Hier kun je zien welke berichten kemm als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Majical Cloudz - Are You Alone? (2015)

4,5
0
geplaatst: 11 november 2015, 16:30 uur
Eentoon. Waarop alle licht neerschijnt. Lichtjes anders. Waarvan alle schaduw wegkruipt. Zijn eigen weg. De eentoon die twee mensen bindt. Zo goed en kwaad mogelijk. Middenin of buitenom de liefde van het moment.
Are You Alone? is telkens een andere schakering van die eentoon. Hopeloos, vertwijfeld, vastberaden, obsessief. Er altijd diep in. Ondoorgrondelijk liefdediep, ogenschijnlijk stoïcijns opgegraven, in een waas aan grooves en gedachten.
De muzikale opwelling implodeert vlak voor hij de eentoon verlaat. Zijn stem schreeuwt, net tot aan de dakrand. Hij neemt een poëtische duik, met de neus de blauwe zwembadstenen strelend.
Van de rand hangen en de val romantiseren. Niet loslaten uit noodzaak, om de aantrekkingskracht niet te demagnetiseren: de onmiskenbare eentoon van het tweetal.
Are You Alone? is telkens een andere schakering van die eentoon. Hopeloos, vertwijfeld, vastberaden, obsessief. Er altijd diep in. Ondoorgrondelijk liefdediep, ogenschijnlijk stoïcijns opgegraven, in een waas aan grooves en gedachten.
De muzikale opwelling implodeert vlak voor hij de eentoon verlaat. Zijn stem schreeuwt, net tot aan de dakrand. Hij neemt een poëtische duik, met de neus de blauwe zwembadstenen strelend.
I never show it but I am always laughing
I want to kiss you inside a car that’s crashing
And we will both die laughing
Cause there is nothing left to do
And we will both die laughing
While I am holding on to you
I want to kiss you inside a car that’s crashing
And we will both die laughing
Cause there is nothing left to do
And we will both die laughing
While I am holding on to you
Van de rand hangen en de val romantiseren. Niet loslaten uit noodzaak, om de aantrekkingskracht niet te demagnetiseren: de onmiskenbare eentoon van het tweetal.
Mandré - Mandré (1977)

4,5
0
geplaatst: 1 juni 2013, 14:22 uur
Opmerkelijk dat men vandaag zo wegloopt met een plaat die 36 jaar eerder al beter is gemaakt.
Het imago, compleet tot de blitse helmen, hadden ze al overgenomen. De muzikale invloed viel ook jaren terug niet te ontkennen, maar op Random Access Memories worden de referenties wel erg letterlijk. Maar Daft Punks poging om hun meester naar de kroon te steken is bij een poging gebleven.
Hij blijft koning: Mandré.
Verkocht als zogenaamd funkier dan Funkadelic, al zat Mandré ondertussen al aan de volgende stap. Electronic en spaced-out, maar real live, spinde hij zijn discofunk uiteen en aanelkaar. Strak sidderend of verloren zwevend, hier is een Interlude evenveel waard als een Opus-epos. Zijn funk is diepgaand en vol gevoel, zonder daarvoor steeds in labiele / clichématige teksten te moeten vervallen. Geen evidente richting binnen een funky trip, maar Mandré staat in balans. Zijn bassen zetten alles uiteen, zijn synths laten je het nodige voelen. Trefzeker geconstrueerd, openminded opgepakt, met gevoel bespeeld én plaats voor een dikke knipoog. Deze man weet hoe het moet!
Mandré, the original Masked Marauder / Music Man.
Het imago, compleet tot de blitse helmen, hadden ze al overgenomen. De muzikale invloed viel ook jaren terug niet te ontkennen, maar op Random Access Memories worden de referenties wel erg letterlijk. Maar Daft Punks poging om hun meester naar de kroon te steken is bij een poging gebleven.
Hij blijft koning: Mandré.
