MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten dazzler als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Madonna - Celebration (2009)

Alternatieve titel: Greatest Hits

poster
3,0
gaucho schreef:
Er bestaat wel zoiets: The Japanese Singles Collection, een uitgebreide set van CD-singles met vaak wel de originele single-mixen (zij het ook niet perfect, lees ik in de commentaren). Ik had destijds gehoopt dat deze verzamelaar daarop gebaseerd zou zijn, dan zou het de bijna perfecte Madonna-verzamelaar zijn.

Die Japanse set was maar kort verkrijgbaar en inmiddels echt onbetaalbaar. Bovendien vind ik het idee van CD-singles niet zo geweldig. Maar het bronmateriaal is er dus wel. Ik behelp me nu maar met een zelfgebrande versie van dit materiaal, dat ik ooit van internet heb geplukt. Normaal gesproken ben ik een verklaard tegenstander van zo'n actie, maar als het niet op een andere manier voorhanden is...


Idem. Ik zag de set ooit in de winkel maar Madonna was toen geen prioriteit.
Een kleine 20 jaar geleden tot mijn vreugde toch van het wereldwijde net kunnen plukken.
En ik heb er in zekere zin voor betaald want ik heb ze tot This Used To Be My Playground op vinyl.

Madonna - Like a Virgin (1984)

poster
3,0
LIKE A VIRGIN 1984

Elke navel zingt zoals hij gebuikt is.

Toen de blote navel van Madonna ons in 1984 toelachte op het televisiescherm
werden wij als puber meteen in het kruis aangesproken. En in het leven van Madonna
heeft het kruis altijd centraal gestaan. Net als Prince paarde zij in de jaren 80 seks aan religie.

Haar tweede album Like a Virgin bezegelde ook haar internationale doorbraak.
Zijn de composities nog hoorbaar in handen van een songwriters team dat Madonna
maar al te graag wil groot maken, toch slaagt zij er als nog jonge zangeres en stoeipoes in
om, veel meer nog dan op haar debuut, de songs naar haar wispelturige hand te zetten.

De discodreun van Like a Virgin stond in december 1984 in schril contrast
met de meezinger Do They Know It's Christmas van Band Aid. Een scharniermoment.
Tot aan de legendarische kerstsingle regeerde de Britse popmuziek (de meeste artiesten
zijn trouwens op die plaat te horen) de wereldzeeën. Madonna kondigt een verschuiving aan.
Vanaf 1985 vinden Amerikaanse artiesten weer gemakkelijker de weg naar Europa.

Voor Material Girl heb ik altijd een zwak gehad. Dat vond ik een geniale zet.
Madonna als de Marilyn Monroe van de 80s pop. Alles klopte in de clip en het was
ook een prettig liedje. Opvolger Angel werd overschaduwd door twee soundtrack hits.

In de US was Crazy for You één van de best verkochte singles van 1985.
Maar de bijhorende film Vision Quest (1985) ging in Europa eerder onopgemerkt voorbij.
Daar vielen de fans voor de dansvloer kraker Into the Groove. Desparately Seeking Susan
was de perfecte teenybopper film en Madonna's ster schitterde hoog aan de hemel.

Het succesvolle jaar 1985 werd afgesloten met het frivole Dress You Up.
De rest van het album bevat vooral opvulsel, maar dat hoort ook zo bij hit acts.

De oorspronkelijke CD release van dit album zet bonustrack Into the Groove
tussen de oorspronkelijke plaathelften. Jammer genoeg werd het nummer op de remaster
niet meer in de tracklijst opgenomen. Daar prijken enkel twee bijhorende dance remixen.

Madonna - Madonna (1983)

Alternatieve titel: The First Album

poster
3,0
MADONNA 1983

Dat de eerste worp van Madonna een disco album was,
kon je zien aan de tracklijst die acht uitgesponnen nummers telde.
Zoiets gebeurde wel vaker bij bands waarop je lekker lang kon dansen.

Madonna is op haar debuut nog een modepop in handen van slimme platenjongens.
Van de drie bekendste hits Lucky Star, Holiday en Borderline brak er geen enkele potten
in de Benelux. Borderline moest wachten op een rerelease in 1986 om een grote hit te worden
en Holiday had een boost nodig van Mc Miker G & DJ Sven met hun Holiday Rap in datzelfde jaar.

Dat verklaart meteen waarom de plaat ook bekend werd met een andere hoes
en een andere titel. Die rerelease heette dan ook toepasselijk The First Album.

Madonna's imago leek in 1984 heel erg op de kanten jurken en stockings
dresscode van Cyndi Lauper (en herinner je ook Love Is a Battlefield van Pat Benatar)
Toch was ze op dat moment nog niet unusual genoeg om even populair te zijn als Lauper.

La Lauper was het brutale, eigenzinnige buurmeisje met het kleine hartje. Madonna leek
nog te veel op een stoute zus van Barbie. Maar haar liedje zou uiteindelijk veel langer duren.

Van Madonna werden merkwaardig genoeg enkel de drie eerste albums geremasterd.
Vermoedelijk krijgt haar hele backcatalogus vroeg of laat nog wel eens een deluxe behandeling.

Madonna - True Blue (1986)

poster
4,0
TRUE BLUE 1986

Het ware blauw van de de heilige maagd in 9 songs.
Qua hitstatus is dit ongetwijfeld Madonna's bekendste album.
Maar liefst vijf singles schopten het wereldwijd tot megahit.

Het begon nochtans een beetje merkwaardig met de volwassen ballad Live to Tell.
Die draagt menig Madonna fan vandaag nog steeds hoog in het vaandel, maar de single
kwam vlak na haar internationale doorbraak als maagd met het Like a Virgin (1984) album.

Live to Tell ademt een grandeur uit die wat haaks stond op haar imago.
De singlehoes toont Madonna dan ook met iets meer diva allures.
Een ballad die mij echter nooit echt heeft weten te raken.

Plaatkant 1 en plaatkant 2 (want zo was dat nog anno 1986) openen telkens uitgekiend
met twee singlekandidaten en gaan verder met nummertjes die veelvuldig op de b-kantjes
waren terug te vinden (White Heat en Jimmy Jimmy zitten dan ook meermaals in mijn collectie).

Met Papa Don't Preach vocht Madonna in juli 1986 om de eerste plaats
tegen The Edge of Heaven, de zwanenzang van Wham!. In dat moedige lied
bekent de ik-figuur haar tienerzwangerschap aan vaderlief en besluit ze om dat kind,
(baas in eigen buik en alle mogelijke schande ten spijt) toch maar mooi te houden.

Met dit initiatief stak Madonna miljoenen meisjes een hart onder de riem en droeg ze,
veel meer dan met haar latere seksposes, bij tot de nieuwe emancipatie. Madonna werd,
haar naam indachtig, een icoon. Alleen daarom al een belangrijk, maar ook een mooi liedje.

Met True Blue steeg de zangeres voor een derde keer kaarsrecht naar de top
van de hitparades. Het nummer dook jarenlang nog op in een non-stop MTV programma.
Maar ondertussen mag dit nummer tot haar minst inspirerende hits gerekend worden.

Dan toch liever de smeekbede Open Your Heart waarmee Madonna zich
wijdbeens in de televisieclip aan het publiek toonde. Haar onstilbare honger
naar het predicaat filmster zou haar nog lang blijven achtervolgen. De beste films
waarin ze ooit speelde waren echter haar eigen videoclips ... dat was en is haar medium.

Het was wachten op de lente van 1987 vooraleer ook La Isla Bonita op 7" de wereld veroverde.
Dat zomerse liedje had blijkbaar tijd nodig om te ontluiken. Heel wat singles van Madonna
werden trouwens lichtjes hermixt vooraleer ze op single verschenen. Dat maakt dat
de originele single versies van de songs heel moeilijk op CD te vinden zijn.

Haar bekendste verzamelaar, The Immaculate Collection (1990)
stak al die hits in een nog nieuwer jasje en latere verzamelaars gebruiken die 1990 remix
of de albumversie als uitgangspunt. Ooit verschenen haar singles in een box op CD en die versies
heb ik ooit van het net geplukt. Ze klinken vaak frisser dan de albumversies of de 1990 versies.
Jammer dat de remaster van een tijdje geleden zich beperkte tot twee extended bonustracks.

Ik geef dit album 4 sterren omdat van Madonna in 1986 vers hitparadevoer werd verwacht.
In met die milde gedachte in het achterhoofd scoort True Blue hoog: perfect staaltje 80s pop.

Marc Almond - Enchanted (1990)

poster
5,0
ENCHANTED heb ik zelf ooit gehad
en heb ik nu dankzij aERodynamIC weer kunnen beluisteren.
Ik vind het Almonds meest complete album.

Een warmbloedig album, vakkundig gepeperd met een ode aan de maan,
zuiderse trompetten, uitbundige vocalen, stampende flamenco,
zigeunerbloed, zonnige lambada en de golfslag van de zee.

A Lover Spurned, The Desperate Hours en Waifs and Strays
waren de niet zo succesvolle singels van Enchanted.

Het zijn dan ook de minst tot de verbeelding sprekende nummers,
want iets vlakker gearrangeerd omwille van hun vermeende hitpotentie.

Ik val meer voor de charmes van Madame de la Luna,
het ontroerende verhaal van de Toreador in the Rain
en de zilte nasmaak van The Sea Still Sings.

Wie koud blijft voor Enchanted zal het nooit begrijpen
dat het hart in een lovesong op de tong moet liggen.
Kitsch met klasse ... een vak apart.

Marc Almond - The Stars We Are (1988)

poster
4,0
THE STARS WE ARE
is ongetwijfeld Almonds bekendste solo-album,
al was het maar omwille van de hits Tears Run Rings
en Something's Gotten Hold of My Heart (duet met Gene Pitney).

Tears Run Rings klinkt als de betere Soft Cell hit.
Something's Gotten Hold of My Heart is ook in de albumversie,
zonder de originele zanger van dit lied, hartverwarmend.
Bitter Sweet, ook op singel, is opgewekte synthpop.

Heel het album is trouwens doorweven van een optimisme
en blijft op die manier zijn titel trouw: de ster in elke mens.

