MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten SirPsychoSexy als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

The Mars Volta - Frances the Mute (2005)

poster
4,0
Genialiteit verpakt in exces.

The Mars Volta komt hier voor de dag met een explosieve, surrealistische cocktail van prog, funk, jazz, punk, salsa en nog een waaier aan stijlen die in de blender worden gegooid. Iedereen speelt op topniveau als een stier in een porseleinwinkel, maar de gestoorde vocale uithalen van Bixler-Zavala en het onvermoeibare drumwerk van Theodore laten bijzonder diepe indruk op me na.

Op elk van de vijf nummers staan briljante stukken muziek die hun weerhaakjes in mijn brein nestelen. De intense opener Cygnus...Vismund Cygnus doet tien minuten probleemloos voorbij razen. The Window is een verrassend korte en toegankelijke, maar aangrijpende ballade. L'Via, L'Viaquez schakelt moeiteloos tussen in-your-face spierballenrock met Frusciante op verschroeiende leadgitaar en slepende, broeierige strofes op de piano verzorgd door salsapionier Larry Harlow. Leuke omkering van de verwachtingen: de rockstukken zijn in het Spaans en de salsastukken in het Engels. Het sfeervolle Miranda That Ghost Just Isn't Holy Anymore heeft dan weer de ambities van de soundtrack van een spaghettiwestern.

De ongebreidelde muzikale creativiteit zorgt er echter ook voor dat het geregeld wat uit de bocht vliegt. Voorbeelden hiervan zijn de laatste drie minuten van de opener, de laatste tweeënhalve minuut van The Widow, en het wel heel lang uitgesponnen einde van L'Via. Bij Miranda duurt het zelfs vier minuten voor de contouren van een nummer komen opdagen en gaat het in de laatste vier minuten weer terug naar weinig meer dan een soundscape. Ik heb geen problemen met improvisatie en experiment, maar hier had voor mij in totaal gerust een kwartier uit geknipt kunnen worden zonder dat de plaat daar minder om zou worden. Dan had het apart verschenen titelnummer, of op zijn minst de laatste tien minuten daarvan (ook dáár zijn de eerste 4 minuten weinig meer dan noise), gewoon ook vrolijk mee op dit album kunnen staan.

Ironisch genoeg gaat mijn kritiek dat het vaak wat te lang doorgaat, dan weer niet op voor het klapstuk: de afsluitende odyssee Cassandra Gemini, met afstand het beste nummer van dit album en wat mij betreft het onbetwiste meesterwerk van de band. 32 minuten gaan hier voorbij zonder dat ik me ook maar een seconde verveel. De eerste helft stoomt zonder verpozen door op een onweerstaanbare groove. In de tweede helft gaan de vangrails eraf en is er ruimte voor jazzy improvisatie, maar ook hier verslapt de spanningsboog geen moment, zoals het een ellenlang epos betaamt. De opgebouwde spanning betaalt zich na een half uur met dividend uit in het afsluitende refrein: "No there's no light, in the darkest of your furthest reaches!" Geen idee wat het betekent, maar verdomme, wat klinkt het machtig.

Thin Lizzy - Jailbreak (1976)

poster
4,5
Thin Lizzy's bekendste en meest verkochte studio-album is een luistergenot van begin tot einde.

Vijf van de negen nummers komen ook voor op het sublieme Live & Dangerous, en daarbij vergeleken zijn deze versies iets braver en meer gepolijst, maar dat kan de pret niet drukken, en ook de andere nummers zijn zeker de moeite waard.

De spits mag worden afgebeten door het titelnummer, een simpel maar effectief nummer dat de spanning van een ontsnappingspoging van een groep rusteloze gevangenen in beeld weet te brengen.

Angel from the Coast en Romeo and the Lonely Girl zijn aanstekelijke, funky nummers met die heerlijke melodieuze gitaarharmonieën en -solo's waar Thin Lizzy hun handelsmerk van wist te maken.

Running Back (met dat mijmerende orgelthema en die soulvolle saxofoonpartij) en Fight or Fall (mooi gebalanceerde wisselwerking tussen drums, bas en nostalgische gitaren) zijn intieme rustpuntjes, die mij doen wegdromen met Lynott's karakteristieke, hongerige croon die als een warm deken over je heen komt.

Warriors en The Boys Are Back in Town behoren tot de meest energieke, rockende songs van de plaat, die centraal op dit album een adrenaline-opwekkend één-tweetje vormen en de vingers doen jeuken om de luchtgitaar vast te pakken en volledig los te gaan, en op het einde van Warriors móet je gewoon luchtdrummen als een malloot.

