MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten dazzler als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Cabaret Voltaire - The Crackdown (1983)

poster
4,0
THE CRACKDOWN 1983

Ik ontdekte medio jaren 80 in een recensie van een OMD album
een link naar Cabaret Voltaire en dacht ... die moet ik ook eens proberen.
The Crackdown werd het eerste album dat ik beluisterde.

Het duurde niet lang of ik was bijzonder geïntrigeerd
door deze elektronische avant-garde meets pop plaat.
Want dat is precies wat dit Britse duo deed op haar platen
die ze tussen 1982 en 1988 voor Virgin / Emi maakten.

The Crackdown blijft mijn favoriet.
Vooral kant 1 is van uitmuntende kwaliteit.
Het met funk invloeden geïnjecteerde 24-24 opent met klasse.
De nummers op kant 1 vloeien haast ongemerkt in elkaar over.

In the Shadows is experimenteler, meer op percussie gericht,
en bouwt zo een organisch rustpunt in. Talking Time gaat regelrecht
de new wave toer op met zijn prominente baslijnen.

Animation focust zelfs op de dansvloer.
Hier haalde Front 242 overduidelijk de mosterd.

Kant 2 begint met het zwakste nummer van de plaat.
Over and Over struikelt over zijn eigen ritme, maar Just Fascination
(samen met de titeltrack ook op 12" verschenen) is de hit van de plaat.
Geen hit waarmee je de lijstjes haalt, maar een cult anthem.

Why Kill Time lijkt dan weer een parodie op de doorsnee new wave hit.
Ook de sarcastische knipoog naar menig doemdenkende navelstaarder
ontgaat de luisteraar niet. Klinkt als het nichtje van DAFs Der Mussolini.

Haïti is een meesterlijke instrumental, al valt hij qua sfeerzetting
lichtjes uit de toon, naast de andere, veel meer op beats geënte nummers.
Crackdown zelf is een prachtige finale van dit sterke album.

In dat laatste nummer hoor je bijvoorbeeld heel goed
de bijdrage van Dave Ball (dat jaar ook geniaal aan zet op zijn
solo-album Strict Tempo) die voor de ritmische omkadering zorgt.

De opvolger Microphonies zou zich meer op de dansvloer richten,
maar met The Crackdown maakten de Cabs hun meest toegankelijke
new wave plaat. Hun pionierswerk was veel experimenteler.

China Crisis - Difficult Shapes & Passive Rhythms (1982)

Alternatieve titel: Some People Think It's Fun to Entertain

poster
3,0
DIFFICULT SHAPES & PASSIVE RHYTHMS
Geen vlag die beter de lading dekt van het China Crisis debuut.
4 verschillende producers en 11 vingeroefeningen in de popsmeedkunst.
Soms met glans geslaagd, soms nog wat prematuur en zoekend.

Seven sports for all start zonder noemenswaardige intro.
Fijne luisterpop, maar op geen enkele moment echt beklijvend.

No more blue Horizons was de derde singel.
Luchtig, een wolk van een lied met zonnige koperblazers aan de horizon.

Feel to be driven away leert ons meer over die "passive rhythms" uit de titel.
Oerwoud percussie en een Gary Daly die iets te ijl staat te zingen.

Some People I know to lead fantastic Lives is het eerste schot in de roos.
Een popjuweeltje dat volledig in de sfeer van hun tweede doorbraakalbum zit.

Christian was hun vierde singel en het tweede shot in de roos.
De fretless bas is goud waard en laat het lied opstijgen tot sacrale hoogten.

African and White was hun eerste, zeer percussieve singel.
Het groovy nummer werd voor dit album geremixt en nogmaals op singel uitgebracht.

Are we a Worker is een fraaie, oosters klinkende albumtrack.
We horen hier voor het eerst de hobo die hun latere sound zal definiëren.

Red Sails is weer zo'n luchtig niemandalletje.
Opnieuw bestaat het gevaar dat de lichte vocalen samen met het lied vervliegen.

You never see it is een popsong met wat meer body.
Maar ook hier vind ik dat er nog te veel gezocht wordt naar evenwicht.

Temptations big blue Eyes drijft opnieuw op een synthwolk.
Te weinig nummers op dit debuut maken echt een vuist.

Jean walks in fresh Fields klinkt als een minisymfonietje.
Een experimentje dat de groep voortaan voor b-kantjes zal reserveren.

Veel wolkjes, veel blauwe lucht en dauwfris weidegroen.
Maar net iets te weinig vuur en vaste bodem: het blijft zoeken (difficult shapes indeed).
Ik onthou vooral tracks 1, 2, 4, 5 en 6 en 7.
Maar ik onthou ook de pastorale melodieën, de zoete hoboklanken,
de jazzy gitaar van Eric Lundon en de breekbare vocalen van Gary Daly.

Ik ga nog even door met een overvloed aan bonusmateriaal
dat stuk voor stuk is terug te vinden op de limited 2CD editie
van Collection, hun eerste en meest complete best of uit 1990.

No ordinary Lover is een lange instrumental
die volledig in het verlengde ligt van Jean walks in Fresh Fields.

Watching over burning Fields is een fijne b-kant,
volledig in de stijl van tracks 7-10, maar met een stuiterend ritme.

Greenacre Bay is het verborgen juweeltje tussen de bonustracks.
Met een mooi thema dat perfect op het album past naast Are we a Worker.

Performing Seals toont opnieuw de pastorale kant van de groep.
Een instrumental die ons meeneemt naar het natuurgebied van de Liverpoolse haven.

Scream down at me was de tweede singel (na African and White).
Zeer groovy baslijn, behoorlijk new wave en dus iets te stevig voor het album.

Cucumber Garden was de b-kant van Scream down at me.
Klinkt opnieuw behoorlijk electro en new wave: passive rhythms indeed.

Be suspicious, de b-kant van African and White, is niet op CD.
Maar die singel werd in z'n eerste release niet op Virgin uitgebracht.
Ik heb dit nummer dan ook nog nooit gehoord.

China Crisis - Flaunt the Imperfection (1985)

poster
4,0
FLAUNT THE IMPERFECTION
Veel te bescheiden, die jongens uit Liverpool.
Altijd wat in de schaduw van OMD, maar muzikaal des te onderlegder.
En het kon natuurlijk niet uitblijven dat Walter Becker (Steely Dan)
de softe jazztoetsten in hun muziek productioneel zou onderstrepen.

Het enige minpuntje aan deze plaat is dat ze soms iets te gelikt klinkt.
Alle songs zijn even blauw als de hoes doet vermoeden.


The highest High was alleen in de UK de vierde singel.
Wat een onweerstaanbaar verslavend fluittje en wat een lekkere bas.

Strenght of Character verbreedt het geluid van de groep.
Fraai gearrangeerde sax: de China Crisis sound is volwassen geworden.

You did cut me was de wat vreemde derde singel.
Een accurate albumtrack, maar met iets te weinig hitpotentie.

Black Man Ray was de eerste singel en een bescheiden hitje.
Meesterlijke pianomelodie ... wat klinkt deze plaat toch mooi.

Wall of God is eventjes wennen, want de groep kiest voor een gierend gitaartje.
Maar al snel is de luisteraar onder de indruk van deze koerswijziging.

Gift of Freedom heeft een lekker strak tempo.
Maar songsgewijs blijft het minder plakken dan de andere tracks.

King in a Catholic Style gaat weer even oosters in de intro.
Onweerstaanbaar catchy (en dansbare) tweede singel: wake up wake up ...

Bigger the Punch I'm feeling neemt je mee op wijdse synthesizerbogen.
Wat schrijven de heren van China Crisis toch sterke nummers.

The World spins I'm Part of it is zowaar een nog beter voorbeeld.
Dit had volgens mijn bescheiden mening de derde singel moeten zijn.

Blue Sea valt op door een minder strak ritmepatroon.
Wil aansluiten bij The Soul Awakening, maar haalt niet hetzelfde niveau.


De composities zijn net iets minder verrassend
dan op Working with Fire and Steel, maar de heldere productie
zet de muzikale vaardigheid van de band beter in de verf.
Geen hobo's meer, maar zachte jazzpop om de dag mee af te sluiten.


Animalistic is de enige bonustrack uit deze sessies.
De "a day at the zoo mix" staat integraal op de 2CD editie
van hun in 1990 verschenen verzamelaar Collection.
Het nummer sluit muzikaal beter aan bij hun vroegere werk.
Maar het is tegelijk laid back genoeg om ook hier te passen.

Het nummer 96-8, dat enkel als bonus bij The Highest High verscheen,
is mij tot op heden onbekend gebleven.

China Crisis - Ultimate Crisis (2012)

poster
5,0
ULTIMATE CRISIS 2012

Het blijft wachten op een deftige rerelease van het werk van China Crisis.
De oude, vaak eerste generatie CDs zijn in de meeste gevallen zelfs niet meer verkrijgbaar.

Music Club Deluxe (een onderdeel van de Demon Music Group) bracht al een tijdje
2CD verzamelaars uit van bands die bij Sony of Warner onder contract lagen. Sinds kort
hebben ze ook toegang tot een aantal artiesten van de EMI catalogus, waaronder China Crisis.

Deze 2CD set maakt de soft synthpop van het vaak onderschatte China Crisis weer verkrijgbaar.
Uit alle vijf de albums die ze opnamen voor Virgin (nu EMI) wordt gretig geselecteerd.
En op de koop toe zitten er zelfs een paar single b-kantjes tussen de 34 tracks.

Alle singles staan er op, dus daar kan je alvast op vertrouwen.

