MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten kemm als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Santigold - Master of My Make-Believe (2012)

poster
4,5
Santi is overduidelijk nog dezelfde Santo! Niet ter plaatse blijven trappelen, wel gegroeid naar de volgende fase. Da’s maar goed ook, want als je met deze nieuwe plaat ook de gelegenheid neemt om haar eerste wapenfeit van (al / amper) vier jaar geleden weer eens op te leggen valt op dat haar geluid daar intussen behoorlijk achterhaald is. Niet dat het iets afdoet aan de hoge kwaliteit van haar debuut, maar zijn tempo en bepaalde speelse elementen in de muzikale uitwerking geven het met huidige oren een gedateerd randje. Misschien zegt dat meer over onze vesnelde levensstijl en bijbehorende beperkt houdbare ervaringen als vier jaar al een muzikale kloof betekent. Gelukkig is de huidige Santi niet helemaal meer diezelfde Santo en klinkt ze met Master of My Make-Believe weer ontzettend relevant. Het resultaat is een donkere plaat die bij momenten zo strak is vormgegeven dat het haast afstandelijk wordt. Deze muziek vindt plaats in een besloten bubbel. Alles en iedereen ziet alles en iedereen, maar niets en niemand komt daadwerkelijk in aanraking met niets of niemand. Het compacte karakter verklaart 2012 tot 1984, wanneer bewegingsvrijheid beperkt zal zijn en individu weer tot mens wordt gekneed. Santigold verzet zich tegen haar eigen lugubere tonen door in zowel tekst, zang als muziek betrokken en scherpzinnig uit de hoek te komen. Alsof ze met een puntig object langs de rand krast, haar eigen bubbel te gaan dreigen doorprikken. De tweestrijd tussen de starre volharding en het naderende losbarsten maakt dat de muziek knispert en knettert langs alle kanten. Een definitieve ontploffing blijft gelukkig uit, waardoor de spanning overeind blijft. Master of My Make-Believe weerspiegelt een somber denkbeeld dat door de artieste bewerkt wordt tot een draaglijke leefwereld. De apocalyps is nooit ver weg, maar Santigold bevat nog te veel leven om zich gewonnen te geven. Met de druk van de tikkende klok en het dalende plafond lijkt ze haar vrijheid te vinden. Wanhoop en hoop liggen even dicht bij elkaar als haat en liefde, van deze bedenkelijke visie weet dit album je op indrukwekkende wijze te overtuigen. Het is maar wat je wil geloven natuurlijk...

Selah Sue - Selah Sue (2011)

poster
4,0
Twee EP’s, een aantal voorprogramma’s en twee festivalzomers en Selah Sue was een superster! Sinds vorige week heeft ze iets om die status te staven: een werkelijk album. En dit weekend staat ze die status volop te bewijzen in drie uitverkochte AB-concerten! Met Selah Sue is Selah Sue eindelijk Selah Sue!

Dat meisje met het gouden strotje, de gitaar en haar Jamaicaanse rijm, ze is een artieste! Op de Black Part Love-EP was ze vooral op zichzelf aangewezen, een platencontract bood nieuwe mogelijkheden. Op de Raggamuffin-EP was het al een beetje te horen, maar het blijft verrassend hoe het debuutalbum opent met rijkgevuld materiaal. Band compleet met blazers op het funky This World en het moderne reggae-geluid van Peace of Mind maken meteen een duidelijk statement: Selah Sue is hier niet om het verwachte te geven, wel gewoon om haar ding te doen! Haar concert in de AB, hoewel met de gehele ritmesectie aanwezig, opende ze op de tegengestelde manier: old school Sanne met gitaar. Het is hoe bijna elke song op de plaat, zoniet allemaal, begonnen en bekend zijn geworden. Daardoor blijft haar materiaal ook zo moeiteloos overeind. Prachtig om te zien wanneer het publiek compleet losgaat op een meisje dat met de akoustische gitaar Fyah Fyah brengt, als zaten we in een zweterige dancehall-tent. Summertime wordt op de cd dan weer vergezeld door een half strijkersorkest, heel dromerig en subtiel, een van de mooiste momenten op haar debuut. Live, zonder dit alles, verdwijnt er juist helemaal niks van de magie. Betoverend!

