MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten dazzler als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Paul Simon - Graceland (1986)

poster
5,0
GRACELAND 1986

Sommige klassiekers doorstaan moeilijk de tand des tijds.
Op één of andere manier kleven ze vast aan de tijd waarin ze ontstonden.
Eén van de albums lijkt Graceland te heten als je de commentaren op MuMe mag geloven.

Over de politieke correctheid van het album is al veel inkt gevloeid.
Dat Simon de Westerse boycot tegen het Zuidamerikaanse apartheidsregime
aan zijn laarst lapte om met zwarte muzikanten aan een plaat te werken die zowel
Simon als de muzikanten geen windeieren legde, wordt zowel nobel als fout genoemd.

Toch was Paul Simon niet de eerste blanke muzikant die pop met Afrikaanse ritmes
trachtte te verbroederen. Die eer moet hij delen met David Byrne (Talking Heads brein)
en Peter Gabriel (ooit nog van Genesis). Nochtans schrijven we 1969 als Paul Simon
in zoetgevooisd gezelschap van Art Garfunkel El Condor Pasa leent van Los Incas
en een merkwaardig stampende ritmetrack opneemt zonder meer.

Die naakte ritmetrack wordt het geraamte van zijn ode aan de muse, Cecilia.
Een manier van werken die Paul Simon op Graceland herneemt en helemaal
doordrijft op het ratelende crossover album The Rhythm of the Saints (1990).

Maar we waren bij Graceland uit 1986 gebleven.
Rock 'n' Roll ligt al bijna tien jaar begraven naast The King in Memphis.
En Paul Simon kijkt met de verwondering van een kind naar het nieuwe tijdperk.
The Boy in the Bubble is een fantastische popsong die tegelijk tijdloos en tijdsgebonden is.

Na zijn geflopte film en score One Trick Pony (1980) en na het mislukte comeback
album van Simon & Garfunkel (dat er uiteindelijk nooit kwam) Hearts & Bones (1983)
zingt het wonderkind van 40 gerijpt, maar hoopvol de toekomst tegemoet.

De song Hearts & Bones van het gelijknamige en behoorlijk onderschatte album
kent een semi-autobiografisch vervolg in de titelsong van Graceland. Dat nummer laat
een zelfverzekerde Simon horen die de kunst van het liedjesschrijven niet verleerd is.
Hier doet zijn vakmanschap country en Afrikaanse muziek versmelten tot een sound
die we gerust Paul Simonmuziek mogen noemen. Wat een poëzie in de verzen.

Losing love is like a window in your heart
Everybody sees you're blown apart
Everybody feels the wind blow


I Know What I Know doet Miriam Makeba en Aretha Franklin herleven.
Soul werd geboren uit de kelen van de Afrikaanse mama's, dan kan haast niet anders.
Op dit nummer hoor je vooral de Afrikaanse muzikanten een punt maken. Paul zelf blijft
wijselijk op de achtergrond. Hij geeft zwart Afrika een forum op zijn plaat zegt de ene.
Hij verdient schaamteloos geld op de rug van de apartheid volgens de andere.

Gumboots was de titel van een cassette met Afrikaanse muziek
die Simon een paar zomers eerder toevallig op de kop kon tikken.
Wellicht stond ie boordevol muziekjes die hem dankbaar inspireerden.

Deze Gumboots voegt een behoorlijke scheut zydeco toe aan het recept.
Zou de wereld niet veel mooier zijn als die blanke kolonist, of het nu in Amerika
dan wel in Afrika was, zich zou laten verrijken door de inheemse culturen?

En dan is daar het onvolprezen koor van Ladysmith Black Mambozo.
Een koor dat zijn wereldfaam te danken heeft aan de kwartjood uit New York.
Je hoeft maar naar die sprekende Afrikaanse vrouwenogen te kijken om het lied
te begrijpen. Arme mensen blinken niet uit in rijkdom. Ze blinken van een schoonheid,
een puurheid zoals die van een ongeslepen diamant. Zelfs als ze lopen dansen ze.

Ik hoor op de achtergrond nog iemand bloeddiamant roepen terwijl ik
in mijn recensie vooral de muziek op dit album wil laten spreken. Politiek
en muziek. Let's face it ... het gaat niet samen. Zwijgen en luisteren moet je doen.
Naar die poëzie in Simons teksten bijvoorbeeld, nog mooier dan de muziek.

She makes the sign of a teaspoon
He makes the sign of a wave
The poor boy changes clothes and puts on aftershave
To compensate for his ordinary shoes


Op You Can Call Me Al graaft Paul nog even autobio.
Een fuifnummer met knallende basloopjes en feestelijke trompetten.
Hij beschrijft hoe hij zijn door echtscheiding gebroken hart verloor in Afrika.
Zowaar een dikke tophit in de Benelux. Simon was terug van nooit weggeweest.

Under African Skies ontkracht met verve de stelling dat Simon
niet veel verder kwam dan het kleven van rimboegeluiden op zijn songs.
Opnieuw een heerlijke versmelting van country (met dank aan Linda Rondstadt)
met Afrikaanse ritmes. Een lullaby werd het, een wiegelied, want wie wil er
niet gewiegd worden op de ebbenhouten heupen van een Afrikaanse schone?

Ladysmith Black Mambozo krijgt een staande ovatie op Homeless.
Een tekstueel ideetje van Simon over de onthechting, de vlucht van de honger,
de burgeroorlog, het apartheidsregime waar hij zich muzikaal op stukbeet.
De stemmen doen meer dan de woorden: ze ademen troost.

Na zo'n song zou elke witte rocker moeten begrijpen dat de magie van het lied,
de kracht van de muziek net als de menselijke beschaving haar wortels heeft in Afrika.

Paul Simon keert nog even terug naar het eigen jargon op Crazy Love (Volume II).
Een song die zich ontspint als een traditionele Simon song, maar die heerlijk wordt
ingekleurd door Afrikaanse instrumenten. Net als op de titelsong een geslaagd huwelijk.

Eindigen doen we met That Was Your Mother.
Plots bevinden we ons in het Zuiden van de States en worden we
een paar swingende bokkensprongen later wakker op kerstdag.

Een geweldig einde van een plaat waarop Paul Simon op zoek ging naar de wortels
van de Amerikaanse muziek en daarbij zichzelf leek voorbij te lopen in Afrika. Maar Graceland
druipt zo van de klassemuzikanten, de heerlijke poëzie en de liedjes die gewoon kloppen
dat je al een behoorlijke nurks moet zijn om hier niet voor te vallen.

