Hier kun je zien welke berichten dazzler als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Echo & The Bunnymen - Crocodiles (1980)

4,0
0
geplaatst: 19 mei 2009, 20:42 uur
CROCODILES 1980
Kant 1 van dit debuut valt op door
de energieke aanpak van de bandleden.
Verbeten muziek (Crocodiles) met kervende bas,
sterke akkoorden, een sfeervolle toets en een gepassioneerd zanger.
Monkeys bekoort me het meest. Een song die blijft hangen.
Crocodiles bijt ook voldoende van zich af ... knap gitaarwerk.
De eerste drie nummers bevatten reeds al de ingrediënten
die Echo & The Bunnymen in hun latere werk zal verfijnen.
Zo blikt Stars Are Stars nog het meest vooruit qua sound.
Going Up en Pride vind ik minder overtuigend, te fragmentarisch.
Kant 2 van Crocodiles hapt met meer overtuiging toe.
De single Rescue en het onvolprezen Villiers Terrace
(had ook op single gemoeten) zijn met stip de prijsnummers
van dit album. Fijn besnaarde postpunk met krachtig refrein.
Pictures on My Wall is een heropname van de debuutsingle.
Een nummer dat goed laat horen hoe deze groep met één been
in het geluid van de sixties staat. Doors en Velvet Underground.
All That Jazz bevestigt het nog jonge talent. In het postpunk tijdperk
situeert Echo & The Bunnymen zich ergens tussen de uptempo smeekbede
van Siouxsie & The Banshees en de donkere poëzie van The Sound.
Happy Death Men sluit een album
dat net 4 sterren haalt op gepaste wijze af.
De perfecte soundtrack bij de hoesfoto.
Echo & The Bunnymen hebben zichzelf op de kaart gezet.
Met de single The Puppet / Do It Clean
voegden ze nog een dansbaar facet aan hun groeibriljant toe.
De neurotische a-kant ontbreekt (wat een gemiste kans)
op de anders mooi vormgegeven 25th anniversary edition.
De hitpotentere b-kant zorgt er uiteindelijk
toch nog voor dat de poppen aan het dansen gaan.
Wat een schitterend nummer is dit toch.
Is this the blues I'm singing, vraagt Ian McCullough
zich af in volle postpunk tijden ... Echo & The Bunnymen
is een groep die erin slaagt tijdperken en genres te overstijgen.
Kant 1 van dit debuut valt op door
de energieke aanpak van de bandleden.
Verbeten muziek (Crocodiles) met kervende bas,
sterke akkoorden, een sfeervolle toets en een gepassioneerd zanger.
Monkeys bekoort me het meest. Een song die blijft hangen.
Crocodiles bijt ook voldoende van zich af ... knap gitaarwerk.
De eerste drie nummers bevatten reeds al de ingrediënten
die Echo & The Bunnymen in hun latere werk zal verfijnen.
Zo blikt Stars Are Stars nog het meest vooruit qua sound.
Going Up en Pride vind ik minder overtuigend, te fragmentarisch.
Kant 2 van Crocodiles hapt met meer overtuiging toe.
De single Rescue en het onvolprezen Villiers Terrace
(had ook op single gemoeten) zijn met stip de prijsnummers
van dit album. Fijn besnaarde postpunk met krachtig refrein.
Pictures on My Wall is een heropname van de debuutsingle.
Een nummer dat goed laat horen hoe deze groep met één been
in het geluid van de sixties staat. Doors en Velvet Underground.
All That Jazz bevestigt het nog jonge talent. In het postpunk tijdperk
situeert Echo & The Bunnymen zich ergens tussen de uptempo smeekbede
van Siouxsie & The Banshees en de donkere poëzie van The Sound.
Happy Death Men sluit een album
dat net 4 sterren haalt op gepaste wijze af.
De perfecte soundtrack bij de hoesfoto.
Echo & The Bunnymen hebben zichzelf op de kaart gezet.
Met de single The Puppet / Do It Clean
voegden ze nog een dansbaar facet aan hun groeibriljant toe.
De neurotische a-kant ontbreekt (wat een gemiste kans)
op de anders mooi vormgegeven 25th anniversary edition.
De hitpotentere b-kant zorgt er uiteindelijk
toch nog voor dat de poppen aan het dansen gaan.
Wat een schitterend nummer is dit toch.
Is this the blues I'm singing, vraagt Ian McCullough
zich af in volle postpunk tijden ... Echo & The Bunnymen
is een groep die erin slaagt tijdperken en genres te overstijgen.
Echo & The Bunnymen - Heaven Up Here (1981)

4,0
1
geplaatst: 14 februari 2014, 20:44 uur
HEAVEN UP HERE 1981
Laat ik er geen doekjes om winden.
Echo & The Bunnymen schreven een aantal beresterke new wave klassiekers.
En af en toe valt er op hun albums nog een verborgen parel te ontdekken.
Maar boeien doen ze me zelden een volledig album lang.
Ocean Rain (1984) gun ik graag het volle pond omdat de songs daar
door goed uitgekiende arrangementen ver boven de middelmaat worden getild.
Op Heaven Up Here lopen de composities soms iets minder gesmeerd.
Maar de theatrale bezieling waarmee Ian McCullogh ze brengt, verzacht de pijn.
Heaven Up Here begint stevig met Show of Strength
dat op de vleugels van een fijne gitaarlijn aan het dansen zet.
Met een muzikaliteit die mijn new wave gemoed doet vollopen.
Eigenlijk is With a Hip een goed voorbeeld van wat ik hier bedoel te schrijven.
Niet echt een song, eerder een opwelling die muzikaal vorm gegeven moet worden.
