MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten thetinderstick als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Amber Arcades - Fading Lines (2016)

poster
4,0
Sinds de debuut EP uit 2013 heb ik hier op zitten wachten. Ik was nog niet overdonderd door de vooruitgesnelde singles, maar in de context van de plaat vallen ze op hun plek. Belangrijker nog: de nummers op dit album zijn alle 10 goed!

Wat een lekkere dromerige plaat is dit geworden. Het tempo ligt een stuk hoger dan op het debuut, wat wel even wennen is. Maar de melodieën die mij destijds zo hebben gegrepen zijn ook hier volop te horen. Het langzame "Constant's Dream" is een nummer dat ook al in die beginperiode live werd gespeeld; logisch dat deze het meest lijkt op de vroegere Amber Arcades. De meer uptempo nummers doen logischerwijs denken aan Real Estate (soms hoor ik vlagen van een band als Alvvays..), ik lees hier dat het op Mazzy Star zou lijken, maar daar ken ik dan weer te weinig van. Maar bij Amber Arcades bevallen de dromerige nummers mij nog altijd het beste.

Maar nummers als "Come With Me", "I Will Follow", "Right Now" en "This Time" kunnen zich meten met het beste van Real Estate. Ik had nooit verwacht dat Amber Arcades een grote groep mensen aan zou spreken, dus het verbaasde mij dat "Fading Lines" (prima single) opgepikt werd door 3FM. Ik vermoed een toevalstreffer, want Amber Arcades lijkt me te eigenzinnig voor de massa.

Ok, super orgineel is het niet, maar zo goed als hier hoor ik het niet vaak. Een van mijn favorieten van dit jaar tot nu toe, zowiezo een van de betere platen van Nederlandse bodem van de laatste jaren.
4*

Blaudzun - Promises of No Man's Land (2014)

poster
4,0
De muziek van Blaudzun is vanaf zijn debuut steeds bombastischer geworden. 'Heavy Flowers' vind ik met afstand zijn beste plaat, hoewel hij ook prachtige ingetogen liedjes heeft geschreven, zoals 'Wolf's Behind the Glass', misschien wel zijn mooiste liedje.

Deze lijn naar steeds grootser klinkende nummers wordt ook op 'Promises of No Man's Land' voortgezet. Zo groots en meeslepend heeft Blaudzun niet eerder geklonken. Arcade Fire komt steeds nadrukkelijker om de hoek kijken, zonder dat dit overigens storend is.

Op 'Promises of No Man's land' komen we prachtige nummers tegen als 'Too Many Hopes for July', 'Hollow People', 'Wasteland', 'Promises of No Man's Land' en mijn favoriet, 'Halcyon'. Een paar rustpuntjes nog zoals 'Euphoria' en 'Any Cold Wind (Sweet Selene)'. Nummers die mij zelfs beter bevallen dan vele liedjes van Arcade Fire's Reflektor.

Zijn er ook minpunten? Tja, verstilde meesterwerkjes als 'Wolf's Behind the Glass' komen we hier niet tegen. 'Promises of No Man's Land' is, meer dan alle voorgangers, een echte gitaarplaat en daardoor wat meer mainstream dan de voorgangers. Deze nummers zullen het zeker goed doen op de festivals. Hier en daar vind ik het wat geforceerd 'groots' klinken, maar dat kan ook komen omdat ik inmiddels bekend ben met het eerdere werk.

Voor nu gewoon een erg sterke plaat van Blaudzun. Beter dan 'Heavy Flowers'? Wie weet, de tijd zal het leren. Wel hoop ik dat we in de toekomst ook weer de ingetogen en kant van deze man mogen horen, want ook daar is hij toch erg goed in.
4*

Brett Anderson - Wilderness (2008)

poster
3,5
Brett Anderson, in de beginperiode van Suede leek hij de meesterwerkjes uit zijn mouw te schudden. Suede en Coming Up waren prachtige popplaten, Sci-Fi Lullabies was een magistraal compilatie album en Dog Man Star het ultieme meesterwerk. Een van de beste (en meest onderschatte) platen die ooit zijn gemaakt.

Daarna werd het toch wat minder en ongeinspireerder. Head Music en A New Morning van Suede waren vooral erg matig en zijn eerste solo album was best wel aardig, maar zeker geen meesterwerk. Het debuut van The Tears daarentegen was dan wel weer een uitstekende popplaat (ook door velen over het hoofd gezien).

Nu dus Wilderness, zijn tweede solo cd. Bij de eerste luisterbeurt had ik bij vlagen het gevoel dat ik naar Nick Cave ten tijden van 'No More Shall We Part' zat te luisteren, met al dat piano en cello werk. Helemaal niet erg, aangezien ook dat een van mijn favoriete platen is.

9 nummers in slechts 32 minuten minuten, opgenomen in slechts een week. De teksten zijn nog niet altijd even goed (waar zijn de surrealistische Dog Man Star achtige teksten gebleven?) maar dit is toch wel een erg fijn plaatje; kaler dan zijn solo debuut maar vooral ook consistenter en beter. Vooral de cello die in bijna ieder nummer terug komt zorgt voor de sfeer. Verder klinkt de zang van Brett hier ook prima. Een meesterwerk als Dog Man Star zal hij wel nooit meer maken (misschien heeft hij daar toch echt Bernard Butler voor nodig..) maar dit is gewoon een erg sfeervolle en mooie plaat die het vooral in de herfst/winter erg goed zal doen.

A Different Place, The Empress, Back To You (bevalt mij een stuk beter dan de originele versie met Fred Ball) en de indrukwekkende (zowaar Dog Man Star achtige) afsluiter P. Marius zijn hier de hoogtepunten.
4*

Cullen Omori - New Misery (2016)

poster
3,5
Fijne plaat, dit debuut van Cullen Omori. Qua sound sit 'New Misery' niet eens zo heel ver af van Smith Westerns. Een wat minder prominent gitaargeluid, en wat meer synthesizer. het zit best tegen de pop aan op het eerste gehoor, maar de nummers zijn veel gelaagder dan je zou vermoeden (net als bij Smith Westerns dus).

Onder de suikerlaag zit een hele melancholische sfeer, die zich pas na een aantal luisterbeurten openbaart. De single "Cinnamon" is hier een mooi voorbeeld van. De stem van Cullen is niet altijd even zuiver, maar met een flinke dosis reverb zoals hier creëert hij een dromerige sfeer, waardoor ik die stem toch wel heel prettig vind. Bij vlagen hoor ik er wat MGMT of Tame Impala (Currents) in terug.

