MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten dazzler als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

David Bowie - Let's Dance (1983)

poster
4,0
LET'S DANCE 1983

Culture Club, Wham!, Kajagoogoo, Duran Duran, Spandau Ballet en dan plots David Bowie.
1983 was het jaar van de Britse revival ... 20 jaar na de Beatles heroverden ze de US charts.
Dat David Bowie zich daartussen eigentijds een plaats wist op te eisen is sterk.

De enige andere artiest die in 1983 drie top 3 singles
in de Benelux kon voorleggen heette Michael Jackson.

Let's Dance, China Girl en Modern Love waren tegelijk dansbaar, exotisch en modern.
En met Cat People, een soundtrack hitje uit 1982 en Without You telt het album 5 singles.

Maar Bowie speelt het gewiekst, want de singles duren een pak langer in hun albumversie.
Op die manier hoef je maar 8 tracks te lijsten en dat kost minder zweet, bloed en tranen.
Een truc die disco acts in de 70s al toepasten: Chic, om maar een naam te noemen.

Nile Rodgers heeft dan ook de productionele hand in Bowies hitalbum.
En de singles knallen meteen door de luidsprekers. Ook een kneepje van het vak
om het album te starten met de vier singles, al brak het kalmere Without You geen potten.
Maar na die drie hits is de luisteraar mild ten opzichte van het zwakste nummer van de plaat.

En dan kan het op de achterkant alleen maar beter worden natuurlijk.
Maar Ricochet doet me aan het derde album van Duran Duran denken.
Ongeïnspireerd nummer dat voorbij stuitert met hier en daar een blazer.

Criminal World is wat puntiger, maar mist power in het refrein.
Gelukkig zijn er de blazers weer die het nummer de nodige swing geven.

Naast Nile Rodgers kreeg Bowie voor zijn hitalbum ook een zetje van Giorgio Moroder.
Cat People (Putting Out Fire) verschijnt laattijdig op een Bowie elpee in een opgepoetste versie.
Als je rekent dat China Girl een paar jaar eerder met Iggy Pop geschreven werd en zowel
Criminal World als deze Cat People geen Bowie songs zijn, dan was hij met 5 nieuwe snel klaar.

Cat People is voor mij het beste nummer van de tweede plaathelft.
Het bezit niet de discodreun die je van Moroder zou verwachten, maar weet
integendeel behoorlijk avontuurlijk te rocken. Had ook van Tina Turner kunnen zijn.
Het vuur in de song komt uit de gitaar van de te vroeg gestorven Stevie Ray Vaughan.

Shake It zit ritmisch erg dicht op Let's Dance en mag daarom muzikaal
gezien worden als een soort reprise, een song die de eerste plaathelft oprakelt.

De vier sterren zijn licht gevleid, maar de drie tophits zijn dan ook onweerstaanbaar.
Met die spannende gitaarlik in de intro van het puike Modern Love, het oriëntaalse China Girl
(waarbij de gitaar zich als een geile tong in je oor kronkelt) en de nummer 1 kanjer Let's Dance,
die op het album vakkundig wordt omgesmeed tot een dansfeest van 7 minuten en 37 seconden.

David mag blij zijn dat hij de juiste vrienden koos.
De kameleon overleefde zo probleemloos de jaren 80.

David Bowie - Low (1977)

poster
5,0
LOW 1977

Toen David Bowie door Berlijn spoorde in de tweede helft 70s
schreef hij geschiedenis met de trilogie Low, Heroes en Lodger.

Maar Bowie rijdt nooit alleen, hij heeft een keure muzikanten om zich heen
en met zo'n geluidsgoeroe als Brian Eno naast je op de bank zit je gebeiteld.

Speed of Life presenteert zich als een muzikale ouverture.
Iets te snel voorbij misschien, maar voldoende spannend om de oren te spitsen.
Een jaren 70 song die behoorlijk knap in een jaren 80 jasje werd gestoken.
Het mag duidelijk zijn waar menig postpunk icoon de mosterd haalde.

Mag ik opmerken dat Breaking Glass mij aan Roxy Music doet denken?
Meer nog, de korte nummers of, beter nog, flarden op de A kant van het album
herinneren mij aan de vingeroefeningen van U2 tijdens de Unforgettable Fire sessies.
De link ligt voor het grijpen en heet Brian Eno. Toch is deze track te kort om te imponeren.

What in the World start als een neurotisch aangedreven Talking Heads song
ten tijde van Fear of Music (1979). Niet nodig om ook hier de link bloot te leggen.
De eerste zijde van het album Low dankt zijn kracht in de eerste plaats aan de flitsen.
Geen beklijvende song, maar het geluid ervan kondigt nu reeds het postpunk tijdperk aan.

Hoe Sound and Vision een top 3 hit is geworden in de Benelux lijkt een raadsel.
Het duurde ook een tijdje vooraleer ik dit nauwelijks gezongen nummer echt beet had.
Je moet je natuurlijk laten mee glijden op die funky groove die als gegoten zit tussen heel wat
disco en funk uit de charts van die tijd. De prille, maar nadrukkelijke synths zijn de kers op de taart.

Always Crashing in the Same Car neemt wat gas terug en bouwt een eerste rustpunt in.
Opnieuw krijg ik de indruk dat Bowie vocaal slechts accenten legt en deze compositie vooral
aan de muzikale arrangementen en geluidstechnische vondsten haar ware kleur te danken heeft.
Een van de weinige nummers op de A-kant die zich als song met kop en staart laat beluisteren.

Tijd voor een softe blues toets. Be My Wife is een vlot nummer.
Het jeukt een beetje naar meezingbaarheid. Op zich niets mis mee, want weer
draagt het nummer zijn steentje bij aan de diversiteit aan invalshoeken op de A-kant.
Die hoeft zo ondanks de maar liefst zeven tracks niet te lijden aan langdradigheid.

A New Career in a New Town mogen we misschien autobiografisch lezen.
Dat Bowies verblijf in Berlijn en zijn samenwerking met Eno een nieuw hoofdstuk
konden toevoegen aan zijn carrière en hem verlossen van zijn glamrock imago
is nu een muziekhistorisch feit geworden. Een geslaagd instrumentaal coda.

Draaien we deze legendarische schijf om, dan krijgen we een heel ander landschap.
Geen korte flitsen, instrumentale flarden of muzikale previews meer zoals op de eerste zijde,
maar muzikale impressies, klanklandschappen die stuk voor stuk getuigen van genialiteit.

Warsawa grijpt je meteen in zijn pastorale benadering naar de keel.
Men zou bijna vermoeden dat hier geschoolde componisten aan het werk zijn.
Dit keer wordt Bowies vocale bijdrage herleid tot de essentie: de muziek accentueren.
Misschien de moeite waard om eens naast een Dead Can Dance track te leggen.

Dat je van Roxy Music over David Bowie naar Japan kan reizen is bekend.
David Sylvian en de zijnen bezaten het vermogen om gelijkaardige klanktapijten te weven.
Het mag ondertussen duidelijk zijn dat Low een album met twee verschillende gezichten is.
Van glamrock naar symfonische pop. Een spreidstand die toch nergens wankelt.

Een track als Weeping Wall is niet te beroerd om synths in te zetten
die eind jaren 70 dankzij het succes van Vangelis, Jean-Michel Jarre en Tomita
hun weg naar het grote publiek hadden gevonden. Zo weet Low om tegelijk in de breedte
(het muzikale spectrum van zijn tijd) en de lengte (muzikale preview op de toekomst) te scoren.

Op Subterraneans zijn we ondertussen ver de ruimte in gedoken,
al doet de titel ons eerder het omgekeerde vermoeden. Of het nu aardmannetjes
of ruimtewezens zijn, het science fiction element is eind jaren 70 op alle fronten trendy.
Kant B van Low klinkt als de mysterieuze soundtrack voor een spannend SF boek.

Dat Eno hoorbaar zijn hand heeft in deze Bowie plaat valt niet te ontkennen.
En misschien verdient hij wel evenveel credits dan Bowie. Net zoals hij zijn handtekening
onder de prille Roxy Music, de doorbraak van Talking Heads en de volwassenwording van U2 zette.

Kant A krijgt 4 sterren, kant B krijgt er 5. Maar de totaalindruk is
(en blijft) voor mij dit keer het spreekwoordelijke meer dan de som der delen.

David Bowie - The Rise and Fall of Ziggy Stardust and the Spiders from Mars (1972)

Alternatieve titel: Ziggy Stardust

poster
4,0
ZIGGY STARDUST 1972

David Bowie, de kameleon van de popmuziek.
Een recensie van Ronald Grossey in het weekblad Kuifje,
en even later het verhaal van Ziggy Stardust in een strip van zes bladzijden.
Ik wist nog voor ik het album ooit hoorde, dat deze langspeler een verhaal vertelde.

Dus moet je eigenlijk dat verhaal meenemen in je beoordeling.
En aangezien ik dat niet zal doen, loopt deze recensie nu al mank.

De opkomst en de val van een fictieve rockster.
Na Jesus Christ Superstar, nu Rock 'n' Roll Superstar.
Een glamrock musical, begin jaren 70 kon en mocht dat allemaal.

Five Years heeft een meezingrefrein en is een goeie binnenkomer..
Bowie beheerst het medium musical muzikaal, dat is hoorbaar.
Maar ik heb soms wat moeite met zijn gesnoerd keelgeluid.

Soul Love blinkt zonder twijfel uit in het arrangement.
Percussie op de voorgrond, backings als ware het kazoos,
en dan die blazers die heel liefdevol opborrelen en warmte uitstralen.

Moonage Daydream dan, het moment waaruit de popster
in het spotlicht van de maan zijn entree maakt (denk ik dan maar).
Een rocksong met een instrumentale brug die weer grappig gebruik maakt
van musical elementen. Strijkers die als synths opstijgen tussen de tekstregels.

Starman klinkt vervolgens als een song pur sang.
Akoestische begeleiding en een pracht van een refrein.
Een lied dat ook buiten de context van het verhaal overeind blijft.

Het verbaast me eigenlijk hoe toegankelijk Bowie zijn refreinen houdt.
Op die manier win je natuurlijk altijd een iets breder publiek voor je muziek

It Ain't Easy is een rustpunt op de eerste plaatkant van Ziggy Stardust.
Bowie haalt stevig uit in het refrein op een manier die wat van T Rex heeft.
Marc Bolan doet me als icoon steeds denken aan Bowies personage Ziggy.

De tweede plaatkant begint met de ballad Lady Stardust.
Muzikaal iets meer op Amerikaanse leest geschoeid, vind ik.
Zo'n song die ook uit Elton Johns piano kon kruipen begin jaren 70.