Met Over the Wall, meer performance dan song,
slaagt de groep er wil in om de luisteraar te overdonderen.
Op een koortsachtige roffel, kreunen bitse gitaren mij over de streep.
It Was a Pleasure suggereert dat het ergens kwalijk moet jeuken.
Het nummer krabt wel wild om zich heen, maar brengt geen soelaas.
Op de enige single die het album rijk is, staan alle instrumenten
plots met de neus in dezelfde richting en er ontvouwt zich zowaar een melodie.
Wie zijn ziel eens goed wil luchten, moet een proberen om getromenteerd mee te zingen.
Het lijkt wel alsof op kant één drie toppers bewust werden afgewisseld met twee opvullers.
Eens benieuwd of kant twee volgens dezelfde logica is opgebouwd.
De titelsong Heaven Up Here gooit meteen alle remmen los.
Het is zoeken naar een patroon, een pakkende riff, maar het is de koorts die regeert.
Dit is een album dat je niet vanuit je zetel moet beoordelen, maar vanop de donkere dansvloer.
Lange zwarte mantels met piekhaar en puntschoenen schuiven aan.
The Disease wil niet meer zijn dan een poëtische adempauze, waarmee McCullogh
zichzelf duidelijk in de traditie van Jim Morrison plaatst. Had ook van Bono en U2 kunnen zijn.
Een kort, atmosferisch nummertje is vaak de opmaat voor één van de fraaiste albumtracks.
All My Colours verbreedt met een Afrikaanse ritmepatroon het muzikale palet van E&TB.
En eindelijk dient de groep nog eens een gemoedelijk schuivend akkoordenschema op.
Het nummer, een verloren singlekandidaat, werd ook bekend onder de titel Zimbo.
No Dark Things verlaat het kwellend postpunk pad van de meeste liedjes en rockt recht voor zich uit.
Opvallend hoe de groep krampachtig met de gitaar de nodige accenten probeert te leggen in de songs.
Sommige composities hebben het moeilijk om overeind te blijven op Heaven Up Here.
Het album schiet misschien net iets te kort als het over meeslepende akkoorden
of pakkende refreinen gaat: ingrediënten voor een album dat blijft hangen.
Turqouise Days dient zich opnieuw aan als een stukje muzikaal theater.
En eigenlijk hou ik wel van die aanpak. Ze past ook prima bij de stem van Ian.
Soms is een goeie plaat meer dan de optelsom van zijn individuele tracks.
En vraagt daarom om in zijn totaliteit beoordeeld te mogen worden en niet op basis
van een toevallige outtake, een mogelijke single of een - godbetert - lukrake download.
Toch kan het gekraakte sluitstuk All I Want me niet overtuigen.
Een te geforceerde poging om creatief af te ronden, één song te veel.
Heaven Up Here zit qua sound in dezelfde new wave sfeer als From the Lions Mouth van The Sound.
Op en top postpunk met diepe bassen, solide drums, krassende gitaren, maar met minder synthesizer.
Daarom is het totaalbeeld donkerder, verontrustender, maar zeker niet minder mooi of authentiek.
Laat ik er geen doekjes om winden.
Echo & The Bunnymen schreven een aantal beresterke new wave klassiekers.
En af en toe valt er op hun albums nog een verborgen parel te ontdekken.
Maar boeien doen ze me zelden een volledig album lang.
Ocean Rain (1984) gun ik graag het volle pond omdat de songs daar
door goed uitgekiende arrangementen ver boven de middelmaat worden getild.
Op Heaven Up Here lopen de composities soms iets minder gesmeerd.
Maar de theatrale bezieling waarmee Ian McCullogh ze brengt, verzacht de pijn.
Heaven Up Here begint stevig met Show of Strength
dat op de vleugels van een fijne gitaarlijn aan het dansen zet.
Met een muzikaliteit die mijn new wave gemoed doet vollopen.
Eigenlijk is With a Hip een goed voorbeeld van wat ik hier bedoel te schrijven.
Niet echt een song, eerder een opwelling die muzikaal vorm gegeven moet worden.
Met Over the Wall, meer performance dan song,
slaagt de groep er wil in om de luisteraar te overdonderen.
Op een koortsachtige roffel, kreunen bitse gitaren mij over de streep.
It Was a Pleasure suggereert dat het ergens kwalijk moet jeuken.
Het nummer krabt wel wild om zich heen, maar brengt geen soelaas.
Op de enige single die het album rijk is, staan alle instrumenten
plots met de neus in dezelfde richting en er ontvouwt zich zowaar een melodie.
Wie zijn ziel eens goed wil luchten, moet een proberen om getromenteerd mee te zingen.
Het lijkt wel alsof op kant één drie toppers bewust werden afgewisseld met twee opvullers.
Eens benieuwd of kant twee volgens dezelfde logica is opgebouwd.
De titelsong Heaven Up Here gooit meteen alle remmen los.
Het is zoeken naar een patroon, een pakkende riff, maar het is de koorts die regeert.
Dit is een album dat je niet vanuit je zetel moet beoordelen, maar vanop de donkere dansvloer.
Lange zwarte mantels met piekhaar en puntschoenen schuiven aan.
The Disease wil niet meer zijn dan een poëtische adempauze, waarmee McCullogh
zichzelf duidelijk in de traditie van Jim Morrison plaatst. Had ook van Bono en U2 kunnen zijn.
Een kort, atmosferisch nummertje is vaak de opmaat voor één van de fraaiste albumtracks.
All My Colours verbreedt met een Afrikaanse ritmepatroon het muzikale palet van E&TB.
