MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten dazzler als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

T.C. Matic - Choco (1983)

poster
4,0
CHOCO 1983

Smaakte het debuut verslavend hard naar zwarte chocolade,
dan voegt het derde album Choco daar een flinke scheut melk aan toe.
Hier vindt TC Matic de balans tussen rock, wave en pop.

If You Wanna Dance Dance If You Don't Don't is meer dan een statement.
Ha Ha lacht zichzelf te pletter in een weinig schokkend refrein.
L'Amour N'est Pas Avec Moi is een smartlap, zo zwart als de nacht.
Arrivederci Solo is een eclatante ode aan dezelfde eenzaamheid.
Living on My Instinct is een heerlijk hakkende dansplaat.

Call Me up heeft evenveel hoeken als de gitaar van Jean-Marie Aerts.
Putain Putain werd een cultklassieker in zijn nog beter euromix.
Een kleine middelvinger van een rappende Belg naar het grote Europa.
Being Somebody Else giet enkele gulle teugen melk over de chocolade.
They Never Make You Laugh lepelt het laatste lekkers uit de chocopot.

De introductie van vrouwelijke backingvocals en het speels verkennen
van verschillende muziekstijlen geeft het geluid van TC Matic nog meer diepte.

Ik zag ooit een Franse editie van Choco met daarop de beide
euromixen van Putain Putain en zijn b-kant Living on My Instinct.
De 12" mix van Putain Putain is op CD trouwens moeilijk vindbaar
(zelfs niet op Compil Complet of Essential, wel op de eerste best of).

Attack Anna, de b-kant van If You Wanna Dance Dance If You Don't Don't,
ligt even sterk in de lijn van het album en staat gelukkig wel op Compil Complet.

Ook de non-album single Ugh Ugh uit 1984 hoort hier eigenlijk thuis.
Een pop song pur sang die de glorietijden van TC Matic afsluit (in casu affluit).

T.C. Matic - L'Apache (1982)

poster
4,0
L'APACHE 1982

TC Matic nodigt uit ten dans.
Een Parijse dans of een indianenfeest?
Arno integreert Europese invloeden in de muziek.

Toch vind ik dat een aantal nummers in het moeras blijven zitten.
Ik beperk me dan ook tot de tracks die echt het verschil maken.

Middle Class and Blue Eyes had een hit moeten zijn.
Que Pasa werd een culthit: Arno goes Manuel.
Touch Me rockt recht voor zich uit, als een metalen speer.
Le Java danst zich op new wave laarzen de Parijse nacht in.
Les Zazous heeft een wervelende synthsolo om van te snoepen.

Het album snakt 9 tracks lang naar een rustpunt.
Stay Sacred Stay Alive is welgekomen, maar geen hoogvlieger.

Het tragere Mummy had op ook het album moeten staan.
Het werd de b-kant van Middle Class and Blue Eyes en is samen
met de extended remix van de a-kant terug te vinden op verzamelaars.

T.C. Matic - T.C. Matic (1981)

poster
5,0
TC MATIC 1981

Eén brok graniet, als fondant chocolade zo zwart.
Slijpende gitaren, beukende bas en broeierige synths.
Arno Hintjens schraapt zijn keel en bezweert de menigte.

In zekere zin doet dit ijzersterke debuut me
aan de eerste langspeler van Killing Joke denken.
De opzwepende ritmes, de loodzware flarden funk.

Bye Bye Till the Next Time staat krom van de ironie.
L'Union Fait la Force blijft brandend actueel Belgisch.
With You is één grote spanningsboog op synthesizer.
Stop Rock kwispelt als een dartel tussendoortje.
The Parrot Brigade funkt als een opgewonden wekker.

I'm Not Like That zindert vastberaden kant 2 op gang.
Give Them a Leader knipoogt ook inhoudelijk naar Killing Joke.
Viva Boema verheft aardappelen met worst tot de Europese keuken.
O La La La is TC Matics onsterfelijke new wave klassieker.
Pitie Pour Lui strompelt als een manke Prodigy avant la lettre.

En de jubileumeditie doet er nog heel wat extra lekkers bij.
Still on the Loose (b-kant O La La La) experimenteert naast het album.
Willie Willie was de zwaar onderschatte single tussen twee elpees.

Tracks 14-18 bevatten de integrale eerste studio sessie uit 1980.
Vier nummers verschenen dat zelfde jaar nog op EP in eigen beheer.
Bazooka Joe kwam op een belpop sampler en opende deuren.

Track 13 is een recentere remix en mocht voor mijn part
ingeruild worden voor Do the Kangaroo van Lala, een studiograp
van Arno Hintjens en Jean-Marie Aerts uit 1981 (een cultsingle).

T.C. Matic - Yé Yé (1985)

poster
3,0
YE YE 1985

Zal ik kort zijn? No No was een beter titel geweest.
Deze plaat wordt echt kapotgeneukt door de overproductie.
TC Matic staat te rocken, bluesier dan ooit, en dan gooit zo'n Howard Gray
roet in het eten door alle soulregisters open te trekken.

Hoe zou deze plaat (nu genadeloos naar de knoppen) geklonken
hebben met ouwe gouwe Jean-Marie Aerts achter de knoppen?

Alleen Elle Adore le Noir blijft, omwille van de ballad stijl, overeind.
En zo wordt dit album toch nog net van de definitieve ondergang gered.
Maar Elle Adore le Noir is al veel meer Arno dan TC Matic.

Chi Boem was het enige uptempo nummer met hitpotentie,
maar werd pas een single nav de allereeste best of compilatie.
Who's That Girl was de chronologsiche opvolger van Elle Adore le Noir.
Een goed visitekaartje voor het album, maar echt geen hit.

Laat me tenslotte nog het gekke Get Wet vermelden
dat funkend toch een beetje beter uit de soulverf komt.

Talk Talk - ASides BeSides (1998)

poster
4,0
Ik heb net alle Talk Talk CDs in huis gehaald (op Laughing Stock na).
Het gaat om de remasters uit 1997 die nu heel goedkoop (amper 5 euro) staan.
Even opmerken dat ik die vier EMI albums en alle singles ook op vinyl heb.

De maxi singles had ik niet en deze dubbelaar is een zegen omdat nagenoeg
alles er op staat. Uiteraard draai ik deze CD nooit integraal, maar herverdeel ik
de b-kanten en extended versies over de respecieve albums.

Ik hou wel van zo'n b-kantje na een bijhorend album op een zelfgemaakte CD.
Muziek in dezelfde lijn en dus nog even nagenieten alsof het om bisnummers ging.

The Very Best of Talk Talk vind ik de perfecte hitverzamelaar.
Die heeft dan weer de single versies of mixen. Voor de album versies
beluister je natuurlijk gewoon het album. Eén puntje van kritiek op The Very Best of
is het ontbreken van de non-album single My Foolish Friend. Die vind je dus enkel
op deze Asides Besides in 7" en 12" versie of op de oude best of Natural History.

Talk Talk - The Very Best of Talk Talk (1997)

Weet iemand of de videoclips de moeite waard zijn?
Die Natural History is ook nog steeds te koop met extra DVD voor 6 of 7 euro.
Maar ik denk dat ik het hier bij ga laten. Is Laughing Stock trouwens nog in stock op CD?

Talk Talk - It's My Life (1984)

poster
5,0
IT'S MY LIFE
is een slimme plaat.
80s synthpop eerste klas, maar wie goed luistert,
hoort voorzichtig akoestische instrumenten binnensluipen.

De grootste troef van het album is zijn hitpotentie.
Tracks 4, 2 en 1 waren alle drie briljante staaltjes synthpop.
Maar er staan meer would be hits op, zoals 3, 5 en 6.

Dum Dum Girl treft je zoals de gelijknamige kogel.
Let op de piano en de glijdende (China Crisis) bas: target hit.

Such a Shame is één van mijn grootste 80s lievelingen.
Maar ik vind de singel mix met de "remmende" olifantenintro compacter.

Renée is een ballad waarin het adagio van Mark Hollis consequent wordt
toegepast: de stilte tussen twee noten is belangrijker dan de noten zelf.

It's My Life was de eerste singel en kent een aantal cover versies.
Briljante radiopop waarop je ook kan dansen en meehuilen.

Tomorrow Started is een van mijn album favorieten.
De strakke percussie en de hartverscheurende synths zijn top.

The Last Time neigt iets meer naar doorsnee gitaarpop.
Het nummer heeft een heerlijk meeslepend instrumentaal thema.

Call in the Night Boy gaat ook vlot onder de laser.
Een aggressieve gitaar en gelijkaardige akkoorden als It's My Life.

Does Caroline Know start met akoestische percussie.
Het nummer werpt net als Renée een blik op wat komen gaat.

It's You gaat er weer stevig tegenaan, maar bekoort mij het minst.
Misschien ligt dit nummer het dichtst bij het debuutalbum.

Enkele b-kantjes, terug te vinden op de Asides Besides 2CD.

Again a Game ... Again baadt helemaal in de sfeer van het album,
maar heeft wat moeite om als song een duidelijke koers aan te houden.

Without You zit ook weer wat dichter bij het debuutalbum.
Korte drums, pompende bas en rechtlijnige synthpartijen.

Why Is It So Hard is een verloren gelopen singeltje
Volgens mij alleen in Amerika uitgebracht en aardig catchy.

Wat ik zo sterk vind aan deze plaat zijn de sterke arrangementen.
De slimme instrumentenkeuze geeft het album haar grote kleurenrijkdom.
Een gelaagdheid die je op verschillende niveaus laat meeluisteren.

De angel van een Talk Talk plaat is echter de stem van Mark Hollis.
Hij zingt alsof hij hoofdpijn heeft (op zich best uniek en in orde), maar
na een aantal nummers gaat die hoofdpijn wel op de luisteraar over.

Maar laten we wel wezen: u weet niet wat u mist.

