Hier kun je zien welke berichten dazzler als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Geils - Monkey Island (1977)

3,0
0
geplaatst: 24 juni 2008, 19:35 uur
En toen was het crisis in het huishouden.
6 studio albums en 2 live sets later stond de groep internationaal nergens.
Er was wel één gouden plaat in Amerika met Bloodshot.
En er waren een paar Billboard hot 100 noteringen met sommige singels.
Maar hoe moest het nu verder met the J. Geils Band?
Het begon met de singel Peanut Butter.
Een liedje bij een reclamespot.
Zou de groep de commerciële toer op gaan?
En twee jaar na het vorige studioalbum, in 1977 pas,
kwam de groep met een nieuwe elpee en een nieuwe naam.
Geils (zie hoes) heetten ze vanaf nu.
De plaat heette Monkey Island en toonde een groep
die koortsachtig zocht naar nieuwe invalshoeken, nieuwe wegen.
SURRENDER was de eerste singel: goed geprobeerd maar geflopt.
Soul, funk, (een beetje disco) met vrouwelijke achtergrondvocalen.
YOU'RE THE ONLY ONE is een saaie ballad met ingetogen vocalen.
Bloedarmoede en zuurstofgebrek zijn hier de juiste woorden.
I DO was een leuke cover met "hit" written all over it.
Maar de hitsingel kwam er pas in 1982 met de live versie.
SOMEBODY was meer J. Geils Band oude stijl.
Met gitaren en mondharmonica in de frontlijn: maar geen goed nummer.
I'M FALLING was een melodieuze ballad die wel werkte.
Zo goed zelfs dat hij in 1982 live op Showtime terecht kwam.
MONKEY ISLAND is eigenlijk het prijsnummer van de plaat.
Een 9 minuten durend muzikaal avontuur met vocale rustpunten.
I'M NOT ROUGH is een mondharmonica uit de oude doos.
Magic Dick soleert met verve op een pianobasis: de band valt later in.
SO GOOD is nu ook weer niet zo goed.
Maar het nummer swingt wel, met soulvolle blazers op de achtergrond.
WRECKAGE toont opnieuw een ingetogen Peter Wolf.
Akkoestische gitaar, bijna een lied uit het singer songwriters repertoire.
De band vaart een nieuwe koers: definitief weg van het oergeluid.
Peter Wolf zingt "normaal", de songs worden mainstreamer.
Wat nog ontbreekt is een eigen, nieuwe sound.
6 studio albums en 2 live sets later stond de groep internationaal nergens.
Er was wel één gouden plaat in Amerika met Bloodshot.
En er waren een paar Billboard hot 100 noteringen met sommige singels.
Maar hoe moest het nu verder met the J. Geils Band?
Het begon met de singel Peanut Butter.
Een liedje bij een reclamespot.
Zou de groep de commerciële toer op gaan?
En twee jaar na het vorige studioalbum, in 1977 pas,
kwam de groep met een nieuwe elpee en een nieuwe naam.
Geils (zie hoes) heetten ze vanaf nu.
De plaat heette Monkey Island en toonde een groep
die koortsachtig zocht naar nieuwe invalshoeken, nieuwe wegen.
SURRENDER was de eerste singel: goed geprobeerd maar geflopt.
Soul, funk, (een beetje disco) met vrouwelijke achtergrondvocalen.
YOU'RE THE ONLY ONE is een saaie ballad met ingetogen vocalen.
Bloedarmoede en zuurstofgebrek zijn hier de juiste woorden.
I DO was een leuke cover met "hit" written all over it.
Maar de hitsingel kwam er pas in 1982 met de live versie.
SOMEBODY was meer J. Geils Band oude stijl.
Met gitaren en mondharmonica in de frontlijn: maar geen goed nummer.
I'M FALLING was een melodieuze ballad die wel werkte.
Zo goed zelfs dat hij in 1982 live op Showtime terecht kwam.
MONKEY ISLAND is eigenlijk het prijsnummer van de plaat.
Een 9 minuten durend muzikaal avontuur met vocale rustpunten.
I'M NOT ROUGH is een mondharmonica uit de oude doos.
Magic Dick soleert met verve op een pianobasis: de band valt later in.
SO GOOD is nu ook weer niet zo goed.
Maar het nummer swingt wel, met soulvolle blazers op de achtergrond.
WRECKAGE toont opnieuw een ingetogen Peter Wolf.
Akkoestische gitaar, bijna een lied uit het singer songwriters repertoire.
De band vaart een nieuwe koers: definitief weg van het oergeluid.
Peter Wolf zingt "normaal", de songs worden mainstreamer.
Wat nog ontbreekt is een eigen, nieuwe sound.
