Hier kun je zien welke berichten SirPsychoSexy als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Kendrick Lamar - GNX (2024)

3,5
2
geplaatst: 2 december 2024, 15:59 uur
De vorige twee albums van Kendrick waren voor mij behoorlijke tegenvallers. Ja, conceptueel allebei erg ambitieus, maar ook eerder kil van sound en doodserieus, waardoor het bij vlagen zo kleurloos wordt dat ik het lastig vind om er doorheen te komen. Daar komt nog bij dat ik de flows en beats vooral op Mr. Morale vaak behoorlijk ongeïnspireerd vind. Ik schreef tweeënhalf jaar geleden zelfs dat de motivatie en het plezier bij Kendrick er zodanig uit leken te zijn dat ik nog liever had dat hij zijn microfoon aan de wilgen zou hangen dan nog een project in die trant te maken.
Gelukkig lijkt de vete met Drake de vlam weer aangewakkerd te hebben bij Kendrick, want op Like That, Euphoria (dat hier al ontelbaar veel rondjes heeft gedraaid), 6:16 in LA, Meet the Grahams en klapstuk Not Like Us heeft hij zijn oude vorm helemaal teruggevonden. Zware uithalen en beschuldigingen naar Drake en consoorten, ja, maar ook met aanstekelijke beats, lekkere flows en de nodige humoristische elementen in de teksten en de vertolking ('A minooooor') waardoor het toch allemaal wat prettiger is om naar te luisteren.
Die energie draagt hij deels mee over naar GNX, dat niet per se heel baanbrekend of diepzinnig is, maar dat ook niet pretendeert te zijn en daardoor een stuk gemakkelijker weg luistert dan zijn voorgangers.
De eerste helft vind ik wel beduidend sterker dan de tweede, met een paar duidelijke uitschieters. De eerste daarvan, Wacced Out Murals, is opnieuw een halve disstrack, met een kale, maar harde, onheilspellende beat waarbij Kendrick gaandeweg heerlijk de intensiteit opvoert. Het voorbeeld van zijn bekladde muurschildering in Compton gebruikt hij als omkadering om al zijn tegenstanders, die geen idee hebben wat het is om in een plek als Compton op te groeien of hoe hard Kendrick gewerkt heeft voor zijn succes, een effectieve veeg uit de pan te geven.
Reincarnated is een tweede ijzersterk hoogtepunt. Het album is bezaaid met referenties naar Pac, maar nergens duidelijker dan hier door het iconische pianoriedeltje dat hij van hem leent. In de drie strofes kruipt hij achtereenvolgens in de huid van John Lee Hooker, Billie Holiday en zichzelf, waarbij hij telkens de deugden en gebreken van de drie personen in kaart brengt en vooral treffend de lens legt op zijn eigen innerlijke tegenstrijdigheden.
De rest van de eerste helft is ook best leuk, zij het niet van hetzelfde niveau als bovenstaande twee tracks. Squabble Up heeft een lekkere retro feel door de jaren '80 sample van When I Hear Music van Debbie Deb, dat op haar beurt doet denken aan het legendarische Planet Rock van Afrika Bambaataa. Tussen alle antagonistische energie die dit album uitademt is het sensuele Luther een aangenaam R&B-rustpuntje, waarbij de engelenstem van SZA voor de nodige warmte en ontspanning zorgt. Man at the Garden, dat het superieure One Mic van Nas interpoleert, is een introspectief nummer over zelfwaarde, met het mantra 'I deserve it all' dat continu herhaald wordt met steeds toenemende heftigheid. Eigenlijk is Hey Now de enige van de eerste zes nummers die helemaal niet blijft hangen.
De tweede helft heeft ook een paar hoogtepunten. TV Off voelt als een spirituele opvolger van Not Like Us met de lekker opzwepende, epische beats van ‘Mustaaaaard!’ (nu al een iconische shout-out) en de agressieve flows van Kendrick. Hét pareltje op de tweede helft is echter Heart Pt. 6, dat de slechte nasmaak van de flauwe disstrack van Drake met dezelfde naam helemaal doorspoelt. Over een gladde, classic West Coast-beat (die lijkt op Complexion van TPAB) rapt Kendrick vanuit het hart over de ervaringen met zijn drie kompanen uit Black Hippy, van de creatieve energie die tussen hen allen vloeide en de spijtige, maar onvermijdelijke teloorgang van het collectief ten gunste van de meteorische opkomst van zijn solocarrière.
Op de tweede helft staan echter ook een paar minder memorabele momenten. Het is lovenswaardig dat Kendrick op Dodger Blue en het titelnummer teruggaat naar zijn roots en een aantal opkomende, onbekende artiesten uit Compton het podium geeft, maar muzikaal en tekstueel zijn het geen hoogvliegers. Peekaboo vind ik zelfs vervelend met dat nasale stemmetje en de repetitieve strofes en refreinen.
Gelukkig sluit het album nog prima af met Gloria, waarin de zoetgevooisde stem van SZA voor een tweede keer mag aantreden, deze keer over een zwoel soularrangement. Kendrick gebruikt de formule van I Used to Love H.E.R. om een getroebleerd liefdesverhaal te vertellen over hemzelfde en een mysterieuze minnares, om op het einde te onthullen dat de geliefde eigenlijk zijn ‘pen’ is, zijn muzikale creativiteit.
Al met al dus een genietbaar project, maar eentje dat als regulier Kendrick-album niet helemaal in de rij past en eigenlijk meer als een mixtape aanvoelt. Een paar uitschieters bewijzen dat Kenny het nog steeds in zich heeft om mogelijke klassiekers te schrijven, al zitten er ook wat mindere nummers op dit album die het gemiddelde iets naar beneden halen. Toch ben ik best blij met deze worp, zeker nadat ik eerder leeg liep op de vorige twee projecten. Wordt GNX de opmaat naar een volgend klassiek conceptalbum zoals we van deze man gewend zijn?
Gelukkig lijkt de vete met Drake de vlam weer aangewakkerd te hebben bij Kendrick, want op Like That, Euphoria (dat hier al ontelbaar veel rondjes heeft gedraaid), 6:16 in LA, Meet the Grahams en klapstuk Not Like Us heeft hij zijn oude vorm helemaal teruggevonden. Zware uithalen en beschuldigingen naar Drake en consoorten, ja, maar ook met aanstekelijke beats, lekkere flows en de nodige humoristische elementen in de teksten en de vertolking ('A minooooor') waardoor het toch allemaal wat prettiger is om naar te luisteren.
Die energie draagt hij deels mee over naar GNX, dat niet per se heel baanbrekend of diepzinnig is, maar dat ook niet pretendeert te zijn en daardoor een stuk gemakkelijker weg luistert dan zijn voorgangers.
De eerste helft vind ik wel beduidend sterker dan de tweede, met een paar duidelijke uitschieters. De eerste daarvan, Wacced Out Murals, is opnieuw een halve disstrack, met een kale, maar harde, onheilspellende beat waarbij Kendrick gaandeweg heerlijk de intensiteit opvoert. Het voorbeeld van zijn bekladde muurschildering in Compton gebruikt hij als omkadering om al zijn tegenstanders, die geen idee hebben wat het is om in een plek als Compton op te groeien of hoe hard Kendrick gewerkt heeft voor zijn succes, een effectieve veeg uit de pan te geven.