Talk Talk - Spirit of Eden (1988)

poster
4,0
SPIRIT OF EDEN 1988

Een paar seconden ver in de eerste track hoor ik Debussey.
Heb ik nou altijd met deze Spirit of Eden.

Het is die klaroenstoot of wat er voor moet doorgaan.

Ik voeg er al meteen een scheurende bluesharmonica sound aan toe.
Ook ritmisch hoor ik een bluespatroon in The Rainbow.

De misthoorn van Marc Hollis weerklinkt
en de orgels die een plaat eerder de lente kleurden zijn daar.

Verstilde pianonoten.

Hollis in een interview in Oor: de stilte tussen twee noten is belangrijker
dan de noten zelf. De noten kleuren. De stilte accentueert subtiel.

We zijn de Tuin van Eden binnengetreden.
Er heerst rust in de tuin, maar hier en daar springen
aanlokkelijke vruchten in het oog, zwellen vocalen aan.

De plaat vaart een lichte jazzy koers.
Al zit er in die vocale climaxen ook iets van soul.
Heel soulvol die manier van zingen, al blijf ik een haat-liefde verhouding
hebben met Hollis stem. Ik mis wat muzikale warmte in Eden.

Opvallend ook hoe hybride sommige instrumenten klinken.
Die bluesharmonica van daarstraks leek soms op een scheurgitaar.
Nu lijken de schijnbare blazers weer op vervormde gitaarsolo's.

Na een klein instrumentaal orgasme duiken we de luchtledige stilte in.
Op de bijna sacrale tonen van een orgel dwarrelen we richting Desire.

Desire is een lied dat steunt op de heldere vocalen van Hollis.
Zingen wordt ademen tot het rockelement op Spirit of Eden de kop opsteekt.

Dat schommelen tussen explosief en ingetogen
is heel kenmerkend, maar tegelijk voor mij wat vermoeiend.
Je moet voortdurend de volumeknop van je eigen oren bijstellen.
Heel subtiel toveren met luttele noten en een weinig instrumenten.

Groot zijn in de kleinschaligheid.
Al barst bij Talk Talk dan vaak meteen weer dat explosieve los.

Laten we de plaat eens omdraaien.

Inheritance ontvouwt zich als het meest experimentele stuk van de plaat.
Het is zoeken naar structuur, naar een houwvast voor het oor. Wie dat probeert
dreigt ten onder te gaan in stuurloosheid. We bevinden ons op volle zee en navigeren
is een hele klus. Er fonkelen enkel sterren aan het firmament ter oriëntatie.

Er is zelfs geen sprake meer van ritme, van een golfslag.
Inheritance is het nummer dat ik node opnieuw moest beluisteren.
De achilleshiel waarover ik struikel. We bevinden ons mijlenver van huis.

Met I Believe in You komen we aan het "hitje" van deze plaat.
Het enige nummer dat samen met Desire uit dit album kan gelicht worden
zonder aan kracht te verliezen. De gitaar en de voorzichtige percussie
brengen voldoende rock elementen aan om een song te ontwaren.

De galmende stem van Hollis bewijst hier zijn efficiëntie.
In het door keyboards gedragen refrein flakkert enige warmte.
Het gebrek aan warmte is het voornaamste gemis op dit album.
Ik bevind me op dit album te nadrukkelijk in een koude sterrennacht.

Wealth is het verstilde coda van Spirit of Eden.
Het orgelpunt als je wil. Want aan de klavieren herken je de Talk Talk sound.
Ik vraag me af in hoeverre de verschillende tracks los van elkaar geschreven zijn,
dan wel als onderdelen van een groter geheel gecomponeerd werden.

Ik probeer even John Cope, de b-kant van I Believe in You en niet op het album.
Hier krijg je meer een traditionele songstructuur en wellicht daarom naast de elpee.

Spirit of Eden is een moeilijke plaat vind ik.
Marc Hollis laat ons meekijken in het diepste van zijn muzikale ziel,
maar blijft op sommige momenten ook zijn onbegrepen, introverte zelf.
De plaat is gelukkig nergens pretentieus. Misschien te eerlijk.

Het muzikale palet is impressionistisch en intrigerend.
Geniale flarden muzikaliteit wisselen zich af met gepriegel.
Toch mist de plaat warmte. Ik kan ze niet koesterend in de armen sluiten.

Daarom vind ik 4* rechtvaardig.

Ik schreef associatief impressies neer tijdens het beluisteren van dit album.

Talk Talk - The Colour of Spring (1986)

poster
5,0
THE COLOUR OF SPRING
Even de leerstof van professor Mark Hollis herhalen:
de stilte tussen twee noten is belangrijker dan de noten zelf.
De stilte accentueert de noten in kwestie: "less is more".

Het hitalbum It's My Life (1984) had al een slimme, dubbele bodem.
The Colour of Spring gaat nog een stap verder: nog meer akoestische
instrumenten, uitgesponnen arrangementen, maar toch nog altijd pop.

Happiness Is Easy is een bijzonder intrigerende opener.
Met de prominente akoestische gitaar en het hallucinante kinderkoor.

I Don't Believe in You kabbelt als een folksong: zachte percussie,
akoestische gitaar, een snerpende synth en een likje piano.

Life's What You Make It was de eerste singel en een behoorlijke hit.
Met een jankende electrische gitaar, bijna de enige op het album.

April 5th is de verjaardag van Marks vrouw en maw een lovesong.
Een bijzonder verstild stukje muziek met piano en verre houtblazers.

Living in Another World was de tweede singel en is erg sterk.
Een pakkende refrein, een noeste mondharmonica and a lot of soul.

Give It Up was de derde singel, nu met een orgel in de hoofdrol.
Mompelende strofes en een refrein dat huilt naar de maan.

Chameleon Day is een user van MusicMeter. Het zou me niet helemaal
verwonderen als hij hield van "de stilte tussen twee noten" zoals in deze track

Time It's Time is de uitbundige finale van het album.
Met operastemmen in de achtergrond en een meeslepende thema.

Het intrigerende aan deze plaat is dat alle instrumenten
hun eigen, heldere plaats hebben in het totale stereobeeld.
Een samenbrengen van jazz, soul en mondern klassieke impulsen
zonder dat The Colour of Spring zijn pop-appeal verliest.

Nog drie b-kanten die duidelijk tot hetzelfde project behoren.
De twee eerst waren wellicht te experimenteel voor het album,
maar kondigen de verdere koerszetting op Spirit of Eden al aan.

It's Getting Late in the Evening begint met één enkele gezongen noot.
Daarna een basisakkoord, een spaarzame piano en een stem.

For What It's Worth komt haast onhoorbaar op gang.
Een nachtelijk stukje muziek waarin de stem zelf een instrument wordt.

Pictures of Bernadette heeft weer een elektrische gitaar om.
Een aardig nummer dat nog het dichtst bij het vorig album aanleunt.

Talk Talk telde op dit album nog maar drie groepsleden.
Producer Tim Friese Greene zou een steeds nadrukkelijkere rol spelen.
Dit album heb ik ooit leren kennen en koesteren dankzij een recensie in Oor.

Talk Talk - The Party's Over (1982)

poster
4,0
THE PARTY'S OVER
vind ik achteraf bekeken een linke titel.
Want na dit album met pure party synth pop,
zou Talk Talk nooit meer hetzelfde klinken.

Mark Hollis is de spilfiguur en jongere broer van Ed,
op zijn beurt bekend van de pubrock band Eddie & Hot Rods.

Talk Talk was onder contract bij het het EMI van Duran Duran.
Geen wonder dat beide acts aanvankelijk aan elkaar gelinkt werden.
En op basis van de groepsnaam en deze singels was dat niet eens zo gek.

Op dit album staan maar liefst (bijna) 4 singels,
die allemaal volgens hetzelfde concept geschreven zijn:
echo-bas, dansbare popbeats, veel synthlagen en huilende vocalen.

Talk Talk was de tweede singel. Pure synthpop uit de vroege 80s.
Werd na het succes van de opvolger en in rerelease alsnog een UK hit.

It's So Serious werd in sommige landen gepromoot als a-kant,
ook al was het de minstens even sterke b-kant van Today.

Today is dus de derde singel van dit album en zorgde voor de UK doorbraak.
Dit nummer klinkt als de rest van de plaat (bewust?) overproducet.

The Party Is Over klinkt alsof er stof aan je naald hangt.
Of beter nog ... alsof je oren nog nazinderen, wanneer de party echt over is.

Hate is misschien het minst typische Talk Talk nummer.
Powerdrums en stoere achtergrond vocalen (beetje oude Spandau Ballet).

Have You Heard the News contrasteert met zijn voorganger.
Dit nummer blikt in zijn subtiliteit vooruit naar het tweede album It's My Life.

Mirror Man was de allereerste singel van de groep.
Een Duran Duranachtig nummer met merkbaar minder hitpotentie.

Another World is een goed voorbeeld van de no-nonsens synthpop
die Mark Hollis en ço op het eerste album bij elkaar schreven.

Candy opent met de glijdende bas en heeft ook de iets meer
beheerste vocalen die we op It's My Life vaker zullen terughoren ...

Nummes 5, 7 en 8 zijn naar Talk Talk maatstaven niet zo sterk.
Maar met 1, 2, 3 en 4 heb je onvervalste 80s synthpop in huis.
Tracks 6 en 9 kijken al een beetje verder ...

De bijhorende tracks die op Asides Besides verzameld staan.

Strike Up the Band was de b-kant van de eerste singel
Mirror Man, en had volgens mij meer hitpotentie dan zijn a-kant.

? was de mysterieus getitelde b-kant van Talk Talk.
Een iets avontuurlijker nummer dat goed in de lijn van het album ligt.

My Foolish Friend is de onderschatte vierde singel van de groep.
Een uitgekristaliseerd voorbeeld van het synthpop geluid van Talk Talk.
Dit nummer ontbreekt jammer genoeg op sommige verzamelaars.