Het niveau van 'Dye It Blonde' wordt niet gehaald, maar Cullen Omori laat zien dat hij ook zonder zijn oude band een mooie en zeer eigen plaat kan maken. "Cinnamon", "Poison Dart", "Synthetic Romance" en "LOM" zijn zelfs toppers (zowiezo bevalt de tweede helft van de plaat mij beter).

Ik merk dat de andere ex leden met hun nieuwe band Whitney veel aandacht krijgen. Terecht, maar ik hoop dat de Whitney fans ook deze plaat een kans gaan geven (en Smith Westerns natuurlijk voor zover ze daar niet bekend mee waren..).
4*

De Staat - O (2016)

poster
3,5
Eerste luisterbeurt was gisteren. Ik moet zeggen dat ik niet gelijk razendenthousiast was. De sound op "O" is wat cleaner dan op "I-Con". Het verassingselement is ook een stuk minder aanwezig. Een aantal nummers zijn zelfs radiovriendelijk te noemen. Op zich niks mis mee, maar oppervlakkigheid ligt toch wat op de loer. Duidelijk is in ieder geval dat de synths hier een prominentere rol spelen dan op de voorganger.

Toen zag ik de band gisteravond aan het werk in Doornroosje; wat een show was dat! Bijna alle nummers van "O" werden gespeeld, en nu in een wat rauwere uitvoering. En tja er zitten toch wel verdomd lekkere nummers bij. "Peptalk" is mijn niet favoriet, maar natuurlijk een geheide hit. "Make the Call", "Murder Death", "Help Yourself", "Life Is A Game (Ladadi Laladada)", "Systematic Lover", "Get On Screen", allemaal hebben ze van die lekkere gitaarrifs of synthgeluiden.

Rustpuntjes als "Time Will Get Us Too" (misschien wel mijn favoriet) en "She's With Me" heeft het album echt wel nodig tussen al dat hitgevoelige geweld.
Al met al wordt het niveau van "I-Con" niet gehaald (commercieel gezien zal het wel een stap vooruit zijn), maar het is toch wel een lekkere plaat weer. Score zit ergens tussen de 3,5 en 4*. Na de show van gisteren wordt het dat laatste.

Finn Andrews - One Piece at a Time (2019)

poster
4,0
Eindelijk de plaat in zijn geheel kunnen beluisteren.
In zekere zin is dit Finns Boatman´s Call / No More Shall We Part (overigens net twee van mijn favoriete Nick Cave platen). Rustiger, melancholischer dan we van zijn band gewend zijn ('One By The Venom' is daarop de uitzondering). Korte nummers ('Al Pacino / Rise and Fall' is met 4.00 minuten nog het langst) en na iets meer dan een half uur is de plaat alweer voorbij. Maar het is ook een wonderschone plaat, intiem, persoonlijk en authentiek. En ik heb de neiging hem meteen op repeat te zetten, wat een goed teken is.

Toen Finn een aantal van deze nummers solo speelde, zichzelf begeleidend op piano en gitaar, was ik even bang dat de studioversies wat van die intieme sfeer zouden verliezen. Echter hij en de Tiny Ruins muzikanten kleuren de plaat precies goed in. Mooie melodieen, veel strijkers, soms wat blazers, achtergrondzangeressen. Het maakt de nummers alleen maar mooier. Zelfs het titelnummer, dat ik weinig opzienbarend vond, past erg mooi op het einde van het album.

Van de al bekende nummers vind ik 'Stairs to the Roof' en 'One By The Venom' ijzersterk. Daarnaast klinkt 'Spirit In the Flame' het meest klinken als singlemateriaal (nouja, samen met 'A Shot Through the Heart'). Ik keek het meest uit naar 'What Strange Things Lovers Do', dat hij solo op gitaar speelde. Aan de jazzy piano versie hier moet ik nog even wennen.
'Al Pacino / Rise And Fall' is zeker ook een hoogtepunt. Prachtige orkestratie, alsof je zweeft op de strijkers, en crooner achtige zang. 'Holywood Forever' is een Veils achtige piano ballad die me goed bevalt en de soulvolle afsluiter 'Don't Close Your Eyes' is ook weer raak.

Finn klinkt op 'One Piece at a Time' vertrouwd, en toch weet hij me hier te verassen met een warme en intiem klinkende plaat, waar de liedjes centraal staan. Opgenomen in een kort tijdsbestek en veelal live. Een debuut dat zich kan meten met de betere albums van The Veils. Ik zet em nu op 4*, maar het zou me niet verbazen als daar nog wat bij gaat komen.

Get Well Soon - Love (2016)

poster
4,0
Deze keer een extra lange review, wat ik niet gauw doe, maar deze plaat verdient het om gehoord te worden.

Get Well Soon dus, het project van Constantin Gropper, met zijn vierde full lenght "Love". Get Well Soon staat bekend om zijn lange, rijk gearrangeerde platen, en voor popmuziek complexe songstructuren vol referenties aan artiesten, schrijvers, politiek, kunst, filosofie etc. Misschien dat de muziek wel iets te 'moeilijk' is voor het grote publiek, en is een grote doorbraak daarom uitgebleven. Erg jammer, want met name het debuut en opvolger 'Vexations' zijn fantastische platen.

Het artwork van "Love" is weer om van te smullen. Het schilderij op de hoes is van Friedrich Gauermann ("Behren bei einem toten Rehbock"). De deluxe versie van het album (zeer aan te raden!) is een doosje, met daarin het album, 11 kaarten met afbeeldingen behorende bij ieder nummer door ene H. Smenhel en een mysterieuze losse EP getiteld "Born With Too Much Love;
the collected confessions of Zoltan D."

"It's a Tender Maze" begint mysterieus met vage geluiden en stemmen, waarna de warme stem van Constantin ons de plaat in trekt. Een fijne brij van instrumenten, akoestische gitaar, strijkers, piano, vrouwelijke achtergrondzang. Get Well Soon zoals we ze kennen en graag horen. Iets traditioneler wellicht dan op de voorganger "The Scarlet Beast o' Seven Heads", wat ik een goede plaat vind, maar toch hun minste.

"It's a Catalogue" klinkt juist als een nummer dat op The Scarlet Beast had kunnen staan. Hoge zang van Constantin, veel synthesizer. Maar een erg fijn, bijna dansbaar nummer. Zoals alle nummers op deze plaat is het zeer gelaagd; steeds hoor je weer nieuwe elementen of intrumenten.

"Eulogy" is wellicht het meest traditionele nummer van de plaat, zonder 13 in een dozijn te klinken; daarvoor is Get Well Soon te eigenzinnig. Af en toe hoor ik flarden van the Smiths of vroege R.E.M. Tekstueel gaat het over iemand, "Born with too much love, a ladies man, a lighter by Cartier, though bought and made in Turkey". Deze figuur zal nog een rol gaan spelen op de bonus EP, waarover later meer.