Dat ze dit kon, alleen, was al bewezen, maar ook als de band in de picture komt, straalt het amusement van het podium! Eerlijk, ik had mijn bedenkingen bij de nieuwe versie van Black Part Love. Het leek wel of ze er sinds de laatste opname dag in dag uit hebben aan liggen sleutelen, wat tot een ontzettend rommelige drukte leed. Ook het laatste nummer, Just Because I Do, met zijn zachte dubby/electronic-feel klonk mij een beetje misplaatst. Bleek echter dat net deze nummers live ontzettend goed uitpakken. Ze klinken wat mysterieus, maar entertainen enorm! De nieuwe Black Part Love begint steeds meer door te dringen, al zal ik waarschijnlijk altijd een groter zwak hebben voor het beorgelde ‘origineel’.
Ongetwijfeld zijn er mensen die al die Jamaicaanse invloeden liever achterwege gelaten zien of misschien die moderne R&B/Hiphop en eElectronic niet goed begrijpen. Bij sommige kleine dingen en reeds genoemde keuzes op dit album maak ik me ook wel eens bedenkingen, maar dit is gewoon allemaal Selah Sue! Je hoort liefde voor al die verschillende genres doorklinken. De oprechtheid en onbelemmerheid die ze in alle nummers tentoon spreidt is prachtig om te horen! Dat en haar brede muziekinteresse geven haar een eigen geluid en maken van deze zangeres een unieke artieste.

Je leest hier veel voor de hand liggende vergelijkingen, maar als puntje bij paaltje komt heeft Selah Sue een frisheid die Adele nooit een album lang zal kunnen vasthouden en een echtheid waar Duffy enkel van kan dromen. “Stop whining Sally, just get yourself together, and sing the fucking song” Daarom!
Nee dan liggen de namen die Reijersen aanhaalt, Ayo en Nneka, dichter bij waar Selah Sue voor staat. De ene meer akoustisch gericht en de andere eerder vol en energiek is ze ergens een hybride van die twee... and then some. Dat ze met de producers van die twee artiesten heeft gewerkt zal daar uiteraard ook wel voor iets tussen zitten. Ze is vooral zichzelf op dit album, in al haar facetten. Die realness moet ze vooral koesteren, want daarmee onderscheidt ze zich van de soulkudde.

Het stond al in de sterren geschreven, maar nu al de bits & pieces van de voorbije jaren samenkomen wordt het bevestigd: dit eerste album en de hernieuwde live-act zijn nog maar het begin, maar lossen al alle verwachtingen in. Als ik zeg dat er nog ruimte is voor verbetering is dat geen punt van kritiek voor de 21-jarige, maar gewoon een positieve noot voor de toekomst!
Maar nu nog even “Selah Sue”! Eindelijk, eindelijk, eindelijk!

Sharon Jones & The Dap-Kings - Soul Time! (2011)

poster
4,0
Ze stonden mee aan de wieg van de grote soulrevival! Ze waren namen als Amy Winehouse, Joss Stone en Raphae Saadiq lang voor! En met hun vier albums nestelden ze zich de voorbije jaren in de harten van menig liefhebber! Maar als je denkt daarmee alles gehoord te hebben van Sharon Jones & The Dap-Kings heb je het goed mis! Met allerlei bonustracks, nummers op verzamelaars en -in ware retrostijl- singles op funky 45 only zijn zelfs de grootste fans de voorbije jaren gegarandeerd wat misgelopen. Daarom is er nu Soul Time!, een verzamelaar waarop nog heel wat te ontdekken valt!

Met een tijdspanne van 2004 tot nu horen we nummers die haast hun hele carrière omspannen en dat creëert een boeiend overzicht! Van hun deep funk begindagen tot de wat softere soul van hun laatste albums, alle facetten worden vertegenwoordigd. En hoe! De funky singles Genuine (part 1 en 2), I’m Not Gonna Cry en What If We All Stopped Paying Taxes behoren tot het strafste materiaal ooit op plaat geperst door deze band! De ritmesectie zat nooit strakker en de blazers klonken zelden zo bevrijd! En Sharon toont nogmaals waarom ze de vrouwelijke evenknie van James Brown mag genoemd worden! Welke zonde het zou zijn mochten dit soort nummers verloren geraken omdat ze een regulier album gemist hebben! Neen, Soul Time! is geen gewone verzamelaar!
He Said I Can, When I Come Home en Without a Trace zijn alledrie bonustracks van drie verschillende uitgaves van hun laatste album I Learned the Hard Way. Haast onmogelijk dus om ze allemaal te bezitten, tenzij je er veel geld hebt tegenaan gesmeten... Elk van die nummers had nochtans niet misstaan tussen het betere materiaal van die plaat! Maar vooruit: ik zou voor de versie met He Said I Can gegaan zijn, een lekker rauw orgelgrdreven nummer!
Een mooie ontdekking is Ain’t No Chimneys in the Projects, blijkbaar een gemist singletje uit 2009. Vergezeld van uitgesproken strijkersarrangementen zowaar, maar het werkt bijzonder goed voor de Dap-Kings en het geeft het nummer een mooi melancholisch karakter mee! Ook de Shuggie Otis cover Inspiration Information is goed aangepakt. Het nummer zet ze aan wat extra percussie te voorzien, wat bijzonder fijn klinkt. Niet beter dan het origineel, wel een mooie aanvulling aan hun oeuvre!