En eindelijk dient de groep nog eens een gemoedelijk schuivend akkoordenschema op.
Het nummer, een verloren singlekandidaat, werd ook bekend onder de titel Zimbo.
No Dark Things verlaat het kwellend postpunk pad van de meeste liedjes en rockt recht voor zich uit.
Opvallend hoe de groep krampachtig met de gitaar de nodige accenten probeert te leggen in de songs.
Sommige composities hebben het moeilijk om overeind te blijven op Heaven Up Here.
Het album schiet misschien net iets te kort als het over meeslepende akkoorden
of pakkende refreinen gaat: ingrediënten voor een album dat blijft hangen.
Turqouise Days dient zich opnieuw aan als een stukje muzikaal theater.
En eigenlijk hou ik wel van die aanpak. Ze past ook prima bij de stem van Ian.
Soms is een goeie plaat meer dan de optelsom van zijn individuele tracks.
En vraagt daarom om in zijn totaliteit beoordeeld te mogen worden en niet op basis
van een toevallige outtake, een mogelijke single of een - godbetert - lukrake download.
Toch kan het gekraakte sluitstuk All I Want me niet overtuigen.
Een te geforceerde poging om creatief af te ronden, één song te veel.
Heaven Up Here zit qua sound in dezelfde new wave sfeer als From the Lions Mouth van The Sound.
Op en top postpunk met diepe bassen, solide drums, krassende gitaren, maar met minder synthesizer.
Daarom is het totaalbeeld donkerder, verontrustender, maar zeker niet minder mooi of authentiek.
Echo & The Bunnymen - Ocean Rain (1984)

5,0
1
geplaatst: 27 juni 2012, 00:18 uur
OCEAN RAIN 1984
Trek een blik violen open en je plaat wordt meteen ondergedompeld
in een zweem van kunstzinnigheid. Het is een wat oneerbiedige boutade
waarmee wat meewarig wordt neergekeken door postpunks op Ocean Rain.
En we moeten toegeven: weg zijn de scherpe gitaren en de donkere buien.
Met Ocean Rain boorden Echo en de konijnenmannen een breder publiek aan.
Zoiets klinkt altijd een beetje verdacht. En de plaat bijwijlen ook een beetje soft.
De single silver zet al meteen de toon. Overladen met string arrangementen
(denk ook aan The Lexicon of Love van ABC) en een lalala refrein dat Jim Kerr
de gordijnen injaagt. Maar de song is best en de tekst staat stijf van de poëzie.
In Nocturnal Me vaar je de indigo grot binnen om deel te nemen
aan het vleermuizenbestaan. Eén van de troeven van Ocean Rain is de wijze
waarop men akoestische gitaren durft inzetten. Ook nu weer hoor je tussen
de notenbalken de liefde voor het werk van The Doors. Prachtig nummertje.
Crystal Days vind ik net iets te dicht bij Silver en Seven Seas aanleunen.
Een scheurgitaar zorgt echter tijdig als van oudsher voor het nodige venijn.
En The Yo-Yo Man is sterker in zijn arrangement dan als song.
Thorn of Crowns is het meest donkere nummer op Ocean Rain
en paart een Jim Morrison performance aan een Nick Cave attitude.
De gitaren van dienst wijzen richting Joy Division. Melodramatiek troef.
De andere kant begint met bloedmooie The Killing Moon dat samen
met There Is a Light That Never Goes Out (The Smiths) en The Unforgettable Fire (U2)
tot de meest perfecte popsongs ooit kan gerekend worden. Als een wolf huil ik dan mee
met het refrein. Fate, up against your will ... een lyrische catharsis van een tekst.
Seven Seas trilt op de snaren van bas en strijkers. Burning my bridges
and smashing my mirrors ... opnieuw neemt Ian McCulloch de luisteraar mee
in een song die je even bevrijdend wil optillen uit je dagelijkse beslommeringen.
Meezingbare single zelfs die het niveau van het album strak en hoog houdt.
Een soort misthoorn kondigt het akoestische tij aan dat je uitnodigt
op de vleugels van zijn golfslag. Net als Thorn of Crowns flirt My Kingdom
met Messiaanse metaforen. De stem en de lyriek van McCulloch behoorden
voor mij lang tot de best bewaarde geheimen van de postpunk. Heerlijke gitaar.
De titelsong gaat gebukt onder een wolkendek van violen.
Hoe mooi ook, de song mist daardoor toch een beetje power.
Ians stem zeilt de grot weer uit, de horizon tegemoet.
Ocean Rain en The Unforgettable Fire. De grot en het kasteel.
De Schotse regen versus het Ierse vuur. Beide groepen worden volwassen
in het jaar 1984 en slagen erin om hun songs rijker te arrangeren en hun boodschap
op die manier bij een breder publiek te brengen. Echo & The Bunnymen en U2.
Het is wachten tot 1987 voor beide groepen met nieuw werk komen.
U2 zal de wereld veroveren met The Joshua Tree. Echo & The Bunnymen
zet zichzelf op een zijspoor met een veel te radiozoet, titelloos album.
Maar in 1984 brachten beide bands de hemel een beetje dichterbij.
Trek een blik violen open en je plaat wordt meteen ondergedompeld
in een zweem van kunstzinnigheid. Het is een wat oneerbiedige boutade
waarmee wat meewarig wordt neergekeken door postpunks op Ocean Rain.
En we moeten toegeven: weg zijn de scherpe gitaren en de donkere buien.
Met Ocean Rain boorden Echo en de konijnenmannen een breder publiek aan.
Zoiets klinkt altijd een beetje verdacht. En de plaat bijwijlen ook een beetje soft.