"It's an Airlift" is een traag, prettig nummer, dat wat minder indruk maakt dan de rest hier.

"It's Love" was de eerste single van het album, dus al wat langer bekend (o.a. van de intrigerende video). Het nummer begint als een popsong, maar bouwt steeds verder uit met instrumenten en wordt steeds gelaagder. Vanaf 3 minuten, als de blazers invallen, is het puur genieten. Tekstueel gaat het, net als zoveel nummers op "Love" over de (moeilijkheden met de) liefde.

"Marienbad" is weer een hoogtepunt; weer doet het gitaarwerk me denken aan het R.E.M. van de jaren '80. In het refrein ("because all we have is love, and with all our love will drown") gaat het tempo omhoog en vallen er weer strijkers in. Wanneer het nummer lijkt te eindigen, barst een halve minuut gitaargeweld los, waarna het refrein nog eens wordt herhaald, prachtig ondersteund door de strijkers. Get Well Soon op hun best.

"33" is een akoestische ballad over een vrouw van 33, die zich het leven heel anders had voorgesteld ("this year you are 33, but when you cry you still look 16"). De tekst is een typische Get Well Soon, tragikomische verhaallijn. Alleen daarom al de moeite waard.

"Young Count Falls For Nurse" is weer zo'n ongelooflijk mooie, rijk gearrangeerde popsong. Misschien wel de meest toegankelijke van de plaat. Weer staat de (problematische) liefde centraal. Mooie rol weer voor de blazers en saxofoon.

"I'm Painting Money".. pff weer een hoogtepunt. Het begint langzaam en duister en lijkt te verhalen over een rijke erfgename. Als het refrein komt ("When the whole world's on trial..") wordt het nummer 'opgetild' door het strijkersorkest, piano en trompet. Kippevel.

"It's a Mess" is weer een vlotte Smiths-achtige rijk-gearrangeerde popsong, samen gezongen met Alexandra Mayr.

Dan volgt de afsluiter, en het absolute hoogtepunt van de plaat, "It's a Fog". Het begint als een dromerige ballad over een geliefde ("never wanted more than growing old in these arms"). Halverwege nemen de strijkers en blazers het nummer over. Er volgt een melodielijn die steeds verder en heftiger wordt uitgebouwd. Kippevel all over.

"Love" is met 11 nummers in 50 minuten de meest compacte plaat van Get Well Soon. Qua songstructuren en instrumentarium is het wellicht ook de meest traditionele. Maar de gelaagdheid, de rijke arrangementen, de stijl, de bijzondere teksten en de warme stem van Gropper zijn gebleven. De impact is daardoor maximaal. Als ik me niet vergis (het is nog kort na de release) heeft Get Well Soon met "Love" zijn beste plaat afgeleverd.
4.5*

I Am Oak - Our Blood (2016)

poster
3,5
Weer een hele sterke plaat van I Am Oak. Echt nieuwe paden bewandelt Thijs Kuijken niet, hooguit hooruit wat subtiele ontwikkelingen. Sommige nummers zijn ook iets langer dan we van hem gewend zijn, of klinken iets 'voller'. Thematisch gaat 'Our Blood' over de dood van zijn vader, maar heel concreet wordt dat niet; het is niet een hele sombere plaat.

De liedjes op 'Our Blood' zijn over het algemeen weer erg ingetogen (enkele uitspattingen daargelaten) en doen niet hun best om indruk te maken op de luisteraar (zoals geldt voor alle I Am Oak platen). Voor wie goed luistert, gaan de liedjes langzaam maar zeker onder de huid kruipen. Ook nu dus weer. "Omen", "Volcano", "Dacem", "Way Out", "Own" (hoogtepunt) zijn mijn favoriete liedjes. Afsluiter "Your Blood" is ook een mooi en meeslepend nummer.

Ik heb de plaat via Snowstar besteld en de EP 'Wild Birch' erbij gekregen. Mooi is dat de hoes hetzelfde landschap laat zien als de albumhoes, maar dan in de herfst. De EP is op 30 december 2015 opgenomen en bevat 4 fijne nummers: "Landmark", "Asunder", "Need By Need" en "Oray". Deze klinken nog iets kaler dan het werk op 'Our Blood'. Fijn dat het "Need by Need" dan ook op plaat is verschenen, al vind ik de live versie (zie mijn link in de eerste post) nog mooier.

Overigens staat "Kulta" (zie link in eerste bericht) toch gewoon op het album met de titel "Gold".
4*

Jeff Buckley - Live at Sin-é (1993)

poster
4,5
Belachelijk dat deze bij de EP's staat (hoe kan ik nou maar 2 favoriete nummers kiezen?), maar dat terzijde..

Van Jeff Buckley is (postuum) al veel uitgebracht. Maar wat is nu echt essentieel voor de 'beginner'?
Uiteraard is dat 'Grace', het enige album dat hij in leven heeft uitgebracht. Dat is ook 'Sketches for My Sweetheart the Drunk', het tweede album dat hij niet heeft af kunnen maken. Ook 'Mystery White Boy' zou ik noemen, waarop je kunt horen hoe Jeff en zijn band live klonken. Maar dat is zeker ook deze prachtige dubbelaar 'Live at Sin-e'.

Misschien hoor je op dit album nog wel het meest de essentie van Jeff Buckley. Je bent alleen met Jeff en zijn Fender Telecaster. In een totaal ongedwongen (cafe setting) sfeer speelt hij ruim twee en een half uur de prachtigste nummers. Het is alsof hij in je huiskamer staat te spelen. De geluidskwaliteit is subliem (mooie reverb op gitaar en stem) en hij maakt een praatje over vanalles en nogwat tussen de nummers door. Na 2,5 uur is hij klaar (bedtijd), maar voor je gevoel had hij zo nog uren door kunnen spelen (overigens zijn er op youtube nog meer covers te vinden die hij in Sin-e speelde) Meer nog dan de nummer an sich is het deze sfeer waardoor dit een essentiële Jeff Buckley plaat is. Het is alsof je een connectie maakt met zijn ziel.

Het is zeker geen makkelijke plaat. Je hoort geen drums of andere instrumenten, en de nummers duren rustig 7, 9 of zelfs 11 minuten. Het zijn geen meezingers of bekende hits en het is soms bijna improvisatie wat je hoort. Bij de eerste luisterbeurten ergerde ik me soms aan zijn stem (ik lees hierboven al 'gejengel' en dat is ook precies waarom ik het in het begin moeilijk vond om hier doorheen te komen). Nu twee jaar later heb ik dat totaal niet meer. Het past bij het rauwe van deze plaat dat hij met zijn stem de grenzen opzoekt.