Muzikaal laat deze plaat zich soms betrappen
op goedkopere mid 80s synthesizer arrangementen.
Bijvoorbeeld zo in de vierde singel Only the Moment.

Vermeldenswaardig albumtracks zijn volgens mij
de georchestreerde opener en titelsong The Stars We Are,
de ultieme liefdesbrief (en een favoriet van mij) These My Dreams Are Yours
en de oosterse kamelenrit She Took My Soul in Istanbul.

The Stars We Are was een commercieel verantwoord succes.
Een ideale instap voor Marc Almond verkenners, maar het mist
wel de warmbloedigheid van zijn voorgangers en Enchanted.
Daarvoor hoor ik te veel synths en arrangementen uit het boekje.

Massive Attack - Mezzanine (1998)

poster
5,0
MEZZANINE 1998

Als een gepantserde kever sleept Angel je het album binnen.
Het korte geklik van zijn chitine schild contrasteert met het venijnige gitaarwerk.
De spaarzame vocalen kleuren de track die qua opbouw aan Dead Can Dance doet denken.

Risingson zet ons meteen in de juiste groove: Portishead met dub ambities. Vet cool.
Dat de jaren 90 het woord crossover een nieuwe dimensie gaven is een understatement.
Toch verstoort de wat dunne stem van de zanger de pret enigszins. De muziek is dik in orde.

Teardrop is een juweeltje. Minimalistisch in zijn soort, maar tegelijk toch met een krokant randje.
Van het juiste akkoorden schema voorzien om Elisabeth Fraser een nieuw forum te gunnen
na het ontbinden van Cocteau Twins. Het vocale arrangement lijkt me dan ook van haar.

Haal je tamboerijn en toeter maar uit de kast, want op Inertia Creeps gaat Massive Attack
weer behoorlijk etnisch. Opnieuw voel ik enige verwantschap met Dead Can Dance. Het lijkt
wel of Massive Attack een drum 'n' bass variant brengt van DCDs zuiderse roffels (Spiritchaser).

Exhange paart de muzikaliteit van Air aan de filmische beats van Portishead.
Dat zorgt zonder meer voor een jazzy injectie. Muziek om bepaalde dingen bij te doen.
De opbouw van het album verloopt tot hiertoe perfect. Een instrumental op nummertje vijf.

Dissolved Girl start al helemaal als All I Need van Air. Maar Moon Safari en Mezzanine zijn
dan ook tijdgenoten, broer en zus. De Britten omarmen de beat, de Fransen de melodie.
Het eerste nummer trouwens dat zichzelf wat meer ten dienste stelt van de zanglijn.

Het lijdt weinig twijfel dat de gastzangers het niveau van het album optrekken.
Horace Andy maakt van Man Next Door zowaar een echte song. Met de druiper
van Robert Smith in de achterkeuken zelfs voorzien van een vleugje humor.

Black Milk heeft een blinkende piano in de achtergrond. Een nummer
dat de nodige suspense in zich draagt en met Fraser als de perfecte vertolker.
Toch treedt de song iets te lang in hetzelfde spoor. Pas aan het einde krijgt ie wat kleur.

Mezzanine is een topnummer. Een compositie waar de inkleuring primeert op de basis.
En dit keer vocaal best in orde, zonder dat men beroep moest doen op gastzangers.
Het lijkt soms even of je naar een slaperige Neil Tennant zit te luisteren.

Heel wat albums uit het genre pakken uit met tracks die tot ver over de 6 minuten lopen.
En het moet gezegd dat een hypnotiserende beat de nodige tijd vraagt om te kunnen inwerken
op je geest. Toch resulteert de optelsom van al die lange composities in een wel erg lange reis.

Group Four is dan een nummer dat nogal ongelegen komt aan het einde van de rit.
Ik weet ook niet precies of Frasers kristallen stemgeluid zo'n fluisterende gozer verdraagt.
Voorlopig het minste nummer van een anders erg sterk album. Maar als Group Four
dan zachtjes brommend begint te rocken, kan ik er toch wel weer weg mee.

De echo van Horace Andy in track 11 beschouwen we als een mistige reprise.

Men at Work - Business as Usual (1981)

poster
4,0
BUSINESS AS USUAL
Australian Performance / Australian Compositions
stond op de hoes van hun eerste twee albums.

En dankzij de singel Down Under bestond er geen twijfel meer.
Vanaf de jaren 80 zou Australië meetellen in popland.

Dit album was al hot in de tweede helft van 1981,
alvorens het langzaam maar zeker de wereld veroverde in 1982.

In de Benelux werd Down Under een dikke top 10 hit,
maar noch de heruitgave van de eerste singel Who Can It Be Now,
noch de derde singel Be Good Johnny konden dat succes continueren.

Eind 1982 stond Who Can It Be Now plots op 1 in de US.
Down Under zou datzelfde koude kunstje vlot herhalen
en stond op 1 in de US en de UK begin 1983.

Op dat moment was het tweede Men At Work album al klaar ...
Maar eerst terug naar het debuut Business As Usual.

Strakke popsongs die zich ergens situeren tussen
de wavepop van Joe Jackson, Squeeze en Fischer Z.
De arrangementen zijn fris genoeg en in bijna elk nummer
hoor je wel een verrassend geluid, zoals de dwarsfluit in Down Under.

De drie singels zijn alvast dik in orde.
Van de albumtracks onthou ik het vlotte I Can See It in Your Eyes
met een zeemeeuw van een gitaar, het vrolijk geblazen Underground,
het van een fraaie Police-achtige gitaar voorziene stukje reggae Catch a Star,
en de zilte golfslag van het afsluitende epos Down by the Sea.

Helpless Automaton neigt opvallend sterk naar de oude Fischer-Z.
B-kantje Anyone for Tennis staat er jammer genoeg niet op.

Men at Work - Cargo (1983)

poster
3,0
CARGO
was het tweede album van Men At Work
en had het lastig om de hoge verwachtingen in te lossen.
Genoeg sterke albumtracks, maar te weinig echte hits ...

Drie singels werden uitgezocht, maar eigenlijk benaderde alleen
het briljante Overkill het niveau van Who Can It Be Now of Down Under.

Dr. Heckyll & Mr. Jive en It's a Mistake waren wel leuke songs,
maar ze hadden niet hetzelfde catchy appeal als de vorige hits.

Van de overige albumtracks vallen vooral de gemiste singel
Settle Down My Boy, het breed uitwaaierende Upstairs in My House,
het meer ingetogen en beschouwende No Sign of Yesterday
en de reggae bijdrage Blue For You op.

Het valt me ook hier weer op dat de gitaren bijzonder helder klinken.
Ze situeren zich ergens tussen de reggaelik van Andy Summers
en het meeuwengekrijs van A Flock of Seagulls.

Men at Work - Two Hearts (1985)

poster
TWO HEARTS
luidt de zwanenzang in van Men At Work.
De band is uitgedund tot een trio en hits blijven uit.

Everything I Need en Maria werden op 45 toeren uitgebracht,
maar geen van beide blijft langer hangen dan een albumtrack.

Het is niet simpel om hier beklijvende albumtracks op te vinden.
Soms duiken funkelementen op die werken: in Stay at Home bijvoorbeeld.
In het gedreven en avontuurlijke Sail to You lukt het gelukkig wel,
maar de hoogtepunten op Two Hearts zijn schaars.

Man with Two Hearts is best okee, Children on Parade
is een meevaller, het pittige Snakes and Ladders kan ermee door
en de ballad Still Life is een bevredigende afsluiter.

Maar het meest storend blijven de funkexploten die Men At Work
soms vervaarlijk dicht bij een tweederangs Level 42 brengen.
Tracks 2, 7 en 8 zijn bijvoorbeeld bijna rampzalig.

Toch jammer dat de vorige twee albums wel,
maar Two Hearts niet werd geremasterd en heruitgebracht.
Had het ook maar wat beter moeten zijn natuurlijk.

Men Without Hats - Folk of the '80s (Part III) (1984)

poster
3,0
FOLK OF THE 80's (Part III)
was een behoorlijk gewaagd statement,
maar de hapklare danswave van deze Canadezen
valt zo misschien nog wel goed te omschrijven.

Voor de goede orde:
Folk of the 80's (Part I) was hun debuut ep uit 1980.
Folk of the 80's (Part II) was hun doorbraakalbum uit 1982,
dat niet deze titel droeg, maar Rhythm of Youth heette.

Where Do the Boys Go was een dansvloerkiller.
Steeds terugkerend thema: don't mind the bomb, we'll dance on it.

Messiahs Die Young was de tweede, meer beschouwende singel.
Bombastisch arrangement, wel een gitaar en een onvergetelijke quote:
They say time is money ... so sell your watch today ...

No Dancing opent het album op ironische wijze ...
The Day After ... de rest van het album swingt er folkgewijs op los.

Unsatisfaction is bijzonder grappige uptempo song.
Synthesizers als gitaren en een sneer naar alle doemdenkers.

Mother's Opinion sluipt als een log monster voorbij.
Doet wat aan een vastgereden Tears For Fears experiment denken.

Eurotheme spreekt boekdelen: grote naam in Canada en de US.
In Europa kon het nog beter ... met deze elevator Ultravox pastiche.

I Know Their Name is opnieuw krachtige Men Without Hats muziek.
Met een prima zingende Ivan, maar een iets te saaie tekst deze keer.

Folk of the 80's is een van hun beste nummers.
Opnieuw een story over Tony (zie I Like) en de dreiging van de bom.

I Sing Last / Not for Tears is een pianoballad met een warme stem.
Aan alles komt een eind ... ook aan mooie liedjes die niet lang duren.

Dit album valt net iets minder beklijvend uit dan het debuut.
Maar er staan voldoende goede tracks op om je kans te wagen.
Grappig, maar efficient is dat verkeersbordlogo van de band.

Op 1 enkele CD verkrijgbaar samen met Rhythm of Youth,
maar zeer moeilijk te vinden (misschien op ebay nog).

De naar Kraftwerk neigende 12" Freeways hoort eigenlijk nog bij dit album,
maar staat er jammer genoeg niet op (wel op sommige verzamelaars).