China Crisis - Difficult Shapes & Passive Rhythms (1982) (5 tracks + 2 bonus)

No More Blue Horizons (Fool Fool Fool)
Some People I Know to Lead Fantastic Lives
Christian
African and White
Red Sails

Scream Down at Me (non-album single)
Cucumber Garden (b-side)

China Crisis - Working with Fire and Steel (1983) (7 tracks + 2 bonus)

Working with Fire and Steel
When the Piper Calls
Hanna Hanna
Here Come a Raincloud
Wishful Thinking
Tragedy and Mystery
The Soul Awakening

A Golden Handshake to Every Daughter (b-side)
This Occupation (b-side)

China Crisis - Flaunt the Imperfection (1985) (7 tracks + 1 bonus)

The Highest High
Strength of Character
You Did Cut Me
Black Man Ray
Gift of Freedom
King in a Catholic Style (Wake Up)
Blue Sea

Animalistic (b-kant)

China Crisis - What Price Paradise (1986) (5 tracks)

It's Everything
Arizona Sky
Hampton Beach
Best Kept Secret
June Bride

China Crisis - Diary of a Hollow Horse (1989) (4 tracks + 1 bonus)

St Saviour Square
Diary of a Hollow Horse
Red Letter Day
In Northern Skies

Back Home (cd bonus track)

Over de keuze van de albumtracks kan gediscussieerd worden.
Zo vind ik het jammer dat The World Spins I'm Part of It en Papua ontbreken.
Maar misschien moeten we maar hopen dat de reguliere albums met bonustracks
later nog worden uitgebracht door Edsel (ook een onderdeel van Demon Music Group) ...

Deze 2CD ga ik alvast kopen om mijn oude vinyl albums en singles en mp3's te vervangen.

China Crisis - Working with Fire and Steel (1983)

Alternatieve titel: Possible Pop Songs Volume Two

poster
5,0
WORKING WITH FIRE AND STEEL

Hield je van No more blue Horizons, Christian
of Some People I know to lead fantastic Lives van hun debuut,
dan is dit album absoluut spek voor je bek.

Een klasseplaat waarop werkelijk geen enkel matig nummer staat.
Alleen Animals in Jungles is iets minder uitgebalanceerd.


Working with Fire and Steel is een heerlijke opener.
Vlotte song met een zacht grollende bas en prima vocalen.

When the Piper calls is geraffineerde jazzpop in Steely Dan stijl.
Met meesterlijke gitaarlikjes van Eric Lundon en zoete hoboklanken.

Hanna Hanna zou de vierde en laatste singel van het album worden.
Een nummer dat wat aan de synthpop van Howard Jones doet denken.

Animals in Jungles is zelfs helemaal electropop.
Depeche Mode of Yazoo zijn niet veraf in de simpele synthmelodie.

Here come a Raincloud is de eerste ballad van het album.
Met een pijnlijk weemoedige hobo die traantjes pinkt in de hoofdrol.

Wishful Thinking is absolute klasse en een van mijn alltime favourites.
Wonderschone melodie, ingetogen gitaarspel en met Eric Lundon als leadzanger.

Tragedy and Mystery was de singel die het album vooraf ging.
Ik vind het lied soms net iets te veel de eigen China Crisis clichees gebruiken.

Papua is zo onweerstaanbaar catchy als een reep chocolade.
Ik hoor hier altijd OMD doorheen, nog zo'n sterke popband uit Liverpool.

The Gates of Door to Door is als een frisse Chinese avondbries.
Net als Are we a Worker op het eerste album een geslaagde Aziatisch trip.

The Soul Awakening is de tweede ballad die het album waardig afsluit.
De pop van China Crisis is werkelijk zo mooi en broos als porcelein.


Omdat ik het niet laten kan, nog wat bonustracks uit dezelfde periode.
Al die bonustracks zijn terug te vinden op de limited 2CD editie
van hun in 1990 verschenen verzamelCD Collection.


This Ocupation is een prachtige b-kant (van Wishful Thinking).
Op de limited 2CD collection jammer genoeg in zijn te repetitieve extended versie.

A golden Handschake for every Daughter is een mooie hobo-oefening.
Het lied baadt helemaal in de sound die hun tweede album groot zou maken.

Forever I and I is een haast akkoestische home demo.
Een sfeervol instrumentaaltje zonder veel pretenties.

Dockland is ook een fijn instrumentaaltje (genre Jane walks in fresh Fields).
De titel verwijst naar het natuurgebied in Liverpool, thuishaven van de groep.


Werkelijk een van de allerfijnste platen in mijn collectie (dringend aan remastering toe).

Cock Robin - Cock Robin (1985)

poster
4,0
Zat wat in mijn singelcollectie te snuisteren.
Kwam ik daar dit "roodborsthaantje" tegen.
En zie, ik heb ook een aantal CDs van hem op harde schijf staan.

Cock Robin stond in de jaren 80 garant voor een handvol prachtsingels.
De albumtracks zijn vaak "goed geprobeerd" maar minder sterk.
Toch vormt het geheel een vlot en aanstekelijk debuutalbum.

Van dit album onthou ik graag de singels
When Your Heart is Weak (doorleefde ballad),
The Promise You Made (een van de mooiste jaren 80 duetten)
en Thought You Were on My Side (stevige soulpop).

De meeste albumtracks zijn behoorlijk uptempo,
al valt het mij moeilijk om er een favoriet uit te kiezen.
Because It Keeps on Working misschien ...

Op de "best of" kiest men nochtans
voor de enige resterende ballad A Little Innocence.

Cocteau Twins - Aikea-Guinea (1985)

poster
4,0
AIKEA-GUINEA
verscheen kort na Treasure.
Dat het album niet te evenaren viel, was te verwachten.
Deze EP doet een verdienstelijke poging.

De titelsong Aikea-Guinea wordt vaak genoemd
als een van de bekendste Cocteau Twins nummers,
al vind ik dat hij die rol niet helemaal waarmaakt.

Een liefelijke, maar soms letterlijk iets te hoog gegrepen
zanglijn dobbert op een wat eentonige, muzikale golfslag.

Kookaburra vind ik vocaal interessanter.
Liz Frazer heeft een zachtjes rollende "r" op haar tong liggen.
De muziek is iets avontuurlijker dan op het titelnummer.

Quisquose is voor mij één van de aller briljantste CT tracks.
Geslaagd dissonant en schreeuwerig in de strofes, maar daarna
zo zuiver als een geslepen diamant in het refrein.

Op die manier trekt het nummer je vanuit de diepste ellende op,
en vleugelt je mee naar de hoogste, hemelse euforie: een katharsis.

Rococo is een merkwaardige instrumental.
Dit maal tracht men (minder overtuigend) op muzikaal vlak
uitersten met elkaar te versmelten ... dwz een haast onhoorbaar,
druppelende intro contrasteren met een luide gitaar- en basregen.

Cocteau Twins - Blue Bell Knoll (1988)

poster
5,0
De herfst bladert door de bomen.
Het laatste hoofdstuk van een boeiend jaar.


BLUE BELL KNOLL
is één van mijn favoriete Twins albums.
Ik associeer het altijd met herfst en vallende bladeren.
De CD was niet uit mijn player weg te branden in de herfst van 1988.

Het titelnummer Blue Bell Knoll zet meteen de toon.
Heerlijk vocaal arrangement en een glasheldere productie.
De "guitarwall of sound" ruimt plaats voor een kristallen geluid.

Athol-Brose is een perfecte aansluiter bij de titelsong.
Na het bestijgen van de toonladder in de intro valt het nummer
open tot een pastelkleurige ode aan het laatste seizoen.

Carolyn's Fingers is wellicht het bekendst nummer.
In sommige landen terecht op single omwille van de hitpotentie.
De vingers van deze bosnimf zijn een streling voor het oor.

Als een zachte herfstbries kabbelt For Phoebe Still a Baby voorbij.
De liedjes op Blue Bell Knoll zijn als paddestoelen in het mos.

The Itchy Glowbo Blow ontvouwt zich als een akkoestisch Cure liedje.
Met heerlijke gitaarbogen en opnieuw verbluffende vocalen.

Kant 1 van het album is naar mijn smaak
één van de sterkste elpeehelften van de Cocteau Twins.

Op Blue Bell Knoll bereikt de vocale frasering
van zangeres Elizabeth Fraser haar ultieme hoogtepunt.
Ze zoekt naar of bedenkt zelf woorden die door middel van
hun klankkleur de poëtische inhoud van het lied gestalte geven.

Cico Buff opent niet zomaar kant 2.
Het is een mistige lullaby met hitpotentie.

Suckling the Mender baadt helemaal in een jazzy sfeer.
Wie door de openingsverzen heen luistert ontdekt een luisterrijke parel.

Spooning Good SInging Gum is donkerder van kleur.
Net zoals herfstbladeren uiteindelijk naar donkerrood verglijden.

Als Victorialand de winterplaat van de Twins is,
dan is het op Blue Bell Knoll inderdaad hoorbaar herfst.

Aan A Kissed Out Red Floatboat is een leuke anekdote verbonden.
De Twins zaten samen met hun labelgenoten van M/A/R/R/S in de studio
toen die de megahit Pump up the Volume bij elkaar sampleden.
Robin Guthrie was zo vrij om zelf één van hun geripte drumsamples te rippen.

Ella Megalast Burls Forever sluit aan bij de traditie
van deze Schotse groep om te eindigen met een bijzonder
geladen en uiterste fijnbesnaard gezonden nummer.

Omdat het album zo kort is, zit er op mijn zelfgemaakte versie
het conceptalbum The Moon and the Melodies met Harold Budd aan vast.

Cocteau Twins - Echoes in a Shallow Bay (1985)

poster
4,0
ECHOES IN A SHALLOW BAY
is onlosmakelijk verbonden met de Tiny Dynamine.
Beide EPs brengen een collage met experimentele nummers.