Verkocht als zogenaamd funkier dan Funkadelic, al zat Mandré ondertussen al aan de volgende stap. Electronic en spaced-out, maar real live, spinde hij zijn discofunk uiteen en aanelkaar. Strak sidderend of verloren zwevend, hier is een Interlude evenveel waard als een Opus-epos. Zijn funk is diepgaand en vol gevoel, zonder daarvoor steeds in labiele / clichématige teksten te moeten vervallen. Geen evidente richting binnen een funky trip, maar Mandré staat in balans. Zijn bassen zetten alles uiteen, zijn synths laten je het nodige voelen. Trefzeker geconstrueerd, openminded opgepakt, met gevoel bespeeld én plaats voor een dikke knipoog. Deze man weet hoe het moet!
Mandré, the original Masked Marauder / Music Man.
Mary J. Blige - My Life II... (2011)
Alternatieve titel: The Journey Continues (Act 1)

3,0
0
geplaatst: 2 december 2011, 14:34 uur
Eerlijk? Ik heb geen album van Mary meer beluisterd sinds No More Drama in 2001. Meer dan een ‘aardige’ single heb ik deze voorbije 10 jaar dan ook niet opgevangen. Waarom dan nu My Life II wel door mijn speakers knalt? Ze keert terug naar haar roots, toen ze nog terecht de Queen of Hip-Hop Soul werd genoemd en haar muziek ertoe deed, iets betekende, typisch Mary J. was! De eerste single loog er alvast niet om: 25/8 is een bijzonder aggressieve lovesong die het vuur van weleer weer opwakkert. Flarden van de nineties vliegen voorbij en toch blijft de productie fier overeind in het huidige wereldje. Een mooie verdienste!
En ook de rest van het album blijkt bol te staan van die diepe drums, zware synthesizers en een Mary J. Blige vol passie. In veel opzichten gaat deze terugkeer eigenlijk nog verder dan eender wat ze in de nineties voor elkaar speelde. Harder en sneller, enkel de beter kan ik onmogelijk uitspreken. Het album begint bijzonder leuk, maar te snel slaat de gretigheid in haar stem over naar wanhopigheid (kijk, ik kan het nog), blijft het muzikaal toch iets te veel een spelletje (kijk, we kunnen het nog) en is er gewoon te weinig overtuigend songmateriaal om uit te spelen (kijk, dat kan niet). Teveel nodeloos gezwans, maar misschien is ook dat een knipoog naar de ellenlange R&B-albums van de nineties... Alleen is het dan geen knipoog meer, maar haast een gimmick. Meer directie was het concept zeker ten goede gekomen. Weg met de misse eighties-cover Ain’t Nobody en gedaan met het groeperen van ballads (de drie op het einde maken van de finale nog een lange zit). En welk nut hebben features als Drake en Rick Ross? Veel interessanter zijn de rappers die er toen ook reeds bijwaren, zoals Nas, om hun evolutie naast die van Mary zelf te zetten. Ze scoren misschien niet meer hetzelfde grote publiek (alhoewel), maar het had tenminste iets betekend.
Te veel zaken aan My Life II doen geloven dat het om een publiciteitsstunt gaat, eerder dan om een oprecht verlangen naar een vervlogen tijd. Een geslaagde publiciteitsstunt, aangezien ook ik in de val ben gelopen. Meer dan een verdienstelijke poging is het echter niet geworden. De sound wordt goed benaderd, maar het niveau nooit gehaald.
En ook de rest van het album blijkt bol te staan van die diepe drums, zware synthesizers en een Mary J. Blige vol passie. In veel opzichten gaat deze terugkeer eigenlijk nog verder dan eender wat ze in de nineties voor elkaar speelde. Harder en sneller, enkel de beter kan ik onmogelijk uitspreken. Het album begint bijzonder leuk, maar te snel slaat de gretigheid in haar stem over naar wanhopigheid (kijk, ik kan het nog), blijft het muzikaal toch iets te veel een spelletje (kijk, we kunnen het nog) en is er gewoon te weinig overtuigend songmateriaal om uit te spelen (kijk, dat kan niet). Teveel nodeloos gezwans, maar misschien is ook dat een knipoog naar de ellenlange R&B-albums van de nineties... Alleen is het dan geen knipoog meer, maar haast een gimmick. Meer directie was het concept zeker ten goede gekomen. Weg met de misse eighties-cover Ain’t Nobody en gedaan met het groeperen van ballads (de drie op het einde maken van de finale nog een lange zit). En welk nut hebben features als Drake en Rick Ross? Veel interessanter zijn de rappers die er toen ook reeds bijwaren, zoals Nas, om hun evolutie naast die van Mary zelf te zetten. Ze scoren misschien niet meer hetzelfde grote publiek (alhoewel), maar het had tenminste iets betekend.