Men Without Hats - Rhythm of Youth (1982)

poster
4,0
RHYTHM OF YOUTH
Wat een titel en hij dekt volkomen de lading.
Synth wave uit Canada in het Engels en het Frans.
En met een wereldhit aan boord: The Safety Dance.

Er staan maar liefst vier ijzersterke singels op dit album.

The Safety Dance was de eerste en een 80s wave klassieker.
En wat een videoclip: http://nl.youtube.com/watch?v=HcOZ6xFxJqg
Kon het niet laten om mee te zingen tijdens het dansen.

Living in China was de tweede (hoe actueel toch).
Nog zeer dansbare new wave in de stijl van hun debuut ep
Folk of the 80's waarvan Antarctica het bekendste nummer was.
Werd trouwens hierna opnieuw heruitgebracht op singel.

I Got the Message was nummer drie.
Vlot dansnummer, catchy refrein en een stukje Franse tekst.

I Like was de vierde singel en komt het dichtst bij de Europese synthpop.
Heel mooi opgebouwd nummer en opnieuw prachtig gezongen.

Ban the Game is een ultrakorte, maar ingetogen intro op het album.
Alleen piano en de warme stem van Ivan

The Great Ones Remember is synth pop eerste klas,
een aanstekelijk thema dat aan het eind van de plaat herhaald wordt.

Cocoricci is een iets moeilijker nummer, want geen hapklare danswave.
Een synthtango met castagnetten, een mooie piano en een Franstalige vocalen.

Idea for Walls swingt er weer duchtig op los.
Een nummer dat wat aan de manie van Talking Heads doet denken.

Things in My Life vind ik het zwakste nummer van het album.
In tegenstelling tot alle andere tracks blijft het niet echt hangen.

Ik heb lang getwijfeld tussen 4,5 en 5 sterren, maar ga uiteindelijk
voor 4,5 omwille van track 8 en het ontbreken van een mooie ballad.

Veel meer dan een aanrader voor 80s synthwave fans.
Ook op 1 CD verkrijgbaar samen met Folk of the 80's (Part III).
Zeer moeilijk te vinden echter.

Michael Jackson - Thriller (1982)

poster
5,0
Ik ben in een disco mood vandaag ...

THRILLER
Toen Michael nog een neger was, maakte hij mooie muziek.
Hij kon ook prachtig zingen en cool dansen ... maar welke
kid anno 2008 gelooft nog dat Michael ooit zwart was?

Misschien dat deze 25th anniversary remaster kan helpen.
Ik vind het een miskleun met al die nauweljks ter zake doende
outtakes en remixen ... geef mij dit maal maar het oude werk.

Wanna Be Startin' Somethin' bijvoorbeeld.
Het betere beatwerk met bezwerende Jackson vocalen.
Onlangs flauw gesampeld door Rihanna op Don't Stop the Music.

Of Baby Be Mine dat nu eens geen single werd.
Gewoon lekker om eens een doorsnee albumtrack te horen.

In The Girl Is Mine vechten Michael en Paul McCartney
al zingenderwijs voor hetzelfde meisje ... gespeelde onschuld, want
een paar jaar later vochten ze beiden om de auteursrechten van de Beatles.

Thriller zelf wordt meestal tot de zwakste nummers gerekend.
Ik hou best van dit stuke theatraliteit (meer dan van de maxi-clip).
Van de mysterieuze voetstappen in de intro met die verspringende beat
(foutje of niet) tot de dichtklappende grafkist van Vincent Price.

Beat It was een meesterlijke zet met Eddie Van Halen op scheurgitaar.
Plots was disco niet alleen voor nette jongens, maar ook voor bad guys.
Wat een grappige choreografie in die nonchalente videoclip.

Billie Jean is een klassieker en toen geloofde je nog elk woord
van Michaels teksten ... onversneden klasse disco met prominente
beats en heerlijke achtergrond viooltjes ... oplichtende stoepstenen ...

Human Nature is van de drummer van Toto (een aantal
bandleden speelden trouwens mee op dit album) en voor mijn part
een van Michaels allermooiste ballads ... bleef hij lang live brengen.

P.Y.T. zou de zevende single worden van deze mega-seller.
Leuk disco niemandalletje dat zich toch maar even in je oor nestelt.

De afsluiter The Lady in My Life (over Diana Ross wellicht)
laat meer de Michael Jackson oude stijl horen: geraffineerde soul.

Een bleke King of Pop werd onlangs 50 jaar.
Was hij maar altijd 25 jaar gebleven, een zwarte jongen,
barstensvol talent en met een gouden oor voor hits.

Michael Oldfield - Heaven's Open (1991)

poster
3,0
HEAVEN'S OPEN 1991

Een album dat uit elkaar valt in twee helften.
Het verscheen ook behoorlijk snel na Amarok (1990).

Heaven's Open is Oldfields laatste wapenfeit voor Virgin,
het label dat hem beroemd maakte, maar tegelijk het label
dat hij zelf met Tubular Bells (1973) had groot gemaakt.

Oldfield brengt de plaat uit onder zijn geboortenaam Michael.
Op die manier lijkt hij op zijn minst een onderscheid met vroeger werk te willen maken.
En ja hoor, Mike gaat zelf een potje zingen op zijn laatste Virgin plaat.

Natuurlijk wordt zijn caveman stem productioneel bijgeschaafd met veel echo.
Vrouwelijke backing vocalen zorgen voor het nodige tegengewicht. De composities
zijn nogal bedenkelijk. Oldfield gaat hier en daar behoorlijk loos ... pathetisch schaamteloos.

Make Make neemt de platenindustrie op de korrel.
Het moge duidelijk zijn dat Oldfield zijn buik vol heeft van Virgin.

Mona lisa, you can stop searching.
Don't you know we're not virgin?


Je hoeft niet te zoeken naar kunst met de grote K ... de popbizz
is niet zo onschuldig als ze wil doen geloven ... harde dollars gaan van hand tot hand
... nieuwe sterren worden geboren, wie over zijn top is wordt gedumpt.

Frustratie is een slechte raadgever.
No Dream trekt als een vermoeide karavaan door de speakers.
Meer dan zes minuten slapeloosheid in een slaapverwekkend lied.
Zelfs de gitaarsolo aan het einde kan geen einde maken aan de nachtmerrie.

Muzikaal betreedt Oldfield op dit album paden die aan Steve Winwood doen denken.
Op Amerikaanse leest geschoeide AOR met een soort tenenkrommende soul pathetiek.
No Dream en Mr Shame behoren tot Oldfields slapste werk. Een schande.

Gimme Back is het meest frisse liedje op de eerste plaatkant.
To France op een reggaebeat. Mike bezingt het verlammende gevoel,
de beklemming van een geveinsde artistieke vrijheid. Hij wil weg uit het keurslijf.

(gimme back) I need my hair,
(gimme back) I want my voice (daarom zingt ie misschien wel zelf).
(gimme back) gimme my vision,
Gimme back my choice.


Heel mooi is de loepzuivere maar erg spaarzame gitaarsolo.
In Duitsland alsnog op single uitgebracht na het geflopte titelnummer.

Met de titelsong Heaven's Open had Oldfield nog wel een radiohitje te pakken.
Een nummer dat in het verlengde ligt van het werk op Islands. Trouwens een merkwaardige
titeltrilogie ... Islands ... Earth Moving ... Heaven's Open ... (... water ... aarde ... lucht ...).
Maar ironisch genoeg mist Oldfields muziek op die albums het heilige vuur.

Tot zover de kritiek.

Op kant 2 krijgen we met Music from the Balcony een lange instrumental.
En misschien gelooft u het niet, maar we horen een Oldfield die we nog niet kenden.

Music from the Balcony doet wat denken aan The Wind Chimes (de luchtigheid)
en Amarok (een jungle boordevol leven). Opmerkelijk zijn de hoofdrollen die weggelegd zijn
voor vleugelpiano, koperblazers en drums. En ja hoor, Simon Phillips is weer terug van de partij.
In de gitaarsolo's horen we een Oldfield die zich verdienstelijk aan jazz interpretaties waagt.

Na het introduceren van het thema, duiken we plots een imaginaire jungle
in met krijsende apen, kwakende boomkikkers, paradijsvogels en spookdiertjes.
Ik moet steeds onwillekeurig denken aan de fantasiewereld van de film The Dark Crystal.
Verder in de tweede helft van Music from the Balcony breit Oldfield diverse jazz thema's
aan elkaar. De band waarmee hij musiceert klinkt als een geöliede machine.

Ik vind Music from the Balcony één van Oldfields meest vernieuwende instrumentals,
al blijft hij natuurlijk zijn eigen taal, vooral in het arrangeren, hanteren. De manier waarop
hij alles aan elkaar naait is Oldfieldiaans, maar zijn jazz uitstapjes zijn verfrissend.

Probeer Music from the Balcony maar eens en laat de rest voor wat het is.

Michiel Peters - Infant King (1988)

poster
3,0
INFANT KING 1988

In 1988 blikten The Nits terug op de reeds gebaande wegen.
Onderweg (Along the Way dus) verliet gitarist Michiel Peters de groep.
Moe van het touren en misschien meer dan we zouden vermoeden
op zoek naar een vaste job en een knus gezinsleven.

There Is Nothing in the Dark is alvast opgedragen aan Michiels kinderen.

Ik heb altijd veel gehouden van de miniatuurtjes die Peters aan het vinyl toevertrouwde.
Vooral op de drie eerste albums drukt hij zijn unieke en zwaar onderschatte stempel op de band.
De kneuterigheid van grijze burgermannetjes is niet zelden het onderwerp van zijn songs.

Daarvan zijn niet zo veel sporen meer terug te vinden op dit nieuwe, bevreemdende album.
Het album is wel vernoemd naar een gelijknamige Nits song van Adieu Sweet Bahnhof (1984).
En van dat nummer is zelfs een remake terug te vinden op de nieuwe plaat.

Zelfreflectie is nu het centrale thema van Infant King (1988).

Dat zit onder meer in The Bauhaus Chair, een oud jaren 70 nummer van The Nits.
Henk Hofstede en ço nemen het zelf ook op voor het mini-album Hat (1988).
De voltallige line-up van The Nits musiceert trouwens mee op Infant King.