De single silver zet al meteen de toon. Overladen met string arrangementen
(denk ook aan The Lexicon of Love van ABC) en een lalala refrein dat Jim Kerr
de gordijnen injaagt. Maar de song is best en de tekst staat stijf van de poëzie.
In Nocturnal Me vaar je de indigo grot binnen om deel te nemen
aan het vleermuizenbestaan. Eén van de troeven van Ocean Rain is de wijze
waarop men akoestische gitaren durft inzetten. Ook nu weer hoor je tussen
de notenbalken de liefde voor het werk van The Doors. Prachtig nummertje.
Crystal Days vind ik net iets te dicht bij Silver en Seven Seas aanleunen.
Een scheurgitaar zorgt echter tijdig als van oudsher voor het nodige venijn.
En The Yo-Yo Man is sterker in zijn arrangement dan als song.
Thorn of Crowns is het meest donkere nummer op Ocean Rain
en paart een Jim Morrison performance aan een Nick Cave attitude.
De gitaren van dienst wijzen richting Joy Division. Melodramatiek troef.
De andere kant begint met bloedmooie The Killing Moon dat samen
met There Is a Light That Never Goes Out (The Smiths) en The Unforgettable Fire (U2)
tot de meest perfecte popsongs ooit kan gerekend worden. Als een wolf huil ik dan mee
met het refrein. Fate, up against your will ... een lyrische catharsis van een tekst.
Seven Seas trilt op de snaren van bas en strijkers. Burning my bridges
and smashing my mirrors ... opnieuw neemt Ian McCulloch de luisteraar mee
in een song die je even bevrijdend wil optillen uit je dagelijkse beslommeringen.
Meezingbare single zelfs die het niveau van het album strak en hoog houdt.
Een soort misthoorn kondigt het akoestische tij aan dat je uitnodigt
op de vleugels van zijn golfslag. Net als Thorn of Crowns flirt My Kingdom
met Messiaanse metaforen. De stem en de lyriek van McCulloch behoorden
voor mij lang tot de best bewaarde geheimen van de postpunk. Heerlijke gitaar.
De titelsong gaat gebukt onder een wolkendek van violen.
Hoe mooi ook, de song mist daardoor toch een beetje power.
Ians stem zeilt de grot weer uit, de horizon tegemoet.
Ocean Rain en The Unforgettable Fire. De grot en het kasteel.
De Schotse regen versus het Ierse vuur. Beide groepen worden volwassen
in het jaar 1984 en slagen erin om hun songs rijker te arrangeren en hun boodschap
op die manier bij een breder publiek te brengen. Echo & The Bunnymen en U2.
Het is wachten tot 1987 voor beide groepen met nieuw werk komen.
U2 zal de wereld veroveren met The Joshua Tree. Echo & The Bunnymen
zet zichzelf op een zijspoor met een veel te radiozoet, titelloos album.
Maar in 1984 brachten beide bands de hemel een beetje dichterbij.
Edie Brickell & New Bohemians - Shooting Rubberbands at the Stars (1989)

4,0
2
geplaatst: 14 juli 2008, 21:34 uur
SHOOTING RUBBERBANDS AT THE STARS
is een eerlijk en bijzonder aardig album van Edie Brickell.
Het album past tussen alle vrouwelijke singer-songwriters
die aan het eind van de 80s hun weg naar het grote publiek vinden.
Denk bijvoorbeeld aan Suzanne Vega, Melissa Etheridge,
Tanita Tikaram, Indigo Girls, Tracy Chapman, Natalie Merchant etc ...
What I Am (in 1998 nog een coverhitje voor Emma Bunton),
Circle, Little Miss S en Love Like We Do waren prima radiohits.
Maar er staat meer lekkers op zoals het meezingbare portret She
en het met een diamenten gitaarrifje voorziene Nothing.
Zoals dat vaak gaat met een debuutalbum
was er een overvloed van songs om uit te kiezen.
En zoals het vaak daarna gaat, zal de songkwaliteit
op latere albums ook langzamerhand dalen.
Maar niet getreurd: Edie heeft het volste recht dat
dit klassedebuut ook vandaag nog een luisterkans verdient.
is een eerlijk en bijzonder aardig album van Edie Brickell.
Het album past tussen alle vrouwelijke singer-songwriters
die aan het eind van de 80s hun weg naar het grote publiek vinden.
Denk bijvoorbeeld aan Suzanne Vega, Melissa Etheridge,
Tanita Tikaram, Indigo Girls, Tracy Chapman, Natalie Merchant etc ...
What I Am (in 1998 nog een coverhitje voor Emma Bunton),
Circle, Little Miss S en Love Like We Do waren prima radiohits.
Maar er staat meer lekkers op zoals het meezingbare portret She
en het met een diamenten gitaarrifje voorziene Nothing.
Zoals dat vaak gaat met een debuutalbum
was er een overvloed van songs om uit te kiezen.
En zoals het vaak daarna gaat, zal de songkwaliteit
op latere albums ook langzamerhand dalen.
Maar niet getreurd: Edie heeft het volste recht dat
dit klassedebuut ook vandaag nog een luisterkans verdient.
Electric Light Orchestra - A New World Record (1976)

0
geplaatst: 23 maart 2023, 09:25 uur
A NEW WORLD RECORD 1976
Beatles pop met prog streken en dat dan stevig opgesaust met een blik violen. Een snuifje Kraftwerk (Telephone Line), een gastoptreden van Bianca Castafiore (Rockaria!), een verloren gereden politiesirene (Mission (A New World Record)), een exotische cocktail van rock en disco (So Fine), een paar hardrock riffs (Do Ya) en het zo herkenbare doffe drumgeluid (Shangri-La) uit de keuken van Lynn. Kortom: het perfecte recept voor een kitsch gerecht. Smullen maar!