Te veel zaken aan My Life II doen geloven dat het om een publiciteitsstunt gaat, eerder dan om een oprecht verlangen naar een vervlogen tijd. Een geslaagde publiciteitsstunt, aangezien ook ik in de val ben gelopen. Meer dan een verdienstelijke poging is het echter niet geworden. De sound wordt goed benaderd, maar het niveau nooit gehaald.
Maverick Sabre - Lonely Are the Brave (2012)

3,5
0
geplaatst: 13 februari 2012, 14:00 uur
Op z’n best klinkt dit als een kruising tussen Amy Winehouse en James Blake. Het soulgedeelte haalt hij van de eerste en vooral vocaal is het soms eng hoe dicht hij tot de geest van Winehouse komt. Blake schemert voornamelijk door in de modernere elementen. Het samplegebruik doet weleens aan z’n ep’s denken. Maar bovenal weet Maverick Sabre veel van zichzelf erin te steken, met heel wat invloeden uit hiphop en reggae tot gevolg. Zo drijft Memories voort op een heerlijke sample van The Roots en flowt hij met momenten als ware hij een Marley-telg. Het brengt een typische frisheid in zijn stijl, herinnerend aan vrouwelijke tegenhangers als Selah Sue en Nneka. Ontzettend sterke melodieën die ook tekstueel betekenis krijgen, Maverick bezit ook die gave! Zo bevat I Need eveneens die jeugdige worsteling, “I need sunshine, I need angels, I need something good”, uiteengezet door een sterk uitgezette soulstem, maar ontzettend geloofwaardig. Je zou het hem allemaal gelijk willen geven!
Op de mindere momenten klinken de producties te weinig doordacht. Zo naakt als Maverick Sabre zich als artiest laat zien, zo oppervlakkig is soms de muzikale ondersteuning. Het durft weleens als een ruwe schets te klinken, door gebrek aan variatie of juist een overvloed aan goede wil. Let Me Go bijvoorbeeld is een leuk nummer, maar het gebruik van de Portishead-sample lijkt niet optimaal benut. De muzikale sample voegt te weinig toe, terwijl de vocale sample dan weer net iets te veel van het goede is. Instrumentaal zit Lonely Are the Brave verder absoluut niet slecht in elkaar, het maakt gewoon te weinig indruk. En daarmee hinkt het ietwat achter het talent van Maverick Sabre. Want bij deze jongen valt heel wat te genieten. Hij heeft geen angst om zich op plaatsen te begeven waar je bij eerste instantie de wenkbrauwen zou fronsen. Vocaal schuift het bij wijlen van de vettigheid en dat maakt het interessant. Dat geeft de cover van A Change Is Gonna Come* zelfs toegevoegde waarde! Dat houdt deze plaat overeind in een zee van Brits talent!
* van Sam Cooke, niet Solomon Burke, ga je mond spoelen, Eric!
Op de mindere momenten klinken de producties te weinig doordacht. Zo naakt als Maverick Sabre zich als artiest laat zien, zo oppervlakkig is soms de muzikale ondersteuning. Het durft weleens als een ruwe schets te klinken, door gebrek aan variatie of juist een overvloed aan goede wil. Let Me Go bijvoorbeeld is een leuk nummer, maar het gebruik van de Portishead-sample lijkt niet optimaal benut. De muzikale sample voegt te weinig toe, terwijl de vocale sample dan weer net iets te veel van het goede is. Instrumentaal zit Lonely Are the Brave verder absoluut niet slecht in elkaar, het maakt gewoon te weinig indruk. En daarmee hinkt het ietwat achter het talent van Maverick Sabre. Want bij deze jongen valt heel wat te genieten. Hij heeft geen angst om zich op plaatsen te begeven waar je bij eerste instantie de wenkbrauwen zou fronsen. Vocaal schuift het bij wijlen van de vettigheid en dat maakt het interessant. Dat geeft de cover van A Change Is Gonna Come* zelfs toegevoegde waarde! Dat houdt deze plaat overeind in een zee van Brits talent!