Het gaat hier echt om de covers. Er zijn wel vroege versies te vinden van nummers die later op Grace zouden komen ("Lover, You Should Have Come Over", "Mojo Pin", "Grace", "Eternal Life", "Last Goodbye" en "Hallelujah"), die zijn mooi, maar niet zo goed als de latere studioversies.
Juist de covers laten horen uit welke hoeken Jeff de inspiratie vandaan haalde. Bob Dylan, Nina Simone, Led Zeppelin, Edith Piaff, Van Morrisson of zelfs Nusrat Fateh Ali Khan. Maar als Jeff Buckley hun werk speelt is het onmiskenbaar van Jeff Buckley. Bijna niemand zingt ze met zoveel soul en passie. Soms is het mij net iets teveel improvisatie ("Night Flight", "Dink's Song", "The Way Young Lovers Do"), maar het zij hem vergeven.

Mijn favoriete covers: "Be Your Husband", "If You Knew", "Twelfth of Never", "Just Like A Woman", "Calling You", "If You See Her, Say Hello", "Je N'en Connais Pas La Fin", I Shall Be Released" en "Sweet Thing".

4,5*

Memoryhouse - Soft Hate (2016)

poster
3,5
Vier jaar hebben we moeten wachten, maar eindelijk is hier de opvolger van 'The Slideshow Effect' van het duo Evan Ebeele en Denise Nouvion. Dat debuut was een mooie dreampop plaat, met een heerlijke melancholische sfeer en de prachtige verleidelijke zang van Denise. Erg origineel is die sound tegenwoordig niet meer te noemen, en hier en daar kabbelde het een beetje, dus er was nog ruimte voor verbetering. Ik was dan ook zeer benieuwd naar 'Soft Hate'.

Wat opvallend is de stevigere percussie (drumbeats) en de meer synthesizer georiënteerde sound. Daardoor krijgt het album wat meer 'bite'. Met 10 nummers in 34 minuten is het album goed te behappen. Het geheel heeft een wat modernere en misschien ook originelere sound. tot zover het goede nieuws, want toch is het album niet over de gehele linie geslaagd.

De typerende melancholieke sound van het debuut (als een ouderwetse polaroid foto geluid produceerde, zou het klinken als The Slideshow Effect.. zoiets) is hier toch wat minder aanwezig. Nog steeds is de mooie zang van Denise aanwezig, maar haar stem is toch iets minder prominent in de meeste nummers. 'Fate' en 'Get Back' klinken best ok, en de singles 'Arizona' (dat me een beetje aan Lana Del Rey doet denken) en 'Dream Shake' klinken zelfs als geheide dreampop hits, maar het instrumentale 'In The Woods', het mierzoete 'Sarah' vind ik dan weer minder. 'Knife In The Water' vond ik bij eerste beluistering wat onopvallend, maar inmiddels hoor ik toch een geslaagde mix van het oude en nieuwe werk van Memoryhouse. 'It Was True' begint ouderwets mooi op piano, maar kabbelt een beetje voort.

De afsluiters 'Honey, Baby, Darling' en 'Laney' zijn voor Memoryhouse begrippen vrij stevig, en neigen naar electropop. Toch zijn het beiden prima nummers.

Al met al heeft 'Soft Hate' me nog niet helemaal kunnen overtuigen. Dat ze een nieuwe sound hebben geprobeerd is valt te prijzen, en hier en daar hoor ik zeker mooie nummers, maar soms heb ik ook het gevoel dat het kind met het badwater is weggegooid. Ik zet em nu op 3,5*, wie weet groeit deze nog wat.

Nada Surf - You Know Who You Are (2016)

poster
3,5
De eerste helft van "You Know Who You Are" is met name prima; "Cold To See Clear" en vooral "Believe You're Mine" (prachtig, dat "one day, I'll love somebody else") zijn mooie popnummers zoals er op iedere Nada Surf plaat een aantal te vinden zijn. "Friend Hospital", "New Bird" en "Out of the Dark" zijn goede subtoppers.

De tweede helft is helaas wat gezapiger. "Rushing" en vooral "Animal" zijn wel braaf en poppy. Ik houd ook niet zo van de hoge zang die Matthew op een aantal nummers laat horen (zowiezo iets wat hij sinds "The Weight Is A Gift" vaak doet). "You Know Who You Are" is dan nog wel een lekkere rocker, en "Gold Sounds" is best mooi en sfeervol. Toch is het album wat aan de brave, veilige kant. Goede liedjes, misschien beter zelfs dan op het vorige album "The Stars Are Indifferent to Astronomy", maar dat album rockte weer wat meer.

Al met al 'gewoon' een fijne plaat van Nada Surf. Niet het niveau van "Let Go" of mijn favoriet "The Proximity Effect", maar luistert prima weg en ik ben blij weer nieuw werk van ze te horen.
Nu hoop ik dat een volgende plaat weer wat donkerder, experimenteler gaat klinken.

3,5*

Radiohead - A Moon Shaped Pool (2016)

poster
4,5
Ik luister al anderhalve maand geregeld naar deze plaat, maar het blijft moeilijk om een oordeel erover te vormen, vreemd. Daarom heb ik al die weken niet gestemd.

De eerste luisterbeurt was ik weggeblazen, daarna een tijdje niet, en nu is mijn ervaring wisselend. Soms vind ik em briljant, soms tegenvallen. De liveversies van het concert in Amsterdam vorige maand hebben daar weinig verandering in gebracht.

"Burn the Witch" en "Daydreamer" vond ik prachtig toen ik ze voor het eerst hoorde, maar vind ik nu twee van de mindere nummers. Ik mis iets, maar weet niet wat. Ze pakken me in ieder geval (nog?) niet zo. Maar verderop wordt het beter. "Decks Dark", "Glass Eyes", "Identikit", "The Numbers" en "Present Tense" zijn toch heel mooi.. meestal. Of komt dat omdat ik gewoon even in de plaat moet komen..? "True Love Waits" vind ik soms geweldig mooi, en soms verlang ik naar de live versie (die met keyboard).

Het is vreemd, want op het eerste gezicht lijkt het een voor Radiohead begrippen vrij toegankelijke plaat, maar dat is het dus zeker niet. Het is een heel geraffineerde plaat, met vele lagen er in die blijkbaar behoorlijk lang moeten bezinken. Overigens ben ik wel in positieve zin verrast door de bijdrage van Johnny Greenwood (en het London Contemporary Orchestra). Prachtige orkestrale stukken, wat toch wel vrij nieuw is voor Radiohead (ik zag Greenwood vorig jaar op Best Kept Secret al met het LCO.. prachtig ook).