Star vind ik als nummer iets te voor de hand liggend.
Er wordt recht vooruit gerockt en de tekst strooit iets te vaak met sterrenstof.
Onvermijdelijk op zo'n conceptalbum: songs die enkel ten dienste staan van het verhaal.

Hang on to Your Ego ... of neen, dat is een song van Brian Wilson.
Wellicht toevallig, al past de val van deze gouden strandjongen in het plaatje.
Het is lekker dansen op Hang on to Yourself, maar de boodschap primeert op de song.

En dan gebeurt er iets merkwaardigs op Ziggy Stardust.
Vond ik de eerste plaatkant onderhoudend, gevarieerd en overtuigend,
dan zakt het peil tijdens de eerste drie nummers van de tweede plaatkant
om dat te besluiten met drie klassiekers uit het rijke oeuvre van de kameleon.

De titelsong staat er 40 jaar later nog steeds.
Net als Starman een nummer dat zonder het album kan.
En eigenlijk een leid dat het hele verhaal kernachtig samenvat.
Vreemd om het als nummer 9 in de tracklijst op te nemen.

Suffragette City zit dicht bij de vroege Roxy Music.
Een rocksong die met behoorlijke snelheid het uitgangsleven binnenrijdt.
Ik verwacht alle momenten de saxofoon van Andy McKay, of een bliep van Eno.
Maar we krijgen een stevig zingende gitaar van Mick Ronson om onze oren.

Bowies Ziggy Stardust vind ik muzikaal minder evenwichtig dan Lou Reeds Transformer.
Beide platen hebben een vergelijkbare status en zijn deels met dezelfde mensen opgenomen.
Zowel David als Lou componeren een muzikaal portret. Bij Lou weeft een verder anonieme travestiet
de rode draad, bij Bowie de fictieve rockheld. Reed kruidt net iets beter met een snuifje cabaret.

Vicious, Perfect Day, Walk on the Wild Side en Satellite of Love zijn de klassiekers.
Daartegenover zet Bowie Starman, Ziggy Stardust, Suffragette City en Rock & Roll Suicide.

Die laatste song slaagt er bijzonder goed in om inhoud en muziek met elkaar te verzoenen.
Het thema was anno 1972 natuurlijk al realiteit, maar blijft tot op vandaag pijnlijk actueel.

Van Janis Joplin tot Amy Winehouse, van Jim Morrison tot Ian Curtis,
van Elvis Presley tot Michael Jackson, van John Lennon tot Kurt Cobain.
Allemaal werden ze enigszins slachtoffer van hun eigen mythe.

Ziggy Stardust blijft voorlopig nog even op 4* hangen,
want ik ga me ooit toch nog eens in het verhaal zelf moeten verdiepen.
En de kans is reëel dat die ontdekkingsreis het album alleen maar doet rijpen.

De Nieuwe Snaar - FaMineurZeven (1997)

poster
FAMINEUR ZEVEN 1997
is het eerste album in eigen beheer.
EMI had genoeg van De Nieuwe Snaar (zie ook de slordig
samengestelde verzamelaar met Mocking Bird HIll als single).

De eerste 12 nummers zijn eigenlijk een live registratie op CD1.
De liedjes 13-19 zijn studio opnames en staan op CD2.
Meteen een dubbelaar dus, maar er zit dan ook vijf jaar tussen
Famineur Zeven en zijn voorganger WIlliam uit 1992.

Zelf moet ik het live-album nog eens dringend herbeluisteren,
want ik herinner me er nauwelijks nog iets van ... maar het
studiogedeelte swingt echt als de beesten ...

Het begint al meteen met Een Muzikant Kan Meestal Niet Goed Dansen ...
... waar en wanneer zou hij 't hebben geleerd etc ... gebracht
met die typische, kolderieke serieus van de groep ... lachen maar.

De Hoezen van Julie haalt het tempo naar beneden
en wil een ode zijn aan de mooie platenhoezen uit de jaren 50,
toen sterren nog met een levensgrote foto van zichzelf figureerden.
Julie is Julie London waar Jan De Smet een boontje voor had.

De Limburglimbo is zo'n aanstekelijke nonsense song,
waarin al de gekste Limburgse gemeentes worden opgesomd,
dat je al swingend gaat geloven dat de limbo echt van daar komt.

Maar het allerbeste nummer van de plaat staat helemaal achteraan.
Achterbank is van zo'n grote klasse ... melodie, arrangement en tekst
zitten als gegoten ... ik blijf er een hele dag mee in mijn hoofd zitten.
Shit ... het is weer zover ... erover schrijven alleen al is voldoende.

De Nieuwe Snaar - Hackádja! (1989)

Alternatieve titel: Hackadja!

poster
4,0
HACKADJA 1989
is de tweede langspeler van De Nieuwe Snaar.
Ook nu weer boordevol spitsvondige teksten van oa
Hugo Matthijsen ... maar ook muzikaal worden we verwend.

De Zwemmer is zo Hugo Matthysen dat je bijna zou vergeten
dat je naar De Nieuwe Snaar zit te luisteren, al helpen die ukulele
en die brabantse frasering van Jan De Smet ons een aardig handje.
Qua tekst zeer dicht aanleunend bij Drs. P, Hugo's inspirator.

Ijse Vanille en Te Laat (met zangeres Sofie) ruiken nog meer naar Matthijsen,
en zie ... heer Hugo zal een jaar later met een eerste, eigen soloplaat komen.

Die Schöne Müllerin zet Schubert op volkse noten,
maar wordt omwille van het Duits vaker dan lief geskipt.

De Ego Boogie is een meesterlijke single die ons meeneemt
naar vervlogen balzalen uit de vervlogen jaren 40 en 50 ... sterke tekst ook.

Wella Bam is een acapella scat die het swingende gedeelte
van Hackadja inleidt ... met de biertent klassieker Feestlied, het
op tekst van Wannes Van de Velde gerijpte jazz nummer Calypso Be
en de ode aan de jaren 50 rock and roll in De 1000 Kings of ...

Peukje ligt in het verlengde ven Ego Boogie, met dit verschil
dat de muziek een cover is van de 40s hit Paper Doll (Mills Brothers).

Liesje's Poesje is een mopje, maar moppen over poezen en meisjes
zijn soms even doorzichtig als de onderbroeken die ze dragen.

De Schat van de Farao is deel 2 in de krokodillen trilogie en
De Postbode sluit Hackadja op dezelfde manier af als Vakantie in Cyprus
deed bij Hartelijk Gefotografeerd: met een verwrongen folkrocker.

En weer maar een kleine 36 minuten lange schijf ... vol kwaliteitspop.

De Nieuwe Snaar - Hartelijk Gefotografeerd (1986)

poster
5,0
HARTELIJK GEFOTOGRAFEERD 1986
is het eerste, veel te korte plaatje van De Nieuwe Snaar
met teksten van Hugo Matthysen en Jan De Smet, maar vooral
met heel veel heerlijke muziekjes uit oude en nieuwe dozen.

De Negenhonderd (ondertussen gewoon de honderd)
en Zonder Auto (Ben Je Niets) openen op zeer overtuigende
en tevens hilarische wijze beide plaatkanten.

De Fotografie is een klassieker en herbergt een schalkse tekst
van Hugo Matthysen die eigenlijk nergens over gaat, tenzij over wat
we het fenomeen writers block kunnen noemen ... hier handig
vertaald naar de edele kunsten der fotografie ...

Dynastie-Rap is een stuiterende ode aan het Belgische vorstenhuis.
Het flopte aanvankelijk als single, maar werd in een remake naar aanleiding
van Boudewijns 40-60 feesten in 1990 toch nog een klein hitje.

De Nijl is het eerste deel in wat de groep later
haar krokodillen trilogie zou noemen ... heerlijk woestijnfolk.
Een beetje zoals de kleine en grote wasjes van Trafassi.

Ardennen Doo-Wop wordt de doorbraak radiohit van de groep.
Het vocale intermezzo is een persiflage op Blue Moon van The Marcels.
Dat zal trouwens het handselsmerk van De Nieuwe Snaar worden:
slimme parodieën op bestaande en beroemde 50s en 60s melodieën.

Ali-Baba is een cover en valt muzikaal en tekstueel (in 't Frans)
een beetje uit de toon naast het zotte geweld van de andere liedjes.

Pinksteren heeft een bekende psalm als intro ...
De Heer is waarlijk opgestaan en dan kletteren de geldbakjes.
Een soort knipoog naar kerkelijk Vlaanderen
die we ook van Urbanus kennen.

Suzy Oh Suzy is de allereerste single uit 1983 notabene.
Het is een folky interpretatie van een hippe synthpop song.
Eigenlijk combineert dit album de twee eerste zaalshows
van De Nieuwe Snaar in amper 10 hoogtepunten.

Vakantie in Cyprus is naar mijn aanvoelen het lied
dat niet alleen tekstueel, maar ook muzikaal (toch zeker
qua zanglijn) de stempel van Hugo Matthysen draagt.

Dit album is zo kort dat je het meteen twee keer na elkaar draait.

De Nieuwe Snaar - William (1992)

poster
4,0
WILLIAM 1992
Ik ging naar hun optreden in Leuven en zag dat het goed was.
Alle gekheid op een stokje: deze William live was een pure sensatie.

Te veel nummers om één voor één onder de loep te nemen.
Opvallend zijn de kleine stukjes van nauwelijks twee minuten.
Die waren live bijzonder grappig en sommige slaan ook op CD aan.

Overal, De Buiten, Lappen & Jappen, Bloemetjesbehang,
Moderne Muziek, Het Gezicht van de Premier, St. Katelijne Waver

en Clouseau (een persiflage op hun a capella Fiets) is wat ik bedoel.
De molenwiekende Lappen & Jappen en het industrial Moderne Muziek
(met hoofdrol voor de cirkelzaag) zijn wat mij betreft het leukst.

Tracks 2, 10 en 19 zijn weerkerende refreinen van hetzelfde lied,
waarvan nummer 2 de eigenlijke song is met een heel leuke scat .

Als we naar de songs gaan kijken dan zien we twee covers.
Bo Diddley en Rock-a-Hula-Baby dat eigenlijk als bonus is toegevoegd
en een repliek is aan het adres van de kritikasters die vonden
dat De Nieuwe Snaar op hun vorige album Hackadja te zwaar
uithaalden naar Elvis Presley in De 1000 Kings of Rock 'n' Roll.

Mr. Ghost is een knekelopener van Wannes Van de Velde.
Calypso A eert Harry Belafonte (lijkt wat op De Zwemmer trouwens),
Ik Heb Vannacht brengt ode aan Canned Heat en Slim Gaillard
is een persiflage op de muzikale kolder van de gelijknamige.

