Hier kun je zien welke berichten Choconas als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Het verhaal van de briljante Amerikaanse saxofonist en componist Wayne Shorter zal allicht bekend zijn. In de begintijd van zijn carrière speelde Shorter met Horace Silver, Maynard Ferguson en Art Blakey's Jazz Messengers. Hij maakte echter pas echt furore toen hij tussen 1964 en 1969 deel uitmaakte van het magistrale kwintet van Miles Davis, waarmee hij onder meer Nefertiti (1967), In a Silent Way (1969) en Bitches Brew (1969) opnam. Ook werkte hij samen met Herbie Hancock en Joe Zawinul, die hij allebei bij Davis had leren kennen. Met Zawinul richtte hij in 1970 de legendarische jazzrockgroep Weather Report op. Bovendien ging hij vanaf 1977 een langdurige samenwerking aan met Joni Mitchell. Naast dit alles timmerde Wayne Shorter ook solo behoorlijk aan de weg. Zijn platen uit de jaren zestig zijn het bekendst: Juju (1964), Night Dreamer (1964), Speak No Evil (1965), The All Seeing Eye (1965) en Adam's Apple (1966).
Het voorliggende album, The Soothsayer, is eveneens opgenomen in de jaren zestig (op 4 maart 1965 in de Van Gelder studio, om precies te zijn), maar is om de één of andere reden pas uitgebracht in 1979. Het album is duidelijk een stuk minder bekend, getuige ook de momenteel 12 stemmen op deze website. The Soothsayer hoeft echter bepaald niet onder te doen voor de hiervoor genoemde albums, want Shorter toont hier onomwonden zijn vakmanschap. De eerste vijf composities vol melodie en geestdrift zijn van eigen makelij, terwijl het laatste nummer een magistrale vertolking is van Valse Triste van Jean Sibelius. Zowel Shorters sublieme saxofoonspel als de topbezetting tillen het album naar een zeer hoog niveau. Wat betreft die bezetting: McCoy Tyner (piano), Ron Carter (contrabas), Tony Williams (drums), Freddie Hubbard (trompet), James Spaulding (altosaxofoon), echt de crème de la crème! The Soothsayer is daarmee zeker één van mijn favoriete albums van Wayne Shorter en mogelijk zelfs mijn favoriet.
Wende is in muzikale zin een kameleon: begonnen met het vertolken van Franse chansons op Quand Tu Dors (2004), bracht ze in 2009 een Engelstalige singer-songwriterplaat uit en in 2013 een album geworteld in de Berlijnse techno. Het knappe daarbij is dat die veelzijdigheid van Wende nooit ten koste gaat van de kwaliteit, elke keer weer beheerst ze de gekozen vorm tot in de puntjes. Op haar eerste volledig Nederlandstalige album Mens is dat niet anders. Geen kleinkunst of cabaret, geen Spinvis of Eefje, geen volkszang of levenslied, maar gewoon typisch Wende.
Samen met producers Yan en LudoWic heeft de zangeres een voornamelijk elektronische plaat gemaakt, waarop de nodige strijkers, blazers, gitaar, bas, drums, piano en wat dies meer zij niet ontbreken. Wende nam zelf de meeste teksten voor haar rekening en de Vlaamse auteur Dimitri Verhulst schreef er drie. De tekst voor het lied Voor Alles, waarmee ze de Annie M.G. Schmidtprijs won en ook mijn favoriet op het album, kreeg ze in 2013 van Joost Zwagerman. Het lied is een lange opsomming van alle zaken in het leven waar de verteller bang voor is geweest. Om vervolgens te besluiten met: ‘Voor alles altijd bang geweest / Maar niet voor jou / Niet voor jou’. Deze prachtplaat is weer een fabuleus nieuw hoofdstuk in het uiterst boeiende boek van Wende.
Zeer treffend omschreven door Reijersen, ik sluit me geheel aan bij zijn slotbeschouwing. De opener vind ik nog wel sterk, maar pas tegen het einde aan veer ik weer op als ze losgaan op Hypothesis II en Twenty One. Tussendoor valt er helaas niet bijster veel te genieten, daarvoor is het door de bank genomen te loom en futloos.