Voor het enige écht nieuwe nummer, New Shoes, hoef je dit album niet per se te kopen. Aardig nummer, maar ook niet veel meer dan dat. Wat echt bijzonder is aan deze release is dat je een mooi overzicht krijgt waar Sharon Jones and the Dap-Kings hun ganse loopbaan mee bezig zijn geweest door middel van nummers die weinig bekend zijn. En toch blinken de meeste niet minder hard dan de parels van hun reguliere albums. Soul Time! is daarmee een verzamelaar zoals geen verzamelaar is: geen overbodige compilatie, maar een must in de collectie!

Solange - A Seat at the Table (2016)

poster
4,5
Haar zwarte, weerbarstige krullen in vol ornaat op de hoes, maar waag het niet er aan te komen. “Don’t touch my hair” is het statement, de vibe, dat de hele plaat kleurt. Het ooit onderdrukte verbiedt ze tot haar eigen onafhankelijke, van het toen onwetende maakt ze hier het allesomvattende. Nog voor het initiële oogcontact, de lippen amper van elkaar los, word je gelijk de mond gesnoerd. “What’d you say to me?” klinkt het tegelijk weary en mad. Vanachter de zwarte, weerbarstige krullen spreekt een gebroken ziel klaar om haar plek weer op te eisen, misschien wel voor het eerst.

Dat Solange geen protestmars opzet, maar haast een heel album in fluistertoon opneemt siert haar. Haar stem bibbert en beeft weleens en dat zet net de intensiteit van dit project goed in de verf. Ze heeft duidelijk al een hele weg afgelegd en is niet bang om die tekenen te laten doorschijnen om de boodschap de ondertekenen.

“All my niggas in the whole wide world,” op eender welk ander R&B-album zou het een eerder clichématige aansporing zijn om mensen op een of andere hitsige dansvloer te lokken. In F.U.B.U. is het pure verbondenheid, mensen zoals haar, die mogelijk met een hernieuwde trots vol in het leven staan

Ondanks de verslagen indruk die Solange kan opwekken en de soms sombere ondertoon van de liedjes, is A Seat at the Table vooral een viering van de Afro-Amerikaanse schoonheid en cultuur. In een gloedvolle productie krijgen we een spoedcursus Zwarte Muziekgeschiedenis, van jazzy ritmes tot bluesy soul, van P-Funk tot G-Funk, van old school tot new school R&B.

Diep gegraven en op de top uitgekomen, het meisje met de zwarte, weerbarstige krullen is aangekomen.

Solange - True (2012)

poster
4,0
Meer dan een schaduw was ze nooit, ons Solange. Sinds het ze zich een imago aanmat staat ze echter stevig in haar eigen fluorescerende 6 inch heels. Onder haar gepatroonde, felgekleurde en steeds stijlvol gesnitte jurken de meest aparte dansjes dansend. Om haar nieuwe imago in de verf te zetten. Niet langer het zusje in voetsporen die ze nooit echt kon volgen, maar eindelijk het zusje dat lekker haar eigen pad maakt. Met dank aan producer Dev Hynes.

Twee van de lekkerste singles van het jaar zijn van Hynes’ hand. Eerst was er Everything Is Embarrassing van Sky Ferreira en niet veel later ons Solange, met Losing You. De eerste rock genoemd, de laatste r&b. Al kunnen ze ook zonder problemen naast elkaar onder de verzamelnaam 80’s dance staan, ze dragen duidelijk de stempel van de producer: clean uitgewerkt, maar tegelijk heerlijk groezelig opgenomen, bulkend van wavesounds en grauwe teksten.