En toch klinkt het album heel anders dan een Nits plaat.
Komt het door de andere gastmuzikanten? Wellicht door de arrangementen
waarin de akoestische gitaar meer op de voorgrond treedt en soberheid troef is.
Ook Michiels stem lijkt wat aan zegginskracht te hebben ingeboet.

This Od Town lijkt wel een fluitersong. En Silence on the Block suggereert het al in de titel.
Deze langspeler komt wat aarzelend op gang en heeft het moeilijk om mensen
die niet zo vertrouwd zijn met Michiels werk voldoende te overtuigen.

Toch zitten er een paar juweeltjes in het struikgewas.

De generatiekloof tussen vader en zoon in The Empty Hour bijvoorbeeld,
de warme boodschap in het evangelich getinte X-Mas Comes Only (Once in a Year),
een alternatieve kerstsong waarvan het huislijke haardvuur spontaan gaat laaien.

This is the Day (to Build the City) swingt recht voor zich uit, maar breekt weinig potten.
De 60s cover Baby It's You is een aardigheidje en beklemtoont gepast de muzikale wortels
van de voormalige Nits gitarist. Er is het flirten met de doodsgedachte in I Don't Know.

Een stevige brok autobiografie dient zich aan in Along the Way
waarin Michiel nog eens terugblikt op zijn vorige leven als muzikant.

En er is de werkelijk prachtige, beklijvende afsluiter In the Night,
Peters trekt nog even de kaart van het Nits miniatuurtje: subliem in eenvoud.

Ik koester het album zowel op vinyl als op cd (met drie sympathieke bonustracks).
Maar iets zegt met dat het goed is dat Michiel het bij die ene comeback plaat heeft gelaten.

Tenzij ik dit album nog eens een kans moet geven:
Michiel & Alex - The Odd Men Out (On the Poppy Parade) (2009).

Midnight Oil - Blue Sky Mining (1990)

poster
4,0
BLUE SKY MINING 1990
was net uit toen Midnight Oil de wei van werchter betrad.
In het jeugdhuis dansten we op de mondharmonica van Blue Sky Mine.
Het live optreden was een adembenemende ervaring.

Met het bluesy Blue Sky Mine (over een asbest mijnramp),
het rockende Forgotten Years en het sublieme King of the Mountain
(nadien live uitgevoerd voor de oliekantoren van Exxon Valdez)
zijn de drie bekendste nummers en singles opgesomd.

Maar net als op Diesel & Dust valt er hier meer te rapen.
Is Diesel & Dust hun aboriginal plaat, dan is Blue Sky Mining
Midnight Oils greenpeace album ... dat nauwelijks moet onderdoen voor
zijn voorganger in songmateriaal, al dreigt hier en daar een déjà entendu.

Van Stars of Warburton, over het ecologische klaaglied River Runs Red
en de oproep tot herverdeling van de aardse rijkdommen in One Country
tot aan de geruisloze sneeuwploeg in het witte Antarctica.

Rock met een kloppend hart voor de wereld: eat your heart out Bono.

Midnight Oil - Diesel and Dust (1987)

poster
5,0
DIESEL & DUST 1987
Heel wat artiesten waren voor het goede doel
in de nasleep van Live Aid 1985, maar weinig bands
deden met zoveel overtuiging en echtheid als Midnight Oil.

Beds Are Burning stond zelfs even op 2 in Vlaanderen.
Het Australische Midnight Oil was hotter dan hot tussen 1987 en 1990.

De singles Beds Are Burning, The Dead Heart en Dreamworld
refereren allemaal rechtstreeks naar de aboriginal problematiek.
Beds Are Burning is het themalied van Midnight Oils Diesel & Dust
tournee die hen langs een aantal historische plaatsen bracht.

Maar eigenlijk staat het album vol van potentiële singles.
Ik noem slechts Put Down That Weapon (over de kernproeven in de Stille Oceaan),
het hevig rockende Sometimes, het alles verwoestende Bullroarer,
het ingetogen gebed Whoah en het al even stille Arctic World.

Wie hier aan kan weerstaan heeft niets van rockmuziek begrepen.

Mike Oldfield - Amarok (1990)

poster
4,0
AMAROK 1990

"Health Warning -
This record could be hazardous to the health of cloth-eared nincompoops.
If you suffer from this condition, consult your Doctor immediately".


Mike Oldfield wond er geen doekje om.
Op Amarok keerde hij terug naar de vorm van de oude dagen.
Muziek om de muziek. Amarok is een ode aan de virtuoziteit
van het multi-instrumentale wonderkind Oldfield.

Om het album te promoten kampeerde hij in een iglotentje
en stond de pers te woord met de opmerking dat hij kiespijn kreeg
van de Kylie Minogues van deze wereld. Nochtans had Oldfield met Earth Moving (1989)
zichzelf nogal bezondigd aan goedkope muzak. Maar dat was om Richard Branson te jennen.
Oldfield wou van zijn platencontract af en had dat album heel vlug opgenomen.

Het feit dat hij zelf het album ambachtelijk promootte was ook een statement.
Virgin had Oldfields werk al langer onder de noemer "nice price" gecatalogiseerd.
Amarok was een plaat waarop de muzikant het tegendeel wilde bewijzen.

Amarok is een zelf verzonnen woord dat van zich afbijt.
Het past fonetisch ook wel bij de artiestennaam: Mike Oldfield - Amarok.
En het woord rock zit er in verborgen. Oldfield wilde weer rocken.
Of nog ... Am a Rock ... Oldfield de Onversaagde die zijn eigen koers blijft varen.

Amarok doet ook aan Ommadawn denken.
Niet alleen in titel, maar ook qua hoes ... Oldfield in close up achter een beregende ruit.
En nog opmerkelijker was dat een aantal gastmuzikanten die op Ommadawn (1975) mee deden
ook bewust op Amarok van de partij zijn. Opper Chieftain piper Paddy Molony bijvoorbeeld
en Clodagh Simmonds die verantwoordelijk was voor de vocale Ommadawn mantra.
Muzikaal klinkt Amarok net als Ommadawn folky, als fris groen lentegras.

Bridget St John brengt een soort Tatcher imitatie.
Meteen is de finale van Amarok voor mij het minst leuke gedeelte.
Dat vocale, weirde verhaal gaat na een tijdje irriteren en botst ook letterlijk
met de tribal drumtrack (ook hier zijn de drummers van Jabula uit Ommadawn terug).
Bij de oorspronkelijke release zat ook een wat moeilijk sprookje, geschreven
door William Murray (ooit tekstschrijver van On Horseback).

Amarok is een prestigieus uurtje Oldfieldmuziek.
Hij trekt werkelijk alle registers van zijn meesterschap open.
En opvallend daarbij is de keuze van de instrumenten. Hij vermijdt bewust
zoveel mogelijk synthesizers (not much synth at all really) en gaat akoestisch.
Tandenborstel, glas, stofzuiger, onderdelen van een vliegtuig modelbouwpakket ...
En onvermijdelijk ook long thin metallic hanging tubes ...

Muzikaal schiet het album echter zoveel richtingen uit
dat het haast onmogelijk wordt om er een soort opbouw in aan te treffen.
Amarok is een collage van virtuoze hoogstandjes, maar zonder duidelijk raamwerk.
Sommige thema's worden wel eens hernomen, maar sterven evengoed vroegtijdig uit.

Toch bevat het album heel pakkende miniatuurtjes, melodieën, vondsten
die echt heel erg lekker klinken en waar je nooit helemaal op uitgeluisterd geraakt.
Oldfield kan er wat van. Ook nu weer vindt hij unieke manieren om zijn gitaren
te laten spinnen, janken, ratelen, piepen, grommen, klateren, noem maar op ...
De plaat zit ook vol humor en zelfrelativering. Een sympathiek gebaar.

Amarok is geen meesterwerk in de muzikale, compositorische betekenis van het woord.
Het is wel een heel indrukwekkende staalkaart van Oldfields virtuoziteit. Voor de fans
is het duimen en vingers aflikken, voor de liefhebbers een beklijvende tocht door
een oerwoud van vaak akoestisch gegenereerde geluiden. Wel een aanrader.

Af en toe weerklinkt het woord "happy" alsof een papegaai je toesnauwt in de jungle.
En wereldberoemd is de morse code in minuut 48 die zich als Fuck Off RB laat vertalen.
Dat RB voor Richard Branson staat is geen geheim meer.

Hoe blij zit Oldfield nog in zijn eigen vel?
Op het moment dat Amarok gereleaset wordt staat Tubular Bells II al in de steigers.
Nog één album en Mike kan weg van Virgin ... eerst Heaven's Open (1991) nog.

Mike Oldfield - Crises (1983)

poster
5,0
CRISES 1983

Er zit een lijn van QE2 (1980) over Five Miles Out (1982) tot aan Crises (1983).
Mike Oldfield vaardigt zich in het schrijven van vocale popsongs. Met Maggie Reilly
vindt hij op QE2 de ideale engelenstem om zijn nummers te vertolken. Vanaf Five Miles Out
heeft Oldfield een groep stevige sessiemuzikanten rondom hem verzameld waarmee
hij zijn repertoire live in een rockband setting kan uitvoeren.

Op Crises vindt Mike de laatste belangrijke schakel voor zijn succesvolle comeback
in de hitparades. Die schakel is een drummer en heet Simon Phillips. Phillips co-producete
Crises en zorgt met zijn fantastische drumwerk voor een stereofonisch heerlijke plaat.

De lijn die door de drie vermelde albums loopt wordt ook mooi gesymboliseerd
door de Taurus trilogie. Mike vaart bewust een eigen, koppige koers tegen new wave
en new romantic trends in. In 1983 zal hem dat eindelijk ook commercieel succes opleveren.

Deel drie van de aan zijn eigen sterrenbeeld gewijde trilogie
is op Crises niet veel meer dan een kort instrumentaaltje (ook als b-kant
gebruikt van de single Shadow on the Wall trouwens). Taurus 3 is hardrock,
maar dan volledig akoestisch (zelfs de bas) ingespeeld. Heerlijke raggend.

