een uiterst genietbaar album waar keer op keer op teruggegrepen kan worden. Overigens is het album ook een prima kennismaking voor als je nog niets van dit project kent, maar wel interesse hebt.
Mooi album!
Rondo' Veneziano - Visioni di Venezia (1989)

3,5
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 14 oktober 2012, 11:19 uur
Ondanks dat deze plaat van Rondo' Veneziano niet écht een knaller is en daardoor niet meteen boven de zee van RV-releases uitsteekt, is het een fijne plaat. Het komt gewoon door het feit dat het brein achter RV, de Italiaan Gian Piero Reverberi, een begenadigd componist is. Eén die het voor elkaar krijgt, om zeer aanstekelijke en zich direct in het brein nestelende melodieën weet te schrijven.
En ook deze Visioni Di Venezia staat weer bol van die typische RV-nummers die, als je er van houdt, direct grip op je krijgt.
Het mindere van deze plaat is een vorm van dynamische afwisseling binnen de nummers. Iets waar een andere, betere plaat als Magica Melodia, geen last van heeft. Daarbij zijn dit keer niet alle nummers even sterk, alhoewel ik niet per se een onbenullige vuller bespeur.
Het album ligt me net even wat minder, maar zodra ik de neiging krijg m'n focus te verliezen, komt daar toch weer een sterk nummer voorbij, wat gelukkig deze plaat overeind houdt en daardoor net boven de gulden middenmoot uitsteekt.
Toppers op deze plaat zijn de opener, met het verrassende middenstuk, doordat het een volledig andere insteek met zich mee brengt: typisch en herkenbaar begin, maar zodra je denkt dat het alweer afgelopen is, gooit RV het volledig over een andere boeg, maar weet binnen de kern van de compositie te blijven en magistraal terug te keren naar het hoofdthema van het nummer.
Schitterend is "Ultimo Incontro". Ingetogen, romantisch en melancholisch tegelijkertijd.
"Miniature" bevat één van de mooiste thema's die ik tot nu toe van RV heb gehoord, met een juweel van een middenstuk die echter véél te kort duurt. Kort maar zéér krachtig, dus.
Tevens dient zeker een vermelding voor het donker getinte en krachtige "Venti D'Oriente", wat een RV met ballen laat horen.
Tot slot is "Constellazioni" een opvallend stukje muziek. Hierop laat RV een hippere, wat stoerdere, maar tegelijkertijd subtiele kant van zich horen. Een goed voorbeeld hoe klassieke en moderne instrumenten op een gave manier met elkaar verweven zijn.
De rest van de nummers zijn een degelijke, doch niet constant een opvallende aanvulling op de rest van de plaat. De charme ligt hier echt bij de betere nummers en maakt het uiteindelijk toch tot een plaat die uiteindelijk niet misstaat tussen de RV-verzameling.
En ook deze Visioni Di Venezia staat weer bol van die typische RV-nummers die, als je er van houdt, direct grip op je krijgt.
Het mindere van deze plaat is een vorm van dynamische afwisseling binnen de nummers. Iets waar een andere, betere plaat als Magica Melodia, geen last van heeft. Daarbij zijn dit keer niet alle nummers even sterk, alhoewel ik niet per se een onbenullige vuller bespeur.
Het album ligt me net even wat minder, maar zodra ik de neiging krijg m'n focus te verliezen, komt daar toch weer een sterk nummer voorbij, wat gelukkig deze plaat overeind houdt en daardoor net boven de gulden middenmoot uitsteekt.
Toppers op deze plaat zijn de opener, met het verrassende middenstuk, doordat het een volledig andere insteek met zich mee brengt: typisch en herkenbaar begin, maar zodra je denkt dat het alweer afgelopen is, gooit RV het volledig over een andere boeg, maar weet binnen de kern van de compositie te blijven en magistraal terug te keren naar het hoofdthema van het nummer.
Schitterend is "Ultimo Incontro". Ingetogen, romantisch en melancholisch tegelijkertijd.