Reincarnated is een tweede ijzersterk hoogtepunt. Het album is bezaaid met referenties naar Pac, maar nergens duidelijker dan hier door het iconische pianoriedeltje dat hij van hem leent. In de drie strofes kruipt hij achtereenvolgens in de huid van John Lee Hooker, Billie Holiday en zichzelf, waarbij hij telkens de deugden en gebreken van de drie personen in kaart brengt en vooral treffend de lens legt op zijn eigen innerlijke tegenstrijdigheden.
De rest van de eerste helft is ook best leuk, zij het niet van hetzelfde niveau als bovenstaande twee tracks. Squabble Up heeft een lekkere retro feel door de jaren '80 sample van When I Hear Music van Debbie Deb, dat op haar beurt doet denken aan het legendarische Planet Rock van Afrika Bambaataa. Tussen alle antagonistische energie die dit album uitademt is het sensuele Luther een aangenaam R&B-rustpuntje, waarbij de engelenstem van SZA voor de nodige warmte en ontspanning zorgt. Man at the Garden, dat het superieure One Mic van Nas interpoleert, is een introspectief nummer over zelfwaarde, met het mantra 'I deserve it all' dat continu herhaald wordt met steeds toenemende heftigheid. Eigenlijk is Hey Now de enige van de eerste zes nummers die helemaal niet blijft hangen.
De tweede helft heeft ook een paar hoogtepunten. TV Off voelt als een spirituele opvolger van Not Like Us met de lekker opzwepende, epische beats van ‘Mustaaaaard!’ (nu al een iconische shout-out) en de agressieve flows van Kendrick. Hét pareltje op de tweede helft is echter Heart Pt. 6, dat de slechte nasmaak van de flauwe disstrack van Drake met dezelfde naam helemaal doorspoelt. Over een gladde, classic West Coast-beat (die lijkt op Complexion van TPAB) rapt Kendrick vanuit het hart over de ervaringen met zijn drie kompanen uit Black Hippy, van de creatieve energie die tussen hen allen vloeide en de spijtige, maar onvermijdelijke teloorgang van het collectief ten gunste van de meteorische opkomst van zijn solocarrière.
Op de tweede helft staan echter ook een paar minder memorabele momenten. Het is lovenswaardig dat Kendrick op Dodger Blue en het titelnummer teruggaat naar zijn roots en een aantal opkomende, onbekende artiesten uit Compton het podium geeft, maar muzikaal en tekstueel zijn het geen hoogvliegers. Peekaboo vind ik zelfs vervelend met dat nasale stemmetje en de repetitieve strofes en refreinen.
Gelukkig sluit het album nog prima af met Gloria, waarin de zoetgevooisde stem van SZA voor een tweede keer mag aantreden, deze keer over een zwoel soularrangement. Kendrick gebruikt de formule van I Used to Love H.E.R. om een getroebleerd liefdesverhaal te vertellen over hemzelfde en een mysterieuze minnares, om op het einde te onthullen dat de geliefde eigenlijk zijn ‘pen’ is, zijn muzikale creativiteit.
Al met al dus een genietbaar project, maar eentje dat als regulier Kendrick-album niet helemaal in de rij past en eigenlijk meer als een mixtape aanvoelt. Een paar uitschieters bewijzen dat Kenny het nog steeds in zich heeft om mogelijke klassiekers te schrijven, al zitten er ook wat mindere nummers op dit album die het gemiddelde iets naar beneden halen. Toch ben ik best blij met deze worp, zeker nadat ik eerder leeg liep op de vorige twee projecten. Wordt GNX de opmaat naar een volgend klassiek conceptalbum zoals we van deze man gewend zijn?
Kendrick Lamar - Mr. Morale & The Big Steppers (2022)

2,5
21
geplaatst: 18 mei 2022, 16:26 uur
Na 5 jaar, of 1855 dagen om precies te zijn, is ‘ie er dan: het langverwachte nieuwe album van Kendrick Lamar, de meest gevierde rapper van het afgelopen decennium. Good Kid, m.A.A.d City behoort bij mij tot de allerbeste hip-hopplaten aller tijden en ook To Pimp a Butterfly ontpopt zich jaar na jaar steeds meer bij mij als fenomenaal ambitieus conceptalbum.
Ook deze laatste nieuwe, Mr. Morale & the Big Steppers, is een conceptalbum: een dubbelaar waarbij elk nummer een therapiesessie voorstelt (schijnbaar met Eckhart Tolle) en Kendrick met zijn persoonlijke demonen worstelt, vooral op plaat 1 (The Big Steppers), om uiteindelijk een doorbraak te forceren en persoonlijke groei te bereiken aan het einde van plaat 2 (Mr. Morale).
Een mooi concept op papier, dat echter spaak loopt in de uitvoering door een aantal factoren. Ten eerste klinkt Kendrick zelf op veel van de plaat vooral apathisch en ongeïnspireerd met saaie flows, bijna alsof hij er niet wil zijn en deze muziek vooral gemaakt heeft om de rekeningen te betalen. Ten tweede blijft er instrumentaal erg weinig hangen van dit album, met te veel generieke trap- of R&B-beats en onopvallende melodieën. Ten derde zijn ‘s mans teksten echt niet van het gewoonlijke kaliber, met amper een ‘quotable’ en geregeld bedenkelijke uitspraken, waarover hieronder meer.
Het begint nochtans best veelbelovend met United in Grief: een staccato piano zorgt voor spanning terwijl Kendrick in één strofe (weliswaar in een cliché triplet flow zoals we die de laatste jaren al duizend keer gehoord hebben) in vogelvlucht door een aantal van de thema’s van het album heen fladdert. Dan volgt een lekkere beat switch naar een opzwepend, Afrikaans aandoend ritme waarover Kendrick een sterk refrein rapt. De rest van het nummer gaat over hoe Kendrick van de pijn en trauma’s uit zijn jeugd trachtte weg te vluchten door geld en roem na te jagen, tevergeefs zoals zal blijken uit de rest van dit album. Een prima start.
Dan komen we bij N95, waar Kendrick het idee van een mondmasker als metafoor gebruikt om het materialisme en imagobejag uit zijn omgeving en op sociale media aan te kaarten. Neem dat narcistisch ‘masker’ weg en wat blijft er over? Een lelijke, toxische persoonlijkheid vol onzekerheid die een vals beeld ophangt van zichzelf en anderen moet afbreken om zichzelf beter te voelen. Een interessant idee, helaas vind ik de muzikale uitvoering echt te wensen overlaten. De synths kan ik wel smaken, maar de trap beat uit een drumcomputertje is onorigineel, de ad-libs doorheen dit nummer werken op mijn zenuwen (nooit gedacht dat Kendrick onironisch ’shoo-shoo’ en ‘brrt-brrt’ zou roepen op zijn album), het refrein is stompzinnig, en in de tweede en derde strofe zijn daar weer die triplet flows die heel de rapscène intussen van Migos gekopieerd heeft. Anno 2022 hoef ik dit echt niet meer te horen, zeker niet van iemand als Kendrick die zich anders nooit echt heeft laten leiden door de trends van het moment.