Jammer genoeg voegde Simon er nog een klein draakje aan toe (Los Lobos ten spijt).
All Around the World (or the Myth of Fingerprints) rockt zo recht voor zich uit dat hij haaks staat
op de rest van het album. Een song die misschien beter had gepast op het Hearts & Bones album.
Eén song teveel naar mijn aanvoelen. Te veel losse ideetjes leveren niet altijd een goed lied op.

Wat zou er na al die jaren gebeurd zijn met het geluid van de stilte
en met de verzen die op de muren van de metro geschreven werden?

Het antwoord heette en heet nog steeds Graceland.

Paul Simon - Hearts and Bones (1983)

poster
4,0
PAUL SIMON - HEARTS & BONES 1983

In de jaren 70 nam de solo carrière van Paul Simon
aanvankelijk een hoge vlucht. Hij bleef trouw aan zijn producer
en label en besloot in 1975 met een rustige plaat met jazz invloeden.
Still Crazy after All These Years ...

In 1980 schreef Paul muziek bij het verhaal over een rockartiest
op zijn retour. Hij speelde zelf de hoofdrol in One Trick Pony. De film
flopte ironisch genoeg en Paul belde Art voor een concert in Central Park.

Simon & Garfunkel - The Concert in Central Park (1982)

Zouden beide heren samen nog eens een plaat overwegen?
Er waren geruchten, maar nog voor die geruchten vaste vorm kregen
vernietigde Paul de tapes met alle (backing) vocalen van Garfunkel.

Oude onenigheden staken weer de kop op. Art die honingzoet
maar hardleers tegen Pauls nieuwe, muzikale koers bleef inzingen.

Allergies (1983) ging de geschiedenis in als de Simon & Garfunkel
comeback plaat die er nooit kwam. En volgens mij lijdt het album onterecht
aan die beladen erfenis. Ze wordt beschouwd als een langspeler waarop Paul
naarstig zoekt naar nieuwe wegen, maar niet tot één afgewerkt geheel komt.

Als je de hoesnotities goed leest, merk je dat de songs tot stand kwamen
over een periode van twee jaar (van 1981 tot 1983). We kunnen veronderstellen
dat de oudste songs nog met Garfunkel in gedachten tot stand zijn gekomen.

De single Allergies doet nog terugdenken aan de muziek op One Trick Pony.
Met beide voeten in de Amerikaanse roots wortelende jazzrock. Potente muziek
met heerlijk solerend gitaarwerk en een bjizonder catchy melodie. Weer een flop.

Die in commercieel opzicht valse start werd niet goed gemaakt
met de single release van Think Too Much (A). Erg radiovriendelijke pop
die echt zijn best deed om 80s te klinken. De ballad variant Think Too Much (B)
laat Paul Simon meer van zijn traditionele kant horen. De twijfel is ingezet.

When Numbers Get Serious en Cars Are Cars kijken de jaren 80 tegemoet.
Vlotte songs die Pauls kwaliteitsstempel dragen. Cars Are Cars valt op omdat het
een eerste blauwdruk lijkt van You Can Call Me Al. Paul verkent de Afrikaanse ritmiek.

Train in the Distance en Song about the Moon zijn verborgen parels,
liedjes die zonder meer muzikaal verwijzen naar de hoogtij dagen met Garfunkel.
Weinig poëten weten het relationele kluwen tussen man en vrouw zo mooi
in metaforen te stoppen als Paul Simon. Ere wie ere toekomt.

Prijsnummer van het album in dat opzicht is ongetwijfeld de titelsong.
Hearts and Bones lijkt een relaas dat wat doet terugdenken aan The Boxer.
Een semi-biografisch levensverhaal van een ondertussen gerijpt man.
De titelsong van Graceland is het vervolg van dit tweeluik.

The Late Great Johnny Ace ontstond na het nieuws over de moord op John Lennon.
Paul mijmert na over de muzikale legenden die onder andere hemzelf hebben beïnvloed.
Voor het orkestrale arrangement tekende niemand minder dan Philip Glass.
Paul dankt hem later door zijn bijdrage op Philip Glass - Songs from Liquid Days (1986)

Simon was in 1983 ook terug te horen in duet met Randy Newman
op diens vaak op de radio gedraaide single The Blues.
Randy Newman - Trouble in Paradise (1983)

Eindigen doe ik met het werkelijk prachtige
Rene and Georgette Magritte with Their Dog after the War.
Bijna a capella ingezongen met een weemoed die doet teruggrijpen
naar oude, vergeelde zwart wit foto's uit de jeugd van mijn ouders.

Wie van Paul Simon houdt, moet zich deze plaat niet ontzeggen.
Laat de kritieken voor wat ze zijn en geniet van één van de grootste
muzikale dichters die we uit de Verenigde Staten leerden kennen.

Paul Young - No Parlez (1983)

poster
4,0
NO PARLEZ
betekende voor Paul Young de grote doorbraak in 1983.
Zonder de Q-tips maar met een uitstekende backing band
en met een oor (en een neus) voor het betere cover werk.

De 25th Anniversary edition heb ik sinds kort in handen.
In plaats van de extended versies van 5 tracks op de oude CD,
wilde men opnieuw voor de oorspronkelijk vinyl tracklengte kiezen.
Een bonus CD bevat de extended versies en b-kantjes.


Come Back and Stay was een van mijn favoriete singels uit 1983.
Lekkere baspartij, warme synths en zeer doorleefde "white soul" vocalen.

De 25th Ann. edition kiest voor de "single edit" (4.24)
ipv de oorspronkelijk LP versie (4.57) of de "scratch mix" (7.55).
Op de bonus CD staat nu de oorspronkelijke "extended club mix" (7.31).


Love Will Tear Us Apart is een verdienstelijke Joy Division cover,
als je ervan uitgaat dat Paul Young de soul van dit nummer blootlegt.

De 25th Ann. edition kies opnieuw voor de "single edit" (4.17 en alleen
buiten de UK als 7" uitgebracht) ipv de oorspronkelijke LP versie (5.00).


Wherever I Lay My Hat was de geslaagde Marvin Gaye cover
waarmee Young in de zomer van 1983 de top haalde in het Verenigd Koninkrijk.
In de Benelux ging deze Britse nummer 1 hit haast onopgemerkt voorbij.

De 25th Ann. edition kiest dit keer wel voor de correcte LP versie (5.18).
De extended versie (6.00) ontbreekt echter op de bonus CD.


Ku Ku Kurama is een novelty albumtrack met fretles pretbas,
hilarisch backingvocalen en een onweerstaanbare groove.