"Miniature" bevat één van de mooiste thema's die ik tot nu toe van RV heb gehoord, met een juweel van een middenstuk die echter véél te kort duurt. Kort maar zéér krachtig, dus.
Tevens dient zeker een vermelding voor het donker getinte en krachtige "Venti D'Oriente", wat een RV met ballen laat horen.
Tot slot is "Constellazioni" een opvallend stukje muziek. Hierop laat RV een hippere, wat stoerdere, maar tegelijkertijd subtiele kant van zich horen. Een goed voorbeeld hoe klassieke en moderne instrumenten op een gave manier met elkaar verweven zijn.
De rest van de nummers zijn een degelijke, doch niet constant een opvallende aanvulling op de rest van de plaat. De charme ligt hier echt bij de betere nummers en maakt het uiteindelijk toch tot een plaat die uiteindelijk niet misstaat tussen de RV-verzameling.
Rygar - Modulation (2012)

4,0
1
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 5 december 2014, 00:35 uur
Tja, ik refereerde al naar dit album zo'n 1,5 jaar geleden in mijn bericht bij het album Ebia - Hunter of Worlds (2008).
Laat het nu maar eens een keer tijd worden om dan ook daadwerkelijk eens stil te staan bij dit album.
Modulation is eigenlijk het eerste, échte album wat Michiel van der Kuy en Rob van Eijk onder de naam Rygar hebben uitgebracht. Als je Rygar - The Album (2001) niet meeteld tenminste.
Immers is The Album enkel ooit als promotie-album uitgebracht, maar is het uiteindelijk nooit tot een officiële release gekomen.
Naast een aantal singles die eind jaren '80 al zijn uitgebracht, is Modulation dus écht het eerste, échte debuut-album van Rygar. Waarbij je je alleen kan afvragen waarom het zo lang heeft geduurd.....maar goed.
Rest de vraag: zat het publiek überhaupt in 2012 nog te wachten op een album van Rygar? Tja, de synthdance-liefhebbers denk ik wel. De fans beschouwen de singles van Rygar immers als klassieke synthdance-tracks. En dat zijn ze ook gewoon, hoe je het went of keert...
Synthdance is ontstaan uit de Italo Dance-stijl uit de jaren '80. Het is de instrumentale variant erop en Michiel van der Kuy is absoluut een grote naam en was en is eigenlijk nog steeds van grote invloed binnen dit genre. Hij is o.a. verantwoordelijk voor releases uitgebracht onder de project-namen Laserdance (de onbetwiste, belangrijkste vertegenwoordiger binnen dit genre), Koto, Proxyon en Area 51 (deze laatste twee trouwens met Rob van Eijk).
Modulation is volgens mij de eerste samenwerking tussen die twee sinds het matige Area 51 - Message from Another Time (2005). Wat volgens mij van belang was, was om een album af te leveren die niet alleen de synthdance een frisse 'boost' gaf, maar ook om aan te tonen dat er ook nog in deze tijd prima albums in dit genre te maken zijn. Ook al is het genre uitgekauwd, allesbehalve vernieuwend te noemen en al helemaal niet grensverleggend meer.
Dus moet je dat compenseren met een energierijk album die niet alleen fris en dynamisch klinkt, maar die ook memorabele composities bevat.
Is Modulation dat dan ook? Het antwoord is een volmondig JA!!
Het is sinds tijden dat ik weer oprecht genoten heb van een synthdance-album. Ik durf zelfs stellig te beweren dat Modulation nu al een moderne klassieker genoemd mag worden. De beide heren hebben het absoluut voor elkaar gekregen om de indrukwekkende drive en dynamiek van Laserdance-klassiekers als Laserdance - Future Generation (1987) en Laserdance - Around the Planet (1988) te evenaren. En dat is gewoonweg knap te noemen.