George Michael - Faith (1987)

4,0
0
geplaatst: 26 september 2013, 20:39 uur
FAITH 1987
Die pose op de hoes. In de macho look ontmoeten straight en gay elkaar.
Faith markeert de muzikale bevrijding van de componist en zanger George Michael.
Commercieel speelt deze homo voorlopig nog met de harten van de Wham! bakvissen.
Pas op de volgende langspeler zal hij nadrukkelijker uit de spreekwoordelijke kast kruipen.
Niet toevallig dus dat de titeltrack begint met de akkoorden van de Wham! hit Freedom.
Die drang naar artistieke vrijheid zou Michael later in een juridisch steekspel met Sony storten.
De titelsong werd in de Benelux de grootste hit van het album en de bijhorende jukebox clip
waarin George gitaar fakend met de jeanskont schudt, knipoogt naar Bruce Springsteen.
Zo'n song als Father Figure doet ongetwijfeld het oestrogeen-peil in menig puberhartje overkoken.
Zo'n George Michael die je in het oor komt fluisteren dat hij zich als een vader over jou zal ontfermen.
Daar kunnen al die macho pukkel-hoofden uit je klas natuurlijk menig puntje aan zuigen.
Hij wist wel van aanpakken, die Griek. Maar muzikaal ontvouwt Father Figure zich tevens
als een perfect popjuweel. Een song in het jaren 80 grensgebied tussen soul en de latere R&B.
Met een mooie, orkestrale inkleuring en een ritmische vingerknip die Michael Jackson jaloers maakt.
En alsof dat nog niet genoeg is, kwam Michael (George dus) met een ritmisch drieluik op de proppen
dat veel meer organisch klinkt dan de digitale breaks die Michael (Jackson hier) op Bad (1987) ophoestte.
Ik herinner met het verhaal van een Wham! bakvis die geschandaliseerd was door het onderwerp
van I Want Your Sex en die meteen haar George Michael posters van de slaapkamer muren rukte.
In de gekke wereld van de popmuziek werd de Griekse halfgod die men ooit te sissy voor woorden vond
nu dankbaar ingehaald door de jongens die op het ritme van I Want Your Sex op poesjesjacht gingen.
Het nodige testosteron werd daarbij aangevuurd door het pompende blazersarrangement.
Tijd om even te chillen, moet Michael gedacht hebben, toen hij One More Try als vierde song
in de tracklijst zette. Een ballad met het gehalte van een soul klassieker die je eerder zou verwachten
van bijvoorbeeld een Whitney Houston. Een lied met naar mijn smaak net iets te veel vocale hoogstandjes.
De emotie moet dan vooral komen van het zingen zelf en minder van de compositorische kwaliteiten.
Je zal het misschien niet geloven, maar op dit album staan ook een paar nummers
die het niet schopten tot mega hitsingle. Hard Day, dat gek genoeg wel beloond werd met een remix,
wordt in zijn hitpotentie enigszins gefnuikt door een iets te opdringerig ritmepatroon. Een dieptepunt.
Het mid-tempo nummer Hand to Mouth blijft ook niet erg lang hangen.
Toch scoort de song hoog genoeg op de sensualiteitsschaal om mooi in het verlengde
van de bekendere songs van het album te liggen. De zanger mijmert in de tekst over Amerika,
waar hij qua hitparade-succes achteraf zo mogelijk nog betere cijfers kon voorleggen dan in de UK.
Van de minder bekende songs is Look at Your Hands mijn favoriet.
Hier horen we een wat meer funky aanpak die weliswaar een beetje aan Wham! doet denken,
maar in tegenstelling tot de twee vorige nummers vlotjes uitnodigt tot swingen. Mooie solo's ook.
Het verschil tussen zo'n knoeperd als bijvoorbeeld Monkey en het latere werk,
vind ik de puike hit-gevoeligheid, waarvan de meeste songs op Faith wel doordrongen zijn.
In de jaren 90 primeren naar mijn smaak de beats of de stemvirtuositeit te veel op de melodie.
Op de afsluiter Kissing a Fool krijgen we een croonende George Michael te horen.
En die gimmick zit hem met zo'n stem natuurlijk net zo gegoten als de vereiste smoking.
Een jazzy arrangement waarmee deze song beter uitpakt dan die andere ballad One More Try.
De oorspronkelijke cd-release liet I Want Your Sex bij wijze van request
nog eens terugkeren in een mid-tempo lounge arrangement. Merkwaardig genoeg
voorafgegaan door een remix van Hard Day die op de remaster weer werd weggelaten.
Een plaat die omwille van het vakmanschap en de hitpotentie een 5 verdient,
maar waarop de drie niet-singles slechts 3 sterren om het lijf hebben. 4 is billijk.