No Parlez sluit naadloos aan op het vorige nummer: identieke groove.
En met een backing koor dat heel erg naar 80s synthgospel geurt.

Love of the Common People blijft voor mij de kersthit van 1983.
Misschien omdat het erin sneeuwde en omwille van het familiegevoel.

De 25th Ann. edition gaat weer behoorlijk uit de bocht hier.
Opnieuw wordt voor de single edit (4.00? dat is trouwens 20 seconden
langer dan de vinyl versie) gekozen ipv de LP versie (4.56).


Er bestaat ook een oorspronkelijke singelversie (een oudere mix),
want het nummer werd al in 1982 op 7" uitgebracht en flopte toen.
En een "extended club mix" (5.50) die wel op de bonus CD staat.


Oh Women is een funky tussendoortje met sexy backing vocals.
Helemaal overgoten met de lurkende bas van Pino Paladino.

Iron Out the Rough Spots is mijn favoriet van deze plaat.
Een arrangement boordevol smakelijke randgeluidjes en
de allereerste, verloren geraakte singel van het album.

De 25th Ann. gaat deze keer wel voor de originele LP versie (4.47).
De machtige extended versie (7.28) staat op de bonus CD.


Broken Man is een uitstekende ballad en was lang Pauls visitekaartje.
Zelfgeschreven en doet qua interpretatie heel sterk aan Sam Cooke denken.

Tender Trap is een wat matiger albumnummer.
Samen met Broken Man van Paul Young en (toetstenist) Ian Kewley.

Sex sluit het album af met een derde Jack Lee cover.
Een voor mijn part wat overbodig en overfunkt nummer.

De 25th Ann. editie kiest wel voor de juiste LP versie (4.49).
De extended versie (6.52) ontbreekt dan weer op de bonus CD.


Drie bonustracks en twee livetracks vullen de bonus CD verder aan.
Behind Your Smile stond al op de oude CD editie als bonustrack,
en nu worden er ook de b-kanten I've Been Lonely for So Long
(meteen de beste van de drie) en Yours aan toegevoegd.

Van Yours kiest men dan weer de "extended club mix" (5.39) ipv de 7" b-kant.

De twee bonus live tracks zijn Wherever I Lay My Hat en It's Better to Have.
En er staan ook twee unreleased demo's op, waarvan vooral Pale Shelter opvalt.
Het is een wat bij de haren getrokken cover van de Tears For Fears song.

Om alles overzichtelijk te houden (u bent al lang gestopt met lezen,
tenzij u even geschift bent als ik) heb ik een tracklijst ter correctie doorgestuurd,
waarop ik de vinyl tracktijden respecteer en de 25th Ann. bonustracks toevoeg.

Als je deze 25th Anniversary edition koopt en naast de oude CD versie legt, dan
heb je maar liefst 6 van de oorspronkelijke 11 nummers in een verschillende versie.
Een zwaar onvoldoende voor de platenfirma die de oorspronkelijk vinyl release
wilde restaureren op CD, maar zich drie keer van juiste songversie vergiste.

Paul Young - The Secret of Association (1985)

poster
5,0
THE SECRET OF ASSOCIATION
Het zou een verwijzing kunnen zijn naar Pauls
voorliefde om vaak de juiste cover te kiezen en
om te turnen tot een frisse jaren 80 versie.

Ook op zijn tweede album is het qua coverkeuze goed raak.
En meer nog, dit keer wordt de productie verder geperfectioneerd.
De ietwat gladde hitsound van No Parlez is vervangen
door een meer volwassen en doorleefd geluid.

De eerste singel I'm Gonna Tear Your Playhouse Down
heeft een goed gearrangeerd en aantstekelijk danvloergehalte
dat ook zeer goed bewaard blijft in de uitputtende "special extended mix".

Met Everything Must Change debuteerden Young en zijn toetsenist
Ian Kewley (dit keer goed voor 5 composities) met eigen werk op singel.
Door de concurrentie van Band Aid en Wham! net niet de kersthit van 1984.

Het van Hall & Oates bekende (al hadden zij er geen hit mee)
Everytime You Go Away haalde in 1985 zelfs de 2de plaats in de US.
De ster van Paul Young bleef wereldwijd hoog aan het firmament.

Tomb of Memories werd de vierde en laatste 45 toeren plaat.
Net als Everything Must Change voorzien van een gospel arrangement.
De backing vocals kwamen oa van de drie latere Londonbeat zangers.

Het album opent met het energieke toonzetter Bite the Hand that Feeds.
Compleet met de bekende fretless bass en warme synthtoetsen.
Standing on the Edge is een ballad die met zoveel verve en vakmanschap
gezongen wordt, dat je moeilijk om Pauls vocale kwaliteiten heen kunt.

Soldier's Things is een cover van Tom Waits, en wat voor één.
Young slaagt er volledig in om de sfeer van het nummer te bewaren.
One Step Foward is een eigen ballad en houdt het niveau van het album hoog.

Hot Fun daarentegen is een op hol geslagen funk track en de enige misser.
This Means Anything is een matige albumtrack, maar I Was in Chainssluit kant 2
met alleen eigen nummers toch weer af met een ijzingwekkend coole cover.

Het oorspronkelijke CD album (en ook de 2007 remaster) had
met The Man in the Iron Mask nog een erg mooie Billy Bragg cover.
Het laatste b-kantje Give Me My Freedom haalde terecht
het album niet, maar blijft een genietbaar nummer.

Verder nog extended versies van Everything Must Change
en Tomb of Memories (nochtans niet op mijn 12" vinyl exemplaar).
De hoes van de remaster vermeldt ook Everytime You Go Away
als zijnde de 12" mix ... maar van dit nummer bestaat alleen
maar een 7" edit, die ook zo op de 12" singel verscheen.

Een steengoeie en net iets betere plaat nog dan No Parlez.
En zonder nummer 9 was The Secret of Association gewoon perfect.

Daarna zou het snel bergaf gaan met de carrière van Young.
Met weerkerende stemproblemen en minder gelukkige songkeuze
(Paul wilde zo graag een volledig album met eigen nummers) als oorzaak.

Paul Young - Wherever I Lay My Hat (2008)

Alternatieve titel: The Best Of

poster
4,0
WHEREVER I LAY MY HAT

Zoals steeds pakt Music Club Deluxe uit met een dubbel overzicht van de artiest in kwestie.
En zoals steeds betekent dat een kans om het belangrijkste voor weinig geld in huis te halen.

Een overzichtje.

NO PARLEZ (1983) 7 tracks

Van dit album staan alle singles op de verzamelaar. En dat zijn er wat.