Eigenlijk hebben alle Radiohead platen vanaf Kid A bij mij veel tijd nodig gehad om echt te bezinken, inclusief the King of Limbs, wat ik nu een best goede plaat vind. Ik hoor dat A Moon Shaped Pool een betere plaat is dan die laatste, dus ik verwacht dat deze ook nog wel gaat groeien de komende maanden. Ik begrijp in ieder geval de mensen die deze plaat vinden voortkabbelen. Ergens klopt dat ook, maar toch ook niet. En dat is wat deze schijnbaar toegankelijke plaat zo lastig te doorgronden maakt. Maar daarom is Radiohead ook zo'n fantastische band. De platen die het langst duren voordat je ze volledig op waarde kunt schatten, worden vaak je meest dierbare platen. Daarom staat Kid A nu zo hoog bij mijn persoonlijke favorieten.

Voor mij zit A Moon Shaped Pool nu tussen de 3,5* en 4,5*, afhankelijk van hoe die op dat moment bij mij landt. Dus zet ik em nu op 4*. Maar ik vermoed dat deze, net als alle andere RH platen, nog gaat groeien. We zullen het zien.

Rah Rah - Vessels (2015)

poster
4,0
Nieuw werk van Rah Rah! Ik was in de veronderstelling dat deze plaat pas rond de zomer uit zou komen, maar in Europa is deze eind maart al gereleased via een ander label.
Een paar maanden terug verscheen de video van 'Good Winter' al. Lekker nummer met die kenmerkende Rah Rah sound en nasale zang van Marshall Burns.

De eerste twee albums 'Going Steady' en 'Breaking Hearts' waren erg melodieus a la Arcade Fire, maar konden ook behoorlijk rauw klinken a la Pavement. Nog steeds vind ik dit twee pareltjes, maar buiten Canada zijn ze nauwelijks opgepikt. Het was in deze tijd dat ik de band voor het eerst zag in Nijmegen in het voorprogramma van Wintersleep, en ik was verkocht. Later heb ik ze nog eens mogen aanschouwen in hun thuisland, wat ook fantastisch was.

Het derde album 'The Poet's Dead' klonk een stuk toegankelijker. Hoewel hier zeker een paar goeie liedjes op staan, miste ik dat rauwe randje toch wel. Daarom wat mij betreft een iets minder album, hoewel deze met name in Duitsland wat beter aansloeg.

Dan nu dus 'Vessels'. Zou de toegankelijkere lijn van 'The Poet's Dead' worden voortgezet? Wat opvalt is dat de dames van Rah Rah per album een grotere rol zijn gaan spelen. Ik ben een groot fan van de wat verveelde voordracht van Marshall Burns, dus dat vind ik niet per se een goede ontwikkeling. Erin Passmore (die naast Rah Rah een solocarriere heeft) kan mooi zingen, maar haar sound vind ik wat minder bij Rah Rah passen. Kristina Hedlund past beter bij Rah Rah, maar zingt doorgaans nogal vals. Op Vessels neemt Erin 2 nummers voor haar rekening ('Fix Me' en 'Surgery') en Kristina maar liefst 4 ('Chip off the Heart', 'Wolf Eyes', 'In Space' en een deel van 'Diamond'). Kristina is echter veel beter gaan zingen (of zit er een goede producer achter??) dus echt storend is dat niet.

De eerste helft van de plaat klinkt als een voortzetting van 'The Poet's Dead'. Deze nummers (met name opener 'Be Your Man' en 'Chip off the Heart') klinken als geheide singles. Stuk voor stuk goede liedjes (beter nog dan op 'The Poet's Dead'), maar ik hoor ze liever wat avontuurlijker. Daar waar de teksten op voorgaande albums naast de liefde, ook over politiek en over kunstenaars gingen, daar hoor ik nu vooral nostalgische nummers over de liefde.
Dan ineens, zo ongeveer vanaf 'All I Got is Today', wordt inderdaad het experiment meer opgezocht. 'Diamond', 'Surgery' en vooral hoogtepunt en afsluiter 'In Space' zijn precies hoe Rah Rah zou moeten klinken.

Een plaat met twee gezichten dus, maar wel goed in balans.
Favorieten tot nu toe: 'Be Your Man', 'Wolf Eyes', 'Good Winter', 'Diamond', 'Surgery' en 'In Space'.

Als die doorbraak er nog ooit gaat komen, zou het met 'Vessels' moeten zijn.
4*

Red Hot Chili Peppers - The Getaway (2016)

poster
4,0
Echt een prima plaat van deze heren. Eigenlijk precies hoe ik ze nu graag hoor. Dat rauwe funkgeluid van vroeger hoeft van mij niet meer. Ik vond 'I'm With You' als een pan macaroni.. alle ingredienten zaten er weliswaar in, maar het verraste nergens. RHCP by numbers, maar een beetje zouteloos.

Op The Getaway zijn de kruidendokters Dangermouse en Nigel Godrich ingeschakeld en zie: zij weten de standaard Pepper ingredienten te voorzien van precies de juiste kruiden, waardoor je een smaakvol geheel krijgt. The Getaway is hun meest subtiele plaat in jaren. Je hoort dat er veel tijd is gestoken in het krijgen van de juiste sound. De plaat klinkt heel vertrouwd, maar toch ook fris. Subtiel gebruik van bas, synthisizer, trompet, piano en vele andere instrumenten. Echt vernieuwend is het niet (al komt de wat jazzy afsluitende trilogie nog het dichtst in de buurt), maar de Peppers geven je het gevoel dat ze nog wel wat jaren meekunnen, en dat had ik na I'm With You eigenlijk niet meer verwacht.

Ok, ik hoor niet direct echte klassiekers als een 'Under the Bridge', 'Californication' of noem ze maar op, maar over het algemeen is het songmateriaal hier best sterk. 'The Getaway', 'Dark Necessities', 'The Longest Wave', 'Sick Love', 'Encore', 'Detroit' en vooral de machtige afsluiter 'Dreams of a Samurai' zijn de hoogtepuntjes. Alleen 'Goodbye Angels' (met het irritante 'heyoheyoheyo') en het wat teveel naar disco neigende Robot Love vind ik wat minder.

Dus een fijne, subtiele en zomerse plaat van de Peppers. Geen harde funk, maar smaakvolle pop hier en dat is prima. Geen BSSM of Californication, maar het niveau van subtoppers als By The Way of Stadium Arcadium wordt wel degelijk gehaald. Dus je zou kunnen zeggen: hun beste plaat in 10 jaar.