Krokodil is het laatste deel in de krokodillen trilogie.
En dan komt het hitje van dit album Bwana Kitoko, met een zanglijn
die refereert naar de instrumentale hit uit 1956 van Lou Bush: Zambesi.
Een heerlijk hobo spelende en zingende Kris De Smet trouwens.
René Magritte is de zoveelste ode hier, ditmaal aan de surrealist.

Sommige kleinere stukjes gaan na een tijdje vervelen,
maar als je puur afgaat op de muzikale inventiviteit van de band
dan is De Nieuwe Snaar een uitmuntende groep muzikanten.

Dead Can Dance - Aion (1990)

poster
5,0
AION 1990

The End of Words.

Wat kan er over dit album gezegd of geschreven worden?

Devotie, toewijding, schilderijen komen tot leven.
Die van Jeroen Bosch op de cover ... of voor mij als Vlaming
en onvoorwaardelijke fan van Breughel ... Pieter de Oude.
Beide schilders tekenden vreugde en verdriet van de sterveling.
Bosch werkte meer met (bijbelse) metaforen, Breughel zoemde in
op het dagelijkse leven van Jan Modaal ... en de boer ploegde verder.

Dead Can Dance zet met elke album een stap verder terug
in het verguisde, maar rijke muzikale verleden van de mensheid.
Twee songs schetsen het opzet van deze vijfde langspeler Aion.

Het zijn Saltarello, de 14de eeuwse Italiaanse (heksen)dans
en The Song of the Sybil, een 16de eeuwse Catelaans passielied.

http://nl.youtube.com/watch?v=AcmpBCXOgVI
http://nl.youtube.com/watch?v=zP4Ae4xIkMU

Track 2 huppelt met ritmische tambourijn in de rondte.
Track 4 schuift als een collectieve biecht voorbij.

Hier brengen muzikanten van de 20ste eeuw
de zielen uit de middeleeuwen tot leven, alsof de poppetjes
op de schilderijen van de vernoemde grootmeesters tot leven komen.
Dode muziek nodigt opnieuw ten dans uit: Dead Can Dance.

The Arrival and the Reunion opent plechtig.
Alsof we mogen meegluren over de schouders
van een relgieuze communie ... vrijmetselarij wie weet.

Fortune Presents Gifts Not According to the Book.
Of hoe het dagelijkse lot zich niet altijd aan de bijbelse profetieën houdt.
Een intro die uit Dead Poets Society lijkt geknipt.

http://nl.youtube.com/watch?v=qIXgS0_Ax2U

The Promised Womb met die in mineur gestreken cello's.
Lisa Gerrard zingt niet meer ... ze verklankt zwangerschap,
verwachting of "advent". Een kerstlied tussen de regels.

Black Sun ... het enige nummer dat hoorbaar teruggrijpt
naar de oude, meer op new wave geënte aanpak.
Brendan Perry ontbindt zijn innerlijke demonen.

Radharc springt uit de band als een symbiose tussen
Europese, middeleeuwse muziek en oosterse volksdans.

As the Bell Rings the Maypole Spins is contemplatiever.
Lieflijk haast, alsof het de kat is die naast het haardvuur spint.

Mephisto en The Garden of Zephirus zijn integrerender
van titel, want muzikaal slechts kleine bruggetjes tussen
behoorlijk gevarieerde nummers die voldoende een zijn.

Wilderness is een vocale meditatie en brengt ons
terug bij ons uitgangspunt ... The End of Words.

http://nl.youtube.com/watch?v=ynw2Zi0nMn0

Dead Can Dance - Anastasis (2012)

poster
4,0
ANASTASIS 2012

Laat ik nog eens een nieuw album van bij de eerste draaibeurt in woorden gieten.
Enkele impressies dus, maar gelukkig ben ik voldoende thuis in de wereld van DCD.

Children of the Sun staat als een klassiek Dead Can Dance huis.
Duidelijk een Perry juweeltje dat dicht aanleunt bij het werk op Into the Labyrinth.
Een scheutje Black Sun van Aion er doorheen om het geheel wat zwarter te kleuren.
Opvallend zijn de wat meer belegen, gerijpte (schrappen wat niet past) vocalen.

Daarna Anabasis: vogelenzang met cymbaal. We wanen ons weer in het oosten.
Vocaal glijdt de diva als van oudsher doorheen de compositie. Geen muzikaal geschaafd opus,
zoals Brendan Perry ze schept, maar een contemplatief aquarel, Lisa Gerrards handelsmerk.

Op Agape wordt de link met Into the Labyrinth (1993) nog sterker hoorbaar.
Dat blijft volgens mij nog steeds hun meest toegankelijke album en op die manier
lijkt Anastasis mij een niet zo moeilijk te verteren vervolg. Agape kan mij ook overtuigen.
Een album waarop alle oude DCD invloeden uit de vier windstreken netjes in harmonie zijn.

Het vierde nummer vind ik muzikaal een pak interessanter dan vocaal.
Als Brendan traag gaat zingen en zijn stem ook nog eens heel glad geproducet wordt,
dan kan een DCD song het perfecte slaapmiddel worden. Paradoxaal genoeg Amnesia getiteld.

Kiko laat opnieuw de zandman aanrukken. Een song die op een dwarrelend tapijt
uit duizend-en-een nachten komt aanwaaien. Kwalitatief toch eerder een 13 in een dozijn compositie.
Het nummer schommelt als een kemel de nacht in, zonder echt indrukwekkend te zijn geweest.

Op Opium gaan Brendan weer vertellen en zo hoor ik hem het liefst.
De muziek op dit album klinkt lichter dan weleer, vooral in de strijkersarrangementen.
Gelukkig blijft Brendan zwaardere elementen inbouwen. Ik bedoel daarmee dat de bastonen
voldoende als zand in je kleren schuren. Ritmisch een erg onderhoudende compositie.

Return of the She-King profileert zich van bij de eerste akkoorden als klassieker.
De veronderstelling als zouden Perry en Gerrard voornamelijk los van elkaar componeren,
lijkt me op dit nummer te worden ontkracht. Je hoort goed hoe Brendan zich de afgelopen jaren
heeft gevormd als componist van soundtracks. Lisa vervolmaakt zijn muziek op onnavolgbare wijze.

Tenslotte gaat Brendan alleen op zijn mistige bergtop zitten.
Beneden hem ontvouwt zich het menselijk panorama, een bedrijvige mierenhoop.
De zanger zoekt zowel muzikaal als vocaal naar synchronisatie met de hogere geesten.
Op die ene, gevaarlijke vocale uithaal na een werkelijk prachtig coda.

Vier sterren is zeker niet overdreven, en volgens mij ook nog maar een begin.
Want enkel Amnesia en Kiko weerhouden mij van het maximum.

Dead Can Dance - Dead Can Dance (1984)

poster
4,0
DEAD CAN DANCE 1984

Vanuit de catacomben van de new wave verkent dit Australische duo
het grensgebied tussen rock, klassiek en wereldmuziek.

The Fatal Impact ... de indruk die Joy Division op hen maakte.
Cocteau Twins gitaren en Curtis' gesmoorde oerkreet uit Interzone
krassen zich in een spoor in deze instrumentale opener.

The Trial van Dead Can Dance of Colony van Joy Division.
Hetzelfde muzikale decor ... maar Dead Can Dance stapelt
akkoorden die net iets inventiever zijn ... mokerdrums.

Frontier is het eerste lichtpunt op dit duistere debuut.
Al prefereer ik de demo versie uit 1981 (terug te vinden op
de 4AD compilatie Lonely is an Eyeshore uit 1987), want
die versie is etnischer van opbouw ... als een rituele trein.
http://nl.youtube.com/watch?v=Be0lWZPT1S8

Fortune vind ik een naar Dead Can Dance maatstaven zwakke song.
Een klaaglied dat er niet in slaagt om zich overtuigend in je ziel te nestelen.
De productie op dit eerste album heeft te veel van een mistgordijn.

Ocean was een live klassieker, met de immer vibrerende
diva Lisa Gerrard op zinderende vocalen ... Isabella is dead ...
orakelde ze live toch met meer overtuiging dan in deze studioversie.
http://nl.youtube.com/watch?v=oCXVpEGGw_0

East of Eden heeft een drumpatroon
dat mij aan de Stranglers track doet denken.
Kleurloos nummer.

Opvallend echter is het zwart wit patroon van dit album.
Dead Can Dance zal zich later precies ontpoppen als een bijzonder
kleurrijke band ... brein Brendan Perry zal componeren graag vergelijken
met schilderen met kleuren ... hier oefent hij nog in een zwart wit schaduwspel.

Treshold is een absolute favoriet van mij.
Hier zijn de snerende gitaren en de oerwoud drums in balans.
Mooi akkoordenschema en sterke vocale prestatie van Lisa Gerrard.
http://nl.youtube.com/watch?v=waAIhY6cKQM

A Passage in Time is nog een voltreffer.
Ditmaal met verstaanbare vocalen van Brendan Perry.
Een nummer dat zich "gedraagt" als een volwaardige rocksong.
http://nl.youtube.com/watch?v=VseqOCfUlyI

Wild in the Woods is bijzonder sfeervol.
Het lijkt wel alsof de mist langzaam optrekt.
Toch maakt dit debuut niet dezelfde verpletterende indruk
als veel van hun latere platen ... te gothic van atmosfeer.

Musica Eternal introduceert voor het eerst het oosterse
percussie instrument waarmee Lisa Gerrard live met succes
het publiek weet te bespelen ... hier maakt de grijze mist
plaats voor de eerste frisse druppels ochtenddauw.

Dead Can Dance is geboren.
Wat volgt zal alleen maar mooier en mooier worden.

Dead Can Dance - Garden of the Arcane Delights (1984)

Alternatieve titel: Garden of the Arcane Delights / Peel Sessions

poster
3,0
GARDEN OF THE ARCANE DELIGHTS 1984

Deze ep markeert de overgang van een in new wave
gesluierde Dead Can Dance, naar een meer eigen geluid.

De yangqin, een oosterse snaarinstrument, beïnvloed het geluid
van deze stijloefening ... nummers met een gelijkaardig arrangement
zijn te horen op het eerste album van This Mortal Coil.

Vooral nummers als Waves Become Wings, Barramundi
en Dreams Made Flesh sluiten aan bij Garden of the Arcane Delights.

Carnaval of Light is sfeerbepalend, met een opzwepende
Lisa Gerrard die met haar contraält orakelt en klankschalen vult.
http://nl.youtube.com/watch?v=iXUvfXzH_vI

In Power We Entrust the Love Advocated is zo'n typische,
filosofische Brendan Perry titel ... maar vergis je niet, achter
die gewichtige woorden gaat een parel van een nummer schuil.