Die pose op de hoes. In de macho look ontmoeten straight en gay elkaar.
Faith markeert de muzikale bevrijding van de componist en zanger George Michael.
Commercieel speelt deze homo voorlopig nog met de harten van de Wham! bakvissen.
Pas op de volgende langspeler zal hij nadrukkelijker uit de spreekwoordelijke kast kruipen.
Niet toevallig dus dat de titeltrack begint met de akkoorden van de Wham! hit Freedom.
Die drang naar artistieke vrijheid zou Michael later in een juridisch steekspel met Sony storten.
De titelsong werd in de Benelux de grootste hit van het album en de bijhorende jukebox clip
waarin George gitaar fakend met de jeanskont schudt, knipoogt naar Bruce Springsteen.
Zo'n song als Father Figure doet ongetwijfeld het oestrogeen-peil in menig puberhartje overkoken.
Zo'n George Michael die je in het oor komt fluisteren dat hij zich als een vader over jou zal ontfermen.
Daar kunnen al die macho pukkel-hoofden uit je klas natuurlijk menig puntje aan zuigen.
Hij wist wel van aanpakken, die Griek. Maar muzikaal ontvouwt Father Figure zich tevens
als een perfect popjuweel. Een song in het jaren 80 grensgebied tussen soul en de latere R&B.
Met een mooie, orkestrale inkleuring en een ritmische vingerknip die Michael Jackson jaloers maakt.
En alsof dat nog niet genoeg is, kwam Michael (George dus) met een ritmisch drieluik op de proppen
dat veel meer organisch klinkt dan de digitale breaks die Michael (Jackson hier) op Bad (1987) ophoestte.
Ik herinner met het verhaal van een Wham! bakvis die geschandaliseerd was door het onderwerp
van I Want Your Sex en die meteen haar George Michael posters van de slaapkamer muren rukte.
In de gekke wereld van de popmuziek werd de Griekse halfgod die men ooit te sissy voor woorden vond
nu dankbaar ingehaald door de jongens die op het ritme van I Want Your Sex op poesjesjacht gingen.
Het nodige testosteron werd daarbij aangevuurd door het pompende blazersarrangement.
Tijd om even te chillen, moet Michael gedacht hebben, toen hij One More Try als vierde song
in de tracklijst zette. Een ballad met het gehalte van een soul klassieker die je eerder zou verwachten
van bijvoorbeeld een Whitney Houston. Een lied met naar mijn smaak net iets te veel vocale hoogstandjes.
De emotie moet dan vooral komen van het zingen zelf en minder van de compositorische kwaliteiten.
Je zal het misschien niet geloven, maar op dit album staan ook een paar nummers
die het niet schopten tot mega hitsingle. Hard Day, dat gek genoeg wel beloond werd met een remix,
wordt in zijn hitpotentie enigszins gefnuikt door een iets te opdringerig ritmepatroon. Een dieptepunt.
Het mid-tempo nummer Hand to Mouth blijft ook niet erg lang hangen.
Toch scoort de song hoog genoeg op de sensualiteitsschaal om mooi in het verlengde
van de bekendere songs van het album te liggen. De zanger mijmert in de tekst over Amerika,
waar hij qua hitparade-succes achteraf zo mogelijk nog betere cijfers kon voorleggen dan in de UK.
Van de minder bekende songs is Look at Your Hands mijn favoriet.
Hier horen we een wat meer funky aanpak die weliswaar een beetje aan Wham! doet denken,
maar in tegenstelling tot de twee vorige nummers vlotjes uitnodigt tot swingen. Mooie solo's ook.
Het verschil tussen zo'n knoeperd als bijvoorbeeld Monkey en het latere werk,
vind ik de puike hit-gevoeligheid, waarvan de meeste songs op Faith wel doordrongen zijn.
In de jaren 90 primeren naar mijn smaak de beats of de stemvirtuositeit te veel op de melodie.
Op de afsluiter Kissing a Fool krijgen we een croonende George Michael te horen.
En die gimmick zit hem met zo'n stem natuurlijk net zo gegoten als de vereiste smoking.
Een jazzy arrangement waarmee deze song beter uitpakt dan die andere ballad One More Try.
De oorspronkelijke cd-release liet I Want Your Sex bij wijze van request
nog eens terugkeren in een mid-tempo lounge arrangement. Merkwaardig genoeg
voorafgegaan door een remix van Hard Day die op de remaster weer werd weggelaten.
Een plaat die omwille van het vakmanschap en de hitpotentie een 5 verdient,
maar waarop de drie niet-singles slechts 3 sterren om het lijf hebben. 4 is billijk.