* van Sam Cooke, niet Solomon Burke, ga je mond spoelen, Eric!

Maxayn - Maxayn (1972)

4,0
0
geplaatst: 12 juni 2011, 12:45 uur
Als een gazelle in de avondse savanne, op de uitkijk, uitkijkend naar de nieuwe dag. Zo toont Maxayn Lewis haar uitgesproken Afrikaanse profiel. “It was hard for us then, It is hard for us now.” Maar de warme gloed van de ondergaande zon straalt af op de broeierige muziek en mist zijn effect op de gazelle niet. “We’ve been trying for days, And I know we’re gonna make it.”
Hun debuutplaat weet een bijzonder goed en warm gevoel over te brengen, een “alles is niet peis en vree, maar alles kan peis en vree zijn”-soort gevoel. Hun, een band genoemd naar de zangeres, waarbij vooral Andre Lewis als producer en multi-instrumentalist een belangrijke rol speelt, hun, die ongedwongen hun ding kunnen doen weten hun ontspannen plezier in de huiskamer te brengen. Het feit dat er een live opgenomen jam op de plaat staat, die For Jack, schetst meteen de juiste sfeer. Als een laatavondse live-sessie beweegt deze muziek zich om je heen. Niet te misverstaan dat dit wel degelijk goed opgebouwde, afgewerkte nummers zijn!
Opvallend zijn gelijk de twee Rolling Stones covers, ook nog eens twee van hetzelfde album, waarmee ze eigenlijk zo’n kwart van hun album hebben hernomen, best een grappig gegeven. Wel is meteen duidelijk dat hun bedoeling niet is om de originelen naar de kroon te steken, moeilijk ook met nummers die na die drie jaar de klassiekerstatus al hebben moeten bereikt. Met hun sound doordrenkt van keys en blazers weten ze een paar leuke vondsten toe te voegen en blijft de feel zeer relaxt en vrij. We coveren de Rolling Stones, big deal, twee keer, big deal, keep playing that funky music!
Met hun eigen nummers weten ze af en toe een nog diepere indruk op te wekken. De albumopener is meteen een geweldige compositie met de hele band in topvorm, alvast een visitekaartje van Maxayn! Het daaropvolgende liefdevolle Song bevestigt en je vraagt je af waarom deze band niet meer erkenning kreeg en krijgt.
Het meest intrigerende nummer is Doing Nothing, Nothing Doing. Aangedreven door een dwarsfluit en een stevige ritmesectie blijft alles toch in een soort lazyness hangen, die tekst en zang wel bijzonder goed complementeert, een aanklacht tegen laksheid. Er is plaats voor wat losse improvisatie, wat de song wel lekker luchtig en boeiend houdt.
Niet toevallig dat deze gazelle zo uitkijkt, met de zon aan de horizon. Dit album straalt veel positieve vibes uit. De sound van Maxayn weet de harten te verwarmen door een zeer eigen, vrije aanpak. Ze doen wat ze graag doen, spelen wat ze zelf willen horen, als muzikant bestaat er toch geen grotere vrijheid! “And I know we’re gonna make it.”
Hun debuutplaat weet een bijzonder goed en warm gevoel over te brengen, een “alles is niet peis en vree, maar alles kan peis en vree zijn”-soort gevoel. Hun, een band genoemd naar de zangeres, waarbij vooral Andre Lewis als producer en multi-instrumentalist een belangrijke rol speelt, hun, die ongedwongen hun ding kunnen doen weten hun ontspannen plezier in de huiskamer te brengen. Het feit dat er een live opgenomen jam op de plaat staat, die For Jack, schetst meteen de juiste sfeer. Als een laatavondse live-sessie beweegt deze muziek zich om je heen. Niet te misverstaan dat dit wel degelijk goed opgebouwde, afgewerkte nummers zijn!