Beatles pop met prog streken en dat dan stevig opgesaust met een blik violen. Een snuifje Kraftwerk (Telephone Line), een gastoptreden van Bianca Castafiore (Rockaria!), een verloren gereden politiesirene (Mission (A New World Record)), een exotische cocktail van rock en disco (So Fine), een paar hardrock riffs (Do Ya) en het zo herkenbare doffe drumgeluid (Shangri-La) uit de keuken van Lynn. Kortom: het perfecte recept voor een kitsch gerecht. Smullen maar!
Elisa Waut - Commedia (1987)

4,0
2
geplaatst: 9 juli 2009, 23:22 uur
COMMEDIA 1987
Al eens in een Brugs snoepwinkeltje geweest?
Moet je zeker eens doen door naar deze elpee te luisteren.
New wave meets cabaret op Commedia van Elisa Waut.
Jammer genoeg is de CD uitverkocht ... een rerelease dringt zich op.
Er waren de drie puike singles:
Four Times More met Elsjes engelenkoor in de hoofdrol.
Melancholisch slepend zoals Morrissey klonk op Viva Hate.
Lots of People bedient zich van eenzelfde lyriek.
Everyday is like sunday ... zeemeeuwen op het strand.
Don't Be Mad Get Even was de meest swingende single.
Heel kleurrijk gearrangeerd met een bijna gemene zanglijn.
Soms doet Els Helewaut wat aan Jo Lemaire denken.
Het arrangement van You're Not Unwise lijkt iets te hard op Lots of People.
Aardige albumtrack met iets te licht refrein maar leuke blazers
A Fool Is Better off Dead opent de door van het cabaret.
Muziekjes die je bij voorkeur in een theaterzaal wil beluisteren.
Heeft misschien ook iets van de theatraliteit van een Marc Almond.
Falling off a Bridge introduceert de plaatselijke fanfare.
Maar elk liedje blijft tegelijk subtiel miniatuur, nooit uitvergroot.
Homecalls is niet veel meer dan een vocale lijn,
die weliswaar heerlijk gesuikerd wordt door het arrangement.
Het zoveelste snoepje op deze werkelijk genietbare plaat.
Sorry for Last Night draagt muzikaal het duidelijkst de stempel
van producer Blanchart die ook meespeelt op het album: pop 'n' soul.
Een nummer dat wat moeilijk van de grond komt ...
En dan is er de muziekdoos van Millionaire.
Diamonds are a girl's best friends ... droom maar mee.
Een minimusical van 2.50 minuten: geen man die niet smelt.
Cover Yourself with Dreams heeft iets te veel van Amerikaanse kauwgom
om te passen in dit kanten snoepwinkeltje uit Brugge.
Toch geef ik vijf sterren omdat het album rijk gevarieerd is.
Zelfs de matige songs vervelen niet, stuk voor stuk genietbaar.
Producer Blanchart heeft er een groot aandeel in.
Hierna zou Blanchart trouwens zelf weer platen gaan maken.
Elisa Waut zou steeds mainstreamer gaan klinken.
Al eens in een Brugs snoepwinkeltje geweest?
Moet je zeker eens doen door naar deze elpee te luisteren.
New wave meets cabaret op Commedia van Elisa Waut.
Jammer genoeg is de CD uitverkocht ... een rerelease dringt zich op.
Er waren de drie puike singles:
Four Times More met Elsjes engelenkoor in de hoofdrol.
Melancholisch slepend zoals Morrissey klonk op Viva Hate.
Lots of People bedient zich van eenzelfde lyriek.
Everyday is like sunday ... zeemeeuwen op het strand.
Don't Be Mad Get Even was de meest swingende single.
Heel kleurrijk gearrangeerd met een bijna gemene zanglijn.
Soms doet Els Helewaut wat aan Jo Lemaire denken.
Het arrangement van You're Not Unwise lijkt iets te hard op Lots of People.
Aardige albumtrack met iets te licht refrein maar leuke blazers
A Fool Is Better off Dead opent de door van het cabaret.
Muziekjes die je bij voorkeur in een theaterzaal wil beluisteren.
Heeft misschien ook iets van de theatraliteit van een Marc Almond.
Falling off a Bridge introduceert de plaatselijke fanfare.
Maar elk liedje blijft tegelijk subtiel miniatuur, nooit uitvergroot.
Homecalls is niet veel meer dan een vocale lijn,
die weliswaar heerlijk gesuikerd wordt door het arrangement.
Het zoveelste snoepje op deze werkelijk genietbare plaat.
Sorry for Last Night draagt muzikaal het duidelijkst de stempel
van producer Blanchart die ook meespeelt op het album: pop 'n' soul.
Een nummer dat wat moeilijk van de grond komt ...
En dan is er de muziekdoos van Millionaire.
Diamonds are a girl's best friends ... droom maar mee.
Een minimusical van 2.50 minuten: geen man die niet smelt.
Cover Yourself with Dreams heeft iets te veel van Amerikaanse kauwgom
om te passen in dit kanten snoepwinkeltje uit Brugge.
Toch geef ik vijf sterren omdat het album rijk gevarieerd is.
Zelfs de matige songs vervelen niet, stuk voor stuk genietbaar.
Producer Blanchart heeft er een groot aandeel in.
Hierna zou Blanchart trouwens zelf weer platen gaan maken.
Elisa Waut zou steeds mainstreamer gaan klinken.