Sky Ferreira besloot op haar EP een andere weg op te gaan, maar Solange zag gelukkig wel graten in het werk van Dev Hynes. En terecht. Afzonderlijk blinken ze niet per se uit, maar als het iele stemgeluid van Solange samenkomt met de zware producties van Hynes levert het een unieke wisselwerking op. Dat zus geen Beyoncé is is wat haar totnogtoe van een echte carrière hield, maar deze soms ongure funky muziek smeekt net voor haar ietwat onvaste uiteenzettingen en beverige tempowisselingen. Het complementeert hetgene waar ze over zingt, de andere kant van de liefde, en zet de speelse opbouw van de muziek in de verf.

Echt opvallen doet het songmateriaal op True, naast single Losing You, niet echt, hoewel het muzikaal goed gevuld is. De kracht zit meer in de uniforme beleving en subtiele verschuivingen binnen het project. Het klinkt allemaal behoorlijk rechtlijnig en strak op het eerste gehoor, maar het zijn de plooien merkbaar bij de tweede beluistering die je zoetjesaan van hun visie gaan overtuigen. Zo weet deze EP een zeer interessant beeld te schetsen van een artieste waar vrijwel niemand op zat te wachten. Fijn dat je er eindelijk bent, Solange!

Sonnymoon - Sonnymoon (2012)

poster
4,5
Dankzij een dromerige EP’tje eerder dit jaar stond het al in de sterren geschreven, maar met de langspeler beweegt Sonnymoon zich in veel afgelegenere atmosferen. Met eerste single Just Before Dawn leverde dat een subtiel en ambitieus opgebouwd stuk op, voorzien van de bescheiden maar bijzonder rake electronics van Dane waar de hemelse vocalen van Anna ingetogen doorheen zweven, alles compleet gemaakt met een grootse finale van prachtig georchestreerde strijkers (met dank aan Miguel Altwood-Ferguson). Het nummer is letterlijk dat moment, de lange nacht die langzaamaan zijn schemer verliest. Just Before Dawn wordt briljant geschetst, je kan haast dat moment en het gepaard gaande gevoel met de vinger aanraken. Een ideale afsluiter, voor eigenlijk eender welk album... Ondanks de eigenzinnige uitwerking en aparte opbouw is de visie van het duo zeer duidelijk in dit nummer. In schril contrast daartegen staat tweede single Wild Rumpus, een ogenschijnlijk allegaartje van abstracte beats en beestachtige grooves. Zo gevoelsmatig verstaanbaar afsluiter Just Before Dawn binnenkomt, zo geschift vreemd begint opener Wild Rumpus aan het album. Het nummer is niet meteen een ideale single, aangezien het amper een nummer te noemen valt, een lijn die in het hele album wordt doorgezet. Alle ingrediënten uit het kookboek zijn aanwezig, alleen is Sonnymoon niet van plan het recept te volgen. Songs volgen niet de toegankelijke stramienen, vocalen starten niet wanneer je verwacht dat ze beginnen en beginnen wanneer je ze niet meer verwacht, en ondertussen zijn de beats onder eenzelfde titel al drie keer van richting veranderd. Sonnymoon biedt weinig houvast en vraagt best een inspanning van de luisteraar. Da’s wat je een eerste keer afstoot, maar je -als de intrige groot genoeg is- vanaf de tweede keer zal binnenrijven. Je moet er gewoon zelf naartoe willen. Tussen de regels door is dit ook gewoon gezellige electronica doorspekt met lekkere commerciële r&b, het ligt juist wat dieper onderhuids. Een houdbaarheidsdatum printen op de hoesjes lijkt dan, in tegenstelling tot veel gezellige electronca en lekkere commerciële r&b, vooralsnog onnodig. Het is zelfs niet helemaal duidelijk of de definitieve fabricatiedatum van deze muziek al gepasseerd is... Sonnymoon bevat ook niet echt nummers en is daarmee moeilijk een ‘echt’ album te noemen. Zelfs een sfeerzetting omvat niet de hele betekenis van deze bijzondere muziek. Sonnymoon kan je nog het best een state of mind noemen, zoals nirwana dat is. Of New York. Je moet het ervaren om het te kunnen begrijpen. En meermaals om het echt te vatten. Al zal een stukje mysterie nooit verdwijnen.