Great Spangled Fritillary is de best in het gehoor liggende track.
Doet qua opbouw sterk denken aan The Spangle Maker, maar dit
nummer biedt meer variatie, zowel in kleur als in klank.

Melonella klinkt als een gezongen mantra.
Een onverstaanbare woordenvloed en een beukend refrein.

Pale Clouded White is weer uit het betere hout gesneden.
Hier zorgt de muzikale begleiding voor het hypnotiserend effect.

Eggs and Their Shells leunt nog het meest aan
bij het latere, iets eenvoudigere geluid van de Cocteau Twins.

De drie EPs uit 1985 (Aikea-Guinea - Tiny Dynamine - Echoes
in a Shallow Bay) vormen een mooi trio op één enkel CD schijfje.

Cocteau Twins - Four-Calendar Café (1993)

poster
3,0
FOUR-CALENDER CAFE 1993

Cocteau Twins light.

Ik heb er nooit zo aan kunnen wennen. Kwam het door de hormonen?
Want nadat Liz en Robin een kindje op de wereld hadden gezet, was het dit keer de beurt
aan Simon Raymonde om tussen de pampers, ratels en fop-speentjes te duiken.

Twins in speelgoedland. Een hoes spreekt soms boekdelen.
Jammer wordt het als de hoes fraaier oogt dan de songs op het bijhorende album.

Know Who You Are at Every Age glooit zichzelf haast onopgemerkt voorbij.
Geen sterke binnenkomer. Elisabeth lijkt een heliumkuur achter de rug te hebben.
Opvallend pluspunt is dat de drums niet meer krampachtig uit het doosje komen.

Op het transparante Evangeline (ik hoor er toch echt nergens een single in),
zweven de Twins zo dicht bij de zon dat ze hun vleugels dreigen te verbranden.

Evangeline flopte behoorlijk, maar fungeerde als blijde boodschapper van Snow,
een merkwaardige single met twee kerstcovers (Winter Wonderland en Frosty the Snowman).
Eerder had de groep op Sigh's Smell of Farewell al met de akkoorden van Silent Nigt geflirt.
Nog voor het publiek zich om deze zet kon verbazen, verdween de single plots uit roulatie.

Bluebeard verscheen een paar maanden later alsnog op single.
Een bijna gemiste kans, want het liedje knipoogt zo lief naar de radio.
Op Four-Calender Café kan je ook erg goed horen wat Fraser werkelijk zingt.

Are you the right man for me?

De relatie tussen Elisabeth en Robin zou dra op de klippen lopen.
De plaat twijfelt tussen het warme moederhart en de gebroken liefde.

Zo'n Cocteauiaanse titel als Theft, and Wandering Around Lost doet altijd even fronsen.
Het lied kenmerkt zich door een wat meer weemoedige insteek, waardoor het zweverige sfeertje
van de twee eerste nummers gelukkig een beetje gecounterd wordt. Al blijft het een lichtgewichtje.

Oil of Angels doet wat aan het werk op Blue Bell Knoll denken.
Vocaal een beetje avontuurlijker en met een paar voorzichtige gitaarstrepen.
Maar het is toch echt wel hard zoeken naar de song achter al die veelbelovende titels.

Squeeze Wax trekt de denkbeeldig tweede helft van de plaat op gang.
Met een iets donkerder kleurende bas en gitaren uit het Heaven or Las Vegas tijdperk.
Hoewel opnieuw verre van een sterke compositie, toch één van de betere songs.

Het meest interessante nummer is naar mijn aanvoelen het mooie Truth.
Met overtuiging en klasse treden tederheid en melancholie met elkaar in het huwelijk.
Op de één of andere manier een song die in de verte enkele echo's van Garlands oppikt.

Essence waaiert misschien iets te breed uit richting Victorialand.
Toch levert Fraser hier vocaal een intrigerende prestatie. Muzikaal vind ik een vergelijking
met de schetsmatige gitaarstukjes van bijvoorbeeld The Durutti Column niet ongepast.

De stevige basis van Summerhead werkt haast verademend.
Maar opnieuw borrelt er niet echt een klasse-compositie naar boven.
Daarvoor steunt de muziek te veel op impressies in plaats van melodieën.

Pur hoort het zoveelste magistrale slotakkoord te zijn waarmee Twins albums doorgaans eindigen.
Een mini-symfonie die zich in een paar bewegingen naar een crescendo finale weet op te werken.
Een goede samenvatting van het album dit keer: zeker mooi, maar ook eerlijk te licht bevonden.

De single Evangeline heeft trouwens wel fraaie b-kantjes.
Het op de klassieke CT-leest geschoeide Mud and Dark en het aardige Summer-Blink.
De Bluebeard bonustracks zijn het wat mindere Three-Swept en het Victorialand-achtige Ice-Pulse

Misschien schuilt de zwakte van het album wel in de eerste "plaatkant"
waarop voor mijn part enkel Bluebeard een blijvende indruk kon nalaten.
De laatste vijf songs hebben meer in hun mars en verdienen groeimarge.

Het zijn precies die nummers die me na deze her-beluistering mild stemmen.
Four-Calender Café is nog niet helemaal verloren. Het album krijgt weer kansen.
Voorlopig blijf ik even bij mijn eerste teleurstelling en de 3 sterren hangen.

Cocteau Twins - Garlands (1982)

poster
4,0
Vaarwel wouden van mijn jeugd, doorspoeld met zonlicht ...
Dag steden der volwassenheid, vergiftigd met regen ...


Ik weet nog dat ik als 18jarige deze regels neerpende.
Inspiratiebron was dit album ... een echt gedicht is het nooit geworden.

GARLANDS
drukte een onuitwisbare stempel op mijn jeugd
Nooit was muziek zo donkerblauw als op deze plaat.

Het album opent met een klein tweeluik.
Blood Bitch en Wax and Wane faden bijna in elkaar over.

Een gelijkaardige ritmebox en eenzelfde onderkoeldheid.
Gitaren als ijsbogen (Robin Guthrie), een avontuurlijke bas (Will Heggie)
en daartussen de trillende stem van een piepjonge Elisabeth Fraser.

But I'm Not doorbreekt de monotomie van de twee voorgangers.
Een warrig lied, traditioneler van structuur en met een verstaanbaar refrein.

Blind Dumb Deaf is het eerste, echte hoogtepunt.
Melodische bas en een voorzichtig, vocaal experiment.

Daarna komt het bevreemdende Shallow Then Halo.
Onderwater bas, pijnlijk mooie gitaarmelodie en meesterlijke metaforen.

Stars in my eyes / Stars in my face
Womb in the belly / Capital place


De muziek van de Cocteau Twins is vergelijkbaar
met een ambient versie van het geluid van de Cure.

The Hollow Men is daarvan het perfecte voorbeeld.
Had op Faith van de Cure kunnen staan, maar in tegenstelling
tot de grijsheid van de Cure is de muziek van de Twins kleurrijker.

Sleurt de Cure je op Pornography mee door het aardse slijk,
dan tilt de muziek van de Cocteau Twins je op tot hemelse hoogten.

Het titelnummer Garlands blikt het meest vooruit
op wat later het handelsmerk van de Cocteau Twins zal worden.
Kabbelende beat, deinende bas, kleurrijke gitaarbogen,
en een onaards mooi zingende Elisabeth Fraser.

Garlands evergreen / Forgetting-me-not wreaths
Chaplets see me drugges / I could die in your rosery


Afsluiter Grail Overfloweth is minder sterk en ijler van structuur.
Een laatste, voorzichtige blauwdruk van de pracht die later zal volgen.

Jammer dat de 2003 remaster zich maar beperkt tot de eerste 8 tracks.
Langer hoefde het debuut van de Schotse groep niet te duren.
Gelukkig heb ik de oude cd-versie met daarop de bonustracks.

Speak No Evil en Perhaps Some Other Aeon
zijn naar verluidt twee vroege demo's waarmee
de groep haar platencontract met 4AD wist te verzilveren.

De ritmebox is primitiever, het geluid minder coherent.
Vermoedelijk zijn het twee nummers die de eerste elpee
niet haalden ... het zijn ook nauwelijks meer dan impressies.

Zelf stel ik de eerste Cocteau Twins plaat samen door er
de twee eerste ep's aan toe te voegen (zie bespreking aldaar).

Things from the forest die here / But I don't ...
Dead forest things are offered here / But I'm not ...

Cocteau Twins - Head over Heels (1983)

poster
5,0
HEAD OVER HEELS
was mijn tweede kennismaking met de Cocteau Twins.
Een vriend van mij had het album thuis.

Was het debuut nog een blauwdruk van wat komen ging,
dan maakten de Twins met Head over Heels een new wave plaat
Siouxsie meets de Cure (in de wetenschap dat 1+1 meer dan 2 is).

Het album opent bijzonder sterk met drie topnummers
die beiden tot mij allergrootste CT favorieten behoren.

When Mama Was Moth klinkt als een blok graniet.
Net Dead Can Dance in haar nog duistere beginperiode.
De eerste tekstregels zijn "sunburst and snowblind".
Wat een machtige metaforen zijn dat toch ...

De opener moet je in combinatie beluisteren met Five Ten Fiftyfold.
Een veel luchtiger nummer, getuige de akkoestische Cure-esque gitaar riff.
Sterke vocalen en een hoofdrol voor een jammerende sax.

En alsof het niet genoeg is, krijgt de luisteraar een overdosis schoonheid
met de quintessential Cocteau Twins "would be" hit Sugar Hiccup.
Een betoverende en bevrijdende ballad ... weg met die zorgen.

Het uptempo In Our Angelhood had van Siouxsie & Banshees
kunnen zijn: sterke vrouwen wave met Cure bas en dito gitaren.

