Hier kun je zien welke berichten Choconas als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Tad - Inhaler (1993)

3,5
0
geplaatst: 19 juli 2010, 23:52 uur
Meer dan verdienstelijk album van Tad uit Seattle. Altijd in de schaduw gebleven van bekende (grunge)bands als Soundgarden en Nirvana. Vette gitaarmuren op onder meer Grease box en Just bought the farm zijn kenmerkend voor het geluid, maar er is ook ruimte voor ingetogener gitaarrock (Gouge).
Ten Foot Pole - Unleashed (1997)

3,5
0
geplaatst: 9 januari 2010, 13:58 uur
Ten Foot Pole is al sinds jaar en dag leverancier van melodieuze, Californische punk. Op deze regel is het album Unleashed geen uitzondering, al is het album qua stijl en teksten wel afwisselender dan voorganger Rev. Uitschieters zijn wat mij betreft Hey Pete, het aangrijpende Daddy en ADD.
Terry Callier - The New Folk Sound of Terry Callier (1966)

4,5
1
geplaatst: 23 mei 2020, 11:56 uur
Terry Callier heb ik heel hoog zitten. Voor mij staat hij zo'n beetje op gelijke hoogte met twee van mijn absolute favorieten, Nick Drake en Nina Simone. Ik heb zijn muziek zo’n acht jaar geleden leren kennen, via ofwel het nummer Dancing Girl of I’m a Drifter, daar wil ik vanaf zijn. Beide behoren sowieso nog altijd tot mijn favoriete nummers van Terry.
Terrence Orlando Callier werd geboren op 24 mei 1945 en groeide op in het noorden van Chicago. In zijn jeugd is hij bevriend met Curtis Mayfield en Jerry Butler, die later ook zouden uitgroeien tot (bekende) artiesten. In zijn tienerjaren en zijn studententijd zit hij in diverse muziekgroepen. Hij weet uiteindelijk een platencontract te bemachtigen en brengt in de jaren ’60 dit debuutalbum The New Folk Sound of Terry Callier uit, in de basis inderdaad een folkalbum. Het is voor mij eerlijk gezegd een raadsel wanneer hij dit album precies heeft uitgebracht, de verschillende bronnen op internet spreken elkaar nogal tegen. Allmusic gaat er vanuit dat het album in 1965 is opgenomen en pas in 1968 is uitgebracht, op Discogs kom ik versies tegen uit 1966 en onze eigen onvolprezen MusicMeter houdt het op 1964. Hoe dan ook, The New Folk Sound of Terry Callier is het enige album dat Terry in de jaren ’60 heeft uitgebracht. Succes bleef spijtig genoeg uit en erkenning kwam pas decennia later.
Ik zal er niet omheen draaien: ik vind dit een fantastisch album! Na What Color Is Love is dit mijn favoriete album van Terry Callier. Wat het album voor mij zo goed maakt, is eerst en vooral de majestueuze zangstem van Callier. Juist op dit debuut vind ik zijn vocalen het allermooist. Zo indrukwekkend, hoe hij je met zijn pure en serene stem telkens weer weet te betoveren. De akoestische gitaar van Callier en de bassen van Terbour Attenborough en John Tweedle blijven daarbij redelijk op de achtergrond, wat bijdraagt aan de klankkleur en sfeer van het album. Opvallend genoeg bevat dit album geen originele nummers van Callier: alle nummers zijn herinterpretaties van bestaande folkliedjes en traditionals, of geschreven door anderen (waaronder de uit Chicago afkomstige dichter Kent