Het begon met Love of the Common People (pas bij de derde release een hit
dankzij een compacte single remix), Iron out the Rough Spots (hier in extended versie),
Wherever I Lay My Hat (single versie van de UK nummer 1), Come Back and Stay (single versie
en doorbraak in Europa) en Love Will Tear Us Apart (nu album versie van de Benelux single).

Broken Man mocht niet ontbreken. De b-kant van Wherever I Lay My Hat
en misschien wel het mooiste nummer dat Paul Young ooit zelf geschreven heeft.
Verder tel ik nog het overbodige Ku Ku Kurama (jammer dat de fijne titeltrack ontbreekt).

THE SECRET OF ASSOCIATION (1985) 7 tracks + 1 bonustrack

I'm Gonna Tear Your Playhouse Down (single versie), Everything Must Change,
Everyt Tme You Go Away (single versie) en Tomb of Memories zijn hier de hitsingles.

Ook de uitstekende albumtracks Soldier's Things en I Was in Chains ontbreken niet.
This Means Anything is overbodig en Man in the Iron Mask was een bonustrack uit deze periode.
Ik had inderdaad ook liever Bite the Hand That Feeds in de plaats gezien.

BETWEEN TWO FIRES (1986) 3 tracks

Ook hier zijn de singles present: Wonderland, Sompe People
en Why Does a Man Have to Be Strong, al ging het toen snel bergaf met de carrière.

OTHER VOICES (1990) 6 tracks

Een eerste comebackalbum met op deze verzamelaar plaats voor de singles
Softly Whispering I Love You, Oh Girl en Calling You, maar heeft verder ook aandacht
voor de albumtracks Little Bit of Love, Together en Stop on By.

De wat ongelukkige Crowded House cover Don't Dream It's Over
was oorspronkelijk terug te vinden op zijn eerste best of From Time to Time (1991).

THE CROSSING (1993) 3 tracks

Dit laatste album voor Sony levert de sterke comeback single Now I Know
What Made Otis Blue, Hope in a Hopeless World en tenslotte It Will Be You.

Eindigen doen we met drie sterke extended versies uit de beginperiode.

O ja, Love Hurts kon ik niet meteen thuisbrengen.
Dat blijkt een nummer te zijn dat dateert uit Pauls carrière met The Q-Tips.

Pet Shop Boys - Yes (2009)

poster
4,0
YES 2009

Er zitten een paar jaar tussen de eerste hoogtepunten van synthpop bands
als Ultravox, The Human League, OMD, Depeche Mode en deze Pet Shop Boys.
Maar er zit ook een verschil in de attitude: hebben die eerste bands nog hoorbaar
een link met de new wave scene, dan zetten PSB in hun eentje een disco revival in.

Hun jaren 80 singles waren ook bijna zonder uitzondering top 10 materiaal.
Gek genoeg wordt dit het allereerste album van hen waar ik echt voor ga zitten.
Yes is natuurlijk een goeie titel: want in dansvloerland straalt de glimlach altijd wit.

Love Etc. is meteen een catchy binnenkomer.
Immer schalks in de lyrics en de songtitels, die Neal Tennant.
Zijn gepolijst stemgeluid lijkt nog als twee druppels water op dat van vroeger.
De song zelf schijnt iets te veel als een zonnetje om de hedendaagse hitparade te bekoren.

Ik moest even zoeken: de notenkraker van Tchaikovsky dus.
All over the World marcheert erg overtuigend de woonkamer binnen.
Met een eyo eyo in de intro die knap knipoogt naar hun jaren 80 singles.

Het leek wel of ik Hooverphonic een nummer hoorde starten.
Beautiful People heeft een heerlijk ritme en na drie songs ben ik
behoorlijk onder de indruk van de kwaliteit van dit PSBs album.
Zelfs het strijkersarrangement dat doet enken aan de Belgen.

En tegelijk zit er een soort Love Boat romantiek in Beautiful People.
De link met de jaren 70 disco is immers nooit ver weg. Een ander ingrediënt
is de zin voor drama die in de vocale performance schuilt ... een snuifje musical.

Een onverwachte gitaar mag Did You See Me Coming op gang trekken.
Ook nu weer gaat het nummer zoet bij me binnen als hapklare koek.
De positieve vibe die het album kenmerkt zit dus in de titel: Yes.

Een titel als Vulnerable suggereert introspectie.
Muzikaal tel ik iets meer sterren aan de nachtelijke hemel,
maar het tempo blijft strak. Het is niet al goud wat blinkt.
Een nummer in een welgekomen, bittersweet mood.

Een troef van dit album is dat elke intro een unieke stempel drukt op de songs.
Die zijn allemaal duidelijk van PSBs makelijk, maar de verschillende intro's leggen
allemaal een apart accent, waardoor het gevoel van variatie versterkt wordt.

Dat belet More Than a Dream echter niet om iets meer uit de verf te komen.
Het blijft een wat vlakker nummer. Genietbaar geluidsbehang voor tijdens de werkuren.
In de tweede helft wordt het arrangement rijker en wordt de song van de middelmaat gered.

Het vocaal verfrissende Building a Wall is opnieuw een winnaar.
Bijna ongelooflijk om te horen hoe de toch schijnbaar vlakke sound van PSB,
zowel muzikaal als vocaal (de groep flirt graag met dezelfde akkoorden) blijft boeien.
Zonnebril Chris Lowe behoort tot de meest onderschatte muzikanten uit het synthpop genre.

De koning van Rome wiegt zwoel op een jaren 80 beat.
Een eerste, echte rustpunt op een album dat luistert als een Greatest Hits.
King of Rome ontbloot misschien de achilleshiel van Pet Shop Boys, de ballads.
Daarvoor is hun sound toch te steriel: het pakt me niet echt, ik word er niet warm van.

En dan is Pandemonium dat zich aandient als een Depeche Mode pastiche.
Maar als de gay parade met de handjes gaat zwaaien, zijn we toch weer bij PSB.
Een heel stevige beat. Een song boordevol zonne-energie. Dans vitaminen voor het oor.
Nogmaals: het lijkt wel of de plaat vol potentiële hits staat. Echt een meevaller van formaat.

Dat The Way It Used to Be met de nodige disco allures van start gaat,
wordt al door de titel aangekondigd. Opnieuw een erg mooi vorm gegeven song.
Net als Vulnerable meer down to earth, melancholischer van inborst en zelfs romantisch.

Legacy trekt een streep onder dit opvallend sterke avontuur.
Maar het afscheid is niet definitief, want de nieuwe Pet Shop Boys ligt
in het najaar van 2012 in de winkels. Voorlopig is er nog geen enkele band
die de erfenis van dit unieke synthpop duo heeft opgeïst. The sky remains the limit.