Cowboy Song begint gezellig rustig, als ware je zelf een cowboy die zijn handen warmt aan het kampvuur in de wildernis onder een door sterren verlichte hemel. Geleidelijk bloeit het open tot een geweldige compositie, waarbij de eenzaamheid tastbaar wordt en je zowaar zelf heimwee krijgt naar een ver verwijderde liefde aan het thuisfront.

Tot slot krijgen we Emerald, ook voor mij dé kraker van deze plaat, die in de live-versie gewoon nog intenser voor de dag wordt gebracht. Je waant je middenin het slagveld middels Lynott's teksten, Downey geeft het beste van zichzelf met gepast robuust drumwerk, en de synergie tussen Gorham en Robertson's vingerwerk op de zessnaren (met afwisselende scheurende solo's die je om de oren vliegen) op dit nummer is zonder meer van het beste dat er ooit op plaat gezet is in de hardrock-wereld. Het is niet moeilijk om te zien waar bands als Iron Maiden vervolgens de mosterd hebben gehaald.

Alles bij elkaar beschouwd moet ik toch concluderen dat Thin Lizzy een ondergewaardeerd collectief is gebleven binnen de hardrock-scène. Ze hebben een imposante discografie bij elkaar geschreven, hun invloed op latere grote acts (Metallica, Iron Maiden, Judas Priest) is onmiskenbaar en de muziek, hoewel duidelijk te kaderen binnen de hardrock-scène van de jaren '70, blijft wat mij betreft nog steeds stevig overeind meer dan 40 jaar later. 4,5*

Thin Lizzy - Life Live (1983)

poster
4,0
Dit album heeft voor mij lang in de schaduw gestaan van Live and Dangerous, wat misschien wel mijn favoriete liveplaat aller tijden is, maar met het verstrijken der jaren ga ik Life/Live steeds meer op waarde schatten.

Leuk aan dit album is dat alle gitaristen uit de geschiedenis van de groep erop aan bod komen. Vaste waarde Scott Gorham speelt op elk nummer mee en daarnaast is ook een glansrol weggelegd voor jonge gitaargod John Sykes (die in de jaren hierna Whitesnake naar ongekende commerciële hoogten zou brengen) op nummers als o.a. Holy War (wat een vuur! wat een venijn! wat een baslijn!), Sun Goes Down en Got to Give It Up. Gary Moore brengt met verve 'zijn' Black Rose voor de dag, Brian Robertson doet hetzelfde op Emerald, Snowy White neemt Renegade, Hollywood en Killer on the Loose voor zijn rekening, en al deze heren plus originele gitarist Eric Bell stonden op het podium voor afsluiter The Rocker. Wat een trip moet dat geweest zijn.

De productie is al eerder over geschreven, en ja, die is inderdaad wat matter dan L&D, maar op een goede geluidsdrager en -installatie komt het alsnog goed genoeg tot zijn recht. En toegegeven, het wat meer bootleg-achtige geluid heeft ook zijn rauwe charme.

De setlist bevat ten opzichte van L&D twaalf nieuwe nummers en een leuke alternatieve versie van Don't Believe a Word (het originele arrangement, aldus Lynott), en alle grootste toppers van het album schaar ik ook onder deze dertien songs. L&D geeft een goede dwarsdoorsnede van de catalogus van de groep tot en met 1978, Life doet hetzelfde tot en met 1983. Op deze manier krijg je met deze twee albums samen een goed overzicht van het beste werk uit het volledige oeuvre van deze groep, want hierna was het helaas afgelopen met Thin Lizzy.

De titel Life bleek tot slot profetisch, want ondanks dat Lynott wel muzikaal actief bleef in de jaren hierna, wist hij geen notabele wapenfeiten meer te realiseren en ontnam een heroïneverslaving hem amper 3 jaar later het leven. Gelukkig leeft hij eeuwig verder in de heerlijke rockmuziek en zinderende live-optredens die hij achtergelaten heeft.

Thin Lizzy - Live and Dangerous (1978)

poster
4,5
"Is there anybody here with any Irish in them? ... Is there any of the girls who'd like a little MORE Irish in them?"

Ik heb deze onlangs eens vanonder het stof gehaald en wat blijkt: hij is nog beter dan ik me herinnerde! Live tilt de groep het songmateriaal naar een hoger niveau, zodat de opnames die hierop staan zonder uitzondering telkens de studio-versies overtreffen. Schitterend hoe die twee leadgitaristen op elkaar ingespeeld zijn en beiden hartverscheurende solo's weten af te leveren op Still in Love with You. Ook op de climax van The Boys Are Back in Town doen die harmonieën mijn hart steeds sneller slaan. En dan is er natuurlijk nog Phil Lynott, de charismatische frontman, bassist en zanger die de boel samen houdt met heerlijke baslijntjes en memorabele teksten. Het blijft een zonde dat de man veel te vroeg is overleden.