Brendans teksten zijn sterker dan zijn vocale prestaties.
Hij zingt wat dicht in de microfoon, maar zijn woorden doen mij
steevast terugdenken aan de romantici die bijvoorbeeld in de film
Dead (is het een toeval?) Poets Society gecitereerd worden.
http://nl.youtube.com/watch?v=NVf98F6RsKQ

Sail on silver wings
Through this storm
What fortune love may bring
Back to my arms again
The love of a former golden age.
I am disabled by fears concerning which course to take.
For, now that wheels are turning,
I find my faith deserting me...


The Arcane heeft een gitaarpartij die van The Cure kon zijn.
Een anders rustig kabbelend lied ... geen hoogtepunt.

Op Flowers of the Sea daghet opnieuw in het oosten.
Het arrangement geeft meer lucht aan Lisa's mooie vocalen.

Deze vier nummers zijn bonustracks op de originele CD editie.
Hoes van de ep doet trouwens aan Sisters of Mercy denken.

Dead Can Dance - Into the Labyrinth (1993)

poster
4,0
INTO THE LABYRINTH

Op vinyl duur maar interessant omwille van de beide bonustracks
die ook zijn terug te vinden op de CD-only compilatie A Passage in Time.

Na het middeleeuwse avontuur op Aion, trekt DCD resoluut
de kaart van de wereldmuziek ... oost-europese, aziatische en
later ook afrikaanse invloeden kleuren meer en meer hun muziek.

Into the Labyrinth is volgens mij de beste manier om kennis
te maken met de groep ... heel mooie melodieën en opnieuw
(in tegenstelling tot de vorige twee albums) rijker gearrangeerd.
Maar het album dient met mate gedoseerd te worden ...

De eerste vijf tracks zijn ongemeen sterk en toegankelijk.

Yulunga ontwaakt langzaam als een ode aan de rituele dans.
Het clipje toont dan ook mensen van verschillend pluimage
die hun geest verruimen door zich in de dans te gooien.
Subtiele oerwoudgeluiden kleuren de vocale mantra's.

http://nl.youtube.com/watch?v=NQvu0XiwZk4

The Ubiquitous Mr. Lovegrove heeft een bijzonder aanstekelijke groove.
Een beetje verrassend poppy zelfs met die nasale blazers melodie.
Drums en bas zijn terug en Brendan Perry brengt zijn adagio
aan de liefde ... ik kan er me helemaal in terugvinden.

http://nl.youtube.com/watch?v=XDcFwgU8HHg

You build me up then you knock me down.
You play the fool while I play the clown.
We keep time to the beat of an old slave drum.
You raise my hopes then you raise the odds
You tell me that I dream too much
Now I'm serving time in disillusionment.

I don't believe you anymore...I don't believe you.


The Wind That Shakes the Barley brengt Lisa Gerrard acapella.
Het Ierse zorgenkind Sinead O'Connor had het ook op haar repertoire.
Sinead zingt het zuiverder, doorleefder. Lisa's stem bloedt harder.

http://nl.youtube.com/watch?v=1p2g2WuGXwE

The Carnival Is Over is doordrongen van weemoed.
Ik kan bij dit nummer niet anders dan denken aan The Eternal
van Joy Division ... wellicht omwille van de gelijkaardige tekstlijnen,
maar dit is een processie die blakert van het herfstgoud.

http://nl.youtube.com/watch?v=LtNFQ7RJbaQ

Outside
The circus gathering
Moved silently along the rainswept boulevard.
The procession moved on the shouting is over
The fabulous freaks are leaving town.

They are driven by a strange desire
Unseen by the human eye.
The carinval is over.


Ariadne is als een klein gebedje voor Maria bij kaarslicht.

http://nl.youtube.com/watch?v=hUciFHiC11M

Saldek is een papieren vlieger die dartelt in de lentewind.
Een vocale buiteling die de twee helften van de plaat markeert.
Wat hierna komt is plots minder betoverend, enigszins déja entendu.
Lange nummers ook waar een zeker saaiheid insluipt.

Towards the Within vergt een luisterinspanning.
Vocalen die zich dwars door het Afrikaanse ritme snijden.
Eerder een botsen dan een versmelten van invloeden.

Tell Me About eh Forest zaait nog meer verwarring.
Opnieuw complex gearrangeerd ... maar bovenal zielloos.
Zo'n beetje als Paul Simons Rhythm of the Saints dat weliswaar
indrukwekkend gearrangeerd ... toch moeilijk kan beklijven.

The Spider's Stratagem keert terug naar het rituele Yulunga.
Even verderop waaien de klokken uit Summoning the Muse en
spint de draailier van As the Bell Rings the Maypole Spins.

Het plaatje wordt duidelijker: Dead Can Dance breidt nummers
met restjes wol van eerdere composities ... acute bloedarmoede.
Emmeleia lijkt zelfs weggelopen van The Serpent's Egg.

How Fortunate the Man with None is indrukwekkender
van tekst dan van compositie ... een muzikale soundtrack
voor Brendans door Brecht geïnspireerde monoloog.
Gelukkig beweegt de muziek 9 minuten lang.
Toch weer een geslaagde nummer.

Tracks 1-5 zijn een verplichte inwijding voor DCD newbies.
Maar bespaar ze aub tracks 7-13 ... want het is een vermoeiende rit.

Dead Can Dance - Spiritchaser (1996)

poster
4,0
SPIRITCHASER

De cirkel is rond: een album vol Afrikaans goud.
Een masker op de hoes, net zoals op hun debuutplaat.
Dat was een grijze new wave plaat: deze is nijlblauw.

Het is zoals met Rhythm of the Saints van Paul Simon.
Eerst hoor je alleen maar het roffelen van de tamtam.
Pas na meermaals luisteren schemeren de mooie
melodieën door het gebladerte van het oerwoud.

Nierika laat percussiemateriaal aanrukken.
De hoesnota (een citaat uit Jocelyn Godwins Harmonies
of Heaven and Earth
) verduidelijkt en is wellicht ook het meest
toepasbare adagio bij de muziek van Dead Can Dance.

In most musical instruments the resonator is made of wood
while the actual sound generator is of animal origin.
In cultures where music is still used as a magical force,
the making of an instrument always involves the sacrifice of a living being.
That being's soul then becomes part of the instrument
and in the tones that come forth, the 'singing dead',
who are ever present with us, make themselves heard.


Song of the Stars intrigeert me mateloos.
Ik weet niet waarom ik aan Kraftwerks Radio Stars moet denken.
Het pulseren van de nachtelijke beat ... het vibreren van de sterren
door het plotse opduiken van de elektrische gitaar in een bos
van houten percussie geluiden ... elektriciteit en hout.

http://nl.youtube.com/watch?v=g0L5RFspwyE

Geen sterveling in de lage landen die nog weet
hoe levensnoodzakelijk de stand der sterren was
voor onze voorouders: zaaien, oogsten en slachten.
Het leven stond letterlijk in de sterren geschreven.

Indus wordt door mijn voorgangers geciteerd als outstanding.
Een wiegelied in een zacht ruisende Afrikaanse hangmat.
Avondschemering ... dieren schuifelen schuchter voorbij.

http://nl.youtube.com/watch?v=1_uqeXKz7i0

En dan is er Song of the Dispossessed: hoog in mijn DCD lijst.
Een juweel van een song, het enige lied in de meer traditionele zin
van het woord op Spiritchaser ... met een prachtige tekst ook.

http://nl.youtube.com/watch?v=JCuUlcJ4Lvo

Awoke this morning
To find my peoples tongues were tied
And in my dreams
They were given books to poison their minds

The river is deep and the mountain high
How long before the other side


Een bevrijdingslied eerste klasse.
Dedicace Outo is een instrumentaal bruggetje als een frisse rivier.

The Snake and the Moon verscheen op promo single.
Dit nummer komt het dichtst bij wat Dead Can Dance liet
horen op Into the Labyrinth en Toward the Within.
Melodieuze wereldmuziek met toverkracht.

Song of the Nile mist de nodige spanning ... beklijft minder.
Zo'n typische processie muziek van het huis: kamelen karavaan.
Toch priemt Gerrards stem sterren boven de inktblauwe rivier.

Ik heb speciaal voor deze recensie het album nog eens
integraal beluisterd omdat het niet zo duidelijk in mijn hoofd zat.
Het was nodig om licht- en donkerblauw van elkaar te scheiden.

Devorzhum is bijvoorbeeld van het diepste donkerblauw.
Als de nacht ... als de koude saharanacht ... nomaden in tenten.

Deze Dead Can Dance is voor gevorderden of voor mensen
die thuis zijn in de wereldmuziek ... een plaat voor het slapen gaan.

Dead Can Dance - Spleen and Ideal (1985)

poster
4,0
SPLEEN AND IDEAL 1985

Vanuit de catacomben naar het kerkhof lijkt een kleine stap.
Maar op hun tweede album maakt Dead Can Dance een grote sprong.

http://nl.youtube.com/watch?v=F8FvOuM1FbY

De Profundis opent vanuit de "unknown pleasures" van de menselijke ziel.
Weg zijn de referenties naar new wave of rock ... hier klinken klokken
en Gregoriaanse vocalen ... een majestueze opener.

Heel in de verte echoën bas, drums en gitaar nog na.
Maar op de voorgrond treedt een heus klassiek orkest.

Ascension laat koperblazers aanrukken.
Neen geen jazzy saxofonen of funky trompetten,
maar warme trombones ... een sfeerstukje.

Een sublieme hoes die het album tekent.
Muziek vanuit de ruïnes van het muzikale verleden.
Onder het beton van de 20ste eeuw klopt het hart van de muziek.
Muziek die zowel onsterfelijkheid als oneindigheid tracht te vatten.

Circumradiant Dawn is een favoriet van mij.
Dauwdruppels op spinnenwebben tussen de zerken.
Het Italiaanse beeldenkerkhof dat model stond voor Closer,
het poëtische album van Joy Division, doemt voor me op.
Lisa Gerrard in topvorm ... ontwaken aan genezijde.

The Cardinal Sin laat Brendan Perry aan het woord.
Een wat grijzer lied dat bijna struikelt over zijn eigen ritme.

Mesmerism is bezwerend en betoverend.
Lisa Gerrard voert je mee op de golven van haar stem.
Ik herinner me het nummer ook live ... nog meer kippenvel.

Enigma of the Absolute is een onbetwist hoogtepunt.
Ode aan de paukenslag ... het was geleden van Mike Oldfield.
Een mix van mythologie en christendom ... religie is alomtegenwoordig.
En dan vallen de cello's in ... wat een adembenemend nummer.