Ik zou The Party's Over zeker aanraden aan mensen
die It's My Life een goed album vinden. Voor de Talk Talk puristen
(Spirit of Eden en Laughing Stock) is het wellicht te mainstream.

Talking Heads - Little Creatures (1985)

poster
4,0
LITTLE CREATURES 1985

Ik heb hem vorige week nog eens gespeeld.
Mijn allereerste Talking Heads plaat ... pop met country inslag.
Bijna niet te vergelijken met hun pakweg eerste vier albums.

Dit is een zomers album vind ik.

And She Was ... moest God gedacht hebben toen hij eindelijk klaar was
met die rib van Adam. Een hit uit het boekje ... zoals REM later ook kon.

Give Me Back My Name is a weeping song.
God knows where David Byrne is singing about.

Creatures of Love ... over die (b)engels van baby's.
Vanuit een huifkar ingespeeld, lijkt het wel. Country Heads.

The Lady Don't Mind speelt subtiel met een zuiders ritme.
En een meezinger van een refrein ... u-oh here we go again ...

Perfect World vond ik als puber één van de betere nummers.
Vandaag is het verworden tot een romantische albumtrack.

Stay up Late laat de peuter in Byrne zelf aan het woord.
Een song die er nauwelijks één is met een venijnig refrein.

Walk It Down neemt ons weer naar de rivier (Take Me to the River).
Zo'n soul samenzang met gospel inslag ... maar minder beklijvend nu.

Television Man vind ik naast de drie singles het beste nummer.
Maatschappijkritiek uit Davids mond heeft altijd iets surrealistisch: Television Head.

Road to Nowhere is een klassieker natuurlijk.
Allen samen op weg naar het niets. Godot en Nietsche in één lied.

Heel fijn om nog eens te horen. Een gezonde popplaat van Talking Heads.
De semi-soundtrack True Stories bracht nog meer swingende pop.
Heel clever ingespeeld allemaal, maar niet zo charmant als deze.
Op Naked bracht de groep wat daarna wereldmuziek zou heten.

Ik vind het merkwaardig.
De platen voor Remain in Light zijn minder mijn ding: te druk vaak.
De platen na Remain in Light vind ik onweerstaanbaar catchy.
Merkwaardig dus dat ik vooral voor hun laatste platen val.

Talking Heads - Remain in Light (1980)

poster
5,0
REMAIN IN LIGHT 1980

De beste langspeler van Talking Heads.
Telkens als ik dit album draai vraag ik me af hoezeer deze vlag de lading dekt.
Want ik hoor zoveel meer dan ik van het viertal gewoon ben.

Een batterij sessiemuzikanten (en niet van de minste) drukken duidelijk hun stempel.
En dan is er natuurlijk Brian Eno. Twee breinen dus voor de prijs van één.

Born under Punches (The Heat Goes On) is ronduit subliem.
Het lijkt wel alsof alle instrumenten in functie van het ritme worden ingezet.
Tom Tom Club percussie, staccato gitaar likjes en elektronische bliepjes op maat.
De afro-wave van Talking Heads bezweert de luisteraar als in een voodoo ritueel.

Crosseyed and Painless is het snellere broertje van Once in a Lifetime.
Ingezet als eerste single, maar iets te nerveus om punten te scoren in de charts.
Opnieuw wordt een vlotte, funky basis gepaard aan langer uitgerekte, vocale koren.
Daartussen mag professor Byrne zijn theorieën over de mensheid doceren.

The Great Curve houdt het strakke afro ritme aan.
Deze compositie maakt van de oorspronkelijke kant 1 één heerlijk feest.
Al moet ik bekennen dat The Great Curve iets minder song om het lijf heeft.
Eerder een tribal raamwerk waarbinnen gitaar en koor mogen soleren.

Merkwaardig hoe daarna kant 2 start met die ene grote klassieker.
Once in a Lifetime heeft een refrein dat je herkent uit de duizend.
De link met dit album zit veel meer naar de achtergrond gemixt.
Het is dankzij deze hit dat de plaat een breed publiek vond.

Dat men daarna met een remix van Houses in Motion
een 3de single hit trachtte te versieren vind ik onbegrijpelijk.
De song is wars van enige hitpotentie en belicht een meer ingetogen facet
van de afro-wave sound van Remain in Light. Het minste nummer uit deze set.

Brian Eno drukt zijn ambient stempel nadrukkelijker op de 2de helft van de plaat.
In Seen and Not Seen bijvoorbeeld dat bijna danst op een hip hop beat. Opper-Head Byrne
debiteert over uiterlijk, imago, stijl en first impressions aan de vooravond van wat in Engeland
de new romantic scene zal heten. Een track die iets te snel voorbij gaat om indruk te maken.

Op Listening WInd is Eno helemaal in zijn nopjes.
Het is zoeken naar de overige bandleden van Talking Heads.
Een compositie die het belang van een meeslepend refrein onderstreept.
Je gaat scherper luisteren naar het oerwoud als je mee mag neuriën met de wind.

The Overload tenslotte is een opvallend kalm coda van een erg ritmisch album.
De grondtoon van de track doet me denken aan I Remember Nothing van Joy Division.
Het nummer lijkt ook een gelijkaardig effect te willen sorteren. Het niemandsland.
Een vroege en mistige ochtend in de jungle. Het feest is definitief voorbij.

Tracks 5 en 6 doen twijfelen aan de 5de ster voor Remain in Light.
De rest is echter overweldigend goed, zodat ik alle sterren maar laat staan.

Paul Simon, Peter Gabriel en David Byrne.
Alle drie hadden ze wat met Afrika en de zwarte basis van rock en pop.
Simon danste in de townships op Graceland. Gabriel trok mee met de troubadours
van het platteland. Byrne dook op Remain in Light onverschrokken het oerwoud in.

Maar of dit nu een Talking Heads plaat is? Ik ben er nog niet uit.
Het zou twee jaren, een paar zij-projecten, een live album en enig hitsucces
met de Tom Tom Club duren voor de vier hoofden elkaar zouden weerzien.

Talking Heads - Speaking in Tongues (1983)

poster
4,0
SPEAKING IN TONGUES 1983

Zonder twijfel één van mijn favoriete Talking Heads platen.
Het album waarop de groep de percussieve Tom Tom Club sound
importeert. Remain in Light ligt drie jaar achter ons en was vooral
een David Byrne plaat. Nu staat er weer een geöliede band
op het podium ... getuige Stop Making Sense uit 1984.

Burning down the House is een ommiskenbare klassieker.
Het enige nummer hier waarin de klemtoon op rock ligt.

Swamp springt ook uit de band (in sommige landen een single).
Zompige soul met heerlijk snerende David Byrne vocalen.

This Must Be the Place is een verslavende single.
Een niemandalletje bijna dat van Tom Tom Club had kunnen zijn.

Op kant 2 vormen Moon Rocks en Pull up the Boots
een heerlijk swingend duo ... heel aanstekelijk ingespeeld.

Op kant 1 vinden we de oerversie van Slippery People.
Merkwaardig hoe veel meer drive de live versie op Stop Making Sense heeft.

Brengt on bij Girlfriend is Better, waarin de quote Stop making sense valt.
Had ook probleemloos op single gekunnen ... feestpop.

Resten nog I Get Wild / Wild Gravity, misschien
een van de mindere songs hier. Vis noch vlees in de pan.

En het prettig gestoorde Making Flippy Floppy waarin
David Byrne een op hol geslagen ritmesessie nahuppelt.

Dit album heeft iets van Kool & the Gang.
Natuurlijk gaat het hier niet om glittergladde discofunk.
Maar qua speelplezier en opwarmer voor een nachtje stappen
kan dit Talking Heads album zo naast een Greatest Hits van Kool.

Talking Heads - Stop Making Sense (1984)

poster
5,0
STOP MAKING SENSE (1984)

Ik denk dat ik dit hun beste album vind.
Vooral dan in de originele CD versie (daar duurden
de tracks langer dan op de vinyl versie), zonder de bonus tracks.
Er zitten heel sterke bonustracks tussen, maar het album
duurt me als 16 tracker net iets te lang ... marathonplaat.

Heaven had bijvoorbeeld op het oorspronkelijke album gemoeten.
Dit is de ultieme versie ... en het had het aandeel songs uit hun laatste
langspeler Speaking in Tongues kunnen reduceren.

Want op het oorspronkelijke, negen tracks tellende (die zonder
sterretjes) album stonden maar liefst 4 nummers van Speaking in Tongues.
Swamp had er af gemogen, voegt weinig toe aan de studio versie.

Dat doen Slippery People en Girlfriend Is Better wel.
Opspattend zweet op de gezichten van driftig musicerende bandleden.
Een David Byrne die zijn zoveelste rondje rond het podium jogt.
Slippery People zou in zijn live versie hier en daar de hitparade halen.

Daarnaast krijgen we met Psycho Killer (met die cassettespeler
op het podium en Byrne die zich in een kramp wandelt ... sublieme vondst),
Take Me to the River, Life During Wartime en Once in a Lifetime
van elke voorafgaand album de bekendste single live.

This Must Be the Place (vijfde nummer van Speaking in Tongues
en hier als bonustrack toegevoegd) was de 7" b-kant van de singles
die van Stop Making Sense getrokken werden. Ik heb hier zowel
Slippery People als Once in a Lifetime met identieke hoes
en identieke b-kant in mijn collectie zitten.

Tenslotte What a Day That Was van Byrnes solo-album.
Hier zodanig door de groep toegeëigend alsof het al jaren
op hun repertoire stond. Heerlijk geschifte meezinger.

Crosseyed and Painless vind ik samen met Heaven
de beste toevoeging aan deze expanded remaster.

De andere tracks hoefden voor mij niet zo.
Genius of Love is trouwens een Tom Tom Club hitje.