Het album is echter niet helemaal perfect, helaas. Men heeft er namelijk voor gekozen om een aantal van de oude Rygar-klassiekers op dit album te laten zetten. Immers waren deze nummers nooit officiëel op CD uitgebracht, dus werd het hoog tijd. Wat ook zeker te begrijpen is. Echter zorgt het wel voor wat onbalans. De oudere nummers zoals "Space Raiders" en "Star Tracks" klinken i.m.o. nu wel wat gedateerd, waardoor ze een beetje uit de toon vallen tegenover de nieuwe tracks die hoorbaar een stuk voller en moderner klinken. En dat is een beetje zonde, want de genoemde tracks zijn wel goed, alleen i.m.o. klinken ze nu wat misplaatst. Ondanks de oppoetsbeurt die ze gehad hebben.
Ook "Space Raiders Part II" (die hoorbaar qua structuur in het verlengde ligt van "Space Raiders") is goed bedoeld, maar komt helaas niet echt uit de verf.
De 2012 remix van "Star Tracks" is daarentegen wel weer goed, omdat deze qua sound dichter bij de nieuwe nummers staat. De vernieuwde vocoder klinkt ook wat doeltreffender. Al met al klinkt het gewoon net even wat vernieuwender.
Maar goed... De rest van de nummers zijn werkelijk waanzinnig en tillen dit album naar een hoger plan.
Opener "Robotic Voice" knalt er meteen letterlijk en figuurlijk goed in. Uitstekende album-opener die meteen herkenbaar en vertrouwt overkomt.
Andere toppers zijn het krachtige mid-temponummer "Humanity", met mooie melodielijnen.
Verder is het titelnummer werkelijk te gek. Met dit nummer laat Rygar horen dat synthdance nog altijd springlevend is. Wat een positieve energie spat er van dit nummer. Heerlijk!
En daar blijft het niet bij. Wat te denken van het flitsende "Vitruvian Man". Beukend, flitsend, opzwepend, verslavend! Gaan met die banaan!
Ook "From the World to the Sun" ademt iets speciaals uit. De flitsende thema's in combinatie met effectief gebruik van de vocoder (iets wat in veel van de andere nummers ook op een goede manier naar voren komt), werkt uitstekend.
En zo kan ik niet anders dan concluderen dat Modulation absoluut één van de betere synthdance-albums is die ik in tijden gehoord heb. Het kan dus toch, want dit smaakt naar meer!!
Laat het nu maar eens een keer tijd worden om dan ook daadwerkelijk eens stil te staan bij dit album.
Modulation is eigenlijk het eerste, échte album wat Michiel van der Kuy en Rob van Eijk onder de naam Rygar hebben uitgebracht. Als je Rygar - The Album (2001) niet meeteld tenminste.
Immers is The Album enkel ooit als promotie-album uitgebracht, maar is het uiteindelijk nooit tot een officiële release gekomen.
Naast een aantal singles die eind jaren '80 al zijn uitgebracht, is Modulation dus écht het eerste, échte debuut-album van Rygar. Waarbij je je alleen kan afvragen waarom het zo lang heeft geduurd.....maar goed.
Rest de vraag: zat het publiek überhaupt in 2012 nog te wachten op een album van Rygar? Tja, de synthdance-liefhebbers denk ik wel. De fans beschouwen de singles van Rygar immers als klassieke synthdance-tracks. En dat zijn ze ook gewoon, hoe je het went of keert...
Synthdance is ontstaan uit de Italo Dance-stijl uit de jaren '80. Het is de instrumentale variant erop en Michiel van der Kuy is absoluut een grote naam en was en is eigenlijk nog steeds van grote invloed binnen dit genre. Hij is o.a. verantwoordelijk voor releases uitgebracht onder de project-namen Laserdance (de onbetwiste, belangrijkste vertegenwoordiger binnen dit genre), Koto, Proxyon en Area 51 (deze laatste twee trouwens met Rob van Eijk).
Modulation is volgens mij de eerste samenwerking tussen die twee sinds het matige Area 51 - Message from Another Time (2005). Wat volgens mij van belang was, was om een album af te leveren die niet alleen de synthdance een frisse 'boost' gaf, maar ook om aan te tonen dat er ook nog in deze tijd prima albums in dit genre te maken zijn. Ook al is het genre uitgekauwd, allesbehalve vernieuwend te noemen en al helemaal niet grensverleggend meer.