Oldfield haalt naast Maggie Reilly nog twee bepalende vocalisten in huis
(die ook later in de jaren 80 nog eens zullen terugkeren). Er is vooreerst de zingende
rasp Roger Chapman die er op Shadow on the Wall voor zorgde dat het album Crises
ook bij hardrockers in de platenkast terecht kwam. Top 10 in de Benelux omdat winkels
in de jaren 80 meteen massaal de follow up van een nummer 1 hit inkochten.

Die nummer 1 hit was uiteraard de klassieker Moonlight Shadow.
Als je daar vandaag naar luistert hoor je duidelijk hoe het nummer ietwat
ambachtelijk is opgebouwd uit in elkaar gemixte takes. De manier waarop
strofe en refrein en ook de solo-gedeeltes in elkaar overgaan mist soepelheid.

Maar de melodie, het akkoordenschema, de kleur van Reilly's stem
en vooral dat uitgekiende gitaargeluid waarmee Oldfield zijn solo's inkleurt
maken dat dit nummer over een doodgeschoten geliefde je emotioneel pakt.

Het succes van Moonlight Shadow heeft het nummer in de eerste plaats
aan zichzelf te danken. Maar het feit dat Oldfield met Crises zijn 10de verjaardag
als artiest vierde was ook Virgin niet ontgaan. Dit product werd eindelijk nog eens
met de nodige aandacht gepromoot. En dat scheelt altijd in verkoopscijfers.

De derde gastzanger op Crises was de bekendste.
Jon Anderson (van Yes en vooral zijn eigen vegetarische new age zelf)
zong eerder al het synthesizer werk van Vangelis tot in de top 10.

Op In High Places gebruikt Oldfield enkel synthesizers.
Het vliegtuig van Five Miles Out is nu een luchtballon geworden.
Volgens exegeten een knipoog naar Richard Bransons exploten buiten de platenbusiness.
Maar evengoed een metafoor voor de eenzame hoogten waar Olfdield zich na het succes
van zijn jaren 70 meesterwerken bevond. Tijdig weer met beide voeten op de grond.

In High Places verscheen in de UK limited als 12" single in 1985.

Foreign Affair (in 2009 nog verkracht door het Belgische Milk Inc)
laat de vibrafoon van Pierre Moerlen (Gong) nog eens aanrukken.
Hypnotiserende muziek. De lokroep van de palmboom (Ibiza?).
Blijf maar net overeind tussen minimalistisch en saai.
De zanglijn en de woorden zijn van Maggie Reilly.

Tot zover kant 2 die ik graag 4 sterren zou geven.
De eerste plaatkant is echter 6 sterren waard.

Het titelstuk Crises spreekt voor zich.
Oldfield refereert naar de Crisis in zijn eigen artistieke loopbaan,
maar evengoed naar de koude oorlog. De eenzame soldaat op de hoes
en de in paddestoel wolk gestileerde albumcredits achteraan zijn de hints.

Shadow on the Wall is trouwens gebaseerd op de communistische staatsgreep
in Polen. Herinner u generaal Jaruzelski en vakbondsleider Lech Walesa.

The Watcher and the tower
Waiting hour by hour


Zo klinkt de mantra in Crises. De woorden staan ook achteraan op de hoes.
Schitterend hoesontwerp trouwens. De soldaat wacht aan de toren. Bovenin
rechts brandt één lichtje. Hoop op betere tijden. De toren is onbereikbaar.
De moonlight werpt haar shadow op de kustlijn.

Oldfield zingt (of fluistert) zelf enkele flarden tekst.
Zijn getormenteerd keelgeluid (caveman) accentueren.

Het eerste deel van Crises blinkt uit in sterke thema's en fraai gitaarwerk.
Klagend sirenegeluid, knagende frustratie, gebroken glas en stevig rockend vuurwerk.

Het tussenstuk gaat na het vocaal gefluister over
in een wandeling aan het strand met jankende zeemeeuwen.
De gitaargeluid van Oldfield is zo divers dat hij in Crises duizendenéén emoties oproept.

Klap op de vuurpijl is de werkelijk hallucinante finale.
Simon Phillips drumsolo met aanzwellende synths ... een crescendo
dat eindigt in een eindnoot die meer dan één minuut nazindert.

Het verhaal gaat dat de oerdemo van Moonlight Shadow
ontstond met de moord op John Lennon in het achterhoofd.
Crime of Passion (non-album single 1984) en Man in the Rain
(zie Tubular Bells III) blijken varianten van dezelfde song te zijn.

Crime of Passion werd begin 1984 als volgende single gereleaset
om enigszins te gemakkelijk in te cashen op het succes van Moonlight Shadow.
Het lied is opgedragen aan Mike's jong gestorven moeder (foto op de hoes trouwens).
Zanger van dienst is Barry Palmer die voluit zal meewerken op Discovery (1984).

Op de b-kant stond het erg sfeervolle Jungle Gardenia, een typische Oldfield 80s instrumental.
Een ander vermeldenswaardig b-kantje is Rite of Man (van Moonlight Shadow). Een nogal hilarische
en zelfrelativerende folkdans waarop Mike en zijn kornuiten hun lach moeten onderdrukken.
Het korte nummer eindigt zonder fade out ... iedereen legt plots zijn instrumenten neer.

Crises en zijn opvolger Discovery zijn prachtige staaltjes van Oldfield mid-80s vakmanschap.
Het is wachten op Universal die van plan zijn alle Virgin albums van Mike in deluxe edities
uit te brengen. Voorlopig zijn enkel de drie eerste meesterwerken verkijgbaar.

Mike Oldfield - Discovery (1984)

poster
5,0
DISCOVERY 1984

Crises uit 1983 en the Lake vind ik allebei prachtige composities
Op het titelnummer van de voorganger durfde Mike Oldfield met de synthesizer stoeien.
The Lake laat horen hoe machtig zijn gitaren klinken, dansen, huilen en zingen in de jaren 80.

Wat de songs betreft probeert hij zich op Crises verder te bekwamen
in wat hij in 1982 met Five Miles Out en Family Man (waarvan sommige partijen
door zijn toenmalige bandleden werden geschreven) schoorvoetend begonnen was.

In High Places (erg sferisch) en Foreign Affair (met zijn bijna hypnotiserende dans-beat)
verkennen verder de mogelijkheden van synthesizers en sequencers. Mike goes pop.

Het wat meer traditioneel opgebouwde Moonlight Shadow bleek een schot in de roos.
Met de non-album single Crime of Passion (featuring Barry Palmer) probeerde hij die truc
nog even dunnetjes over te doen, maar het nummer stond te veel in de "schaduw" van de hit.

Shadow on the Wall bestaat eigenlijk uit één riff en één solo.
Een soort door woede gedreven reprise van het caveman moment uit Tubular Bells.
Het grollende stemgeluid van Roger Chapman tilt het nummer boven zichzelf uit.

Wat Mike op Discovery doet vind ik minstens zo sterk.

Dit keer heeft hij duidelijk zijn jaren 80 songwriters stijl helemaal onder de knie.
Alle vocale nummers hebben duidelijk dezelfde signatuur en door de dubbele vocale inbreng
en voldoende afwisseling in instrumentatie en stijl, wordt het toch een gevarieerd geheel.

De folkrock van To France dat wat aan Steeleye Span doet denken,
het akoestische hardrock moment van Poison Arrows met de schorre Barry Palmer,
de naar Clannad refererende koele synthfolk in Crystal Gazing, het erg melodierijke duet
tussen Maggie en Barry in Tricks of the Light en de zichzelf tot stof en as schreeuwende Palmer
(de man was verkouden en zong met dichtgesnoerde keel) in de heavy metal apotheose Discovery.

De vijf eerste nummers gaan ook bijna naadloos in elkaar over: een heerlijke rit.

Talk about Your Life herneemt een thema uit To France, maar dit keer stoort het niet.
Beide plaathelften worden zo met elkaar gelinkt. Poëtische tekst en helder gezongen door Maggie.

Saved by a Bell is meer en impressie dan een song.
Het lijkt alsof Oldfield hier twee aparte delen aan elkaar last.
In de sferische stukken probeert hij de verwondering te beschrijven
die hem als amateur-astronoom te beurt valt bij het spotten van de hemel.

Maar in het refrein refereert hij nog maar eens naar zijn buisvormige debuutplaat.
Wellicht rekent hij opnieuw af met enkele demonen uit de jaren 70 toen de nog jonge Oldfield
zich nauwelijks raad wist met de sterrenstatus waarme de eerste drie albums hem hadden opgezadeld.

Onlosmakelijk verbonden met die album zijn de b-kantjes In the Pool en Afghan.

De b-kant van To France laat een klaterende kikkerpoel horen waarop de solerende gitaar
van Oldfield en het soliede drumwerk van Phillips bewijzen dat ze samen een gouden tandem vormen.

Afghan is een Keltisch geïnspireerde instrumentaaltje ** dat onderstreept
dat Mike zich voor Discovery inderdaad liet beïnvloeden door zijn folk wortels.

Ik vermoed dat het succes van Big Country met The Crossing (met de fameuze doedelzakgitaren
waar Oldfield zelf een patent had) hem inspireerden tot een het stevige folkrock album Discovery.


http://s.pixogs.com/image/R-96973-1173539205.jpeg

** Op de binnenhoes vind je kiekjes van de opnamestudio in Genève waar Mike het album inblikte.
In een hoekje van de kamer zie je bijvoorbeeld de sterrenkijker (uit Saved by the Bell) staan.

Er liggen ook master tapes waarop een aantal titels van het album zichtbaar zijn.
Maar ook een paar onbekende titels. Zo denk ik dat "'Celtic Thing" doelt op Afghan.
Het zou ook kunnen dat er materiaal tussen zit van The Killing Fields, de filmscore
die Oldfield, als ik het goed heb, ook in die Zwitserse studio heeft opgenomen.

Dat het na Discovery wat achteruit gaat met de songkwaliteit op de latere jaren 80 albums,
is volgens mij te wijten aan twee factoren. Het feit dat Mike zelf de drumpartijen gaat programmeren
doen het ritme en de soepelheid van die composities geen deugd (het begint al met Pictures in the Dark).
En hij wil aanvankelijk maar al te graag de nummers op maat van de stem van Anita Hegerland,
zijn toenmalige levenspartner, schrijven, waardoor ze iets te veel ABBA en te weinig rock zijn.