Zowel de film als de plaat zijn must haves in elke rock collectie.
Van hetzelfde niveau als Under a Blood Red Sky ... prachtig.

ps. De versie van Psycho Killer op de oorspronkelijke plaat
heeft niet die cassette breaks die je in de film ziet en wel hoort op de reissue.
Ik vind deze live versie van Psycho Killer trouwens veel beter dan de studio.
Dat geldt trouwens voor veel van de songs hier ... zoveel beter live.

Tanita Tikaram - Ancient Heart (1988)

poster
4,0
ANCIENT HEART
nog eens uit de kast gehaald.
Lang geleden dat ik Tanita nog hoorde
met haar ebbenhouten stem.

Vroeger zat dit album in de CDkast van mijn broer.
Ik denk dat ik hem meer draaide dan hij.

Good Tradition, Cathedral Song, World Outside Your Window
en Twist in My Sobriety zijn heerlijke radiohits geweest.

Sighing Innocents vond ik ook altijd wel catchy
en Valentine Heart is toch met stip het verborgen juweeltje.
Op dit laatste lied, en bij uitbreiding op de ganse CD
stak ze heel even Suzanne Vega naar de kroon.

Mooie singer-songwriter pop die de tand des tijds doorstond.

TC Matic - Compil Complet! (2000)

poster
3,0
Hoe compleet is deze Compil Complet! ?

Dat valt een heel klein beetje tegen.
Twee nummers staan er absoluut niet op.

Modern Noise [1980 debut EP]
Er staat wel een live versie van op ... dat wel.
Voor de studioversie heb je de 25th anniversary box
van het allereerste album nodig (2006).

Putain Putain [Euromix Version]
De 12" versie met het Europese kenwijsje in,
je weet wel het Te Deum van Carpentier.
Staat alleen op de allereerste verzamelaar
Ca vient, ça vient, change pas demain (1987).

Even de andere nummers in hun context plaatsen.

Take It Easy / Femme Femme / White Rhyhtm /
Modern Noise (hier dus alleen in live versie) / Bazooka Joe

zijn allemaal uit dezelfde oersessie.

De 4 eerste verschenen als singel EP en het laatste nummer
stond op de legendarische ASLK compilatie Get Sprouts.

De daarop volgende singels waren ...

O la la la / Still on the Loose
Willie Willie / I'm Not Like That (albumtrack)
Le Java / Mummy
Middle Class and Blue Eyes / Touch Me (albumtrack)


De versie van Middle Class and Blue Eyes is
hier de extended versie die op de 12" singel stond.

If You Wanna Dance, Dance, If You Don't, Don't / Attack Anna
Putain Putain [Euromix] / Living on My Instinct [Euromix]


Putain Putain werd alleen op 12" gereleased.
De versie hier is jammer genoeg de gewone albumversie.

Ugh Ugh / Ugh Ugh [Instrumental]

De intrumentale versie ontbreekt hier ook, maar dat is niet zo erg.

Elle Adore Le Noir (Pour Sortir le Soir) / Act Like a Dog (albumtrack)
Who's That Girl / Let Me out (albumtrack)
Chi Boem / Pauvre Con (albumtrack)


Alle andere nummers zijn albumtracks, live opnames
of alternative mixen, behalve Positive Noise, How Do I Reply en Parole.
God Is Not on Your Side is een Engelstalige versie van L'Amour N'est Pas Avec Moi.

TC Matic - Essential (2003)

poster
4,0
Als ik me niet vergis in 2007
nog eens heruitgebracht met een nieuwe hoes.
Een budget verzamelaar en een goeie,
maar geen volledige ... ik verklaar me nader.

De singels die er wel op staan zijn:
Oh La La La / Willie Willie / Le Java / If You Wanna Dance ... /
Ugh Ugh (niet op regulier album) / Elle Adore Le Noir


De singel Middle Class and Blue Eyes staat er ook op,
maar in zijn 12" versie, wat natuurlijk wel een mooie bonus is.

De 12" singel Putain Putain staat er ook op,
maar in zijn gewone album versie en niet in zijn 12" Euromix.

Op geen enkele officiële TC Matic CD kan je die Euromix
terugvinden (zelfs niet op Compil Complet), tenzij op de allereerste
verzamelaar Ca vient, ça vient, change pas demain uit 1987.

En wat nu zo gek is, is dat de b-kant van Putain Putain,
Living on My Instinct wel in 12" Euromix versie aanwezig is.

Verder ontbreken de twee laatste singels Who's That Girl en Chi Boem.
Mummy was de b-kant van Le Java en dus ook een leuke bonus.

Voor de rest albumtracks.
Tracks 5 (gewoon maf), 13 (een must), 14 en 15 van het debuut.
Tracks 8 (een cult klassieker) en 16 van L'Apache.
Tracks 3, 7 (maar hier dus in Euromix) en 17 van Choco.
En buiten Elle Adore le Noir geen enkele track meer van YeYe.

Al bij al een erg goede, maar geen volledige verzamelaar.
Het grootste minpuntje blijft het ontbreken van de Euro-Mix
van Putain Putain (de versie met het Europese kenwijsje in).

Tears for Fears - Songs from the Big Chair (1985)

poster
4,0
SONGS FROM THE BIG CHAIR 1985

Primal Scream Therapy ... hoofdstuk 2.
Van het in een klein hoekje gedrumde zorgenkind
op The Hurting, naar de grote praatstoel van dit megasucces.
Tears For Fears verovert niet alleen Europa maar meteen ook de US.

Shout is van absolute wereldklasse.
Een dikke hit van meer dan 6 minuten die geen seconde verveelt.
Met krachtige vocalen die doen wat ze zingen: shout, shout,
let it all out, these are the things I can do without ...


Meezingen met Tears For Fears heeft iets van een catharsis.
Als Shout opstaat, ga ik vanzelf meebrullen ... lucht echt op.

De productie op Songs from the Big Chair is groots en wijd.
The Working Hour probeert je te verdrinken in zijn gelaagdheid.
Doet me denken aan The Waterboys op This Is the Sea.

Everybody Wants to Rule the World is 24 karaatse klasse pop.
Een schoolvoorbeeld van de perfecte pophit en in de US voor Shout
gereleast. Beide singles stonden daar trouwens op één.

Mothers Talk heb ik nooit zo goed begrepen.
Grof ritmische geschut, allemaal erg Amerikaans ook.
Maar alles behalve een single, al deed ie het in de US alsnog
goed als rerelease na het succes van de nummer één hits.

I Believe heeft iets van de verstilde soul meets jazz van Talk Talk.
Het werd "soulful" heropgenomen als vijfde single van het album.
Niet meteen mijn kopje thee, maar past perfect in het plaatje.

Broken is niet veel meer dan een stevige jam
die om het de vierde single van het album is geweven.

Head over Heels klinkt een beetje als Wham! met die soulvolle
falsetto's. Maar met een onweerstaanbaar Tears For Fears refrein.

Op Listen gaat de groep zelfs even de symfonische toer op.
Opnieuw sluipen jazz invloeden het muzikale spectrum binnen.
Het muzikale thema van Listen bezit de nodige grandeur.

Ik vind Songs from the Big Chair muzikaal sterker dan The Hurting.
Maar als ik naar de boodschap luister, kies ik voor hun debuut.

De remaster uit 1999 combineert 4 b-kantjes met
de US remixen van Mothers Talk en Shout.

De deluxe editie uit 2005 verzamelt alle b-kantes,
alsook de single versies van de hits en voegt daar
dan nog eens de extended versies aan toe.

Een compleet plaatje als het ware.
Toch even opgewaardeerd tot 5 sterren.

Tears for Fears - The Hurting (1983)

poster
4,0
THE HURTING 1983

Onwaarschijnlijk krachtig debuut van dit Britse duo.
Vaak ten onrechte als synthesizer duo versleten, want de kracht
van hun muziek zit hem precies in het uitgeblanceerde arrangement.

Tears For Fears gebruikt een veel rijker palet dan de doorsnee synth band.
Al is de productie op dit debuut eerder vlak, toch sluimert er
heel wat muzikaliteit door de kieren van het isolement.

The Hurting steunt op een stevig ritmisch geraamte.
Een soort statement, beginselverklaring van dit merkwaardige album.
Krachtige gitaar en mooi samenvloeiende vocalen van Smith en Orbazal.

Mad World is een prachtig voorbeeld van bitter sweet wave pop.
De tekst lijkt uit de zwarte pen van de worstelende puber te vloeien.
Maar de muziek heeft iets "uplifting", Mad World verzacht de pijn.

Pale Shelter is mijn favoriet van het album.
Een nummer dat ook perfect aansluit bij het vorige, maar mij
iets meer naar de dansvloer lokt. Meesterlijke arrangementen.

Ideas as Opiates is experimenteler van aanpak.
Je kan het zelfs naast hun complexere werk op bijvoorbeeld
het album Sowing the Seeds of Love leggen. Geslaagde operatie.

Memories Fade bouwt langzaam op. Muziek die een boodschap
wil onderstrepen. Op de drie eerste albums is dat de Primal Scream
Therapy van Arthur Janov. Op The Hurting diagnosticeert Tears For Fears
de pijn van het zijn. Op Songs from the Big Chair komt de verlossing.
Op Sowing the Seeds of Love voltrekt zich dan de genezing.

Suffer the Children heeft alles van een hitsingle.
Het was ook hun allereerste 45 toeren plaatje, maar het flopte.
Mad World, Pale Shelter en Change haalden alsnog de UK top 10.

Watch Me Bleed heeft het meest van een new wave track.
Beetje postpunk schemering, een beetje Depeche Mode in de vocalen.
Nog zo'n sterk punt van Tears For Fears: uitbundige refreinen.

Change is volgens de band het niemandalletje van de plaat.
Een bijzonder aantekelijke hitsingle met een lichtvoetigheid die
deze anders sombere plaat hard kan gebruiken. Goed gezien.