Door naar Worldwide Steppers, een nummer grotendeels aangedreven door een nerveuze, repetitieve bastoon waarop Kendrick in het refrein betoogt dat we allemaal ‘killers’ en wandelende zombies zijn op onze eigen manier. In zijn eigen geval is hij vooral een agressor geweest in zijn relatie met zijn verloofde door toe te geven aan lust en met blanke vrouwen (of ‘bitches’, vindt hij het noodzakelijk ze te noemen) het bed in te duiken. Hier doet hij echter een aantal uitspraken waar ik serieus de wenkbrauwen bij ophaal, zoals:
Writer's block for two years, nothin' moved me
Asked God to speak through me, that's what you hear now
Dit soort megalomane uitspraken zou ik eerder van de mentaal instabiele Kanye verwachten dan van Kendrick. De verdedigers van dit album zullen zeggen “hij legt zijn negatieve kanten bloot op dit album, inclusief zijn ego!” of “het is sarcasme!”, maar als één van die zaken de bedoeling was, dan brengt hij dit in elk geval niet duidelijk over. Op mij komt het eerder over alsof hij zich nu echt zo intellectueel en spiritueel verheven acht als artiest dat hij dit werkelijk gelooft.
Yesterday, I prayed to the flowers and trees
Gratification to the powers that be
Synchronization with my energy chakras, the ghost of Dr. Sebi
Paid it forward, cleaned out my toxins, bacteria heavy
Moet ik dit uitleggen? Wat een pseudo-intellectueel gebrabbel. Dr. Sebi was trouwens een complete kwakzalver, voor zij die er meer over willen weten.
Whitney asked did I have a problem
I said, "I might be racist"
Ancestors watchin' me fuck was like retaliation
Ik hoop dat Kendrick dit oprecht niet meer denkt nu en zich hiervan heeft afgekeerd, want dit is één van de meest waanzinnige rechtvaardigingen voor overspel en een fetisj met blanke vrouwen die ik ooit gehoord heb.
In de laatste strofe richt hij tot slot de lens op de bredere maatschappij, in het bijzonder: de media, multinationals, Hollywood, de muziekindustrie. Hier maakt hij wel terechte punten op veel vlakken, waarvan ik deze opvallend positief vind:
I caught a couple of bodies myself, slid my community
My last Christmas toy drive in Compton handed out eulogies
Not because the rags in the park had red gradient
But because the high blood pressure flooded the caterin'
Als iemand die zelf veel met gezonde voeding bezig is, vind ik het verfrissend om te horen dat een invloedrijk figuur als Kendrick het heeft over de dodelijke effecten van junk food op zijn gemeenschap. Jammer dat hij daar niet verder over uitweidt. Tot slot volgt hij dit helaas nog op met een zin waar ik kop noch staart aan krijg:
The noble person that goes to work and pray like they 'posed to?
Slaughter people too, your murder's just a bit slower
Wat bedoelt hij hier dan mee? Wat doen die mensen dan verkeerd om zo beschuldigd te worden? Scheert hij nu iedereen over dezelfde kam en mag niemand nog ergens kritiek op geven omdat we allemaal om een of andere reden metaforische moordenaars zijn? Dit lijkt diepzinnig, maar slaat voor mij nergens op zonder meer context.
De volgende track, Die Hard, is een stuk toegankelijker en gaat meer terug naar de dagen van gladde West Coast beats en ‘00s R&B. Kendrick rapt over zijn eigen onzekerheden in relaties en de drang om aan zelfverbetering te werken. Geen hoogvlieger, maar een ontspannende, opbeurende track. Niks mis mee.
Met Father Time krijgen we eindelijk een track waar ik onverdeeld positief over kan zijn. Muzikaal rijkelijk bestrooid met strijkers, interessante samples (waaronder eentje die achterstevoren wordt geloopt), en een meer old school ‘90s hip-hop sound. Het refrein van Sampha komt lekker binnen. Kendrick klinkt hier ook eindelijk nog eens alsof hij er echt zin in heeft en zijn boodschap met urgentie over wil brengen. Ik denk dat de verreikende (positieve, dan wel negatieve) invloed van onze vaders in ons leven, zeker voor de mannen, iets is waar we ons allemaal wel in kunnen herkennen. Hij roept finaal ook alle mannen met ‘daddy issues’ op om die niet uit te werken op hun moeders en andere vrouwen in hun leven, maar hen in plaats daarvan te respecteren voor al wat ze doen en bijdragen. Een boodschap waar ik alleen maar achter kan staan en die in de macho cultuur waar Kendrick vandaan komt, waarschijnlijk lang niet genoeg wordt uitgedragen.
Dan komen we aan bij Rich (Interlude), waar Kendrick van alle mensen aan Kodak Black (waarover verderop meer) het woord geeft om een monoloog te houden over zijn achtergrond en persoonlijke reis van armoede naar rijkdom en succes, over steeds nerveuzere piano-arpeggio’s. Over het nummer Rich Spirit zelf heb ik weinig te melden; zowel muzikaal als tekstueel gaat dit nummer grotendeels onopgemerkt voorbij.
We Cry Together moet vooral beoordeeld worden als kunstwerkje, niet zozeer als nummer, want vanuit die lens is bijna 6 minuten bekvechten niet te genieten. In zijn opzet slaagt het op zich wel: de naargeestige sfeer van een extreem toxische relatie neerzetten. Actrice Taylour Paige steelt de show met een ‘performance’ vol overgave. Originaliteitspunten scoort Kendrick hier echter niet mee, daarvoor lijkt dit te veel op Kim van Eminem. Uiteindelijk blijf ik er overwegend koud bij. Wel geinig dat het tapdansen dat geregeld terugkeert op het album en symbool staat voor het “rond het gesprek heen tapdansen” dat we met deze moeilijke thema’s als maatschappij doen, hier ook kan worden geïnterpreteerd als… Wel, luister naar het nummer en je snapt wat ik bedoel.
Purple Hearts past weer in het rijtje Die Hard en Rich Spirit met zijn smooth R&B-achtige beats en vocoder vocals. Kendrick beweert nogmaals dat God door hem spreekt terwijl hij klinkt alsof hij onder de invloed van slaappillen is. Het nummer gaat bijna volledig anoniem voorbij, maar wordt op het einde gered door een leuke strofe van Ghostface Killah, wiens onmiskenbare flow, intelligente teksten en overtuigende ‘delivery’ mij eraan herinneren waarom ik jaren geleden verliefd ben geworden op hip-hop. Helaas is daar niet zo veel van te vinden op dit album.
Plaat twee (Mr. Morale) trapt af met Count Me Out, dat een gelijkaardige a cappella intro heeft als de eerste plaat, maar met andere tekst. De eerste strofe van Kendrick is best aardig gebracht, ook al hoor ik niets in de tekst wat echt tot nadenken stemt, en het kinderkoor er onderheen klinkt plezierig aan de oren. Helaas besluit Kendrick dat het dan voldoende is om half te gaan zingen met autotune over weer een trap beat. Het nummer heeft verder geen interessante wendingen en suddert uit naar het einde toe.
Crown brengt ook geen pit terug in de plaat. Op zich wel een songconcept waar wat uit te halen valt: Kendrick die in zelfreflectie gaat over het feit dat hij niet iedereen kan behagen over een sombere pianomelodie. Helaas gaat dit nummer dubbel zo lang door als nodig, valt het nodeloos in herhaling en zit ik te kijken naar de klok tegen het einde. Dit was beter een interlude geweest.
