Hier kun je zien welke berichten kemm als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Palmistry - Ascensión (2014)

4,5
0
geplaatst: 19 november 2014, 22:29 uur
Een volle Jamaicaanse kont die in slowmotion van kin naar voorhoofd twerkt. Billen om de kaken. Kaken uit de billen. En weer terug. In het kamertje achterin waar spots achter het gordijn verdwijnen, maar de stoel nog steeds op en neer gaat op de gefilterde, opzwepende beats in deze teneergeslagen leegte. Vertwijfeld of dit dit wel de plek is om te vertoeven, terwijl de overgave reeds heeft plaatsgevonden. Verheven, verslagen en sneller verdwenen dan een kapotgeblazen kauwgombel. Meer zoeken, alles vinden en met niets anders overblijven dan de gedachte of er meer is. Meer dan echo’s van vertraagde trance, vergeten dancehall en het aarszweet dat nog op het voorhoofd staat te parelen. Misschien op de bodem van het negende shotglas..
Free download: plmstry.com
Free download: plmstry.com
Placebo - Ball of Eyes (1971)

4,5
1
geplaatst: 19 december 2010, 17:02 uur
Klassevol met een hoek af, als een surrealistisch werk van Magritte of een kledingstuk van Martin Margiela, zo valt de jazz-funk van Marc Moulin te omschrijven. Tevens, als Magritte of Margiela, een van Belgiës beste ambassadeurs in zijn vakgebied!
Moulin was al jaren actief in het jazzmilieu, voornamelijk als keyboardspeler. Placebo was zijn poging om de funk en soul die toen in Amerika zo populair was te integreren in jazzmuziek. Hij stelde het collectief samen van muzikanten uit de verschillende trio's, quartetten en quintetten waar hij ooit deel van uitmaakte. Enkelen daarvan "hadden niet door waar ze eigenlijk mee bezig waren": Moulins eigen woorden vele jaren later, als reactie op de cultstatus die de groep tegen dan verworven had. "En dat hoor je." Zulk bont Brussels gezelschap met verschillende ideeën (of onwetendheden) zorgt juist voor deze unieke en op een vreemde manier gesofisticeerde sound. Het is op bijna naïeve wijze dat ze zich wagen aan Inner City Blues en You Got Me Hummin', twee klassiekers in spe. Gastzanger Guy Theisen haalt het natuurlijk niet van Sam, Dave of Marvin, maar dat hoeft niet, de meeste muzikanten springen gevoelsmatig in en doen proper hun werk. Dat in combinatie met het pianospel van Marc Moulin, dat bij wijlen lekker de band uitspringt (hij is duidelijk de visionair van dit project), en het gedrum van Freddy Rottier, dat net wat vettiger is dan gangbaar, geven deze nummers een eigen karakter mee, dat vooral voor You Got Me Hummin' zeer goed werkt.
In Moulins eigen composities is meer plaats voor speelsheid, nog steeds met de grootste beheerstheid, bijna een paradox, enkel te vinden in Belgische bodem. Planes en Humpty Dumpty, twee beleefde opdondertjes, illustreren dit uiterst mooi (die laatste is ook wel bekend onder de naam Love Jones,
J Dilla's versie van de opdonder). Placebo speelt het serieus, maar meent het daarvoor niet altijd zo. Aria begint niet met een Italiaanse operazanger, maar met een bende spelende kinderen. Er zal vast iets achter zitten, Marc weet wat. Het is hier dat de blazers, na een half album bijna onderhuids te zitten, eindelijk volledig kunnen losbarsten en er zelfs hier en daar een solo afkan tegen de electrische piano. Het grootst opgebouwd is de Showbiz Suite, waar iedereen nog een kans krijgt om te blinken, niet in het minst de bas van Nick Kletchkovsky, die een solo krijgt die naam waardig, aangezien alle andere instrumenten compleet stilvallen.