Eric Clapton - 461 Ocean Boulevard (1974)

4,0
0
geplaatst: 11 juli 2008, 16:12 uur
Ik ben zeker geen Clapton specialist,
maar ik kocht deze week voor 1,50 euro
dit (dacht ik toch) standaardalbum uit 1974.
In fonkelnieuwe CDstaat nog wel.
Ik zit er nu al voor de derde keer naar te luisteren
en was meteen verkocht bij de magistrale opener.
Motherless Children swingt als een motor
en heeft een gitaargeluid dat doet watertanden.
De CD is heel professioneel geproducet, vind ik.
Heel mooi geluid: de gitaren centraal zonder dat ze domineren.
Alles wordt ook vakkundig ingespeeld.
Give me Strength is een wat luie country ballad.
Maar wel zalig vormgegeven ... een schommelpaard van een lied.
Willie and the Hand Jive had een titel die ik van ver al gehoord had.
Een Clapton jive, een beetje slow, maar onderhoudend genoeg.
Get Ready wil opnieuw wat meer rocken.
Een onversneden rhythm and blues song met zweterige vocalen ...
I Shot the Sheriff was even nummer 1 in de States.
Clapton definitief God en Bob Marley kon de wereld veroveren.
I Can't Hold out plaatst Claptons gitaar op de voorgrond.
Een muzikale stijl die mij net iets minder weet te bekoren.
Please Be with Me brengt de singer songwriter in Clapton aan bod.
Weer zo'n country lullaby met een ingehouden adem gezongen.
Let it Grow heeft een fraaie akkoestische gitaar
en met dat bloemenkoor ook iets van een zachte gospelbries.
Steady Rollin' Man gaat weer de rhythm and blues toer op.
Met wat vetter gitaargeluid en opnieuw mooie orgeltoetsen.
Mainline Florida is een sterke finale.
Clapton zelf en zijn gitaar kreunen er deftig op los.
Wat deze plaat zo goed maakt is het heldere,
beheerste en nooit vervelende gitaarspel van de meester.
Het songmateriaal is ook gevarieerd genoeg om te blijven boeien.
Erics vocalen zijn nooit echt krachtig, maar worden
hier handig en mooi in het totaalgeluid gemixt.
Niet mijn lievelingsmuziek, maar ik kan deze plaat bijzonder goed smaken.
Nog even laten groeien en wie weet ooit een (half) sterretje bij.
maar ik kocht deze week voor 1,50 euro
dit (dacht ik toch) standaardalbum uit 1974.
In fonkelnieuwe CDstaat nog wel.
Ik zit er nu al voor de derde keer naar te luisteren
en was meteen verkocht bij de magistrale opener.
Motherless Children swingt als een motor
en heeft een gitaargeluid dat doet watertanden.
De CD is heel professioneel geproducet, vind ik.
Heel mooi geluid: de gitaren centraal zonder dat ze domineren.
Alles wordt ook vakkundig ingespeeld.
Give me Strength is een wat luie country ballad.
Maar wel zalig vormgegeven ... een schommelpaard van een lied.
Willie and the Hand Jive had een titel die ik van ver al gehoord had.
Een Clapton jive, een beetje slow, maar onderhoudend genoeg.
Get Ready wil opnieuw wat meer rocken.
Een onversneden rhythm and blues song met zweterige vocalen ...
I Shot the Sheriff was even nummer 1 in de States.
Clapton definitief God en Bob Marley kon de wereld veroveren.
I Can't Hold out plaatst Claptons gitaar op de voorgrond.
Een muzikale stijl die mij net iets minder weet te bekoren.
Please Be with Me brengt de singer songwriter in Clapton aan bod.
Weer zo'n country lullaby met een ingehouden adem gezongen.
Let it Grow heeft een fraaie akkoestische gitaar
en met dat bloemenkoor ook iets van een zachte gospelbries.
Steady Rollin' Man gaat weer de rhythm and blues toer op.
Met wat vetter gitaargeluid en opnieuw mooie orgeltoetsen.
Mainline Florida is een sterke finale.
Clapton zelf en zijn gitaar kreunen er deftig op los.
Wat deze plaat zo goed maakt is het heldere,
beheerste en nooit vervelende gitaarspel van de meester.
Het songmateriaal is ook gevarieerd genoeg om te blijven boeien.
Erics vocalen zijn nooit echt krachtig, maar worden
hier handig en mooi in het totaalgeluid gemixt.
Niet mijn lievelingsmuziek, maar ik kan deze plaat bijzonder goed smaken.
Nog even laten groeien en wie weet ooit een (half) sterretje bij.
Eurythmics - Sweet Dreams (Are Made of This) (1983)

5,0
0
geplaatst: 31 januari 2012, 21:52 uur
SWEET DREAMS (ARE MADE OF THIS) 1983
Soms moet je een oude recensie herschrijven.
Zeker als die iets te fragmentarisch aan het internet werd toevertrouwd.
Sweet Dreams zit op dit moment weer stevig in de rotatie bij mij.
Ongetwijfeld één van de beste albums uit 1983 en de gemiddelde score
en zelfs het aantal stemmen vind ik ondermaats voor Sweet Dreams.
Na het geflopte In the Garden (1981) waarop de twee overblijvers
uit The Tourists (Dave & Annie) zich als new wave band wilden profileren
wordt op het album Sweet Dreams definitief gekozen voor de synthpop duo formule
die in 1982 hits oplevert voor Soft Cell, OMD, Blancmange, Tears for Fears, Yazoo enz ...
Het begint met de bizarre single This is the House waarin blazers nog een latino accent
mogen leggen en dat merkwaardig genoeg eerder aan de late 80s Eurythmics doet denken.