Van onverschilligheid ga ik naar irritatie bij het volgende nummer, Silent Hill, voor mij hét dieptepunt van het album. Wéér een generieke trap beat (serieus) en een strontvervelend refrein (”pushin’ ‘em all off me like huuuugh”). Kendrick was net uit bed toen dit werd opgenomen afgaande op zijn dictie en de werkelijk nietszeggende tekst.
En dan is er de feature van Kodak Black, iemand waarin Kendrick blijkbaar een bondgenoot ziet ondanks alles wat hij op zijn kerfstok heeft en het gegeven dat die daarvoor nul berouw toont, ook hier niet. Echt onbegrijpelijk voor mij dat je zo iemand (een beschuldigde verkrachter) kritiekloos een platform geeft op je album, zeker gegeven de oproepen tot respect voor vrouwen op o.a. Father Time en Mother | Sober. Kodaks strofe herkauwt de inhoud van de interlude waar hij eerder op verscheen en rappen kan deze man ook al maar amper, dus deze artistieke keuze is voor mij een enorme flater, zonder meer. Ik vind deze tekst uit Element van op de voorganger meer ironisch dan ooit:
Last LP I tried to lift the black artists
But it's a difference 'tween black artists and wack artists
Op naar Savior (Interlude) / Savior dan maar. Hier krijgt Baby Keem, neefje en protégé van Kendrick, een prominente rol te spelen. Op zich heeft deze jongen een pak meer lyrisch talent dan Kodak en ik snap dat Kendrick zijn familie wil steunen, dus ik begrijp dat hij Keem hier aan het woord laat. Tegelijkertijd vind ik zijn hoge stemgeluid en monotone flow als nagels op een krijtbord. Ik kan dan ook niet van de interlude genieten, ondanks het elegante strijkersarrangement er onderheen.
Het nummer zelf is, ondanks het eveneens vervelende refrein van Keem, gelukkig weer wat beter dan het echt ondermaatse materiaal op plaat 2 tot dusver. Instrumentaal zit er wat meer vuur in deze track. Tekstueel wisselt Kendrick terechte kritieken op schijnheilig fake activisme door beroemdheden en kapitalistische bedrijven af met verwarrende boodschappen over hoe hij niet als redder wil gezien worden, ondanks de talloze verwijzingen naar zichzelf als een messiasfiguur op de hoes en in de teksten van dit album. Ook onderstreept hij graag nogmaals dat "I ain't taking shit back / Like it when they pro-Black, but I'm more Kodak Black”. Gemengde gevoelens dus over deze track.
Volgende op de tracklist is Auntie Diaries, waarin Kendrick het over een nog gevoeliger onderwerp heeft, zeker in de Afro-Amerikaanse gemeenschap: homoseksualiteit en transgenderisme. In de eerste twee strofes gaat het over Kendricks lesbische tante die in zijn jeugd een grote inspiratie voor hem was en hoe hij daarover in de knoop lag. In de laatste twee strofes wordt het verhaal intenser, wanneer het gaat over zijn neef Demetrius die een geslachtsverandering ondergaat, door het leven gaat als Mary-Ann en daarover met familie, vrienden en Kerk in conflict komt. Op gegeven moment vernedert de priester tijdens de mis zijn (nu) nicht publiekelijk, waarop Kendrick het voor haar opneemt (mooi ook hoe de voornaamwoorden veranderen op dit punt in het nummer).
Het einde van het nummer is ergens wel een anticlimax: hij wijst erop dat scheldwoorden als ‘faggot’ voor hem in principe onbeduidend zijn als er geen kwade bedoelingen achter zitten. Tegelijk erkent hij daarbij zijn hypocrisie toen hij op tournee een blank meisje op het podium uitnodigde om m.A.A.d City met hem te zingen, maar haar afbrak toen ze het woord ‘nigga’ uit de tekst citeerde. Terecht punt, maar het plaatst wel een cynische domper op de gehele muzikale opbouw die eraan vooraf ging en de positieve pro-LGBTQ boodschap die Kendrick net leek te gaan brengen. Het zou ook sterker geweest zijn als hij voor dit onderwerp artiesten uit die gemeenschappen zelf aan het woord had gelaten, in plaats van als (toch weer) redder voor hen te willen spreken. Daardoor voelt deze song ondanks de positieve intenties na meerdere luisterbeurten toch aan als ‘net niet’.
Het titelnummer Mr. Morale heeft een lekker onheilspellende beat die het nummer draagt. Tekstueel blijf ik weer op mijn honger zitten: Kendrick stelt nogmaals in alle nederigheid dat hij een halfgod is en dat hij zichzelf ziet als iemand die de mensen rond hem moet helpen ‘genezen’ van cyclussen van generationeel trauma (misbruikten die zelf misbruiken), ook al gaf hij een paar nummers eerder aan dat hij zichzelf niet als redder ziet. Wat is het nu? In de outro rol ik ook met de ogen als we naar Eckhart Tolle moeten luisteren die vertelt over “pain bodies”, een theorie met nul wetenschappelijke onderbouw over negatieve energievelden die zich voeden op ongeluk en onze lichamen kunnen overnemen (ja, serieus, Kendrick gelooft hier blijkbaar in).
Mother | Sober is één van de weinige nummers op dit album waar ik de lyrische klasse van de ‘oude’ Kendrick zie terugkomen. Muzikaal krijg ik hierbij vibes van Sing About Me, I’m Dying of Thirst, ook al is het hier soberder (pun not intended) aangekleed. Sfeervolle bijdrage van Portishead’s Beth Gibbons op het refrein. Kendrick schept een beeldend verhaal over misbruik en hoe het hem en mensen rondom hem heeft beïnvloed: zijn moeder, die seksueel misbruikt werd en dat voor hem verborgen hield; zijn leeftijdsgenoten, die hun littekens verbergen met kettingen en tattoos; en hijzelf, die ervoor koos om overspel te plegen in plaats van trauma’s uit zijn eigen jeugd openlijk aan te kaarten in de relatie met de liefde van zijn leven.
Hier komt de ontknoping wel hard binnen: Kendrick verklaart met geheven, lichtjes wanhopige, stem dat de generationele cyclus van trauma, pijn en geweld hier moet stoppen. Metaforisch bevrijdt hij iedereen om wie hij geeft, levend of overleden, van de last die op hun geweten drukt. Ja, zelfs de misbruikers, opdat zij zelf kunnen genezen en anderen niet in dezelfde neerwaartse spiraal duwen.
Afsluiter Mirror onderstreept deze boodschap nogmaals, deze keer puur vanuit Kendricks perspectief: hij kiest ervoor om zijn loodzware, zelf opgelegde verplichting als redder van hip-hop en de Afro-Amerikaanse gemeenschap van zich af te werpen en te kiezen voor zichzelf, zijn familie en zijn muziek. Gegeven hoeveel hij zichzelf ophemelt elders op dit album en de moeite die hij lijkt te hebben om zijn ego los te laten, zal ik dat eerst moeten zien voor ik het geloof.