Afsluitend horen we nog de bezieler solo in het titelnummer en Oh La La, een bijzondere slotminuut van een bijzonder project. De combinatie jazz-funk op zich was niets nieuws in 1971, wat Placebo zo gegeerd maakt onder liefhebbers is hoe het element 'afkomst' hun klank heeft bepaald. Uniek en bijzonder, maar ook begrijpelijk en beheerst.
Moulin was al jaren actief in het jazzmilieu, voornamelijk als keyboardspeler. Placebo was zijn poging om de funk en soul die toen in Amerika zo populair was te integreren in jazzmuziek. Hij stelde het collectief samen van muzikanten uit de verschillende trio's, quartetten en quintetten waar hij ooit deel van uitmaakte. Enkelen daarvan "hadden niet door waar ze eigenlijk mee bezig waren": Moulins eigen woorden vele jaren later, als reactie op de cultstatus die de groep tegen dan verworven had. "En dat hoor je." Zulk bont Brussels gezelschap met verschillende ideeën (of onwetendheden) zorgt juist voor deze unieke en op een vreemde manier gesofisticeerde sound. Het is op bijna naïeve wijze dat ze zich wagen aan Inner City Blues en You Got Me Hummin', twee klassiekers in spe. Gastzanger Guy Theisen haalt het natuurlijk niet van Sam, Dave of Marvin, maar dat hoeft niet, de meeste muzikanten springen gevoelsmatig in en doen proper hun werk. Dat in combinatie met het pianospel van Marc Moulin, dat bij wijlen lekker de band uitspringt (hij is duidelijk de visionair van dit project), en het gedrum van Freddy Rottier, dat net wat vettiger is dan gangbaar, geven deze nummers een eigen karakter mee, dat vooral voor You Got Me Hummin' zeer goed werkt.
In Moulins eigen composities is meer plaats voor speelsheid, nog steeds met de grootste beheerstheid, bijna een paradox, enkel te vinden in Belgische bodem. Planes en Humpty Dumpty, twee beleefde opdondertjes, illustreren dit uiterst mooi (die laatste is ook wel bekend onder de naam Love Jones,
J Dilla's versie van de opdonder). Placebo speelt het serieus, maar meent het daarvoor niet altijd zo. Aria begint niet met een Italiaanse operazanger, maar met een bende spelende kinderen. Er zal vast iets achter zitten, Marc weet wat. Het is hier dat de blazers, na een half album bijna onderhuids te zitten, eindelijk volledig kunnen losbarsten en er zelfs hier en daar een solo afkan tegen de electrische piano. Het grootst opgebouwd is de Showbiz Suite, waar iedereen nog een kans krijgt om te blinken, niet in het minst de bas van Nick Kletchkovsky, die een solo krijgt die naam waardig, aangezien alle andere instrumenten compleet stilvallen.
Afsluitend horen we nog de bezieler solo in het titelnummer en Oh La La, een bijzondere slotminuut van een bijzonder project. De combinatie jazz-funk op zich was niets nieuws in 1971, wat Placebo zo gegeerd maakt onder liefhebbers is hoe het element 'afkomst' hun klank heeft bepaald. Uniek en bijzonder, maar ook begrijpelijk en beheerst.
Plantlife - The Return of Jack Splash (2004)

5,0
0
geplaatst: 22 november 2009, 14:06 uur
Jack Splash, een voormalig hiphopproducer, een achtergrondzangeres en de DJ van Prince: dit bonte gezelschap vormt PlantLife. Samen laten ze horen hoe hedendaagse Funk nog kan klinken naast de populaire retro-sound die de wereld al een hele tijd aan het domineren is. Concreet betekent dat meer invloeden van genres als hiphop en electronic, maar vooral de FUN die centraal staat. ‘Cause you can’t spell FUNK without... That’s right!