Nu heb ik me hier weer een lap van een recensie zitten krabbelen
die toch enkel maar een antwoord wil zijn op de vraag of dit een goeie plaat is.
Dat had veel korter gekund, want het bewuste antwoord zit in de titel van het album.

Pixies - Doolittle (1989)

poster
5,0
DOOLITTLE 1989

Debaser, I Bleed, Monkey Gone to Heaven en Gauge Away.
Een kwartet ijzersterke songs die ik probleemloos plaats
naast Bone Machine, Gigantic en Where Is My Mind.

Flirt Surfer Rosa nog met die eigenzinnige, Spaanse quotes
dan trekt Doolittle wel degelijk de kaart van het grote publiek.

Soepele en melodieuze baslijnen vormen het kloppend hart
van de Pixies sound. Vocalen krassen als gitaren, gitaren zingen.
Wie niet hoort dat dit geluid de basis legde voor Nirvana's muziek,
lijdt aan doofheid. Maar Black Francis gaat niet graven in zijn eigen ziel.
De Pixies brengen surrealistische humor in hun muziek.
Kurt Cobain bezingt de pijn van het zijn.

Debaser is eigenlijk het beste voorbeeld.
En het was dan ook erg slim om het album hiermee te openen.
Had in 1989 al op single gemoeten ... een perfecte introductie op Doolittle.

Het furieuze Tame sluit daar perfect op aan.
Een wild om zich heen schoppend refrein en ingetoomde strofes.

Wave of Mutilation surft opvolger Bossanova tegemoet.
Mocht surfpunk bestaan, dan zijn de Pixies de grootmeesters.
Maar dan doe ik The Cramps misschien onrecht aan.

I Bleed ... ik heb er geen woorden voor, de titel spreekt.
Mocht Black Francis Kim Deal meer aan het woord gelaten hebben
in het Pixies oeuvre (nu richtte ze deels gefrustreerd haar eigen Breeders op)
dan was deze groep volgens mij nog groter geworden.

Haar baslijnen, sensuele stem en haar composities
hadden meer evenwicht kunnen brengen in het oeuvre.
Want 15 songs lang luisteren naar de fantasierijke kronkels
van Black Francis is geen onverdeelde opgave.

Zo is er de meezinger Here Comes Your Man
waarmee de Pixies even slim de REM kaart trekken.
Hoefde niet echt, vind ik, maar we zingen lekker mee.

Dead vind ik niet zo geslaagd.
Een conglomeraat van invalshoeken ... een klomp.

Monkey Gone to Heaven is hemels.
Met aanzwellende cello's in het arrangement.
En met een heel open, instrumentale tussenpauzes.
Momenten waarop de briljante Pixies muziek gaat ademen.

Mr. Grieves is een muzikale grap.
Crackity Jones hangt nog wat vast aan Surfer Rosa.
Twee nummers die leuk zijn in de context van het album.

La La Love You vind ik een misser.
Met de drummer op vocalen, dacht ik.
Niet alle grappen blijven na herbeluistering overeind.

No.13 Baby viel me bij herbeluistering heel goed mee.
Een nummer dat heel goed het Pixies geluid van Doolittle uitdraagt.
There Goes My Gun is te kort om te beklijven.

Hey is een heel interessant nummer.
De Pixies wagen zich aan een meer singer songwriters approach.
En ze eigenen zich die luisterliedtaal perfect toe.

Silver lijkt wel een co-productie met Ennio Morricone.
Een compositie die heel filmisch aandoet ... western Pixies.

En Gauge Away heb ik pas met de jaren leren kennen.
Het album opent zo sterk met vier voltreffers en Monkey,
dat mijn aandacht bij kant 2 vaak verslapte. Maar Gauge Away
is een prachtige parel en waardige afsluiter van een sterke plaat.

De Pixies ... ik mocht ze in 1989 live aan het werk zien in Werchter.
Het was nog vroeg op de dag ... ik weet er nog weinig van.
Maar de albums heb ik altijd met veel plezier gedraaid.

Prefab Sprout - From Langley Park to Memphis (1988)

poster
4,0
FROM LANGLEY PARK TO MEMPHIS
is Prefab Sprouts trip door de Amerikaanse muziekgeschiedenis.
Het zou hen met The King of Rock 'n' Roll ook een UK hit opleveren.

Ik heb dit album leren kennen na de Best Of.
En vermits daar al vier goudklompjes op stonden,
heeft het een tijdje geduurd voor ik toehapte.


The King of Rock 'n' Roll is de meest gedraaide Sprout singel.
Ik ben de hippe, hete hond en zijn fraaie kikkersprongen daardoor een beetje beu.

Cars and Girls is eveneens radiopop van het zuiverste water.
Born in the USA van the Boss wordt hier discreet op de korrel genomen.

I Remember That is weer hemelse smooth jazz. En opnieuw
is het fascinerend om te horen hoe sterk de vocale arrangementen zijn.

Enchanted vind ik niet zo'n bijzondere albumtrack.
Het nummer mist wat body om blijvende indruk te maken.

Nightingales klinkt inderdaad als een nachtelijke ballade.
Maar dan begeven de Sprouts zich op glad ijs: gaapverwekkend ...

Hey Manhattan is gelukkig weer een prachtsong.
Had van Frank Sinatra kunnen zijn, maar lekker niet dus.

Knock on Wood kondigt titelgewijs een soul nummer aan.
Het blijkt echter een uitdagend gearrangeerd experiment te zijn.

The Golden Calf was de vierde singel van dit succesvolle album.
De groep klinkt hier mainstreamer en stoerder dan ooit, maar best ok.

Nancy is een tedere dagdroom over het meisje van kantoor.
Ik vind de tekst en de muziek naar Sprout maatstaven behoorlijk oppervlakkig.

The Venus of the Soup Kitchen heeft alleszins een intrigerende titel.
Bevestigt het vermoeden dat Paddy McAlloon veel naar musicals luistert.


From Langley Park to Memphis is een plaat
met voldoende ups, maar toch ook een dosis middelmaat.
Van downs kan je in Sprout termen moeilijk spreken,
maar ik moest hier en daar wel een geeuw onderdrukken.

Prefab Sprout - Jordan: The Comeback (1990)

poster
5,0
JORDAN: THE COMEBACK
Heeft u een half uurtje ... dit is een adembenemende plaat.
19 songs lang en geen enkele (herlees: geen enkele) misser.
Deze plaat heeft in mijn studententijd uren en uren opgelegen.