Eindconclusie voor het volledige album: een aantal sterke tracks (United in Grief, Father Time, Mother | Sober) worden afgewisseld met op papier interessante ideeën die niet of niet goed worden waargemaakt in de uitwerking (N95, Auntie Diaries), een nummer dat me actief op de zenuwen werkt met een problematische feature (Silent Hill) en voor de rest vooral heel veel nummers die ik over een paar weken waarschijnlijk alweer helemaal vergeten ben. De eerste plaat kan er nog mee door, maar de tweede is voor mij - op een paar duidelijke uitzonderingen na - gewoon zwak. Een heel teleurstellend resultaat na een half decennium wachten.
Vooral ook opvallend is dat de inspiratie en motivatie er grotendeels uit lijken te zijn bij de beste man. Als hij het heilige vuur niet meer terug kan vinden, heb ik eerlijk gezegd liever dat hij de microfoon ophangt en zich met andere projecten (zoals zijn platenlabel) gaat bezig houden, want nog meer albums in deze stijl zullen zijn muzikale nalatenschap meer kwaad dan goed doen.
Ook deze laatste nieuwe, Mr. Morale & the Big Steppers, is een conceptalbum: een dubbelaar waarbij elk nummer een therapiesessie voorstelt (schijnbaar met Eckhart Tolle) en Kendrick met zijn persoonlijke demonen worstelt, vooral op plaat 1 (The Big Steppers), om uiteindelijk een doorbraak te forceren en persoonlijke groei te bereiken aan het einde van plaat 2 (Mr. Morale).
Een mooi concept op papier, dat echter spaak loopt in de uitvoering door een aantal factoren. Ten eerste klinkt Kendrick zelf op veel van de plaat vooral apathisch en ongeïnspireerd met saaie flows, bijna alsof hij er niet wil zijn en deze muziek vooral gemaakt heeft om de rekeningen te betalen. Ten tweede blijft er instrumentaal erg weinig hangen van dit album, met te veel generieke trap- of R&B-beats en onopvallende melodieën. Ten derde zijn ‘s mans teksten echt niet van het gewoonlijke kaliber, met amper een ‘quotable’ en geregeld bedenkelijke uitspraken, waarover hieronder meer.
Het begint nochtans best veelbelovend met United in Grief: een staccato piano zorgt voor spanning terwijl Kendrick in één strofe (weliswaar in een cliché triplet flow zoals we die de laatste jaren al duizend keer gehoord hebben) in vogelvlucht door een aantal van de thema’s van het album heen fladdert. Dan volgt een lekkere beat switch naar een opzwepend, Afrikaans aandoend ritme waarover Kendrick een sterk refrein rapt. De rest van het nummer gaat over hoe Kendrick van de pijn en trauma’s uit zijn jeugd trachtte weg te vluchten door geld en roem na te jagen, tevergeefs zoals zal blijken uit de rest van dit album. Een prima start.
Dan komen we bij N95, waar Kendrick het idee van een mondmasker als metafoor gebruikt om het materialisme en imagobejag uit zijn omgeving en op sociale media aan te kaarten. Neem dat narcistisch ‘masker’ weg en wat blijft er over? Een lelijke, toxische persoonlijkheid vol onzekerheid die een vals beeld ophangt van zichzelf en anderen moet afbreken om zichzelf beter te voelen. Een interessant idee, helaas vind ik de muzikale uitvoering echt te wensen overlaten. De synths kan ik wel smaken, maar de trap beat uit een drumcomputertje is onorigineel, de ad-libs doorheen dit nummer werken op mijn zenuwen (nooit gedacht dat Kendrick onironisch ’shoo-shoo’ en ‘brrt-brrt’ zou roepen op zijn album), het refrein is stompzinnig, en in de tweede en derde strofe zijn daar weer die triplet flows die heel de rapscène intussen van Migos gekopieerd heeft. Anno 2022 hoef ik dit echt niet meer te horen, zeker niet van iemand als Kendrick die zich anders nooit echt heeft laten leiden door de trends van het moment.
Door naar Worldwide Steppers, een nummer grotendeels aangedreven door een nerveuze, repetitieve bastoon waarop Kendrick in het refrein betoogt dat we allemaal ‘killers’ en wandelende zombies zijn op onze eigen manier. In zijn eigen geval is hij vooral een agressor geweest in zijn relatie met zijn verloofde door toe te geven aan lust en met blanke vrouwen (of ‘bitches’, vindt hij het noodzakelijk ze te noemen) het bed in te duiken. Hier doet hij echter een aantal uitspraken waar ik serieus de wenkbrauwen bij ophaal, zoals:
Writer's block for two years, nothin' moved me
Asked God to speak through me, that's what you hear now
Dit soort megalomane uitspraken zou ik eerder van de mentaal instabiele Kanye verwachten dan van Kendrick. De verdedigers van dit album zullen zeggen “hij legt zijn negatieve kanten bloot op dit album, inclusief zijn ego!” of “het is sarcasme!”, maar als één van die zaken de bedoeling was, dan brengt hij dit in elk geval niet duidelijk over. Op mij komt het eerder over alsof hij zich nu echt zo intellectueel en spiritueel verheven acht als artiest dat hij dit werkelijk gelooft.
Yesterday, I prayed to the flowers and trees
Gratification to the powers that be
Synchronization with my energy chakras, the ghost of Dr. Sebi
Paid it forward, cleaned out my toxins, bacteria heavy
Moet ik dit uitleggen? Wat een pseudo-intellectueel gebrabbel. Dr. Sebi was trouwens een complete kwakzalver, voor zij die er meer over willen weten.
Whitney asked did I have a problem
I said, "I might be racist"
Ancestors watchin' me fuck was like retaliation
Ik hoop dat Kendrick dit oprecht niet meer denkt nu en zich hiervan heeft afgekeerd, want dit is één van de meest waanzinnige rechtvaardigingen voor overspel en een fetisj met blanke vrouwen die ik ooit gehoord heb.
In de laatste strofe richt hij tot slot de lens op de bredere maatschappij, in het bijzonder: de media, multinationals, Hollywood, de muziekindustrie. Hier maakt hij wel terechte punten op veel vlakken, waarvan ik deze opvallend positief vind:
I caught a couple of bodies myself, slid my community
My last Christmas toy drive in Compton handed out eulogies
Not because the rags in the park had red gradient
But because the high blood pressure flooded the caterin'
Als iemand die zelf veel met gezonde voeding bezig is, vind ik het verfrissend om te horen dat een invloedrijk figuur als Kendrick het heeft over de dodelijke effecten van junk food op zijn gemeenschap. Jammer dat hij daar niet verder over uitweidt. Tot slot volgt hij dit helaas nog op met een zin waar ik kop noch staart aan krijg:
The noble person that goes to work and pray like they 'posed to?
Slaughter people too, your murder's just a bit slower
Wat bedoelt hij hier dan mee? Wat doen die mensen dan verkeerd om zo beschuldigd te worden? Scheert hij nu iedereen over dezelfde kam en mag niemand nog ergens kritiek op geven omdat we allemaal om een of andere reden metaforische moordenaars zijn? Dit lijkt diepzinnig, maar slaat voor mij nergens op zonder meer context.
De volgende track, Die Hard, is een stuk toegankelijker en gaat meer terug naar de dagen van gladde West Coast beats en ‘00s R&B. Kendrick rapt over zijn eigen onzekerheden in relaties en de drang om aan zelfverbetering te werken. Geen hoogvlieger, maar een ontspannende, opbeurende track. Niks mis mee.