Glass Candle Grenades doet vermoeden dat het vinylgaatje
niet exact in het midden van de plaat zit: een kromgetrokken wall of sound.
Het zijn nummers als deze die me weerhielden om 5 sterren te geven.

Op In the Gold Dust Rush is de Siouxsie in Liz Fraser terug.
De vocalen zijn bijzonder sterk op deze tweede CT langspeler,
al boort Elizabeth voorlopig de hoge registers nergens aan.

Op Head over Heels zijn de Cocteau Twins herleid tot een duo.
Dat wil zeggen dat Robin Guthrie alle instrumenten bespeelt
en zelf ook nog de productie voor zijn rekening neemt.

Het minder sterke, maar percussief hypnotiserende
The Tinderbox klinkt als één lange, jammerende mantra.

Met Multifoiled sijpelen jazzy invloeden binnen.
En op die manier krijg je als luisteraar een gevarieerde plaat.

My Love Paramour is net zoals de meeste tracks op kant 2
opnieuw een intrigerende (maar geen ijzersterke) compositie.

Musette and Drums vind ik bij de betere nummers horen.
Hier slaagt de wall of sound productie van Guthrie er wel in
om een hallucinante, onaardse sfeer te creëren ...

De EP Sunburst and Snowblind werd op de oude CD release
aan het album toegevoegd, maar niet hernomen op de 2003 remaster.
De nummers van deze EP bespreek ik daarom daar.

Cocteau Twins - Heaven or Las Vegas (1990)

poster
4,0
HEAVEN OR LAS VEGAS
is volgens mij de meest toegankelijke Cocteau Twins plaat.
Maar die meer gestroomlijnde sound haalt hier en daar de essentie
uit het werk van de Schotten: de multi-gelaagde arrangementen.

Cherry-coloured Funk wordt heerlijk onderkoeld gezongen.
Lang geleden dat Elizebeth Fraser de lagere stemregionen roerde.

Pitch the Baby geeft correct aan dat dit album in het teken stond
van de geboorte van Robin en Elizabeths eerste kindje.
Een nummer dat mij echter minder kan overtuigen.

Iceblink Luck haalde een mooie plaats in de independent lijsten.
Terecht omdat deze ode aan dochterlief alle kwaliteiten van hitsingle heeft.

Fifty-fifty Clown schudt opnieuw met de rammelaar.
Vocaal best aangenaam en met een broeiërige begeleiding.

Heaven or Las Vegas is de tweede topper van het album.
Verkrijgbaar op promosingle en nog hitgevoeliger dan Iceblink Luck.

I Wear Your Ring is een degelijke lovesong die niet lang blijft hangen.
Zo is het met meer nummers op deze plaat vind ik ... vluchtiger dan voorheen.

Fotzepolitic haalt eindelijk weer het niveau van de intrigerende CT nummers.
Hier zijn de arrangementen zowel vocaal als instrumentaal ge(s)laagder.

Wolf in Breast is opnieuw een aardige, wat jazzy albumtrack zonder pretenties.
Zo aardig zelfs dat die wolf verdacht veel op een pasgeboren lammetje gaat lijken.

Road River Rail vind ik wel veelzeggend in zijn eenvoud.
Het spelen met de drie R-woorden uit de titel leidt tot mooie melodieën.

Frou-frou Foxes in Midsummer Fires (soms zijn de titels er echt over)
is weer zo'n zorgvuldig uitgekristaliseerde album afsluiter.

Geen enkel slecht nummer op Heaven or Las Vegas,
maar wel te veel doorsnee albumtracks om mij tot een 5 te verleiden.
Ik hou het bij tracks 1, 3, 5 en 7 met 9 en 10 als aanvaardbare reserves.

Maar het verhaal is echter nog niet gedaan.
De CD-single van Iceblink Luck had nog twee bonustracks in petto.

Mizake the Mizan (soms zijn de titels subliem)
is een nummer dat bijna vervliegt in zijn ongrijpbare schoonheid.

Watchlar is een ritmisch prettige compositie.
Maar het is duidelijk waarom dit een b-kantje werd.

Dan is er ook nog Dials dat op de promo single
van Heaven or Las Vegas stond, maar weinig om het lijf heeft.
Wat overblijft zijn blozende kinderwangetjes.

Ook vermeldenswaardig is The High Monkey Monk,
uit dezelfde sessies en op een promosampler verschenen.
Samen met Dials verkrijgbaar in de complete 4AD single box.

Cocteau Twins - Love's Easy Tears (1986)

poster
4,0
LOVE'S EASY TEARS
vind ik een heel mooie titel.
En toch struikel ik lichtjes over dit EPtje.
Het is de productie die ik niet zo mooi vind.

Love's Easy Tears klinkt als een veelbelovende single,
maar de vocalen en de gitaren zitten te ver weg in de eindmix.

Those Eyes That Mouth lijkt een leftover van de EP sessies uit 1985.
Gewoon maar zeggen dat het in een vergelijkbare stijl is geschreven
met nadrukkelijke vocalen en drums op de voorgrond.

Sigh's Smell of Farewell is om je vingers bij af te likken.
Als je heel goed luistert, hoor je dat het nummer gebaseerd is
op het akkoorden schema van het bekende kerstliedje Silent Night.
Op Kerstliedjes zouden de Twins later nog eens terugkomen.

Orange Appled is leuker van titel dan van muziek.
Al heeft het wel al de ingrediënten van de Heaven or Las Vegas sound.

Als ik me niet vergis, is het mooie Crushed ook uit deze sessies.
Het verscheen op Lonely is an Eyeshore, een interessante 4AD sampler,
waarop groepen van het label exclusief songmateriaal uitbrachten.
Crushed klinkt nog het meest als de "single" van dit vijftal.

Cocteau Twins - Lullabies (1982)

poster
2,0
LULLABIES
Het was toch wel even schrikken
bij de opvolger van het meesterlijke Garlands.

Ook na herbeluistering (terwijl ik deze bespreking tik)
valt op hoe de groep op een doodlopend spoor zit.

Weg is het donkerblauwe geluid.
Prominentere gitaren en beukende drums en bas.
Alleen de vibrerende vocalen echoën nog na.

Feather Oar-Blades kan ik met moeite pruimen.
De richting is zoek ... een amalgaan van probeersels.

Alas Dies Laughing is van hetzelfde laken een pak.
Iets donkerder en minder opdringerig, maar weinig beklijvend.

It's All But an Ark Lark wint hier de prijs van de leukste titel.
Meteen ook de langste compositie die de Twins ooit opnamen.
Het slechtste nummer, want opnieuw wordt er met dissonanten
gestrooid dat het een lieve lust is ... allesbehalve een lullaby.

Ook op de opvolger Peppermint Pig zijn de nog jonge
Cocteau Twins tastend in het duister naar een eigen geluid.
Pas op Head over Heels vinden ze hun tweede adem.

Ook niet zo gek natuurlijk ...
Garlands was nu eenmaal "adembenemend" mooi.

Cocteau Twins - Milk & Kisses (1996)

poster
4,0
MILK & KISSES 1996

De laatste plaat van het Schotse Cocteau Twins
schenkt het lichtvoetige, meer poppy werk van de voorganger Four-Calender Café
meer diepte doordat het opnieuw durft grijpen naar het meer donkere gitaarwerk.

De opener en tweede single Violaine zet meteen de toon.
Guthries gitaarwaaiers zijn krachtiger van aanslag en bevatten zo weer wat venijn.
Milk & Kisses lijkt op die manier het logische vervolg op Heaven or Las Vegas (1990).

Toch is hun laatste album donkerder van kleur.
Serpentskirt grijpt zelfs terug naar het gothic geluid uit de oerdagen.
Maar de engelachtige vocalen van Fraser houden ons in 1996.

In zekere zin is Milk & Kisses een dubieus product.
De Twins doen waar ze goed in zijn: hun eigen unieke geluid etaleren in tien songs.
Voor de fans luistert deze plaat erg lekker weg, voor de liefhebber echoot de plaat
misschien te vaak naar het verre verleden, naar een zeker déja entendu.

Gelukkig schrikt de eerste single Tishbite ons tijdig wakker.
Net als Iceblink Luck (1990) of Bluebeard (1993) een radiovriendelijk pareltje.
Dit keer met een naar Cocteau Twins maatstaven verfrissend orgeltje.

Heel wat CT nummers zijn in wezen mid tempo droompop melodieën.
Daar grossiert Milk & Kisses wel iets te gemakzuchtig in, zal blijken.

Half-Gifts doet de witte werelden van Victorialand (1986) nog eens heropleven.
Allemaal heel mooi natuurlijk ook al neigt de muziek meer dan ooit naar luisterbehang.
Liz blijft iets te lang in hoge stemregisters dwalen om je overtuigend bij de hand te nemen.

De eerste plaatkant eindigt met een would-be single.
Calfskin Smack is opgebouwd uit alle mogelijke CT clichees.
De fan in mij is niet onder de indruk, het slechtste nummer van de plaat.

Rilkean Heart is beter, loopt over van tederheid.
Ik hou van het nadrukkelijke gitaarwerk in deze albumtrack.
Op deze manier zweeft het nummer wat minder vrijblijvend door de huiskamer.

Ups doet vocaal wat denken aan Blue Bell Knoll (1988).
Op dat album durfde Fraser ook al eens raspen met de letter R.
Ze dartelt van hoog naar laag, maar ik vind het er op Ups een beetje over.

Eperdu neigt instrumentaal wat naar het werk van This Mortal Coil.
Niet moeilijk als je weet dat Simon Raymonde een drijvende kracht achter dit project was.
Ik vind het omwille van het avontuurlijkere arrangement één van de betere nummers.
Een verademing op een plaat die iets te eenzijdig op safe dreigt te spelen.