Mike Oldfield - Earth Moving (1989)

poster
2,0
EARTH MOVING 1989

In 1988 hakte Oldfield vermoedelijk de knoop door.
Weg van Richard Branson en het Virgin label dat ooit haar debuut had gevierd
met Tubular Bells (1973). Oldfield vond dat Virgin hem te weinig promootte.

Het prestigeuze multimedia project The Wind Chimes (plaat met bijhorende video art)
was pas in 1987 in plaats van 1986 verschenen (het album heette uiteindelijk Islands).
Op de titeltrack na flopten alle volgende singles. Hoe moest het nu verder?

In 1988 rijpt bij Mike Oldfield het idee om zijn Opus 1 opnieuw op te nemen
met weliswaar subtiele accentverschuivingen. Een nieuwe interpretatie van Tubular Bells.
Maar dat project zou hij nooit op Virgin uitbrengen. Het zou zijn eerste album worden bij Warners.

In plaats daarvan besluit hij met een quasi akoestisch album uit te pakken.
Back to the roots ... één enkele, instrumentale compositie. Ommadawn revisited.
Maar die plaat had tijd nodig. Ondertussen schudt Mike vlug tien songs uit de mouw
die hij in een recordtempo opneemt met verschillende gastzangers en muzikanten.

Zo lijkt het in ieder geval wel als je Earth Moving beluisterd.
Met stip de zwakste plaat uit zijn periode bij Virgin (1973-1991).
Om de illusie te wekken dat er ook hier een langere compositie op staat
worden twee volledig naast elkaar staande nummers gebundeld tot track 9.

Nothing But / Bridge to Paradise zijn schrijnende muzak, elevatormuziek met kiespijn.
Ook Hostage, Far Country en See the Light laat ik snel aan mij voorbij gaan dit keer.

Wat overblijft zijn vijf nummers waar nog wel wat bij te verzinnen valt.

Holy is een aardige opener, al lijdt de song aan een sluipende kwaal
die het hele album verkankert. Oldfields arrangementen klinken als los zand.
Hoofdschuldige is het ontbreken van een strak ritmisch patroon. Oldfield is geen drummer.
En als hij zelf computerdrums moet programmeren valt hij nogal eens door de mand.

In Duitsland werd Holy als (One Glance Is) Holy op single uitgebracht.
De 12" brengt drie erg potige remixen en een 7" edit van de album versie.
Plots klinkt de song stukken potenter (zie ook de Elements box uit 1993).
Gastgitarist en -zanger op Holy is trouwens Adrian Belew.

Innocent was in Europa de bekendste single.
Gek genoeg bezit ik deze single in twee verschillende versies.
De 3.30 versie is de album versie en de 3.25 is een edit van de 12" remix.
Die remix klinkt opnieuw veel steviger met meer nadruk op bas en drumwerk.

Runaway Son laat ver in de eindmix Roger "Shadow on the Wall" Chapman
nog eens meegrollen. Een song die er mag zijn. Springt er dus iets bovenuit.

Earth Moving zelf was de hitsingle in de UK, al flopte ie uiteindelijk wel.
De titelsong van dit album klinkt als verzopen soul (afbllijven, Mike, niets voor jou).
De disco mix (bij ons als b-kant van Innocent) is een betere hardrock versie.

Op het folky ingekleurde Blue Night is Maggie Reilly nog eens van de partij.
Maar opnieuw mist de song wat ritmische ondersteuning om echt te beklijven.

Als je dit album niet in je collectie hebt, mis je werkelijk niets.
Het is de enige plaat die ik niet zou citeren in een overzicht.
Duidelijk gemaakt om sneller bij Virgin weg te kunnen.
Mike zat met zijn aandacht al lang bij Amarok (1990).

Mike Oldfield - Elements [Longbox] (1993)

poster
3,0
ELEMENTS longbox 1993

De meest verschrikkelijke longbox die ik ken en die ik altijd weigerde te kopen.
Het gaat me daarbij niet om de muziek (ik ben een groot fan van zijn werk bij Virgin),
maar om de trackkeuze. Die is werkelijk te idioot voor woorden op sommige momenten.

Er wordt in de box voor een aantal rarities gekozen (altijd leuk),
maar er worden er ook een heleboel die minstens zo sterk zijn, overgeslagen.
Deze box was een unieke gelegenheid geweest om daar anders wel werk van te maken.

Zo'n boxen hinken altijd op twee benen:
of men biedt een keurige dwarsdoorsnede van het beste wat de artiest in huis heeft,
of men focust op rariteiten die buiten de regulier albums vallen. Deze box is vis noch vlees.

Het uitgangspunt was anders mooi: een 4cd box die Oldfields werk linkt aan de 4 elementen.
Maar vervolgens pakt men uit met een chronologisch overzicht dat enkele sterke albums
zwaar onderbelicht (Discovery) en enkele mindere platen (QE2) veel te dik in de verf zet.

De tracks werden door Virgin geremasterd voor deze release
die eigenlijk vooral wilde incashen op het succes van Tubular Bells II,
Oldfields allereerste album voor zijn nieuwe label Warner.

Beginnen doen we met de beide helften van Tubular Bells (1973). Die waren op dat moment
geremasterd voor een 20jarige jubileum editie en had elke die hard fan ondertussen ook in huis.
Mocht men deel 2 hebben weggelaten, was er al direct meer ruimte geweest voor bonusmateriaal.

Of voor het integrale, deel 1 van Hergest Ridge (1974) bijvoorbeeld.
Want deel 1 van Ommadawn (1985) staat er wel volledig op. Waarom Hergest Ridge moest worden
geknipt is niet duidelijk. Ook Incantations (1978) komt er bekaaid vanaf met een fragment uit deel 2.

In Dulci Jubilo en Portsmouth zijn de verplichte instrumentals.
Ook de single William Tell Ouverture is van de partij, net zoals Guilty en Blue Peter.
Maar Cuckoo Song ontbreekt. In de plaats daarvan het nooit eerder verschenen Vivaldi in C.
Een interpretatie van Vivaldi die heel dicht bij William Tell Ouverture aanleunt.

Met Argiers en First Excursion kijgen we sterke b-kantjes (ook bekend van Boxed).
Een ander raadsel is dan weer de inclusie van Sailor's Hornpipe (dat toch al vervat zat
in deel 2 van Tubular Bells). Pipetune en Wrekorder Wrondo worden daarom node gemist.

De matige albums Platinum (1979) en QE2 (1980) kunnen rekenen op heel wat bijval.
Woodhenge, delen 3 en 4 van Platinum en een live versie van Punkadiddle aan de ene kant
en Taurus 1, Sheba, de single edit van Wonderful Land en QE2 (met finale) aan de andere kant.
De live versie van Polka is een erg lekker b-kant van de QE2 single en ABBA cover Arrival.

Het comeback album Five Miles Out (1982) mag rekenen op een fragment uit Taurus 2,
de singles Five Miles Out en Family Man en Mount Teide. Ruim de helft van de plaat.

Op naar de beide succesalbums Crises (1983) en Discovery (1984) dan.
De eerste heeft een stuk uit de titeltrack en de hits Moonlight Shadow en Shadow on the Wall
(deze laatste wel in zijn extended remix) en verder het hypnotiserende Foreign Affair en Taurus 3.
De laatste heeft enkel To France en een instrumentale versie van de 2de single Tricks of the Light.
Als troost is ook het b-kantje van die single, Afghan, aanwezig in de tracklijst van de longbox.

Crime of Passion uit 1984 staat er wel op, net als zijn b-kant Jungle Gardenia.

Maar de volgende non-album singles ontbreken gewoon op de box.

Mistake uit 1982 ... b-kant (Waldberg) The Peak staat er wel op.
Pictures in the Dark uit 1985 ontbreekt echter weer, maar b-kantje Legend niet.
Ook Shine uit 1986 is nergens te bespeuren, maar wel weer de b-kant The Path.

Een gemiste kans. Net als de afwezigheid van Rite of Man (b-kant Moonlight Shadow en terug
te vinden op een 3" cd single) en In the Pool (b-kant van To France en samen met zijn andere bonustrack
Bones terug te vinden op de Moonlight Shadow cd ep die in het verlengde van deze longbox verscheen).

The Killing Fields (1984) levert de single edit van Etude en Evacuation.
En dan gaat het plots allemaal heel snel.

Het album Islands (1987) heeft de hit en titelsong, Flying Start, Magic Touch
en deel 1 van The Wind Chimes. Earth Moving (1989) telt de titelsong, Far Country
en een Duitse single remix van Holy. Amarok (1990) toont een wel erg klein fragmentje.
En van het laatste album voor Virgin, Heaven's Open (1991) treffen we enkel de titelsong aan.

Mike Oldfield - Five Miles Out (1982)

poster
4,0
FIVE MILES OUT 1982

Na Incantations (1978), Oldfields vierde en laatste opus,
zoekt de getalenteerde multi-instrumentalist een nieuwe koers.
Op QE2 vaart hij met zijn eigen sterrenbeeld Stier als kompas de 80s in.
Een geslaagd album. Toch stelden de verkoopscijfers teleur.

Op Five Miles Out neemt Mike het vliegtuig.
Taurus II, dat opnieuw een volledige plaatkant inneemt,
geeft aan dat hij zijn eigen horoscoop en koers blijft kiezen.

De titelsong van de plaat mag nogal autobiografisch gelezen worden.
Sinds Incantations is Oldfield bijna vijf jaar (Five Miles) uit koers geweest.
De verkoopcijfers daalden. Het tijdperk van de punk en new wave heeft
zijn op folk en symfonische rock geënte sound weinig goed gedaan.

De single Five Miles Out haalt behoorlijk wat airplay, maar geraakt niet in de charts.
Mike is daarop te horen in duet met zangeres Maggie Reilly die hij op QE2 introduceerde.
Oldfield zelf zingt door de vocoder alsof hij via de radio vanuit zijn vliegtuig contact opneemt
met de aarde. Daar antwoordt Reilly dat ze in hem blijft geloven wanneer hij door de storm
uit koers geraakt en dreigt neer te storten. Oldfield is in het echte leven ook een amateur piloot.
Hij leerde vliegen om na het overrompelende succes van Tubular Bells assertiever te worden.