Met Father Time krijgen we eindelijk een track waar ik onverdeeld positief over kan zijn. Muzikaal rijkelijk bestrooid met strijkers, interessante samples (waaronder eentje die achterstevoren wordt geloopt), en een meer old school ‘90s hip-hop sound. Het refrein van Sampha komt lekker binnen. Kendrick klinkt hier ook eindelijk nog eens alsof hij er echt zin in heeft en zijn boodschap met urgentie over wil brengen. Ik denk dat de verreikende (positieve, dan wel negatieve) invloed van onze vaders in ons leven, zeker voor de mannen, iets is waar we ons allemaal wel in kunnen herkennen. Hij roept finaal ook alle mannen met ‘daddy issues’ op om die niet uit te werken op hun moeders en andere vrouwen in hun leven, maar hen in plaats daarvan te respecteren voor al wat ze doen en bijdragen. Een boodschap waar ik alleen maar achter kan staan en die in de macho cultuur waar Kendrick vandaan komt, waarschijnlijk lang niet genoeg wordt uitgedragen.
Dan komen we aan bij Rich (Interlude), waar Kendrick van alle mensen aan Kodak Black (waarover verderop meer) het woord geeft om een monoloog te houden over zijn achtergrond en persoonlijke reis van armoede naar rijkdom en succes, over steeds nerveuzere piano-arpeggio’s. Over het nummer Rich Spirit zelf heb ik weinig te melden; zowel muzikaal als tekstueel gaat dit nummer grotendeels onopgemerkt voorbij.
We Cry Together moet vooral beoordeeld worden als kunstwerkje, niet zozeer als nummer, want vanuit die lens is bijna 6 minuten bekvechten niet te genieten. In zijn opzet slaagt het op zich wel: de naargeestige sfeer van een extreem toxische relatie neerzetten. Actrice Taylour Paige steelt de show met een ‘performance’ vol overgave. Originaliteitspunten scoort Kendrick hier echter niet mee, daarvoor lijkt dit te veel op Kim van Eminem. Uiteindelijk blijf ik er overwegend koud bij. Wel geinig dat het tapdansen dat geregeld terugkeert op het album en symbool staat voor het “rond het gesprek heen tapdansen” dat we met deze moeilijke thema’s als maatschappij doen, hier ook kan worden geïnterpreteerd als… Wel, luister naar het nummer en je snapt wat ik bedoel.
Purple Hearts past weer in het rijtje Die Hard en Rich Spirit met zijn smooth R&B-achtige beats en vocoder vocals. Kendrick beweert nogmaals dat God door hem spreekt terwijl hij klinkt alsof hij onder de invloed van slaappillen is. Het nummer gaat bijna volledig anoniem voorbij, maar wordt op het einde gered door een leuke strofe van Ghostface Killah, wiens onmiskenbare flow, intelligente teksten en overtuigende ‘delivery’ mij eraan herinneren waarom ik jaren geleden verliefd ben geworden op hip-hop. Helaas is daar niet zo veel van te vinden op dit album.
Plaat twee (Mr. Morale) trapt af met Count Me Out, dat een gelijkaardige a cappella intro heeft als de eerste plaat, maar met andere tekst. De eerste strofe van Kendrick is best aardig gebracht, ook al hoor ik niets in de tekst wat echt tot nadenken stemt, en het kinderkoor er onderheen klinkt plezierig aan de oren. Helaas besluit Kendrick dat het dan voldoende is om half te gaan zingen met autotune over weer een trap beat. Het nummer heeft verder geen interessante wendingen en suddert uit naar het einde toe.
Crown brengt ook geen pit terug in de plaat. Op zich wel een songconcept waar wat uit te halen valt: Kendrick die in zelfreflectie gaat over het feit dat hij niet iedereen kan behagen over een sombere pianomelodie. Helaas gaat dit nummer dubbel zo lang door als nodig, valt het nodeloos in herhaling en zit ik te kijken naar de klok tegen het einde. Dit was beter een interlude geweest.
Van onverschilligheid ga ik naar irritatie bij het volgende nummer, Silent Hill, voor mij hét dieptepunt van het album. Wéér een generieke trap beat (serieus) en een strontvervelend refrein (”pushin’ ‘em all off me like huuuugh”). Kendrick was net uit bed toen dit werd opgenomen afgaande op zijn dictie en de werkelijk nietszeggende tekst.
En dan is er de feature van Kodak Black, iemand waarin Kendrick blijkbaar een bondgenoot ziet ondanks alles wat hij op zijn kerfstok heeft en het gegeven dat die daarvoor nul berouw toont, ook hier niet. Echt onbegrijpelijk voor mij dat je zo iemand (een beschuldigde verkrachter) kritiekloos een platform geeft op je album, zeker gegeven de oproepen tot respect voor vrouwen op o.a. Father Time en Mother | Sober. Kodaks strofe herkauwt de inhoud van de interlude waar hij eerder op verscheen en rappen kan deze man ook al maar amper, dus deze artistieke keuze is voor mij een enorme flater, zonder meer. Ik vind deze tekst uit Element van op de voorganger meer ironisch dan ooit:
Last LP I tried to lift the black artists
But it's a difference 'tween black artists and wack artists
Op naar Savior (Interlude) / Savior dan maar. Hier krijgt Baby Keem, neefje en protégé van Kendrick, een prominente rol te spelen. Op zich heeft deze jongen een pak meer lyrisch talent dan Kodak en ik snap dat Kendrick zijn familie wil steunen, dus ik begrijp dat hij Keem hier aan het woord laat. Tegelijkertijd vind ik zijn hoge stemgeluid en monotone flow als nagels op een krijtbord. Ik kan dan ook niet van de interlude genieten, ondanks het elegante strijkersarrangement er onderheen.
Het nummer zelf is, ondanks het eveneens vervelende refrein van Keem, gelukkig weer wat beter dan het echt ondermaatse materiaal op plaat 2 tot dusver. Instrumentaal zit er wat meer vuur in deze track. Tekstueel wisselt Kendrick terechte kritieken op schijnheilig fake activisme door beroemdheden en kapitalistische bedrijven af met verwarrende boodschappen over hoe hij niet als redder wil gezien worden, ondanks de talloze verwijzingen naar zichzelf als een messiasfiguur op de hoes en in de teksten van dit album. Ook onderstreept hij graag nogmaals dat "I ain't taking shit back / Like it when they pro-Black, but I'm more Kodak Black”. Gemengde gevoelens dus over deze track.
Volgende op de tracklist is Auntie Diaries, waarin Kendrick het over een nog gevoeliger onderwerp heeft, zeker in de Afro-Amerikaanse gemeenschap: homoseksualiteit en transgenderisme. In de eerste twee strofes gaat het over Kendricks lesbische tante die in zijn jeugd een grote inspiratie voor hem was en hoe hij daarover in de knoop lag. In de laatste twee strofes wordt het verhaal intenser, wanneer het gaat over zijn neef Demetrius die een geslachtsverandering ondergaat, door het leven gaat als Mary-Ann en daarover met familie, vrienden en Kerk in conflict komt. Op gegeven moment vernedert de priester tijdens de mis zijn (nu) nicht publiekelijk, waarop Kendrick het voor haar opneemt (mooi ook hoe de voornaamwoorden veranderen op dit punt in het nummer).