Opvallend zijn gelijk de twee Rolling Stones covers, ook nog eens twee van hetzelfde album, waarmee ze eigenlijk zo’n kwart van hun album hebben hernomen, best een grappig gegeven. Wel is meteen duidelijk dat hun bedoeling niet is om de originelen naar de kroon te steken, moeilijk ook met nummers die na die drie jaar de klassiekerstatus al hebben moeten bereikt. Met hun sound doordrenkt van keys en blazers weten ze een paar leuke vondsten toe te voegen en blijft de feel zeer relaxt en vrij. We coveren de Rolling Stones, big deal, twee keer, big deal, keep playing that funky music!
Met hun eigen nummers weten ze af en toe een nog diepere indruk op te wekken. De albumopener is meteen een geweldige compositie met de hele band in topvorm, alvast een visitekaartje van Maxayn! Het daaropvolgende liefdevolle Song bevestigt en je vraagt je af waarom deze band niet meer erkenning kreeg en krijgt.
Het meest intrigerende nummer is Doing Nothing, Nothing Doing. Aangedreven door een dwarsfluit en een stevige ritmesectie blijft alles toch in een soort lazyness hangen, die tekst en zang wel bijzonder goed complementeert, een aanklacht tegen laksheid. Er is plaats voor wat losse improvisatie, wat de song wel lekker luchtig en boeiend houdt.
Niet toevallig dat deze gazelle zo uitkijkt, met de zon aan de horizon. Dit album straalt veel positieve vibes uit. De sound van Maxayn weet de harten te verwarmen door een zeer eigen, vrije aanpak. Ze doen wat ze graag doen, spelen wat ze zelf willen horen, als muzikant bestaat er toch geen grotere vrijheid! “And I know we’re gonna make it.”
Meshell Ndegeocello - Weather (2011)

3,5
0
geplaatst: 12 november 2011, 15:31 uur
Meshell Ndegeocello is altijd een interessante naam gebleken binnen het soulmuzieklandschap. Of ze het nu met hiphop uitlegt of hele bijbelverzen aan flarden analyseert, het doet met kosmische psychedelica of net akoestische gitaar; haar muziek bulkt van pit en ambitie! Binnen haar gevarieerde discografie ontdekken we steeds die eigen identiteit. Nu, bijna 20 jaar na haar debuut, wordt ook deze artieste hoorbaar een dagje ouder. Meshell haalt haar zachte herkenbare stem naar boven, ergens zwevend tussen onzekerheid en sensualiteit, naar goeder gewoonte bijna, net als haar kenmerkende baslijnen. Het is vooral in het songmateriaal dat het tempo een flink stuk teruggeschroefd wordt. Er wordt een mooie ontspannen sfeer gecreëerd wat het album gemakkelijk doet uitluisteren, maar tegelijk verlang je toch naar die ontberende passie in de uitvoering. Weather is daarin te passief en verschilt zo wezenlijk van eerdere albums. Maturiteit kan een artiest goed doen, maar ergens hoop je toch dat jonge vuur te blijven doen branden.
Daarmee leunt dit album vooral op zijn zoete mood en die blijft dankzij een paar interessante nummers boeiend genoeg. Zo is er de mooie Leonard Cohen cover Chelsea Hotel en de eigenzinnige combinatie met de mannelijke stem op Crazy and Wild. Het mooist blijft de persoonlijkheid van Meshell die door de nummers heen schemert. Dit geeft het album een zekere waarde. Luister vooral naar Petite Mort, een heerlijk sensueel nummer, waar ook weer dat beetje onzekere om de hoek komt luren. “Are you foe or friend, Baby arch your back, Tell me the truth: Who’s your daddy?” Dat spelen met het intieme, zowel geestelijk als lichamelijk is Meshell ten voeten uit! Een kleine dood, een orgasme, dat is Petite Mort. Ook het slotnummer Don’t Take My Kindness for Weakness laat in de ziel van Meshell kijken op een bijzonder mooie manier. Haar stem gaat bevend de hoogte in terwijl ze liefdesperikelen van haar afzingt, ongeveer overtuigd van de sterke persoonlijkheid die ze is / kan zijn. Een mooie worsteling komt naar voren.
Het zijn zulke momenten die op dit album net iets te weinig aanwezig zijn om van een echte topper te kunnen spreken. Weather valt te weinig op in eender welke richting. Een album waar haast niets op aan te merken is, maar waar tevens weinig aan op te merken valt.