Oldfield heeft ondertussen een live-band in rock line up aan zich kunnen binden.
Met die groep schrijft hij twee songs voor dit album: Family Man en Orabidoo.

Family Man wordt op single uitgebracht maar flopt.
Hoewel de muzikant meermaals zal hertrouwen, rekent hij hier af
met de groupies die als panters om hem heen sluipen. Een themaatje
dat Daryl Hall en John Oates aansprak. Zij hadden met een cover van Family Man
een US top 10 hit als follow up van Maneater. De tweede en laatste keer
dat een Oldfield compositie de Amerikaanse hitlijsten haalde.

Maggie Reilly zingt de pannen van het dak op dit album.
Family Man wordt dankzij haar en Oldfields neus voor de juiste gitaren
een erg geloofwaardiger nummer. Orabidoo, de andere groepscompositie,
klinkt jammer genoeg als een geforceerd stuk in vier afzonderlijke bedrijven.
Vier componisten breien een lappendeken dat nergens naatoe lijkt te gaan.

Alleen de folksong die Maggie Reilly aan het einde weet te brengen ontroert.
Een veel te slappe intro op akoestische gitaar en klokkenspel, een eindeloze drumsolo
die doorkruist wordt met onverstaanbare vocoder flarden die Orabidoo murmelen.
Orabidoo lijkt wat op Ommadawn van woordkeuze, maar is muzikaal niet te vergelijken.

Een paar akkoordenwissels later komt dan Oldfield met zijn eigen toonladders
waarin hij verschillende instrumenten laat soleren. Hij neemt stukken schaamteloos
over in Taurus II waardoor beide plaathelften met elkaar verbonden worden.

Maar Oldfield herneemt ook het thema van de song Five Miles Out
in de intro van Taurus II. Daar werkt het wel. Van Orabidoo had hij moeten afblijven.
Of beter gezegd. Orabidoo had niet op het album moet staan, één van zijn minste songs.
Soms klinkt het zelfs als een wat flauw aftreksel van de titelsong op QE2.

Taurus II duurt bijna 25 minuten. Je kan in de openklaphoes van de vinyl release
de 24 sporen tracksheets nauwkeurig mee volgen en leren hoe Oldfield zo'n nummer
als multi-instrumentalist in elkaar draait. Taurus II luistert lekker weg omdat Mike het stuk
boordevol heerlijke melodieën en thema's heeft gestopt. De rockgitaren zitten vooraan in de mix.
Maggie Reilly ondersteunt op vocalen en mag zelfs haar gedicht The Deep Deep Sound inzingen.
Verder zijn er opvallende hoofdrollen voor Ullean Pipes en vibrafoon weggelegd.
Bij momenten gaat Taurus II over in een modern folk nummer.

De link met Taurus I op QE2 is dun, maar hoorbaar in de achtergrond.
Het grootste punt van kritiek is echter dat Taurus II een lappendeken blijft.
Allemaal stukjes (bits and pieces noemt Oldfield het zelf) aan elkaar gelijmd.
Er zit niet echt een doordachte structuur in de compositie.

Wie Oldfield wat beter kent, weet dat het middenstuk van Taurus II
door Mike live werd uitgevoerd in 1981 naar aanleiding van het huwelijk
van Prins Charles en Lady Diana. Op dit album kleeft hij dat stuk feilloos
in Taurus II. Toch is Taurus II een waar genot om te beluisteren.

Rest nog Mount Teide, een instrumental die los van de album sessies
schijnt te zijn opgenomen. Een iets oudere opname van kort na QE2.
Het nummer had niet misstaan op dat album trouwens.

Uit de nevelen doemt langzaam maar zeker de bestaande berg op.
De kracht van de compositie zit in de aanzwellende drums. De live versie
die je kan horen op The Complete Mike Oldfield (1985) is gewoon subliem.

Singles waren Five Miles Out / Punkadiddle (live) en Family Man / Mount Teide.
In het kielzog van het radiovriendelijke Five Miles Out en het geflopte Family Man
bracht Oldfield de non-album single Mistake / (Waldberg) The Peak uit.

Mistake is een vlotte, maar iets te gemakkelijke remake van Five Miles Out.
Opnieuw een duet tussen Reilly en Oldfield met vocoder stemgeluid.
(Waldberg) The Peak is een fijne folk instrumental, zoals Mike
er nog een paar zal schrijven als b-kant voor de jaren 80 singles.

Family Man en Mistake werden in de Benelux en Duitsland
niet apart als single gereleaset, maar als 4 track ep met de b-kantjes.
Er bestaat zowel een 7" als een 12" release van.

Op Orabidoo na, een geslaagde maar iets
te gemakkelijk bij elkaar geschreven Oldfield plaat.

Mike Oldfield - Guitars (1999)

poster
3,0
GUITARS (1999)

Guitars (1999) is een korte plaat met tien instrumentale gitaarstukken. Meer nog, alles wat je hoort werd door de gitaar gegenereerd. Het leek wel alsof Oldfield op die manier wilde reageren op de kritiek dat er op zijn laatste platen meer synthesizers dan gitaren te horen waren geweest. Guitars is een afwisselend album maar het contrast tussen rockende stukken en easy listening is bij momenten groot. Dat rocken doet Mike hier berekend en geraffineerd. De ingetogen titels neigen bij momenten naar muzak. Dit was de plaat waarna ik destijds afhaakte. Als ik ze nu draai, ben ik milder. Alles klinkt loepzuiver en daardoor misschien net iets te steriel. Een plaat om op de achtergrond te draaien als je aan het werk bent.

Mike Oldfield - MusicMeter.nl

Mike Oldfield - Hergest Ridge (1974)

poster
4,0
HERGEST RIDGE 1974

Deze verzamelaar Mike Oldfield's Wonderland (1981) bevat de finale
van Hergest Ridge en heb ik als jonge puber steeds met kerstmis geassocieerd.
Dat hoor je als je door blijft luisteren naar de laatste 8 minuten van het stuk.

Dan sneeuwt het tamboerijnen en zingt een mannenkoor ons de kerstnacht in.
De obligatoire Tubular Bells klinken voor één keer gepast als jubelende kerkklokken.

Maar er is ook de elektronische intro van Hergest Ridge.
Alsof een ster zich losmaakt van het firmament om ons te begeleiden op onze trip.
Die luistertrip voelt aan als een soundtrack bij de reis die de drie wijzen ondernamen.
Je hoort ze stapvoets dichter bij het mysterie komen. De opbouw is traag en pastoraal.

En pastoraal is ook een ander woord voor herderlijk.
Van heinde en verre sluipen aanbidders van het pasgeboren kind toe.
Hergest Ridge draagt als één van de weinige Oldfield albums trompetgeschal in zich.
Gepaster kan de schare engelen hun lof niet in muziek gieten.

Er gaat ook een zekere dreiging uit van het als een donderwolk aanzwellende thema.
Herodes is immers nooit veraf in het verhaal en zijn kindermoord wordt naar mijn belevenis
in al zijn gruwel blootgelegd in de bloed regenende gitaarstriemen van Hergest Ridge (part two).

Ik hoor een ingetogen melodie die Maria's zorg voor het kind illustreert.
Goud, wierook en mirre worden aangedragen en Herodes is even terug in een climax.

In de finale begeeft Hergest Ridge zich naar onze tijden
en krijgen we een sneeuwtafereel bij de kerststal om de hoek.
Met een vibrerende bas die het stenen uit de grond doet vriezen.

Het koor en de klokken nodigen ons uit om plaats te nemen in de middernachtmis.

Of hoe een stuk muziek in de verbeelding van een veertienjarige
het leven ging leiden van een onuitwisbare soundtrack bij kerstmis.

Mike Oldfield - Incantations (1978)

poster
4,0
INCANTATIONS 1978

Ik weet niet meer in welke volgorde ik mijn Oldfield platen destijds kocht.
Het begon met Moonlight Shadow en In Dulci Jubilo. Uit de uitverkoopbakken viste ik
(toen al anno 1984) Tubular Bells. In de bieb vond ik Ommadawn en Hergest Ridge.
Daarna moet het QE2 of deze Incantations geweest zijn denk ik.

Ik weet dat ik bijzonder in de wolken was met Incantations: mijn eerste dubbelelpee.
Dat kwam door deze Benelux compilatie Mike Oldfield - Mike Oldfield's Wonderland (1981)
waarop het mooiste stuk Oldfield ooit terug te vinden was.

De eerste 8.40 minuten van Incantations (Part Three).
Dat deel opent met een soort rondedans (elke Oldfield plaat heeft zijn folkmoment)
en gaat dan over in een winderig door vibrafonen gestuurd klankschap waarop
Mike schier eindeloos improviseert met zijn allermooiste gitaarsolo.

Een passiemoment: woorden als pijn, smart, weltschmerz, verscheurdheid,
weemoed schieten tekort om de opgeroepen waaier van emoties te beschrijven.
De schoonheid van een stervend bos ... herfstkleuren.

De herfst bladert door de bomen
Het laatste hoofdstuk van een boeiend jaar


Soms heb ik echt dichterlijke pretenties, maar die woorden
drukken perfect uit wat Incantations (Part Three) met me doet.

Dat wil zeggen: de eerste helft van het derde deel.
Want het fragment dat daarop volgt vind ik bijna het saaiste stuk van de plaat.
En zo beleef ik deze dubbelaar ook met dubbele gevoelens.

Want Incantations (Part Four) weet me maar gedeeltelijk te boeien.
De opening is sterk, maar dan houdt Oldfield dat bevroren thema wel erg lang aan.
Uiteindelijk eindigt de plaat met een lied dat nogal eens op Best ofs verscheen.

Incantations (toverspreuken) zijn Oldfields Vier Jaargetijden.
Ik kan het album echt niet anders beluisteren dan vanuit die vergelijking.

Deel vier is de winter, deel drie de herfst (met de boerendans
die we ook kennen van Antonio Vivaldi's wereldberoemde werkstuk).
Het is geen toeval dat Mike Oldfield in 1976 Vivaldi in C opnam, een eigen
interpretatie van Vivaldi (vergelijkbaar met Mike's William Tell Ouverture).
Het nummer verscheen als rariteit op de boxset Elements uit 1993.