PlantLife voorziet de luisteraar van meer catchy baslijntjes dan de gemiddelde Prince-plaat, laat voortreffelijke horn arrangements horen en is tevens niet vies van wat synthesizers. Over al dit lekkers zingt Prince gereïncarneerd in een Disney-figuurtje; apart maar très funky! En inderdaad, ik heb al 3 keer Prince vermeld...
Gelukkig heeft dit album naast dat alles ook nog inhoud meegekregen. De titel The Return of Jack Splash mag je zien als de zanger die zijn leven weer op orde stelt na een moeilijke periode, zo blijkt uit de teksten. Een van de aangrijpendste songs is ‘Bottle of Hope (Save the World)’ over een drankverslaving: “I don’t wanna save the world no more, I’ve just got to save myself, I’ve been drinking this bottle of hope and it’s bad for my health”. Ook de spoken word/rap op het einde is mooi gedaan. Of hoe hij vrede probeert te nemen met hoe het leven verlopen is in ‘Beautiful Babies’: “You’ve got a dancer now for your boyfriend, funny I got a dancer too, Now I can just be me and you can be you (and I love you), After all we’ve been through, me and you we can still be family baby”. Niet de grote poëzie, maar het geeft al die funkiness wel een menselijk gezicht. Het album vindt ook een perfect evenwicht tussen deze diepere thematiek en de eerder genoemde fun, terug te vinden in nummers als ‘Appreciate’, ‘Got2Get2gether4Luv’ en ‘Luv Me (Till It Hurts)’. Die beide elementen hoeven ook niet per se gescheiden te blijven, zoals de songs ‘When She Smiles She Lights the Sky’, ‘We Can Get High’ en ‘Luv 4 the World (Why They Gotta Hate?)’ bewijzen. Hoe het ook wordt aangepakt, het zijn in de eerste plaats (zonder uitzondering) sterke nummers: de basis voor elk sterk album.
En:
The Return of Jack Splash is nog steeds de beste Funk-plaat van dit millenium! Dus: kopen!
PlantLife voorziet de luisteraar van meer catchy baslijntjes dan de gemiddelde Prince-plaat, laat voortreffelijke horn arrangements horen en is tevens niet vies van wat synthesizers. Over al dit lekkers zingt Prince gereïncarneerd in een Disney-figuurtje; apart maar très funky! En inderdaad, ik heb al 3 keer Prince vermeld...
Gelukkig heeft dit album naast dat alles ook nog inhoud meegekregen. De titel The Return of Jack Splash mag je zien als de zanger die zijn leven weer op orde stelt na een moeilijke periode, zo blijkt uit de teksten. Een van de aangrijpendste songs is ‘Bottle of Hope (Save the World)’ over een drankverslaving: “I don’t wanna save the world no more, I’ve just got to save myself, I’ve been drinking this bottle of hope and it’s bad for my health”. Ook de spoken word/rap op het einde is mooi gedaan. Of hoe hij vrede probeert te nemen met hoe het leven verlopen is in ‘Beautiful Babies’: “You’ve got a dancer now for your boyfriend, funny I got a dancer too, Now I can just be me and you can be you (and I love you), After all we’ve been through, me and you we can still be family baby”. Niet de grote poëzie, maar het geeft al die funkiness wel een menselijk gezicht. Het album vindt ook een perfect evenwicht tussen deze diepere thematiek en de eerder genoemde fun, terug te vinden in nummers als ‘Appreciate’, ‘Got2Get2gether4Luv’ en ‘Luv Me (Till It Hurts)’. Die beide elementen hoeven ook niet per se gescheiden te blijven, zoals de songs ‘When She Smiles She Lights the Sky’, ‘We Can Get High’ en ‘Luv 4 the World (Why They Gotta Hate?)’ bewijzen. Hoe het ook wordt aangepakt, het zijn in de eerste plaats (zonder uitzondering) sterke nummers: de basis voor elk sterk album.
En:
The Return of Jack Splash is nog steeds de beste Funk-plaat van dit millenium! Dus: kopen!