Treasure Hiding (zou de titel een knipoog naar mijn favoriete Twins album zijn?)
lost de verwachtingen slechts ten dele in. Ik hoor eerder referenties naar The Moon and the Melodies,
het project dat de drie Twins samen met Harold Budd vorm gaven tussen Victorialand en Blue Bell Knoll.
Een erg atmosferisch nummer dat gelukkig wel overeind blijft.

En dan eindigt deze plaat zowaar op één van de allermooiste Cocteau Twins songs.
Seekers Who Are Lovers kan ik niet anders dan beschrijven als een orgastische luisterclimax.
Een Van Goghiaanse nachtelijke hemel bezaaid met geel sterrenlicht.

Het nummer doet mij dit album in één klap vier sterren geven.
Een veel te gevleide beoordeling, want bijna de helft van de songs zijn matig tot zwak.
Het zijn de drie eerste en de drie laatste nummers die het echte verschil maken.

Van beide singles verschenen telkens twee exemplaren,
waardoor het aantal bonustracks uit deze sessies aardig aandikt.
Ik geef slechts de titels: Round, An Elan, Primitive Heart, Flock of Soul (Tishbite)
en Smile, Tranquil Eye, Circling Girl en Alice (allen afkomstig van Violaine).

Cocteau Twins - Peppermint Pig (1983)

poster
3,0
PEPPERMINT PIG
Voor de titel alleen al zou je vijf sterren geven.
Maar helaas is dit één van Cocteau Twins minste.

De laatste plaat met bassist Will Heggie.

Cocteau Twins probeert hier meer mainstream te klinken.
Als een doorsnee new wave band, zeg maar ... en dat is jammer.

Peppermint Pig zelf overtuigt het meest in de 12" versie,
omdat de compositie daarin muzikaal beter wordt uigewerkt.

Laugh Lines klinkt als een verzopen Cure met tamboerijn.
De wall of sound productie van Robin Guthrie is al hoorbaar.

Hazel is misschien het sterkste nummer van de drie.
Liz Frazer wint vocaal zelfvertrouwen en durft experimenteren.

Op het tweede album zullen de Cocteau Twins
deze mainstream koers verlaten en hun eigen geluid vinden.

Cocteau Twins - Sunburst and Snowblind (1983)

poster
4,0
SUNBURST & SNOWBLIND
werd genoemd naar de eerste lijn van When Mama Was Moth,
de albumopener van Head over Heels, waarmee deze EP
onlosmakelijk verbonden is ... getuige Sugar Hiccup.

Sugar Hiccup is wat we de eerste Twins hit mogen noemen.
Een vriendelijk in het oor liggend staaltje kwaliteits new wave.
Of ook nog: een toonvoorbeeld van muzikale pracht.

In deze versie met extra backing vocalen van Fraser
en op die manier al dichter bij het latere werk.

From the Flagstones is een bijzonder goed nummer.
Hier dragen de soms vergezochte arrangementen van
Robin Guthrie wel bij tot het nummer: ze zijn zelfs essentieel.

Ook Hitherto staat er, al is het enigszins in de schaduw.
Zowel op Head over Heels als deze Sunburst & Snowblind
durft Guthrie electrische en akkoestische gitaren versmelten.

Because of Whirl-Jack is het mindere broertje hier,
al heeft het wel een aanstekelijke uptempo beat.

Cocteau Twins - The Pink Opaque (1985)

poster
4,0
THE PINK OPAQUE 1985

Voor de Amerikaanse markt in elkaar geflanste verzamelaar.

Tracks 1, 5 en 9 maken deel uit van de EP The Spangle Maker (1984).
Millimillenary (track 2) is een nummer uit dezelfde sessies,
maar verscheen voorheen enkel op een cassetteband.

Wax and Wane is een remix van de albumversie (Garlands).
Tracks 4 en 6 zijn terug te vinden op de EP Sunburst and Snowblind (1983).
Musette and Drums (track 10) is van de LP Head over Heels (1983).

Lorelei is het enige nummer hier van Treasure (1984)
en Aikea-Guinea komt van de gelijknamige EP uit 1985.

Een merkwaardig allegaartje en vandaag
alleen nog maar interessant voor tracks 2 en 3.

Cocteau Twins - Tiny Dynamine (1985)

poster
3,0
TINY DYNAMINE
is de tweeling EP van Echoes in a Shallow Bay.
Ze verschenen gelijktijdig (al wordt deze als de oudste broer gerekend).

Robin Guthrie heeft ondertussen een eigen studio
en op beide EPs verkennen de Twins de mogelijkheden.
Sommige nummers zijn geslaagd, andere ontsnappen moeilijk
aan de stempel van "interessant of leuk experimentje".

Pink Orange Red vind ik zonder meer een voltreffer.
Een trage compositie die perfect uitwaaiert van de basisakkoorden
in de intro naar een melodisch sterk onderbouwd gitaarspel in de finale.

Ribbed and Veined bevat een zeer rijk klankenspel.
Maar als compositie staat de instrumental op wankele benen.

Plain Tiger is wel weer een degelijke Cocteau Twins song.
Geslaagde overschakeling van lieflijke naar gebeten vocalen.

Op Sultitan Itan focussen Guthrie en Raymonde zich weer voluit
op de loepzuiver geproducete gitaar- en basakkoorden, maar horen
niet dat Fraser haar vocale arrangement laat ontsporen in het refrein.

Bestaan op CD zowel los van als in combinatie
met het gelijkaardige Echoes in a Shallow Bay.

Cocteau Twins - Treasure (1984)

poster
5,0
Nu wordt het even slikken, want deze plaat
is eigenlijk met geen woorden te beschrijven.

TREASURE
was mijn eerste kennismaking met de Cocteau Twins.
En meteen een plaat om heel lang te koesteren
en nooit of nooit meer te vergeten ...

Schoonheid heeft vele namen,
maar deze tien semi-mythische figuren
leveren even zoveel hemelsmooie songs op.

Op Treasure vinden de Cocteau Twins het evenwicht.
Meesterlijke vocalen, prachtige mix van (veel) akkoestische
en electrisch gitaren en de deinende basmelodieën.

Geen enkele keer stoort de ritmebox, want het ritme
van Treasure zit in de gitaarakkoorden en de gezongen melodieën.
Ik versta geen fluit van de teksten en toch is het alsof ik
het verhaal achter elk nummer kan horen ...

Ivo is de koene ridder te paard die
(zich naarstig een weg banend door het woud)
met heel veel tederheid bezongen wordt door zijn geliefde.

Lorelei is zo levensecht dat elke man voor haar op de klippen gaat.
Een ijzersterk nummer waarin een nooit vertoond stemmenspel
van één enkele zangeres duizend mannenharten beroert.

Na de warmbloedige Lorelei, treedt de ijskoningin Beatrix aan.
Wat een meesterlijk arrangement: alsof je naar barokmuziek luistert.

Persephone is een heavy rocker met prominente gitaren.
Hier treedt de ritmebox enigszins storend op de voorgrond.
De vocalen smachten ... sex is het kernwoord.

Pandora ... ik ga huilen als ik het nu weer opzet.
Wat een onwaarschijnlijk mooie ballad is dit toch.
Sublieme vocalen ... ogen sluiten en vlinders tellen.

Amelia buitelt als een dartele lentefee kant 2 binnen.
Het nummer blijf op zich net iets minder lang overeind,
maar past wel perfect in deze ... tracklijst.

Bij het refrein Aloysius moet ik altijd even aan Clannad denken.
Treasure is ontegensprekelijk een mix van new wave en folk.

Met Cicely blikken de Twins al een jaartje vooruit.
Muziek die aanleunt bij hun drie volgende EP's uit 1985.
Bas in de hoofdrol en meer nadruk op drums en electrisch gitaren.

Otterley zou als gegoten passen op de eerste This Mortal Coil plaat.
Een verstilde aquarel van de kust en de branding met fluistervocalen.

En Treasure sluit af met een kathedraal van een finale.
Donimo (een woordspeling op Domino) lijkt zich inderdaad
te richten tot de Heer ... goddelijke muziek maken de Cocteau Twins.

Treasure is lachen door je tranen heen.
Deze plaat is het gezondste medicijn tegen hartepijn.


Wie mij kent, weet dat ik de neiging heb om EPs en ontbrekende
singels toe te voegen aan albums om zo de anders losse nummers
vast te linken aan een hoofdplaat ... Treasure duldt geen bonus tracks.

... en toch heb ik er The Spangle Maker achter geplakt ... na een hele, lange pauze.

Cocteau Twins - Victorialand (1986)

poster
5,0
Mijn witte werelden
Bergen ijs en pakken sneeuw
Ik wou dat ik skieën kon

Om jou te vertellen
Dat het landschap in mijn ogen
wil dooien voor jouw zon


VICTORIALAND
bestaat echt: http://en.wikipedia.org/wiki/Victoria_Land
Het kan geen toeval zijn dat deze plaat en de (ant)arctische
werelden nauw met elkaar verbonden zijn: wat een soundtrack.

Bassist Simon Raymonde paste voor deze Twins plaat,
oa omdat hij het tweede This Mortal Coil album coördineerde.
Robin Guthrie en Elizabeth Fraser gingen daarom semi-akkoestisch.

Lazy Calm is een magistrale ouverture die zich uitrekt
zoals een pasgeboren kind zou ontwaken uit een diepe slaap.

Fluffy Tufts is zo onschuldig als een kleuter.
Ik hoor kinderen dartelen in een uitgestrekt landschap.

Throughout the Dark Months of April and May is verstild verdriet.
De eerste schaafwonden in een soms donkere wereld.