Foreman). Des te imposanter is het hoe Callier zich nummers als 900 Miles, Johnny Be Gay If You Can Be en Cotton Eyed Joe eigen heeft weten te maken. Zoals alleen de groten der aarde dat kunnen, denk aan Nina Simone, Rolling Stones, Beatles, Aretha Franklin, John Coltrane en Jimi Hendrix. En dan heb ik nog niets gezegd over de uitvoering van I’m a Drifter, om te janken zo mooi! Wat een formidabele afsluiter van dit album is dat toch (bonusnummers niet meegerekend)!
Ik heb hier in het verleden vier sterren aan uitgedeeld, maar ik neig erg sterk naar een verhoging nu ik dit prachtalbum de afgelopen dagen veel gedraaid heb.
Terrence Orlando Callier werd geboren op 24 mei 1945 en groeide op in het noorden van Chicago. In zijn jeugd is hij bevriend met Curtis Mayfield en Jerry Butler, die later ook zouden uitgroeien tot (bekende) artiesten. In zijn tienerjaren en zijn studententijd zit hij in diverse muziekgroepen. Hij weet uiteindelijk een platencontract te bemachtigen en brengt in de jaren ’60 dit debuutalbum The New Folk Sound of Terry Callier uit, in de basis inderdaad een folkalbum. Het is voor mij eerlijk gezegd een raadsel wanneer hij dit album precies heeft uitgebracht, de verschillende bronnen op internet spreken elkaar nogal tegen. Allmusic gaat er vanuit dat het album in 1965 is opgenomen en pas in 1968 is uitgebracht, op Discogs kom ik versies tegen uit 1966 en onze eigen onvolprezen MusicMeter houdt het op 1964. Hoe dan ook, The New Folk Sound of Terry Callier is het enige album dat Terry in de jaren ’60 heeft uitgebracht. Succes bleef spijtig genoeg uit en erkenning kwam pas decennia later.
Ik zal er niet omheen draaien: ik vind dit een fantastisch album! Na What Color Is Love is dit mijn favoriete album van Terry Callier. Wat het album voor mij zo goed maakt, is eerst en vooral de majestueuze zangstem van Callier. Juist op dit debuut vind ik zijn vocalen het allermooist. Zo indrukwekkend, hoe hij je met zijn pure en serene stem telkens weer weet te betoveren. De akoestische gitaar van Callier en de bassen van Terbour Attenborough en John Tweedle blijven daarbij redelijk op de achtergrond, wat bijdraagt aan de klankkleur en sfeer van het album. Opvallend genoeg bevat dit album geen originele nummers van Callier: alle nummers zijn herinterpretaties van bestaande folkliedjes en traditionals, of geschreven door anderen (waaronder de uit Chicago afkomstige dichter Kent Foreman). Des te imposanter is het hoe Callier zich nummers als 900 Miles, Johnny Be Gay If You Can Be en Cotton Eyed Joe eigen heeft weten te maken. Zoals alleen de groten der aarde dat kunnen, denk aan Nina Simone, Rolling Stones, Beatles, Aretha Franklin, John Coltrane en Jimi Hendrix. En dan heb ik nog niets gezegd over de uitvoering van I’m a Drifter, om te janken zo mooi! Wat een formidabele afsluiter van dit album is dat toch (bonusnummers niet meegerekend)!
Ik heb hier in het verleden vier sterren aan uitgedeeld, maar ik neig erg sterk naar een verhoging nu ik dit prachtalbum de afgelopen dagen veel gedraaid heb.
Terry Callier - TimePeace (1998)