Eigenlijk beter dan Steve McQueen, maar maakte minder
indruk omdat iedereen 18 karaatse kwaliteitspop van de Sprouts
gewoon was en omdat het een eigenlijk een dubbel album was.
De plaat bestond uit 4 hoofdstukken (of vinyl kanten).

Hoofdstuk 1 DE HITS

Looking for Atlantis was de eerste singel (niet op de Best of).
Vlotte opener, net zoals Faron Young op Steve McQueen.

Wild Horses is een van mijn allergrootste "lievelings"liedjes.
En dat bedoel ik, net zoals Paddy McAloon, graag dubbelzinnig.

Want nergens werd de aantrekkingkracht tussen twee geliefden,
metaforisch zo sterk verwoord als in Wild Horses. De ontstuimige
hengst die zijn lievelingsmerrie gade slaat. Muzikaal zo krachtig
vormgegeven door de van verlangen pompende hartslag in het ritme.


Machine Gun Ibiza rekent geraffineerd af met de prille house scène.
Zowel de titel als de toon van het lied doen me denken aan de (drugs)maffia.

We Let the Stars Go is als een nachtelijke hemel bezaaid met sterren.
Een mijmering over je allereerste liefde ... wat als we toch samen waren doorgegaan?

Carnival 2000 was de derde en (jammer genoeg) laatste singel.
Een complex, maar intrigerend nummer met meer vuurwerk dan hitpotentie.

Hoofdstuk 2 FAMOUS PEOPLE

Jordan: the Comeback is een nummer met bijbelse refernties.
Gebeurt op Sproutplaten meer, Paddy overwoog ooit het priesterschap.

Jesse James Symphony handelt op het eerste gezicht over een wild west hero.
Maar in deze mooie minimusical wordt Jesse een mens met een hart en een ziel.

Jesse James Bolero sluit de minimusical op gepaste wijze af.
Al vind ik deze Bolero tussen de overige albumtracks een beetje opdringerig.

Moon Dog is een onwaarschijnlijk originele hommage aan Elvis.
Een verlaten straat intro en dan de omschakeling naar stevige uptempo pop.

Hoofdstuk 3 LOVE SONGS

All the World Loves Lovers werd ten tijde van de Best of alsnog een singel.
Een behoorlijk rechtlijnig nummer, maar met een verslavend catchy refrein.

All Boys Believe Anything fluistert Wendy Smith de luisteraar in het oor.
En geef toe, het vlees van de man is zwak als het hart sneller gaat slaan.

The Ice Maiden is voor vele forumleden een topnummer en met reden.
All Boys Believe Anything was eigenlijk het voorspel ... this is the main thing.

Paris Smith is een van de guitigste liefdesliedjes ooit.
De fictieve naam Paris Smith klinkt als die van een verleidelijke liefdesappel ...

The Wedding March opent het zoveelste muzikale doosje op dit album.
Blues, Jazz, Ballad, Musical, cabaret inclusief tapdancing ...

Hoofdstuk 4 GOD

One of the Broken is de mooiste popsong die ooit over God geschreven is.
Het zat er al een tijdje aan te komen: Paddy schrijft een religieuze songcyclus.

Michael verwijst naar de beschermengel Michael. Een staaltje Sprout soul
waarin spijt en de onomkeerbaarheid van het gedane onheil centraal staan.

Mercy is een kort gebed zoals alleen Marvin Gaye dat kon op What's Going on.
Van soul naar gospel ... het is maar een vingerknip voor Paddy McAlloon.

Scarlet Nights gaat weer even uptempo en laat rockgitaren aanrukken.
Overgave en absolutie zijn het thema ... het zuiverende doopwater van de Jordaan.

Doo-Wop in Harlem is gospel van het zuiverste water.
Hier bereikt de groep de grens tussen aardse en hemelse schoonheid.

They never sang doo-wop in Harlem if there ain't a heaven that holds you tonight ...

Laat die zin maar eens doorzinderen: muziek (hoe rock and roll en aards ook)
heeft altijd een sacraal element in zich. Mensen gebruiken muziek
om te danken, te eren, te begeren, te wenen, te vervloeken ...

Amen.

Jordan: The Comeback laat zich bij voorkeur 's avonds beluisteren.
Nooit werd een gebroken hart zo mooi "gedicht" als op deze plaat.

Prefab Sprout - Protest Songs (1989)

poster
3,0
1989 PROTEST SONGS

Zoals hieronder al te lezen viel een tussendoor plaat die uiteindelijk niet goed genoeg bevonden werd om het succes van Steve McQueen (1985) te continueren, maar wel weer goed genoeg bleek om het succes van de opvolger From Langley Park To Memphis (1988 en een album met maar liefst vijf singles) verder uit te melken. Dat Life Of Surprises het prijsnummer is, onderschrijf ik helemaal. Het nummer werd alsnog op single uitgebracht naar aanleiding van de gelijknamige verzamelaar Life Of Surprises (1992). De overige nummers lijken me eerder terug te gaan naar het debuut Swoon (1984) dan naar de blinkende opvolger. Ik vraag me toch af in hoeverre de nummers op Protest Songs (1989) nieuwe nummers waren. Het lijkt me niet denkbeeldig dat men in de gauwte om met een opvolger te komen een paar oudere demo's oppoetste. De plaat opent met een valse noot: The World Awake is niet bepaald een sterk nummer. Maar het wordt onmiddellijk gevolgd door het reeds vermelde Life Of Surprises en het toch bijzonder knappe Horsechimes. Paddy McAloon heeft kennelijk een zwak voor paarden. Wicked Things en Dublin kunnen me niet echt bekoren. Het aardige uptempo Tiffanys mag de wat betere tweede plaatkant openen. Het jazzy Diana zou als bonustrack op latere CD singles te vinden zijn. Talking Scarlet is een mooi nummer dat overeind blijft. In 'til The Cows Come Home zit nog de mondharmonica van het debuut. maar het nummer wordt net als de atmosferische afsluiter Pearly Gates in die typische soft pop lounge stijl van Prefab Sprout gearrangeerd. Ik registreer ook behoorlijk veel duozang tussen Paddy en Wendy. Geen onaardige plaat die inderdaad weinig memorabele songs telt, maar zich evenmin laat betrappen op een teveel aan minder sterke nummers. Kant 2 is de beste en sluit uiteindelijk beter aan bij From Langley Park To Memphis (1988) dan bij Steve McQueen (1985). Dus ik snap wel waarom hij alsnog werd uitgebracht. Maar ingekort tot een mini-album of EP had hij ook na Steve McQueen (1985) gekund.