Een paar maanden later komen Dave & Annie op de proppen met The Walk.
Die single heeft een donkere synth basis en de blazers worden in de achtergrond gemixt.
In tegenstelling tot This is the House past deze single wel in de typische album sound.
Eind 1982 verschijnt dan het schitterende Love Is a Stranger.
Een haast perfecte synthpop single die nochtans weer niet scoort.
Uniek in zijn ritmische benadering met een kreunende Stewart,
een vocaal excellerende Lennox en vooral scherp in de tekst.
Als in januari 1983 het album verschijnt mag de titelsong Sweet Dreams
het op 45 toeren proberen. Mede door de coole clip (een gespreksonderwerp
op de speelplaats) met de vastberaden, oranjeharige Lennox en de cello spelende
baardaap Stewart tussen de koeien wordt het nummer een stevige internationale hit.
Het hikkende Love Is a Stranger wordt meteen in de herkansing gegooid
en krijgt nu wel de verdiende aandacht en een mooi rapport in de hitparades.
Terwijl Dave & Annie de opvolger Touch (1983) opnemen,
dromen Europa en een paar maanden later ook Amerika zoet verder.
I Could Give You a Mirror stond al in alternatieve versie op de b-kant van Sweet Dreams.
De album versie legt meer klemtoon op de bas synthesizer en tovert het nummer om
tot een dansbare albumtrack. Een album dat trouwens op 8 sporen werd ingeblikt.
Op de 1ste zijde van het album staat het interessante I've Got an Angel
(niet te verwarren met de latere hitsingle There Must Be an Angel). Een song
die meteen de eclectische stijl van de synth Eurythmics in de verf zet. Ritmisch sterk,
met panfluitachtige neveneffecten opgefleurd en met een hemels zingende Lennox.
Wrap It Up is een funky song van Green Gartside (Scritti Politti)
en hoewel het nummer qua arrangement degelijk in het album past,
botst het muzikaal toch behoorlijk met de andere Eurythmics composities.
Op de 2de zijde staat het experimentele, maar overtuigende Somebody Told Me.
Een nummer dat twijfelt tussen een sympathiek b-kantje en een obscure albumtrack.
En dan zijn er nog twee absolute prijsnummers.
Jennifer with your orange hair ...
Jennifer with your green eyes ...
blub blub blub blub ... underneath the water
Het bloedmooie Jennifer bijvoorbeeld met een synth arrangement
dat dicht bij de titelsong aanligt, maar in zijn donkere onderwater tonen
een muzikale spiegel wordt van Lennox' muzikale alterego.
Afsluiten doen we in magistrale schoonheid met This City Never Sleeps.
Een mini-symfonie die binnensluipt als I Remember Nothing van Joy Division
maar zicht ontvouwt als een ode aan de grootstad en in die optiek nog het best
kan vergeleken worden met Stanlow (ode aan een olieraffinaderij) van OMD.
Het nummer werd gebruikt in de soundtrack van 9,5 Weeks° met Rourke en Basinger.
Van de bijhorende b-kanten uit deze periode werden slechts 3 nummers weerhouden
op de 2005 remaster. Het erg leuke Home Is Where the Heart is, het geluidsexperiment
Monkey Monkey en het iets minder overtuigende Baby's Gone Blue. De remixen vind ik
overbodig, net als de matte cover waarmee elk album uit de remaster reeks eindigt.
Soms moet je een oude recensie herschrijven.
Zeker als die iets te fragmentarisch aan het internet werd toevertrouwd.
Sweet Dreams zit op dit moment weer stevig in de rotatie bij mij.
Ongetwijfeld één van de beste albums uit 1983 en de gemiddelde score
en zelfs het aantal stemmen vind ik ondermaats voor Sweet Dreams.
Na het geflopte In the Garden (1981) waarop de twee overblijvers
uit The Tourists (Dave & Annie) zich als new wave band wilden profileren
wordt op het album Sweet Dreams definitief gekozen voor de synthpop duo formule
die in 1982 hits oplevert voor Soft Cell, OMD, Blancmange, Tears for Fears, Yazoo enz ...
Het begint met de bizarre single This is the House waarin blazers nog een latino accent
mogen leggen en dat merkwaardig genoeg eerder aan de late 80s Eurythmics doet denken.
Een paar maanden later komen Dave & Annie op de proppen met The Walk.
Die single heeft een donkere synth basis en de blazers worden in de achtergrond gemixt.
In tegenstelling tot This is the House past deze single wel in de typische album sound.
Eind 1982 verschijnt dan het schitterende Love Is a Stranger.
Een haast perfecte synthpop single die nochtans weer niet scoort.
Uniek in zijn ritmische benadering met een kreunende Stewart,
een vocaal excellerende Lennox en vooral scherp in de tekst.
Als in januari 1983 het album verschijnt mag de titelsong Sweet Dreams
het op 45 toeren proberen. Mede door de coole clip (een gespreksonderwerp
op de speelplaats) met de vastberaden, oranjeharige Lennox en de cello spelende
baardaap Stewart tussen de koeien wordt het nummer een stevige internationale hit.
Het hikkende Love Is a Stranger wordt meteen in de herkansing gegooid
en krijgt nu wel de verdiende aandacht en een mooi rapport in de hitparades.
Terwijl Dave & Annie de opvolger Touch (1983) opnemen,
dromen Europa en een paar maanden later ook Amerika zoet verder.
I Could Give You a Mirror stond al in alternatieve versie op de b-kant van Sweet Dreams.