Across the sea lies the fountain of renewal
Where you will see the whole cause of your lonliness
Can be measured in dreams that transcend all these lies
And I wish and I pray that there may come a day
For a saviours arms...


http://nl.youtube.com/watch?v=zva8CJ6YM5Y

Advent is weer een iets troebelere compositie.
Richting zoekend ... huppelende bas ... schichtige vocalen.
Samen met track 4 verantwoordelijk voor "slechts" 4 sterren.

Avatar lijkt het zusje van Mesmerism, maar is aardser.
Lisa Gerrard, de vleesgeworden godin strijkt neer op aarde.
Soms iets te veel uit de hoogte ... maar op en top getalenteerd.

Indoctrination is opnieuw een winnaar.
Opnieuw bewijst Brendan Perry dat hij ook een songwriter
kan zijn in de meer traditionele zin van het woord.
Mooie akkoordenschema ... sterke tekstregels.

A Design for Living ... A Design for Life ...
De geest van Joy Division dwaalt nog rond.
Dead Can Dance heeft zowel "the spirit" als "the feeling".

http://nl.youtube.com/watch?v=F8FvOuM1FbY

Op Lonely is an Eyeshore, een 4AD sampler uit 1987, verscheen ook
The Protagonist, een 8 minuten durende, minimalistische instrumenal
die qua toonaard helemaal aansluit bij dit onaardse Spleen and Ideal.
(over Mike Oldfield gesproken ... The Protagonist heeft de pastorale
klankkleur van Hergest Ridge, merk ik bij deze herbeluistering op)

Dead Can Dance - The Serpent's Egg (1988)

poster
4,0
THE SERPENT'S EGG 1988

Van de kathedraal (Within the Realm of a Dying Sun) naar de abdij.
Dead Can Dance komt zowaar met een contemplatief album.
De intstrumentale begeleiding tot het minimum beperkt.
Klemtoon op de vocalen ...

Zingen als meditatief genoegen.
Stemmen die emoties verklanken.
Geen woorden, maar kleuren zingen.

http://nl.youtube.com/watch?v=Tluogv9EGTQ

The Host of Seraphim is een moeilijke opener.
Het nummer heeft tijd nodig om te groeien, hoe graag
je als luisteraar ook het album wil verkennen ... onthaasten.
Lisa Gerrard giet haar vocalen rechtstreeks in je ziel.

Orbis de Ignis ... een vocaal ritueel.
Zijn wij in de kapel van deze tijdloze abdij beland?
Luisteren wij naar het bidden van mannen en vrouwen?

Severance ... ik heb hier zelf geen woorden voor.
Met dit lied wil ik mijn laatste adem uitblazen.

Luister en lees: http://nl.youtube.com/watch?v=TiXGu6u8Q7Q

When all the leaves
Have fallen and turned to dust,
Will we remain
Entrenched within our ways.


The Writing on My Father's Hand is een mooie albumtrack.
Een teder lied met een "antieke loop" als muzikale begeleiding.
Toch weet het nummer mij minder te bekoren dan gewoonlijk.

Hetzelfde gevoel heb ik bij de volgende track.
In the Kingdom of the Blind the One-eyed Are Kings
pendelt muzikaal opnieuw tussen monotomie en hypnose.
Maar ik geraak niet in de ban ... ik wil vrij ademen.

Door tracks 4 en 9 verliest het album een sterretje bij mij.

Chant of the Paladin verheft de monotomie tot trance.
Hier werkt het wel voor mij ... intrigerende vocale processie.
Ik zie mannen en vrouwen met de kap van hun pij om het hoofd.
Ze dragen mythische symbolen voor zich uit ... zelfkastijding.

Song of Sophia is bloedmooi.
Is dit een vocale ode aan de wijsheid?
Dead Can Dance maakt moderne kerkmuziek.

Echolalia is een titel als een sleutel tot dit album.
Het herhalen van gezongen woorden, het laten klinken
van klanken, gregoriaans, vespers ... de stem als instrument.

Mother Tongue laat percussie aanrukken.
Ik herinner me het nummer levendig live: een drumorgie.
Enerzijds misplaatst op dit hoofdzakelijk contemplatief album.
Anderzijds een tegengewicht en noodzakelijke intro op wat volgt.

Het album sluit met een absoluut hoogtepunt.
Ullyses verenigt alle ingrediënten van de drie voorgaande albums.
Oosterse invloeden, een vocaal huzarenstukje in de intro,
de nodige bombast in het arrangement, de strijkers en als kers
op de taart de sublieme poëzie van Brendan Perry.

Dead Can Dance neemt je mee op ontdekkingsreis.
Aan boord van hun muziek naar de horizon van je eigen ziel.
I've been waiting for a guide to come and take me by the hand ...

http://nl.youtube.com/watch?v=peHHHDeGjHM

If you and I were one within the eyes of our designs
It would still not change the fact of our leaving
For tonight we must leave with the first gentle breeze
For the Isles of Ken we are assailing

Just like Ulysses on the open sea
On an odyssey of self-discovery

Dead Can Dance - Toward the Within (1994)

poster
4,0
TOWARD THE WITHIN 1994

Een live album met slechts 4 oude songs (tracks 4, 6, 10 en 12).
Alle andere tracks maken hun debuut op Toward the Within.
Ook verkrijgbaar met live dvd (inclusief een interview).

Het moest er van komen, aangezien de live-bootlegs
van DCD welig tieren en ontelbare nummers met rare titels
bevatten ... laten we over de misplaatste gothic hoezen zwijgen.

Deze live registratie klinkt deels oosters (de nummers waarin
Lisa Gerrard de vocalen roert) en deels singer songwriterachtig
(met enkele sublieme songs van Brendan Perry in de tracklijst).
De opener Rakim brengt een mix van beide invalshoeken.

http://nl.youtube.com/watch?v=Do5vj3D-OD4

Persian Love Song, Tristan en Sanvean tonen een Gerrard
op haar best in quasi acapella uitvoering: smetteloos wit als
haar jurk en vooral Sanvean, een catharsislied, staat bovenaan
mijn Dead Can Dance lijstje ... ga ik spontaan van wenen.

http://nl.youtube.com/watch?v=R1WaQmxrXdw

Muzikale intermezzo's tonen een geöliede band.
Er is Piece for Solo Flute (Brendans broer in actie) en
er is Oman waarin percussiegolven elkaar opvolgen.
(Staat dan zo'n oosterse reus al joggend bij te pauken.)

Don't Fade Away, I Can See Now, American Dreaming
en Don't Fade Away zijn alle vier puike Brendan composities.
Meer dan ooit ontpopt hij zich hier als een traditioneel songwriter.
Vooral het sterke American Dreaming weet me innig te ontroeren.

http://nl.youtube.com/watch?v=LEaJcJqt2Q0

I need my conscience to keep watch over me
To protect me from myself
So I can wear honesty like a crown on my head
When I walk into the promised land

Weve been too long american dreaming
And I think weve all lost the way
Forlorn somnambulistic maniacal in the dark


Tracks 6 en 7 vormen een bijzonder Iers traditioneel paar.
En op de video prijkt nog een extra track: een vocaal huzarenstukje.
Ik link het nog even door voor zij die de video niet zouden bezitten.

Gloridean http://nl.youtube.com/watch?v=MH8Asmm9a40

Voor zij die twijfelen: Lisa Gerrad zingt geen bestaande taal.
Ze tovert met vocale klanken die emoties verklanken ...

Dead Can Dance - Within the Realm of a Dying Sun (1987)

poster
5,0
WITHIN THE REALM OF A DYING SUN 1987

Van de catacomben (debuut) naar het kerkhof (Spleen & Ideal).
Op Within the Realm of a Dying Sun bevinden we ons in een kathedraal.

Op dit derde album bewaart Dead Can Dance de paukslag,
de warme cello arrangementen en de koperblazers van zijn voorganger.
Bas, drums en gitaar zijn bijna helemaal verdwenen.

Het geluid is minder gothisch ... er straalt meer licht door de glasramen.
Alleen jammer van de hoes: te gothic voor het klanktapijt van Dead Can Dance.
Muzikaal zoekt het Australische duo aansluiting bij de moderne,
20ste eeuwse componisten zoals Avro Part en Philip Glass.

Het album valt uiteen in twee helften.
De Brendan Perry of mannelijke zijde (tracks 1-4)
en de Lisa Gerrard of vrouwelijke zijde (tracks 5-8).

Deze laatste zijde is de sterkste van de twee
en misschien wel de beste plaatkant die DCD ooit maakte.

Het album begint nochtans met een absoluut hoogtepunt.
In Anywhere out of the World nodigt Perry de luisteraar uit op
een zoektocht naar de ware dimensies van het menselijke bestaan.

We scaled the face of reason
To find at least one sign
That could reveal the true dimensions
Of life lest we forget

And maybe its easier to withdraw from life
With all of its misery and wretched lies
Away from harm


http://nl.youtube.com/watch?v=ZOOScJXEmOY

Windfall in een sfeervolle, bijna verderlichte instrumental.
Een nodige ingreep die het ritme van kant 1 breekt.

http://nl.youtube.com/watch?v=Vjg44wGEauE

In the Wake of Adversity is een fraaie albumtrack
met de cello's in een ritmische hoofdrol ... misschien
net iets te gepolijst, maar met een genietbaar verloop ...

Xavier opent met enkele vrouwelijke noten
en ontvouwt zich dan tot een bijzonder sterke compositie.
Zo'n typische Perry song die, hoewel je daarvoor de tekst niet
eens hoeft te begrijpen, zich thematisch bij je nekvel grijpt.
Naar het einde toe vliegt het nummer met een sierlijke
vleugelslag de horizon tegemoet ... end of side one.

http://nl.youtube.com/watch?v=LjtpIBkuHQ8

Kant twee opent met klaterende blazers: Dawn of the Iconoclast.
Zangeres Lisa Gerrard introduceert met krachtig vibrato haar beeldenstorm.
Na het introspectieve en meditatieve hoofdstuk van Brendan Perry
is het tijd om over te gaan tot het rituele gedeelte van de plaat.

Cantara ontspint zich als een wervelende, vocale dans.
De lange intro is nodig om yin en yang in evenwicht te brengen.
Daarna is het een feest voor stembanden en dansspieren.
Dichter bij een "hit" kwam Dead Can Dance daarna nooit meer.

http://nl.youtube.com/watch?v=2mRrc_moqhs

Een alltime live favoriet en voor elke new waver
met zin voor esotherie een verplicht dansnummer.