Dus moet je dat compenseren met een energierijk album die niet alleen fris en dynamisch klinkt, maar die ook memorabele composities bevat.
Is Modulation dat dan ook? Het antwoord is een volmondig JA!!
Het is sinds tijden dat ik weer oprecht genoten heb van een synthdance-album. Ik durf zelfs stellig te beweren dat Modulation nu al een moderne klassieker genoemd mag worden. De beide heren hebben het absoluut voor elkaar gekregen om de indrukwekkende drive en dynamiek van Laserdance-klassiekers als Laserdance - Future Generation (1987) en Laserdance - Around the Planet (1988) te evenaren. En dat is gewoonweg knap te noemen.
Het album is echter niet helemaal perfect, helaas. Men heeft er namelijk voor gekozen om een aantal van de oude Rygar-klassiekers op dit album te laten zetten. Immers waren deze nummers nooit officiëel op CD uitgebracht, dus werd het hoog tijd. Wat ook zeker te begrijpen is. Echter zorgt het wel voor wat onbalans. De oudere nummers zoals "Space Raiders" en "Star Tracks" klinken i.m.o. nu wel wat gedateerd, waardoor ze een beetje uit de toon vallen tegenover de nieuwe tracks die hoorbaar een stuk voller en moderner klinken. En dat is een beetje zonde, want de genoemde tracks zijn wel goed, alleen i.m.o. klinken ze nu wat misplaatst. Ondanks de oppoetsbeurt die ze gehad hebben.
Ook "Space Raiders Part II" (die hoorbaar qua structuur in het verlengde ligt van "Space Raiders") is goed bedoeld, maar komt helaas niet echt uit de verf.
De 2012 remix van "Star Tracks" is daarentegen wel weer goed, omdat deze qua sound dichter bij de nieuwe nummers staat. De vernieuwde vocoder klinkt ook wat doeltreffender. Al met al klinkt het gewoon net even wat vernieuwender.
Maar goed... De rest van de nummers zijn werkelijk waanzinnig en tillen dit album naar een hoger plan.
Opener "Robotic Voice" knalt er meteen letterlijk en figuurlijk goed in. Uitstekende album-opener die meteen herkenbaar en vertrouwt overkomt.
Andere toppers zijn het krachtige mid-temponummer "Humanity", met mooie melodielijnen.
Verder is het titelnummer werkelijk te gek. Met dit nummer laat Rygar horen dat synthdance nog altijd springlevend is. Wat een positieve energie spat er van dit nummer. Heerlijk!
En daar blijft het niet bij. Wat te denken van het flitsende "Vitruvian Man". Beukend, flitsend, opzwepend, verslavend! Gaan met die banaan!
Ook "From the World to the Sun" ademt iets speciaals uit. De flitsende thema's in combinatie met effectief gebruik van de vocoder (iets wat in veel van de andere nummers ook op een goede manier naar voren komt), werkt uitstekend.
En zo kan ik niet anders dan concluderen dat Modulation absoluut één van de betere synthdance-albums is die ik in tijden gehoord heb. Het kan dus toch, want dit smaakt naar meer!!
Rygar - Sonorous (2020)
Alternatieve titel: The Album

4,0
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 11 maart 2022, 16:09 uur
Acht jaar duurde het, maar in 2020 bracht Michiel van der Kuy, dit keer zonder de samenwerking van Rob van Eijk, eindelijk een vervolg uit op het geweldige Modulation, wat ik nog steeds beschouw als één van de beste spacesynth-releases van de afgelopen tien jaar.
Michiel van der Kuy wordt als één van de grondleggers van het spacesynth-genre beschouwd, een afsplitsing van de Italo Dance-stroming, ook wel synthdance genoemd. Het is een stijl die vooral populair was in de jaren '80, maar anno nu wordt ook deze stijl van muziek weer als een trend beschouwd, mede door de opleving van jaren '80-stijl pop, waar ook een genre als synthwave, wat ook behoorlijk aan populariteit heeft gewonnen, flink op meelift.