Whales Tails is een bijzonder intrigerend stukje muziek.
Hier hoor je inderdaad walvissen praten in het ijskoude water.

Oomingmak is een eskimowoord.
Maar dit lied dartelt als een aftelrijmpje voorbij.

Little Spacey heeft hitpotentie, maar klinkt me
als een net iets te ijl dansje om echt pakkend te zijn.
Refereert al naar het zachtere werk op Four-Calendar Cafe.

Feet-Like Fins is het meest pijnlijke lied van de cyclus.
Ook deze titel lijkt op het lijf van menig zeezoogdier geschreven.
Smart de omslaat in woede in de tweede helft van het lied.

How to Bring a Blush to the Snow vind ik één van de allermooiste
Twins nummers ... je hoort de vlokken als het ware dwarrelen.

The Thinner the Air is een nummer als een ijsberg.
Langzaam maar zuiver smeltend tot de laatste druppel.

Met Victorialand hebben de Cocteau Twins zichzelf andermaal overtroffen.
Een ode aan de witte werelden van onze planeet, of beter nog,
aan de witte werelden in de menselijke ziel.

Een zoektocht naar wat binnen in ons nog aan puurheid rest.
Liederen die soms niet toevallig als wiegeliedjes klinken.
Wat hebben wij nog van het kind in ons bewaard?

Het is gepast om het hier te schrijven:
dit is echt een plaat waar je rillingen van krijgt.

Crowded House - All the Best (2012)

Alternatieve titel: Alle 40 Goed

poster
5,0
ALLE 40 SUBLIEM

Heb je nog niets van Crowded House in huis of beperkt je verzameling zich
tot de klassieker Woodface (1991), dan word je voor amper 7 euro rijk beloond.

Want deze budget verzamelaar munt uit in de trackkeuze.
Niet zo heel moeilijk als het oevre van een groep uit 4 albums bestaat.
Maar ook uit de comeback platen worden een handvol nummers gekozen.

Crowded House - Crowded House (1986) (9 van de 10 tracks)

Tombstone, Something So Strong *, I Walk Away,
Don't Dream It's Over *, World Where You Live *, Hole in the River,
Love You 'til the Day I Die, Mean to Me * en Now We're Getting Somewhere *.

Zelfs de b-kanten Can't Carry On (bonustrack op de cd van het debuut)
en Recurring Dream (terug te vinden op een leftover verzamelaar staan er op.

Crowded House - Temple of Low Men (1988) (6 van de 10 tracks)

When You Come *, Never Be the Same, Into Temptation *,
Better Be Home Soon *, I Feel Possessed * en Sister Madly *.

Crowded House - Woodface (1991) (8 van de 14 tracks)

Weather with You *, Chocolate Cake *, Fall at Your Feet *, It's Only Natural *,
There Goes God, Tall Trees, Whispers and Moans en Four Seasons in One Day *.

Crowded House - Together Alone (1993) (7 van de 12 tracks)

Private Universe *, Nails in My Feet *, Fingers of Love *,
Distand Sun *, Pineapple Head *, Locked Out * en In My Command.

Crowded House - Recurring Dream (1996)

Zelfs de drie nummers die exclusief verschenen op de eerste verzamelaar
zijn van de partij: Everything Is Good for You, Not the Girl You Think You Are * en Instinct *
Je kan die ouwe verzamelaar dus te koop aanbieden op ebay.

Alle songs met * verschenen in één of ander land wel op single.

Crowded House - Time on Earth (2007)

Silent House, Pour le Monde en She Called Up.

En als uitmijter nog een live nummer, Throw Your Arms Aournd Me
dat is terug te vinden op het live album Crowded House - Farewell to the World (2006).

Crowded House - Crowded House (1986)

poster
4,0
CROWDED HOUSE 1986

She came all the way from America, had a blind date with destiny
And the sound of Te Awamutu had a truly sacred ring


Mean to Me is gebaseerd op een waar gebeurd verhaal
over een Amerikaans meisje dat halsoverkop naar Nieuw Zeeland trok.
Te Awamutu is ook de geboortegrond van Neil Finn, broertje van Tim Finn.
En hij trok op zijn beurt na de split van Split Enz naar de States.

Om er in een veel te kleine huurwoning te bouwen
aan zijn eerste solo-plaat, nou, de eerste Crowded House plaat.
Aanvankelijk nog met Eddie Rayner (toetsenist van the Enz) en ene Craig Hooper
onder de bandnaam The Mullanes. Maar ook met Enz drummer Paul Hester
en nieuwbakken bassist annex kunstacademicus Nick Seymour.

Mean to Me opent dus deze lichtjes onderschatte langspeler
die heus wel meer moois bevat dan de hitsingle Don't Dream It's over.
De juiste, haast gemene toon van het album is gezet.

Daarna volgt het voorbeeldige World Where You Live.
Met een strompelende beat en een beschrijvende tekst.
Kleinhuiselijk geluk in een slimme drieminuten popsong.
Lijkt wat op And She Was van Talking Heads.

De eersteling van Crowded House staat vol bemoedigende lovesongs.
Now We're Getting Somewhere pompt de luisteraar vol frisse moed
na een echtelijk conflict of een woordentwist met de geliefde.
Heerlijk zonnige song met een lekker gedreven vocalen.

En dan komt het lied waarop mijn vrouw en ik de dans openden.
Don't Dream It's over betekende voor ons beiden een nieuwe start.
Als pagina's in een dagboek die lieflijk worden omgedraaid.

Now I'm walking again to the beat of a drum
And I'm counting the steps to the door of your heart


Love You 'til the Day I Die is het vierde om zich heen rockende nummer
van de oorspronkelijke album a-kant. Opvallend omdat op latere langspelers
het accent verder zal opschuiven naar de intieme, zoetere balladachtige liedjes.

Het wat oppervlakkige Something So Strong opent de tweede plaatkant.
Een nummer dat de zeer succesvolle hit Don't Dream It's over moest opvolgen.
Ik vind het, hoe catchy ook, één van de minst indrukwekkende songs hier.

Hole in the River is een wat a-typisch Crowded House nummer.
Een song die wat afwijkt van de huisstijl, misschien mede doordat
Split Enz toetsenist Rayner nog meeschreef aan deze compositie.
Ik vind het niet zo geslaagd, 'n beetje een stuurloos nummer.

I Walk Away is een sleutelsong in het oeuvre van Neil Finn.
Het nummer staat immers ook op de laatste Split Enz elpee.
In de tekst bezong hij het vertrek van zijn broer Tim (your inspiration)
en het feit dat hij nu op zijn eigen songwriters benen moest staan.

Tombstone is een nummer dat in de toekomst kijkt.
Je hoort als het ware de branding van het Kare Kare strand
dat de inspiratie zou vormen voor Crowded Houses vierde album.
Het wegrollen van de grafsteen ... Neil Enz verrijst als Crowded House.

Als je een Crowded House single uit deze periode bezit,
is de kans groot dat je That's What I Call Love als b-kant aantreft.
Het minst overtuigende nummer van dit eerste album is het geworden.

Er zijn echter nog 2 echte bonustracks voorhanden.

De eerste heet Can't Carry on en is terug te vinden op de meeste
CD releases van dit album. Een relatief vroeg Crowded House nummer.
De tweede draagt de naam Recurring Dream en is terug te vinden
op Afterglow (1999), de rarities collectie van Crowded House.

Crowded House - Temple of Low Men (1988)

poster
4,0
TEMPLE OF LOW MEN 1988

De tweede langspeler van Crowded House
is helderder geproducet dan zijn titelloze voorganger.

Maar liefst 4 songs schopten het tot single.
De laatste in dat rijtje was de opener I Feel Possessed.
Een uitstekende Neil Finn compositie. Heerlijke zanglijnen.

Als gast backing vocalist herkennen we grote broer Tim.
De broertjes zullen altijd op elkaars albums blijven zingen.
Naar het schijnt blenden de stemmen van broers altijd
net iets magischer. Voorbeelden genoeg in popland.

Elk CH album heeft zijn gedrocht.
Op Temple of Low Men heet het Kill Eye.
Een agressief gezongen lied dat nergens toe leidt.

Een huizenhoog contrast met Into Temptation
dat naast Don't Dream It's Over en Weather with You
geboekstaafd staat als het trio absolute CH klassiekers.
Wie het hier niet warm van krijgt aan het hartje ... heeft er geen.
Slowen op dit lied is levensgevaarlijk voor je relatie,
tenzij je het met je eigen partner doet natuurlijk.

De grootste uitdaging voor Neil na het vertrek van broer Tim
en het opdoeken van Split Enz, was het volledig zelf volschrijven
van een full album. Je moet dus meer kwaliteitssongs ophoesten
aangezien je niet meer op de composities van je broer kan rekenen.

Mansion in the Slums is zo'n vingeroefening.
Neil schrijf een luisterwaardig lied met voldoende, overtuigende
ingrediënten. Maar het nummer blijft niet lang hangen.

When You Come het hoogtepunt noemen van het album
is een understatement. Qua song zou ik zover niet durven gaan,
maar qua inhoud wordt het vrouwelijk orgasme uitbundig bejubeld.
Toch een heel goed nummer, met opnieuw een verslavend fris refrein.

Kant 2 begint met Never Be the Same. Een nummer
dat ik helemaal opnieuw moest horen. Ik was het helemaal vergeten.
En ik heb weinig gemist, zo blijkt. Samen met track 2 de reden
waarom ik geen 5 sterren voor dit album in huis heb.

Love This Life is als een hart-onder-de-riem brief van een vriend.
Als je het even niet meer ziet zitten, geef me dan een seintje.
Neil Finn eist zich met songs als deze een plaatsje op
in het parthenon van de echte singer-songwriters.