Vooral tot en met Don't Believe a Word is dit een erg strakke, gestroomlijnde verzameling heerlijke nummers, waarbij het onbegonnen werk is om slechts één of enkele te selecteren als favorieten. Helaas zwakt de plaat daarna wat af, met songs als Are You Ready of Baby Drives Me Crazy, die op zich wel weten te entertainen, maar niet uitnodigen om ze opnieuw en opnieuw te luisteren. Dit in tegenstelling tot de vele knallers die dit album rijk is, zoals Dancing in the Moonlight (zie hier ook een erg leuke cover door The Tallest Man on Earth), Massacre (heerlijk hoe hij die tekst eruit gooit) of Cowboy Song (en de overgang naar het volgende nummer), om er lukraak toch een paar uit te pikken.

Niettemin is dit een ijzersterke liveplaat die de perfectie benadert gedurende de eerste 11 nummers, om dan gewoon goed te eindigen. Hij heeft zijn rondjes hier ondertussen al gedaan de afgelopen weken, dus kan iemand mij nog vergelijkbare groepen aanbevelen voor ik Live and Dangerous compleet grijs draai?

Tool - 10,000 Days (2006)

Alternatieve titel: 10000 Days

poster
4,5
Het is weer zover: de verslavende muziek van Tool overheerst opnieuw mijn playlists dezer dagen. Waar ik Lateralus nog steeds als het magnum opus van deze groep beschouw, moet ik zeggen dat AEnima en vooral deze 10,000 Days zo mogelijk nog meer gegroeid zijn en bij elke luisterbeurt weer weten te beklijven - en wat dit album betreft zelfs steeds meer.

Want wat een dijk van een plaat is het: met Vicarious, Jambi, het magistrale titelnummer, The Pot, Rosetta Stoned en Right in Two heb je zes(!) kleppers die ik tot de absolute top onder de Toolnummers schaar. Onmogelijk om uit de bovengenoemde kunstwerkjes mijn favorieten aan te duiden. Ook de rest van het album mag er zeker zijn (Viginti Tres daargelaten), en het verbaast me dan ook enigszins dat deze niet vlotjes boven de 4 sterren geraakt zoals zijn voorgangers. Hier heb je ook wel Wings for Marie en Lost Keys die eigenlijk vooral fungeren als introductie voor hun respectievelijke opvolgers, maar binnen de context van het album vallen ze op hun plaats, in tegenstelling tot AEnima, waar ik sneller geneigd ben om niemendalletjes als Die Eier von Satan, Cesaro Summability of Ions over te slaan.

Het wordt tijd dat deze groep nog eens wat nieuw materiaal uitbrengt, want ik weet niet hoeveel tientallen keren ik deze albums kan blijven beluisteren alvorens ik ze eindelijk grijs heb gedraaid.

Tool - Fear Inoculum (2019)

poster
4,0
Ik had al lang geen aandacht meer gehad voor dit album, maar doordat een vriend een kaartje over had voor het optreden van Tool in de Ziggo Dome vorige week draait Fear Inoculum bij mij weer volop de rondjes. Nu er voldoende tijd is verstreken sinds de release kan ik het met 'nieuwe oren' luisteren en moet ik concluderen dat dit album absoluut schouder aan schouder mag staan met haar voorgangers.

Vond ik de teksten van Maynard in het begin nogal zweverig en hakkelig geplakt over de instrumenten, nu maken ze voor mij onlosmakelijk deel uit van de composities. En ja, het riffje in het middenstuk van Invincible is wel heel erg Jambi en op tweederde van Descending krijgen we een cocktail van Reflection en The Grudge, maar hoeft Tool zichzelf opnieuw uit te vinden op haar vijfde album? Voor mij niet.

Oerdegelijke songs schrijven in haar karakteristieke stijl, meer vraag ik niet van Tool op dit moment, en dat is zeker gelukt op dit album. Zes nummers van 10+ minuten in elkaar zetten die stuk voor stuk niet vervelen is een kunst op zich. De spanningsboog wordt telkens tot het maximum gerekt zonder dat ze breekt. De intermezzo's en de drumsolo hadden voor mij niet gehoeven, maar daar skip ik snel overheen. Dan blijft er nog een uur en een kwartier te genieten over.

7empest was direct torenhoog favoriet bij mij en blijft een monster van een song met eindeloze scheurende riffs en solo's van Adam Jones, maar ook Pneuma heeft zich mettertijd geopenbaard als een topper met name door het weergaloze drumwerk van Danny Carey. De andere 4 nummers schat ik een klein tandje lager in, maar kunnen allen met elkaar wedijveren. Voor mij mag Tool prima op dit elan verder gaan met het volgende album!