Summoning of the Muse laat kerkklokken luiden.
Lisa Gerrard ontpopt zich tot een meerstemige muse.
Een nummer, gezegend met een haast onaardse perfectie.
Misschien wil ik zo wel begraven worden ...

http://nl.youtube.com/watch?v=Zbkhe8-cvYI

De kathedraal die dit album is, eindigt zoals hij begon.
Met een nummer dat tot het allermooiste behoort uit mijn muziekcollectie.
Persephone (the Gathering of Flowers) bestaat uit meerdere delen.

http://nl.youtube.com/watch?v=SUWfGZWvcqc

De intro lijkt op een jiddische klaagzang.
Daarna opent de compositie zich als een weemoedige symfonie.
In een volgend onderdeeltje horen we een madrigaaltje.

Dan lijkt het nummer voor een tweede keer te starten
en mondt het weldra uit in een prachtig gezongen aria.
Sterven doet het uiteindelijk in een barokke slotmelodie.

Mijn woorden zijn slechts een schamele benadering
van hoe het album in één beweging moet beluisterd worden.

Ik had het geluk om dit album ook live te mogen meemaken
in november 1987 ... ik krijg nog steeds kippenvel bij de eerste
tonen van Anywhere out of the World waarmee ook het concert begon.

We lay by cool still waters
And gazed into the sun
And like the moths great imperfection
Succumbed to her fatal charm

Any maybe its me who dreams unrequited love
The victim of fools who watch and stand in line
Away from harm

In our vain pursuit of life for ones own end
Will this crooked path ever cease to end


Deze kathedraal van een plaat is een hoogmis waard.
Muziek als een glasraam: sacraal en helder van kleur.

Della Bosiers - Master Serie (2005)

Alternatieve titel: Master Serie II

poster
5,0
Als je ooit nog eens op zoek gaat naar vergeten parels
in de Vlaamse kleinkunstgeschiedenis, zorg dan dat je deze
verzamelaar van Della Bosiers te pakken krijgt. Hij is zeer zeldzaam
op vinyl, maar bestaat gelukkig ook in twee verschillende CD versies.
Voor een prik te koop in bijvoorbeeld de Free Record Shop.

De eerste 6 nummers komen uit haar eerste album.
Daarop is oa een prille Raymond Van Het Groenewoud te horen.

Fleur de Buda en Horzontaal worden nog frequent op de radio gedraaid.
Springtij is van dezelfde muzikale en vooral tekstuele virtuositeit.

Rust en 3 Dagen in A zijn langzamere nummers, maar doorweven
van een herfstige weemoed die weinig kleinkunstmannen haar nadoen.

De volgende 6 liedjes komen uit haar tweede album Kwartetten.

Jefke, Cleo in de Kinderwagen en De Bende van de Bruine Kroeg
zijn ook weer stuk voor stuk toppers, memorabele radioklassiekers zelfs.

Vrouwtje in Kooitje en Iedereen Slaapt zijn weer melancholischer,
en bij momenten zelfs inktzwart ... deze dame kent haar wereldje.

Tracks 13 en 14 zijn afkomstig van haar derde album.
Jammer genoeg dat het titelnummer Met Hart en Ziel bijvoorbeeld, of
het speelse door Herman De Coninck geschreven Bossa Rossa ontbreken.

Track 15 is het bekende Wim De Craene nummer waarin Della duetteert.

Voor de Nederlandse vrienden ... vergelijk met de piepjonge Martine Bijl
en liedjes zoals De Makelaar uit Schagen, Bloemendaalse Bos, Frederiekje,
Mannetje Vrouwtje
of Benjamin ... maar dan iets vrouwelijker (minder meisjesachtig).

Depeche Mode - A Broken Frame (1982)

poster
4,0
A BROKEN FRAME
was het eerste album na de breuk met Vince Clark.
Zou dit nog jonge Depeche Mode ook als driehoek overleven?
Martin Gore ontpopt zich alvast tot een beloftevol songwriter.

De muziek is soberder, donkerder en weemoediger.
Net als op October van U2 schemert op deze tweede plaat de twijfel.

Leave in Silence en My Secret Garden zijn twee sombere nummers.
Maar muzikaal overtuigend genoeg om deze plaat met verve te openen.

Monument experimenteert met ritme, maar blijft als song niet overeind.
Toch blijft het nummer trouw aan de pastorale sfeer van het album.

Nothing to Fear is een instrumental die getuigt van maturiteit.
Prachtig vormgegeven en in crescendo ... bijna als Jean-Michel Jarre.

See You was de eerste singel van het album, en zoals ik vaak denk
bij DM nummers, moet dit ook fraai klinken in een gitaararrangement.

Satellite sleept zich bijna 5 minuten lang voort als slaperige reggae.
Niet meteen het sterkste album van de plaat en zelfs lichtjes saai.

The Meaning of Love en A Photograph of You maken de link met het debuut.
Stuiterende Vince Clark-achtige bubbelgum pop: zoet maar met kiespijngevaar.

Shouldn't Have Done That is een vocaal sterk gearrangeerd experiment.
Vooral deze track en Nothing to Fear verraden enige muzikale bagage.

The Sun and the Rainfall wordt terecht bij de sterkste nummers gerekend.
Een blauwdruk van de meer industriële sound die later zou volgen.

Now This Is Fun is een b-kant met twee verschillende gezichten.
Begint als een sterke instrumental en gaat over in uptempo synthpop.

Oberkorn is een sterke instrumental met een haast naar klassieke muziek
nijgende ingetogenheid ... een link die Gore later ook op Counterfeit zou leggen.

A Broken Frame is vooral een pastorale plaat (zie ook hoes),
waarin Depeche Mode synthetische klanklandschappen tovert
met een talent dat veel groter is dan menig criticus wou geloven.

Wie op basis van dit tweede album niet meer in de groep zag
dan alleen de vluchtige synthpop singels, heeft niet goed geluisterd.

Depeche Mode - Black Celebration (1986)

poster
3,0
BLACK CELEBRATION 1986

Het wil maar niet lukken bij mij.
Geprezen door de fans, maar voor mij
de zwakste plaat uit de periode 1981-1993.

Ik heb nu de deluxe versie en beluisterde het album
(het was ondertussen jaren geleden) en bekeek de docu.
Die docu's zijn echt een must voor de liefhebber, want ze werpen
een heel interessant licht op de genesis van de DM albums.

Black Celebration was een moeilijke periode voor de band.
6 maanden onafgebroken opgesloten in de studio om dit ei te leggen.
Na de Europese doorbraak met Some Great Reward
en de bijhorende verzamelaar had DM een tijdperk afgesloten.

Hoe moest het nu verder?
It's Called a Heart blijkt de meest door de band gehate single te zijn.
Te oppervlakkig en hoofdzakelijk door het studiopersoneel in elkaar gebokst.

Black Celebration zal trouwens het laatste album zijn waarop
Mute baas en producer Daniel Miller en technicus Gareth Jones meedoen.
Frisse lucht, dat is waar het op Black Celebration aan ontbreekt.

De b-kant Fly on the Windscreen had als a-kant moeten verschijnen,
vertelt Alan Wilder in de docu, maar de platenbonzen vonden de song te moeilijk.
Nou, het is wel een aardig nummer, maar ik hoor toch echt geen hit.

Het nummer werd heropgevist voor dit vijfde studioalbum.
Opvallend hoe in de docu gefocust wordt op de b-kantjes uit de sessies.
Alsof het materiaal op het album toch niet echt zo sterk is.

Herbeluistering van het album bevestigde dat vermoeden.
En daarom blijf ik dus bij de drie sterren die ik eerder al gaf.

Black Celebration zelf is een overtuigende opener.
Stripped en A Question of Time zijn potente singles.
A Question of Lust vind ik een misser ... hier slaagt Martin Gore
(die op dit album plots in vier nummers als lead zanger fungeert)
er niet in om het nummer de kracht van bijvoorbeeld Somebody te geven.

Over Martin Gore gesproken ... in een paar nummers
die eerder ingetogen en berustend van sfeer zijn, hoor ik
echo's van zijn eerste Counterfeit solo-album ... meer ballad werk.

Here Is the House krijgt van mij nog een eervolle vermelding.
En in New Dress wordt net iets te opvallend met elementen uit Stripped gewerkt.
Een manier om het album, waarin songs mooi in elkaar overvloeien
nog meer als een geheel te doen klinken ... of bloedarmoede?

Waarom toch nog die 11de song toevoegen aan een al slepend album?
En over het artwork zullen we maar niet te veel zeuren.
Dat werd in de docu ook niet echt op hoera onthaald door de entourage.

Met Music for the Masses vond DM echter zijn vorm terug ... bloedvorm.
Op dat album en Violator drukt Alan Wilder een zeer bepalende stempel.
Na Songs of Faith and Devotion is de koek voor hem echter op.

Vanuit een lichte teleurstelling geschreven.
Black Celebration: een creatiever, experimenteler album voor de fans
om te tonen dat DM zijn ziel niet aan de hitparade had verkocht.
Een leuke uitleg (ook in de docu), maar ik hoor te weinig goeie songs.

Depeche Mode - Construction Time Again (1983)

poster
4,0
CONSTRUCTION TIME AGAIN
Er schuilde altijd wel wat meer achter zo'n DM albumtitel.
Tijd om er weer tegenaan te gaan, na de wat meer pastorale
en weemoedige voorganger A Broken Frame.

Alan Wilder voegt zich bij de band en dat hoor je meteen
aan de veel rijkere arrangementen: Wilder zal de DM sound
op definiëren, verfijnen en wereldberoemd maken.

Het begon al met de prachtige non-album singel
Get the Balance Right, waarin DM inderdaad de balans vindt
tussen new wave, alternatief, dansbaar en hitgevoelig.

Love in Itself opent het album op indrukwekkende wijze.
Bijzonder clever opgebouwd, maar misschien niet zo singelrijp.

More Than a Party hakt er driftig op los en vloeit mooi over
tussen track 1 en 3 ... misschien wel DMs beste conceptalbum.

Everything Counts is een sterke hit die weinig introductie behoeft.
Sterke troeven zijn de melodie en de samenzang tussen Gahan en Gore.

Two Minute Warning en Shame vind ik twee sublieme nummers.
Beide experimenteren ze gretig met ritmepatronen en ook
de manier waarop ze in elkaar overgaan, is passend.

The Landscape Is Changing laat nieuwkomer Wilder horen
als songwriter: een wat slepende reis doorheen Wilders trukendoos.

Told You So en And Then vind ik de minste nummers hier.
Het is alsof het album aan het einde wat inspiratie tekort komt.
Leuk is wel de korte reprise van het Everything Counts thema.

Fools en vooral Work Hard vind ik sterke b-kanten,
volledig in de lijn van het arbeidersethos van het album.
The Great Outdoors is een mooie, pastorale instrumental.