The Prisoner klinkt als een onafgewerkt studio experiment.
Een kakofonie die het midden houdt tussen OMD en Depeche Mode.
Enige pluspunt is dat het je als luisteraar fris houdt.

Start of the Breakdown is een typische Tears For Fears ballad.
Wanneer de piano weerklinkt, gaat de groep naar mijn aanvoelen
vaak een beetje te pathetisch klinken. Geforceerd soulvol.

De bonustracks op de fraai uitgegeven remaster uit 1999
zijn allemaal extended versies of remixen van de eerste singles.
Daarbij ook The Way You Are, een wat mislukte hit, waarin de groep
op zoek is naar een nieuw geluid, iets percussiever wil klinken.

Die lijn trokken ze door op de volgende single Mothers Talk.
Beide nummers zoeken hun draai tussen de twee eerste albums in,
alhoewel laatstgenoemd nummer toch de opvolger haalde.

Voor mij haalt The Hurting toch de 5 sterren niet.
Daarvoor vind ik tracks 9 en 10 te veel aan kwaliteit inboeten.
Maar er valt over te onderhandelen ... nog maar eens herbeluisteren.

Terence Trent D'Arby - Introducing the Hardline According To (1987)

poster
5,0
INTRODUCING THE HARDLINE ACCORDING TO 1987

De kruising tussen Prince en Michael Jackson. De revelatie van 1987.
Een greep uit enkele van de beloftevolle predicaten waarmee deze koffieboon
werd overladen bij het verschijnen van dit onwaarschijnlijk sterke debuutalbum.

Helaas bleek zijn ego nog groter dan zijn onpeilbaar geachte talent.
Met een stem die aan Otis Redding deed denken, compositorisch de evenknie van Prince
en qua podium présence zo mogelijk met nog meer soepelheid dansend dan Michael Jackson.

If You All Get to Heaven ... stel dat we er geraken, dan is dit plaatje een voorsmaakje.
Niet meteen een song, maar eerder een soort chant, een door gospel ingekleurde beginselverklaring.
Maar melodieus wel een overtuigend schot in de roos. De verwachtingen zijn hoog gespannen.

Dan maar binnen duikelen met de eerste single.
If You Let Me Stay klinkt als een verloren gewaande Motown hit in een hip jaren 80 jasje.
Herinner je het duet tussen Aretha Fanklin en George Michael dat het jaar 1987 op gang schoot.
I Knew You Were Waiting for Me, maar dan minder gelikt. En met een grotere korrel in de stembanden.

Met de opvolger Wishing Well scoorde Terence een nummer 1 hit in Nederland.
Een erg dansbaar nummer waarin de ritmische benadering inderdaad aan Prince doet denken.
Met dat fluitje in het refrein ook een te duchten oorworm. In de strofes misschien iets te gedeisd.

Dan volgt een aardig nummer met een belofte van vader.
I'll Never Turn My Back on You swingt lekker door, maar breekt geen potten.

Dat kan wel gezegd worden van de derde single Dance Little Sister.
Alsof de sexmachine van James Brown nog eens uit de kast wordt gehaald.
Het mag duidelijk worden dat D'Arby probleemloos citeert uit de rijke soul geschiedenis.
En dat doet hij op dit debuut zowel compositorisch als vocaal. Get on up and dance.

Op Seven More Days grijpt Terence terug naar het gospel koor van de albumopener.
Een goed nummer dat me bijwijlen ook wat aan het vroege werk van Simply Red doet denken.

In Let's Go Forward schakelt mijnheer Trent D'Arby over op falsetto.
En opnieuw valt op hoe getalenteerd de zanger en de componist zijn.
Met het backing koor dat een zwoele mantra doorheen de song weeft.
Had precies daarom ook een song van Sade geweest kunnen zijn.

Rain blijft zijn eigen titel trouw en is bijgevolg een fris tussendoortje.
Met elektronische druppels in het arrangement, een opzwepend ritme en een meezing-refrein.
Precies het nummer dat de betere langspeler nodigt heeft om niet te gaan vervelen.

En alsof dat nog niet genoeg is belanden we bij de grootste hit van dit album.
Als je vier singles lang in de top 10 kan ronddwalen en met die laatste dan nog eens
op een haar na de nummer 1 mist, dan mag het duidelijk zijn dat je goud in handen hebt.
Een op een bossanova ritme geleeste ballad waarop het zwoel slowen is.

Met het a capella lef van As Yet Untitled dreig je je als artiest op te hangen aan je eigen ego.
En in de benadering van deze eigenhandig geschreven song toeft D'Arby akelig dicht bij Marvin Gaye.
Zowel de licht gebrande stemkleur van onze koffieboon als de bezieling zijn echter overtuigend genoeg.
En de twijfelaars worden wellicht over de streep getrokken door de compositie (tekst inbegrepen).

Misschien gaat Terence er in het laatste nummer toch lichtjes over.
Who's Loving You doet denken aan de zoetgevooisde kippenvel ballades van Sam Cooke.
Maar hier klinkt het eindresultaat toch net iets te veel als een doorzichtige kopie.

Neemt niet weg dat ik voor dit album met graagte 5 sterren uitdeel.

The Alan Parsons Project - Ammonia Avenue (1984)

poster
4,0
Laat ik beginnen met het album (en de uitvoerders) die me tot deze interessante website brachten. Het is meteen ook de eerste LP die ik ooit van de groep hoorde. Of beter gezegd: eerste CD. Want de muziek van Alan Parsons Project komt volgens mij het best digitaal tot haar recht.


AMONIA AVENUE

Prime Time is een sfeervolle opener die de toon van het album zet. Gestroomlijnde gitaarpop met de oorstrelende stem van Eric Woolfson.

Let me go Home heeft zijn plaats op het album. Op het eerste gehoor brutaler dan de rest. Maar het nummer maakt de luisteraar wakker voor de rocking roots van APP.

Since the last Goodbye sluit mooi aan bij het vorige nummer. Dit is een lullaby die balanceert op de grens tussen mierzoet en melig, maar toch net overeind blijft, vind ik.

Don't answer me was, zoals wellicht voor velen, de eerste kennismaking met de groep. En het is meteen ook een briljante singel met een heel sterke tekst. Een klassieker.

You don't believe: de singel die aan het album voorafging. En dat hoor je ook omdat die synthesizer van hun vorige albums er nog in doorklinkt.

Pipeline. Wat is het toch dat hun instrumentals zo onweerstaanbaar maakt. Eenvoudig, minimalistisch bijna, maar met voldoende weerhaakjes om te blijven hangen.

Amonia Avenue sluit het album met ware grandeur af. Een klassieker met een perfecte balans tussen zang, muziek en arrangement. Beter nog dan The Silence and I.


One good Reason en Dancing on a high Wire vind ik iets minder beklijvend.


Ik heb de gewoonte om voor mezelf CDs te maken van twee albums. Ik selecteer dan 7 nummers van elk album. Mijn favoriete 7 heb ik besproken. Wil je weten welke 7 andere nummers op die CD staan, dan moet je verder lezen bij VULTURE CULTURE.

The Alan Parsons Project - Eve (1979)

poster
3,0
EVE 1979

De geremasterde edities van de APP albums zijn een streling voor het oor.
Jammer dat de teksten ontbreken, want die zijn essentieel voor conceptalbums.
Voor de rest zijn ze zeer verzorgd uitgewerkt met interessante liner notes.

Eve is het zwakkere zusje tussen de APP albums.

Bij bonustrack 10 lees ik dat Parsons en Woolfson werkten aan hun nieuwe project
The Sicilian Defence, dat echter door de platenfirma werd afgekeurd en geklasseerd.
Bonustrack 10 is een mooie pianoballad uit die sessies.

APP begon daarna aan Eve, en vermits één en één twee is,
ligt hier misschien al een verklaring waarom het songmateriaal
van Eve minder sterk is, minder beklijft. De inspiratie werd namelijk
deels al geïnvesteerd in het bewuste, onuitgegeven werkstuk.

Maar is Eve wel echt zo zwak als graag beweerd wordt?

Lucifer, Damned if I Do en If I Could Change Your Mind
drijven na een paar beluisteringen boven als de topnummers.

Lucifer is een bijzonder sterke instrumental.
De verleiding als centraal thema: spelen met vuur.
De slang uit de tuin van Eden ... een devil in disguise ...

Ik hoor in Lucifer invloeden van Jean-Michel Jarre.
Maar wat zo interessant is aan de vroege APP albums is de wijze
waarop Parsons en Woolfson invloeden uit de popmuziek
van toen integreren in hun progressieve rockconcept.

Zo hoor ik in Damned If I Do het vermomde disco element
dat eind jaren 70 opduikt in het werk van diverse rockgroepen.
Blazers en strijkers op een strakke beat en een fraai solerende gitaar.
Het thema suggereert de verleiding tot overspel: het vlees is zwak..

Vrouwelijke leadvocalen op If I Could Change Your Mind.
APP sluit af met de traditionele ballad en ik moet onverwijld denken
aan aan het symfonische gezicht van ABBA dat vanaf The Album (1977)
langzaam hun muziek binnensloop ... APP is altijd bij de tijd.

In zijn thematiek tast Eve alle facetten van de relatie man-vrouw af.
Op If I Could Change Your Mind is dat het universele verhaal van de geliefde
die treurt om de partner die hem (in dit geval haar) verlaten heeft;

Van ABBA naar de Bee Gees is maar een kleine stap op Eve.
Zowel de Zweden als de Australiërs domineerden de hitparades in 1978.
You Won't Be There lijkt wel een ballad op maat van de broertjes Gibb.
Helaas dreigt dit nummer al dra te verzanden in meligheid.

Winding Me Up wil een tegengewicht zijn van zijn voorganger.
Het begint met die typische, schalkse, APP knipoog naar de barok muziek,
maar het lied evolueert al snel richting lichtgewicht hitparadesong.
Een nummer als een flirt ... vluchtig en even snel vergeten.