Stephanie Mills - Home (1989)

poster
3,5
Ontelbare Broadwayshows heeft ze als tiener afgesloten met Home. Als Dorothy in de musical The Wiz was ze de nieuwe rijzende ster midden jaren '70, maar de behoefte om het grootse finalenummer, háár nummer, op plaat te zetten kwam pas in 1989 met dit album. Aanleidingingen waren het overlijden van haar producer Ken Harper en Charlie Smalls, componist van Home, "the two men who gave me my own yellow brick road". Je hoeft dan niet eens een musicalfan te zijn om hier schoonheid in te zien, want ondanks de nodige pathos is het indrukwekkend om te horen hoe een nummer tot iemands aura kan gaan behoren, zoals Home tot die van Stephanie Mills behoort. Het is zeldzaam om iemand zo soepel door een song te horen bewegen. Een hoogtepunt van de A-kant van de LP, de zelfverklaarde Lovin'-kant (tracks 1-5), wat niet meer betekent dan dat de ballades gegroepeerd staan aan het begin en je voor het uptempo werk het geheel moet flippen naar de Partyin'-kant (tracks 6-9). Het komt het albumgevoel niet bepaald ten goede natuurlijk, dus dan is het maar juist waarvoor je in de mood bent. En dan neig ik toch meer naar het stevigere werk, die nog de allerlaatste verschijnselen van disco vertonen gekoppeld aan de vernieuwende new jack swing stijl. Het resulteert in een handvol frisse songs op maat van Mills gemaakt. Het klinkt zachtaardiger dan wat Janet Jackson in diezelfde stijl maakte, maar daarmee ook gepaster. Haar zangstijl is eveneens eerder lieflijk van aard dan powerful en daar houdt de instrumentatie rekening mee, zonder zijn karaktervolle uitwerking te verliezen. Harde drums en spannende synths maken nog steeds het feestje aan de Partyin’-zijde! Toch kan niets concurreren met de opener van de plaat. Something in the Way (You Make Me Feel) mag dan kant hebben gekozen, het is toch veeleer een combinatie van beide en vervat zo het beste van twee plaatkanten in een enkel nummer. Een liefdesode voorzien van het betere drum(computer)werk en allerlei scherpe kantjes met Stephanie in complete controle, het geeft daarmee een soort anthem-gevoel, je weet wel, zo’n ding dat dingen betekent voor dingen. Ze herneemt niet voor niks een stukje van haar grootste hit Never Knew Love Like This Before, een song met een vergelijkbaar gevoel. Doordat het minder leunt op traditionele new jack swingelementen dan andere tracks, klinkt Something in the Way ook meer als een voorloper van de modernere R&B. De tijd zit uiteraard ook in dit nummer vast, maar lijkt de dag van vandaag toch overtuigender overeind te staan dan andere tijdsgerelateerde muziek, gewoon de overige nummers op dit album al... De ballades die Something in the Way achtervolgen zijn misschien niet altijd even aangrijpend en de scheiding der tempo op het album klinkt misschien als concept een goed idee, maar is in de praktijk minder goed verteerbaar. Het album Home blijft vooral rechtstaan omdat Stephanie Mills geen zangeres is die wat willekeurige nummers zingt; deze songs zijn duidelijk voor haar geschreven, of ze weet zich alleszins knap in te leven. Altijd verrassend als one-hit-wonders meer blijken te zijn dan een one-hit-wonder...

Stromae - √ (2013)

Alternatieve titel: Racine Carrée

poster
4,0
Oerbelgisch, een non-term die door Stromae volop wordt uitgebuit. Het betekent vanalles en zegt niks. De vrijheid van een samenraapsel en een grenzeloze mengelmoes. Nog specifieker en grenzelozer verspreidt het Brusselse zich op zijn palet. Het authentieke Brussel van de Marollen, het hippe Brussel uit de Rue Dansaert, het zakelijk Brussel rondom het Warandepark en het globale Brussel om al deze plekken te doen leven.

De stijlvolle Franse chanson verweven met wanstaltige eurotrap is gewoon zijn natuur aan het werk. De integratie van zijn hiphoproots en het doorschemeren van ritmisch Afrika maakt het compleet. Stromae belichaamt ‘oerbelgisch’ (zonder een betekenis te willen impliceren bij deze non-term) en speelt eigenwijs de rijkdom / al dan armoede ervan uit.

Dat net hij Belgiës voornaamste muziekexport is vandaag, is tegelijk ironisch en vanzelfsprekend. Voortvloeiend uit de surrealistische combinaties, primitieve aanpak en absurde spel, meent hij het serieus. De twee singles en prijsbeesten van het album Papaoutai en Formidable, schetsen een schitterend beeld van de intrigerende, directe oppervlakte en dieperliggende, universele gevoelens.

Stromae had een plan. Om tot een sound te komen, om dit album te maken, om de driekleur opnieuw kleur te geven. Geen album vol Fomidables, wel een treffende weerspiegeling van een eigenaardig persoon in een eigenaardige plaats, wereldwijd herkenbaar.