Prefab Sprout - Steve McQueen (1985)

Alternatieve titel: Two Wheels Good

poster
5,0
STEVE McQUEEN
is een van de allerbeste platen uit de jaren 80.
Producer Thomas Dolby slaagt erin om de complexe arrangementen
te sublimeren tot zeer verteerbare, maar nooit banale popmuziek.


Faron Young is een popparodie op country muziek.
Boordevol slimme cowboy gimmicks en zo catchy als een rodeo.

Bonny is liefdesverdriet van achter een beregend vensterraam.
Reflecterende tekst en magische muzikale inkleuring.

Appetite is een zeer geraffineerd popjuweel over lust.
Onwaarschijnlijk hoe Paddy McAloon telkens alle clichees vermijdt.

When Love Breaks Down is een iets te vaak geciteerde radioklassieker.
Op een Sprout song wordt altijd zorg besteed aan de vocale arrangementen.

Goodbye Lucille # 1 kennen we op singel ook als Johnny Johnny.
Met een kriebelende gitaar die de vinger op de wonde legt.

Hallelujah is een ode aan George Gershwin, die andere songsmid.
De vocale bijdrages van Wendy Smith zorgen voor de hemelse sfeer.

Moving the River is een generatieconflict in vier minuten.
Op de teksten van Paddy inzoemen is duizelen van de vindingrijkheid.

Horsin' Around trappelt van verlangen zoals een ongeduldig paard.
Briljant hoe McAloon jazz weet te integreren in de hedendaagse popmuziek.

Desire As focust door zijn minimale aanpak op de rake teksten.
Een bijzonder beschaafde manier om je lief te dumpen.

Blueberry Pies is het minst beklijvende nummer van de plaat.
Hier maakt de groep het zichzelf weer iets te moeilijk zoals op het debuut.

When the Angels is ook wat minder, begint met een sacraal kerkorgel
om daarna ritmisch aan te sluiten bij de jazzy softpop van China Crisis.


Steve McQueen is een diamanten ring met negen 18 karaatse juweeltjes
en twee fraaie sierstenen ... made by popsmid Paddy McAlloon.

De drie bonustracks van de Amerikaanse release
(met als titel Two Wheels Good, want de echte McQueens
konden er niet zo mee lachen) ken ik jammer genoeg niet.

Prefab Sprout - Swoon (1984)

poster
3,0
SWOON
De eersteling van Prefab Sprout,
Britse band voor meerwaardezoekers.

Ik vind het nog een vingeroefening.
Nog te veel ideeën in één song ... plotse wendingen,
complexe arrangementen en de vocalen wegen wat licht.

Don't Sing ligt in al aardig in de buurt van wat later komen zal.
De harmonica op dit album is echter lichtjes irritant ...

Cue Fanfare geraakt moeilijk uit het moeras.
Maar er is hoop op beterschap in de finale.

Green Isaac (I) is een vlot nummer met tempoversnelling.
De close harmony vocalen van Wendy en Paddy zijn in orde.

Here on the Eerie strompelt tussen song en hook.
Een goed voorbeeld van een teveel aan akkoorden.

Cruel is veruit het sterkste nummer van deze set.
Met een parel van een tekst ... 18 karaats Prefab Blues.

Couldn't Bear to Be Special is een typische Sprout ballad.
Net als Cruel een jazzy blues, maar minder overtuigend.

I Never Play Basketball Now, van zo'n titel verwacht je wel wat.
Een behendig dribbelend gitaarnummer, maar geen driepunter.

Ghost Town Blues maakt poppy bokkensprongen
Maar het complex gearrangeerde refrein doet de beloftevolle song de das om.

Elegance staat vrij dicht bij de uitgebalanceerde jazz pop van Steve McQueen.
De derde jazzblues van het album, maar eentje dat tot de betere tracks behoort.

Technique is een vrolijk experiment dat wat kleur brengt op Swoon.
De groep imiteert op schalkse wijze een doorsnee synthpopact.

Green Isaac (II) is een reprise van ...
In een jazzy ballroom stijl waar Prefab Sprout een patent zal op aanvragen.

Iets te weinig relativeringsvermogen op dit moeilijke debuut.
De groep meet zich iets te nadrukkelijk een eigen sound aan,
maar is nog niet rijp genoeg om het talent te verzilveren.

Eén uitschieter (Cruel), een paar interessante probeersels,
(1, 3, 8, 9 en 11) en een halve plaat die een geoefend oor vraagt.
Enkel voor ingewijden.

Prince and the Revolution - Purple Rain (1984)

poster
5,0
PURPLE RAIN 1984

Het moet de integratie van de synthesizers zijn waardoor ik ZZ Tops
Eliminator, Van Halens 1984 en Princes Purple Rain graag op één lijn zet.
Amerikaanse (hard)rock ontdekt Britse synthpop.

En dit plaatje van Prince is toch wel echt een rockplaat geworden.
Heel weinig sporen van zijn funky dirty mind te bespeuren.

Zijne purperen hoogheid start de mis met Let's Go Crazy.
Een batterij synths geeft kleur aan deze gospelrock: Liefde voor Muziek.
Raymond van het Groenewoud zong het op zijn manier na in 1990.

Sheila E op percussie in het verslavende Take Me with U.
Terecht een vijfde single van het album in de US. Het handelsmerk
van Prince is in deze de manier waarop hij synths ritmisch inzet.

The Beautiful Ones is een ballad met nagalm.
Prince likt met zijn falsetto stem de meisjes geil.
Muzikaal niet zo bijzonder, de vocalen redden de song.

Op Computer Blue probeert Prince de introductie van de synths
ook muzikaal te omlijsten. Het drumwerk wordt haast mechanisch.
Begeleidingsband The Revolution gedraagt zich als een levende sequencer.
Prince weeft daar dan Hendrixiaans gitaarspel door.

Na twee niet onaardige albumtracks, is het weer tijd voor kinky talk.
Bezong Cyndi Lauper eerder dat jaar de geneugten der masturbatie
in She Bop, dan brengt Prince met Nikki Darling zijn eigen versie.

When Doves Cry is wat mij betreft het beste nummer van Prince.
Zijn kunstmatig klappende ritmes, zijn fallusgitaar en zijn kreetjes.
De ritmes van Michael Jackson zijn opzwepend, die van Roger Nelson sensueel.
Ze verleggen de ambities van de dansvloer naar de slaapkamer.

I Would Die 4 U (de single die door het kerstgedruis van Band Aid,
Wham! en Frankie Goes to Hollywood wat lager in de top 10 eindigde) heeft
de allures van een stadiumrocker. In de lijn van Queens We Will Rock You.