Traditioneel is de tweede track op een APP een uit de kluiten gewassen rocker.
You Lie Down with Dogs toont gastzanger Lenny Zakatek op zijn best.
Thema van het nummer is de minaar die als een hond aan de voeten
van zijn "maneater" gekluisterd ligt ... de man als liefdesslaaf.

I'd Rather Be a Man is het nummer met de synthpop dreun.
Elk APP album heeft wel zo'n nummer, meestal een instrumental.
Hier is het een gezongen lied dat het verleidingsspel van de vrouw
op de korrel neemt: liever een man te zijn dan een uitsloofster.

Don't Hold Back is voor mij het zwakste nummer van Eve.
Goedkope radiopop uit vervlogen tijden ... hier slagen de vrouwelijke
vocalen er niet in om zoals op 9 het thema van dit album kracht bij te zetten.

Secret Garden is een instrumental die de luisteraar
met Beach Boys achtergrondkoor wil meenemen naar een palmboomstrand
alwaar we naar hartelust van Eva's verboden vruchten mogen plukken.

Dit is een driesterrenalbum.

Ik vind hem mooi passen tussen de andere APP langspelers.
Maar veel songs komen en gaan, zijn even vluchtig als vlinders
in de buik van een doorsnee man in de ban van een mooie vrouw.

The Alan Parsons Project - Eye in the Sky (1982)

poster
4,0
EYE IN THE SKY

Het doorbraakalbum naar het grote publiek met ook het eerste echte hitsucces. Ik koos 7 tracks die me het meest konden bekoren en zetten ze op CD samen met de 7 sterkste liedjes van THE TURN OF A FRIENDLY CARD.


Sirius is meesterlijke intro van dit aan het alziende oog (God?) gewijde album. Doet denken aan Space Intro (op Fly like an Eagle) van Steve Miller Band.

Eye in the Sky is de grote hit. Een perfect staaltje popmuziek waarin een helder arrangement en een mooie stem de balans houden. Geraffineerd als Dire Straits.

Silence and I is het symfonische meesterwerk. Mooie opbouw met Woolfsons stem als extra glijmiddel. Meditatieve boodschap.

You're gonna get your Fingers burned is het stevigste nummer van de plaat en zit netjes tussen de ingetogenheid van The Silence and I en de intro van Psychobabble.

Psychobabble heeft iets van Games People Play: een uptempo rocker, dit keer wel met een uitgesponnen intro. Een sterk nummer.

Mammagamma is de fraaie instrumental. Het feit dat APP de synthesizer niet schuwde, maakt de groep in mijn ogen completer dan vele genregenoten.

Old and wise is een perfecte afsluiter van dit klassieke album. Het werd een behoorlijke hit in Nederland en daar zit de wijze tekst voor iets tussen. Een klassieker.


Children of the Moon vind ik het zwakste nummer. Gemini is bijna een gebed en past in het concept. Maar de vocale hoogstandjes blijven minder overeind in een selectie van 7 tracks. Step by Step zit dicht bij Psychobabble en bevat net iets teveel APP clichees.

The Alan Parsons Project - I Robot (1977)

poster
4,0
I ROBOT 1977

Na hem een aantal maanden te hebben laten rusten,
nam ik gisteren de proef op de som: de ultieme luistersessie.
En tot mijn verbazing viel I Robot me toch een beetje tegen.
Ik probeer één en ander te verklaren ...

I Robot staat buiten kijf als prachtige instrumentale opener.
Als je naar hun latere instrumentals luisters (elk album heeft
er wel minstens één) dan gaan ze allemaal terug op I Robot.

YouTube - The Alan Parsons Project- I Robot

Tegelijk futuristisch van inslag en dreigend van sfeer.
We bevinden ons duidelijk in de jaren 70, het Star Wars tijdperk breekt aan.
Jeff Wayne's War of the Worlds en Kraftwerks The Man Machine zitten in de pijplijn.
De wereld kijkt enigszins argwanend naar de nieuwe technologie: vriend of vijand?

I Wouldn't Want to Be Like You stapt behoorlijk richting
Saturday Night Fever met die vette bas (ik hoor al een beetje
Michael Jacksons Thriller) en die overduidelijk aanwezige hi-hats.
Daarop een hardrock stem en je krijgt een draak van een song.
Zo'n vaart loopt het gelukkig niet ... maar ik vind het geen winnaar.

Datzelfde mag ook gezegd worden van de twee daarop volgende nummers.
Some Other Time doet qua arrangement wat denken aan Music van John Miles
(waar Parsons ook voor tekende) en Breakdown weet me niet te overtuigen.
Vooral omwille van de zanger die een Supertramp imitatie neerzet.

Tussen de meer instrumentale gedeeltes die heel mooi
de spanning mens - machine weten op te roepen zitten een aantal
soft rocksongs die niet altijd aan het concept zijn vast te knopen.

YouTube - The Alan Parsons Project- Don't Let It Show

Don't Let It Show vind ik wel een geslaagd nummer.
Hier sijpelt Andrew Lloyd Webbers musical invloed door.
Een lieflijk nummer dat mooi contrasteert met het machinale
geluid van andere albumtracks (oa titelnummer en kant 2).

The Voice is zonder meer het sterkste nummer van de plaat.
Hier gebruikt Alan Parsons de disco invloeden uit het midden van de jaren 70
als een klankpalet om een machine aan de praat te krijgen.
Ghost in the machine bij wijze van spreken.

YouTube - The Alan Parsons Project- The Voice

Wordt Parsons op I Wouldn't Want to Be Like You hoorbaar beïnvloed
door de disco, dan herinterpreteert hij die stijl op The Voice.

Nucleus is een soort instrumentaal interludium.
Een compositie die ons vanuit de ruimte weer met beide voeten
op de aarde wil brengen. Nodig om Day after Day aan te vatten.
Een typische Alan Parsons ballad. Enkel Eric Woolfsons vocalen
ontbreken. Die trad pas later op de voorgrond als lead zanger.

Total Eclipse ... ja, de engineer van Pink Floyds Dark Side of the Moon
kan natuurlijk niet om die referentie heen. Na The Voice waan je je
als luisteraar ook een tijdje in Pink Floydiaanse sferen.

Maar let op, Total Eclipse neemt mij in eerste instantie mee
naar 2001 A Space Odyssey met zijn avantgardistische orchestratie
en zijn dissonante koren. Op weg naar Jupiter als het ware.

Genesis (nog zo'n rock dinosaurus maar hier niet ter zake)
mag het album eindigen. Een heel sfeervolle instrumental die
samen met het titelnummer het album tot één geheel smeedt.

Een beetje Kraftwerk, maar vooral veel Alan Parsons zelf.
De gitaren rukken weer aan om de nodige rock toets toe te voegen.
Het verhaal eindigt dus met de (her)schepping van de wereld.
Machine werd mens. Mens wordt God.

Voorlopig laat ik die 4 sterren maar staan,
al is het me bij deze laatste beluistering een halfje te veel
omwille van de paar mindere songs (tracks 3 en 4 bijvoorbeeld).
Instrumentaal een sterkere plaat dan songgewijs of vocaal.

Maar vanaf het volgend album krijgen Parsons
en Woolfson ook die knepen van het vak onder de knie.

The Alan Parsons Project - Pyramid (1978)

poster
4,0
PYRAMID 1978

Pas binnen, nieuw met bonustracks
en voor een schamele 6 euro via Ebay.

Alan Parsons Project is voor mij altijd de ideale muziek geweest
om wat bij te lezen, zeker als het zoals in mijn geval niet gaat om romans,
maar semi-wetenschappelijk werk of beter nog, de betere strip.

De remaster is zeer verzorgd uitgegeven en bevat commentaar bij de 7 bonustracks
die weliswaar zonder uitzondering alternatieve versies zijn van de albumnummers,
maar die toch een heel boeiend licht werpen op de genesis van dit derde project.

Zo maakt track 10 duidelijk waarom de eerste drie nummres
van het album zo organisch in elkaar overvloeien en zo'n sterk trio zijn.

In de hoesnotitities wordt de link gelegd met The Dark Side of the Moon
van Pink Floyd, waar Alan Parsons mee achter de knoppen zat.
Ook dat album heeft iets met piramides en prisma's.

De link met de Pink Floyd klassieker dringt subtiel door.
De bombast in de openingsakoorden van Voyager bijvoorbeeld.
Die instrumental begint met het zonlicht dat door de piramides
kriebelt om daarna als een majestueuze ouverture het album in te leiden.

In die tijd werden de ruimtesondes Voyager 1 en 2 gelanceerd.
En zo wordt het wetenschappelijke concept van Pyramid gepast ingeleid.

What Goes Up .... must come down speelt met Newtons gravitatiewet.
Zoals al aangegeven door andere users benadert Parsons het onderwerp ironisch.
Wetenschap drijft op een zekere vorm van logica: oorzaak - gevolg.
De pseudo-wetenschap stelt die logica in vraag.

The Eagle Will Rise Again is wellicht het meeste bekende nummer.
Die Eagle was in 1969 geland op de maan en zo blijft het eerste trio songs
bij het thema van de ruimtevaart ... wat me dan weer bij een ander boek brengt.

"Waren de Goden kosmonauten" van Erich Von Däniken.
Daarin worden links gelegd tussen de piramides in Latijns-Amerika,
Egypte en mogelijke buitenaardse beschavingen ... op die manier wordt
het album Pyramid een bijzonder intrigerend tijdsdocument, aangezien
(wellicht ook onbewust) heel wat van die invloeden het album binnen sijpelen.

In the Lap of the Gods is daar een uitstekend voorbeeld van.
Een instrumental die genoeg avontuur, mysterie en spanning oproept
om die vraag van Erich Von Däniken op zijn minst ernstig te stellen.
Want er kleeft inderdaad heel wat mysterie aan die piramides.