Suede - Night Thoughts (2016)

poster
4,5
Ik was er gisteren ook bij in Utrecht. Heel mooi hoe de film Night Thoughts werd vertoond op het enorme scherm en de band erachter stond te spelen. Een vrij dramatisch verhaal, waardoor de muziek nog harder binnenkomt. En na de pauze een 'greatest hits' set. Vol overgave werd hier gespeeld en het publiek was zeer enthousiast. Beter dan in Paradiso een paar jaar geleden; zou zomaar eens een concert kunnen zijn dat in mijn persoonlijke top-10 allertijden terecht komt.

Die tweede set vond ik totaal niet storend; juist doordat eerst voor de pauze een heel nieuw album werd gespeeld. Ongeacht hoe de tweede set zou klinken, was het daardoor al niet meer puur een nostalgie show. En overigens werden niet alleen 'greatest hits' gespeeld: nummers als "Moving'', "Sometimes I Feel I'll Float Away" en zelfs b-kantje "Leaving" kwamen voorbij.

Ik was al zeer te spreken over Night Thoughts, en na gisteravond kan de plaat natuurlijk al helemaal niet meer stuk. Het echte Dog Man Star geluid hoor ik er niet in; meer nog ligt de plaat in het verlengde van Bloodsports. Maar de passie en urgentie die ik op Bloodsports nog slechts bij vlagen hoorde, is nu weer helemaal terug. Nee, zo goed als Dog Man Star is het niet, maar aangezien ik die plaat al bijna 20 jaar bovenaan mijn lijst beste albums allertijden heb staan, was dat ook een onmogelijke opgave. Night Thoughts behoort wel tot het beste wat Suede gemaakt heeft; het niveau van het debuut en Coming Up wordt hier en daar echt wel gehaald.

Night Thoughts is echt een album, met nummers die precies in die volgorde beluisterd moeten worden. Als losstaand nummer is bijvoorbeeld "Pale Snow" wat 'onaf', maar in de context van het album past het perfect. Het album begint met "When You Are Young", wat met dat strijkersintro precies de juiste sfeer neerzet. Verderop hoor ik klassieke Suede poprockers als "Outsiders", "Like Kids", "No Tomorrow", meezingers zoals alleen Suede die kan maken. Maar met "I Don't Know How to Reach You", "Tightrope", "I Can't Give Her Wat She Wants", "Pale Snow" en "The Fur & the Feathers" krijgen we ook prachtige, vol drama en pathos gezongen ballads.

Als ik dan toch een kritiekpunt moet noemen, is het dat we dit allemaal wel eens eerder gehoord hebben van Suede. Alleen de combinatie met de film is origineel te noemen. Maar ach, misschien moet Suede gewoon blijven doen waar ze goed in zijn. Richard Oakes (de toch wat onderschatte opvolger van Bernard Butler destijds) schittert op Night Thoughts, Brett Anderson is fantastisch bij stem. Ik hoor bevlogenheid en urgentie. Bloodsports was een mooie comebackplaat maar hier en daar 'Suede by numbers'. Met Night Thoughts zijn ze pas echt weer terug op het topniveau uit hun hoogtijdagen, zo bleek gisteravond ook. Beste plaat sinds Coming Up. (The Tears en Brett's solo album Slow Attack wil ik ook nog even noemen, ook zeer de moeite waard). Benieuwd of ze dit niveau met een volgende plaat kunnen vasthouden.
4,5*

The Rifles - Big Life (2016)

poster
3,5
Een aantal keer beluisterd inmiddels, en positief verrast! Beter dan ik verwacht had op basis van de laatste twee platen. Nee, het is geen No Love Lost, maar ze kunnen dus nog steeds goeie liedjes schrijven.

Vernieuwend is het zeker niet (hooguit enkele momenten, zoals de fraaie strijkers op "Caught in the Summer Rain" en "Big Life", of het als een verre neef van Real Estate klinkende dromerige "Motorway"), en daarom ben ik ook bang dat deze plaat, ondanks dat het een prima album is, in de vergetelheid zal raken. De sound van The Rifles is momenteel niet meer hip, dus veel nieuwe fans gaan ze hier niet mee winnen. Maar degenen die The Rifles een warm hart toedragen (ook degenen die The Rifles misschien al hadden afgeschreven) kunnen zeker met Big Life uit de voeten.

CD 1 bevat geen filler. Stuk voor stuk goeie liedjes en bijna allemaal ook beter dan wat er op Freedom Run en None the Wiser is te vinden. De stijl lijkt een beetje op No Love Lost, al is het wat minder rauw dan op dat debuut. Tekstueel gaat het vaak over de tijd die alsmaar voortschrijdt en het verlangen naar die goeie oude tijd. Het begint met "Groundhog Day", meteen hun beste nummer in jaren. "Radio Nowhere", "Caught in the Summer Rain", "Wall Around Your Heart" en "Victoria" zijn ook gewoon hele fijne nummers. "Jonny Was a Friend of Mine" is een aandoenlijk nummer over een jong overleden vriend. Opvallend is dat de singles "Turtle Dove" en "Nummero Uno" juist twee van de wat mindere nummers blijken van CD 1.

Dan CD 2.. zouden ze dit niveau 18 nummers lang weten vast te houden? Nou, niet helemaal. Het begint erg goed met de genoemde hoogtepuntjes "Big Life" en vooral "Motorway", maar daarna komen er toch wat teveel niemendalletjes voorbij. "Never Been That Close" is dan nog wel sterk. Big Life eindigt met een mooie akoestische versie van "Victoria", trouwens samen met "Groundhog Day" en "Radio Nowhere" wat mij betreft de beste single kandidaten.

Met 9 nummers in 30 minuten en 9 nummers in 29 minuten is het toch onbegrijpelijk dat de band niet heeft gekozen voor een enkele CD van pakweg 13 nummers. Daarop wat mij betreft de nummers van CD 1 en de hoogtepunten van CD 2. Als het nou een conceptplaat was.. maar daarvan is geen sprake.

Als ik kant A en kant B apart zou beoordelen zouden er twee verschillende ratings uit komen. Maargoed, uiteindelijk zijn er toch 13 uitstekende tracks en verdient 'Big Life' het om gehoord te worden. Het is geen No Love Lost maar hun beste sinds The Great Escape is het zeker. Daarom 4*

The Veils - ...And Out of the Void Came Love (2023)

poster
4,0
Inmiddels een aantal luisterbeurten er op zitten. Ik merk dat, doordat ik de demo versies van een aantal van deze nummers ken, ik het lastig vind om deze plaat op waarde te schatten. Bij de eerste beluistering ga je onbewust vergelijken, en mis je bepaalde dingen die je in demo versies zo goed vond. Maar dat is ook gewenning. En doordat de plaat zo lang in de maak was, zijn de verwachtingen ook torenhoog (ik mag the Veils toch wel tot mijn allerfavoriete bands rekenen). Inmiddels begin ik het album steeds beter te vinden.