Maar Neils liedjes hebben ook hun achilles hiel.
Soms worden de refreinen zo zeemzoet ingezongen
dat de meligheid om de hoek loert. Herbeluister Love This Life.

De gebroeders Finn zijn geen zwartkijkers.
Zij grocieren hoogstens in melancholie en hartenzeer.
Sister Madly illustreert het gevoel voor humor dat altijd aanwezig is.
CH was live een belevenis, mede door de podiumfratsen.
Een coctail van pop en jazz met een rietje.

In the Lowlands is het donkerste nummer van de elpee.
Opmerkelijk hoeveel sterker de productie van Mitchel Froom
(soms het extra CH lid genoemd) ten opzichte van het debuut.
Een muzikaal onderhoudend nummer zonder meer.

Afsluiten doen we met een kampvuurlied.
Better Be Home Soon draagt Neil op aan zijn vrouw en kinderen.
Het succes van CH zorgt voor vermoeiend touren en lang van huis zijn.
Met zo'n nummer en een bos bloemen leg je elke huiselijke twist bij.

Let ook op de manier waarom Neil en Tim hun vocalen
door elkaar heen weven. Dan duikt het lekkere Froom orgeltje op.
Voor het volgende hoofdstukje Neil, Tim en Mitchel
moet je trouwens hier zijn. Tim Finn - Tim Finn (1989)

Crowded House - Woodface (1991)

poster
4,0
WOODFACE 1991

Af en toe stel ik tot mijn eigen verbazing vast dat ik bij een plaat
die lang in mijn hartje gegrift stond nog geen recensie heb geschreven.
Dat kan zijn omdat deze derde Crowded House in de loop der jaren
toch wat van zijn pluimen is kwijtgeraakt. Kaf tussen het koren.

In 1989 brengt Tim Finn zijn derde en erg onderschatte solo-album uit.
Neil Finn zingt mee op backing vocalen en Mitchell Froom is de producer.
Met de demo's van Neils Crowded House plaat wil het niet zo goed lukken.

Meer nog, de opnames aan die plaat doorkruisen het idee van Tim en Neil
om eens een duo-plaat te maken. De demo's van Neil en Tim worden broederlijk
naast de nieuwe CH demo's gelegd en het album Woodface krijgt een gezicht.

Eigenzinnige Tim treedt toe tot Crowded House maar kiest twee single releases
later alweer het solo pad op. Woodface bundelt de beste songs uit beide demo sessies.
En precies daarom is het voor velen wellicht het mooiste Crowded House album geworden.

De gebroerders Finn (Neil is zes jaar jonger dan Tim) zijn muzikaal voor elkaar geboren.
Zowel compositorisch als qua stemgeluid vullen ze elkaar perfect aan ... chemie zeggen ze zelf.
Het zijn vooral de vocale harmonieën die verraden welke nummers ze echt samen schreven.

Italian Plastic alvast niet, dat is een ode aan het condoom van drummer Paul Hester.
En Fame mag je ook wegstrepen. Elke Crowded House album heeft zijn draak en veel verder
dan een flauwe kopie van de Squeeze hit Another Nail in My Heart is Fame Is niet geworden.

Doe daar All I Ask bij, dat duidelijk de stempel draagt van een Tim solo-song.
Maar wel zo melig en in deze context dan ook misplaatst georchestreerd.
Of As Sure As I Am dat niet veel meer is dan een erg aardige b-kant.

Samen 4 nummers die het album in de tweede helft wat doen inzakken vind ik.
De 10 nummers die overblijven zijn echter wel van een hoge goudwaarde.

Eerst de songs die Neil in z'n uppie schreef tijdens de CH demo sessies.

Fall at Your Feet werd terecht op single gezet en laat de meester romanticus spreken.
De lovesongs van Neil (ook die van Tim trouwens) zijn altijd zo ontzettende raak verwoord
dat ik geen betere liefdespoëzie in popland kan bedenken dan hun gezamelijke oeuvre.

En met She Goes On stoten we op één van de mooiste beyond the grave songs ever.
Je kan het lied ook vanuit twee invalshoeken beluisteren. Onsterfelijkheid lijkt centraal te staan.
Ofwel de onsterfelijkheid van de liefde zelf, ofwel die van de teerbeminde in kwestie.

Tall Trees vind ik eigenlijk niet zo denderend.
Klinkt iets te veel als een demo die verder kon uitgewerkt worden.

Dan de songs die door de broers samen geschreven werden.

Het was een berekende gok om Chocolate Cake als eerste single uit te brengen.
Voor heel wat Crowded House fans lag het dessert zwaar op de maan. Het was zonder meer
een stijlbreuk met eerdere singles, maar kondigde tegelijk mooie een nieuw hoofdstuk aan.

In Chocolate Cake zit duidelijk de hand van Tim Finn die er een erezaak van maakt
om af en toe uit te pakken met een door en door vrolijk nummer. Hartenpijn en zielenleed
zijn dankbare song onderwerpen, maar humor in een popsong stoppen is een hele uitdaging.

Opvallend in het arrangement is de mondharmonica die ook opduikt in There Goes God.
Net als Chocolate Cake een satirisch nummer. Beide ook nummers die toch een ander facet
van de band laten zien. Whispers and Moans doet dat ook, zij het ietwat subtieler.

It's Only Natural mocht ook op single en brengt onderhoudende radiopop.
Met een grappige intro, dat wel, al ebt die aangekondigde spanning gauw weg.
Prachtig is toch maar weer die samenzang tussen Neil en Tim.

De echte prijsbeesten van Woodface blijven voor mij toch nog altijd
de seizoensgebonden liedjes Weather with You en Four Seasons in One Day.
De eerste heeft net iets meer Tim in zich, de laatste draagt meer de Neil stempel.

Hoewel het bon ton is om Weather with You omwille van zijn hitstatus links te leggen,
blijf ik het een schitterend lied vinden. De single edit verminkte echter wel de structuur.
Four Seasons in One Day klinkt een beetje als de "Yesterday" van Crowded House.
De Nieuwzeelandse Beatles hebben hun bijnaam zeker niet gestolen.

Eindigen doet het album met How Will You Go dat heel mooi het midden houdt
tussen een wiegelied en een dronkemanslied. Zie ik de lichtjes van de Schelde ...
Wanneer je dan indommelt om je roes uit te slapen, duiken plots vier spoken op uit de nacht
om je nog een minuut toe te schreeuwen dat ze er nog altijd zijn ... we're still here ...

Hahaha, Crowded House, altijd in de stemming voor een practical joke.

Wie geïnteresseerd is in de drie overblijvende songs
die uit dezelfde broeder sessies stammen, kan terecht op de volgende albums.
Tim Finn - Before & After (1993) voor In Love with It All en Strangeness and Charm.
Crowded House - Together Alone (1993) voor Catherine Wheels.

Culture Club - Colour by Numbers (1983)

poster
4,0
COLOUR BY NUMBERS 1983

Wat een smashing hitplaat was dat.
Vier (vijf) singles en nog een paar puike albumtracks.

Karma Chameleon werd een wereldhit.
Een van de 80s nummers die kapot gedraaid werden.
Misschien een te simpele song om het label klassieker te verdienen.
Maar hoedanook de best verkochte single in de UK van 1983.

Dan val ik veel meer voor Church of the Poison Mind.
Een single die het album maanden voorafging en dichter
bij de kwaliteit van Do You Really Want to Hurt Me en Time
aanleunt: een geslaagde motown pastiche (zie ook Wham!).

Victims vond ik ook de moeite, al krijgt deze ballad
geregeld tegenwind van de doorsnee criticus ... ik vond hem
sfeervol en zelfs goed passen bij kerstmis 1983 (tijd van release).
En in de tekst zitten een paar knipoogjes ...

Pull the strings of emotion
Take a ride into unknown pleasure
Feel like a child
On a dark night
Wishing there was some kind of heaven
I could be warm with your smiling
Hold out your hand for a while
The victims
We know them so well


It's a Miracle was de vierde single ... dartel als de lente,
met een meesterlijke beat maar een iets te simplistisch refrein.
In de US werd het rockende Miss Me Blind als vierde single gekozen.
Een vakkundige popsong met een onverwachte gitaarsolo.

Black Money zou het in 1987 tot single brengen,
naar aanleiding van de eerste "best of" van Culture Club.
Warme en indrukwekkende soul uit het keelgat van Boy George.

Al heeft dit Culture Club album ook veel te danken aan de backing
vocals van Helen Terry, het soms iets te nadrukkelijke aanwezige gastlid.
Het alleen door piano begeleide That's the Way is daar een voorbeeld van.
Een bijzonder sterk nummer ... klinkt als een cover, maar is eigen werk.

Changing Every Day vind ik wat minder.
En ook Mister Man en Stormkeeper boeien me niet echt.
Toch geef ik gul 5 sterren voor de 7 overige schoten in de roos.

De 2003 remaster voegt weinig kwalitatiefs toe, al is het plaatje
wel volledig met oa de b-kantjes Man Shake en Colour by Numbers.
Vanwege de schappelijke prijs: blind aanschafbaar.

Culture Club - Greatest Hits (2010)

poster
5,0
GREATEST HITS 2010

Deze week gekocht en eindelijk een verzamelaar van Culture Club gevonden
die gewoon netjes ALLE * singles chronologisch rangschikt. Includief dvd schijfje
met daarop alle clips en een live optreden uit december 1983.

Tracks 3, 8 en 11 waren singles in de US.
Track 12 (van de film Electric Dreams) was een single in Europa (enkel buiten de UK).
De drie laatste liedjes zijn singles van hun comeback album uit 1999.

Kortom: alle goeds van het legendarische popgroepje in één koop.