En net als je denkt te gaan zitten voor de finale van het titelnummer,
gooit Prince er nog een vinnige albumtrack tegenaan met Baby i'm a Star.
Dat zelfverklaarde sterdom werkte anno 1984 nog perfect.
Zijn daarop volgende films waren pijnlijker vond ik.

Purple Rain dan ... toen nog tot 4 minuten gekortwiekt in 7" formaat.
Een compositie die zo naast alle Child in Times, Stairway to Heavens,
Knocking on Heavens Doors
en Paradise by the Dashboard Lights kan staan.

Hoed af voor deze Prince & The Revolution.

Ik weet niet of de bijhorende b-kantjes (alle vier terug te vinden
op zijn 3CD hits en b-sides collectie uit 1993) ook in de film figureren.
Ze lijken hoorbaar wel uit dezelfde sessies te stammen.

17 Days matcht ritmisch met zijn a-kant: When Doves Cry.
Prince bidt dat de regen mag neervallen ... een link met het album.
Eigenlijk zou het niet misstaan om het album met die extra nummers
eens heruit te brengen. Een eerste, prima b-kantje.

Erotic City (b-kant Let's Go Crazy) doet me meteen denken
aan White Horse van Laid Back. Beide nummers dateren oorspronkelijk
uit exact dezelfde periode ... toeval wellicht, maar wel frappant.
Een nummer waarin Prince vocalen laat dialogeren.

En dan is er God (b-kant Purple Rain)
Dat wordt een heel doorleefde ballad die balanceert
tussen falsetto gospel en soul. Het lijkt zelfs alsof Prince
zijn stem soms doet klinken als ware het een vocale gitaarsolo.

Another Lonely Christmas (b-kant I Would Die 4 You)
zit qua brede galm in het spectrum van lead song Purple Rain.
Maar het nummer is beschouwender, op zelf electie gericht.

Heel sterke set van in totaal 13 songs.
Perfecte balans tussen rock, soul en synths. Prince met ambities.
Geen wonder dat Jacko zichzelf snel tot King of Pop kroonde.

Propaganda - A Secret Wish (1985)

poster
4,0
A SECRET WISH 1985

Eerst en vooral: ik heb het album in zijn originele vinyl context beluisterd.
Dus de "analogue variations" van de songs (ook als bonus op de deluxe editie).

Dream within a Dream komt binnen als een ouverture, een programmaverklaring.
Maar dan wel eentje die nogal lang van stof is en daardoor al meteen een aanslag pleegt
op je nieuwsgierigheid en luisterbereidheid. Geschraagd op een soliede beat en gedragen
door een mooie blazersmelodie doet hij even denken aan Art of Noise uit dezelfde ZTT stal.

Ik kies in plaats van "kitscherig" voor "theatraal" en licht "bombastisch".
Maar zo hoort een ouverture wel te klinken, al is Propaganda (what's in a name)
een band die soms nogal eens meer lijkt te beloven dan daadwerkelijk weet te brengen.

The Murder of Love klinkt op vinyl en CD hetzelfde.
Een funky bas doet ons schrap zetten voor een hitpotent nummer.
De synthesizer ornamenten worden er als een dikke laag slagroom opgelegd.
Eigenlijk hoor ik nu die typisch elektro sound uit de tweede helft van de jaren 80
maar dan muzikaal veel grilliger en avontuurlijker vormgegeven: die jazz gitaar kriebelt.

Jewel stuitert de kamer binnen als een ongeslepen diamant.
Het korte nummer neigt meteen meer naar rock en ontpopt zich
tot een instrumental die wil swingen en uit het geluidseffectenvaatje tapt.
Geluidstovenaar en ZTT baas Trevor Horn is hier uiteraard mee in zijn nopjes.

De eerste plaatkant eindigt met één van de beste singles van 1985.
Duel dus waarop Propaganda zich plots laat horen als een onvervalste popgroep.
In mijn associatief geheugen is deze hit verbonden met Kayleigh van Marillion.

Twee albums uit 1985 met een programmatische opbouw en een geijkte songcyclus
waaruit dan plots die ene hit mag openbloeien om de luisteraar naar binnen te lokken.
Ik plak daarom graag het etiket progressieve synthpop op A Secret Wish van Propaganda.

Geen Frozen Faces op de vinyl versie. Ik kom er straks op terug.

p:Machinery was de single die aan Duel voorafging.
Hij haalde de top 10 in Vlaanderen (Duel immers net niet).
Het is ook het nummer met de albumtitel in de lyrics gegoten.
Een goeie song, hoewel ik een heerlijk refrein zoals dat van Duel mis.

Sorry for Laughing breekt weinig potten.
Een doorsnee albumtrack die weliswaar de hitgevoelige lijn doortrekt.
Maar de kleurloosheid verraadt dat het hier niet om een eigen nummer gaat.
Propaganda weet met haar eigen stempel geen indruk te maken op het origineel.

Op vinyl komt nu Dr. Mabuse op visite.
Een single die aan het album een paar maanden vooraf ging
en mag beschouwd worden als het eerste wapenfeit van Propaganda op het ZTT label.
De gepantserde baslijn en Wagneriaanse opsmuk doen niet toevallig aan Frankie denken.

The Chase is ook een titel van Giorgio Moroder.
En zijn geest waait natuurlijk door alle jaren 80 platen
waarop sequencers en elektronica het stuwende ritme bepalen.

Propaganda serveert ons opnieuw een koekje van eigen deeg.
The Chase komt echter niet veel verder dan het kleine zusje van Duel.
En dat brengt me bij de achilleshiel van deze plaat: de melodieën zijn schaars.
In de plaats daarvoor krijg je wel een uitgekiende luisterkaart aan klanken.

The Last Word (Strenght to Dream) probeert hier (enkel op vinyl) wat aan te doen.
Een soort melodische reprise van de albumopener met FGTH baslijn en een orkestratie
die ons weer bij Art of Noise brengt. Was Propaganda ZTT's compromis tussen beide acts?

Frozen Faces voegt aan het CD verhaal een experimentele dance track toe.
Op zich een verdienstelijke poging tot verbreding van het palet, maar hij doorkruist
wel het rijtje hitgevoelige nummers die de vinyl editie beknopter en luistervriendelijker maken.

A Secret Wish blijft voor mij een onderhoudende plaat die absoluut **** verdient.
Al was het maar omdat hij ons mooi de eigenzinnige muziektaal van Propaganda laat horen.
Dat ze er zelfs een paar hits uit konden puren (die er ook allemaal op staan), siert de band.