Daarmee leunt dit album vooral op zijn zoete mood en die blijft dankzij een paar interessante nummers boeiend genoeg. Zo is er de mooie Leonard Cohen cover Chelsea Hotel en de eigenzinnige combinatie met de mannelijke stem op Crazy and Wild. Het mooist blijft de persoonlijkheid van Meshell die door de nummers heen schemert. Dit geeft het album een zekere waarde. Luister vooral naar Petite Mort, een heerlijk sensueel nummer, waar ook weer dat beetje onzekere om de hoek komt luren. “Are you foe or friend, Baby arch your back, Tell me the truth: Who’s your daddy?” Dat spelen met het intieme, zowel geestelijk als lichamelijk is Meshell ten voeten uit! Een kleine dood, een orgasme, dat is Petite Mort. Ook het slotnummer Don’t Take My Kindness for Weakness laat in de ziel van Meshell kijken op een bijzonder mooie manier. Haar stem gaat bevend de hoogte in terwijl ze liefdesperikelen van haar afzingt, ongeveer overtuigd van de sterke persoonlijkheid die ze is / kan zijn. Een mooie worsteling komt naar voren.
Het zijn zulke momenten die op dit album net iets te weinig aanwezig zijn om van een echte topper te kunnen spreken. Weather valt te weinig op in eender welke richting. Een album waar haast niets op aan te merken is, maar waar tevens weinig aan op te merken valt.
Michael Kiwanuka - Home Again (2012)

4,5
0
geplaatst: 14 maart 2012, 14:25 uur
Wat een talent, die Michael Kiwanuka! En wat een geweldige songs! Tja, het zijn wijsheden die we een klein jaar geleden al te weten zijn gekomen met zijn eerste EP en niet veel later met zijn tweede EP en amper twee maanden geleden nog met zijn derde EP. Dat het snor zat met zijn voor de helft uit EP-tracks bestaande LP stond dus bij voorbaat al buiten kijf! Een bevestiging mag dan minder spannend zijn dan een verrassing, het resultaat blijft hetzelfde: een talent met geweldige songs!
Het was vooral uitkijken hoe die songs zich zouden verweven. Tell Me a Tale is bijzonder vol en haast bombastisch georchestreerd, terwijl I’m Getting Ready juist heel zacht en minimaal is georchestreerd. En dat is de link: alle nummers zijn georchestreerd, rijk. In tempo en gevoel steken ze voldoende tegen elkaar af om het boeiend te houden en toch zijn ze zo duidelijk verwant. Het is soms wel verschieten om de waslijst aan aanwezige instrumenten erop na te lezen. Vele nummers hebben het karakter van akoustische gitaarnummers, ondanks de toch echt wel aanwezige klanken van violen, drums, blazers, een tamboerijn e.a. Er is doordacht omgesprongen met de plaats van elk geluid hoorbaar, wat het luisteren boeiend maakt én houdt. Zulke subtiliteit geeft veel warmte aan de muziek. In zijn teksten verlangt Kiwanuka naar eenzelfde soort warmte. Het zoeken naar een plaats in liefde, leven en de wereld zorgen voor het menselijke aspect. Het struikelen en niet-weten zorgen voor een mooi gewicht tegen de haast perfect voorziene instrumentatie.
De bonus cd laten sessies met Ethan Johns horen, een andere kandidaat-producer voor Michael’s debuutalbum. De begeleiding klinkt allemaal wat vrijer, willekeuriger ook. Met de nadrukkelijke drums erbij is het tevens meer direct, te direct soms. De zanger heeft er zeker goed aan gedaan uiteindelijk met Paul Butler in zee te gaan. Hun sound is duidelijk het resultaat van een lange zoektocht naar de meest geschikte inkleuring van zijn nummers. De visie wordt op (langspeel)plaat pas echt duidelijk! Met Home Again, eindelijk, is hij niet langer een talent met geweldige songs, maar een rasechte artiest met een geweldig album!