Pyramania dus ... een wat speelser uptempo nummer
dat als tegengewicht fungeert en ervoor zorgt dat het album
niet verzandt in hoogdravendheid of gewichtigheid.

Hyper-Gamma-Spaces legt de link met Pink Floyds Dark Side of the Moon
het duidelijkst bloot. Hier hoor je de invloed van On the Run, al slaagt
Parsons erin om niet louter te kopiëren: hij voegt meer melodie toe
waardoor ook het werk van Vangelis een echo krijgt op dit album.

Op zo'n Alan Parsons Project album zitten ook steeds meer
mainstream geöriënteerde tracks zoals One More River, Can' Take It with You
en de dromerige aflsluiter Shadow of a Lonely Man ... nummers die niet meteen
blijven hangen en wat meer draaibeurten vergen, om te ontdekken wat precies
hun rol zou kunnen zijn binnen het concept (suggesties zijn welkom).

The Alan Parsons Project - The Turn of a Friendly Card (1980)

poster
4,0
THE TURN OF A FRIENDLY CARD

Het eerste album waarin APP de overstap maakt van meer traditionele seventies symfonische rock naar een typisch eigen geluid. Qua conceptalbum misschien hun best uitgebalanceerde product.


May be a Price to pay is een geslaagde opener zonder veel franjes. Mooie combinatie van rockelementen en orchestratie.

Games People play is een klassieker. Een upbeat meezinger met krachtige vocalen en een leuke elektronische basis.

Time is de tweede klassieker van het album. Een prachtige ballad met de hypnotiserende zandman stem van Woolfson die je meevoert in een tijdloze droom.

I don't wanna go Home heeft een intrigerende piano-intro. Daarna wordt het een wat kleurlozere rocksong. Op de valreep geslaagd, mede door het rijke arrangement.

The Gold Bug is een gewaagde instrumental. Er wordt even geflirt met Morricone, maar al snel valt hun nummer in zijn typische, aan Jean Michel Jarre verwante APP plooi.

The Turn of a friendly Card (part one) is eigenlijk de derde klassieker op deze sterke plaat. Heel mooie zanglijn en een fraai, bijna "barok" arrangement.

Nothing left to lose is het enige nummer in de suite dat naast het titelnummer kan staan. En eerlijk gezegd staat het veel sterker als een apart lied dan als onderdeel van.


Niet nodig om te onderstrepen dat de andere delen van de suite mij minder kunnen bekoren. Ook de reprise van het titelnummer is overbodig vind ik. De 7 nummers die ik selecteerde staan samen op een zelfgemaakte CD met liedjes uit EYE IN THE SKY.

The Alan Parsons Project - Vulture Culture (1985)

poster
3,0
VULTURE CULTURE

... is de hoorbare opvolger van het succesalbum AMONIA AVENUE. Beide albums zouden ongeveer gelijktijdig geschreven en opgenomen zijn, hoewel het toch geen dubbelelpee werd.


Let's talk about me opent het album meteen in crescendo. Wellicht de grootste radiohit en met veel overtuigingskracht gezongen. Een klassieker.

Seperate Lives is een APP song die weer wat meer in dat ritmische, bijna electronische keurslijf zit. Geen hoogvlieger, maar radiovriendelijke pop.

Days are Numbers is misschien wel een van APPs zoetste songs. Het gitaararrangement is zeer sfeervol en de melodieuze zanglijn is hartverwarmend.

Sooner or later lijkt een beetje op Don't answer me, zowel qua ritme als vocale inkleuring. Maar is net omwille van dat déja entendu minder pakkend.

Vulture Culture opent met een iets experimenteler geluid. Dit nummer kan me met moeite overtuigen. Vooral de zang vind ik niet zo mooi. Een beetje Steely Dan.

Hawkeye is de obligatoire instrumental. Een aanstekelijk ritme en een enkele mooie saxofoonlijnen maken het opnieuw tot een geslaagd avontuur.

The Same old Sun is een ijzersterke afsluiter. Leunt symfonisch dicht aan bij Amonia Avenue. Heel mooi vind ik het soms "barokke" arrangement in de strofes.


Somebody out there lag lang in balans met het titelnummer als track om niet opgenomen te worden in de tracklist van mijn zelfgemaakt CD (zie ook AMONIA AVENUE). Ik hoor te veel APP clichees die er niet in slagen om een geheel te smeden.

The Blue Aeroplanes - Swagger (1990)

poster
5,0
SWAGGER (1990)

Heb hem gisterenavond nog eens uit de kast gehaald.
En tot mijn stomme verbazing genoten van begin tot eind.
Deze plaat heeft te lang onder het stof gezeten.

The Waterboys, The Smiths, REM en The Stone Roses.
Wie deze bands kan smaken moet dringen proeven van Swagger.

Het handelsmerk van The Blue Aeroplanes is dubbel.
Opvallend is de parlando debiteer stijl van dichter Gerard Langley.
Gezongen wordt er door de alom tegenwoordige gitaren.
In de traditie van The Smiths: zowel akoestisch als elektrisch.

Jacket Hangs is een perfecte opener.
Het was ook de eerste single en stijlkenmerkt de sound.

YouTube - The Blue Aeroplanes - Jacket Hangs

Naar dit album moet je luisteren als naar een album van The Waterboys.
Heel open, hemelbestormend pastoraal, vanop een klif in de branding.

World View Blue klinkt als een doorsnee song van The Smiths.
Maar heel anders dan het slepen en jammeren van Morrissey is
de voordracht van Langley ... een beetje zoals Mark E. Smith van The Fall.

Weightless en ... And Stones zijn een subliem tweeluik.
In de eerste song word je als luisteraar inderdaad meegetild
op de vleugels (zie hoes) van de gewichtsloosheid ... om daarna
met beide voeten op de rotsvaste bodem te belanden in het werkelijk
prachtig rockende ... And Stones, de tweede single van Swagger.

YouTube - The Blue Aeroplanes ... And Stones

De link naar de live versie klinkt zelfs een beetje als de oude U2.

Love Come Around heeft hoorbaar het meeste
hitpotentie en had misschien gewoon op single gemoeten.
Jammer dat ik deze niet kan linken ... de ultieme kennismaking.

Your Ages is een bloedmooie ballad.
Zoals een klasse ballad van REM kan klinken:
had zo Automatic for the People gekunnen.

YouTube - The Blue Aeroplanes - Your Ages

En wat een beeldrijke teksten ook.

The Applicant opent de tweede plaatkant als een verloren gewaande
Smiths song (ergens tussen Meat is Murder en The Queen is Dead).

What It Is neemt weer wat gas terug: een ingetogen en uitgesponnen
song met klagend neuriënde backing vocalen ... REM Stipe stempel.

Net als je denkt het allemaal wat gehoord te hebben
opent een warme sax het zeer Waterboys achtige Anti-pretty.
Onbetwist één van de parels van het reeds zo rijke album.

Careful Boy klinkt als een bisnummertje.
Dit keer gezongen door één van de gitaristen.
Met die mandoline opnieuw naar REM neigend.

En Picture Framed is een kort gedicht.
Alsof Anne Clark op een bedje van gitaren voordraagt.

Cat-scan Hist'ry is dan de meesterlijke afsluiter.
This is the Sea dacht ik bijna ... een op folk geënte riff.
Een laatste plons in de zee van gitaren die dit album
kleuren en de gedichten van Gerard Langley begeleiden.

En dat alles gesluierd met een zweem van de sixties.
Dat is de link met The Stone Roses ... gitaren die hunkeren
naar de singer songwriters traditie van de late jaren zestig.
Maar niet te beroerd om vooral ritmisch in de jaren 90 te staan.

Ga dat horen, ga dat horen ... na drie draaibeurten ben je verloren.

The Chameleons - Script of the Bridge (1983)

poster
4,0
SCRIPT OF THE BRIDGE (1983)

Een album dat mij en mijn new wave vrienden in 1983 volledig was ontgaan.
Tot voor MusicMeter had ik nog nooit van The Chameleons gehoord trouwens.
Met de prachtige MuMe ontdekking die From the Lions Mouth (1981) van The Sound
voor mij was, moest het vroeg of laat ook wel eens lukken met Script of the Bridge.

Helaas ben ik geen onvoorwaardelijke fan van deze new wave klassieker geworden.
Er is de galmende pathos van de productie en er sluipt een compositorisch amateurisme
doorheen de nummers. Redenen waarom deze plaat enige weerstand bij me oproept.

Don't Fall
Power wave die me aan het Belgische Red Zebra doet denken.
Vooral de manier van zingen en het creëren van die desolate atmosfeer.
De intro (zowel van het nummer als van het album) vind ik geniaal gevonden.
Daarna hoor ik wave met een hoge rockfactor en een behoorlijk goeie song.

Here Today
Een nummer dat op een aanstekelijke gitaarriff drijft.
Het duel tussen de twee gitaristen begreep ik pas na enkele beluisteringen.
De aanzwellende drum roffels dragen bij tot de onheilspellende sfeer van de song.
In de galm van de productie is het soms zoeken naar de juiste rol van de instrumenten.

De overgang naar Monkeyland is mooi.
Opmerkelijk bij deze plaat van The Chameleons is het erg spaarzame gebruik
van elektronische geluiden. Ze dienen enkel om hier en daar een puntje op de i te zetten.

Monkeyland
Opnieuw een song die op een gitaarriff steunt. Dit keer introspectiever.
En dan barst een uitbundig refrein los dat het lied plots enige hitpotentie bezorgt.
Maar het contrast met de strofes is net iets te groot. Het matige bereik van de zanger
zorgt ervoor dat de vocale melodielijnen wat ondersneeuwen. Wat knoertige drums ook.

Deze drie eerste tracks zijn helemaal in de typische postpunk jas gestoken.
Ik heb nog geen slecht nummer gehoord, maar ook nog geen absolute winnaar.
Here Today vond ik het sterkst. Monkeyland het minst overtuigend.
De volgende songs vind ik muzikaal interessanter.