Misschien toch nog altijd een te vaak onderschatte plaat.
Construction Time Again is een fijne conceptplaat en in deze
geremasterde uitgave compleet met alle bonusmateriaal.

Depeche Mode - Delta Machine (2013)

poster
3,0
DELTA MACHINE 2013

Ik krijg hier een U2 gevoel bij. Laten we nog eens een album doen omdat het tijd is. Ik dacht even dat ik hem nog zwakker zou vinden dan Sounds Of The Universe. Heeft dat laatste album bij momenten nog de sprankel van DM's elektropop verleden, dan bevat Delta Machine een paar mooiere liedjes. Het zijn er echter te weinig om over naar huis te schrijven. Het lijkt wel of de band hier haar eigen wortels vergeten is. Als de groep lijkt terug te grijpen naar de uptemo pop van weleer loopt het vaak mis. Het is pas in de wat tragere stukken dat er snuifjes sfeer, weemoed of melancholie te rapen vallen. Met mondjesmaat dan.

Depeche Mode - Exciter (2001)

poster
4,0
EXCITER 2001

Ik heb dit album nu voor de eerste keer integraal en met de volle aandacht beluisterd.

DM kiest duidelijk voor een compleet andere koers: het elektro register van de band staat slechts ten dienste van composities die verbazingwekkend genoeg als echte songs klinken. Het singer-songwriter album van DM. Dat het zo lang heeft moeten duren voor wij eens doorheen het elektropantser mochten kijken. Misschien heb je Exciter wel nodig als sleutel om de latere albums beter te begrijpen.

Dat gezegd zijnde zijn we wel erg verwijderd van de muziek die we met DM associëren. De plaat laat zich derhalve erg moeilijk in een lijstje met DM favorieten rangschikken. Ik heb dat probleem ook bij Apple Venus en Wasp Star van XTC. Bands die op gevorderde leeftijd een ander muzikaal jargon gebruiken waardoor die platen, hoe goed ze ook op zichzelf mogen klinken, toch wat buiten tijd en ruimte lijken te staan.

De nieuwe muzikale taal van DM op Exciter is opwindend genoeg om de plaat groeikansen te geven.

Depeche Mode - Memento Mori (2023)

poster
3,0
MEMENTO MORI

Ik koop braaf elk nieuw DM album, zij het met de nodige vertraging.
Memento Mori voegt weinig toe aan de sinds het vertrek van Alan Wilder betreden paden.
Meer slepende ritmes, meer pathos, minder hooks, los zand en heel wat gruis.

Ik erger me de laatste platen wat aan de soulelementen in hun sound.
Ik vond DM interessanter toen ze blues of rock door hun synthipop formule draaiden.
Het lijkt wel alsof Gahan en Gore de voorbije decennia muzikaal uit elkaar gegroeid zijn: ik mis visie.

Dan maar een externe songschrijver betrekken.
Maar de composities zijn niet goed genoeg: ze ankeren zich niet langer.
De laatste albums van Depeche Mode klinken als een woestijn die dorst naar water.

Uitschieters? Niet echt.
Ik noteerde drie titels: Ghosts Again, Before We Drown en Never Let Me Go.

Het geraamte is er nog maar de ziel ontbreekt. Hoe toepasselijk.
Misschien is het wel mooi genoeg geweest zo.

Depeche Mode - Music for the Masses (1987)

poster
5,0
MUSIC FOR THE MASSES 1987

The Lost Album ...

Deze en Black Celebration had ik tot op heden slechts vluchtig beluisterd.
Ik kende de singles als mijn broekzak en had het album ook op vinyl.
Maar dankzij de deluxe editie ben ik er eens echt voor gaan zitten.

Minder donker en naar een soort synthrock neigend dan Violator,
maar duidelijk veel matuurder dan hun eerste vier synthpop platen.
Was DM op Black Celebration naar mijn aanvoelen even de weg kwijt,
dan slaagt de groep erin zich op Music for the Masses te heroriënteren.

We schrijven 1987 en ook U2 heeft zichzelf
met The Joshua Tree een nieuwe sound aangemeten.
Depeche Mode doet hetzelfde op Music for the Masses.

En wie de docu's op de bonus DVDs van de deluxe versies aandachtig
heeft gevolgd, weet dat Alan Wilder op dit album zijn stempel drukt.
Ook de producerswissel (Dave Bascombe) verfrist het geluid.

Never Let Me Down Again en Strangelove staan als een huis.
De eerste balanceert perfect tussen de synthpop van weleer
en de donkere zijde van de band die op later werk zichtbaar werd.
De tweede knipoogt naar de dansvloer en was in Duitsland een grote hit.

De frisheid van het album zit in de songs zelf.
Ze hebben een duidelijkere melodielijn en sterke refreinen.
Zo neigt Sacred wel erg veel naar een mainstream 80s popsong.

Little 15 is een bloedmooi miniatuurtje, een lieflijk lied
overgoten met een scheutje venijn ... een pagina uit een tienerdagboek.

Behind the Wheel heeft een kleurrijk arrangement.
En weer die bittersweet nasmaak in de mond.
Een goed nummer, maar geen echte hit.

The Things You Said en I Want You Now
zijn rustpunten in een anderzijds uptempo album.
Martin Gore levert daarvoor zijn typische vocale bijdrages.
Ik vind vooral I Want You Now behoorlijk sterk in de zanglijn.
Beide songs kabbelen echt voorbij als meditatieve momenten.

To Have and to Hold is weer donkerder van sfeer, dreigend bijna.
Met elke song valt me op hoe bijzonder gevarieerd dit album is.
Daarin haalt Music for the Masses het zelfs van Violator,
wat toch meer klemtoon legt op de luisternummers.

Nothing swingt opnieuw behoorlijk uptempo.
Hitpotent ritme en gerijpte vocalen ... die Dave Gahan
is met zijn bariton echt wel een onvolprezen zanger.

Pimpf is de instrumental die uitgroeide tot een soort DM anthem.
In de studioversie doet het nummer, los van de piano, denken aan OMD.
Maar wat OMD nooit lukte, kon DM vanaf Music for the Masses duidelijk wel.
Een brug slaan tussen synthpop en rock. Violator is dan de symbiose.

Ik ben deze recensie begonnen met 4 sterren + groeioptie
in het achterhoofd, maar tijdens het intikken luister ik altijd nog
eens opnieuw mee, en de 5 sterren zijn onafwendbaar geworden.

Volgende week vallen nog twee favorieten, A Broken Frame
en Construction Time Again, in deluxe editie (8,90 euro per stuk) in mijn bus. Recensies bij beide albums schreef ik eerder al, maar de docu's zallen ongetwijfeld
nieuw licht werpen op het groeiproces van een groep die ik wie weet toch nog
verder wil gaan ontdekken, tot voorbij Songs of Faith and Devotion.

Depeche Mode - Playing the Angel (2005)

poster
4,0
2005 PLAYING THE ANGEL

Een opvallend speels album na de somberte van Ultra en de ingetogenheid van Exciter. Op sommige momenten lijkt DM haar elektro erfenis te willen onderstrepen met Kraftwerkiaanse fantasietjes. Ik vind het aangenaam om naar te luisteren zonder dat de nummers echt potten breken. Maar dat hoeft niet te verwonderen. Het geluid is vertrouwd en de plaat is gevarieerd genoeg. Precious is heel duidelijk als een single opgenomen. Meest intrigerende nummers waren voor mij Introspective en Damaged People waarop Gore zijn voorliefde voor klassieke muziek (die we al kenden van de Counterfeit albums) in de verf zet. Toch fijn als er af en toe nog eens een nummer uitspringt dat ik meteen opnieuw wil beluisteren.

Depeche Mode - Some Great Reward (1984)

poster
5,0
SOME GREAT REWARD
is het eerste Depeche Mode album in mijn collectie.
Ik was bijzonder onder de indruk van de eerste drie singels.
People are People, Master and Servant en Somebody, dat op de Vlaamse
radio verkozen werd boven de dubbele a-kant Blasphemous Rumours.

Something to Do vond ik altijd een klasse-opener.
Meteen wordt de industro sound van dit album in de olie gezet.

Lie to Me is één van mijn DM albumtrack favorieten.
Volwassen tekst en een schitterend arrangement (met gefakete gitaar).

People are People had een draaibankgeluid dat enigszins aan
labelgenoten Fad Gadget en Einsturzende Neubauten deed denken.
Zelfde Hansa studio's en zelfde technici verklaren waarom.

It Doesn't Matter heeft wat tijd nodig, maar openbaart zich dan
als een bijzonder rijk en raak gearrangeerde ballad: intrigerend mooi.

Stories of Old is een leuke popsong, maar valt mijns inziens
iets te mainstream uit tussen de overige tracks ... geen favoriet.

Somebody ... "diepe zucht" ... wat was ik verliefd op deze ballad.
Het was alsof ik hierin de woorden vond om een liefdesbrief te schrijven.
Is er nooit zo van gekomen, maar het tienerhartje ging wel sneller slaan.
Ik vind de singlemix met de pulserende hartslag trouwens de beste.

Master and Servant trekt daarna weer zijn leather boots aan.
Bonkende dansvloerkiller met een ophitsend zweepslagje erachter aan.

If You Want is niet van Gore's hand, maar door Wilder geschreven.
Ik vind Wilder een meesterlijk arrangeur, maar een mindere schrijver.
Ook hier hoor ik heel wat lekkere geluiden, maar niet echt een song.

Blasphemous Rumours is dan wel weer een song van formaat.
In de statistieken (enigszins tot mijn verbazing) het topnummer van de plaat.

Ik heb altijd gehouden van deze industrial sound van Depeche Mode.
Lekker alternatief, net niet te noisy en bovenal over de gehele lijn hitgevoelig.
Ook de samenzang tussen Gahan en Gore bezorgt me telkens kippenvel.
Ze deden het op Everything Counts en People are People.

En op het prachtige Shake the Disease (misschien wel mijn
favoriete DM singel) dat hier als bonustrack thuishoort, vind ik.
De singel teert toch echt nog op dat moeren en bouten geluid.

Flexible, de b-kant van Shake the Disease, vind ik ook klasse.
Een nummer dat qua sound al wel de stap naar het volgende album zet.

De overige b-kanten In Your Memory en Remotivate Me vind ik minder
beklijvend, als heeft de laatste wel een behoorlijke dansbaarheidsfactor.

Net geen 5 sterren omdat ik Blasphemous Rumours en Flexible mis.
En ook omdat DM met Violator nog net iets beter zou doen.