Ik weet nog dat ik de band zag in Paradiso, 2 oktober 2017. Een van de laatste concerten van de Total Depravity tour. Terwijl de laatste tonen van afsluiter 'Jesus for the Jugular' klonken, was de toekomst van de band onzeker. Het is lastig om alle bandleden (toen woonachtig in Engeland, Frankrijk en Italie) steeds bij elkaar te krijgen voor repetities, studio opnamen etc. Ook financieel werd het steeds lastiger. En toen keerde Finn Andrews ook nog eens terug naar Nieuw Zeeland om aan een solo plaat te werken. Goed, in feite is Finn altijd de enige geweest die verantwoordelijk is voor het schrijven van tekst en muziek, maar toch, sinds 2005 heeft the Veils een min of meer constante line up gekend. Tijdens het maken van die solo plaat, One Piece At a Time, leerde Finn Tom Healy, Cass Basil en Joseph McCallum kennen van de band Tiny Ruins. Via hen leerde hij ook componiste Victoria Kelly kennen. Allen werkten ze mee aan zijn solo album, maar ook zouden ze allen in de huidige Veils een rol krijgen. Met name de invloed van Tom Healy (die gitaar speelt en de productie/mix van And Out of the Void Came Love voor zijn rekening neemt) en Victoria Kelly is niet te onderschatten.

In 2019 zag ik Finn met zijn solo band (zeg maar een kleinere versie van de huidige Veils) touren door Nederland. Hij had toen merkbaar last van een 'wrist injury'. Hij gaf ook aan geen idee te hebben hoe de toekomst van zijn band er uit zou zien. Later bleek zijn pols gebroken te zijn. Een paar maanden later brak corona uit. In een paar livestreams speelde hij in die periode covers en nieuw werk, waaronder een paar nummers die nu op de plaat staan. Begin 2021 speelden the Veils een aantal concerten in Nieuw Zeeland ter gelegenheid van 15 jaar Nux Vomica. Voor het eerst in de huidige samenstelling. Van de oude band is Dan Raishbrook nog van de partij. Ook opvallend, oud toetsenist Liam Gerrard (ook verantwoordelijk voor het artwork) is weer terug. Maar eigenlijk is the Veils Finn Andrews, en degenen met wie hij op dat moment samenwerkt. Want ook Tiny Ruins bestaan nog, en komen in april met een nieuwe plaat.

...And Out of the Void Came Love dus, een doorstart voor The Veils kun je zeggen. Finn heeft ontzettend veel geschreven en opgenomen. Hij speelde met de gedachte om een driedubbel album op te nemen, of twee losse platen zij aan zij, zoals Tom Waits deed met Alice en Blood Money. Dat is het niet geworden. Wel krijgen we een (semi) dubbel album. Maar duidelijk is dit een plaat waarin meerdere 'stromingen' zijn te horen. Stevig ('Bullfighter', 'Epoch'), new wave achtig ('the World of Invisible Things', 'Diamonds and Coal', dat me doet denken aan Nick Cave ten tijden van Ghosteen), en de meer pop/orkestrale nummers met de arrangementen van Victoria Kelly. Wat me nog het meeste opviel was het geluid van de tweede helft van de plaat. Tijdens zijn solo tour door Nederland kocht Finn een gitaar. Deze geeft het flamenco achtige geluid dat te horen is op een aantal nummers ('Made From Love With Far To Go', 'The Pearl II', 'the Day I Meet My Murderer'). De tweede helft van de plaat heeft daardoor een heel typisch sfeertje gekregen. Hier hoor ik duidelijk de invloed van Leonard Cohen. 'The Day I Meet My Murderer' vond ik een beetje een niemendalletje, maar door de arrangementen hier toch bijzonder goed geslaagd.

'Time', over de tijd die onverbiddelijk voortschrijdt, is en blijft een indrukwekkende opener. De video past er perfect bij. 'Time is singing to me sweetly' time is in our blood. Time is leading me slowly from everyone I love'. Ook 'No Limit of Stars' is een nummer met allerlei existentiële overpeinzingen. Het is een persoonlijke, maar uiteindelijk ook hoopvolle plaat geworden, zo getuige ook zijn mooie versie van zijn vader's 'Cradle Song'. Destijds voor Finn geschreven, nu door Finn gezongen voor zijn half jaar oude dochter. ´Undertow´ gaat over het songschrijverschap, dat hij van zijn vader heeft geerfd. ´Epoch´ is echt een lekkere stamper, een van de weinigen hier. De laatste minuut van ´Rings of Saturn´ is subliem. ´Someday My Love Will Come´ was een van de betere demo´s, en blijft hier moeiteloos overeind. Alleen ´Between the Ocean and the Storm´ doet me nog niet zoveel (in de demo versie een compleet ander nummer).

Dus, het is uiteindelijk een hele goede, warme plaat geworden. Persoonlijker, maar rijk aan stijlen, arrangementen, instrumentatie, mede dankzij Tom Healy en Victoria Kelly. Wat langzamer, maar uiteindelijk is dat wel hoe ik de band het liefst hoor (geldt ook voor bijvoorbeeld Nick Cave, No More Shall We Part hoor ik liever dan From Her To Eternity). Is het zo goed als The Runaway Found en Nux Vomica? Ik denk het niet, maar dat zijn dat ook klassiekers die zoveel voor mij betekend hebben. Is het beter dan Sun Gangs en Time Stays We Go? Ik denk het wel, en ik schat em op dit moment ook iets hoger in dan Total Depravity. En dan zijn er nog zoveel mooie liedjes die de plaat niet gehaald hebben. Laten we hopen dat we hier niet weer 7 jaar op hoeven wachten.