Sonorous laat de compositorische kwaliteiten van Van der Kuy duidelijk horen. Zijn voorliefde voor klassieke muziek bijvoorbeeld en dan met name voor Chopin, het grote muzikale voorbeeld van Van der Kuy, komt vooral tot uiting in het nummer "Sonic Travellers", wat werkelijk een parel is op spacesynth-gebied. Dynamisch en met gevoel voor mooie, maar ook flitsende thema's waar duidelijk Van der Kuy's gevoel voor klassieke muziek naar voren komt, dendert dit nummer aan me voorbij. Het is dan ook dé perfecte opener van een geweldig album, waarmee Van der Kuy ook in zijn eentje laat horen, dat hij een project als Rygar prima alleen aankan. Overigens is Rygar Van der Kuy's persoonlijke spacesynth-project; de naam is afgeleidt van het gelijknamige computerspel uit de jaren '80. Het moge duidelijk zijn wat Van der Kuy's favoriete game is...
Maar Sonorous biedt meer. Het is een voor spacesynth-begrippen ongelooflijk gedreven album te noemen: het tempo zit er goed in en het ene na het andere enthousiaste nummer raast voorbij.
Niet elke track is even interessant te noemen. Her en der zit een vuller verstopt, wat niet helemaal valt te voorkomen bij spacesynth, maar deze zijn overduidelijk in de minderheid.
Ook de herhaling ligt op de loer; zo valt niet te ontkennen dat bepaalde nummers wel heel erg verwijzen naar Van der Kuy's bekendste spacesynth-project Laserdance. Een nummer als "Cosmic Missile" doet namelijk heel erg denken aan het nummer "Fear" van Laserdance's Future Generation-album.
Maar daar staan tegenover weer het gedurfde titelnummer, wat zorgt voor dat beetje extra veelzijdigheid. Het is een nummer wat meer de grenzen opzoekt en zelf hoor ik op een opvallende manier hoe een band als Kraftwerk duidelijk naar voren komt qua stijl. Daarbij voegen de vocalen in dit nummer iets opvallends toe.
Ook de langere versie van "The Mind of the Universe" voegt zeker wat toe en is als afsluiter perfect. Het is zelfs de versie die het gelijknamige originele nummer volledig doet verbleken, omdat deze versie nog veel dynamischer en vlotter klinkt.
Andere toppers zijn de 2020 remix-versie van "Moon Machine", wat van oorsprong een exclusief Laserdance-nummer is, het vrolijke en zeer catchy "Starman" en het bijna episch klinkende (mede door de speelduur) "Galactic Prosecutors".
Concreet is Sonorous een échte aanrader op spacesynth-gebied. Wie houdt van deze stijl, moet dit album dan ook zeker geluisterd hebben. Het is zelfs één van Van der Kuy's betere producties en is zelfs een beter album te noemen dan de twee meest recente albums van Laserdance, sinds hun comeback.
Sonorous is dan ook een topper en als opvolger van Modulation zeer geslaagd te noemen. Een moderne spacesynth-klassieker? Weet je wat...wat mij betreft wel
!
Michiel van der Kuy wordt als één van de grondleggers van het spacesynth-genre beschouwd, een afsplitsing van de Italo Dance-stroming, ook wel synthdance genoemd. Het is een stijl die vooral populair was in de jaren '80, maar anno nu wordt ook deze stijl van muziek weer als een trend beschouwd, mede door de opleving van jaren '80-stijl pop, waar ook een genre als synthwave, wat ook behoorlijk aan populariteit heeft gewonnen, flink op meelift.
Sonorous laat de compositorische kwaliteiten van Van der Kuy duidelijk horen. Zijn voorliefde voor klassieke muziek bijvoorbeeld en dan met name voor Chopin, het grote muzikale voorbeeld van Van der Kuy, komt vooral tot uiting in het nummer "Sonic Travellers", wat werkelijk een parel is op spacesynth-gebied. Dynamisch en met gevoel voor mooie, maar ook flitsende thema's waar duidelijk Van der Kuy's gevoel voor klassieke muziek naar voren komt, dendert dit nummer aan me voorbij. Het is dan ook dé perfecte opener van een geweldig album, waarmee Van der Kuy ook in zijn eentje laat horen, dat hij een project als Rygar prima alleen aankan. Overigens is Rygar Van der Kuy's persoonlijke spacesynth-project; de naam is afgeleidt van het gelijknamige computerspel uit de jaren '80. Het moge duidelijk zijn wat Van der Kuy's favoriete game is...