Second Skin
Dit lied sprong er bij de eerste beluistering onmiddellijk uit.
De gitaarbogen en zelfs de frasering in de zang doen me denken aan de oude U2.
Meer bepaald aan elementen uit 11 o'Clock Tick Tock. Van freddze's liefde voor deze plaat
begrijp ik dat de teksten een belangrijker rol spelen. Second Skin is een erg goeie song.

Up the Down Escalator
Even lijkt het alsof Big Country zijn intrede doet. Maar al even snel zitten we bij
de folkwave van Modern English (periode After the Snow (1982)). Of als we wat verder kijken
bij de muziek van The House of Love bijvoorbeeld. Het meest hitpotente nummer van de plaat.
Eigenlijk bijzonder 90s op een manier. Ik zit op mijn stoel te dansen als ik dit schrijf.

Tijd voor mijn favoriet van het album.

Less Than Human
I must have cried a thousand times ... een prangende mantra
die er mede door de drummars wordt ingehamerd. Ik moet onwillekeurig denken
aan The Empty World van The Cure. Less Than Human maakt wel degelijk het verschil.
Met die snerpende synthwind die zich door de kieren van je hart priemt.

Pleasure and Pain
Een merkwaardig weinig ter zake doende intro die doet denken aan de manier
waarop Killing Joke op Night Time (1985) een aantal nummers start. De sterkste troef
van deze plaat vind ik hoedanook de variatie in de songs. Opnieuw een wat lichtere song
met een soliede basisriff. Jammer van de wat knullige brug en drumbreak.

Ik vond het bij de eerste beluistering kort na middernacht al vreemd dat ik buiten vogeltjes hoorde.

Thursday's Child
Een helicoptergitaar en een Cure drum, genre A Strange Day.
Hier gaat de eerder beperkte stem van Burgess toch wat uit de bocht, spijts het catchy refrein.
De song maakt in het hoekige arrangement een paar merkwaardige bokkensprongen.
Kleine mankementen die we graag met de mantel der liefde bedekken.

As High As You Can Go
Dit is het zwakste nummer van de plaat.
Compositorisch geraakt men niet verder dan enkele ideeën.
Variaties op eerder gebruikte vondsten, een beetje te snel aan elkaar geplakt.
Dit keer trekt men een volledige maar overbodige synthstreep doorheen de song.

A Person Isn't Safe Anywhere These Days
Opnieuw vind ik de basis van de song erg geslaagd.
Het nummer heeft een gelijkaardige uitstraling als Second Skin.
De break na drie minuten en half vind ik wat ver gezocht. We krijgen zelfs
een heel ander lied dat uitsterft in een tribal ritmepatroon. Ik plaats vraagtekens.

Paper Tigers
Die helicopter gitaar hebben The Editors en co dus van The Chameleons geleend.
Net als de twee voorgaande songs hebben we een sterke basis, maar een bovenbouw
die wat wegwaait. Minder stroomlijn in het arrangement, minder duidelijk wat de richting is.
Een akoestische gitaarstreling verzacht de pijn. Paper Tigers blijkt een doorsnee album track.

View from a Hill
Het album Script of the Bridge eindigt met een pastoraal coda.
View from a Hill draagt een haast epische singer/songwriters stempel.
Daarom alleen verrassend. Met gitaarsluiers die aan Cocteau Twins doen denken.
Samen met mijn favoriet Less Than Human het enige, echte rustpunt op de plaat.

4 sterren dus. Het lijkt me zeker niet te veel.
Wat schreef ik ook al weer over dat compositorisch amateurisme? Weet ik het zelf nog wel?
Toch kan je niet ontkennen dat de tweede plaatkant iets minder consistent in elkaar zit volgens mij.
De nummers zijn wat minder gestroomlijnd. Er zitten meer oneffenheden in de arrangementen.

Maar Script of the Bridge wordt mooier met elke draaibeurt.
Het is dus al bij al toch nog goed gekomen tussen deze amateur new waver en de klassieker.
Wie weet valt er binnen een paar draaibeurten nog een ster uit de hemel.

The Cure - 4:13 Dream (2008)

poster
4,0
4.13 DREAM 2008

Is The Cure anno 2008 nog een relevante groep?
Deze vraag weerhield me ervan om hun twee laatste albums te kopen.
Het Ga dat album eens reviewen topic bracht me dan toch hier.

Mijn eerst indruk is: dit album is een fijne luisterplaat.
Hij doet me nog het meeste aan Wish denken.

Maar beklijven de nummers genoeg, hebben ze voldoende spanning
om mij later nog te laten teruggrijpen naar deze zoveelste van The Cure.

Underneath the Stars is een perfecte Cure song, al zitten Roberts vocalen
enigszins vermoeid in de mix van een anders fris gearrangeerde album opener.
Doet denken aan een song van Disintegration, maar met meer zuurstof.

The Only One klinkt als een onvervalste Cure single.
Als de dertiende hit in het dozijn misschien ... (gelukkig niet als The 13th).
Thematisch vlinderen de kussen (Kiss Me Kiss Me Kiss Me) om me heen.
Het nummer zit muzikaal tussen High en Friday I'm in Love.

The Reason Why is een degelijke albumtrack.
Je hoort hoe geölied de groep speelt: geen speld tussen te krijgen.
Hoge baslijn die wat aan New Order doet denken en ritmisch gestroomlijnd.
Met van die typische "onderwater" vocalen van Smith ... (the drowning man).

Freakshow toont een Cure die blijft zoeken naar vernieuwing.
Het zijn schijnbaar onopvallende nummers als dit, die een album
kleur en leven inblazen ... een beetje "Head on the Doorish ..."

Sirensong neemt me weer mee naar een ander album.
The Top met zijn akoestisch, haast folky ondertoon en kaleidoscopisch palet.
Ik dobber mee over de golven en laat me haast verleiden.

The Real Snow White brengt me weer bij Wish.
Een meer mainstream geörienteerd nummer met prominente gitaar.
En eindelijk nog eens een refrein dat er mag zijn (meezingbaarheidsfactor).

The Hungry Ghost drijft opnieuw op puntige gitaren.
Maar jammer genoeg ook wat op schreeuwerige vocalen.
Een nummer dat wil uithalen, maar zich niet genoeg vastbijt.
Misschien moet Robert toch eens wat aan die verkoudheid doen.

Switch doet qua titel wat denken aan Screw (The Head on the Door).
Een tegendraads nummer met een nerveus krassende gitaar.
Ik vind dit album heel sterk in zijn kleurenpalet: elk nummer
laat een ander facet van het muzikale spectrum horen.

The Perfect Boy ... tja, dat leg je als Curefan toch meteen naast The Perfect Girl.
Een lovestory zoals die op Kiss Me Kiss Me Kiss Me vaak te horen waren.
Maar het blijft opnieuw zoeken naar een beklijvend refrein op dit album.
Geen dum dum dum, hoogstens een beetje Let's Go to Bed.

This Here and Now With You brengt me eerst bij Disintegration.
Donkerder van toon en weer met een iets dreigendere golfslag van de bas.
En dan is er plots een meezingbaar refrein, als een zonnestraal bij donkere hemel.
Maar waarom zitten Roberts vocalen zo mistig in de eindmix?

Sleep When I'm Dead rockt recht voor zich uit.
Ik hoor The Walk of The baby Screams in het ritme van een aardig nummer.
Maar hier staat het refrein wat haaks op de song, lijkt het, maar het went wel.
Dit nummer neemt me soundgewijs het verst mee terug in de tijd.

The Scream ... het legendarische debuut van Siouxsie & The Banshees.
Een groep waar de piepjonge Robert Smith zijn hoed voor af nam.
Dit voorlaatste nummer dwaalt dan ook af naar de prille Curedagen.
Een vleugje Pornography zou ik haast zeggen, een album met een hoes
(drie uitgerokken gezichten) die wat aan het schilderij van Munch doen denken.

It's Over ... hoe vaak zou Smith dit al verklaard hebben in interviews.
Ook in dit laatste nummer daalt de groep weer af richting catacomben.
Deze plaat eindigt niet zo opgewekt ... het venijn zit in de staart.
Gif en medicijn ... het ligt dicht bij elkaar in de wereld van deze "Cure".

Wish is het totaalgeluid, al knipogen de verschillende tracks graag
naar andere albums uit het indrukwekkende oeuvre van The Cure.
Zou het kunnen dat de arrangementen sterker zijn dan de songs?
Er staan weinig meezingers op, maar ook geen enkele misser.

Variatie troef, alle kaarten liggen open op tafel.
Bijna een best of met uitsluitende nieuwe nummers.
Dit album is een winnaar, maar zal het ook een blijver blijken?

The Cure - Boys Don't Cry (1980)

poster
4,0
Je kan natuurlijk discussiëren of dit een regulier album
dan wel een verzamelaar is (zoals menige discografie aangeeft).

Ik vond het wel een goed idee
om de wat zwakkere en minder typische Cure songs uit het debuut
te vervangen door de drie sterke singels en meer.

Eerst en vooral zit er een klein verschil in de tracklijst
van de vinyl en de CD versie van deze Boys don't cry.

De vinyl versie heeft Object (van Three Imaginary Boys)
en World War (alleen op de deluxe editie van Three Imaginary Boys).
De CD versie vervangt deze twee tracks door het best aardige So what.

Beide versies hebben Killing an Arab, Boys don't cry
en zijn b-kant Plastic Passion en Jumping someone else's Train.

Ik vind het weglaten van de Jimmy Hendrix cover Foxy Lady,
It's not you en Meat Hook geen groot verlies.
Al hoor ik toch liever Meat Hook dan Another Day of Object.

Maar de beste nummers van Three Imaginary Boys staan er wel op:
10:15 saturday Night, Subway Song, Fire in Cairo, Grinding Halt en de titeltrack.

Vier sterren waard.