Het einde van het nummer is ergens wel een anticlimax: hij wijst erop dat scheldwoorden als ‘faggot’ voor hem in principe onbeduidend zijn als er geen kwade bedoelingen achter zitten. Tegelijk erkent hij daarbij zijn hypocrisie toen hij op tournee een blank meisje op het podium uitnodigde om m.A.A.d City met hem te zingen, maar haar afbrak toen ze het woord ‘nigga’ uit de tekst citeerde. Terecht punt, maar het plaatst wel een cynische domper op de gehele muzikale opbouw die eraan vooraf ging en de positieve pro-LGBTQ boodschap die Kendrick net leek te gaan brengen. Het zou ook sterker geweest zijn als hij voor dit onderwerp artiesten uit die gemeenschappen zelf aan het woord had gelaten, in plaats van als (toch weer) redder voor hen te willen spreken. Daardoor voelt deze song ondanks de positieve intenties na meerdere luisterbeurten toch aan als ‘net niet’.
Het titelnummer Mr. Morale heeft een lekker onheilspellende beat die het nummer draagt. Tekstueel blijf ik weer op mijn honger zitten: Kendrick stelt nogmaals in alle nederigheid dat hij een halfgod is en dat hij zichzelf ziet als iemand die de mensen rond hem moet helpen ‘genezen’ van cyclussen van generationeel trauma (misbruikten die zelf misbruiken), ook al gaf hij een paar nummers eerder aan dat hij zichzelf niet als redder ziet. Wat is het nu? In de outro rol ik ook met de ogen als we naar Eckhart Tolle moeten luisteren die vertelt over “pain bodies”, een theorie met nul wetenschappelijke onderbouw over negatieve energievelden die zich voeden op ongeluk en onze lichamen kunnen overnemen (ja, serieus, Kendrick gelooft hier blijkbaar in).
Mother | Sober is één van de weinige nummers op dit album waar ik de lyrische klasse van de ‘oude’ Kendrick zie terugkomen. Muzikaal krijg ik hierbij vibes van Sing About Me, I’m Dying of Thirst, ook al is het hier soberder (pun not intended) aangekleed. Sfeervolle bijdrage van Portishead’s Beth Gibbons op het refrein. Kendrick schept een beeldend verhaal over misbruik en hoe het hem en mensen rondom hem heeft beïnvloed: zijn moeder, die seksueel misbruikt werd en dat voor hem verborgen hield; zijn leeftijdsgenoten, die hun littekens verbergen met kettingen en tattoos; en hijzelf, die ervoor koos om overspel te plegen in plaats van trauma’s uit zijn eigen jeugd openlijk aan te kaarten in de relatie met de liefde van zijn leven.
Hier komt de ontknoping wel hard binnen: Kendrick verklaart met geheven, lichtjes wanhopige, stem dat de generationele cyclus van trauma, pijn en geweld hier moet stoppen. Metaforisch bevrijdt hij iedereen om wie hij geeft, levend of overleden, van de last die op hun geweten drukt. Ja, zelfs de misbruikers, opdat zij zelf kunnen genezen en anderen niet in dezelfde neerwaartse spiraal duwen.
Afsluiter Mirror onderstreept deze boodschap nogmaals, deze keer puur vanuit Kendricks perspectief: hij kiest ervoor om zijn loodzware, zelf opgelegde verplichting als redder van hip-hop en de Afro-Amerikaanse gemeenschap van zich af te werpen en te kiezen voor zichzelf, zijn familie en zijn muziek. Gegeven hoeveel hij zichzelf ophemelt elders op dit album en de moeite die hij lijkt te hebben om zijn ego los te laten, zal ik dat eerst moeten zien voor ik het geloof.
Eindconclusie voor het volledige album: een aantal sterke tracks (United in Grief, Father Time, Mother | Sober) worden afgewisseld met op papier interessante ideeën die niet of niet goed worden waargemaakt in de uitwerking (N95, Auntie Diaries), een nummer dat me actief op de zenuwen werkt met een problematische feature (Silent Hill) en voor de rest vooral heel veel nummers die ik over een paar weken waarschijnlijk alweer helemaal vergeten ben. De eerste plaat kan er nog mee door, maar de tweede is voor mij - op een paar duidelijke uitzonderingen na - gewoon zwak. Een heel teleurstellend resultaat na een half decennium wachten.
Vooral ook opvallend is dat de inspiratie en motivatie er grotendeels uit lijken te zijn bij de beste man. Als hij het heilige vuur niet meer terug kan vinden, heb ik eerlijk gezegd liever dat hij de microfoon ophangt en zich met andere projecten (zoals zijn platenlabel) gaat bezig houden, want nog meer albums in deze stijl zullen zijn muzikale nalatenschap meer kwaad dan goed doen.
Kendrick Lamar - To Pimp a Butterfly (2015)

4,0
0
geplaatst: 17 mei 2022, 14:43 uur
SirPsychoSexy schreef:
Ik wil deze heel graag even goed vinden als zijn voorganger, en het heeft zeker zijn ronduit briljante momenten (The Blacker the Berry is veruit mijn favoriet, gevolgd door King Kunta, i, Wesley's Theory en These Walls), maar na 2 jaar en een dozijn luisterbeurten lukt het me nog steeds niet om deze volledige plaat naar waarde te schatten.
Intellectueel snap ik wel waar de liefde vandaan komt die zoveel mensen hebben voor TPAB, maar op een emotioneel niveau heeft deze me nog niet weten te grijpen. Daarvoor geraakt de balans tussen muzikaliteit en boodschap hier meermaals zoek naar mijn bescheiden mening. Er zijn simpelweg te veel nummers die grotendeels anoniem voorbijgaan of me zelfs enigszins ergeren na verloop van tijd. Ongetwijfeld is het niveau tekstueel overal torenhoog, zoals altijd bij deze man, maar als ik de 'klik' muzikaal niet maak, voel ik me niet geneigd om me in de teksten te gaan verdiepen.
Ik hoop dat het kwartje ooit volledig valt en ik deze woorden kan inslikken!
En ja hoor, bijna vijf jaar later komt er toch weer een halfje bij. Dit album barst uit zijn voegen van de interessante thema's en teksten, die worden verpakt in niet voor de hand liggende, weelderige jazzy en funky arrangementen. In het begin is het een hele klus om er doorheen te komen, maar naarmate je beter begrijpt waar Kendrick het allemaal over heeft in elk van deze nummers, vallen de puzzelstukjes langzaam op hun plaats.Ik wil deze heel graag even goed vinden als zijn voorganger, en het heeft zeker zijn ronduit briljante momenten (The Blacker the Berry is veruit mijn favoriet, gevolgd door King Kunta, i, Wesley's Theory en These Walls), maar na 2 jaar en een dozijn luisterbeurten lukt het me nog steeds niet om deze volledige plaat naar waarde te schatten.