4,0
3
geplaatst: 10 maart 2021, 00:55 uur
Het leven en de carrière van Terrence Orlando Callier waren bepaald geen aaneenschakeling van geluk en succes. Hij groeit op in het noorden van Chicago en is in zijn jeugd bevriend met Curtis Mayfield en Jerry Butler, die later zoals bekend ook zouden uitgroeien tot bekende artiesten. In zijn tienerjaren en zijn studententijd zit hij in diverse muziekgroepen. Hij weet uiteindelijk een platencontract te bemachtigen en brengt in de jaren ’60 zijn debuutalbum The New Folk Sound of Terry Callier uit, in de basis inderdaad een folkalbum. In 1970 sluit hij zich aan bij het collectief Chicago Songwriters Workshop, dat door zijn jeugdvriend Jerry Butler is opgericht. In de vroege jaren ’70 brengt hij de albums Occasional Rain (1972), What Color Is Love (1972) en I Just Can't Help Myself (1973) uit op Chess Records. Op deze albums verwerkt hij meer en meer ook soul en jazz in zijn muziek. De drie albums zijn echter geen succes en als Chess Records in 1976 wordt verkocht, wordt Terry op straat gezet. Op Elektra Records brengt hij daarna Fire On Ice (1977) en Turn You to Love (1978) uit en het nummer Sign Of The Times wordt zelfs nog een bescheiden hitje in de Verenigde Staten. In 1983 krijgt hij echter de voogdij over zijn dochter en besluit hij te stoppen als muzikant, hij verkiest een stabiel inkomen. Hij gaat dan als computerprogrammeur aan de slag bij de universiteit van Chicago en studeert in de avonduren ook sociologie aan diezelfde universiteit.
In de jaren vroege jaren ’90 ontstaat er dan eindelijk wat meer aandacht voor de oude platen van Terry. Hij gaat weer optreden, gaat samenwerkingen aan met onder meer Urban Species en Beth Orton en in 1998 brengt hij voor het eerst in bijna twintig jaar een nieuw album uit: TimePeace. Dit album wordt goed ontvangen; hij ontvangt er zelfs een prijs voor van de Verenigde Naties in de categorie “artistieke bijdragen voor de wereldvrede”. Zijn werkgever, de universiteit van Chicago, kan het nieuws echter niet waarderen. Kennelijk wisten de universiteit en de collega’s van Callier helemaal niet van zijn muzikantenbestaan af. Bij terugkomst op de universiteit krijgt hij te horen dat hij vier uur de tijd heeft om zijn bureau leeg te ruimen.
Ze hadden bij de universiteit echter beter de vlag kunnen uithangen, want TimePeace is een geweldige plaat, die volstaat met schitterende liedjes en een rijke muzikale aankleding kent, inclusief fraaie saxofoonbijdragen van Gary Plumley (op het titelnummer blaast de grote Pharoah Sanders naar verluidt zelfs een deuntje mee). Callier is ten tijde van dit album de vijftig al ruim gepasseerd, maar zijn vocalen zijn hier nog steeds indrukwekkend te noemen. Hij weet ook zijn muzikale horizon nog wat te verbreden, op Traitor to the Race lijkt zijn voordracht bijvoorbeeld nog het meest op rappen. Verder staat er met People Get Ready / Brotherly Love een eerbetoon aan zijn jeugdvriend Curtis Mayfield op het album en is het door Alex North gecomponeerde Love Theme from Spartacus wellicht nog bekender in de versie van Yusef Lateef. Op recentere versies van het album staat daarnaast nog een prachtige vertolking van Wayne Shorters meesterwerk onder de titel Following Your Footprints (inclusief Calliers zang).
De verschijning van TimePeace, in combinatie met het onvrijwillige vertrek bij de universiteit van Chicago, luidt een muzikale wederopstanding van Callier in, uitmondend in nog vier studioalbums en tal van samenwerkingen en gastbijdragen (onder meer met Paul Weller, 4hero en Massive Attack). Uiteindelijk overlijdt Terry Callier op 27 oktober 2012 op 67-jarige leeftijd aan de gevolgen van keelkanker.
In de jaren vroege jaren ’90 ontstaat er dan eindelijk wat meer aandacht voor de oude platen van Terry. Hij gaat weer optreden, gaat samenwerkingen aan met onder meer Urban Species en Beth Orton en in 1998 brengt hij voor het eerst in bijna twintig jaar een nieuw album uit: TimePeace. Dit album wordt goed ontvangen; hij ontvangt er zelfs een prijs voor van de Verenigde Naties in de categorie “artistieke bijdragen voor de wereldvrede”. Zijn werkgever, de universiteit van Chicago, kan het nieuws echter niet waarderen. Kennelijk wisten de universiteit en de collega’s van Callier helemaal niet van zijn muzikantenbestaan af. Bij terugkomst op de universiteit krijgt hij te horen dat hij vier uur de tijd heeft om zijn bureau leeg te ruimen.
Ze hadden bij de universiteit echter beter de vlag kunnen uithangen, want TimePeace is een geweldige plaat, die volstaat met schitterende liedjes en een rijke muzikale aankleding kent, inclusief fraaie saxofoonbijdragen van Gary Plumley (op het titelnummer blaast de grote Pharoah Sanders naar verluidt zelfs een deuntje mee). Callier is ten tijde van dit album de vijftig al ruim gepasseerd, maar zijn vocalen zijn hier nog steeds indrukwekkend te noemen. Hij weet ook zijn muzikale horizon nog wat te verbreden, op Traitor to the Race lijkt zijn voordracht bijvoorbeeld nog het meest op rappen. Verder staat er met People Get Ready / Brotherly Love een eerbetoon aan zijn jeugdvriend Curtis Mayfield op het album en is het door Alex North gecomponeerde Love Theme from Spartacus wellicht nog bekender in de versie van Yusef Lateef. Op recentere versies van het album staat daarnaast nog een prachtige vertolking van Wayne Shorters meesterwerk onder de titel Following Your Footprints (inclusief Calliers zang).
De verschijning van TimePeace, in combinatie met het onvrijwillige vertrek bij de universiteit van Chicago, luidt een muzikale wederopstanding van Callier in, uitmondend in nog vier studioalbums en tal van samenwerkingen en gastbijdragen (onder meer met Paul Weller, 4hero en Massive Attack). Uiteindelijk overlijdt Terry Callier op 27 oktober 2012 op 67-jarige leeftijd aan de gevolgen van keelkanker.
The Heshoo Beshoo Group - Armitage Road (1970)