The Veils - Asphodels (2025)

poster
4,0
Asphodels lijkt in veel opzichten een reactie op het vorige album And Out of the Void Came Love.
9 nummers in slechts een half uur, waar de voorganger bijna 2x zo lang was. Ook is Asphodels een bijzonder coherent geheel. Allemaal subtiele, ingetogen nummers (vooruit, Mortal Wound en Melancholy Moon zijn ietsje bombastischer/uitbundiger), daar waar de voorganger alle kanten uitwaaierde. Uiteindelijk is dat toch een puntje van kritiek op dat vorige album: materiaal dat gedurende meerdere jaren en sessies was opgenomen en niet echt één geheel wilde vormen. Asphodels is in slechts 5 dagen opgenomen en heeft daardoor een vrij ongedwongen, minimalistische, intieme sfeer, met een centrale rol voor Finn Andrews en zijn piano, overigens wel mooi aangevuld met prachtige strijkersarrangementen van componiste Victoria Kelly. Het zal dan ook geen verrassing zijn dat Ashpodels nog het dichtst in de buurt komt bij zijn solo plaat One Piece At a Time uit 2019. Op het vorige album waren er nog wel (wat geforceerd klinkende) uitspattingen ('Bullfighter', 'Epoch') maar die worden hier wijselijk achterwege gelaten. Poetische teksten over liefde en over dood. Voor Andrews bekende thematiek.

Asphodels is geen plaat die z'n best doet om je van je stoel te blazen. Zeker niet bij een eerste beluistering. Het is wel een plaat die onder je huid gaat kruipen door authentiek te klinken. En juist de meest ingetogen nummers blijken dan de meeste indruk te maken. De opener van het album bijvoorbeeld, titeltrack 'Asphodels', begint met voorzichtige pianoklanken en een ijl zingende Andrews. Voorzichtig doen strijkers hun intrede, de bas volgt subtiel de piano. De Asphodels zijn bloemen die worden geassocieerd met de Griekse mythologie, waar ze verwijzen naar de onderwereld. Het is een rauw en intiem nummer over een stervende ziel die uiteindelijk rust vindt in die onderwereld. Kippenvel.

"And when my soul arrrived,
it looked just like they said,
with the ringing bells and the asphodels in the valley of the dead."

'Fortune Teller' werd al een tijdje live gespeeld, een onheilspellend nummer over het (niet) willen weten wat het leven voor je in petto heeft. 'The Ladder' als eerste single, ook weer over die zoektocht door het leven en geinspireerd door de schilderijen van Jeroen Bosch.
'The Dream of Life' is ook een prijsnummer waarin de strijkers een mooie rol spelen. 'Mortal Wound' klinkt wat dramatischer en is ook een logische single keuze. 'The Sum' klinkt als een tussendoortje dat met zijn praatzang Leonard Cohen in herinnering roept, maar toch duidelijk het minste nummer is op deze plaat. 'Melancholy Moon' zal het meest verassende nummer zijn hier; zo luchtig heb ik Finn Andrews niet eerder gehoord, in ieder geval het meest poppy nummer van de plaat. Maar 'Concrete After Rain' en 'A Land Beyond' laten vervolgens weer horen waar de kracht van dit album werkelijk zit: nummers gestript tot hun essentie, maar ze weten per beluistering meer indruk te maken.

Asphodels is geen nieuwe The Runaway Found of Nux Vomica, echte klassiekers uit hun oeuvre. Deze kan daar niet aan tippen. Andere fase, andere sound. Maar de directheid en oprechtheid van de nummers maakt het voor mij een interessantere plaat dan zijn voorganger, al kan ik me goed voorstellen dat fans van de band de harde intense nummers van weleer missen of het zelfs saai vinden. Maar ik heb er zin in om dit werk live te horen volgende week.

Tindersticks - The Waiting Room (2016)

poster
4,0
Ik heb "The Waiting Room" nu een paar keer beluisterd maar het is best een lastige plaat om te beoordelen. De voorganger (dan doel ik op "The Something Rain" want "Across Six Leap Years" is meer een tussendoortje) is geweldig, maar deze is vooralsnog toch wat wisselvalliger. De sfeer op het album is losjes, bijna jazzy, en dat bevalt wel. Wat dat betreft een logisch vervolg op "The Something Rain". Maar het is ook een vrij trage plaat die niet overal even goed beklijft. De Instrumentale nummers "Follow Me" , "The Fear of Emptiness" en "Planting Holes" zijn niet echt bijzonder en halen de vaart een beetje uit het album. "Were We Once Lovers" (met slap bass!) en in mindere mate het duet met Lhase "Hey Lucinda" zijn mooi, maar bloeien niet echt open. "The Waiting Room" is vrij lang en vooral traag; vooralsnog is het kwartje bij mij niet gevallen.

Daar staan een aantal topnummers tegenover: "Second Chance Man", met een soort onderwater effect op de stem van Stuart is een prachtige ballad met een mooie rol voor de blazers. "Help Yourself" is een van de hoogtepunten, een funky blaxploitation achtig nummer met fantastische blazer arrangementen van Julian Siegel. "How He Entered" is een spoken word track, maar met uitermate sfeervol met piano en strijkers. Opnieuw een hoogtepunt. De afsluiter "Like Only Lovers Can" is een vrij traditioneel ingetogen Tindersticks nummer, maar fantastisch mooi.

Al met al kan ik me vinden in de review van aERodynamIC. Een wat wisselvalligere plaat dan de voorganger, met absoluut een paar hoogtepunten, maar ook met een aantal nummers die me (nog) niet zo veel doen, en wat teveel (onnodige) instrumentals. Een 3,75* voor nu, afgerond naar boven.

Weezer - Weezer (2008)

Alternatieve titel: The Red Album

poster
2,5
Tja Weezer..
Sinds de Green Album presteren ze ondermaats, met als dieptepunt 'Make Believe'.

En dan is er deze Red Album. Ik heb hem nu een tijdje in bezit, en ik moet zeggen dat het frustrerend is om naar deze plaat te luisteren. Aan de ene kant hoor ik tenenkrommende of nietszeggende nummers als 'Heart Songs', 'Everybody Get Dangerous' en 'Automatic'. Aan de andere kant hoor ik leuke(re) nummers die erop zouden kunnen wijzen dat Weezer weer een stap in de goede richting zet: 'Pork & Beans', (gedeeltes van) 'The Greatest Man That Ever Lived', 'Dreamin' en 'The Angel & The One'.

De bonus cd voegt overigens weinig toe: 'Miss Sweeney', 'Pig' en 'The Weight' zijn wel aardig, 'Spider' en 'King' zijn van redelijk bedroevend niveau.

En waarom moeten de andere bandleden zonodig op 1/3 van de nummers de leadzang op zich nemen? Het is goed dat ze eens iets anders proberen maar dit pakt meestal niet erg gunstig uit.

Is deze plaat nu beter dan 'Make Believe'? Nauwelijks helaas. Toch geven 'Pork & Beans', 'Dreamin' en 'The Angel & The One' me net dat kleine beetje hoop dat het nog ooit goed kan komen met Weezer. Daarom krijgt deze plaat toch een halfje meer dan 'Make Believe'.
3*