De album versie legt meer klemtoon op de bas synthesizer en tovert het nummer om
tot een dansbare albumtrack. Een album dat trouwens op 8 sporen werd ingeblikt.
Op de 1ste zijde van het album staat het interessante I've Got an Angel
(niet te verwarren met de latere hitsingle There Must Be an Angel). Een song
die meteen de eclectische stijl van de synth Eurythmics in de verf zet. Ritmisch sterk,
met panfluitachtige neveneffecten opgefleurd en met een hemels zingende Lennox.
Wrap It Up is een funky song van Green Gartside (Scritti Politti)
en hoewel het nummer qua arrangement degelijk in het album past,
botst het muzikaal toch behoorlijk met de andere Eurythmics composities.
Op de 2de zijde staat het experimentele, maar overtuigende Somebody Told Me.
Een nummer dat twijfelt tussen een sympathiek b-kantje en een obscure albumtrack.
En dan zijn er nog twee absolute prijsnummers.
Jennifer with your orange hair ...
Jennifer with your green eyes ...
blub blub blub blub ... underneath the water
Het bloedmooie Jennifer bijvoorbeeld met een synth arrangement
dat dicht bij de titelsong aanligt, maar in zijn donkere onderwater tonen
een muzikale spiegel wordt van Lennox' muzikale alterego.
Afsluiten doen we in magistrale schoonheid met This City Never Sleeps.
Een mini-symfonie die binnensluipt als I Remember Nothing van Joy Division
maar zicht ontvouwt als een ode aan de grootstad en in die optiek nog het best
kan vergeleken worden met Stanlow (ode aan een olieraffinaderij) van OMD.
Het nummer werd gebruikt in de soundtrack van 9,5 Weeks° met Rourke en Basinger.
Van de bijhorende b-kanten uit deze periode werden slechts 3 nummers weerhouden
op de 2005 remaster. Het erg leuke Home Is Where the Heart is, het geluidsexperiment
Monkey Monkey en het iets minder overtuigende Baby's Gone Blue. De remixen vind ik
overbodig, net als de matte cover waarmee elk album uit de remaster reeks eindigt.
Eurythmics - Touch (1983)

4,0
1
geplaatst: 19 juni 2008, 23:50 uur
TOUCH
Was een snelle en degelijke opvolger van het succesalbum Sweet Dreams. Het bijhorende dance-mix album was echter een misplaatste modegril van de platenfirma (de band stond er zelf ook niet achter). Schitterende hoes.
Here Comes the Rain Again zit in diezelfde sfeer als Sweet Dreams. Een singel die je niet loslaat. Een nummer dat telkens weer naar het hart gaat.
Right by Your Side past wel op deze plaat. Stond op de vorige LP de bij vlagen mistige synthpop centraal, dan probeer Eurythmics op Touch ook zuiders te kruiden.
Who's That Girl is weer zo'n prachtig gearrangeerde hitsingel. De albumversie gaat iets verder door het toevoegen van electrische gitaar aan het eind.
The First Cut vind ik een behoorlijk swingend funknummer. Synthesizerfunk nog, al zijn de traditionele instrumenten in hun repertoire niet veraf meer.
Aqua is weer zo'n regenwoud song. Monotone bassynthesizer en hypnotiserende vocalen. Een trip door het woud van geluiden.
No Fear No Hate No Pain toont ons Annie als volleerde soulzangeres. Een voorliefde die tot bloei zal komen op het volgende album Be Yourself Tonight.
Paint a Rumour is één brok verslaving. Een minimalistisch spelen met beats met een paar vocale mantra's als kers op de chocoladetaart. Smullen maar.
Regrets en Cool Blue vind ik iets minder beklijvend, maar ze zijn netjes tussen de singels op de A-kant geplaatst om makkelijker te verteren. Touch bied net iets te weinig vernieuwing om een klassieker te zijn. Touch biedt vooral meer van hetzelfde lekkers. En wie kan daar iets op tegen hebben? Niemand toch.
Was een snelle en degelijke opvolger van het succesalbum Sweet Dreams. Het bijhorende dance-mix album was echter een misplaatste modegril van de platenfirma (de band stond er zelf ook niet achter). Schitterende hoes.
Here Comes the Rain Again zit in diezelfde sfeer als Sweet Dreams. Een singel die je niet loslaat. Een nummer dat telkens weer naar het hart gaat.
Right by Your Side past wel op deze plaat. Stond op de vorige LP de bij vlagen mistige synthpop centraal, dan probeer Eurythmics op Touch ook zuiders te kruiden.
Who's That Girl is weer zo'n prachtig gearrangeerde hitsingel. De albumversie gaat iets verder door het toevoegen van electrische gitaar aan het eind.
The First Cut vind ik een behoorlijk swingend funknummer. Synthesizerfunk nog, al zijn de traditionele instrumenten in hun repertoire niet veraf meer.
Aqua is weer zo'n regenwoud song. Monotone bassynthesizer en hypnotiserende vocalen. Een trip door het woud van geluiden.
No Fear No Hate No Pain toont ons Annie als volleerde soulzangeres. Een voorliefde die tot bloei zal komen op het volgende album Be Yourself Tonight.
Paint a Rumour is één brok verslaving. Een minimalistisch spelen met beats met een paar vocale mantra's als kers op de chocoladetaart. Smullen maar.
Regrets en Cool Blue vind ik iets minder beklijvend, maar ze zijn netjes tussen de singels op de A-kant geplaatst om makkelijker te verteren. Touch bied net iets te weinig vernieuwing om een klassieker te zijn. Touch biedt vooral meer van hetzelfde lekkers. En wie kan daar iets op tegen hebben? Niemand toch.