Intellectueel snap ik wel waar de liefde vandaan komt die zoveel mensen hebben voor TPAB, maar op een emotioneel niveau heeft deze me nog niet weten te grijpen. Daarvoor geraakt de balans tussen muzikaliteit en boodschap hier meermaals zoek naar mijn bescheiden mening. Er zijn simpelweg te veel nummers die grotendeels anoniem voorbijgaan of me zelfs enigszins ergeren na verloop van tijd. Ongetwijfeld is het niveau tekstueel overal torenhoog, zoals altijd bij deze man, maar als ik de 'klik' muzikaal niet maak, voel ik me niet geneigd om me in de teksten te gaan verdiepen.
Ik hoop dat het kwartje ooit volledig valt en ik deze woorden kan inslikken!
Komen nu ook goed binnen: Alright, Hood Politics (ja, zelfs ondanks het 'boo boo'-stuk), en zeker het aangrijpende How Much a Dollar Cost, over Kendrick die een dakloze in Zuid-Afrika afwimpelt wanneer die om een dollar vraagt en daarover met zichzelf in de knoop ligt, vooraleer duidelijk wordt dat de dakloze man eigenlijk God in vermomming is en hem de toegang tot de hemel ontzegt omwille van zijn hebzucht. Krachtig!
Zelfs de voor mij wat mindere nummers (o.a. Institutionalized, u, For Sale?, You Ain't Gotta Lie) kan ik nog steeds prima verdragen omdat ik nu beter begrijp waar ze over gaan en zie hoe ze binnen het concept van het album passen.
En The Blacker the Berry is intussen doorgegroeid tot mijn favoriete nummer uit de man zijn complete discografie. Intens van begin tot einde, met een heerlijk refrein en elke strofe die er weer een schepje bovenop doet tot we aankomen bij die briljante climax, wanneer duidelijk wordt waarom Kendrick zichzelf nu zo'n grote hypocriet vindt.
King Gizzard & The Lizard Wizard - PetroDragonic Apocalypse; or, Dawn of Eternal Night: An Annihilation of Planet Earth and the Beginning of Merciless Damnation (2023)

4,5
4
geplaatst: 13 december 2023, 16:33 uur
In het verleden heb ik me wel eens gewaagd aan een paar albums van deze band, maar de vonken sloegen nog nooit echt over met deze nochtans erg creatieve psych-rockgroep. Infest the Rats' Nest was de eerste echte metaluitstap van dit collectief, een oerdegelijke plaat maar nog niet genoeg om me overstag te doen gaan. Daarvoor was het wachten tot dit monster van een album, dat me vanaf de eerste luisterbeurt meedogenloos onderdompelde in haar in olie gedrenkte hellscape.
PetroDragonic Apocalypse is een gitzwarte, loodzware plaat die over je heen raast vanaf de eerste ronkende riff van Motor Spirit en die intensiteit aanhoudt tot het trippy einde van Flamethrower. Onderweg krijgen we een onweerstaanbare mix van stoner/doom/thrash met scheutjes polyritmische prog voorgeschoteld, waarbij de invloeden van bands als o.a. Motorhead en Tool duidelijk voelbaar zijn.
Per toeval zag ik gisteren de nieuwste Godzilla-film en ik kan me niet ontdoen van de indruk dat de heren zich door de kaiju-verhalen uit Japan hebben laten inspireren. Waar het beest daar symbool staat voor de zelfvernietigingsdrang van de mensheid met atoombommen, die de Japanse samenleving op haar grondvesten deden daveren in 1945, richt King Gizz haar pijlen hier op de onverminderde dorst van de mondiale samenleving naar fossiele brandstoffen (Motor Spirit).
Dat leidt tot een ontsporen van de weersystemen (Supercell) en de samenleving (Converge), waarna de mensheid in wanhoop haar heil en redding zoekt bij een heksenverbond (Witchcraft). Dit pakt echter verkeerd uit, want zij wekken in hun rituelen (per ongeluk?) een vreselijk monster (Gila Monster), dat de apocalyps inluidt (Dragon) en de mensheid ten onder doet gaan in de vlammen die ze zelf ontstoken heeft (Flamethrower).
Dit alles wordt verpakt in de ene na de andere heerlijke riff, groove of aanstekelijk refrein. Ook al neem je de teksten niet heel serieus of luister je er zelfs geen woord van, als je van moddervette, scheurende gitaren en stompende bas houdt kom je hier gegarandeerd aan je trekken. Er staat eigenlijk geen zwaktebod op dit album en favorieten benoemen waag ik me niet aan, behalve eentje dan: Dragon gaat mijn boekje in als het beste metalnummer dat ik in lange tijd gehoord heb. Dat nummer hakt gedurende bijna 10 minuten alles aan gort zonder ook maar één seconde te vervelen.
Had je mij een half jaar geleden gezegd dat een psych-rockgroep met het beste metalalbum van de afgelopen zoveel jaren voor de dag zou komen, ik had erom gelachen. Nu steek ik met plezier met beide handen de duivelshoorns omhoog voor King Gizzard & The Lizard Wizard en deze prachtige draak van een plaat.
PetroDragonic Apocalypse is een gitzwarte, loodzware plaat die over je heen raast vanaf de eerste ronkende riff van Motor Spirit en die intensiteit aanhoudt tot het trippy einde van Flamethrower. Onderweg krijgen we een onweerstaanbare mix van stoner/doom/thrash met scheutjes polyritmische prog voorgeschoteld, waarbij de invloeden van bands als o.a. Motorhead en Tool duidelijk voelbaar zijn.
Per toeval zag ik gisteren de nieuwste Godzilla-film en ik kan me niet ontdoen van de indruk dat de heren zich door de kaiju-verhalen uit Japan hebben laten inspireren. Waar het beest daar symbool staat voor de zelfvernietigingsdrang van de mensheid met atoombommen, die de Japanse samenleving op haar grondvesten deden daveren in 1945, richt King Gizz haar pijlen hier op de onverminderde dorst van de mondiale samenleving naar fossiele brandstoffen (Motor Spirit).
Dat leidt tot een ontsporen van de weersystemen (Supercell) en de samenleving (Converge), waarna de mensheid in wanhoop haar heil en redding zoekt bij een heksenverbond (Witchcraft). Dit pakt echter verkeerd uit, want zij wekken in hun rituelen (per ongeluk?) een vreselijk monster (Gila Monster), dat de apocalyps inluidt (Dragon) en de mensheid ten onder doet gaan in de vlammen die ze zelf ontstoken heeft (Flamethrower).
Dit alles wordt verpakt in de ene na de andere heerlijke riff, groove of aanstekelijk refrein. Ook al neem je de teksten niet heel serieus of luister je er zelfs geen woord van, als je van moddervette, scheurende gitaren en stompende bas houdt kom je hier gegarandeerd aan je trekken. Er staat eigenlijk geen zwaktebod op dit album en favorieten benoemen waag ik me niet aan, behalve eentje dan: Dragon gaat mijn boekje in als het beste metalnummer dat ik in lange tijd gehoord heb. Dat nummer hakt gedurende bijna 10 minuten alles aan gort zonder ook maar één seconde te vervelen.
Had je mij een half jaar geleden gezegd dat een psych-rockgroep met het beste metalalbum van de afgelopen zoveel jaren voor de dag zou komen, ik had erom gelachen. Nu steek ik met plezier met beide handen de duivelshoorns omhoog voor King Gizzard & The Lizard Wizard en deze prachtige draak van een plaat.