4,0
1
geplaatst: 11 juni 2022, 12:30 uur
The Heshoo Beshoo Group: Henry Sithole (altsaxofoon), Stanley Sithole (tenorsax), Cyril Magubane (gitaar), Ernest Mothle (bas) en Nelson Magwaza (drums)
Prachtige jazzplaat met aanstekelijke Afrikaanse ritmes van de Zuid-Afrikaanse band The Heshoo Beshoo Group. Heshoo Beshoo betekent zoiets als 'met volle kracht vooruit' en dat is precies wat ze doen. Helaas is dit ook meteen het enige album dat de band opnam, maar gebroeders Sithole en de drummer vonden al snel hierna emplooi bij de souljazzformatie The Drive. Dat we hedentendage, ruim vijftig jaar na dato, kunnen luisteren naar dit vrij onbekende album, hebben we overigens te danken aan een Canadese liefhebber en platenbaas. Voor die tijd had alleen een handjevol serieuze verzamelaars de beschikking over deze plaat, maar sinds 2020 is dit album weer beschikbaar via het label We Are Busy Bodies.
Merk trouwens ook de omslagfoto van Armitage Road op. Geïnspireerd door Abbey Road van de Beatles, zie je het jazzkwintet een onverharde straat oversteken in Orlando, een township van Soweto. Het meest in het oog springt gitarist Cyril Magubane, die van kinds af aan vanaf zijn middel getroffen is door polio en in een rolstoel zit. Het contrast met de Fab Four en het netjes geschilderde zebrapad in Londen (en de socialeconomische verschillen in het algemeen) kon haast niet groter zijn.
Prachtige jazzplaat met aanstekelijke Afrikaanse ritmes van de Zuid-Afrikaanse band The Heshoo Beshoo Group. Heshoo Beshoo betekent zoiets als 'met volle kracht vooruit' en dat is precies wat ze doen. Helaas is dit ook meteen het enige album dat de band opnam, maar gebroeders Sithole en de drummer vonden al snel hierna emplooi bij de souljazzformatie The Drive. Dat we hedentendage, ruim vijftig jaar na dato, kunnen luisteren naar dit vrij onbekende album, hebben we overigens te danken aan een Canadese liefhebber en platenbaas. Voor die tijd had alleen een handjevol serieuze verzamelaars de beschikking over deze plaat, maar sinds 2020 is dit album weer beschikbaar via het label We Are Busy Bodies.
Merk trouwens ook de omslagfoto van Armitage Road op. Geïnspireerd door Abbey Road van de Beatles, zie je het jazzkwintet een onverharde straat oversteken in Orlando, een township van Soweto. Het meest in het oog springt gitarist Cyril Magubane, die van kinds af aan vanaf zijn middel getroffen is door polio en in een rolstoel zit. Het contrast met de Fab Four en het netjes geschilderde zebrapad in Londen (en de socialeconomische verschillen in het algemeen) kon haast niet groter zijn.
The Magpie Salute - High Water I (2018)