Maar Sonorous biedt meer. Het is een voor spacesynth-begrippen ongelooflijk gedreven album te noemen: het tempo zit er goed in en het ene na het andere enthousiaste nummer raast voorbij.
Niet elke track is even interessant te noemen. Her en der zit een vuller verstopt, wat niet helemaal valt te voorkomen bij spacesynth, maar deze zijn overduidelijk in de minderheid.
Ook de herhaling ligt op de loer; zo valt niet te ontkennen dat bepaalde nummers wel heel erg verwijzen naar Van der Kuy's bekendste spacesynth-project Laserdance. Een nummer als "Cosmic Missile" doet namelijk heel erg denken aan het nummer "Fear" van Laserdance's Future Generation-album.
Maar daar staan tegenover weer het gedurfde titelnummer, wat zorgt voor dat beetje extra veelzijdigheid. Het is een nummer wat meer de grenzen opzoekt en zelf hoor ik op een opvallende manier hoe een band als Kraftwerk duidelijk naar voren komt qua stijl. Daarbij voegen de vocalen in dit nummer iets opvallends toe.
Ook de langere versie van "The Mind of the Universe" voegt zeker wat toe en is als afsluiter perfect. Het is zelfs de versie die het gelijknamige originele nummer volledig doet verbleken, omdat deze versie nog veel dynamischer en vlotter klinkt.
Andere toppers zijn de 2020 remix-versie van "Moon Machine", wat van oorsprong een exclusief Laserdance-nummer is, het vrolijke en zeer catchy "Starman" en het bijna episch klinkende (mede door de speelduur) "Galactic Prosecutors".
Concreet is Sonorous een échte aanrader op spacesynth-gebied. Wie houdt van deze stijl, moet dit album dan ook zeker geluisterd hebben. Het is zelfs één van Van der Kuy's betere producties en is zelfs een beter album te noemen dan de twee meest recente albums van Laserdance, sinds hun comeback.
Sonorous is dan ook een topper en als opvolger van Modulation zeer geslaagd te noemen. Een moderne spacesynth-klassieker? Weet je wat...wat mij betreft wel
!Rygar - The Album (2001)

3,5
0
CorvisChristi (crew)
geplaatst: 22 september 2017, 13:37 uur
The Album van Michiel van der Kuy's project Rygar (genoemd naar het gelijknamige populaire computerspelletje uit de jaren '80), is heel zwart/wit gezien het eerste album van dit project wat Michiel later met Rob van Eijk nieuw leven in zou blazen middels het album Modulation.
Echter is dit album naar mijn weten nooit officieel op de markt gebracht, omdat het in principe als een promo bedoeld was.
Waarom dit album uiteindelijk nooit een officiële release heeft gekregen, is wat mij betreft een raadsel, want aan de muziek kan het niet liggen. Het is prettig in het gehoor liggende spacesynth, die een fijne afwisseling kent tussen opzwepende en rustige tracks.
Tevens staan hier ook de bekende Rygar-hits "Startracks" en "Spaceraiders" op. Allebei in twee verschillende uitvoeringen. Beide tracks zouden later opnieuw hun opwachting maken op het tweede Rygar-album Modulation.
Ondanks dat het hits waren vind ik beide nummers niet meer dan in de categorie 'aardig' vallen, gezien de rest van de nummers toch beduidend beter zijn.
Het album opent verder met "Intro" en "Marsian Attack" die beiden later opnieuw gebruikt zouden worden voor het eerste album van Area 51 (nog een project van Michiel van der Kuy en Rob van Eijk), namelijk Jupiter Beyond. "Marsian Attack" zou dan omgedoopt worden tot "Martian Storm".