Depeche Mode - Songs of Faith and Devotion (1993)

poster
4,0
1993 SONGS OF FAITH AND DEVOTION

Songs Of Faith And Devotion is het Achtung Baby (1991) van Depeche Mode. De grove korrel van Anton Corbijns lens schuurt op beide langspelers door de schaduwrijke muziek. Ik ben wat SOFAD betreft nooit verder geraakt dan de eerste drie tracks (de singles) en een paar vergeten draaibeurten. Een album dat meteen zijn singles uitspeelt, tracht immers vaak compositorische armoede te verbergen.

Toen in de zomer van 1993 de videoclip bij de nieuwe Depeche Mode single I Feel You het MTV scherm enterde, viel mijn mond open van verbazing. De houterige bakvis Dave Gahan was als een soort feniks herrezen in een zwartharige hagedis die danste als een flakkerende toorts. Net als Bono zong Gahan striemend tegen het winderige woestijnzand in. Vanaf nu was Gahan voor mij een topzanger. De single Walking In My Shoes zou ik pas veel later op zijn waarde leren schatten. In zijn zanglijnen leunt het nummer nog aan bij het betere popwerk van de voorgaande platen. Gezegend met een fantastisch refrein kan het zo naast Never Let Down Again staan in de kast van DM klassiekers. Condemnation flirt met gospel en zet zanger Gahan andermaal in de schijnwerpers. De groep weet steeds vakkundiger traditionele invloeden als blues, country en soul op te slorpen in haar synthetische sound. De drie singles zijn drie winnaars op een rij.

Maar Mercy In You opent het album pas echt. Met beats die herinneren aan de Madchester hype die DM aanvankelijk stilzwijgend aan zich voorbij had laten gaan. Ik vind het moeilijk om in dit nummer een song te ontdekken die me weet te boeien. Het qua stemmenaantal op MusicMeter wat verguisde Judas doet het opvallend beter bij mij. Met een mistige doedelzak in de intro knipoogt de band zowaar naar folkmuziek om dan in de zanglijnen, die een klein beetje aan Blancmange doen denken, een ouderwets degelijke DM song af te leveren. In Your Room werd de vierde single van het album en dat is hoorbaar als Gahan na een wat slaapverwekkende intro van wal steekt met een prachtig doorleefde zangprestatie. Weg zijn de huppelende synthipop deuntjes van weleer. Depeche Mode boogt voortaan op geladen songstructuren.

Get Right With Me zit volgens mij niet juist. De song slaagt er niet in om meer te zijn dan zijn delen. Lome house beats, een gospel zang en pijnlijke gitaren zoeken maar vinden geen harmonie. Rush heeft de elektrobeat van de jaren '80 en gitaren die de vergelijking met U2's Achtung Baby (1991) rechtvaardigen, maar opnieuw staan de lovenswaardige ideeën de wat rommelige compositie in de weg. One Caress is het romantisch suikerklontje dat Martin Gore sinds Somebody op Some Great Reward (1984) aan elke Depeche Mode langspeler toevoegt. Ditmaal mogen strijkers zich even roeren. Hoewel geen echte winnaar is de insteek van One Caress meer dan die van Mercy In You of Rush nodig om het album boven de middelmaat uit te tillen. Higher Love is de sfeervolle afzwaaier van dit achtste Depeche Mode album, maar geen track die me diep genoeg weet te raken om van Songs Of Faith And Devotion een topplaat te maken.

Na het vertrek van Alan Wilder verslapt ook mijn interesse in de band. Ik bleef de albums kopen, maar die werden vaak gewoon bijgezet in de kast zonder veel er al te veel oren aan vuil te maken.

Depeche Mode - Sounds of the Universe (2009)

poster
3,0
SOUNDS OF THE UNIVERSE 2009

Hoe gaat het nog met synthpop dinosaurussen als Depeche Mode anno 2009?
Ik herinner me dat dit album werd aangekondigd als een terugkeer naar de roots.

In Chains opent met een intro die de albumtitel muzikaal gestalte geeft.
En het moet gezegd: de doorgaans in sm mode uitgedoste Martin Gore rammelt
thematisch al meteen met de kettingen. Vocaal trekt Dave Gahan het soulregister open.

Typische DM gitaren zetten Hole to Feed onder spanning.
Een song die een wat donkerder spoor door de modder durft te trekken.
We wanen ons ergens tussen Violator en Songs of Faith & Devotion.

Het geluid van Depeche is voor 50% het keelgeluid van Dave Gahan.
Dus dat zweterige "Wrong" vreet zich oorwormgewijs een weg in de hersenpan.
Alleen daarom al zet deze single zichzelf voorzichtig in het rijtje sub-klassiekers.

De backing vocalen van Martin Gore klinken me net iets te geconstipeerd.

Nummer 4 klinkt behoorlijk fris. Het album blijkt minder electronisch
dan ik me had laten aanpraten door de pers. Gitaren eisen een hoofdrol op
in Fragile Tension. Toch mist dit nummer een pakkend refrein dat blijft hangen.

Little Soul bouwt een rustpunt in. Ik verwacht Martin Gore op lead vocalen,
maar hij kreunt mee in de achtergrond. Opnieuw heb ik de indruk dat zijn stem de tand
des tijds minder heeft doorstaan dan die van Dave Gahan. Een lied dat fonkelt als een ster.

Het album is rijk gearrangeerd. De elektronische geluiden die op je afkomen
(sound of the universe?) zijn goed gekozen en avontuurlijk genoeg om te blijven luisteren.
Alleen slagen de meeste composities er niet in om diep door te dringen in het muzikale hart.

In Sympathy komt meteen sympathiek binnen. Ritmisch erg uitnodigend.
Dit is wel een song die blijft hangen, maar zonder het etiket klassieker te verdienen.
Onderhoudend genoeg, maar nooit echt pakkend. Geen echte blijvers op dit album.

Die intro van Peace neemt je mee naar See You uit 1982.
Maar dan volgt er zowaar een kerstliedje, want zo klinkt het koortje echt wel.
Een te gemakkelijk nummertje. Condemnation was gospel, Peace kromt de tenen.

We bevinden ons nu op een breekpunt. Waar wil dit album eigenlijk naartoe?
Sounds genoeg, maar is er ook leven in het hedendaags universum van Depeche Mode?

Elk nieuw album van Depeche Mode kondigt een soort comeback aan.
Terug van nooit helemaal weggeweest, schrijft de recensent van dienst dan.
Come Back bewandelt platgetreden DM paden. Goed, maar niet mooi genoeg.
Misschien wel het adagio van dit voorlopig laatste album. DM Lost in space ...

En bij wijze van voorzet serveert het trio Spacewalker
met een synth arrangement dat terugkeert naar de vroege jaren 80.
Gewichtloosheid dreigt voor een groep die ooit woog op de synthpop scene.

Van Perfect word ik ook niet echt blij. Vinnige uptempo songs worden gemist.
Het lijkt wel alsof DM zweert bij datzelfde, enigszins slepend semi-ballad geluid.
Weliswaar verzwaard met elektronisch gruis of gitaren zoals in de eerste nummers.

Miles Away / The Truth Is baant zich weer over stoffige wegen.
Zoals Personal Jesus dat deed en meteen veert de fan in mij weer op.
Er kleeft weer wat blues aan de vocalen, er zit een country twist op de gitaar.
Een van de beste songs op deze anders toch wat te matige plaat.

Zo'n titel als Jezebel zit DM als gegoten.
Het muzikale palet is de nachtelijke sterrenhemel van Violator.
En ja hoor, daar is de fragiele, maar tanende stem van Martin Gore.
Maar opnieuw klinkt het decor veelbelovender dan het eigenlijke liedje.

Corrupt deed me even denken aan het tranendal van Blasphemous Rumours.
Een song die de vinger op de gapende wonde legt. Kort dit album in tot 10 nummers
en je houdt een plaat over die elke fan van het eerste uur voldoende kan bekoren.

Want een album moet meer durven zijn dan vakkundig gekozen geluid.
Voldoende Sounds of the Universe, maar helaas te weinig Songs of the Universe.

Depeche Mode - Speak & Spell (1981)

poster
3,0
SPEAK & SPELL
was het debuut van Depeche Mode en Vince Clark.
Na al die jaren klinkt het album toch vooral als een Clark plaat.
Dichter bij Yazoo en Erasure dan bij de latere Depeche Mode.
Het zijn vooral Dave Gahans vocalen die er de DM stempel op drukken.

Dreaming of Me / Ice Machine was de allereerste singel.
Een doorsnee Clark nummer dat ook van Yazoo had kunnen zijn.
De b-kant is experimenteler en toont dat de introverte Clark
in de eerste plaats een muzikant is die zijn

New Life / Shout was de tweede singel met twee klassieke DM tracks.
De a-kant is voor mij een van hun allerbeste singels,
maar ook de b-kant zal lang door de band live gespeeld worden.
Shout heeft al wel dat wat donkere, industriële geluid van later.

Just Can't Get Enough / Any Second Now was de derde hit.
Een live kraker en een dansvloer vuller van het zuiverste water.
Just Can't Get Enough blinkt uit in zijn eenvoud: een synthpop klassieker.
De b-kant is een instrumentale versie van de gelijknamige albumtrack.

I Sometimes Wish I Was Dead heeft dezelde catchy kwaliteiten
als de singels en past in het tijdskader: vrolijk dansen op doem.

Puppets past zo in het tweede album A Broken Frame.
Meer melancholie, meer beschouwend en daarom langer houdbaar.

Boys Say Go is Vince Clark disco die eerder op een Yazoo plaat thuishoorde.
Ik vraag me af hoe het zou klinken met Alison Moyet achter de microfoon.

Nodisco is uiteraard licht ironisch, wat de beats zijn alom tegenwoordig.
Een van die liedjes die toch beduidend minder lang blijven hangen.

What's Your Name moeten we misschien maar een jeugdzonde noemen.
De lichtvoetigheid van deze kauwgombal tast het tandglazuur onverbiddelijk aan.

Photographic is een wat afgevlakte versie van het nummer waarmee de groep
op de Some Bizzare compilatie uit 1980 debuteerde (ook Blancmange en Soft Cell).

Tora Tora Tora is de eerste van twee Martin Gore composities.
Het is even wennen: duidelijk zwaarwichtiger dan de Clark deuntjes.

Big Muff is de tweede van Martin Gore en beukt naar latere DM maatstaven.
Interessant om horen hoe Gore zijn nummers toch anders arrangeert dan Clark.
Minder eendimensionaal, er gebeurt meer op verschillende platformen.

Dit debuut van DM is zeker vandaag de moeit nog waard, al klinkt het album gedateerd.
En dat om twee redenen: het primitieve synthpop geluid (zie ook debuut van OMD)
en de wel heel duidelijk evolutie die de groep in al die jaren heeft afgelegd.