4,0
0
geplaatst: 30 november 2018, 21:27 uur
Doorsnee zou ik het niet willen noemen. Wel ligt de plaat in het verlengde van de Black Crowes, wat ook niet zo gek is met drie ex-Crowes in de gelederen. Ik heb dit album op de kop getikt na het uitstekende concert van de band in Doornroosje afgelopen woensdag en ik vind het een genot om naar te luisteren. Uitschieters naar boven zijn vooralsnog High Water, Send Me an Omen en Can You See, maar de rest van de nummers doen daar niet veel voor onder. Doet me soms zelfs wel wat denken aan Before The Frost..., die briljante laatste studioplaat van de Crowes voordat ze er de brui aan gaven. Fijne plaat!
The Rolling Stones - Goats Head Soup (1973)
Alternatieve titel: Goat's Head Soup

5,0
0
geplaatst: 24 juni 2010, 00:38 uur
Zoals al eerder door andere opgemerkt: dit album krijgt bij lange na niet de waardering die het verdient. Het album klinkt, net zoals met name Sticky Fingers, als een coherent geheel (alleen afsluiter Star Star is wellicht een wat vreemde eend in de bijt) en is daarom een genot om naar te luisteren. Dromerig in Coming Down Again en Can You Hear The Music, rock 'n roll in Dancing With Mr D, Silver Train en Star Star en met Angie ook voorzien van de ultieme ballade. Absolute uitschieters zijn evenwel 100 Years Ago, Doo Doo Doo Doo Doo (Heartbreaker) en het bloedmooie Winter; liedjes waar veel ruimte is voor speels gitaarspel. Al met al een fantastische luisterervaring, die zeker behoort tot het beste wat de Rolling Stones gemaakt hebben.
The Soft Pack - The Soft Pack (2010)

4,0
0
geplaatst: 17 november 2010, 17:44 uur
Inderdaad weinig nieuws onder de zon, dit album van Soft Pack. De nummers doen denken aan onder meer Joy Division (Pull out, Parasites), Rifles (More or less), Strokes (C'mon, Answer to yourself) en Buzzcocks (Move along). Neemt niet weg dat er veel valt te genieten van dit album door de aanstekelijke melodieën en de lijzige zang. Overigens ben ik ook via de bierreclame in aanraking gekomen met deze band en dit album, dat is dan weer het leuke van reclame.
This Is the Kit - Off Off On (2020)

4,5
2
geplaatst: 12 januari 2021, 18:37 uur
Het eerste album dat ik van This Is The Kit hoorde, was Moonshine Freeze (2017). Toen kwam ik erachter dat de band rondom de Britse folkzangeres Kate Stables al sinds 2007 albums maakt en dat Moonshine Freeze al het vijfde album was. Inmiddels kan ik wel zeggen dat This Is The Kit één van mijn favoriete folkartiesten is, ook voor de oudere albums die ik heb beluisterd ben ik namelijk als een blok gevallen. Het nieuwe Off Off On is wederom een wonderschoon album geworden, met een kraakhelder geluid. De vier man sterke blazerssectie en het gebruik van een banjo dragen daar zeker aan bij (onder meer in het machtige This Is What You).
De band heeft overigens ook een mooi thuisoptreden verzorgd in het kader van Live on KEXP at Home: This Is The Kit (Live on KEXP at Home)
De band heeft overigens ook een mooi thuisoptreden verzorgd in het kader van Live on KEXP at Home: This Is The Kit (Live on KEXP at Home)