Ook "Sonic Mission" zou later opnieuw zijn opwachting maken op Jupiter Beyond.
Wat dit album uniek maakt zijn de overige nummers die op geen enkel ander album zijn terug te vinden, en deze zijn stuk voor stuk prima te pruimen.
Zo is het rustige "Cosmic Choir" een vermelding waard, vanwege de smaakvolle zang die opduikt.
De cover van "Battlestar Galactica" is tevens leuk gedaan.
"Hexameron" en het wat meer trance-gevoelige "Chantra [Starmix]" zijn ook allebei erg lekker en vooral de laatste is de moeite waard, alhoewel het niet echt spacesynth is.
Verder zijn het de overige rustige tracks die er bovenuit steken. "Plutonic Ocean", "Ursa Major" (wederom met zang en mede daardoor maar ook vanwege het algehele karakter van de muziek erg naar Vangelis neigend) en "Adagio" zijn stuk voor stuk sterke nummers.
Het maakt The Album tot een afwisselend geheel die enkel ontsiert wordt door de overkill aan "Startracks"- en "Spaceraiders"-nummers. En daar heeft opvolger Modulation ook al last van.
Toch is het niveau van de rest van de nummers goed genoeg om het album boven het gemiddelde uit te laten komen.
Rygar zou pas echt knallen middels opvolger Modulation die pas zo'n 11 jaar later het levenslicht zou zien. Maar The Album is voor de rest een prima binnenkomer.
Echter is dit album naar mijn weten nooit officieel op de markt gebracht, omdat het in principe als een promo bedoeld was.
Waarom dit album uiteindelijk nooit een officiële release heeft gekregen, is wat mij betreft een raadsel, want aan de muziek kan het niet liggen. Het is prettig in het gehoor liggende spacesynth, die een fijne afwisseling kent tussen opzwepende en rustige tracks.
Tevens staan hier ook de bekende Rygar-hits "Startracks" en "Spaceraiders" op. Allebei in twee verschillende uitvoeringen. Beide tracks zouden later opnieuw hun opwachting maken op het tweede Rygar-album Modulation.
Ondanks dat het hits waren vind ik beide nummers niet meer dan in de categorie 'aardig' vallen, gezien de rest van de nummers toch beduidend beter zijn.
Het album opent verder met "Intro" en "Marsian Attack" die beiden later opnieuw gebruikt zouden worden voor het eerste album van Area 51 (nog een project van Michiel van der Kuy en Rob van Eijk), namelijk Jupiter Beyond. "Marsian Attack" zou dan omgedoopt worden tot "Martian Storm".
Ook "Sonic Mission" zou later opnieuw zijn opwachting maken op Jupiter Beyond.
Wat dit album uniek maakt zijn de overige nummers die op geen enkel ander album zijn terug te vinden, en deze zijn stuk voor stuk prima te pruimen.
Zo is het rustige "Cosmic Choir" een vermelding waard, vanwege de smaakvolle zang die opduikt.
De cover van "Battlestar Galactica" is tevens leuk gedaan.
"Hexameron" en het wat meer trance-gevoelige "Chantra [Starmix]" zijn ook allebei erg lekker en vooral de laatste is de moeite waard, alhoewel het niet echt spacesynth is.
Verder zijn het de overige rustige tracks die er bovenuit steken. "Plutonic Ocean", "Ursa Major" (wederom met zang en mede daardoor maar ook vanwege het algehele karakter van de muziek erg naar Vangelis neigend) en "Adagio" zijn stuk voor stuk sterke nummers.
Het maakt The Album tot een afwisselend geheel die enkel ontsiert wordt door de overkill aan "Startracks"- en "Spaceraiders"-nummers. En daar heeft opvolger Modulation ook al last van.
Toch is het niveau van de rest van de nummers goed genoeg om het album boven het gemiddelde uit te laten komen.
Rygar zou pas echt knallen middels opvolger Modulation die pas zo'n 11 jaar later het levenslicht zou zien. Maar The Album is voor de rest een prima binnenkomer.