Het was vooral uitkijken hoe die songs zich zouden verweven. Tell Me a Tale is bijzonder vol en haast bombastisch georchestreerd, terwijl I’m Getting Ready juist heel zacht en minimaal is georchestreerd. En dat is de link: alle nummers zijn georchestreerd, rijk. In tempo en gevoel steken ze voldoende tegen elkaar af om het boeiend te houden en toch zijn ze zo duidelijk verwant. Het is soms wel verschieten om de waslijst aan aanwezige instrumenten erop na te lezen. Vele nummers hebben het karakter van akoustische gitaarnummers, ondanks de toch echt wel aanwezige klanken van violen, drums, blazers, een tamboerijn e.a. Er is doordacht omgesprongen met de plaats van elk geluid hoorbaar, wat het luisteren boeiend maakt én houdt. Zulke subtiliteit geeft veel warmte aan de muziek. In zijn teksten verlangt Kiwanuka naar eenzelfde soort warmte. Het zoeken naar een plaats in liefde, leven en de wereld zorgen voor het menselijke aspect. Het struikelen en niet-weten zorgen voor een mooi gewicht tegen de haast perfect voorziene instrumentatie.
De bonus cd laten sessies met Ethan Johns horen, een andere kandidaat-producer voor Michael’s debuutalbum. De begeleiding klinkt allemaal wat vrijer, willekeuriger ook. Met de nadrukkelijke drums erbij is het tevens meer direct, te direct soms. De zanger heeft er zeker goed aan gedaan uiteindelijk met Paul Butler in zee te gaan. Hun sound is duidelijk het resultaat van een lange zoektocht naar de meest geschikte inkleuring van zijn nummers. De visie wordt op (langspeel)plaat pas echt duidelijk! Met Home Again, eindelijk, is hij niet langer een talent met geweldige songs, maar een rasechte artiest met een geweldig album!
Miguel - Kaleidoscope Dream (2012)

3,0
0
geplaatst: 5 oktober 2012, 19:29 uur
Het was Adorn dat de interesse in Miguel deed opflakkeren. Nog steeds een van de beste R&B-nummers van het jaar: bloedheet broedend op een botergeile beat, een beetje bruusk, maar dat past het nummer wel! Vijf EP’s later is het eigenlijk nog steeds enkel Adorn dat de belangrijkste reden vormt om het tweede daadwerkelijke album van Miguel een kans te geven. Stond er dan echt niks noemenswaardig op al die EP’s? Een paar verwoede pogingen, met als beste resultaat het even direct sensuele Use Me, maar uiteindelijk niks dat de effectiviteit van Adorn bevatte. Daarvoor bleven de meeste nummers te oppervlakkig. Prima, maar wij zijn nu Adorn gewoon! Misschien lag het gewoon aan het concept van die EP’s. Drie losse R&B-tracks in een file’tje, het zegt bitter weinig. Kaleidoscope Dream, een album vol tracks, moest verlossing brengen, maar verandert eigenlijk juist niks. Misschien was het naïef om anders te denken, aangezien het voor de helft gevuld is met EP-tracks en nog steeds als een willekeurige verzameling klinkt, alleen met 11 tracks in plaats van 3. Naïef was het natuurlijk niet, achter een full album durft weleens vaker een idee te zitten, een concept zelfs. Ja, zelfs in R&B tegenwoordig, recente voorbeelden genoeg. De nummers zijn allemaal uitstekend op elkaar ingespeeld, met steevast dezelfde ingrediënten: gladde zang over drumcomputers, synthesizers en andere elektronica, u kent het ondertussen wel, recente voorbeelden genoeg. Miguel houdt er stevig de gaspedaal op ingedrukt en beukt er stuurloos op los. De nummers zitten soms melodisch mooi in elkaar, maar in z’n totaliteit mist de plaat diepgang. Wat inventiviteit en subtiliteit hadden de composities alleszins geen kwaad gedaan en het hele project misschien wel memorabel kunnen maken. Nu overheerst een ene-oor-in-andere-oor-uit-gevoel. Gelukkig wordt absolute nonsens als Pussy Is Mine nog beperkt tot 1 track. Dat nummer is dan weer memorabel in de verkeerde zin... Misschien overheerst teleurstelling in deze woorden, maar Miguel toont absoluut potentie om een interessante R&B-artiest te worden. Hij is het gewoon nog net niet.