Doen!

* alle singles?
Neen, de twee eerste White Boy en I'm Afraid of Me staan er niet op.
Die nummers zijn ook nog nooit in hun single versie op CD verschenen.
Daar vind je altijd de album versies. Beide singles flopten overigens terecht.

Culture Club - Kissing to Be Clever (1982)

poster
3,0
KISSING TO BE CLEVER 1982

Heb ik altijd een vreemde plaat gevonden.
Heel slecht geproducet ook (vooral de vocalen dan).
En toch is het Stewart Levine die ook de volgende hits
en albums zal producen (die ik dan veel beter vind klinken).

De eerste singles White Boy en I'm Afraid of Me
(hier beide in gewijzigde vorm aanwezig) hebben me nooit
echt kunnen bekoren. Ik heb tot op heden zelfs geen Nederlandse
of Duitse release van deze 7" plaatjes gevonden ....

Het album eindigt met Do You Really Want to Hurt Me.
Een midtempo opvullertje dat de band in extremis nog schreef.
Het album had een wat rustiger nummer nodig en vandaar.

Laat het nu precies een scharniernummer zijn.
Niet alleen voor de band die er op 1 mee kwam in Europa.
Maar ook voor de popgeschiedenis van de jaren 80.

Vanaf dit nummer breken Britse wave pop bands definitief door
op het continent en in het kielzog van Boy George zullen het vooral
rijkelijke gekleurde imago's zijn die in 1983 en 1984 hits scoren.
Wham!, Kajagoogoo, etc (zelfs Eurythmics) hadden de juiste looks.

In Amerika zou men spreken van de second wave of british pop.
Het was van de Beatles geleden, maar vanaf 1983 stonden de US
lijsten weer boordevol popmuziek uit het Verenigd Koninkrijk.

Het allermooiste Culture Club nummer staat gelukkig
op de interessante en spotgoedkope 2003 remaster versie.
Time (Clock of the Heart) is gewoon perfecte pop.
Heel mooi strijkersarrangement in de achtergrond zelfs.

Voor de rest heb ik weinig of niets met dit album.
Of het moest het springerige I'll Tumble 4 Ya zijn dat in de US
als single werd uitgebracht en ook in perfecte extended remix is
terug te vinden op de 12" van It's a Miracle ... twee songs in één remix.

Culture Club - This Time (1987)

Alternatieve titel: Twelve Worldwide Hits

poster
4,0
THIS TIME 1987

Na het wereldwijde succes van Karma Chameleon ging het met Culture Club
van kwaad naar erger, zowel muzikaal als privé. Hoewel Boy George in 1987 nog even kon pieken
met een solo-album en bijhorende hits, stond hij vooral om foute redenen in de boekjes.

Deze eerste verzamelaar van de groep blijft vandaag overeind als één van de betere.
Vanaf de doorbraak hit Do You Really Want to Hurt me staan alle bekende singles er op.

I'll Tumble 4 Ya en Miss Me Blind waren singles in de US
en Love Is Love (van de film Electric Dreams) was een single buiten de UK.
De tracklijst werd beperkt tot 12 nummers waardoor singles als The Medal Song
en Mistake No 3 (enkel in de US) ontbreken. Van het vierde CC album haalde Move Away
deze compilatie maar mocht het minder bekende God Thank You Women er niet op.
Ook de twee eerste singles White Boy en I'm Afraid of Me flopten en zijn afwezig.

Bijzonder is de inclusie van Black Money, een sterke albumtrack van Colour by Numbers (1983).
Het nummer werd in sommige landen ook alsnog als single uitgebracht om dit album te trekken.
Op de CD release staan twee extended US mixen.

Culture Club - Waking Up with the House on Fire (1984)

poster
2,0
WAKING UP WITH THE HOUSE ON FIRE 1984

Culture Club is een schoolvoorbeeld van de drie album regel.
Heel wat commerciële acts lijden onder die ongeschreven wet.

Eerste album: de plotse doorbraak
Tweede album: het commercieel succes
Derde album: de vrije val


Dit album mist de frivoliteit en de kleurrijkdom van zijn voorganger.
Compositorische bloedarmoede duikt op ... heel veel toeren
van de UK tot in Japan leidt tot creative leegte en bun out.

Hé ... burn out ... Waking with the House on Fire and burn out ...

Er was de nog behoorlijk hoog genoteerde single The War Song.
Een kritisch nummer op een identieke, elastische beat als The Miracle
en met een tenenkrullende vocale brug ... (ik kan er net tegen).
The War Song ontbreekt op menige Culture Club "best of".

The Medal Song was de tweede en meteen laatste single.
Een verborgen kerstliedje met een leuk meezingbaar refrein.
Nooit begrepen waarom zo'n commercieel kanon als Culture Club
hier niet verder kwam dan twee singles ... alhoewel ...

De mooie ballad Mistake No. 3 had hitpotentie, maar laveert
in hetzelfde vaarwater als Love Is Love dat wel als single verscheen
en afkomstig is van de soundtrack van Electric Dreams (waarvan
Together in Electric Dreams van Phil Oakey en Giorgio Moroder de hit was).

De toevoeging van het uitstekende Love Is Love (alsook The Dream,
uit dezelfde filmscore) hebben mij dit album alsnog doen aanschaffen.
De 2003 remasters van Culture Club zijn best betaalbaar.

Maar daarna houdt het voor mij definitief op.
Culture Club kwam nog twee keer terug, als schim van zichzelf.
Met een leuke single op de radio, maar zonder overtuigend album.

Cyndi Lauper - She's So Unusual (1983)

poster
4,0
SHE'S SO UNUSUAL (1983)

Dat is het minste wat je van La Lauper kan zeggen ...

Zoals bij vele 80s acts was het eerste (of tweede) album het beste.
Op haar solo-debuut grossiert Cyndi in vlotte, Amerikaanse new wave.
Want zo werd rock in een synthjasje in de US genoemd: new wave.

Er zijn natuurlijk de vier singles waarmee Cyndi Lauper
de eerste vrouwelijke artiest werd die met vier opeenvolgende
singles van hetzelfde album in de US top 10 belandde.

In Europa kennen we vooral het ondeugende Girls Just Want to Have Fun
waarin Lauper als een prettig sjirpende krekel door de straten danst.
Heel aardig is ook de manier waarop de synths inkleuren.

Time after Time is dan de ballad die al even onsterfelijk werd.
Samen met True Colors (van het volgende album) zijn dit wellicht
de drie meest essentiële Cyndi Lauper singles ... verplichte platenkastpop.

In She Bop verheerlijkt Lauper masturbatie.
Met dat nummer stak ze heel even Prince naar de kroon.
Om maar niet van Madonna te spreken ... in 1984 verslaat
Lauper de nog opkomende Madonna met de grammy awards.

All Through the Night is een heerlijke midtempo radiohit.
En ook de opener Money Changes Everything (in sommige landen
in live versie, elders in studio versie als vijde single uitgebracht)
is voldoende catchy om de luisteraar te bekoren.

De helft van de plaat is dus prima.
Wat van dit album voor mij een typische 4* plaat maakt.
Normaal valt er nog wel wat lekkers te rapen naast de singles.

Laat ik beginnen met He's So Unusual (een covertje uit de oude doos)
dat Lauper volledige naar haar hand zet als was ze haar eigen oma
die ons toezingt vanuit het nog krakende grammofoonland.

Tenslotte is er When You Were Mine, de enige van de vier overgebleven
nummers dat voor mij overtuigend boven de 3* weet uit te stijgen.
Een heel aardige albumtrack met goeie vocalen.

Want dat doet Lauper wel over de hele lengte van het album.
Ze toont ons alle mogelijkheden van haar krekelgeluid.

Ook al gaan liedjes zoals het vlotte Witness na een tijdje
compositorisch een beetje uit de bocht ... het is haar vergeven.

Een MuMe gemiddelde van 2,95* is bijna een schande.
Ik durf wedden dat velen niet verder luisterden dan die twee klassiekers.
Grijp u kans en herbeleef de jaren 80 met La Lauper.

Cyndi Lauper - Twelve Deadly Cyns... and Then Some (1994)

poster
4,0
CYNDI LAUPER
was het vreemdste meisje uit de klas.
Gekleurd haar, gekke jurken en een aparte stem.
Maar ze had persoonlijkheid en was erg kunstzinnig.

Soms trapte ze een balletje mee met de jongens.
Cyndi werd gewaardeerd om haar eigenzinnigheid.
En ze kon zingen ... wat een bezieling ...

In 1984 leek ze heel even op weg
om met Madonna te bikkelen om de titel van "stoutste meisje".
Maar achteraf bleken haar albums Amerikaanser
en dus minder universeel ... het bleef bij enkel onvergetelijke hits.

TWELVE DEADLY CYNS ... AND THEN SOME
is een goed, maar enigszins rommelig compilatiealbum.
De tracklijst is niet chronologisch en telt 3 nieuwe nummers.

(2/4/5/6/3) waren singels van haar debuut She's So Unusual (1983)
(8/7/9) staan op True Colors (1986) en waren singels.
(10) is de enige vertegenwoordiger van A Night to Remember (1989).
(11) was een singel uit de soundtrack van Tycoon (1992).
(12/14/13) zijn singels van Hatfull of Stars (1993).
(15/1/16) waren nieuwe tracks en werden ook alle 3 singels.

FAVORIETEN: 2 / 4 / 5 / 8 / 7 / 10 / 11 / 14

CONCLUSIE
plus - alle grootste hits staan er op.
min - het album A Night to Remember is ondervertegenwoordigd.

VOETNOOT
Op de Amerikaanse editie ontbreken tracks 11 en 12..
Track 17 staat enkel op de Japanse versie.