Over naar de eerste schijf van het dubbelalbum.

Incantations (Part One) is de lente met zijn zonnige strijkers en frivole fluiten.
Broer en new age icoon Terry Oldfield (fluit) en zus Sally (vocalen) musiceren mee.
Het is het enige deel dat ik van de eerste tot de laatste seconde okee vind.
In de drie andere delen worden de thema's soms te lang uitgesponnen.

Hoorbaar in deel één is Oldfields bewondering voor het werk van Philip Glass.
In Incantations (Part Two) duiken referenties naar Vangelis op. Vooral in de spacy intro.
Het tweede deel is een langzamer stuk dat voor mij zomerse sferen oproept,
vooral in de Indiaanse hymne die bijna de helft van dat deel beslaat.

De single Cuckoo Song die aan Incantations vooraf ging
heeft Pipetune als b-kant. Een stukje Incantations in wording
dat uiteindelijk niet werd gebruikt maar qua sfeer het best aansluit
bij het tweede deel. Om het plaatje helemaal af te maken vermeld ik
nog graag Wrekorder Wrondo, een traditional in pure Oldfield stijl
die nog het best op een mix van Portsmouth en Blue Peter lijkt.
Terug te vinden op de enkel in de UK uitgebrachte Take Four ep.

Deze zomer mogen we ons aan een deluxe editie van die album verwachten.
Het zal de moeite zijn om dit werk in opgepoetste versie te herontdekken.

Mike Oldfield - Islands (1987)

poster
4,0
ISLANDS 1987

Na Discovery (1984) en de muziek bij The Killing Fields (1984)
werd het een jaartje stil rond Mike Oldfield. Hij was er middels hits als Moonlight Shadow
en To France in geslaagd om zijn tweede adem te vinden. Het multi-instrumentale wonderkind
dat amper 20 was toen hij Tubular Bells (1973) de wereld instuurde, was terug van weggeweest.
Virgin bracht in 1985 de dubbele verzamelaar The Complete Mike Oldfield op de markt.

In 1986 zou Oldfields volgende album The Wind Chimes verschijnen.
Dit keer concentreerde Mike zich op een natuurelement dat hij nog niet vaak
in zijn muziek vertaald had: de wind dus. Drummer Simon Phillips (co-producer
van Mike's voorgaande hitalbums) dook opnieuw samen met hem de studio in.

Bedoeling was om de release van het album te laten gelijk lopen
met een video-animatie die dezelfde titel zou dragen ... The Wind Chimes.
Maar daar verslikten Virgin en Oldfield zich in het tijdschema.

Het album kreeg vertraging en in 1986 verscheen enkel één singletje.
De single Shine (vooralsnog enkel op vinyl in zijn 7" versie verschenen) werd
ingezongen door Jon Anderson (Yes). Het videoclipje maakte voor die tijd
gebruik van de modernste beeldtechnieken. Maar de single flopte.

Wellicht zorgde die flop mee voor een herevaluatie van het project.
Shine was (net als Pictures in the Dark, de single uit 1985) door Oldfield
zelf geproducet. Beide singles waren enkel in Duitsland succesvol.

Oldfield zou Shine uiteindelijk niet mee opnemen in de album tracklijst.
In plaats daarvan zocht hij verschillende producers op waarmee hij gestaag
een aantal losse songs opnam. Onder meer Michael Cretu (man en brein achter
de Duitse popact Sandra en later bezieler van het ambient popproject Enigma).

Omdat drummer Phillips daaraan niet meewerkte, programmeerde Oldfield
de meeste drumtracks zelf. En daar komt Mike's achilleshiel aan de oppervlakte.
De drumpartijen zijn te slap op een aantal van die songs.

Zo is er When the Nights on Fire met Anita Hegerland op vocalen.
Een lang nummer dat op de 12" van Islands zou verschijnen en als bonustrack
aan de CD release werd toegevoegd. Het nummer bevat fragmenten die
Oldfield nadien herwerkt tot de song Islands. Voor die single weet hij
Bonnie Tyler als gastzangeres aan te trekken en met succes.

Islands krijgt behoorlijk wat airplay. Deels omdat het lied ook echt
doet denken aan het jaren 80 hitsucces van Tyler (vaak in samenwerking
met power ballad componist Jim Steinman). De 12" versie van Islands
is de definitieve versie van het nummer (de album versie een edit).

Islands verschijnt pas in de zomer van 1987 op single
en prompt wordt het album niet langer The Wind Chimes
maar Islands gedoopt. Er zullen (afhankelijk van het land in kwestie)
in totaal vier singles verschijnen van deze langspeler. Virgin wilde zo graag
de CD en de bijhorende video (die eindelijk klaar was) promoten.

Het b-kantje van Islands was een zonder Simon Phillips
door Oldfield zelf geproducete samenvatting van het hoofdthema
van The Wind Chimes en werd ook als Part One aan het album toegevoegd.

The Time Has Come is de bombastische tweede single (met kerstboodschap).
Anita Hegerland (ondertussen Mike's nieuwe levenspartner) zorgt voor de vocalen.
De single flopte. In de UK werd daarna voor het zomerse Flying Start gekozen.
Mike schreef dit nummer als ode aan Kevin Ayers (die het ook dankbaar inzong).
Oldfield maakte ooit nog deel uit van diens begeleidingsgroep The Whole World.

In de US (waar Islands met een andere hoes verscheen)
viel de keuze op de draak Magic Touch. Een song die niet veel meer is
dan een zeer clicheematig ingezongen hardrock riff. Afschuwelijke drums ook.
Enkel in Duitsland werd deze single voorzien van een erg rommelige instrumental.
Music from the Video Wall lijkt een collage filmthemaatjes die Oldfield nooit gebruikte.

De singles werden op 12" meestal vergezeld van een fragment uit The Wind Chimes.
Het mooiste lied van Islands verscheen echter niet op single ... North Point heeft immers
iets meer voeling met albums als Crises en Discovery. Een erg mooie tekst ook.

Islands bleek zeker geen onverdeeld succes.
Vooral de perikelen rond de timing van de videorelease
zaaide paniek en twijfel in het kamp van Oldfield en Virgin.
De onderkoelde relatie tussen Mike en Richard Branson verglijdt
langzaam naar een impasse. Oldfield wil weg, maar ligt nog onder contract.

The Wind Chimes is anders wel een heel fraaie compositie
die Oldfield (en drummer Phillips) op een andere manier laten horen.
De liedjeskant van de plaat twijfelt tussen de betere FM song en muzak.
Opvallend ook hoe Oldfield met Hegerland als zangeres aan ABBA doet denken.

Voetnoot: The Path, b-kantje van de single Shine, is een compositie
die Oldfield in 1979 opnam voor een televisieprogramma. Je hoort hem
eindelijk nog eens op akoestische gitaar en klokkenspel. Pareltje.

Mike Oldfield - Light + Shade (2005)

poster
2,0
LIGHT + SHADE (2005)

Er zijn ook Oldfield platen die me onverschillig laten en daar is Light + Shade (2005) een uitstekend voorbeeld van. Deze release bestaat uit twee schijfjes. Het eerste (Light) bevat stemmige muzak die me wat doet terugdenken aan de composities op Guitars (1999). Vlekkeloos ingespeeld maar tegelijk van een steriliteit die me niet weet te raken. Er blijft nauwelijks wat hangen. Op disc twee (Shade) kiest Oldfield voor stukken met een wat donkerder randje. Maar dat is niet zozeer wat ik ervaar. Ik hoor eerder een muzikant die hip bij de tijd wil zijn. Misschien is Shade wel de meeste overbodige schijf uit Mikes hele oeuvre?

Mike Oldfield - MusicMeter.nl

Mike Oldfield - Music of the Spheres (2008)

poster
MUSIC OF THE SPHERES (2008)

En twaalf jaar na Mont St. Michel (zie Voyager uit 1996) durft Mike een volledige orkestrale plaat aan. Music Of The Spheres intrigeerde me het meest van alle albums die ik niet meer had opgepikt na Guitars uit 1999. Ik vind het album geslaagd, al stoor ik me omdat hij in Harbringer (en de reprise ervan) toch weer met het Tubular Bells motiefje gaat stoeien. Ik begrijp best hoe belangrijk dat debuut voor Oldfield geweest is maar het hoeft niet keer op keer herhaald te worden. Echt sterk vind ik Harmony Of The Spheres in de vocale stukken. Zowel in het door Hayley Westenra gezongen lied On My Heart als in de koorstukken. Mike is zelf sporadisch te horen op klassieke gitaar en laat voor de rest het orkest zijn werk doen. Misschien stijgt deze plaat in de achting in mijn ranking als ik ze nog beter leer kennen.

Mike Oldfield - MusicMeter.nl

Mike Oldfield - Pictures in the Dark (1985)

poster
4,0
PICTURES IN THE DARK

Pictures in the Dark was een uitloper van Oldfields sessies uit 1984.
Toen nam hij het album Discovery en de score voor The Killing Fields op.

In de achtergrond van het refrein is Barry Palmer te horen die meezong op Discovery.
Daarom vermoed ik dat de demo-versie van Pictures in the Dark nog uit die periode stamt.
Oldfield zelf doet in het refrein vocaal nog eens een duit in het zakje.

Gastvocalist is de piepjonge Aled Jones, een klassiek geschoolde tenor met hitsucces.

Van Maggie Reilly is geen spoor meer te bekennen.
Die werd vervangen door de Noorse Anita Hegerland, de nieuwe vlam in Mike's leven.

Legend is een kwaliteitsinstrumental in twee bewegingen zoals we die van Oldfield gewoon zijn.

En The Trap schurkt in zijn dissonante synthesizer aanpak dicht tegen The Killing Fields aan.
Misschien een leftover (let ook op de titel) die Oldfield tot een volwaardige b-kant omtoverde.
Het nummer zou mee door David Bedford (die bijdroeg tot The Killing Fields) geschreven zijn.

Deze drie nummers verschenen nooit op een regulier album.
Sommige persingen van de verzamelaar The Complete kiezen voor Pictures in the Dark
in plaats van Mistake op de liedjeskant. De 7" versie is een edit van de 12" versie.

Deze single werd een top 10 hit in Duitsland.