Ik had er op gehoopt, maar na deze langspeler blijft eenzelfde hongerig gevoel over als Miguel me al het hele jaar heeft bezorgd. Concreet betekent dit dat vijf EP’s en nu een album later Miguel nog steeds overeind blijft op Adorn alleen. Adorn, wat een track!
Ik had er op gehoopt, maar na deze langspeler blijft eenzelfde hongerig gevoel over als Miguel me al het hele jaar heeft bezorgd. Concreet betekent dit dat vijf EP’s en nu een album later Miguel nog steeds overeind blijft op Adorn alleen. Adorn, wat een track!
Movement - Movement EP (2014)

4,5
0
geplaatst: 18 augustus 2014, 21:00 uur
Een band die zijn eigen beweging is, door analoge technieken te koppelen aan hun elektronische visie. Levendige drumpatronen verwikkelen zich in extatische loops, hypnotiserende keys flakkeren de dampende beats helemaal op, terwijl de zanger als een subtiele Barry White zonder enige weerstand doorheen dit alles glijdt.
Maar Movement is meer dan een sound. Van deze vijf tracks behoren de drie singles, Us, Like Lust en Ivory, makkelijk tot het beste songmateriaal van het afgelopen jaar. Opwindend en dansbaar, zowel twijfelend schuifelend als bij het nekvel grijpend, tussen de lakens of op de dansvloer.
Like Lust is een klaarkomen nog voor de pret kan beginnen: “Could you come on over, when it feels like lust,” weergalmt het het hele nummer door, terwijl het gekerm tegenover de kletterende cymbalen en opborrelende synths steeds intenser wordt. Om vervolgens in de climax, na de extase, teneinde van al dan niet waargekomen fantasieën, de achtergrondradio weer zijn plek te laten opeisen. Van lust naar leven.
Het ultieme bewijs dat ze hun handen graag vuil maken aan analoge partners? De gitaarsolo (yep gitaarsolo) die Ivory uittrekt. Toch altijd al iets geweest dat maar beter in de 70s rock kon blijven, en zeker in deze tijden, waar jochies beats leren bakken in plaats van wat op de gitaar gaan tokkelen, compleet dood gewaand. Een move met ballen, maar kijk, hier vindt het zowaar zijn plaats, bulkend uit de laatste zangnoten.
Het prachtig bubbelende Us is dan weer de ideale openingszin: lustopwekkend (“When we’re alone in the dark, I could take you right now”), innemend (Did I push it too much, Does it feel like we’re rushing”), en romantisch tegelijkertijd. “We could dance in the echoes,” echoënd. Als de avond teneinde loopt en de eerste zonnestraal niet je enige bondgenoot zal zijn...
Maar Movement is meer dan een sound. Van deze vijf tracks behoren de drie singles, Us, Like Lust en Ivory, makkelijk tot het beste songmateriaal van het afgelopen jaar. Opwindend en dansbaar, zowel twijfelend schuifelend als bij het nekvel grijpend, tussen de lakens of op de dansvloer.
Like Lust is een klaarkomen nog voor de pret kan beginnen: “Could you come on over, when it feels like lust,” weergalmt het het hele nummer door, terwijl het gekerm tegenover de kletterende cymbalen en opborrelende synths steeds intenser wordt. Om vervolgens in de climax, na de extase, teneinde van al dan niet waargekomen fantasieën, de achtergrondradio weer zijn plek te laten opeisen. Van lust naar leven.
Het ultieme bewijs dat ze hun handen graag vuil maken aan analoge partners? De gitaarsolo (yep gitaarsolo) die Ivory uittrekt. Toch altijd al iets geweest dat maar beter in de 70s rock kon blijven, en zeker in deze tijden, waar jochies beats leren bakken in plaats van wat op de gitaar gaan tokkelen, compleet dood gewaand. Een move met ballen, maar kijk, hier vindt het zowaar zijn plaats, bulkend uit de laatste zangnoten.
Het prachtig bubbelende Us is dan weer de ideale openingszin: lustopwekkend (“When we’re alone in the dark, I could take you right now”), innemend (Did I push it too much, Does it feel like we’re rushing”), en romantisch tegelijkertijd. “We could dance in the echoes,” echoënd. Als de avond teneinde loopt en de eerste zonnestraal niet je enige bondgenoot zal zijn...
